woensdag 31 maart 2010

Mieren, een loden grafkist, Genesis 1, verbeelding en genade

Een bosmier die van nature leeft in holle eikels (ik verzin het niet) in groepjes van vijftig met één koningin, voelt zich kennelijk erg thuis is de menselijke omgeving. In huizen en steden vormt hij namelijk plotseling superkolonies, met meer dan zes miljoen mieren. Het is de enige bosmier die dit doet als hij een stad intrekt.

Een nieuwe dinosaurus had de bouw van een snelle renner (zoals de huidige renkoekoek of 'road runner').  Het is bovendien een van de kleinste soorten ooit gevonden.

Wat zit er in deze loden grafkist uit Rome? Een nieuw mysterie voor Indiana Jones?

Loopt de kerk het gevaar een sekte te worden als ze niet accepteert wat duidelijk blijkt uit de waarnemingen van onze werkelijkheid? Gebaseerd op een video van ene meneer Waltke zegt deze blogger (die zich noemt naar het cafe waar de Inklings samenkwamen) van wel. "To deny the evidence for evolution found in God’s creation is potentially more dangerous to our view of God than to affirm it. “It would be,” says Waltke, “our spiritual death.” If God created the world, and the evidence within the world he created points to an evolutionary process, then we must conclude that God may well have used an evolutionary process to create the world."

Over het zelfde onderwerp: een andere uitleg van genesis 1. Het wil niet in eerste plaats een natuurwetenschappelijke beschrijving geven van onze oorsprong, maar: "Genesis 1 is a literary composition, not journalistic reporting as though someone were witnessing specific events. In exalted prose, the literary artist-author points toward the One to whom all creation owes its existence and loyalty."

Een ander thema dat mij bezighoudt is de wat gespannen relatie tussen christenen en het gebruik van de verbeelding. Hierover heeft filmcriticus, fantasyauteur en christen Jeffrey Overstreet het een en ander te zeggen: "Fantasy strips away the gadgetry and distractions of our immediate, everyday lives and boils it down to the essentials of creation: Mountains, forests, fire, stone, water. In short, fantasy returns us to a world in which our relationship with each other and with nature allowed mystery (often represented as "magic") to be that much more palpable and inescapable." Hij roept christenen op niet te makkelijke verhalen te willen schrijven: "I would hope that Christian writers would be aiming for the kind of excellence and artfulness that captivates all kinds of imaginations. Art should not be about persuading or appeasing; it should be an invitation to discovery and discussion." Dat is wat ik ook hoop te doen met de verhalen die ik schrijf!

Het tegenovergestelde van het geloven in een te kleine god, is te geloven in een te grote duivel. Wat als het ongemakkelijke gevoel in de midden van de nacht nou eens gewoon hoorde bij het menszijn, wil The Christian Monist weten, en niet direct hoeft te worden gezien als een geestelijke aanval? En hebben we met verkeersongelukken, natuurrampen, seksuele delicten en ziekten als kanker en AIDS niet al genoeg aanwijsbare invloed van het kwaad? "This fallen life on earth is filled with a lot of real pain. Yes, God is the victor and all of life will be redeemed some day. Even now there are wonderful bright spots, a sunset, beautiful prose, the birth of a baby, a wedding of two in love, someone coming to Christ. Those wonderful things are equally real, yet we still on see in a mirror dimly the true redemption that we do not know yet."

Het belangrijkste thema waar we ons mee bezig kunnen houden, is de genade van God. Wie mijn boek leest, komt er al snel achter dat dit ook voor mij een belangrijk thema is. En ik ben bang dat ik hoe stellig ik er ook over ben geweest in mijn boek, het nog niet radicaal genoeg onder woorden heb gebracht: dat Gods liefde gratis is. Noppes. Voor niks. Dat je er niks voor hoeft te doen om het waard te zijn en niks hoeft terug te betalen door middel van goede werken of heiligheid. Gods liefde is zijn eigen vrije keuze, waar wij niets tegen in te brengen hebben. Lees daarover dit essay van de Internetmonk, Michael Spencer. "What is it about grace that produces that look on every preacher's face when he starts talking about the need to be "really sold out and dedicated to God?" Why is it that every time I ring the bells of justification by grace alone through faith alone, I'm followed back to my office by people who seem genuinely worried that I've just let loose the congregation to go steal, pillage and giggle without permission?" Zijn 'agent' beschrijft wat dit stuk voor hem heeft betekend. "Is it really OK for God to forgive freely even those who don’t deserve it? Oh I hope so, for I stand at the front of the undeserving line." Het gaat niet goed met de gezondheid van de Internetmonk, en het is de vraag of hij het nog meemaakt dat zijn boek uitkomt. Ik ga het in elk geval lezen.

dinsdag 30 maart 2010

Het een of het ander

Op sommige punten kan ik behoorlijk zwart-wit zijn. Het is of het een of het ander. Niet allebei. Nu is op een aantal onderwerpen enige nuance helemaal niet verkeerd en ik realiseer met dat de zaken soms helemaal niet zo duidelijk zijn als ik ze voorstel. Maar op andere gebieden is zwart-witdenken niet alleen goed, maar zelfs onmisbaar! Daar is geen compromis mogelijk. En misschien is het wel mijn wat zwart-witte denken dat het (voor mij in elk geval) helder maakt. Het terrein waar dit volgens mij vooral geldt is dat van Gods genade. Of God houdt onvoorwaardelijk van ons en we hoeven niets terug te doen voor onze redding. Of er hangt een prijskaartje aan en we zijn verplicht ons aan Gods standaard van heiligheid, de wet, te houden.

Op dit gebied ben ik niet de enige. Paulus stelt het net zo scherp (of nog scherper) in zijn brief aan de Galaten. "Er is geen ander evangelie! Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel -vervloekt is hij!" (1:8,9) Them's fighting words, zoals ze dat in Amerika zeggen. En even verderop zegt hij zelfs: 'Iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt' (3:10). Lees de brief aan de Galaten zelf nog eens. Scherper kun je het niet krijgen. Het is of de wet, of de genade, en niet allebei. Het een of het ander. Het evangelie dat Paulus verkondigde was dat Jezus was gekomen om mensen te bevrijden van de veroordeling van de wet en tot kinderen van God te maken. Dit had niets te maken met de inspanning van mensen. Het was niets dat mensen konden verdienen door hun goede werken, of dat ze moesten terugbetalen door gehoorzaamheid. Je kon het ook niet kwijtraken door iets verkeerds te doen of te weinig uit de bijbel te lezen. Het stond volledig los van ons eigen handelen. Het was geheel en volledig de vervulling van de belofte van God. Zijn werk, zijn inspanning. "God handelt alleen." (3:21)
Het enige dat mensen hoefden te doen als reactie op dit goddelijke initiatief, is zich ervoor open te stellen, dat is: God laten doen wat Hij heeft beloofd. Volgens mij is dat wat vertrouwen (geloven) inhoudt. "Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft hij ze omdat u naar hem luistert en op hem vertrouwt?" (3:5). Als je denkt dat je er zelf nog iets voor moet doen voordat God zijn belofte houdt, dat je iets aan hem verschuldigd bent (als dank of uit respect) in ruil voor zijn werk of dat iets wat jij zegt of uitvoert ook maar iets kan veranderen aan de liefde van God voor jou, hangt de vervulling van de belofte niet meer alleen van God af, handelt hij niet meer alleen en ben jij het die verantwoordelijk is voor je redding. Dan geloof je in jezelf, in je houden van de wet, en niet meer in God en ben je dus vervloekt. Of zoals Paulus zegt: "Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld" (5:4). Je doet immers niet het enige dat nodig is om door God bevrijd te worden, namelijk je te laten bevrijden. Je kunt het cadeau (gratis, uit genade) dat God wil geven niet aannemen, omdat je iets anders blijft vastklampen. 
Deze scheidslijn is haarscherp. Je kunt niet een beetje uit verplichting blijven leven. Je kunt niet een paar regels blijven houden. Je kunt niet een enkele maatstaf blijven nastreven. "Al een beetje desem maakt het hele deeg zuur" (5:9). Als er maar een enkele gistcel van vertrouwen op je eigen kracht om God te behagen bij je is overgebleven, vult die je hele hart en blijft er niets over waar God in kan handelen. Dat is de natuur van de wet. Wie nog een beetje geloof heeft in zijn eigen goedheid, vertrouwt in feite alleen nog maar in zijn eigen goedheid. Wie denkt dat hij uit eigen kracht een gedeelte van Gods wil kan doen, meent in feite dat hij zich geheel aan Gods volmaakte wil kan houden. Wie toch stiekem aan een bepaalde maatstaf wil voldoen, wordt direct gesteld voor de maatstaf van Gods heiligheid. Het is of het een of het ander, suggereert het bijbelboek Jakobus. Of je vertrouwt op God om deel te krijgen "aan het koninkrijk dat hij heeft beloofd aan wie hem liefhebben" (2:5). Of je vertrouwt op je eigen gerechtigheid. Maar dan hangt het ook helemaal van jou af: "Wie de hele wet onderhoudt, maar op een enkel punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in gebreke" (2:10).

Jakobus maakt trouwens heel duidelijk dat het leven van wie op God vertrouwt wel degelijk zal gaan veranderen. Het gaat namelijk niet om een intellectueel instemmen met een geloofswaarheid, of het aannemen van een leerstelling. Het gaat om een heel bewust, persoonlijk vertrouwen. Vertrouwen in een levende God, die doet wat Hij heeft beloofd. Vertrouwen in alle omstandigheden. Dit thema houdt mij de laatste weken sterk bezig. Ik ervoer spanning op mijn werk, en privé en ik werd door mensen aangesproken op mijn denken over de kerk en het leven als christen. Ik begon aan mezelf te twijfelen. Stelde ik het leven als christen niet te makkelijk voor? Wat als God wel wil dat we ons aan regels houden? Moet ik niet toch een schema maken om uit de bijbel te lezen, of vaker bidden om van de stress af te komen? Maar ik besefte me dat ik het gevaar liep mezelf weer verplichtingen op te leggen, om mezelf weer aan regels te gaan houden, om weer eisen te stellen voor ik mezelf zou accepteren. En die weg leidt onherroepelijk naar de afgrond. Ik ben al eens overspannen geweest, precies om deze reden. Want als ik een enkel ding moet doen om bij God te horen, moet ik alles doen wat mogelijk is. En dat kan ik niet. Mijn mogelijkheden zijn te beperkt. Ik kan het leven als christen alleen volhouden als er niets moet. Als ik niets hoef te doen om geliefd te worden en niets kan doen waardoor God met zou afwijzen. Als ik God niet en nooit teleur kan stellen. Als hij gewoon van me houdt. Ik kan alleen maar geloven dan dat mijn heiligheid het werk is van Jezus in mij door de Heilige Geest en niet het gevolg van mijn eigen inspanningen. Het moet genade zijn, anders kan ik direct de moed wel opgeven. En mijn vertrouwen in Gods onvoorwaardelijke liefde is een keuze. Ik heb lang nagedacht over het vers uit Psalm 52:10: "Ik vertrouw op de liefde van God voor eeuwig en altijd." Ik realiseerde me dat dit niet iets is dat je komt aanwaaien, niet iets dat je ter kennisgeving kunt aannemen. Het betekent dat ik, wat er ook gebeurt, wat mijn omstandigheden ook zijn en wat mensen om me heen ook zeggen of beweren, ervoor kies te geloven dat God van mij houdt. Dat ik zijn geliefde kind ben. Dat Hij zijn wil in mijn leven zal uitvoeren, en dat Hij mij uiteindelijk uit de dood zal opwekken uit zijn koninkrijk. Alleen door steeds opnieuw te kiezen om te leven alsof dit de realiteit is, raak ik geworteld en gegrondvest in de liefde. Het leven uit vertrouwen is steeds opnieuw kiezen voor een 'zwart wit'-leven. Geen grijstinten. Geen stukje verplichting of eigen inspanning. Alleen genade. En zo leven blijft niet zonder gevolgen. Het leidt ertoe dat je jezelf en andere mensen gaat liefhebben met dezelfde onvoorwaardelijke liefde waarmee God jou liefheeft. En zegt Paulus in Galaten: "De hele wet is vervuld in een enkele uitspraak: Heb uw naaste lief als uzelf." (5:14).

Dit klinkt eenvoudig, maar zoals ik zelf merk, dat is het helemaal niet. De christenen onder de Galaten lieten zich niet voor niets verleiden door de Judaistische predikers, die zeiden dat ze zich aan de wet moesten houden en zich laten besnijden. Ze lieten zich niet voor niets zo snel betoveren. Wij vinden het namelijk wel prettig als we zelf iets kunnen doen om Gods liefde te verdienen, als we iets kunnen bijdragen aan onze eigen heiligheid en betekenis in de wereld, als we iets van de prijs kunnen terugbetalen. We willen de controle houden. En vertrouwen op Gods genade betekent de controle over ons hele leven aan God geven. Dat gaat in tegen onze diepste neigingen, tegen ons in de kern religieuze hart. Wij willen niet van God afhankelijk zijn, we willen dat God afhankelijk is van ons! We beschikken allemaal over een 'innerlijke Farizeeër'. En die moeten we afleggen. De bijbel zegt in sterke taal dat we moeten sterven aan onszelf. Wat dat volgens mij betekent, is dat we moeten sterven aan dit innerlijke verlangen naar 'controle', naar de wet. Ook al is dit verlangen nog zo sterk, al gaan we nog zo gebukt onder schuldgevoel en verplichting, of onder trots op onze prestaties, we moeten bewust kiezen te geloven dat God de enige is die handelt, dat hij doet wat hij heeft beloofd. In feite moeten we niet luisteren naar die neiging tot controle, we moeten die voor dood houden. In plaats daarvan moeten we ons openstellen voor het leven dat God door ons heen laat stromen, waardoor we van binnen (en van buiten) veranderen in nieuwe mensen. Dit is het werk van God, het is zijn kracht die het doet. Dit zegt ook Paulus: "Ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is." (6:14,15).
Kortom, op dit punt moeten we gewoon wel zwart-wit zijn. Hier mogen we geen grijstinten toelaten. "Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven: houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen" (5:1).

maandag 29 maart 2010

Filmbespreking: The Book of Eli

Niet elke schrijver is altijd voor de volle honderd procent origineel. En zeker ik niet. Ik krijg mijn ideeen uit allerlei bronnen: stripboeken, populair wetenschappelijke artikelen en ... films. Ja, ik kan het nu wel toegeven: mijn debuutroman Neptunus was een mix van de film Lost in Space, met een boek Isaac Asimov, Alistair McLean-verhalen en de stripverhalen van Roger Leloup. Het Wrak was Alistair McLean meets Jaws, maar dan met een reuzenzeebaars in de plaats van een haai. Maar beter goed geïnspireerd door anderen, dan slecht verzonnen. Ook mijn korte verhalen halen hun onderwerpen vaak uit andere media. Een van mijn beste verhalen (in mijn eigen mening) was ingegeven door een stripverhaal van Moebius dat ik ooit in de bibliotheek had gelezen. En het laatste verhaal dat ik schreef (afgelopen februari) was onder andere gebaseerd op de trailers voor de film The Book of Eli. Mysterieuze, maar buitengewoon competente reiziger komt in een post-apocalyptische omgeving terecht in een op angst gebaseerde samenleving en neemt een van de jonge inwoners, die nooit iets anders gekend heeft, mee naar een betere wereld. Zo zou je het plot van mijn verhaal kunnen weergeven. Het is ook het plot van deze film. En gisteren heb ik hem eindelijk daadwerkelijk gezien. Ik kan nu zeggen dat mijn verhaal gelukkig behoorlijk anders is (dat van mij speelt zich af in het duizendjarig rijk van de bijbel, maar wel iets van dertig jaar na de grote ramp), maar dat The Book of Eli er zeker niet voor onder doet. Ik had op basis van filmbesprekingen geen hooggespannen verwachtingen, maar werd verrast door de weergave van een verloren wereld, het interessante plot en de schijnbaar oprechte manier waarop God en religie in het verhaal voorkwamen. Een aanrader dus.

Zoals ik al aangaf, speelt het verhaal af ongeveer 31 jaar na een verwoestende oorlog. Daarbij verdween de ozonlaag (wordt gesuggereerd) en nu is er zoveel licht dat mensen buiten een zonnebril moeten dragen of blind worden. De wereld is gereduceerd tot een woestijn, waar niks wil groeien en water het kostbaarste goed is. Zoals altijd zijn er mensen die tegen elke prijs willen overleven. Sommigen zijn vervallen tot kannibalisme, niet veel meer dan dieren, anderen gebruiken hun medemensen op subtielere manieren. Door dit kale, door de zon gestriemde landschap reist Eli. Onverstoorbaar loopt hij naar het oosten, over half ingestorte bruggen en verlaten snelwegen. Al zijn bezittingen bevinden zich in zijn rugzak. Op zijn reis komt hij terecht in een dorp, waar hij hoopt at gevonden spullen te kunnen ruilen voor water en elektriciteit. Maar hij trekt de aandacht van de leider van het dorp, ene Carnegie. Hij is op zoek naar een speciaal boek, een boek dat hem de macht zal geven over de harten en de zielen van de mensen. De woorden uit het boek zouden hem in staat stellen zijn imperium uit te breiden: het begin van een nieuwe beschaving, onder zijn bevel! Hij schuwt geen enkel middel het te vinden. Als blijkt dat Eli dat boek met zich meedraagt, zijn de poppen dan ook aan het dansen. De eenzame reiziger is namelijk niet van plan zijn schat op te geven. Hij heeft namelijk een stem gehoord die hem zei het boek ergens naar toe te brengen en niets zal hem van dat pad kunnen afbrengen. Ook niet een nieuwerwetse dictator met een privé-leger. De strijd om de laatste overgebleven bijbel (want dat is het), wordt een strijd om het menselijke hart.

Het is geen geheim dat het in deze film gaat om de bijbel, dat blijkt al uit de trailers. Maar er zijn meer verrassingen in het plot die het verhaal zeker de moeite waard maken. De postapocalyptische wereld is overtuigend neergezet: gebleekte kleuren, helder licht, neergestorte vliegtuigen en grote kraters, en mensen die zich vastklampen aan de laatste restjes beschaving. Ik vind het altijd interessant om te zien hoe mensen zich aan nieuwe omstandigheden aanpassen en hoe schijnbaar alledaagse gebruiksvoorwerpen een andere betekenis krijgen (zo is shampoo in deze wereld erg kostbaar). Er waren mooie vloeiende overgangen tussen scenes, en de actie was rauw, gewelddadig, maar op een naar mijn mening stijlvolle manier in beeld gebracht. Het is geen film voor kinderen, laten we daar duidelijk over zijn. De acteurs waren prima. Het verhaal draait om Denzel Washington (Eli), die gespecialiseerd schijnt in het spelen van dit soort spirituele, maar competente karakters, en Gary Oldman (Carnegie), die wel erg goed in staat is een intelligente, charismatische slechterik neer te zetten. Mila Kunis, die zijn dochter speelt, is niet onaardig om naar te kijken, maar hoeft wat acteren betreft niet veel te doen. Interessanter vond ik de technicus die Eli en Carnegie ondersteunt. De muziek was niet echt memorabel, die kan ik me niet meer voor de geest halen een dag na de film. Dat is duidelijk niet het sterkste punt van het geheel.

Het feit dat er een Hollywoodfilm wordt gemaakt waarin de bijbel een hoofdrol speelt is al een unicum. Vooral aangezien dit een gewelddadige film is, die niet echt snel zal worden gezien als typisch christelijk. En wat vooral uniek is, is de mijns inziens respectvolle manier waarop wordt omgegaan met de bijbel, maar ook met het bestaan van God. In deze film lijkt de aanwezigheid van God een realiteit. Dat is wel eens anders in verhalen over bijbel en geloof. Deze blog die ik vandaag vond, bevestigt dat en wijst op twee aangrijpende scenes (die ook mij wat deden). Dat scheelt mij weer schrijven!
De film zet eigenlijk twee manieren om om te gaan met de bijbel en met God tegenover elkaar. De eerste is die van Carnegie. Deze man wil de bijbel gebruiken als middel tot controle. Als hij het boek in handen heeft, zullen de mensen naar hem toe stromen. Hij zal zijn invloedssfeer kunnen uitbreiden en nog meer invloed en bezit kunnen verzamelen. Of het waar is wat er in de bijbel staat, kan hem eigenlijk niet schelen. Hij denkt over geloof in termen van macht. Het gaat hem om zichzelf en niet om God. Dit is de kern van religie. Wie mijn blog volgt (en wie mijn boek leest. Kort geleden uitgekomen: een aanrader!), weet ondertussen wel dat ik dit een belangrijk thema vindt. We staan allemaal telkens voor de verleiding controle te willen uitoefenen over God (en als dat niet gaat, over onze medemensen. En meestal allebei). Als we bepaalde rituelen uitvoeren, ons aan bepaalde regels houden, vaak genoeg bidden, bepaalde waarheden verkondigen, dan moet God ons zegenen. Dan zijn wij bovendien beter dan andere mensen en dus machtiger dan andere mensen. We vertrouwen op onze eigen kracht om te krijgen wat we van God en anderen verlangen. Wie goed nadenkt ziet dat religie dus rechtstreeks is af te leiden uit de eerste 'zonde' van de mensen, toen ze ervoor kozen van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Niet voor niets wordt dit verhaal in de bijbel direct gevolgd door dat over de broers Kain en Abel. De eerste gebruikt namelijk zijn offer om de zegen van God af te dwingen. Hij wil er iets mee tot stand brengen. Hij wil God aan zijn kant krijgen. Tegenover hem staat Abel, die offert omdat hij eenvoudig het beste wat hij heeft aan God wil geven. Abel wil niks van God gedaan krijgen, hij offert uit dankbaarheid. En God waardeert dat.
De tweede manier om met God om te gaan is die van Eli, een man die leeft voor de bijbel. Hij leest er elke dag uit. Maar hij ziet de bijbel niet als een middel tot controle. Hij ziet de bijbel als een manier waarop God tot hem spreekt. En God is voor hem een realiteit. Zijn hele leven is gebaseerd op de stem die hij hoorde kort na de vernietigende oorlog. (De manier waarop hij die stem beschreef, deed me glimlachen, omdat het leek op de manier waarop ik soms probeer te beschrijven hoe ik de stem van God ervaar). Hij leeft uit geloof (zegt hij zelf in een van de vele bijbelcitaten in de film). Het gaat hem niet om het verkrijgen van macht, het gaat hem zelfs niet om zijn eigen veiligheid en overleving. Het gaat hem om gehoorzaamheid aan de opdracht van God, en het liefhebben van anderen. De twee grote geboden: Heb God lief boven alles en de naaste als jezelf. Dat is de drijvende kracht van zijn leven. Ook al verliest zelfs hij dat soms uit het oog, en stelt hij het papieren boek aanvankelijk boven de waarde van een mensenleven, hij komt tot inkeer, en handelt uit zijn vertrouwen op de waarheid. Namelijk dat God er is en van Hem houdt. Dat vond ik mooi om te zien. Hij is in zekere zin een Abel-figuur, en zijn oprechtheid lijdt ook in deze film tot geweld.
Ik geloof dat deze tweede manier is hoe wij door God worden opgeroepen te wandelen. Niet in religieuze systemen van controle en afhankelijkheid, waarbij we onze religieuze handelingen, onze kennis of onze inspanning gebruiken om ons beter te voelen dan anderen en om God op onze hand te krijgen. Maar in eenvoudige afhankelijkheid, vertrouwend op zijn belofte dat Hij van ons houdt en voor ons zorgt, en te doen wat Hij voor ons op het pad brengt om te doen. Dit zal ingaan tegen elke religieuze persoon en instelling, en zelfs tegen de religieuze trekjes in ons eigen hart, maar het is wat Jezus ons voorleefde. Hij geloofde met zijn hele hart dat zijn Vader van hem hield en vertrouwde erop dat als Hij zich ervoor open stelde, Gods wil in hem en door hem kon gebeuren. Daardoor kon hij verfrissend vrij zijn, zonder enige binding aan religiositeit, en tegelijk kon hij daardoor een beweging stichten die de wereld veranderde. En hij riep ons op hem in die manier van leven na te volgen. Om zijn leerlingen te worden. En andere mensen ook te inspireren zijn discipelen te worden.
En dat wordt in beeld gebracht aan het eind van deze film, als het meisje Solara, dat Eli heeft gevolgd op het tweede deel van zijn trektocht, er weer op uittrekt. Ze draagt Eli's jas, zijn tas, zijn mes, en (vermoed ik) zijn bijbel. Ze wil in praktijk brengen wat Eli haar geleerd heeft, hoe hij in het leven stond, en wat hij geloofde. Ze heeft Gods stem gehoord, net als hij. En ze vertrouwt erop. Ze is een discipel.

zondag 28 maart 2010

Van creationist naar evolutionist (5): geen kleine God

In mijn opsomming van links gisteren zat er ook eentje naar het bericht van The Christian Monist, getiteld: 'Children of a lesser God?' Daarin vertelt hij hoe hij van medegelovigen de beschuldiging naar het hoofd geslingerd krijgt dat hij gelooft in een te kleine God, omdat hij eraan twijfelt of de Aarde wel in zes dagen geschapen is, of dat sommige wonderverhalen die mensen enthousiast vertellen wel echt gebeurd zijn. De suggestie lijkt dat als je als christen van geloof in jonge aarde-creationisme overgaat naar het idee van de schepping als een langer ontstaansproces dat kan worden beschreven door de wetenschappelijke theorieën van de 'oerknal' en evolutie, je de macht, invloed en aanwezigheid van God daardoor kleiner zou maken.
Ik geloof echter dat het tegenovergestelde waar is. De bovenstaande visie gaat vrij duidelijk uit van een 'god van de gaten'. Een god die alleen aanwezig is, die zich alleen laat kennen, in wat wij niet met behulp van onze zintuigen waarnemen of met behulp van ons verstand kunnen beschrijven. Een god die zodra we ergens een verklaring voor hebben, het veld moet wijken. Ik heb al eerder (in mijn bespreking van de film Angels and Demons) geprobeerd uit te leggen waarom dat 'god van de gaten'-idee te kort schiet. Het feit dat we vanuit de natuurkunde weten hoe een bliksem ontstaat (veranderingen van elektrische lading) en de daaropvolgende donder (schokgolven door plotseling opgewarmde lucht), doet niets af aan het feit dat God de bliksem uitzendt en spreekt door de donder, zoals de bijbel het wil. In het tweede deel van deze bescheiden serie berichten kwam ik tot de conclusie dat God een god van de processen is, die werkzaam is in wat wij beschouwen als de uitwerking van natuurwetten of het toeval. Volgens Hebreeen 1:3 draagt God alles wat er is door het woord van zijn kracht. In Handelingen 17 stelt Paulus dat wij in God leven, bewegen en zijn. Dat suggereert dat God niet alleen maar iemand is die af en toe van buiten af ingrijpt in het heelal, en de rest 'gaat automatisch'. Nee, alles wat in het heelal gebeurt, gebeurt omdat God het wil. Hij laat, zegt Paulus in Handelingen 13, het regenen op goeden en slechten. We kunnen aangeven hoe het komt dat het regent (verdamping, wolken, vochtigheidsgraad), maar tegelijk is het God die de regen schenkt. Hij is de drijvende kracht achter de trilling van elke atoom, het signaal van elke neuron, achter de glans van elke ster. Als Hij zich invloed van het heelal zou aftrekken, zou het ophouden te bestaan.
Hieraan zijn nog wel enkele filosofische problemen verbonden, zoals het probleem van het kwaad. Ik geloof dat God de vrije keuze van zijn schepselen belangrijk vindt. Het is duidelijk dat door de vrije beslissingen van mensen (en engelen) het kwaad in de wereld is gekomen. Daardoor gebeuren er in het heelal, op Aarde en in ons leven kwade dingen: botsende sterren, aardbevingen, vloedgolven, virussen, kanker, zelfzucht, zonde, et cetera. Ik geloof dat het uiteindelijk Gods respect voor onze vrije keuze is dat Hij die gevolgen van keuzes laat plaatsvinden, maar dat Hij ook een keer de keten van oorzaak en gevolg zal verbreken, en zijn eigen wil weer zal laten gebeuren 'op de Aarde, zoals in de hemel'.

Maar dat is voor dit bericht enigszins 'besides the point'. Wat ik wil betogen is dat dit beeld van God, als de Schepper die betrokken is op elk stukje van het heelal, een groter beeld van God is dan dat van de god van de gaten, die alleen in het onverklaarbare en bovennatuurlijke een rol lijkt te spelen. En in dit 'God als onderhouder van alles'-beeld maakt het niet uit hoe groot en hoe oud het universum is. Wat de omvang en leeftijd van het heelal ook is: God draagt en onderhoudt het en laat zijn wil geschieden. Hij is immers eeuwig en alomtegenwoordig en almachtig! Als het heelal iets van 10 tot de macht 23 elektronen bevat (wat ik wel eens heb horen zeggen), kent God ze allemaal en houdt hij ze in stand (voor zolang ze in stand blijven). Hij kent alle sterrenstelsels, tot daar waar wij ze niet meer kunnen zien. En hij ziet alle bacteriën, ook die in de diepzee, of in de Aardkorst, waar geen menselijke boor of graafmachine ooit zal doordringen, en onderhoudt ze (zoals hij volgens de bijbel de bloemen van het veld en de vogels van de lucht onderhoudt). Hoe meer we weten van de omvang van het heelal en de hoeveelheid leven op Aarde (en wellicht daarbuiten), hoe groter we zullen gaan denken over God. Kijk maar eens het bekende filmpje over 'de machten van tien'. Je hoofd zal al snel gaan draaien over de grootte van het heelal. Toch zegt Jesaja: "In zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal; de eilanden weegt hij als zandkorrels." (40:15).
Het grootste sterrenstelsel is slechts een stofje op de weegschaal voor hem. Is het dan onredelijk om te geloven dat Hij ook een grote hoeveelheid tijd kan hebben geschapen? Als we een groot universum accepteren, is het dan niet passend ook een oud universum te accepteren? Natuurwetenschappelijk gezien is het niet meer dan logisch, aangezien ruimte en tijd bij elkaar lijken te horen. Volgens de meeste theorieën ontstond de tijd net als de ruimte bij de 'oerknal'/schepping, en krijgt de tijd haar richting door de uitdijing van de ruimte. Als we willen blijven vasthouden aan een 'jong' universum, moeten we eigenlijk geloven in een 'klein' universum (en in een God die een universum heeft gemaakt dat alleen de illusie geeft van groot te zijn).
Sommige christenen doen dat ook. Met het schaamrood op mijn wangen moet ik vertellen van een achter-oom van mij (Ab Klein Haneveld), die meent dat wij leven aan de binnenkant van een bol met een omtrek van 40.000 kilometer, dat de zon en maan en planeten heel klein zijn en in het midden van die bol zweven, dat de door ons waargenomen afstand een illusie is door veranderingen in de lichtsnelheid. Deze theorie van de Holle Aarde verklaart volgens hem het best de bijbelteksten. Daarover kun je discussiëren, maar wat die theorie in elk geval doet is de Schepping heel klein maken. Alles wat God geschapen heeft is te vatten in een bol met een omtrek van 40.000 kilometer. Daarbuiten is niets (misschien gesteente?). Alles van betekenis speelt zich af in maar een heel klein belletje water, lucht en leven. Dat bovendien maar zesduizend jaar (of daaromtrent) bestaan heeft. Dit universum van de Holle Aarde voelt benauwd aan. Ik zou er claustrofobisch van worden. En wat zegt dit over de God waar deze Klein Haneveld in gelooft? Deze moet ook een kleine, claustrofobische God zijn, die niet geniet van het maken van sterrenstelsels, die niets op heeft met processen, die alles klein, compact en overzichtelijk wil houden. Een kleine God. Maar is een god die een heelal heeft gemaakt dat maar zesduizend jaar bestaat (en kennelijk niet veel groter kan zijn dan zesduizend lichtjaar) niet net zo klein?
Nee, dan geloof ik liever in een God die een heelal maakt dat vele miljarden lichtjaren groot is en vele miljarden jaren oud is. Een God die de sterren rijkelijk heeft uitgezaaid over zijn creatie, allemaal uniek. Die kwistig is met het verspillen van energie en leven. Die overborrelt van creatieve ideeen, zowel in het grote (neutronensterren, quarksterren, quasars), als in het kleine (leven in de diepzee, grotten, et cetera). Een God die niet bang is van tijd en ruimte, maar die om die grote afstanden en lange periodes lacht! Maar ook een God die intens betrokken is bij elk onderdeel van die prachtige schepping. Die intens betrokken is op ons, zijn schepselen. Die grote God vindt ons waardevol, kostbaar. Zo kostbaar dat Hij mens is geworden om ons te redden.
Dat is pas een grote God.

Ik sprak hier over met de vriend die een paar weken geleden bij mij op bezoek was. Hij zei met enige verwondering: 'Ik dacht dat God kleiner voor me zou worden als ik het proces van de evolutie zou ervaren. Maar het tegenovergestelde is gebeurd. Hij is juist groter geworden!' Zo is het net. Hoe meer we weten over de geschiedenis van het universum en over ons ontstaan, hoe groter de God wordt in wie we geloven. Hoe meer we begrijpen, hoe meer we Hem kunnen aanbidden. En hoe meer we ons realiseren hoe weinig we eigenlijk kunnen bevatten van de dimensies van het heelal, en van zijn Liefde.

zaterdag 27 maart 2010

Wie het kleine niet eert ...

De opmerkzame volger van mijn blog en met name van mijn foto's heeft ondertussen vast wel begrepen dat ik vooral dol ben op de macro-functie van mijn camera. Ik houd van details. Van dichtbij is alles mooier, in mijn nederige opinie. En ik probeer voor jullie vast te leggen wat ik zie. En in dit jaargetijde van ontluikend leven is er ook op detailniveau veel te zien. Zoals deze mossen:
En wat denken jullie van deze paddenstoel.
En met macrofotografie worden madeliefjes opeens een stuk indrukwekkender:
Net als dit bloempje dat ik onderweg tegenkwam.
Tot slot dan nog deze foto, genomen vanuit een ongebruikelijk perspectief:
Al deze foto's zijn gemaakt in het kleine parkje in Houten waar ik wel eens loop in de lunchpauze. Zo zie je maar: er is altijd schoonheid te zien, je hoeft er alleen maar voor te kijken.

Filmtrailers, sf en geloof, nieuwe fossielen, genade en symboliek

Ik geniet altijd erg van zogenoemde 'cross over'-verhalen, waarbij karakters uit verschillende films of boeken elkaar ontmoeten, zoals Star Trek en Star Wars, of Indiana Jones en Lord of the Rings (die laatste heb ik zelf een keer geschreven). Maar hier had ik nooit aan gedacht: Alien meets Winnie the Pooh. 

De nieuwe trailer voor The Sorcerers Apprentice, met Nicolas Cage in de hoofdrol. Ziet er goed uit: een draak, een metalen vogel, energiebollen, en de scene met de bezems, bekend uit Fantasia. Oh, en Alfred 'doctor Octopus' Molina als bad guy is altijd iets om naar uit te zien! Oh, ook goed: de nieuwe trailer voor Robin Hood. De films van Riddley Scott zijn altijd inspirerend: 'You are your fathers' son ... Are you ready to be who you are?' Yup, 't wordt een goed filmjaar!

Gaat Science Fiction samen met het christelijke geloof? Het antwoord is ja en nee, vanuit beide kanten. Ikzelf kreeg ooit op een signeersessie te horen van iemand dat hij mijn boek niet zou lezen, omdat het zich afspeel in de 24e eeuw, en dan zou Jezus al lang zijn teruggekomen. Eh ... Er waren echter in de geschiedenis genoeg SF-schrijvers die hun werk lieten beïnvloeden door hun geloof. Niet alleen C.S. Lewis. Dit heel boeiende overzicht komt tot de volgende conclusie: "Science fiction can present two contradictory views of ultimate reality. One is that of, say, Steven Weinberg, the physicist who writes that “the more the universe seems comprehensible, the more it also seems pointless.” The bleakness of this view is only partially mitigated by the wonders revealed by research and the possibility that man eventually will be able to raise himself to divine status. The other is that reason reveals an underlying order so profound that even a robot can see that it is the handiwork of God."


Interessante paleontologische ontdekkingen: een nieuwe fossiele vogelsoort, waarschijnlijk een soort primitieve watervogel, de eerste dinosaurus uit de Tyrannosaurusgroep afkomstig uit Australië, en een nieuwe mensensoort die tot ongeveer 30.000 jaar geleden voorkwam naast de moderne mens en de Neanderthaler. Dat maakt het denken over de oorsprong van de mens en het scheppingsverhaal nog een stukje ingewikkelder.

We wisten natuurlijk al dat bacteriën en de bacterie-achtige Archaea in extreme omgevingen overleven en zelfs floreren. Ze komen voor van diep in de aardbodem tot hoog in de atmosfeer, in extreem zoute, extreem alkalische, extreem hete, extreem koude, extreem droge en extreem giftige omgevingen, en kunnen enorme hoeveelheden straling doorstaan zonder schade te lijden. En nu zijn ze aangetroffen in weer een extreme omgeving, namelijk ondiepe, heel zoute en tegelijk zure meren in Australië, zo zuur als azijn. Het vermoeden bestaat dat dit type meren ook aanwezig waren op Mars, dus dat leven zou hebben kunnen bestaan in die omstandigheden. Dat is altijd goed om te horen!

Christianity Today kijkt naar de rol van genade in de verzoening tussen de rassen: hoe we met elkaar omgaan moet worden bepaald door hoe God met ons omgaat. "The most important truth in the world, said John, is not our trying harder to love God or others, but God's acts of love for us ... We are not the central actors in saving the world's brokenness. In the life and resurrection of the crucified Christ now living in heaven, God has given us everything we need to live well in a broken world through the Holy Spirit. God has already changed everything through the power of a grace we do not deserve." Dit heeft grote gevolgen: "When we can forgive and accept those who refuse to listen to God's command to do justice, it allows them to hear God's judgment without feeling a personal judgment from us."  

Steven D. Greydanus (mijn favoriete filmcriticus) bespreekt How to Train a Dragon, de animatiefilm die komende week in Nederland uitkomt. Maar nog interessanter dan zijn filmbespreking is het gesprek dat ontstaat in de comments. Daar legt Greydanus uit waarom christenen niet bang hoeven zijn draken te gebruiken als symbool. Een pleidooi voor een vrij gebruik van de verbeelding: "When it comes to human symbolism, I guess some symbols are closer to the heart of human nature than others, and more likely to have stable meaning. Still, polyvalence jumps out at me everywhere I look. Water is a pretty enduring symbol for life, but it can also be a symbol for death (and in baptism it’s both). Fire, wind, the sun, earth, a tree, an eye, a bowl or cup, a door or window—give me a symbol, I’ll give you the good and the bad."

The Christian Monist vraagt zich af waarom zijn kerkgenoten hem ervan beschuldigen een te kleine God te dienen als hij vragen stelt bij wondertekenen en jonge aarde-creationisme. "But I really don’t believe that we skeptics have an inferior deity. First of all, my God breathed and a 14 billion light year wide universe came into being right out of his nostrils. Along with matter, came energy, time and space. That’s a pretty darn big miracle in my book. I’m convinced that the same God is still there and He hasn’t aged and gotten weaker . . .  I also believe that this God is a God of truth and is so powerful and deserves so much respect that I tremble at the thought of promoting lying, especially lying for Him. So does this make us skeptics unspiritual? Are we really children of a lesser God?" Dit is een punt dat ik wil maken in mijn volgende bijdrage over creationisme en evolutionisme: je beeld van God wordt door een verandering van oorsprongsdenken niet kleiner, maar groter.

vrijdag 26 maart 2010

Van creationist naar evolutionist (4): een nieuwe bijbel

Nee, natuurlijk is de bijbel zelf niet nieuw. Er staan nog steeds dezelfde woorden in wanneer je besluit een langere ontstaansgeschiedenis van het heelal, het leven en de mens te accepteren. De letters veranderen niet, de inkt blijft stug op dezelfde plaats op het papier. Maar de bedoeling van de bijbel en hoe we daar als christenen mee mogen omgaan, zal wel veranderen. En zo kan het opeens een nieuw boek lijken te zijn.
 Toen ik behoorde tot het kamp van de 'jonge aarde creationisten' vond ik het heel belangrijk dat de bijbel letterlijk door God geïnspireerd was, dat wilde zeggen: dat alles wat er in stond correct was, zonder fouten, en de waarheid bevatte. Elke zin, elk woord, elke letter, moest waar zijn. Als er sprake leek te zijn van tegenspraak tussen gedeeltes uit de bijbel moest dat worden opgelost. Maar ook van tegenspraak tussen de bijbel en het 'boek van de natuur' kon geen sprake zijn. Als de bijbel het woord van God was, moest hij de waarheid spreken op alle terreinen, ook die van de geschiedenis, filosofie en natuurwetenschap. De bijbel was een soort encyclopedie over alles, een wonderlijk boek dat alle vragen van de mensheid op elk terrein zou moeten kunnen beantwoorden. Als er sprake was van een conflict tussen uitspraken in de bijbel en wetenschappelijke theorieën, was de conclusie duidelijk: de theorie was fout. We gebruikten de bijbel en vooral combinaties van losse bijbelteksten om onze standpunten te ondersteunen en ons gelijk te bewijzen. We moesten overal een antwoord op hebben. We konden precies uitleggen hoe het eraan toeging bij de schepping, op welke datum het volk Israel uit Egypte werd geleid en hoe de toekomst er uit zou zien, bijna tot op de dag nauwkeurig. De bijbel en de onfeilbaarheid van de bijbel waren de basis van onze zekerheid. Als daaraan getornd leek te worden, wankelde ons geloof.

In feite draaide ons geloof om de bijbel. Dat was wat we ten diepste aanbeden. We verrichtten 'bibliolatrie', de bijbel was onze 'afgod'. En dus was ons geloof gedoemd te falen, want de bijbel is een deel van onze geschapen werkelijkheid en niet God zelf. De bijbel heeft dus niet de goddelijke eigenschappen van onfeilbaarheid, alwetendheid, almacht et cetera. We verwachtten van de bijbel iets dat alleen God ons kon geven. Jezus zegt het tegen de Farizeeën: "U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben ... maar bij mij wilt u niet komen om leven te ontvangen." (Johannes 5:39,40). Dat was hoe ik met de bijbel omging: de bijbel en haar onfeilbaarheid waren de basis van mijn geloof en zekerheid. Mijn redding was gelegen in het feit dat ik in de betrouwbaarheid van de bijbel geloofde. Maar daardoor miste ik wat de echte bedoeling was van de bijbel, namelijk wat Jezus zegt in de puntjes in de tekst die ik zojuist aanhaalde: "De schriften getuigen over mij." De bijbel was nooit bedoeld als theologische en natuurwetenschappelijke encyclopedie, 'a short history of nearly everything', een onfeilbare basis om je individuele leven en dat van een samenleving op te baseren. De bijbel is een weergave van de manier waarop God zich door de geschiedenis heen heeft geopenbaard aan mensen, hoe hij een relatie met hen aanging. Eerst door middel van de wet en de profeten, later in de persoon van zijn zoon, Jezus Christus, in wie Gods luister schittert, die Gods evenbeeld is (Hebreeen 1:3), en nu in de aanwezigheid van de Heilige Geest in de gemeente.
De bijbel laat zien wat het hart van God is geweest in al die interacties, en nodigt de lezer vervolgens uit zichzelf ook open te stellen voor een relatie met de Schepper, wat mogelijk is gemaakt door Jezus Christus. Zijn werk is als het ware de uitgestoken hand van God aan ons, die wij vrij mogen aangrijpen. En als we dat doen, zal de Heilige Geest ons laten delen in een actuele, levende relatie met de drie-eenheid. De Heilige Geest zal ons in de hele waarheid leiden, zegt Johannes, namelijk: de waarheid dat de relationele God die zich in de bijbel heeft laten zien nu, op dit moment, jou en mij persoonlijk liefheeft. En deze actuele relatie, op dit moment, maakt ons levend, maakt ons helemaal onszelf, maakt ons vrij. Er zal bovendien geen einde meer aan komen. Dit is hoe God ons bedoeld heeft: als wezens die zich tot in eeuwigheid door Hem laten liefhebben. Dit is het eeuwige leven, zegt Jezus, niet dat mensen de bijbel zouden kennen en aanhalen, dat ze Hebreeuws en Grieks zouden kunnen lezen en uitleggen of dat ze bijbelcommentaren zouden bestuderen, maar dat ze "u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus" (Johannes 17:3).
Jezus is het Woord van God, degene in wie God zich heeft laten zien, en de bijbel is het woord met een kleine 'w' - het laat ons kennismaken met het Woord, maar is zelf niet het woord. Alisson Morgan schrijft: 'Het Woord ligt besloten in de woorden, zoals een kind in de baarmoeder'. Wie zich blijft concentreren op de woorden en daar zijn theologisch en natuurwetenschappelijk huis op bouwt, komt nooit in contact met het Woord. De bijbel biedt niet in de eerste plaats kennis over God (of over de schepping, of de geschiedenis of ga zo maar door), maar laat ons kennismaken met God. Kennis maakt opgeblazen, zegt de bijbel, maar liefde bouwt op. De bijbel wil laten zien dat God ons liefheeft en dat hij in Jezus het initiatief heeft genomen een relatie met ons aan te gaan. Wat wij moeten doen in antwoord is niet de bijbel bestuderen als een studieboek, maar ons openstellen voor die relatie. Voor het Woord waar de woorden over spreken. Ik hoorde het laatst iemand zeggen in een podcast: stel dat een soldaat naar het front is, en liefdesbrieven schrijft naar zijn vriendin. En die leest ze elke avond, op een vast moment, omdat ze iets van zijn hart communiceren. Dan komt de soldaat naar huis. En die eerste avond, als hij met zijn vriendin samen is, staat ze op en zegt: 'Sorry, ik moet liefdesbrieven lezen.' Dat is hoe veel christenen met de bijbel omgaan. We zetten de bijbel (de liefdesbrieven) op de plek van God (de geliefde). Het kan God niet zo veel schelen welke theorieën we allemaal opstellen op basis van de bijbel, welke verklaringen we vinden voor innerlijke tegenstrijdigheden en hoe we teksten met elkaar in verband brengen. Waar het Hem om gaat is dat we ons door Hem willen laten liefhebben. In de termen van het boek Openbaringen: hij wil zelf onze lamp zijn. Ons licht. Daarom is er in het komende koninkrijk van God ook geen zon meer en geen tempel: want God zelf is er. Maar er zal in de eeuwigheid ook geen bijbel meer zijn. Die zal dan niet meer nodig zijn. Want dan is de werkelijkheid gekomen waar de bijbel naar verwees. Niemand zal in de hemel meer om een boek heen staan en dat aanbidden. God zal dan zijn alles in allen, en zijn liefde zal voor ons alles zijn.

In de praktijk wil dit zeggen dat ik aan de bijbel geen vragen moet stellen die de bijbel niet kan beantwoorden. Vragen als: hoe oud is de Aarde, hoe is het leven ontstaan, hoe groot is het heelal of op welke plek in de hersenen zit de menselijke geest. Daar gaat de bijbel niet over. De bijbel gaat over de levende God die een levende relatie met ons wil en niet over natuurkunde, scheikunde en biologie (en zelfs niet over filosofie en theologie). Voor die laatste dingen heeft God ons een verstand gegeven en een verantwoordelijkheid om er zelf over na te denken en te praten en te onderzoeken.
Het betekent ook dat ik de bijbel niet moet laten zeggen wat de bijbel niet zegt. Ik moet me realiseren dat de bijbelschrijvers mensen waren met een eigen geschiedenis en een eigen culturele achtergrond. Ik mag me realiseren dat er bij de samenstelling van de canon een proces is geweest, en dat de christenen in de eerste eeuw of eeuwen niet standaard beschikten over een boek zoals wij dat hadden. En ik mag me realiseren dat er verschillende genres worden gebruikt. En dat een tekst die bedoeld is als een gedicht, niet moet worden gelezen als natuurwetenschappelijke tekst. Maar dat een tekst die geschreven is als historische biografie (zoals de vier evangeliën) ook niet moet worden beschouwd als een mythe of een legende. En Openbaringen mag ik vergelijken met andere apocalyptische geschriften en vragen: wat was daarvan de bedoeling?
De grootste verandering is dat ik mag leven met onzekerheid. Ik hoef niet langer alles te kunnen uitleggen of te begrijpen. Ik hoef niet meer overal een antwoord op te hebben. Ik hoef niet meer huizen van bijbelteksten op te bouwen waar dan mijn geloof van moet afhangen. Ik mag vragen stellen. Ik mag blijven nadenken over hoe de Aarde ontstaan is, maar ook mag ik twijfelen aan verschillende scenario's over de eindtijd. Ik hoef niet te weten hoe en wanneer Jezus precies terugkomt, en ik hoef ook niet anderen met bijbelteksten om de oren te slaan als ze anders leven dan ik. Ik hoef maar een enkele zekerheid te bezitten, namelijk dat God mij liefheeft en in Jezus het initiatief heeft genomen om een relatie met mij aan te gaan. Als ik dat weet, mag de rest allemaal vraagteken blijven.

De diversiteit van groen ...

Een traditioneel lied zegt dat er veertig verschillende kleuren groen bestaan. Er is geen beter seizoen om ze allemaal te spotten dan de lente. Hier zijn er een paar die ik van de week in de lunchpauze tegenkwam.
En als toegift:

woensdag 24 maart 2010

Onzichtbaarheid, Lake Vostok, Dr. Who en kerkloze christenen

Onzichtbaarheidsmantels komen dichterbij! Dat wil niet alleen zeggen dat Harry Potter geen magie meer is, maar ook dat de technologie van mijn boek De Derde Macht, het vervolg op Neptunus, niet eens zo vergezocht was! Een Nederlandse artiest laat zien hoe het leven eruitziet als deze techniek wordt ingevoerd.

Volgend jaar wordt een jaar waar ik al jaren naar uitkijk: dan worden namelijk verschillende meren onder het ijs van Antarctica aangeboord, onder andere Lake Vostok. Deze meren, vaak onder kilometers ijs, zijn vele miljoenen jaren afgesloten geweest van de buitenwereld. Er komen dan ook waarschijnlijk unieke (elders uitgestorven?) soorten micro-organismen voor. En wie weet, misschien zelfs een nematode. Wat ze er ook vinden: ik ben altijd enthousiast voor verkenningen in nog niet eerder bezochte ecosystemen!

Trailer voor het nieuwe seizoen van Dr. Who! Mijn favoriete TV-serie (na Star Trek natuurlijk). Hoop dat ik er een aantal afleveringen van te zien krijg!

Intrigerende bespreking van een Zwitserse SF-film die zich in de ruimte afspeelt. Wil ik zien!

Bizar: een rups die onderwater leeft ... Of op het land. Een echt amfibisch insect dus!

Jurassic Park (ik hoef niet uit te leggen dat ik dat geweldige films vindt, toch?) komt terug in de vorm van een stripverhaal! Met een cover van legende Frank Miller. En een T. rex die een stier opeet. Ja, ergens in mijn schuilt nog steeds een klein jongetje ...

Ik ben best wel een fan van vleesetende planten. Nu blijkt er in de bekers van bekerplanten een bijzonder diverse bacteriepopulatie te bestaan en is er misschien sprake van een samenwerkingsverband tussen (verterende) bacteriën en de plant zelf! Fascinerend.

Over bacteriën gesproken (en laten we het tegelijk eens hebben over leven op andere planeten): er zijn bacteriën die niet afhankelijk zijn van vrij aanwezig zuurstof om te kunnen groeien, ze maken het gewoon zelf. Het gaat om methylomirabilis oxyfera. Zelfs de levensvormen om de heetwaterbronnen in de diepzee zijn afhankelijk van zuurstof dat uiteindelijk is gevormd door planten en blauwe algen. Deze bacteriën maken zuurstof met behulp van een enzym uit nitriet en nitraat en gebruiken het om methaan te verbranden. Dergelijke levensvormen zouden ook kunnen voorkomen op andere planeten waar methaan aanwezig is (en weinig zuurstof).

Meer over de 'de-churched', in dit artikel dat enkele stadia aanwijst in geloofsgroei buiten de gebaande paden van de georganiseerde kerk. De realiteit is dat deze mensen op hun weg vaak samenkomen met mensen op dezelfde weg en met hen optrekken. Het enige dat ze verlaten is dus het instituut kerk. Maar ze blijven samen de kerk beleven. Ik vind ook de verhalen die ernaast staan mooi.

dinsdag 23 maart 2010

Boekbespreking: To Green Angel Tower Siege

Als schrijvers aan een boek beginnen, weten ze vaak nog niet hoe het gaat aflopen. Oh, ze hebben misschien wel een idee wat de precieze 'twist' in de ontknoping wordt, wie de moord gepleegd heeft, of hoe het goede het kwade overwint, maar de weg daar naartoe is lang niet zeker. Soms gaat het verhaal gewoon met ze aan de loop, gaan de karakters hun eigen leven leiden en blijken er omwegen en zijsporen te zijn die minstens net zo belangrijk zijn voor het geheel als de hoofdweg om te beginnen leek. Het verhaal is in de verbeelding van de schrijver een levend iets, een idee dat zich blijft ontwikkelen, dat blijft groeien, als een zaadje in de Aarde of een kind in de baarmoeder. Er ontstaan steeds nieuwe mogelijkheden die de fantasie van de auteur steevast natrekt tot hun onvermijdelijke einde en steeds nieuwe karakters of karaktereigenschappen die de bedenker minstens evenzeer verrassen als de lezer later. Het schrijven van een roman is iets organisch.
Dat gold zeker voor de serie Memory, Sorrow and Thorn van Tad Williams. Toen hij bij het derde deel was aangekomen was het verhaal zo omvangrijk geworden dat het niet meer in een enkel boek paste. Want wat moesten Rachel the Dragon en de blinde Guthwulf niet allemaal doorstaan in het kasteel de Hayholt? Hoe moesten Miriamele en de monnik Cadrach zich redden op het schip van Baron Aspites? Hoe zou de verloren gewaande ridder Camaris zijn geheugen terugkrijgen? Hoe zou de op de vlucht gejaagde prins Josua in opstand kunnen komen tegen zijn broer? Wat zou de reactie zijn van de elfachtige Sithi op de dood van hun oudste vertegenwoordiger? Kan Maegwin, de leidster van het volk de Hernystiri, haar teleurstelling te boven komen, of zoekt ze haar heil bij de goden? Wat is precies het geheim van de drie zwaarden, en hoe zouden die mysterieuze wapens de plannen van de Stormkoning kunnen dwarsbomen? Wat is precies die valse boodschapper waar de overleden Morgenes in Simons dromen voor waarschuwt? En wat is de boosaardige priester Pryrates eigenlijk van plan met de hoge koning Elias? Teveel vragen om in zeshonderd pagina's te beantwoorden, zelfs voor Tad Williams, dus werd het derde boek van zijn trilogie maar liefst iets van dertienhonderd, veertienhonderd pagina's. Dat vond zijn uitgever wat te lang, en het manuscript werd gepubliceerd in twee delen.

Het eerste deel van To Green Angel Tower heet Siege. Belegering. Want hoewel het gevolg van prins Josua niet meer is dan een groep op de vlucht geslagen ambachtslieden, een verdwaalde ridder en een paar nomadengezinnen, en dus geen gevaar voor de plannen van Pryrates en de Stormkoning, is het voor Elias persoonlijk. Hij rust niet voor zijn broer van de aardbodem verdwenen is. Dus stuurt hij zijn ambitieuze leenheer Fengbald eropuit met de elitesoldaten van de Erkynguard om het groepje verschoppelingen voor eens en altijd uit de weg te ruimen. Het leger trekt naar het oosten en volgt het spoor van de vluchtelingen naar Sesuadra, de steen van het afscheid, de mysterieuze toren waar  de prins zonder hand na de val van zijn kasteel naar toe is gevlucht. De berg is omgeven door water, maar terwijl de belegeraars dichterbij komen bevriest het meer. Er wordt in allerijl een verdediging georganiseerd. Gelukkig heeft Josua hulp gekregen van een groep trollen uit het Noorden, en is ook Simon teruggekeerd uit zijn onvrijwillige verblijf bij de Sithi. Omdat hij heeft geholpen bij het terugvinden van het zwaard Thorn, wordt Simon tot ridder geslagen. Hij wordt prompt in het gevaar gedompeld als de belegering een aanvang neemt. Alle pogingen van het laatste verzet tegen Elias lijken echter gedoemd te zijn te mislukken door de aanwezigheid van een verrader, die Fengbald precies de zwakke plek in de verdediging aanwijst ...
Ondertussen bevinden prinses Miriamele en de monnik Cadrach zich aan boord van het schip van de ijdele, maar keiharde graaf Aspites. Hij wil politieke winst slaan uit een huwelijk met de dochter van koning Elias, en houdt haar dus onder toezicht, na haar eerst van haar eer te hebben beroofd. De mysterieuze Niskie, die het schip veilig door woeste wateren zingt, roept de Silkies op (roofzuchtige waterwezens) zodat Miriamele en Cadrach kunnen ontsnappen. Ze komen terecht in een met kanalen doorsneden havenstad, Kwanitupul, en vinden de herberg waar hertog Isgrimnur en moerasman Tiamak wachten, in het gezelschap van iemand die de legendarische ridder Camaris zou zijn. Aspites geeft de achtervolging echter niet zo snel op en het gezelschap wordt gedwongen de moerassen van de Wran in te vluchten. Daar wachten echter heel andere gevaren, zoals de insectachtige Ghants, die opeens opvallend veel intelligentie vertonen ...
Tegelijkertijd heeft Rachel, het hoofd van de schoonmakers van het kasteel de Hayholt, na haar mislukte aanslag op Pryrates een veilige schuilplaats gevonden en een voorraad aangelegd waarmee ze de winter moet kunnen overleven. Door de gangen van het kasteel waart echter nog een andere spookverschijning, de blinde Guthwulf, en ze krijgt medelijden. In de grotten van Hernystir staat Maegwin voor een moeilijke keuze. Haar dromen leken haar eerst naar beneden te voeren, maar daar vond ze geen hulp van de Sithi, alleen hun betreurenswaardige vroegere dienstknechten, de Dwarrows. Nu wil ze advies gaan vragen van de goden. Wat ze hoort zal haar leiden tot een gevaarlijke beslissing. En in het verborgen land van de Sithi heeft Jiriki zijn stamgenoten overgehaald. Na het onrecht dat hen is aangedaan door de Norns komt eindelijk het moment dat de kinderen van de tuin in het Oosten ten strijde zullen trekken. Maar eerst hebben ze een schuld af te lossen aan vroegere bondgenoten ...

In dit boek wordt pas echt duidelijk dat deze serie behoort tot de vroege toppers in het genre. Het blijft duidelijk een fantasyboek in de traditie van Tolkien (en Stephen Donaldson en de wat mindere Terry Brooks, Raymond Feist en Robert Jordan), dat wil zeggen: gesitueerd in een soort alternatieve middeleeuwen, waar magie de plek inneemt van technologie en waar een boze macht uit een ver verleden terug dreigt te komen. Oh, en met een mysterieus artefact waar de mogelijke overwinning van het goede van af lijkt te hangen. Weinige subversieve verhalen dus. Maar onder zijn broers uit het genre is Memory, Sorrow and Thorn een kwalitatief hoogstaande uitschieter. In dit boek begint de worldbuilding van Williams (de manier waarop hij zijn fictieve wereld voorziet van een landschap, een geschiedenis, volken, talen en gebruiken) vruchten af te werpen: het begint een echte plek te worden. Zijn levendige, rijke beschrijvingen zijn niet langer storend, maar beginnen werkelijke beelden op te roepen in je verbeelding. En zijn karakters beginnen te leven. Het zijn niet de standaard helden, die niets fout kunnen doen en die zich nooit vergissen. Het zijn niet vlekkeloze voorbeelden van integriteit en karakter. Het zijn mensen van vlees en bloed, die twijfelen aan zichzelf en hun eigen vaardigheden en die soms keuzes maken die op zijn zachtst als 'dom' zijn te identificeren. De timide Tiamak voelt zich een buitenstaander in het gezelschap van de mensen uit de meer ontwikkelde delen van de wereld, maar wordt vervolgens gedwongen hen rond te leiden door zijn eigen thuisland. De ridder Camaris lijkt tevreden te zijn in zijn zwakzinnigheid: is het wel ethisch hem zijn herinneringen terug te geven? Wat als hij zelf koos voor de vergetelheid? Josua blijft worstelen met de verantwoordelijkheden van de macht: hoe kan hij de mensen die naar hem opzien voor bescherming in een oorlog storten met zijn eigen broer? Miriamele laat iets toe in haar leven waar ze zich later voor schaamt, maar zal ze zichzelf ervan blijven beschuldigen of kan ze het accepteren dat anderen toch van haar houden? En koning Elias, die het hele land in het ongeluk stort, begon als liefhebbende echtgenoot en goede vader. Wat was het dat hem van het ene op het andere moment zo'n ander mens maakte?
In een recensie op het internet (waar anders?) klaagde iemand over het feit dat Simon zo weinig leek te veranderen. 'Nu zijn we al bijna drie boeken verder' was zijn verwijt, 'en nog steeds gedraagt hij zich klunzig als de keukenhulp die hij was, nog steeds maakt hij soms onhandige opmerkingen en nog steeds voelt hij zich snel gepikeerd. Weet hij nou nog niet beter?' Maar dat is juist het punt van dit verhaal: Simon is niet magisch veranderd in een heldhaftige zwaardvechter. Hij is nog steeds zichzelf, nog steeds de onhandige leerling van dokter Morgenes. Er is nog geen jaar verstreken sinds hij uit het kasteel van de koning wegvluchtte en ondertussen heeft hij voor een draak gestaan, heeft hij vrienden gemaakt met trollen, elfen en prinsen, en heeft hij dingen gezien die geen sterveling ooit heeft waargenomen. Maar hij blijft Simon. Het lijkt alsof er niets is veranderd. Anderen denken dat hij een ridder is, een held die zich mag voegen bij de prins en zijn gezelschap, maar hij voelt dat zelf niet als iets dat hij verdiend heeft. Vooral als het gaat om de prinses op wie hij nog steeds verliefd is. Hij ziet er van buiten misschien uit als een man, omdat hij een baard heeft, en hij heeft training gehad in het gebruik van zijn zwaard, maar van binnen is hij nog steeds een jongetje. Die ervaring heb ik zelf ook. Je kunt van alles meemaken. Van baan veranderen. Reizen maken naar verre landen. Nieuwe vriendschappen sluiten en oude verliezen. Boeken lezen en schrijven. Er kunnen jaren voorbijgaan. En soms denk je: er is niks veranderd. Ik werd laatst geconfronteerd met een stuk negatief zelfbeeld, en ik dacht: ik ben nog dezelfde als vijf jaar terug. Toch is het niet zo simpel. We zijn wel degelijk veranderd. Ik blijf nu bijvoorbeeld minder in het negatieve zelfbeeld hangen dan vijf jaar geleden. Ik kom er eerder uit. Zo'n verandering is significant. Maar het is pas later, achteraf, zichtbaar en niet altijd 'van binnenuit'. Zo is het ook met Simon. Langzaam maar zeker groeit hij uit tot de ridder die hij voor anderen eigenlijk altijd al was.
Het meest interessante karakter vind ik de gevallen monnik Cadrach. Dit is volgens mij het karakter dat dit boek verheft boven de rest van het genre. Eerst lijkt hij een schaamteloze dief, die bereid is anderen op te offeren om zelf te kunnen drinken. Dan lijkt hij een verrader in dienst van Pryrates en de zijnen. Vervolgens blijkt hij een verleden gehad te hebben bij het Gilde van de Boekrol. Langzaam maar zeker wordt zijn gebroken karakter duidelijk. Hij heeft keuzes gemaakt waardoor hij zichzelf nu haat. Hij is wantrouwend geworden naar anderen toe. Hij kan niet meer van zichzelf houden en gelooft dus ook niet dat anderen van hem kunnen houden. Als zij wisten wat hij wist ... Hij is een schoolvoorbeeld van iemand met een negatief zelfbeeld. Zal hij er voor kiezen om op te houden met vluchten? Zal hij ervoor kiezen de waarheid onder ogen te zien en open kaart te spelen? Zal hij de moed vinden om van zichzelf te gaan houden? Kan dat, als je gedaan hebt wat hij heeft gedaan? Is er vergeving mogelijk?
Het antwoord op deze vragen bevindt zich niet in dit deel, maar in het volgende. Ik hoop snel een bespreking van To Green Angel Tower Storm te kunnen schrijven ...

maandag 22 maart 2010

Aanbevolen boeken/podcasts bij Indrukwekkende Vrijheid

Wat ik in mijn 'making of' van mijn onlangs verschenen boekwerkje Indrukwekkende Vrijheid volgens mij nog niet had laten vallen, was het feit dat ik het met meer dan een kwart heb ingekort. Gelukkig maar, anders was het meer dan vierhonderd pagina's lang geworden. En het is nu al lang genoeg. Ik ben blij dat ik een uitgever heb die mij erop wees dat met iets minder omhaal van woorden de boodschap ook wel was over te brengen. Het nog steeds niet bepaald kort en bondig te noemen, maar in elk geval wel wat korter en bondiger.
Een van de dingen die ik eruit sneed bij het inkorten was een lijstje met boeken en andere 'resources' voor mensen die na het lezen van mijn boek zich meer wilden bezighouden met het onderwerp. Nu is mijn boek nog niet zo lang uit dat ik verwacht dat er al daadwerkelijk mensen zijn die het uithebben (maar goed, je weet maar nooit), maar toch wil ik mijn aanbevelingen hier doorgeven. Zie het maar als een 'deleted scene' zoals die op DVD's en blu rays zijn te vinden. Goed, wie mijn boek doorbladert begrijpt al snel dat ik fan ben van C.S. Lewis en G.K. Chesterton: hun werken zullen als je ervoor openstaat, je wereld(beeld) op zijn kop zetten. Maar er zijn ook een paar ‘modernere’ boeken die ik bij jullie onder de aandacht wil brengen.
Classic Christianity (Bob George, ned. Echt Christelijk). Een boekje over de boodschap van de bijbel. Het gaat God er niet om dat we hard voor hem werken, hij wil ons van binnenuit veranderen. Vol anekdotes en persoonlijke ervaringen van de auteur. Het laat eenvoudig en overtuigend zien wat de dood en opstanding van Jezus voor ons tot stand hebben gebracht.
The Divine Conspiracy (Dallas Willard). Dit boek is wat meer filosofisch dan de andere, maar blijft toch toegankelijk. Het geeft een goede introductie in de waarheid van het koninkrijk van God en vooral een inspirerende, levensveranderende uitleg van de bergrede. Dat is geen wet die Jezus ons oplegt, maar de manier van leven die bij ons past als mensen en burgers van Gods koninkrijk. Het maakte mij enthousiast om me aan te sluiten bij de ‘goddelijke samenzwering’.
Geloven is weer mens worden (Ranald MacAuley en Jerram Barrs, eng. Being Human). Dit boek ontmaskert overtuigend enkele heidense filosofieën die in het christendom zijn binnengedrongen en hebben geleid tot een negatief beeld van onze menselijkheid. Het maakt duidelijk wat Gods doel is met de verlossing: het herstel van zijn glorieuze beeld in elk van ons.
Genade, wat een wonder (Philip Yancey, eng. What’s so amazing about grace?). Een aangrijpend onderzoek naar de reikwijdte van de genade. Dit boek bevat veel levendige voorbeelden, citaten en ontboezemingen, allemaal rond hetzelfde thema: de onvoorwaardelijke liefde van God voor ons.
Grenzen (Stuart Cloud en Henry Townsend). Een boek gericht op de praktijk: waarom laten we als christenen anderen over ons heen lopen en hoe leren we om aan te geven wat we wel en niet willen?
The Awakened Heart (Gerald May). We worden het meest vrij als we ons openstellen voor de liefde van God. Maar hoe doen we dat? Voor ons, moderne mensen die in een wereld leven waarin het bovennatuurlijke systematisch wordt buitengesloten en waar invloeden van buiten (lawaai en licht) ons verdoven en verblinden, is dat niet vanzelfsprekend. Dit boek leidt je naar het ervaren van Gods aanwezigheid.
A Scandalous Freedom (Steve Brown). Een boek over hetzelfde onderwerp als het mijne, maar praktischer en met meer gevoel voor humor geschreven (en minder langdradig, ik zeg het eerlijk). Het behandelt allerlei manieren waarop we als gelovigen onze vrijheid verkwanselen en laat zien wat Jezus daarover te zeggen heeft. De schrijver is niet te beroerd om ook eerlijk naar zichzelf te kijken. Dit boek zal je enthousiast maken over onze radicale vrijheid.
De uitnodiging (William Paul Young, eng. The Shack). Een man die onvrij is door zijn ingeslepen verwachtingspatronen, gebeurtenissen uit het verleden, zijn boosheid en zijn religie heeft een ontmoeting met de drie-enige God. En die God blijkt anders dan gedacht. In de vorm van een verhaal passeren belangrijke concepten de revue. Dit boek leidde tot grote ophef onder christenen in de Verenigde Staten, dus je bent gewaarschuwd.
Ook aan te bevelen zijn So you don't want to go to church anymore en He loves me, beide van Wayne Jacobson. Ze bieden een confronterende ontmaskering van de religieuze houding van onze kerken en ons eigen hart, en stellen daarvoor in de plaats het eenvoudige wandelen in de zekerheid van de liefde van God, zoals die is zichtbaar geworden in het kruis. Dat klinkt eenvoudig, maar het is een van de moeilijkste dingen om je eigen te maken.
Waking the dead (John Eldredge). Wat betekent het voor een christen om te leven uit zijn hart? Hoe wil God ons tot leven brengen? Wat is de echte betekenis van discipelschap, genezing en geestelijke strijd? Een vlot geschreven boek, maar herkenbaar en levensecht. Ook heel goed zijn van dezelfde auteur The Journey of Desire, over de betekenis van onze verlangens, en De strijd om je hart (eng. The Sacred Romance), over de passie van God voor een relatie met mensen en hoe religiositeit daarin tussenbeide komt.
Recenter ontdekt (na het schrijven van mijn boek) zijn de boeken van Greg Boyd. Ik besprak op mijn blog er al twee. Seeing is believing, een inspirerende oproep om je te oefenen in het ervaren van Jezus' werkelijke aanwezigheid, en Repenting of religion, dat de vinger legt op de zere plek van ons religieuze hart, onze neiging om te oordelen in plaats van eenvoudig lief te hebben. Ook heel goed is The myth of a christian religion, dat uiteenzet hoe we als volgelingen van Jezus met elkaar in de realiteit van zijn koninkrijk kunnen leven.

Maar boeken zijn niet mijn enige inspiratiebronnen. Ik luister ook regelmatig op internet naar lezingen en ‘podcasts’, meestal wekelijkse ‘radiouitzendingen’ in MP3-formaat, waarin de liefde van God, het koninkrijk van Jezus en onze vrijheid centraal staan. Op deze manier wordt ik er elke week aan herinnerd in welk proces ik me bevind en waar ik naar toe wil of kan groeien. Ik luister bijvoorbeeld lezingen van Greg Boyd. Heel goed is zijn Animate-series in 2009!
Verder is de podcast van Steve Brown over A Scandalous Freedom aan te bevelen. Hierin gaat hij nog eens dieper in op de thema’s uit zijn boek. Zijn radio-uitzendingen op zijn hoofdpagina zijn ook boeiend, met interessante interviews en filmbesprekingen.
Daarnaast luister ik naar de wekelijkse uitzending van The God Journey. De vrienden Wayne Jacobsen en Brad Cummings waren onder andere betrokken bij The Shack (De uitnodiging) en bespreken hier allerlei onderwerpen die te maken hebben met het vrije leven van christenen, delen hun eigen ontdekkingen, en reageren op de praktische vragen van luisteraars. Hun lachbuien zijn vaak aanstekelijk. Het belangrijke thema dat ze steeds weer aanhalen is dat de weg naar God niet wordt gedefinieerd door de georganiseerde religie of het instituut kerk, maar alleen te vinden is in de liefde van Jezus.
Bruxy Cavey verzorgt samen met Tim Day een boeiende podcast over zijn boek The end of religion. In de gesprekken worden thema’s uit het boek verder uitgediept en praktisch gemaakt. Ook zonder dat je het boek gelezen hebt, zal deze serie je genoeg stof tot nadenken geven over onze religieuze instellingen en de manier waarop Jezus die ontmantelt. Het boek is trouwens ook aan te bevelen!
Ten slotte luister ik ook naar de Into the wild-podcast van het Free Believers Network. Ook hier ligt de nadruk op het groeien in de vrijheid van een leven in een relatie met de levende God, vrij van systemen van controle en manipulatie zoals die worden gevonden in sommige kerken. De insteek is soms wel erg kritisch en niet alles is een op een van toepassing op elke kerk, maar de vrije discussies leveren wel stof tot nadenken op!

zondag 21 maart 2010

Van creationist naar evolutionist (3): de dierlijke mens

Het is nogal wat. Van het ene moment op het andere van wereldbeeld veranderen. Wanneer je opeens niet langer gelooft dat de mens afzonderlijk van alle andere dieren en de rest van de werkelijkheid uit het niets geschapen is, maar dat er aan de komst van de mens een scheppingsproces is voorafgegaan, waarbij de ene diersoort overging in de andere, heeft dat onherroepelijk gevolgen: voor je godsbeeld (zoals we al zagen), voor je wereldbeeld en voor je mensbeeld (daar gaat het nu over). Zo’n omschakeling zal er namelijk toe leiden dat je jezelf gaat zien en accepteren als behorend tot de geschapen werkelijkheid, en niet langer die aspecten in jezelf veroordeelt waarin je overeenkomt met de dieren, zoals je lichaam en lichamelijke verlangens (wat niet wil zeggen dat je er niet op een goede, respectvolle manier mee zou moeten omgaan). Dit is mijns inziens een erg gezonde verandering en bovendien een Bijbelse.
De Bijbel bevestigt namelijk volmondig het feit dat we als mensen onlosmakelijk deel zijn van de geschapen werkelijkheid. We bestonden niet eerst als zielen in de geestelijke wereld, en zijn niet pas bij de schepping in lichamen terechtgekomen. Onze lichamen zijn geen gevangenis voor wat er werkelijk toe doet, onze geest. We hoeven er ook niet naar te streven om ons lichaam te verlaten of deel te worden van een niet materiële wereld, als zou dat inherent beter en waardevoller zijn. We zijn geen zielen die een lichaam hebben, we zijn ook geen lichamen die door een ziel bewoond worden, we zijn mensen. Er is geen onderscheid tussen de mens en zijn lichaam. Neem het lichaam weg en de mens verdwijnt. Er is geen scheidslijn aan te geven waar het lichaam ophoudt en de ‘ziel’ begint. Alle processen die wij ervaren als deel van ons bewustzijn, kunnen we beschrijven in termen van zenuwcellen, signaaloverdracht, neurotransmitters, hersenkernen en netwerken. Verander of beschadig iets van die materiële werkelijkheid, en het heeft gevolgen voor wat wij ervaren als ons ik of ons bewustzijn. Het is niet zo dat de menselijke ziel in een geestelijke dimensie boven ons lichaam zweeft en dat aanstuurt als een bovennatuurlijke poppenspeler. En het is al helemaal niet zo dat die niet lichamelijke poppenspeler de werkelijke mens is.
Zulke gedachten komen voort uit de Griekse filosofie met z’n ideeënleer en Oosterse religie met z’n reïncarnatie. Nee, wij zijn een geheel. Wij zijn dus onze lichamen. Zo heeft God ons gemaakt. Hij heeft geen bovennatuurlijke zielen geschapen en die in zielloze robots ondergebracht. Hij maakte mensen, compleet en helemaal: man en vrouw maakte hij hen volgens de Bijbel. En hij maakte hen uit het stof van de Aarde, dat Hij zijn levensadem inblies. Het stof van de aminozuren en ribonucleïnezuren, van eiwitten en DNA en van cellen en zenuwen en pezen en spieren en hersenen. Stof zijn we en tot stof zullen we terugkeren. God weet welk maaksel te zijn, hij weet dat wij stof zijn. Hij weet dat wij uit materie bestaan, uit cellen en zenuwen. Hij weet dat onze gedachten gedragen worden door biologische en neurologische processen. Hij weet dat we onder invloed staan van onze omgeving en van hormonen en instincten. Hij weet dat we dieren zijn, want de prediker zei het al: 'God heeft de mensen bevoorrecht: ze beseffen dat ze als de dieren zijn. Niet meer dan de dieren zijn ze, want de mensen en de dieren treft hetzelfde lot' (Pred 3:18,19). En hoewel wij dieren zijn, vindt God ons belangrijk: we zijn Zijn schepselen. Dus mogen ook wij onszelf belangrijk vinden, het feit dat wij materiële, geschapen wezens zijn incluis.


Als ik zeg dat de mens een dier is, doe ik daarmee niets af aan de waarde van de mens. We zijn namelijk niet ‘slechts een dier’. Ik moet denken aan de film Finding Neverland. Een jongetje zegt tegen James Barrie, de bedenker van Peter Pan: ‘But that’s just a dog!’ Hij antwoordt daarop: ‘There is no such thing as ‘just a dog’.’ Want in die film heeft die hond een grotere betekenis gegeven omdat James Barrie hem die verleend had. Net zo heeft God verklaard dat wij waardevol zijn. Hij heeft verklaard dat wij, mensen gemaakt uit stof, materiële wezens, in biologisch opzicht niet te onderscheiden van de dieren, zijn beelddragers zijn. Dat wij zijn gelijkenis dragen. Onze waarde bezitten we niet vanwege een eigenschap van onszelf, vanwege een kenmerk dat ons ‘beter’ of ‘waardevoller’ maakt dan de wereld om ons heen, maar omdat God die waarde aan ons toekent. We hebben geen betekenis omdat we een soort eeuwige geest bezitten die eeuwige waarde zou hebben. We hebben betekenis omdat God die ons verleent. Als Hij ons aanduidt als waardevolle schepselen, die Hij liefheeft, dan hebben wij dat te accepteren, ook al zijn we uit wetenschappelijk oogpunt ‘maar dieren’. Wij zijn als de pot, die heeft te accepteren dat de pottenbakker hem uitroept tot zijn ‘meesterwerk’, ook al bestaan we uit dezelfde klei als alle andere potten. We zijn als het boek waarvan de auteur uitroept dat hij zijn hele hart erin heeft blootgegeven, ook al bestaat het als alle andere boeken uit papier en inkt. Want niet hoe wij onszelf zien bepaalt de werkelijkheid, maar hoe God ons ziet. En als Hij wezens van vlees en bloed aanduidt als zijn beelddragers, ziet Hij kennelijk niets minderwaardigs in het feit dat zij wezens van vlees en bloed zijn, maar is dat Hoe hij wilde dat ze zouden zijn. Dan wilde hij een relatie met mensen met lichamen en lichamelijke verlangens. En Hij bevestigt dat nog eens door te beloven dat Hij ons als de hele mensen die we zijn, met lichaam en al, uit de dood zal opwekken (of een nieuw lichaam zal geven bij de komst van zijn koninkrijk). De bijbel spreekt niet over een hemel waar de ziel na de dood heen zal gaan zonder lichaam, er is geen toekomstverwachting van een puur geestelijk bestaan of een opgaan in het ‘al’. De verwachting van de bijbel is een hoop voor de vernieuwing en het herstel van de schepping. De toekomst waar christenen op mogen hopen is die van een belichaamd leven in die nieuwe glorieuze materiële werkelijkheid. Het is een hoop voor het lichaam!

Dit is echter een wat andere manier van denken dan veel christenen bewust dan wel onbewust hanteren. De platonische en gnostische zienswijze van de ziel die belangrijker of waardevoller is dan het lichaam doet nog steeds opgeld. We waarderen nog steeds spirituele verlangens of bezigheden boven lichamelijke activiteiten en verlangens. We stellen het ‘hemelse’ nog steeds vaak boven het ‘aardse’. Waardoor we bijvoorbeeld niet durven genieten van schoonheid, of van lekker eten, spannende verhalen of goed gezelschap. Waardoor een vriend mij letterlijk door elkaar moest schudden omdat ik bang was dat ik teveel van een film genoot (The Incredibles. Geweldige film!). Het vertaalt zich ook in een ambivalente houding naar onze seksualiteit. Het is iets ‘dierlijks’ en zou daarom minder waard zijn. Kijk maar naar de kerkgeschiedenis en hoe christenen met hun lichamen en seksualiteit zijn omgegaan. We hebben het zwartgemaakt, en het seksuele verlangen als iets slechts neergezet, terwijl het een lichamelijke reactie is! En dus iets goeds, omdat God het in ons gelegd heeft!
Er is nauwelijks een theorie of ideologie aan te wijzen die de kerk en de christenen meer schade heeft toegebracht dan deze van het dualisme tussen lichaam en geest. Kijk maar naar de omgang van de religie met de vrouw. Omdat de vrouw bij de man lichamelijke (‘dierlijke’) lusten opwekt (die niet ‘geestelijk’ zijn en dus minderwaardig of zelfs zondig), is de vrouw zelf minderwaardig en zondig. Terwijl de vrouw volgens de bijbel net als de man de kroon op de schepping was, juist gevormd als weergave van Gods schoonheid. Het was Gods bedoeling dat de man zich tot de vrouw aangetrokken zou voelen. Lichamelijk! ‘Dit is vlees van mijn vlees en gebeente van mijn gebeente’. Adam was behoorlijk opgewonden. En dat is iets goeds. Het is een schande dat een vals Grieks dualisme van seksualiteit (maar ook van schoonheid, goed eten, spannende verhalen en gezelschap) iets ongeestelijks en minderwaardigs heeft gemaakt. God wilde dat de mens zou genieten van seks. Maar ook dat hij zou genieten van de schoonheid van de schepping, dat hij met plezier zou eten van al het goede dat er te eten viel, dat de mens verhalen zou vertellen en ernaar zou luisteren, dat hij zou drinken van de wijn die het hart van God en mensen vrolijk maakt en dat hij genoegen zou ontlenen aan het gezelschap van anderen.
Laten we accepteren dat God ervoor heeft gekozen om in vele miljoenen jaren materiële wezens te maken, en die aan te wijzen als zijn beelddragers, zijn vertegenwoordigers. Dat hij dieren, met lichamen en lichamelijke verlangens, uitkoos om lief te hebben en een relatie mee aan te gaan. En laten wij dan ook onszelf accepteren als de beperkte schepselen die we zijn. We zijn God niet en kunnen hem niet worden. We blijven mens, inclusief een lichaam en alles wat daarbij komt kijken. Zo heeft God ons gemaakt en zo zal God ons uit de dood opwekken.

zaterdag 20 maart 2010

Nieuwe raptor, nieuwe Addams family-film, grottenschorpioenen en de 'de-churched'

Een prachtig fossiel van een nieuwe dinosaurus, de Linheraptor, een neefje van de bekende Velociraptor. En een grote ook: 2,5 meter lang. Daarbij woog ie echter maar 25 kilogram! Veel staart waarschijnlijk.

Voor wie mijn serie volgt over de overstap van creationisme naar evolutionisme: Marnix Medema legt op zijn blog uit welke argumenten er zijn voor de gemeenschappelijke afstamming van mensen en mensapen. Helder te begrijpen en erg overtuigend. 

Tim Burton maakt een stop motion-animatiefilm van The Addams Family. In 3-D.

De complete trailer voor de Franse film van Luc Besson: Adele Blanc Sec. Compleet met pterodactyl. Dat moet ik natuurlijk zien!

Goed nieuw voor fans van de eerste twee X-menfilms (laten we het over de derde maar niet hebben, en Wolverine ook maar vergeten): Brian Singer is bezig met het maken van X-men first class, over het begin van de X-men en de rivaliteit tussen Xavier en Magneto. Maar hij is mogelijk ook betrokken bij de tweede Wolverinefilm en de vierde X-menfilm!

Dit is cool: soms komen grottendieren weer naar buiten om de plek in te nemen van uitgestorven verwanten. Dat gebeurde bij schorpioenen in Mexico, waar de meteoriet die de dinosaurussen uitroeide (de niet vliegende in elk geval) ook de schorpioenen wegvaagde. Maar de schorpioenen in grotten bleven leven en kwamen uiteindelijk weer terug aan de oppervlakte. Ze kregen ook weer een aantal eigenschappen terug van oppervlakteschorpioenen (maar niet hun ogen). Ook interessant uit dit stukje: de diepste schorpioen leeft in een grot op bijna een kilometer diepte!

Nog een manier waarop we onze leefomgeving vernietigen: een vuilnisbelt in de diepzee voor de kust van Californië. En waarschijnlijk is de situatie voor onze kusten niet anders. Wel mooie zeeanemonen en vissen trouwens.

Mooie gedachte van de Naked Pastor waarom hij niet voor een autoritaire benadering kiest: "I thoroughly believe that being weak releases a power that would otherwise hide itself. I think Paul understood this mystery. That’s why he boasted about his weaknesses. It proved that true spiritual wisdom and power was not achieved by human ingenuity, cleverness, intelligence, ambition or charisma." Goeie discussie ook, met onder ander een bespreking van het verband met co-dependency (medeafhankelijkheid).

Interessant artikel in Christianity Today over de 'de-churched'- de christenen die de kerk verlaten. (Een groep waar ik in elk geval in mijn denken bijhoor). Ik behoor tot de eerste groep van christenen die 'have come to recognize that human beings are the vessels of God’s Spirit and not organizations. Over time it dawned on them—This small group is really my church. These are the people I am living out the gospel with. Why do we need the big institution?' Ook belangrijk: deze groep heeft de kerk in theologisch opzicht niet verlaten, maar gelooft in een andere definitie van het begrip kerk dan het gebouw en de dienst op zondag.  

vrijdag 19 maart 2010

Van creationist naar evolutionist (2): God van de processen

Wat je gelooft over het ontstaan van de wereld heeft grote consequenties voor hoe je God ziet, hoe je de wereld ziet en hoe je jezelf ziet. Het is iets existentieels. Daarom doet het wat met je als je ideeën over de oorsprong veranderen. Het volgens mij belangrijkste gevolg van de omschakeling in het denken van jonge aarde creationisme naar een model met een langere geschiedenis, is een verandering van de manier waarop God volgens ons in de schepping en in ons leven te werk gaat. Ik geloof namelijk sinds mijn paradigmawisseling dat God vooral werkt door en aanwezig is in processen (die we vaak heel goed ‘wetenschappelijk’ kunnen beschrijven) en niet in eerste instantie in onverklaarbare, momentane gebeurtenissen, oftewel wonderen (hoewel hij die wel kan gebruiken als hij dat wil). 
Dit besef was in feite wat mij de vrijheid gaf een langere ontstaansgeschiedenis van het leven te accepteren. Ik bezocht namelijk een avond van de christelijke studentenvereniging, waar een christenwetenschapper uit Delft een lezing gaf. Hij bleek de evolutie te accepteren als beschrijving van de werkelijkheid. De vraag kwam of hij daarmee niet waarde ontnam aan de mens. Als de mens het gevolg is van evolutie, heeft hij dan nog wel betekenis? Is hij dan nog beeld van God? Hierop kwam hij met een voorbeeld dat me steeds is bijgebleven, waarschijnlijk vooral omdat ik het heel goed kende uit mijn studie Biomedische Wetenschappen (en door mijn opvoeding als kind van twee huisartsen). Hij gebruikte namelijk het voorbeeld van een baby. Hij zei: ‘Als een kind zich in een enkel moment volledig gevormd van zijn moeder zou afsplitsen, zouden we het dan waardevoller vinden dan een kind dat in de baarmoeder ontstaat uit een enkele bevruchte eicel, als product van processen (onder andere toevallige) die we met wetenschappelijke termen kunnen beschrijven?’ Het antwoord is natuurlijk: nee. Ook al bepaalt het toeval welke chromosomen en welke genen er in de eicel en zaadcel terechtkomen, welke zaadcel er met welke eicel samensmelt en of de bevruchte eicel zich innestelt in de baarmoederwand. Ook al spelen er zich talloze processen af die in de genen zijn voorgeprogrammeerd, die we in de medische studieboeken (zoals ik die in de kast had staan) kunnen beschrijven en op basis waarvan we voorspellingen kunnen doen. Ook al duurt het van ene cel tot volledige baby wel negen hele maanden: het proces leidt tot een mens die volledig dezelfde waarde heeft als was hij uit het niets door God geschapen. En die waarde heeft hij omdat hij door God is geschapen. 
 We weten nu meer over embryologie, maar kunnen nog steeds volmondig de psalmist naspreken als hij zegt: "U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder. Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel." (Psalm 139:13). We weten nu alleen meer over de manier waarop God dat 'in het verborgene' gedaan heeft (vers 14). 

Kortom, we geloven niet meer in een God van de gaten, die kleiner wordt naarmate we meer kunnen verklaren. (zie daarover mijn filmbespreking over Angels and Demons). We weten dat God nog steeds spreekt door de donder, ook al kunnen we die met natuurkundige theorieën beschrijven. We dienen een God die overal bij betrokken is, zelfs bij de processen die wij als toeval beschouwen. Hij kent de haren op ons hoofd, hij ziet elk musje op het dak, en hij weet ook van elke trilling en beweging van elk atoom en elektron in het hele heelal. En hij gebruikt die om tot zijn bedoeling te komen. Dus mogen we gebruikmaken van ontdekkingen uit de moderne medische wetenschap (vaak gedaan op basis van evolutionistische aannames met betrekking tot de verwantschap tussen dieren en mensen!), en als we genezen door een medicijn te slikken, mogen we weten dat dit net zo zeer het werk van God is als wanneer we door handoplegging waren hersteld. We hoeven het bovennatuurlijke, ogenblikkelijke werken van God niet meer te verheffen boven het werk van God dat we beschrijven door middel van de natuurwetten. 


Bovendien is Hij kennelijk een kunstenaar die het proces waardoor zijn bedoelingen tot stand komen minstens even belangrijk vindt als het eindproduct. Er is zojuist een boek van mij verschenen. Het ligt nu bij mij op mijn tafel. Maar het is niet spontaan uit mijn gedachten voortgekomen. Ik knipte niet met mijn vingers en opeens stond het op de harde schijf. Het is het product van een proces, waarbij ik mijn gedachten voorzichtig probeerde te formuleren, waarbij ik corrigeerde en inkortte, waarbij ik anderen ernaar liet kijken en hen zelfs invloed liet hebben, waarbij ik gebruik maakte van andere boeken en de bijbel als bronnen, en waarbij ik uiteindelijk de controle uit handen gaf aan mijn uitgever. En nu ligt er een boek, dat helemaal mijn boek is, nog mooier dan ik in gedachten had toen ik begon. Ik zeg niet dat dit laatste geldt voor God en zijn schepping, maar ik weet wel dat er geen enkele kunstenaar is die niet werkt door middel van een proces. Dat geldt voor een beeldhouwer. Voor een schilder. Voor een schrijver. En zelfs voor een fotograaf. Deze menselijke scheppers hebben een relatie met hun schepping, van de ruwe grondstof tot het voltooide eindproduct. Het is een innige relatie, waarbij de klei onder de vingers van de pottenbakker langzaam vorm aanneemt, en de vingerafdrukken van de maker deel gaan uitmaken van de uiteindelijke pot. Het is iets intiems en moois. Het duidt op een diepe verwevenheid van maker en maaksel.


En dit is de manier waarop God nog steeds met onze levens bezig is. De groei in ons leven vindt niet plaats in een enkel moment, we zijn niet plotseling helemaal anders, we zijn niet in een klap volmaakt, nee: God werkt ook nu nog het liefst door processen. Hij is er tevreden mee als we niet stante pede volmaakt zijn, hij kan leven met imperfectie en onaffe situaties. Hij is niet bang van ‘works in progress’. Nee, als wij ons aan hem overgeven, vormt Hij ons naar zijn beeld. Maar de manier waarop hij dat doet is in een proces. En hij gebruikt daarbij niet alleen en misschien wel meestal niet de bovennatuurlijke methoden voor. Hij gebruikt processen en wetmatigheden die wij misschien zouden afwijzen. Hij gebruikt het toeval (wat niet betekenisloos is, maar ‘wat ons toevalt’, zoals ik het Antoine Bodar eens hoorde zeggen), de mensen die op ons pad komen, de twijfels, de mogelijkheden, de tegenvallers, vreugde, schoonheid, relaties, alles om ons te maken tot wie we bedoeld zijn te zijn. Het is niet aan ons om daarover te oordelen. De klei moet niet in opstand komen tegen de pottenbakker. We moeten ook geen wonderen eisen, of klagen dat we nog niet af zijn. Nee, we mogen zien dat we ons in een proces bevinden, het scheppingsproces van een kunstenaar, die ons dag na dag, moment na moment, vormt naar zijn wil. En we mogen alles wat we in ons leven tegenkomen, ook het schijnbaar toevallige, zien als de instrumenten die God in dat proces kiest te gebruiken. En erop vertrouwen dat aan het eind van dat proces, ook al denken wij dat gewoon gebeurde dat moest gebeuren, Gods bedoeling helemaal vervuld zal zijn.
Dit hangt samen met een andere verandering die het gevolg is van de stap van jonge aarde creationisme naar een langere ontstaansgeschiedenis van het heelal en het leven, namelijk in de manier waarop we onszelf zien. Maar daarover meer in het volgende deel.