donderdag 18 september 2014

Gedicht: Acceptatie

Acceptatie

De bloem is goed genoeg
Gewoon zoals hij is,
ontvangt de stralen van de zon.
En het gras. Geen onderscheid
wordt door Gods hand gemaakt.
Gulle regen verkwikt
wie haar wil ontvangen.
Zelfs het nederigste mos.
De vogel krijgt in overvloed
dagelijks brood, en vindt
zich in zijn val gedragen
door plotselinge wind.

donderdag 11 september 2014

Gedicht: Dialoog

Dialoog

Ik vraag:
"Bent u met mij tevreden?
Doe ik
wat u van mij verlangt?"

U zegt
dat ik in mijn hart moet kijken.
Wat is 't
dat ik boven alles zoek?

"Schoonheid
te vinden en te scheppen.
Waarheid.
Er te zijn voor vrouw en vriend.

Niets meer
hoef ik als dit voor mij echt wordt;
mens zijn,
oprecht mezelf op elk moment."

"En hoe
wordt dit zichtbaar in je leven?
Draagt vrucht
wat in je ziel is uitgezaaid?"

Ik knik.
Elke dag zijn er weer kansen,
contact
met de ander buiten mij.

Stilte.
Dan moet ik naar adem happen
Ik zie
wat u met mij hebt bedoeld.

Maar toch
Kan ik het niet laten rusten:
"Doe ik
echt wel genoeg voor u?"

"Waaruit
is deze vraag ontsprongen?
Door welk
geloof is hij geïnspireerd?"

"Niet door
schoonheid, waarheid en liefde,
maar angst
dat God toch boos zou zijn."

Uw stem
blijft echter vriendelijk.
Ik weet
dat ik mezelf de last opleg.

Nog niet
kan ik de teugels laten vieren.
Maar ooit
vind ik de vrijheid die u schenkt.

zondag 7 september 2014

Gedicht: Reünie

Reünie

We schuiven aan, eerst nog onwennig.
Welke naam hoort er bij welk gezicht?
Was jij niet die? Waar zat je toen?
Dan verschijnt het drinken. Vrolijkheid.
De opluchting de ander nog te zien
in lichte ogen, onaangetast,
en weten dat ook jij ondanks de jaren
bent wie je toen was en wordt herkend.
Snel volgen de verhalen, brengen licht
in stoffige herinneringen.
Het was geen paradijs, gewoon
leven zonder opsmuk. Menselijk,
maar goed, zoals de wijn, de vis.
En sommigen hebben pijn gehad
zonder dat jij het wist. Een stilte valt.
Tot een grap van toen ook hen doet lachen.
Anderen lijden nu, of doen gewoon hun werk,
lachen vrij om dromen ooit gekoesterd
van succes, tevreden met te zijn
van dag tot dag want het is zo fragiel.
IJs smelt op witte schalen, we raken
in elkaars geheim verstrikt. Tijd vliegt.
De knoop moet weer uiteengerafeld,
uit het licht stap je opnieuw de wereld in,
voldaan van meer dan voedsel. Je ziel
heeft zich gelaafd aan werkelijkheid.

donderdag 4 september 2014

Gedicht: Survival of the fittest

Survival of the fittest

Waterweegbree in gelid
buigt in de bruine stroom.
Ik zie parende libellen
als juwelen dansen op
een vloer van zon en schaduw.
Rietpluimen glanzend paars.
Spin weeft unieke cirkels
met een eindeloos geduld.
Geen geluid. De rust is diep
als in een boek van Thijsse.

Maar ik moet terug naar huis
over het zwarte asfalt.
Opdringerig motorlawaai.
Mijn hand tegen glas gedrukt.
De tuin maakt plaats voor
blokkendozen. Grijze steen
vol schreeuwerige logo's.
Gehaaste drommen mensen
voegen zich naar de vormen
in regels vast beklonken.

De wereld die wij maakten
was niet voor ons bedoeld,
maar voor wie wij dienden:
abstracte idealen, macht
en efficiëntie kil.
Die konden hier floreren.
Techniek overheerst natuur
zonder om ons te geven.
Wij wilden zelf regeren,
maar zijn toen slaaf geworden.

zaterdag 30 augustus 2014

Gedicht: Stilte

Stilte

De zee is vlak, ik wacht
op de wind. Gespannen.
Mijn knie rust op de plank.
Hand omklemt touw, ziet wit.
Ik wil op weg, iets doen,
maar kan niets dan blijven
waar ik ben. Oplettend,
klaar voor wat komen gaat.
Maar gelijk geduldig,
oog voor de blauwe lucht,
een vis die voorbij schiet
onder mij. Koele spetters.
Genieten van de rust.
Gedwongen. Zoals straks
ik weer word meegevoerd
door het zeil. Getrokken
naar het onbekende
voorbij de horizon.

zondag 24 augustus 2014

Filmbespreking: Guardians of the Galaxy

Ik ben al van heel jonge leeftijd fan van sciencefiction. En dan niet per se de sciencefiction die zich op Aarde afspeelt, in een toekomst die op een of twee doorgetrokken details niet van onze werkelijkheid te onderscheiden is. Ik ben fan van de sciencefiction die andere werelden beschrijft, ver van ons vandaan (in ruimte en/of tijd), waar het leven (intelligent of niet) andere vormen heeft aangenomen, waar onvoorstelbare artefacten zijn achtergelaten door bizarre beschavingen, waar de mens met eigen ogen kosmische gebeurtenissen kan aanschouwen, waar het lot van niet alleen de wereld, maar van het hele heelal op het spel staat. De zogenoemde ‘space opera’ (voor de genre-kenners). Het genre heet zo trouwens niet omdat er in gezongen zou worden, maar vanwege de grote gebaren en de schaal van de gebeurtenissen. Helaas worden er niet zo heel veel films gemaakt in dit genre (buiten de Star Wars- en Star Trek-film dan). Maar een paar jaar geleden kwam de film Avatar uit (een van mijn favorieten), en die lijkt een kentering op gang te hebben gebracht, met een nieuwe Star Wars-film in de planning, een ruimtefilm van de makers van The Matrix, en deze film: een superheldenfilm in het ‘space opera’-genre. Ik kende de oorspronkelijke stripverhalen niet, maar de trailers bevatten beelden van andere planeten, ruimteschepen en een pratende wasbeer. Dus mijn belangstelling was gewekt. Nu kan te veel enthousiasme voordat een film uitkomt uitdraaien op teleurstelling, maar in dit geval kan ik zeggen: de film was nog beter dan ik op basis van de trailers had verwacht. Ik heb hem al twee keer gezien en zal hem als hij op blu ray uitkomt nog vaker kijken. Als je hem nog niet gezien hebt: een bioscoopbezoek is hij zeker waard. Ook omdat de 3D-effecten hier bijna net zo goed werken als in Avatar (beter dan in een paar andere films van de laatste tijd). Maar ook omdat je dan alle details kunt zien. Een van de mooie aspecten van de film is de ‘world building’, met prachtige ruimteschepen, een mijnstad in de schedel van een reus, een wereld met aquariums in het straatbeeld. Hier zijn geen grenzen gesteld aan de creativiteit. Neem bijvoorbeeld het feit dat een van de karakters een pratende wasbeer is en een ander een bewegende boom. Die beiden heel erg overtuigend zijn (en grappig). Maar behalve de fantasievolle (maar overtuigende) aankleding valt er veel te genieten van onder andere de nostalgische soundtrack, de humoristische dialogen, de karakters (bijvoorbeeld iemand die geen metaforen kan begrijpen), verrassingen in het plot (een ‘dance off’), en oprechte emotie (bijvoorbeeld wanneer mensen worden opgeroepen zichzelf op te offeren). Ja, de film neemt zichzelf niet al te serieus, maar aan de andere kant: juist hier wordt gekeken naar de gevolgen van superheldenactie voor de normale bevolking, en naar de positie van helden ‘buiten de wet’. Dat maakte het voor mij juist weer geloofwaardig. Het enige minpuntje wat mij betreft is er een die ik ook al vaak heb gelezen bij andere recensenten: de slechteriken zijn niet erg uitgebouwd. Hun motivaties zijn niet duidelijk, ook al komen ze vaak genoeg in beeld, en we moeten maar geloven dat ze reden hebben om te doen wat ze doen. De goede karaktertekening van de helden weegt hier echter wel tegenop.

Het verhaal begint met Peter Quill, die als jongetje wordt opgepikt door een ruimteschip en wordt meegenomen naar de andere kant van ons melkwegstelsel. Na 26 jaar te hebben doorgebracht onder de ‘ravagers’ (een soort ruimtepiraten), is hij er op zichzelf op uit gegaan. Onder de naam ‘Star-Lord’ probeert hij zijn medepiraten af te troeven. Hij is de eerste die een mysterieuze bol weet te vinden. Er zijn echter andere kapers op de kust. De bol wordt gezocht door Ronan, een fanaticus die wraak wil nemen op een beschaving die lang geleden de zijne kwaad heeft gedaan. En door Gamora, een nietsontziende vrouw met een missie. Peter zelf is het doelwit van Rocket, een genetisch gemanipuleerde wasbeer en Groot, zijn zwijgzame partner. Door een samenloop van omstandigheden komen de karakters samen in de gevangenis te zitten, waar ze de reusachtige Drax tegenkomen, die ook wel ‘de vernietiger’ wordt genoemd. Terwijl de anderen de bol willen verkopen aan de hoogste bieder, wil Drax vooral wraak nemen op Ronan, die op zijn beurt de halfzus van Gamora, op de gevangenis afstuurt... Al snel ontdekt Star-Lord dat hij niet kan blijven doen alsof hij geen geweten heeft. Van hem hangt het voortbestaan van een hele beschaving af ... Maar of hij de groep van tuig en uitschot om hem heen kan overtuigen met hem mee te doen?

De meeste superheldenfilms draaien om de identiteit van de held. Wie is hij? Waarom doet hij wat hij doet? Kan hij zijn zwakheid overwinnen? Deze film gaat over een heel ander thema, namelijk: hoe leven mensen verder na een groot verlies? Een bijzonder onderwerp voor een genrefilm. Maar het wordt al neergezet in de proloog, als de jonge Peter bij zijn stervende moeder wordt geroepen. Hij is een gewetensvol jongetje, dat zelfs vechtpartijen aangaat met andere jongens als ze een kikker pijn doen. Maar hij kan het sterven van zijn moeder niet onder ogen zien. Hij weigert haar hand vast te houden. In plaats daarvan vlucht hij weg. Verder dan iemand ooit van het verlies is weggevlucht. Die vlucht houdt hij zijn hele leven vol. Hij volgt niet langer zijn geweten, maar steelt, bedriegt, en flirt er op los. Het laatste cadeau dat zijn moeder hem heeft gegeven, heeft hij onuitgepakt gelaten, al die 26 jaar. Wel luistert hij naar een cassettebandje dat ze eerder voor hem maakte. Hij denkt dat hij door druk te zijn, een ruig leven te leiden, en geobsedeerd vast te hangen aan het verleden, het verdriet kan blijven ontlopen. De manier waarop hij met het verlies omgaat, is te proberen de pijn te verdoven door drukte en andere afleiding.
Elk ander karakter dat Peter tegenkomt heeft verlies geleden. Gamora is net als Peter haar familie kwijtgeraakt. Ze is door een boosaardige macht getraind tot moordenares. Nu wil ze voorkomen dat anderen hetzelfde lot ondergaan. Het lijkt een nobel streven, maar ook Gamora gaat op een uiteindelijk destructieve manier met haar verlies om. Ze heeft haar emoties buitengesloten. Ze is volledig gefocust op haar missie. Kan zich niet ontspannen, om bijvoorbeeld te dansen. Zelfs als mensen haar een mes tegen de keel zetten, verandert haar gezichtsuitdrukking niet. Ze vlucht op haar eigen manier van de pijn van het gemis, door te zorgen dat ze dan maar helemaal niet voelt. Ook geen kameraadschap, ook geen vreugde. Ze is hard geworden.
Drax ‘de vernietiger’ is zijn vrouw en zijn kind verloren door de hand van slechterik Ronan. Hij vlucht niet van de pijn in verslavingen. Hij sluit zich ook niet af voor zijn verdriet. Hij wordt erdoor verteerd. De pijn heeft bij hem geleid tot een zinderende haat. Al honderden volgelingen van Ronan heeft hij om het leven gebracht als wraak. Maar het is niet genoeg. Ronan zelf moet er aan geloven. En zijn volgelingen (en hij denkt dat Gamora een volgeling van Ronan is). Het is zijn recht om anderen om te brengen, want hij is zijn familie verloren. De pijn is zijn identiteit geworden. Maar ook hij is daardoor alleen komen te staan. Hij heeft een eenzame queeste, duldt niemand bij zich in de buurt, voor hem bestaat alleen nog die ene pijn uit het verleden en het verlangen naar wraak. De pijn van het verlies voor ogen houden, lijkt dus ook geen heel gezonde strategie.
De wasbeer Rocket heeft nooit familie gehad. Hij is als enige van zijn soort tot een intelligent wezen gemaakt met behulp van genetische manipulatie en implantaten. Hij is uniek. En hij ervaart die uniciteit als pijnlijk. Anderen noemen hem een ‘plaagdier’, of een ‘rat’. Maar hij heeft nooit gevraagd zo’n speling der natuur te zijn. Hij heeft dan wel niks verloren, maar ervaart nog steeds dezelfde pijn niet tot een familie te behoren. En zijn reactie is cynisme. Als de wereld niet voor mij is, keer ik mij tegen de wereld, dat is zijn motto. Hij wil zich niet aan een goede zaak binden, maar heeft er genoegen mee premies op te strijken. En dat doet hem keer op keer in de gevangenis belanden. Ook niet een heel goede strategie, dus.

Ook de slechterik van het verhaal, Ronan, wordt gemotiveerd door zijn verlies. Hij behoort tot een ras dat in het verleden oorlog voerde tegen een ander volk. Daarbij kwamen kennelijk zijn vader, zijn grootvader en zijn overgrootvader om. De details krijgen we niet te horen. De twee rassen hebben ondertussen een vredesverdrag gesloten. Kennelijk is er onderhandeld en is er genoegdoening gedaan voor de in het conflict geleden schade. Maar voor Ronan is het niet genoeg. Het hele universum moet lijden omdat hij zo’n verlies te verwerken heeft gehad. Al is het niet duidelijk of het verlies hem echt persoonlijk pijn heeft gedaan, of dat het meer een excuus is voor zijn machtswellust. Hij vindt het wel heel fijn om complete volken en werelden in een staat van beschuldiging te stellen, maar enige wroeging of een mate van zelfbewustzijn toont hij niet. Hij is als het Bijbelse karakter Lamech die vanwege een zweepslag, er zeven uitdeelt, en als hij van iemand een klap krijgt, de ander doodslaat. Hij hoeft zich er dan niet schuldig om te voelen, de ander was toch begonnen? Ronan gebruikt het verlies als zelfrechtvaardiging. Het is volgens mij niet voor niets dat zijn bijnaam ‘de beschuldiger’ of ‘de aanklager’ in de bijbel ook voor de duivel gebruikt wordt.

Peter en zijn metgezellen komen in de loop van het verhaal dichter bij elkaar. Ze vormen in hun reis om Ronan te stoppen een gemeenschap. Een gemeenschap van buitenbeentjes. Vrienden. Maar nog sterker: familie. Allemaal hadden ze hun familie verloren (als ze die al hadden), en hadden ze zich door de pijn afgesloten van werkelijk betekenisvolle relaties. Maar ze ontdekken een nieuwe gemeenschap. Een waarvoor ze zich zelfs willen opofferen. Ze waren eerst individuen. Maar niet langer. En daarbij speelt een Christusfiguur een belangrijke rol.
Voor degenen die de film nog niet gezien hebben: de volgende paragraaf verklapt een deel van het einde. De Christusfiguur in deze film is wel een van de meest bijzondere ooit. Deze film maakte het nog eens duidelijk voor me dat de waarheid van het goede nieuws te vinden is in alle goede verhalen, hoe bizar of vergezocht ook. Het is het verhaal dat ons leven betekenis geeft. Daarom komen we het overal tegen. Zelfs in de vorm van een sprekende boom, genaamd Groot. Hij is de enige in de film die geen verlies heeft geleden (naar we weten). Hij is bovendien niet op de vlucht, sluit zich niet af voor zijn gevoel, wil geen wraak nemen, en is onschuldig (in een prachtige scene geeft hij een bedelmeisje een bloem). Anderen mopperen op hem, hij trekt zich er niets van aan. Hij is in alle omstandigheden zichzelf. En hij neemt de rest van de groep in zich op. De enige woorden die hij in de hele film uitspreekt, zijn ‘I am Groot’ (Ik ben Groot). Totdat hij op het laatst zegt: ‘We are Groot’ (Wij zijn Groot). Op dat moment lijken de helden op de dood af te stevenen. Het einde is gekomen. Maar Groot strekt zijn armen uit naar opzij (als Jezus op het kruis), en omarmt, letterlijk, al zijn vrienden. Rocket zegt ontroerd dat als hij doorgaat, dat hij dan zal sterven. Groot erkent het verdriet van zijn vriend, maar toch gaat hij door. Net als Jezus in de evangeliën, heeft hij zijn vrienden lief tot het einde. Hij neemt hen in zichzelf op als hij sterft. En door zijn opoffering, blijken ze te overleven.
De opoffering van Groot, degene die niet zijn familie heeft verloren, maar zijn eigen leven verliest, brengt genezing. Drax en Rocket vinden elkaar. Peter vindt zijn moed. Ze zijn nu een gemeenschap geworden die het kwaad van Ronan kan dragen, door naast elkaar te gaan staan. Samen doen ze iets waarvan ze weten dat het hun dood zou moeten betekenen. Ze zijn als het ware met Groot gestorven, en met hem opgestaan, en daardoor een ‘nieuwe schepping’. Niet langer gedefinieerd door het verlies, maar nu gedefinieerd door hun onderlinge liefde. Door hun bereidheid zichzelf op te offeren, hoeven andere mensen nu niet hun familie te verliezen. Nee, de ‘Beschermers van het heelal’ zijn geen heiligen geworden. Ze blijven in bepaalde opzichten gebroken, en onvolmaakt (net als de kerk dat is). Maar ze zijn er wel voor elkaar. En Peter, die eerst weigerde de hand van zijn moeder vast te houden, kan eindelijk haar laatste cadeautje openen.
Dat Groot gezien kan worden als Christusfiguur blijkt trouwens ook nog eens duidelijk uit het feit dat er sprake is van een wonderlijke opstanding uit de dood. Blijf daarvoor vooral tijdens de aftiteling nog even zitten.

dinsdag 19 augustus 2014

Gedicht: Waar ik naar zoek

Waar ik naar zoek

Bomen plotseling geel
tegen een grauwe lucht
vanuit de ochtendtrein.
Mist boven de sloten.
Een doorkijk op een veld
vol witte pluimen gras.
Mos op een muur. Een vis
die zich onverwachts toont.

Ringen van blokken ijs.
Blind leven ondergronds.
Unieke eilanden.
Vroege dieren bewaard
in steen, vorm geraden.
Opties doorgetrokken
tot de verre toekomst:
het verhaal blijft open.

Ogen vol verwachting,
haar sluier verwijderd.
Geen tweede plan, gereed
iets nieuws te ontmoeten,
kwetsbaar maar toch niet zwak,
de glimlach ongeveinsd,
zet ze de eerste stap
op weg naar heerlijkheid.

Ik zoek dunne plaatsen,
waar achter het gordijn
zacht de belofte klinkt:
'Alles is mogelijk.'
Leven vult de ruimte
tot aan de nok, verandert
een leeg doek in schoonheid.
En ook ik word vernieuwd.