Posts tonen met het label motivatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label motivatie. Alle posts tonen

maandag 4 maart 2013

Boekbespreking: Jane Eyre, deel 2: het vlees, de wet en het goede nieuws

Boodschappen die mij proberen duidelijk te maken dat ik iets ‘BEHOOR’ te doen of niet te doen, zijn in essentie manipulatief, omdat ze mij het recht op een eigen oordeel ontnemen. Daarom denk ik dat daar geen plaats voor is in het christelijke geloof. Maar voordat je nu geërgerd van dit essay weg klikt, laat ik duidelijk stellen dat ik geloof dat de bijbel duidelijk is dat er een manier van leven is die door God niet bedoeld is, namelijk dat wij onze lusten volgen en daardoor andere mensen hun vrijheid en waardigheid ontnemen of onszelf kwaad doen. Dit leven noemt de bijbel het ‘vlees’. Ik meen dat dit de ‘behorens’ zijn die ons door ons verlangen worden opgelegd - en als we zoals Mr. Rochester denken dat we onze verlangens ten koste van alles (ook ten koste van andere mensen) behoren te bevredigen, leven we uit het vlees. En: ‘Het is bekend wat het vlees allemaal teweegbrengt: ontucht, zeleoosheid en losbandigheid, afgoderij en toerij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen en nog meer van dat soort dingen’ (Galaten 5:19v). Deze manier van leven leidt tot de dood van onszelf en van anderen (‘wie op de akker van zijn zondige natuur zaait, oogst de dood’ (6:8)). De bijbel roept ons daarom op het vlees te laten afsterven. Dat wil volgens mij zeggen dat als we om ons verlangen te vervullen, onszelf of anderen zonder respect zouden moeten behandelen, we ervoor kiezen het niet doen. Want de mens is belangrijker dan het tijdelijke plezier van een vervuld verlangen.
De bijbel is er volgens mij net zo duidelijk over dat er een manier van leven is die hoort bij hoe mensen bedoeld zijn: een leven gebaseerd op het liefhebben, van God boven alles en je naaste als jezelf. Daarom dat God in de bijbel ook aanstuurt op verandering van mensen, tot deze manier van leven in hen zichtbaar wordt. Wie liefheeft heeft de wet vervuld, dat is het doel van God. Ook al heb ik het op mijn blog heel veel over de genade, en lijk ik zelfs voor de oppervlakkige lezer antinomianistisch, ik geloof wel degelijk dat God wil dat we op een bepaalde manier leven. Maar ik geloof niet dat deze manier van leven te bereiken is door motivatie van buitenaf, door boodschappen van ‘behoren’. Het gaat namelijk om liefde. En liefde is vrijwillig, liefde laat zich niet dwingen. Het IK WIL dat de basis is van ons handelen, kan niet van buitenaf veranderd worden. De wet heeft daar geen invloed op. We kunnen niet opeens iets anders gaan willen, omdat dat hoort. Regels, straf en beloning hebben er geen invloed op - wat we dan willen is namelijk niet goed te doen, maar straf ontlopen of beloond worden. Of bij de groep horen, of een goed christen gevonden worden. En dat is iets heel anders. Dat is niet wat God wil. Het leidt ook niet tot blijvende verandering. St. John Rivers probeert Jane Eyre op deze manier te veranderen, maar Jane heeft heel goed door dat de wet haar tot een vloek zou worden, en haar zou laten sterven. De wet is, net als het vlees, uiteindelijk dodelijk (‘Iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt’, Galaten 3:10).

Daarom dat God al in het oude testament, toen mensen nog onder de wet leefden, beloofde dat er een ander, een nieuw verbond zou komen. ‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk. Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden ‘Leer de HEER kennen’, want iedereen, van groot tot klein, kent mij dan al.’ (Jeremia 31:33v). En: ‘Ik zal hen een van hart en een van zin maken, zodat ze altijd ontzag voor mij zullen hebben. Ik zal hen met ontzag voor mij vervullen, zodat zij zich noot meer van mij zullen afkeren’ (32:40). En in Ezechiel: ‘Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mij wetten leven en mijn regels in acht nemen.’ (36:26v).
Dit alles is vervuld in het Nieuwe Testament. Jezus kwam om het nieuwe verbond in werking te stellen. En hoe deed hij dat? Door mensen lief te hebben. Kijk hoe hij met mensen omgaat in de evangeliën, welke verhalen hij vertelt. Hoeren, tollenaars, melaatsen krijgen van hem geen ‘behorens’ opgelegd. Ze horen dat ze vergeven zijn, dat ze geliefd zijn, dat ze oneindig waardevol zijn voor God. Zo waardevol dat Hij zich met hen identificeert -in hun zwakheid. En omdat ze van zichzelf gaan geloven dat ze waardevol zijn, krijgen ze respect voor zichzelf en voor anderen. Ze gaan anderen liefhebben, zoals God hen liefheeft. Zaccheus verkoopt zijn bezit niet omdat Jezus hem had verteld dat hij dat ‘hoorde’ te doen, maar omdat hij het zelf wilde. Zijn verlangen was veranderd.
Ook Paulus in zijn brieven legt eerst uit wat het evangelie heeft gedaan, hoe wij van uitgeslotenen in de aanwezigheid van de Vader zijn gebracht, hoe we hoewel we dood waren, met Jezus uit de dood zijn opgestaan en met Jezus zijn gezeten aan Gods rechterhand. Hij vertelt dat niets ons meer kan scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze heer. Dit is het goede nieuws. En als we dat echt gaan geloven, als we die waarheid echt tot ons laten doordringen, zal ons verlangen gaan veranderen. Dan zullen we ons niet langer willen laten regeren door onze zelfzuchtige verlangens (zoals Mr. Rochester), maar willen we anderen en onszelf met respect behandelen. En we zullen ons niet meer onder controle te hoeven houden met regels en verplichtingen (zoals St. John Rivers) omdat de liefde de angst heeft uitgedreven. “Volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf” (een indicatie van ‘behoren’ is dat er altijd een vorm van angst onder schuilt). Dit betekent dat we werkelijk vrij zijn! Om vrij te zijn heeft Christus ons vrij gemaakt. In plaats daarvan zullen we liefhebben ‘omdat God ons het eerst heeft liefgehad’ (1 Johannes 4:18v). Eerst verandert ons verlangen, dan pas ons gedrag. ‘De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geluld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft’ (Galaten 5:22,23). Maar ons verlangen verandert niet door de wet, maar alleen door het goede nieuws - ‘wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet’ (v18). Daarom denk ik dat alle preken met ‘behorens’ in de kerk niet effectief zijn. Mensen zouden veel ingrijpender veranderen als ze het goede nieuws horen.

Dit zie ik ook terug bij Jane Eyre. Ze weigert namelijk om op het voorstel van Mr. Rochester in te gaan, ook al betekent dat dat ze berooid door het land moet zwerven. En waarom doet ze dat? Omdat ze zichzelf respecteert. “I care for myself. The more solitary, the more friendless, the more unsystained I am, the more I will respect myself. I will keep the law given by God; sanctioned by man. I will hold to the principles received by me when I was sane, and not mad, as I am now. Laws and principles are not for the times when there is no temptation: they are for such moments as this, when body and soul rise in mutiny against their rigour; stringent are they; inviolate they shall be. If at my individual convenience I might break them, what would be their worth? They have a worth- so I have always believed; and if I cannot believe it now, it is because I am insane.” Nog even voorbijziend aan het feit dat het in de negentiende eeuw waarschijnlijk een behoorlijke schok was dat een vrouw zichzelf zo respecteerde en zichzelf zo waardevol vond, wordt hier de basis zichtbaar van Jane Eyre’s karakter. Ze houdt zich aan de huwelijkswet, niet omdat het ‘behoort’, maar omdat ze zichzelf en anderen zo waardevol vindt en zo respecteert dat ze zich aan deze wet wil houden. Uit haar conversatie met St. John Rivers weten we namelijk dat ze zich niet houdt aan regels puur omdat iemand ze oplegt. Hij haalt er zelfs bijbelteksten bij aan om haar ertoe te brengen met hem te trouwen en naar India te gaan. Volgens hem is het de wil van God. Maar ook dan zegt ze ‘Nee’. Ze houdt dus niet de regels omdat het regels zijn, maar omdat ze ziet dat deze regel gebaseerd is op echte liefde en echt respect voor mensen. Dat is wat ze wil en daarom kiest ze ervoor deze regel te houden. Ze MOET het, omdat ze het WIL. Zoals ze zag dat de woorden van St. John Rivers wel met bijbelteksten ondersteund waren, maar niet haar als persoon respecteerden en haar waardigheid niet respecteerden, en ze daarom niet met hem kon trouwen. Ze MOEST hem pijn doen door hem af te wijzen, zoals ze haar eigen verlangen naar Mr. Rochester MOEST ontkennen. Omdat ze zichzelf en hen met respect WILDE behandelen.
Jane is twee keer in staat een ‘behoren’ te weerstaan. Een ‘behoren’ dat voortkomt uit het zelfzuchtige verlangen (uit het ‘vlees’ zou de bijbel zeggen), en een ‘behoren’ dat voortkomt uit de regels (uit de ‘wet’ zou de bijbel zeggen). Waarom was ze daartoe in staat? Omdat ze geloofde in God. Haar geloof in God was anders dan het geloof van Mr. Rochester, of St. John Rivers. Die hadden beide eigenlijk een overeenkomend beeld van God. Allebei geloofden ze in een God die de daden van mensen woog en ze overeenkomstig zou belonen dan wel straffen. Mr. Rochester geloofde daarom dat hij toch al verdoemd was en alles kon doen wat hij verlangde, en St. John Rivers geloofde dat God hem zou belonen in de eeuwigheid als hij zendeling werd. Maar Jane heeft een heel ander Godsbeeld. Dat blijkt als ze afscheid neemt van St. John. Ze zegt daar: ‘I mounted to my chamber; locked myself in; fell on my knees; and prayed in my way - a different way to St. Johns, but effective in its own fashion. I seemed to penetrate very near a Mighty Spirit; and my soul rushed out in gratitute at His feet. I rose from the tanksgiving- took a resolve - and lay down, unscared enlightened - eager but for the daylight.’
Dat verschilt nogal van de God tot wie St. John bidt (of tegen wie hij minipreekjes afsteekt). Dit is een God waarvan Jane weet en ervaart dat Hij er voor haar is, dat Hij van haar houdt. Daarom dat ze opstaat met dankbaarheid. Zelfs al zou ze niet de juiste keuze gemaakt hebben, deze God respecteert haar als persoon en wijst haar niet af. En daarom kan ze handelen met respect voor zichzelf. En voor anderen (het is tekenend dat het boek eindigt met St. John - het feit dat Jane hem afwees, wil niet zeggen dat ze hem niet respecteert. Ze laat hem in zijn waarde, zoals ze zichzelf in haar waarde laat).

Jane had dit godsbeeld niet van zichzelf - ze groeide juist op als wees in een hard huishouden. Niet de beste omgeving om respect te leren. Maar ik geloof dat het is terug te voeren op haar eerste vriendin Helen Burns. Niet voor niets heeft Charlotte Bronte zoveel aandacht besteed aan deze vriendschap. Dit is de basis om de rest van het werk te interpreteren. Goed, wat dogma’s betreft zou ik als ik muggenzifterig was op haar overtuigingen wel wat aan te merken kunnen hebben (maar daar moet ik nog een keer een ander essay over schrijven) en ze maakt niet echt melding van Jezus - degene door wie wij de Vader hebben leren kennen op de manier zoals Helen Hem beschrijft. Maar hoe Helen God beschrijft, is hoe ik hem heb leren kennen - door Jezus en in mijn gebeden. Als Jane vraagt: ‘Where Is God? What is God?’, antwoordt Helen: ‘My Maker and yours, who will never destroy what He created. I rely implicitly on His power, and confide wholly in His goodness: I count the hours till that eventful one arrives which shall restore me to Him, reveal Him to me.’ En dan vraagt Jane: ‘You are sure then Helen, that there is such a place as heaven, and that our souls can get to it when we die?’. Helen antwoordt: ‘I am sure there is a future state; I believe God is good; I can resign my immortal part to Him without any misgiving. God is my father; God is my friend: I love Him; I believe He loves me.” Jane vraagt: “And shall I see you again, Helen, when I die?”. Ze antwoordt: “You will come to the same region of happiness: be received by the same mighty, universal Parent, no doubt, dear Jane.”
Dit is wat Jane is gaan geloven. Voor haar heeft Gods liefde inderdaad de angst uitgebannen. Ze verlangt niet meer naar beloning voor haar inspanning, en is niet meer bang om door God gestraft te worden. In plaats daarvan weet ze dat God van haar houdt, en haar nooit zal vernietigen, maar haar bij zich wil hebben in zijn eeuwigheid. God is haar vriend, en zal zichzelf aan Haar openbaren. Ze heeft van God waardigheid gekregen, zoals ieder mens van God waarde heeft gekregen. En daarom WIL ze zichzelf en anderen met waardigheid behandelen, ook al MOET ze daarvoor zichzelf soms ontkennen, en anderen pijn doen door ze af te wijzen. Maar ze BEHOORT niets meer. Ze is vrij!

Ik wil ook op deze manier leven. Ik BEHOOR niet meer bijbelstudie te doen of te bidden - ik hoef mezelf niet meer onder druk te zetten om daar mijn tijd mee te vullen. Of God van mij houdt hangt er niet van af. Maar ik realiseer me dat mijn diepste verlangen is om te schrijven. Dat WIL ik, zoals ik nooit heb willen bijbelstudie doen, en daarom MOET ik er tijd voor maken. Daarom MOET ik er elke dag voor zitten. Dat past bij mij. Het is niet iets dat ik BEHOOR. Ik ga er niet aan onderdoor, ik kom er juist door tot leven. Maar net zo WIL ik anderen respecteren. Ik WIL anderen zien zoals God ze ziet. Daarom MOET ik soms dingen doen die in eerste instantie ongemakkelijk zijn, uit mijn comfortzone komen, bijvoorbeeld om een zwerver niet als minder dan menselijk af te schudden, maar hem of haar echt in de ogen te kijken. Maar ook hier ga ik niet aan ten onder, het is voor mij geen verplichting die mij overspannen maakt, want het is niet iets dat ik BEHOOR. Ik geloof zelfs dat ik er uiteindelijk meer mens door wordt, en niet minder. Want we zijn het meest mens als we liefhebben, zoals God ons heeft liefgehad. God, de universele Ouder, die ons en hen ooit zal ontvangen in zijn huis van blijdschap.

zondag 3 maart 2013

Boekbespreking: Jane Eyre, deel 1: willen, moeten en behoren

Een tijdje geleden ontmoette ik een oude vriend. Ik heb op mijn blog eerder over hem geschreven in mijn serie ‘Blast from the Past’. Daar schreef ik over de periode toen ik studeerde en net twintig was. Ik las toen elke dag uit de bijbel (vijf hoofdstukken), memoriseerde bijbelteksten (heb ik nog vaak plezier van, moet ik toegeven), las bijbelstudieboeken, bad elke dag minstens een half uur, probeerde mezelf nieuw testamentisch Grieks aan te leren, en bezocht alle bijeenkomsten van de kerk waar ik toen bij hoorde. Mijn vriend deed hetzelfde. Dat was ook waardoor we elkaar vonden op een bijbelstudiekamp georganiseerd vanuit ons kerkgenootschap. We waren allebei serieuze, toegewijde christenen en we bemoedigden elkaar om God enthousiast te dienen. Zodra we allebei een e-mailadres hadden begonnen we bovendien aan een uitgebreide elektronische correspondentie. Mijn vriend heeft al onze berichten uitgeprint en heeft een hele stapel thuis liggen.
Maar, zoals ik ook in die eerdere serie schreef, in het vierde jaar van mijn studie, toen ik bezig was met mijn afstudeerstage, werd ik overspannen. Ik sliep nauwelijks meer, werd acht keer per nacht wakker, en werd daardoor (natuurlijk) vermoeid en prikkelbaar. Wat ik ook probeerde, ik kon niet ontspannen. Tot een docente van mijn opleiding me suggereerde dat ik, als ik thuis kwam, nu eens niet moest doen wat ik had gepland, dat ik van mezelf moest doen, maar dat ik deed wat ik wilde. Dat was een revolutionair concept voor me! Wat ik eigenlijk direct besefte was dat alle religieuze activiteiten die ik deed niet werden gemotiveerd door verlangen, maar dat ik ze deed (en zo hard) uit een gevoel van verplichting. Ik dacht dat ik een slecht christen zou zijn als ik het niet deed, dat ik dan tekort zou schieten. Ik voelde me schuldig als ik mijn doelen niet haalde. Ik zette mezelf onder druk, door niet te doen wat ik eigenlijk wilde, en mijn tijd vol te plannen met wat ik geloofde dat ik moest. Dat kon natuurlijk niet goed gaan. Ik realiseerde me toen dat ik eigenlijk wilde schrijven. En begon aan mijn boek Neptunus (dat binnenkort opnieuw wordt uitgegeven! Houd deze plek in de gaten! - een beetje reclame voor mezelf mag wel op mijn eigen blog, toch). Ik heb toen een paar jaar lang niet gebeden en niet uit de bijbel gelezen, en geen christelijke boeken gelezen. Dat was heerlijk. Mijn vriend ging daar echter wel mee door. En dat leidde tot spanning in onze relatie. Want ik geloofde dat hij alles deed uit dezelfde motieven als ik. Dat ook hij alleen werd gedreven door gevoelens van schuldgevoel, schaamte en verplichting. Dat hij mij daarom aanmoedigde om te blijven bijbellezen. (Aan de andere kant dacht hij dat ik werd gedreven door dezelfde motieven als hij: dat ik werkelijk graag bijbelstudie deed, en dat mijn passie om te bidden uit mijn hart kwam, zoals bij hem). Dit leidde ertoe dat ik onze relatie verbrak. Het heeft jaren geduurd voor ik hem daarvoor om vergeving vroeg - die hij gelukkig verleende. Ik begreep toen dat al die activiteiten bij hem niet voortkwamen uit plicht, maar dat hij zich er echt graag mee bezighield (en nu dertien jaar later nog steeds graag mee bezighoudt!). Zijn motivatie was oprecht, terwijl die van mij uit schuldgevoel en schaamte voortkwam. Ik was namelijk veel liever bezig met verhalen, met boeken, met fantasie en verbeelding. Dat was wat mij motiveerde.

Toen ik na de ontmoeting met mijn vriend sprak met mijn verloofde, zei ik: “Hij is echt zoals St. John Rivers.” -En daar hebben we de connectie met deze boekbespreking. Ik had namelijk net het boek Jane Eyre van Charlotte Bronte gelezen. Dit is een van de favoriete boeken van mijn verloofde, en het is bovendien nog eens een klassieker (ik meen ergens gelezen te hebben dat ook C.S. Lewis fan was van de Bronte-boeken). Het boek gaat over  weesmeisje Jane Eyre, die gouvernante wordt van een meisje, Adele, in een kasteel. Dan komt de heer de huizes thuis van zijn reis. Deze Mr. Rochester is onconventioneel eerlijk, gepassioneerd en behandelt Jane als gelijke. En hij is gecharmeerd van haar eerlijkheid en stelligheid. Jane krijgt gevoelens voor hem, maar mr. Rochester lijkt te willen trouwen met een adellijke dame. Ze kan het dan ook nauwelijks geloven als hij opeens haar ten huwelijk vraagt. Maar als ze getweeën in de kapel staan, wordt de plechtigheid onderbroken. Een advocaat heeft bewijs dat het huwelijk tussen Rochester en Jane Eyre ongeldig zou maken ...
Over de literaire kwaliteiten van het boek zal ik het hieronder niet uitgebreid hebben. Het is niet voor niets een klassieker. Charlotte Bronte schrijft heel invoelend vanuit het perspectief van Jane. Het wordt een werkelijk persoon voor de lezers, met niet alleen goede, maar ook minder positieve eigenschappen. Dit is bijvoorbeeld eindelijk een romantisch boek waarin de heldin niet bijzonder knap of aantrekkelijk is. De man in haar leven trouwens ook niet. Verder is het boek voor de tijd waarin het werd geschreven behoorlijk feministisch. Jane’s betoog dat vrouwen een zelfde innerlijke leven hebben als mannen en net als mannen hun eigen leven willen leiden, lijkt voor ons wellicht vanzelfsprekend, maar was dat in de negentiende eeuw absoluut niet. Het verhaal bevat enkele gothische elementen die er zelfs een thrillersfeertje aan zouden kunnen geven, maar het wordt niet als horror behandelt. Aan het eind sluipt er een voor moderne lezers magisch realistisch tintje in, als twee karakters elkaar over een afstand van tientallen mijlen naar elkaar horen roepen. Maar dat is niet wat bij blijft. Wat bij blijft is het karakter van Jane Eyre, en het gevoel haar echt te kennen. Iemand die je graag in je kennissenkring zou hebben, al was het maar om haar verbeelding - ze maakt zelfs fantasy-illustraties.

Van een van de karakters in het boek dacht mijn verloofde aanvankelijk dat die leek op mij zoals ik voor mijn overspannenheid was, omdat hij zich ook onder druk zette om de Heer te dienen, zo ver dat hij zelfs een relatie weigerde met iemand die op hem verliefd was (en van wie hij ook hield), zodat hij zendeling kon worden in India. Ze dacht dat dit bij St. John Rivers ook voortkwam uit schuldgevoel en verplichting. Maar toen ik het boek las, realiseerde ik me dat het anders was. De passie van St. John Rivers was namelijk oprecht. Hij wilde echt de Heer dienen. Het was zijn natuur. Zoals Jane Eyre over hem zegt: “I saw he was of the material from which nature hews her heroes - Christian and Pagan- her lawgivers, her statesmen, her conquerors: a steadfast bulwark for great interests to rest upon ... This parlour iss not his sphere. The Himalayan ridge or Caffre bush, even the plague-curses Guinea Coast swamp would suit him better. Well may he eschew the calm of domestic life; it is not his element: there his faculties stagnate. It is in scenes of strife and danger - where courage is proved, and energy exercised, and fortitude tasked-that he will speak and move, the leader and superior. A merry child would have the adventage of him on this hearth. He is right to choose a missionary’s career- I see it now.” Zo was het verlangen om bijbelstudie te doen en te bidden van mijn vriend ook altijd oprecht was geweest. Het hoorde bij hem.
Ik herkende mezelf echter eerder in Jane Eyre - op wie het betreffende karakter inpraat dat zij ook zendelinge moet worden (hij schrijft aan haar dezelfde motivatie toe als hij zelf heeft). En St. John Rivers wil dat ze haar leven achterlaat om voor de Heer te lijden. “Remember, we are bid to work while it is day - warned that ‘the night cometh when no man shall work’  Remember the fate of Dives, who had his good things in this life. God give you strength to choose that better part which shall not be taken from you!” Omdat hij zendeling wil worden, denkt hij dat dit het plan van God met allen is. En Jane is er gevoelig voor. Zoals iemand tegen haar zegt: “St. John would urge you to impossibilities; with him there would be no permission to rest during the hot hours; and unfortunately, I have noticed, whatever he exacts, you force yourself to perform.” En het zou voor Jane slecht aflopen, want het is niet haar ware natuur. Zij heeft een meer verbeeldingsvolle geest - ze is in haar hart een kunstenares, die prachtige fantasievolle tekeningen maakt. Daar verlangt ze naar. Jane zegt daarom: “As his wife-at his side always, and always restrained, and always checked - forced to keep the fire of my nature continually low, to compel it to burn inwardly and never utter a cry, though the imprisoned flame consumed vital after vital - THIS would be unendurable ... If he would marry me, he would kill me. He is killing me now.’ Gedwongen worden haar ware natuur te onderdrukken om religieus gedrag te vertonen dat ze eigenlijk niet wil, zou haar dood worden. Ze zou er overspannen van worden, is wat ik haar hoor zeggen. Ze kan zichzelf niet op die manier ontkennen zonder eraan te bezwijken. Daarom weigert ze met St. John mee te gaan naar India.
Maar het interessante in het boek is natuurlijk dat een paar hoofdstukken eerder Jane ogenschijnlijk zichzelf en haar passie wel ontkende, namelijk door weg te rennen bij Mr. Rochester, de liefde van haar leven, de man van wie ze meer dan alles hield. Ze kon haar hart met hem delen (zoals ze dat niet kon met St. John). Ze kon alles tegen hem zeggen. En hij had haar gezegd dat hij ook van haar hield. Hij had haar ten huwelijk gevraagd. Hij had zelfs een prachtige trouwjurk voor haar gekocht. Hij was bereid de kloof van rijkdom en afkomst te overbruggen voor haar: een edelman die zich wil binden aan een gouvernante. Jane wist heel zeker dat Mr. Rochester haar gelukkig zou maken. Mr. Rochester is namelijk een heel andere man dan St. John. Gepassioneerd. Misschien zelfs te gepassioneerd. Hij leeft namelijk niet voor een hoger ideaal, zoals St. John, maar alleen voor zichzelf. “Since happiness is irrevocably denied me, I have a right to get pleasure out of life: and I WILL get it, cost what it may.” Hij leeft niet uit zijn hoofd (zoals St. John), maar uit zijn buik (waar Jane uit haar hart leeft, zoals ik in het volgende deel van deze bespreking zal laten zien). Mr. Rochester leeft voor wat hij verlangt. Maar net als St. John wil ook hij Jane iets opleggen, namelijk dat zij net als hij haar verlangen klakkeloos volgt, dat ze toegeeft aan haar verliefdheid, en in feite zijn maîtresse wordt. Hij wil dat ze geen belang hecht aan de huwelijksbelofte, dat ze alles maar laat schieten om zich aan hem te binden. Hij wil dat ze haar lust volgt. Haar ‘vlees’ in de termen van de bijbel. Waar St. John vond dat Jane op hem behoorde te lijken, vindt Mr. Rochester dat Jane op hem behoort te lijken. En in beide situaties gaat Jane er bijna aan onderdoor.

Ik las met mijn verloofde laatst in het interessante boek When I Say No, I Feel Guilty (Als Ik Nee Zeg, Voel Ik Mij Schuldig) van Manuel J. Smith een paragraaf die de situatie van Jane verduidelijkt (en ook mijn eigen situatie). Het gaat om het verschil tussen ‘moeten’ en ‘behoren’. Hij schrijft: ‘I often ask people to phrase their internal conflict in any of these three categories: ‘I want to’, ‘I have to’ or ‘I should’. The I WANT category is straightforward i.e. I WANT to have steak for dinner three times a week, I WANT to go to the movies instead of watching TV, or I WANT to spend the rest of my life living on the beach in Tahiti. From these wants, certain I HAVE TO’s or contingencies follow. The I HAVE TO’s are compromises that you work out within yourself and with other people. If I WANT steak three times a week, I HAVE TO get the money to afford to eat steak three times a week. If I have to get this money (and I also want to stay out of jail), I HAVE TO work at a job that pays enough money so I can afford steak three times a week (or some other compromise that works). If I WANT TO go to the movies tonight, I HAVE TO forgo watching my favorite TV-program. If I WANT TO spend my life lounging on the beach of Tahiti, I will HAVE TO get used to ‘tropical lunch’ (whatever you can mooch). All these contingencies on what you do because you want certain things are quite simple: you simply decide if the I WANTS are worth the I HAVE TO’s. Many people, however, cofuse the I HAVE TO’s with the I SHOULD’s and muddy the clear water of their thinking. SHOULDS as a rule of thumb, can be categorised as manipulative structure used to get you to do wahtever someone else wants, or arbitrary structure you have imposed upon yourself to deal with your own insecurity concerning what you ‘can or cannot’ do. For instance: I SHOULD work because everybody SHOULD be productive, not just because I want meat on the table three nights a week. I SHOULD get out in the evening because I SHOULDN’T watch TV all the time. I SHOULDN’T want to go to Tahiti, because no one SHOULD be a beach bum. Whenever you hear yourself or someone else say ‘should’, extend your antimanipulative antennae up as far as possible and listen carefully. In all likelyhood, some message will follow that says: ‘You are not your own judge’.’

Als ik kijk naar mijn eigen leven en de reden dat ik overspannen ben geworden, realiseer ik me dat ik leefde op basis van ‘behoren’. En dat slurpte mijn energie weg. En nog steeds hoor ik veel boodschappen die me zeggen dat ik dingen ‘behoor’. Die komen voort uit de maatschappij (je ‘behoort’ een goede baan te hebben, je ‘behoort’ naar de sportschool te gaan), maar helaas ook uit de kerk. De meeste boodschappen over het christelijke leven die worden gebracht in de kerk, zijn in mijn ervaring ‘behorens’. Ik ‘behoor’ meer te bidden,  ik ‘behoor’ meer te geven, ik ‘behoor’ de leiders te gehoorzamen. Anders ben ik geen goed christen, anders hoor ik er niet bij, anders stel ik God en andere mensen teleur, anders ... Mede als gevolg van mijn overspannenheid lukt het me niet goed deze ‘behorens’ buiten me te houden en ik krijg er stress van. Dat is niet gezond. Ik heb vaker geschreven op mijn blog over de verschillen tussen motivatie van buitenaf, en van binnenuit. Motivatie van buitenaf (gebaseerd op de principes van beloning en straf) ontneemt me uiteindelijk mijn vrijheid, en maakt me minder mezelf. Bovendien kan ik het uiteindelijk niet volhouden.
Ik verander alleen als ik wordt gemotiveerd van binnenuit. Als mijn verlangen verandert. Als mijn ‘Ik WIL’ verandert. Want dan ga ik zien dat daarbij een ‘Ik MOET’ hoort!
Toen ik op de middelbare school heel graag met een survivalkamp naar de Ardennen meewilde, besefte ik dat ik moest trainen. En dat heb ik toen een hele tijd gedaan. En toen ik besefte dat ik niet langer vrijgezel wilde blijven, realiseerde ik dat ik initiatief moest nemen om vrouwen aan te spreken, ook al voelde dat spannend. Ik geloof dat het zo ook geldt op het gebied van het christelijk geloof, maar daarover zal ik meer schrijven in het tweede deel van deze bespreking. Ik zal laten zien hoe Jane Eyre vanuit haar zelfrespect in staat is om ‘nee’ te zeggen tegen de ‘behorens’ die haar worden opgelegd door St. John Rivers en Mr. Rochester, en waar dat zelfrespect vandaan komt, namelijk: de liefde van God, die de angst uitdrijft en ons weerbaar maakt tegen manipulatie.

vrijdag 27 juli 2012

Filmbespreking: The Dark Knight Rises

Ik kijk graag naar superheldenfilms. En met mij vele anderen, want het laatste decennium is er geen zomer geweest zonder gekostumeerde krachtpatsers in de bioscoop. Er wordt op het internet druk gespeculeerd of de hype zijn hoogtepunt al heeft bereid en wanneer mensen moe worden van dit soort verhalen. Als The Avengers een van de meest lucratieve films ooit is, er een nieuwe versie van Spider-Man draait, en de nieuwste Batmanfilm volle zalen trekt, is de trend echter niet voorbij. Nog lang niet, is mijn overtuiging. Want zolang mensen verhalen konden vertellen, hebben ze verteld over superhelden. De Grieken beschreven al de werken van Hercules, en de heldendaden van de bijna onkwetsbare Achilles, en de avonturen van Jason en de Argonauten. Het is niet voor niets dat een van de helden van het zilveren doek is genoemd naar de Noorse god Thor. Elke cultuur kent karakters als deze. Personen die sterker zijn dan de gemiddelde burger, of sneller, slimmer of rijker. Die over een flatgebouw kunnen springen, kunnen slingeren aan een kunstmatige spinnedraad, of een ijzeren pantser hebben gebouwd. Maar die tegelijk menselijk zijn, en dus worstelen met dezelfde verleidingen en uitdagingen als de gemiddelde burger. Die door hun trots ten val worden gebracht, die geliefden van zich afstoten, of uiteindelijk tot de drank vervallen. Die moeten leren dat grote kracht gekoppeld is aan grote verantwoordelijkheid. Of dat niet alles kan worden opgelost met machtsvertoon. Ze zijn uitvergrotingen van onszelf, en van de gevechten die wij voeren. Dus, hoewel wij niet met een vuist door een muur kunnen slaan, herkennen we toch iets in deze karakters, en wordt onze worsteling gevalideerd - onze strijd om het juiste te doen is belangrijk, omdat ook de held dit probeert. En tegelijk worden we geinspireerd, want als de held zichzelf kan overwinnen en ondanks zijn eerdere verlies opnieuw de strijd durft aangaan met de gemuteerde kikvorsman, durven wij ‘s ochtends ons bed uit te komen en die moeilijke vergadering op kantoor voor te zitten.
De superhelden (met uitzondering van Superman) zijn dus geen beelden van de goden, maar van de mensen - net als de helden uit de mythologie. Als er -zoals bij veel heldenverhalen- echo’s van de dood en opstanding van Jezus in hun belevenissen doorklinken, is dat omdat de echo’s van het grote verhaal ook in onze levens doorklinken, niet omdat ze in de mythe de rol van God vervullen. De superheld moet net zo zeer vertrouwen in de goedheid van God en de uiteindelijke overwinning van de waarheid als wij - hij is niet de goedheid en de waarheid zelf. Daarom denk ik dat we superhelden niet moeten verwijten dat ze een incompleet beeld van verlossing laten zien of een held die twijfelt aan zichelf of verkeerde motieven heeft. Die heeft hij omdat hij een weerspiegeling is van ons -inclusief onze twijfel en onze motieven - en niet een weerspiegeling van God.
En net als de heldenverhalen van de mythologie is deze weerspiegeling er een ‘als in een spiegel, in raadselen’ (zoals in 1 Korintiers 13), ze koerst, in de woorden van Tolkien, zigzaggend naar de ware haven. Wat de superhelden laten zien is de visie van onze cultuur op de mens en wat het betekent een zinvol leven te leiden - niet de visie van de bijbel. De held in de bijbel is immers een andere dan die in de Griekse of Noorse mythologie. De bijbelse held voert niet zelf de strijd, maar vertrouwt op God. Hij stelt niet zichzelf op een voetstuk en treedt zelf niet voor het voetlicht. Als hij dat wel doet, delft hij snel het onderspit, zoals Simson. De bijbelse held is meestal klein en onbetekenend, een herdersjongen of een stotteraar, een angstige jongen die graan dorst in het verborgene en steeds om een teken vraagt, of een rondreizende prediker die keer op keer wordt gestenigd en zelfs schipbreuk lijdt. Hij is het meest een held als hij van zichzelf geen held meer hoeft te zijn - als hij sterft aan het held-zijn als bron van zijn eigenwaarde. En interessant genoeg is dit wat uiteindelijk de boodschap van de drie Batmanfilms blijkt te zijn - want vergis je niet. Ook al is de laatste film prima op zichzelf te kijken, eigenlijk vormt hij de afsluiting van een samenhangende trilogie, een van de beste uit de recente filmgeschiedenis.

Het is acht jaar sinds de onvoorspelbare Joker de Amerikaanse stad Gotham in de greep hield met zijn gruwelijke spelletjes. Miljonair Bruce Wayne wist hem onschadelijk te maken, maar moest daar een gruwelijke prijs voor betalen. De grote liefde van zijn leven overleed en zijn alter ego Batman nam de schuld op zich van de dood van openbaar aanklager Harvey Dent, en wordt sindsdien als misdadiger achterna gezeten. Bruce gaat nog steeds gebukt onder de gebeurtenissen. Hij leunt op een wandelstok en komt niet meer buiten. Ook Batman heeft al jaren het daglicht niet meer gezien. Maar tijdens een viering van ‘Harvey Dent’-dag, waar wordt gememoreerd dat de misdaad de afgelopen jaren streng is bestreden, breekt een juwelendief in bij de excentrieke kluizenaar. Ze steelt niet alleen de parelketting van zijn moeder uit de onkraakbaar geachte kluis, maar ook zijn vingerafdrukken. Die worden gebruikt om uit naam van Wayne onzekere aandeelopties te kopen. Tegelijk is een nietsontziende terrorist in Gotham gearriveerd, Bane, die in de riolen van de stad een leger om zich heen heeft verzameld. Hij doet politiecommissaris James Gordon in het ziekenhuis belanden. Beide gebeurtenissen zijn aanleiding voor zowel Bruce als Batman om uit zijn schulp te komen. Maar hij is niet meer de oude. Trouwe butler Alfred gelooft niet dat zijn werkgever het kan opnemen tegen Bane. De terrorist wordt gedreven door geloof in een ideaal. Bruce Wayne heeft daarentegen niets meer om voor te leven. Dat kan niet goed aflopen ...

The Dark Knight Rises
is een meeslepende film, die vooral geslaagd is als slot van Christopher Nolan’s Batman-trilogie. Verhaallijnen die begonnen in Batman Begins worden nu eindelijk afgesloten. Gezien als alleenstaande film is er echter wel wat op af te dingen. Zo had er uit de tweede acte wel wat gesneden kunnen worden. En in de derde akte zijn er een aantal onwaarschijnlijkheden en toevalligheden in het plot die de aandacht afleiden: situaties waar de helden opduiken, waar ze niet van af konden weten, en anderen die zich opeens ergens anders bevinden dan in een eerdere scene. En aan het einde is er wel heel weinig tijd over om alles te doen wat volgens de film moet plaatsvinden. Ten slotte heeft de film niet een slechterik die de Joker kan overtreffen. Maar wat de film goed doet, doet de film erg goed! Het plot is episch en doet denken aan verhalen over de Franse revolutie - geen wonder als de filmmakers A Tale of Two Cities citeren als inspiratiebron. Christian Bale zet de kwetsbaarheid van Bruce Wayne mooi neer en Michael Caine is ontroerend als Alfred. De nieuwe karakters zijn een mooie aanvulling: zowel de fascinerende inbreker Selina Kyle, als de goedhartige investeerder Miranda Tate en politieagent John Blake. Er zijn een paar indrukwekkende actiescenes, vooral rond de ‘Bat’ - waarmee Batman ook de lucht onveilig kan maken. Maar wat vooral goed is aan de film, is dat hij niet draait om de schurken, om de tegenstanders (zoals The Dark Knight dat wel deed). Batman, Bruce Wayne, is en blijft de hoofdfiguur. Dat betekent niet dat hij altijd in beeld is. Voor een Batmanfilm komt de held in deze film eigenlijk weinig voor. Maar als Batman niet in beeld is, wordt zijn afwezigheid wel scherp gevoeld en is zijn invloed duidelijk zichtbaar. Het is moeilijk voor te stellen dat een volgende film nog iets aan dit verhaal kan toevoegen, aan de andere kant laat het slot wel ruimte voor een intrigerend vervolg!

De titel van de film maakt al duidelijk waar het in de film om gaat - de wederopstanding van Batman. Maar voor Batman kan opstaan, zal hij eerst moeten sterven. Het lijkt aan het begin van de film alsof hij dat al gedaan heeft, maar niets is minder waar. Herinner je de woorden van Jezus: ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen.’ Dat is wat Wayne in de praktijk merkt. Bruce Wayne gedraagt zich als een kluizenaar, hij ruziet met zijn enige vriend en helper, hij vergeet de belangen van zijn bedrijf, maar ook die van de weeshuizen die hij ondersteunde. Hij negeert zijn gezondheid en zijn relaties, niet omdat hij dood is, maar omdat hij nog steeds zijn eigen leven onder controle wil houden. Aan het eind van Batman Begins weigerde zijn jeugdvriendin al om een relatie met hem aan te gaan, omdat hij niet de Bruce was die ze van vroeger kende. Zolang hij werd gedreven door woede vanwege de dood van zijn ouders, kon hij in zijn hart geen ruimte maken voor haar. Hij kon een ander geen invloed geven in zijn leven, zolang hij meende dat hij de held moest zijn die anderen moest redden. Zijn missie als Batman was het heldenverhaal waar hij zijn betekenis aan ontleende, en daaraan moest alles en iedereen worden afgemeten. Hieraan ontleende hij zijn identiteit. Hij was ervan afhankelijk geworden voor zijn ego.
Het heldenverhaal werd echter in de tweede film op wrede wijze ontkracht door de Joker. Het huis dat Bruce Wayne voor zichzelf had opgebouwd bleek geen fundament te hebben. De basis voor zijn zelfbeeld bleek wankel. Maar Batman was alles wat hij had. Hij had geen alternatief. Dus leidde hij sindsdien een schaduwleven. In feite had hij echter nooit iets anders geleid dan een schaduwleven. Butler Alfred heeft dat scherp door. Hij zegt dat hij ooit hoopte dat Bruce Wayne nooit zou terugkeren naar Gotham, de stad die voor hem werd gekarakteriseerd door verlies en wraakgevoelens. Hij hoopte dat de jonge man ervoor zou kiezen de pijn achter zich te laten en een leven op te bouwen, te genieten van een vrouw, kinderen, een baan en een huis. Maar Bruce liet zich definiëren door de gebeurtenissen uit het verleden en de missie van misdaadbestrijding die hij meende eigenhandig te moeten uitvoeren (terwijl hij als miljonair ook veel goed had kunnen doen met zijn geld, zonder zijn eigen identiteit ervan te laten afhangen). Hij heeft er dus nooit voor gekozen te leven - te genieten van waarheid, schoonheid en relaties. En als hij nu opnieuw de identiteit van Batman opneemt, is dat geen keuze voor heldhaftigheid, maar voor de dood. Bruce heeft immers geen reden meer om te willen leven. Het enige is de lege huls van zijn oude identiteit. Het hoogste dat hij kan bereiken is vechtend ten onder te gaan. Alfred kan Bruce natuurlijk onmogelijk overtuigen. Hij kan maar een ding doen om hem tegen zichzelf te beschermen: dat is Bruce niet ondersteunen in zijn zelfvernietigende keuze voor zijn oude heldenverhaal. Hij trekt zijn handen van hem af. Bruce staat er alleen voor.
En waar hij op rekende, gebeurt. Batman delft het onderspit. “Waarom dood je me niet gewoon?”, vraagt hij op een bepaald moment aan zijn tegenstander. Bane wil echter niet alleen het lichaam van de held breken, maar ook zijn geest. Daaruit blijkt dat de terrorist geen inzicht had in de innerlijke toestand van zijn slachtoffer. Hij werpt hem in de put. Maar van binnen was Bruce al zo diep als hij ooit kon zinken. Er hoefde niets meer gebroken te worden, want er is niets meer heel. Bane neemt hem zijn masker af, maar Bruce had al ontdekt dat die hem geen betekenis kon geven. De schurk ontmaskert de leugen die Batman en commissaris Gordon in stand hielden, maar Wayne heeft al ingezien dat die tekortschoot. Bruce’s heldenverhaal was al verbrokkeld. Hij hoeft zichzelf niets meer te bewijzen. Hij hoeft geen ego meer in stand te houden. Hij is gestorven aan zichzelf. Hij is leeg. Maar: ‘Wie zijn leven verliest, zal het behouden.’ Opeens blijkt dat die leegte kan worden gevuld door iets van buiten. Hij realiseert zich opeens hoe belangrijk de wereld buiten zijn ik voor hem is. Hij heeft toch iets om voor te vechten -niet zichzelf of zijn heldenverhaal, maar zijn vrienden, zijn butler, zijn stad. (Mijn favoriete filmcriticus Steve Greijdanus meent dat de film niet genoeg laat zien dat de inwoners van Gotham de inspanning van Batman waard zijn - maar volgens mij gaat het daar niet om. Bruce blijkt onvoorwaardelijk van de inwoners van Gotham te houden. Ze hoeven zijn offer niet te verdienen.)
Bruce wordt vanaf dit moment gemotiveerd door liefde. En dus is hij in staat uit de diepte te verrijzen - wat Bane niet voor mogelijk hield. En waar Bruce eerder niet durfde zichzelf of zijn succes aan anderen toe te vertrouwen (‘Als je Gotham wilt redden,’ houdt iemand hem voor, ‘moet je haar burgers vertrouwen.’), geeft hij zich nu over aan anderen. Hij durft zelfs het risico te nemen samen te werken met Selina Kyle, die zich nu niet bepaald betrouwbaar heeft getoond. Hij heeft geen theatricaliteit en misleiding meer nodig om zijn doelen te bereiken. Hij kan bovendien afscheid nemen van zijn heldenverhaal. Het symbool van Batman en waar dat voor stond, kan hij delen met anderen, zonder het per se zelf te hoeven controleren. En hij neemt eindelijk afscheid van de pijn en de wraak die zijn leven beheersten. Hij kiest voor het leven. Bruce Wayne is opgestaan.

Ik zie in deze film een sterke bevestiging van wat ik ‘de weg van de zwakheid’ noem - de weg die Jezus ging en waartoe hij ons opriep die ook te gaan. Hij vroeg ons zijn kruis op te nemen - en dan zouden we leven. Hij hield ons voor zijn juk te dragen, en dan zouden we rust vinden voor onze zielen. De weg van Jezus bestond uit het opgeven van de heldenverhalen, de projecten waar zijn zelfbeeld van afhing, en het geloven dat zijn waarde en betekenis niet van hem afhankelijk was, maar van de onvoorwaardelijke liefde van God, zijn vader. Die liefde, die een geschenk was waarvoor hij niets kon doen, bracht hem ertoe anderen op dezelfde manier lief te hebben. Hij zag de waarde en betekenis van de wereld buiten hem, die ook niet van hem afhankelijk was, en leefde op een manier die daarmee in overeenstemming was. Hij had lief, zelfs zijn vijanden. En zoals in de film anderen het voorbeeld van Batman volgen, mogen wij het voorbeeld van Jezus volgen. Het lijkt misschien alsof we alles kwijtraken waar ons zelfbeeld van afhankelijk was, maar wat we ervoor terugkrijgen is eeuwig leven. En dat kan niemand, al is hij het kwaad zelf (zoals Bane wordt genoemd), van ons afnemen. We kunnen werkelijk zeggen: “It is a far, far better thing that I do, than I have ever done; it is a far, far better rest that I go to, than I have ever known.”

zaterdag 31 maart 2012

Gerechtigheid 2: Het begint van binnen

Gerechtigheid blijft voor mij soms een ‘ver van mijn bed’-show. Kindsoldaten in Afrika, vrouwenhandel in Zuidoost-Azië, onderdrukking van andersdenkenden in het Midden-Oosten en in China, de lijst gaat schijnbaar eindeloos door. Het lijkt altijd een probleem van mensen ‘daar’, buiten mijn kennissenkring, buiten mijn invloed. Ik voel me vaag schuldig omdat ik niet gevangen zit, niet als vee wordt verkocht, niet wordt gedwongen familieleden te verraden en niet in het geheim met anderen hoef af te spreken om mijn geloof te beleven. Dus doe ik wat geld in de collecte, zet mijn handtekening onderaan de lijst, en keer vervolgens opgelucht terug tot mijn veilige, comfortabele, vrije leventje. Ik heb de stem van mijn geweten tot zwijgen gebracht en kan me weer met volle aandacht wijden aan mijn baan, mijn huis, mijn hobby’s en mijn gezin. Tenminste, tot de volgende oproep op tv verschijnt, of de volgende collectant bij mij aan de deur staat. Maar de pijn van het onrecht, de ernst van het kwaad, blijft al die tijd buiten mijn hart. Ik voel het niet echt en dus is ook mijn bewogenheid niet echt.   
Wat God wil, is dat mijn strijd tegen het onrecht begint in mijn eigen binnenste. Zolang mijn actie alleen maar voortkomt uit schaamte of schuldgevoel is het niet meer dan ‘een dreunende gong of een schelle cimbaal’ (1 Korintiërs 13:1), voor God niet van meer waarde dan de ‘gerechtigheid … van de schriftgeleerden en de farizeeën’ (Matteüs 5:20). Ik moet het kwaad leren herkennen in mijn eigen omgeving en in mijn eigen situatie gaan leven in de realiteit van Gods liefde voor mij. Pas dan zal ik oprecht gaan geven om de omstandigheden van anderen, en zal ik mij uit eigen beweging opofferen om mijn naasten vrij te maken. Ik geloof dat Petrus hierop doelt als hij waarschuwt dat het oordeel ‘begint bij Gods eigen mensen’ (1 Petrus 5:17). Onrecht bevindt zich niet in de buitenwereld, op een afstand, maar in mijn huis, in mijn hart.
  
Laten we er geen doekjes om winden: prostitutie, mensenhandel, slavernij en onderdrukking ontnemen mensen hun waarde als geliefde kinderen van God. Maar hetzelfde geldt voor ons alles doordringende materialisme, ons ongebreidelde consumeren, onze ongeremde prestatiedrang en onze inhoudsloze communicatie. En deze zijn zo mogelijk nog verderfelijker. Ze blijven niet aan de oppervlakte, maar dringen ongemerkt binnen in onze persoonlijkheid. Ze beïnvloeden onze overtuigingen, vijlen aan ons geweten en corrumperen onze normen en waarden. Ze maken ons blind voor de betekenis van ons bestaan, ontnemen ons onze waardigheid en vullen ons met zinloosheid. En we zijn het ons niet eens bewust. Ondertussen kraakt het milieu, wankelt de economie en neemt de depressie in Nederland epidemische vormen aan. Dat zou iets moeten suggereren: ook onze ziel is dood. Ook wij zijn armzalig, berooid, blind en naakt (Openbaringen 3:17).

Ik, jij, onze vrienden en collega’s, en alle mensen over de hele wereld: we zijn allemaal tegelijk daders en slachtoffers van het onrecht. We proberen uit alle macht onze omgeving te manipuleren om zo onze omstandigheden veilig te stellen, en tegelijkertijd worden we door machten van buiten ons gecontroleerd om te voldoen aan andermans verwachtingen. We zijn onvrij. Of we nu zelf over anderen heersen of door anderen overheerst worden, we verliezen ons vermogen te reageren op onze omstandigheden, ons leven, en de eigenheid die ons tot onszelf maakt, onze individualiteit. We zijn, net als de hele wereld, ‘in de macht van hem die het kwaad zelf is’ (1 Johannes 5:19). Volgens de bijbel is de moordenaar vanaf het begin, satan, de oorzaak achter alle gevangenschap en overheersing (vergelijk Johannes 8:44). Hij neemt ons ‘levend gevangen en dwingt [ons] zijn wil te doen’ (2 Timoteüs 2:26). Deze engel heeft zelf de liefde en vrijheid van God afgewezen en wil ons nu omvormen tot zijn eigen afschuwelijke gelijkenis. De Engelse schrijver C.S. Lewis laat het de demon Schroefstrik zeggen in Brieven uit de Hel: ‘Het is ons erom te doen de wil van de mens in de onze te absorberen… ons doel is een wereld, waarin Onze Vader Beneden alle andere wezens in zich heeft opgenomen.’ Terwijl God in de hemel wil dat wij steeds meer onszelf worden, unieke personen met wie hij in relatie wil staan, wil Gods tegenstander dat wij elk spoortje individualiteit verliezen en geen enkel initiatief meer kunnen nemen. Hij wil dat wij ons laten beheersen door onze onvervulbare verlangens, in plaats van afhankelijk te zijn van de liefde van de drie-enige God. Daartoe vervreemdt de grote ‘aartsleugenaar’ ons van de waarheid (Johannes 8:44). Hij ontkent de realiteit van onze persoonlijkheid en onze betekenis in de relatie met God en met anderen. En dus kiezen we voor de manipulatie, de controle, de ongerechtigheid.

We zullen pas vrij worden van die dingen, als we de leugen afwijzen en gaan leven in overeenstemming met de waarheid: de waarheid dat ieder mens door en voor God geschapen is en dus recht heeft op onze liefde. Daarom houdt Jezus in Lukas 14:12-14 zijn discipelen voor: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit … zij kunnen voor u niets terugdoen. Dan zult u gelukkig zijn.’ Hij bedoelt niet dat we straf zullen krijgen wanneer we onze vrienden uitnodigen voor het eten. Hij is niet boos op ons omdat we een gezellige avond hebben met onze familie. Jezus wil echter dat we onze beslissingen niet langer baseren op controle, dat we geen relaties met elkaar aangaan om iets van anderen gedaan te krijgen, maar dat we goed doen omdat we het beste zoeken voor onze medemens, omdat we verlangen naar gerechtigheid. Dat geldt voor dichtbij en ver weg. Als we met heel ons hart ‘recht’ willen leven, kunnen we eindelijk geld overmaken, niet omdat we ons geweten willen sussen, maar omdat we daadwerkelijk om anderen geven. Dan kunnen we onze handtekening zetten onder de petitie, niet omdat iedereen het doet, maar omdat we ons niet verheugen over het onrecht (1 Korintiërs 13:6). Dan kunnen we werkelijk liefhebben.

vrijdag 30 maart 2012

Links: Watervlooien, Marianentrog, Hubble-theologie, zelfbeeld en machtsstrijd

Ook dichter bij huis kun je de meest bizarre monsters tegenkomen, als je maar aandachtig genoeg kijkt: zoals in een druppel slootwater. Deze prachtige bewegende opnames tonen watervlooien, hydra's, copepoden en nog veel kleinere levende wezens ...

In Burundi is een kikker teruggevonden waarvan men 67 jaar dacht dat hij uitgestorven was!

Interessant artikel over de grote vraagstukken in de Biologie, van dezelfde orde van belangwekkendheid als de zoektocht naar het Higgs boson in de natuurkunde. De belangrijkste vraag: is er leven elders in het heelal, of dichter bij: in ons zonnestelsel? De tweede: is er 'buitenaards' leven op Aarde, een zogenoemde schaduwbiosfeer van leven op een totaal andere biochemie gegrondvest dan de bekende vormen? Beide zijn enorm boeiend!

James Cameron is afgedaald naar de diepste plek in de oceaan, elf kilometer onder de oppervlakte. Hij vond daar geen reuzenhaaien, maar een kaal maanlandschap. Ik ben benieuwd naar meer opnames!

Dit zou wel eens een hele mooie animatiefilm kunnen worden, over een expeditie naar de Noordpool, van de makers van onder andere The Secret of Kells. 

In een wat ouder artikel schrijft Michael Spencer (de Internetmonk) over het effect van de astronomische waarnemingen van de Hubble telescoop op zijn christelijk geloof. "I will admit that meditating on the Hubble photos plays havoc with my understanding of theology. The Bible was written in a pre-scientific culture. Despite the valiant attempts of my Creationist friends to rescue the Bible as a book of literal science, I increasingly see that the Bible delivers its story to us in the language of people who simply could not have fathomed what Hubble is showing us." Maar de manier waarop God zich openbaart is niet in de eerste plaats via de wetenschap. "I realize that the heart of reality, however, is not the depth and beauties of space. The heart of reality is the God revealed in Jesus. The story of the Prodigal Son takes me deeper into God’s universe than any telescope or space probe. The cross and resurrection show me more of the essence of reality than can be seen in the information gathered by any ingenious human instrument."

Op Experimental Theology haalt Richard Beck een interessant verhaal aan van iemand die zijn angst voor de dood overwon en daardoor in staat was om anderen lief te hebben. In de reacties ontspint zich een boeiende discussie over zelfbeeld en eigenwaarde - is dat iets waar we aan moeten werken? Beck kiest voor een andere benadering, die er niet op is gebaseerd om positief over je zelf te denken, maar om niet over jezelf te denken. "That seems abstract so here is an example from my own life. Am I a good father? I think that question is a trap. If I say I'm a good father I've likely blinded myself to areas where I need improvement. By contrast, if I think I'm a bad father I start moving in more morbid and neurotic directions. What I try to do instead is just keep focusing on being a father. I keep reminding myself about what all that entails and move in that direction. The key is to keep this about the present moment. Self-esteem is generally past-oriented--"Have I, in the past, been a good or bad father?" In an very important sense, that question doesn't matter. And trying to get an answer to that question is really distracting you from being a father RIGHT NOW. Just be a father and stop ruminating." Hij vertelt ook hoe dit werkt in relatie tot zijn blog en wat het succes van zijn blog betekent voor zijn eigenwaarde.

En Richard Beck is op dreef deze week: zo kijkt hij terug op de opmerking van John Piper dat het christelijk geloof een 'mannelijke' sfeer uitademt. Als reactie daarop wordt vaak gezegd dat God ook vrouwelijke kenmerken heeft. Maar daar gaat het helemaal niet om, beweert Beck. "The issue isn't really about gender, about if God has a "masculine" or "feminine" feel. The issue is about the use of power within the Kingdom. The discussion about gender is really just a cover for a powerplay, about who is in charge and who gets to call the shots. And as we've seen, Jesus is absolutely hostile to this sort of thing. When this sort of thing is going on in the Kingdom Jesus will be bringing the sword." Dit sluit aan bij de onderwerpen waar ik tegenwoordig over denk, het thema zwakheid, en hoe we niet op onszelf gericht moeten zijn maar op mensen en de wereld buiten ons. Dat is wat liefde betekent. En deze naar buiten gerichte liefde brengt ons in conflict met machtsstructuren (zoals ook met Jezus gebeurde). "There should be no peace in this instance, only conflict with the power structure.  Jesus completely undermines the powerplay. Power in the Kingdom is not "lording over" people, with some giving orders and others obeying orders. That's the way the world works. And if you see that sort of stuff going on in a church you're witnessing heresy. Christians don't give orders to Christians. The Christian way is the cross. The greatest amongst us are the servants. The preeminent amongst us are the ones washing feet. We seek to serve rather than be served. That's how power looks in the Kingdom of God."

Op Mockingbird een herinnering aan het feit dat wij geen rationele wezens zijn, maar emotionele wezens, in een bespreking van een recent boek. "Haidt argues that people are fundamentally intuitive, not rational. If you want to persuade others, you have to appeal to their sentiments."

dinsdag 27 maart 2012

Filmbespreking: A Dangerous Method

Ik lees vaak voordat ik naar de film ga de recensies. Ik wil namelijk graag weten waar ik aan toe ben. Maar het is gevaarlijk op de filmbesprekingen in de kranten af te gaan. Wat de recensent belangrijk vindt kan namelijk behoorlijk verschillen van wat je zelf mooi of interessant vindt. Dat was het geval bij A Dangerous Method - een aantal recensies zetten de film neer als saai, met het argument dat de hoofdmoot bestond uit gesprekken over ontdekkingen en theorieën. Maar wat hadden ze dan verwacht van een film over twee wetenschappers, wier denkbeelden de psychologie en de psychiatrie blijvend veranderden? Wie een film gaat zien over Sigmund Freud en Carl Jung kan er van uitgaan dat er intellectuele discussies in zullen voorkomen. Sterker nog: dat het verhaal door deze discussies verteld wordt. De gesprekken in deze film zijn namelijk zo dramatisch als de opwindendste actiescène in een James Bond film - zelfs zodanig dat tijdens een ervan een van de gesprekspartners op de grond stort. Er vliegen echter geen kogels door de ruimte, maar onuitgesproken verwachtingen, verborgen betekenissen achter literaire allusies, bewondering, haat, leugen en eerlijkheid. Sensatie hoeft niet in de grote gebaren te zitten, maar kan ook bestaan uit de plotselinge realisatie dat een verwijzing naar een Egyptische inscriptie eigenlijk een dolkstoot is. En ondertussen leer je als kijker ook nog het een en ander over de grondleggers van de psychoanalyse en hun uitgangspunten en dat alles in de prachtig verbeelde Wenen van het begin van de vorige eeuw. Wat wil je als kijker nog meer?

De film begint als Carl Jung een nieuwe patiënt in behandeling neemt: de jonge Sabina Spielrein, die wordt opgenomen wegens hysterische aanvallen. De psychiater wil een nieuwe behandelmethode op haar uitproberen, de ‘dangerous method’ uit de titel, waarover hij gelezen heeft bij zijn voorbeeld en inspiratiebron, Sigmund Freud. Het gaat om de psychoanalyse, waarbij vooral met de patiënt gepraat wordt, om hem of haar te laten zien welke oorzaak (vaak een frustratie uit het verleden) aan de symptomen ten grondslag ligt. Door zijn gesprekken met de jonge vrouw komt inderdaad een geschiedenis uit haar jeugd aan het licht, die grote invloed heeft gehad op haar leven. Haar klachten nemen daarna af. Het blijkt daarnaast dat Sabina Spielrein erg intelligent is. Ze wil zelf ook psychiater worden, en werkt al snel samen met Jung. Maar kan een behandelaar vriendschap sluiten met een van zijn patiënten? En wat als de niet verwerkte pijn uit haar verleden haar verlangens blijft misvormen? Wat als Jung zelf gefrustreerd is over zijn huwelijk, en angstig over de komst van kinderen die hem kunnen weerhouden van zijn creatieve werk? Het gevolg is een schandaal dat Jungs carrière in gevaar brengt en ook zijn relatie met zijn leermeester Freud, die als de dood is dat zijn geliefde psychoanalyse niet serieus zou worden genomen.

Dit is een film waarvan de kracht afhangt van de acteurs - en gelukkig zijn die goed op dreef. Vooral Keira Knightly, die in haar verbeelding van hysterie heel ver gaat (kan een kaak daadwerkelijk zo ver uitsteken?), maar ook later in het verhaal de kwetsbaarheid en gebrokenheid laat zien die onder het oppervlak van Sabina Spielrein steeds aanwezig blijven. Haar intensiteit is heel geloofwaardig. Viggo Mortensen speelt een Freud, die prat gaat op zijn inzicht en overtuigd is van zijn gelijk - zwaait hij daarom steeds met zijn sigaar, of is die in dit geval gewoon een sigaar? Michael Fassbender geeft vorm en inhoud aan Jung en zijn spel voert je mee in het verhaal. Niet alleen de oprechte empathie en plichtsgetrouwheid van Jung zijn overtuigend, maar ook zijn worsteling met zichzelf en zijn vertwijfeling. Ik kon in elk geval erg met hem meevoelen. De film is geregisseerd door David Kronenberg, die bekend is geworden met horrorfilms over de afkeer van het lichaam en verstoorde seksualiteit -precies thema’s waar Freud en Jung zich over bogen - en van wie uit interviews bekend is dat hij altijd interesse heeft gehad in de psychologie. Dit is geen horrorfilm, maar er is wel sprake van enkele seksscènes. Ik vond ze in dienst staan van het verhaal, maar iets meer suggestie had in het licht van het meer op gesprekken gebaseerde verhaal waarschijnlijk niet misstaan. Het is al met al niet een film voor iedereen, maar voor wie een rustig verteld verhaal over een belangrijk intellectueel onderwerp kan waarderen, alleszins aan te raden!

Deze film zette me zeker aan het denken. De drie psychiaters (Jung, Freud en Spielrein) hebben namelijk elk hun eigen ideeen over de drijfveren van de mens, en ik geloof ook dat de film althans ten dele toont waar deze ideeen toe leidden in de levens van de hoofdpersonen. Dat maakt het interessant om ze te vergelijken met de boodschap van het Grote Verhaal. Dat is een wat intellectuelere benadering dan ik gewoonlijk toepas bij films, waar ik naga hoe mijn emotie wordt aangesproken en hoe mijn verlangen naar schoonheid, waarheid en liefde wordt vervuld of opgewekt, maar in dit geval is het de meest geschikte.
Sigmund Freud staat er nog steeds om bekend dat hij de beweegredenen van de mens terugbracht tot de ‘driften’, waarvan de seksuele drift de belangrijkste was. Problemen zouden ontstaan door het verdringen - van traumatische ervaringen, of van de driften en verlangens zelf. De mens wordt dus beheerst door het onbewuste (zowel de onbewuste driften als de onbewuste verdringing). Genezing zou komen door het bewust worden van de verdrongen trauma’s of driften. Als men er bewust van was geworden, kon men ermee omgaan. Dit is wel een heel reductionistische benadering. Al de keuzes van mensen, al hun aspiraties en hun creativiteit, wordt teruggebracht tot onbewuste drijfveren, met name de seksuele. De mens als persoon wordt zo uit de vergelijking gehaald - hij is betekenisloos, een schip dat stuurloos door de golven wordt meegesleurd.
De theorieën van Freud zijn in onmin geraakt, maar het gereduceerde beeld van de mens is gebleven. Nu wordt er niet meer gesproken over driften of verdringing, maar wel wordt van de mens gezegd dat alles wat hij doet en nalaat te maken heeft met het succes in de voortplanting. Ditmaal niet op basis van psychologie, maar op basis van de biologie: de evolutie. De drijfveren van de mens liggen niet vast in zijn onderbewuste, maar in zijn genen. Bijna elk gedrag wordt verklaard doordat het hiel bij het doorgeven van de genen. Zelfs de creativiteit van kunstenaars wordt vergeleken met de vertoningen van dieren die indruk proberen te maken op het andere geslacht. Dat Rembrandt de nachtwacht schilderde is volgens de evolutionistische sociologie terug te voeren op de prieelvogel die een nestje bouwt en daarmee een vrouwtje probeert te lokken. Niet alleen misdaden of geweld, maar ook liefde en rechtvaardigheid kunnen met een handgebaar worden afgedaan: “Oh, dat doet hij of zij alleen maar, omdat ...” Dat gold voor Freud en dat geldt voor de evolutionisten van nu. De mens en wat hij doet heeft geen intrinsieke betekenis meer, er is geen sprake meer van ‘goed’ of ‘kwaad’. Er is geen verantwoordelijkheid meer, een mens hoeft zich niet meer te houden aan regels of te streven naar een ideaal. Vrijheid is gelegen in het volgen van de onbewuste driften, in het leven volgens de manier die door de evolutie is geselecteerd als de meest succesvolle.

Ik denk dat deze film twee valkuilen laat zien die hiervan het gevolg zijn. Freud is bijvoorbeeld zo overtuigd van zijn gelijk dat hij geen vragen stelt bij zijn motivaties. Hij herkent wel bij anderen waar ze gebonden zijn door repressie, maar ziet het niet bij zichzelf. Dat maakt hem kwetsbaar voor afwijzing. Aan de andere kant wordt Jung er door Otto Gross (een leerling van Freud) van overtuigd dat het ongezond is zijn verlangen naar Spielrein te onderdrukken. Zij wil het, hij wil het, waarom zou hij hen allebei frustreren door niet toe te geven? Hij komt hierdoor op een gevaarlijk pad, waarbij onder andere zijn huwelijk en zijn carrière op het spel komen te staan. Maar hij had beter kunnen weten: Otto Gross was niet voor niets als psychiatrisch patiënt opgenomen, en liet duidelijk zien welke negatieve effecten het heeft aan elke begeerte toe te geven (vooral voor anderen!). Hij had zich ook kunnen realiseren dat Spielreins trauma nog niet hersteld was en dat haar verlangen niet een teken was van gezondheid, maar van ziekte.
Het Grote Verhaal van de bijbel stelt hier tegenover dat mensen niet betekenisloos zijn, de producten van seksuele drift of evolutie, maar intrinsiek betekenisvol, omdat God hen naar zijn beeld heeft geschapen. De individuele mens heeft betekenis en waardigheid, in zichzelf. En ook wat de mens doet heeft betekenis en waardigheid in zichzelf. De menselijke creativiteit is betekenisvol: we scheppen omdat we geschapen zijn in het beeld van de Schepper. Het zoeken naar de waarheid heeft betekenis, omdat de Waarheid zelf de schepper is. En menselijke relaties hebben betekenis, liefde heeft betekenis, omdat de ander niet alleen een object is om jouw verlangen/evolutionaire drijfveer te vervullen, maar een mens die door God is geschapen.
Deze betekenis is niet wetenschappelijk vast te stellen - het is een geloofsfeit, dat niet kan worden ontdekt, maar moet worden aangenomen, moet worden ontvangen. Betekenis is iets dat wordt gegeven. Maar wie dit aanneemt, ontdekt dat hij daardoor niet zijn vrijheid verliest (wat Freud geloofde -religie was voor hem een vorm van onderdrukking en repressie) maar juist zijn vrijheid vindt. Hij ontdekt dat hij niet hoeft te worden geregeerd door zijn driften, maar dat hij ervoor kan kiezen het avontuur van de waarheid aan te gaan, relaties te beginnen met andere mensen, en schoonheid te maken en ervan te genieten. Dit betekent niet dat hij zijn verlangens weer moet onderdrukken - Freud had inderdaad gelijk dat we worden gedreven door verlangens (waarvan het seksuele verlangen een belangrijke is) en dat het onderdrukken van verlangens schadelijk kan zijn. Wat ons gezond maakt is niet het vrij zijn van verlangens, maar de vrijheid van onze verlangens. Dit betekent dat we de vervulling van ons verlangen loslaten, dat we het accepteren dat onze behoefte onbevredigd blijft, omdat we weten dat we betekenisvol zijn, en dat we pas echt tot vervulling komen als we leven als betekenisvolle wezens in een betekenisvolle wereld.

Toevallig genoeg had ik voor de film begon een gesprek met mijn vriendin over wat het betekent jezelf te zijn. Het is namelijk makkelijk te denken dat je jezelf bent als je je niet inspant, als je geen moeite hoeft te doen. Dat je het meest jezelf bent als je alles direct doet wat in je opkomt, en als je nalaat wat je moeilijk lijkt, of wat inspanning vergt. Maar dit is niet waar! Want zo wordt je bepaald als mens door wat op je afkomt. We kwamen tot de conclusie dat je het meest jezelf bent als je actief bent, niet als je passief bent. Als je actief kiest voor wat belangrijk en waardevol voor je is, en moeite doet voor wat betekenis voor je heeft. Je laat bijvoorbeeld niet jezelf zien als je het eerste het beste kledingstuk uit de kast trekt en dat aantrekt. Je laat jezelf zien als je bewust kiest wat je mooi vindt, wat een uitdrukking is van wie je wilt zijn. Dat wil zeggen dat je jezelf moet zien als belangrijk en waardevol, want anders zou je geen moeite doen voor jezelf.
In deze film zou Jung zich niet hebben hoeven laten meeslepen door lustgevoelens. Hij had ook kunnen besluiten dat hij werkelijk wilde liefhebben. Niet alleen Spielrein, maar ook zijn eigen vrouw. Hij had kunnen besluiten dat ook al was er weinig seksuele passie, dat zijn vrouw als persoon waardevol genoeg was om haar niet te bedriegen of te schande te maken. Die keuze voor de ander (die waardevol is in zichzelf) had hem ertoe kunnen brengen om eerlijk tegen haar te zijn, ook over zijn twijfels over bijvoorbeeld het aantal kinderen dat ze zouden krijgen. Dat had wellicht kunnen leiden tot een scheiding, maar die  eerlijkheid en echtheid hadden ook het vuur in de relatie kunnen terugbrengen, want als kijker krijg je de indruk dat Jung zijn vrouw expres gedeeltelijk buiten zijn eigen leven en zijn ontdekkingen houdt. Wat er ook zou zijn gebeurd: hij zou hebben gehandeld uit liefde en daarmee respect hebben gehad, voor zijn vrouw, voor Spielrein, en voor zichzelf.

Maar zijn we als mensen in staat om te kiezen voor de liefde, zijn we in staat om niet te handelen volgens onze driften, onze programmering, onze ik-gerichtheid? Jung gelooft van wel. Hij wil zijn patiënten niet alleen laten zien waar ze beschadigd zijn, waar ze gebroken zijn. Dat is namelijk volgens Freud het enige dat mogelijk is - de psychiater kan de patiënt niet genezen. Hij kan de patiënt niet veranderen. Hij kan alleen de pijn en de zwakheid aan het licht brengen. Voor Jung is dat niet genoeg. Hij wil de patiënt niet alleen laten zien hoe zwak of ziek hij is, maar hij wil hem of haar ook laten zien hoe gezond hij kan worden, hoe heel hij kan zijn. Hij wil de patiënt ook daadwerkelijk genezen. Daarom dat hij zich verdiept in de mythologie. Hij zoekt naar de betekenis gevende verhalen (wat bijvoorbeeld leidde tot termen als ‘het collectieve onderbewuste’). In de mythologie zit volgens hem de mogelijkheid van genezing.
In dit geval geef ik echter Freud gelijk. We zijn als mensen zwak. We kunnen onszelf niet veranderen, en anderen al helemaal niet. We kunnen iemand anders niet geestelijk gezond maken. We zijn machteloos. Dit is ook de boodschap van het Grote Verhaal - want dat is het verhaal van onze zwakheid. Verandering wordt niet door ons tot stand gebracht. Sterker nog: daar waar wij mensen proberen te genezen, laten we geen ruimte voor de Grote Geneesheer. Doordat wij zo bezig zijn met iemand, kan Hij niet meer in de buurt komen. Elke genezing, elke verandering in iemands leven, wordt namelijk door Hem tot stand gebracht (zelfs als hij daarvoor onze woorden en onze inspanningen gebruikt, want hij werkt net zo goed door het materiële als door het geestelijke). Het is Gods tegenwoordigheid die geneest. Wij moeten dus niet de illusie hebben dat het van ons afhangt, maar inderdaad (zoals Freud betoogde) iemand de ogen openen voor de eigen zwakheid, en hem in de aanwezigheid te brengen van de God die leven kan brengen in de dood, wiens kracht in zwakheid wordt geopenbaard. Wij (en onze medemensen en patiënten) hebben niets anders nodig dan zijn genade.
De blik van de patiënt, en onze blik trouwens ook, want wij zijn net zo goed patiënten, moet dus niet naar binnen gericht blijven, maar moet naar buiten gericht zijn. Jung had gelijk dat het geheim van genezing schuilt in verhalen. Maar de betekenis gevende verhalen bevinden zich niet binnen in ons, maar buiten ons. Introspectie maakt uiteindelijk ziek. Het is als we liefhebben wat buiten ons is (ware schoonheid, echte waarheid, ware liefde) dat we gezond worden. Betekenis vinden we niet in ons eigen hart. Betekenis wordt ons gegeven - door onze vrienden en familie, en bovenal door God. Die niet in ons is - geen ‘God in het diepst van mijn gedachten’ - maar buiten ons is - de Ander (met hoofdletter A). Het verhaal verzinnen we niet zelf, het wordt over ons verteld.

Laat ik afsluiten met een citaat van een ander groot denker die leefde in dezelfde tijd als Sigmund Freud en Carl Jung. Een denker die ook wel ‘de apostel van het gezond verstand’ werd genoemd. Ik heb het natuurlijk over G. K. Chesterton. Hij wist wat mensen ziek maakte, namelijk altijd in zichzelf gekeerd te zijn en alles in het eigen verstand te willen ordenen. Zo schrijft hij in Orthodoxy: “Dichters worden niet maanziek, schaakspelers wel.” Waarom worden dichters niet maanziek? Omdat ze in hun verbeelding ruimte houden voor iets dat bestaat buiten de persoon en zijn denken, dat niet is gerelateerd aan hem of haar en zijn of haar belang. Het bestaan van iets buiten de persoon is altijd voor de persoon een mysterie - iets dat hij niet kan reduceren of beredeneren, maar waarvan hij (als in een sprookjesverhaal) op geloof moet aannemen dat het betekenis heeft los van hem of haarzelf. “De gewone man is altijd gezond gebleven omdat de gezonde man altijd mysticus is geweest. Hij leeft altijd met een been op Aarde en met het andere in een sprookjeswereld. De morbide logicus tracht alles helder te maken en maakt juist alles alles mysterieus. De mysticus staat slechts een enkele mysterieuze zaak toe en alles wordt helder.” Dat maakt christenen uiteindelijk tot de meest gezonde mensen: “Door eraan vast te houden dat God in de mens zelf is, is de mens altijd binnen in zichzelf. Door eraan vast te houden dat God de mens overtijgt, overstijgt de mens zichzelf ... De boedhistische heilige heeft zijn ogen altijd gesloten, terwijl de christelijke heilige ze altijd wijdopen heeft. De boedhist kijkt met een bijzondere intensiteit naar binnen. De christen staart met een fanatieke intensiteit naar buiten.” Dat is een gezonde instelling, waar Freud en Jung nog wat van hadden kunnen leren.

vrijdag 16 maart 2012

Links: Interessante manen, nieuwe mensen, grote ogen, afwassen, beloning werkt averechts

Een kaart van de VS in de stijl van de kaarten uit The Lord of the Rings.

De manen in ons zonnestelsel zijn heel interessant!

Interessante informatie over zoogdieren die in de tijd van de dinosaurussen heel succesvol waren - dit kwam door hun speciale tanden!

Over uitgestorven dieren gesproken: dit is misschien wel het meest gewelddadige fossiel dat ooit gevonden is: een vis stierf bij het eten van een vliegend reptiel, dat juist een vis had gegeten ... En wat te denken van een nieuwe fossiele mensensoort, die tot waarschijnlijk 11000 jaar geleden leefde in China, tegelijk met de moderne mens?

En de reuzenpijlinktvissen hebben de grootste ogen van het (tegenwoordige) dierenrijk - die zijn ge-evolueerd om te kunnen ontsnappen aan potvissen!

Een nieuwe stripboekverfilming, nu van Y: The Last Man - over een toekomst waarbij door een mysterieuze ziekte alle mannen (zowel van mensen als dieren) sterven, op één na.

Richard Beck van Experimental Theology wilde zich gaan houden aan een kloosterritme, maar dat had onvermoedde consequenties: "I eventually dropped my pursuit of a structured prayer time. I'm now using that time to do the dishes. Not that I've given up on prayer, it just remains an irregular practice. For God has called me, through the grace and power of the Holy Spirit, to do the dishes rather than to prayer."

Op Mockingbird wordt een interessant experiment beschreven dat aantoont dat het niet de mooiste carriere is om betaald te worden voor wat je graag doet. Want als je dat wat je eerst voor het plezier deed gaat doen om beloond te worden, verlies je het plezier dat je erin had. Dit blijkt uit een experiment gedaan bij kinderen. Er werd gekeken welke kinderen graag tekenden of kleurden. Die werden vervolgens in groepen verdeeld. De ene groep kreeg van te voren te horen dat ze beloond zouden worden voor hun tekeningen, de tweede groep werd achteraf beloond maar kreeg dat niet van te voren te horen, en de derde groep werd niet beloond. De laatste twee groepen tekenden even vaak en even enthousiast, maar de kinderen uit de eerste groep tekenden minder en waren er ook minder in geinteresseerd. De motivatie van buitenaf (straf/beloning) blijkt dus het averechtse effect te hebben (precies wat ik vaker heb betoogd op mijn blog). "You are driven at the fundamental level in most everything you choose to do by either intrinsic or extrinsic goals ...Extrinsic rewards can steal your narrative …if you are offered a reward to do something you love and then agree, you will later question whether you continue to do it for love or for the reward." Dit heeft ook religieuze consequenties, want het laat zien dat Paulus gelijk had toen hij betoogde dat de wet die straf en beloning uitdeelde, tot de dood leidde: "When works become a matter of righteousness, (and they almost always do), the works themselves suffer, as do the people doing them." De blog waar dit experiment op werd beschreven, met de interessante titel 'You are not so smart' is interessant om te lezen. Bijvoorbeeld dit stuk dat laat zien hoe we ons onbewust aan een groep conformeren en andere groepen automatisch gaan zien als de vijand. Of dit stuk dat laat zien dat of we seksueel door iemand worden aangetrokken, afhangt van de activiteiten die we samen doen. De opwinding van een spannende situatie blijkt tot aantrekking te leiden. Wij worden niet door onze ratio gedreven, in plaats daarvan verzinnen we verhalen om ons gedrag achteraf te motiveren. "Self-perception theory says you observe your own behavior and then, after the fact, make up a story to explain it. That story is sometimes close to the truth, and sometimes it is just something nice that makes you feel better about being a person." Het evangelie van Jezus is niet een nieuw verhaal dat we onszelf moeten vertellen om ons te motiveren. Het evangelie roept ons op onze zelf-rechtvaardigende verhalen waarmee we onszelf betekenis geven op te geven, los te laten. In plaats van verhalen over onszelf te vertellen (onze groep is goed, de ander is fout - om een voorbeeld te noemen), worden we uitgenodigd om God een verhaal over ons te vertellen. En dat verhaal is er niet een van straf en beloning, maar een aankondiging dat we al alle waarde en betekenis hebben die we zouden kunnen wensen, omdat Hij van ons houdt, zonder dat we er iets voor hoeven doen of zijn. In dat opzicht mogen we worden als kinderen en alleen zo kunnen we Gods koninkrijk ontvangen.

Wat Richard Beck schrijft op Experimental Theology sluit hier op aan, maar dan heeft hij het niet over de verhalen die we onszelf vertellen als persoon om onze daden betekenis te geven, maar de verhalen die we onszelf vertellen als cultuur: "The cultural god--Christian, Muslim, Buddhist, Jewish, etc.--tends to support and affirm the values of the culture imbuing the cultural values with eternity. But in truth the cultural worldview is really driving the show. "God" is just the metaphysical rubber stamp. At root, our "way of life" is the real god. Power in its various manifestations is our true god, our true religion. This is why political discourse is so heated. There's a reason why many people think President Obama is the literal Anti-Christ. Politics--the grasping at power--is our religion." Het religieuze verhaal wordt gebruikt om de culture gewoonte goed te praten. Dit artikel is wat ingewikkeld, maar de moeite waard. Het verheldert volgens mij tendenzen die ik bij mezelf waarneem. "Most Christians are pursuing self-esteem and meaning in exactly the same way as everyone else within the culture. Which is to say, so what if Christians think there is a God out there taking care of them now and after death? What really matters, spiritually speaking, is how American Christians just look like Americans in how they live." En zijn conclusie: "If we hold to a view of God that is idolatrous then that view of God has to die if we are to love others. But the deeper trick is in renouncing the way the death-denying culture insists that I construct my identity and self-esteem." We moeten afstand doen van de verhalen (persoonlijk of cultureel) waar we onze eigenwaarde aan ontlenen en God zijn verhaal over ons laten vertellen.

De worsteling met de culturele verhalen geldt niet alleen voor gelovigen, maar voor alle mensen. The Christian Monist gaat door met zijn eerlijke verdediging van zijn geloof, waarbij hij zijn vooringenomenheid toegeeft. Volgens hem houden ook atheisten zichzelf voor de gek doordat ze het universum betekenis toekennen die het zonder God eigenlijk niet kan hebben. "We, as humans, intrinsically scream of a longing for meaning. For us to be the product of a meaningless universe is an inconsistency. Francis Schaeffer described it as an evolutionary (speaking of the evolution of the human brain to the point of desiring meaning) failure. It would be like a fish in a water world, where there are no free gases, evolving lungs. It would totally inconsistent with their universe. So, if we humans, by chance, evolved the sense of wanting meaning, but living in a universe where there are none . . . well, there would be no greater hellish nightmare."

dinsdag 6 maart 2012

Liefde van buiten, liefde van binnen 2

In mijn vorige bericht schreef ik hoe ik ermee werd geconfronteerd dat ik nog zoveel ‘moet’ van mezelf en hoe die ongezonde gedrevenheid in me er niet alleen voor zorgt dat de liefde van God niet tot me doordringt, maar ook nog eens van mijn schrijven over vrijheid een ‘moeten’ maakt. Het ziet er somber uit voor de held. Maar dan neemt het verhaal een wending.
Dit keer was het om te beginnen een situatie met familie. Een opmerking van een naast familielid deed me beseffen dat ik nog steeds hoopte door deze persoon in mijn identiteit bevestigd te worden. Het verlangen naar een positief woord, naar instemming met mijn keuzes en daden, vormde nog steeds een belangrijke drijfveer in mijn leven. Een deel van het ‘moeten’ dat ik mezelf opleg, is hierop terug te voeren. Maar nu realiseerde ik me helder en definitief dat ik de bevestiging waar ik naar verlangde nooit van deze persoon zou ontvangen. De ander zou nooit kunnen zeggen dat ik goed ben zoals ik ben, en zou nooit goedkeuring uitspreken over die dingen die voor mij belangrijk zijn (lezen, films, schrijven, verbeelding, relationeel kerk zijn). Ik heb geen reden om te verwachten dat de persoon in kwestie ooit zal veranderen. Maar als ik toch nooit bevestigd zal worden door dit familielid, kan ik ook ophouden me in te spannen om bevestiging te krijgen. Ik kan gewoon mijn leven leiden, en doen wat ik belangrijk vindt, zonder me druk te maken over wat de ander ervan vindt, want die is er toch niet tevreden mee.
Ongeveer gelijktijdig was er een situatie op mijn werk, die me weer confronteerde met negatieve gedachten over mezelf en waardoor ik chagrijnig op kantoor zat (ik zal vast niet de enige zijn die dat soort dingen meemaakt). Hoewel ik merkte dat ik me er minder door in de put liet brengen dan vroeger het geval zou zijn geweest, moest ik toch bij mezelf te rade gaan waar mijn prioriteiten lagen. Want door de situatie op het werk werd ik er weer eens mee geconfronteerd dat ik mezelf buiten kantoortijd ook wel veel druk opleg. En veel ervan onnodig, omdat het voortkomt uit het afzetten tegen die innerlijke stem van het ‘moeten’. (Gelukkig bleek de situatie deze week niet zo ernstig te zijn als ik vreesde, en was ik vandaag zelfs vrolijk op kantoor!)

Waar het persoonlijke verhaal van mijn gesprekspartner drie weken geleden mij confronteerde met mijn innerlijke gebrokenheid, gaf het mij echter ook de hoop dat ook bij mij zo’n diepe innerlijke verandering kan optreden. Ook mijn hart kan aangeraakt worden. Het idee van het ‘moeten’ kan ook bij mij eindelijk zijn greep op mijn leven verliezen. Ook ik kan volledig overtuigd raken van de liefde van God. Nu niet als een boodschap van buitenaf, die schraapt aan het beton van mijn dove intellect, maar als een waarheid van binnenuit, die als gist in het deeg mijn hele leven doortrekt en tot uiting komt in al mijn woorden en daden. Ik heb dat zelf nog niet zo ervaren, maar ik realiseerde (voor het eerst) dat ik geloofde dat het mogelijk was. Dat ik werkelijk geloofde dat die stemmen tot zwijgen gebracht kunnen worden. En dat ik daarnaar verlangde. Dat ik ernaar verlangde om eindelijk zonder het ‘moeten’ te leven - in ‘effortless freedom’ (zoals een Amerikaanse vriendin het omschreef).
Deze innerlijke verandering is er echter niet een die ik met mijn inspanningen tot stand kan brengen. Dat is nu juist wat ik in al die artikelen van de afgelopen maanden betoogde: dat het niet van mijn wilskracht afhangt. (Maar dat ik er zo veel over schreef, met het idee mezelf te kunnen overtuigen, was weer een daad van mijn wilskracht en dus een illusie). Zoals mijn gesprekspartner er door overvallen werd, zo zal ik er ook door worden verrast. Ik kan het namelijk niet zelf bewerken, het is een openbaring van God. Het is iets dat God in mij doet. Het is ZIJN liefde die in mijn hart zal worden uitgestort door de Heilige Geest.
Ik geloof dat God niet van mij vraagt dat ik mij in allerlei bochten wring om door Hem geliefd te worden. Ik geloof dat Hij alleen van mij vraagt dat ik me voor Hem openstel. Zoals met zijn koninkrijk verlangt hij ernaar dat ik me voor Hem openstel, als een kind. Hij wil dat ik ophoud mijn handen gesloten te houden rondom mijn eigen ‘moeten’, mijn eigen ‘heldenverhaal’. Hij wil dat ik dat loslaat, dat ik ‘sterf’ aan dat moeten, in de hoop op zijn opstandingskracht, het scheppende woord van zijn liefde, dat mij een nieuwe identiteit kan geven. Dit gaat -vermoed ik nu- dieper dan ik tot nu toe vermoed heb. Het is werkelijk een soort sterven, want het omvat zelfs het opgeven van de hoop dat ik iets kan bijdragen aan mijn eigen verandering en omkering. Ik moet zelf het idee opgeven dat ik door het preken tegen mezelf, het voortdurend schrijven van nieuwe blogs, mijzelf kan veranderen (ironisch genoeg precies wat ik betoog: dat ik mezelf niet kan veranderen). Wat God vraagt is dat alles los te laten. Het is werkelijk een vorm van overgave.
Maar ik geloof dat God zo groot is dat hij leven kan brengen uit de dood. En dat maakt deze zelf-overgave niet alleen heel moeilijk (ik vind het niet voor niets zo moeilijk niets te ‘moeten’, zelfs niet niet te moeten prediken tegen mezelf), maar tegelijk ook heel makkelijk, heel rustgevend. Iemand wees me dit weekeinde opnieuw op de tekst uit Micha 4:4: “Ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt, want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken." Ik heb hier op mijn blog al eens over geschreven , maar ik was het eigenlijk al weer een beetje vergeten (zo overtuigend is de stem van het ‘moeten’ kennelijk). Het is blijkens deze bijbeltekst Gods bedoeling dat ik rust ervaar. In Gods eeuwige koninkrijk hoef ik me niet uit te sloven tot ik van vermoeidheid neerval (wat de stem in mijn binnenste me wel laat doen), maar mag ik rustig in de schaduw zitten met een boek, zonder bang te zijn dat iemand me roept om te gaan werken. Pas als ik in die rust ben ingegaan, als ik ervaar wat Jezus zegt - “Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven” (Matteus 11) - kan ik tot mijn vervulling komen. Dan ben ik namelijk vrij om te doen wat mijn hand vindt om te doen, om vrucht te dragen - de vrucht die God in mijn tot stand brengt.

Wat zijn van deze overwegingen de praktische consequenties? Niet op volgorde van belangrijkheid, maar op de volgorde waarin ze nu in mijn hoofd opkomen: ik wil me niet meer zo afzetten tegen de evangelische kerk. Nee, ik ben het niet eens met alles wat in dat systeem gebeurt, en ik denk dat er negatieve patronen aan te wijzen zijn (patronen die het moeten versterken). Maar het is niet mijn taak mensen te overtuigen uit de kerk weg te gaan. Ik kan mensen daar niet van overtuigen. Dat leidt alleen maar tot ongezonde onenigheid. Bovendien komt mijn bekeringsdrang voort uit de ongezonde basis van tegen mezelf te moeten preken. Ik kan alleen maar mijn verhaal vertellen en dat getuigenis zijn werk laten doen. Degenen die graag en met plezier op zondag naar een dienst gaan, moeten zeker blijven gaan! Kennelijk levert het ze iets goeds en waardevols op. Ikzelf merk op zondagochtend echter geen enkele neiging meer om naar de dienst te gaan. Er is geen enkele hersencel meer die me in beweging probeert te zetten, geen spoortje schuldgevoel of verplichting meer.
Wat ik daarentegen wel verlang, is om deel te zijn van een groep mensen die samen zoeken naar de liefde van de Heer. De huiskerk in Almere, waar ik nu steeds vaker kom, is zo’n groep. Deze mensen geloven heel diep dat God van hen houdt, en ze houden ook van elkaar. Daar wil ik graag bijhoren. Per slot van rekening leren we de liefde van God kennen uit de liefde die we voor elkaar hebben. Het is dan ook mijn bedoeling om me in de loop van 2013 ook werkelijk bij deze groep te kunnen aansluiten.

Ten tweede wil ik inderdaad een stap terugdoen. Ik wil minder ‘moeten’. Ik wil meer open ruimte in mijn leven brengen - ruimte om te leven, om te genieten, om mezelf te zijn. Daarbij hoort dat ik minder zal bloggen. Ik merk namelijk dat ik niet aan twee schrijfprojecten tegelijk kan werken. Mijn blog voelt nu toch een beetje aan als een verplichting die ik mezelf heb opgelegd. En ik merk dat ik eigenlijk graag mijn verhalenbundel wil afmaken. En ik wil mijn serie blogberichten van eind vorig jaar ('Terug naar de basis') tot een boek gaan bewerken. Daar ligt op dit moment mijn verlangen. Dat wil zeggen dat de frequentie van nieuwe berichten op mijn blog zal dalen. Ik ga nog een aantal stukken die ik een paar jaar geleden op een andere website zette, herpubliceren. Maar daarna wil ik voorlopig alleen maximaal eens per week en misschien wel minder vaak een filmbespreking plaatsen (en ik zal elke week wat foto’s online zetten, en wat links).
Ik zoek daarnaast naar manieren om mijn sociale media gebruik terug te dringen, omdat ik merk dat dit ook voor meer onrust in mijn leven zorgt. Twitter is leuk, maar leidt ook af en rust, goede gesprekken en een goed boek op z’n tijd zijn veel rustgevender dan het steeds ‘checken’ van nieuwe berichtjes. Die rust heb ik nodig, en ik merk dat ik daar bewust voor moet kiezen om die te krijgen. Beter: ik WIL daar voor kiezen.

Ten derde hoop ik een deel van mijn tijd ook werkelijk te gebruiken om de rust op te zoeken. Zo heb ik de afgelopen tijd een paar keer mijn fotocamera weer meegenomen naar kantoor om in de lunchpauze te fotograferen. En dat was voor mij werkelijk ontspannend. Ik merk bovendien dat ik als ik me toelaat om echt zo te ontspannen, weer ga verlangen naar de stem van God, dat ik weer tot hem begin te spreken en weer naar hem begin te luisteren. Weliswaar nog aarzelend, maar niet alleen groeit het verlangen, alleen in de rust groeit de ruimte die God kan vullen. Ik kan niets doen om mezelf te veranderen - zelfs niet door blogs aan mezelf te schrijven. Ik kan alleen de gelegenheden creeeren voor God om mij te veranderen, en vervolgens op Hem wachten. God kan immers niet spreken als ik niet luister, of liever, hij spreekt wel, maar hij kan praten als Brugman, omdat het toch niet tot me doordringt. Hij gebruikt immers - ontdekte Elia - het geluid als het suizen van een zachte koelte, niet de storm, de aardbeving of het vuur. In de rust ben ik soms stil genoeg en aandachtig genoeg om Hem te horen. Dan ben ik open voor dat moment dat Hij zijn liefde diep in mijn hart laat doordringen. Dan wordt de liefde van God een keer niet een waarheid die ik steeds van buitenaf tegen mezelf moet prediken, maar een zekerheid van binnen waaraan ik nooit meer zal twijfelen. En als dat niet gebeurt, is het misschien juist de worsteling om me steeds op nieuw over te geven en steeds opnieuw de rust te zoeken waarin ik niets moet, waardoor God mij verandert. In elk geval verlang ik ernaar, en dat is het enige dat nodig is.