zondag 29 november 2009

Boekbespreking: Seeing is believing


Ik heb de laatste twee zondagen een experiment uitgevoerd tijdens de kerkdienst - wees gerust, ik ga het zeker over dit boek hebben. Er staat per slot van rekening 'Boekbespreking' boven dit stukje. Ik heb geprobeerd bij het zingen me een voorstelling te maken bij wat ik zong. Gewoonlijk zing ik de woorden, zoveel mogelijk op de juiste melodie, en denk ik er af en toe bij na of het wel waar is wat ik zing. Meen ik het als ik zing: 'Jezus, ik houd van u?'. Moeilijke vraag. Ik vind zingen leuk, maar het zingen in de kerk duurt af en toe lang, en ik heb niet altijd het gevoel dat ik echt in contact sta met God. Maar nu probeer ik dus niet alleen de woorden te zingen, maar tegelijk voor met te zien wat ik zing. Als ik zing 'Ik kom in uw heiligdom binnen', zie ik voor me hoe ik de tempel of de tabernakel binnenga. Als ik zing over het kruis, probeer ik het voor me te zien. Als ik zing dat de bergen moeten wijken voor God, stel ik me vulkaanuitbarstingen en aardbevingen voor. Opeens lijkt de kerkdienst snel voorbij te zijn. En ik heb het idee dat ik meer van God ervaren heb. Dat mijn ontzag voor Hem echter was en dat ik dankbaarder ben voor wat Hij gedaan heeft.

Ik kwam op het idee van dit experiment door het lezen van het boek Seeing is believing van de Amerikaanse voorganger Gregory A. Boyd. Hij is vooral bekend van zijn boeken over het controversiƫle 'open theisme'. Ik weet nog niet goed wat ik daarvan moet denken. Maar in dit boek speelt dat onderwerp in elk geval geen enkele rol. Dit boek gaat over de rol van ons voorstellingsvermogen in ons leven als christen. Volgens Boyd hebben we als moderne mensen het idee dat alles wat we ons voorstellen niet meer is dan fantasie, verzonnen, onwerkelijk. We geven ons voorstellingsvermogen dan ook geen rol in ons geloofsleven. We houden het bij geloofsovertuigingen, bijbelteksten, harde feiten. Dat is vast, dat is zeker. Maar, omdat we ons voorstellingsvermogen hebben uitgeschakeld, worden al deze waarheden nooit werkelijkheid voor ons. We zitten als mensen nu eenmaal zo in elkaar dat we denken in beelden. We hebben plaatjes in ons hoofd, die corresponderen met de woorden die we gebruiken. Hoe levendiger dit plaatje, hoe sterker we in de waarheid geloven. Begrippen waar we ons geen voorstelling bij kunnen vormen, blijven voor ons dus afstandelijk en onwerkelijk. Het instrument, het 'orgaan', waarmee we de beelden vormen bij de termen en begrippen waarin we denken, noemen we de verbeelding.

Boyd laat zien dat door de hele kerkgeschiedenis heen, christenen deze verbeelding een rol hebben gegeven in hun geestelijke leven. Hij geeft aan dat er mensen zijn die veel bidden, die dat graag doen en het een krachtige ervaring vinden. Er zijn ook mensen die het moeilijk vinden te bidden, die er nauwelijks de discipline voor kunnen opbrengen en die het niets lijkt te doen. Het verschil tussen beide groepen is niet dat de ene groep 'geestelijker' is dan de andere. Nee, het zijn de beelden die de twee groepen hebben bij het bidden. De laatste groep spreekt woorden uit, schijnbaar naar het plafond, ze praten, maar weten niet dat ze gehoord worden. De eerste groep ziet zichzelf in de aanwezigheid van God komen, deze mensen ervaren dat God luistert en tot hen spreekt, ze bidden met gebruik van hun verbeelding.
Hetzelfde geldt voor aanbidding: voor de ene groep is het zingen in de kerk een lege ervaring. Voor de andere groep is het geweldig: ze zou het liefst uren doorgaan. De ene groep is niet geestelijker dan de ander, ze gebruikt alleen de verbeelding bij het aanbidden. Deze mensen stellen zich voor dat ze in de aanwezigheid van God komen, dat ze voor zijn troon knielen en da zijn vriendelijke, liefdevolle ogen op hen gericht zijn.

De waarheden van het christelijk geloof worden pas werkelijkheid voor ons, als we ze zien 'met de ogen van het geloof'. Paulus bidt dan ook voor de Efeziers dat God hen 'geopende ogen van het hart' zou geven. Hij wil dat ze niet alleen met het intellect weten dat God hen liefheeft, maar dat ze het ervaren in hun hart. Dat ze er een beeld bij vormen. Als we 'zien' dat God naar ons toekomt, ons omhelst, en ons elk persoonlijk zijn geliefde kinderen noemt, wordt het werkelijkheid voor ons. En pas dan gaat ons leven veranderen. Pas dan gaan we God en anderen liefhebben op dezelfde manier als God van ons houdt. Wij kunnen die verandering niet zelf afdwingen, heb ik in een eerder bericht gezegd, het enige dat we kunnen doen is ons openen (inclusief onze verbeelding) voor de liefde van God.

Boyd geeft daarvoor ook een oefening, die hij noemt: 'rusten in Christus'. Zoek een rustige plek, met of zonder rustige muziek, en probeer je Jezus voor te stellen. Probeer je voor te stellen dat hij persoonlijk al die dingen tegen je zegt die in de Bijbel staan. Wees open voor wat hij je nog meer wil zeggen. Misschien wil hij je in de verbeelding meenemen naar een moment in het verleden. Misschien wil hij je ergens over troosten. Misschien wil hij je zijn kalme aanwezigheid laten ervaren. Probeer het gewoon!

Op de website van de Woodland Hills Church (waar Boyd voorganger is) staan lezingen die hij in het voorjaar van 2009 over dit onderwerp heeft gehouden onder de titel 'Animate'. Ik heb ze geluisterd bij het aquariumschoonmaken. Hij legt het onderwerp op een levendige manier uit, beantwoordt vragen, en doet ook enkele oefeningen met het publiek. Dit kan levensveranderend zijn. De eerste in de serie is op 19 april 2009.

2 opmerkingen:

  1. Klinkt goed. Misschien ga ik het ook eens proberen. Als ik het niet vergeet ...
    Wij hebben trouwens ook een boek van die schrijver, "Brieven van een scepticus". Dat is een briefwisseling met zijn vader, die niet-gelovig was. Het begin was boeiend en veelbelovend ... en verder ben ik niet gekomen :-( Het probleem van 'te veel willen in niet-rekbare tijdsspanne' gooide weer roet in het eten.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ah, ja, dat is een van zijn bekendere boeken.
    Ik heb het nog niet gelezen, maar wel nog een ander boek van hem (en er staat er een voor volgend jaar op mijn lijstje).
    Zoveel boeken, zo weinig tijd. Ik ken het.

    Johan

    BeantwoordenVerwijderen