dinsdag 27 januari 2015

Gedicht: De poortwachter is dood

De poortwachter is dood

De poortwachter is dood.
Die grote man, hij is verdwenen
Voor altijd. Ik hoef niet meer
te stoppen bij het ingaan
of het uitgaan van de stad
om hem te laten kijken
naar wat ik denk of voel,
of het voldoet. Of mijn liefde
zuiver is. Ik loop zomaar door
mijn armen volgeladen
met bloemen of met prenten
die ik verkoop. Ik kan zelf
wel zien wat mooi is, inspireert.
Ik onderscheid wat lelijk is
met mijn eigen ogen, vertrouw
het vuur dat in mij brandt geheel.
Soms ben ik nog wel bang,
zie ik zijn hut. Er staan wapens
in het rek, maar herinneringen
hebben over mij geen macht. 
Ik ben vrij man en dus recht ik
mijn rug. Ik ga op weg naar huis.

woensdag 21 januari 2015

Gedicht: schaapskooi

Schaapskooi

De muren werden opgebouwd,
steen voor steen, om de schapen
te beschermen, zo geneigd te dwalen,
zich te prikken aan de distels,
te vallen of vergif te eten.
Het was voor hun goed, ze hoefden
als ze bleven waar ze waren
niet meer voor zichzelf te denken.

De muren groeiden en de ramen
gingen dicht. De zon was genoeg
om bij te zien: de bruine grond,
het platgetreden stro van dagen,
de grijze wol van iedereen 
gelijk geschoren. En de plicht
gold ook voor elk, van nu
tot in de eeuwigheid een slaaf.

De muren stopten niet de wind.
Die bracht geuren mee van buiten:
vers gras, met klaver, en de weiden
golvend tot de horizon. Kleuren
Te veel om te benoemen. Schaduw
om in te rusten van het werk.
Te gevaarlijk was het verlangen
en dus werd ook het dak gesloten.

zaterdag 17 januari 2015

Gedicht: Voorlente

Voorlente

Ja, de lucht is blauw.
Na lange dagen regen
en wind verschijnt de zon
kleurt gras weer groen en schept
onder bruggen glanspatronen.
Maakt kale takken mooi.
Ik zie het ook en warm
verstijfde ledematen.

Maar het wist niet uit
de woorden over het klimaat,
uitgestorven soorten
nieuwe ziekten, diepzeevuil.
Ze staren zwart op wit
me aan. Beschuldigend.
Het is niet ongedaan
te maken, dit verlies.

Er bloeien inderdaad al
bloemen. Speenkruid, krokus
laten mij niet onberoerd.
Ik kan heus genieten
van wat is. Maar wat was
komt niet terug. Verdriet
is ook reëel. De winter
is nog niet voorbij.

vrijdag 16 januari 2015

Filmbespreking: Journey to Agartha

Een van de meest choquerende berichten van vorig jaar was dat Hayao Miyazaki aankondigde te stoppen met het maken van animatiefilms. Hij zou zich alleen nog bezighouden met het tekenen van stripverhalen (later kwam bericht dat hij toch films zou blijven maken, maar dan korte). Miyazaki is een van de bekendste regisseurs van Anime - zoals animatiefilms in Japan heten. Hij heeft ook al lang de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Het was dus te verwachten dat hij eens zijn laatste film zou maken. Hij heeft niet het eeuwige leven. Maar wie zou anders dan Miyazaki films maken vol prachtige beelden van de natuur, gevuld van verlangen naar andere werelden, naar schoonheid, waarheid en intimiteit? Met sympathieke hoofdpersonen en tegelijk onvoorspelbaar bizar? Met verwijzingen naar mythologie, maar tegelijk observaties van het normale leven? De films van Miyazaki zijn voor mij enorme inspiratiebronnen. Gelukkig zijn er andere animeregisseurs, die de fakkel zouden kunnen overnemen. De belangrijkste is volgens mij Makato Shinkai, die met Journey to Agartha een film heeft gemaakt die bijna kan doorgaan voor een Miyazakiklassieker. Het niveau van de meester behaalt hij helaas net niet. Waar de hoofdpersonen van Miyazaki altijd natuurlijk overkomen, lijken ze hier soms geaffecteerd. De actiescenes hebben ook meer weg van wat je van andere anime zou verwachten. En aan het slot had ik iets meer resolutie van het plot verwacht. De kijker krijgt iets minder antwoorden dan gehoopt. Maar andere aspecten zijn dan weer prima in orde. De hoofdpersoon, een studieus meisje dat nogal van eten houdt, nodigt ons direct uit met haar mee te leven. En haar relatie met leraar Morisaki, die een surrogaatvader voor haar wordt, maar zonder te zoet te worden, is mooi in beeld gebracht. De observaties van de natuur zijn levensecht (zoals de beweging van een libel, of zwaluwen die water drinken), met hier meer zonsondergangen dan wolkenluchten zoals in Miyazaki. De legendarische wezens zijn fantasievol en indrukwekkend. Mijn fantasie werd erdoor geprikkeld. En anders dan Miyazaki aarzelt Shinkai niet om onze moderne wereld en de wereld van de verbeelding direct met elkaar in contact te laten komen. Dus zijn er goden en helikopters, schaduwwezens en machinegeweren. Het werkt allemaal wel. Het is een film die ik makkelijk meerdere keren zal kunnen kijken en er steeds andere associaties uit kan halen. Ik denk dat de meeste lezers van mijn blog hem nog niet gezien hebben, maar ik kan niet alleen recensies te schrijven van films die iedereen al heeft gezien. Misschien dat dit artikel sommigen van jullie over de streep trekt. Ikzelf vond in elk geval genoeg om over te schrijven, vooral omdat dit een van de weinige films is die het thema van het diepe menselijke verlangen naar een wereld die mooier en beter is dan de onze centraal heeft staan. En die dat verlangen tegelijkertijd krachtig opwekt, althans bij mij.

Dit verlangen wordt ook wel ‘Sehnsucht’ genoemd. C.S. Lewis schrijft er veel over: “The experience is one of intense longing. It is distinguished from other longings by two things. In the first place, though the sense of want is acute and even painful, yet the mere wanting is felt to be somehow a delight. Other desires are felt as pleasures only if satisfaction is expected in the near future: hunger is pleasant only while we know (or believe) that we are soon going to eat. But this desire, even when there is no hope of possible satisfaction, continues to be prized, and even to be preferred to anything else in the world, by those who have once felt it. This hunger is better than any other fullness; this poverty better than all other wealth.” Ik heb er op mijn blog ook al eens over geschreven.
Ik ervaar dit verlangen dat de ziel doorspietst niet vaak, maar het overvalt me: als ik uit de trein naar buiten kijk, naar de dunne nevel die goudkleurig oplicht. Als ik mos zie op een muurtje, vol glimmende dauwdruppels, als ik de films van de Lord of the Rings-trilogie kijk en het gezelschap bereikt Rivendell. Anderen zullen deze ervaring hebben bij het luisteren van bepaalde muziek, of het zien van een bepaalde auto. En zich dan beseffen dat ze eigenlijk niet verlangen die muziek zelf nog een keer te horen, of die auto te zien, maar dat ze verlangen naar iets dat daar voorbij ligt, iets waar de muziek of de auto slechts naar verwees, waar het een zwakke afspiegeling van was. Het gevoel is dat de werkelijke vervulling van dit verlangen niet van een materieel voorwerp kan komen, of een weersverschijnsel, maar dat het alleen kan worden vervuld door een werkelijkheid die de hele ziel omgeeft. Een werkelijkheid die volmaakt goed is. Want dat suggereert het verlangen: dat we thuishoren in een werkelijk mooie, liefdevolle, goede wereld. Het voelt zo acuut dat we ons eigenlijk voor het verlangen schamen. We willen niet de dorpsgek worden, die niet in deze wereld kan thuishoren. We moeten immers aangepast blijven, blijven functioneren. Dus bagatelliseren we deze sehnsucht. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Daarbij geloven we als christenen soms ook niet in een God die werkelijk het goede met ons voor ogen heeft, die ons tot bloei wil zien komen, die ons wil zien genieten. We hebben een Calvinistische instelling. Onze God wil dat we hard werken, dat we presteren, dat we ons best doen niet te zondigen. Die wil dat we evenwichtig zijn, of alleen met Hem en zijn Woord bezig zijn. Het verlangen zou ons er alleen maar vanaf brengen. Dus begraven we het (zoals de inwoners van Agartha dat doen, maar daarover verderop meer). Ik geloof echter dat dit verlangen, dat zo diep in ons geworteld is, ons niet van God vandaan voert, maar ons juist naar Hem toe kan doen bewegen. Dat als we durven het te voelen, we een reis kunnen beginnen die eindigt bij de enige die het kan vervullen. Zo gebeurde het bij C.S. Lewis, die deze ‘Joy’ volgde en uitkwam bij een geloof in Christus. Maar daar eindigt het niet. Ook als we christen zijn gaat het volgen van dit verlangen gewoon door. ‘Higher up and farther in’, zoals de karakters in ‘The Last Battle’, het laatste boek van de Narniaserie. Als we dat niet doen, als we vast komen te zitten, als we onze eigen bastions uitgraven en gaan proberen mensen die niet hetzelfde doen of geloven als wij te bestrijden, zijn we misschien wel verder van huis. Daarom roep ik opnieuw op om dit verlangen, Sehnsucht of ‘Joy’ serieus te nemen. Er met anderen over te praten, je hart te durven delen, ‘het ontroostbare geheim in ieder van ons’ te openbaren. Er over te schrijven. Kunst te maken. Tekeningen, films. En het te volgen naar een betere wereld.

Zo begint ook Journey to Agartha: het meisje Asano heeft van haar vader ooit een vreemd kristal gekregen, dat ze kan gebruiken om radiosignalen op te vangen. Op een dag hoort ze bijzondere muziek, vreemde tonen. En ze weet een ding zeker: dat ze die nog een keer wil horen. Ze vullen iets in haar, een leegte. Ze is bereid ver te gaan om het gat in haar ziel te vullen. Dat dit verlangen het thema is, blijkt ook uit de oorspronkelijke titel van de film: ‘Children who chase lost voices from down below’. Op deze reis komt ze in contact met meneer Morisaki, die op haar school invalleerkracht is, maar eigenlijk een belangrijke agent is van de organisatie ‘Archangel’. Deze groepering gelooft dat de Aarde hol is, en dat in dit onderaardse land  Agartha onmetelijke rijkdommen te vinden zijn. Meneer Morisaki heeft echter een ander doel: volgens hem is dit land het dodenrijk, zoals beschreven in de legende van Orpheus en Eurydice. En zoals Orpheus zijn vrouw bijna terugkreeg toen hij in het dodenrijk afdaalde, zo wil Morisaki afdalen in Agatha, om zijn eigen, tien jaar geleden overleden, vrouw terug te vinden. Hij kon namelijk geen afscheid van haar nemen. Asano reist samen met hem naar het ondergrondse land. Zij is ook iemand verloren, maar dat is niet haar voornaamste reden om de poort door te gaan. En omdat hun beweegredenen verschillen, zullen ze allebei ook iets anders vinden in Agartha.
Bij het kijken van de film interpreteerde ik het ondergrondse land Agartha als het rijk van God (zo wordt het ook eens letterlijk genoemd), het Koninkrijk. Mensen moeten het zelfs binnenkomen ‘door water heen’ (symboliek van de doop). Maar er is een groot verschil in motivatie. Meneer Morisaki deed me denken aan mensen die in een welvaartsevangelie geloven. Hij is op zoek naar God om iets voor zichzelf te verkrijgen. Want hij zegt wel dat hij zijn vrouw liefheeft, zijn liefde is heel zelfzuchtig. Hij wil vooral niet de pijn lijden van het verlies. Hij wil haar voor zichzelf. Hij is zelfs bereid de levens van anderen daarvoor op te offeren. Net zo zijn er mensen die in God geloven uit zelfzuchtige motieven. Omdat ze zekerheid ontlenen aan hun geloof, of omdat ze denken dat God hen tegen rampspoed zal beschermen, of ze zal zegenen. Dit soort gelovigen is vaak ook bereid over andere, zwakkere mensen heen te walsen, hen van alles op te leggen en mensen die lijden ervan te beschuldigen een ‘zwak geloof’ te hebben. Het is niet de motivatie die God verlangt. God is een beloner van wie Hem ernstig zoeken, zegt de bijbel. Wie naar God komt, gemotiveerd door een verlangen naar goedheid, naar waarheid, naar Liefde, naar schoonheid, kortom: naar iets dat zich buiten hem- of haarzelf bevindt, zal Hem ontmoeten. Hij zal zich openbaren. Door anderen heen, in de natuur, of rechtstreeks (dit wordt in de film gesuggereerd in de ‘vloeibare’ identiteit van een van de bewoners van Agartha: Shin, die heel erg lijkt op Shun (iemand die Asano al eerder heeft ontmoet), en tegelijk lijkt op de boodschapper van de Goden (in een droomfragment). Wie op deze manier God ontmoet, en zich van hem bewust wordt, ziet Hem vervolgens terug in de mijlpalen die hij of zij onderweg passeerde, de personen die hem of haar werkelijke liefde deden ervaren, de schoonheid die het diepe verlangen in zijn of haar hart opwekte. Zo blijkt Asano’s trouwste metgezel, haar kat, oorspronkelijk afkomstig uit Agartha. Maar nu ze de werkelijkheid heeft gevonden, heeft ze hem niet meer nodig als begeleider en neemt hij afscheid van haar. Asano lijkt zwakker, kwetsbaarder, en emotioneler dan meneer Morisaki, maar uiteindelijk is zij het die hem moet begeleiden als zijn dromen in duigen zijn gevallen en zijn zelfzuchtige verlangens tot zijn ondergang dreigden te leiden. Wat hij werkelijk zocht -relaties, een oplossing voor zijn eenzaamheid- bevond zich voor zijn ogen, zonder dat hij het kon zien. Dat besef komt met een vreselijke prijs. Ook daar zit volgens mij waarheid in.

Wie het koninkrijk van God binnentreedt, kan wel eens teleurgesteld worden in de realiteit van de kerk. Dit is in deze film ook erg krachtig in beeld gebracht. De realiteit van Agartha is namelijk niet heel sprookjesachtig. Het ondergrondse landschap van de holle Aarde is desolaat: een lege vlakte, uitgestorven, de meeste dorpen slechts ruïnes. De vroegere glorie is verdwenen. Zelfs de vertegenwoordigers van de goden zijn oud en ziek. Heel lang komen Asano en meneer Morisaki zelfs geen dieren tegen.
Als ze uiteindelijk wel anderen tegenkomen ondergronds, worden ze niet hartelijk ontvangen. De ene groep mensen heeft zich neergelegd bij het langzame verval van hun samenleving. Ze zijn naar binnen gekeerd, houden zich bezig met esoterische doelen, en willen vooral niet worden opgeschud door bezoekers van buiten. Ze hebben aan zichzelf genoeg. Ze leggen daarom hoge drempels op om binnen te komen. Ik hoef hier waarschijnlijk niet uit te leggen hoe dit op de kerk toegepast kan worden.
Een andere groep mensen wordt zelfs agressief jegens buitenstaanders. Ze vinden dat de gang van zaken in hun dorp maar wordt verstoord. Ze willen dat de mensen van buiten zich aan hun regels houden, anders zwaait er wat. Ook dat hoeft waarschijnlijk niet verder te worden toegelicht.
En ten slotte is er een groep boosaardige wezens, spookachtig van karakter, die zich alleen in het donker kunnen vertonen. Ze verslinden alles dat ‘verontreinigd’ is. Een meisje dat een halfbloed is (nakomeling van een man van boven met een vrouw uit Agartha), moet bijvoorbeeld verdwijnen. En ondertussen jouwen ze hun prooi uit, kleineren hem of haar, noemen hem of haar onrein. En ze zijn daarbij niet moe te krijgen. Aan ze ontsnappen kan alleen door in het licht te blijven, of in het water. Maar de zon gaat onder, en zelfs water kan plotseling opdrogen, en dan krijgen deze monsters je in hun greep. Hun muil spert zich open om je te verslinden en je kunt er niets tegen doen. Deze beelden raakten me toen ik de film voor de tweede keer keek, omdat ze een krachtig beeld zijn van het geestelijk misbruik dat vooral in fundamentalistische kerken kan plaatsvinden. In dit soort kerken wordt namelijk geen God van liefde gepredikt, maar een ander Godsbeeld. Wat ze prediken is een ‘Belief in a God whose most dominant, overriding characteristic is a demand for absolute righteousness, for the acknowledgement of his children that they are completely broken, miserable, worms, barely even worth his attention. Belief in a God that is so gracious and loving that he daily overcomes his disgust, his revulsion to reach out of heaven and show mercy to us. Belief that we as humans, must exercise all of our resources, all of our attention, in a daily battle to crucify our flesh and take up our cross- but these words mean something different, something harsh and bleak and wretched. Belief that everything about our human experience is tainted, stained and worthless- that there isn’t anything that can be enjoyed, because all of it is unclean. Our bodies, our music, our entertainments, our world- all of it is ruthlessly designed to pull us off the straight and narrow, and that if anything feels good, it must be bad, and if we enjoy something, it is only because our hearts are deceitfully wicked and who can know it. We must not ever follow our heart, trust our instincts, go with our gut, because that is only lust and once it has conceived it brings forth death’.
Dit is precies wat ik in de kerk waar ik opgroeide te horen kreeg: God was boosaardig, andere mensen waren zondig en slecht, en ik moest mezelf altijd wantrouwen, want in mijn hart was ik het oordeel waard. Ik was onrein. Dat dit niet goed is voor je beeld van anderen buiten je, en niet goed voor je eigen zelfbeeld, lijkt me evident. Dat dit leidt tot onrust, depressie en zelfs zelfmoordneigingen lijkt me ook vanzelfsprekend. Dit is geen gezonde leer. Het is net zo schaduwachtig en afschrikwekkend als de monsters in deze film. En het tragische is dat dit soort gedachten (al dan niet in afgezwakte vorm), ook voorkomen in evangelische gemeentes, vooral als ze de oorsprong hebben in de fundamentalistische beweging. Kijk achter het schijnbaar blije oppervlak en je ziet nog steeds een afkeer van mensen die ‘anders’ zijn, die moeten verdwijnen (door te veranderen).

In deze film komt geen duidelijke Christusfiguur voor, dat is van een Japanse animatiefilm ook niet te verwachten. Wel is er iemand die voor Asano zijn leven in de strijd gooit, en haar redt van de schaduwmonsters, vlak voor de zon opkomt. Iemand die dat doet uit liefde. Iemand die wellicht meerdere naturen heeft, en haar al eens eerder heeft gezegend, voordat ze ook maar van Agartha had gehoord. Het lijkt misschien wat vergezocht, maar ik zie er een glimp van het goede nieuws in terug.

dinsdag 13 januari 2015

Gedicht: Vijfde colonne

Vijfde colonne

Je hebt je goed verstopt,
doet je voor als deel van mij
niet te onderscheiden
van mijn gedachten. Je lijkt
te slapen. Zo stil lig je
dat ik je haast vergeet.

Mijn aandacht raakt verslapt.
Het leven zonder jou
is zwaar genoeg. Ik moet vechten
om overeind te blijven
elke dag. En mijn hart
blijft onverdedigd achter.

Dan komt er een signaal
onwetend uitgesproken
door mijn vrienden. Een plek
die me aan jou doet denken.
Het voldoet. Je activeert
je wapens en valt aan.

Zenuwcentra vallen
onder jouw terreur. Mijn maag
is tot een klomp bevroren.
Je propaganda klinkt
vertrouwd. Ik raak door jou
tegen mezelf gekeerd.

Na slapeloze nachten
keert het tij. De strijd
opnieuw door mij beslecht.
Maar je bent niet weg.
Je hebt je teruggetrokken
tot ik me weer veilig waan.

donderdag 8 januari 2015

Gedicht: Getekend

Getekend

Een poel was lang mijn huis:
bruin water, stinkend van
schijnheiligheid en haat.
En ik ging kopje onder
tot een ruwe hand mij
de kant op trok, de wind
mij droogde. Maar ik was
niet schoon. Na lange jaren
zie ik nog steeds de sporen
als met inkt getatoeëerd. 
De zwarte lijntjes staan
haast microscopisch klein
op alles wat ik voel
en denk. Het web vervormt
wat zuiver in mij was
tot wrede parodie.

Misschien heb jij ze niet -
die ingekleurde barsten -
ook al drijf je in het bad
dat ik toen verliet. Past het
bij jouw huid? Dat is fijn
voor jou. Maar ga mij niet
beschimpen om mijn drift
me schoon te boenen,
te zien hoe ik kon zijn
voordat ik was besmeurd
en te rouwen om de pijn
van onuitwisbaar vuil.
Stel me niet ten toon.
Omarm me liever. Vind me
mooi zoals ik ben, zelfs 
als ikzelf dat niet geloof.

zondag 4 januari 2015

Filmbespreking: V for Vendetta

Toen ik gisteren mijn op een na jongste broer aan de lijn had, vertelde die me over iets dat hij in het nieuws had gelezen. Hij zei eerst dat hij had gelezen dat er in de wet zou worden opgenomen dat kinderen voor hun ouders op leeftijd zouden moeten zorgen. En daarvan vroegen we ons al of of kinderen dat wel met zoveel enthousiasme zouden doen als het niet vrijwillig was. Maar helemaal raar was dat omdat laatst weer iemand was aangetroffen die drie jaar dood in zijn huis had gelegen, er een regel zou komen dat buurtbewoners minstens een keer per jaar bij elkaar op bezoek zouden moeten. Maar verplichtingen werken vriendschap en echte relatie heus niet in de hand, en zijn dus geen oplossing tegen eenzaamheid. Als ik verplicht bij mijn buren op de koffie zou moeten, zouden het nooit vrienden van me worden. Toch denken we dat wetten overal het antwoord op zijn. Ikzelf was enkele weken geleden al van streek door het nieuws van de positieflijsten voor huisdieren. De positieflijst voor zoogdieren was namelijk aangenomen, en er zouden ook lijsten komen voor vogels, en reptielen. En waarschijnlijk ook voor amfibieen en vissen. Een lijst die precies zou aangeven welke soorten ik als aquariumliefhebber zou mogen houden. De hobby zou erdoor veel van zijn glans verliezen. Het zou net zo zijn alsof er een lijst zou komen met de honderd boeken die een mens zou mogen lezen. En ook hier: het probleem, namelijk dat sommige mensen niet respectvol met huisdieren omgaan, wordt door de regels niet opgelost. Het enige wat er gebeurt is dat de vrijheid wordt ingeperkt.
Verder las ik gisteren een essay via SF-site io9, dat uiteenzette hoe kort de gelijke rechten van vrouwen in onze samenleving nog maar gelden. Rond het begin van de vorige eeuw hadden vrouwen nog niet eens stemrecht! Het was tot kort geleden gebruikelijk dat vrouwen hun baan opzegden als ze trouwden. En nu zien we de gelijke rechten als vanzelfsprekend. Maar een blik op de geschiedenis leerde, volgens het essay, dat vrouwen hun rechten ook makkelijk weer konden kwijtraken. De toekomst zag er dus voor vrouwen helemaal niet zo rooskleurig uit. Een beangstigend visioen. En voor andere groepen is de situatie nog schrijnender. Er zijn groepen die nog veel korter een gelijkwaardige positie hebben in de samenleving, of nog niet eens zo ver zijn. Zoals bijvoorbeeld mensen met een homoseksuele geaardheid. Het is nog niet zo lang dat zij met elkaar mogen trouwen. En er zijn nog steeds plekken (sommige scholen) waar ze niet worden aangenomen. In de samenleving zien we ook nog steeds uitingen van homofobie. En voor andere geaardheden of transgenders is de mate van uitsluiting nog groter. Mensen die zich als aseksueel identificeren worden bijvoorbeeld nog steeds als ‘minder menselijk’ gezien, blijkt uit onderzoek. En hoe zit het met geloofsminderheden, zoals moslims? Wilders verwoordt helaas het onderbuikgevoel van heel wat Nederlanders. Al deze mensen, kunnen niet als vrouwen, hun rechten zo weer kwijt raken (of nooit verkrijgen). Hoe makkelijk dat gaat, hebben we in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw al gezien in Duitsland. Het enige wat nodig is, is een situatie van onvrede en angst, en een leider die belooft daar een antwoord op te geven. En aangezien we wezens zijn die ons zelfbehoud op de eerste plek hebben staan, ruilen we dan onze verworven vrijheden (en die van onze medemens) graag om voor bestaanszekerheid.
Aan deze dingen moest ik denken bij het kijken van de film V for Vendetta op nieuwjaarsdag, onze traditionele ‘badjasdag’. Deze vrij grimmige SF-film schetst een totalitaire samenleving in Engeland, die is ontstaan na een aanslag met een kunstmatig virus, waarbij 100.000 mensen zijn omgekomen. De partij ‘Norsefire’ kwam toen aan de macht, en begon met het systematisch oppakken en doden van moslims, andersgeaarden, en minder aangepasten. Ook kunst en boeken die niet ‘door de beugel konden’ werden verboden. En de vertegenwoordigers van het bewind roepen steeds uit dat het volk hen nodig heeft. De mensen die zich tot deze partij keerden omdat ze bang en onzeker waren, worden nu door de regering bang en onzeker gehouden. Retoriek wordt over hen uitgespoeld via de media, met beelden van een burgeroorlog in de Verenigde Staten. En via de kerk: want als God aan de kant staat van de regering, wie durft dan tegen te zijn? Instituten zoals de kerk gebruiken -zo betoogt de film- deze technieken van angst en onzekerheid zaaien toch al eeuwen lang om mensen klein te houden.

In dit door angst verteerde land verschijnt een vrijheidsstrijder die praat in allitererende volzinnen, en zich tooit met een Guy Fawkes-masker. Als een combinatie van Zorro en de graaf van Montecristo zet hij zich vanuit zijn ondergrondse uitvalsbasis in om de regering omver te werpen. Deze man, alleen bekend als ‘codenaam V’ meent dat het niet de mensen zijn die bang zouden moeten zijn voor hun regering. Het is de regering die bang moet zijn voor haar mensen. Want de regering heeft niet de vrijheid van de mensen afgenomen, het zijn de mensen die hun vrijheid hebben afgestaan. En het zijn dezelfde mensen die hun vrijheid weer kunnen nemen. Ze kunnen het mandaat dat ze (zij het stilzwijgend) hebben verleend aan hun regering, uit angst voor hun eigen veiligheid, weer intrekken. Als de hele bevolking dat doet, heeft de regering geen been meer om op te staan, en moet wel vertrekken. Als alle Duitsers in de tweede wereldoorlog hadden geweigerd nog naar Hitler of de SS te luisteren, was de Nazi-regering niet zo’n lang leven beschoren geweest. Ja, er zouden doden bij zijn gevallen. Misschien wel duizenden, of tienduizenden, voor de machtswisseling werkelijkheid zou zijn geworden. Maar dat zou hebben opgewogen tegen de miljoenen doden die nu zijn gevallen, met hun impliciete goedkeuring. Daarom dat het zo steekt dat er Duitsers na de oorlog zeiden: ‘Wir haben es nicht gewusst’. Het klinkt te makkelijk.
En is het zo onwaarschijnlijk? In Denemarken besloot de koning (en met hem het volk) om een Davidsster te gaan dragen, en zo werden de Deense Joden beschermd. Dit vraagt echter wel moed. De moed om je vrijheid te claimen, de vrijheid die jouw deel is als mens, ook als je daarmee het doelwit wordt van de regering, op dat moment je vijand. Het vereist de moed om jouw waarde als individu, en de waarde van je medemens, hoezeer hij ook van je verschilt, als individu, belangrijker te vinden dan je leven. Om niet te zwijgen als een zigeuner, een homo of een Jood - net zozeer een mens als jij - wordt afgevoerd, maar je eigen leven voor ze in de waagschaal te stellen. Anders gezegd: het vereist liefde. Dit is ware liefde: je medemens, in al zijn uniciteit, te zien als respect waardig, waard om voor te strijden. Waard om je eigen leven en vrijheid voor op te offeren. Liefde die makkelijk is, is niet anders dan affectie. Die voelen we vooral voor mensen die op ons lijken en die tot onze groep behoren. Maar werkelijke liefde, opofferende liefde, komt ons niet aanwaaien, die vraagt moed. En die liefde brengt vrijheid voort. Niet alleen vrijheid voor degene voor wie je je opoffert, maar -interessant genoeg- ook en misschien wel vooral vrijheid voor jezelf. Want, de bijbel zegt het al dat wij allen ‘uit angst voor de dood ons hele leven aan slavernij onderworpen’ zijn (Hebreeen 2:15). Onze angst is een valstrik. We zijn pas echt vrij als we niet door angst worden gedreven (angst om onszelf), maar door liefde (voor waarheid, voor schoonheid, voor andere mensen, dus: voor iets buiten onszelf). Volmaakte liefde sluit angst uit, aldus 1 Johannes 4:18. Als we iets hebben gevonden dat het waard is om voor te sterven, zijn we dus vrij om te kunnen leven. Niet voor niets was Jezus de meest vrije persoon op Aarde. ‘Niemand neemt mijn even, ik geef het zelf Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen’ (Johannes 10:18). Hoe komt hij zo vrij? Omdat hij de goede herder is, die van zijn schapen houdt. ’Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen’ (vers 11). Een huurling (die het alleen om de winst gaat, dus zijn eigen belang) laat de schapen in de steek en vlucht zodra hij een wolf ziet.
Voor ons geldt hetzelfde. Vrijheid komt tot stand door liefde. Dwang kan het niet tot stand brengen, en intellectuele argumenten evenmin. Het kan alleen gebeuren door liefde. ‘Wij hebben lief , omdat God ons het eerst heeft liefgehad’ (1 Johannes 4:19).

Deze film illustreert dat principe in het karakter van Evey, een meisje die in contact komt met vrijheidsstrijder V. Evey heeft jaren in angst geleefd. Voortdurend. Ze wilde dat het niet zo was, maar het is de realiteit. Ze durft dan ook niet mee te strijden met V voor de vrijheid van Engeland. Maar waar ze zo bang voor was, gebeurt toch. Ze wordt gevangengenomen door de regering en gemarteld, zodat ze zal vertellen wat ze weet over V. In haar kale cel vindt Evey een briefje, achtergelaten door een eerder slachtoffer van het regime: actrice Valerie, die verliefd werd op een andere actrice. Ze had al afwijzing ervaren van haar ouders, toen ze uit de kast wilde komen, en vervolgens wordt ze opgepakt door troepen van de regering. In de gevangenis wordt ze gebruikt voor verschrikkelijke experimenten. Toch verliest ze haar liefde niet. Op haar laatste velletje papier, het laatste dat ze achterlaat voor ze overlijdt, schrijft ze: ‘But what I hope most of all is that you understand what I mean when I tell you that, even though I do not know you, and even though I may never meet you, laugh with you, cry with you, or kiss you, I love you. With all my heart, I love you.’ Deze woorden drinkt Evey in, en als het ultieme moment daar is en ze voor de keuze wordt gesteld: V verraden of voor het vuurpeloton (mooi allitererend niet?), kies ze voor de dood. Ze is namelijk niet meer bang. V zegt het zo: ‘They put you in a cell and took everything they could take except your life. And you believed that was all there was, didn't you? The only thing you had left was your life, but it wasn't, was it? You found something else. In that cell you found something that mattered more to you than life. It was when they threatened to kill you unless you gave them what they wanted... you told them you'd rather die. You faced your death, Evey. You were calm. You were still.’ Het is wat Jezus heeft gezegd: ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden’ (Matteus 16:25, en vele andere plaatsen). Omdat ze bereid was haar leven te verliezen omwille van van V, is ze niet meer bang. En nu kan ze de wereld aan. Als in een wonder kan ze de cel verlaten. Ze treedt naar buiten en tilt haar handen op in de regen. En ze herhaalt de woorden uit het briefde van Valerie uit haar cel: ‘God is in the rain’. Evey heeft zich overgegeven aan de liefde, en daarmee aan de Liefde met hoofdletter ‘L’, en dat maakt haar vrij.
Wat Evey doorstond in de cel leek op wat V jaren eerder zelf doormaakte. Want ook hij was gevangen. En ook hij las eigenlijk hetzelfde briefje, met dezelfde boodschap. En ook hij kwam vrij. De scene waarin zijn ontsnapping getoond wordt, valt samen met de ontsnapping van Evey. En waar zij haar handen opsteekt en de regen ontvangt (een shot toont haar van bovenaf, als het ware uit het perspectief van God) en zich daaraan overgeeft, staat V midden in de vlammen, wordt hij door vuur verteert, en slaat hij een angstaanjagende kreet uit. En het blijkt dat V helemaal niet wordt gedreven door liefde. Zijn inspanningen om Engeland te bevrijden, zelfs om kunstschatten te bewaren, komen niet voort uit liefde voor de werkelijkheid buiten hemzelf, maar uit het verlangen de machthebbers te treffen, hen te straffen voor wat ze hem hebben aangedaan. Hij wil hen lik op stuk geven, want alleen dat zou volgens hem rechtvaardigheid zijn. Hij wordt gedreven door haat. ‘What was done to me was monstrous’, verklaart hij. Maar Evey heeft door wat er gebeurd is: ‘And they created a monster.’
Waar Evey in staat blijkt degenen die haar gevangen namen te vergeven, of althans, hen niet te haten, heeft V zijn verleden nooit achter zich gelaten. Hij wordt erdoor gedreven. Hij is niet vrij. Het lukt Evey haar kwellers met compassie in de ogen te kijken, V lijkt ervan te genieten ze te zien lijden. En dat maakt hem eigenlijk niet echt geschikt om een rol te spelen als bevrijder van Engeland.
En uiteindelijk ziet V dat zelf ook in. Hij geeft het toe aan Evey dat hij fout zat. En hij geeft zelf zijn campagne tegen de ‘Norsefire’-regering op. Hij is niet vrij om de goede beslissing te maken, zijn haat maakt hem blind voor wat goed en liefdevol is. Daarom laat hij de keuze over aan iemand anders. Aan iemand die wel de liefde kent. Die niet onvrij is door haat, maar die ergens zo om geeft dat ze zichzelf daarvoor over heeft. Het lijkt mij dat op dat moment duidelijk komt waarom Evey een naam heeft die zo op ‘Eva’ lijkt. In haar vrijheid (tot stand gekomen door liefde, door de dood heen), is ze in zichzelf een nieuw begin. Met haar begint een nieuwe werkelijkheid. Het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden. De film eindigt dan ook met haar, en een ander, mannelijk karakter, samen afscheid nemend van de oude, door haat gedreven werkelijkheid, en kijkend naar een nieuw begin.
In de menigte mensen die wordt getoond aan het slot, zien we ook de karakters tegen die eerder in de film om het leven waren gekomen, onder andere Valerie. Voor mij een krachtig beeld van de nieuwe werkelijkheid die komt, die tot stand is gekomen door de opoffering van Jezus, gedreven door liefde. Liefde zorgt dat de dood nieuw leven voortbrengt. Een werkelijkheid waarin gerechtigheid heerst. Waarin iedereen vrij is. Jezus is een mens geworden zoals wij ‘ om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren va hun levenslange angst voor de dood’ (Hebreeen 3:14,15).
Er valt over deze film nog veel meer te zeggen. Bijvoorbeeld over het karakter van inspecteur Finch, die deel is van het partijsysteem, maar voor wie het nog belangrijker is de waarheid te kennen. Hij illustreert een ander, belangrijk principe, namelijk wat de bijbel ook zegt: ‘De waarheid zal u vrijmaken’ (Johannes 8:32). Wie liefde heeft voor de waarheid, boven de leugen, is op reis naar de vrijheid. En ook dat leidt tot een nieuw begin.

V for Vendetta is een van mijn favoriete films. Dat zal niemand verrassen wie weet dat ik een boek heb geschreven met als titel: Indrukwekkende Vrijheid (warm aanbevolen, overigens). Het verhaal zit sterk in elkaar, met heel goede dialogen en een reeks fantastische acteurs. Vooral de prestatie van Hugo Weaving als de titelheld is prijzenswaardig, aangezien hij nooit zijn gezicht kan gebruiken. Ook was het leuk een acteur uit de serie Sherlock te herkennen. Er zit wat behoorlijk heftig geweld in de film, wat een sterke maag geen overbodige luxe maakt. Nog moeilijker kan voor sommige kijkers het gedrag van ‘V’ zijn, die wel heel drastische methoden gebruikt om anderen vrij te maken. De in de film geschetste wereld lijkt niet heel waarschijnlijk - in het Thatcher-tijdperk waarin de oorspronkelijke strip werd getekend was het misschien anders, maar zoals ik in het begin van dit stuk al zei: vrijheid is een fragiel ding. Voor je het weet is het van je afgenomen. En dan hebben we liefde nodig die moed vraagt. We kunnen er maar beter nu al mee beginnen daarmee te oefenen.
Voor wie erin geïnteresseerd is ten slotte: op mijn eerste blog, Tol Eressea, schreef ik al eerder een bespreking van deze film. Daarin haal ik best vaak G.K. Chesterton aan en zijn mijn gedachten over vrijheid die ik in Indrukwekkende Vrijheid uiteenzette al in embryonale vorm te lezen. Maar vooral illustreert deze bespreking hoeveel ik in mijn inzichten, vooral ten aanzien van mensen met een andere geaardheid dan ik, ben veranderd. Mijn overtuiging van toen was niet bepaald liefdevol Ik zou daarom nooit dezelfde dingen meer schrijven. Houd dat in gedachten als je deze link toch wilt volgen.