donderdag 26 februari 2015

Gedicht: Laat me

Laat me

Laat me nooit mijn oog verliezen
voor rimpels op het water van
het meer, brekend tegen rotsen.
Voor zand in een V van het duin.
Een vogel in de hemel, eenzaam.

Laat me niet murw worden voor 
het geluid van krakend gras 
onder mijn voeten. Het zonlicht
in penseelstreken als van goud
dansend boven de horizon.

Laat mijn aandacht helder blijven
voor de sporen in een bruin gelaat.
De smaak van thee. Kindergelach
dat klinkt van buiten. Vreugde
bij een boek dat mijn hart beroert.

Laat me open zijn. In elke 
omstandigheid vooral gericht op
concrete zaken. Laat me
zonder ophouden zoeken
naar de eigenheid van dingen.

Laat me nimmer vergeten wat
menszijn is. En laat me leven.

zondag 22 februari 2015

Filmbespreking: Big Hero 6

‘Als ik op de mannengroep vertel dat dit een van de beste films is die ik de laatste tijd heb gezien, kijken ze me niet begrijpend aan’, aldus mijn broer met wie ik afgelopen weekeinde in de bioscoop Big Hero 6 had gekeken. Voor mij was het de tweede keer en ik had erop gestaan dat mijn broer ook een keer zou gaan. ‘Je had gelijk dat je me meesleurde’, verklaarde hij. ‘Als ik me nog een keer somber voel, moet ik eigenlijk gewoon deze film gaan kijken!’ Een van de redenen waarom ik met hem naar de bioscoop wilde, was dat de film gaat over twee broers, met een relatie die wel een beetje lijkt in de verte op die tussen ons, en omdat het gaat over een hoogbegaafd iemand die geïnspireerd wordt om met zijn talenten aan de slag te gaan, en omdat de film een lofzang is op het nerd-zijn. Alle aspecten van het ‘geek’ zijn komen zo ongeveer aan bod! Niet alleen blijkt enthousiasme over wetenschap en techniek te helpen de wereld een betere plek te maken, het blijkt ook mensen bij elkaar te brengen om een gemeenschap te vormen. En een voorliefde voor fantastische verhalen blijkt te helpen bij het herkennen wat er aan de hand is in je leven. En dat alles verpakt in knap geanimeerde beelden, met humor, spanning en gave concepten. Het is een film waar kinderen om moeten lachen (de fysieke humor van onhandige robot Baymax), maar een waar volwassenen ontroerd door zullen raken (de zenuwen van de hoofdpersoon voor een presentatie, de rouw om een overleden familielid, hoe ver iemand gaat om zijn pijn te vergelden). Mocht je net als de mannen in de groep van mijn broer een vooroordeel hebben tegen het animatiegenre of tegen Disneyfilms, laat dat dan snel varen en kijk deze film. Als je ook maar een beetje nerdy of geeky bent, garandeer ik een goede avond. En blijf vooral zitten tot na de aftiteling!

Hiro Hamada is op zijn dertiende al klaar met de middelbare school. Maar in plaats van door te studeren - op de universiteit kunnen ze hem toch niets vertellen wat hij niet al weet - houdt hij zich bezig met robotgevechten. Zijn tante, bij wie hij woont samen met zijn oudere broer Tadashi, stelt dat niet bepaald op prijs. Tadashi is ook niet zo enthousiast over de carrièrekeuze van zijn broertje. Hij neemt hem daarom mee naar zijn ‘nerd-school’, de technische opleiding onder professor Callaghan, waar Hiro onder de indruk raakt van de verschillende projecten. En vooral van het werk van zijn broer: de robot Baymax, bedoeld voor eerste hulp bij ongelukken. Enthousiast probeert Hiro ook op deze school toegelaten te worden. Zijn demonstratie is een succes, maar direct daarna gebeurt er een ramp. Niet alleen wordt Hiro’s toelatingsproject vernietigd, ook komen zowel professor Callaghan als Tadashi om het leven. Rouwend sluit Hiro zich op zijn kamer op, zonder motivatie om met zijn opleiding te beginnen. De klap was te groot. De sombere dagen rijgen zich aaneen, tot hij op een dag per ongeluk de robot Baymax activeert. Die neemt het op zich Hiro weer vrolijker te maken. Bovendien ontdekt hij dat het project van Hiro niet totaal verdwenen is, een mysterieuze man in een masker heeft het zich toegeëigend voor mysterieuze doeleinden. Zou deze man ook achter de ramp zitten die zijn broer het leven kostte? Met de hulp van zijn robot en de vrienden van zijn broer gaat Hiro op onderzoek uit. Hij ontdekt al snel dat een symbool van een rode vogel centraal staat in het mysterie …

Een van de belangrijkste thema’s in deze film is het verlies van een geliefde en hoe je daar op goede en op verkeerde manieren mee kunt omgaan. In dit opzicht lijkt de film sterk op een andere gave SF-film van deze zomer: Guardians of the Galaxy. Zachtaardige robot Baymax heeft zelfs enkele overeenkomsten met vriendelijke boom Groot, tot aan zijn rol in de ontknoping toe. En net als in die film, blijkt ook hier een gemeenschap van verschillende mensen die hun eigen leven voor elkaar in de waagschaal stellen een grote hulp bij het omgaan met verlies van de hoofdpersoon. Er zit zelfs een omhelzing in. Omdat ik in mijn bespreking van Guardians of the Galaxy hier al uitgebreid op ben ingegaan, laat ik het onderwerp in dit blogbericht verder rusten.
Bovendien realiseerde ik dat er nog een ander belangrijk thema in deze film schuilt. Het hart van de film is namelijk niet grappige robot Baymax of opstandige Hiro, maar oudste broer Tadashi. Hij heeft het hart op de juiste plek. Hij redt Hiro als hij in gevaar is, zelfs als hij ervoor in de gevangenis moet zitten, inspireert Hiro om iets van zijn leven te maken, en helpt hem om aan de universiteit te worden toegelaten. En als professor Callaghan in het vuur dreigt om te komen, aarzelt hij niet, maar gaat hij het brandende gebouw in om de man te redden. En dat hijzelf daarbij gevaar loopt, houdt hem niet tegen. Iemand moet het doen. Als Tadashi inderdaad om het leven komt, valt Hiro vanzelfsprekend in een gat. Door de bemoediging van zijn broer stond hij op het punt iets van zijn leven te gaan maken, maar nu is die bron van positiviteit weggevallen. Hij leefde voor Tadashi. Welke motivatie is er nu nog voor Hiro om door te gaan? Waarom zou hij niet terug gaan in de wereld van het robotvechten? Hij laat de aanmelding voor de universiteit in de prullenmand vallen. Dan wordt robot Baymax geactiveerd. Die zegt tegen Hiro vol overtuiging: ‘Tadashi is hier.’ Hiro slaat een diepe zucht. Iedereen probeert hem op te beuren, door te zeggen dat Tadpashi niet echt verdwenen is, zolang mensen aan hem denken. Maar dat is een stoplap. Dood is dood. Tadashi komt niet terug en Hiro zal met dat gemis moeten leven. Maar Baymax blijft volhouden: ‘Tadashi is hier!’
Pas later ontdekt Hiro wat Baymax bedoelde (en dit is natuurlijk eigenlijk een ‘spoiler’): in zijn kerncomputer, op de plek van zijn hart, bevindt zich een programmakaart, waarop de naam van Tadashi staat. Baymax heeft het hart van Tadashi. Niet alleen omdat hij zo geprogrammeerd is. Dat wordt duidelijk als Baymax videobeelden laat zien, door hem gemaakt terwijl Hiro’s broer aan hem werkte. Keer op keer probeert Tadashi de robot op te starten, maar steeds gaat er iets mis. De jonge raakt echter niet gefrustreerd. ‘Ik geef het niet op’, zegt hij tegen de robot. ‘Ik hou vol’. En na 85 pogingen is het gelukt! De robot werkt! Tadashi omhelst hem. ‘Ik ben zo blij met je,’ zegt hij vol overtuiging. ‘Jij gaat zoveel mensen helpen!’
Bij het zien van die beelden raakt Hiro ontroerd. Hij had geprobeerd de programmering van de robot te omzeilen, het apparaat te programmeeren met haat, om wraak te nemen op de aanstichter van de brand. Maar nu realiseert hij zich dat Tadashi dat helemaal niet gewild zou hebben. Via de robot Baymax leert hij het karakter van zijn broer nog beter kennen. En hij besluit af te zien van zijn geplande wraakactie. Als hij uiteindelijk tegenover de slechterik van het verhaal komt te staan, gebruikt hij de woorden van Baymax: ‘Wij zijn niet geprogrammeerd om mensen schade toe te brengen’. Hij rekent de schurk in, maar neemt geen wraak. En hij wordt een superheld, samen met zijn vrienden, omdat zijn broer heel veel mensen wilde helpen. ‘En dat is wat wij gaan doen’.
Tadashi is dus inderdaad niet verdwenen. Zijn opoffering, zijn liefde, zijn hulpvaardigheid leven door, eerst in Baymax, maar daarna ook in Hiro. En via hen verspreiden ze zich weer naar anderen.

Wat ik besefte bij het kijken van de film, was hoe dit licht werpt op het evangelie. Jezus is er immers ook niet meer. Hij is gestorven, net als Tadashi. En hij is dan wel uit de dood opgestaan en naar de hemel gegaan, maar hij is niet meer onder ons. Al bijna tweeduizend jaar niet meer. Oh, misschien hebben we ervaringen het het luisteren naar Gods stem, en merken we zijn aanwezigheid soms in een kerkdienst. Of in het lezen van de bijbel. Maar de afstand blijft. Hij is niet meer hier. We zijn achtergebleven, zonder Hem. En als predikers, met de bijbel trouwens, zeggen dat Hij er nog steeds is, wat kunnen ze dan bedoelen? Gemeenplaatsen zijn er genoeg, en voor mij hebben ze nooit gewerkt. Ik kan me wel heel erg gaan proberen ervan te overtuigen dat ik zijn aanwezigheid voel, ik ben me altijd bewust dat ik mezelf aan het overtuigen ben. Dat kan het niet zijn.
Maar de bijbel belooft dat we niet als wezen zijn achtergelaten. En dat geloof ik. In een heel reëel wijze kunnen we Jezus nog steeds ontmoeten. Niet op een zweverige, bovennatuurlijke manier. Maar heel tastbaar, concreet. Namelijk in de onvoorwaardelijke, opofferende liefde van anderen. Baymax had de liefde van Tadashi geïnternaliseerd, en op het moment dat hij Hiro omhelsde, ervoer Hiro de liefde van zijn broer, door Baymax heen. Tadashi had de moed niet opgegeven Baymax aan de praat te krijgen. Net zo hardnekkig geeft Baymax de moed niet op om Hiro weer in beweging te krijgen. En zo gaat het ook met Jezus. Hij had mensen lief, zo dat hij zelfs bereid was te sterven in plaats van wraak op ze te nemen. Hij offerde zich op, ging tot het uiterste. En die liefde veranderde levens. Bracht mensen ertoe zelf ook anderen lief te hebben. Want dat was waar Jezus toe oproep. Heb god lief boven alles en je naaste als jezelf. Heb zelfs je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen. Wie liefheeft kent God, wie niet liefheeft, kent God niet. En door de liefde van deze mensen (en de liefde van iedereen die op gelijke wijze liefheeft, ook zonder in Jezus te geloven) wordt de liefde van Jezus zichtbaar. Niet theoretisch, niet zweverig, maar concreet. Tastbaar. Hij is hier. Waar twee of drie samen zijn in zijn naam, is hij in het midden. Zijn liefde wordt zichtbaar in de sacramenten, brood en wijn. Maar ook in onze liefde. Waar iemand een ander omhelst om hem of haar te troosten, daar is hij. Als iemand een ander een glas water geeft, daar is hij. Waar iemand vooroordelen overwint, of de tweede mijl voor iemand gaat. Daar is hij. En die concrete liefde verandert ons. Als christenen denken we vaak dat intellectuele kennis ons verandert, of overtuigingen. Maar dat is niet zo. Kennis maakt opgeblazen. De liefde sticht. God is liefde. Dus waar liefde is, is Hij.
De liefde van een ander voor ons, is wat ons er eindelijk toe kan brengen onszelf te accepteren, ongezonde patronen te doorbreken, en zelf ook anderen te gaan zien als waardevol. En ze te gaan liefhebben. En als we dat doen, wordt Jezus in ons zichtbaar voor anderen. Zoals de natuur van Tadashi aan het eind van de film zichtbaar is geworden in Hiro, en zijn vrienden (een mooi beeld van de kerk, als je dat erin wilt zien), zo wordt de natuur van Jezus in ons zichtbaar, daar waar wij gaan liefhebben. Als moslims een cordon vormen rond een synagoge, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. Waar een leraar een leerling uit een achterstandswijk helpt, waar een collega een arm om de schouders krijgt, of iemand moeite doet iets voor een ander uit te zoeken, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. En die liefde verandert anderen, op sacramentele wijze, en maakt dat het leven van Jezus verspreid wordt.
Ik vond het prachtig dat in deze film zo belichaamd te zien.

Natuurlijk wordt ook het tegenovergestelde zichtbaar in de film. Er is in deze film iemand die zijn dochter verloren heeft. Bij een verschrikkelijke ramp. En hij wil wraak nemen. Zou je dochter dat gewild hebben? vraagt iemand aan hem. Het kan hem niet schelen. Ze is er niet meer. Wat het laat zien, is dat zijn leven draait om hemzelf, en niet om anderen. Zelfs niet om zijn dochter. Want (en dit verklapt misschien een beetje van het einde van de film) in dit geval was zij niet werkelijk verdwenen. Niet zoals Tadashi. Hij had haar terug kunnen vinden. Maar door op zijn eigen verdriet te focussen, door wraak te eisen, door een ander naar beneden te willen halen, loopt hij de kans mis met haar verenigd te worden. Hij raakt haar kwijt door zijn ‘entitlement’. En dat is het tragische lot wat wij lopen door ons als christenen beter te vinden dan anderen, door de waarheid toe te eigenen, door anderen te oordelen in naam van ons geloof als ze anders zijn dan wij. We lopen op die manier Jezus mis. We gebruiken zijn naam wel, maar de natuur van Jezus zijn we kwijt. Dat moeten we niet laten gebeuren.

woensdag 18 februari 2015

Gedicht: Hazen

Hazen

Ik zag twee hazen
uit de trein vanochtend
op het gras. De lucht
was goudgekleurd
gespiegeld in de rijp
en de verstilde sloten.
Stijf stonden de bomen
adem ingehouden
wachtend. Maar ik raasde
door het land, zag niet
waar zij op hoopten,
opgesloten achter
het glas. Ik leef nu
in mijn herinnering.

dinsdag 17 februari 2015

Gedicht: Hardlopen

Hardlopen

Als bij een race, nadat
het startschot heeft geklonken,
het gravel spat, de euforie
de eerste meters rent -
honderd, misschien wel meer -
maar de finishlijn verschijnt
niet na de eerste bocht
en je spieren protesteren,
wat houdt je dan gaande?
Niet het makkelijke woord:
een snelle grap, clichés 
van mensen aan de kant,
beloften zonder waarde.
Die verdoven, zwakken af
het vuur dat in je brandt,
doen je voeten zwikken.
Je zoekt naar echte brandstof 
die je vergeten laat
de pijn. De dorst. Die groeit
hoe langer dat je loopt. 
Een diepgevoeld verlangen
te weten wat je kunt, te testen
wie je bent. Oprechte 
mensen voor en naast je.
De schitterende zon.
En vreugde. Die zul je behouden
zelfs als je nu verliest.

zaterdag 14 februari 2015

Filmbespreking: Jupiter Ascending

“Ik dacht dat ik niet zo van science fiction hield”, zei mijn broer met wie ik naar deze film ging. Hij was meer van de fantasy, zei hij. Maar hij kwam wel erg enthousiast de bioscoopzaal uit. En aangezien hij ook fan is van The Matrix, Minority Report, Inception, en Interstellar waagde ik het zijn overtuiging in twijfel te trekken. Wat hij bedoelde, was dat hij niet echt een fan was van de SF uit de jaren ’50, van Asimov, Clarke en Heinlein, die zonder opsmuk waren geschreven, en waar de beelden en omgevingen niet zo belangrijk waren, maar alleen het idee. Maar het genre heeft zich sinds die tijd door ontwikkeld. In het genre van de ‘Space Opera’ was het onderscheid tussen fantasy en SF altijd al minder duidelijk (Star Wars is geen ‘harde SF), maar er zijn tegenwoordig meer schrijvers die grote, epische verhalen schrijven, vol ideeën en concepten, gebaseerd op de huidige stand van zaken in de wetenschap en speculaties over ontwikkelingen in de toekomst. Verhalen waar allerlei exotische elementen gemanipuleerd kunnen worden en het onderscheid tussen mensen en computers steeds kleiner wordt. Maar tegelijk zijn tegelijk de SF-schrijvers gegroeid en zijn hun verhalen geen wetenschappelijke artikelen in vermomming meer, maar zijn ze ook krachtig als verhalen zelf, met warmbloedige karakters met wie de lezer zich kan identificeren en schoonheid die de verbeelding aanspreekt.
Schrijvers die in die categorie vallen zijn bijvoorbeeld John C. Wright, met name in zijn ‘The Golden Age’-trilogie. Hij schept een zonnestelsel in de toekomst, waar energietekorten voorbij zijn, en mensen meer in virtuele realiteit en ‘augmented reality’ leven dan daarbuiten, waarbij mensen met schepen in de zon kunnen afdalen, maar tegelijk Saturnus in een supercomputer is veranderd, en waarbij intelligenties uit een ander zonnestelsel als computervirussen komen binnendringen en het voortbestaan van de mensheid bedreigen. Bijna elke pagina bevat een nieuw idee, termen vliegen je om de oren, maar tegelijk is het een menselijk verhaal, over iemand die een deel van zijn geheugen kwijt is, en zich afvraagt of hij dan nog wel zichzelf is. Verder ben ik fan van Hannu Rajaniemi, die een zonnestelsel beschrijft dat nog onherkenbaarder is geworden: met kunstmatige intelligenties zo groot als planeten, beschavingen gebaseerd op game-communities, en volken die wonen in de Oort-wolk. Waar geheugens kunnen worden gewist en herschreven, en pico- en nanotechnologie aan de orde van de dag zijn. Waarin Mars kan ontploffen en een ring van Saturnus kan worden gestolen. En waarin een meesterdief wordt bevrijd uit een bizarre gevangenis voor een laatste opdracht, maar verliefd wordt op degene die hij moet verraden. Grote, rijke, verbeeldingsvolle SF. En dat geldt ook voor Peter F. Hamilton, wiens 'Void'-trilogie de hele melkweg omvat, waarin de menselijke beschaving zich over talloze stelsels heeft uitgebreid, maar mensen nog steeds mensen zijn. Als ze zich in een computerwerkelijkheid laten opnemen, als ze hun vaardigheden uitbreiden met implantaten, of als ze willen afreizen naar het centrum van de melkweg, waar andere natuurwetten gelden en ze hun wildste dromen kunnen laten uitkomen. Adembenemende SF, vol actie en emotie, maar ook vol wetenschappelijke ideeën en speculatie, onder andere hoe het werkt om een persoonlijkheid te zijn met meerdere lichamen. Erg goed was ook Blue Remembered Earth van Alastair Reynolds, waarin Afrika de economische wereldmacht is geworden, olifanten als intelligente wezens worden erkend, en mensen zich onder water tot zeemeerminnen en -mannen laten omvormen. Of 2312 van Kim Stanley Robinson. Deze boeken deden mijn verbeelding op volle toeren draaien.
In de bioscoop liep het SF-genre helaas nog een beetje achter, vooral beperkt tot verhalen die zich ‘een dag in de toekomst’ afspelen, waarbij maar een enkele uitvinding was gedaan die een verschil maakte met ons huidige leven. Verhelen die zich in de ruimte of ver in de toekomst afspelen waren zeldzaam, en verhalen die spelen met wetenschappelijke ideeën en concepten en ongekende mogelijkheden nog zeldzamer. De wereld van Star Wars is eigenlijk nog heel ouderwets. De laatste jaren lijkt er wat verandering in te komen, met de nieuwe Star Trek-films en Guardians of the Galaxy (maar die hield zich nog veel aan het superheldenidioom).
Jupiter Ascending is echter de eerste film die de verbeelding en speculatie van de huidige literaire SF goed weet te vertalen naar het witte doek. Een film die concepten, ideeën en ontwerpen toont in een wereld vol manipulatie van de ruimte, implantaten, virtuele realiteit en exotische materie. Een wereld met een raffinaderij onder de grote rode vlek van Jupiter, mensen die met DNA van dieren als wolven, uilen, muizen, olifanten en bijen zijn verrijkt, robots en cyborgs, ruimtestations met een vrij herkenbare bureaucratie en een verklaring voor zowel de legendes over vampiers en de bekende ‘grijze aliens’  als voor het uitsterven van de dinosaurussen. En anti-zwaartekrachtslaarzen. Allemaal gepresenteerd als de gewoonste zaak van de wereld. Mijn hart ging er sneller door kloppen.
Van de makers van The Matrix had ik natuurlijk niets anders verwacht. Deze film is niet zo goed als de eerste film waarmee ze bekend werden, ook omdat hij onze blik op de werkelijkheid niet op dezelfde manier in twijfel trekt. Ook zag ik geen vernieuwing van de filmkunst op het niveau van de ‘bullet time’-effecten die zo ooit adembenemend waren. Sommige actiescènes waren onoverzichtelijk, en de gevechten tijdens de ontknoping gingen voor mijn gevoel iets te lang door zonder conceptueel veel bij te dragen. Daar hadden de regisseurs nog iets groter mogen denken. De film is dus geen klassieker, maar verdient het wel om in de bioscoop te zien. En om over door te praten. Want hij gaat net als The Matrix, en Cloud Atlas (en V for Vendetta) over interessante thema’s, zoals de onderdrukking van mensen die zwakker zijn dan jij, de leugens die we onszelf vertellen om dat goed te praten, en welke weg je moet gaan om uit het systeem te ontsnappen. En dit keer gaat het nog duidelijker om de bevrijding van de invloed die het systeem heeft verkregen in ons eigen hart.

Hoofdpersoon Jupiter Jones maakt toiletten schoon in Chicago, tot een krijger die half mens, half wolf is, haar redt uit een hachelijke situatie en haar ‘majesteit’ noemt. Wat blijkt? Ze komt genetisch volledig overeen met een overleden koningin van een interstellaire beschaving, en volgens de rechten van die beschaving heeft een ‘recurrence’ (iets anders dan een reïncarnatie) dezelfde rechten als het origineel. Soldaat Cain Wise heeft opdracht gekregen haar mee te nemen om haar erfenis te claimen. Maar de twee zoons en de dochter van de overleden koningin, de familie Abrasax, hadden er op gerekend dat zij die wel zouden krijgen. De erfenis is namelijk een heel rijke planeet, die veel zou kunnen gaan opleveren: de Aarde. Natuurlijk zijn ze niet van plan die inkomstenbron zomaar te laten schieten. Huurlingen zitten achter Jupiter aan, net als de intergalactische politie, de Aegis. In een wereld die haar boven de pet gaat, vertrouwt Jupiter volledig op Cain. De vraag is echter of hij wel helemaal te vertrouwen is. Een van de broers Abrasax heeft hem namelijk beloofd te geven waar hij het meest van alles naar verlangt, als hij het meisje aan hem uitlevert …

Net als in The Matrix spelen de Wachowski’s in deze film met het contrast tussen twee werkelijkheden, waarvan de hoofdpersoon er aan het begin maar een kent. In de eerste film blijkt onze huidige wereld een illusie en is de echte wereld een post-apocalyptische woestenij, waar mensen leven op hovercrafts en saaie witte drab eten. Hier is de situatie omgedraaid. De echte wereld blijkt groter dan onze Aardse wereld, mooier, werkelijker. Maar er is ook een overeenkomst. In beide gevallen is het belangrijk dat de mensheid onwetend blijft. Want de mensheid dient een hoger doel. Niet als energieleverancier dit keer, maar als bron van een nog veel kostbaarder grondstof. En opnieuw geven de machthebbers daarbij niet om de intrinsieke waarde van het individu. Mensen zijn bronnen die bestaan om te worden omgezet in winst. Dat is kapitalisme: ‘Shit goes down, profit goes up’. Of, zoals het in Cloud Atlas werd gezegd: ‘The weak are meat, and the strong eat’.
De exploitatie speelt zich af op twee niveaus. Op het niveau van de hele planeet, die in de nabije toekomst zal worden geoogst, en op het niveau van Jupiter, die door haar neef een afspraak heeft laten maken bij een geboortekliniek voor het ‘oogsten’ van haar eicellen. De term geeft ook haar in de film een ongemakkelijk gevoel. Toch zet ze door. Ze weet immers niet anders. Haar familie denkt alleen maar in economische termen. Zo zijn er in haar familie van Russische immigranten mensen die liefde afdoen als ‘hormonen en machtsverhoudingen’, en het leven zien als strijd tussen concurrenten, waarbij de sterkste overwint. Er zijn er die denken dat het er in het leven om gaat te genieten. Zoals Jupiters neef, die heeft geregeld dat hij een deel van de winst van Jupiters eicellen krijgt, zodat hij een enorme TV kan kopen. Zijn eigen genot staat bovenaan, boven de waarde en integriteit van anderen. Als Jupiter protesteert, zegt hij dat heel veel mensen het laten doen en dat er heus wel netjes gewerkt wordt. En er zijn er die van Jupiter loyaliteit aan de familie verwachten. Zij wordt van eten en drinken voorzien, dus wordt ze geacht iets terug te doen. Samen vormen ze een front tegen de boze buitenwereld en daardoor kunnen ze langer overleven. Dat ze eigen dromen en wensen heeft, is niet zo belangrijk.
De broers en zus Abrasax laten als in een spiegel dezelfde levenshoudingen zien. Het duidelijkst is natuurlijk Balem Abrasax. Een nietsontziende industrieel, die tegen elke prijs zijn concurrerende marktpositie wil behouden. Hij had een les geleerd van zijn moeder, zegt hij: namelijk dat er in de samenleving sprake is van een piramide, waarin de ene mens wel degelijk waardevoller is dan de andere. En hij wil in die piramide aan de top komen te staan. Degene met de meeste bezittingen, is de machtigste. Die heeft zijn voortbestaan veilig gesteld. Laat de rest vervolgens maar zinken. Zelfs zijn eigen uiterlijk en gezondheid, laat staan zijn plezier, zijn minder belangrijk dan het op tijd binnenhalen van de oogst.
Titus heeft ook een deel van de erfenis gekregen, maar hij gebruikt die vooral om van te genieten. Zijn genot en plezier staan voor hem bovenaan. Als hij zich een orgie in gewichtsloosheid kan veroorloven met vrouwen die half vogel of half waterjuffer zijn, doet hij dat. Alles om hem heen straalt overdaad uit. De maaltijden, de gewaden, zijn ruimteschip zelf … Natuurlijk gaat hij in een rap tempo door zijn geld heen. Daarom is hij ook bereid te liegen en te doden om aan meer bezittingen te komen. Liegen is zijn tweede natuur. Het geeft het leven zelfs betekenis, vindt hij. Hij gelooft niet in waarheid, alleen in zijn eigen hedonistische plezier.
Veel sympathieker lijkt Kalique Abrasax. Zij heeft familie bovenaan staan in haar prioriteitenlijstje. Ze wil vriendschap sluiten met Jupiter. Want als ze een goede relatie heeft met de ‘terugkeer’ van haar moeder, zou ze daarvan kunnen profiteren. Samen staan ze immers sterker. Ze wil via Jupiters deel van de erfenis graag gebruik blijven maken van het product dat haar familie levert.
Dat er ethische bezwaren aan hun product kleven wuift ze weg. Er zijn wetten en regels voor, zegt ze. Comités die het oogstproces in de gaten houden. En misschien is het wel beter voor de wezens die het betreft, want ze leefden in erbarmelijke omstandigheden. Ze voelen bovendien geen pijn. Kalique is de kwaadste niet, maar ze moet wel haar best doen iets wat eigenlijk slecht is goed te praten.
Ik ben zelf volgens mij niet echt een machtswellusteling, en ben er niet op uit om directeur of politicus te worden. Naar mijn mening ben ik ook geen enorme hedonist, en hecht ik niet heel veel waarde aan mijn kleren, een auto voor de deur of een vrijstaand huis (al koop ik graag boeken). Ik ben zelfs niet iemand die relaties met mensen aangaat, zodat ze me kunnen helpen of beschermen. Maar ik herken wel dat ik vaak de makkelijke keuzes maak, door dingen goed te praten die eigenlijk niet goed te praten zijn. Ik koop goedkope kleding, ook als ik weet dat die in India door kinderen gemaakt wordt. Ik eet vlees uit de bioindustrie, en maak vliegreizen, ook als ik weet dat de CO2-uitstoot aanzienlijk is. Maar ja, anders wordt het wel heel moeilijk hé? En dat terwijl ik echt wel op de hoogte ben van en bewogen ben met de situatie in de wereld op milieu- en humanitair gebied. De klauwen van het economische systeem waarin ik leef, hebben zich ook in mijn gehaakt en mij medeplichtig gemaakt. Dat besef stemt me  niet bepaald vrolijk.
Het is geen wonder dat Jupiter aan het begin van de film bij het wakker worden mompelt: ‘Ik haat mijn leven’. Ik herken het helemaal: ik zie het onrecht, lees over het uitsterven van diersoorten, hoor de verhalen van pijn van anderen waar ik niks aan kan doen. En ondertussen moet ik op kantoor ploeteren om mijn hypotheek maar te betalen, en doen wat ik niet leuk vind (sporten, dieten) om maar een paar jaar langer te kunnen leven. Ik hoor bij het systeem. Maar als dat ‘leven is’ …

Aan het eind van de film maakt Jupiter nog steeds toiletten schoon, maar ze haat haar leven niet meer. In tegendeel. Wat voor die verandering heeft gezorgd was een gebeurtenis tegen het einde van de film (waar ik nu wel iets over ga schrijven). Een de andere erfgenamen wil namelijk dat ze afstand doet van de Aarde. In ruil daarvoor zullen zij en haar familie gespaard worden. Ze krijgt zelfs de belofte dat zij en haar familie de ‘oogst’ tijdens hun leven niet meer hoeven meemaken. Het grimmige lot van de mensheid hoeft haar dus niet zelf te raken, want dat zal pas na haar dood ten uitvoer worden gebracht. En de bedreiging van haar familie is op dit moment veel acuter.
Op dat moment realiseert Jupiter zich echter dat de Aarde en de mensen die daarop wonen, waardevol zijn in zichzelf. Ze zijn niet alleen maar economische bronnen die ge-exploiteerd moeten worden. Ze dienen niet alleen maar om haar te laten genieten. En ze zijn ook niet alleen belangrijk als familie, om haar te beschermen. Ze hebben een intrinsieke waarde. Een waarde die niet in geld valt uit te drukken, die niet kan worden gekocht of verkocht. En zij heeft, als koningin, de verantwoordelijkheid die te beschermen. Zelfs als het haar of haar familie het leven zou kosten. Ze is bereid zichzelf, en zelfs de mensen die het belangrijkst voor haar zijn, op te offeren om de Aarde te redden. Ze wil dat de aarde en de mensheid zichzelf kunnen blijven, zich kunnen blijven ontwikkelen, tot bloei kunnen komen. Wat het ook kost.
En die zelfopofferende liefde, voor datgene dat buiten jezelf ligt, is wat het leven betekenisvol maakt. Het is wat haar vader kenmerkte, die door zijn telescoop naar de hemel keek, zelfs terwijl hij bijna doodvroor, en daar ‘allemaal wonderen’ zag. Het is wat haar nu in staat stelt om de vloer te schrobben en koffie te maken voor haar ruziënde tantes. Ze ziet de wereld en het leven als waardevol.
Maar ondertussen is ze ook nog steeds de koningin van de Aarde. Ze draagt het teken van haar heerschappij op haar pols. Ze is gezegeld. Zoals volgens de bijbel ook de volgelingen van Jezus het zegel van de Heilige Geest met zich meedragen. Het teken dat de gelovigen horen bij de Koning en uiteindelijk hun erfdeel zullen ontvangen. Ook als ze nu de toiletten boenen. We zijn koningen en priesters, zegt een andere Bijbeltekst. We zullen met Christus over de Aarde regeren en zelfs over engelen oordelen.
Maar niet om zelf macht te vergaren, niet om van het genot onze afgod te maken en niet om een kleine kring van vrienden of familie te beschermen. We zullen rentmeesters zijn. We zullen regeren zoals Jezus dat doet: met opofferende liefde, om dat wat echt en eigen is aan de wereld verder te ontwikkelen en tot bloei te laten komen. Dat is totaal het omgekeerde van exploitatie. En dat is waarom wij ook nooit meer hoeven zeggen: ‘Ik haat mijn leven’. Dit koninkrijksleven is echt de moeite waard.

donderdag 5 februari 2015

Gedicht: Het mooiste geluid

Het mooiste geluid

Het mooiste geluid
vind ik knerpende sneeuw 
onder mijn schoenen
in de morgen. Pastel
kleurt de hemel
boven de daken.
Adem wit, neus koud,
maar de wind blijft verstopt
achter zwarte bomen.

De straat is niet zichzelf:
hoewel vertrouwd toch
wonderlijk vernieuwd.
En deze heil'ge grond
betreed ik. Kijk niet 
hoe ik ben gekomen
-onuitwisbaar spoor-
maar volg mijn verlangen
met elke stap vooruit.

maandag 2 februari 2015

Gedicht: Niet meer verdwaald

Niet meer verdwaald

Ik kwam in het moeras
mijn eigen sporen tegen:
voetafdrukken vol met water,
afgebroken takken, gras
geknakt onder mijn laarzen.
Al die tijd keek ik alleen
omlaag. Zag slechts modder
stil en donker, nevel
tussen de dode ranken.
Hoorde geen vogels zingen,
zelfs geen wind. Ik was geleid
door schimmige beloften
die doofden voor ik kwam.
Niet eens wat ik wilde.
Er was geen uitweg meer
voor mij. Ik zou voortaan
dezelfde cirkels lopen.
Maar toen keek ik vooruit.
Ik zag wat ik verlangde
in de verte. Zag de weg
doorheen het struikgewas,
voorbij diep water, over
hoge hekken. En ik
betwijfelde niet langer
wat ik kon. Had ook niets
te verliezen. Dus ik verliet
al de bekende paden,
vertrouwde op mijn hoop,
bereikte sneller dan ik 
verwachtte vaste grond.