zaterdag 31 maart 2012

Gerechtigheid 2: Het begint van binnen

Gerechtigheid blijft voor mij soms een ‘ver van mijn bed’-show. Kindsoldaten in Afrika, vrouwenhandel in Zuidoost-Azië, onderdrukking van andersdenkenden in het Midden-Oosten en in China, de lijst gaat schijnbaar eindeloos door. Het lijkt altijd een probleem van mensen ‘daar’, buiten mijn kennissenkring, buiten mijn invloed. Ik voel me vaag schuldig omdat ik niet gevangen zit, niet als vee wordt verkocht, niet wordt gedwongen familieleden te verraden en niet in het geheim met anderen hoef af te spreken om mijn geloof te beleven. Dus doe ik wat geld in de collecte, zet mijn handtekening onderaan de lijst, en keer vervolgens opgelucht terug tot mijn veilige, comfortabele, vrije leventje. Ik heb de stem van mijn geweten tot zwijgen gebracht en kan me weer met volle aandacht wijden aan mijn baan, mijn huis, mijn hobby’s en mijn gezin. Tenminste, tot de volgende oproep op tv verschijnt, of de volgende collectant bij mij aan de deur staat. Maar de pijn van het onrecht, de ernst van het kwaad, blijft al die tijd buiten mijn hart. Ik voel het niet echt en dus is ook mijn bewogenheid niet echt.   
Wat God wil, is dat mijn strijd tegen het onrecht begint in mijn eigen binnenste. Zolang mijn actie alleen maar voortkomt uit schaamte of schuldgevoel is het niet meer dan ‘een dreunende gong of een schelle cimbaal’ (1 Korintiërs 13:1), voor God niet van meer waarde dan de ‘gerechtigheid … van de schriftgeleerden en de farizeeën’ (Matteüs 5:20). Ik moet het kwaad leren herkennen in mijn eigen omgeving en in mijn eigen situatie gaan leven in de realiteit van Gods liefde voor mij. Pas dan zal ik oprecht gaan geven om de omstandigheden van anderen, en zal ik mij uit eigen beweging opofferen om mijn naasten vrij te maken. Ik geloof dat Petrus hierop doelt als hij waarschuwt dat het oordeel ‘begint bij Gods eigen mensen’ (1 Petrus 5:17). Onrecht bevindt zich niet in de buitenwereld, op een afstand, maar in mijn huis, in mijn hart.
  
Laten we er geen doekjes om winden: prostitutie, mensenhandel, slavernij en onderdrukking ontnemen mensen hun waarde als geliefde kinderen van God. Maar hetzelfde geldt voor ons alles doordringende materialisme, ons ongebreidelde consumeren, onze ongeremde prestatiedrang en onze inhoudsloze communicatie. En deze zijn zo mogelijk nog verderfelijker. Ze blijven niet aan de oppervlakte, maar dringen ongemerkt binnen in onze persoonlijkheid. Ze beïnvloeden onze overtuigingen, vijlen aan ons geweten en corrumperen onze normen en waarden. Ze maken ons blind voor de betekenis van ons bestaan, ontnemen ons onze waardigheid en vullen ons met zinloosheid. En we zijn het ons niet eens bewust. Ondertussen kraakt het milieu, wankelt de economie en neemt de depressie in Nederland epidemische vormen aan. Dat zou iets moeten suggereren: ook onze ziel is dood. Ook wij zijn armzalig, berooid, blind en naakt (Openbaringen 3:17).

Ik, jij, onze vrienden en collega’s, en alle mensen over de hele wereld: we zijn allemaal tegelijk daders en slachtoffers van het onrecht. We proberen uit alle macht onze omgeving te manipuleren om zo onze omstandigheden veilig te stellen, en tegelijkertijd worden we door machten van buiten ons gecontroleerd om te voldoen aan andermans verwachtingen. We zijn onvrij. Of we nu zelf over anderen heersen of door anderen overheerst worden, we verliezen ons vermogen te reageren op onze omstandigheden, ons leven, en de eigenheid die ons tot onszelf maakt, onze individualiteit. We zijn, net als de hele wereld, ‘in de macht van hem die het kwaad zelf is’ (1 Johannes 5:19). Volgens de bijbel is de moordenaar vanaf het begin, satan, de oorzaak achter alle gevangenschap en overheersing (vergelijk Johannes 8:44). Hij neemt ons ‘levend gevangen en dwingt [ons] zijn wil te doen’ (2 Timoteüs 2:26). Deze engel heeft zelf de liefde en vrijheid van God afgewezen en wil ons nu omvormen tot zijn eigen afschuwelijke gelijkenis. De Engelse schrijver C.S. Lewis laat het de demon Schroefstrik zeggen in Brieven uit de Hel: ‘Het is ons erom te doen de wil van de mens in de onze te absorberen… ons doel is een wereld, waarin Onze Vader Beneden alle andere wezens in zich heeft opgenomen.’ Terwijl God in de hemel wil dat wij steeds meer onszelf worden, unieke personen met wie hij in relatie wil staan, wil Gods tegenstander dat wij elk spoortje individualiteit verliezen en geen enkel initiatief meer kunnen nemen. Hij wil dat wij ons laten beheersen door onze onvervulbare verlangens, in plaats van afhankelijk te zijn van de liefde van de drie-enige God. Daartoe vervreemdt de grote ‘aartsleugenaar’ ons van de waarheid (Johannes 8:44). Hij ontkent de realiteit van onze persoonlijkheid en onze betekenis in de relatie met God en met anderen. En dus kiezen we voor de manipulatie, de controle, de ongerechtigheid.

We zullen pas vrij worden van die dingen, als we de leugen afwijzen en gaan leven in overeenstemming met de waarheid: de waarheid dat ieder mens door en voor God geschapen is en dus recht heeft op onze liefde. Daarom houdt Jezus in Lukas 14:12-14 zijn discipelen voor: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit … zij kunnen voor u niets terugdoen. Dan zult u gelukkig zijn.’ Hij bedoelt niet dat we straf zullen krijgen wanneer we onze vrienden uitnodigen voor het eten. Hij is niet boos op ons omdat we een gezellige avond hebben met onze familie. Jezus wil echter dat we onze beslissingen niet langer baseren op controle, dat we geen relaties met elkaar aangaan om iets van anderen gedaan te krijgen, maar dat we goed doen omdat we het beste zoeken voor onze medemens, omdat we verlangen naar gerechtigheid. Dat geldt voor dichtbij en ver weg. Als we met heel ons hart ‘recht’ willen leven, kunnen we eindelijk geld overmaken, niet omdat we ons geweten willen sussen, maar omdat we daadwerkelijk om anderen geven. Dan kunnen we onze handtekening zetten onder de petitie, niet omdat iedereen het doet, maar omdat we ons niet verheugen over het onrecht (1 Korintiërs 13:6). Dan kunnen we werkelijk liefhebben.

vrijdag 30 maart 2012

Links: Watervlooien, Marianentrog, Hubble-theologie, zelfbeeld en machtsstrijd

Ook dichter bij huis kun je de meest bizarre monsters tegenkomen, als je maar aandachtig genoeg kijkt: zoals in een druppel slootwater. Deze prachtige bewegende opnames tonen watervlooien, hydra's, copepoden en nog veel kleinere levende wezens ...

In Burundi is een kikker teruggevonden waarvan men 67 jaar dacht dat hij uitgestorven was!

Interessant artikel over de grote vraagstukken in de Biologie, van dezelfde orde van belangwekkendheid als de zoektocht naar het Higgs boson in de natuurkunde. De belangrijkste vraag: is er leven elders in het heelal, of dichter bij: in ons zonnestelsel? De tweede: is er 'buitenaards' leven op Aarde, een zogenoemde schaduwbiosfeer van leven op een totaal andere biochemie gegrondvest dan de bekende vormen? Beide zijn enorm boeiend!

James Cameron is afgedaald naar de diepste plek in de oceaan, elf kilometer onder de oppervlakte. Hij vond daar geen reuzenhaaien, maar een kaal maanlandschap. Ik ben benieuwd naar meer opnames!

Dit zou wel eens een hele mooie animatiefilm kunnen worden, over een expeditie naar de Noordpool, van de makers van onder andere The Secret of Kells

In een wat ouder artikel schrijft Michael Spencer (de Internetmonk) over het effect van de astronomische waarnemingen van de Hubble telescoop op zijn christelijk geloof. "I will admit that meditating on the Hubble photos plays havoc with my understanding of theology. The Bible was written in a pre-scientific culture. Despite the valiant attempts of my Creationist friends to rescue the Bible as a book of literal science, I increasingly see that the Bible delivers its story to us in the language of people who simply could not have fathomed what Hubble is showing us." Maar de manier waarop God zich openbaart is niet in de eerste plaats via de wetenschap. "I realize that the heart of reality, however, is not the depth and beauties of space. The heart of reality is the God revealed in Jesus. The story of the Prodigal Son takes me deeper into God’s universe than any telescope or space probe. The cross and resurrection show me more of the essence of reality than can be seen in the information gathered by any ingenious human instrument."

Op Experimental Theology haalt Richard Beck een interessant verhaal aan van iemand die zijn angst voor de dood overwon en daardoor in staat was om anderen lief te hebben. In de reacties ontspint zich een boeiende discussie over zelfbeeld en eigenwaarde - is dat iets waar we aan moeten werken? Beck kiest voor een andere benadering, die er niet op is gebaseerd om positief over je zelf te denken, maar om niet over jezelf te denken. "That seems abstract so here is an example from my own life. Am I a good father? I think that question is a trap. If I say I'm a good father I've likely blinded myself to areas where I need improvement. By contrast, if I think I'm a bad father I start moving in more morbid and neurotic directions. What I try to do instead is just keep focusing on being a father. I keep reminding myself about what all that entails and move in that direction. The key is to keep this about the present moment. Self-esteem is generally past-oriented--"Have I, in the past, been a good or bad father?" In an very important sense, that question doesn't matter. And trying to get an answer to that question is really distracting you from being a father RIGHT NOW. Just be a father and stop ruminating." Hij vertelt ook hoe dit werkt in relatie tot zijn blog en wat het succes van zijn blog betekent voor zijn eigenwaarde.

En Richard Beck is op dreef deze week: zo kijkt hij terug op de opmerking van John Piper dat het christelijk geloof een 'mannelijke' sfeer uitademt. Als reactie daarop wordt vaak gezegd dat God ook vrouwelijke kenmerken heeft. Maar daar gaat het helemaal niet om, beweert Beck. "The issue isn't really about gender, about if God has a "masculine" or "feminine" feel. The issue is about the use of power within the Kingdom. The discussion about gender is really just a cover for a powerplay, about who is in charge and who gets to call the shots. And as we've seen, Jesus is absolutely hostile to this sort of thing. When this sort of thing is going on in the Kingdom Jesus will be bringing the sword." Dit sluit aan bij de onderwerpen waar ik tegenwoordig over denk, het thema zwakheid, en hoe we niet op onszelf gericht moeten zijn maar op mensen en de wereld buiten ons. Dat is wat liefde betekent. En deze naar buiten gerichte liefde brengt ons in conflict met machtsstructuren (zoals ook met Jezus gebeurde). "There should be no peace in this instance, only conflict with the power structure.  Jesus completely undermines the powerplay. Power in the Kingdom is not "lording over" people, with some giving orders and others obeying orders. That's the way the world works. And if you see that sort of stuff going on in a church you're witnessing heresy. Christians don't give orders to Christians. The Christian way is the cross. The greatest amongst us are the servants. The preeminent amongst us are the ones washing feet. We seek to serve rather than be served. That's how power looks in the Kingdom of God."

Op Mockingbird een herinnering aan het feit dat wij geen rationele wezens zijn, maar emotionele wezens, in een bespreking van een recent boek. "Haidt argues that people are fundamentally intuitive, not rational. If you want to persuade others, you have to appeal to their sentiments."

woensdag 28 maart 2012

Foto's: buitengewone korstmossen

Ik blijf erbij dat korstmossen fascinerende wezens zijn - een combinatie tussen schimmel en alg die in de meest barre omstandigheden weet te gedijen, en vaak bizarre vormen aanneemt en felle kleuren toont, als koralen op het land, of als buitenaardse groeisels. Ik kan het daarom niet laten ze te fotograferen.





dinsdag 27 maart 2012

Filmbespreking: A Dangerous Method

Ik lees vaak voordat ik naar de film ga de recensies. Ik wil namelijk graag weten waar ik aan toe ben. Maar het is gevaarlijk op de filmbesprekingen in de kranten af te gaan. Wat de recensent belangrijk vindt kan namelijk behoorlijk verschillen van wat je zelf mooi of interessant vindt. Dat was het geval bij A Dangerous Method - een aantal recensies zetten de film neer als saai, met het argument dat de hoofdmoot bestond uit gesprekken over ontdekkingen en theorieën. Maar wat hadden ze dan verwacht van een film over twee wetenschappers, wier denkbeelden de psychologie en de psychiatrie blijvend veranderden? Wie een film gaat zien over Sigmund Freud en Carl Jung kan er van uitgaan dat er intellectuele discussies in zullen voorkomen. Sterker nog: dat het verhaal door deze discussies verteld wordt. De gesprekken in deze film zijn namelijk zo dramatisch als de opwindendste actiescène in een James Bond film - zelfs zodanig dat tijdens een ervan een van de gesprekspartners op de grond stort. Er vliegen echter geen kogels door de ruimte, maar onuitgesproken verwachtingen, verborgen betekenissen achter literaire allusies, bewondering, haat, leugen en eerlijkheid. Sensatie hoeft niet in de grote gebaren te zitten, maar kan ook bestaan uit de plotselinge realisatie dat een verwijzing naar een Egyptische inscriptie eigenlijk een dolkstoot is. En ondertussen leer je als kijker ook nog het een en ander over de grondleggers van de psychoanalyse en hun uitgangspunten en dat alles in de prachtig verbeelde Wenen van het begin van de vorige eeuw. Wat wil je als kijker nog meer?

De film begint als Carl Jung een nieuwe patiënt in behandeling neemt: de jonge Sabina Spielrein, die wordt opgenomen wegens hysterische aanvallen. De psychiater wil een nieuwe behandelmethode op haar uitproberen, de ‘dangerous method’ uit de titel, waarover hij gelezen heeft bij zijn voorbeeld en inspiratiebron, Sigmund Freud. Het gaat om de psychoanalyse, waarbij vooral met de patiënt gepraat wordt, om hem of haar te laten zien welke oorzaak (vaak een frustratie uit het verleden) aan de symptomen ten grondslag ligt. Door zijn gesprekken met de jonge vrouw komt inderdaad een geschiedenis uit haar jeugd aan het licht, die grote invloed heeft gehad op haar leven. Haar klachten nemen daarna af. Het blijkt daarnaast dat Sabina Spielrein erg intelligent is. Ze wil zelf ook psychiater worden, en werkt al snel samen met Jung. Maar kan een behandelaar vriendschap sluiten met een van zijn patiënten? En wat als de niet verwerkte pijn uit haar verleden haar verlangens blijft misvormen? Wat als Jung zelf gefrustreerd is over zijn huwelijk, en angstig over de komst van kinderen die hem kunnen weerhouden van zijn creatieve werk? Het gevolg is een schandaal dat Jungs carrière in gevaar brengt en ook zijn relatie met zijn leermeester Freud, die als de dood is dat zijn geliefde psychoanalyse niet serieus zou worden genomen.

Dit is een film waarvan de kracht afhangt van de acteurs - en gelukkig zijn die goed op dreef. Vooral Keira Knightly, die in haar verbeelding van hysterie heel ver gaat (kan een kaak daadwerkelijk zo ver uitsteken?), maar ook later in het verhaal de kwetsbaarheid en gebrokenheid laat zien die onder het oppervlak van Sabina Spielrein steeds aanwezig blijven. Haar intensiteit is heel geloofwaardig. Viggo Mortensen speelt een Freud, die prat gaat op zijn inzicht en overtuigd is van zijn gelijk - zwaait hij daarom steeds met zijn sigaar, of is die in dit geval gewoon een sigaar? Michael Fassbender geeft vorm en inhoud aan Jung en zijn spel voert je mee in het verhaal. Niet alleen de oprechte empathie en plichtsgetrouwheid van Jung zijn overtuigend, maar ook zijn worsteling met zichzelf en zijn vertwijfeling. Ik kon in elk geval erg met hem meevoelen. De film is geregisseerd door David Kronenberg, die bekend is geworden met horrorfilms over de afkeer van het lichaam en verstoorde seksualiteit -precies thema’s waar Freud en Jung zich over bogen - en van wie uit interviews bekend is dat hij altijd interesse heeft gehad in de psychologie. Dit is geen horrorfilm, maar er is wel sprake van enkele seksscènes. Ik vond ze in dienst staan van het verhaal, maar iets meer suggestie had in het licht van het meer op gesprekken gebaseerde verhaal waarschijnlijk niet misstaan. Het is al met al niet een film voor iedereen, maar voor wie een rustig verteld verhaal over een belangrijk intellectueel onderwerp kan waarderen, alleszins aan te raden!

Deze film zette me zeker aan het denken. De drie psychiaters (Jung, Freud en Spielrein) hebben namelijk elk hun eigen ideeen over de drijfveren van de mens, en ik geloof ook dat de film althans ten dele toont waar deze ideeen toe leidden in de levens van de hoofdpersonen. Dat maakt het interessant om ze te vergelijken met de boodschap van het Grote Verhaal. Dat is een wat intellectuelere benadering dan ik gewoonlijk toepas bij films, waar ik naga hoe mijn emotie wordt aangesproken en hoe mijn verlangen naar schoonheid, waarheid en liefde wordt vervuld of opgewekt, maar in dit geval is het de meest geschikte.
Sigmund Freud staat er nog steeds om bekend dat hij de beweegredenen van de mens terugbracht tot de ‘driften’, waarvan de seksuele drift de belangrijkste was. Problemen zouden ontstaan door het verdringen - van traumatische ervaringen, of van de driften en verlangens zelf. De mens wordt dus beheerst door het onbewuste (zowel de onbewuste driften als de onbewuste verdringing). Genezing zou komen door het bewust worden van de verdrongen trauma’s of driften. Als men er bewust van was geworden, kon men ermee omgaan. Dit is wel een heel reductionistische benadering. Al de keuzes van mensen, al hun aspiraties en hun creativiteit, wordt teruggebracht tot onbewuste drijfveren, met name de seksuele. De mens als persoon wordt zo uit de vergelijking gehaald - hij is betekenisloos, een schip dat stuurloos door de golven wordt meegesleurd.
De theorieën van Freud zijn in onmin geraakt, maar het gereduceerde beeld van de mens is gebleven. Nu wordt er niet meer gesproken over driften of verdringing, maar wel wordt van de mens gezegd dat alles wat hij doet en nalaat te maken heeft met het succes in de voortplanting. Ditmaal niet op basis van psychologie, maar op basis van de biologie: de evolutie. De drijfveren van de mens liggen niet vast in zijn onderbewuste, maar in zijn genen. Bijna elk gedrag wordt verklaard doordat het hiel bij het doorgeven van de genen. Zelfs de creativiteit van kunstenaars wordt vergeleken met de vertoningen van dieren die indruk proberen te maken op het andere geslacht. Dat Rembrandt de nachtwacht schilderde is volgens de evolutionistische sociologie terug te voeren op de prieelvogel die een nestje bouwt en daarmee een vrouwtje probeert te lokken. Niet alleen misdaden of geweld, maar ook liefde en rechtvaardigheid kunnen met een handgebaar worden afgedaan: “Oh, dat doet hij of zij alleen maar, omdat ...” Dat gold voor Freud en dat geldt voor de evolutionisten van nu. De mens en wat hij doet heeft geen intrinsieke betekenis meer, er is geen sprake meer van ‘goed’ of ‘kwaad’. Er is geen verantwoordelijkheid meer, een mens hoeft zich niet meer te houden aan regels of te streven naar een ideaal. Vrijheid is gelegen in het volgen van de onbewuste driften, in het leven volgens de manier die door de evolutie is geselecteerd als de meest succesvolle.

Ik denk dat deze film twee valkuilen laat zien die hiervan het gevolg zijn. Freud is bijvoorbeeld zo overtuigd van zijn gelijk dat hij geen vragen stelt bij zijn motivaties. Hij herkent wel bij anderen waar ze gebonden zijn door repressie, maar ziet het niet bij zichzelf. Dat maakt hem kwetsbaar voor afwijzing. Aan de andere kant wordt Jung er door Otto Gross (een leerling van Freud) van overtuigd dat het ongezond is zijn verlangen naar Spielrein te onderdrukken. Zij wil het, hij wil het, waarom zou hij hen allebei frustreren door niet toe te geven? Hij komt hierdoor op een gevaarlijk pad, waarbij onder andere zijn huwelijk en zijn carrière op het spel komen te staan. Maar hij had beter kunnen weten: Otto Gross was niet voor niets als psychiatrisch patiënt opgenomen, en liet duidelijk zien welke negatieve effecten het heeft aan elke begeerte toe te geven (vooral voor anderen!). Hij had zich ook kunnen realiseren dat Spielreins trauma nog niet hersteld was en dat haar verlangen niet een teken was van gezondheid, maar van ziekte.
Het Grote Verhaal van de bijbel stelt hier tegenover dat mensen niet betekenisloos zijn, de producten van seksuele drift of evolutie, maar intrinsiek betekenisvol, omdat God hen naar zijn beeld heeft geschapen. De individuele mens heeft betekenis en waardigheid, in zichzelf. En ook wat de mens doet heeft betekenis en waardigheid in zichzelf. De menselijke creativiteit is betekenisvol: we scheppen omdat we geschapen zijn in het beeld van de Schepper. Het zoeken naar de waarheid heeft betekenis, omdat de Waarheid zelf de schepper is. En menselijke relaties hebben betekenis, liefde heeft betekenis, omdat de ander niet alleen een object is om jouw verlangen/evolutionaire drijfveer te vervullen, maar een mens die door God is geschapen.
Deze betekenis is niet wetenschappelijk vast te stellen - het is een geloofsfeit, dat niet kan worden ontdekt, maar moet worden aangenomen, moet worden ontvangen. Betekenis is iets dat wordt gegeven. Maar wie dit aanneemt, ontdekt dat hij daardoor niet zijn vrijheid verliest (wat Freud geloofde -religie was voor hem een vorm van onderdrukking en repressie) maar juist zijn vrijheid vindt. Hij ontdekt dat hij niet hoeft te worden geregeerd door zijn driften, maar dat hij ervoor kan kiezen het avontuur van de waarheid aan te gaan, relaties te beginnen met andere mensen, en schoonheid te maken en ervan te genieten. Dit betekent niet dat hij zijn verlangens weer moet onderdrukken - Freud had inderdaad gelijk dat we worden gedreven door verlangens (waarvan het seksuele verlangen een belangrijke is) en dat het onderdrukken van verlangens schadelijk kan zijn. Wat ons gezond maakt is niet het vrij zijn van verlangens, maar de vrijheid van onze verlangens. Dit betekent dat we de vervulling van ons verlangen loslaten, dat we het accepteren dat onze behoefte onbevredigd blijft, omdat we weten dat we betekenisvol zijn, en dat we pas echt tot vervulling komen als we leven als betekenisvolle wezens in een betekenisvolle wereld.

Toevallig genoeg had ik voor de film begon een gesprek met mijn vriendin over wat het betekent jezelf te zijn. Het is namelijk makkelijk te denken dat je jezelf bent als je je niet inspant, als je geen moeite hoeft te doen. Dat je het meest jezelf bent als je alles direct doet wat in je opkomt, en als je nalaat wat je moeilijk lijkt, of wat inspanning vergt. Maar dit is niet waar! Want zo wordt je bepaald als mens door wat op je afkomt. We kwamen tot de conclusie dat je het meest jezelf bent als je actief bent, niet als je passief bent. Als je actief kiest voor wat belangrijk en waardevol voor je is, en moeite doet voor wat betekenis voor je heeft. Je laat bijvoorbeeld niet jezelf zien als je het eerste het beste kledingstuk uit de kast trekt en dat aantrekt. Je laat jezelf zien als je bewust kiest wat je mooi vindt, wat een uitdrukking is van wie je wilt zijn. Dat wil zeggen dat je jezelf moet zien als belangrijk en waardevol, want anders zou je geen moeite doen voor jezelf.
In deze film zou Jung zich niet hebben hoeven laten meeslepen door lustgevoelens. Hij had ook kunnen besluiten dat hij werkelijk wilde liefhebben. Niet alleen Spielrein, maar ook zijn eigen vrouw. Hij had kunnen besluiten dat ook al was er weinig seksuele passie, dat zijn vrouw als persoon waardevol genoeg was om haar niet te bedriegen of te schande te maken. Die keuze voor de ander (die waardevol is in zichzelf) had hem ertoe kunnen brengen om eerlijk tegen haar te zijn, ook over zijn twijfels over bijvoorbeeld het aantal kinderen dat ze zouden krijgen. Dat had wellicht kunnen leiden tot een scheiding, maar die  eerlijkheid en echtheid hadden ook het vuur in de relatie kunnen terugbrengen, want als kijker krijg je de indruk dat Jung zijn vrouw expres gedeeltelijk buiten zijn eigen leven en zijn ontdekkingen houdt. Wat er ook zou zijn gebeurd: hij zou hebben gehandeld uit liefde en daarmee respect hebben gehad, voor zijn vrouw, voor Spielrein, en voor zichzelf.

Maar zijn we als mensen in staat om te kiezen voor de liefde, zijn we in staat om niet te handelen volgens onze driften, onze programmering, onze ik-gerichtheid? Jung gelooft van wel. Hij wil zijn patiënten niet alleen laten zien waar ze beschadigd zijn, waar ze gebroken zijn. Dat is namelijk volgens Freud het enige dat mogelijk is - de psychiater kan de patiënt niet genezen. Hij kan de patiënt niet veranderen. Hij kan alleen de pijn en de zwakheid aan het licht brengen. Voor Jung is dat niet genoeg. Hij wil de patiënt niet alleen laten zien hoe zwak of ziek hij is, maar hij wil hem of haar ook laten zien hoe gezond hij kan worden, hoe heel hij kan zijn. Hij wil de patiënt ook daadwerkelijk genezen. Daarom dat hij zich verdiept in de mythologie. Hij zoekt naar de betekenis gevende verhalen (wat bijvoorbeeld leidde tot termen als ‘het collectieve onderbewuste’). In de mythologie zit volgens hem de mogelijkheid van genezing.
In dit geval geef ik echter Freud gelijk. We zijn als mensen zwak. We kunnen onszelf niet veranderen, en anderen al helemaal niet. We kunnen iemand anders niet geestelijk gezond maken. We zijn machteloos. Dit is ook de boodschap van het Grote Verhaal - want dat is het verhaal van onze zwakheid. Verandering wordt niet door ons tot stand gebracht. Sterker nog: daar waar wij mensen proberen te genezen, laten we geen ruimte voor de Grote Geneesheer. Doordat wij zo bezig zijn met iemand, kan Hij niet meer in de buurt komen. Elke genezing, elke verandering in iemands leven, wordt namelijk door Hem tot stand gebracht (zelfs als hij daarvoor onze woorden en onze inspanningen gebruikt, want hij werkt net zo goed door het materiële als door het geestelijke). Het is Gods tegenwoordigheid die geneest. Wij moeten dus niet de illusie hebben dat het van ons afhangt, maar inderdaad (zoals Freud betoogde) iemand de ogen openen voor de eigen zwakheid, en hem in de aanwezigheid te brengen van de God die leven kan brengen in de dood, wiens kracht in zwakheid wordt geopenbaard. Wij (en onze medemensen en patiënten) hebben niets anders nodig dan zijn genade.
De blik van de patiënt, en onze blik trouwens ook, want wij zijn net zo goed patiënten, moet dus niet naar binnen gericht blijven, maar moet naar buiten gericht zijn. Jung had gelijk dat het geheim van genezing schuilt in verhalen. Maar de betekenis gevende verhalen bevinden zich niet binnen in ons, maar buiten ons. Introspectie maakt uiteindelijk ziek. Het is als we liefhebben wat buiten ons is (ware schoonheid, echte waarheid, ware liefde) dat we gezond worden. Betekenis vinden we niet in ons eigen hart. Betekenis wordt ons gegeven - door onze vrienden en familie, en bovenal door God. Die niet in ons is - geen ‘God in het diepst van mijn gedachten’ - maar buiten ons is - de Ander (met hoofdletter A). Het verhaal verzinnen we niet zelf, het wordt over ons verteld.

Laat ik afsluiten met een citaat van een ander groot denker die leefde in dezelfde tijd als Sigmund Freud en Carl Jung. Een denker die ook wel ‘de apostel van het gezond verstand’ werd genoemd. Ik heb het natuurlijk over G. K. Chesterton. Hij wist wat mensen ziek maakte, namelijk altijd in zichzelf gekeerd te zijn en alles in het eigen verstand te willen ordenen. Zo schrijft hij in Orthodoxy: “Dichters worden niet maanziek, schaakspelers wel.” Waarom worden dichters niet maanziek? Omdat ze in hun verbeelding ruimte houden voor iets dat bestaat buiten de persoon en zijn denken, dat niet is gerelateerd aan hem of haar en zijn of haar belang. Het bestaan van iets buiten de persoon is altijd voor de persoon een mysterie - iets dat hij niet kan reduceren of beredeneren, maar waarvan hij (als in een sprookjesverhaal) op geloof moet aannemen dat het betekenis heeft los van hem of haarzelf. “De gewone man is altijd gezond gebleven omdat de gezonde man altijd mysticus is geweest. Hij leeft altijd met een been op Aarde en met het andere in een sprookjeswereld. De morbide logicus tracht alles helder te maken en maakt juist alles alles mysterieus. De mysticus staat slechts een enkele mysterieuze zaak toe en alles wordt helder.” Dat maakt christenen uiteindelijk tot de meest gezonde mensen: “Door eraan vast te houden dat God in de mens zelf is, is de mens altijd binnen in zichzelf. Door eraan vast te houden dat God de mens overtijgt, overstijgt de mens zichzelf ... De boedhistische heilige heeft zijn ogen altijd gesloten, terwijl de christelijke heilige ze altijd wijdopen heeft. De boedhist kijkt met een bijzondere intensiteit naar binnen. De christen staart met een fanatieke intensiteit naar buiten.” Dat is een gezonde instelling, waar Freud en Jung nog wat van hadden kunnen leren.

maandag 26 maart 2012

Links: Kwallen, striptekenaars op een onbewoond eiland, Hunger Games en verlangen als godsbewijs

Dit is een van de meest bijzondere plekken op Aarde - een meer op Palau bevolkt door kwallen, die niet prikken.

Over bijzondere plekken gesproken: filmmaker en ontdekkingsreiziger James Cameron keerde gisteren terug van de diepste plek op aarde, Challenger Deep in de Marianantrog!

Leuk voor de stripliefhebbers: striptekenaars op een onbewoond eiland!

De trailer voor een animatiefilm die nog niet gemaakt is: My family and the wolf. Een mooie verbeelding van de zomermaanden door de ogen van een kind, en een mysterieuze verschijning ...

De evolutie van veren blijkt een ingewikkelde geschiedenis, want al voor de dinosauriers waren er reptielen met veerachtige structuren, die wellicht zelfs werden gebruikt om te zweven!

Ik ga morgen naar de film The Hunger Games. Waarschijnlijk ga ik daar wel een recensie over schrijven, daar lijkt het me wel een geschikte film voor. Ondertussen las ik op Christianity Today een paar fascinerende artikelen over deze film. De eerste kijkt naar de trend van apocalyptische jeugdboeken en -films. En wat die over de mens zeggen, met name over onze neigingen tot controle en geweld. "We like The Hunger Games because we want to identify with the rebellion. If we look closely, though, we are often more likely to find ourselves, however unintentionally, siding with the Capitol. We turn a blind eye to suffering, allowing the rest of the world to meet our every need and desire, though it costs them their lives. We sit in air-conditioned luxury, practicing Twitter activism, while people around the world (and in our neighborhoods) starve." De tweede zie in een van de karakters een beeld van Jezus, die op een mooie manier hoop en leven brengt aan een hoofdpersoon.

Een interessant artikel over de rol van het verlangen in het kiezen om te geloven. Heel vaak hebben christenen in hun geloofsverdediging gekozen voor een rationele aanpak, en gebruik gemaakt van logische argumenten. Maar hoe vaak maken wij mensen nou keuzes omwille van logische redenen? We kiezen voor wat we willen - de vraag is dus: willen we geloven? Volgens dit artikel zijn er verschillende verlangens van de mens die door het christelijk geloof worden vervuld: het verlangen naar veiligheid en betekenis, het verlangen naar onsterfelijkheid, het verlangen naar rechtvaardigheid, en het verlangen naar 'awe', naar schoonheid: "Throughout our lives, we have experiences of joy and awe that are “not enough.”  They somehow point us beyond themselves to a more ultimate experience.  C.S. Lewis wrote of “a desire for something that has never actually happened." However enjoyable our earthly experiences are, we’re never fully satisfied. We yearn for something more—something beyond.”

The Christian Monist kijkt verder naar zijn redenen om in God te geloven. Hij vertelt eerst dat zijn bekering anders verliep dan hij zijn toehoorders ooit wilde laten geloven in zijn getuigenissen. Geen wonderverhalen, geen tekenen. Nee, hij was op zoek naar een techniek om meer zelfvertrouwen te kweken en had het advies gekregen positieve bijbelteksten te memoriseren ... Maar toch was er meer: "Finally I came to the issue of consciousness, or more precisely self-consciousness.  Like an explorer ten miles in an narrow, dark cavern, the thought of self-consciousness was like a huge room full of light and amazing rock formations ... I'm here . . . inside this body. I would pinch myself hard and I knew that I felt it. While it was reasonable that every human on earth could be a protein and calcium based robot . . . I knew that I was not. It had a self-awareness that exceeds the possibly of complex circuitry ... you then know that an impersonal universe cannot give rise to the personal no matter if you had a billion to the billionth power of years to evolve."

Foto's: under construction

Schoonheid wordt niet alleen gevonden in zonsondergangen, bloemen of korstmossen (om een paar van mijn favoriete foto-onderwerpen te noemen), maar soms zie je ook schoonheid op plekken waar mensen aan het bouwen zijn. Geen wonder, want mensen zijn ook scheppers. De eerste twee foto's zijn gemaakt op mijn galerij van de flat, waar gewerkt wordt aan de voegen, en de volgende drie uit de trein op Rotterdam C.S.


En als bonus nog een andere foto die iets portretteert dat niet (meer) leeft:


vrijdag 23 maart 2012

Gerechtigheid 1: waarom mensenrecht echt recht is

Bijna drie jaar geleden schreef ik voor een christelijke mensenrechtenorganisatie een serie overdenkingen over gerechtigheid - voor een deel gebaseerd op mijn boek 'Indrukwekkende Vrijheid'. Ze zijn toen gepubliceerd op het internet, maar ik kan ze niet zo snel terugvinden, daarom plaats ik ze de komende zes weken op mijn blog! Dit is het eerste deel.

“Het is niet eerlijk!”, riepen we als kinderen al als er een klasgenootje werd voorgetrokken. Dat de ander werd beloond voor iets dat hij niet verdiend had, of dat iemand die hetzelfde gedaan had als wij, vrijuit ging, ervoeren we als onrechtvaardig. Het voldeed niet aan de maatstaf, de rechte lijn, waarmee we bepaalden wat ons en anderen toekwam. We wisten kennelijk dat we ‘recht’ hadden op een bepaalde behandeling, net als ieder ander. Net zo maken we ons nu, jaren later, sterk voor de ‘rechten van de mens’. We geloven dat het ieder individu toekomt op een bepaalde manier behandeld te worden. We zijn ervan overtuigd dat ieder mens het recht heeft zelf zijn leven invulling te geven en zelf te kiezen voor een geloofsovertuiging of een politieke opinie of een manier van leven. We ervaren het als een kwaad als iemand als minderwaardig wordt behandeld om zijn afkomst, geslacht of seksuele geaardheid. Dat is verkeerd, krom, on-recht. Maar wat bepaalt wat ons als mensen ‘rechtens’ toekomt?

Zeggen dat iemand ergens ‘recht’ op heeft, is zeggen dat iemand een bepaalde waarde heeft, betekenis. Maar niets in het heelal heeft betekenis uit zichzelf: op de keper beschouwd bestaat alles uit atomen: waterstof, koolstof, zuurstof, protonen, neutronen, quarks, enzovoorts … Stof zijn we en tot stof zullen we terugkeren. Betekenis wordt altijd door iemand aan een voorwerp of persoon verleend. Zo kunnen wij betekenis verlenen aan een vloerkleed, bijvoorbeeld omdat het ons veel geld gekost heeft, of omdat het een erfstuk was van onze lieve oma. Daarom willen we dat het op een bepaalde manier behandeld wordt: we willen dat onze kinderen er niet met vieze schoenen over lopen en er niet zomaar chocolademelk over uitgieten. Net zo zijn onze kinderen (of onze ouders, afhankelijk van onze leeftijd) voor ons belangrijk, hebben ze voor ons betekenis. Daarom willen we dat ze het goed hebben en accepteren we het niet dat anderen ze als vuil behandelen.
Maar wie verleent betekenis aan onze medemens die niet ons familielid, onze vriend of onze stamgenoot is? Wie bepaalt dat het ‘recht’ is hem of haar op een bepaalde manier te behandelen? Het individu kan dat niet. Ik heb zelf bijvoorbeeld niets te maken met mensen in Noord-Korea. Ze hebben voor mij persoonlijk geen betekenis. Ik zou ze makkelijk kunnen negeren, hun lijden langs me heen laten gaan. De maatschappij kan het ook niet. Waarom zouden mensen buiten onze grenzen betekenis voor ons hebben? Het zijn vreemdelingen! De wetenschap kan het ook niet: die houdt zich alleen maar bezig met materie en energie, en die heeft geen betekenis die er niet door ons aan verleend wordt.

De enige basis voor de erkenning van universele ‘rechten van de mens’ is het erkennen van een persoon die alle mensen betekenis geeft. En dat is God. Mensen ontlenen hun betekenis aan het feit dat God ze geschapen heeft. God heeft ze gewild, God vindt ze belangrijk, God houdt van ze. Dus moeten wij ook houden van onze medemens, hoe ver weg ze ook leven, hoe anders ze ook zijn dan wij. Jakobus schrijft: ‘Met onze tong … vervloeken we mensen die God heeft geschapen als zijn evenbeeld … Dit kan toch niet goed zijn?’ (3:9,10). Alleen omdat we geloven dat ieder mens naar het beeld van God is geschapen, weten we dat we niemand mogen vervloeken, dat is: iemand het verlies van zijn waarde als beeld van God, als persoon, toewensen.

Dat we als mensen zijn geschapen naar het beeld van God (Genesis 1:26) heeft niets te maken met onze uiterlijke vorm, die meer overeenkomt met die van mensapen en Neandertalers, of ons denkvermogen, dat door verschillende dieren gedeeld wordt: apen, vogels en dolfijnen. Het betekent dat we vrij zijn, dat we net als God in staat zijn onze eigen keuzes te maken en verantwoordelijkheid te dragen voor de consequenties daarvan. God heeft ons zo bedoeld. Hij is het die gevangenen “vrijheid en voorspoed geeft” (Psalm 68:7). David noemt Hem meerdere malen “míjn bevrijder” (2 Samuel 22:2, o.a. Psalm 19:15). Overal waar God op Aarde aanwezig is, ervaren mensen vrijheid, want “waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid” (2 Korintiërs 3:17).
Verder wil God dat we leven: niet alleen dat we ademhalen, maar dat we invloed hebben op onze omgeving en daarop kunnen reageren, in plaats van door de omstandigheden buiten ons te worden bepaald. Vanaf het begin was het God die mensen tot leven bracht: “De adem van de Ontzagwekkende doet mij leven” (Job 33:4). Bij God is “de bron van het leven” (Psalm 36:10). Het is God die ons “leven en adem en al het andere schenkt” (Handelingen 17:25).
Gods doel met ons is bovendien dat we ons als individu onderscheiden van anderen, dat we als de persoon die we zijn een indruk achterlaten op de wereld. Het is zijn bedoeling dat wij “in luister verschijnen” (Kolossenzen 3:4). God wil ons “genade en glorie” schenken (Psalm 84:12).
Dit wil God voor ons, mensen: dat wij als personen volledig tot ons recht komen, dat we met volle overgave leven, dat we helemaal vrij zijn. God zoekt voor ons wat voor ons het beste is, dat ons het meest de mensen maakt zoals hij ons geschapen heeft. Dat is hetzelfde als zeggen dat Hij van ons houdt. Het is de liefde van God voor ons die ons betekenis geeft, die elk individu op aarde het recht geeft behandeld te worden als een vrij persoon. Omdat God van de ander houdt, is het juist, eerlijk, ‘recht’, dat ik ook van hem of haar houd. Dat betekent: dat ik voor hem of haar zoek wat voor hem of haar het beste is, waar hij of zij recht op heeft als beeld van God. Zelfs al is hij mijn vijand, of is zij anders dan ik. Wij zijn immers allemaal kinderen van onze Vader in de hemel (vgl. Matteus 5:45). Daarom is het onze verantwoordelijkheid als volgelingen van God de ander lief te hebben als onszelf (vgl. 22:39).

Kortom, als we echt hart hebben voor onze naaste, wie hij ook is, waar hij ook vandaan komt, wat hij ook gedaan heeft, als we echt het beste voor hem willen zoeken, moeten we op zoek gaan naar de liefde van God. Pas als we begrijpen hoeveel God van ons houdt, hoeveel hij voor ons heeft overgehad, hoeveel wij voor hem betekenen, kunnen we datzelfde gaan zoeken voor de ander. Johannes zei het al: we kunnen onze medemens alleen maar liefhebben “omdat God ons het eerst heeft liefgehad” (1 Johannes 4:19).

Links: Titanic, Blood and Chrome, de hemel als tuin en kerkverlating

Volgende maand is het een eeuw geleden dat de Titanic zonk. Op deze prachtige hoge resolutie-afbeeldingen is het wrak in zijn volle (vergane) glorie te bewonderen.

Ik ben nogal fan van de TV-serie Battlestar Galactica. Het vierde seizoen heb ik bijna helemaal afgekeken. Hoewel het ondertussen wel duidelijk begint te worden hoe de geschiedenis van dit universum in elkaar steekt, wordt er toch een serie over gemaakt: Blood and Chrome. Ik ben wat cynisch over de verhaaltechnische mogelijkheden (welke verrassingen zijn er mogelijk?), maar ik moet toegeven: de trailer ziet er gaaf uit!

Er komt een nieuwe verfilming van klassieker 1984 - waarvan de boodschap de laatste jaren niet minder actueel is geworden.

Goed nieuws voor fantasyliefhebbers (zoals schrijver dezes): het kijken van fantasyfilms (en het lezen van fantasyboeken) zoals de Harry Potter-boeken stompt kinderen niet af, maar stimuleert juist hun creativiteit en verbeelding. Dit is nu wetenschappelijk aangetoond! Zoals een van de onderzoekers zegt: "Magical thinking enables children to create fantastic imaginary worlds, and in this way enhances children’s capacity to view the world and act upon it from multiple perspectives. The results suggested that books and videos about magic might serve to expand children’s imagination and help them to think more creatively."

De atheist in deze video heeft het goed begrepen: 'Non-violence was kind of Jesus his trademark." (Daarom dat ik ook geloof dat zwakheid de kern is van het Grote Verhaal).

Wim de Bruin vergelijkt het komende koninkrijk met een tuin - "Ik stel me zo voor dat het Nieuwe Jeruzalem een plek is waar tuinman de hoogste plek is die je op de maatschappelijke ladder kunt bereiken. Met je vingers in de grond, bezig met al met moois dat in de Schepping opgesloten ligt. Zonder je handen open te halen aan dorens en distels." Dit heeft grote gevolgen voor het leven nu: "Hoe meer ik uitzie naar de tuinstad waar onze tuin bevloeid wordt door het levende water dat onder de troon van God vandaan komt, met een levenskracht die zelfs van de dode zee een visrijk water weet te maken (Ezech. 47), hoe meer ik moeite krijg met activiteiten die de zee van nu visarm maken, plastic soep in de oceaan, uitgeputte gronden in de tropen voor ons veevoer, overbemeste gronden in Nederland... Er is geen betere motivatie om verantwoord te produceren en consumeren dan het uitzien naar de toekomst van God." Amen!

Rachel Held Evans somt eerlijk vijftien redenen op waarom ze uit de kerk is weggegaan. Niet helemaal dezelfde als de mijne, maar toch herkenbaar. Ze heeft ook vijftien redenen waarom ze weer naar de kerk (wellicht in een andere vorm) wil terugkeren. Vooral de laatste spreekt me aan.

Voormalig Amerikaans president Carter heeft interessante gedachten over de bijbel, waar ik me voor een groot deel in kan vinden. Zijn conclusie? Het gaat niet om het volgen van een dogma, maar om het doen wat Jezus deed: je identificeren met de zwakke en verbrokene. "The example that I set in my private life is to emulate what Christ did as he faced people who were despised like the lepers or the Samaritans. He reached out to them, he reached out to poor people, he reached out to people that were not Jews and treated them equally. The more despised and the more in need they were, the more he emphasized that we should go to and share with them our talent our ability, our wealth, our influence. Those are the things that guide my life and when I find a verse in the Bible that contradicts those things that I just described to you, I put into practice the things that I derive from my faith in Christ."

woensdag 21 maart 2012

Foto's: Vrolijke lente

Het is lente! Elke dag wordt het groener en elke dag verschijnen er meer bloemen. Als ik mijn fototoestel meeneem zie ik overal dingen om te fotograferen. Na de sobere, ingetogen schoonheid van de winter, is de schoonheid van de lente er een van groei en van leven en van vrolijkheid. Ik geniet er van!





dinsdag 20 maart 2012

Links: Dr. Horrible, trailers, aangeboren geloof, Jezus als directeur en kerk als organisatie

Woohoo, een vervolg op Dr. Horrible's Sing Along Blog!

Een nieuwe trailer voor Snow White and the Huntsman, waarin het sprookje een deel van zijn duistere lading terugkrijgt. Deze trailer voor Prometheus is ook wel heel spannend. Een beetje eng, maar ik denk dat ik hem toch maar ga kijken - dat ik erna niet kan slapen neem ik maar voor lief.

Dit filmpje speelt zich af in een omgeving waar ik vroeger veel over fantaseerde (en die als locatie diende in meerdere van mijn verhalen): een door de natuur overwoekerde stad. Prachtig in beeld gebracht.

Interessante gedachten op wetenschapswebsite New Scientist: "Children are born primed to see god at work all around them and don't need to be indoctrinated to believe in him ... Religion is deeply etched in human nature and cannot be dismissed as a product of ignorance, indoctrination or stupidity. Until secularists recognise that, they are fighting a losing battle."

John Shore wordt gevraagd waarom hij gelooft. Hij antwoordt dat het geloof in Jezus voor hem 'werkt'. Hij suggereert dat geloof context geeft: het is een verhaal dat betekenis geeft aan onze omgeving en onszelf. En als mensen kunnen we niet anders dan onszelf deze verhalen vertellen. "To be alive is to actively and constantly choose a belief system; no one, no matter how “free” they may think their mind is, exists outside of such a system. The human mind must, and will, establish patterns—which is to say contexts—for virtually everything of which it can conceive. The Muslim’s belief system/life context is Islam. For Jews, it’s Judaism; for Buddhists, Buddhism; for atheists, it’s nothing beyond that for which there is empirical evidence, and so on. By the very nature of our design we all filter the world, and our experience within it, through a belief system founded upon what we believe to be true, right, and good." De zoektocht is naar het beste verhaal, en dat is het verhaal dat het meest lijkt op het Verhaal dat deze werkelijkheid IS.

Op Internetmonk een hilarisch satirisch artikel dat beschrijft hoe de relatie tussen Jezus en zijn discipelen zou zijn geweest als hij had geleken op de kerkleiders van tegenwoordig. Het hele stuk is de moeite waard, hier is een citaat: "Jesus ended this first staff meeting with a prayer. “Father, help us change the world. There are people out there who are hurting, wounded and in need of you. Guide our ministry so we can impact the world with your good news. I pray that people come to our service this week. That you’d be preparing their hearts, even now, to come to our new building. I pray that they would become tithing disciples who give to us so we can fulfill the ministry you have given to us. May you expand our territory so we can impact this evil culture for you.” Ouch ...

Een interview van Skye Jethani met Jim Gilmore. De laatste schreef een boek over manieren om bedrijven te laten groeien - maar merkte dat deze methode ook door kerken wordt toegepast. Maar kerken zijn geen bedrijven! "The church is to stand apart from the marketplace. The church is not a business; she should sell no economic offerings. In an age when more and more of life is being commodified — we are going beyond just the buying and selling of goods and services and now charging for life experiences and personal transformations — the church needs to refrain from participating in this activity. Just because experiences and transformations “sounds like what we do,” as one pastor once told me, that is not a reason to abandon the very limited role for the organized church as prescribed in scripture. The church should not number itself among other worldly enterprises, performing roles properly assigned to other institutions. Instead, the church should be the place where individuals are equipped for when they go forth in their daily pursuits." Hij raadt mensen bovendien aan Kingdom, Grace, Judgement van Robert Farrar Capon te lezen - wat ik ook van harte kan aanbevelen. Het commentaar van Luther op Galaten, dat hij ook aanbeveelt, ligt al bij mij in de kast op lezing te wachten.

Richard Beck op Experimental Theology pleit voor een herwaardering van het boek Prediker - een bijbelboek dat vaak wordt neergezet als neerslachtig, of somber, en waar de uitleg aan wordt gegeven als zou het een beschrijving zijn van het leven van een ongelovige, of iemand zonder God. Ik besefte echter na mijn eigen overspannenheid dat Prediker nu juist het leven beschrijft van een gelovige, die inziet dat al zijn menselijke inspanningen om betekenis te vinden zinloos zijn en dat hij vrij is om te genieten van het leven dat hij leidt en goed te doen. "I'd like to suggest that Ecclesiastes is a great treatise on exorcism. Perhaps the most powerful exorcist text in the bible. Many think Ecclesiastes is depressing. Only if you're demon possessed! For the great task of Ecclesiastes is to expose the dynamic at work behind service to the powers, the pursuit of meaning and self-esteem through the cultural hero system. Who is Oz, the force behind the curtain pulling the levers of achievement, reputation, significance, and self-esteem? What Ecclesiastes shows us, in pulling back the curtain, is that death is the force in the background driving the show."  Uiteindelijk beschrijft Prediker een positief beeld van het leven waaruit deze machten zijn uitgedreven. "The vision of the person who as stepped away from idolatry, who has been exorcised of the spirituality of the principalities and powers. Non-anxious. Peaceful, internally and externally. Relaxed in the face of death. Not lured into crazy self-esteem projects. And thus non-rivalrous and non-violent. Joyful for the day and simple graces. Doing good work. Not too righteous, holding religion at a distance. But not undisciplined and foolish. A good friend. A good family member. Spending the day doing good. Basically, following the example of the Great Exorcist himself."

maandag 19 maart 2012

Boekbespreking: The Ale Boy's Feast

Ik snap natuurlijk dat jullie allemaal naar de winkel rennen (of Amazon opstarten) zodra ik op mijn blog een film- of boekbespreking publiceer. Maar in dit geval zou dat wat voorbarig zijn. Niet dat ik dit boek niet van harte aanbeveel. Maar het is het vierde deel van een serie. Dus als je door mijn boekbespreking geintrigeerd raakt, koop of bestel dan het eerste deel eerst (Auralia’s Colors) en lees de serie in de goede volgorde. Je zult er geen spijt van krijgen.
Maar waarom dan toch een bespreking van het vierde deel van een fantasyserie, waarvan ik de eerste delen niet heb besproken? Ik denk dat het zin heeft. In het slot van een serie (in elk geval van deze serie) worden de thema’s van het verhaal opeens duidelijker. Terwijl de verschillende verhaallijnen hun ontknoping naderen, komen de motivaties van de hoofdpersonen opeens tevoorschijn, en wordt ook duidelijk waaraan de gekwelde helden hun hoop ontlenen. Allerlei losse einden en puzzelstukken uit eerdere delen vallen opeens op hun plek. Waar ik in de eerste delen nog wat afstand ervoer van de hoofdpersonen, en als lezer weinig investeerde in hun belevenissen, kwamen ze nu voor mij tot leven, en was ik oprecht betrokken bij hun wedervaren. In dit geval betekende dit dat ik mijn oordeel over de eerdere delen (die ik overigens goed vond, in elk geval goed genoeg om ook het vierde deel te lezen) moest herzien. Ik zag opeens wat de auteur wilde bereiken. Delen van het verhaal die ik er los bij vond hangen bleken opeens toch verbonden met het grote verhaal. En dus steeg na het lezen van het slot ook mijn bewondering voor de serie als geheel. Vooral omdat de schrijver christen is - Jeffrey Overstreet was lang filmrecensent voor Christianity Today. Anderhalf jaar geleden deed ik mijn beklag op mijn blog over het feit dat er geen christen-schrijvers zijn tegenwoordig die staan in de traditie van C.S. Lewis, J.R.R. Tolkien of G.K. Chesterton (en George MacDonald), schrijvers die diep en eerlijk nadenken over het christendom en haar relatie met cultuur, verhalen en betekenis, en die tegelijk zelf verhalen schrijven. Niet (in de eerste plaats) om te evangeliseren of een ander leerstellig punt te maken, maar om te scheppen, om hun taak als ‘subcreator’ te vervullen. Het is nog iets te vroeg om Jeffrey Overstreet aan te wijzen als hun opvolger (ik zou nog een boek van hem willen lezen), maar hij laat duidelijk zien wel degelijk in hun lijn thuis te horen. Zijn verhaal is namelijk niet prekerig (verschillende recensies op Amazon beschuldigen zijn boek er van niet een christelijke wereldvisie uit te dragen - onzin, maar ik vind het een verkapt compliment!), en is in de eerste plaats geschreven voor de karakters, de wereld en de duidelijk merkbare vreugde van de schrijver in het schrijven zelf. Geen opgeheven wijsvinger, dus - en geen overdreven terughoudendheid in het beschrijven van minder hoogstaande mensen en hun daden. De moraal van dit verhaal komt voort uit de totale natuur en persoonlijkheid van de schrijver en is dus niet kunstmatig. En de moraal is bovendien niet leerstellig, maar uitnodigend. Schoonheid, mysterie, kunst, het stellen van vragen, de wijsheid van kinderen en het achterlaten van veiligheid - dat staat centraal. En waar dat heen leidt blijft (letterlijk) in nevelen gehuld - maar ik meen met de auteur dat wie oprecht de verlangens volgt die in zijn hart zijn gelegd, verlangens naar schoonheid, waarheid, en relatie, zal uitkomen bij de Schepper van het verlangen - tegelijk de enige die ze ooit geheel kan vervullen.

Overstreet gebruikt een geheel eigen stijl in zijn verhalen. Heel beeldend (zijn oog als filmrecesent komt hem van pas) - ik heb gezien dat hij in recensies werd vergeleken met de stijl van een filmscript. Het stimuleert wel de verbeelding, en geeft een duidelijk gevoel van sfeer. Het maakt bovendien dat je dit boek niet snel kunt lezen. Je moet je aandacht erbij houden, je moet je concentreren. Je kunt niet even tussendoor je ogen over de pagina’s laten gaan. Dit is precies wat de auteur beoogt te zeggen: dat je als mens aandacht moet hebben voor de schoonheid van de wereld rondom je, en er zorg aan moet besteden. Dat die aandacht vrucht afwerpt in je leven. De vorm sluit dus aan bij de inhoud. Maar Overstreet gaat er een stap te ver in - naar mijn mening. Hij verzint namelijk ook een hele ecologie voor zijn wereld, met allerlei fantasievolle planten en dieren. Zo rijden veel mensen in het boek niet op paarden, maar op Fawns, tweebenige reptielen, die om te eten met een slurf in de modder zuigen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben groot liefhebber van nieuwe ecosystemen, werelden met nieuwe planten en dieren. Maar deze horen thuis in science fiction, niet in fantasy. In een SF-verhaal zou de vreemdheid van de biologie nameljk zijn waar het verhaal om draait - het verkennen van een nieuwe wereld, het ontdekken van de verbanden en de samenhang. In een fantasy-verhaal voegt het een extra onwerkelijkheid toe aan het verhaal, wat het veel moeilijker maakt om in het verhaal te geloven. De laag van de ‘magie’, van het wonderlijke, het fantastische, is waar het om gaat in de fantasy. Daarom dat de wereld eromheen vaak vrij gewoon is - geen bizarre dieren, maar wolven, paarden, arenden (zelfs op werelden met twee manen of een totaal ander weersysteem). De lezer accepteert al dat er magie is in deze wereld. Hij moet in Overstreets boeken ook accepteren dat alle planten en dieren er anders uitzien (hoewel ze geen rol spelen in de kern van het verhaal). Ikzelf als amateurbioloog ging me bijvoorbeeld afvragen hoe het ecosysteem werkte, hoe zulke grote rijdieren genoeg voedsel uit de modder konden halen, hoe de bomen langs een ondergrondse rivier in leven konden blijven, hoe de mens in dit geval geevolueerd kon zijn et cetera. In een SF-verhaal legitieme vragen (want wetenschappelijk), maar niet in fantasy. Een enkele laag onwerkelijkheid is volgens mij voldoende. In mijn visie zouden deze boeken veel beter zijn geweest als het niet-magische, niet-wonderlijke deel van de wereld meer had geleken op onze wereld - als de hoofdpersonen gewoon op paarden reden. Nu is het moeilijker dan strikt noodzakelijk om je in deze wereld in te leven. Maar die moeite is het boek meer dan waard.

Het verhaal is gesitueerd in 'The Expanse', een land dat van ouds wordt geregeerd door vier ‘huizen’. Maar in de loop van de geschiedenis is elk huis het slachtoffer geworden van een vloek. Huis Cent Regus verviel in chaos toen haar bewoners verslaafd raakten aan ‘The Essence’ en verwerden tot beestmensen. In Huis Jenta vervielen de filosofen en tovenaars tot een existentiele wanhoop omdat ze het leven als zinloos gingen zien. Huis Abascar stortte in, omdat de fundamenten werden ondergraven door zwarte wortels, en huis Bel Amica raakte in de greep van zieners, die hun onderdanen de vervulling beloofden van hun wensen naar macht en invloed. En het verval lijkt zich uiteindelijk zelfs uit te breiden naar de natuur van The Expanse, die zich in toenemende mate keert tegen de restanten van de menselijke huizen.
Maar er is ook een andere lijn. Iedereen in dit gebied droomde als kind van ‘The Keeper’, een mysterieus wezen, gelijkend op een draak, die een onbestemd verlangen opwekt. En in een voetafdruk van de ‘Keeper’ vonden twee verzamelaars van huis Abascar een meisje: Auralia. Zij bleek de gave te hebben om kleurrijke schilderijen en kunstwerken te maken, schoonheid die niemand in The Expanse eerder gezien had, schoonheid die een ontwrichtend effect had op de levens van verschillende mensen. De grijze machthebbers sloten haar op in de gevangenis. Maar anderen: de beestmens Jordam, de prins Cal-Raven en de ‘Ale Boy’ gingen naar Auralia’s kleuren verlangen en gingen op avontuur.
Na de val van huis Abascar nam prins Cal-Raven de taak op zich de restanten van zijn volk naar een veilige plek te leiden. Hij heeft ook een locatie in gedachten. Inius Throan, de legendarische eerste stad, gebouwd door de mytische voorvader van de vier huizen, diep in het scheidingsgebergte. De weg ernaar toe blijkt echter niet eenvoudig. De Ale Boy probeert tegelijkertijd de slaven van de beestmensen te bevrijden en hen langs een ondergrondse rivier naar de vrijheid te voeren. Maar zijn heldhaftige inzet eist een verschrikkelijke tol. Ondertussen zoekt magier Scharr Ben Fray, de mentor van Cal-Raven, naar antwoorden. In de resten van zijn geboortegrond Huis Jenta ontdekt hij dat het hele geloof van The Expanse wel eens gebaseerd zou kunnen zijn op een verschrikkelijke leugen. En van Auralia en haar belangrijkste kunstwerk ontbreekt al een tijd lang elk spoor ...

Jeffrey Overstreets non fictie boek heette Looking closer en zijn blog heet nog steeds zo. Dit is een van zijn hoofdthema’s: dat de werkelijk betekenisvolle dingen niet aan de oppervlakte liggen of direct waarneembaar zijn, maar dat je er moeite voor moet doen, er aandacht voor moet hebben. Dat je van dichterbij moet kijken. Dit brengt hij zelf in praktijk in zijn filmbesprekingen, waarbij hij met een goed oog voor detail de nuance van het verhaal naar voren haalt, en de glimpsen en verwijzingen naar het goddelijke weet te vangen. Het betekent echter niet dat je door hard studeren, en lange inspanning gegarandeerd die belangrijke zaken kunt bereiken, of dat dit altijd noodzakelijk is.
In The Ale Boy’s Feast is ook sprake van een geheim achter de wereld, een leidend principe dat alles lijkt te doortrekken, een macht die mensen motiveert en leven brengt. En ook in dit boek zijn er karakters die denken dat ze met hun denken en hun studeren deze diepe waarheid kunnen doorgronden - maar zij blijken uiteindelijk het bij het verkeerde eind te hebben. Wat belangrijk is in het leven is niet materieel, niet tastbaar, niet grijpbaar. Het is niet een grondstof of product dat wij kunnen bewerken of manipuleren. Als dat wel zo was, zouden we het direct aangrijpen om andere mensen te controleren of te overheersen (zo zijn we ook wel weer als mensen). En het diepe geheim van de werkelijkheid, het Grote Verhaal, de schat waar we allemaal naar zoeken, kan op geen enkele manier worden gebruikt om over anderen te heersen, of je eigen invloed in de wereld te vergroten. Wie alleen uit is op macht, zal merken dat deze zaken als zand tussen zijn vingers wegglijden, of als een spook aan zijn greep ontsnappen. 
Het diepe geheim van het leven openbaart zich daarentegen in vluchtige dromen (en vooral in die van kinderen, die nog een helder beeld hebben op de realiteit van het leven). Het openbaart zich in kunst en in landschappen, en soms maakt het zo’n indruk op ons, dat het visioen een litteken in ons achterlaat. Een verlangen dat ons blijft achtervolgen. Het openbaart zich in nederige mensen, die eenvoudige dingen maken en gewoon voor elkaar zorgen. En het nodigt mensen uit om op zoek te gaan, om de ogen open te houden, om hun werkelijke thuis te vinden. Het geheim van de wereld ligt namelijk altijd buiten mensen zelf. Het bevindt zich in schoonheid - de schoonheid van de natuur, of van kunst. In waarheid - in eerlijkheid naar zichzelf en anderen, en het avontuur om te doen wat goed is. En het ligt in relaties - in de ander, die belangrijk is op zichzelf, en die altijd de ander zal blijven. Schoonheid, waarheid en relatie - de drie grote verlangens van de mens. En alle drie zijn het vormen van liefde, liefde voor iets betekenisvols buiten het zelf. Liefde die datgene buiten het zelf belangrijk vindt juist omdat het zichzelf is. Liefde die de schoonheid, de waarheid en de andere mens niet hoeft te bezitten of te controleren, maar deze wil liefhebben, wil ervaren, wil ontvangen.

Dat is waarom mensen wat belangrijk is nooit zullen kunnen bezitten of controleren - je kunt het namelijk alleen ontvangen. Je kunt er alleen maar voor open staan. Je moet je ogen ervoor open houden, op de uitkijk zijn, je laten verbazen. Je moet gericht zijn op wat buiten jezelf is, en niet bezorgd zijn over ‘eten of drinken, of waarmee u zich zult kleden, want naar al deze dingen verlangen de volken’. Je moet worden als de kinderen, want van hun is het koninkrijk der hemelen (en ik schrijf het hier allemaal wat poetisch op, maar ik geloof dat dit het koninkrijk der hemelen is: schoonheid, waarheid, intimiteit - dit is het karakter van God, die liefde is. Dit is wat hij wil schenken!). Niet toevallig worden degenen in dit verhaal die het geheim bereikt hebben omschreven als kinderen (de ‘Northchildren’). En niet toevallig is Auralia in het eerste boek een kind als ze met haar kleuren mensen wakker schudt uit hun grijze leven (uit de mond van kinderen en gekken ...). En niet toevallig is dit boek genoemd naar de Ale Boy - een eenvoudige jongen die alleen zijn taak doet, en door anderen ‘Rescue’ wordt genoemd. Kinderen kunnen een situatie nemen zoals die is, kinderen kunnen eenvoudig ontvangen, kinderen kunnen werkelijk genieten. Kinderen kunnen ongeremd verlangen. En zo is het met het koninkrijk van God ook. Het wordt gegeven aan wie gelooft, dat wil zeggen: aan wie ernaar verlangt, wie ervoor openstaat. Iets dat buiten je is kun je namelijk alleen met open handen aanvaarden, maar je kunt het nooit vastgrijpen.
Ik probeer dat vaak wel. In al mijn pogingen om ‘een relatie met God’ te hebben. In mijn bijna dwangmatige discipline van vroeger met betrekking tot gebed en bijbellezen. In mijn plichtmatige kerkgang. In mijn vasthouden aan leerstellingen en dogma’s. Ik probeer God aan mij te onderwerpen, ik probeer met mijn inspanningen zijn eeuwigheidsleven te controleren. Maar dat lukt niet. God is altijd de Ander, die zich niet laat manipuleren, maar die zich wel wil geven. Heel vaak sta ik niet open voor dat geschenk. Zolang ik namelijk blijf controleren, ben ik gefocust op wat ik doe, op mijn handelen en mijn verwachtingen, en zijn mijn zintuigen (materieel en geestelijk) niet open voor wat buiten mij is. Zolang ik maar blijf schreeuwen, hoor ik niet de zachte, fluisterende stem die tot mij spreek. Maar wat buiten mij is neem ik alleen waar als ik mijn inspanningen opgeef en begin te kijken, te luisteren. En dan gebeurt het opeens dat ik uit de trein de zon zie opgaan boven benevelde weilanden en door die schoonheid diep in mijn hart geraakt wordt. Dan gebeurt het opeens dat ik inzicht krijg in wat liefde is en weet dat ik dat niet zelf verzonnen heb. Dan gebeurt het opeens dat ik met een ander ben, en ik vergeet mezelf even. Dan merk ik de flitsen van verlangen opeens, verlangen naar echte schoonheid, waarheid en liefde, naar echte betekenis (gegeven door God en niet door mij), en dan stel ik mijn gedachten ook open voor die grote Ander, dank hem, en laat hem spreken. Het zijn glimpsen, suggesties. We zien nu nog door een spiegel, als in raadselen, zoals Paulus zegt. Maar eens zullen we kennen, zoals we zelf gekend zijn.

Ik heb mijn punt meer geschetst in beelden en suggesties, dan in een gestructureerd en helder betoog - voor een deel is dat omdat ik zit te schrijven in de trein en mijn recensie graag vanavond wil plaatsen, maar misschien is dit ook wel de manier waarop deze boodschap het best bij de lezers landt. Niet door ze er over te vertellen, en hun intellect in te lichten, maar door ze ernaar te laten verlangen. The Ale Boy’s Feast had dat effect op mij. Ik ving bij het lezen van dit boek een paar glimpsen op van het Grote Verhaal. En ik wilde me er meer voor open stellen. Boeken die dit effect hebben, kan ik van harte aanbevelen.

vrijdag 16 maart 2012

Filmbespreking: John Carter

Er worden genoeg sciencefictionfilms gemaakt tegenwoordig, vooral als je de superheldenfilms daar ook onder schaart (en deze gaan vaak over wetenschappelijke doorbraken, bizarre technologie of genetische mutaties, wat vaak terugkerend thema’s zijn in SF-verhalen). Maar de meeste van deze films gaan over invasies van buitenaardse wezens in onze tijd, of ze laten een totalitaire samenleving uit de nabije toekomst zien. Ze spelen zich af op onze planeet, en vaak ook nog in het begin van de 21ste eeuw. Dat betekent niet dat het geen leuke, of interessante films zijn - sommig ervan horen tot mijn favorieten. Maar deze verhalen missen een element dat kenmerkend is voor de sciencefictonliteratuur, het gevoel van ontzag en verwondering, in het Engels ‘sense of wonder’. De ervaring dat je je adem inhoudt als de hoofdpersoon de luchtsluis opent en voor het eerst voet zet op een vreemde planeet. De vervreemding van het zien van groene luchten en zwarte boombladeren, van zesbenige paarden en blauwe reuzen. De sensatie van nederigheid bij de confrontatie met een glanzende monoliet of een ruimtebasis zo groot als een maan. Het gevoel even in een andere wereld te zijn.
Volgens schrijvers als G.K. Chesterton en J.R.R. Tolkien helpt dit gevoel van verwondering ons om het wonder te zien van de wereld waar wij zelf in leven. Als we ons verbazen over het zwarte gras op een buitenaardse planeet, staan we misschien ook wel weer versteld dat het gras bij ons groen is. Als we onder de indruk zijn van zesbenige paarden, zijn we het misschien ook weer van vierbenige paarden. Op deze manier helpt de beste sciencefiction ons weer een heldere blik te krijgen op de uniekheid van de werkelijkheid buiten ons - ze verplaatst ons even uit de wereld binnen ons hoofd, waar we bezig zijn met onze eigen belangen, onze eigenwaarde, ons ‘ego’, en geeft ons oog op de concrete voorwerpen, planten, mensen die los van ons bestaan. Als wij ons daarover verwonderen, geven we ze betekenis, en dit is een vorm van liefhebben.
Volgens mij is verwondering een ervaring die hoort bij het menszijn en een die vooral christenen zouden moeten kunnen waarderen. Wie zich niet over Zijn schepping kan verwonderen, verwondert zich immers niet om de Schepper. En nee, die verwondering kan niet abstract blijven. Je kunt je niet verwonderen over de ‘schepping’ als zodanig, alleen over de unieke, individuele onderdelen ervan. Daar begint de liefde. Als je die unieke delen leert waarderen, ontwikkel je waardering voor het geheel van het kunstwerk, en voor de Kunstenaar van wie het afkomstig is. Wie geen bewondering heeft voor het unieke, wie de waarde van het individu niet kan inzien, ziet ook niet de waarde in van het geheel. Die trekt zich terug in zichzelf, en houdt zich alleen bezig met zijn eigen belangen. Hij laat de wereld achter, of ziet die als instrument om zijn eigen ego te dienen, en weg te gooien als hij zijn doel heeft gediend.
Helaas worden er weinig films gemaakt die zich ver in de toekomst afspelen, en/of op andere planeten. Dit jaar is wat dat betreft een erg goed jaar, met later in het jaar Prometheus van Ridley Scott, en nu al John Carter: een film die zich dan wel afspeelt in het verleden, maar is gesitueerd op Mars. Niet het levenloze Mars dat we kennen op basis van onze wetenschap, maar het Mars zoals de eerste SF-auteurs zich voorstelden: een woestijnwereld bewoond door oude beschavingen, met de resten van hoge cultuur en technologie die niet van magie is te onderscheiden. Een plek waar nog avontuur mogelijk was, en waar heldendaden konden worden verricht. Een wereld die als geen ander bij haar lezers van toen het gevoel van verwondering opwekte. En het is geen toeval dat die wereld in deze film in beeld wordt gebracht, want het is een verfilming van een van die oorspronkelijke verhalen: A Princess of Mars van Edgar Rice Burroughs (de schrijver van onder andere Tarzan).

De film begint echter niet op Mars, maar op Aarde, waar een cynische veteraan John Carter (hij vocht tijdens de burgeroorlog voor de verliezende zuidelijken) aanwijzingen heeft waar hij een grot vol goud kan vinden. Zijn doel is zich met dat goud van de wereld te kunnen terugtrekken. Maar zijn lot kan hij niet zo makkelijk ontlopen. Als hij in de grot terecht komt vindt hij een zilveren medaillon. En door dat aan te raken wordt hij verplaatst naar een vreemde zanderige wereld met twee manen en een veel geringere zwaartekracht. Bij het verkennen van zijn nieuwe omgeving wordt hij gevangen genomen door een bizar groen wezen met vier armen. Hij blijkt zich te bevinden op Barsoom, de naam van de lokale bevolking voor Mars. Hij beschikt hier over een grotere kracht dan op Aarde, en kan enorme sprongen maken. Eigenschappen die hem snel tot oorlogsleider van de intelligente reptielen maken.
Barsoom wordt echter ook bewoond door mensen. Mensen die, hoe kan het ook anders, in een oorlog verwikkeld zijn. De leider van een roofzuchtig volk heeft een mysterieus wapen in handen gekregen, en bedreigt nu de vrije stad Helium. Zijn prijs? Een huwelijk met Dejah Thoris, strijder, wetenschapper en dochter van de koning. En niet van zins te trouwen met een schurk. Haar vlucht wordt ontdekt en haar luchtschip aangevallen. John Carter komt echter tussenbeide. Dejah ziet in hem de mogelijke bevrijder voor haar volk, maar Carter wil niets liever dan terug naar zijn grot met goud op Aarde. Zijn antwoord is gelegen in het mysterieuze medaillon. Samen met Dejah en een van de vierarmige wezens reist hij naar een van de weinige rivieren die op Mars is overgebleven, een waterstroom die voert naar de poort van Issis. Daar zal de aardman een levensveranderende keuze maken ...

Ik had vrij hoge verwachtingen van de film. Niet alleen omdat hij gebaseerd is op een klassieker uit het genre, maar ook omdat hij gemaakt is door de regisseur van mijn favoriete SF-film ooit: Wall-E! Hoewel John Carter die belofte niet waarmaakte, is het toch een onderhoudende avonturenfilm. Veel dingen werkten heel goed in de film. De andere wereld was mooi weergegeven, hoewel het niet hielp dat de Aardse scenes zich ook een woestijngebied afspeelden. De vierarmige Tharks waren niet alleen mooi ontworpen, er was ook goed nagedacht over hun biologie, hun cultuur (als een intelligent wezen eieren legt in plaats van baby’s krijgt, waar leidt dat toe?) en over hun gebaren (hoe gebruik je immers vier handen?). Maar ook de menselijke culturen waren fantasievol weergegeven: ik was echt onder de indruk van het ontwerp van de vliegende schepen (het verhaal werd geschreven voordat er vliegtuigen bestonden). De verbazing van een Marsmens over het feit dat schepen op Aarde op de zee varen was een mooi detail. De kostuums waren ook mooi, maar omdat ik geen fan ben van tatoeages werd ik een beetje afgeleid. De film bevat aanstekelijke humor, in de naamsverwarring over John Carter, en in een buitenaards wezen dat wel heel veel wegheeft van een trouwe hond. Er is een briljante scene waarbij een gevecht wordt afgewisseld met beelden uit het verleden van Carter. Het plot zat ook goed in elkaar, met een fascinerende ontknoping en een paar mooie onverwachte wendingen aan het eind. Ik wil de film dan ook zeker nog een keer kijken op blu ray.
Toch is het geen nieuwe klassieker. Vooral niet vergeleken met Avatar, een film die in heel wat opzichten lijkt op deze. Een element is dat de wereld niet zo sterk is opgebouwd (waar komen de mensen op Mars vandaan?), maar belangrijker is dat de relatie tussen de hoofdpersonen niet zo geloofwaardig is. In Avatar was je er als kijker getuige van hoe Jake en Neytiri samen optrokken en er een band tussen hen ontstond. Het was goed voor te stellen dat ze door wat ze samen doormaakten van elkaar gingen houden. En ook zag je hoe de wereld van Pandora een leegte in Jake wist te vullen, waardoor hij uiteindelijk besloot tegen zijn eigen volk te gaan strijden.
John Carter vertrouwt in mijn beleving meer op het feit dat het een avonturenfilm is en de kijker dus automatisch verwacht dat de hoofdpersonen verliefd worden, dan dat het werkelijk invoelbaar wordt gemaakt. Want wat ziet de prinses nou in de Aardman? Het is niet dat ze hem nodig heeft, want ze is prima in staat zichzelf te verdedigen: een echte moderne vrouw (anders dan in het boek, aldus John C. Wright, en ook niet realistisch voor de tijdsperiode, want zonder geweren zijn vrouwelijke soldaten niet tegen mannen opgewassen). En Carters obsessie met teruggaan naar de Aarde maakt hem ook niet aantrekkelijker. Andersom is er ook geen signaal van diepe gesprekken of gedeelde ervaringen die de twee dichter bij elkaar zouden kunnen brengen. En op deze relatie is de karakterontwikkeling van Carter gebaseerd, dit moet zijn omwenteling aannemelijk maken. Dat doet het dus niet. En dus bleef hij een persoon op afstand, met wie ik me niet werkelijk kon identificeren - zelfs met Wall-E had ik meer.

Dat maakt dat mijn gedachten over de diepere betekenis van de film van een wat meer klinische aard zijn. Ik moest er wat meer naar zoeken. Ik geloof dat de diepere betekenis er wel is, maar hij zou indringender zijn bij een meer invoelbare ontwikkeling van de hoofdpersoon. Zijn uitgangspositie is namelijk wel interessant. John Carter heeft aan het begin van de film namelijk niets meer om voor te vechten. Mensen zijn volgens hem gewelddadige, oorlogszuchtige wezens, ongeacht aan welke kant ze staan. Hij wil niets meer met hun conflicten van doen hebben. Ik ging direct wat rechterop zitten: dit betekende natuurlijk dat Carter in de loop van het verhaal wel weer een reden zou vinden om zich bij een conflict aan te sluiten. Maar wat zou krachtig genoeg zijn om zijn cynisme over de wereld te kunnen doorbreken?
Hij is niet de enige in de film die cynisch is over de wereld, en die de waarde van menselijke individuen en beschavingen relativeert. De Thern, onsterfelijke wezens met een bijna goddelijke macht, blijken de gebeurtenissen op Mars te manipuleren. Ze vernietigen zelf de planeet niet. Nee, dat doen de mensen. Zij leiden het alleen in de goede banen. Het gaat altijd op dezelfde manier, vertelt er een tegen Carter. De mensen nemen in aantal toe en komen met elkaar in botsing, en terwijl ze elkaar bestrijden putten ze de grondstoffen van de planeet uit, totdat er niets meer over is. Het is nu eenmaal hun natuur. Op Mars. En op Aarde, is natuurlijk de suggestie. En deze Thern zijn ook op Aarde geweest. Als ze hun werk op de rode planeet hebben afgerond, kunnen ze zich wijden aan de onze. Deze wezens halen hun energie uit de ondergang van werelden. Ze zijn als het ware kosmische aasgieren. Sterker nog: zo zien ze er ook uit. Grijze kleren, hoge kragen, kale hoofden en starende ogen. Voor een SF-verhaal een fantastisch idee! Want hun beeld van de menselijke natuur is ergens wel correct.
Welk argument is krachtig genoeg om weerstand te bieden tegen dit cynisme? Wat is in staat om je ertoe te brengen de wereld als waardevol te zien en haar bewoners als betekenisvol, zo zeer dat je bereid bent ervoor de vechten? Zo zeer dat je je leven ervoor op het spel wil zetten? Wat kan John Carter in staat stellen het zwaard op te nemen tegen de Thern? Niet een theorie over de menselijke natuur. Niet een religieus of filosofisch betoog. Niet een wetenschappelijke verhandeling. Geen algemeenheden of abstracties. Intellectuele leerstellingen hebben in zichzelf geen kracht. Niemand is ooit gestorven voor een wiskundige formule, niemand heeft zich opgeofferd voor een idee. Zelfs de betogen van de knappe prinses over haar eigen beschaving kunnen Carter daar niet enthousiast voor maken.
Niet de algemene, geabstraheerde idealen uit de ideeenwereld van Plato motiveren ons, en brengen ons tot actie, maar de unieke, concrete voorwerpen in onze wereld maken ons enthousiast. Ik ben niet begeesterd over vissen als concept, ik ben begeesterd over deze specifieke vissen. Ik vind niet het idee van een zonsondergang mooi, ik geniet van deze, specifieke zonsondergang, in dit moment dat nooit meer terugkomt. Ik houd niet van de mensheid, ik houd van unieke mensen. Ik houd van een unieke vrouw in het bijzonder: mijn vriendin. Niet omdat ze in het algemeen een vrouw is, maar omdat ze uniek zichzelf is. En ik geloof dat hoe meer waarde we hechten aan de concrete, unieke mensen en voorwerpen buiten ons, hoe meer we onszelf daarvoor op het spel willen zetten. We willen ons opofferen, we willen zwak worden, omdat we iets buiten onszelf betekenisvol zijn gaan vinden. Dit is een uniek christelijke gedachte, want de meeste andere godsdiensten ontnemen de materiele werkelijheid juist zijn betekenis. Christenen weten echter dat het nu precies de scheppende liefde van God is die alles om hen heen (zichzelf incluis) een ondeelbare, onschatbare betekenis geeft. Dit betekent ook dat gelovigen niet de mensheid als abstractie moeten liefhebben, en niet goed moeten doen ‘in het algemeen’. Nee, ze worden opgeroepen individuele, unieke mensen lief te hebben (om wie ze zijn als individu), en goed doen aan specifieke personen. Als ze dat doen, hebben ze ook de God lief die al deze mensen hun unieke betekenis heeft geschonken.
Dit wordt in de film in beeld gebracht in de vierarmige Tars Tarkas, die als enige van zijn ras weet wie van de jongere generatie zijn dochter is, en haar liefheeft. En in John Carter, die zich realiseert dat hij meer geeft om Dejah Thoris dan om zijn goudgrot op Aarde. En die omdat hij van Dejah houdt, ook houdt van haar wereld, en niet alleen haar wil redden, maar ook het stervende Barsoom. Vanwege een enkel persoon bindt hij de strijd aan met een vijandige samenleving, en een bijna goddelijk ras van cynische ‘gieren’. De liefde voor het unieke gaat vooraf aan de liefde voor het algemene. Het zou alleen nog indrukwekkender zijn geweest als de kijker had geweten waarom Carter zo van deze vrouw was gaan houden. Nu blijft dat algemeen, en niet concreet. En dat werkt niet. 

Links: Interessante manen, nieuwe mensen, grote ogen, afwassen, beloning werkt averechts

Een kaart van de VS in de stijl van de kaarten uit The Lord of the Rings.

De manen in ons zonnestelsel zijn heel interessant!

Interessante informatie over zoogdieren die in de tijd van de dinosaurussen heel succesvol waren - dit kwam door hun speciale tanden!

Over uitgestorven dieren gesproken: dit is misschien wel het meest gewelddadige fossiel dat ooit gevonden is: een vis stierf bij het eten van een vliegend reptiel, dat juist een vis had gegeten ... En wat te denken van een nieuwe fossiele mensensoort, die tot waarschijnlijk 11000 jaar geleden leefde in China, tegelijk met de moderne mens?

En de reuzenpijlinktvissen hebben de grootste ogen van het (tegenwoordige) dierenrijk - die zijn ge-evolueerd om te kunnen ontsnappen aan potvissen!

Een nieuwe stripboekverfilming, nu van Y: The Last Man - over een toekomst waarbij door een mysterieuze ziekte alle mannen (zowel van mensen als dieren) sterven, op één na.

Richard Beck van Experimental Theology wilde zich gaan houden aan een kloosterritme, maar dat had onvermoedde consequenties: "I eventually dropped my pursuit of a structured prayer time. I'm now using that time to do the dishes. Not that I've given up on prayer, it just remains an irregular practice. For God has called me, through the grace and power of the Holy Spirit, to do the dishes rather than to prayer."

Op Mockingbird wordt een interessant experiment beschreven dat aantoont dat het niet de mooiste carriere is om betaald te worden voor wat je graag doet. Want als je dat wat je eerst voor het plezier deed gaat doen om beloond te worden, verlies je het plezier dat je erin had. Dit blijkt uit een experiment gedaan bij kinderen. Er werd gekeken welke kinderen graag tekenden of kleurden. Die werden vervolgens in groepen verdeeld. De ene groep kreeg van te voren te horen dat ze beloond zouden worden voor hun tekeningen, de tweede groep werd achteraf beloond maar kreeg dat niet van te voren te horen, en de derde groep werd niet beloond. De laatste twee groepen tekenden even vaak en even enthousiast, maar de kinderen uit de eerste groep tekenden minder en waren er ook minder in geinteresseerd. De motivatie van buitenaf (straf/beloning) blijkt dus het averechtse effect te hebben (precies wat ik vaker heb betoogd op mijn blog). "You are driven at the fundamental level in most everything you choose to do by either intrinsic or extrinsic goals ...Extrinsic rewards can steal your narrative …if you are offered a reward to do something you love and then agree, you will later question whether you continue to do it for love or for the reward." Dit heeft ook religieuze consequenties, want het laat zien dat Paulus gelijk had toen hij betoogde dat de wet die straf en beloning uitdeelde, tot de dood leidde: "When works become a matter of righteousness, (and they almost always do), the works themselves suffer, as do the people doing them." De blog waar dit experiment op werd beschreven, met de interessante titel 'You are not so smart' is interessant om te lezen. Bijvoorbeeld dit stuk dat laat zien hoe we ons onbewust aan een groep conformeren en andere groepen automatisch gaan zien als de vijand. Of dit stuk dat laat zien dat of we seksueel door iemand worden aangetrokken, afhangt van de activiteiten die we samen doen. De opwinding van een spannende situatie blijkt tot aantrekking te leiden. Wij worden niet door onze ratio gedreven, in plaats daarvan verzinnen we verhalen om ons gedrag achteraf te motiveren. "Self-perception theory says you observe your own behavior and then, after the fact, make up a story to explain it. That story is sometimes close to the truth, and sometimes it is just something nice that makes you feel better about being a person." Het evangelie van Jezus is niet een nieuw verhaal dat we onszelf moeten vertellen om ons te motiveren. Het evangelie roept ons op onze zelf-rechtvaardigende verhalen waarmee we onszelf betekenis geven op te geven, los te laten. In plaats van verhalen over onszelf te vertellen (onze groep is goed, de ander is fout - om een voorbeeld te noemen), worden we uitgenodigd om God een verhaal over ons te vertellen. En dat verhaal is er niet een van straf en beloning, maar een aankondiging dat we al alle waarde en betekenis hebben die we zouden kunnen wensen, omdat Hij van ons houdt, zonder dat we er iets voor hoeven doen of zijn. In dat opzicht mogen we worden als kinderen en alleen zo kunnen we Gods koninkrijk ontvangen.

Wat Richard Beck schrijft op Experimental Theology sluit hier op aan, maar dan heeft hij het niet over de verhalen die we onszelf vertellen als persoon om onze daden betekenis te geven, maar de verhalen die we onszelf vertellen als cultuur: "The cultural god--Christian, Muslim, Buddhist, Jewish, etc.--tends to support and affirm the values of the culture imbuing the cultural values with eternity. But in truth the cultural worldview is really driving the show. "God" is just the metaphysical rubber stamp. At root, our "way of life" is the real god. Power in its various manifestations is our true god, our true religion. This is why political discourse is so heated. There's a reason why many people think President Obama is the literal Anti-Christ. Politics--the grasping at power--is our religion." Het religieuze verhaal wordt gebruikt om de culture gewoonte goed te praten. Dit artikel is wat ingewikkeld, maar de moeite waard. Het verheldert volgens mij tendenzen die ik bij mezelf waarneem. "Most Christians are pursuing self-esteem and meaning in exactly the same way as everyone else within the culture. Which is to say, so what if Christians think there is a God out there taking care of them now and after death? What really matters, spiritually speaking, is how American Christians just look like Americans in how they live." En zijn conclusie: "If we hold to a view of God that is idolatrous then that view of God has to die if we are to love others. But the deeper trick is in renouncing the way the death-denying culture insists that I construct my identity and self-esteem." We moeten afstand doen van de verhalen (persoonlijk of cultureel) waar we onze eigenwaarde aan ontlenen en God zijn verhaal over ons laten vertellen.

De worsteling met de culturele verhalen geldt niet alleen voor gelovigen, maar voor alle mensen. The Christian Monist gaat door met zijn eerlijke verdediging van zijn geloof, waarbij hij zijn vooringenomenheid toegeeft. Volgens hem houden ook atheisten zichzelf voor de gek doordat ze het universum betekenis toekennen die het zonder God eigenlijk niet kan hebben. "We, as humans, intrinsically scream of a longing for meaning. For us to be the product of a meaningless universe is an inconsistency. Francis Schaeffer described it as an evolutionary (speaking of the evolution of the human brain to the point of desiring meaning) failure. It would be like a fish in a water world, where there are no free gases, evolving lungs. It would totally inconsistent with their universe. So, if we humans, by chance, evolved the sense of wanting meaning, but living in a universe where there are none . . . well, there would be no greater hellish nightmare."