donderdag 31 december 2009

grote hersenen, ketterse video's en het indrukwekkende heelal ...


Hou zouden mensen leven met hersenen een kwart groter dan de onze? Onze hersenen zijn een kwart groter dan die van de primitieve Homo erectus-fossielen. In Afrika zijn echter aan het begin van de vorige eeuw (fragmentarische) fossielen gevonden van de zogenoemde Boskop-mens, gekenmerkt door grote schedels en kleine gezichten. Waarom was die lijn niet succesvol? Zijn deze genen blijven voortbestaan in andere mensenpopulaties? Of waren deze mensen de basis voor mythen en legendes over verloren beschavingen en hebben ze in hun vliegende schotels de Aarde verlaten? Wie het weet mag het zeggen.

Op welke manieren kan religiositeit binnensluipen in het volgen van Jezus. De blog Mockingbird zette zeven video's op een rij van bekende en minder bekende evangelische voorgangers. Hun boodschap: je moet anderen liefhebben om behouden te worden, het leven is een test, God wil je zegenen als je genoeg geloof hebt, je kunt jezelf veranderen. De boodschap van de bijbel: de enige die jou kan veranderen, die je kan redden, is Jezus.

Een stripverhaal over de echte reden waarom mensen uiteindelijk naar de Jupitermaan Europa of de Saturnusmaan Enceladus zullen gaan ...

Ghostbusters 3 wordt volgende zomer gefilmd! Oh en kijk vooral naar de nieuwe trailer van Inception. Deze film van Christopher 'Batman' Nolan is een van de meest intrigerende verwachtingen van volgend jaar. Een thriller die zich afspeelt in de architectuur van de geest. Opkrullende steden, wisselende zwaartekracht, een intense Leonardo DiCaprio ... Ik ben erg benieuwd.

Vijftien redenen om uit te kijken naar het volgende decennium (uit het perspectief van een sciencefictionliefhebber). I like it!

Het werd tijd: Peter Jackson (van de Lord of the Rings-films) krijgt een lintje en wordt Sir Peter Jackson!

Een interessante bespreking van Avatar ontleedt een van de kritieken op de film en wijst vervolgens op een parallel met het leven van Mozes, om te concluderen dat men in menselijke verhalen niet kan ontsnappen aan het evangelie: "One can always find the gospel hidden in human storytelling if you try. But it's often pretty well hidden, sometimes at the conscious decision of the anti-Christian storyteller himself."

Het heelal is een behoorlijk grote plaats. Dat laat dit filmpje heel mooi zien. Wauw! Ik hoop in de wereld die komt al die sterrenstelsels een keer te kunnen gaan ontdekken!

Dit was mijn laatste bericht voor 2009. Tot ziens in het nieuwe jaar!

Hemel en hel 3: Er is hoop!


Na een kort intermezzo vervolgen we deze serie over Gods uiteindelijke bedoeling met elke individuele mens. Een belangrijk onderwerp, zo niet het meest belangrijke onderwerp dat er is! En het heeft invloed op elk aspect van ons leven. Wat heeft God voor mij in petto, en was is in het licht daarvan mijn verantwoordelijkheid? In mijn eerste artikel betoogde ik dat wat wij 'goed' vinden gekleurd is door onze zelfzuchtige neigingen ('goed' wordt al snel iets dat ons 'goed uitkomt'). Dus hebben we aanwijzingen buiten onszelf nodig om antwoorden te vinden. In mijn tweede bijdrage gaf ik drie voorbeelden waaruit we kunnen afleiden dat God uiteindelijk het goede met ons voorheeft, maar van ons wel vraagt daarvoor te kiezen. Deze suggesties waren echter nog steeds subjectief van aard. In dit stuk wil ik kijken naar twee objectievere bronnen voor ons vertrouwen in de toekomst.

De vierde aanwijzing die ons iets zegt over Gods intenties is de bijbel. Er zijn heel wat redenen om te geloven in de historische betrouwbaarheid van in elk geval de vier evangeliën (zie daarvoor bijvoorbeeld het boek Hete Hangijzers. Ja, het is reclame, maar hee, het is mijn blog, toch?). Als we die accepteren, moeten we de claims van de bijbel serieus gaan nemen, namelijk dat het God zelf was die de schrijvers ervan inspireerde en dat wat er in dit boek staat 'gebruikt kan worden om onderricht t geven, om dwalingen en fouten te weerleggen en om op te voeden tot een deugdzaam leven' (2 Timotheus 3:16). Let op: dat wil niet zeggen dat de bijbel gebruikt kan worden om er wetenschappelijke theorieën op te baseren, al helemaal niet op natuurwetenschappelijk terrein. Het wil wel zeggen dat we het karakter van God en van zijn bedoelingen te weten kunnen komen door kennis te nemen van zijn woorden. Het blijft onze eigen keuze om dat te geloven, maar de bijbel is in elk geval iets dat buiten onszelf staat. En het boek zegt genoeg dingen die ingaan tegen onze egocentrische gewoontes en gedachtes. Lees de bergrede maar eens. Je kunt herkennen dat het goed is wat Jezus daar zegt, maar het is niet makkelijk!
Bijbeluitleggers wijzen er soms op dat de bijbel relatief heel weinig zegt over de hemel (maar meer over de hel, voegen ze er dan soms aan toe, met de beschuldiging dat sommige christenen deze leerstelling niet meer serieus nemen). Dat is misschien wel zo, maar de bijbel zegt wel degelijk heel veel over de uiteindelijke bedoeling van God met de mensheid. En wat voor veel mensen (ook voor christenen, helaas) als een verrassing zal komen: de hemel heeft daar weinig mee te maken!

Ik merk dat veel mensen het idee hebben dat gelovigen na hun dood door de bijna spreekwoordelijke tunnel worden weggevoerd naar een of ander vaag onstoffelijk paradijs, de woonplaats van God. Cartoons geven dit weer met witte wolken, engelenvleugels en harpen. De suggestie wordt gewekt van een puur geestelijk bestaan, bijna onpersoonlijk, dat weinig met ons leven nu, ons menszijn, te maken heeft. We geloven officieel wel in de opstanding van het lichaam, maar in de praktijk verwachten we een stoffeloze toekomst. En ook ik had nog steeds die vage beelden van een bestaan 'daarboven in de hemel', ontdekte ik vorig jaar bij het lezen van het geweldige boek Surprised by Hope, van de Engelse theoloog en bisschop N.T. Wright. Als ik een boek bij jullie mag aanbevelen over dit onderwerp, dan is het deze! Of lees zijn artikel in Christianity Today. Daarin legt Wright uit dat niet de hemel volgens de bijbel onze uiteindelijke bestemming is, maar de nieuwe hemel (als in 'hemelkoepel') en nieuwe aarde die de profeten al beloven.
Bij het lezen van het bijbelboek Handelingen viel het me op dat Paulus als hij terecht staat, beweert dat hij wordt berecht 'omdat ik hoop op de vervulling van de belofte die God aan onze voorouders heeft gedaan' (26:6). De toekomstverwachting van Israel dus. Maar die had niets te maken met het een of andere lichaamloze voortbestaan na de dood. De Joden hadden niet eens het concept van de hemel, hooguit dat van een schimmenrijk, of dodenrijk, van waaruit God niet kon worden geprezen. Nee, de hoop van Gods volk, de belofte van de wet en de profeten, was 'de verwachting dat de doden zullen opstaan!' (Handelingen 23:6). En nog meer: 'De tijd waarover God van oudsher bij monde van zijn heilige profeten heeft gesproken en waarin alles zal worden hersteld' (Handelingen 3:21). Het is dat van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde 'waar gerechtigheid woont' (2 Petrus 3:13).
De profeten beschrijven een tijd dat God het koningschap over de Aarde weer op zich zal nemen. Dat zal een tijd zijn van herstel. In de eerste plaats van Israel, dat eindelijk rust krijgt, maar via hen ook van alle volken, die in hun bestemming zullen komen. De Aarde zal weer tot bloei komen. De natuur zal vrij zijn van de vergankelijkheid die haar nu nog in haar greep houdt. De leeuw zal grazen naast het lam, het rund zal liggen naast de beer, en een kleine jongen zal ze wijden. Er zal een feest worden aangericht, met vette wijnen en goed vlees. De sluier zal van de ogen van de mensen worden verwijderd. De woestijn zal bloeien als een roos. De verlamde zal dansen, de blinde zal zien, de eunuch zal een naam vestigen die onvergankelijk is. De heerlijkheid van God zal de aarde overdekken, zoals de wateren de zee vervullen. En de glans van dat rijk zal zich uitbreiden tot de verste verten van het heelal. Het is een plek waar de zwaarden en speren zullen worden omgesmeed tot snoeischaren, waar het juk dat onderdrukt zal zijn verbroken en waar niemand een ander meer de wet zal opleggen, omdat de wet van God in ieders hart geschreven zal staan. En op deze nieuwe wereld, die beschreven staat in Jesaja (daar komen de meeste verwijzingen hierboven vandaan) en eigenlijk alle andere profeten, zullen wij leven in herstelde lichamen. We zullen uit de dood opstaan, en we zullen dan werkelijk zijn zoals God ons had bedoeld. We zullen concreet zijn, we zullen kunnen ademen, werken, liefhebben, zegenen. We zullen elkaar kennen en herkennen, zoals we zelf door God gekend zijn. We zullen avonturen kunnen beleven, relaties met elkaar aangaan, en schoonheid en kunst creëren tot in de eeuwigheid. We zullen verantwoordelijkheid hebben. Als koningen heersen, zegt de bijbel. En we zullen dat alles doen in de aanwezigheid van de Schepper.
Geen wonder dat er in de bijbel weinig over de hemel staat. Wij gaan niet omhoog naar de hemel, de hemel daalt neer naar de Aarde. God woont weer onder de mensenkinderen. Hij wandelt weer met ons, zoals hij dat deed in het Paradijs van Eden. Zijn bedoeling wordt werkelijkheid.

Maar zonde, onrecht, liefdeloosheid, zelfzucht, afgodendienst: dat alles zal in deze nieuwe wereld niet binnen kunnen komen. Het zal er buiten moeten blijven. Daarom bevatten alle profetieën van het Oude Testament strenge waarschuwingen. Degenen die doorgingen anderen te onderdrukken, die de armen uitbuitten en de vreemdelingen negeerden, die de weduwen en wezen links lieten liggen en consequent doorgingen met het volgen van materiële goden zullen het herstel aan hun neus voorbij zien gaan. Wie God blijft afwijzen, wordt uiteindelijk door Hem afgewezen. En ook het Nieuwe Testament maakt duidelijk dat wie deze dingen blijft doen geen deel kan hebben aan het koninkrijk van God. Als het herstel van alle dingen dat komt zo concreet en helder is, zijn de gevolgen van onze keuze tegen God dat ook. De bijbel predikt niet zomaar een vaag geloof dat het uiteindelijk wel goed komt, met iedereen die een beetje goed leeft. Nee, het belooft een glorierijke werkelijkheid en nodigt iedereen uit daar bewust voor te kiezen.

Deze beloftes worden bevestigd en verhelderd in de persoon van Jezus Christus. De bijbel is een boek dat door mensen is opgeschreven. Het is een boek naast allerlei andere boeken met dezelfde claim het woord van God te zijn (hoewel ik geloof dat de bijbel uitzonderlijk goede papieren heeft!). Het is dus feilbaar. Communicatie via een boek is toch al niet zaligmakend. Hoe veel ik hier ook op deze blog schrijf, je zult me alleen goed leren kennen door met mij als persoon op te trekken, met me te praten, samen te eten, samen koffie te drinken en samen te werken aan een groot project. We zijn niet geestelijke wezens die elkaar leren kennen door intellectuele informatie uit te wisselen. We zijn vlees en bloed, we verzamelen persoonlijke kennis door elkaar aan te raken, door onze hand op die van iemand anders te leggen, door lichamelijk, vleselijk contact. En dat is waarom God mens werd. Waarom hij een gedaante van vlees en bloed heeft aangenomen. Dat is de reden van de incarnatie (waar het woord carnos - vlees in zit). De liefdevolle persoon van Jezus is de vijfde en de meest overtuigende aanwijzing van Gods goede bedoelingen.

De mens Jezus Christus is God tastbaar gemaakt. 'In Hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld' (Hebreeën 1:3). Wie mij gezien heeft, zegt Jezus, heeft de Vader gezien (Johannes 14). Dat wil zeggen dat we zien wat de bedoeling van God met ons is, door te kijken naar het leven van Jezus. Aan het begin van zijn officiële bediening citeerde Hij Jesaja, om aan te geven waarvoor hij was gekomen: "De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen, heeft Hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hu zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen' (Lucas 4:18). Daar wordt je blij van! En Hij deed het nog ook. In Hem was het koninkrijk van God, zijn goede regering, werkelijkheid geworden. Dat was wat hij zei tegen de discipelen van Johannes de Doper: "Blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt" (Lukas 7:22,23). Ook dat laatste gedeelte is significant. Maar eerst wat daarvoor staat. Onder Jezus' invloed werden de zaken omgekeerd. De laatsten, het uitschot van de maatschappij, de bedelaars, verlamden en melaatsen, werden genezen, in ere hersteld. Zij kregen hun gezondheid terug. Zondaars, hoeren en heulers met de romeinen, werden niet afgewezen, maar kregen respect. Hij was een vriend van tollenaars en zondaars (vers 34) Jezus toonde hen zijn liefde en op hun beurt brachten zij hulde aan God en zijn gerechtigheid (Lukas 7:29). Het zijn dus niet de mensen met een 'goed leven', de mooien en de rijken, de morele mensen, die recht hebben op Gods geschenk (zoals wij geneigd zijn te denken). Juist degenen die niet perfect waren, die het zelf niet konden verdienen, hadden vrijuit toegang tot Gods genade en deelden in de rijke zegening van Gods goedheid die Jezus zichtbaar maakte. Het herstel dat Hij tot stand zou brengen door zijn dood en opstanding was bedoeld voor iedereen. Ook voor degenen die wij zouden afwijzen als gefaalde personen, zonder wilskracht, slachtoffers en zwakkelingen. Voor pedofielen, racisten, drugsverslaafden, alcoholisten, overspannen mensen, workaholics, tienermoeders: voor iedereen die bereid is Gods belofte in geloof te aanvaarden en zich door Hem te laten herstellen. En gelukkig is het ook voor wetticisten, voor religieuzen en voor brave lieden. Als ze hun handen maar willen openen.

Hetzelfde hoofdstuk zegt echter ook dat er mensen zijn die aanstoot nemen aan Jezus' aanbod. Dat waren de religieuze mensen van die tijd, de Farizeeen en wetgeleerden die het plan van God verwierpen (Lukas 7:30). Zij meenden dat ze zelf door hun goede leven recht hadden verkregen op Gods acceptatie en dat ze een betere behandeling verdienden dan de zondaars en zieken die Jezus schijnbaar voortrok. Ze wilden niet delen in het herstel dat God hen vrij wilde geven, maar wilden het zelf bewerken. Ze waren trots op hun eigen prestaties, en vanuit hun hoogmoed probeerden ze ook hun omgeving te controleren. Ze legden anderen het juk van hun eigen regels op. "Jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel", zegt Jezus. "Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe" (Matteus 23:14). Daarom zouden de hoeren en tollenaars voor hen het koninkrijk van God binnengaan.
Deze waarschuwing is net zo krachtig als die van de profeten. Wie er niet voor wil kiezen zijn trots aan de kant te schuiven en met open handen het geschenk van God te ontvangen, wie niet van zijn troon wil afkomen, blijft buiten de deur van het koninkrijk staan. Het is zijn eigen keuze.

En wat blijft er over buiten het koninkrijk van God? Niet veel. Jezus spreekt over duisternis. En vergelijkt het met de afvalstapel buiten de stad waar altijd brandjes woedden. (De bijbel kent dus geen hel waar duiveltjes met hooivorken zondaars straffen. Geen plek van martelingen. Geen Guantanomo Bay dat door God is ingesteld om mensen eeuwig in gevangen te houden). Nee, het is waar men terecht komt als men niet in de stad van God wil thuishoren. Het is een plek waar het leven tot stilstand komt. Waar geen groei meer mogelijk is, geen ontdekkingen worden gedaan, geen echte relaties meer worden aangegaan, waar geen schoonheid kan worden gemaakt of kan worden bewonderd. Het is wat de bijbel de tweede dood noemt. Dit is het oordeel van God waar ook de profeten over spraken.
En het schept verantwoordelijkheid. Wil je erop vertrouwen dat Hij zijn beloften nakomt, of wil je alleen op jezelf en je eigen prestaties bouwen? Wil je delen in Gods goede bedoelingen of wil je daarbuiten blijven?

In het volgende deel van deze serie wil ik laten zien hoe verstrekkend het herstel is dat God door het werk van Jezus tot stand heeft gebracht. Het geldt voor de hele schepping en voor ieder mens. Maar je moet het kado wel willen aannemen.

woensdag 30 december 2009

Filmbespreking: Race to Witch Mountain


Sinds ik op vakantie ben geweest in de Verenigde Staten, kijk ik of ik in films landschappen of steden zie die ik herken. In deze film kwam ik behoorlijk aan mijn trekken. Hij speelt zich voor het grootste deel af in Las Vegas en de woestijn en bergen in de omgeving. Beide waren heel herkenbaar, inclusief het harde licht, de lange rechte wegen en de bizar gevormde rotsmassa's. Ik zou zo weer op vakantie willen!
Las Vegas was echter niet een inspirerende plaats zoals films altijd suggereren. Hier wordt wel iets van de verwrongen kant van dit gokparadijs getoond, maar de felle kleuren en knipperende lichten, de mooie mensen in glanzende kleren en de sfeer van spanning en avontuur verbergen de tragiek van de mensen die dag in dag uit achter de gokkasten zitten, de overdreven extravagantie van de vijvers en fonteinen in de woestijn, de stonede mexicanen die sexfolders staan uit te delen (op elke straathoek) en de duizenden sensuele reclameborden die je in een kakafonie van beelden en leuzen toeschreeuwen je geld (en je leven) te verspillen. Ik moest er uiteindelijk niets van hebben en was blij dat we weer in de woestijn kwamen. Die was tenminste echt.

Maar Vegas is alleen de omgeving waar dit verhaal begint. De hoofdpersoon is taxichauffeur Jack Bruno, die probeert eindelijk eens op een eerlijke manier zijn brood te verdienen. Daarvoor moet hij geduld hebben met verklede Star Wars-fans (grappig natuurlijk!) en andere weirdo's. Op een dag verschijnen er twee mysterieuze kinderen op de achterbank van zijn taxi. Ze houden hem een rol geld voor en een mysterieuze bestemming kilometers buiten de stad. Jack is wel wat gewend, en het geld komt goed uit, dus accepteert hij de opdracht. Al snel blijkt dat de kinderen, het meisje Sarah en har broer Seth, in de problemen zitten. Niet alleen worden ze achtervolgd door zwarte auto's van de regering, er is ook een gepantserde strijder met een krachtig energiewapen. Jack is een typisch geval van 'ruwe bolster, blanke pit', en besluit de twee te helpen. Het blijkt al snel dat ze niet zo menselijk zijn als ze eruit zien. Seth kan zijn lichaam hard maken als diamant. Sarah kan gedachten lezen en voorwerpen verplaatsen met haar geest. De kinderen zijn afkomstig van een andere planeet, en moeten waardevolle informatie terugbrengen naar hun ouders voordat de Aarde door een invasie onder de voet wordt gelopen. Wat kan een eenvoudige taxichauffeur in zo'n situatie doen? Hij zoekt de hulp van dr. Alex Friedman, een sterrenkundige met interesse in buitenaards leven. Daarvoor moet hij zich wel begeven naar een bijeenkomst over UFO's in Planet Hollywood, een verzameling van samenzweringsgelovigen, science fiction-fans en andere fanatici. De enige plek ter wereld waar een alien vrij kan rondlopen zonder op te vallen ...

Deze Disney-film blijkt behoorlijk onderhoudend. Het plot was wat voorspelbaar (ja, natuurlijk vinden ze de berg uit de titel en moeten ze daarvandaan ontsnappen. En natuurlijk komt het tot een confrontatie met zowel de overheidsagenten als de buitenaardse premiejager), maar er waren een paar aardige wendingen die het boeiend maakten. De filmtechniek was niet vernieuwend. Wel was er een mooi Matrix-achtig beeld tijdens een auto-achtervolging. Andere recensenten wijzen erop dat sommige lijnen in het verhaal halverwege bleven liggen, maar dat maakte voor mij de beleving van de film niet minder. De film draait vooral om de zoektocht van de kinderen, compleet met redelijk spannende achtervolgingen (onder andere met de taxi in een treintunnel), actiescenes (in de basis van Witch Mountain) en nipte ontsnappingen (uit het casino). Karakterontwikkeling blijft grotendeels achterwege. Jack Bruno (een rol van ex-worstelster The Rock, Dwayne Johnson) is een sympathieke kerel, in eerste instantie argwanend, maar met het hart op de juiste plaats. Zijn vaak sarcastische one-liners zorgen ervoor dat het verhaal zichzelf niet te serieus neemt. Wat het geheim is van de kinderen blijft niet lang een mysterie, en ook dat wordt niet ontwikkeld in de loop van het verhaal. Wat overblijft is een onderhoudende film, zonder al te grof geweld (er gaat niemand in dood), met een prettig sciencefiction-sausje. Ik genoot zelf wel van de UFO-bijeenkomst in Vegas en de uitbundige kostuums van de bezoekers. Daar zou ik ook nog wel eens heen willen.

UFO's en de mysteries eromheen spelen een belangrijke rol in deze film. De openingstitels worden geprojecteerd over een montage van foto's en film- en audiofragmenten over de ongeïdentificeerde vliegende voorwerpen. Er zijn heel wat mensen die erg overtuigd zijn van het bestaan ervan. Ook ik heb een periode doorgemaakt waarin ik gefascineerd was door buitenaardse wezens en ik las elk boek in de bibliotheek over ooggetuigenverslagen, en buitenaardse ontvoeringen en ontmoetingen. (Tot ik er eigenlijk alleen maar bang van werd. Voor mijn fantasie was deze obsessie in elk geval niet goed). Ik was erdoor geboeid, zelfs al geloofde ik er niets van. Of nauwelijks iets.
UFO's en 'kleine groene aliens' spreken kennelijk tot onze verbeelding als mensen. Ik denk dat dit fenomeen suggereert dat onze behoefte aan het bovennatuurlijke, aan God, blijft bestaan, ook als we aan de buitenkant geloven in het wetenschappelijke, materialistische wereldbeeld. Oftewel: we blijven geloven dat de waarheid daar ergens buiten ons is ('The truth is out there', volgens Fox Mulder van de X-files). We blijven vasthouden aan een overtuiging dat er meer is dan wij zien en horen, een werkelijkheid die voor ons niet te bevatten is. En die invloed kan hebben op ons leven. Maar omdat we God hebben afgeschreven, moeten we het doen met een vervanging van binnen ons heelal. UFO's zijn materiële verschijnselen, stoffelijke ruimteschepen, bemand door biologische wezens, afkomstig van aanwijsbare sterren of planeten. Er is niets bovennatuurlijks aan (hoewel ze kennelijk sneller dan het licht kunnen reizen).
Tegelijk zijn de buitenaardse wezens kennelijk hoog boven ons verheven. Ze hebben een niveau van technologie en inzicht bereikt waarvan wij alleen kunnen dromen, en dus kunnen ze ons helpen met het bereiken van een staat van 'verlichting'. Ze komen met boodschappen van hoop, en bemoedigingen, voor een nieuwe tijd. Er vinden zelfs 'huwelijken' plaats aan boord van hun ruimteschepen tussen mensen en aliens. Ze zijn bij ons betrokken, houden ons in de gaten, beschermen ons misschien zelfs wel. Aan de andere kant projecteren we op UFO's ook onze angsten voor het onbekende, het goddelijke. Dat suggereren de verhalen over ontvoeringen en vreemde, vernederende experimenten. We zijn voor deze wezens niets meer dan proefkonijnen. Ze kunnen met ons doen wat ze willen. We moeten voor ze op de hoede zijn. Net als in veel religies wordt deze angst (met opgeklopte verhalen) de basis voor een echte cultus. (Interessant detail: in deze film zijn het de mensen die op de buitenaardse wezens experimenteren. De omgekeerde wereld.)
Films als deze kunnen dit menselijke verlangen naar een hogere categorie van werkelijkheid, naar een hoop van buiten onze wereld, naar een verlosser die tot ons komt, voor ons zichtbaar maken. Het antwoord op dit verlangen komt echter niet van binnen het heelal. Aliens, hoe ver doorontwikkeld ook, blijven wezens van materie, onderworpen aan dezelfde wetten als wij (dus ook die van de lichtsnelheid!) en naar alle waarschijnlijkheid behept met dezelfde gebrokenheid. Ze kunnen ons niet helpen met het grootste probleem, dat van de dood en de uiteindelijke afkoeling van het universum zelf. Echte hoop moet ergens anders vandaan komen.

Een rode draad in het verhaal is dat Jack Bruno van zichzelf denkt dat hij niets voorstelt, terwijl hij toch een belangrijke rol heeft te vervullen. "Mensen zijn zo groot," zegt een van de buitenaardse wezens, "Maar toch denken ze zo klein over zichzelf." Het inzicht dat we meer in ons mars hebben dan we denken, wordt teruggevoerd op de Boeddha. Dat lijkt me niet correct. De filosofie van Boeddha leidt helemaal niet tot hoop, maar tot wanhoop. Die zegt niet dat we veel kunnen, maar juist dat we niets kunnen. Dat we om het Nirvana te bereiken, juist afscheid moeten nemen van onze verlangens en wensen en van wat we hopen. Niet omdat alleen God die kan vervullen en niet ons, maar omdat geluk en vervulling zelf een illusie zijn. We bereiken een staat van vrede als we accepteren dat we gedoemd zijn om op te gaan in het niets. Als we aanvaarden dat er uiteindelijk van onze hele persoonlijkheid niets overblijft. Dat wij op kosmische schaal geen enkele waarheid hebben. Onthechting is het antwoord van de Boeddha.
De echte hoop is gegeven door Jezus. Hij was het die ons zei dat we waardevol zijn als individu. Dat onze eigenheid eeuwig zal blijven bestaan. Dat onze daden betekenis hebben. Dat onze liefde eeuwig blijft. Dat schoonheid, waarheid en intimiteit (geloof, hoop en liefde) belangrijk zijn. Die waarde bezitten we niet omdat wij uit onszelf zo geweldig zijn, maar omdat God deze waarde aan ons verleent. God houdt van ons. En wij kunnen grote dingen bereiken, niet omdat we zelf zo krachtig zijn, maar omdat God het ons heeft beloofd. Hij werkt in ons. Hij zorgt dat in onze behoeften rijkelijk wordt voorzien. Hij brengt ons in onze glorie. Dat is een boodschap die echte hoop brengt en geen wanhoop.

Wat ik mooi vond, was hoe twee eenvoudige mensen door Sarah en Seth worden opgenomen in een groter avontuur. Door wat ze samen beleven ontstaan er relaties. Er ontstaat een gemeenschap van de twee volwassenen en de twee kinderen (en de hond) (ik vond de afscheidsscene ontroerend). Wat overblijft na alle belevenissen is de liefde.
Dat is als het goed is ook wat er gebeurt als wij deel gaan uitmaken van het grote verhaal van God. Doordat we met Hem optrekken, komen we in contact met anderen en gaan we een gemeenschap vormen. Onze gemeenschappelijke liefde voor God, vormt de basis voor werkelijke betekenisvolle relaties met mensen. En deze intimiteit, de liefde, is wat eeuwig is. Geloof en hoop gaan voorbij. De Liefde blijft.

Ten slotte nog een recensie van Steven Greijdanus, die deze film vergelijkt  met zijn voorgangers, die ik nooit gezien heb.

dinsdag 29 december 2009

Hemel en hel 2: Een 'happy end'


In het vorige bericht in deze serie heb ik laten zien dat we ons denken over onze uiteindelijke bestemming niet moeten laten bepalen door wat wij willen dat er zal gebeuren. Onze bijna vanzelfsprekende ik-gerichtheid vervormt namelijk ons verlangen. We vinden datgene 'goed' dat ons leven het makkelijkst maakt, maar dat is misschien niet het 'best'. En wat God voor ons heeft klaarliggen, ten goede of ten kwade, is altijd het beste. Maar we moeten onze hoop en verwachting laten bepalen door het karakter en de openbaring van God, en niet andersom! God zelf is het ijkpunt. Wij zijn het in elk geval niet.
Maar als we niet op ons eigen oordeel kunnen vertrouwen, hoe kunnen we dan weten dat God het beste met ons voorheeft? Hoe kunnen we erop vertrouwen dat wat Hij ook voor ons in petto heeft, het uiteindelijk beter zal zijn dan wat wij met ons beperkte, egocentrische voorstellingsvermogen hadden kunnen bedenken?
Ik zie zelf vijf aanwijzingen voor Gods goede bedoelingen met de gehele mensheid. Ik presenteer hieronder de eerste drie in een volgorde van toenemende 'betrouwbaarheid'. 

De eerste is wat ik zelf heb ervaren van de natuur van God. Zoals sommigen van jullie weten heb ik na mijn studie een periode van meer dan drie jaar lang niet gebeden. Ik kon niet op mijn knieën zitten zonder te worden overvallen door plicht- en schuldgevoel, en ik ervoer niets van de aanwezigheid van God of iets anders bovennatuurlijks. Na die periode begon ik op een dag om eenvoudig tegen God te praten terwijl ik naar mijn werk liep. Al op die eerste dag ervoer ik een rustgevende warmte of aanwezigheid van binnen en kwam het verhaal van de verloren zoon uit de bijbel in mijn gedachten. Ik kende dat verhaal al van kinds been af, maar dit was de eerste keer dat ik de boodschap ervan met mijn hart 'voelde', namelijk dat God onvoorwaardelijk van mij hield, en dat niets wat ik deed die liefde van Hem ongedaan zou kunnen maken.
Sinds die tijd is het vaker voorgekomen dat ik het idee had iets van God te horen. Soms door een tekst die in mijn gedachten opkwam, soms door een zin of een woord dat zichzelf steeds maar herhaalde, soms door regels uit een film die ik aan het kijken was. En soms doordat anderen iets tegen me zeiden. Het was niet altijd wat ik zelf zou hebben verzonnen: zo wist ik een keer dat ik contact moest opnemen met een vriend, van wie ik jaren daarvoor plotseling afstand had genomen. Dat was moeilijk, maar bleek uiteindelijk wel goed te zijn. Bovendien ontving ik deze bevestigingen vaak juist terwijl ik diep in de put zat en negatief over mezelf dacht. Ik zou nooit zelf hebben verzonnen dat God mij zijn geliefde zoon zou noemen. Of dat hij mij zou willen omarmen als zijn kind. Toch waren deze ervaringen altijd positief. God uitte zich nooit veroordelend (hoewel hij dus wel aanwees waar ik mijn leven moest veranderen). Wat ik interpreteerde als zijn stem was altijd bemoedigend, naar de toekomst gericht en een uiting van zijn genegenheid.
Een van de krachtigste ervaringen die ik meemaakte was bijna vijf jaar geleden. Ik had een bespreking in Utrecht voor een boek waaraan ik zou meewerken, maar ik kon de juiste plek niet vinden en zwierf onverrichter zake rond in winkelcentrum Hoog Catharijne. Ik was niet speciaal aan het bidden of met God aan het praten, maar opeens kreeg ik sterk een gevoel van bewogenheid met de mensen om mij heen. Ik zag hen (een klein beetje) zoals God hen ziet. Van elk individu in het winkelcentrum en op het treinstation zag ik hoe waardevol hij of zij was. Hoe geliefd. Ik werd er ontroerd van. Ik moest denken aan de tekst uit Romeinen 5:5 waar staat dat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest. Als ik op dat moment zo'n liefde voelde voor deze mensen (van wie ik niet wist of ze wel of niet geloofden, die misschien de gruwelijkste dingen op hun kerfstok hadden staan), moest de liefde van God voor hen allemaal wel nog oneindig veel groter zijn.

De tweede aanwijzing voor Gods goede bedoelingen met alle mensen zie ik in de verhalen van 'bijna dood ervaringen'. Begin vorig jaar hadden we een samenkomst in onze kerk waarbij het daarover ging. Het blijkt dat deze ervaringen niet uniek zijn voor christenen, maar dat ze worden gedeeld door alle mensen, ongeacht hun religie (of het ontbreken daarvan). En hoewel ze van oorsprong uiteenlopende beelden hebben van God, komen hun verhalen in grote lijnen overeen. In het voorbeeld dat verteld werd, kwam een niet-christen na een slangenbeet in een coma terecht. Hij was zich bewust van duisternis om zich heen, en realiseerde zich hoe hij zich had vervreemd van zijn familie en op welke gebieden hij zelfzuchtig was geweest. Toen zag hij een licht, en ervoer hij de vraag of hij van deze duistere dingen afstand wilde doen. Dat wilde hij, en vervolgens 'steeg hij op' naar het licht en werd hij omarmd door Gods liefde voor hem persoonlijk. Hij wist vanaf dat moment zeker dat God onvoorwaardelijk van hem hield. Toen hij de keus kreeg, keerde hij terug naar het leven, niet omdat het in de hemel niet mooi zou zijn, maar omdat hij graag weer contact zou hebben met zijn moeder en zou goedmaken wat tussen hen verkeerd was gegaan.
Dit patroon zou naar wat ik hoor vaker voorkomen. Er is wel degelijk een ervaring van Gods heiligheid en het besef dat onze zelfzucht de mens in de duisternis gevangenhoudt. Er is de mogelijkheid van een keuze daarvan afstand te doen en te kiezen voor het licht. En er is de ervaring van de liefde van God voor de hele persoon, die uit zijn of haar ketenen bevrijd is en nu volledig de acceptatie van de drie-eenheid kan bevatten.
Er bestaat vanuit de wetenschap enige twijfel over de realiteit van bijna dood ervaringen. Pim van Lommel heeft er overtuigend over geschreven, maar er zijn ook stemmen die ze verklaren uit signalen van zenuwcellen onder de toestand van ernstig zuurstoftekort. Het feit dat de levens van mensen die zoiets hebben meegemaakt, ingrijpend veranderd (meestal ten goede), is voor mij een aanwijzing dat we ze serieus moeten nemen. Maar het is in elk geval geen zekere basis voor een theologie over hemel of hel.

Er is nog een derde suggestie dat we mogen hopen op een goede afloop. Die wordt geleverd door de al eeuwen lang overgeleverde sprookjes en verhalen. We kunnen ons individuele menselijke verlangen misschien niet altijd klakkeloos leidinggevend maken, maar het ligt anders voor de hoop en verwachting van de mensheid als geheel, als collectief. Een van mijn favoriete schrijvers, G.K. Chesterton, schrijft in Orthodoxie dat de essentiele dingen van mensen zijn de dingen die ze gemeenschappelijk hebben. Dat noemt hij democratie. En traditie (vooral de verhalende traditie) is slechts democratie, uitgerekt in de tijd. 'Democratie zegt ons de mening van een goed mens niet te negeren, zelfs als hij onze stalknecht is. Traditie vraagt ons de mening van een goed mens niet te negeren, zelfs als hij onze vader is.' De overgeleverde verhalen zijn gedestilleerd uit de ervaringen van generatie op generatie, en suggereren zo welke verlangens algemeen menselijk zijn, in plaats van individueel. Natuurlijk kunnen we ook op sprookjesverhalen en legendes geen theologie baseren. Daar was Chesterton zich ook drommels goed van bewust. Het was ook niet de bedoeling van Homerus en andere schrijvers van mythen en bedenkers van overleveringen om een metafysische werkelijkheid te tekenen. In The Everlasting Man betoogt Chesterton dat de mythen niet roepen: "Dit is de waarheid!", maar: "Was dit maar de waarheid!" Oftewel: "Dit is wat wij als mensen verlangen, zelfs al weten we niet of het zo zal zijn."
Wat zijn dan de universele verlangens die blijken uit onze sprookjes en mythes? Chesterton zelf wijst op een belangrijke: dat onze daden (hoe klein we ze zelf ook vinden) grote gevolgen kunnen hebben. Er zijn waarschuwingen en het heeft consequenties die in de wind te slaan. Wie op de hoorn blaast, waakt de slapende reus. Wie de lamp aansteekt, laat het paleis verdwijnen. Wie van de appel eet, moet het paradijs verlaten. Dat wijst erop dat het wel degelijk belangrijk is hoe wij leven, en dat onze keuzes (voor onszelf of voor de ander) bepalend zijn voor onze uiteindelijke bestemming.
Er is echter nog een grotere waarheid die uit deze verhalen is af te leiden, en dat is die van het 'happy end'. Mijn andere grote voorbeeld, J.R.R. Tolkien, spreekt over 'eucatastrofe', de plotselinge wending aan het eind van het verhaal, wanneer alles mis dreigt te gaan, en de held het onderspit dreigt te delven, maar plotseling de tafels worden omgekeerd, de verstotene in zijn glorie wordt hersteld en iedereen zijn echte naam weer terugkrijgt. Deze omwenteling biedt volgens Tolkien 'een vluchtige blik op vreugde, de vreugde voorbij de muren van de wereld, indringend als smart.' Het komt altijd onverwacht. En het leidt altijd tot een omkering. De jongste zoon (die door zijn broers werd veracht) wordt de koning. De dienstknecht wint de prinses voor zich. De schone slaper wordt door een kus gewekt. Het verdronken land komt weer boven water. De gescheiden geliefden vallen elkaar in de armen. De zwakken krijgen kracht en de armen ontvangen rijkdom. En in de mooiste verhalen krijgen zelfs de schurken vergeving (als ze daarom vragen).
Wie door deze verhalen niet in zijn hart geraakt wordt, mist een belangrijk deel van zijn menselijkheid!

De laatste twee belangrijke aanwijzingen voor Gods goede bedoelingen met alle mensen worden geleverd door de bijbel. Daaruit blijkt dat Zijn liefde zich verder uitstrekt dan we als christenen soms willen geloven, maar tegelijk bij mensen een grotere verantwoordelijkheid schept dan we misschien comfortabel vinden ...

(wordt vervolgd)

Mysterieus bewustzijn, biologische antivries en het derde evangelie


Het derde deel van de serie van Tim Stafford over geloof en wetenschap. Volgens de geciteerde wetenschapper Polkinghorne is het bewustzijn voor de wetenschap een raadsel. “Our scientific, aesthetic, moral and spiritual powers greatly exceed what can convincingly be claimed to be needed in the struggle for survival, and to regard them as merely a fortunate but fortuitous by-product of that struggle is not to treat the mystery of their existence with adequate seriousness.”

Christianity Today heeft een recensie van Sherlock Holmes.  Klinkt goed!

Tom Wilson, Biff in Back To The Future, beantwoordt een paar vragen die hij wel eens krijgt. In een lied.

Een kort verhaal van Neil Gaiman, gebaseerd op H.P. Lovecraft: I, Ctulhu.

In een kever uit Alaska hebben onderzoekers een nieuw soort biologische antivries ontdekt.

Frank Viola plaatst op zijn blog een hoofdstuk dat vanwege ruimtegebrek niet kon worden geplaatst in zijn boek From Eternity to Here. Het gaat over drie verschillende versies van het evangelie. Het 'vrijzinnige evangelie' dat zegt: 'Ik leef hoe ik dat zelf wil. God houdt toch wel van me.' Het wettische evangelie, dat zegt: 'Als je faalt in het gehoorzamen van Gods wil, is Hij boos op je.' (Beide verdraaiingen van de waarheid). Het derde is het evangelie van de bijbel, gebaseerd op het begrip dat de verandering van ons leven niet voortkomt uit onze eigen pogingen onszelf te verbeteren, maar in het vertrouwen in wat wij als gelovigen zijn in Christus, en wie Christus is in ons! "The Christian life is becoming what you are. Consequently, the common approach Paul takes in his letters is to remind God’s people of who they have become as new creatures in Christ. All of his exhortations flow out of that reminder. This Christian life is rooted in liberty: a liberty that sets us free from trying to be good. It is also a liberty that sets us free from practicing evil. It is a liberty that brings us into a living knowledge of the One who indwells us . . . who happens to be the greatest liberator in the universe as well as the Savior and Lord of the world." Ik had deze herinnering nodig na wat ik dit weekeinde hoorde over onze kerk (waar iemand die de genade predikt niet meer wordt uitgenodigd).

The Christian Monist schrijft over de boodschap van kunst, aan de hand van Francis Schaeffer en L'Abri. Kunstenaars zijn volgens hem 'field reporters sent to cover the human condition'. Een van mijn doelen voor 2010 is het bijwonen van minstens een L'Abri-weekeinde, en het bezoeken van een of meer musea! Jezelf omringen door betekenis en schoonheid kan alleen maar goede gevolgen hebben.

maandag 28 december 2009

Hemel en hel 1: 'Wishful thinking'


Ik heb het onderwerp een paar keer voorbij laten komen in eerdere berichten: de vraag wat Gods bedoelingen uiteindelijk zijn met de mensen. Komt iedereen terecht in de hemel, of is er zoiets als een hel voor wie God consequent blijft afwijzen? Kan het leerstuk van de hel samengaan met dat van een liefdevolle God? En is het wel rechtvaardig als God beperkte mensen die beperkte verkeerde dingen hebben gedaan, onbeperkt straft? Is straf wel de goede term om te gebruiken?

Zelfs voor mensen die suggereren zelf niet in God te geloven, vormt dit een heikel thema, blijkt als je suggereert dat je zelf wel in God gelooft. "Denk je dan dat ik naar de hel ga?" Ik kan me ook erg levendig voorstellen dat mensen het als een afwijzing ervaren als je "Ja" antwoordt. Dat suggereert namelijk dat je een "slecht" persoon bent en zo willen we natuurlijk niet over onszelf denken. Er zijn altijd slechtere mensen. En die christenen die dan zogenaamd wel naar hun hemel gaan zijn niet beter. Het is dus niet eerlijk dat er iemand verloren gaat.
Beide partijen gaan hier volgens mij de mist in. Als een christen zegt dat een ander naar de hel gaat als hij niet gelooft in Jezus, bedoelt hij niet dat die ander slecht is en hijzelf goed. Het heeft namelijk niks met gedrag te maken. 'Goede' mensen gaan niet naar de hemel. De hel is niet bestemd voor 'slechte' mensen. Deze christenen achten zichzelf net zo schuldig en zondig (als het goed is) als ieder ander. Ze zullen beweren dat iedereen het oordeel verdiend heeft, omdat iedereen heeft gezondigd (in opstand is gekomen tegen God). God is rechtvaardig. Hij is eerlijk. Maar deze christenen zeggen ook voor iedereen de mogelijkheid beschikbaar is om naar de hemel te gaan, namelijk door te geloven in Jezus. Het is dus geen veroordelende uitspraak, maar een oproep om dezelfde reddingsboei vast te pakken als zij.
Aan de andere kant kiezen christenen een wel erg onsympathieke basis voor hun uitspraak, namelijk dat alle mensen het oordeel verdienen, dat God iedereen wel moet straffen, en dat een mens alleen Gods liefde kan ervaren als hij een bepaalde serie leerstellingen aanneemt over Jezus. Als christenen moeten we niet verbaasd zijn als mensen dit opvatten als een behoorlijk misantropische levensvisie. We baseren ons geloof op een negatief uitgangspunt, namelijk dat God boos zou zijn, en onze redding is dan een uitzondering daarop. Maar het uitgangspunt van de bijbel is dat God van mensen houdt, dat hij ons liefheeft, niemand uitgezonderd, en dat Hij er alles aan zal doen om iedereen in zijn liefde te laten delen. God is liefde. Dat moet de basis zijn van ons denken over hemel en hel. En van al onze vormen van communicatie naar niet-gelovigen.

Is het mogelijk om het spreken van de bijbel over redding, over hemel en hel, te verzoenen met de woorden van hetzelfde boek over de universele liefde van God? Ik geloof van wel. Maar zoals we hierboven zagen, is het makkelijk om aan een van beide kanten door te slaan, Gods rechtvaardigheid en heiligheid aan de ene kant of Gods onvoorwaardelijke aanvaarding aan de andere kant. Het traditionele spreken over de hel (wij, christenen, gaan naar de hemel en ieder ander is automatisch onherroepelijk verloren) schiet tekort. Het mist de menselijke maat. Het kan bovendien voortkomen uit een hoogmoedig 'wishful thinking'. Het is namelijk altijd fijn te weten dat je aan de juiste kant van de streep staat. Dat jij iets weet dat anderen niet weten, en dat die mensen aan wie jij een hekel hebt, uiteindelijk hun verdiende loon wel zullen krijgen. Onze menselijke vergeldingsdrang zou onze blik wel eens kunnen vertroebelen. We zullen moeten aanvaarden dat God van de ander (hoezeer wijzelf die van nature ook verachten) zoveel houdt dat Hij de prijs voor die persoon betaald heeft. En dat geeft ons de verantwoordelijkheid net zo veel van die persoon te houden, ook al mogen we hem of haar helemaal niet.
Maar we slaan net zo goed door aan de andere kant, als we er automatisch van uitgaan dat ieder mens (uiteindelijk) in de hemel terechtkomt, dat iedereen, hoe slecht ook, uiteindelijk in de aanwezigheid van God zal zijn, en van al zijn zegeningen zal kunnen genieten. Het klinkt heel mooi en nobel, wat is er beter dan het beste wensen voor alle mensen? Maar ook hier kan de wens de vader zijn van de gedachte. De scherpte van de oproep van God wordt er namelijk afgehaald. Je hoeft niet meer mensen te waarschuwen die met hun daden en woorden zichzelf en anderen pijn doen. Je hoeft geen moeilijke vragen te stellen over gerechtigheid en schuld. De last van de verantwoordelijkheid valt van je schouders. Wat je ook doet, het komt altijd goed! Het is heel begrijpelijk dat mensen geloven dat ieder mens in de hemel komt. Het is een heel menselijk verlangen. Maar wat begrijpelijk is en 'goed voelt' is niet altijd de waarheid. Er is wel degelijk een objectieve waarheid en het is wel degelijk van belang hoe je daarop reageert. Het heeft zeker wel consequenties of je op God wilt vertrouwen, of dat je jezelf als god wilt blijven zien. Ieder mens heeft de verantwoordelijkheid te kiezen voor of tegen de Vader, voor of tegen de hemel.

Wat wij wenselijk vinden, wat overeenkomt met onze gevoeligheden, met ons beeld van de wereld, is dus niet een goede maatstaf om de waarheid te bepalen. Ik las ooit dat mensen onder onderdrukkende regimes of in landen waar oorlog en uitbuiting is, niet geneigd zijn in de alverzoening te geloven. Zij putten juist hoop uit het feit dat degenen die hen onrecht hebben gedaan, de menselijke monsters die hen hebben vermoord en verkracht, hun verdiende loon niet zullen ontlopen. (Aan de andere kant is het in deze omstandigheden moeilijk om je te houden aan het gebod van Jezus 'Heb je vijanden lief'. Dat is weer veel makkelijker als je enige vijand degene is die voordringt in de rij bij de kassa, of een werkgever met een wat andere blik op jouw functie.)
In beide situaties (daar en hier) hebben mensen dus een natuurlijk beeld van wat wenselijk is. En dat is (heel toevallig) vaak iets dat henzelf wel mooi uitkomt. Ik denk niet dat ik me ervan bewust ben hoe vaak ik de situatie naar me toe praat. Ikzelf sta altijd in mijn recht, het is altijd de ander die het verkeerd heeft gedaan of die moet veranderen. Toegeven dat je zelf ongelijk hebt, of het verkeerd hebt gedaan, of moet veranderen, is ongelofelijk moeilijk. Iemand vergeven is niet makkelijk, maar iemand om vergeving vragen ... Dat komt niet vanzelf. Ons op onszelf gericht perspectief kleurt voor ons altijd de waarheid. (Daar is zelfs wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Mensen blijken namelijk altijd te geloven dat God het met hen eens is. Als ze van mening veranderen, verandert ook God van mening. Ons geloof is behoorlijk egocentrisch.)
Volgens de bijbel is dit ook te verwachten. In de eerste hoofdstukken wordt beschreven hoe de eerste mensen tegen God kozen door te eten van de boom 'van kennis van goed en kwaad'. Mensen wilden zelf kunnen uitmaken wat goed en kwaad was, wat ze wel en niet mochten doen. En dat kleurt sindsdien altijd ons perspectief. Het is sindsdien niet meer mogelijk voor de volle honderd procent erop te vertrouwen dat je objectief bent. Je stelt namelijk altijd je eigen belang voorop.
Dus moeten we kritisch kijken naar wat we geloven over hemel en hel. Geloven we dat omdat het ons eigenlijk stiekem wel goed uitkomt? Geloven we het omdat we zo beter over onszelf kunnen denken (of slechter over de ander), of omdat we ons geen zorgen meer hoeven maken over wat wij en de ander doen of nalaten? Of durven we toe te laten dat de waarheid soms iets kan zijn dat snijdt in onze egocentrische, ik-gerichte voorkeuren en vooroordelen?
Dit speelt bij elke vraag naar de waarheid, maar al helemaal als het gaat om onze eeuwige toestand. Want 'wishful thinking' is geen werkelijkheid. En die is van een oneindig groot belang.

Boekbespreking: Here, there be dragons


Soms lees je over een boek met een intrigerend idee, dat volkomen lijkt aan te sluiten bij je eigen interessegebieden, waarvan je eigenlijk blind kunt zeggen dat het je zal aanspreken. En dan vergeet je het eigenlijk en kom je er niet aan toe het daadwerkelijk te lezen. Dat gold bijvoorbeeld voor Here, there be dragons van James A. Owen. Op mijn vorige blog schreef ik al in september 2006 dat dit een boek was dat ik graag wilde lezen. Ondertussen zijn er al drie vervolgdelen verschenen en schijnt de verfilming ervan uit te komen in 2011. Dat is iets om naar uit te kijken.
Zoals je kunt afleiden uit het feit dat ik boven dit bericht 'boekbespreking' heb geplaatst, heb ik meer dan drie jaar na dato dan toch dit boek in handen gekregen en gelezen. Lang leve Amazon.co.uk (waar dit boek voor een spotprijsje tweede hands te krijgen is. Ik heb het tweede deel ook maar besteld).

Ik noemde al het intrigerende uitgangspunt van het verhaal. Net als In the courts of the crimson kings is het een postmodern 'stel dat'. Een 'stel dat' dat niet betrekking heeft op de wetenschap (voor science fiction) of de verbeelding (voor fantasy), maar op het genre zelf. Stel dat alle verhalen die in de 'gouden eeuw van het genre' werden geschreven geen fantasie waren, maar werkelijkheid? Stel dat gewone, rationele stervelingen uit onze wereld werden geconfronteerd met de wonderen waar schrijvers altijd over droomden? James Owen stelt deze vraag over het genre van de fantasy (hoewel hij de science fiction niet vergeet): wat als elke wereld uit verhalen, legendes en mythes werkelijkheid werd in de Archipel van de dromen? Wat als gebeurtenissen in deze verborgen wereld invloed hadden op de onze? Wat als er een atlas was van deze droomeilanden? Wat als een figuur uit duistere legendes zijn hand zou willen leggen op dit boekwerk? Wat als deze atlas werd toevertrouwd aan de zorg van mensen met een krachtige verbeelding, die steeds zelf hun opvolgers uitzoeken uit de jongere generatie fantasievolle auteurs en wetenschappers? Wat als deze auteurs op hun beurt werden geinspireerd door hun belevenissen in de wereld van de verhalen? Dat is in het kort de basis achter Here, there be dragons.
Het boek begint in 1917 als de drie jongens John, Jack en Charles elkaar ontmoeten bij het huis van professor Sigurdson, die kort daarvoor vermoord blijkt te zijn. Als ze van de gebeurtenissen bijkomen in een club in 221b Baker Street verschijnt een man met een boek onder zijn arm. Deze Bert vertelt ze dat ze moeten vluchten, omdat de wrede Wendigo ze op het spoor zijn. Half verdwaasd volgen ze hun nieuwe begeleider naar zijn schip, The Indigo Dragon. Terwijl dat de bekende haven van Londen verlaat en terechtkomt in een onbekende zee, vertelt Bert ze een ongewoon verhaal. John blijkt te zijn gekozen als bewaker van de Imaginarium Geographica, de atlas van de verbeeldingswerelden. Hij is echter onzeker over zijn mogelijkheid zijn taak te vervullen. Hij heeft de loopgravenkoorts opgelopen in de oorlog, en hij had zijn studie in de oude talen verwaarloosd. De jonge Jack beziet de gebeurtenissen optimistischer, mogelijk omdat hij een oogje heeft op de kapitein van het schip, de jonge vrouw Aven (die heeft gediend op de Nautilus, onder kapitein Nemo). Zijn impulsieve ideeën hebben aanvankelijk veel succes, maar komt hoogmoed volgens de verhalen niet voor de val? Charles ten slotte is bij aanvang meer rationeel. Zijn twijfel aan zijn omstandigheden slaat uiteindelijk om in geloof en vertrouwen. Samen moeten de drie een manier vinden om de atlas uit de handen te houden van de Winter King en de verdeelde culturen van de droomarchipel weer met elkaar te verbinden.

Het verhaal is blijkens de omslag uitgegeven voor tieners, maar het is net als andere goede (kinder)verhalen geschikt voor alle mensen met een beetje verbeelding. Bovendien is de kans groter dat volwassenen de vele klassieke verhalen kennen (of ervan hebben gehoord) waaraan het boek refereert. De vele illustraties (gemaakt door de auteur zelf) bieden een duidelijke toegevoegde waarde. De schrijfstijl is vlot. Geen lange beschrijvingen, geen diepe overpeinzingen. Het verhaal op zichzelf is niet bijster origineel, zoals dat ook gold voor In the courts of the crimson kings. Net als dat laatste boek is het niet de rode draad van het plot waar de kracht van het verhaal ligt, maar de talrijke verwijzingen naar de diepere lagen van de literatuur, symbolen, personen en gebeurtenissen uit bekende en minder bekende verhalen en mythen, die samen een overtuigende realiteit vormen. Alles komt voorbij, van de Arthurlegendes tot Alice in Wonderland, van de Griekse mythen over Prometheus en Pandora tot de sprekende dieren uit De wind in de wilgen. Van Kapitein Haak tot oude, wijze draken. Zelfs kapitein Nemo en zijn Nautilus worden op zo'n manier in het verhaal opgenomen dat hij een logisch deel uitmaakt van de Archipelago of Dreams. En dan zijn er nog de intrigerend verwerkte vooruitwijzingen naar de verhalen die de drie hoofdpersonen uiteindelijk zelf zouden schrijven (ik ken maar van twee van hen de verhalen echt goed, helaas, maar daarvan zag ik veel hints terugkomen). Het was nooit een op een, en soms was het zo geschreven dat twee of drie van hen door dezelfde gebeurtenis aan het denken waren gezet (zoals wanneer hun schip over een verzonken land vaart). En een scene bij een gesloten elfendeur geeft een originele draai aan een situatie die bekend is uit een boek van de hoofdpersoon en de film die daarvan gemaakt is.
De karakters uit onze 'echte' wereld (maar wat is echt?) zijn behoorlijk overtuigend gebracht. Veel historische feiten kloppen (sommige helaas niet, blijkt, zoals de verklaring voor de naam Jack), genoeg om in ze te geloven als karakters. Wat ik een beetje miste was een verwijzing naar het christelijke geloof van de hoofdpersonen. Van een van de drie weet ik dat hij op het moment dat het verhaal speelt een atheist was, maar van een ander weet ik dat hij zijn hele leven een behoorlijk overtuigd katholiek is geweest. De drie werden later bekend als de hoofdfiguren in een groep christenschrijvers en -intellectuelen, en ik hoop dat deze kant van hun persoonlijkheden in vervolgdelen niet wordt vergeten. Deze zal ik namelijk zeker gaan lezen!

In mijn blog van drie jaar geleden gaf ik al aan waarom dit type verhalen mij zo aanspreekt: het idee dat ons leven deel uitmaakt van een groter verhaal, waarin wij (hoe gewoon we ook zijn) een rol spelen van betekenis. Daarover wijd ik hier niet verder uit. Dit was in elk geval een belangrijk aspect van het boek. Wat ik ook interessant vindt is het feit dat het om gebeurtenissen in onze wereld te veranderen noodzakelijk blijkt te zijn in te grijpen in de wereld van de Imaginarium Geographica. Onrust in de wereld van de verbeelding leidt tot onrust in de wereld van de menselijke relaties. Of anders gezegd: de verhalen die je leest, hoort en vertelt, vormen je karakter en het karakter van je wereld. Verhalen vormen de ondergrond van de cultuur, ze bepalen wat de mensen in de cultuur belangrijk vinden, wat ze goed en waardevol vinden en waar ze naar verlangen.
Als je veranderingen wilt aanbrengen door wetten op te leggen, oorlogen te voeren of op een andere manier het gedrag van mensen van buitenaf te veranderen, ben je gedoemd te falen. Je kunt een samenleving alleen veranderen als je ingrijpt op het niveau van de verhalen onder die samenleving. Dan verander je mensen van binnenuit. Als mensen een nieuw verhaal in hun hart sluiten, leidt dat ertoe dat ze keuzes gaan maken die overeenstemmen met dat verhaal, ten goede of ten kwade. Mensen als Hitler begrepen dat: ze vertelden hun volk een verhaal over lotsbestemming, tegenwerking door derden en gerechtvaardigde wraakoefeningen. Dat was genoeg om de hele wereld in het onheil te storten. Jezus aan de andere kant vertelde verhalen over het koninkrijk van God. Waar verstotenen thuis konden komen, waar zieken werden genezen, waar kinderen waardevol waren, en de zachtmoedigen de erfenis kregen. Dit verhaal was totaal anders dan de verhalen van onderdrukking en verzet van toen, en totaal anders dan de verhalen van evolutie, de strijd van de sterkste en het eigen kunnen van nu. Jezus' verhaal heeft ook in onze tijd de kracht om de harten van mensen te veranderen. Wij mogen de vertellers zijn van dat verhaal, dat niet maar fantasie is, maar door God werkelijkheid wordt gemaakt.

Er is geen verhaal, zei een van de hoofdrolspelers van dit verhaal ooit, "waarvan de mensen liever zouden willen dat het waar was, en geen dat zoveel sceptische mensen om zijn eigen verdiensten als waar hebben aanvaard… Legende en historie hebben elkaar ontmoet en zijn versmolten."
Dit boek geeft een suggestie van de kracht van deze unieke combinatie.

vrijdag 25 december 2009

Wees niet bang! (Collectief bloggen)


Wat voor soort god is de God van de bijbel eigenlijk (verschil in hoofd- en kleine letters bewust)? Dat is zinvol om te weten als je wilt besluiten of hebt besloten op Hem te vertrouwen.
Is Hij een god zoals de Griekse goden: wild, losbandig, beperkt en uiteindelijk niet werkelijk betrokken bij wat er op Aarde gebeurt? Is hij iemand als de kerstman, die moralistisch de goeie kindertjes beloont en de stoute kindertjes bestraft? Is hij een god als Allah, monolithisch, onbenaderbaar en onvoorspelbaar? Is hij een god zoals de oude Baals, die mensen- en kinderoffers eist van zijn onderdanen? Is hij een god zoals hij door christenen soms wordt afgeschilderd: een god die een afkeer heeft van de mensen die zondigen en wel gedwongen is ze te straffen in de hel? Is hij een tiran voor wie je bang moet zijn? Wat voor god is Hij?

Ik heb lang het idee gehad dat ik ten diepste bang moest zijn voor God. Hij was immers heilig, en ik was me ervan bewust dat ik (wat ik ook deed) tekortschoot aan die maatstaf. Ik kon hem nooit tevredenstellen. En hoewel ik geloofde dat Hij me niet zou straffen, omdat Jezus aan het kruis was gestorven, kon ik niet aanvaarden dat Hij mij vervolgens onvoorwaardelijk kon accepteren. Niet als ik niet keihard mijn best deed om mezelf te verbeteren. O ja, we leerden in de kerk dat God ons zag als 'door het bloed van Jezus'.  Daar 'schuilden' we achter (wat suggereert dat er iets angstaanjagends is waar je je voor moet verstoppen). Maar het was alleen wat hij van Jezus zag dat hij liefhad, en niet mijn eigen persoon, met mijn tekortkomingen, zwakheden en zonden. Als hij niet 'voor de gek werd gehouden' door Jezus, zou hij me alsnog met de bliksem treffen. Deze houding werd nog versterkt door boeken en boektitels die ik tegenkwam, zoals de befaamde titel van Jonathan Edwards: Sinners in the hands of an angry God. De tactiek van deze publicaties (zoals die ook bij ons in de kerk wel werd gebezigd) was de lezers en toehoorders bang te maken voor God. Ze moesten zo overtuigd zijn dat God klaar stond om ze in het eeuwige vuur te werpen, dat ze de strohalm van het evangelie zouden willen aangrijpen. Mensen kwamen tot bekering omdat ze niet naar de hel wilden, niet omdat ze geloofden dat God van hen hield. Ik heb iemand in onze kerk wel eens letterlijk horen zeggen: "In Johannes 3:16 staat 'al zo lief had God de wereld'. Dat is verleden tijd. Nu is dat niet meer zo."
Nu kan angst een krachtige motivator zijn. Angst voor straf maakt dat je binnen de lijntjes wilt blijven lopen. Je kunt immers niet vertrouwen dat gemeenteleden er uit eigen beweging voor zouden kiezen zich goed te gedragen. Dat is een te groot risico. De zweep erover dus. Een tactiek van tuchtmaatregelen en uitsluiting werd gehanteerd, omdat het was hoe God met ons omging.
Maar angst doet ons onze vrijheid verliezen. En daarmee ons leven en onze identiteit. We worden slaven. En uiteindelijk gaan we eraan onderdoor.

Het is opvallend hoe vaak in het kerstverhaal gezegd wordt: 'Wees niet bevreesd'. Tegen Maria, tegen Jozef, tegen de herders. De engelen, Gods boodschappers, stellen deze gewone, net als wij onvolmaakte mensen, gerust. De boodschap die ze kwamen brengen was: 'Vrede op Aarde. In mensen een welbehagen!'. Dat is iets anders dan 'mensen moeten bang zijn voor God'. God zei: 'Ik heb welbehagen in mensen.' Hij zegt een paar hoofdstukken later hetzelfde over Jezus: 'Dit is mijn zoon, in wie ik welbehagen heb.' Het voert volgens mij niet te ver om hieruit te concluderen dat God evenveel houdt van ons, mensen, zelfs met onze tekortkomingen, als van zijn enige Zoon, de tweede persoon van de drie-eenheid, God zelf. Hij is er helemaal niet op uit ons te straffen. Zijn hart gaat naar ons uit, we zijn Zijn troetelkinderen, en Hij wil niets liever dan dat wij bij Hem zijn. Onze zelfzucht, passiviteit en controle, onze opstandigheid tegen God staat dat in de weg. Maar God neemt zelf het initiatief om die barriere tussen Hem en ons eens en voor altijd uit de weg te ruimen. Terwijl wij Hem hadden afgewezen, onze relatie met Hem hadden verbroken, komt Hij ons opzoeken. Wij wilden ons niet met Hem identificeren. Hij identificeert zich met ons. Wij waren trots. Hij vernedert zich. Hij wordt Immanuel. God met ons. De Schepper van hemel en aarde komt tot ons.
En op welke manier verschijnt hij? In het geweld van onweer en bliksem, van vulkaanuitbarstingen, angstaanjagend natuurgeweld, als machtige strijder, een Zeus, een Thor? Nee, hij komt als een baby. Volkomen weerloos. Kwetsbaar. In geen enkel opzicht angstaanjagend. In de wereld is er niets zo teer, zo ongevaarlijk, als een pasgeboren kindje. Niemand (behalve mannen met bindingsangst) kan er bang voor zijn. Dat was de vorm waarin God zich wilde laten zijn. Zoals Chesterton schrijft in The Everlasting Man: "The hands that had made the sun and stars were too small to reach the huge heads of the cattle. Upon this paradox all the literature of our faith is founded."
Daarom is het kerstfeest zo belangrijk. Op deze dag laat God ons zien hoe Hij ons wil benaderen. Op deze dag laat God zien wat voor god hij is. Een van liefde en niet van angst.

Dit kan ons geloofsleven ingrijpend veranderen. Het stelt ons in staat om zelf van God, van andere mensen en van onszelf te gaan houden. Niet omdat we bang zijn voor straf, maar omdat we weten dat God ons liefheeft. Francois Fenelon schreef al in de zeventiende eeuw: "Not looking upon God as a spy watching to surprise you, or an enemy layin snares for you, but as a Father who loves you ... such you will find to be the path toward true liberty."

Ik hoop dat jullie deze gedachte meenemen op deze kerstdagen. Ik hoop er in elk geval mezelf aan te herinneren.
Op de blog van Paul Abspoel, Vrijspraak, vindt je de andere bijdrages over dit thema.

donderdag 24 december 2009

kerst, vroege intelligentie en mooie aquaria


Een kerstgroet op de blog Tetrapod Zoology, met een dinosaurus en fantasiemonsterthema. Tja, heeft weinig uitleg nodig, niet?

In The Rabbit Room (een collectief van christenschrijvers, -musici en -kunstenaars) stelt iemand dat de kracht van verhalen ligt in de beperkingen van de hoofdpersonen. Daarom was het belangrijk dat er kryptoniet werd geintroduceerd in de verhalen over de bijna almachtige Superman. In de reacties onder het bericht vraagt iemand of God beperkt is en zo niet, of Hij dan wel een interessant karakter is? De discussie die volgt is erg interessant en inspirerend.

In The Everlasting Man (ja, ik ben een fan) beweerde Chesterton, dat de mens zodra hij op het toneel verscheen al volledig mens werd. "Het gordijn ging op terwijl het toneelstuk al in volle gang was!" De menselijke crea- en religiositeit zijn niet het gevolg van een geleidelijke ontwikkeling, maar een unieke sprong. Zijn opmerking uit 1925 wordt bevestigd door vandaag gepubliceerd onderzoek, dat beweert dat 'modern gedrag' een half miljoen jaar eerder voorkwam dan men tot nu toe dacht. 750.000 jaar geleden beschikten mensen al over vuur en hadden ze verschillende plekken waar ze activiteiten uitvoerden als vlees snijden en noten kraken (en vuistbijlen maken). Bovendien blijkt dat ze toen al vis aten (en dus konden vangen). De eerste aanwijzingen van kunst (en dus van een artistiek besef) zijn (relatief) jonger, maar het is niet uit te sluiten dat er ook aanwijzingen worden gevonden van lichaamsversiering en kunstuitingen van deze oude mensen.

Filmtijdschrift Empire kijkt terug op een decennium aan films.

Een goede mop in de reacties op een nieuw bericht over hel en hemel:
A guy dies and goes to heaven. God greets him, asks him to have a look around while God excuses himself. While God is gone, the guy walks over to the edge of heaven, looks down and sees, way down below, a great banquet with people gathered around a huge table, and generally pigging out. 
Puzzled the guy heads back to the table just as God appears with a bowl of soup and a piece of bread. God invites the guy to sit and eat.
As the guy sits down he asks God about the banquet below.
God replies: "Oh, those are the people in hell."

The guy says: "Hell? Why are those people in hell enjoying such a feast when all You and I are having is a bowl of soup and a piece of bread."
God shrugs and says, "Ah, for two, why cook?"
De discussie gaat over de problemen die het idee van de hel oplevert voor christenen: is een oneindige straf in proportie met de zonde van eindige mensen? En hoe zit het met de veronderstelde vreugde van de hemel als geliefden in de hel zijn?

De foto's van de AGA Aquascaping Contest 2009 staan online! Zoals elk jaar zitten er weer prachtige aquaria tussen! Vooral bij de speciaalaquarium en de kleine aquaria. Kijk vooral op deze. Door The Lord of the Rings geinspireerd.

Tenslotte: robots, aliens en andere sciencefictionfiguren als sneeuwpoppen ...

Vier weken bloggen

Ja, dat is het waard om er even bij stil te staan. Bijna een hele maand alweer!

Ik heb (dit bericht incluis) 48 stukken op deze plek gepubliceerd, uiteenlopend van foto's van mooie luchten, tot besprekingen van boeken, tot serieuze beschouwingen tot links naar wetenschapsnieuws. Lekker breed dus. Het lijkt erop dat het enige samenbindende element van deze blog is dat ik degene ben die de onderwerpen uitkiest! Alles waar ik over schrijf, wat ik laat zien, of waar ik naar link, is iets dat mij boeit, mijn aandacht heeft, of mijn verbeelding prikkelt. Ik snap dat dit niet voor iedereen geldt (mijn liefde voor aquariumvissen, of interesse in dinosauriërs is niet universeel, weet ik ondertussen). Wat ik wel hoop is dat mijn stukjes je inspireren en misschien met andere ogen laten kijken naar je eigen interesses en verlangens.
Het zal ook niemand ontgaan zijn dat er een behoorlijk christelijk element zit in mijn berichten. Daarvoor excuseer ik me ook niet. Ik ben echter niet zo geestelijk als mijn stukjes overkomen, vermoed ik. Ik schrijf namelijk ook voor mezelf. Het schrijven over deze onderwerpen helpt me mijn gedachten te ordenen en mezelf aan de waarheid van Gods liefde te herinneren. Misschien helpt het jullie bij hetzelfde.

48 blogberichten in vier weken is erg veel. Ik kan niet beloven dat ik hetzelfde tempo blijf aanhouden. Als ik binnenkort weer serieus met mijn nieuwe schrijfproject bezig ga, zal ik op deze plaats minder kunnen plaatsen. Ik hoop op gemiddeld een bericht per dag te kunnen uitkomen.
Over het kerstweekeinde heen zal ik ook minder bloggen, maar omdat jullie waarschijnlijk ook bij vrienden of familie zijn is dat geen ramp. En ik heb waarschijnlijk genoeg geschreven waar je nog niet aan toe bent gekomen (zegt hij hoopvol).
Morgen is er nog het speciale bericht in het kader van het collectief bloggen (een een bericht met links). Dan wordt het twee dagen stil. Maar volgende week ben ik terug met onder andere een stuk over het boek Here There Be Dragons, een tweede reactie op Avatar, en een poging om iets te schrijven over hemel en hel en dat soort dingen.

Ik wens jullie alvast prettige kerstdagen!

Boekbespreking: In the courts of the crimson kings


Er is in ons tijdsgewricht een genre fantastische literatuur dat in geen enkele andere periode zou kunnen zijn ontstaan. Het zijn de boeken waarin de vraag wordt gesteld: 'Wat als alle andere boeken uit het genre nou eens waar zouden zijn?'. En dat vervolgens volledig serieus uitwerken. Nu wordt de fantastische literatuur natuurlijk per definitie gedefinieerd door de vraag 'Wat als?'. Maar die vraag wordt dus nu gesteld over het genre zelf. Bijzonder postmodern, en tegelijk eindeloos fascinerend.

Ik bespreek binnenkort een boek dat dit concept uitwerkt in een fantasysetting. In the courts of the crimson kings gaat uit van sciencefiction (net als zijn voorganger The sky people). Deze boeken spelen zich af in een alternatief universum waarin de sciencefictioncliche's uit de jaren '30 en '40 waarheid blijken te zijn. Toen astronoom Lowell in deze wereld kanalen zag op Mars, had hij gelijk. En onder de wolken van Venus schuilt geen dodelijke, hete zwavelatmosfeer, maar een overdadig oerwoud, compleet met dinosauriërs, sabeltandtijgers, neanderthalers, primitieve prinsessen, en mysterieuze artefacten. Mars is daarentegen koud en droog, de woonplaats van een duizenden jaren oude beschaving, met onbekende technologieën, ingewikkelde rituelen en dodelijke efficiëntie, die een gedoemde strijd voert tegen de oprukkende woestijn. Verder zijn er zwaardgevechten, ruines van steden, ridders op sprekende vogels en (gelukkig) zeppelins. Beide omgevingen zouden zo uit de verhalen van iemand als Edgar Rice Burroughs kunnen komen. En aan de eind van dit boek blijkt ook de rest van het melkwegstelsel met de oude SF klassiekers overeen te stemmen. Vol levensvatbare planeten en onbegrijpelijke structuren.
Onze kennis van naburige planeten en sterren heeft deze visie op het heelal verouderd gemaakt. We kunnen de oude verhalen niet meer serieus nemen. Zelfs de Mars- en Venusboeken van C.S. Lewis lijken eerder fantasy dan sciencefiction, omdat de werkelijkheid de fantasie heeft achterhaald. Het geweldige idee van schrijver S.M. Stirling is echter om het idee weer serieus te nemen en ook wetenschappelijk aanvaardbare redenen aan te dragen waarom Mars en Venus zo overeenkomen met de Pulp-varianten daarvan. Een van zijn manieren is om de geschiedenis van de Aarde gelijk te houden en serieus na te denken welke gevolgen het zou hebben als astronomen op Mars en Venus tekenen van leven zouden waarnemen. (Een versnelde ruimtewedloop onder andere). Daarnaast bevatten beide boeken uittreksels uit parallelle encyclopedieën, die precies uiteenzetten hoe de planeten functioneren en hoe factoren als evolutie en (bio)technologie de meest bizarre omstandigheden mogelijk maken. Zo is er zelfs een logische verklaring voor de sprekende vogels (en nog meer bizarre wezens, zoals organische verrekijkers, die zich verbinden met je hersenen, en geweren die gevoed moeten worden. Er is zelfs een gevecht met verwilderde motoren!). De hoofdpersonen zijn bovendien normale mensen, met specifieke interesses, waar je je mee kunt identificeren. Deze factoren maken dat je dit alternatieve universum dus wel serieus neemt. En dus weer wel kunt verlangen dat deze eindeloos fascinerende werelden werkelijkheid waren.

De beschrijvingen van deze werelden vormen ook de grootste kracht van de boeken. De verhalen zijn niet enorm diep (wat natuurlijk met de inspiratiebronnen overeenkomt). In In the courts of the crimson kings is het 2000 en gaat archeoloog Jeremy Wainman op expeditie naar een verloren stad. Als bodygoard huurt hij de martiaanse Teyud za-Zhalt. Het wordt al snel duidelijk dat hun landschip wordt gevolgd door piraten. En het komt tot een confrontatie nadat in de verloren stad een verloren gewaande schat wordt herontdekt. Het wordt duidelijk dat Teyud meer is dan ze lijkt. Ze is de dochter van de keizer van de machtigste staat op Mars. En er zijn meerdere partijen uit op haar dood. Jeremy is meer gaan voelen voor Teyud en dat lijkt wederzijds. En dat maakt ook hem een kostbaar speelstuk in de strijd om de troon ...

Het verhaal is voor wat het wil zijn behoorlijk bevredigend, maar het is geen ware klassieker. Het bevat geen diepere boodschap of beschouwing van ons menselijke wereldbeeld. Het wil je een spannend avontuur laten meebeleven. En dat doet het. Interessant genoeg is het in dit boek niet de stoere man die de weerloze vrouw van de schurken redt, maar andersom (in dat opzicht modern). De Martiaanse maatschappij is interessant (want heel anders dan de onze, maar wel geloofwaardig). Er wordt gesuggereerd dat de Martianen geen religie kennen of een equivalent daarvan. Dat lijkt me gezien de aard van de menselijke natuur en de bekende beschavingen op Aarde onwaarschijnlijk. Het ontbreken van religie maakt dat er minder grote conflicten zijn, maar het zou ook wel eens een reden kunnen zijn voor hun geringere exploratiedrang. Ze hebben maar weinig hoop. Wel interessant is de manier waarop de Martianen zich uitdrukken: met complexe volzinnen, vol moeilijke woorden! (Komt me bekend voor) En het is aardig om verwijzingen te vinden naar Star Trek, Indiana Jones en The Princess Bride (onder andere). Er komen zelfs marsmannetjes met ogen op steeltjes in voor!

Ik probeer altijd na te gaan of een boek een bepaald verlangen bij me opwekt. Dit boek wekt het verlangen op naar andere werelden dan de onze, naar het vreemde en mooie. Maar het schept ook het idee van mogelijkheden. Dat doen alle alternatieve geschiedenisverhalen en eigenlijk alle sciencefictionverhalen. Wat als? Wat als de wereld nu eens anders was dan hij nu was? Wat als dit niet de enige mogelijkheid was? Dat kan ons eraan herinneren dat deze wereld niet vanzelfsprekend is, maar heel bijzonder. Onze wereld is namelijk het gevolg van een keuze. De keuze van de Schepper. En is dus uniek. We leven in dit alternatief en niet in een van de miljoenen andere. G.K. Chesterton (ja, die weer), zegt ergens dat we ons weer erover moeten verbazen dat gras groen is en niet rood of blauw, en dat de lucht blauw is en niet paars of geel. En daarbij helpen de verhalen waarbij het gras inderdaad rood is en de lucht geel. Of waarin Mars en Venus overeenkomen met de planeten uit oude sciencefiction. Want ook zonder jungles en oude beschavingen zijn deze werelden uniek en bijzonder en waard om te bewonderen en te bestuderen. Ze zijn een onbetwist meesterwerk. En ik hoop ooit mee te maken dat er mensen lopen op het zand van het echte Mars (sprekende vogels of niet).

Voor de geïnteresseerden nog een andere bespreking van dit boek.

woensdag 23 december 2009

Verfilmde stripverhalen, giftige dinosauriërs en de andere kant van het tapijt


De meest fantastische Amerikaanse 'graphic novel' - omschreven als Walt Disney meets Lord of the Rings, met een flinke schep Australische droommythologie en stevige karakterontwikkeling erdoorheen - wordt verfilmd. Het gaat om het boek Bone van Jeff Smith, gepubliceerd in losse delen tussen 1991 en 2004, dat ondanks de lengte van 1300 pagina's (de enige keer dat ik meerdere avonden deed over een stripboek!) een samenhangend en uitermate spannend verhaal vormt. Het wordt een animatiefilm. Dat is volgens mij de beste manier voor de combinatie tussen realistische karakters en cartoonfiguren. Ik ben erg benieuwd!

Er komt bovendien een nieuwe film van Luc Besson, onder andere bekend van de overdadige sciencefictionfilm The Fifth Element en de Arthur en de Minimoys-animatiefilms. Voorjaar 2010 verschijnt in Frankrijk Adele Blanc Sec, gebaseerd op het gelijknamige stripverhaal (dat ik niet gelezen heb). Het gaat over een Franse journaliste en avonturier voor de tweede wereldoorlog, die (schijnbaar) bovennatuurlijke zaken oplost. Soort van Sherlock Holmes meets Indiana Jones meets Hellboy (volgens een filmsite), maar met een vrouw in de hoofdrol. Hier de teaser trailer. Er komt ook een pterodactiel in voor, wat mijn enthousiasme aanmerkelijk groter maakt!

Het is bekend dat grote zoogdieren die op eilanden leven vaak dwergvormen aannemen (zo zijn er van eilanden uit de middellandse zee fossielen bekend van dwergolifanten, dwergherten en dwergnijlpaarden). De bekende Floresmens (of 'hobbit') is er een mooi en intrigerend voorbeeld van. Maar nog veel interessanter is het feit dat hetzelfde lijkt te gelden voor dinosauriërs. Zo is er een eendensnaveldinosaurus gevonden die waarschijnlijk leefde op een Europees eiland, die inderdaad kleiner was dan verwanten, en enkele bijzondere aanpassingen vertoonde aan voorpoot en bek! Het idee dat dinosauriërs op eilanden ook nieuwe soorten vormden, suggereert dat er potentieel nog veel, veel meer soorten te ontdekken zijn.

Michael Crichton, de schrijver van Jurassic Park, blijkt over een voorspellende gave beschikt te hebben. In zijn boek komt namelijk een dinosaurus voor die gif blijkt te spuwen. En nu hebben wetenschappers inderdaad een dinosaurus ontdekt die (hoogst waarschijnlijk) giftig was! Het gaat om de Sinornithosaurus. In de schedel van deze kleine verwant van de Velociraptor (en van de Archaeopteryx en dus van moderne vogels) troffen de onderzoekers tekenen van klieren, door een kanaal verbonden met de tand, die gegroefd is op een wijze die overeenkomt met giftige slangen en hagedissen. Ze gaan nu na of er meer van deze kleine roofdinosaurussen zijn die gifklieren bezaten.

Een andere theologische bespreking van Avatar, uit de New York Times nog wel! De bespreking gaat vooral in op het contrast tussen de persoonlijke God die met kerst in de wereld komt, en de patheistische visie van Avatar, waarbij de mens het uiteindelijk moet hebben van de onpersoonlijke natuur. Deze laatste visie wint aan populariteit, maar brengt ze uiteindelijk werkelijke hoop? "Religion exists, in part, precisely because humans aren’t at home amid these cruel rhythms. We stand half inside the natural world and half outside it. We’re beasts with self-consciousness, predators with ethics, mortal creatures who yearn for immortality. This is an agonized position, and if there’s no escape upward — or no God to take on flesh and come among us, as the Christmas story has it — a deeply tragic one."

The Christian Monist vraagt zich af waarom we als christenen altijd ons best doen een gladde schijnwerkelijkheid op te houden. 'Alles okee, niets aan de hand, ik voel me geweldig.' Terwijl God, als Hij er is, de God van de Waarheid is. En zich dus bevindt aan de andere kant van het tapijt: waar de losse draden zichtbaar zijn, de kronkels, de fouten, de waarheid.

dinsdag 22 december 2009

De menselijke maat


Soms lijkt er een behoorlijke kloof te bestaan tussen religieuze mensen en  'echte mensen'. Nu gaat het me er even niet om dat mensen die geloven bepaalde dingen wel of niet doen omwille van hun geloof, of ze drinken of niet, of naar de kerk gaan of niet. De meest ascetische mensen kunnen nog steeds heel menselijk overkomen en zijn. Jezus zelf was ook voortdurend onder weg, zonder eigen woning en leefde zonder veel comfort. Het ligt niet aan de levensstijl als zodanig.
Desalniettemin zijn er volgens mij behoorlijk wat gelovigen die zich niet in hetzelfde leven lijken te bevinden als andere mensen. Ze leven in eenwereld van regels, van waarheden, van verplichtingen, van taken, van wonderen, van profetieën. Daar baseren ze hun waardeoordelen op, daar meten ze anderen aan af, daar ontlenen ze hun motivatie aan. Maar precies daardoor lijken ze niet in contact te staan met wat werkelijk menselijk is. Zolang ze geobsedeerd worden door de dogma's, de leerstellingen, de correctheid van wat ze geloven, lachen ze niet uitbundig om een goede mop. Nee, ze vertellen eerder waarom die grap eigenlijk niet grappig is. Ze slaan niet hun arm heen om iemand die verdriet heeft om te luisteren (maar vertellen in navolging van Jobs vrienden waarom die persoon niet vertdrietig moet zijn). Ze genieten niet met overgave van een goede maaltijd, of een mooie zonsopgang (want wat is het nut ervan?). Ze beschouwen kunst of creativiteit als iets voor erbij (maar hoe kan het ooit belangrijk zijn, behalve als evangelisatiemiddel?). Ze be- en veroordelen mensen die anders zijn dan zij (want wat ze geloven of wat ze doen, is belangrijker dan wie ze zijn als persoon). Ze weten precies hoe de uitverkiezingsleer in elkaar zit, (en kunnen ook uitleggen waarom zij bij de juiste groep horen en jij niet), maar net als de priester en de leviet in Jezus' gelijkenis van de barmhartige Samaritaan nemen ze niet een moment de tijd voor iemand die hulp nodig heeft. Ze weten je precies te vertellen waarom je bepaalde muziek wel of niet mooi mag vinden (met bijbelteksten en al), maar vragen je nooit waarom je die muziek eigenlijk mooi vindt.

Ik weet hoe dit soort personen leven, omdat ik er zelf een geweest ben.
Ik wist alles (of in elk geval heel veel, voldoende om behoorlijk zelfverzekerd te zijn op bijbelstudiebijeenkomsten. 'Wandelende concordantie' is al bijna twintig jaar mijn bijnaam).  Maar ik wist niet wat het betekende om mens te zijn. Om van mensen te houden. Om een relatie te hebben, met God en met mijn naasten.
Ik vermoed dat er meer christenen zijn die zo in het leven staan. Die geloof hechten aan een intellectuele leer over God en Christus. Die een schema hebben over wie er wel en niet naar de Hemel gaan. Die voorschriften hebben over wat je precies moet geloven  en welke woorden je precies moet bidden om door God geaccepteerd te worden. Die zelfs kunnen berekenen op welk moment Jezus' terugkomst moet plaatsvinden.
Ze lijken wat dat betreft, precies zoals ik dat deed, nogal op de Farizeeën uit Jezus tijd. Die gingen er ook prat op de wil van God, de wet, te kennen. En ook nog alle regels die de traditie erbij had bedacht. En ze leefden al die regels nog eens beter na dan wie ook. Ze knipten zelfs de tienden van de keukenkruiden om aan God te wijden. Ze zeefden de mug uit de wijn, om niet verontreinigd te worden. Maar, zegt Jezus in Mattheus 23: de kameel slikten ze door. Van echte gerechtigheid, liefde voor hun medemens, goedheid, hadden ze geen kaas gegeten. Het waren de Farizeeën die de vrouw die op overspel betrapt werd naar Jezus brachten, om te zien of hij zou voorstellen haar te stenigen. Ze veroordeelden Jezus omdat hij iemand van een verlamde arm genas op de sabbat. Ze weigerden de voorhof van de heidense Pilatus in te gaan omdat het Pasen was, maar brachten wel een onschuldige prediker op een gruwelijke wijze ter dood. Ze misten echte menselijkheid.

Veel van onze theoretische en dogmatische constructies zijn op het eerste gericht volledig kloppend. Er is geen speld tussen te krijgen. De argumentatie is angstwekkend correct. Net zoals veel regels van de Farizeeen te begrijpen waren en in die samenleving vaak nog nuttig ook! Maar deze intellectuele benadering is tegelijk levenloos. Er zit geen leven in. Sterker nog: ze vernietigt mensen onder de eisen van de leer. De regels drukken individuen neer, in plaats van ze op te tillen. En discussies over de juiste bewoordingen maken een einde aan de hechtste vriendschappen.
Deze christenen, net als de Farizeeen voor hen, en alle religieuzen uit alle religies (ook de atheisten), missen de waarde van de individuele mens. Het hele huis van hun filosofie is gebaseerd op bijbelteksten, dogma's, wetenschappelijke principes en aannames. Het is gebouwd op een onpersoonlijk fundament. En als ze een keer echt zouden praten met een mens die iets anders gelooft als zij, als ze echt zouden gaan houden van een straatkrantverkoper, de moslimbuurvrouw of de collega in de kamer naast hen, als ze die echt zouden zien als de mensen die ze zijn, zouden hun kille woorden en starre uitspraken in hun mond sterven. Want je kunt niet verkondigen wie er precies wordt gered en wie verloren gaat, als je in je vrienden waardevolle, liefhebbende personen ziet. Als je van ze houdt en je realiseert dat God ook van hen houdt. Je kunt niet aankomen met een sluitende theodicee, een verklaring van het lijden, als je naast het bed zit van iemand met kanker, of praat met iemand die in haar jeugd verkracht is. Je kunt niet droog theoretiseren over de zonde van homoseksualiteit, als je collega's hebt die een relatie hebben met iemand van hetzelfde geslacht. Je kunt niet een dode maatstaf van kennis gebruiken voor het meten van de menselijke maat.
G.K. Chesterton (ik zei toch dat ik het hem vaker zou aanhalen?) zegt: 'Philosophers all think that existence can be representend by a diagram instead of a drawing ... They cannot believe that religion is really not a pattern but a picture. Stil less can they believe that it is a picture of something that exists outside our minds.' Oftewel: deze mensen kaderen in stijve grenzen in, wat levend, organisch, dynamisch is. Ze maken een formule van een relatie.

Chesterton wijst erop dat Jezus nu juist niet kwam om een nieuwe filosofie te brengen, een nieuwe theorie over het leven, een nieuwe wet om alles te regelen en vorm te geven. Hij bracht geen religie. Hij kwam daarentegen in de eerste plaats om een menselijk leven te leiden. Dat is het fantastische van het christelijke verhaal: de incarnatie. God werd mens, volledig, helemaal. Jezus bracht schoonheid en heelheid en rechtvaardigheid. Hij vierde feest en hij treurde. Hij zocht naar relaties zowel met de religieuzen en leiders, als met de verschoppelingen, onreinen en zondaars. En hij had een doel, een missie.
De betekenis van Jezus' leven lag niet in de leer die hij bracht, dan zou hij hetzelfde zijn als alle andere mensen die een godsdienst stichten. Zijn betekenis lag in de gebeurtenissen, het drama, het verhaal van zijn leven zelf. Hij legde niet op een theoretische manier uit wat liefde was. Nee, zijn menselijke daden, zijn dood en opstanding, waren de uiting van zijn totale, opofferende liefde voor ieder mens afzonderlijk. Met die concrete actie,kijkt hij elk individu in de ogen, en nodigt hem of haar uit voor een persoonlijke, wederkerige relatie met hemzelf. Niet gebaseerd op intellectuele kennis over hem, niet op een theorie, maar op werkelijke, tastbare, levende liefde. Een liefde die het hart van zijn volgelingen in brand zet.
En als ze zijn liefde zijn gaan ervaren als werkelijkheid, nodigt Jezus zijn vrienden uit om deel uit te gaan maken van hetzelfde verhaal als Hij leefde. Om net als hij met overgave anderen lief te hebben, schoonheid te creëren en bereid te zijn hun leven over te geven. Hij nodigt hen uit werkelijk mens te zijn, blij te zijn met de blijen en te treuren met de verdrietigen. Om waarde te hechten aan die ontzettend waardevolle schepselen van God die alle individuen zijn. Om hen lief te hebben, van wie God met volle overgave houdt. En hij belooft hen dat ze uiteindelijk het herstel van alle dingen mee zullen maken, de glorie van de opstanding, het 'happy end' van Gods verhaal, waarvan Jezus' opstanding het voorstukje was, de 'trailer' van een weergaloze toekomst.

Kortom, anders dan de Farizeeën en hun huidige equivalenten denken, anders dan ik vroeger dacht, is het christelijk geloof niet een filosofie. Christen zijn is niet hetzelfde als geloven dat een bepaalde filosofie over de wereld waarheid is, een leerstelling aannemen, erover lezen en discussiëren en anderen overtuigen van een bepaalde esoterische metafysische theorie over het antwoord op het leven, het heelal en de rest. (42, voor ingewijden).
Christen zijn is deel uitmaken van een verhaal dat boven de schepping uitstijgt, een verhaal waar je een belangrijke rol in speelt, namelijk het liefhebben van God en je naaste. Het is een kwestie van keuzes maken, keuzes die grote consequenties hebben voor jou en anderen, keuzes die je leven bepalen. Het is iets levends, iets dramatisch. Het is uiteindelijk menselijk.

En dit dramatische geloof geeft tegelijkertijd het antwoord voor de filosofen die naar wijsheid zoeken, een uitdaging voor de intellectuelen en een aanknopingspunt voor de wijzen. Chesterton zegt het in een ander boek ongeveer zo: Rationele mensen die hun filosofie alleen op zichzelf baseren, worden uiteindelijk gek. Maar wie slechts een enkele mystieke zekerheid aanneemt in vertrouwen (zoals die wordt gegeven in de historische feiten van de geboorte, dood en opstanding van Jezus), ziet in de ratio de puzzelstukjes in elkaar vallen. Wie zich als wijze toestaat op dat punt een dichter te zijn, is een betere geleerde dan wie blijft vasthouden aan de pure ratio. Want de pure ratio, het denken op zichzelf, de kennis, doodt. De liefde bouwt op. De Geest maakt levend.

Toevoeging: dit bericht van blogger Jared Wilson maakt hetzelfde punt, maar dan een paar paragrafen korter.

Filmbespreking: Up


Hoewel ik vaak denk dat het glas half leeg is, ben ik op een bepaald punt een optimist (tegen beter weten in) en dat is de kwaliteit van het komende filmjaar. Tegen het eind van elk jaar loop ik te verkondigen dat het volgende jaar wel heel goed wordt. Mijn broers zeggen al: "Dat zeg je elk jaar!" Met een toon van: en het blijkt niet altijd zo te zijn. Want dat doet het niet. Films waar ik naar uitzie, blijken soms tegen te vallen. Het verhaal blijkt niet meeslepend, de actie niet overtuigend, de personen niet sympathiek en de beelden niet inspirerend. Er is een filmstudio waarvoor mijn optimisme gerechtvaardigd is. En dat is Pixar. De laatste jaren kijk ik elk jaar uit naar de nieuwste computeranimatie van deze creatievelingen, en steeds blijkt het een fantasievol, prachtig weergegeven, origineel verhaal, dat is gemaakt met respect voor het onderwerp en voor de kijkers. Geschikt voor kinderen, maar vooral voor volwassenen. Goed, ik ben geen ongelofelijke fan van Cars. Maar zelfs die film was te verteren, en zelfs waard om meerdere keren te kijken. A Bugs Life zou ik nog een keer moeten kijken om er een oordeel over te vormen. De rest (Toy Story (1 en 2), Monster Inc, Finding Nemo, The Incredibles, Ratatouille en Wall-E) behoort tot mijn favorieten.

De Pixarfilm van 2009 was Up. Opnieuw een film waar ik hoge verwachtingen van had. En opnieuw werd ik niet teleurgesteld, alhoewel deze film niet mijn favoriet is van de studio. (Dat werd bevestigd bij een tweede keer kijken gisteravond). Op de een of andere manier waren de karakters niet zo meeslepend als in de andere Pixarfilms. Ze waren meer types. Ze kwamen niet tot leven. Misschien omdat er al vrij snel in het verhaal de een na de andere bizarre situatie op hun pad komt. Ik herken wat Steven Greydanus over Up heeft geschreven: "The characters don’t quite come entirely into their own. They’re somewhat archetypal, rather than fully realized, specific individuals. On first viewing I find the overall effect to be poignant and charming rather than enthralling." Dat is het. En heel misschien vond ik het moeilijk me te vereenzelvigen met het conflict van de hoofdpersoon omdat ik vrijgezel ben. Zijn belangrijkste motivatie is namelijk het afscheid nemen van de vrouw met wie hij meer dan veertig jaar getrouwd was. Ik zou deze film een keer met mijn ouders moeten kijken. Misschien is Carls verhaallijn voor hen meer aangrijpend.
Gelukkig maakt het avontuurlijke plot goed waar voor mij de karakters bleven steken. Zodra de expeditie op haar bestemming arriveert wordt groot uitgepakt, compleet met exotische vogels, pratende honden, reusachtige zeppelins, fossielen van reuzenluiaards en andere prehistorische wezens, wilde achtervolgingen, luchtgevechten en nauwe ontsnappingen, gelardeerd (dat woord komt uit het Frans. Lard is een woord voor spek. Spekreepjes worden gebruikt om de buitenkant van een rollade of zo te versieren en daar doorheen geweven!) met flinke doseringen visuele humor en karakterhumor (de honden die kunnen praten zijn nog steeds gewoon honden. Met alles wat daarbij komt). De omgeving waar het verhaal zich afspeelt, komt levensecht over (de bedenkers en tekenaars hebben de locatie bezocht als echte avonturiers, blijkt uit een documentaire op de blu-ray). En het slot van de film is (ondanks wat ik zojuist zei over de karakters) mooi en aangrijpend. Het gaat dan niet om de afsluiting van Carls verhaal, maar dat van Russell.

Maar ik loop op de zaken vooruit! Ik moet het niet over het einde hebben, voor ik heb uitgelegd wat er in het begin gebeurt! En dat begin ligt werkelijk in het verleden, namelijk in de jaren dertig (de film lijkt op basis van een figuur in de aftiteling gebaseerd te zijn in de jaren zeventig) als het kleine jongetje Carl in de bioscoop kijkt naar een uitzending over zijn held, ontdekkingsreiziger Charles Muntz. Kort daarna ontmoet hij de gelijkgestemde, avontuurlijke Ellie. En van het een komt het ander. In een ontroerend weergegeven montage zien we hun leven, hun dromen, hun teleurstelling maar vooral hun liefde en toewijden voor en naar elkaar. Aan het eind daarvan blijft Carl alleen achter, met slechts het bejaardentehuis in het vooruitzicht. Maar hij legt zich niet bij de pakken neer. Hij gaat er met huis en al vandoor, op weg naar de plek waar Ellie en hij altijd van droomden, de bestemming van Muntz's laatste expeditie: Paradise Falls in Venezuela. Hij is echter nog niet ver gevorderd, of hij ontdekt een verstekeling. Woudloper Russell, die een 'help de ouderen'-insigne moet halen om tot senior woudloper te worden bevorderd, en hoopt dat zijn afwezige vader naar die ceremonie zal komen. Het contrast tussen de knorrige, op zich zelf gerichte oude man en de hyperactieve jongen vol zelfvertrouwen kan niet groter zijn. Maar ze zijn met elkaar opgescheept, als ze terechtkomen op de plaats van bestemming. Dat blijkt echter niet het paradijs te zijn waar Carl van had gedroomd. De wildernis blijkt niet zo mooi en goed als Russell had verwacht. En Charles Muntz is geen held zoals hij in de media werd weergegeven. Terwijl illusies in rook opgaan, ontdekken Carl en Russell wat er dan wel belangrijk is in het leven ...

Dat blijken relaties te zijn. Voor Carl, die tot stilstand kwam bij de dood van Ellie, is het volgende avontuur zijn relatie met Russell. En Russell, die met volle inzet zoekt naar vaderlijke bevestiging en erkenning, vindt een nobeler doel om naar te streven: anderen! En uiteindelijk vinden de twee elkaar.
Heel mooi.
De film heeft gelijk dat het aangaan van relaties met andere mensen, relaties van wederkerigheid en gelijkwaardigheid, van respect en vertrouwen, mooier, avontuurlijker en intiemer zijn dan wat er ook maar anders in de wereld te vinden is. Het is de ziel van het leven. Niet voor niets miste onze voorvader Adam iets, toen hij merkte dat het niet goed was om alleen te zijn. We zijn geschapen in het beeld van de drie-eenheid, dat wil zeggen: om in een wisselwerking te staan van vrijwillige overgave aan vrije personen, die zich ook vrijwillig overgeven.
Maar Adam had ook de opdracht over de Aarde en haar bewoners te heersen. Hij had ook een creatieve verantwoordelijkheid, een taak in de wereld om hem heen. Zelfs God werd niet geabsorbeerd door de relaties in de drie-eenheid, maar schiep de prachtige wereld die we om ons heen zien. Een heelal dat zo groot is dat we zelfs met de sterkste telescopen de grens ervan niet kunnen waarnemen. Hij schiep edelstenen, quasars, diepzeevissen, quantumsterren, bacterien, exoplaneten en uitgestorven dinosaurussen. En mensen die net zo creatief zijn als hij. En met net zo'n verlangen naar betekenis, naar avontuur.
Een karakter in de film raakt vermoeid van het avontuur en zegt zoiets als: "Het zijn de gewone dingen die je het meest bijblijven." Voor een deel is dat waar, wat we ons herinneren van anderen zijn vaak de kleine gebaren, de mooie gewoontes, de normale opmerkingen. Maar het wil niet zeggen dat we tevreden moeten zijn met de sleur, bepaald te worden door het leven van elke dag, steeds maar weer hetzelfde. Als je steeds maar weer hetzelfde doet, in een patroon komt te zitten, herinner je juist steeds minder. Ik kan soms niet zeggen wat ik de vorige week gedaan heb, omdat alle dagen op elkaar lijken. En tegelijk lijkt de tijd steeds sneller te gaan (is het nu alweer kerstmis?) juist omdat er zo weinig 'nieuws' gebeurt. De moment die ik me het meest herinner zijn de avontuurlijke, de creatieve (zitten schrijven in de koffiezaak, bijvoorbeeld. Het is niet altijd heel bijzonder), de diepe gesprekken, wandelingen, spreken in een kerk, een interview met een wetenschapper, een ontmoeting met een schrijver, een wandeling in het bos. Dat zijn momenten dat ik leef. Dat zijn momenten dat ik besef wie ik ben, dat ik een betekenis heb die bestaat uit meer dan naar mijn werk gaan, eten en internetten. Momenten van echte schoonheid, echt avontuur, en inderdaad: echte intimiteit. (En ze zijn alle drie in elkaar te vinden! Echte intimiteit heeft elementen van schoonheid en avontuur in zich, avontuur draait vaak om relaties en schoonheid, en schoonheid kan niet zonder een element van waarheid/passendheid/betekenis en iemand die waarneemt (dus een relatie).)
Relaties zijn wel belangrijk, maar ze zijn niet het enige belangrijke.
(Zo kort kan ik het dus ook zeggen!)
Het is ook waardevol en betekenisvol om je hartsverlangen te volgen, een tafelberg in Zuid-Amerika te verkennen, nieuwe diersoorten te ontmoeten en te redden van een meedogenloze avonturier, een betere baas te worden voor een 'gebeten hond' en terug te komen met een zeppelin!
Maar, dat is wel zo: als je geen relaties hebt, geen echte vriend/vriendin om het mee te delen, is die waarde en betekenis wel heel erg klein.
Ze kunnen niet zonder elkaar.