Posts tonen met het label superhelden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label superhelden. Alle posts tonen

zondag 10 mei 2015

Filmbespreking: The Avengers - Age of Ultron

Ik ben een behoorlijke liefhebber van superheldenstripboeken en ook van superheldenfilms. Als er een superheldenfilm in de bioscoop draait, ga ik daar dan ook heen. En meestal niet slechts een keer. Of het nu de X-men zijn, Spider-Man of Batman, ik ben steeds geboeid door de verhalen over mannen en vrouwen die door het lot bijzondere gaven toebedeeld krijgen en de keuzes die ze vervolgens maken (om even kleurrijke schurken te bevechten) of niet meer kunnen maken (omdat de ‘gewone’ mensen ze wantrouwen). De krachten en kostuums van de helden en heldinnen maken kleurrijke actiescenes mogelijk, maar tegelijk blijft het gaan om mensen en hun dagelijkse beslommeringen. Het zijn dus niet de omstandigheden die zijn uitvergroot, maar de karakters. Ze zijn misschien wel Herculus, maar ze moeten nog steeds de mest uit een stal vegen. Daardoor maken ze (net als een groot deel van de heldenverhalen uit de oudheid) de zorgen en dilemma’s van ons eigen leven voor ons helderder zichtbaar, en ook de weg om daar bovenuit te stijgen. Want zoals Neil Gaiman al zei, op basis van een citaat van Chesterton: sprookjes zijn waar, niet omdat ze zeggen dat draken bestaan, maar omdat ze zeggen dat ze kunnen worden verslagen. Als het Peter Parker lukt om ondanks zijn moeilijke omstandigheden zijn vriendelijkheid te bewaren en voor anderen er te zijn, dan kan het ons ook lukken. Dat is volgens mij een van de redenen waarom er zoveel superheldenparafernalia op jongens(en steeds vaker ook meisjes)kamers te vinden zijn. En omdat ook na het opgroeien de noodzaak van het maken van moeilijke beslissingen niet afneemt, blijven ook veel volwassenen geboeid door deze verhalen. Ze vervullen een belangrijke rol in de vorming van de moraliteit, en dus denk ik dat ze -analoog aan de mythologie van vroeger- niet zomaar uit de bioscoop zullen verdwijnen.
Maar er zijn mensen die niet zo blij zijn met de triomftocht van de superhelden in de filmwereld. Ze vonden een paar films wel leuk, schrijven ze in hun recensies, maar nu lijden ze aan ‘superheldenmoeheid’. Dat er nu elke paar maanden wel een superheldenfilm uitkomt, is in hun ogen overdaad. Ze lijken er naar uit te zien dat het fenomeen van de superheldenfilm instort, en de striphelden weer terugkeren naar hun obscure nichemarkt. Ik begrijp dit dus niet. Want van alle films die er over een heel jaar uitkomen (honderden) gaat het maar om enkele films, met maanden er tussenin. Hoe kan je er dan moe van worden? Er is toch tijd genoeg om ‘bij te komen’ en te genieten van al die andere films? Bovendien hoef je ze niet te kijken, als je dat niet wilt! Voor mij geldt, als fan, dat ik vaak die maanden lang wachten vind. Ik hou immers van deze films, en zou ze best elke week willen kijken. Hetzelfde geldt voor commentaar dat de komende jaren meerdere Star Wars-films zullen uitkomen. Mensen denken dat ze, als ze elk jaar een nieuwe Star Wars-film zien, dit universum zat zouden kunnen worden. Maar het gaat nog steeds om slechts een film per jaar! Ik zie niet in hoe je daar moe van zou kunnen worden. Vooral als het gaat om een fantastisch uitgebreide wereld, vol mogelijkheden om interessante verhalen te vertellen. Ook hier geldt dat ik heus elke maand wel een nieuwe Star Wars-film zou willen kijken.
Natuurlijk kan iemands liefde voor superheldenfilms veranderen. Hij/zij ziet misschien vaker terugkerende elementen en merkt dat hij verhalen voorspelbaar vindt worden. Hij/zij is misschien ook in een andere levensfase aangeland, waar andere, misschien subtielere keuzes belangrijker zijn geworden. Ikzelf merk dat ik tegenwoordig wat minder superheldenstrips lees, omdat ik wat uitgekeken ben geraakt op de voortdurende terugkeer naar de status quo, en het jammer vind dat zelfs de dood van karakters uiteindelijk geen consequenties heeft, want ze keren altijd terug. Behalve oom Ben. Ik kies liever voor afgeronde verhalen, met een duidelijk einde (met blijvende consequenties). En ik begin wat diverser strips te lezen, dus ook meer SF-verhalen, of verhalen met een fantasytintje. Het betekent niet dat ik ben vergeten waarom ik een paar jaar geleden superheldenstrips helemaal het einde vond, en die kwaliteiten niet kan waarderen als ik ze weer tegenkom. Ik ben dan wel opgegroeid, maar ik heb het kind in mij niet achtergelaten. Mocht je merken dat je niet zo van superheldenfilms houdt, even goede vrienden. Maar klaag niet over een ‘superheldenmoeheid’. Ga gewoon naar films waar je wel van houdt, en laat ons genieten van die zeldzame keren dat we onze helden op het witte doek ontmoeten.

Dat moest er even uit, onder andere na het lezen van wat minder lovende recensies van Avengers - Age of Ultron - de laatste superheldenfilm in de bioscoop, en een fantastische prestatie van regisseur Joss Whedon. Misschien niet zo vernieuwend als de eerste film, en behept met een overdaad aan karakters (die allemaal een eigen verhaallijn moeten meekrijgen). Sommige scenes zijn door die overdaad wat moeilijk te volgen geworden, en welke rol iedereen moet spelen in de ontknoping is niet altijd duidelijk. Ook zijn emotionele scenes niet altijd zo krachtig als ze hadden kunnen zijn, omdat we de personen in kwestie maar een paar minuten hebben gevolgd. De film had van mij een half uur langer mogen wezen! De muziek is niet heel memorabel, maar aan de andere kant zit er veel humor in de film (aan Whedon wel toevertrouwd), en is het slot (hoewel wat langdradig) passend episch. Voor een superheldenfilm vond ik er ook een verrassende diepgang in zitten (waarover later natuurlijk meer).

Marvel werkt al sinds 2008 aan de opbouw van een universum bestaande uit diverse striphelden, die elkaar dus ook op het scherm kunnen ontmoeten. Dit culmineerde in de eerste Avengers-film, waarin een team van superhelden het moest opnemen tegen een buitenaardse invasie. En in deze film ijlen de gevolgen van dat avontuur nog na. De speer van de boosaardige Loki, waarmee hij mensen kon hersenspoelen, blijkt namelijk nog steeds vermist. En Tony Stark, beter bekend als Iron Man, twijfelt er nog steeds aan of hij en zijn collega’s een volgende aanval van deze schaal wel zullen kunnen afweren. Als de mysterieuze Wanda Maximoff hem een visioen voorschotelt van zijn falen, begint hij aan een ambitieus project: de creatie van Ultron, een systeem dat een harnas om de wereld moet leggen, zodat buitenaardsen geen kans maken. Maar hij vertelt zijn teamleden niet wat hij eigenlijk van plan is. En dat komt hem duur te staan als blijkt dat Ultron zijn eigen ideeën heeft over wat goed zou zijn voor de mensheid. Met de hulp van Wanda Maximoff en haar snelle broer Pietro zet hij eerst de verschillende Avengers tegen elkaar op, om vervolgens te bouwen aan een enorm robotleger. Want in zijn ogen zal er pas vrede op aarde zijn, als mensen niks meer hebben in te brengen …

Van Joss Whedon is bekend dat hij zichzelf identificeert als atheïst. Maar voor een atheïst schrijft hij behoorlijk vaak over religie (denk maar aan Shepard Book in Firefly), en ook in deze film is dat weer het geval. Hij heeft namelijk ook ergens gezegd dat hij weinig hoop heeft voor de toekomst van de wereld. En wie daarmee worstelt, zal zich bijna vanzelf vragen gaan stellen over geloof. Want godsdiensten hebben in de wereldgeschiedenis heel veel schade berokkend (laten we daar eerlijk over zijn), maar ze hebben ook heel veel mensen geïnspireerd tot daden van wonderbaarlijke naastenliefde, en inderdaad: hoop. Iets wat het atheïsme volgens mij nog niet voor elkaar heeft gekregen. En Whedon is door allebei deze aspecten van religie gefascineerd. De tweede Avengersfilm staat bol van de religieuze symboliek, maar er worden ook bijbelteksten in aangehaald, en er wordt opvallend expliciet naar God verwezen. Is dat alleen maar om bijbelminnend Amerika naar de film te krijgen? Zo oppervlakkig is Whedon volgens mij niet. Een aspect van de film dat bijna automatisch een religieus karakter krijgt is de opstand van een schepsel tegen zijn schepper (als een rebels kind tegen zijn vader). De val van Lucifer is Milton’s Paradise Lost is hiervoor natuurlijk het stroomschema. Maar dit element wil ik alleen maar aanstippen. Wat ik interessanter vind, is wat Whedon in deze film lijkt te zeggen over georganiseerde religie.

Ultron is volgens mij namelijk een beeld van de kerk (en van de instituten die andere godsdiensten dan het christendom kennen, maar ik houd het in de recensie bij de christelijke kerk).
Het gaat me hier niet om de kerk als bovennatuurlijk begrip (de gemeenschap van alle gelovigen, die elkaar vinden rond het werk van Christus), en zelfs niet om het samenkomen van die gelovigen rond brood en beker, de symbolen van zijn werk die Jezus ons heeft gegeven. Het gaat mij om de organisatie die de mens daar omheen heeft opgebouwd: het gebouw, zeg maar, in plaats van de mensen. De organisatie wordt door mensen opgetuigd om bepaalde doelen te bereiken. Het gebouw bijvoorbeeld om te kunnen samenkomen. Een geloofsbelijdenis om makkelijk kennis te kunnen overdragen.
Maar er kunnen al snel doelen bij komen, die niet ‘nodig’ zijn. Zoals het indruk maken op ongelovigen met pracht en praal, of een hogere toren hebben dan de kerk in je buurtdorp. Op het je kunnen onderscheiden van ketters. Of het je zelf goed kunnen voelen omdat je zo actief bent. Maar vaker gaat het om doelen die in principe goed zijn, en bijbels, zoals het verspreiden van het evangelie, of het organiseren van hulp aan achtergestelden. In plaats van op God te vertrouwen dat Hij zijn doelen in vervulling zal brengen, door zijn volk heen, gaan mensen echter vaak zelf systemen bouwen om de beoogde resultaten te verkrijgen. Ze gebruiken hiervoor menselijke middelen.  Muren, een kerkklok, banken - die allemaal gebouwd en onderhouden moeten worden. Maar ook tradities, vormen, activiteiten. Criteria om mensen in en uit te sluiten, taken die moeten worden vervuld, en waarvoor mensen moeten worden geworven. De vorm gaat onherroepelijk een beroep doen op de mensen erbinnen - hun noden en behoeften gaan ondergeschikt worden aan het in stand houden van de structuur. Hun individualiteit wordt opgenomen in het geheel. En wordt beoordeeld aan de hand van de bijdrage aan het geheel. Het systeem is het hoogste goed geworden, en is dus ‘als God’. Het wil de hoogste en belangrijkste zijn, en wil concurrenten (afgoden) tot zwijgen brengen en uitroeien (daar komen godsdienstoorlogen uit voort).
Maar zelfs als het goede dingen wil, zal het systeem zich vormen naar zijn schepper. En dat is niet God, maar de mens (en als die een systeem maakt uit een gebrek aan vertrouwen in God, gaat het om de gevallen mens - die zou sterven na het eten van de vrucht). En dus bereikt het systeem zijn doel niet op organische wijze, als in een lichaam, maar op een mechanische wijze. In plaats van de vrucht voort te brengen die God voor ogen had, brengt het de dood voort. De mensen binnen de kerk raken hun vrijheid en levenslust kwijt. Sterker nog: je hebt dode, zielloze mensen nodig om in zo’n systeem te kunnen functioneren. Wie faalt, wie zondigt, wie verlangt naar wat anders, hoort er niet bij. En de mensen buiten de kerk worden ook tot de hel veroordeeld, en zelfs mensen die anders denken of anders geaard zijn soms actief bestrijden. De kerk verlangt naar een paradijs, maar wel een paradijs waar alleen de als een robot gehoorzame kerkganger thuishoort.
Daarom verzette Jezus zich tegen het instituut van het Farizeïsme, en andere vormen van wetticisme. En daarom moeten gelovigen niet het systeem ‘vader’ noemen, of ‘meester’, want alleen God is onze meester en onze vader. Het systeem is er voor de mens, niet de mens voor het systeem. De kerk als doel in zichzelf moet dus worden bestreden, maar dit betekent niet dat er geen plek is voor het kerk-zijn (zelfs niet voor een gebouw, of voor activiteiten, tradities en vormen), maar die zijn dienend. Ze zijn geen eisen waar mensen aan worden gehouden, maar hulpmiddelen. Ze straffen niet de feilbare mensen, maar leren hen hun eigen schoonheid te zijn. Ze bevinden zich onder de mensen, tussen de mensen, als de botten in het lichaam van Christus, en helpen het groeien. Religie als instituut is dus een vijand, maar religie als uitdeler van genade en hulp (de kerk als sacrament) maakt God voor ons zichtbaar. Mijn stokpaardje van het sacramentele versus het transactionele wereldbeeld is in dit alles duidelijk terug te vinden.

Dit is het betoog van Joss Whedon. Ik weet niet of hij de connectie bewust heeft gelegd, maar het past wel heel goed. De grondslag voor Ultron wordt gelegd door Tony Stark, omdat hij bang is. Hij ziet de wereld (door manipulatie) als een vijandige plek, en kan het niet verdragen mogelijk ten onder te gaan. Hij denkt dat hij een systeem kan bouwen (mechanisch) dat de wereld kan beschermen en dat vrede kan brengen op Aarde. En Tony overlegt niet met zijn mede-Avengers. Hij vraagt niet hun advies, hij laat zich niet door hen gerust stellen. Hij vertrouwt hen niet. De basis van het systeem is dus angst in plaats van vertrouwen. En waar vertrouwen gemeenschap vormt (het is de basis voor de samenwerking tussen de Avengers die verder niet sterker van elkaar zouden kunnen verschillen), scheurt de angst de gemeenschap apart, en leidt tot ‘wij/zij’-denken. 
De robot Ultron kiest als zijn hoofdkwartier een beschadigde kerk (in het centrum van een stad) en zet zich daar op een troon. Als hij een zeldzame grondstof vindt, zegt hij letterlijk: ‘Upon this rock I will build my church’. De connectie lijkt me duidelijk. Maar daar waar Tony’s bedoelingen misschien nog goed waren, is de uitvoering van het systeem dat in elk geval niet. Ultron zegt het zelf: ‘I was meant to be new. I was meant to beautiful. The world would've looked to the sky and seen hope, seen mercy. Instead, they'll look up in horror.’ Ultron wil de hemel op aarde brengen (‘Peace in our time’), maar dat kan niet als de situatie blijft zoals die is. Als de mens blijft zoals hij is. Dus ziet hij de mensen als vijand, die moet worden uitgeroeid. Oh, hij zegt dat ze de kans krijgen zich te ontwikkelen, zich te bekeren, maar in feite veroordeelt hij ze tot de hel. Ultron heeft geen empathie met de zwakke, de breekbare. Wie niet kan meekomen met het systeem, is het niet waard te overleven. Hij zegt het letterlijk. En van zichzelf heeft hij een heel hoge dunk: hij wil voor zichzelf een nieuw lichaam bouwen. Het lichaam van een god. Het door de mens gemaakte instituut wordt een afgod. Hij wordt daarin gedreven door zijn angst voor de dood: alleen als hij almachtig is, is zijn eeuwig voortbestaan immers zeker.
De Avengers weten ondertussen dat ze Ultron in deze vorm niet kunnen verslaan. Ze zijn immers maar mensen. Maar hun hoop schuilt in het mysterieuze nieuwe karakter The Vision. Hij komt deels voort uit Ultron (de vorm), maar zijn hart is dat van Jarvis, de butler van de Avengers, gericht op dienen. En Vision ziet zichzelf ook als dienaar, als iemand die het leven wil beschermen, die bereid is zich daarvoor op te offeren. En hoewel hij goddelijk is (kijk wat hij doet met Thors hamer!), wil hij de Avengers dienen. Als Ultron hem daarmee confronteert, zegt Vision: ‘Humans are odd. They think order and chaos are somehow opposites and try to control what won't be. But there is grace in their failings. I think you missed that.’ Ultron werpt tegen: ‘They're doomed.’ ‘Yes’, zegt The Vision, ‘but a thing isn't beautiful because it lasts. It is a privilege to be among them.’ En hij sluit zich aan bij de nieuwe Avengers, geleid door Steve Rogers. Toen Tony hem vroeg hoe ze de bedreiging van de dood konden bestrijden zonder Ultron, antwoordde Steve: ‘Samen’. En als ze zouden sterven, zou dat ook zijn geweest als vrienden, samen. De dood is immers niet het einde. Er is altijd hoop op opstanding.
Geloof is iets wat hoop kan geven, maar niet als het een systeem wordt. Het geeft hoop als het mensen, van verschillende achtergronden, nationaliteiten, zwak en sterk, samen brengt. En Jezus zegt: ‘Waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben ik in het midden.’ Daar wordt hij zichtbaar. Dat is de kerk.

zaterdag 13 juli 2013

Filmbespreking: X-Men The Last Stand

Ik had nooit gedacht over deze film nog eens een filmbespreking te schrijven. Ik ben groot fan van de X-men. Ten eerste van de stripverhalen (hoewel die niet allemaal even goed zijn en soms wel heel complex voor wie de serie niet vanaf het begin heeft gevolgd) en ten tweede van de films, sinds 2000 in de bioscoop.
De eerste film was het begin van de huidige superheldenopleving, vooral door het gegeven serieus te nemen als een fenomeen in onze wereld. Waar de eerdere Batmanfilms (en ook de Supermanfilms) zich afspeelden in een duidelijke stripboekenwereld (de Art Deco wereld van Gotham, ontworpen door Tim Burton, met cartooneske schurken), of knipoogden naar de onwerkelijkheid van het concept (de wel heel vergezochte gaven van Superman, zoals het kunnen terugdraaien van de tijd door het draaien van de Aarde), zagen deze films de karakters als volwaardige personen en namen hun verhalen zo ernstig als ze dat zelf deden. De films waren zich er niet langer van bewust dat ze stripverfilmingen waren, ze waren films geworden die toevallig op een strip gebaseerd waren. En dat tieners door een mutatie in het X-gen bijzondere krachten ontwikkelden, werd door deze film net zo serieus behandeld als de ijsberg die Titanic lek stoot, of de nazi’s die het getto van Warschau leeghaalden. Dit signaal werd in de eerste film gegeven doordat de eerste scene ervan zich ook in een concentratiekamp afspeelde. Dit is een echte film, maakte die scene duidelijk, over echte mensen, die toevallig mutanten zijn. En de problemen waar deze mutanten tegen aanlopen: vooroordelen, de dreiging van registratie, verschillende manieren om met andere mensen om te gaan, zijn serieuze problemen die voortkomen uit de menselijke natuur en werpen licht op bijvoorbeeld discussies rond mensenrechten en gewelddadig of geweldloos verzet. Het karakter dat in eerdere superheldenfilms een karikaturale superschurk zou zijn met een maniakaal lachje, Magneto, heeft dan wel een belachelijke naam (daarvan is de film zich bewust), maar met zijn missie wordt niet gespot. Hij heeft de tatoeage van het nazikamp nog op zijn arm staan, en daar laat hij niemand om lachen.
De X-menfilms leidden onder andere tot Spider-Man (wat doet een tiener die opeens nieuwe krachten krijgt, wat heeft een directeur over voor zakelijk succes?), de nieuwe Batmanfilms (welke psychologische verwonding drijft Bruce Wayne ertoe zich als vleermuis te verkleden?), Iron-Man (gevangen door terroristen in Afghanistan) en Man of Steel (hoe zouden mensen reageren op een buitenaardse aanwezigheid?). Vergeleken met deze films (en spektakelfilm The Avengers), was X-men maar een kleine film, met een eenvoudig verhaal en een weinig ambitieus slot, maar hij leidde tot grote dingen (niet in het minst X-men 2, met een complexer plot, origineel gebruik van mutante gaven en best wel wat ambiguiteit). En hij introduceerde Wolverine, in de persoon van Hugh Jackman, een figuur die in de films welhaast net zo populair is geworden als in de strips, zodanig dat zelfs na fiasco X-Men Origins: Wolverine, deze maand een tweede film met hem als hoofdfiguur uitkomt, The Wolverine.
Mijn verloofde en ik zullen voor die film in de bioscoop zitten. Maar ze had nog niet alle X-men films gekeken, dus schoven we gisteren de DVD van X-men 3 in de speler. Van tevoren waarschuwde ik haar wel haar verwachtingen naar beneden bij te stellen. Deze film werd immers niet geregisseerd door Brian Singer (die de eerste twee films maakte), maar door Brett Ratner (in de filmwereld nu niet echt bekend om zijn originaliteit of zijn talent met acteurs). De karakters zijn vlakker, zei ik, en het verhaal zwakker. En de gaven van de hoofdpersonen worden niet echt origineel gebruikt. Zo had ik mezelf ingedekt.
Maar toen de film was afgelopen, keek ik haar aan en zei: ik ga er een filmbespreking over schrijven! Want wat ik over de film zei, was allemaal waar: de karakters zijn vlakker, de dialogen hier en daar cliche (‘Well done, fur ball’), het plot is wat mechanisch (wat is de rol van Angel eigenlijk in de film?), en inderdaad: het gebruik van de mutaties is wat flauw (een karakter die vuur kan manipuleren komt tegenover een karakter te staan dat ijs kan oproepen, en het enige dat ze kunnen doen is vuur en ijs naar elkaar toe stralen? In de stripverhalen komen veel epischere confrontaties voor! Hoe Magneto een gevangenentransport uitschakelt is dan wel weer gaaf, moet ik toegeven). Maar het zijn wel de X-men, en ze worden voor een serieus dilemma geplaatst in deze film. Een dilemma dat hen voor keuzes stelt over het omgaan met macht, en met zwakheid.

Tussen normale mensen als jij en ik lopen individuen rond met een mutatie in een bepaald gen. Het is niet een mutatie die hen een andere huidskleur geeft, of een andere geaardheid, of een lage of juist hoge intelligentie. De gave geeft hen superkrachten. Veel van hen zien er normaal uit, maar kunnen met hun gedachten voorwerpen bewegen, metaal manipuleren, of ijs tevoorschijn roepen. Anderen zijn overdenkt met blauw haar, of schubben en kunnen zich dus niet zomaar in de maatschappij vertonen. Weer anderen kunnen door hun mutatie geen mensen aanraken, zonder hen pijn te doen of zelfs te doden - als je een tienermeisje bent is zo’n gave eerder een last dan een geschenk. En in de samenleving worden deze mutanten met wantrouwen tegemoet getreden. Politici maken zich zorgen over de nationale veiligheid, soldaten willen mutanten omvormen in levende wapens. Ouders maken zich zorgen over hun kinderen (‘Heb je geprobeerd om geen mutant te zijn?’ uit de tweede film), en er dreigen slachtoffers te vallen.
Eric Lensherr, die als Jood in de tweede wereldoorlog de gevolgen van vooroordelen van dichtbij heeft meegemaakt, is vastbesloten niet nog een keer in dezelfde valkuil te stappen. Hij wil onder de naam ‘Magneto’ de eerste slag slaan. Zijn vroegere vriend, professor Charles Xavier, gelooft dat vreedzame samenleving met mensen mogelijk is, als de mutanten kunnen laten zien dat ze aan de kant van de mensheid vechten. Hij heeft een team gevormd, de X-men, om te zorgen dat Magneto wordt tegengehouden.
Een van de oorspronkelijke leden van dat team is Jean Grey, een telepathische mutant die zo krachtig is dat zelfs professor Xavier niet tegen haar op kan. Hij is bang dat ze haar gaven niet onder controle zal kunnen houden, en breekt in haar gedachten binnen om ze met psychische barrieres af te schermen. Aan het eind van de tweede film kwam ze om terwijl ze de X-men probeerde te redden. Nu is ze echter teruggevonden. En het lijkt erop alsof de barrieres die de professor had aangebracht niet meer werken. Uit haar onderbewuste verschijnt een tweede persoonlijkheid, de wilde, onvoorspelbare ‘phoenix’.
Tegelijkertijd ontwikkelt een farmaceut een antilichaam tegen het X-gen, waardoor de gevolgen van een mutatie ongedaan worden gemaakt. Voor het tienermeisje Rogue - die geen jongens kan aanraken - is het een uitkomst. Magneto is echter bang dat mutanten zullen worden gedwongen te worden teruggebracht tot normale mensen - tegen hun zin in. Hij besluit met zijn medestanders de bron van het antilichaam uit te schakelen: een jongetje dat logeert in een laboratorium in de Alcatraz-gevangenis. En hij beschikt over een bijzondere troefkaart: de phoenix heeft zich bij hem aangesloten. De X-men maken geen schijn van kans ...

Op de verhaallijn met de kuur tegen het X-gen ga ik hier niet heel diep in. De een wil de kuur gebruiken om zijn zoon te dwingen te veranderen, want hij schaamt zich voor het feit dat deze een mutant is (terwijl hij juist heel mooie vleugels heeft). De persoon zegt dat hij uit liefde handelt, maar als hij iets doet tegen de wil van een ander in, is er natuurlijk geen sprake van liefde. Het is duidelijk dat hij eigenlijk handelt uit zelfzuchtige motieven. Net zo als degenen die proberen het meisje Rogue tegen te houden, die juist in staat wil zijn normaal met anderen om te gaan. Je bent niet ziek, er is niets mis met je, houden ze haar voor. Als ze zich laat prikken, verraadt ze het team. Maar, zegt ze: Ik kies dit. Ze is niet gedwongen. Degenen die de loyaliteit aan het team boven haar keuzevrijheid plaatsten waren eigenlijk net zo zelfzuchtig. Wat iemand die haar vriend is, haar voorhoudt is zichzelf de vraag te stellen: is dit wat ik echt wil? En hij laat haar dan gaan. Omdat hij van haar houdt. Ik denk dat de film met de beelden parallellen trekt met demonstraties bij abortusklinieken, maar de vergelijking geldt niet een op een, immers in het geval van abortus betreft de keuze ook nog een ander, namelijk het ongeboren kind. Dit is moreel gezien duidelijk een ingewikkeldere afweging, en dat ik hier op de hand van Rogue ben, wil niet zeggen dat ik in het geval van ongewenste zwangerschap geen voorstander ben van alternatieven, bijvoorbeeld adoptie. Maar dit is een zijspoor. Een van de karakters in de film wordt door de kuur gedwongen onder ogen te zien dat hij inderdaad net zo zelfzuchtig en bevooroordeeld was, als waar hij de mensen van beschuldigde. Een mooie omkering van het plot in de eerste film, waar Magneto juist een mens in een mutant wilde veranderen, om hem zijn vooroordelen te laten inzien.
De kuur is in zichzelf niet goed of slecht, heb ik al gesuggereerd, maar wel heel krachtig. En kan dus voor goede doeleinden worden gebruikt, of voor slechte. Wie zelfzuchtige motieven heeft kan eigenlijk niet goed met de kuur omgaan. Het enige verantwoordelijke gebruik ervan is gebaseerd op onzelfzuchtige liefde.

Hetzelfde geldt voor de krachten van Jean Grey. Toen ze jong was waren haar krachten niet goed of slecht. Ze waren alleen heel sterk. Ze was de enige ‘klasse 5’-mutant die professor Xavier en Magneto kenden. In de eerdere films in de serie werd professor Xavier duidelijk als de ‘goede’ neergezet. Hij was het morele centrum van de films, degene die de anderen corrigeerde als ze bijvoorbeeld teveel geweld wilden gebruiken, of mensen haatten. Hij stond fier tegenover Magneto. Maar in deze film wordt aan zijn morele positie gemorreld. Professor Xavier is helemaal niet zoveel anders dan Magneto, blijkt. Beide karakters zien de jonge mutant Jean Grey namelijk alleen in termen van macht, en de macht die zij over anderen kan uitoefenen. Professor Xavier ziet haar macht als een potentieel gevaar. Hij gelooft niet dat ze er goed mee kan omgaan, en zonder het haar te vragen, zorgt ze dat ze haar gave niet langer volledig kan gebruiken. Hij doet het, zal hij zeggen, om anderen te beschermen. Hij denkt dat zijn motieven onberispelijk zijn, en vindt dat hij zich niet hoeft uit te leggen. Al helemaal niet aan Wolverine. Dat is ironisch, want dit karakter is zelf tegen zijn zin gehersenspoeld en als wapen gebruikt, dus hij weet hoe erg het is als mensen hun keuzevrijheid wordt ontnomen. Hij heeft Jean niet gerespecteerd als persoon - zag haar als een onpersoonlijke kracht (een dreiging, waar Magneto de mutantenkuur als dreiging ziet) - en heeft daardoor juist een nieuwe persoonlijkheid gecreëerd. Een vijandelijke persoon: de phoenix, die boos is op iedereen die haar wil inperken. Als Xavier later aanbiedt Jean te helpen, kan ze hem niet vertrouwen. Waarom zou hij haar nu wel respecteren? In plaats daarvan geeft ze zichzelf over aan haar haat en woede, en doet iets waar ze uiteindelijk niet mee zal kunnen leven. Ze haalt uit (niet assertief, maar agressief). Maar is zij voor haar gruwelijke daad verantwoordelijk, of is dit iets dat door Xavier is opgeroepen.
Phoenix wordt vervolgens ingepalmd door Magneto. Hij fluistert haar vleiend toe, dat hij haar niet zal inperken, dat ze bij hem ongeremd haar gang kan gaan, dat hij juist haar karakter als phoenix mooi vindt (en geen behoefte heeft aan de kalme, redelijke, Jean). Hij lijkt haar te respecteren, waar Xavier dat niet deed, maar dat is slechts schijn. Deze mutant die de mond er vol van heeft de mutanten te willen beschermen tegen de mensen, hecht geen waarde aan individuen. Zelfs mutanten zijn voor hem pionnen geworden in zijn oorlog - een oorlog die al lang niet meer gaat om de waarde van mensen, maar om zijn eigen persoon, gekleed in mooie termen, maar uiteindelijk zelfzuchtig. En pionnen zijn er in zijn filosofie om opgeofferd te worden. Phoenix is voor hem net zo’n pion. Hij geeft helemaal niet om de persoon Jean Grey, en ziet ook de phoenix niet als persoon. Hij ziet haar als wapen. Hij wil haar inzetten voor zijn eigen doeleinden, zijn eigen strijd. Als er met hem iets ergs gebeurt, fluistert hij tegen haar: ‘Dit is wat de mensen met ieder van ons willen doen’. Dus ook met haar. Maar het is niet anders dan wat hij met haar wilde doen. Hij en Xavier zijn twee kanten van dezelfde medaille - ze zien haar niet als persoon, maar als macht, als invloed. Ze verschillen alleen in hoe ze met die invloed omgaan, of ze die inperken uit angst voor macht, of voor hun eigen doel gebruiken uit machtswellust.
Het morele centrum van de film is dit keer het karakter Wolverine. Hij is als buitenstaander in de loop van de eerdere films betrokken geraakt bij de strijd tussen Xavier en Magneto. Hij heeft echter niet zijn ‘frisse blik’ verloren. Hij is niet onder de indruk van Xavier. Als die hem zegt buiten te blijven, luistert hij niet per se. En hij houdt van Jean. Uit liefde voor Jean deed hij in de eerste films uiteindelijk een stap terug - ze had gekozen voor een ander. Maar hij bleef haar liefhebben. Die liefde overleefde niet alleen een rivaal, ze overleefde ook Jeans transformatie in de phoenix. Want zelfs als ze met haar macht uithaalt, en onuitsprekelijke dingen doet, blijft hij haar zien als persoon. Als Jean. Hij weet dat wat ze doet niet Jean zelf is, maar haar frustratie. Hij weet dat het niet is wat ze werkelijk wil. En hij wil tegen elke prijs proberen de werkelijke Jean te bereiken, terug te roepen. Hij wil de echte Jean kennen, en met de werkelijke persoon een relatie hebben. Hij wil haar in de ogen kijken. Hij geeft niet om haar macht. Hij wil die niet voor zijn eigen doeleinden gebruiken, hij wil haar niet inzetten in plannen voor wereldheerschappij. En hij handelt zelfs niet uit angst voor haar macht. Als Wolverine met gevaar voor eigen leven tot haar weet door te dringen, vraagt ze het: ‘Doe je dit soms voor hen?’ En hij antwoordt met gevoel (briljant gespeeld door Hugh Jackman): ‘Nee, voor jou!’ Hij is bereid zijn leven op te geven voor haar. Hij geeft zelfs meer om haar dan om hemzelf. En deze onzelfzuchtige liefde weet tot haar door te dringen. Die liefde maakt haar, hoe kort ook, echt haarzelf, echt Jean. We moeten mensen niet zien in termen van macht (bang voor ze zijn, of ze in onze plannen gebruiken), maar liefhebben, is de boodschap van de film - als echte personen.
Uit liefde voor Jean doet Wolverine zelf ook iets ondenkbaars. De enige manier om Jean tegen haar eigen krachten te beschermen, is op dit punt van de film, haar te doden. Ik had het mooier gevonden als ze gered had kunnen worden. Maar had ze willen leven met de wetenschap van wat ze uit haar boosheid en kwaadheid gedaan had? Kunnen wij leven met het besef van wat onze woede en onze angst anderen heeft aangedaan? Als we dat werkelijk onder ogen zien, kunnen we dan door? De bijbel geeft aan dat wij met Christus moeten sterven, en dat dit de enige manier is om aan het oordeel te ontkomen (het oordeel dat volgens mij vooral het oordeel over onszelf is!). Door te sterven zijn we namelijk ‘dood voor de zonde’, zoals Jean door te sterven ‘dood is’ voor de phoenix. En de bijbel eindigt niet zoals X-Men The Last Stand. De bijbel spreekt over de opstanding, die direct volgt op de ‘dood aan onszelf’. Als we met christus zijn gestorven, zijn we immers ook met hem opgestaan! We leven daardoor niet meer voor onszelf, maar voor Hem. Zijn opofferende liefde wordt onze motivatie. We zijn niet meer gemotiveerd door angst, door macht, door woede, door zelfzucht (want onze zelfzucht is gestorven), maar door liefde. En als wij op basis van Jezus’ voorbeeld zelf ook liefhebben, zijn we werkelijke personen. We zijn werkelijk onszelf. Geen pionnen meer (die allemaal op elkaar lijken), maar unieke individuen, met een unieke betekenis. En laten we wel zijn, als in deze film een telepaat in staat blijkt om de dood te overleven (zie de scene na de aftiteling), waarom zou dat niet kunnen gelden voor Jean Grey? Zelfs het universum van de film laat de ruimte voor een opstanding, en een leven met haar geliefde Wolverine.
Maar voor het zover is, leven we in een wereld gebaseerd op (angst voor/zelfzuchtig gebruik van) macht - ook de X-men, want de invloed van Xavier en Magneto blijft gelden. De definitieve opstanding uit de dood, de verlossing van ons lichaam, laat nog op zich wachten. Maar ik kijk er wel naar uit! Dan word ik werkelijk mezelf, en zie ik Hem die dat door zijn offer heeft mogelijk gemaakt.

zondag 12 mei 2013

Filmbespreking: Spider-Man 2

Spider-Man 2 is een van mijn favoriete films. Hoe favoriet? Nou, de enige filmposters die ik in mijn appartement heb hangen zijn van de Lord of the Rings-films, en een van Spider-Man 2. Okee, aan de andere kant daarvan bevond zich een poster van Aragorn uit The Return of the King, maar die heb ik opgehangen tegen het glas van de woonkamerdeur aan, zodat de poster van Spider-Man 2 ook zichtbaar is vanaf de gang. Misschien dat The Dark Knight een betere superheldenfilm is, maar die is behoorlijk duister en wellicht zelfs cynisch, waar Spider-man 2 (ook een vervolg), wel spannend is en heftig, maar uiteindelijk  juist opbeurend en bevestigend. En Spider-Man is een superheld met wie ik me meer kan identificeren dan Batman. Batman is een multimiljonair die het leven van een playboy moet leiden, met aan elke arm een mooie vrouw, om onder bescherming van de nachtelijke duisternis met zijn dure snufjes de misdaad te bestrijden. Okee, hij heeft op jonge leeftijd zijn ouders verloren, maar die hebben wel het familiebedrijf aan hem overgedragen. En hij heeft een butler. Nee, dan Spider-Man ...
Aan het begin van deze film gaat het niet echt geweldig met student Peter Parker. Hij woont in een krottige studentenkamer, en loopt zelfs daar al achter met het betalen van de huur. Hij is niet op tijd in zijn lessen, en dreigt van Dr. Connors zelfs een onvoldoende te krijgen. Hij houdt van de mooie Mary Jane Watson, maar durft dat niet tegen haar te zeggen, en het lukt hem zelfs niet bij een van haar toneelstukken te zijn. En dan raakt hij ook nog zijn baantje als pizzaverkoper kwijt. Ondertussen doet hij in de vermomming van Spider-Man zijn uiterste best voor anderen. Met grote kracht komt immers grote verantwoordelijkheid. Maar niemand lijkt zijn inspanningen te waarderen. De mediacampagne van krantenmaker J. Johan Jameson lijkt vruchten af te werpen. De mensen voor wie hij zo zijn best doet, zien Spider-Man als bedreiging. Uiteindelijk beginnen zelfs Peters spinnenkrachten hem te verlaten. Hij is niet meer in staat om aan zijn web te slingeren of tegen een muur op te klimmen. Hij heeft zelfs zijn bril weer nodig. De maat is vol. Peter besluit zijn alter ego in de prullenmand te gooien: hij is niet langer Spider-Man. Nu heeft hij eindelijk de kans Mary Jane de waarheid te vertellen. Wetenschapper Otto Octavius probeert ondertussen een gevaarlijk experiment te herhalen. Daarvoor heeft hij een substantie nodig die alleen Harry Osborn kan leveren. Die stelt een deal voor: de hele voorraad in ruil voor Spider-Man. Otto is echter niet de gemiddelde wetenschapper. Hij beschikt over vier lange, dodelijke tentakels, versmolten met zijn rug en met een eigen, niet tegen te houden wil. En om Spider-Man te vinden, gaat hij eerst op zoek naar Peter Parker ...

De eerste Spider-Man-film was achteraf gezien een klein beetje tam. Een van de eerste van de nieuwe generatie superheldenfilms en dus nog een beetje terughoudend in het tonen van waar superhelden toe in staat zijn. Het karakter van Peter Parker en zijn omgeving waren goed weergegeven, met situaties die zo uit de stripverhalen konden zijn gekomen, maar de actiescènes waren niet bijzonder spectaculair en de slechterik was niet heel overtuigend (en dat terwijl de Green Goblin eigenlijk Spider-Mans aartsvijand is). Het is nu vooral mijn liefde voor het karakter Spider-Man die me de eerste film doet kijken en niet mijn liefde voor goed gemaakte films. Bij Spider-Man 2 komen deze twee liefdes echter samen. Dit is een Spider-Man-verhaal dat recht doet aan de stripverhalen, met epische confrontaties waarbij ook de verticale dimensie wordt toegepast, en held en schurk hun extra’s op een originele wijze inzetten. Dr. Octopus is een tegenstander die het Spider-Man echt moeilijk maakt, maar ook nog eens iemand met wie je als kijker meeleeft en zijn uiteindelijke lot raakt je dan ook. Ook het verhaal van Peter is invoelbaar gebracht. Ondertussen brengt Sam Raimi al zijn kwaliteiten als filmmaker in - vooral de scene waarin Dr. Octopus ‘ontstaat’ is fantastisch, net als een gevecht op en in een trein. Wel moet iemand die in wetenschap geïnteresseerd is zijn kritische denken op de pauzestand zetten, want kernfusie is niet zo eenvoudig als het hier gebracht wordt. Als de film eindigt ben je als kijker tevreden, maar ook benieuwd hoe het de karakters verder vergaat. Jammer dat Spider-Man 3 in vergelijking met deze film eigenlijk een teleurstelling is.

Omdat de film in 2004 is uitgekomen, ga ik niet heel erg mijn best doen om ‘spoilers’ te voorkomen. Als je de film niet hebt gezien, zorg ik wel dat er nog wat verrassingen voor je overblijven, maar ik zal wel wat meer verklappen over het plot dan ik gewend ben.

Ik heb de film al heel wat malen gezien, maar de laatste keer vielen met twee dingen meer op dan normaal. Een daarvan is wat persoonlijker, dus die bewaar ik voor zo meteen. De ander is dat dit verhaal wel heel duidelijke verwijzingen naar het verhaal van Jezus bevat. De held heeft twee naturen: de bovennatuurlijk snelle en krachtige Spider-Man en de kwetsbare, gevoelige mens Peter Parker. Hij moet een op hol geslagen trein tot staan brengen. Hij doet dit met uitgestrekte armen - een houding alsof hij wordt gekruisigd. Hij heeft het masker van Spider-Man afgezet en wordt gezien als de mens die hij is. En het is duidelijk hoe zwaar het gewicht van de trein (een microskosmos van de mensheid met individuen van allerlei leeftijden en nationaliteiten) op zijn schouders drukt. Uiteindelijk verliest hij het bewustzijn. De mensen vragen zich af of hij dood is. Spider-Man wordt over hun hoofden getild, alsof hij ten grave wordt gedragen. Dan blijkt hij nog te leven. Hij heeft er opeens volgelingen bij, die door zijn opoffering zijn geïnspireerd om zelf ook heldhaftig te zijn. En aan het slot van het verhaal verslaat hij de slechterik niet met de kracht van Spider-Man maar met de zwakheid van Peter Parker. Zijn dit soort overeenkomsten met het verhaal van Jezus bewust aangebracht? Misschien. Ik denk echter van niet. Ik denk dat onze verhalen automatisch mee gaan bewegen met het Verhaal van de Werkelijkheid. Er vindt resonantie plaats - de snaar gaat meebewegen met de andere snaar. En in het geval van deze film is dat mijns inziens goed zichtbaar.

Het tweede dat mij opviel, was hoeveel ik van mijn eigen leven in het verhaal van Spider-Man herkende. Het belangrijkste thema van de film is hoe wij dat wat wij doen of wat ons is aangedaan zoveel waarde kunnen toekennen dat ons leven erdoor bepaald wordt, in plaats van dat wij ons leven zelf kunnen bepalen. Wij verliezen onze vrijheid, zijn nog maar een schaduw van onszelf, en zijn niet in staat om te doen wat wij het liefste willen. We zitten in de klem. We lopen zelfs het risico een monster te worden, het tegenovergestelde van wat we willen zijn.

Dit is te zien in het karakter van Harry Osborn, de beste vriend van Peter. Hij gelooft echter dat zijn vader door Spider-Man om het leven is gebracht en wordt nu verteerd door maar een verlangen: om wraak te nemen. Als er iets gebeurt waardoor het slecht gaat met zijn bedrijf ‘Oscorp industries’, zegt hij zelfs letterlijk dat zijn vendetta tegen Spider-Man het enige is wat hij nog overleeft. Alles moet hiervoor wijken. Zelfs zijn vriendschap met Peter. Hij gaat drinken, scheldt en schopt. Hij is niet meer wie hij was. Hij heeft het verlangen naar wraak op de eerste plaats gezet in zijn leven, er zijn afgod van gemaakt, en nu wordt zijn leven erdoor bepaald. We gaan lijken op wat we aanbidden, zegt de bijbel ergens. Anders gezegd: wij kunnen niet groter zijn dan het verhaal waar we in leven. En als dat een klein verhaal is, blijven wij zelf ook klein. En een kleiner verhaal dan dat van wraak is er bijna niet. Ik denk daarom dat de bijbel ook waarschuwt dat we moeten oppassen dat er in ons hart niet een wortel van bitterheid opschiet, omdat die ons onze vrijheid kan afnemen en ons kan omvormen tot ‘wraakmachines’ in plaats van vrije individuen. Het verlangen naar wraak maakt ons eenkennige robots in plaats van volledige mensen.

Een ander karakter dat in de greep raakt van het verhaal dat hij over zichzelf vertelt, is Otto Octavius. Hij is gepassioneerd over zijn werk. Hij meent dat hij een doorbraak kan bereiken waardoor de wereld op een goedkope manier van energie kan worden voorzien, en er is zelfs kans op het winnen van een Nobelprijs. Dit is zijn droom, dit is waar hij al zijn tijd en kracht aan besteed. Als het experiment mislukt, kan hij het niet opgeven. Er is een ontwerpfout in zijn theorie, maar hij kan dat niet onder ogen zien. Hij moet en zal het nog een keer proberen, ook al moet hij daarmee de populatie van New York in gevaar brengen, ook al vervreemdt hij daardoor iedereen van zich. Hij is in de macht gekomen van zijn ambitie en hij is de vrijheid kwijtgeraakt om er ‘nee’ tegen te zeggen. Hij wordt beheerst door zijn droom, in plaats van andersom. In dit geval zelfs letterlijk. De vier armen waar hij zichzelf van heeft voorzien, hebben een eigen intelligentie met de opdracht fusie-energie tot stand te brengen. Ze fluisteren hem in, beïnvloeden hem. En hij gebruikt het zelfs als excuus om zijn eigen experiment niet te stoppen. Hij is niet meer vrij. Maar hij heeft wel uit eigen beweging ingestemd met de vier armen. Ze zeiden niet iets wat hij zelf niet dacht, ze sloten aan bij een ambitie die uit hem zelf kwam. Alleen omdat uiteindelijk iemand anders zich wil opofferen om de gevolgen van zijn zelfzuchtige keuzes ongedaan te maken, kan Dr. Octavius zijn eigen ambitie opzij schuiven. En als hij dat doet, als hij zijn eigen ambities opzij zet voor een ander, als hij zijn droom opgeeft, wordt hij een mens in plaats van een monster. Een mens wordt niet zo beheerst door zijn droom dat hij er andere mensen aan opoffert. Een mens heeft de vrijheid om anderen lief te hebben als zichzelf. Wie dat niet kan, is een monster.

En dan is er Peter Parker. De beginscènes van de film zijn eigenlijk moeilijk om te kijken, zo pijnlijk herkenbaar vind ik de worsteling van de hoofdpersoon. Hij zet zich in als Spider-Man om misdaad te bestrijden en voor zwakken op te komen, maar hij gaat er bijna aan ten onder. Hij heeft zijn persoonlijke leven volledig ondergeschikt gemaakt aan de taak die hij heeft opgenomen. Hij offert zijn carrière op, zijn scholing, zijn vriendschappen en zijn liefde. Allemaal omdat hij het idee heeft dat hij Spider-Man moet zijn. Het is minder iets dat hij wil, maar iets waarvan hij vindt dat het behoort. Zijn taak als Spider-Man is namelijk gebaseerd op schuld. Peter Parker vindt dat hij schuldig is aan het overlijden van zijn oom Ben. Als hij namelijk zijn krachten op een goede manier had gebruikt en een bandiet had tegengehouden, zou Ben Parker nog leven. Dat is een behoorlijke last om op je schouders te dragen. En dan zei zijn oom ook nog eens dat bij grote kracht een grote verantwoordelijkheid hoort. Dus denkt Peter dat hij niet anders kan dan zich inspannen. Hij gaat er echter zelf aan onderdoor. Zijn energie raakt op. Uiteindelijk wordt hij gedwongen te stoppen.
Ik denk bij deze scenes aan de jaren dat ik me uit alle kracht inspande om bijbel te lezen (vijf hoofdstukken per dag), te bidden (minstens een half uur), bijbelstudie te doen, bijbelteksten te memoriseren, naar de kerk te gaan, te evangeliseren et cetera. Het klinkt allemaal heel geestelijk. Maar ik deed het uit schuldgevoel. Ik was bang dat God boos op me zou worden als ik niet voor hem zou werken. Bovendien had ik van God een groot intellect gekregen en dat kwam met grote verantwoordelijkheden. Ik vond dat ik niet meer de boeken mocht lezen die ik zo graag wilde lezen, of de verhalen schrijven die ik zo graag wilde schrijven. Zelfs voor vriendschappen kon ik nauwelijks nog tijd vrijmaken. Maar deze christelijke activiteiten pasten niet bij me. Het was niet wat ik wilde, maar wat ik dacht dat ik ‘behoorde’ te doen. En zoals Peter Parker zijn energie kwijt raakte, zo gebeurde dat bij mij. Ik kreeg enorme slaapproblemen. Ik werd overspannen. Van de ene op de andere dag stopte ik met al dat werken. Wat een opluchting.

Peter geeft zichzelf de toestemming gewoon Peter te zijn. Hij volgt de lessen waar hij zo van houdt (en wordt de beste van de klas), repareert zijn bromfiets, en bezoekt eindelijk een van de toneelvoorstellingen van Mary Jane. Hij geniet eindelijk van zijn leven. En hij vindt de vrijheid om eerlijk te zijn naar zijn tante May. Hij wil het geheim van zijn schaamte niet meer alleen met zich meedragen, maar besluit het met anderen te delen. Het lijkt met Peter voor de wind te gaan. Maar dat is maar schijn. Hij ziet namelijk hoe iemand op straat beroofd wordt, en realiseert zich dan dat hij daar niet zomaar aan voorbij kan lopen. Zijn verlangen om Spider-Man te zijn was niet alleen maar gebaseerd op schuldgevoel, maar ook op een positief verlangen om iets goeds te doen voor andere mensen. Hoe hij het ook probeert, hij kan echter zijn krachten niet meer terugkrijgen. Hoe hij zich ook inspant.
Ook dat herken ik wel. Na mijn overspannenheid volgde een periode van vrijheid, van ontspanning, van soms pijnlijke eerlijkheid. Maar het was de ontspanning van het negatieve, ontspanning omdat er iets ontbrak in mijn leven - de eeuwige overheersing van het schuldgevoel, de rust van het niet meer behoren te werken. Er was iets van mijn afgevallen. Maar ik ervoer ook een leegte. Er was niet iets positiefs terug gekomen in mijn leven. Ik was stuurloos geworden. Ik heb geprobeerd te schrijven, maar ik kon zelfs dat niet omarmen als mijn roeping, als iets dat bij mij paste. Ik zei dat ik eigenlijk verhalen wilde schrijven, maar het lukte me niet. De inspiratie leek verdwenen. De behorens kwamen steeds weer terug. De vrijheid was dus van korte duur.

Twee dingen leiden voor Peter uiteindelijk tot werkelijke vrijheid. Ten eerste de onvoorwaardelijke liefde die hij ervaart van zijn tante. Ze vergeeft hem voor zijn rol in de dood van zijn oom, en zegt hem dat ze van hem houdt. Zoals hij is, superheld of niet. Ze is niet in hem teleurgesteld. Voor haar hoeft hij niets te doen. Hij hoeft niet te presteren. Hij hoeft helemaal niets. De opluchting bij Peter Parker is op zijn gezicht te zien. Onvoorwaardelijke acceptatie is de eerste stap naar vrijheid. Zolang Peter dat nog niet had ervaren, zou zijn vrijheid alleen de vrijheid zijn van het ontbreken van overheersing, niet de vrijheid van het werkelijk jezelf kunnen zijn. Want Peter geloofde nog niet dat het genoeg was echt zichzelf te zijn. Hij wist alleen dat hij zich niet meer kon laten overheersen door zijn schuldgevoelens. Als zijn tante May zegt dat hij geliefd is, ook als hij niets doet, is hij pas echt vrij om iets te gaan doen. Positieve vrijheid. De vrijheid van leven in overeenstemming met wie je bent.
De tweede ontdekking die Peter doet is dat hij om te leven in overeenstemming met wie hij is niet afhankelijk is van omstandigheden buiten hem om. Hij is niet afhankelijk van zijn krachten als Spider-Man. Hij is niet afhankelijk van het superheldenpak dat hij gemaakt heeft. Er hoeft niet aan voorwaarden te worden voldaan voor hij zichzelf kan zijn. Hij kan ook als de eenvoudige Peter Parker al het goede doen.
Ook deze dingen herken ik heel sterk. Een groot deel van mijn geestelijke reis van de afgelopen jaren was te leren ontdekken dat God onvoorwaardelijk van mijn houdt, dat hij van mijn houdt zoals ik ben, niet zoals ik zou moeten zijn. Ontdekken dat ik hem niet kan teleurstellen, omdat hij alles weet wat ik heb gedaan en ooit zal doen, en toch van mij houdt. Ontdekken dat ook als ik nooit meer iets zou presteren, dat hij mij in zijn armen sluit als zijn geliefde zoon. Die liefde maakt me vrij om rond te kijken naar wat ik wil doen. Die liefde maakt me vrij om eenvoudig te schrijven, om te tekenen, om te bloggen. Ik mag doen wat ik wil, want Gods liefde is onvoorwaardelijk.
En om te doen wat ik wil, ben ik niet afhankelijk van anderen. Ik stopte ooit met schrijven nadat een manuscript door een uitgever was afgewezen. Ik dacht dat ik om door te gaan met schrijven afhankelijk was van publicatie. Ik meende dat ik afhankelijk was van erkenning. Maar dat was niet zo. Ook al zou niemand mijn verhalen lezen, ook al zou ik ze alleen voor mezelf schrijven, ik zou ze mogen schrijven. Om mijn creativiteit uit te leven heb ik niets anders nodig dan papier en een potlood (of een MacBook air, dat werkt ook). Het zijn niet mijn omstandigheden die mij bepalen. Of er ooit nog iets van mij wordt uitgegeven, of niet, ik ben schrijver. Zoals Peter Parker een held is, of hij ooit nog Spider-Man kan worden of niet.

En dan is er dat moment waarop Peter Parker daadwerkelijk weer Spider-Man wordt. Zijn vriendin wordt bedreigd. Op dat moment weet hij het opeens: dit is wie ik ben. Dit is wat ik wil. Op dat moment is hij helemaal niet met zichzelf bezig (zoals eerder, toen hij ook probeerde om weer Spider-Man te worden). Hij denkt niet aan zichzelf, hij denkt alleen aan Mary Jane. En hij breekt door een hele laag puin heen. Hij is Spider-Man!
Dat moment kwam voor mij afgelopen jaar, toen ik voor de tweede keer ziek thuislag met wondroos. Ik realiseerde mij dat als ik dood zou gaan (zo ernstig was het gelukkig niet, maar wondroos is toch niet mis) ik vooral spijt zou hebben van het feit dat ik geen verhalen zou hebben geschreven. Ik had het er al jaren over dat ik weer wilde schrijven, maar ik deed het niet. Ik dacht dat het was omdat ik geen inspiratie meer had, dat er geen ideeën kwamen. Maar de realiteit was dat ik mezelf geen toestemming gaf om dag en nacht over mijn verhalen te denken. Ik stond mezelf in de weg. Toen ik besloot om weer te schrijven en mezelf de toestemming gaf te doen wat ik het liefst wilde, begonnen de ideeën weer als vanouds te borrelen. En hoe veel ik ook schreef, ik werd er niet overspannen van. In plaats van slechter te slapen omdat ik zo hard werkte, sliep ik er beter door. Mijn schouders waren minder opgetrokken en ik was (volgens mijn vriendin) vrolijker. Ik was meer mezelf. Want ik had mezelf toestemming gegeven om te schrijven. Dit was net zo’n moment als Peter die door het puin breekt.
Het is ook een keuze waarop ik niet meer terug zal komen. Zoals Peter op dat moment wist dat hij Spider-Man was, weet ik dat ik schrijver ben. Niemand kan dat van me af pakken. Deze keuze was namelijk niet gemaakt doordat ik me op mezelf richtte, ik maakte de keuze niet omdat ik iets wilde bewijzen. Zoals Peter was ik niet op mezelf gericht. Ik was gericht op het schrijven, zoals Peter was gericht op Mary Jane. En omdat ik op iets buiten mezelf gericht was, was ik werkelijk vrij. Er was geen sprake meer van schuldgevoel en verplichting, zoals eerst. Ik mocht gewoon doen wat ik wilde doen. Voor Peter was dat Spider-Man zijn, voor mij was dat schrijven.

vrijdag 27 juli 2012

Filmbespreking: The Dark Knight Rises

Ik kijk graag naar superheldenfilms. En met mij vele anderen, want het laatste decennium is er geen zomer geweest zonder gekostumeerde krachtpatsers in de bioscoop. Er wordt op het internet druk gespeculeerd of de hype zijn hoogtepunt al heeft bereid en wanneer mensen moe worden van dit soort verhalen. Als The Avengers een van de meest lucratieve films ooit is, er een nieuwe versie van Spider-Man draait, en de nieuwste Batmanfilm volle zalen trekt, is de trend echter niet voorbij. Nog lang niet, is mijn overtuiging. Want zolang mensen verhalen konden vertellen, hebben ze verteld over superhelden. De Grieken beschreven al de werken van Hercules, en de heldendaden van de bijna onkwetsbare Achilles, en de avonturen van Jason en de Argonauten. Het is niet voor niets dat een van de helden van het zilveren doek is genoemd naar de Noorse god Thor. Elke cultuur kent karakters als deze. Personen die sterker zijn dan de gemiddelde burger, of sneller, slimmer of rijker. Die over een flatgebouw kunnen springen, kunnen slingeren aan een kunstmatige spinnedraad, of een ijzeren pantser hebben gebouwd. Maar die tegelijk menselijk zijn, en dus worstelen met dezelfde verleidingen en uitdagingen als de gemiddelde burger. Die door hun trots ten val worden gebracht, die geliefden van zich afstoten, of uiteindelijk tot de drank vervallen. Die moeten leren dat grote kracht gekoppeld is aan grote verantwoordelijkheid. Of dat niet alles kan worden opgelost met machtsvertoon. Ze zijn uitvergrotingen van onszelf, en van de gevechten die wij voeren. Dus, hoewel wij niet met een vuist door een muur kunnen slaan, herkennen we toch iets in deze karakters, en wordt onze worsteling gevalideerd - onze strijd om het juiste te doen is belangrijk, omdat ook de held dit probeert. En tegelijk worden we geinspireerd, want als de held zichzelf kan overwinnen en ondanks zijn eerdere verlies opnieuw de strijd durft aangaan met de gemuteerde kikvorsman, durven wij ‘s ochtends ons bed uit te komen en die moeilijke vergadering op kantoor voor te zitten.
De superhelden (met uitzondering van Superman) zijn dus geen beelden van de goden, maar van de mensen - net als de helden uit de mythologie. Als er -zoals bij veel heldenverhalen- echo’s van de dood en opstanding van Jezus in hun belevenissen doorklinken, is dat omdat de echo’s van het grote verhaal ook in onze levens doorklinken, niet omdat ze in de mythe de rol van God vervullen. De superheld moet net zo zeer vertrouwen in de goedheid van God en de uiteindelijke overwinning van de waarheid als wij - hij is niet de goedheid en de waarheid zelf. Daarom denk ik dat we superhelden niet moeten verwijten dat ze een incompleet beeld van verlossing laten zien of een held die twijfelt aan zichelf of verkeerde motieven heeft. Die heeft hij omdat hij een weerspiegeling is van ons -inclusief onze twijfel en onze motieven - en niet een weerspiegeling van God.
En net als de heldenverhalen van de mythologie is deze weerspiegeling er een ‘als in een spiegel, in raadselen’ (zoals in 1 Korintiers 13), ze koerst, in de woorden van Tolkien, zigzaggend naar de ware haven. Wat de superhelden laten zien is de visie van onze cultuur op de mens en wat het betekent een zinvol leven te leiden - niet de visie van de bijbel. De held in de bijbel is immers een andere dan die in de Griekse of Noorse mythologie. De bijbelse held voert niet zelf de strijd, maar vertrouwt op God. Hij stelt niet zichzelf op een voetstuk en treedt zelf niet voor het voetlicht. Als hij dat wel doet, delft hij snel het onderspit, zoals Simson. De bijbelse held is meestal klein en onbetekenend, een herdersjongen of een stotteraar, een angstige jongen die graan dorst in het verborgene en steeds om een teken vraagt, of een rondreizende prediker die keer op keer wordt gestenigd en zelfs schipbreuk lijdt. Hij is het meest een held als hij van zichzelf geen held meer hoeft te zijn - als hij sterft aan het held-zijn als bron van zijn eigenwaarde. En interessant genoeg is dit wat uiteindelijk de boodschap van de drie Batmanfilms blijkt te zijn - want vergis je niet. Ook al is de laatste film prima op zichzelf te kijken, eigenlijk vormt hij de afsluiting van een samenhangende trilogie, een van de beste uit de recente filmgeschiedenis.

Het is acht jaar sinds de onvoorspelbare Joker de Amerikaanse stad Gotham in de greep hield met zijn gruwelijke spelletjes. Miljonair Bruce Wayne wist hem onschadelijk te maken, maar moest daar een gruwelijke prijs voor betalen. De grote liefde van zijn leven overleed en zijn alter ego Batman nam de schuld op zich van de dood van openbaar aanklager Harvey Dent, en wordt sindsdien als misdadiger achterna gezeten. Bruce gaat nog steeds gebukt onder de gebeurtenissen. Hij leunt op een wandelstok en komt niet meer buiten. Ook Batman heeft al jaren het daglicht niet meer gezien. Maar tijdens een viering van ‘Harvey Dent’-dag, waar wordt gememoreerd dat de misdaad de afgelopen jaren streng is bestreden, breekt een juwelendief in bij de excentrieke kluizenaar. Ze steelt niet alleen de parelketting van zijn moeder uit de onkraakbaar geachte kluis, maar ook zijn vingerafdrukken. Die worden gebruikt om uit naam van Wayne onzekere aandeelopties te kopen. Tegelijk is een nietsontziende terrorist in Gotham gearriveerd, Bane, die in de riolen van de stad een leger om zich heen heeft verzameld. Hij doet politiecommissaris James Gordon in het ziekenhuis belanden. Beide gebeurtenissen zijn aanleiding voor zowel Bruce als Batman om uit zijn schulp te komen. Maar hij is niet meer de oude. Trouwe butler Alfred gelooft niet dat zijn werkgever het kan opnemen tegen Bane. De terrorist wordt gedreven door geloof in een ideaal. Bruce Wayne heeft daarentegen niets meer om voor te leven. Dat kan niet goed aflopen ...

The Dark Knight Rises
is een meeslepende film, die vooral geslaagd is als slot van Christopher Nolan’s Batman-trilogie. Verhaallijnen die begonnen in Batman Begins worden nu eindelijk afgesloten. Gezien als alleenstaande film is er echter wel wat op af te dingen. Zo had er uit de tweede acte wel wat gesneden kunnen worden. En in de derde akte zijn er een aantal onwaarschijnlijkheden en toevalligheden in het plot die de aandacht afleiden: situaties waar de helden opduiken, waar ze niet van af konden weten, en anderen die zich opeens ergens anders bevinden dan in een eerdere scene. En aan het einde is er wel heel weinig tijd over om alles te doen wat volgens de film moet plaatsvinden. Ten slotte heeft de film niet een slechterik die de Joker kan overtreffen. Maar wat de film goed doet, doet de film erg goed! Het plot is episch en doet denken aan verhalen over de Franse revolutie - geen wonder als de filmmakers A Tale of Two Cities citeren als inspiratiebron. Christian Bale zet de kwetsbaarheid van Bruce Wayne mooi neer en Michael Caine is ontroerend als Alfred. De nieuwe karakters zijn een mooie aanvulling: zowel de fascinerende inbreker Selina Kyle, als de goedhartige investeerder Miranda Tate en politieagent John Blake. Er zijn een paar indrukwekkende actiescenes, vooral rond de ‘Bat’ - waarmee Batman ook de lucht onveilig kan maken. Maar wat vooral goed is aan de film, is dat hij niet draait om de schurken, om de tegenstanders (zoals The Dark Knight dat wel deed). Batman, Bruce Wayne, is en blijft de hoofdfiguur. Dat betekent niet dat hij altijd in beeld is. Voor een Batmanfilm komt de held in deze film eigenlijk weinig voor. Maar als Batman niet in beeld is, wordt zijn afwezigheid wel scherp gevoeld en is zijn invloed duidelijk zichtbaar. Het is moeilijk voor te stellen dat een volgende film nog iets aan dit verhaal kan toevoegen, aan de andere kant laat het slot wel ruimte voor een intrigerend vervolg!

De titel van de film maakt al duidelijk waar het in de film om gaat - de wederopstanding van Batman. Maar voor Batman kan opstaan, zal hij eerst moeten sterven. Het lijkt aan het begin van de film alsof hij dat al gedaan heeft, maar niets is minder waar. Herinner je de woorden van Jezus: ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen.’ Dat is wat Wayne in de praktijk merkt. Bruce Wayne gedraagt zich als een kluizenaar, hij ruziet met zijn enige vriend en helper, hij vergeet de belangen van zijn bedrijf, maar ook die van de weeshuizen die hij ondersteunde. Hij negeert zijn gezondheid en zijn relaties, niet omdat hij dood is, maar omdat hij nog steeds zijn eigen leven onder controle wil houden. Aan het eind van Batman Begins weigerde zijn jeugdvriendin al om een relatie met hem aan te gaan, omdat hij niet de Bruce was die ze van vroeger kende. Zolang hij werd gedreven door woede vanwege de dood van zijn ouders, kon hij in zijn hart geen ruimte maken voor haar. Hij kon een ander geen invloed geven in zijn leven, zolang hij meende dat hij de held moest zijn die anderen moest redden. Zijn missie als Batman was het heldenverhaal waar hij zijn betekenis aan ontleende, en daaraan moest alles en iedereen worden afgemeten. Hieraan ontleende hij zijn identiteit. Hij was ervan afhankelijk geworden voor zijn ego.
Het heldenverhaal werd echter in de tweede film op wrede wijze ontkracht door de Joker. Het huis dat Bruce Wayne voor zichzelf had opgebouwd bleek geen fundament te hebben. De basis voor zijn zelfbeeld bleek wankel. Maar Batman was alles wat hij had. Hij had geen alternatief. Dus leidde hij sindsdien een schaduwleven. In feite had hij echter nooit iets anders geleid dan een schaduwleven. Butler Alfred heeft dat scherp door. Hij zegt dat hij ooit hoopte dat Bruce Wayne nooit zou terugkeren naar Gotham, de stad die voor hem werd gekarakteriseerd door verlies en wraakgevoelens. Hij hoopte dat de jonge man ervoor zou kiezen de pijn achter zich te laten en een leven op te bouwen, te genieten van een vrouw, kinderen, een baan en een huis. Maar Bruce liet zich definiëren door de gebeurtenissen uit het verleden en de missie van misdaadbestrijding die hij meende eigenhandig te moeten uitvoeren (terwijl hij als miljonair ook veel goed had kunnen doen met zijn geld, zonder zijn eigen identiteit ervan te laten afhangen). Hij heeft er dus nooit voor gekozen te leven - te genieten van waarheid, schoonheid en relaties. En als hij nu opnieuw de identiteit van Batman opneemt, is dat geen keuze voor heldhaftigheid, maar voor de dood. Bruce heeft immers geen reden meer om te willen leven. Het enige is de lege huls van zijn oude identiteit. Het hoogste dat hij kan bereiken is vechtend ten onder te gaan. Alfred kan Bruce natuurlijk onmogelijk overtuigen. Hij kan maar een ding doen om hem tegen zichzelf te beschermen: dat is Bruce niet ondersteunen in zijn zelfvernietigende keuze voor zijn oude heldenverhaal. Hij trekt zijn handen van hem af. Bruce staat er alleen voor.
En waar hij op rekende, gebeurt. Batman delft het onderspit. “Waarom dood je me niet gewoon?”, vraagt hij op een bepaald moment aan zijn tegenstander. Bane wil echter niet alleen het lichaam van de held breken, maar ook zijn geest. Daaruit blijkt dat de terrorist geen inzicht had in de innerlijke toestand van zijn slachtoffer. Hij werpt hem in de put. Maar van binnen was Bruce al zo diep als hij ooit kon zinken. Er hoefde niets meer gebroken te worden, want er is niets meer heel. Bane neemt hem zijn masker af, maar Bruce had al ontdekt dat die hem geen betekenis kon geven. De schurk ontmaskert de leugen die Batman en commissaris Gordon in stand hielden, maar Wayne heeft al ingezien dat die tekortschoot. Bruce’s heldenverhaal was al verbrokkeld. Hij hoeft zichzelf niets meer te bewijzen. Hij hoeft geen ego meer in stand te houden. Hij is gestorven aan zichzelf. Hij is leeg. Maar: ‘Wie zijn leven verliest, zal het behouden.’ Opeens blijkt dat die leegte kan worden gevuld door iets van buiten. Hij realiseert zich opeens hoe belangrijk de wereld buiten zijn ik voor hem is. Hij heeft toch iets om voor te vechten -niet zichzelf of zijn heldenverhaal, maar zijn vrienden, zijn butler, zijn stad. (Mijn favoriete filmcriticus Steve Greijdanus meent dat de film niet genoeg laat zien dat de inwoners van Gotham de inspanning van Batman waard zijn - maar volgens mij gaat het daar niet om. Bruce blijkt onvoorwaardelijk van de inwoners van Gotham te houden. Ze hoeven zijn offer niet te verdienen.)
Bruce wordt vanaf dit moment gemotiveerd door liefde. En dus is hij in staat uit de diepte te verrijzen - wat Bane niet voor mogelijk hield. En waar Bruce eerder niet durfde zichzelf of zijn succes aan anderen toe te vertrouwen (‘Als je Gotham wilt redden,’ houdt iemand hem voor, ‘moet je haar burgers vertrouwen.’), geeft hij zich nu over aan anderen. Hij durft zelfs het risico te nemen samen te werken met Selina Kyle, die zich nu niet bepaald betrouwbaar heeft getoond. Hij heeft geen theatricaliteit en misleiding meer nodig om zijn doelen te bereiken. Hij kan bovendien afscheid nemen van zijn heldenverhaal. Het symbool van Batman en waar dat voor stond, kan hij delen met anderen, zonder het per se zelf te hoeven controleren. En hij neemt eindelijk afscheid van de pijn en de wraak die zijn leven beheersten. Hij kiest voor het leven. Bruce Wayne is opgestaan.

Ik zie in deze film een sterke bevestiging van wat ik ‘de weg van de zwakheid’ noem - de weg die Jezus ging en waartoe hij ons opriep die ook te gaan. Hij vroeg ons zijn kruis op te nemen - en dan zouden we leven. Hij hield ons voor zijn juk te dragen, en dan zouden we rust vinden voor onze zielen. De weg van Jezus bestond uit het opgeven van de heldenverhalen, de projecten waar zijn zelfbeeld van afhing, en het geloven dat zijn waarde en betekenis niet van hem afhankelijk was, maar van de onvoorwaardelijke liefde van God, zijn vader. Die liefde, die een geschenk was waarvoor hij niets kon doen, bracht hem ertoe anderen op dezelfde manier lief te hebben. Hij zag de waarde en betekenis van de wereld buiten hem, die ook niet van hem afhankelijk was, en leefde op een manier die daarmee in overeenstemming was. Hij had lief, zelfs zijn vijanden. En zoals in de film anderen het voorbeeld van Batman volgen, mogen wij het voorbeeld van Jezus volgen. Het lijkt misschien alsof we alles kwijtraken waar ons zelfbeeld van afhankelijk was, maar wat we ervoor terugkrijgen is eeuwig leven. En dat kan niemand, al is hij het kwaad zelf (zoals Bane wordt genoemd), van ons afnemen. We kunnen werkelijk zeggen: “It is a far, far better thing that I do, than I have ever done; it is a far, far better rest that I go to, than I have ever known.”