dinsdag 6 december 2016

Voorpublicatie 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga'

Zijn jullie ook al zo enthousiast over De Krakenvorst? Waarschijnlijk niet zo enthousiast als ik! Nog anderhalve week en het eerste boek wordt gepresenteerd op de wintereditie van Castlefest. Vanaf dat moment is het ook te bestellen via Bol.com en via alle boekwinkels. Wil je er een met mijn handtekening erin? Laat dan een berichtje voor mij achter, dan stuur ik je een gesigneerd exemplaar toe. Om alvast in de stemming te komen, hier een voorproefje ...

De geur van zweet. Opgewonden kreten. Wolken stof, opgeworpen door schuifelende voeten. Een zilverkleurige flits en een klap die tot in zijn schouderbladen doordrong. Gejuich.
Tarid klemde zijn kaken zo hard op elkaar dat ze pijn deden. Evenwicht, hield hij zichzelf voor. Evenwicht houden is het belangrijkst.
Hij stond op de ballen van zijn voeten, zijn knieën licht gebogen, zijn rug net iets gekromd, zodat hij schuilging achter het ronde schild aan zijn arm. Zijn zwaard was een dodelijke verlenging van zijn rechterhand. Zijn vingers knepen zo krachtig in het gevest dat zijn knokkels wit kleurden en geen moment weken zijn ogen van die van Peritar. Hij bewoog voortdurend met hem mee. Deed zijn tegenstander een stap naar achteren, dan deed hij een stap naar voren. Kwam de ander naar voren, hij deinsde terug. Ze draaiden om elkaar in een bijna sierlijke dans. Evenwicht! Evenwicht! En steeds probeerde hij te voorspellen hoe de ander zou aanvallen, zocht hij een gat in de verdediging, een opening om toe te steken.
Nu! Peritar bewoog zich naar rechts. Tarid stapte de andere kant op en haalde uit. De brede kling van zijn zwaard was een streep, zo snel bewoog hij. Zijn tegenstander had zijn aanval echter voorzien. Zijn kromme zwaard kwam sneller naar boven dan Tarid voor mogelijk had gehouden. Staal klapte op staal. Hij sloeg direct weer toe, vastbesloten om van de omstandigheden gebruik te maken. Opnieuw reageerde Peritar alsof hij zijn actie al lang had zien aankomen en weerde zijn aanval af.
Een tegenaanval. Tarid ving de slag op met zijn schild. In een vloeiende beweging liet hij zich op één knie vallen en haalde uit naar Peritars benen. Zijn tegenstander sprong zonder zichtbare inspanning omhoog, zodat het zwaard onder hem door schoot. De omstanders juichten.
Tarid richtte zich op, zijn schild beschermend boven hem. Plotseling verdwenen de geluiden om hem heen. De bewegingen van zijn tegenstander werden trager. Alles in zijn gezichtsveld vervaagde tot grijze contouren, behalve het kromzwaard van Peritar. Hij zag elk krasje, elke oneffenheid op de geslepen kling. Plotseling leek het alsof hij een tweede zwaard zag, een doorzichtige kopie van het eerste, dat een grote boog beschreef. Kalm bracht hij zijn eigen wapen omhoog. Hij zag hoe de twee zwaarden elkaar raakten en hoe in alle richtingen vonken weg schoten.
Het lawaai en geschreeuw keerden terug. Tarid wankelde twee stappen achteruit. Ik wist wat hij wilde doen, realiseerde hij zich, ik kan hem verslaan! Met een triomfantelijke kreet sprong hij naar voren.
Peritars zwaard ving het zijne op. De twee bladen drukten tegen elkaar en hoeveel kracht hij ook zette, hij kon zijn wapen niet meer in beweging brengen. Hij staarde in de dwingende, scheefstaande ogen van zijn tegenstander, glimmende, zwarte stenen in een breed gelaat. Geelbruine huid, zonder enig spoor van zweet. Een dunne, vrij lange snor. Zwarte haren, die in twee vlechten over zijn schouders vielen. Blauwe tatoeages strekten zich van zijn rug uit tot over zijn bovenarmen. Peritar was net iets korter dan hij en vocht bovendien zonder schild of bepantsering. Hij droeg alleen een vilten broek. Zijn snelheid en lenigheid waren echter fenomenaal.
Zonder waarschuwing verdween de druk van Tarids zwaard. Hij deed een stap naar voren. Uit het publiek klonk een geschrokken ‘Oooh!’ Op hetzelfde moment zag ook hij zijn fout in. Zijn evenwicht!
Peritar wervelde om zijn as en sloeg toe. In een reflex keerde Tarid zijn zij naar zijn tegenstander en bracht zijn schild omhoog. Het hout bezweek onder de klap. Wegschietende splinters beten in zijn gezicht en hij voelde een brandende pijn aan zijn schouder.
Tegelijkertijd kwam de voet van zijn tegenstander omhoog en raakte zijn pols. Hij liet zijn zwaard los. Zijn knieën begaven het onder hem. Hij zag nog juist hoe Peritar met zijn vrije hand zijn wapen opving. Toen raakte zijn rug met een dreun de grond.
Hij hapte naar adem. Het leek alsof iemand zijn gewrichten uit hun verbindingen had getrokken. Hij probeerde zijn arm te bewegen. Hij was zwaar, alsof er loden kogels aan zijn pols hingen. Zwarte vlekjes trokken door zijn gezichtsveld. Tarid liet zijn hand terug in het stof vallen. Hij was verslagen.
‘Hier, ik help je overeind.’
Tarid knipperde met zijn ogen en probeerde zijn hoofd op te tillen. Nog steeds voelde het alsof iemand rotsblokken op zijn lichaam en ledematen had gestapeld. Peritar boog zich voorover en stak zijn hand naar hem uit. Aan niets was te merken dat de donkere man een zwaardgevecht achter de rug had. Hij ademde rustig en op zijn borst en armen was geen zweetdruppel te bekennen. Zijn nauwe, zwarte ogen stonden bezorgd. ‘Ik heb je toch niet te hard geslagen?’
Stof kriebelde in Tarids keel. Hij kuchte en duwde zich op zijn ellebogen omhoog. ‘Nee, hoor,’ zei hij schor. ‘Ik vroeg je om je dit keer niet in te houden. Ik dacht dat ik een redelijke kans zou maken. Ik heb de afgelopen maanden hard getraind.’ Een stekende pijn trok door zijn linkerschouder en hij vertrok zijn gezicht. ‘Maar ik heb mijn lesje geleerd. Misschien wil je het de volgende keer weer wat rustiger aan doen.’ Hij kuchte opnieuw.
Peritar liet zich op zijn hurken naast hem zakken. ‘Je bent gewond,’ constateerde hij. ‘Je arm bloedt.’
‘Het is niets …’ begon Tarid.
Zijn vriend wenkte echter al naar een groepje meisjes, die hun gevecht van een afstand hadden gevolgd. Ze praatten op fluistertoon met elkaar en keken af en toe over hun schouder naar hen om. ‘Finatin, kun je een doek en vers water halen? Het moet worden schoongemaakt.’
Een van de meisjes begon te blozen en haastte zich in de richting van het kamp. De anderen stootten elkaar giechelend aan.
Tarid beet op zijn onderlip en richtte zich verder op. Om hem heen strekte de noordelijke hoogvlakte van Narzik zich uit. Het gras had in het felle zonlicht zijn frisgroene kleur al weer verloren. Verspreid over de vlakte lagen honderden schapen te herkauwen, in de gaten gehouden door twee jongens met lange stokken. Een enkele naaldboom, door de wind in kronkelende vormen gedwongen, onderbrak het uitzicht. Naar het zuiden liep het land af tot de rivier Front, onzichtbaar achter de horizon. De heuvels in het noorden gingen schuil onder een donker waas van struikgewas en bossen. Daarachter begon het gebergte Navin. De puntige toppen waren zelfs op een heldere dag als deze gehuld in grijze nevel.
Een paar kinderen in bruine hemden schuifelden dichterbij en keken hem met grote ogen aan. De andere toeschouwers waren bijna allemaal verdwenen. Twee mannen met vilten jassen hadden gewacht tot hij overeind kwam. Nu slenterden ze al pratend terug naar het kamp, met snelle handgebaren hun woorden ondersteunend. Tarid vermoedde dat ze het duel bespraken en met elkaar de gebruikte tactieken doornamen. Hij zou er vast niet goed vanaf komen.
Hij voelde aan zijn schouder. Zijn leren wambuis was gescheurd. De kaarsrechte snee daaronder was nauwelijks dieper dan een schram, maar door de halfgestolde stroompjes bloed leek hij erger dan hij was. De wond deed al bijna geen pijn meer. Tarid rolde om en duwde zich op zijn handen overeind. Een ogenblik voelde hij zich duizelig. Peritar greep hem bij zijn gezonde arm, zodat hij niet kon vallen. Zodra hij zijn evenwicht had teruggevonden, wuifde hij zijn vriend weer weg. ‘Ik voel me prima. Niets aan de hand.’
Peritar leek hem niet te geloven.
‘Echt niet,’ hield Tarid vol. ‘Ik kan wel tegen een stootje.’
Finatin kwam terug, met twee witte doeken over haar schouder en in haar handen een wijde schaal, tot de rand gevuld met water. Ze liep voorzichtig, om maar niets te morsen. Haar zwarte haar hing in twee vlechten tot aan haar middel. Om haar hals droeg ze een ketting van benen kralen. Vlak voor Tarid bleef ze staan. Haar bruine ogen ontweken zijn blik en haar toch al donkere wangen kleurden nog dieper.
Peritar hielp hem zijn wambuis uit te trekken. Finatin maakte een doek nat en depte zorgvuldig de roodbruine vegen op zijn schouder. Tarid wendde zijn gezicht af, zodat ze niet kon zien dat het hem pijn deed. Toen ze klaar was, bleek dat de snee was opgehouden met bloeden. Het was een dunne rode lijn, die waarschijnlijk niet eens een litteken zou achterlaten. Het meisje reikte hem de schone doek aan. Ze had hem bevochtigd en hij voelde koel aan op zijn bezwete huid. Tarid veegde het aangekoekte stof uit zijn gezicht en van zijn armen. Direct voelde hij zich beter. Hij gaf de doek terug en knikte haar toe. ‘Dankjewel, Finatin.’
Ze schuifelde met haar voeten en glimlachte zonder op te kijken. Toen bukte ze, raapte de schaal en de doeken bijeen en haastte zich terug naar het kamp.
Tarid keek haar niet begrijpend na. ‘Zei ik iets verkeerds?’
Het bleef even stil. ‘Laten wij ook teruggaan,’ stelde Peritar uiteindelijk voor, zonder Tarids vraag te beantwoorden. Hij moest echter duidelijk zijn best doen om niet te lachen.

Verder lezen? Dat kan dadelijk in 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga'!

dinsdag 22 november 2016

'De Krakenvorst' - The making of ... (3 en slot): Een pauze van elf jaar

Ik weet niet meer heel nauwkeurig wanneer ik het idee kreeg een fantasyroman te schrijven. Ik denk dat het voorjaar 2001 moet zijn geweest. Ik weet wel dat ik op 7 juli 2001 begon het plot van mijn verhaal in wording op papier te zetten. In een groot notitieblok werkte ik mijn ideeën uit. Eerst de drie verhaallijnen apart (ik wist al dat er drie hoofdpersonen zouden zijn, en dat het twee boeken zouden worden). Vervolgens in twee kolommen, om een idee te krijgen hoe de verschillende lijnen naast elkaar zouden lopen en waar ze elkaar zouden kruisen. Steeds kreeg ik er ideeën bij en er moesten in de kantlijn aantekeningen worden bijgekrabbeld. De voorlopige titel van het boek was toen nog 'De koning en de kraak'.
Het duurde nog even voor ik daadwerkelijk begon te schrijven. Ik moest namelijk eerst nog een boekje schrijven dat in juni 2002 zou worden uitgegeven door de christelijke uitgevers als actieboek voor de Maand van het spannende boek. Zomer 2001 was namelijk mijn debuutroman, de SF-thriller 'Neptunus', uitgegeven bij Kok Voorhoeve, en aangezien zij aan de beurt waren om het actieboekje te verzorgen, vroegen ze mij. Dit werd 'Het Wrak'. Eigenlijk direct nadat ik dat had afgeschreven begon ik na een tijd van werkloosheid aan mijn baan bij het Pharmaceutisch Weekblad als wetenschappelijk redacteur. Een flinke overgang. Gelukkig werkte ik maar drie dagen in de week, en kon ik de rest van de tijd inzetten voor het schrijven. Vol goede moed begon ik aan het manuscript. Ik deed ondertussen mee aan een schrijfopleiding van Script+ in Amsterdam (betaald door mijn uitgever!). Voor een van de lessen stuurde ik de inleiding en het eerste hoofdstuk naar de andere schrijvers toe. Ik kreeg er veel complimenten voor. Vooral vanwege de beklemmende sfeer van de religieuze omgeving, die ik volgens hen heel overtuigend had neergezet.

Toen ik drie hoofdstukken had, stuurde ik het manuscript in wording op naar Kok. Het viel niet zo in goede aarde. Onder andere omdat het leek alsof ik kritiek had op de kerk (nou ja, dat was ook zo), en de door mij geciteerde teksten uit 'heilige boeken' konden worden opgevat als parodie op de bijbel. Mijn redacteur vroeg me of ik niet een contemporaine thriller kon schrijven, in de trant van 'Het Wrak' - dat zou waarschijnlijk goed verkopen. Een tijd lang probeerde ik aan dat verzoek te voldoen, maar er kwam niet echt een goed idee. Ik probeerde verder te schrijven aan 'De Krakenvorst', maar in het begin van het vierde hoofdstuk stokte het. Ik moest beginnen aan een nieuwe paragraaf, maar ik had geen enkel idee hoe ik die moest schrijven. De woorden kwamen gewoon niet.
De jaren daarna dacht ik dat ik mijn verbeelding helemaal kwijt was. Ja, ik begon nog een ander boek te schrijven, maar ook daarmee kwam ik niet verder dan een paar hoofdstukken. Ik schreef een paar korte verhalen, maar slechts een of twee per jaar. Ik had gewoon geen ideeën. Als anderen me vroegen om eens naar een verhaalidee te kijken, borrelde de inspiratie als vanouds, maar als ik iets voor mezelf wilde beginnen bleef de bron droog. In plaats van me bezig te houden met fictie, richtte ik me op het schrijven van filmbesprekingen en theologische essays. Ik schreef twee non-fictie boeken: 'Indrukwekkende Vrijheid', dat verscheen in 2010, en 'De loser die wint', die vorig jaar uitkwam. Maar het schrijven van non-fictie had nooit echt mijn hart. Ik had het alleen nodig om over deze onderwerpen te denken en te schrijven, omdat ik was opgegroeid in een streng religieuze omgeving, waar hobby's als minderwaardig werden gezien, kunst en verbeelding werden gewantrouwd en mijn liefde voor boeken en verhalen al snel een verslaving leken die me van God zouden afleiden. Ook al had ik die kerk verlaten toen ik begin twintig was, de leerstellingen hadden zich in me vastgehaakt, en waren maar moeilijk los te krijgen. Vooral omdat mijn ouders ook niet heel bemoedigend leken ten aanzien van mijn schrijven. En die kritiek, stress op het werk, en de daaruit volgende piekergedachten dempten mijn creativiteit en maakten me depressief.
Er gebeurde in de tussentijd van alles. Ik verhuisde naar Delft, waar ik op mezelf ging wonen. Ik richtte meerdere aquariums in. Werd ontslagen en kwam te werken bij het Tijdschrift voor Diergeneeskunde. Bezocht fantasyfestivals. Waar ik in gesprek kwam met uitgevers, maar niet durfde zeggen dat ik zelf al boeken op mijn naam had staan. Ik leerde Bianca kennen, en vroeg haar ten huwelijk. Maar schrijven lukte me niet.

In 2012 werd ik echter tot twee keer toe ziek. Ernstig ziek. Wondroos. Een heftige infectie aan mijn been, dat rood werd en opzwol, en waarbij ik bijna veertig graden koorts had. Over de eerste ziekteperiode heb ik in een eerder blogbericht geschreven. Ik was behoorlijk hersteld, maar ik moest nu toch echt beter voor mijn eczeem gaan zorgen. De stress op mijn werk nam echter niet af, ik bleef slecht slapen, en voor mijn eczeem zorgen lukte me niet. Het eczeem speelde weer op, en opeens, in september, werd ik opnieuw ziek. Ik weet nog dat ik met Bianca zat in het park bij De Delftse Hout, genietend van koffie met gebak bij café Knus. Ik voelde opeens spierpijn opzetten en werd flauw. Ik ging naar het toilet. Toen ik terugkwam zag ik enorm bleek, kon ik geen hap meer nemen, en schrok mijn verloofde zich een hoedje. Hoe we met de bus thuis terug kwamen, weet ik niet. Mijn ouders kwamen me uiteindelijk ophalen en brachten me langs de huisartsenpost in het ziekenhuis en daar werd de diagnose gesteld: opnieuw wondroos. Ik kreeg antibiotica en lag twee dagen lang op bed beroerd te wezen.
Later, terwijl ik aan het herstellen was, suggereerden mijn ouders dat ik wat aan de stress in mijn leven moest gaan doen. Ja, duh ... Het idee van mijn vader was: misschien moet je wat minder willen schrijven. Slecht idee. Maar opeens realiseerde ik me waar een groot deel van de stress vandaan kwam. Ik wilde namelijk niet te veel schrijven, maar te weinig. En vooral verhalen. Ik voelde me slecht, omdat ik niet dat deed wat ik het liefst wilde doen: verhalen schrijven. Bovendien confronteerde de ernst van mijn ziekte me met mijn sterfelijkheid - vroeger overleden mensen aan wondroos. Ik vroeg mezelf af waar ik het meest spijt van zou hebben als ik zou komen te overlijden. Het antwoord kwam meteen: ik zou er spijt van hebben dat ik niet meer verhalen zou hebben geschreven.
Maar die 'writers block' dan, de barrière die ik voelde, elke keer als ik achter de computer ging zitten? Zou die me niet tegenhouden? Het toeval wilde dat ik niet lang ervoor een citaat had gelezen van Neil Gaiman. Hij beweerde dat er momenten waren dat hij bij het schrijven in de 'flow' zat en de woorden uit zijn pen stroomden. Er waren ook momenten dat het niet zo makkelijk ging, dat hij bij elk woord worstelde, en om elke zin moest strijden. Maar als hij later zijn verhaal terug las, kon hij geen enkel verschil zien tussen de passages waarbij hij in de 'flow' had gezeten en die waarbij het moeilijk was gegaan. De conclusie voor mij? Ik moest gewoon gaan schrijven!
Eerst schreef ik vier korte SF-verhalen. Toen besloot ik om verder te gaan met 'De Krakenvorst', want dat idee had me de tussenliggende elf jaar niet losgelaten. En toen ik er eenmaal aan ging zitten, kwam de inspiratie ook. Ik hoefde alleen te beginnen met schrijven, en mijn verbeelding vulde de gaten aan. De passage waar ik de vorige keer gestrand was, kostte me nu, elf jaar laten, geen enkele moeite. En in een jaar tijd had ik twee boeken afgeschreven ... Boeken waar ik heel erg trots op ben.

Waarom er zo'n pauze in moest zitten? Ik weet het niet. Ik denk zelf dat ik de levenservaring miste om de boeken te kunnen schrijven. Ik weet wel dat ze beter zijn geworden dan ze zouden zijn geweest als ik ze had geschreven toen ik vijfentwintig was. Wat ik ook weet is dat ik nooit meer zo'n pauze ga laten vallen. Ik ga gewoon zitten om te schrijven, of ik nu in de 'flow' ben, of niet. De inspiratie volgt wel. En schrijven is gewoon wat ik moet doen.

De Krakenvorst, boek 1: Keruga verschijnt begin december. Zet het in je agenda en bestel tegen die tijd een exemplaar via bijvoorbeeld Bol.com, of de website van Macc. Wil je weten wat je ervan kunt verwachten? Volgende week plaats ik op mijn blog een voorproefje ...

zaterdag 19 november 2016

'De Krakenvorst' - The making of ... (2): De vele bronnen van een verhaal

Hoe werkt inspiratie nu eigenlijk? Hoe ontstaat een verhaal? Ik weet het nog steeds niet. Volgens mij heeft verbeelding veel te maken met dromen, want in mijn ervaring dringt een idee voor een verhaal zich plotseling aan mij op - bijna alsof ik het niet heb verzonnen. Als een voldongen feit: zo moet het gaan. Ik zie het helemaal voor me. Net als met een droom, die door mijn verbeelding wordt opgeroepen en die ik ervaar als echt. Immers, als ik me ervan bewust zou zijn dat ik het allemaal verzon, zou ik de droom niet meer als droom ervaren (dan zou het een lucide droom zijn). Anders dan bij een droom is een verhaalidee meestal wel logisch kloppend en verloopt van A naar B naar C. Maar dat ligt meer aan het verschil tussen waken en slapen, denk ik, dan aan het werkzame principe. En net als bij een droom maakt mijn verbeelding gebruik van wat ik allemaal heb meegemaakt in mijn leven, heb gelezen, heb gezien, of -jawel- heb gedroomd. Net als een droom bevindt de verbeelding zich niet in een vacuüm. Ze maakt gebruik van de grondstoffen die je als denker en lezer toevoert. En ze bouwt zo voort op de ideeën en verhalen van eerdere verbeeldingskunstenaars.
Het hele idee dat een verhaal in alles origineel moet zijn, vind ik eigenlijk niet zo behulpzaam, het tegenovergestelde zelfs. Shakespeare maakte er geen geheim van dat hij putte uit geschiedenis, ja zelfs dat hij eerdere werken in zijn eigen onnavolgbare stijl bewerkte. En kenners van fictie houden vol dat het juist het doorvertellen van verhalen is dat tot cultuur leidt, dat de kracht is van de menselijke beschaving. Een goed verhaal willen we verder vertellen, maar dan in onze eigen stem, met onze eigen woorden, aan vrienden, familie, kinderen. Zo ontstonden mythes en sprookjes, en zo ontstond het fenomeen fanfictie op het internet. Mensen die wat ze hebben gelezen of gezien verder willen vertellen, maar dan met een eigen draai eraan (en die eigen draai is dan vaak wel origineel). Ik heb zelf ook fanfictie geschreven en daar schaam ik me helemaal niet voor. En veel van de verhaalideeen die zich nu aan mij opdringen, krijg ik na het lezen van een aansprekend boek, of het kijken van een film, waarbij ik opeens denk: 'Daar zou ik ook wel eens wat mee willen doen.' Ik wil daarom poneren dat elke schrijver in meer of mindere mate fanfictieschrijver is. En in dit tweede deel van mijn 'making of ...' van De Krakenvorst wil ik jullie vertellen waar mijn ideeën vandaan kwamen.

Ik dacht bijvoorbeeld in mijn studietijd al dat ik een keer een verhaal over een reuzeninktvis wilde schrijven. Volgens mij omdat ik als tiener het boek 'Beast' van Peter Benchley had doorgebladerd. En omdat ik groot liefhebber ben van de onderwaterwereld natuurlijk. Tijdens mijn stage stond ik in de donkere kamer films te ontwikkelen om DNA-samples te kunnen onderscheiden, en ondertussen stond ik dan scenes te verzinnen. Onder andere van een jongen in een boot die door een reuzenkraak  wordt aangevallen. Toen ik jaren later aan het denken was over een fantasyverhaal kwam dit idee weer bij me naar boven. Ik wist dat het een biologisch zeedier moest zijn, maar ook iets groters. Of het me gelukt is dat te realiseren, moet je zelf dadelijk maar beoordelen! De scene die ik oorspronkelijk verzon in de Doka zit er in elk geval in!
Verder vroeg een van mijn broers me ooit om een idee voor een fantasyverhaal. Hij heeft er later trouwens niet iets mee gedaan, dus ik mag het hier vertellen. Wat ik toen verzon was een wereld waarin een meteoriet is ingeslagen, waardoor een enorme krater is ontstaan. Hier omheen verkregen de bewoners reptielachtige kenmerken: schubben, lange armen, staarten. De landen uit het zuiden moesten zich verdedigen tegen de monsterlijke wezens die hen uit het noorden belaagden. Ook dit idee keerde terug toen ik over mijn fantasyverhaal nadacht. De dinosaurusachtige monsters zijn verdwenen, de meteoriet is gebleven. Dit ligt ten grondslag aan de 'Baai van Zalikir' in het noorden ...
Een tijd lang had ik geen fantasyverhalen gelezen, maar alleen SF. Mijn tien jaar jongere broer Berend -het boek is aan hem opgedragen- ging echter The Lord of the Rings lezen voor zijn eindexamen, en ik pakte het boek toen ook maar op (voor het eerst sinds mijn elfde). Ik werd volledig ondergedompeld in de wereld van Tolkien en ik realiseerde me dat ik onterechte vooroordelen had gehad jegens het genre. Prompt verslond ik alles wat ik kon vinden. Stephen Donaldson, Tad Williams, William Horwood, Steven Erikson, Robin Hobb, Guy Gavriel Kay. En Stephen Lawhead. De laatste werd een van mijn favoriete schrijvers. Vooral gebaseerd op zijn boek Byzantium. Later las ik zijn eerste fantasytrilogie. Ik was er heel enthousiast over dat hij in zijn verhaal niet de geijkte dwergen, reuzen en elven liet opdraven, maar andere mensenrassen, die zich nu hadden teruggetrokken in moerassen of berggebieden. Een strijdlustig volk, maar ook kleine mensen die in bossen leefden. In het derde deel bleken deze volken echter geen rol van betekenis te spelen! Het verhaal draaide om een confrontatie met een machtsbeluste tovenaar, dertien in een dozijn. Het is een flinke teleurstelling als een van je favoriete schrijvers je verwachting niet waarmaakt. Ik dacht: Ik kan het beter. Ik kan een verhaal vertellen over deze oude volken en ze een essentiële plek geven in de achtergrond en de ontknoping van mijn verhaal. Zo ontstonden de Hirita, de Fanarg, de Morris, de Aquria, de Wurg en de Inalita, die je in De Krakenvorst dadelijk zult gaan tegenkomen.
In mijn verbeelding had zich ook al jaren een scene vastgehaakt uit een Young Adult SF roman van Andre Norton: 'Katteoog' (of in het Engels: 'Catseye'). Ik zoek er nog altijd naar in tweede hands boekwinkels, want ik had het uit de bibliotheek gehaald. Het gaat over een jongen die werkt in een exotische huisdierenzaak en ontdekt dat hij telepatisch in contact staat met twee katten. Dat zit allemaal niet in mijn verhaal, trouwens! Maar er was wel een scene waarin de hoofdpersoon iets vindt in het stof van een ruïne, en ook daar weer wilde mijn fantasie de beschrijving van Andre Norton aanvullen. Ik besloot het mee te nemen in mijn fantasyverhaal, en het ook te koppelen aan zowel de oude rassen als de kraak.
Ook mijn interesse in dinosauriërs en andere uitgestorven dieren droeg bij aan mijn verhaal. Op de zoölogische blog van Darren Naish (Tetrapod Zoology) las ik voor het eerst over de Entelodont. Een uitgestorven familielid van het varken, dat echter enorm groot was en waarschijnlijk aas at of vlees. Ze worden ook wel eens 'giant killer pigs' genoemd. Het leek me eigenlijk heel aardig om die eens in een verhaal te verwerken, ook al zouden mijn karakters ze natuurlijk niet kennen als Entelodonten.
Verder is mijn verhaal nogal beïnvloed door het lezen van 'The tough guide to fantasyland' van Diana Wynne Jones! Op een hilarische wijze steekt ze daar de draak met een heel aantal fantasyclichés. Ik heb mijn uiterste best gedaan daar niet in te vervallen. Bijvoorbeeld door een keer een uur paard te rijden en vervolgens een week lang spierpijn te hebben - toen wist ik dat mijn karakters ook niet zomaar een dag op een zadel konden zitten zonder er een beetje kramp aan over te houden. Verder heb ik veel gelezen over het leven in de middeleeuwen, en bijvoorbeeld de Hunnen en Mongolen.
Deze en andere ideeën vormden de mix waaruit ik putte toen ik over een mogelijk fantasyboek ging nadenken. Maar hoe hier een verhaal uit ontstond kan ik niet helder uitleggen. Op een gegeven moment vielen de puzzelstukjes in elkaar en toen wist ik: dit wordt het wat ik wil gaan schrijven. Zo ga ik het doen. Toen duurde het echter nog een hele tijd voordat het boek af was. Er zat bijvoorbeeld een pauze in van meer dan tien jaar ...

Wordt vervolgd ...

dinsdag 15 november 2016

'De Krakenvorst' - The making of ... (1): De schepping van Kartaalmon(land)

Het verhaal van mijn fantasytweeluik 'De Krakenvorst' begint eigenlijk al zo'n dertig jaar geleden. Toen wist ik natuurlijk nog niet dat ik ooit een fantasyboek zou gaan schrijven, al genoot ik wel van de opdrachten voor opstellen die we op school kregen. Ik las toen al heel graag, niet alleen boeken, ook tijdschriften. En elke maand kochten mijn ouders voor mij onder andere de Grasduinen, de Natuur & Techniek en de KIJK. In 1987 stond er in dat laatste tijdschrift een artikel over het fenomeen geofictie. Mensen die hun eigen landen verzinnen en er van allen omheen creëren: landkaarten, vlaggen, muntstukken, geschiedenisverhalen, wetgeving enzovoorts. Er stonden ook voorbeelden van landkaarten bij.

Mijn verbeelding werd gestimuleerd, en al snel tekende ik mijn eigen landkaarten. Een van de landen die ik verzon, was 'Kartaalmonland' - een groot schiereiland, met een nauwe landtong verbonden aan het vaste land, met hoge bergen in het binnenland. Als we een tekenopdracht of een schrijfopdracht kregen op school, tekende of schreef ik over aspecten van Kartaalmonland, en thuis begon ik een overzicht en geschiedenis van het land te schrijven. Mijn nieuwe passie bleef niet onopgemerkt door mijn klasgenoten. En die begonnen zelf hun eigen landen te verzinnen. Ook mijn broer Marten sloot erbij aan met zijn land Martinië. De landen hoorden samen in een werelddeel, Bordalstenije, op de planeet Ficton. We hadden een 'geeky' klas, best wel bijzonder, bedenk ik me achteraf.
Waar mijn klasgenoten niet veel verder kwamen dan een landkaart of twee, bleef ik me met Kartaalmonland bezighouden. Van de eerste kaarten heb ik er helaas geen meer over, maar in de eerste jaren van de middelbare school werkte ik mijn project nog een keer uit. Nu met gedetailleerde kaarten, over ecosystemen, hoogtelijnen, klimaat, economie en geschiedenis. Ik voorzag mijn land in tekeningen van allerlei legervoertuigen, koloniën en ruimteschepen (ik tekende ook het zonnestelsel uit waarin Ficton zich bevond). Ik werkte een hele geschiedenis uit vanaf de stichting van Kartaalmonland door koning Kartaalmon in de middeleeuwen, via een oorlog met buurland Bolland en een bloedwratepidemie, tot een wereldoorlog tussen de grootmachten Stilwith en Dark toe (waarbij Stilwith de agressor was, en Kartaalmonland zich aansloot bij Dark). Ik beschreef hoe communicatie verliep via 'briefcomputers' (waarschijnlijk had ik in dezelfde KIJK al gelezen over de digitale snelweg).
Maar bovenal verzon ik de biologie van Kartaalmonland. In tekening na tekening werkte ik uit welke dieren en planten er in welk ecosysteem leefden, inclusief wetenschappelijke namen en evolutionaire stambomen. Van de laatste buidelspitsmuis in de Kartse wadden en Kartaalse duinen, tot het mysterieuze Kartaalse monster, van de Dode Diepworm en de Dode Diepwormhaai in het Dode Diep tot het slijkgras op Doodland. Ik bleef hiermee bezig tot mijn achttiende. Samen met mijn broer Marten zat ik in de schoolvakanties dagen lang te tekenen en te schrijven, en ik heb nog steeds mappen vol schetsen en kaarten in mijn kast staan.

De jaren daarna bleef ik met enige nostalgie aan mijn eigen land terugdenken. Toen ik uiteindelijk het idee kreeg om een fantasyboek te gaan schrijven, duurde het dus niet lang of ik bladerde door mijn map met aantekeningen en besloot niet verder te zoeken naar een wereld om mijn verhaal in te laten afspelen. Met de door mij ooit opgeschreven geschiedenis van Kartaalmonland had ik zelfs al een mooie basis voor de historische achtergrond ervan. Hoe koning Kart het land bijeenbracht, en hoe de conflicten met verschillende buurlanden verliepen, is allemaal in mijn schrift van bijna dertig jaar oud te vinden.
Er is in de omschakeling van Kartaalmonland naar het koninkrijk Kartaalmon wel het een en ander veranderd - nog afgezien van de naam van het land. Mijn fantasyboek speelt zich om te beginnen af in een wereld met andere volken en bovennatuurlijke elementen en die kwamen natuurlijk niet voor op Ficton - voor mezelf zie ik het dus als een soort 'alternatieve geschiedenis' van het oorspronkelijke land. Martinië is ondertussen veranderd in het koninkrijk Narzik, en Bolland is Taris geworden (maar blijft een bron van gevaar voor Kartaalmon). Steden zijn van plek en van naam veranderd, eilanden zijn van de kaart verdwenen, en of het Kartaalse monster nog ergens door de bergen van Kartaalmon ronddwaalt, dat weet helaas niemand ...

Wordt vervolgd ...

dinsdag 25 oktober 2016

Het begint nu al wel dichtbij te komen!

Gewoonlijk vind ik de winter nou niet bepaald iets om naar uit te kijken, omdat mijn winterdepressie (Seasonal Affective Disorder) dan opspeelt. Ik hou van de kou, het knerpen van sneeuw onder mijn schoenen is een van de mooiste geluiden die ik ken, en lang leve glühwein, maar de donkere dagen ... Mijn daglichtlamp helpt natuurlijk wel, en de antidepressiva ook, maar dit jaar is er nog iets dat er heel effectief tegen gaat wezen! In december verschijnt namelijk het eerste boek in mijn fantasytweeluik 'De Krakenvorst', namelijk 'Boek 1: Keruga'.
Ik heb een tijdje geleden op basis van de opmerkingen van mijn uitgever het manuscript herschreven, en de details bijgewerkt. De uitgever heeft mijn wijzigingen ondertussen al nagelopen. Hij vertelde me na vier hoofdstukken dat hij het een erg spannend verhaal vond, dat las als een trein. En in die eerste vier hoofdstukken gebeurt nog niet eens heel veel! Een groot compliment dus. Nu is het naar de corrector voor de puntjes op de spreekwoordelijke 'i'. Ondertussen is er al een tekenaar bezig met de cover en die zou ook al bijna af zijn. Ik ben heel benieuwd hoe die er uit gaat zien! Bovendien hoorde ik van mijn uitgever dat er een officiële boekpresentatie komt, in een boekwinkel, en dat ik dan mijn boek zal mogen signeren. Ik heb nog nooit een boekpresentatie van een van mijn boeken gehad, dus daar ben ik wel trots op. Ik geloof dat die boekpresentatie ergens in de eerste weken van december zal zijn, en als ik het goed heb begrepen staan we ook met het boek op de Castlefest Winter Editie op 17 en 18 december.

Ondertussen ben ik ook aan het nadenken over mijn volgende grote schrijfproject. Dat wordt niet mijn non-fictieboek waar ik twee maanden geleden nog aan refereerde. Ik was er al wel mee begonnen eerder dit jaar, ik had mijn materiaal al verzameld, quotes opgeschreven, teksten geordend en ingekort, maar ik merkte dat ik het steeds uitstelde om er werkelijk mee aan het werk te gaan, en dat er steeds verhaalideeën opborrelden die ik meer inspirerend vond. Bovendien voel ik me steeds minder verbonden met het onderwerp. Een paar weken geleden heb ik dus de knoop doorgehakt  en besloten geen non-fictie meer te schrijven. Dat doe ik al genoeg op kantoor! En ik heb al maanden een gaaf idee voor een echte SF roman. Ik heb er zelfs al een titel voor: 'De afvallige ster'. Ik hoop voor het eind van het jaar te beginnen aan het uitwerken van dit verhaal. Ik ben voor nu al gestopt met het schrijven van korte verhalen (ik had er dit jaar al 24 geschreven in totaal), om in mijn verbeelding en in mijn tijd ruimte te scheppen voor dit grotere project. Maar ik verwacht dat ik tussen de grote verhalen door nog wel wat kleine op papier zal zetten. Het bloed kruipt ten slotte waar het niet gaan kan.

Ik heb ook nieuws te melden op het gebied van de korte verhalen. Natuurlijk de publicatie van mijn verhaal 'Gebeurtenishorizon' in Fantastische Vertellingen 39, met geweldige illustraties, en de terdoopbestelling van het jaarboek Ganymedes 16 in Amsterdam (ik begrijp dat er al een tweede druk van is! Bekijk mijn enthousiaste aanprijzing hier!). Verder heb ik drie verhalen opgestuurd voor de Fantastels-wedstrijd. Afgelopen jaar werd ik derde, dus ik ben benieuwd waar mijn verhalen dit keer uitkomen op de ranglijst. Ik ontdekte ook dat er een Valentijnsverhalenwedstrijd wordt gehouden, dus daar heb ik ook een romantisch verhaal voor opgestuurd. Ten slotte heb ik een verhaal van 1000 woorden geschreven voor een horrorverhalenwedstrijd (die werd uiteindelijk verbreed naar ook andere genres, maar mijn verhaal is alvast opgestuurd!). Helaas kwamen mijn verhalen niet door de eindselectie voor de bundel van 'De mens in 2050', maar ja, volgende keer beter. Wel heb ik twee verhalen gestuurd naar het SF-tijdschrift SF Terra. Ik had geen antwoord gehad, dus ik heb nog even nagevraagd. Bleek dat ze dachten dat ze me al geantwoord hadden. Beide verhalen wilden ze graag plaatsen, dus 'Planeet van monsters'  en 'De Sprong' zullen verschijnen in de volgende nummers.
Ik heb ook mijn verhaal 'In elkaars ogen' toegezonden naar het tijdschrift van de Nederlandse Star Trek vereniging 'The Flying Dutch'. In 2015 hebben ze mijn Trek Sagae-winnende verhaal 'Valstrik' gepubliceerd. Ze waren blij met dit nieuwe verhaal en gaan het plaatsen in 2017. Ik ben ook maar direct lid geworden van de vereniging aangezien ik een echte Trekkie ben. Mijn verhaal 'In Spin' heb ik opgestuurd voor Moord & Mysterie, en ik ben benieuwd of de redactie het vindt passen.
Ten slotte heb ik mijn verhaal 'Thuisreis' ingestuurd voor de volgende editie van Ganymedes in 2017. Het is vroeg dag, want de deadline was juni 2017, maar ja, het verhaal lag er toch al. Ik ben heel benieuwd wat de samenstellers ervan denken. In de tussentijd zal ik ook nog een verhaal opsturen voor het mini-tijdschrift Tjonge, en een voor Fantastische Vertellingen. Mijn verhaal 'Het plotselinge woud' staat ook nog in de planning voor publicatie in Fantastische Vertellingen, maar ik denk dat ze 'De stoet' ook kunnen waarderen. Verder vindt dit jaar waarschijnlijk opnieuw de Trek Sagae-wedstrijd plaats en ik heb al vier verhalen liggen om daarnaar op te sturen. Het worden spannende tijden.
Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, heb ik afgelopen weekeinde een bundel met onderling samenhangende verhalen, getiteld 'Conquistador', geredigeerd en opgestuurd naar een uitgever voor een heel interessant project. Het zou veel voor me betekenen als ze het zouden willen uitgeven. De eerste reactie heb ik van de uitgever al binnen: die zei dat het een 'intrigerend manuscript' was. Dat is veelbelovend. Publicatie zou plaatsvinden in mei 2017, dus met een beetje geluk zijn er voor jullie volgend jaar twee boeken van mijn hand om te lezen.
Op mijn blog verschijnen de laatste tijd weinig nieuwe gedichten, aangezien ik me meer op verhalen concentreer, maar natuurlijk ben ik mijn gedichtenbundel niet vergeten en ga ik zoeken naar manieren om die op de markt te brengen.

Dan nog twee dingen: ik heb op Facebook nu ook een pagina voor mijn schrijfactiviteiten. Volg me daar als je meer wilt weten over mijn verhalen en boeken (en bijvoorbeeld de tekeningen die ik daarbij heb gemaakt). Op mijn gewone facebookpagina blijven filmbesprekingen en foto's van vissen verschijnen en links naar al mijn boekbesprekingen.
Dat is het tweede wat ik nog wilde zeggen: er zijn heel wat andere goede Nederlandse schrijvers binnen de SF en de fantasy. Ik heb besloten de boeken die ik van ze lees niet alleen te recenseren op Goodreads, maar ook op Hebban.
Daar sta ik nu ook als auteur. Wil je weten wat ik van Nederlandse boeken vind, zoek me daar dan op en volg me!
Op goodreads zullen mijn besprekingen van Engelstalige boeken blijven verschijnen.

dinsdag 23 augustus 2016

Bundels en nog meer verhalen

In twee maanden (de periode die is verstreken sinds mijn laatste schrijverijbericht alhier) kan een boel gebeuren. Zo vierde ik bijvoorbeeld mijn veertigste verjaardag op 29 juli. Het bereiken van deze leeftijd heeft me niet echt in een piekerstemming gebracht hoor, ik heb juist het gevoel dat mijn creativiteit pas op gang begint te komen en er meer lol in het schrijven (en publiceren) gaat aankomen dan in eerdere decennia. De ideeen voor nieuwe verhalen blijven in elk geval komen (daarover later meer). En bovendien: op mijn verjaardag bevond ik mij in Oxford met mijn beste vriend Cornell. We hadden het al jaren over een gezamenlijke reis naar deze stad, vooral omdat twee auteurs die we allebei bewonderen daar leefden en werkten. Ik heb het natuurlijk over C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien, die samen met Charles Williams, Dorothy Sayers en vele anderen de Inklings vormden, een groep die samenkwam in de kamers van Lewis in Magdalen College en in de pub The Eagle and Child. Op de dag dat ik jarig was hebben we eerst Magdalen College bezocht, en de Addison's Walk gelopen (waar Lewis het befaamde gesprek had met Hugo Dyson en Tolkien), waarna we eindigden in The Eagle and Child. We vonden een plek in The Rabbit Room, waar de Inklings ook steeds zaten, en ik had er een goede, bittere ale, zoals zij die ook dronken. Ik denk dat ik niet een betere verjaardag had kunnen hebben. Geinspireerd kwam ik weer terug bij Bianca thuis.
En ik was nog maar net thuis of de postbode bezorgde mijn auteursexemplaar van Ganymedes 16! Dit is een bundel van Nederlandse verbeeldingsliteratuur (inclusief gedichten). Mijn verhaal 'Tot de laatste man' was erin opgenomen. Ik heb de bundel gelezen en vond hem erg goed. Op de 10e september zal het boek worden gepresenteerd in Amsterdam en jullie zijn welkom! Oh, je kunt de bundel natuurlijk bestellen bij de Stichting Fantastische Vertellingen
Nog meer goed nieuws: in het septembernummer van SF-tijdschrift Fantastische Vertellingen verschijnt mijn verhaal 'Gebeurtenishorizon'. Daar kijk ik ook erg naar uit. Het is mogelijk losse nummers van het tijdschrift te bestellen, dus als je mijn verhaal wilt lezen (samen met nog veel andere goede verhalen), bestel dan het septembernummer hier! Mijn verhaal 'Het plotselinge woud', dat ik ook had ingestuurd voor Ganymedes, zal worden gepubliceerd in een volgend nummer van Fantastische Vertellingen (waarschijnlijk in december? Ik hou jullie op de hoogte!).
Remco Meisner van St. Fantastische Vertellingen deed een oproep voor 'tenenkrommende verhalen' voor een bundel die hij wil uitgeven. Mijn verhaal 'De gangen' voldeed volgens mij aan die omschrijving, en dat vond Remco ook, dus die wordt meegenomen. Nieuws over deze bundel volgt!
Vorige week heb ik twee verhalen opgestuurd voor de Harland Award, de belangrijkste verhalenwedstrijd voor fantasy en Sf in het Nederlandse taalgebied. Ik heb goede hoop wat beide verhalen betreft. Helaas moet ik tot april wachten om de uitslag te weten te komen. In de tussentijd zijn er echter meer wedstrijden om aan mee te doen, zoals Fantastels en Trek Sagae, maar ook Moord en Mysterie - ik schreef recent een verhaal dat daar prima in zou passen. Oh, en ik heb al een verhaal liggen om op te sturen voor de volgende editie van Ganymedes!
Tot dusver heb ik dit jaar negentien korte verhalen geschreven (en een boel gedichten en boekrecensies), voor de meeste daarvan heb ik nog geen bestemming gevonden. Helaas zijn er weinig SF-tijdschriften in Nederland. Het blijft mijn droom om ooit een of meer bundels te publiceren, zodat jullie deze verhalen ook kunnen lezen. Dat betekent niet dat er van mijn hand niks te lezen valt dit jaar. Voordat dit jaar voorbij is, verschijnt namelijk het eerste deel van mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst', 'boek 1: Keruga', bij uitgeverij Macc. Theo Barkel, de uitgever, had afgelopen weekeinde een etentje georganiseerd voor de schrijvers uit zijn fonds, waar Bianca en ik bij waren. Hij vertelde me dat hij mijn boek heel spannend vond en dat het moeilijk was tijdens het redigeren te stoppen met lezen. Dat is een groot compliment natuurlijk. En hij zal de redactieronde deze week afronden, zodat ik daarna kan beginnen met het herschrijven. Dat ga ik de komende maand natuurlijk prioriteit geven, en hopelijk ben ik er op tijd mee klaar om publicatie in december nog mogelijk te maken. Het zou erg leuk zijn als ik het boek zou kunnen presenteren op de wintereditie van Castlefest. Boek 2: Kartaalmon zou dan in 2017 uitkomen, het is in elk geval al geschreven.
En ik heb al een goed idee van de volgende schrijfprojecten die ik wil aanpakken. Ik heb een fantastisch idee (al zeg ik het zelf) voor een langere hard SF roman, waarin ik 'mind blowing'-concepten zoals intelligente dysonbollen, groepbewustzijn en buitenaards leven wil combineren met emotionelere verhaallijnen over pesten en veeleisende ouders. Een ander idee betreft een Young Adult SF-trilogie. Ik heb dit jaar een heel kort (1200 woorden) SF-verhaal geschreven voor een wedstrijd, met een wereld die ik wel heel interessant vond en die ik graag uitgebreider wil bezoeken in een verhaal. En er vormt zich in mijn gedachten al een plot. Misschien dat ik deze trilogie wel eerst schrijf, zodat ik een lezerspubliek creëer voor mijn grotere SF-roman.
Maar voor het zover is wil ik nog steeds mijn volgende non-fictieboek afmaken, mijn boek over een sacramentele visie op de wereld. Ik heb daarvoor al alles bij elkaar gebracht wat ik over het onderwerp heb geschreven op mijn blog en al mijn aantekeningen die ik in de loop der jaren heb verzameld. Ik moet het allemaal redigeren, inkorten en tot een geheel smeden. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik dit onderwerp aan de orde moet stellen, maar om eerlijk te zijn ben ik enthousiaster over mijn nieuwe ideeen voor verhalen. Ik denk wel dat ik wat meer creatieve energie over heb als ik klaar ben met 'De Krakenvorst' waar ik de afgelopen maanden toch wel op heb zitten wachten. Ik vind het jammer dat het non-fictieproject me wat meer tijd kost dan ik vorig jaar dacht, maar gelukkig heb ik geen strakke deadline. Als ik dit boek volgend jaar af kan krijgen, zal ik al trots zijn op mezelf!
In elk geval, zoals jullie begrijpen, voorlopig hoef ik me niet te vervelen!