Posts tonen met het label mythe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mythe. Alle posts tonen

dinsdag 22 april 2014

Filmbespreking: Noah (1)

Ik boog mij gisteren opzij naar mijn broer, met wie ik in de bioscoop zat, en fluisterde hem toe: “Volgens mij maken atheïstische filmmakers vaak films die beter het Grote Verhaal weergeven dan die van christelijke verhalenvertellers.” In deze film geen brave huisvaders die met een enkel gebed alle problemen opgelost krijgen, geen bekeringen die iemand van het ene op het andere moment volledig veranderen, geen makkelijke morele keuzes. Wat kwaad is, wordt duidelijk getoond, en verdient ook rechtvaardige woede. Maar dat uiteindelijk genade het laatste woord heeft, hoewel niemand het meer verwacht of er recht op kan laten gelden, is net zo onmiskenbaar. In mijn optiek is dit ook de boodschap van het verhaal uit de Bijbel.

Ik vind het zelf niet altijd makkelijk hoe ik moet omgaan met de eerste hoofdstukken van Genesis. Ik heb toen deze blog nog jong was een serie artikelen geplaatst over mijn keuze om het jonge aarde creationisme wat ik in de kerk geleerd had af te zweren, en een langere ontstaansgeschiedenis van het heelal, het leven op Aarde en de mens te accepteren, waarbij het fenomeen van natuurlijke selectie als mechanisme heel aannemelijk is (links naar deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5). Lezers van mijn blog zullen begrijpen dat ik daarmee niet mijn geloof in God overboord heb gezet. Volstrekt niet. Ik geloof nog steeds dat niet alleen de Aarde en al het leven daarop alleen bestaat omdat God het zo gewild heeft, maar ook dat ik als het individu Johan door God gewild en bedoeld ben. Maar zoals ik ben ontstaan door het toevallige samensmelten van een eicel en een zaadcel, en daarna via talloze tussenstadia, beïnvloed door allerlei lichaamsprocessen, van microscopisch wezentje tot baby opgroeide, en toch door God bedoeld was, zo is de schepping het product van een miljarden jaren lang proces, dat door wetenschappers kan worden bestudeerd en beschreven, waarbij toeval de oorzakelijke factor lijkt, maar is ze toch door God bedoeld. God is namelijk een God van processen, van ontwikkeling, van groei. De God in wie ik geloof is niet kleiner geworden, maar groter. En ik heb mijn plezier in de wetenschap en het menselijke waarnemingsvermogen teruggevonden. Ook niet onbelangrijk.
Er zijn echter nog heel wat vragen waar ik geen antwoord op heb, onder andere hoe ik de eerste hoofdstukken van Genesis precies moet lezen. Was er een enkele mens Adam, die apart werd gezet? Was Adam een vertegenwoordiger van de toenmalige mensen? Is het verhaal symbolisch in plaats van letterlijk? Is het een mythe? Net zo het verhaal van de zondvloed. Ik denk dat de genetische diversiteit van het leven op Aarde en het ontbreken van geologische aanwijzingen het onmogelijk maken geloof te hechten aan een totale uitroeiing van het op land gebaseerde leven op Aarde. En het in het verhaal beschreven wereldbeeld van het oude Midden-Oosten, van een waterige hemelkoepel en een door zuilen ondersteunde aarde, is wetenschappelijk gezien ook niet meer houdbaar. Maar er zijn suggesties van lokale overstromingen. Een snelle stijging van de zeespiegel na de laatste ijstijd, het volstromen van de Zwarte Zee waar het water ooit lager stond dan in de Middellandse Zee, een meteorietinslag waardoor vloedgolven zouden zijn ontstaan. Zou er een Noach zijn geweest die op een schip zo’n overstroming overleefde? Er wordt wel eens gewezen op de talloze zondvloedverhalen in culturen van over de hele wereld, verhalen waarin een mens op een boot de toorn van de goden overleeft. Bewijst dat niet dat er een kern van waarheid in het verhaal zit? Mijn inziens niet, want veel mythen ontstaan om kenmerken van de werkelijkheid betekenis te geven. Kenmerken zoals de fossielen van zeedieren (schelpen, vissen et cetera) die op elk continent worden gevonden, zelfs tot hoog in de bergen. Niet verwonderlijk als bijna elke aardlaag gevormd is uit sedimenten in water. Dat mensen overal deze fossielen vonden suggereerde vanzelf een wereldwijde vloed. En andere opmerkelijke fenomenen als een regenboog pasten er mooi in.
Ik denk dat alle volken rond Israël dit soort verhalen vertelden, en dat ook de stammen van Israël een zondvloedmythe ontwikkelden in navolging daarvan. Maar het verhaal dat de zonen van Jakob vertelden was heel anders dan dat van de omliggende volken, en dat is hoe ik naar het zondvloedverhaal wil kijken. Het gaat me dan niet om de inhoud van het verhaal (want dat is gelijk aan de verhalen die alle volken al vertellen), maar om de interpretatie die daarvan wordt gegeven, en wat dat zegt over de God waarin het volk Israël geloofde. Net zoals het scheppingsverhaal uit Genesis erg lijkt op andere oorsprongsverhalen, maar door de verschillen heel duidelijk maakt dat de God van Israël totaal anders met de mensheid omgaat als de goden van de volken dat doen, zo geldt dat ook voor het zondvloedverhaal. De verhalen van de omliggende volken zijn heldenverhalen. De goden besluiten de aarde te vernietigen (vooral omdat ze ze zich bedreigd voelen door de ondernemingszucht van de mensen), maar uit de mensen staat een held op die zo slim is een boot te bouwen en daarmee zichzelf te redden. Hij krijgt het voor elkaar de goden de moed te laten opgeven. Er is niets dat voor de mens niet mogelijk is. Het komt ook voor in andere verhalen dat de goden boos zijn, en dat een paar mensen het verdiend hebben te overleven.
Het verhaal dat de bijbel vertelt is echter heel anders. Het begint met het beeld van de boze god dat de omliggende volken ook hebben, een god die op onrecht alleen maar kan reageren door het te straffen, maar het vormt dit verhaal welhaast alchemistisch om, zodat wat bij de hoorder overblijft niet angst is voor God, maar vertrouwen in zijn genade. Want anders dan de verhalen van de omliggende volken heeft God in dit verhaal berouw, en belooft hij de wereld niet meer door water te laten vergaan (ook al zouden de mensen net zo goed slechte dingen doen als voor de zondvloed), en als teken daarvan hing hij zijn boog op in de hemel (als een jager, die zijn boog ophangt). God legt zijn wapens neer, en richt de pijl liever op zichzelf (in Christus), dan zijn wraakzucht voort te zetten. Het is in dit verhaal niet de slimheid of de goedheid van de mens die de overhand haalt, maar de genade van God. Dit is waarom dit verhaal in de bijbel staat. Het subverteert de verhalen van de omgeving, en maakt er een verhaal van waarin niet de mens de held is, maar God. En iedereen die dit verhaal hoorde, in plaats van het concurrerende verhaal uit de omgeving, bleef achter met ontzag voor God en dankbaarheid voor het verbond dat stelde dat genade altijd het laatste woord zou hebben.
Op deze manier gelezen, vind ik het zondvloedverhaal prachtig. En het is deze boodschap die ik terugzag in de bioscoopfilm Noah. De film brengt het verhaal uit de kinderbijbel terug in de mythische sfeer, waar het thuishoort. Een oorsprongsverhaal, vol rijke beelden, dat iets zegt over het karakter van God en hoe hij omgaat met de mens. De film laat de hoofdstukken uit Genesis weer spreken als verhaal.

Noah is een film die meerdere keren kijken beloont. De eerste keer meende ik nog dat bepaalde plotelementen niet genoeg waren uitgewerkt om emotionele betrokkenheid te verkrijgen, maar bij de tweede keer leefde ik mee met de morele beslissingen van Noach, en bleken die een sterke rode draad, die me alle betrokkenheid gaven die ik wenste. Verder is de film tot de nok toe volgestouwd met symboliek. Ik waardeerde de manier waarop het scheppingsverhaal van genesis 1 wordt geïllustreerd met beelden die een langere ontstaansduur van de schepping suggereren, mooi dat de spanning tussen schepping en evolutie zo wordt weggenomen! Russell Crowe speelt een sterke, maar getroebleerde Noach en Emma Watson (bekend uit Harry Potter) voor mij verrassend effectief en aandoenlijk zijn adoptiedochter. Anthony Hopkins is briljant gecast als Methusalem. Ik vond de acteur die Sem speelde wat vlak. De muziek is mooi en meeslepend. De effecten zijn indrukwekkend. De wereld lijkt een postapocalyptische vlakte, en als de storm losbreekt is dat overweldigend. Ik had de ernst van een overspoelde aarde nog wat duidelijker willen zien, maar de kreten van buiten de ark zeggen ook al genoeg. De Wachters vond ik een mooie uitvinding in het verhaal. Deze ent-achtige wezens geven in zichzelf al een mythologische sfeer, en hun verhaal van zonde en verlossing zijn een mooie parallel met wat Noach doormaakt. Als Noach hun lot beter had bestudeerd, had hij waarschijnlijk andere keuzes gemaakt in het slot van de film.
In deze film staat Noach namelijk voor een paar moeilijke beslissingen. Het begint ermee dat hij in visioenen ziet dat de Schepper de mensheid zal vernietigen. Het blijkt zijn opdracht de onschuldigen te redden in een boot. Hij is echter niet de enige die weet dat de beschaving gedoemd is te verdwijnen en al snel dienen zich Tubal-Kain (een smid, mooie verwijzing) en zijn volgelingen aan. Zij eisen een plek op de ark, maar Noach kan die niet geven. Hij realiseert zich bovendien dat het kwaad dat hij ziet in deze nakomelingen van Kain zich ook bevindt in zijn hart en in zijn gezin. Hij besluit dat de mensheid maar beter helemaal kan verdwijnen. Die beslissing wordt echter op de proef gesteld als zijn onvruchtbare adoptiedochter aan boord van de ark toch zwanger blijkt te zijn. Bovendien koestert Ham duistere gedachten, naar aanleiding van een onrecht dat zijn vader hem heeft aangedaan. De sfeer aan boord van het schip wordt zo mogelijk nog grimmiger.

In de volgende aflevering een analyse van de thema’s van de film.

vrijdag 27 juli 2012

Filmbespreking: The Dark Knight Rises

Ik kijk graag naar superheldenfilms. En met mij vele anderen, want het laatste decennium is er geen zomer geweest zonder gekostumeerde krachtpatsers in de bioscoop. Er wordt op het internet druk gespeculeerd of de hype zijn hoogtepunt al heeft bereid en wanneer mensen moe worden van dit soort verhalen. Als The Avengers een van de meest lucratieve films ooit is, er een nieuwe versie van Spider-Man draait, en de nieuwste Batmanfilm volle zalen trekt, is de trend echter niet voorbij. Nog lang niet, is mijn overtuiging. Want zolang mensen verhalen konden vertellen, hebben ze verteld over superhelden. De Grieken beschreven al de werken van Hercules, en de heldendaden van de bijna onkwetsbare Achilles, en de avonturen van Jason en de Argonauten. Het is niet voor niets dat een van de helden van het zilveren doek is genoemd naar de Noorse god Thor. Elke cultuur kent karakters als deze. Personen die sterker zijn dan de gemiddelde burger, of sneller, slimmer of rijker. Die over een flatgebouw kunnen springen, kunnen slingeren aan een kunstmatige spinnedraad, of een ijzeren pantser hebben gebouwd. Maar die tegelijk menselijk zijn, en dus worstelen met dezelfde verleidingen en uitdagingen als de gemiddelde burger. Die door hun trots ten val worden gebracht, die geliefden van zich afstoten, of uiteindelijk tot de drank vervallen. Die moeten leren dat grote kracht gekoppeld is aan grote verantwoordelijkheid. Of dat niet alles kan worden opgelost met machtsvertoon. Ze zijn uitvergrotingen van onszelf, en van de gevechten die wij voeren. Dus, hoewel wij niet met een vuist door een muur kunnen slaan, herkennen we toch iets in deze karakters, en wordt onze worsteling gevalideerd - onze strijd om het juiste te doen is belangrijk, omdat ook de held dit probeert. En tegelijk worden we geinspireerd, want als de held zichzelf kan overwinnen en ondanks zijn eerdere verlies opnieuw de strijd durft aangaan met de gemuteerde kikvorsman, durven wij ‘s ochtends ons bed uit te komen en die moeilijke vergadering op kantoor voor te zitten.
De superhelden (met uitzondering van Superman) zijn dus geen beelden van de goden, maar van de mensen - net als de helden uit de mythologie. Als er -zoals bij veel heldenverhalen- echo’s van de dood en opstanding van Jezus in hun belevenissen doorklinken, is dat omdat de echo’s van het grote verhaal ook in onze levens doorklinken, niet omdat ze in de mythe de rol van God vervullen. De superheld moet net zo zeer vertrouwen in de goedheid van God en de uiteindelijke overwinning van de waarheid als wij - hij is niet de goedheid en de waarheid zelf. Daarom denk ik dat we superhelden niet moeten verwijten dat ze een incompleet beeld van verlossing laten zien of een held die twijfelt aan zichelf of verkeerde motieven heeft. Die heeft hij omdat hij een weerspiegeling is van ons -inclusief onze twijfel en onze motieven - en niet een weerspiegeling van God.
En net als de heldenverhalen van de mythologie is deze weerspiegeling er een ‘als in een spiegel, in raadselen’ (zoals in 1 Korintiers 13), ze koerst, in de woorden van Tolkien, zigzaggend naar de ware haven. Wat de superhelden laten zien is de visie van onze cultuur op de mens en wat het betekent een zinvol leven te leiden - niet de visie van de bijbel. De held in de bijbel is immers een andere dan die in de Griekse of Noorse mythologie. De bijbelse held voert niet zelf de strijd, maar vertrouwt op God. Hij stelt niet zichzelf op een voetstuk en treedt zelf niet voor het voetlicht. Als hij dat wel doet, delft hij snel het onderspit, zoals Simson. De bijbelse held is meestal klein en onbetekenend, een herdersjongen of een stotteraar, een angstige jongen die graan dorst in het verborgene en steeds om een teken vraagt, of een rondreizende prediker die keer op keer wordt gestenigd en zelfs schipbreuk lijdt. Hij is het meest een held als hij van zichzelf geen held meer hoeft te zijn - als hij sterft aan het held-zijn als bron van zijn eigenwaarde. En interessant genoeg is dit wat uiteindelijk de boodschap van de drie Batmanfilms blijkt te zijn - want vergis je niet. Ook al is de laatste film prima op zichzelf te kijken, eigenlijk vormt hij de afsluiting van een samenhangende trilogie, een van de beste uit de recente filmgeschiedenis.

Het is acht jaar sinds de onvoorspelbare Joker de Amerikaanse stad Gotham in de greep hield met zijn gruwelijke spelletjes. Miljonair Bruce Wayne wist hem onschadelijk te maken, maar moest daar een gruwelijke prijs voor betalen. De grote liefde van zijn leven overleed en zijn alter ego Batman nam de schuld op zich van de dood van openbaar aanklager Harvey Dent, en wordt sindsdien als misdadiger achterna gezeten. Bruce gaat nog steeds gebukt onder de gebeurtenissen. Hij leunt op een wandelstok en komt niet meer buiten. Ook Batman heeft al jaren het daglicht niet meer gezien. Maar tijdens een viering van ‘Harvey Dent’-dag, waar wordt gememoreerd dat de misdaad de afgelopen jaren streng is bestreden, breekt een juwelendief in bij de excentrieke kluizenaar. Ze steelt niet alleen de parelketting van zijn moeder uit de onkraakbaar geachte kluis, maar ook zijn vingerafdrukken. Die worden gebruikt om uit naam van Wayne onzekere aandeelopties te kopen. Tegelijk is een nietsontziende terrorist in Gotham gearriveerd, Bane, die in de riolen van de stad een leger om zich heen heeft verzameld. Hij doet politiecommissaris James Gordon in het ziekenhuis belanden. Beide gebeurtenissen zijn aanleiding voor zowel Bruce als Batman om uit zijn schulp te komen. Maar hij is niet meer de oude. Trouwe butler Alfred gelooft niet dat zijn werkgever het kan opnemen tegen Bane. De terrorist wordt gedreven door geloof in een ideaal. Bruce Wayne heeft daarentegen niets meer om voor te leven. Dat kan niet goed aflopen ...

The Dark Knight Rises
is een meeslepende film, die vooral geslaagd is als slot van Christopher Nolan’s Batman-trilogie. Verhaallijnen die begonnen in Batman Begins worden nu eindelijk afgesloten. Gezien als alleenstaande film is er echter wel wat op af te dingen. Zo had er uit de tweede acte wel wat gesneden kunnen worden. En in de derde akte zijn er een aantal onwaarschijnlijkheden en toevalligheden in het plot die de aandacht afleiden: situaties waar de helden opduiken, waar ze niet van af konden weten, en anderen die zich opeens ergens anders bevinden dan in een eerdere scene. En aan het einde is er wel heel weinig tijd over om alles te doen wat volgens de film moet plaatsvinden. Ten slotte heeft de film niet een slechterik die de Joker kan overtreffen. Maar wat de film goed doet, doet de film erg goed! Het plot is episch en doet denken aan verhalen over de Franse revolutie - geen wonder als de filmmakers A Tale of Two Cities citeren als inspiratiebron. Christian Bale zet de kwetsbaarheid van Bruce Wayne mooi neer en Michael Caine is ontroerend als Alfred. De nieuwe karakters zijn een mooie aanvulling: zowel de fascinerende inbreker Selina Kyle, als de goedhartige investeerder Miranda Tate en politieagent John Blake. Er zijn een paar indrukwekkende actiescenes, vooral rond de ‘Bat’ - waarmee Batman ook de lucht onveilig kan maken. Maar wat vooral goed is aan de film, is dat hij niet draait om de schurken, om de tegenstanders (zoals The Dark Knight dat wel deed). Batman, Bruce Wayne, is en blijft de hoofdfiguur. Dat betekent niet dat hij altijd in beeld is. Voor een Batmanfilm komt de held in deze film eigenlijk weinig voor. Maar als Batman niet in beeld is, wordt zijn afwezigheid wel scherp gevoeld en is zijn invloed duidelijk zichtbaar. Het is moeilijk voor te stellen dat een volgende film nog iets aan dit verhaal kan toevoegen, aan de andere kant laat het slot wel ruimte voor een intrigerend vervolg!

De titel van de film maakt al duidelijk waar het in de film om gaat - de wederopstanding van Batman. Maar voor Batman kan opstaan, zal hij eerst moeten sterven. Het lijkt aan het begin van de film alsof hij dat al gedaan heeft, maar niets is minder waar. Herinner je de woorden van Jezus: ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen.’ Dat is wat Wayne in de praktijk merkt. Bruce Wayne gedraagt zich als een kluizenaar, hij ruziet met zijn enige vriend en helper, hij vergeet de belangen van zijn bedrijf, maar ook die van de weeshuizen die hij ondersteunde. Hij negeert zijn gezondheid en zijn relaties, niet omdat hij dood is, maar omdat hij nog steeds zijn eigen leven onder controle wil houden. Aan het eind van Batman Begins weigerde zijn jeugdvriendin al om een relatie met hem aan te gaan, omdat hij niet de Bruce was die ze van vroeger kende. Zolang hij werd gedreven door woede vanwege de dood van zijn ouders, kon hij in zijn hart geen ruimte maken voor haar. Hij kon een ander geen invloed geven in zijn leven, zolang hij meende dat hij de held moest zijn die anderen moest redden. Zijn missie als Batman was het heldenverhaal waar hij zijn betekenis aan ontleende, en daaraan moest alles en iedereen worden afgemeten. Hieraan ontleende hij zijn identiteit. Hij was ervan afhankelijk geworden voor zijn ego.
Het heldenverhaal werd echter in de tweede film op wrede wijze ontkracht door de Joker. Het huis dat Bruce Wayne voor zichzelf had opgebouwd bleek geen fundament te hebben. De basis voor zijn zelfbeeld bleek wankel. Maar Batman was alles wat hij had. Hij had geen alternatief. Dus leidde hij sindsdien een schaduwleven. In feite had hij echter nooit iets anders geleid dan een schaduwleven. Butler Alfred heeft dat scherp door. Hij zegt dat hij ooit hoopte dat Bruce Wayne nooit zou terugkeren naar Gotham, de stad die voor hem werd gekarakteriseerd door verlies en wraakgevoelens. Hij hoopte dat de jonge man ervoor zou kiezen de pijn achter zich te laten en een leven op te bouwen, te genieten van een vrouw, kinderen, een baan en een huis. Maar Bruce liet zich definiëren door de gebeurtenissen uit het verleden en de missie van misdaadbestrijding die hij meende eigenhandig te moeten uitvoeren (terwijl hij als miljonair ook veel goed had kunnen doen met zijn geld, zonder zijn eigen identiteit ervan te laten afhangen). Hij heeft er dus nooit voor gekozen te leven - te genieten van waarheid, schoonheid en relaties. En als hij nu opnieuw de identiteit van Batman opneemt, is dat geen keuze voor heldhaftigheid, maar voor de dood. Bruce heeft immers geen reden meer om te willen leven. Het enige is de lege huls van zijn oude identiteit. Het hoogste dat hij kan bereiken is vechtend ten onder te gaan. Alfred kan Bruce natuurlijk onmogelijk overtuigen. Hij kan maar een ding doen om hem tegen zichzelf te beschermen: dat is Bruce niet ondersteunen in zijn zelfvernietigende keuze voor zijn oude heldenverhaal. Hij trekt zijn handen van hem af. Bruce staat er alleen voor.
En waar hij op rekende, gebeurt. Batman delft het onderspit. “Waarom dood je me niet gewoon?”, vraagt hij op een bepaald moment aan zijn tegenstander. Bane wil echter niet alleen het lichaam van de held breken, maar ook zijn geest. Daaruit blijkt dat de terrorist geen inzicht had in de innerlijke toestand van zijn slachtoffer. Hij werpt hem in de put. Maar van binnen was Bruce al zo diep als hij ooit kon zinken. Er hoefde niets meer gebroken te worden, want er is niets meer heel. Bane neemt hem zijn masker af, maar Bruce had al ontdekt dat die hem geen betekenis kon geven. De schurk ontmaskert de leugen die Batman en commissaris Gordon in stand hielden, maar Wayne heeft al ingezien dat die tekortschoot. Bruce’s heldenverhaal was al verbrokkeld. Hij hoeft zichzelf niets meer te bewijzen. Hij hoeft geen ego meer in stand te houden. Hij is gestorven aan zichzelf. Hij is leeg. Maar: ‘Wie zijn leven verliest, zal het behouden.’ Opeens blijkt dat die leegte kan worden gevuld door iets van buiten. Hij realiseert zich opeens hoe belangrijk de wereld buiten zijn ik voor hem is. Hij heeft toch iets om voor te vechten -niet zichzelf of zijn heldenverhaal, maar zijn vrienden, zijn butler, zijn stad. (Mijn favoriete filmcriticus Steve Greijdanus meent dat de film niet genoeg laat zien dat de inwoners van Gotham de inspanning van Batman waard zijn - maar volgens mij gaat het daar niet om. Bruce blijkt onvoorwaardelijk van de inwoners van Gotham te houden. Ze hoeven zijn offer niet te verdienen.)
Bruce wordt vanaf dit moment gemotiveerd door liefde. En dus is hij in staat uit de diepte te verrijzen - wat Bane niet voor mogelijk hield. En waar Bruce eerder niet durfde zichzelf of zijn succes aan anderen toe te vertrouwen (‘Als je Gotham wilt redden,’ houdt iemand hem voor, ‘moet je haar burgers vertrouwen.’), geeft hij zich nu over aan anderen. Hij durft zelfs het risico te nemen samen te werken met Selina Kyle, die zich nu niet bepaald betrouwbaar heeft getoond. Hij heeft geen theatricaliteit en misleiding meer nodig om zijn doelen te bereiken. Hij kan bovendien afscheid nemen van zijn heldenverhaal. Het symbool van Batman en waar dat voor stond, kan hij delen met anderen, zonder het per se zelf te hoeven controleren. En hij neemt eindelijk afscheid van de pijn en de wraak die zijn leven beheersten. Hij kiest voor het leven. Bruce Wayne is opgestaan.

Ik zie in deze film een sterke bevestiging van wat ik ‘de weg van de zwakheid’ noem - de weg die Jezus ging en waartoe hij ons opriep die ook te gaan. Hij vroeg ons zijn kruis op te nemen - en dan zouden we leven. Hij hield ons voor zijn juk te dragen, en dan zouden we rust vinden voor onze zielen. De weg van Jezus bestond uit het opgeven van de heldenverhalen, de projecten waar zijn zelfbeeld van afhing, en het geloven dat zijn waarde en betekenis niet van hem afhankelijk was, maar van de onvoorwaardelijke liefde van God, zijn vader. Die liefde, die een geschenk was waarvoor hij niets kon doen, bracht hem ertoe anderen op dezelfde manier lief te hebben. Hij zag de waarde en betekenis van de wereld buiten hem, die ook niet van hem afhankelijk was, en leefde op een manier die daarmee in overeenstemming was. Hij had lief, zelfs zijn vijanden. En zoals in de film anderen het voorbeeld van Batman volgen, mogen wij het voorbeeld van Jezus volgen. Het lijkt misschien alsof we alles kwijtraken waar ons zelfbeeld van afhankelijk was, maar wat we ervoor terugkrijgen is eeuwig leven. En dat kan niemand, al is hij het kwaad zelf (zoals Bane wordt genoemd), van ons afnemen. We kunnen werkelijk zeggen: “It is a far, far better thing that I do, than I have ever done; it is a far, far better rest that I go to, than I have ever known.”

vrijdag 3 februari 2012

Links: Leven in 'blue holes', extreme krokodillen, bizarre aquaria en heilige verveling

Lezers van mijn blog weten dat ik gefascineerd ben door de zoektocht naar leven op andere planeten, zoals Mars of de maan Europa. Maar ook op Aarde zijn nog genoeg bijzondere omgevingen waar men leven ontdekt. En sommige daarvan lijken wel buitenaards. Zoals de 'blue holes' op de Bahama's, waar zoet water en zeewater bij elkaar komen. Op de scheidslijn ertussen leven bacterien en in elk 'blauw gat' leven andere bacterien, omdat de omstandigheden in elk blauw gat verschillen. Kortom: dit is een heel netwerk van aparte ecosystemen. 'Life finds a way', zou Ian Malcolm uit Jurassic Park zeggen.

Om daar nog even op door te gaan: russische onderzoekers staan op het punt om Lake Vostok op Antarctica aan te boren - de plek op Aarde die het meest lijkt op omstandigheden zoals die bestaan op Europa en Enceladus, en waarschijnlijk een plek waar nieuwe levensvormen ontdekt kunnen worden.

Het is al langer duidelijk dat het Krijt niet het tijdperk was van de dinosaurussen, zoals lang werd gedacht, maar dat van de krokodillen. Er waren op het land levende krokodillen, plantenetende krokodillen, enorme reuzenkrokodillen, krokodillen met horens, zeekrokodillen, en deze nieuwe krokodil, de 'Shieldcroc'. Niet alleen werd deze een meter of tien lang (of langer), hij had ook een vlezig schild op zijn kop, dat hij waarschijnlijk van kleur kon laten veranderen met behulp van de doorbloeding ervan, om signalen te geven.

Hooglandtandkarpers zijn interessante vissen (ik heb er nu ook eentje in mijn kleinste aquarium zwemmen, de Limia nigrofasciata). Wat ik niet wist, was dat bij sommige soorten de mannetjes vrouwen naar zich toe lokken door te bewegen met hun gekleurde staartvin, die op voedsel moet lijken. Het blijkt dat de vrouwtjesvissen hierdoor zelfs afvallen, omdat ze alleen naar de staartvin van mannetjes happen en niet naar insektenlarven ...

Nu we het over vissen hebben: er zijn op de wereld wel heel bizarre aquaria. Zoals een aquarium in een zwembad in Las Vegas, waar je met een waterglijbaan dwars doorheen gaat. En een aquarium in een winkelcentrum in Marokko, waar je met een lift in kunt afdalen. Niet dat daar iets mis mee is! Ik zou het ook wel in mijn huiskamer hebben willen staan.

Evolutie kan snel optreden, dat blijkt onder andere uit experimenten met hagedissen die op eilanden werden uitgezet. Maar mensen hebben ook effect op de evolutie van soorten die in het wild voorkomen. Zo past een Amerikaanse salamander zich aan aan de gifstoffen die van wegen afspoelen. Wat zei ik zojuist? Life finds a way!

Studio Dreamworks maakt een interessante animatiefilm: Me and My Shadow. Over een schaduw die een eigen leven leidt. Jammer genoeg is de persoon bij wie hij hoort een saaie rakker. Dan ontdekt de schaduw een samenzwering ... De film wordt een combinatie van computeranimatie en getekende animatie. Erg boeiend!

Ik heb laatst de 'graphic novel' Blankets weer gelezen, en werd er opnieuw door geraakt. Op het internet vond ik een interview met de auteur, Graig Thompson. Heel interessant. Hij vertelt hoe zijn ouders reageerden op het boek (niet) en hoe zijn zus zijn weergave van het gezin authentiek vond: "My sister thought that it did a really good job of capturing how angry and controlling our father was when we were kids. She is just now learning how to have self-confidence and how to interact with people because, in our family environment, there was never opportunity to speak your own opinion. So this is my way of establishing my view, my opinion, and they can do with it as they please. I hope that doesn’t sound mean." Hij bespreekt ook zijn eigen reis weg uit het fundamentalistische christendom. Dat leidt tot het volgende citaat: "When you try to “name” what you are, that’s where the trouble starts." Dat is interessant. Ik heb eerder in verband met auteur Anne Rice geschrven dat het identificeren met 'labels' gevaarlijk kan zijn. 

We leven in een tijd vol afleiding. Telefoon, computer, TV, kranten, reclameposters: overal zijn beelden die om onze aandacht vragen. Ik schrijf vaak over wilskracht als eindige grondstof, als iets waar we zuinig mee zouden moeten zijn. Wat zouden al die afleidingen doen met onze wilskracht? Om ons langdurig op een taak te concentreren moeten we al snel onze hele voorraad uitputten. In dat licht zie ik de prachtige overdenking op Internetmonk over de zegeningen van verveling. "The feeling of empty time and space is the blessing of boredom, not the curse. In boredom we reach the ends of ourselves and find how limited we are. In boredom we can hear God speak and have the time and space to respond instead of burying God’s call under the avalanche of amusement we’re used to. The quotation I began with says just this: monotony paves the way for a more profound experience." Om de 'heilige verveling' (een mooie term) te omarmen moeten we leren het zonder al die afleiding te stellen (daar is vasten misschien wel voor), om niet langer te multitasken, en om voldoening te vinden in herhaling, in de vaste ritmes van elke dag en week en elk jaar. Dat kan mooie gevolgen hebben: "Ironically, the people who are the least bored are not those who have the most distractions. They are the people who can be content with empty time and space. Not only are these contented people not bored, they are also not boring. Think of that." Het is voor mij ondertussen al een oefening om Twitter opzij te leggen en een avond een goed boek te lezen. Daarom probeer ik dat ook minstens een keer per week te doen.

Wetenschapper en theoloog John Polkinghorne heeft een boek geschreven over de bijbel (dat nu hoofdstuk voor hoofdstuk wordt besproken op Internetmonk). Het behandelt onder andere de belangrijke vraag hoe je de eerste hoofdstukken van de bijbel interpreteert als je een langere ontstaansgeschiedenis van het heelal en het leven accepteert (zoals ondergetekende). Het moge duidelijk zijn: een fundamentalistische interpretatie voldoet niet meer. "The sad irony of so-called ‘creationism’, based on a fundamentalist biblical literalism, is that in fact it abuses the very text that it seeks to respect, missing the point of what is written by mistaking its genre. For example, Genesis 1 does not give us a quasi-scientific account of a hectic six days of divine activity, but is something altogether deeper and more interesting than that. It is a theological text whose principal purpose is to assert that nothing exists except through the will of God." Volgens Polkinghorne moet je het genre van de tekst in ogenschouw nemen. De eerste bijbelboeken blijken dan niet historische verslagen te zijn, maar blijken te zijn geschreven als mythen. Dat wil niet zeggen dat ze minder waar zijn, want Polkinghorne voegt toe: "meaning by ‘myth’ not a fairy story but a truth so deep that only story can convey it -- to communicate truths about humanity's place within nature, before God, and with regard to the relationship between men and women."

Meer over andere manieren denken over God, de bijbel en de kerk op de blog van de Naked Pastor. Hij denkt dat op al deze drie gebieden veranderingen gaan komen. Fascinerende gedachten. Over alle drie de punten valt een aparte blog te schrijven. Ik herken er ook veel van. Ten eerste het idee dat God niet te bewijzen is. Voor mij is een apologetiek gebaseerd op verlangen (naar de concrete werkelijkheid van schoonheid, waarheid en relaties) veel overtuigender. Ten tweede het idee dat de bijbel niet het letterlijk geinspireerde, woordelijk gezaghebbende 'boek van God' is. Ik kan veel meer met de visie dat de Bijbel een dialoog weergeeft van mensen over hun ervaringen met de God die actief in de geschiedenis ingrijpt en zichzelf uiteindelijk openbaart in Jezus Christus. Ten derde op het gebied van de kerk, waarover de Naked Pastor schrijft: "The church can no longer take its authority, power and influence for granted. Trust is earned, not transmitted. Love is action, not theory. The church can no longer suppose that it has jurisdiction over our minds, our bodies, or even our souls. It must recognize that it can only be a voluntary and even loose gathering of individual fellow travellers."