dinsdag 20 december 2016

Boekpresentatie op Castlefest en Conquistador in aantocht

Afgelopen weekend was erg bijzonder! Mijn boek ‘De Krakenvorst, boek 1: Keruga’ kwam namelijk uit! Op zaterdag was de officiële presentatie op de wintereditie van Castlefest, een fantastische fantasy markt, waar ik ook graag als gast heen ga. Mijn uitgever overhandigde me een exemplaar van het boek en ik stond het hele weekeinde in de kraam om boeken te verkopen en te signeren. Het was leuk om bij te praten met mijn mede-auteurs, die elders in hun eigen kraam stonden, en nieuwe mensen te leren kennen, zoals Maarten de Bruin, die de cover van mijn boek heeft gemaakt en een karikatuur van mij tekende. Verder heb ik nieuwe dingen over mezelf ontdekt. Bijvoorbeeld dat ik prima kan praten met geïnteresseerde klanten en ze op mijn boek kan wijzen! Ik ben niet een sociaal gehandicapte kluizenaar, zoals ik lang dacht dat ik was. Mijn ouders en Bianca waren er op zaterdag bij voor de presentatie en ’s avonds hebben we het verschijnen van mijn boek gevierd met champagne. Ik was erg blij! Natuurlijk heb ik zelf ook even door mijn boek gebladerd, en het was zoals altijd bijzonder mijn eigen woorden op papier te zien staan.
Nu begint het harde werk om mijn boek in de handen van de lezers te krijgen! Wie mij volgt op Facebook ziet dat ik al mijn best doe voor de promotie van mijn boek. Deze week ga ik mijn boek per post opsturen naar recensenten die hebben gezegd iets erover te willen schrijven, en vrienden en kennissen die bij mij een gesigneerd exemplaar hebben besteld. Als jij ook een gesigneerd exemplaar wil, bestel er een bij mij en ik stuur hem naar je op! Het is heel spannend dat nu ook andere mensen mijn verhaal lezen en ik ben ontzettend benieuwd wat ze ervan vinden. Mijn uitgever heeft er in elk geval veel vertrouwen in, want hij heeft mijn boek opgestuurd om mee te dingen naar de Harland award voor beste fantastische boek! Die wordt in april uitgereikt, op hetzelfde evenement als de uitreiking van de Harland award voor beste korte verhaal, op het Gala van het fantastische boek. Dat was vorig jaar erg leuk, en dat wordt het dit jaar vast weer!
Voor wie het jammer vond niet erbij te zijn op Castlefest volgt nog een kans! Er komt een boekpresentatie en signeersessie bij boekwinkel Stevens in Hoofddorp op vrijdagavond 13 januari. Het zou leuk zijn jullie daar te zien! En er komen meerdere signeermomenten in latere maanden samen met de andere fantasyauteurs van Macc. Dat wordt vast heel gezellig!

Maar het blijft niet bij De Krakenvorst (het tweede boek, ‘Kartaalmon’ is al geschreven en ligt bij de uitgever. Ik moet er alleen nog een keer doorheen om naar de structuur te kijken. De uitgever wil er snel me aan de slag, zodat het boek eind 2017 kan uitkomen!), ik heb de laatste tijd ook hard gewerkt aan mijn verhalenbundel ‘Conquistador’. Sinds begin december is het officieel! Mijn bundel wordt gepubliceerd als deel van het Boek10-project van uitgeverij Godijn publishing in Hoorn. In dit project zullen tien auteurs gelijktijdig hun boek presenteren op een groot evenement (6 mei in Hoorn, zet het in je agenda! Er zullen lezingen zijn, muziek, van alles! En boeken natuurlijk. Jullie zijn allemaal welkom!). De boeken zullen van buiten een zelfde vormgeving hebben en een zelfde kleurstelling, maar van binnen kunnen ze niet meer van elkaar verschillen. Dit jaar zaten er kinderverhalen bij, YA-boeken, een fantasyroman, een verhalenbundel, thrillers en autobiografische literatuur. De uitgever vond mijn bundel een intrigerend manuscript en hebben het voor dit project geaccepteerd. Een droom die uitkomt voor mij, omdat ik erg graag korte verhalen schrijf, en er al sinds de middelbare school van droom een eigen verhalenbundel gepubliceerd te krijgen (ik heb toen zelfs een bundel eigen verhalen voor de lijst gelezen!).
‘Conquistador - voorbij de grenzen van tijd en menselijkheid’ zal elf onderling samenhangende korte verhalen en een novelle bevatten, die de ontwikkeling van de mensheid volgen van de nabije toekomst tot verre aeonen, als de sterren zijn gedoofd en zelf de zwarte gaten verdampen. Elke keer blijft de vraag bestaan wat het betekent mens te zijn, en de menselijke natuur komt zelfs tot uiting als onze nakomelingen de vorm van machines hebben aangenomen, of zijn opgegaan in een groepsbewustzijn. Ik geloof zelf dat deze verhalen het beste zijn wat ik ooit heb beschreven, en de novelle ‘Conquistador’ bevat de beste actiescone die ik ooit heb geschreven. De cover van het boek gaat worden ontworpen door mijn beste vriend, Cornell. Hij is een begaafd kunstenaar, die onder andere covers heeft gemaakt voor populair wetenschappelijk tijdschrift KIJK.
De rest van 2017 zal ik dus met beide boeken op SF conventies en fantasy festivals staan: Elfia, Castlefest, Dutch Comiccon, Imagicon … overal waar mijn boeken zijn, wil ik ook wezen!
En als deze verhalenbundel goed ontvangen wordt, heb ik er nog eentje op de plank liggen voor 2018, mijn project ‘Het teken in de lucht’.

De bundel ‘Conquistador’ is niet het enige nieuwtje over de korte verhalen-kant van mijn schrijven. Zo verscheen mijn verhaal ‘De laatste draak’ op fantasywebsite Fantasize. Een mooie site om te volgen, en ik ga er meer verhalen naar opsturen. Mijn verhaal ‘De Sprong’ verscheen in het laatste nummer van SF Terra. Helaas werd mijn naam er niet bij vermeld, maar de redacteur beloofde me dat te rectificeren, waarschijnlijk bij het volgende verhaal van mij dat ze hebben liggen, ‘Planeet van monsters’. De redacteur vroeg me zelfs nóg een verhaal op te sturen! Dat doe ik natuurlijk graag! Als je houdt van SF- en fantasyverhalen en recensie van films en boeken (ook van veel Nederlandse auteurs), dan is dit een leuk tijdschrift om een abonnement op te nemen. Hetzelfde geldt voor Fantastiche Vertellingen. Ook daar ben ik heel enthousiast over. Een kwartaalblad dat elke keer bijna 100 pagina’s telt en vol staat met gave verhalen, illustraties en essays. Redacteur Remco Meisner vertelde dat er twee verhalen van mijn geplaatst gaan worden, ten eerste het verhaal ‘De stoet’ in het nummer van maart, gevolgd door ‘Het plotselinge woud’ in juni. Mijn korte verhaaltje ‘Sensory Deprivation’ zal worden geplaatst in de volgende editie van Tjonge, het kleinste tijdschrift van Europa, dat abonnees van de Fantastische Vertellingen er gratis bij ontvangen! Ik ben ook gevraagd om recensies te schrijven voor de Fantastische Vertellingen, en de eerste zal er in maart in komen.
De Nederlandse Star Trek fanclub The Flying Dutch heeft mijn verhaal ‘In elkaars ogen’ op de lijst staan om in 2017 te publiceren. Verder heb ik verhalen opgestuurd voor verschillende wedstrijden. Zo doe ik met een verhaal mee aan een Valentijnswedstrijd (leuk!) en heb ik een verhaal van 999 woorden opgestuurd voor een wedstrijd waarbij verhalen maximaal 1000 woorden mochten zijn. Ten slotte doe ik ook weer met meerdere verhalen mee aan de Trek Sagae-wedstrijd. Voor de meeste wedstrijden geldt dat de winnaars zo in april/mei bekend zullen worden gemaakt, dus dat wordt een spannende tijd! Ook zal in juni bekend worden of mijn verhaal ‘Thuisreis’ is geaccepteerd voor de volgende Ganymedes! Ik hoop dat mijn zenuwen het tegen die tijd nog trekken …

Dit alles betekent wel dat ik mijn schrijverschap nu zie als mijn werk. Ik heb eigenlijk twee banen. Een waarmee ik geld verdien (bij het Tijdschrift voor Diergeneeskunde) en een die de vervulling is van mijn levenslange passie en waarbij kinderdromen uitkomen. Maar met de signeersessies, fantasyfairs, verhalenwedstrijden en het herschrijven en opsturen van manuscripten naast al het andere promotiewerk, blijft er weinig vrije tijd over. Ontspannen is tussendoor ook nodig. Vrienden en familie zullen me moeten opzoeken op de evenementen waar ik ben als schrijver en mijn sociale leven zal op een laag pitje komen te staan (zoals bij iedereen met twee banen, of een deeltijd studie naast het werk). En ik wilde ook nog aan een SF-roman gaan schrijven!
Ik denk dat deze situatie een paar jaar zal gaan duren. Het is niet anders. Ik heb nu de kans om echt voor mijn schrijven te gaan, en ik wil er nu in investeren voordat deze gelegenheid aan me voorbijgaat. Wellicht dat mijn leven uiteindelijk weer in kalmer vaarwater terecht gaat komen, maar de komende tijd zit ik volop in de stroomversnelling! Maar, als je me opzoekt op een fantasyfair, een comic-con of een signeersessie, dan vind ik het altijd leuk om bij te praten!

donderdag 15 december 2016

Nog een voorproefje van 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga'

Morgen is het zover, dan wordt mijn boek gepresenteerd op de wintereditie van Castlefest. Het is dan ook bij uitgeverij Macc of via Bol.com te bestellen. Wil je een gesigneerd exemplaar? Op vrijdagavond 13 januari is er een feestelijke presentatie met signeersessie bij boekhandel Stevens in Hoofddorp. Het zou leuk zijn een paar van mijn trouwe blog-volgers daar te zien! Als dat niet lukt, kun je ook een bericht achterlaten op mijn blog en dan stuur ik je een gesigneerd boek toe. Geniet ondertussen van dit tweede voorproefje van mijn boek, waarbij we voor het eerst kennismaken met Alecia ...

Alecia rende naar boven langs de in de rotswand uitgehakte treden. Over haar schouder hing een grote boog van oud, bewerkt hout. Met haar linkerhand hield ze de rand van haar witte overmantel omhoog, in haar andere hand hield ze haar leren pijlkoker. Haar donkere haar had ze in een dikke vlecht gebonden, die bij elke stap tegen haar rug bonkte.
Links van haar hing de zon vlak boven de horizon. De zee eronder was veranderd in een voortdurend bewegende roodoranje vlakte. De anders onopvallend grijze rotsen gloeiden en de struiken en het stugge gras op de richels leken gehuld in vlammen.
Alecia was nu bijna bij de top. Haar adem kwam in oppervlakkige horten. Haar benen waren verstijfd en pijnlijk en ze was duizelig van de hitte. Ze kon zich echter niet veroorloven te rusten; ze was al veel te laat. De trap hield op. Haar voet zocht een trede die er niet was en bijna was ze gestruikeld. Schuin onder zich in de diepte zag ze de halve cirkel van het strand, ingeklemd tussen de rotsen als een glimmende oesterschelp. Ze zwaaide met haar ene arm en behield haar evenwicht. Haastig volgde ze het kronkelende pad tussen rotsen en gebogen pijnbomen door, weg van de rotskust. Aan de struiken om haar heen hingen verlepte roze bloemen. De schaduwen van de donkergroene cipressen werden zienderogen langer.
Vierhonderd meter verder bleef ze staan. Vanaf de bosrand liep een grasveld omhoog. Bovenaan stonden de platanen van Kartaalmon afgetekend tegen de violette hemel. De imposante bomen vormden een halve cirkel op de rand van het hoogste terras. Uit de helling staken enkele stenen gebouwen, met smalle luchtopeningen. Een goed onderhouden weg leidde naar een hoge poort, geflankeerd door gebeeldhouwde pilaren. De houten deuren stonden uitnodigend open. Alecia wist echter dat zij het heiligdom Santin niet via die weg kon binnenkomen. Niet met een boog en een pijlkoker over haar schouder.
Ze haalde diep adem en trok zich terug in de schaduw. Half voorovergebogen zocht ze haar weg tussen de dorre begroeiing door. In de verte begon een vogel te fluiten. Het licht verdween nu zo snel dat ze even dacht dat ze de verborgen doorgang voorbij was gelopen. Toen herkende ze de zwarte rots in de vorm van een aambeeld. Daar vlak onder bevond zich een nauwe opening, overschaduwd door stekelige takken. Ze liet zich van de stenen zakken, duwde de struiken opzij en stapte de duisternis binnen.
De gang liep steil naar beneden. Alecia moest zich noodgedwongen langzamer voortbewegen, terwijl ze haar vrije hand voorzichtig langs de wand liet strijken. Al snel was het zo donker dat ze niets meer kon onderscheiden. Ze was echter al zo vaak langs deze route het heiligdom binnen geslopen dat ze het licht niet nodig had. Ze negeerde twee zijgangen en bleef afdalen. Zand knisperde onder haar sandalen. De lucht, aangevoerd door verborgen ventilatiespleten, was opvallend koel.
Alecia kwam uit bij een kleine kamer. De deuropening was zo laag dat ze zich moest bukken om er binnen te gaan. Door een schacht in het plafond viel nog net zoveel licht dat ze de contouren kon onderscheiden van roestende harnassen, rekken met stoffige schilden en zwaarden, en een rij lange lansen. De wapens waren duidelijk al eeuwen niet gebruikt. Alecia legde haar boog en pijlen in een hoek op de grond en trok er een kleed overheen. Voor zover ze kon nagaan, wisten alleen haar vriend Gretaris en zij van de wapenkamer. Ze wilde echter geen enkel risico nemen.
Zodra haar wapens verborgen waren, haastte ze zich verder. Alecia ging een horizontale zijgang in en kwam uit in een hoge hal, verlicht door fakkels. Ze streek haar mantel recht en probeerde de resten zand en stof af te kloppen. Toen niet meer onmiddellijk opviel dat ze buiten was geweest, trok ze de wijde kap van haar mantel over haar hoofd, tot vlak boven haar ogen. Vervolgens haalde ze de verlossingsring onder haar kleding uit. Het pekzwarte, gladde sieraad was zo groot als haar hand en hing aan een touwtje om haar hals. Toen de ring op zijn vaste plek op haar borst rustte, zette ze haar handen met de palmen tegen elkaar en schreed met afgemeten passen in de richting van de grote zaal. Ze hoopte vurig dat ze onderweg niemand zou tegenkomen. Ze kon geen smoes verzinnen die haar afwezigheid bij de dienst zou verklaren.
De hal kwam uit op een schemerige galerij, met in één wand deuropeningen. Daarachter vandaan klonken duidelijk verstaanbaar honderden stemmen in een meerstemmig refrein. ‘Eer aan de Almachtige, die maakte dag en nacht. Eer aan de Almachtige, die zon en maan bestuurt.’
Alecia herkende het gedeelte dat werd gezongen, zoals ze de liturgie van alle diensten ondertussen uit het hoofd kende. Ze zuchtte. Ze had al een kwart van de avonddienst gemist. Voorzichtig keek ze om de hoek. Een gevorderde priester, gekleed in een parelgrijze mantel, schreed naar een deur. Een paar oudere mannen en vrouwen in de bruine rokken en broeken van dorpelingen kwamen uit de richting van de toegangspoort. Ze keken naar de grond voor zich en hielden hun handpalmen tegen elkaar gedrukt. Ze fluisterden op een eerbiedige toon. Vlak voor de grote zaal stootte de voorste de anderen aan. Ze zwegen onmiddellijk en de dorpelingen gingen in stilte naar binnen. Alecia volgde ze. Ze hield de deur tegen voor hij dicht kon vallen en stapte de zaal in.
De oorspronkelijke druipsteengrot was lang geleden uitgehouwen tot een half cirkelvormige ruimte van meer dan honderd meter doorsnede. Stenen zitbanken daalden af als traptreden tot aan een marmeren podium. Tussen twee houten pilaren hing de gong, anderhalve meter hoog en van brons. De hamer stak uit de vloer, waar hij door een onzichtbaar mechanisme in beweging kon worden gezet. Het plafond van de zaal was zo gevormd dat het geluiden versterkte en de mensen bovenin konden de sprekers op het podium zonder moeite verstaan. Ventilatieopeningen lieten verse lucht naar binnen en op stenen verhogingen stonden walmende vuurmanden. De vlammen wierpen bewegende schaduwen op de grijze rotsen. De enige versiering in de ruimte was een grote cirkel van zwart gesteente op de achterwand.
Het was erg druk in de zaal. Zoals bij elke avonddienst waren zowel de leken als de priesters aanwezig. Tweeduizend mannen en vrouwen zaten dicht opeen op de ongemakkelijke stenen banken. Bovenin bevonden zich de mensen uit de dorpen in de omgeving, hun handen rauw en nog besmeurd van hun werk. Vissers, herders, timmerlieden en naaisters. Veel van hen hadden anderhalf uur of meer gereisd om bij de dienst te kunnen zijn. Alleen de jongste kinderen en hun verzorgers waren van de aanwezigheidsplicht vrijgesteld.
Alecia drong zich tussen de sober geklede mensen door. Een paar dorpelingen keken verstoord opzij. Zodra ze zagen dat ze een priesteres was, wendden ze echter snel hun blik weer af. Ze bereikte de onderste banken. De priesters waren te herkennen aan hun witte of grijze mantels, die alleen de mouwen van hun zwarte onderkleding vrij lieten. Op hun borst hing hun zwarte verlossingsring. Ze keken ernstig voor zich uit. Niemand lachte.
Zo onopvallend mogelijk schoof Alecia opzij, tot ze achter haar klasgenoten stond. Nu moest ze het toneelspel proberen mee te spelen. Ze staarde naar het podium, waar de twintig oudsten in een lange rij naast elkaar stonden opgesteld. Hun mantels waren wit en getooid met rood en geel borduursel. Een man met een witte baard leunde op een stok en leek te slapen. Een vrouw hield een van haar ogen gesloten en knikte om de paar seconden. Een paar meter naar voren stond overste Veritus. Over zijn schouders hing een grijze doek en hij droeg een zwarte gordel. De man was al bijna tachtig, maar aan zijn kaarsrechte houding was dat niet te zien. De overste hield zijn handen haast zonder te trillen omhoog. Hij had een scherp gezicht, met een enigszins kromme neus en helder blauwe ogen onder borstelige wenkbrauwen. Zijn golvende, witte haar ging verborgen onder zijn kap. Een klein puntig baardje gaf hem een aristocratisch voorkomen. ‘De Almachtige maakte ons om Hem te dienen,’ proclameerde hij met heldere stem. ‘Laten wij zijn wil betrachten.’
‘Laten wij ons geven aan onze Maker!’, zongen de oudsten achter overste Veritus. Zoals elke avond klonken hun stemmen volkomen gelijk, zonder gevoel.
‘Wij kunnen slechts doen wat Hij ons vraagt,’ antwoordde de zaal gehoorzaam.
Alecia zong luidkeels mee. Ze hief zelfs haar handen, alsof ze helemaal in de dienst opging. Misschien had niemand haar afwezigheid opgemerkt, dachten haar medestudenten dat ze haar gewoon over het hoofd hadden gezien. Dat kon makkelijk tussen zoveel mensen, hield ze zichzelf voor. Toen ze opkeek, staarde ze echter recht in de donkere ogen van Manila. De slanke studente trok spottend een dunne wenkbrauw op. Ze was het knapste meisje uit Alecia’s klas en was zich daar terdege van bewust. Ze had een fijn besneden gezicht, lang bruin haar en een betoverende glimlach. Echt iets voor jou, leek haar blik te zeggen, iemand als ik zou nooit te laat komen.
Alecia’s wangen kleurden. Manila had gezien dat ze later naar binnen was komen sluipen en zou het aan hun mentor melden. Ze wilde dat ze gewoon uit de dienst was weggebleven, dat zou haar minder problemen hebben opgeleverd.

dinsdag 6 december 2016

Voorpublicatie 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga'

Zijn jullie ook al zo enthousiast over De Krakenvorst? Waarschijnlijk niet zo enthousiast als ik! Nog anderhalve week en het eerste boek wordt gepresenteerd op de wintereditie van Castlefest. Vanaf dat moment is het ook te bestellen via Bol.com en via alle boekwinkels. Wil je er een met mijn handtekening erin? Laat dan een berichtje voor mij achter, dan stuur ik je een gesigneerd exemplaar toe. Om alvast in de stemming te komen, hier een voorproefje ...

De geur van zweet. Opgewonden kreten. Wolken stof, opgeworpen door schuifelende voeten. Een zilverkleurige flits en een klap die tot in zijn schouderbladen doordrong. Gejuich.
Tarid klemde zijn kaken zo hard op elkaar dat ze pijn deden. Evenwicht, hield hij zichzelf voor. Evenwicht houden is het belangrijkst.
Hij stond op de ballen van zijn voeten, zijn knieën licht gebogen, zijn rug net iets gekromd, zodat hij schuilging achter het ronde schild aan zijn arm. Zijn zwaard was een dodelijke verlenging van zijn rechterhand. Zijn vingers knepen zo krachtig in het gevest dat zijn knokkels wit kleurden en geen moment weken zijn ogen van die van Peritar. Hij bewoog voortdurend met hem mee. Deed zijn tegenstander een stap naar achteren, dan deed hij een stap naar voren. Kwam de ander naar voren, hij deinsde terug. Ze draaiden om elkaar in een bijna sierlijke dans. Evenwicht! Evenwicht! En steeds probeerde hij te voorspellen hoe de ander zou aanvallen, zocht hij een gat in de verdediging, een opening om toe te steken.
Nu! Peritar bewoog zich naar rechts. Tarid stapte de andere kant op en haalde uit. De brede kling van zijn zwaard was een streep, zo snel bewoog hij. Zijn tegenstander had zijn aanval echter voorzien. Zijn kromme zwaard kwam sneller naar boven dan Tarid voor mogelijk had gehouden. Staal klapte op staal. Hij sloeg direct weer toe, vastbesloten om van de omstandigheden gebruik te maken. Opnieuw reageerde Peritar alsof hij zijn actie al lang had zien aankomen en weerde zijn aanval af.
Een tegenaanval. Tarid ving de slag op met zijn schild. In een vloeiende beweging liet hij zich op één knie vallen en haalde uit naar Peritars benen. Zijn tegenstander sprong zonder zichtbare inspanning omhoog, zodat het zwaard onder hem door schoot. De omstanders juichten.
Tarid richtte zich op, zijn schild beschermend boven hem. Plotseling verdwenen de geluiden om hem heen. De bewegingen van zijn tegenstander werden trager. Alles in zijn gezichtsveld vervaagde tot grijze contouren, behalve het kromzwaard van Peritar. Hij zag elk krasje, elke oneffenheid op de geslepen kling. Plotseling leek het alsof hij een tweede zwaard zag, een doorzichtige kopie van het eerste, dat een grote boog beschreef. Kalm bracht hij zijn eigen wapen omhoog. Hij zag hoe de twee zwaarden elkaar raakten en hoe in alle richtingen vonken weg schoten.
Het lawaai en geschreeuw keerden terug. Tarid wankelde twee stappen achteruit. Ik wist wat hij wilde doen, realiseerde hij zich, ik kan hem verslaan! Met een triomfantelijke kreet sprong hij naar voren.
Peritars zwaard ving het zijne op. De twee bladen drukten tegen elkaar en hoeveel kracht hij ook zette, hij kon zijn wapen niet meer in beweging brengen. Hij staarde in de dwingende, scheefstaande ogen van zijn tegenstander, glimmende, zwarte stenen in een breed gelaat. Geelbruine huid, zonder enig spoor van zweet. Een dunne, vrij lange snor. Zwarte haren, die in twee vlechten over zijn schouders vielen. Blauwe tatoeages strekten zich van zijn rug uit tot over zijn bovenarmen. Peritar was net iets korter dan hij en vocht bovendien zonder schild of bepantsering. Hij droeg alleen een vilten broek. Zijn snelheid en lenigheid waren echter fenomenaal.
Zonder waarschuwing verdween de druk van Tarids zwaard. Hij deed een stap naar voren. Uit het publiek klonk een geschrokken ‘Oooh!’ Op hetzelfde moment zag ook hij zijn fout in. Zijn evenwicht!
Peritar wervelde om zijn as en sloeg toe. In een reflex keerde Tarid zijn zij naar zijn tegenstander en bracht zijn schild omhoog. Het hout bezweek onder de klap. Wegschietende splinters beten in zijn gezicht en hij voelde een brandende pijn aan zijn schouder.
Tegelijkertijd kwam de voet van zijn tegenstander omhoog en raakte zijn pols. Hij liet zijn zwaard los. Zijn knieën begaven het onder hem. Hij zag nog juist hoe Peritar met zijn vrije hand zijn wapen opving. Toen raakte zijn rug met een dreun de grond.
Hij hapte naar adem. Het leek alsof iemand zijn gewrichten uit hun verbindingen had getrokken. Hij probeerde zijn arm te bewegen. Hij was zwaar, alsof er loden kogels aan zijn pols hingen. Zwarte vlekjes trokken door zijn gezichtsveld. Tarid liet zijn hand terug in het stof vallen. Hij was verslagen.
‘Hier, ik help je overeind.’
Tarid knipperde met zijn ogen en probeerde zijn hoofd op te tillen. Nog steeds voelde het alsof iemand rotsblokken op zijn lichaam en ledematen had gestapeld. Peritar boog zich voorover en stak zijn hand naar hem uit. Aan niets was te merken dat de donkere man een zwaardgevecht achter de rug had. Hij ademde rustig en op zijn borst en armen was geen zweetdruppel te bekennen. Zijn nauwe, zwarte ogen stonden bezorgd. ‘Ik heb je toch niet te hard geslagen?’
Stof kriebelde in Tarids keel. Hij kuchte en duwde zich op zijn ellebogen omhoog. ‘Nee, hoor,’ zei hij schor. ‘Ik vroeg je om je dit keer niet in te houden. Ik dacht dat ik een redelijke kans zou maken. Ik heb de afgelopen maanden hard getraind.’ Een stekende pijn trok door zijn linkerschouder en hij vertrok zijn gezicht. ‘Maar ik heb mijn lesje geleerd. Misschien wil je het de volgende keer weer wat rustiger aan doen.’ Hij kuchte opnieuw.
Peritar liet zich op zijn hurken naast hem zakken. ‘Je bent gewond,’ constateerde hij. ‘Je arm bloedt.’
‘Het is niets …’ begon Tarid.
Zijn vriend wenkte echter al naar een groepje meisjes, die hun gevecht van een afstand hadden gevolgd. Ze praatten op fluistertoon met elkaar en keken af en toe over hun schouder naar hen om. ‘Finatin, kun je een doek en vers water halen? Het moet worden schoongemaakt.’
Een van de meisjes begon te blozen en haastte zich in de richting van het kamp. De anderen stootten elkaar giechelend aan.
Tarid beet op zijn onderlip en richtte zich verder op. Om hem heen strekte de noordelijke hoogvlakte van Narzik zich uit. Het gras had in het felle zonlicht zijn frisgroene kleur al weer verloren. Verspreid over de vlakte lagen honderden schapen te herkauwen, in de gaten gehouden door twee jongens met lange stokken. Een enkele naaldboom, door de wind in kronkelende vormen gedwongen, onderbrak het uitzicht. Naar het zuiden liep het land af tot de rivier Front, onzichtbaar achter de horizon. De heuvels in het noorden gingen schuil onder een donker waas van struikgewas en bossen. Daarachter begon het gebergte Navin. De puntige toppen waren zelfs op een heldere dag als deze gehuld in grijze nevel.
Een paar kinderen in bruine hemden schuifelden dichterbij en keken hem met grote ogen aan. De andere toeschouwers waren bijna allemaal verdwenen. Twee mannen met vilten jassen hadden gewacht tot hij overeind kwam. Nu slenterden ze al pratend terug naar het kamp, met snelle handgebaren hun woorden ondersteunend. Tarid vermoedde dat ze het duel bespraken en met elkaar de gebruikte tactieken doornamen. Hij zou er vast niet goed vanaf komen.
Hij voelde aan zijn schouder. Zijn leren wambuis was gescheurd. De kaarsrechte snee daaronder was nauwelijks dieper dan een schram, maar door de halfgestolde stroompjes bloed leek hij erger dan hij was. De wond deed al bijna geen pijn meer. Tarid rolde om en duwde zich op zijn handen overeind. Een ogenblik voelde hij zich duizelig. Peritar greep hem bij zijn gezonde arm, zodat hij niet kon vallen. Zodra hij zijn evenwicht had teruggevonden, wuifde hij zijn vriend weer weg. ‘Ik voel me prima. Niets aan de hand.’
Peritar leek hem niet te geloven.
‘Echt niet,’ hield Tarid vol. ‘Ik kan wel tegen een stootje.’
Finatin kwam terug, met twee witte doeken over haar schouder en in haar handen een wijde schaal, tot de rand gevuld met water. Ze liep voorzichtig, om maar niets te morsen. Haar zwarte haar hing in twee vlechten tot aan haar middel. Om haar hals droeg ze een ketting van benen kralen. Vlak voor Tarid bleef ze staan. Haar bruine ogen ontweken zijn blik en haar toch al donkere wangen kleurden nog dieper.
Peritar hielp hem zijn wambuis uit te trekken. Finatin maakte een doek nat en depte zorgvuldig de roodbruine vegen op zijn schouder. Tarid wendde zijn gezicht af, zodat ze niet kon zien dat het hem pijn deed. Toen ze klaar was, bleek dat de snee was opgehouden met bloeden. Het was een dunne rode lijn, die waarschijnlijk niet eens een litteken zou achterlaten. Het meisje reikte hem de schone doek aan. Ze had hem bevochtigd en hij voelde koel aan op zijn bezwete huid. Tarid veegde het aangekoekte stof uit zijn gezicht en van zijn armen. Direct voelde hij zich beter. Hij gaf de doek terug en knikte haar toe. ‘Dankjewel, Finatin.’
Ze schuifelde met haar voeten en glimlachte zonder op te kijken. Toen bukte ze, raapte de schaal en de doeken bijeen en haastte zich terug naar het kamp.
Tarid keek haar niet begrijpend na. ‘Zei ik iets verkeerds?’
Het bleef even stil. ‘Laten wij ook teruggaan,’ stelde Peritar uiteindelijk voor, zonder Tarids vraag te beantwoorden. Hij moest echter duidelijk zijn best doen om niet te lachen.

Verder lezen? Dat kan dadelijk in 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga'!

dinsdag 22 november 2016

'De Krakenvorst' - The making of ... (3 en slot): Een pauze van elf jaar

Ik weet niet meer heel nauwkeurig wanneer ik het idee kreeg een fantasyroman te schrijven. Ik denk dat het voorjaar 2001 moet zijn geweest. Ik weet wel dat ik op 7 juli 2001 begon het plot van mijn verhaal in wording op papier te zetten. In een groot notitieblok werkte ik mijn ideeën uit. Eerst de drie verhaallijnen apart (ik wist al dat er drie hoofdpersonen zouden zijn, en dat het twee boeken zouden worden). Vervolgens in twee kolommen, om een idee te krijgen hoe de verschillende lijnen naast elkaar zouden lopen en waar ze elkaar zouden kruisen. Steeds kreeg ik er ideeën bij en er moesten in de kantlijn aantekeningen worden bijgekrabbeld. De voorlopige titel van het boek was toen nog 'De koning en de kraak'.
Het duurde nog even voor ik daadwerkelijk begon te schrijven. Ik moest namelijk eerst nog een boekje schrijven dat in juni 2002 zou worden uitgegeven door de christelijke uitgevers als actieboek voor de Maand van het spannende boek. Zomer 2001 was namelijk mijn debuutroman, de SF-thriller 'Neptunus', uitgegeven bij Kok Voorhoeve, en aangezien zij aan de beurt waren om het actieboekje te verzorgen, vroegen ze mij. Dit werd 'Het Wrak'. Eigenlijk direct nadat ik dat had afgeschreven begon ik na een tijd van werkloosheid aan mijn baan bij het Pharmaceutisch Weekblad als wetenschappelijk redacteur. Een flinke overgang. Gelukkig werkte ik maar drie dagen in de week, en kon ik de rest van de tijd inzetten voor het schrijven. Vol goede moed begon ik aan het manuscript. Ik deed ondertussen mee aan een schrijfopleiding van Script+ in Amsterdam (betaald door mijn uitgever!). Voor een van de lessen stuurde ik de inleiding en het eerste hoofdstuk naar de andere schrijvers toe. Ik kreeg er veel complimenten voor. Vooral vanwege de beklemmende sfeer van de religieuze omgeving, die ik volgens hen heel overtuigend had neergezet.

Toen ik drie hoofdstukken had, stuurde ik het manuscript in wording op naar Kok. Het viel niet zo in goede aarde. Onder andere omdat het leek alsof ik kritiek had op de kerk (nou ja, dat was ook zo), en de door mij geciteerde teksten uit 'heilige boeken' konden worden opgevat als parodie op de bijbel. Mijn redacteur vroeg me of ik niet een contemporaine thriller kon schrijven, in de trant van 'Het Wrak' - dat zou waarschijnlijk goed verkopen. Een tijd lang probeerde ik aan dat verzoek te voldoen, maar er kwam niet echt een goed idee. Ik probeerde verder te schrijven aan 'De Krakenvorst', maar in het begin van het vierde hoofdstuk stokte het. Ik moest beginnen aan een nieuwe paragraaf, maar ik had geen enkel idee hoe ik die moest schrijven. De woorden kwamen gewoon niet.
De jaren daarna dacht ik dat ik mijn verbeelding helemaal kwijt was. Ja, ik begon nog een ander boek te schrijven, maar ook daarmee kwam ik niet verder dan een paar hoofdstukken. Ik schreef een paar korte verhalen, maar slechts een of twee per jaar. Ik had gewoon geen ideeën. Als anderen me vroegen om eens naar een verhaalidee te kijken, borrelde de inspiratie als vanouds, maar als ik iets voor mezelf wilde beginnen bleef de bron droog. In plaats van me bezig te houden met fictie, richtte ik me op het schrijven van filmbesprekingen en theologische essays. Ik schreef twee non-fictie boeken: 'Indrukwekkende Vrijheid', dat verscheen in 2010, en 'De loser die wint', die vorig jaar uitkwam. Maar het schrijven van non-fictie had nooit echt mijn hart. Ik had het alleen nodig om over deze onderwerpen te denken en te schrijven, omdat ik was opgegroeid in een streng religieuze omgeving, waar hobby's als minderwaardig werden gezien, kunst en verbeelding werden gewantrouwd en mijn liefde voor boeken en verhalen al snel een verslaving leken die me van God zouden afleiden. Ook al had ik die kerk verlaten toen ik begin twintig was, de leerstellingen hadden zich in me vastgehaakt, en waren maar moeilijk los te krijgen. Vooral omdat mijn ouders ook niet heel bemoedigend leken ten aanzien van mijn schrijven. En die kritiek, stress op het werk, en de daaruit volgende piekergedachten dempten mijn creativiteit en maakten me depressief.
Er gebeurde in de tussentijd van alles. Ik verhuisde naar Delft, waar ik op mezelf ging wonen. Ik richtte meerdere aquariums in. Werd ontslagen en kwam te werken bij het Tijdschrift voor Diergeneeskunde. Bezocht fantasyfestivals. Waar ik in gesprek kwam met uitgevers, maar niet durfde zeggen dat ik zelf al boeken op mijn naam had staan. Ik leerde Bianca kennen, en vroeg haar ten huwelijk. Maar schrijven lukte me niet.

In 2012 werd ik echter tot twee keer toe ziek. Ernstig ziek. Wondroos. Een heftige infectie aan mijn been, dat rood werd en opzwol, en waarbij ik bijna veertig graden koorts had. Over de eerste ziekteperiode heb ik in een eerder blogbericht geschreven. Ik was behoorlijk hersteld, maar ik moest nu toch echt beter voor mijn eczeem gaan zorgen. De stress op mijn werk nam echter niet af, ik bleef slecht slapen, en voor mijn eczeem zorgen lukte me niet. Het eczeem speelde weer op, en opeens, in september, werd ik opnieuw ziek. Ik weet nog dat ik met Bianca zat in het park bij De Delftse Hout, genietend van koffie met gebak bij café Knus. Ik voelde opeens spierpijn opzetten en werd flauw. Ik ging naar het toilet. Toen ik terugkwam zag ik enorm bleek, kon ik geen hap meer nemen, en schrok mijn verloofde zich een hoedje. Hoe we met de bus thuis terug kwamen, weet ik niet. Mijn ouders kwamen me uiteindelijk ophalen en brachten me langs de huisartsenpost in het ziekenhuis en daar werd de diagnose gesteld: opnieuw wondroos. Ik kreeg antibiotica en lag twee dagen lang op bed beroerd te wezen.
Later, terwijl ik aan het herstellen was, suggereerden mijn ouders dat ik wat aan de stress in mijn leven moest gaan doen. Ja, duh ... Het idee van mijn vader was: misschien moet je wat minder willen schrijven. Slecht idee. Maar opeens realiseerde ik me waar een groot deel van de stress vandaan kwam. Ik wilde namelijk niet te veel schrijven, maar te weinig. En vooral verhalen. Ik voelde me slecht, omdat ik niet dat deed wat ik het liefst wilde doen: verhalen schrijven. Bovendien confronteerde de ernst van mijn ziekte me met mijn sterfelijkheid - vroeger overleden mensen aan wondroos. Ik vroeg mezelf af waar ik het meest spijt van zou hebben als ik zou komen te overlijden. Het antwoord kwam meteen: ik zou er spijt van hebben dat ik niet meer verhalen zou hebben geschreven.
Maar die 'writers block' dan, de barrière die ik voelde, elke keer als ik achter de computer ging zitten? Zou die me niet tegenhouden? Het toeval wilde dat ik niet lang ervoor een citaat had gelezen van Neil Gaiman. Hij beweerde dat er momenten waren dat hij bij het schrijven in de 'flow' zat en de woorden uit zijn pen stroomden. Er waren ook momenten dat het niet zo makkelijk ging, dat hij bij elk woord worstelde, en om elke zin moest strijden. Maar als hij later zijn verhaal terug las, kon hij geen enkel verschil zien tussen de passages waarbij hij in de 'flow' had gezeten en die waarbij het moeilijk was gegaan. De conclusie voor mij? Ik moest gewoon gaan schrijven!
Eerst schreef ik vier korte SF-verhalen. Toen besloot ik om verder te gaan met 'De Krakenvorst', want dat idee had me de tussenliggende elf jaar niet losgelaten. En toen ik er eenmaal aan ging zitten, kwam de inspiratie ook. Ik hoefde alleen te beginnen met schrijven, en mijn verbeelding vulde de gaten aan. De passage waar ik de vorige keer gestrand was, kostte me nu, elf jaar laten, geen enkele moeite. En in een jaar tijd had ik twee boeken afgeschreven ... Boeken waar ik heel erg trots op ben.

Waarom er zo'n pauze in moest zitten? Ik weet het niet. Ik denk zelf dat ik de levenservaring miste om de boeken te kunnen schrijven. Ik weet wel dat ze beter zijn geworden dan ze zouden zijn geweest als ik ze had geschreven toen ik vijfentwintig was. Wat ik ook weet is dat ik nooit meer zo'n pauze ga laten vallen. Ik ga gewoon zitten om te schrijven, of ik nu in de 'flow' ben, of niet. De inspiratie volgt wel. En schrijven is gewoon wat ik moet doen.

De Krakenvorst, boek 1: Keruga verschijnt begin december. Zet het in je agenda en bestel tegen die tijd een exemplaar via bijvoorbeeld Bol.com, of de website van Macc. Wil je weten wat je ervan kunt verwachten? Volgende week plaats ik op mijn blog een voorproefje ...

zaterdag 19 november 2016

'De Krakenvorst' - The making of ... (2): De vele bronnen van een verhaal

Hoe werkt inspiratie nu eigenlijk? Hoe ontstaat een verhaal? Ik weet het nog steeds niet. Volgens mij heeft verbeelding veel te maken met dromen, want in mijn ervaring dringt een idee voor een verhaal zich plotseling aan mij op - bijna alsof ik het niet heb verzonnen. Als een voldongen feit: zo moet het gaan. Ik zie het helemaal voor me. Net als met een droom, die door mijn verbeelding wordt opgeroepen en die ik ervaar als echt. Immers, als ik me ervan bewust zou zijn dat ik het allemaal verzon, zou ik de droom niet meer als droom ervaren (dan zou het een lucide droom zijn). Anders dan bij een droom is een verhaalidee meestal wel logisch kloppend en verloopt van A naar B naar C. Maar dat ligt meer aan het verschil tussen waken en slapen, denk ik, dan aan het werkzame principe. En net als bij een droom maakt mijn verbeelding gebruik van wat ik allemaal heb meegemaakt in mijn leven, heb gelezen, heb gezien, of -jawel- heb gedroomd. Net als een droom bevindt de verbeelding zich niet in een vacuüm. Ze maakt gebruik van de grondstoffen die je als denker en lezer toevoert. En ze bouwt zo voort op de ideeën en verhalen van eerdere verbeeldingskunstenaars.
Het hele idee dat een verhaal in alles origineel moet zijn, vind ik eigenlijk niet zo behulpzaam, het tegenovergestelde zelfs. Shakespeare maakte er geen geheim van dat hij putte uit geschiedenis, ja zelfs dat hij eerdere werken in zijn eigen onnavolgbare stijl bewerkte. En kenners van fictie houden vol dat het juist het doorvertellen van verhalen is dat tot cultuur leidt, dat de kracht is van de menselijke beschaving. Een goed verhaal willen we verder vertellen, maar dan in onze eigen stem, met onze eigen woorden, aan vrienden, familie, kinderen. Zo ontstonden mythes en sprookjes, en zo ontstond het fenomeen fanfictie op het internet. Mensen die wat ze hebben gelezen of gezien verder willen vertellen, maar dan met een eigen draai eraan (en die eigen draai is dan vaak wel origineel). Ik heb zelf ook fanfictie geschreven en daar schaam ik me helemaal niet voor. En veel van de verhaalideeen die zich nu aan mij opdringen, krijg ik na het lezen van een aansprekend boek, of het kijken van een film, waarbij ik opeens denk: 'Daar zou ik ook wel eens wat mee willen doen.' Ik wil daarom poneren dat elke schrijver in meer of mindere mate fanfictieschrijver is. En in dit tweede deel van mijn 'making of ...' van De Krakenvorst wil ik jullie vertellen waar mijn ideeën vandaan kwamen.

Ik dacht bijvoorbeeld in mijn studietijd al dat ik een keer een verhaal over een reuzeninktvis wilde schrijven. Volgens mij omdat ik als tiener het boek 'Beast' van Peter Benchley had doorgebladerd. En omdat ik groot liefhebber ben van de onderwaterwereld natuurlijk. Tijdens mijn stage stond ik in de donkere kamer films te ontwikkelen om DNA-samples te kunnen onderscheiden, en ondertussen stond ik dan scenes te verzinnen. Onder andere van een jongen in een boot die door een reuzenkraak  wordt aangevallen. Toen ik jaren later aan het denken was over een fantasyverhaal kwam dit idee weer bij me naar boven. Ik wist dat het een biologisch zeedier moest zijn, maar ook iets groters. Of het me gelukt is dat te realiseren, moet je zelf dadelijk maar beoordelen! De scene die ik oorspronkelijk verzon in de Doka zit er in elk geval in!
Verder vroeg een van mijn broers me ooit om een idee voor een fantasyverhaal. Hij heeft er later trouwens niet iets mee gedaan, dus ik mag het hier vertellen. Wat ik toen verzon was een wereld waarin een meteoriet is ingeslagen, waardoor een enorme krater is ontstaan. Hier omheen verkregen de bewoners reptielachtige kenmerken: schubben, lange armen, staarten. De landen uit het zuiden moesten zich verdedigen tegen de monsterlijke wezens die hen uit het noorden belaagden. Ook dit idee keerde terug toen ik over mijn fantasyverhaal nadacht. De dinosaurusachtige monsters zijn verdwenen, de meteoriet is gebleven. Dit ligt ten grondslag aan de 'Baai van Zalikir' in het noorden ...
Een tijd lang had ik geen fantasyverhalen gelezen, maar alleen SF. Mijn tien jaar jongere broer Berend -het boek is aan hem opgedragen- ging echter The Lord of the Rings lezen voor zijn eindexamen, en ik pakte het boek toen ook maar op (voor het eerst sinds mijn elfde). Ik werd volledig ondergedompeld in de wereld van Tolkien en ik realiseerde me dat ik onterechte vooroordelen had gehad jegens het genre. Prompt verslond ik alles wat ik kon vinden. Stephen Donaldson, Tad Williams, William Horwood, Steven Erikson, Robin Hobb, Guy Gavriel Kay. En Stephen Lawhead. De laatste werd een van mijn favoriete schrijvers. Vooral gebaseerd op zijn boek Byzantium. Later las ik zijn eerste fantasytrilogie. Ik was er heel enthousiast over dat hij in zijn verhaal niet de geijkte dwergen, reuzen en elven liet opdraven, maar andere mensenrassen, die zich nu hadden teruggetrokken in moerassen of berggebieden. Een strijdlustig volk, maar ook kleine mensen die in bossen leefden. In het derde deel bleken deze volken echter geen rol van betekenis te spelen! Het verhaal draaide om een confrontatie met een machtsbeluste tovenaar, dertien in een dozijn. Het is een flinke teleurstelling als een van je favoriete schrijvers je verwachting niet waarmaakt. Ik dacht: Ik kan het beter. Ik kan een verhaal vertellen over deze oude volken en ze een essentiële plek geven in de achtergrond en de ontknoping van mijn verhaal. Zo ontstonden de Hirita, de Fanarg, de Morris, de Aquria, de Wurg en de Inalita, die je in De Krakenvorst dadelijk zult gaan tegenkomen.
In mijn verbeelding had zich ook al jaren een scene vastgehaakt uit een Young Adult SF roman van Andre Norton: 'Katteoog' (of in het Engels: 'Catseye'). Ik zoek er nog altijd naar in tweede hands boekwinkels, want ik had het uit de bibliotheek gehaald. Het gaat over een jongen die werkt in een exotische huisdierenzaak en ontdekt dat hij telepatisch in contact staat met twee katten. Dat zit allemaal niet in mijn verhaal, trouwens! Maar er was wel een scene waarin de hoofdpersoon iets vindt in het stof van een ruïne, en ook daar weer wilde mijn fantasie de beschrijving van Andre Norton aanvullen. Ik besloot het mee te nemen in mijn fantasyverhaal, en het ook te koppelen aan zowel de oude rassen als de kraak.
Ook mijn interesse in dinosauriërs en andere uitgestorven dieren droeg bij aan mijn verhaal. Op de zoölogische blog van Darren Naish (Tetrapod Zoology) las ik voor het eerst over de Entelodont. Een uitgestorven familielid van het varken, dat echter enorm groot was en waarschijnlijk aas at of vlees. Ze worden ook wel eens 'giant killer pigs' genoemd. Het leek me eigenlijk heel aardig om die eens in een verhaal te verwerken, ook al zouden mijn karakters ze natuurlijk niet kennen als Entelodonten.
Verder is mijn verhaal nogal beïnvloed door het lezen van 'The tough guide to fantasyland' van Diana Wynne Jones! Op een hilarische wijze steekt ze daar de draak met een heel aantal fantasyclichés. Ik heb mijn uiterste best gedaan daar niet in te vervallen. Bijvoorbeeld door een keer een uur paard te rijden en vervolgens een week lang spierpijn te hebben - toen wist ik dat mijn karakters ook niet zomaar een dag op een zadel konden zitten zonder er een beetje kramp aan over te houden. Verder heb ik veel gelezen over het leven in de middeleeuwen, en bijvoorbeeld de Hunnen en Mongolen.
Deze en andere ideeën vormden de mix waaruit ik putte toen ik over een mogelijk fantasyboek ging nadenken. Maar hoe hier een verhaal uit ontstond kan ik niet helder uitleggen. Op een gegeven moment vielen de puzzelstukjes in elkaar en toen wist ik: dit wordt het wat ik wil gaan schrijven. Zo ga ik het doen. Toen duurde het echter nog een hele tijd voordat het boek af was. Er zat bijvoorbeeld een pauze in van meer dan tien jaar ...

Wordt vervolgd ...

dinsdag 15 november 2016

'De Krakenvorst' - The making of ... (1): De schepping van Kartaalmon(land)

Het verhaal van mijn fantasytweeluik 'De Krakenvorst' begint eigenlijk al zo'n dertig jaar geleden. Toen wist ik natuurlijk nog niet dat ik ooit een fantasyboek zou gaan schrijven, al genoot ik wel van de opdrachten voor opstellen die we op school kregen. Ik las toen al heel graag, niet alleen boeken, ook tijdschriften. En elke maand kochten mijn ouders voor mij onder andere de Grasduinen, de Natuur & Techniek en de KIJK. In 1987 stond er in dat laatste tijdschrift een artikel over het fenomeen geofictie. Mensen die hun eigen landen verzinnen en er van allen omheen creëren: landkaarten, vlaggen, muntstukken, geschiedenisverhalen, wetgeving enzovoorts. Er stonden ook voorbeelden van landkaarten bij.

Mijn verbeelding werd gestimuleerd, en al snel tekende ik mijn eigen landkaarten. Een van de landen die ik verzon, was 'Kartaalmonland' - een groot schiereiland, met een nauwe landtong verbonden aan het vaste land, met hoge bergen in het binnenland. Als we een tekenopdracht of een schrijfopdracht kregen op school, tekende of schreef ik over aspecten van Kartaalmonland, en thuis begon ik een overzicht en geschiedenis van het land te schrijven. Mijn nieuwe passie bleef niet onopgemerkt door mijn klasgenoten. En die begonnen zelf hun eigen landen te verzinnen. Ook mijn broer Marten sloot erbij aan met zijn land Martinië. De landen hoorden samen in een werelddeel, Bordalstenije, op de planeet Ficton. We hadden een 'geeky' klas, best wel bijzonder, bedenk ik me achteraf.
Waar mijn klasgenoten niet veel verder kwamen dan een landkaart of twee, bleef ik me met Kartaalmonland bezighouden. Van de eerste kaarten heb ik er helaas geen meer over, maar in de eerste jaren van de middelbare school werkte ik mijn project nog een keer uit. Nu met gedetailleerde kaarten, over ecosystemen, hoogtelijnen, klimaat, economie en geschiedenis. Ik voorzag mijn land in tekeningen van allerlei legervoertuigen, koloniën en ruimteschepen (ik tekende ook het zonnestelsel uit waarin Ficton zich bevond). Ik werkte een hele geschiedenis uit vanaf de stichting van Kartaalmonland door koning Kartaalmon in de middeleeuwen, via een oorlog met buurland Bolland en een bloedwratepidemie, tot een wereldoorlog tussen de grootmachten Stilwith en Dark toe (waarbij Stilwith de agressor was, en Kartaalmonland zich aansloot bij Dark). Ik beschreef hoe communicatie verliep via 'briefcomputers' (waarschijnlijk had ik in dezelfde KIJK al gelezen over de digitale snelweg).
Maar bovenal verzon ik de biologie van Kartaalmonland. In tekening na tekening werkte ik uit welke dieren en planten er in welk ecosysteem leefden, inclusief wetenschappelijke namen en evolutionaire stambomen. Van de laatste buidelspitsmuis in de Kartse wadden en Kartaalse duinen, tot het mysterieuze Kartaalse monster, van de Dode Diepworm en de Dode Diepwormhaai in het Dode Diep tot het slijkgras op Doodland. Ik bleef hiermee bezig tot mijn achttiende. Samen met mijn broer Marten zat ik in de schoolvakanties dagen lang te tekenen en te schrijven, en ik heb nog steeds mappen vol schetsen en kaarten in mijn kast staan.

De jaren daarna bleef ik met enige nostalgie aan mijn eigen land terugdenken. Toen ik uiteindelijk het idee kreeg om een fantasyboek te gaan schrijven, duurde het dus niet lang of ik bladerde door mijn map met aantekeningen en besloot niet verder te zoeken naar een wereld om mijn verhaal in te laten afspelen. Met de door mij ooit opgeschreven geschiedenis van Kartaalmonland had ik zelfs al een mooie basis voor de historische achtergrond ervan. Hoe koning Kart het land bijeenbracht, en hoe de conflicten met verschillende buurlanden verliepen, is allemaal in mijn schrift van bijna dertig jaar oud te vinden.
Er is in de omschakeling van Kartaalmonland naar het koninkrijk Kartaalmon wel het een en ander veranderd - nog afgezien van de naam van het land. Mijn fantasyboek speelt zich om te beginnen af in een wereld met andere volken en bovennatuurlijke elementen en die kwamen natuurlijk niet voor op Ficton - voor mezelf zie ik het dus als een soort 'alternatieve geschiedenis' van het oorspronkelijke land. Martinië is ondertussen veranderd in het koninkrijk Narzik, en Bolland is Taris geworden (maar blijft een bron van gevaar voor Kartaalmon). Steden zijn van plek en van naam veranderd, eilanden zijn van de kaart verdwenen, en of het Kartaalse monster nog ergens door de bergen van Kartaalmon ronddwaalt, dat weet helaas niemand ...

Wordt vervolgd ...

dinsdag 25 oktober 2016

Het begint nu al wel dichtbij te komen!

Gewoonlijk vind ik de winter nou niet bepaald iets om naar uit te kijken, omdat mijn winterdepressie (Seasonal Affective Disorder) dan opspeelt. Ik hou van de kou, het knerpen van sneeuw onder mijn schoenen is een van de mooiste geluiden die ik ken, en lang leve glühwein, maar de donkere dagen ... Mijn daglichtlamp helpt natuurlijk wel, en de antidepressiva ook, maar dit jaar is er nog iets dat er heel effectief tegen gaat wezen! In december verschijnt namelijk het eerste boek in mijn fantasytweeluik 'De Krakenvorst', namelijk 'Boek 1: Keruga'.
Ik heb een tijdje geleden op basis van de opmerkingen van mijn uitgever het manuscript herschreven, en de details bijgewerkt. De uitgever heeft mijn wijzigingen ondertussen al nagelopen. Hij vertelde me na vier hoofdstukken dat hij het een erg spannend verhaal vond, dat las als een trein. En in die eerste vier hoofdstukken gebeurt nog niet eens heel veel! Een groot compliment dus. Nu is het naar de corrector voor de puntjes op de spreekwoordelijke 'i'. Ondertussen is er al een tekenaar bezig met de cover en die zou ook al bijna af zijn. Ik ben heel benieuwd hoe die er uit gaat zien! Bovendien hoorde ik van mijn uitgever dat er een officiële boekpresentatie komt, in een boekwinkel, en dat ik dan mijn boek zal mogen signeren. Ik heb nog nooit een boekpresentatie van een van mijn boeken gehad, dus daar ben ik wel trots op. Ik geloof dat die boekpresentatie ergens in de eerste weken van december zal zijn, en als ik het goed heb begrepen staan we ook met het boek op de Castlefest Winter Editie op 17 en 18 december.

Ondertussen ben ik ook aan het nadenken over mijn volgende grote schrijfproject. Dat wordt niet mijn non-fictieboek waar ik twee maanden geleden nog aan refereerde. Ik was er al wel mee begonnen eerder dit jaar, ik had mijn materiaal al verzameld, quotes opgeschreven, teksten geordend en ingekort, maar ik merkte dat ik het steeds uitstelde om er werkelijk mee aan het werk te gaan, en dat er steeds verhaalideeën opborrelden die ik meer inspirerend vond. Bovendien voel ik me steeds minder verbonden met het onderwerp. Een paar weken geleden heb ik dus de knoop doorgehakt  en besloten geen non-fictie meer te schrijven. Dat doe ik al genoeg op kantoor! En ik heb al maanden een gaaf idee voor een echte SF roman. Ik heb er zelfs al een titel voor: 'De afvallige ster'. Ik hoop voor het eind van het jaar te beginnen aan het uitwerken van dit verhaal. Ik ben voor nu al gestopt met het schrijven van korte verhalen (ik had er dit jaar al 24 geschreven in totaal), om in mijn verbeelding en in mijn tijd ruimte te scheppen voor dit grotere project. Maar ik verwacht dat ik tussen de grote verhalen door nog wel wat kleine op papier zal zetten. Het bloed kruipt ten slotte waar het niet gaan kan.

Ik heb ook nieuws te melden op het gebied van de korte verhalen. Natuurlijk de publicatie van mijn verhaal 'Gebeurtenishorizon' in Fantastische Vertellingen 39, met geweldige illustraties, en de terdoopbestelling van het jaarboek Ganymedes 16 in Amsterdam (ik begrijp dat er al een tweede druk van is! Bekijk mijn enthousiaste aanprijzing hier!). Verder heb ik drie verhalen opgestuurd voor de Fantastels-wedstrijd. Afgelopen jaar werd ik derde, dus ik ben benieuwd waar mijn verhalen dit keer uitkomen op de ranglijst. Ik ontdekte ook dat er een Valentijnsverhalenwedstrijd wordt gehouden, dus daar heb ik ook een romantisch verhaal voor opgestuurd. Ten slotte heb ik een verhaal van 1000 woorden geschreven voor een horrorverhalenwedstrijd (die werd uiteindelijk verbreed naar ook andere genres, maar mijn verhaal is alvast opgestuurd!). Helaas kwamen mijn verhalen niet door de eindselectie voor de bundel van 'De mens in 2050', maar ja, volgende keer beter. Wel heb ik twee verhalen gestuurd naar het SF-tijdschrift SF Terra. Ik had geen antwoord gehad, dus ik heb nog even nagevraagd. Bleek dat ze dachten dat ze me al geantwoord hadden. Beide verhalen wilden ze graag plaatsen, dus 'Planeet van monsters'  en 'De Sprong' zullen verschijnen in de volgende nummers.
Ik heb ook mijn verhaal 'In elkaars ogen' toegezonden naar het tijdschrift van de Nederlandse Star Trek vereniging 'The Flying Dutch'. In 2015 hebben ze mijn Trek Sagae-winnende verhaal 'Valstrik' gepubliceerd. Ze waren blij met dit nieuwe verhaal en gaan het plaatsen in 2017. Ik ben ook maar direct lid geworden van de vereniging aangezien ik een echte Trekkie ben. Mijn verhaal 'In Spin' heb ik opgestuurd voor Moord & Mysterie, en ik ben benieuwd of de redactie het vindt passen.
Ten slotte heb ik mijn verhaal 'Thuisreis' ingestuurd voor de volgende editie van Ganymedes in 2017. Het is vroeg dag, want de deadline was juni 2017, maar ja, het verhaal lag er toch al. Ik ben heel benieuwd wat de samenstellers ervan denken. In de tussentijd zal ik ook nog een verhaal opsturen voor het mini-tijdschrift Tjonge, en een voor Fantastische Vertellingen. Mijn verhaal 'Het plotselinge woud' staat ook nog in de planning voor publicatie in Fantastische Vertellingen, maar ik denk dat ze 'De stoet' ook kunnen waarderen. Verder vindt dit jaar waarschijnlijk opnieuw de Trek Sagae-wedstrijd plaats en ik heb al vier verhalen liggen om daarnaar op te sturen. Het worden spannende tijden.
Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, heb ik afgelopen weekeinde een bundel met onderling samenhangende verhalen, getiteld 'Conquistador', geredigeerd en opgestuurd naar een uitgever voor een heel interessant project. Het zou veel voor me betekenen als ze het zouden willen uitgeven. De eerste reactie heb ik van de uitgever al binnen: die zei dat het een 'intrigerend manuscript' was. Dat is veelbelovend. Publicatie zou plaatsvinden in mei 2017, dus met een beetje geluk zijn er voor jullie volgend jaar twee boeken van mijn hand om te lezen.
Op mijn blog verschijnen de laatste tijd weinig nieuwe gedichten, aangezien ik me meer op verhalen concentreer, maar natuurlijk ben ik mijn gedichtenbundel niet vergeten en ga ik zoeken naar manieren om die op de markt te brengen.

Dan nog twee dingen: ik heb op Facebook nu ook een pagina voor mijn schrijfactiviteiten. Volg me daar als je meer wilt weten over mijn verhalen en boeken (en bijvoorbeeld de tekeningen die ik daarbij heb gemaakt). Op mijn gewone facebookpagina blijven filmbesprekingen en foto's van vissen verschijnen en links naar al mijn boekbesprekingen.
Dat is het tweede wat ik nog wilde zeggen: er zijn heel wat andere goede Nederlandse schrijvers binnen de SF en de fantasy. Ik heb besloten de boeken die ik van ze lees niet alleen te recenseren op Goodreads, maar ook op Hebban.
Daar sta ik nu ook als auteur. Wil je weten wat ik van Nederlandse boeken vind, zoek me daar dan op en volg me!
Op goodreads zullen mijn besprekingen van Engelstalige boeken blijven verschijnen.

dinsdag 23 augustus 2016

Bundels en nog meer verhalen

In twee maanden (de periode die is verstreken sinds mijn laatste schrijverijbericht alhier) kan een boel gebeuren. Zo vierde ik bijvoorbeeld mijn veertigste verjaardag op 29 juli. Het bereiken van deze leeftijd heeft me niet echt in een piekerstemming gebracht hoor, ik heb juist het gevoel dat mijn creativiteit pas op gang begint te komen en er meer lol in het schrijven (en publiceren) gaat aankomen dan in eerdere decennia. De ideeen voor nieuwe verhalen blijven in elk geval komen (daarover later meer). En bovendien: op mijn verjaardag bevond ik mij in Oxford met mijn beste vriend Cornell. We hadden het al jaren over een gezamenlijke reis naar deze stad, vooral omdat twee auteurs die we allebei bewonderen daar leefden en werkten. Ik heb het natuurlijk over C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien, die samen met Charles Williams, Dorothy Sayers en vele anderen de Inklings vormden, een groep die samenkwam in de kamers van Lewis in Magdalen College en in de pub The Eagle and Child. Op de dag dat ik jarig was hebben we eerst Magdalen College bezocht, en de Addison's Walk gelopen (waar Lewis het befaamde gesprek had met Hugo Dyson en Tolkien), waarna we eindigden in The Eagle and Child. We vonden een plek in The Rabbit Room, waar de Inklings ook steeds zaten, en ik had er een goede, bittere ale, zoals zij die ook dronken. Ik denk dat ik niet een betere verjaardag had kunnen hebben. Geinspireerd kwam ik weer terug bij Bianca thuis.
En ik was nog maar net thuis of de postbode bezorgde mijn auteursexemplaar van Ganymedes 16! Dit is een bundel van Nederlandse verbeeldingsliteratuur (inclusief gedichten). Mijn verhaal 'Tot de laatste man' was erin opgenomen. Ik heb de bundel gelezen en vond hem erg goed. Op de 10e september zal het boek worden gepresenteerd in Amsterdam en jullie zijn welkom! Oh, je kunt de bundel natuurlijk bestellen bij de Stichting Fantastische Vertellingen
Nog meer goed nieuws: in het septembernummer van SF-tijdschrift Fantastische Vertellingen verschijnt mijn verhaal 'Gebeurtenishorizon'. Daar kijk ik ook erg naar uit. Het is mogelijk losse nummers van het tijdschrift te bestellen, dus als je mijn verhaal wilt lezen (samen met nog veel andere goede verhalen), bestel dan het septembernummer hier! Mijn verhaal 'Het plotselinge woud', dat ik ook had ingestuurd voor Ganymedes, zal worden gepubliceerd in een volgend nummer van Fantastische Vertellingen (waarschijnlijk in december? Ik hou jullie op de hoogte!).
Remco Meisner van St. Fantastische Vertellingen deed een oproep voor 'tenenkrommende verhalen' voor een bundel die hij wil uitgeven. Mijn verhaal 'De gangen' voldeed volgens mij aan die omschrijving, en dat vond Remco ook, dus die wordt meegenomen. Nieuws over deze bundel volgt!
Vorige week heb ik twee verhalen opgestuurd voor de Harland Award, de belangrijkste verhalenwedstrijd voor fantasy en Sf in het Nederlandse taalgebied. Ik heb goede hoop wat beide verhalen betreft. Helaas moet ik tot april wachten om de uitslag te weten te komen. In de tussentijd zijn er echter meer wedstrijden om aan mee te doen, zoals Fantastels en Trek Sagae, maar ook Moord en Mysterie - ik schreef recent een verhaal dat daar prima in zou passen. Oh, en ik heb al een verhaal liggen om op te sturen voor de volgende editie van Ganymedes!
Tot dusver heb ik dit jaar negentien korte verhalen geschreven (en een boel gedichten en boekrecensies), voor de meeste daarvan heb ik nog geen bestemming gevonden. Helaas zijn er weinig SF-tijdschriften in Nederland. Het blijft mijn droom om ooit een of meer bundels te publiceren, zodat jullie deze verhalen ook kunnen lezen. Dat betekent niet dat er van mijn hand niks te lezen valt dit jaar. Voordat dit jaar voorbij is, verschijnt namelijk het eerste deel van mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst', 'boek 1: Keruga', bij uitgeverij Macc. Theo Barkel, de uitgever, had afgelopen weekeinde een etentje georganiseerd voor de schrijvers uit zijn fonds, waar Bianca en ik bij waren. Hij vertelde me dat hij mijn boek heel spannend vond en dat het moeilijk was tijdens het redigeren te stoppen met lezen. Dat is een groot compliment natuurlijk. En hij zal de redactieronde deze week afronden, zodat ik daarna kan beginnen met het herschrijven. Dat ga ik de komende maand natuurlijk prioriteit geven, en hopelijk ben ik er op tijd mee klaar om publicatie in december nog mogelijk te maken. Het zou erg leuk zijn als ik het boek zou kunnen presenteren op de wintereditie van Castlefest. Boek 2: Kartaalmon zou dan in 2017 uitkomen, het is in elk geval al geschreven.
En ik heb al een goed idee van de volgende schrijfprojecten die ik wil aanpakken. Ik heb een fantastisch idee (al zeg ik het zelf) voor een langere hard SF roman, waarin ik 'mind blowing'-concepten zoals intelligente dysonbollen, groepbewustzijn en buitenaards leven wil combineren met emotionelere verhaallijnen over pesten en veeleisende ouders. Een ander idee betreft een Young Adult SF-trilogie. Ik heb dit jaar een heel kort (1200 woorden) SF-verhaal geschreven voor een wedstrijd, met een wereld die ik wel heel interessant vond en die ik graag uitgebreider wil bezoeken in een verhaal. En er vormt zich in mijn gedachten al een plot. Misschien dat ik deze trilogie wel eerst schrijf, zodat ik een lezerspubliek creëer voor mijn grotere SF-roman.
Maar voor het zover is wil ik nog steeds mijn volgende non-fictieboek afmaken, mijn boek over een sacramentele visie op de wereld. Ik heb daarvoor al alles bij elkaar gebracht wat ik over het onderwerp heb geschreven op mijn blog en al mijn aantekeningen die ik in de loop der jaren heb verzameld. Ik moet het allemaal redigeren, inkorten en tot een geheel smeden. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik dit onderwerp aan de orde moet stellen, maar om eerlijk te zijn ben ik enthousiaster over mijn nieuwe ideeen voor verhalen. Ik denk wel dat ik wat meer creatieve energie over heb als ik klaar ben met 'De Krakenvorst' waar ik de afgelopen maanden toch wel op heb zitten wachten. Ik vind het jammer dat het non-fictieproject me wat meer tijd kost dan ik vorig jaar dacht, maar gelukkig heb ik geen strakke deadline. Als ik dit boek volgend jaar af kan krijgen, zal ik al trots zijn op mezelf!
In elk geval, zoals jullie begrijpen, voorlopig hoef ik me niet te vervelen!

donderdag 18 augustus 2016

Gedicht: Augustus

Augustus

Koude lucht streelt mijn wangen, doet
ze gloeien. Ik hap naar adem
van de schrik. Zo fris, mijn longen
zetten uit en vitaliteit 
bereikt het kleinste adertje.
Op vierkante tegels liggen 
oranje bessen als eersten 
van de oogst. Bloemen hangen en 
worden bruin. Ik zie nog
blote benen op het station
maar ook steeds meer sjaaltjes. Ik dacht 
dat het nog volop zomer was, 
lucht blauw, de bomen vol en groen.
De zon is heet zoals altijd. 
In de schaduw regeert echter
de herfst. Een nieuwe kringloop start.

donderdag 11 augustus 2016

Gedicht: College

College

Alweer een houten poort, beslagen
met donker ijzer, en door een kier 
is een binnenplaats te zien, bloemen
in het groen, gemillimeterd gras.
Daarachter de ramen, kantelen,
stroken wolken als een schilderij
en een nieuwe deur die open staat,
ons verder wenkt naar onvermoede
galerijen, stille kapellen
waar vergeten wijzen overleven
in het glas, verboden trappen naar
de bibliotheek. Professoren
kijken niet op als wij passeren.
Moet een bord ons de uitgang wijzen?
Kunnen wij niet blijven, in stilte 
dwalend tot we thuisgekomen zijn?

woensdag 10 augustus 2016

Gedicht: De Inklings

De Inklings

Ik kijk om, pijn in mijn nek:
een glimp van hemelsblauw met
oranje is snel verdwenen
achter ons, er volgt een bocht
en dan zijn we niet meer waar
onze helden schreden, maar
tussen de grijze stenen, 
naar het station. Elke stap
van de reis onafwendbaar,
voor ons bepaald. Om ons heen
drukke mensen met koffers,
telefoons, het leven dat
ik ken. Maar niet hetzelfde,
mijn hart kent nu de waarheid:
net buiten zicht dansen de
elfen en ik mag ze aan de
zoekers tonen. Net als zij.

Gedicht: Blenheim Palace

Blenheim Palace 

Na het schuifelen door hoge gangen,
kijkend over de schouders van toeristen
naar marmeren beelden, wandtapijten
met gestorven helden, gouden servies
waar niet van wordt gegeten, de boeken
achter tralies, een orgel zonder kerk,
dan af de trappen, opnieuw de rijen
in het café, een tuin maar niet de rust
om te genieten, mijn hoofd vol echo's,
mijn voeten rood geschaafd, zien we een pad
dat naar het water voert, een boothuis groen,
betonnen kade, geen ruwe stemmen
maar eenden in slaap gesust. Rimpelend
water verandert het grijs in zilver
en ik strek mijn benen uit, tevreden
zuchtend dat dit nu echte rijkdom is.

dinsdag 9 augustus 2016

Gedicht: Castlefest 2016

Castlefest 2016

Ik had me aangesloten 
-en ook mijn vrouw- bij de stoet
van mooi geklede mensen 
(ridders, elfjes, kinderen)
onder een dak van bomen
naar de poort. Nervositeit
verdween al snel. Slechts één stap
en binnen was ik. Vertrouwd
de klank van harpen, lieren,
gelach, wapengekletter.
Kramen met rijp vlees, cider,
zoete wijn en overal
verhalen. Was echt een jaar
voorbij sinds de laatste keer
dat ik hier liep? Het voelde
niet zo, de tijd verdwenen
als een droom, nog flarden slechts,
twee dagen -maanden terug- 
veel echter, alsof dit feest
is waar ik thuis kan komen,
mijn cape mij hier juist onthult.
Geen vlucht! Dat is de wereld
van prestatie, nuttigheid,
en oordeel. Hier kan ik zijn
zonder te verdwijnen 
en toch mezelf vergeten:
het gevoel van eeuwigheid.

maandag 8 augustus 2016

Gedicht: Natuurhistorisch museum

Natuurhistorisch museum

Gevat in metalen zuilen het licht
dat zich de weg laat wijzen, zich neervlijt
op de rangen glad hout, spiegelend glas,
opgesteld onder de blik van wijzen
aller eeuwen, beschaving's keur. Hun werk
wordt hier geëerd, hun strakke ordening
gelegd op wat bestaat. Witte botten,
zwarte afgietsels, prachtige veren,
reuzen waartussen kinderen rennen.
Maar het mysterie is niet te vangen
door mensenhanden, het toont haar glorie:
levenskracht uit vergeten aeonen, 
uitbottend, gepassioneerd, bestaat
over miljarden jaren, als deze schrijn
tot stof is teruggekeerd, nog steeds. Ik buig
mijn knie en fotografeer erop los.

vrijdag 5 augustus 2016

Gedicht: The Rabbit Room

The Rabbit Room

De tafel, bruin als een woud uit
vroeger tijden, na de zomer, een paar
banen licht, waar elk moment de hoorn
kan schallen van de jacht, zowel blij
als diepe ernst, wiebelt als ik
erop steun. Het voelt alsof ik
op een drempel aarzel. Ik grijp
de pul, frommel mijn gezicht bij
het bitter bier en zie hem kijken,
een wetende glimlach, zoekend
de vrienden die voorbij de grenzen
zagen van het gewone, achter
donker hout een nieuw land wisten -
een kastdeur maar bij hen vandaan.
Misschien ben ik wel een van hen?
Ik wil van wel, dus hef ik mijn glas
en over het schuim knik ik hem toe.

donderdag 4 augustus 2016

Gedicht: Oxford

Oxford

Torens van zand aaneengekoekt
waar mijn oog ook kijkt, achter muren
nieuwe kantelen, hoge ramen,
grote kerken, elke rand getooid
met krullen en wezens uit de geest
van jong gebleven zielen, zich
uitlevend met hun materiaal,
scheppen zelf hun loon, net als op
het strand emmers worden omgekeerd
op en naast elkaar, zorgvuldig
getransformeerd tot een kasteel
zonder te geven om de golven
die ooit komen. Ik hoop dat de zee
die ik zie rijzen, donker onder 
onweerswolken, zich weer terugtrekt
en het geen springvloed blijkt, maar dat
hier schoonheid boven water blijft.

zondag 26 juni 2016

Boeken en prijzen

Het is alweer een tijdje geleden dat ik jullie van nieuws heb voorzien. Maar wat er gisteren is gebeurd moet ik toch even met jullie delen. Afgelopen nacht was namelijk de 'Nacht van de theologie' en onderdeel van het programma was de uitreiking van de prijs voor het beste theologische boek. En wat blijkt? 'Woestijnvaders', het boek waar ik vorig jaar aan heb meegewerkt, is tot beste theologische boek gekozen! Daar ben ik natuurlijk erg trots op! Ik hoop ook dat nog veel meer mensen het boek nu gaan lezen. Het is echt de moeite waard.
Ikzelf was niet bij de prijsuitreiking aanwezig, maar dat mag de pret niet drukken. Het waren best moeilijke maanden voor me. Dat mogen jullie wel weten. Ik heb niet vaak in een dergelijke emotionele roller coaster gezeten. Mijn schrijven heeft in de tussentijd dan ook op een laag pitje gestaan. Ik was al lang blij dat ik elke dag doorkwam. Maar ondertussen gaat het weer een stuk beter. Mijn energie begint weer terug te keren, en ook mijn creativiteit. Ik was even bang dat ik die voor altijd kwijt was, want twee maanden niet schrijven dat is niet niks. Maar zo dramatisch was het allemaal niet. Ik ging met mijn laptop naar de Coffee Company, dwong mezelf om over mijn onzekerheid heen te stappen, en het lukte me om het verhaal af te maken waar ik eind maart halverwege mee gestopt was. Daarna heb ik nog meer verhalen geschreven, onder andere twee verhalen voor een SF-verhalenwedstrijd over 'De mens van 2050'. De eis was dat het verhalen moesten zijn tussen de 600 en 1200 woorden lang. Ze werden allebei 1199 woorden. Maar volgens mij zijn ze wel geslaagd. Ik heb daarnaast mijn verhaal 'Gebeurtenishorizon' opgestuurd naar het tijdschrift 'Fantastische Vertellingen'. De redactie was enthousiast en het verhaal zal verschijnen in het septembernummer. Ik hou jullie op de hoogte!

Begin april was de uitreiking van de Paul Harland Award op het gala van het fantastische boek. Ik had mijn pak uit de kast getrokken en was erbij, maar helaas eindigden allebei de verhalen die ik had ingezonden niet echt hoog. Misschien omdat het 'hard SF'-verhalen waren? Of omdat ze wat aan de korte kant waren? Ik weet het niet. Volgend jaar doe ik gewoon opnieuw mee, en misschien eindig ik dan wat hoger. Ik heb ook meegedaan aan de 'Fantastels' verhalenwedstrijd, een andere grote wedstrijd voor SF- en fantasyverhalen. Mijn verhaal 'De droom' eindigde daar op de 3e plaats! Dat was na de (om eerlijk te zijn behoorlijke) tegenvaller van de Paul Harland Award weer een opsteker. Ik was erg blij met de jurycommentaren. Een ervan vond mijn schrijfstijl zelfs op die van Arthur C. Clarke lijken. Dat maakt me natuurlijk wel trots!
De uitslag van de Trek Sagae-wedstrijd is nog niet bekend (ik wacht met spanning af) en ik ben benieuwd of een van de twee verhalen die ik heb opgestuurd voor de jaarbundel Ganymedes 16 door het selectieproces komt. Ik was heel trots op de publicatie van mijn verhaal 'Laatste klus' in Ganymedes 15. Het zou een eer zijn om ook in Ganymedes 16 te kunnen verschijnen!
Wat ik wel zeker weet ondertussen is dat het eerste deel van mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst' dit jaar nog gaat uitkomen. Mijn uitgever is heel enthousiast over het manuscript. Hij gaat er nu nog een keer doorheen en dan krijg ik het om te redigeren en wat dingen te herschrijven. Ik denk dat het daardoor een nog krachtiger boek gaat worden, daar ga ik in elk geval mijn best voor doen. Op Elfia in April zag ik werk van de artiest die door mijn uitgever gevraagd gaat worden de coverafbeelding te maken. Dat gaat er mooi uitzien! Het tweede boek van de duologie gaat uitkomen in 2017.

Wat mogelijk ook in 2017 gaat uitkomen is mijn volgende non-fictie boek. Ik ben nu hard bezig om mijn blogberichten van een paar jaar geleden over het contrast tussen een sacramenteel wereldbeeld en een transactioneel wereldbeeld bij elkaar te voegen en in te gaan korten om er een boek van te maken. De voorlopige titel wordt: 'Het stiekeme koninkrijk'. Het werk eraan gaat wat langzaam omdat ik mijn energie moet verdelen tussen de verschillende schrijfprojecten, maar over de boodschap ben ik enthousiast, en ik hoop dat ook op de lezers te kunnen overbrengen. Wel zal het voorlopig het laatste non-fictie werk van mijn hand zijn, denk ik. Ik heb namelijk erg mooie ideeën voor een SF-roman! En ik wil ook mijn gedichten niet verwaarlozen en daar een bundel van samenstellen. Misschien kan ik jullie daar later dit jaar meer over vertellen.

Ten slotte kreeg mijn boek 'De loser die wint' vorige week weer een prachtige recensie op de blog 'Boeken bloggenderwijs'. 'De kerk als instituut legt je zo veel dingen op, zo beschrijft de auteur. Hiervan word je niet een beter mens. Hoe verhouden al die activiteiten zich met het staan in de christelijke vrijheid? Je moet zoveel van de kerk. Maar moet dit ook van God? Het zijn vragen die gesteld durven te worden. Vragen waar de lezer ook over na gaat denken. Waar je met anderen over spreekt'. Opnieuw iets om trots op te zijn. En dit blogbericht teruglezend moet ik de recensent gelijk geven dat hij mij een 'duizendpoot' noemt. In elk geval hoef ik me niet te vervelen.

P.S. een paar uur nadat ik dit bericht had geplaatst, kreeg ik bericht van de redactie van 'Ganymedes-16'. Mijn verhaal 'Tot de laatste man' is geaccepteerd voor publicatie! Ik ben er erg trots op dat een verhaal van mij verschijnt in de nieuwe Ganymedes-bundel, die in augustus gaat uitkomen.

woensdag 13 april 2016

Recensies 'De loser die wint ...'

Ik kreeg van mijn uitgever twee recensies toegestuurd van 'De loser die wint ...' De eerste is van Biblion - voor de Nederlandse bibliotheken.

De loser die wint ...
Een verhaal dat boven het individuele bestaan uitgaat kan zin geven aan het leven van de mens. Voor Klein Haneveld, schrijver van de romans 'Neptunus' {2001, 'Het wrak' (2002), 'De derde macht' (2013) en het theologisch werk 'Indrukwekkende vrijheid' (2010) - is dit het verhaal van Jezus Christus. Een verhaal waarin het diep menselijk verlangen naar waarheid, schoonheid en intimiteit volledig wordt vervuld en Gods liefde zich juist buigt over het zwakke en verlorene. Dit Verhaal van de Werkelijkheid is geen starre waarheid of ingewikkelde moraal, 'maar een wereld van magie en mysterie, van diepe duisternis en flakkerend sterrenlicht', waar wonderen plaatsvinden en de strijd uiteindelijk wordt gewonnen door de goeden die nog lang en gelukkig leven. Dit is het waargebeurde sprookje van het Evangelie, dat berust op historische gebeurtenissen die zullen uitmonden in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Een origineel en overtuigend geschreven vertoog waarin vele citaten van klassiek christelijke auteurs als Chesterton en Lewis zijn vervlochten. Met voetnoten. Verfrissend van originaliteit en diepgang.


Verder heeft in Koers in Maart onderstaande recensie gestaan:

Zwakheid
'De loser die wint ...' is een titel die nieuwsgierig maakt. Want wie is de loser en wat valt er te winnen? De eerste vraag is eenvoudig te beantwoorden, want die loser dat zijn wij, jij en ik. Tenminste, als we net als Klein Haneveld, de druk om mee te komen in kerk en maatschappij als een hete adem in onze nek voelen hijgen. En dat niet alleen, ook constateren dat we met geen mogelijkheid kunnen voldoen aan de eis die gesteld wordt. Hoe kun je in zo'n wereld staande blijven? Daar komt de winst om de hoek kijken die is te behalen als we Gods verhaal centraal gaan stellen. De 'vleesgeworden zwakheid' die Jezus belichaamde vormt de krachtige kern hiervan. Jezus is onderdeel geworden van het verhaal van deze wereld. Het verhaal van het recht van de sterkste en de dood die ons wacht op het eind. Dit verhaal heeft hij ontmanteld en wij kunnen in alle ontspannenheid participeren in Zijn verhaal. Voor dit betoog heeft de schrijver ruim 200 pagina's nodig. Korter was waarschijnlijk krachtiger geweest. Of nóg krachtiger, want het koninkrijk van genade en liefde dat geschilderd wordt doet weldadig aan in een wereld waar slechts 'the fittest overleven. 


Heb jij het boek ook al gelezen? Laat dan een recensie achter op b.v. Bol.com of Goodreads, dat helpt andere mensen het boek te ontdekken.

donderdag 31 maart 2016

Gedicht: Tweesprong

Tweesprong

Het was een grote keuze,
dacht ik, links of rechts te gaan. 
Het ene pad leek makkelijk
maar liep dood; het andere
-smal, rotsachtig- was de weg
naar huis. Maar het scherpe grind
stak mijn voeten, de netels
brandden onbeschermde huid
en mijn reisgenoten lachten,
duwden me neer. Ik bleef het
proberen, tot ik bezweek
en wel opzij moest gaan. Ik stond
op stevige grond, ik zag
om mij dezelfde bergen,
voelde dezelfde wind en
de zon was nog even fel.
Ook dit pad is steil, klimmen
kost nog steeds veel moeite.
Maar ik word niet opgejaagd,
word niet beschimpt als ik val
of achterblijf. En voor mij
zie ik geen afgrond gapen,
maar slechts het vertrouwde licht 
dat aan de start me was beloofd.

vrijdag 19 februari 2016

Gedicht: Crocussen

Crocussen

Ze lijken wel gemaakt van plastic
-eidooiergeel en reclamepaars-
uitgestrooid over het koude gras
als afval, onbescheiden. Mijn oog 
wordt als door een magneet getrokken, 
schrikt terug. Ik kijk opnieuw, als bij
het zien van bloed, een ongeluk, 
gefascineerd, iets dat hier niet hoort
te bestaan. Bijna mismaakt wringt het
mijn kaders open. Ik slaak een zucht
De uitbarstingen van leven zijn
wat normaal is. Niet de winter.

maandag 15 februari 2016

Gedicht: Racen



Racen

Ik blijf staan hijgen, uitgeput,
mijn handen op mijn knieën.
Zij steekt, hart ratelt, mijn keel prikt,
maar hier is geen water. Je roept
me toe dat ik weer verder moet
op zere voeten, moet geven
wat ik nog aan kracht bezit,
die niet voor mezelf gebruiken
maar voor de finish gaan. Dichtbij
zou die nu zijn. Maar dat heb je
duizend keer gezegd. Een leugen
was het steeds, nooit kon ik rusten,
rondkijken waar ik mij bevond
tussen de bergen, zelf kiezen
voor een pad en dan maar kijken
waar dat voert. Wat is er voor mij
achter de eindstreep weggelegd?
Voor jou voldoening, je hebt mij
afdoende opgejaagd. Maar ik ben
opgebrand. Ja, anderen die
rennen met plezier, want dit is
waarvan zij houden. Mijn vreugde
ligt hier niet. Dus ik laat ze mij
voorbijgaan. Dan maar geen beker.
Ik les mijn dorst liever direct
knielend bij de bergbeek koel.