maandag 8 februari 2016

Gedicht: Storm

Storm

Ik stap uit de trein en aarzel
een moment. De wind wil niet 
gaan liggen. De plaagstootjes
zijn ruw geworden, hij rukt
aan mijn hoed, mijn jas, mijn haren,
sleept me mee en duwt me zodat
ik wankel. Koude regen prikt
mijn wangen. Protest is zinloos.
Zelfs 's nachts liet hij me niet alleen
maar loeide om de flat en hield
me wakker. Gaat het zo dagen,
weken, totdat mijn weerstand breekt?
Zover laat ik het niet komen!
Nee, ik recht mijn rug, rol met mijn
schouders en loop: de ene voet,
de ander volgt en zo steeds door.
Mijn doel voor ogen, net zo lang
tot ik mijn huis bereik, de deur
zich opent, ik jou weer voor me zie.

dinsdag 2 februari 2016

Signeren en vooruitkijken

Het is alweer anderhalve maand geleden dat mijn boek uitkwam. Ik weet dat ik mijn trouwe lezers hier er al vaak genoeg mee om de oren heb geslagen, maar ik kan het niet helpen: ik ben nog steeds enthousiast dat 'De loser die wint ...' uiteindelijk toch nog is verschenen. En ik doe mijn best via de kanalen die ik heb mijn boek onder de aandacht te brengen, dus ook via mijn blog. Het hoogtepunt van de afgelopen weken was de signeersessie van zaterdag jongstleden in de Bijbel In in Delft. De winkel had heel enthousiast gereageerd op mijn vraag of ik bij hun een keer kon zitten met mijn boek, en op de middag zelf hadden ze een tafel voor me klaar gezet, en gezorgd voor lekkere hapjes (worteltjescake, en falafelballetjes) en drankjes (heerlijke druivensap, en koffie natuurlijk). Er kwamen vrienden van mij, familie, genoeg om het winkeltje te vullen, en er werd veel gelachen! Als ik eraan terugdenk krijg ik nog steeds een brede grijns op mijn gezicht.
De eerste recensies van mijn boek waren heel goed. Ik heb ze al in een eerder bericht op mijn blog opgesomd. Ondertussen heeft ook Jos Strengholt, anglicaans priester in Egypte, een stuk geschreven over mijn boek op facebook. Hij vond het mooi dat het een persoonlijk boek was en niet theoretisch, en dat het inging tegen het idee van een welvaartsevangelie en een overwinningsboodschap. God komt tot ons in zwakheid, en als wij zwak zijn is dat niet minder dan juist de toestand die voor God nodig is om in ons en door ons te kunnen werken. Jos dacht op een aantal punten wel anders dan ik (bijvoorbeeld over de kerk, of het uiteindelijke lot van mensen), maar volgens mij zijn dat mooie dingen om eens te bespreken met een glas wijn! Ik denk namelijk dat meer ons samenbindt dan dat ons onderscheidt. Kortom, ik ben heel blij met de reacties. Hebben jullie het boek ook gelezen, laat dan een reactie achter op Goodreads of op bol.com. Ik ben namelijk heel benieuwd wat jullie ervan vonden!
Ik heb voor dit boek intensief samengewerkt met Reinier Sonneveld als redacteur. We hebben in het verleden al eerder samengewerkt bij verschillende projecten (onder andere Hete Hangijzers en Het boek van de natuur). Hij is een diep doordenkend maar ook geduldig redacteur, die met uitdaagt om te streven naar excellentie. Gisteravond kwamen we in Utrecht bij elkaar om samen een biertje te dringen, maar nog belangrijker, om over mijn volgende project met elkaar te praten. Het gaat om het boek waar ik het al eerder over heb gehad, maar dat er nu toch echt gaat komen. Het boek over de sacramentele (of participatoire) manier van kijken naar de werkelijkheid: zien hoe de onzichtbare God zichtbaar wordt in onze wereld en die daardoor betekenis geeft, versus een transactionele manier van kijken naar onze werkelijkheid die onze levens ziet in termen van 'voor wat hoort wat' en de natuur als iets dat we voor onze doelen kunnen gebruiken. Reinier had een paar goede ideeën en richtingen voor mij om te exploreren, en daagde me uit om me doelen te schrijven voor verbetering van mijn werk. Ik ga het natuurlijk proberen, maar ik ben bang dat ik mijn wat meer meanderende, met uitweidingen gelardeerde stijl niet helemaal zal kwijtraken. Maar goed, dat is ook hoe ik denk. Concreet heb ik de eerste week van maart vrij genomen van kantoor, en ga ik die tijd gebruiken om aan dit project te beginnen. Daarna hoop ik gestaag door te schrijven, zodat ik eind juni of begin juli met de eerste versie van het manuscript klaar ben.
Het zou echter wat langer kunnen duren, als mijn andere boek dat dit jaar op stapel staat, er tussendoor komt. 'De Krakenvorst' ligt immers ook bij uitgeverij Macc. De uitgever is echter nu nog druk met het voltooien van een paar andere projecten voor hij zich geheel op het mijne kan richten, dus het duurt nog heel even voor het eerste boek van mijn duologie het licht gaat zien. Zodra de redacteur naar mijn manuscript heeft gekeken, zal ik er nog het een en ander aan moeten herschrijven, en dat kan dus mogelijk botsen met mijn andere boek. Een kleine prijs om te betalen voor de gelegenheid met zulke gave projecten bezig te zijn!
Tot ik aan mijn grotere boek begin ben ik nog bezig met het schrijven van korte verhalen. Ik werk nu aan mijn vierde verhaal van dit jaar. En ik zoek ook nog steeds naar plekken om ze te publiceren of wedstrijden om ze naar in te zenden. Zo ontdekte ik laatst dat er een wedstrijd is van uitgeverij Luitingh Sijthoff, waarvan de uitreiking is op Elfia, waar ik vandaag een verhaal voor wil opsturen. Altijd spannend, maar ook heel leuk. Ik heb nog niks gehoord of de Fantasy Strijd Brugge ook dit jaar georganiseerd gaat worden, of dat het twee jaar geleden de laatste keer was. Ik heb al wel een verhaal klaarliggen. Verder heb ik abonnementen genomen op twee tijdschriften, SF Terra en Fantastische Vertellingen en ik hoop ook daarvoor dit jaar verhalen op te sturen. Ondertussen probeer ik mezelf bij elk verhaal dat ik schrijf uit te dagen, en thema's aan te snijden die ik nog niet eerder had aangesneden of omgevingen te beschrijven waarvan ik niet dacht dat ik dat kon. Ik begin zelfs langzaam na te denken over een volgend langer fictieproject. Ik heb een tijd gestoeid met het idee van een vervolg op 'De Krakenvorst', maar ik weet nu dat ik een fantasyboek kan schrijven. Ik denk echter dat het een mooie uitdaging gaat zijn een zogenoemde 'hard SF'-roman te gaan schrijven. Ik weet nog niet wat het verhaal gaat zijn, maar mijn onbewuste is natuurlijk al hard aan het werk om een sappig idee aan te dragen. Ik hoop alleen dat het niet te hard aan het werk is, want dit jaar en zelfs volgend jaar zal ik geen tijd hebben voor het schrijven van het verhaal. Het eerste zaadje van het idee is echter al wel geplant, en ik denk dat het op zijn eigen tijd wel tot bloei gaat komen.
Goed nieuws is dat er van de 'Woestijnvaders', het boek waaraan ik heb meegewerkt als redacteur, een tweede druk is verschenen! Op mijn blog verschijnen nog steeds gedichten van mijn hand en ik hoop ook weer meer filmbesprekingen te schrijven dit jaar. Van beide hoop ik uiteindelijk ook een keer een bundel of boek te kunnen maken.  In de tussentijd zal ik blijven genieten van het feit dat 'De loser die wint ...' in de winkels ligt of zich zelfs al in de handen van de lezers bevindt. Het is niet altijd makkelijk om schrijver te zijn, maar ik zou het niet anders willen!

zondag 31 januari 2016

Filmbespreking: The Revenant

Soms is het niet slim om al discussies over een film te lezen voor je hem gaat kijken. Meestal ben ik niet zo bang voor ‘spoilers’ en in boeken blader ik ook al vooruit, maar een inhoudelijke discussie kan je mening over een film toch al gaan kleuren. Zo las ik over The Revenant al felle uitwisselingen over het feit dat de film gebaseerd zou zijn op een echt verhaal en vooral wat dat betekende voor het einde van de film. Om kort te gaan: Er heeft echt een meneer Glass bestaan, die voor dood werd achtergelaten (al had hij waarschijnlijk geen inheemse vrouw, en al helemaal geen kinderen) en die vervolgens honderden kilometers lang degenen die hem achterlieten achtervolgden. Tegen het eind van de zomer, dus niet in de winter! En toen hij zijn kweller uiteindelijk vond, besloot hij hem niet te doden. Een verhaal over vergeving dus? Niet helemaal want volgens de geschiedenis had deze meneer Fitzgerald ondertussen dienst genomen in het leger, en als Glass hem zou doden, zou hij vervolgens zelf een prijs op zijn hoofd krijgen. Dat had hij er ook weer niet voor over. Zou deze film krachtiger zijn geweest als het echte verhaal was gevolgd? Ik weet het niet, in elk geval verlopen de gebeurtenissen heel anders. En is dat een probleem? Ik weet het niet, volgens mij kan dit verhaal op zichzelf staan. Aan de ene kant is het heel realistisch gefilmd (het is alsof je zelf in de bossen rondzwerft, met oog voor de details van mos en grond en ijs), inclusief verwondingen (dus voor wie wat gevoelig is, niet echt een aanrader), aan de andere kant hebben heel veel beelden een bijna mythisch, transcendent karakter. Het menselijke drama speelt zich af tegen de achtergrond van schoonheid en glorie van de natuur. Dat is het toneel waarop menselijke spelers hun verhalen uitspelen. Ik vind de manier van filmen onthechtend genoeg om niet te vallen over het ‘niet waargebeurd’ zijn van het verhaal. En ook al hadden de discussies die ik had gelezen van te voren me een beetje aan het twijfelen gebracht, ik had een heel goede ervaring in de bioscoop. Ik was onder de indruk, werd door de film aan het denken gezet, en bleef de beelden, zowel mooie als gore, voor me zien. Als een film dat bereikt, is hij in mijn opinie geslaagd! Een aanrader dus. Wel begrijp ik dat de film door sommige mensen als saai of traag wordt beschouwd. Dat begrijp ik niet, ik werd namelijk volledig meegesleurd door het verhaal, ondersteund door knap acteerwerk van onder andere Tom Hardy en Domnhall Gleeson. Leonardo DiCaprio is vooral heel intens, maar dat doet hij goed. En zoals gezegd: erg mooie natuurbeelden. Als de film alleen maar had bestaan uit beelden in hoge definitie van laaghangende wolken tussen de Canadese bergen in, had ik nog steeds ademloos gekeken. Maar verwacht je een actiefilm, dan kom je waarschijnlijk niet helemaal aan je trekken.

De film begint met een pelsexpeditie diep in de Canadese binnenlanden. Een flinke groep pelsjagers heeft huiden verzameld, en bereidt zich voor om per boot terug te keren naar het zuiden. Een aanval van een indianenstam, de Ree, decimeert het gezelschap en uiteindelijk worden de overlevenden gedwongen de boot achter te laten en over land verder te trekken, aangevoerd door Hugh Glass, een spoorzoeker die een tijd bij de Pawnee heeft doorgebracht en bij een Pawneevrouw een zoon heeft verwekt, Hawk, die hem nu vergezelt. Vanwege zijn relatie met een Indiaanse vrouw vertrouwen de jagers hem niet erg. En als Hugh dodelijk verwondt wordt door een opgeschrikte beer, gaan er al snel stemmen op hem achter te laten, ook al is hij nog niet gestorven. De kapitein laat twee mannen bij Hugh achterblijven, onder wie John Fitzgerald, gestrikt met een flinke beloning. Als Hugh maar niet doodgaat, besluit hij het heft in eigen handen te nemen. Hij doodt Hawk, begraaft Hugh levend en gaat de kapitein achterna. Hij dacht dat de natuur het karwei wel voor hem zou afmaken, maar Glass klimt uit zijn eigen graf, verricht wat ‘do it yourself’-chirurgie, en begint aan de achtervolging. Maar een zwaargewonde man, in zijn eentje in de ijskoude wildernis, moet tot het uiterste gaan om te blijven leven …

Al bij het zien van de eerste beelden van de film, van water dat tussen bomen door vloeit, levend, bruisend, alsof het de hele wereld vult, was het me duidelijk dat dit niet zomaar een film over wraak is, maar een met een diepere laag van betekenis. Volgens sommige recensies is het diepere thema van de film loyaliteit: de loyaliteit van Glass aan zijn zoon Hawk, de loyaliteit van de Ree-hoofdman aan zijn gekidnapte dochter, naar wie hij voortdurend op zoek is, en het gebrek aan loyaliteit van mensen die iemand voor dood achterlaten (en hoe we soms door anderen op het verkeerde been worden gezet en daardoor tegen ons geweten in handelen). Volgens anderen is er een terugkerend thema in de film over mensen die de natuur van dieren aannemen. Zo wordt Glass respectievelijk beer, wolf, paard en zelfs vis (zie deze analyse). Maar ik analyseer de film natuurlijk door mijn eigen gekleurde brillenglazen en ik zag er een krachtige weergave in van het verschil tussen een transactionele kijk op de wereld en een sacramentele kijk op de wereld.
Het begon met het meest ‘christelijke’ karakter uit de film, verbazingwekkend genoeg Fitzgerald. Hij is degene die mensen wel even de laatste sacramenten meegeeft, een gebed uitspreekt bij een begrafenis, en altijd wel een bijbeltekst weet aan te halen om aan te geven dat God het wel goed vindt wat hij doet. Ondertussen is hij het meest egoïstische, zelfzuchtige karakter uit de film. Hoe kan hij het rijmen met zijn geloof? In de loop van de film zit hij met een ander karakter om een vuur, waarop ze het vlees roosteren van een paard dat ze hebben buitgemaakt. Fitzgerald vertelt hoe zijn opa God gevonden had. De man was ooit een atheïst, maar verdwaalde tijdens een expeditie in de wildernis. Daar kreeg hij nogal honger. Razende honger. En precies op het moment dat het te erg dreigt te worden, vindt hij God. “God,” citeert Fitzgerald zijn grootvader, “…is a squirrel. So, I ate the son of a bitch.” Fitzgerald gebruikt zelf de woorden glorie en transcendentie om de schoonheid van de natuur aan te geven, maar te midden van die schoonheid schoot zijn grootvader God dood en at hem op. Hij gebruikte de natuur om zelf in leven te blijven. En Fitzgerald gebruikt God ook zo, als middel. Hij gebruikt zijn praten over God zelfs om goed te praten dat hij mensen doodt. De natuur beschouwen als object, als middel dat ons ter beschikking staat om ons niet alleen te laten overleven, maar om ons rijk te maken, is iets dat vaker in deze film wordt veroordeeld. Een groep Indianen stuit op een groep Fransen. Ze willen hun paarden in ruil voor vellen, en accepteren geen nee, want de blanken hebben hun al alles afgepakt: hun land, de dieren, hun familie. Door de natuur te behandelen als levenloos en betekenisloos, als middel en niet als waardevol in zichzelf, vernietigen we onze omgeving en uiteindelijk onszelf.
Niet lang na deze scene en volgens mij bedoeld als contrast ermee, heeft Glass zich met moeite tegen een helling opgehesen. Hij ziet een opvallend spektakel. Een roedel wolven doodt een bizon. Nee, de natuur is niet lieflijk. Ook al is de natuur sacramenteel, ze is niet zoetsappig. Aslan is wel goed, maar niet tam. Dit is wat de natuur doet: roofdieren doden om te kunnen eten. Ik had het idee dat de film wilde suggereren dat dit de achtergrond is waar wij tegen leven. Een van pijn en geweld, teleurstelling en dood. Maar de film verandert deze bloederige realiteit in een waar sacrament.
Een Pawnee-indiaan verjaagt de wolven en begint te eten. Glass kruipt dichterbij. Hij is zwak, uitgeput, op sterven na dood. Hij steekt vragend zijn hand uit. Hij stelt zich kwetsbaar op. De indiaan kan hem weigeren. De indiaan kan hem doden. Maar in plaats daarvan laat de Pawnee Glass delen van het vlees. Allebei hun monden en kinnen kleuren rood van het bloed. Ze vormen vanaf dat moment een gemeenschap rond de gedode bizon. Rond het karkas werd mensenliefde zichtbaar, vriendschap, het delen met elkaar, en de wreedheid van de natuur werd iets levenbrengends.
Ik dacht hierbij aan Jezus die ook een slachtoffer werd van de natuur, in zijn geval de menselijke natuur, de natuur van religie en politiek, en massahysterie. De mensen doodden hem om er zelf beter van te worden, om hun macht niet kwijt te raken, om niet in politiek slecht water terecht te komen. Maar hij werd een sacrament. Wie zich rond hem verzamelt, in zijn slachtofferschap, zijn kwetsbaarheid, vormt een gemeenschap. Daarom zegt hij: ‘Als u het lichaam van de mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven … Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem’ (Johannes 6:53v). Volgens de bijbel gingen veel van zijn leerlingen daarna bij hem weg. Ze zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’.
Ik denk dat mensen in de eerste eeuw heus wel begrepen wat een metafoor was, ze kenden allegorie, en gelijkenissen. Ze wisten heus wel dat Jezus niet bedoelde dat ze kannibalen of vampiers moesten worden. Maar gisteren, in een gesprek op een feestje, kwam het op de kerk en hoe die het goede nieuws werkelijk kon doorgeven. En mijn gespreksgenoot suggereerde dat kwetsbaarheid daarvoor nodig was: het kunnen delen van je pijn, van je lijden, en in dat lijden, in die pijn, de aanwezigheid van God vinden. En ik realiseerde me dat dit is waarom het avondmaal als sacrament centraal staat. Want het brood en de wijn zijn sacramenten van het lijden van Jezus, de vreselijke kwetsbaarheid waarmee hij aan het kruis hing, als een open wond. En waarmee hij ons uitnodigt rond de avondmaalstafel onszelf net zo kwetsbaar open te stellen. Onze pijn te delen, opdat de glorie van God daarin geopenbaard zal worden. En voor veel mensen is dat moeilijk, want het vereist dat je de maskers afzet, niet langer je eigen gewin op de eerste plek zet, en durft van jezelf te geven, van je eigen vlees en bloed.
De sacramentele connectie wordt in de loop van de film op nog meer plekken duidelijk. Niet alleen het sacrament van het avondmaal komt voorbij, ook dat van de doop. Glass komt namelijk terecht in een ruime van een kerk. Op de muur is het fresco van de kruisiging nog helemaal zichtbaar. In het midden van de kerk ligt een diepe plas water. Daar stapt Glass in. Volgens mij is hier een parallel met het doopvont. En staande in het water ziet Glass in een visioen alsof het echt is zijn overleden zoon. En die spreekt hem moed in. In het water van de doop, dat een beeld is van de dood (volgens 1 Korintiers dalen we als we gedoopt worden af in de dood van Jezus), ontmoet Glass zijn zoon die al dood was. Verder is er een meteoor. De film maakt duidelijk dat zowel Glass als zijn grootste vijand Fitzgerald de meteoor waarnemen. Iets van buiten de wereld komt onze wereld binnen, en schept een connectie tussen de twee mensen die het waarnemen, ook al zijn ze elkaars vijanden. De sacramenten creëren gemeenschap (zie mijn recensie van de film The Way).

Nadat ze samen van de bison hebben gegeten trekken Glass en de indiaan ook verder samen op. De Pawnee vertelt dat hij ook een groot verlies heeft geleden. Hij is zijn hele familie kwijt geraakt. Maar hij weigert wraak te nemen. “My heart bleeds”, zegt hij, “But revenge is in the creator's hands.” Helaas wordt de man later gedood door de Fransen. Hij ik opgeknoopt met boven hem een bord: ‘We zijn allemaal wilden’. Maar deze man was dat niet. Wie zijn er nou wilden? De indianen die in een sacramentele eenheid met de natuur leven, of de blanken die zomaar iemand opknopen, omdat hij een indiaan is? Het is niet makkelijk om een volgeling te zijn van Jezus. Hij werd gekruisigd en wij deelden in zijn kwetsbaarheid in zijn vlees en zijn bloed, het brood en de wijn. Dan moeten we ook zelf kwetsbaar durven zijn en de pijn durven lijden die hoort bij het leven in een wereld vol wilden, vol wrede mensen, die hun eigen belang zoeken boven alles.
De dood van de indiaan heeft Glass niet afgeschrikt. Aan het eind van de film herhaalt hij inderdaad zelf de woorden: ‘Revenge is in the creator’s hands’. Nee, wat er op dat moment gebeurt is zeker geen vergeving of verzoening. Geen zelfopoffering. Je kunt eerder zeggen dat Glass de natuur zijn gang laat gaan, en dat God -hier op aarde- handelt door de natuur. Er is wraak, maar die wordt niet door Glass gepleegd. Bovendien merk je op dit punt in de film als kijker dat je het geen goed einde zou vinden als Glass gewoon wraak neemt. Je realiseert je dat hij zich daarmee moreel verlaagt tot het niveau van zijn tegenstander, en dat hij zichzelf daarmee tot een zelfde lot verdoemt. Het is zoals ik las in een discussie op het forum ‘Arts & Faith’: ‘Since killing is the ultimate symbol of power over another person, to refuse to kill, even with the knowledge and intention that someone else will do the killing instead, is to symbolically relinquish power. Glass's final act isn't about mercy, but it is about letting go - and that's a spiritual act in itself.’

maandag 25 januari 2016

Gedicht: Spelevaren

Spelevaren

Mijn scheepje wordt bijeengehouden
met klevende tape en touw. Met zorg
heb ik het zeil hersteld, gelakt
het hout, maar toch blijven de scheuren
zichtbaar. Ik laat het te water en wacht
of het blijft drijven in de vijver:
een grijze kring rond een fontein.
Het zinkt niet, ik trek het rond, bezorgd.
Van mijn ouders moet ik hier spelen.
Zij snappen niet dat ik me niet vermaak.

Maar er zijn jongens die hun boot steeds
laten botsen. Die met hun boegspriet
mijn flank doorboren, lachen als ik
water maak. Rond mij hoor ik huilen
van mijn speelgenoten niet in staat
zich te verzetten. En ook ik raak
moe me te verweren, steeds opnieuw.
Waarom laten we dit toe? Gunnen
we hun genot? Waarom gaan we niet
naar zee, waar geen beton ons insluit?
Ook al zijn daar golven; wij zijn vrij!

zaterdag 23 januari 2016

De eerste recensies van 'De loser die wint ...'

Altijd spannend voor een schrijver: wat vinden andere mensen van je boek? De afgelopen weken kwamen de eerste reacties van mensen binnen.

Henk Medema dook op zijn blog het boek in en probeerde te definiëren waar het over ging: "Dit boek is zelf een verhaal, waarin vanaf het allereerste begin (zelfs al op het omslag: een jongetje dat bij het voetballen aan de kant zit) de auteur zelf een rol speelt ... Wat Klein Haneveld laat zien is zowel zijn eigen persoonlijke betrokkenheid als die van God. In het leven van ons allen schrijft de Heer zijn verhaal. 
Het verhaal zelf is, frappant genoeg, juist gewoon, zelfs als het ongewoon is, als de auteur bijvoorbeeld nogal uitgebreid vertelt over een reis naar Hyderabad, India (105vv), eindigend in een avontuur dat veroorzaakt werd door 'de' beroemde IJslandse vulkaanstofwolk (184v). Die gebeurtenissen hebben een bijzondere indruk in zijn leven achtergelaten, maar dan als een afdruk die zich uitdrukt in zijn eigen leven. 
Deze recensie klinkt niet zeer verhelderend, dat begrijp ik wel, maar dat is niet anders: dit boek vraagt om gelezen te worden en doordacht te worden. Het is een bijzonder boek, waarvan je, net als van alle goede boeken, kunt zeggen dat onbevangen lezen de enige goede manier om er wat mee te laten gebeuren, en dan is het bijna onvermijdelijk dat er iets met je gebeurt. Wat? Dat weet ik niet, want het einde van Gods verhaal, de afloop, de ontknoping, ‘le denouement’ (203) is open, uitmondend in het Grote Verhaal van God Zelf. Wie zo’n open zoektocht aandurft, waagt én wint."

Op Facebook schreef Daniel de Wolf een uitgebreide aanbeveling van mijn boek. Hij volgt mijn blog al jaren en is fan mijn filmbesprekingen. "Zijn beschouwingen zijn uitermate persoonlijk en daardoor kwetsbaar - iets waar ik veel waardering voor heb. Daarnaast is Johan een scherpzinnig denker, die onvermoeibaar probeert om foutieve patronen in zijn denken (die hem bijvoorbeeld meegegeven zijn door een fundamentalistische vorm van christendom) te deconstrueren en aan te vallen. Maar daarnaast zoekt hij voortdurend naar wat dan overblijft als alternatief - en dan kom je bij termen als 'het Grote Verhaal', maar ook bij een 'sacramentele visie op het leven'. Grote termen, maar door de kwetsbaarheid waarin Johan deze termen vervlecht met zijn eigen leven en de schoonheid van wat hij ontdekt, worden ze behapbaar en toegankelijk ... Dat Johan besloot om delen van zijn blog uit te werken tot een boek stemde mij dan ook enthousiast ... Net als zijn blog is 'De loser die wint' een unieke mengeling van persoonlijke verhalen en zelf-therapie, theologie, filosofie en talrijke verwijzingen naar films en literatuur. Vanaf deze plek wil ik iedereen van harte dit boek aanbevelen!"

Matthijs Den Dekker ging op zijn blog flink de worsteling aan met het boek! "Dit is geen rationeel verhaal waar je anderen mee kunt overtuigen. Het boek gaat in op de diepste verlangens van de mensheid. Op dat onbestemde gevoel dat zegt ‘Dit kan niet anders – dit moet het zijn – ik geloof dit – maar waarom?’ De vraag die Johan in het boek stelt is: Kies je ervoor je eigen verhaal te vertellen, waarin je de held bent, maar dat uiteindelijk uitloopt op teleurstelling en tekortschieten? Kies je ervoor het verhaal van de wereld te geloven, waarin het recht van de sterkste geldt en je vooral voor jezelf moet zorgen? Of leef je in het verhaal van God, besef je –geloof je– dat dit het verhaal is dat klopt? Wat dit boek bij mij losmaakte was het diepe verlangen ook in Gods verhaal te leven. Of meer het besef dat ik al in dat verhaal leef. Niet omdat ik kan aantonen dat het waar is, maar omdat ik diep in mijn hart weet dat het waar is. Dit is het verhaal dat klopt. En ik wil heel graag ontdekken wat God nog meer te vertellen heeft."

Jos Strengholt, anglicaans priester in Egypte, schreef op Facebook: "Dutchies, very worthwhile buying and reading. Personal, intelligent, convincing." Hij zal later een meer uitgebreide recensie schrijven.

Facebookvriend en volger van mijn blog Hans Zellenrath stimuleerde mij om een serie blogs uit 2011 op mijn blog om te werken tot een boek. Afgelopen week schreef hij me wat hij vond van het eindresultaat: "Hallo Johan, wat een mooi boek heb je weer geschreven: 'De loser die wint.....' Gods verhaal met ons is liefde. Het credo van de kerk waartoe ik behoor is: 'God is liefde en God is goed! En ja, God is liefde! Heel mooi hoe je onze en jouw eigen zwakheid in het verhaal plaatst zodat wij sterk worden in God. Ook jouw persoonlijke belevenissen, naar de vrijheid van Gods kinderen ... Prachtig ingevuld want in jouw leven nemen verhalen een belangrijke plaats in. Het grootste verhaal van het Koninkrijk van God, dat geen mythe is, is Jezus Christus opstanding uit de dood, daar draait alles om. Zijn overwinning over de dood toont Gods onvoorstelbare liefde voor ons en voor deze kapotte wereld. Dank voor je delen in dit boek, voor je liefde en dat je duidelijk maakt dat Zijn liefde alle mensen geldt!"

Mijn vrouw Bianca is misschien geen heel objectieve bron wat betreft deze materie , maar zij schreef op Goodreads het volgende:  "This book ... describes a way of believing in the love of God that is very inspiring to me and makes it impossible not to be hopeful about the future. The book makes me long to live in trust and love. It makes me want to love and respect others more. It makes me feel loved and protected by God. In my view Johan is very convincing in describing what would truly be great news. And after reading this book I want it to be true more than anything."

Voor de volledigheid moet ik natuurlijk melden dat afgelopen week ook in het Nederlands Dagblad een recensie stond. Het is een hele eer te worden uitgekozen om gerecenseerd te worden. De recensent vond het verhaal dat ik in mijn boek vertelde echter 'niet verrassend of spannend'. Ik weet niet of hij nu bedoelde of ik mezelf niet als succesvol christelijk avonturier presenteerde, want dat zou het thema van zwakheid hebben gemist, of dat hij wat ik over Gods verhaal vertelde niet verrassend vond - terwijl wat ik zeg toch evangelische christenen wel op het achterhoofd zou kunnen laten krabben. Laat ik het er op houden dat als iedereen het over mijn boek eens zou zijn, ik iedereen naar de mond hebben willen praten, en dat zou ook geen compliment wezen! Dus wil je zelf weten wie er gelijk heeft, de recensenten hierboven of de krant, dan weet je wat je te doen staat!

Je kunt het boek kopen op Bol.com, maar ook bij de christelijke boekwinkel. Maar je kunt ook komen naar de signeersessie aanstaande zaterdag 30 januari van 14.00 uur tot 15.00 uur in de Bijbel In in Delft (Voldersgracht 30A). Ik heb begrepen dat de winkel er een mooi feestje van gaat maken. En ik neem ook nog wat van mijn eerdere boeken mee, mocht je die nog niet gelezen hebben. 

Heb je 'De loser die wint ...' gelezen, dan zou ik het gaaf vinden als je een reactie achterlaat op Bol.com of op de Goodreadspagina van mijn boek. Of op mijn blog! Of per mail (JohanKleinHaneveld@gmail.com). Ik vind het namelijk erg leuk om te horen wat mensen van mijn boek vinden!

vrijdag 22 januari 2016

Gedicht: Pleisterplaats

Pleisterplaats

Ik was hier aangekomen
diep in de nacht. Mijn voeten
deden pijn. Ik had zonder 
drinken dagen gelopen,
pauzeerde niet onderweg
want leeuwen volgden
mijn spoor van zweet. Ik wist niet
of ik zou blijven leven.
Toen vond ik water, veilig
tussen gelijkgestemden,
dadels en kokosnoten.
Mijn tent bouwde ik op een
beschutte plek. Mijn benen
stak ik uit. De angst die mij 
jarenlang had voortgejaagd
verliet mij. Ik bood zelfs aan
om mee te werken. Totdat
de poel begon te slinken.
Palmen verdorden. Ik werd
op rantsoen gezet. Te vroeg
had ik mijn tocht geëindigd.
Dit was slechts een pleisterplaats. 
Geen stad. Mijn doel lag voorbij
de horizon. Aangesterkt,
veldflessen vol, vervolgde
ik mijn reis op weg naar huis.

dinsdag 12 januari 2016

Filmbespreking: The Apostle

Genade. Het blijft moeilijk het te begrijpen. Zelfs als je regelmatig over Gods onvoorwaardelijke liefde schrijft, hele boeken vol zelfs, verlies je soms uit het oog hoe aanstootgevend genade kan zijn.
Want als God echt in Christus de hele wereld met zichzelf verzoend heeft, als Jezus werkelijk de zonden van de hele wereld op zich heeft genomen, als er werkelijk niets meer is dat ons kan scheiden van de liefde van Christus … dan geldt dat voor iedereen. Ook voor mensen die het in mijn ogen niet verdiend hebben, die er niet hun best voor hebben gedaan, die andere dingen geloven dan ik, die hun impulsen niet onder controle hebben. Voor charlatans en kwakzalvers, voor kindermoordenaars en genocideplegers, voor religieuzen en heidenen. Voor Hitler en voor moeder Teresa. Voor iedereen.
Dat is ‘heady stuff’, dat komt hard binnen. Daar moet je even van gaan zitten. Want het lijkt alsof God zich niet aan de regels houdt, alsof hij niet eerlijk is, alsof hij vals speelt. Alsof hij een loopje met zichzelf laat nemen, en dingen door de vingers ziet. En dat kan toch niet? Als dat zo is, hoe kan ik dan ooit beoordelen of ik een goed mens ben, of ik deug, of ik erbij hoor? Als dat zo is, hoe kan ik er ooit voor zorgen dan anderen zich naar mijn maatstaven gedragen? Als dat zo is, hoe krijg ik dan ooit garanties? Die zijn er niet. Ik ben helemaal vrij. En dat is eng. En andere mensen zijn ook helemaal vrij. Dat is nog veel enger! Daar heb ik niet om gevraagd!
Het is veel gemakkelijker mijn gedrag in regels vastgelegd te hebben, met straffen en beloningen erbij, dan vrij te zijn om te kiezen: heb ik anderen lief of niet, creëer ik schoonheid of niet, streef ik rechtvaardigheid na of niet? Als dat alleen van mijn eigen keuze afhangt, zonder een wortel of een zweep … En dan weet ik ook niet of anderen mij wel gaan liefhebben, voor mij schoonheid maken, me rechtvaardig behandelen. Laten we de hekken dus maar snel weer oprichten. Ja, we zijn behouden op grond van genade, door het geloof, maar … nu moeten we wel leven als goede christenen … Ja, God houdt van ons zoals we zijn, maar … Hij houdt te veel van ons om ons zo te laten. Ja, Jezus' werk aan het kruis geldt voor iedereen, maar … ze moeten wel de juiste dingen geloven of doen om in de hemel te komen. Ja … maar …

Het moge duidelijk zijn, we voegen graag ‘maren’ toe aan een boodschap waar ze oorspronkelijk niet bij hoorden. Hoe moeilijk het ook is voor ons te accepteren: het evangelie is niets anders dan een boodschap. Een aankondiging van iets dat realiteit is. Niet iets waar wij iets voor hoeven doen. Het is geen onderhandeling, geen verbond met twee partijen (de bijbel suggereert dat het een verbond is waarbij maar een enkele partner aan voorwaarden hoeft te voldoen, namelijk God), geen polderstructuur of overlegsessie. Er worden geen voorwaarden gesteld of belastingen geheven.
Het is simpelweg een nieuwsbericht dat aan ons wordt verkondigd: het koninkrijk van God is gearriveerd. Het is al in ons en onder ons. Het enige dat voor ons overblijft, is die boodschap te horen. Onze vingers niet in de oren te steken, maar de boodschap ontvangen. Ervoor open staan als een kind. Dit is al realiteit, of wij het nu willen of niet. We kunnen ons er slechts naar schikken. God heeft ons in Christus met zichzelf verzoend. Nu wij weer … de vraag bereikt ons opnieuw: ‘wat wil je?’
Zo radicaal is het. We hoeven niet eens in het goede nieuws te geloven. Het is realiteit of we erin geloven of niet (erin geloven is wel mooi omdat het je ontspanning kan geven en de energie om lief te hebben en schoonheid te creëren). Of dat we nu net het verkeerde dogma geloven. Onze intellectuele overtuigingen kunnen niets doen om het koninkrijk te doen komen of het tegen te houden. Onze emotionele ervaringen ook niet. God bouwt zijn koninkrijk - het is een belofte en hij gaat die gestand doen. Zelfs ons morele of amorele gedrag heeft erop geen invloed. Het is er en als wij het willen, horen we erbij.

Maar goed, dan moeten we ons associëren met degenen die volgens Jezus in dat koninkrijk thuishoren. De melaatsen, de hoeren, de tollenaars. De laatsten, die de eersten zullen zijn. De Farizeeën wilden er daarom niet bij horen. Als dat gespuis zomaar wordt toegelaten … is dat dan waarom wij ons altijd zo hebben uitgesloofd? Dus wilden ze zelf het koninkrijk niet binnengaan, niet leven alsof het al realiteit was (wat het was), en hielden ze anderen tegen te leven alsof het koninkrijk gekomen was. En op die manier sloten ze zichzelf erbuiten.
Die Farizeïsche neigingen herken ik (helaas) nog steeds bij mezelf. Anders dan toen ik in een wat extreme, strenge kerk opgroeide, en mezelf onder andere liet voorstaan op mijn kennis van de bijbel (alsof het voor God wat uitmaakt hoeveel Bijbelteksten je uit je hoofd kent). De kerk waar ik in opgroeide, had het verzamelen van kennis op een voetstuk staan, en gaf mij dus een excuus om goed over mezelf te denken (ik ben intellectueel namelijk vrij sterk). De kerk bevestigde datgene waar ik toch al sterk in was, waar ik mijn leven op baseerde. Tegelijk zag ik in mezelf ook tekortkomingen (de reden dat ik stopte met het lezen van spannende verhalen en het kijken van films - ik vond mijn fantasie verdacht). Om mezelf te rechtvaardigen in het zo hard onderdrukken van mijn eigen verlangens, werd ik nog trotser op wat ik kon presteren op intellectueel gebied. En vond ik minder verlichte gelovigen, mensen die er met de pet naar gooiden, of die naar metalmuziek luisterden, het eigenlijk niet zo goed doen.
Nu ga ik niet meer naar die kerk, ben ik van intellectuele leerstellingen niet meer zo zeker en leg ik mezelf niet zulke zware regels meer op. Maar ten eerste ben ik als ik naar mezelf kijk nog steeds niet echt overtuigd dat ik waardevol ben en dat God van mij kan houden. Ik zie grove fouten en tekortkomingen - ook als anderen die niet zien. En ten tweede heb nog steeds dingen waar ik me op kan laten voorstaan. “Ik dank u, Heer, dat ik niet ben zoals die dakloze, die verslaafde (of: die religieuze, nog steeds wettische, nog steeds in het creationisme gelovende christen).” Zelfs twijfel en onzekerheid kunnen zaken worden waar ik me op kan laten voorstaan. En deze neigingen kunnen elkaar gaan versterken (gelukkig zit ik niet in een kerk die me verleidt om van dingen zeker te zijn en intellectueel te geloven).
Daarom heb ik het nodig om steeds opnieuw van mijn stuk te worden gebracht door de realiteit van Gods liefde, de boodschap van genade. Dat ik geaccepteerd ben. Punt. Alleen dat zorgt ervoor dat ik het oordeel los kan laten. Het oordeel over mezelf. En dat over de ander.

En op die manier van mijn stuk gebracht worden, dat kan alleen door schokkende verhalen. Voor mensen die, zoals ik, zijn opgegroeid met de kinderbijbel en zondagsschoolverhalen, lijken de gelijkenissen die Jezus vertelde, vertrouwde kost. Ze komen niet echt heel confronterend over: lieve schaapjes, verloren penningen. We hebben de gelijkenissen platgegooid met uitleggingen en verklaringen. Maar ze zijn echt niet zo eenvoudig, burgerlijk of kinderlijk. Voor Jezus’ tijdgenoten waren ze ronduit aanstootgevend. Allemaal!
Werkers die allemaal het zelfde betaald krijgen ook als de een een uur heeft gewerkt en de ander de hele dag? Zonen die hun vader dood verklaren en dan toch weer zomaar terug worden ontvangen? Werkgevers die er niet om geven rechtvaardig gevonden te worden. God die zichzelf vergelijkt met boze koningen en onrechtvaardige rechters, gelovigen die zich moeten gedragen als corrupte rentmeesters? Dat is toch geen moreel hoogstaande literatuur? Dat is toch niet opbouwend? Waarom zet God zichzelf neer als een gladjakker (of als iemand die zich door gladjakkers beet laat nemen)?
Het antwoord is simpel: omdat God zich naar ons toe nu eenmaal niet rechtvaardig gedraagt. Niet volgens onze normen. Hij doet ons niet naar onze zonden, hij vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden. De schuldbrief die tegen ons getuigde door zijn inzettingen en die onze tegenstander was, heeft hij uitgewist en die uit de weg geruimd door deze aan het kruis te nagelen. De religiewinkel is gesloten en er zijn planken tegen het raam getimmerd. Is dat eerlijk? Nee. Maar laten we eerlijk zijn: als God eerlijk was, waar zouden wij dan nog recht op hebben? Ik weet dat mijn geweten mij vertelt dat ik niet volmaakt ben. En dus kan ik maar beter niet al te hoog van de toren blazen. Als Gods liefde niet echt, radicaal onvoorwaardelijk is …

Een verhaal, een gelijkenis, dat de radicaliteit van Gods genade duidelijk maakt in een moderne setting is de film ‘The Apostle’, van Robert Duvall. In deze fascinerende film speelt Robert Duvall Sonny, een predikant uit een pinkstergemeente, die niet over straat kan lopen zonder ‘Jezus’ te prevelen, en niet voorbij een ongeluk kan rijden zonder stil te staan en de verongelukte tot de Heer te leiden. En de kerk die hij leidt, samen met zijn vrouw, is een groot succes. Hij is geliefd, omdat hij met zoveel passie kan preken. Het is duidelijk dat de Heilige Geest door hem heen werkt. Ja, hij is een rokkenjager. Hij is eigenlijk heel impulsief, en kan agressief en dominerend uit de hoek komen. Maar vooral is hij predikant.
Even terzijde, hoewel dit een hele nieuwe bespreking waard kan zijn: het is interessant hoe deze film laat zien dat de pinksterkerk de impulsiviteit en controleproblemen van mensen bevestigt en versterkt. Zoals de kerk waar ik in opgroeide intellectualisme en kennis bevestigde en versterkte, en maakte dat mensen met veel kennis en intellect op een voetstuk kwamen te staan, gebeurt dat in de pinksterkerk in deze film met mensen die zichzelf moeilijk kunnen bedwingen. Want je moet je juist open stellen voor de geest, je wordt geacht je remmingen los te laten, en God door je heen te laten werken. Mensen die dat uit zichzelf goed kunnen, bijvoorbeeld vanwege een geringe impulscontrole, stijgen dus snel op de ladder van ‘geestelijkheid’. Zij kunnen namelijk spontaan zijn, opeens in rare woorden gaan spreken, en durven zich zomaar met een woord of profetie in het leven van anderen te mengen. Dit betekent echter ook dat het de ongezonde kanten van zichzelf niet kunnen beheersen of impulsen niet kunnen bedwingen in deze kringen makkelijker tot uiting kunnen komen. Dit zie je in pinksterleiders die privejets willen hebben en andere extremiteiten. En in deze film in het feit dat Sonny in een vlaag van woede iemand neer mept met een honkbalknuppel en er dan vandoor gaat. En zichzelf zo blijft opjagen dat hij niet stilstaat bij wat hij gedaan heeft. Hij heeft in de kerk niet geleerd deze ongezonde karaktereigenschappen onder controle te brengen, en dat breekt hem nu op.
Tegelijk: het verhaal van gevierd kerkleider zijn, mensen opzwepen in religieuze extase, voor de groep staan en de sfeer bepalen, dat is het enige verhaal dat Sonny kent. Het is zijn heldenverhaal, dus dat is wat hij gaat doen als alles hem is afgenomen. Hij noemt zich de ‘Apostel E.F.’ en reist naar een afgelegen plek waar hij een ingedut kerkje nieuw leven in gaat blazen. Is dit wat de Heer hem ingeeft, of is het zijn ‘heldenverhaal’? Het feit is: hij weet niet anders. De film toont Sonny echter niet als charlatan of onoprecht. Hij is wel degelijk voortdurend in dialoog met God. Hij schreeuwt zelfs tegen hem, fluistert naar hem, tiert tegen God, als een David - die ook een vriend van God was. Hij is echt overtuigt dat God er is, en werkt in mensen. Maar tegelijk leeft hij het verhaal uit dat zijn heldenverhaal is, en waarvan hij overtuigt is dat het de enige manier is waarop hij zijn leven betekenis kan geven. Onze motieven zijn nooit helemaal zuiver. De mijne ook niet. Schrijf ik mijn boek of mijn blog omdat ik echt iets wil overdragen, of omdat ik mijn zelfbeeld laat afhangen van het aantal mensen dat op de link klikt? Het laatste is namelijk ook waar, ik ga dadelijk ook weer controleren hoeveel mensen dit stuk hebben gelezen.
Wij als kijkers weten dat Sonny iemand is met impulscontroleproblemen, een rokkenjager en een moordenaar, bovendien iemand die zichzelf niet bij de politie heeft aangegeven. En toch: God werkt door hem heen. Als een racistische ‘redneck’ problemen zoekt, ziet Sonny de nood achter de ogen van de man en bidt met hem. De man laat zijn plan varen en zoekt verzoening. Een jonge man die in zijn eentje leefde, vindt gemeenschap en komt uiteindelijk tot bekering. Een noodlijdende gemeente wordt een levend geheel, waar mensen die elkaar eerst niet mochten, elkaar in de armen vallen. En dat is blijvend! Het werk dat God door Sonny heen heeft gedaan, stort niet opeens ineen. Hij heeft zelfs mensen achtergelaten die het zullen gaan oppakken.
En als Sonny dan door de politie is ingerekend, en te werk is als gevangene, dan nog werkt God door hem heen. Dan nog verkondigt hij het goede nieuws, het evangelie, de aankondiging dat God in Jezus de wereld al, voor eens en altijd met zichzelf verzoend heeft.

Werd ik erdoor geschokt? Ja. Laat het bij het kijken van de film tot je doordringen. God heeft Sonny lief -onvoorwaardelijk— zoals Sonny is en wat hij ook gedaan heeft, precies zoals hij jou en mij liefheeft, en niet anders. Het is zoals Sonny zelf steeds zegt: ‘Jesus loves you in this moment, and so do I.’ En God houdt niet meer van mij of van moeder Theresa dan van Sonny. En God werkt niet meer door mij of moeder Theresa, dan door Sonny. In de bijbel staat dat God de heidense koning Xerxes gebruikte. Hij sprak zelfs door een ezel. Waarom zouden wij ‘maren’ toevoegen aan zijn beslissing, het willen kwalificeren, iets toevoegen dat wij eraan kunnen bijdragen (al was het alleen dat wij ‘geloven dat het waar is’)? God is het die handelt, en hij handelt alleen. Zo mooi is het goede nieuws. En ondertussen moeten we niet neerkijken op mensen die anders zijn dan wij, net zulke zondaars als wij (hooguit misschien wat zichtbaarder), met wie wij Gods koninkrijk delen. Zij zullen ons daarin voorgaan, met de tollenaars en hoeren en al dat soort types waarmee de Farizeeën zich niet wilden associëren. Trouwens, zelfs als wij op hen zouden neerkijken, zou dat Gods liefde voor ons niet minder maken. God houdt zelfs van huichelaars. De vader zocht de oudste zoon op, toen die het feest niet wilde binnengaan. Zo radicaal is nou het evangelie.
Oh, en geniet bij het kijken van de film van de ‘Southern gospel’-muziek. Fantastisch!