woensdag 13 april 2016

Recensies 'De loser die wint ...'

Ik kreeg van mijn uitgever twee recensies toegestuurd van 'De loser die wint ...' De eerste is van Biblion - voor de Nederlandse bibliotheken.

De loser die wint ...
Een verhaal dat boven het individuele bestaan uitgaat kan zin geven aan het leven van de mens. Voor Klein Haneveld, schrijver van de romans 'Neptunus' {2001, 'Het wrak' (2002), 'De derde macht' (2013) en het theologisch werk 'Indrukwekkende vrijheid' (2010) - is dit het verhaal van Jezus Christus. Een verhaal waarin het diep menselijk verlangen naar waarheid, schoonheid en intimiteit volledig wordt vervuld en Gods liefde zich juist buigt over het zwakke en verlorene. Dit Verhaal van de Werkelijkheid is geen starre waarheid of ingewikkelde moraal, 'maar een wereld van magie en mysterie, van diepe duisternis en flakkerend sterrenlicht', waar wonderen plaatsvinden en de strijd uiteindelijk wordt gewonnen door de goeden die nog lang en gelukkig leven. Dit is het waargebeurde sprookje van het Evangelie, dat berust op historische gebeurtenissen die zullen uitmonden in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Een origineel en overtuigend geschreven vertoog waarin vele citaten van klassiek christelijke auteurs als Chesterton en Lewis zijn vervlochten. Met voetnoten. Verfrissend van originaliteit en diepgang.


Verder heeft in Koers in Maart onderstaande recensie gestaan:

Zwakheid
'De loser die wint ...' is een titel die nieuwsgierig maakt. Want wie is de loser en wat valt er te winnen? De eerste vraag is eenvoudig te beantwoorden, want die loser dat zijn wij, jij en ik. Tenminste, als we net als Klein Haneveld, de druk om mee te komen in kerk en maatschappij als een hete adem in onze nek voelen hijgen. En dat niet alleen, ook constateren dat we met geen mogelijkheid kunnen voldoen aan de eis die gesteld wordt. Hoe kun je in zo'n wereld staande blijven? Daar komt de winst om de hoek kijken die is te behalen als we Gods verhaal centraal gaan stellen. De 'vleesgeworden zwakheid' die Jezus belichaamde vormt de krachtige kern hiervan. Jezus is onderdeel geworden van het verhaal van deze wereld. Het verhaal van het recht van de sterkste en de dood die ons wacht op het eind. Dit verhaal heeft hij ontmanteld en wij kunnen in alle ontspannenheid participeren in Zijn verhaal. Voor dit betoog heeft de schrijver ruim 200 pagina's nodig. Korter was waarschijnlijk krachtiger geweest. Of nóg krachtiger, want het koninkrijk van genade en liefde dat geschilderd wordt doet weldadig aan in een wereld waar slechts 'the fittest overleven. 


Heb jij het boek ook al gelezen? Laat dan een recensie achter op b.v. Bol.com of Goodreads, dat helpt andere mensen het boek te ontdekken.

donderdag 31 maart 2016

Gedicht: Tweesprong

Tweesprong

Het was een grote keuze,
dacht ik, links of rechts te gaan. 
Het ene pad leek makkelijk
maar liep dood; het andere
-smal, rotsachtig- was de weg
naar huis. Maar het scherpe grind
stak mijn voeten, de netels
brandden onbeschermde huid
en mijn reisgenoten lachten,
duwden me neer. Ik bleef het
proberen, tot ik bezweek
en wel opzij moest gaan. Ik stond
op stevige grond, ik zag
om mij dezelfde bergen,
voelde dezelfde wind en
de zon was nog even fel.
Ook dit pad is steil, klimmen
kost nog steeds veel moeite.
Maar ik word niet opgejaagd,
word niet beschimpt als ik val
of achterblijf. En voor mij
zie ik geen afgrond gapen,
maar slechts het vertrouwde licht 
dat aan de start me was beloofd.

vrijdag 19 februari 2016

Gedicht: Crocussen

Crocussen

Ze lijken wel gemaakt van plastic
-eidooiergeel en reclamepaars-
uitgestrooid over het koude gras
als afval, onbescheiden. Mijn oog 
wordt als door een magneet getrokken, 
schrikt terug. Ik kijk opnieuw, als bij
het zien van bloed, een ongeluk, 
gefascineerd, iets dat hier niet hoort
te bestaan. Bijna mismaakt wringt het
mijn kaders open. Ik slaak een zucht
De uitbarstingen van leven zijn
wat normaal is. Niet de winter.

maandag 15 februari 2016

Gedicht: Racen



Racen

Ik blijf staan hijgen, uitgeput,
mijn handen op mijn knieën.
Zij steekt, hart ratelt, mijn keel prikt,
maar hier is geen water. Je roept
me toe dat ik weer verder moet
op zere voeten, moet geven
wat ik nog aan kracht bezit,
die niet voor mezelf gebruiken
maar voor de finish gaan. Dichtbij
zou die nu zijn. Maar dat heb je
duizend keer gezegd. Een leugen
was het steeds, nooit kon ik rusten,
rondkijken waar ik mij bevond
tussen de bergen, zelf kiezen
voor een pad en dan maar kijken
waar dat voert. Wat is er voor mij
achter de eindstreep weggelegd?
Voor jou voldoening, je hebt mij
afdoende opgejaagd. Maar ik ben
opgebrand. Ja, anderen die
rennen met plezier, want dit is
waarvan zij houden. Mijn vreugde
ligt hier niet. Dus ik laat ze mij
voorbijgaan. Dan maar geen beker.
Ik les mijn dorst liever direct
knielend bij de bergbeek koel.

maandag 8 februari 2016

Gedicht: Storm

Storm

Ik stap uit de trein en aarzel
een moment. De wind wil niet 
gaan liggen. De plaagstootjes
zijn ruw geworden, hij rukt
aan mijn hoed, mijn jas, mijn haren,
sleept me mee en duwt me zodat
ik wankel. Koude regen prikt
mijn wangen. Protest is zinloos.
Zelfs 's nachts liet hij me niet alleen
maar loeide om de flat en hield
me wakker. Gaat het zo dagen,
weken, totdat mijn weerstand breekt?
Zover laat ik het niet komen!
Nee, ik recht mijn rug, rol met mijn
schouders en loop: de ene voet,
de ander volgt en zo steeds door.
Mijn doel voor ogen, net zo lang
tot ik mijn huis bereik, de deur
zich opent, ik jou weer voor me zie.

dinsdag 2 februari 2016

Signeren en vooruitkijken

Het is alweer anderhalve maand geleden dat mijn boek uitkwam. Ik weet dat ik mijn trouwe lezers hier er al vaak genoeg mee om de oren heb geslagen, maar ik kan het niet helpen: ik ben nog steeds enthousiast dat 'De loser die wint ...' uiteindelijk toch nog is verschenen. En ik doe mijn best via de kanalen die ik heb mijn boek onder de aandacht te brengen, dus ook via mijn blog. Het hoogtepunt van de afgelopen weken was de signeersessie van zaterdag jongstleden in de Bijbel In in Delft. De winkel had heel enthousiast gereageerd op mijn vraag of ik bij hun een keer kon zitten met mijn boek, en op de middag zelf hadden ze een tafel voor me klaar gezet, en gezorgd voor lekkere hapjes (worteltjescake, en falafelballetjes) en drankjes (heerlijke druivensap, en koffie natuurlijk). Er kwamen vrienden van mij, familie, genoeg om het winkeltje te vullen, en er werd veel gelachen! Als ik eraan terugdenk krijg ik nog steeds een brede grijns op mijn gezicht.
De eerste recensies van mijn boek waren heel goed. Ik heb ze al in een eerder bericht op mijn blog opgesomd. Ondertussen heeft ook Jos Strengholt, anglicaans priester in Egypte, een stuk geschreven over mijn boek op facebook. Hij vond het mooi dat het een persoonlijk boek was en niet theoretisch, en dat het inging tegen het idee van een welvaartsevangelie en een overwinningsboodschap. God komt tot ons in zwakheid, en als wij zwak zijn is dat niet minder dan juist de toestand die voor God nodig is om in ons en door ons te kunnen werken. Jos dacht op een aantal punten wel anders dan ik (bijvoorbeeld over de kerk, of het uiteindelijke lot van mensen), maar volgens mij zijn dat mooie dingen om eens te bespreken met een glas wijn! Ik denk namelijk dat meer ons samenbindt dan dat ons onderscheidt. Kortom, ik ben heel blij met de reacties. Hebben jullie het boek ook gelezen, laat dan een reactie achter op Goodreads of op bol.com. Ik ben namelijk heel benieuwd wat jullie ervan vonden!
Ik heb voor dit boek intensief samengewerkt met Reinier Sonneveld als redacteur. We hebben in het verleden al eerder samengewerkt bij verschillende projecten (onder andere Hete Hangijzers en Het boek van de natuur). Hij is een diep doordenkend maar ook geduldig redacteur, die met uitdaagt om te streven naar excellentie. Gisteravond kwamen we in Utrecht bij elkaar om samen een biertje te dringen, maar nog belangrijker, om over mijn volgende project met elkaar te praten. Het gaat om het boek waar ik het al eerder over heb gehad, maar dat er nu toch echt gaat komen. Het boek over de sacramentele (of participatoire) manier van kijken naar de werkelijkheid: zien hoe de onzichtbare God zichtbaar wordt in onze wereld en die daardoor betekenis geeft, versus een transactionele manier van kijken naar onze werkelijkheid die onze levens ziet in termen van 'voor wat hoort wat' en de natuur als iets dat we voor onze doelen kunnen gebruiken. Reinier had een paar goede ideeën en richtingen voor mij om te exploreren, en daagde me uit om me doelen te schrijven voor verbetering van mijn werk. Ik ga het natuurlijk proberen, maar ik ben bang dat ik mijn wat meer meanderende, met uitweidingen gelardeerde stijl niet helemaal zal kwijtraken. Maar goed, dat is ook hoe ik denk. Concreet heb ik de eerste week van maart vrij genomen van kantoor, en ga ik die tijd gebruiken om aan dit project te beginnen. Daarna hoop ik gestaag door te schrijven, zodat ik eind juni of begin juli met de eerste versie van het manuscript klaar ben.
Het zou echter wat langer kunnen duren, als mijn andere boek dat dit jaar op stapel staat, er tussendoor komt. 'De Krakenvorst' ligt immers ook bij uitgeverij Macc. De uitgever is echter nu nog druk met het voltooien van een paar andere projecten voor hij zich geheel op het mijne kan richten, dus het duurt nog heel even voor het eerste boek van mijn duologie het licht gaat zien. Zodra de redacteur naar mijn manuscript heeft gekeken, zal ik er nog het een en ander aan moeten herschrijven, en dat kan dus mogelijk botsen met mijn andere boek. Een kleine prijs om te betalen voor de gelegenheid met zulke gave projecten bezig te zijn!
Tot ik aan mijn grotere boek begin ben ik nog bezig met het schrijven van korte verhalen. Ik werk nu aan mijn vierde verhaal van dit jaar. En ik zoek ook nog steeds naar plekken om ze te publiceren of wedstrijden om ze naar in te zenden. Zo ontdekte ik laatst dat er een wedstrijd is van uitgeverij Luitingh Sijthoff, waarvan de uitreiking is op Elfia, waar ik vandaag een verhaal voor wil opsturen. Altijd spannend, maar ook heel leuk. Ik heb nog niks gehoord of de Fantasy Strijd Brugge ook dit jaar georganiseerd gaat worden, of dat het twee jaar geleden de laatste keer was. Ik heb al wel een verhaal klaarliggen. Verder heb ik abonnementen genomen op twee tijdschriften, SF Terra en Fantastische Vertellingen en ik hoop ook daarvoor dit jaar verhalen op te sturen. Ondertussen probeer ik mezelf bij elk verhaal dat ik schrijf uit te dagen, en thema's aan te snijden die ik nog niet eerder had aangesneden of omgevingen te beschrijven waarvan ik niet dacht dat ik dat kon. Ik begin zelfs langzaam na te denken over een volgend langer fictieproject. Ik heb een tijd gestoeid met het idee van een vervolg op 'De Krakenvorst', maar ik weet nu dat ik een fantasyboek kan schrijven. Ik denk echter dat het een mooie uitdaging gaat zijn een zogenoemde 'hard SF'-roman te gaan schrijven. Ik weet nog niet wat het verhaal gaat zijn, maar mijn onbewuste is natuurlijk al hard aan het werk om een sappig idee aan te dragen. Ik hoop alleen dat het niet te hard aan het werk is, want dit jaar en zelfs volgend jaar zal ik geen tijd hebben voor het schrijven van het verhaal. Het eerste zaadje van het idee is echter al wel geplant, en ik denk dat het op zijn eigen tijd wel tot bloei gaat komen.
Goed nieuws is dat er van de 'Woestijnvaders', het boek waaraan ik heb meegewerkt als redacteur, een tweede druk is verschenen! Op mijn blog verschijnen nog steeds gedichten van mijn hand en ik hoop ook weer meer filmbesprekingen te schrijven dit jaar. Van beide hoop ik uiteindelijk ook een keer een bundel of boek te kunnen maken.  In de tussentijd zal ik blijven genieten van het feit dat 'De loser die wint ...' in de winkels ligt of zich zelfs al in de handen van de lezers bevindt. Het is niet altijd makkelijk om schrijver te zijn, maar ik zou het niet anders willen!

zondag 31 januari 2016

Filmbespreking: The Revenant

Soms is het niet slim om al discussies over een film te lezen voor je hem gaat kijken. Meestal ben ik niet zo bang voor ‘spoilers’ en in boeken blader ik ook al vooruit, maar een inhoudelijke discussie kan je mening over een film toch al gaan kleuren. Zo las ik over The Revenant al felle uitwisselingen over het feit dat de film gebaseerd zou zijn op een echt verhaal en vooral wat dat betekende voor het einde van de film. Om kort te gaan: Er heeft echt een meneer Glass bestaan, die voor dood werd achtergelaten (al had hij waarschijnlijk geen inheemse vrouw, en al helemaal geen kinderen) en die vervolgens honderden kilometers lang degenen die hem achterlieten achtervolgden. Tegen het eind van de zomer, dus niet in de winter! En toen hij zijn kweller uiteindelijk vond, besloot hij hem niet te doden. Een verhaal over vergeving dus? Niet helemaal want volgens de geschiedenis had deze meneer Fitzgerald ondertussen dienst genomen in het leger, en als Glass hem zou doden, zou hij vervolgens zelf een prijs op zijn hoofd krijgen. Dat had hij er ook weer niet voor over. Zou deze film krachtiger zijn geweest als het echte verhaal was gevolgd? Ik weet het niet, in elk geval verlopen de gebeurtenissen heel anders. En is dat een probleem? Ik weet het niet, volgens mij kan dit verhaal op zichzelf staan. Aan de ene kant is het heel realistisch gefilmd (het is alsof je zelf in de bossen rondzwerft, met oog voor de details van mos en grond en ijs), inclusief verwondingen (dus voor wie wat gevoelig is, niet echt een aanrader), aan de andere kant hebben heel veel beelden een bijna mythisch, transcendent karakter. Het menselijke drama speelt zich af tegen de achtergrond van schoonheid en glorie van de natuur. Dat is het toneel waarop menselijke spelers hun verhalen uitspelen. Ik vind de manier van filmen onthechtend genoeg om niet te vallen over het ‘niet waargebeurd’ zijn van het verhaal. En ook al hadden de discussies die ik had gelezen van te voren me een beetje aan het twijfelen gebracht, ik had een heel goede ervaring in de bioscoop. Ik was onder de indruk, werd door de film aan het denken gezet, en bleef de beelden, zowel mooie als gore, voor me zien. Als een film dat bereikt, is hij in mijn opinie geslaagd! Een aanrader dus. Wel begrijp ik dat de film door sommige mensen als saai of traag wordt beschouwd. Dat begrijp ik niet, ik werd namelijk volledig meegesleurd door het verhaal, ondersteund door knap acteerwerk van onder andere Tom Hardy en Domnhall Gleeson. Leonardo DiCaprio is vooral heel intens, maar dat doet hij goed. En zoals gezegd: erg mooie natuurbeelden. Als de film alleen maar had bestaan uit beelden in hoge definitie van laaghangende wolken tussen de Canadese bergen in, had ik nog steeds ademloos gekeken. Maar verwacht je een actiefilm, dan kom je waarschijnlijk niet helemaal aan je trekken.

De film begint met een pelsexpeditie diep in de Canadese binnenlanden. Een flinke groep pelsjagers heeft huiden verzameld, en bereidt zich voor om per boot terug te keren naar het zuiden. Een aanval van een indianenstam, de Ree, decimeert het gezelschap en uiteindelijk worden de overlevenden gedwongen de boot achter te laten en over land verder te trekken, aangevoerd door Hugh Glass, een spoorzoeker die een tijd bij de Pawnee heeft doorgebracht en bij een Pawneevrouw een zoon heeft verwekt, Hawk, die hem nu vergezelt. Vanwege zijn relatie met een Indiaanse vrouw vertrouwen de jagers hem niet erg. En als Hugh dodelijk verwondt wordt door een opgeschrikte beer, gaan er al snel stemmen op hem achter te laten, ook al is hij nog niet gestorven. De kapitein laat twee mannen bij Hugh achterblijven, onder wie John Fitzgerald, gestrikt met een flinke beloning. Als Hugh maar niet doodgaat, besluit hij het heft in eigen handen te nemen. Hij doodt Hawk, begraaft Hugh levend en gaat de kapitein achterna. Hij dacht dat de natuur het karwei wel voor hem zou afmaken, maar Glass klimt uit zijn eigen graf, verricht wat ‘do it yourself’-chirurgie, en begint aan de achtervolging. Maar een zwaargewonde man, in zijn eentje in de ijskoude wildernis, moet tot het uiterste gaan om te blijven leven …

Al bij het zien van de eerste beelden van de film, van water dat tussen bomen door vloeit, levend, bruisend, alsof het de hele wereld vult, was het me duidelijk dat dit niet zomaar een film over wraak is, maar een met een diepere laag van betekenis. Volgens sommige recensies is het diepere thema van de film loyaliteit: de loyaliteit van Glass aan zijn zoon Hawk, de loyaliteit van de Ree-hoofdman aan zijn gekidnapte dochter, naar wie hij voortdurend op zoek is, en het gebrek aan loyaliteit van mensen die iemand voor dood achterlaten (en hoe we soms door anderen op het verkeerde been worden gezet en daardoor tegen ons geweten in handelen). Volgens anderen is er een terugkerend thema in de film over mensen die de natuur van dieren aannemen. Zo wordt Glass respectievelijk beer, wolf, paard en zelfs vis (zie deze analyse). Maar ik analyseer de film natuurlijk door mijn eigen gekleurde brillenglazen en ik zag er een krachtige weergave in van het verschil tussen een transactionele kijk op de wereld en een sacramentele kijk op de wereld.
Het begon met het meest ‘christelijke’ karakter uit de film, verbazingwekkend genoeg Fitzgerald. Hij is degene die mensen wel even de laatste sacramenten meegeeft, een gebed uitspreekt bij een begrafenis, en altijd wel een bijbeltekst weet aan te halen om aan te geven dat God het wel goed vindt wat hij doet. Ondertussen is hij het meest egoïstische, zelfzuchtige karakter uit de film. Hoe kan hij het rijmen met zijn geloof? In de loop van de film zit hij met een ander karakter om een vuur, waarop ze het vlees roosteren van een paard dat ze hebben buitgemaakt. Fitzgerald vertelt hoe zijn opa God gevonden had. De man was ooit een atheïst, maar verdwaalde tijdens een expeditie in de wildernis. Daar kreeg hij nogal honger. Razende honger. En precies op het moment dat het te erg dreigt te worden, vindt hij God. “God,” citeert Fitzgerald zijn grootvader, “…is a squirrel. So, I ate the son of a bitch.” Fitzgerald gebruikt zelf de woorden glorie en transcendentie om de schoonheid van de natuur aan te geven, maar te midden van die schoonheid schoot zijn grootvader God dood en at hem op. Hij gebruikte de natuur om zelf in leven te blijven. En Fitzgerald gebruikt God ook zo, als middel. Hij gebruikt zijn praten over God zelfs om goed te praten dat hij mensen doodt. De natuur beschouwen als object, als middel dat ons ter beschikking staat om ons niet alleen te laten overleven, maar om ons rijk te maken, is iets dat vaker in deze film wordt veroordeeld. Een groep Indianen stuit op een groep Fransen. Ze willen hun paarden in ruil voor vellen, en accepteren geen nee, want de blanken hebben hun al alles afgepakt: hun land, de dieren, hun familie. Door de natuur te behandelen als levenloos en betekenisloos, als middel en niet als waardevol in zichzelf, vernietigen we onze omgeving en uiteindelijk onszelf.
Niet lang na deze scene en volgens mij bedoeld als contrast ermee, heeft Glass zich met moeite tegen een helling opgehesen. Hij ziet een opvallend spektakel. Een roedel wolven doodt een bizon. Nee, de natuur is niet lieflijk. Ook al is de natuur sacramenteel, ze is niet zoetsappig. Aslan is wel goed, maar niet tam. Dit is wat de natuur doet: roofdieren doden om te kunnen eten. Ik had het idee dat de film wilde suggereren dat dit de achtergrond is waar wij tegen leven. Een van pijn en geweld, teleurstelling en dood. Maar de film verandert deze bloederige realiteit in een waar sacrament.
Een Pawnee-indiaan verjaagt de wolven en begint te eten. Glass kruipt dichterbij. Hij is zwak, uitgeput, op sterven na dood. Hij steekt vragend zijn hand uit. Hij stelt zich kwetsbaar op. De indiaan kan hem weigeren. De indiaan kan hem doden. Maar in plaats daarvan laat de Pawnee Glass delen van het vlees. Allebei hun monden en kinnen kleuren rood van het bloed. Ze vormen vanaf dat moment een gemeenschap rond de gedode bizon. Rond het karkas werd mensenliefde zichtbaar, vriendschap, het delen met elkaar, en de wreedheid van de natuur werd iets levenbrengends.
Ik dacht hierbij aan Jezus die ook een slachtoffer werd van de natuur, in zijn geval de menselijke natuur, de natuur van religie en politiek, en massahysterie. De mensen doodden hem om er zelf beter van te worden, om hun macht niet kwijt te raken, om niet in politiek slecht water terecht te komen. Maar hij werd een sacrament. Wie zich rond hem verzamelt, in zijn slachtofferschap, zijn kwetsbaarheid, vormt een gemeenschap. Daarom zegt hij: ‘Als u het lichaam van de mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven … Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem’ (Johannes 6:53v). Volgens de bijbel gingen veel van zijn leerlingen daarna bij hem weg. Ze zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’.
Ik denk dat mensen in de eerste eeuw heus wel begrepen wat een metafoor was, ze kenden allegorie, en gelijkenissen. Ze wisten heus wel dat Jezus niet bedoelde dat ze kannibalen of vampiers moesten worden. Maar gisteren, in een gesprek op een feestje, kwam het op de kerk en hoe die het goede nieuws werkelijk kon doorgeven. En mijn gespreksgenoot suggereerde dat kwetsbaarheid daarvoor nodig was: het kunnen delen van je pijn, van je lijden, en in dat lijden, in die pijn, de aanwezigheid van God vinden. En ik realiseerde me dat dit is waarom het avondmaal als sacrament centraal staat. Want het brood en de wijn zijn sacramenten van het lijden van Jezus, de vreselijke kwetsbaarheid waarmee hij aan het kruis hing, als een open wond. En waarmee hij ons uitnodigt rond de avondmaalstafel onszelf net zo kwetsbaar open te stellen. Onze pijn te delen, opdat de glorie van God daarin geopenbaard zal worden. En voor veel mensen is dat moeilijk, want het vereist dat je de maskers afzet, niet langer je eigen gewin op de eerste plek zet, en durft van jezelf te geven, van je eigen vlees en bloed.
De sacramentele connectie wordt in de loop van de film op nog meer plekken duidelijk. Niet alleen het sacrament van het avondmaal komt voorbij, ook dat van de doop. Glass komt namelijk terecht in een ruime van een kerk. Op de muur is het fresco van de kruisiging nog helemaal zichtbaar. In het midden van de kerk ligt een diepe plas water. Daar stapt Glass in. Volgens mij is hier een parallel met het doopvont. En staande in het water ziet Glass in een visioen alsof het echt is zijn overleden zoon. En die spreekt hem moed in. In het water van de doop, dat een beeld is van de dood (volgens 1 Korintiers dalen we als we gedoopt worden af in de dood van Jezus), ontmoet Glass zijn zoon die al dood was. Verder is er een meteoor. De film maakt duidelijk dat zowel Glass als zijn grootste vijand Fitzgerald de meteoor waarnemen. Iets van buiten de wereld komt onze wereld binnen, en schept een connectie tussen de twee mensen die het waarnemen, ook al zijn ze elkaars vijanden. De sacramenten creëren gemeenschap (zie mijn recensie van de film The Way).

Nadat ze samen van de bison hebben gegeten trekken Glass en de indiaan ook verder samen op. De Pawnee vertelt dat hij ook een groot verlies heeft geleden. Hij is zijn hele familie kwijt geraakt. Maar hij weigert wraak te nemen. “My heart bleeds”, zegt hij, “But revenge is in the creator's hands.” Helaas wordt de man later gedood door de Fransen. Hij ik opgeknoopt met boven hem een bord: ‘We zijn allemaal wilden’. Maar deze man was dat niet. Wie zijn er nou wilden? De indianen die in een sacramentele eenheid met de natuur leven, of de blanken die zomaar iemand opknopen, omdat hij een indiaan is? Het is niet makkelijk om een volgeling te zijn van Jezus. Hij werd gekruisigd en wij deelden in zijn kwetsbaarheid in zijn vlees en zijn bloed, het brood en de wijn. Dan moeten we ook zelf kwetsbaar durven zijn en de pijn durven lijden die hoort bij het leven in een wereld vol wilden, vol wrede mensen, die hun eigen belang zoeken boven alles.
De dood van de indiaan heeft Glass niet afgeschrikt. Aan het eind van de film herhaalt hij inderdaad zelf de woorden: ‘Revenge is in the creator’s hands’. Nee, wat er op dat moment gebeurt is zeker geen vergeving of verzoening. Geen zelfopoffering. Je kunt eerder zeggen dat Glass de natuur zijn gang laat gaan, en dat God -hier op aarde- handelt door de natuur. Er is wraak, maar die wordt niet door Glass gepleegd. Bovendien merk je op dit punt in de film als kijker dat je het geen goed einde zou vinden als Glass gewoon wraak neemt. Je realiseert je dat hij zich daarmee moreel verlaagt tot het niveau van zijn tegenstander, en dat hij zichzelf daarmee tot een zelfde lot verdoemt. Het is zoals ik las in een discussie op het forum ‘Arts & Faith’: ‘Since killing is the ultimate symbol of power over another person, to refuse to kill, even with the knowledge and intention that someone else will do the killing instead, is to symbolically relinquish power. Glass's final act isn't about mercy, but it is about letting go - and that's a spiritual act in itself.’