donderdag 16 oktober 2014

Gedicht: mist

Mist

Je vluchtte weg tussen de bomen,
schreeuwend, maar ik kon je niet verstaan.
De weg was te zwaar geweest. Ons doel
achter de bergpas onbereikbaar.
Ik ben je achterna gelopen
in de mist. Steeds bleef je me voor.
Ik zag je rug, misschien je enkel,
dan was je weer verdwenen. Niets te zien,
Slechts witte flarden die zich sloten.
Mijn roep leek zinloos, doofde uit,
ik kon mezelf niet horen. De kou
sloeg ketens om mijn benen, mijn hart.
Maar ik bleef gaan, sloeg takken weg,
volgde afdrukken in het mos.
Tot ik je ontwaarde bij de rivier
water rond je voeten, gezicht betraand.
Ik riep je naam, je leek te schrikken,
keerde je om. Je ogen werden groot.
Mijn angst smolt weg en ik zag jou stralen.
De wind stak op en blies de hemel schoon
toen wij elkaar opnieuw omarmden.
De reis volbrachten we daarna samen.

maandag 6 oktober 2014

Gedicht: Gevangenis

Gevangenis

U opende mijn cel,
doorbrak de harde muur
rondom mij, trok mij op,
gaf mij een vrijbrief mee.
Wat ik ook deed, u zou
altijd van mij houden.
Ik keek. Ogen pijnlijk
door fel licht. Rondom mij
een wereld vol opties.
Bergen hoog, bossen diep,
paden zonder zichtbaar eind,
verre onweerswolken
En niemand die me zei
welke weg de beste was.

Nu vraagt u wat ik wil.
Ik bouw mijn kooi weer op.
Gebruik dezelfde plek
als eerder. Dezelfde
tralies, hetzelfde slot.
Draai zelf de sleutel rond
en gooi hem weg. De kramp
neem ik voor lief net als
het werk, het eten slecht.
Ik zoek niet langer naar
identiteit. Veilig
ben ik voor verlangen.
Alles is beter dan
mezelf te mogen zijn.

donderdag 18 september 2014

Gedicht: Acceptatie

Acceptatie

De bloem is goed genoeg
Gewoon zoals hij is,
ontvangt de stralen van de zon.
En het gras. Geen onderscheid
wordt door Gods hand gemaakt.
Gulle regen verkwikt
wie haar wil ontvangen.
Zelfs het nederigste mos.
De vogel krijgt in overvloed
dagelijks brood, en vindt
zich in zijn val gedragen
door plotselinge wind.

donderdag 11 september 2014

Gedicht: Dialoog

Dialoog

Ik vraag:
"Bent u met mij tevreden?
Doe ik
wat u van mij verlangt?"

U zegt
dat ik in mijn hart moet kijken.
Wat is 't
dat ik boven alles zoek?

"Schoonheid
te vinden en te scheppen.
Waarheid.
Er te zijn voor vrouw en vriend.

Niets meer
hoef ik als dit voor mij echt wordt;
mens zijn,
oprecht mezelf op elk moment."

"En hoe
wordt dit zichtbaar in je leven?
Draagt vrucht
wat in je ziel is uitgezaaid?"

Ik knik.
Elke dag zijn er weer kansen,
contact
met de ander buiten mij.

Stilte.
Dan moet ik naar adem happen
Ik zie
wat u met mij hebt bedoeld.

Maar toch
Kan ik het niet laten rusten:
"Doe ik
echt wel genoeg voor u?"

"Waaruit
is deze vraag ontsprongen?
Door welk
geloof is hij geïnspireerd?"

"Niet door
schoonheid, waarheid en liefde,
maar angst
dat God toch boos zou zijn."

Uw stem
blijft echter vriendelijk.
Ik weet
dat ik mezelf de last opleg.

Nog niet
kan ik de teugels laten vieren.
Maar ooit
vind ik de vrijheid die u schenkt.

zondag 7 september 2014

Gedicht: Reünie

Reünie

We schuiven aan, eerst nog onwennig.
Welke naam hoort er bij welk gezicht?
Was jij niet die? Waar zat je toen?
Dan verschijnt het drinken. Vrolijkheid.
De opluchting de ander nog te zien
in lichte ogen, onaangetast,
en weten dat ook jij ondanks de jaren
bent wie je toen was en wordt herkend.
Snel volgen de verhalen, brengen licht
in stoffige herinneringen.
Het was geen paradijs, gewoon
leven zonder opsmuk. Menselijk,
maar goed, zoals de wijn, de vis.
En sommigen hebben pijn gehad
zonder dat jij het wist. Een stilte valt.
Tot een grap van toen ook hen doet lachen.
Anderen lijden nu, of doen gewoon hun werk,
lachen vrij om dromen ooit gekoesterd
van succes, tevreden met te zijn
van dag tot dag want het is zo fragiel.
IJs smelt op witte schalen, we raken
in elkaars geheim verstrikt. Tijd vliegt.
De knoop moet weer uiteengerafeld,
uit het licht stap je opnieuw de wereld in,
voldaan van meer dan voedsel. Je ziel
heeft zich gelaafd aan werkelijkheid.

donderdag 4 september 2014

Gedicht: Survival of the fittest

Survival of the fittest

Waterweegbree in gelid
buigt in de bruine stroom.
Ik zie parende libellen
als juwelen dansen op
een vloer van zon en schaduw.
Rietpluimen glanzend paars.
Spin weeft unieke cirkels
met een eindeloos geduld.
Geen geluid. De rust is diep
als in een boek van Thijsse.

Maar ik moet terug naar huis
over het zwarte asfalt.
Opdringerig motorlawaai.
Mijn hand tegen glas gedrukt.
De tuin maakt plaats voor
blokkendozen. Grijze steen
vol schreeuwerige logo's.
Gehaaste drommen mensen
voegen zich naar de vormen
in regels vast beklonken.

De wereld die wij maakten
was niet voor ons bedoeld,
maar voor wie wij dienden:
abstracte idealen, macht
en efficiëntie kil.
Die konden hier floreren.
Techniek overheerst natuur
zonder om ons te geven.
Wij wilden zelf regeren,
maar zijn toen slaaf geworden.

zaterdag 30 augustus 2014

Gedicht: Stilte

Stilte

De zee is vlak, ik wacht
op de wind. Gespannen.
Mijn knie rust op de plank.
Hand omklemt touw, ziet wit.
Ik wil op weg, iets doen,
maar kan niets dan blijven
waar ik ben. Oplettend,
klaar voor wat komen gaat.
Maar gelijk geduldig,
oog voor de blauwe lucht,
een vis die voorbij schiet
onder mij. Koele spetters.
Genieten van de rust.
Gedwongen. Zoals straks
ik weer word meegevoerd
door het zeil. Getrokken
naar het onbekende
voorbij de horizon.