dinsdag 29 juni 2010

Schoonheid in de rotsen

Deze foto's heb ik gemaakt tijdens mijn vakantie in de U.S. of A. in mei 2008. Het park Canyonlands is bekend om zijn grote canyons (indrukwekkend, maar niet zo indrukwekkend als de Grand Canyon natuurlijk). Maar hier zijn ook interessante rotsformaties te vinden, zoals deze:

Volgens sommige wetenschappers heeft de werkelijkheid het karakter van een fractal, dat wil zeggen dat grotere structuren zijn samengesteld uit kleinere structuren en dat de patronen op een microschaal terugkomen op macroschaal. Dat wordt bevestigd door deze foto, genomen met de macro-instelling van mijn fototoestel:

zondag 27 juni 2010

The Great Divorce, water op Venus, Adam en Eva, slaap en mysterie

Dit moet je luisteren! (Nou ja, je bent natuurlijk vrij om het niet te doen) Mijn favoriete Lewis-boek, The Great Divorce (meerdere keren aangehaald in mijn eigen bescheiden werkje), is door Phil Woodward bewerkt tot muzikaal conceptalbum: Ghosts and Spirits. De teksten zijn geschreven uit perspectief van de personen in het boek, en zijn emotioneel eerlijk en invoelbaar. De muziek is goed - gitaarbasis, rocky, maar geen metal. Volgens mij draagt het de boodschap van Lewis goed over, en drukt het tegelijk het verlangen naar de Eeuwigheid uit. 'It's come, it's come ... sleepers awake.'

Interessante foto's voor boekenliefhebbers: 'Get back in your book!' Ook gaaf: 'When Pixar meets Star Wars.'

Smeltende gletsjers zorgden in het recente verleden voor rivieren op Mars. Het beeld van een koude, droge planeet moet worden bijgesteld. Net als in de droge valleien op Antarctica kan er wel degelijk sprake zijn van vloeibaar water op Mars (en leven?). Ondertussen suggereert onderzoek dat Venus vroeger veel meer leek op de Aarde, compleet met water aan het planeetoppervlak. Misschien is dat idee van een moerasplaneet compleet met varens en dinosauriers zo vreemd nog niet ...

Een interessante blog over de eerste mensen: hebben Adam en Eva werkelijk bestaan, of zijn ze literaire symbolen? "Whether specially created or specially selected, humans constitute an interruption in the evolutionary process. Before people showed up, evolution’s potential pathways were invisible. But once humans appear, human volition entered with it. The human capacity to choose replaced randomness with intentionality. We now control our own evolution, capable not only of self-awareness, but of self-determination too. Qualities that make relationship with God and others possible also made the breaking of relationship possible." In mijn boekje Indrukwekkende Vrijheid noem ik Adam en Eva als de eerste mensen, eenvoudig omdat de Bijbel deze beelden ook gebruikt. Want ongeacht de historiciteit van deze personen, drukken ze wel belangrijke waarheden uit over de diepste natuur van de mens: onze bedoeling en onze gebrokenheid. Zelf meen ik dat er (vrij lang geleden, waarschijnlijk nog voor de Neanderthaler) een mens is geweest (of een groep mensen) die als eerste 'beelddragers van God' waren en met de Schepper in relatie stonden. Deze persoon of personen heetten niet noodzakelijk Adam en Eva, maar waren wel de eerste 'levende geesten', door God gevormd uit de rode klei van genen, eiwitten en voorouderrassen.

Erik Velema (geestverwante blogger!) vraagt zich af of we God werkelijk kunnen kennen als we allemaal verschillend zijn en verschillende ervaringen, achtergrondkennis en verlangens hebben ten opzichte van God. "Ik geloof dat we slechts kunnen spreken van een relatie met God wanneer we Hem ook daadwerkelijk kennen.  Wat houdt dit in? Betekent dat dan niet dat we  zouden moeten weten hoe  Hij over bepaalde zaken denkt, hoe  hij reageert op bepaalde zaken?  Welnee. Ik geloof het niet. immers wie kent er nu daadwerkelijk iemand helemaal?" Het kennen van God is een kennen in de vorm van een relatie, zoals ik laatst zelf ook schreef.  

Mockingbird merkt op wat ik zelf ook in de praktijk heb ervaren: dat slaap niet komt als je je best doet te slapen, maar juist als je er niet mee bezig bent. Zelfs sporten heeft -anders dan mijn moeder beweert- hierop geen effect. "Sleep cannot be willed or forced, but is found by “giving in” and the release of control. It is a trust that the troubles of the day and worries of the future will be taken care of." Net zo is het met ons christelijke leven, de rust die God ons wil geven.

Over de rol van het mysterie in ons spreken over het geloof. "To me, preaching paradox is not a matter of explaining paradox to people; it's a matter of helping them feel the tensions. If they live in that tension, not only do they come into more contact with truth, but they also have doors open into how awesome God is, that God is so much larger than can be contained in propositional truths."

vrijdag 25 juni 2010

De Waarheid is een persoon

Zoals uit recente blogberichten van mij wel blijkt, bevind ik me in een proces waarbij ik me losmaak van de verwachtingen van anderen, onder andere op het gebied van kerk en geloofsleven. Ik heb besloten om te handelen naar mijn diepste overtuigingen ten aanzien van het karakter van God en de natuur van het geloof, en niet meer te 'doen alsof' om de goede lieve vrede te bewaren. Maar dat levert direct een probleem voor mij op, want het betekent dat ik van mening ga verschillen met anderen, dat ik er uiting aan geef dat ik niet noodzakelijk hetzelfde geloof als sommige mensen bij mij in de kerk, en dat ik niet dezelfde waarden aanhang als onze Nederlandse maatschappij. Maar ik vind het moeilijk om met mensen van mening te verschillen. Als ik tot een andere conclusie kom dan de mensen om mij heen, voel ik mij tekortschieten. Ik voel me dan minder dan anderen en voel de druk om mijn overtuiging aan te passen, of op zijn minst te verbergen. Mijn neiging is te geloven dat anderen noodzakelijk meer gelijk hebben dan ik, en dat ik noodzakelijk geneigd ben me te vergissen. Dat leidt tot gevoelens van schaamte en schuld. Maar tegelijk geeft het frustratie als ik mijn eigen ontdekkingen moet beschouwen als leugens, mijn ervaringen met God als verzinsels, en mijn oprechte vragen als ongeoorloofde twijfel. Ik ben me ervan bewust dat ieder mens wel ergens met elk ander mens van mening verschilt, of een andere kijk heeft op de natuur van God en wat het betekent als gelovige te leven. Tegelijk ben ik geen relativist, die zegt dat iedereen zijn eigen waarheid heeft (en daarmee eigenlijk zegt dat er niet zoiets als waarheid is). Ik geloof dat er wel degelijk een Waarheid is, de God die IS, en dat het mogelijk moet zijn iets van die Waarheid te kennen.

Ik heb op deze blog eerder over deze vraag geschreven. Het feit dat de blinden die de olifant betastten allemaal iets anders voelden (de een een touw, de ander een boomstam, de ander een muur, weer een ander een flap, en de laatste een flexibele buis), wil niet zeggen dat de olifant niet bestaat. Het waarnemingsvermogen van deze mensen was eenvoudig te beperkt om het totaalplaatje te zien. Wat ze eigenlijk nodig hadden, was hun gezichtsvermogen terug te krijgen, zodat ze hun eigen beeld van de olifant op de juiste manier in het totaal konden inpassen. Het voorbeeld beschrijft iets van de werkelijkheid. We kunnen God, de Schepper, immers niet zien, horen, voelen, of ruiken. Hij overstijgt de dimensies die voor onze zintuigen toegankelijk zijn. En hoe kun je iets zinvols zeggen over iets of iemand die niet tot je eigen werkelijkheid behoort? Vooral als je ervan bewust bent dat de ratio geen volmaakt betrouwbaar instrument is, en dat menselijke redeneringen niet noodzakelijk in verband staan met de waarheid. Zelfs het secuurst opgebouwde theologische bolwerk blijft een werk van mensenhanden en dus feilbaar.
Sommigen menen dat je eenvoudig de bijbel moet lezen zonder enig theologisch raamwerk, en dat je zo de waarheid kunt leren kennen. Maar dat is een vorm van biblicisme die schadelijk kan zijn, want niemand leest de bijbel zonder raamwerk. We hebben allemaal een bepaalde bril op, gebaseerd op onze eerdere ervaringen en overtuigingen, en die kleurt alle conclusies die we uit de bijbel trekken. Niemand kan volledig objectief zijn. En dus helpt het niet om met bijbelteksten te 'smijten', nog afgezien van het feit dat dit boek voor sommigen niet geldt als het geinspireerde woord van God. Ook dat is een voorbeeld van aannames die voorafgaan aan het lezen van de bijbel. Op basis van de bijbel komen sommige christenen ertoe zich voor de buitenwereld af te sluiten en een familielid vier jaar dood op zolder te laten liggen, en anderen rechtvaardigen slavenhandel, antisemitisme of homofobie. 'Maar het staat toch in de bijbel?' is dus geen argument.
Moet je dan maar op je gevoelens en Godservaringen vertrouwen? Levert de 'stem in ons hart' ons betrouwbare informatie op over de waarheid? Sommigen beweren van wel. Het boek 'Een ongewoon gesprek met God' is een weergave van iemands conversatie met de godheid, waarin de godheid bepaalde leerstellige uitspraken doet. Zo schijnt Jezus te worden gezien als een voorbeeld van iemand die een zoon van God is, wat wij ook kunnen nastreven, maar niet God en Mens in een persoon. Ook beschrijft de godheid hierin het proces van reïncarnatie. God heeft het tegen de schrijver gezegd, en dat lijkt best overtuigend, nietwaar? Ik luister per slot van rekening zelf ook regelmatig naar God, en ervaar dat hij tot mij spreekt. Maar, zoals ik in een comment bij een vorig bericht zei: ik ben mij altijd bewust van het feit dat ik mijn eigen gedachten niet haarscherp kan scheiden van die van God. Daarom kies ik ervoor om mijn 'leerstellige' overtuigingen niet te baseren op deze innerlijke dialoog. Het luisteren naar God is namelijk per definitie 'subjectief'. Wat ik hoor geldt voor mij en mij alleen. Voor mijn 'objectieve' overtuigingen, waarvan ik geloof dat die ook voor anderen zouden gelden, wil ik me ook baseren op 'objectievere' informatiebronnen. De overtuigingen van de schrijver van Een ongewoon gesprek met God kan ik daarom niet van hem aannemen, juist omdat zijn informatiebron subjectief is. Ten eerste kan ik hem niet vertrouwen, omdat ik niet kan uitsluiten dat hij het hele gesprek verzonnen heeft, en alleen probeert er gezag aan te verlenen door te doen alsof het van God komt (zoals de valse profeten uit de bijbel). Ik zal hem het voordeel van de twijfel geven, maar zelfs als hij oprecht heeft weergegeven wat hij van de godheid gehoord heeft, kan ik niet onderscheiden welk deel van zijn woorden door God geinspireerd is, en welk deel door zijn eigen onderbewuste is toegevoegd of is geinterpreteerd.  Daarom denk ik dat verhalen over openbaringen van God en 'woorden van God' naar anderen toe slechts de functie van voorbeeld kunnen hebben, en niet kunnen worden gebruikt als argument om van leerstellige overtuiging te veranderen.
Om echt te kunnen geloven dat het waar is dat God liefde is, en 'especially fond' is van mij, heb ik iets objectievers nodig. Iets dat zich buiten mijn eigen hoofd bevindt, buiten mijn eigen verbeelding. Tegelijk moet het iets zijn dat zich binnen deze werkelijkheid bevindt, en dus waargenomen kan worden, gezien kan worden (anders tast ik nog steeds in het duister). Maar het moet niet iets zijn dat door iedereen anders geïnterpreteerd kan worden, en kan worden misbruikt om anderen 'de oren te wassen'. Op dit gebied denk ik dat het christendom een uniek karakter heeft. Want dit geloof heeft een uniek beeld van de Waarheid. De waarheid is volgens christenen niet een boek, niet woorden op papier, niet een set leerstellingen of een theologisch handboek. De Waarheid is een persoon. De onkenbare God, die zich per definitie aan onze waarneming onttrekt, is in onze werkelijkheid binnengekomen, is tot ons niveau 'afgedaald', door mens te worden en onder ons te wonen. Hij was toegankelijk voor onze zintuigen. Jezus was het beeld van de onzichtbare God. Dit is geen mythe: de evangeliën spelen zich af in een historische tijd, onder historische mensen, en zijn behoorlijk betrouwbaar. De dood en opstanding van de historische persoon Jezus zijn objectieve, voor onze zingtuigen tastbare feiten, die bewijzen dat God liefde is.
Maar de uitdrukking 'de Waarheid is een persoon' maakt tevens het subjectieve karakter van de waarheid duidelijk. Jezus blijft namelijk ook nu nog de openbaring van Gods karakter, Gods liefde. Niet als leerstelling, maar als levend, toegankelijk, benaderbaar persoon, dat is de boodschap van het christendom, dat is wat de eerste gelovigen in de wereld verkondigden: Jezus is werkelijk opgestaan, en wil zichzelf laten zien aan wie in Hem gelooft. Op meerdere manieren: in de woorden van de Bijbel, in de breking van het brood en de wijn, in de gezichten en daden van andere gelovigen (ook al is het een glas water dat je door iemand krijgt aangereikt), in de 'stille stem van binnen', in de schoonheid van de natuur, en dat alles door de Geest van God, die in ons en met ons is. De unieke boodschap van de bijbel is dat de historische persoon Jezus, de timmerman uit Nazareth, nog steeds te ontmoeten is. Dat het mogelijk is een relatie met Hem te hebben. En dus de waarheid te kunnen kennen. Maar een relatie is altijd een werkelijkheid tussen twee personen, en wordt door die personen gekleurd. Mijn relatie met mijn vriend Menno, is een andere dan de relatie van mijn vriend Mervin met Menno, en weer een andere dan die van zijn ouders met Menno, of die van zijn werkgever met Menno. Al die relaties zijn echt, maar ik zie in mijn gesprekken iets anders van Menno, dan Mervin. En Menno's ouders kennen een heel andere kant van Menno dan zijn werkgever. Die weet dat Menno een goede vrachtwagenchauffeur is, terwijl ik weet dat hij een trouwe vriend is met een groot hart voor mensen. Naar analogie daarvan kun je zeggen dat iedereen die een relatie met Jezus heeft, die God door Hem kent, andere aspecten van Hem heeft leren kennen. Ik kan dus toegeven dat ik op bepaalde punten van mening verschil met iemand anders, dat voor mij andere aspecten belangrijk zijn dan voor hem, en dat ik het niet met hem eens ben, en hem en zijn overtuiging tegelijk in zijn waarde laten. Ik hoef hem er niet van te beschuldigen dat hij een leugenaar is: nee, hij heeft iets anders leren kennen van Jezus, omdat hij een andere relatie met Hem heeft (daar waar hij daadwerkelijk zoekt naar het kennen van de persoon Jezus). Sterker nog, Paulus zegt dat ik alleen samen met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kan begrijpen van de liefde van Christus  die alle kennis te boven gaat (Efeze 3:18). Ik zal mijn vriend Menno al nooit helemaal kennen, zijn diepste innerlijk doorgronden, dus al helemaal niet de Schepper zelf, God toegankelijk geworden in Jezus. In de hele eeuwigheid zal ik hem niet helemaal kunnen doorgronden. Ik zal altijd mijn mede gelovigen nodig hebben om iets van Hem te zien wat ik nog niet kende, om op andere aspecten van Hem te worden gewezen. Daarom zijn onze onderlinge relaties als zoekers en gelovigen ook zo belangrijk.
Tegelijkertijd hoef ik me niet te laten afhouden van keuzes omdat anderen het er niet mee eens zijn, of andere overtuigingen zijn aangedaan. Iemand in India zei tegen mij: "Dit is de openbaring die jij van God hebt ontvangen, dat betekent dat jij daarnaar moet handelen, ook al hebben andere mensen iets heel anders van God ontvangen!" De persoon in kwestie was voorganger van een pinkstergemeente, en verschilde behoorlijk van mening met mij op het gebied van kerk/ organische kerk en de vrije genade. Maar hij had wel de wijsheid om te erkennen dat God mij een bepaald inzicht had geschonken, dat anders was dan het zijne, maar daarom niet minder waardevol. En ik zou dat inzicht, en mezelf, onrecht aandoen door het niet na te volgen, er niet naar te gaan leven. Daarmee zeg ik niet dat ik beter ben dan anderen, of de waarheid in pacht heb. Nee, ik accepteer alleen het feit dat de Waarheid een persoon is, en dat ik een unieke relatie heb met die persoon. Immers, met Menno drink ik regelmatig koffie bij een koffiezaak in Delft, terwijl ik een andere vriendin veel minder vaak zie, en dan in Dordrecht, en weer een andere vriend zie ik een of twee keer per jaar een heel weekeinde. Elke relatie is uniek.
Laten we daarom niet elkaar beschaamd maken of een schuldgevoel aanpraten omdat we de waarheid iets anders zien, maar laten we open staan voor wat de ander van God heeft leren kennen door zijn relatie, en tegelijkertijd zelf groeien in de relatie die we zelf met God hebben. Dan zullen we uiteindelijk de Waarheid leren kennen, en die maakt ons vrij. 

donderdag 24 juni 2010

Ik ben nog onderweg

Het is natuurlijk een veelgebruikte metafoor: het leven zien als een reis. Het is bijna cliché. Maar daarom is het nog niet minder waar of is het voorbeeld niet minder bruikbaar. Het suggereert namelijk dat we ergens heen willen, een ideaal hebben. Tijdens elke wandeling is er echter een moment dat we ons realiseren dat het nog erg ver is, maar dat onze voeten al pijn doen, onze waterfles al bijna leeg is en het begint te schemeren. Maar ongeacht ons vertrekpunt, uit welke afgelegen streek we ook komen, en ongeacht onze snelheid, of we nu rennen of kruipen, dat we onze bestemming zullen bereiken is zeker. Dat heeft God beloofd en daarom hoeven we niet de moed op te geven en in het café langs de weg te blijven hangen. Net als degenen die de avondvierdaagse hebben uitgelopen, zullen we met fanfare worden ontvangen, of we nu de vijf of de vijftien kilometer hebben gedaan. En hoewel we ondertussen nog niet het einddoel bereikt hebben, zijn we vandaag wel een beetje verder dan gisteren.

Dat is in het kort de inhoud van dit bericht. Ja, als ik wil kan ik best compact zijn! Laat ik (iets minder compact) proberen uit te leggen hoe ik deze principes de laatste tijd in mijn eigen leven meemaak. In het begin van 2010 liep ik al aan tegen het feit dat ik me beheerst voel door de verwachtingen van anderen. Ik laat alles bij mijn binnenkomen, trek kritiek me persoonlijk aan, en geef weinig tegengas. Ik wordt niet boos, maar richt mijn frustratie op mezelf. Onder andere een confrontatie op mijn werk bracht het feit naar boven dat ik weinig zelfvertrouwen heb. Zoals ik het toen omschreef: ik voelde me als een ballon, waarbij alles naar binnen komt, in plaats van als een kei, die inhoud heeft. Volgens mij was deze frustratie met mijn eigen onzekerheid een van de redenen voor mijn vermoeidheid voor ik naar India ging. Toen ik terug was, kreeg ik opnieuw ernstige vermoeidheidsklachten. De 'post boek blues' waar schrijvers soms last van schijnen te hebben, speelde zeker mee. Maar laat zoiets niet alleen maar extra zien dat je probeert jezelf te bewijzen, dat je eigenwaarde hoopt te creëren door je creatieve product? Ik realiseerde me dat mijn fragiele zelfbeeld me op veel terreinen parten speelt: op mijn werk (waar een boos telefoontje me al in een negatieve spiraal terecht laat komen), in mijn huishouden (waar ik al vijf keer van telefonie-aanbieder ben gewisseld, omdat ik geen 'nee' kan zeggen tegen marketeers), in mijn creativiteit (ik vind het moeilijk om mezelf echt als schrijver te zien en dat goed te vinden) en in mijn relaties (ben ik afhankelijk, of durf ik naar een vrouw toe echt mezelf te zijn?). 
Maar ik ontdekte dat ik niet meer zo wilde zijn. Niet alleen onderkende ik mijn probleem, ik besloot ook dat ik wilde veranderen. In de woorden van een boek dat ik laatst las: 'I am sick and tired of being sick and tired'. Mijn herontdekking van mijn zwakheid zou me jaren geleden weer negatief over mezelf hebben laten denken, ik zou me er weer minder om hebben gevoeld, of wanhopig omdat ik niet geloofde dat het anders zou kunnen worden. Maar nu heb ik hoop. Ik merkte het toen ik de film Into the Wild zag. In die film doet de hoofdpersoon Christopher McCandless allerlei dingen die ik niet goed durf: hij geeft zijn afhankelijkheid van geld op, spreekt mensen aan, neemt (niet altijd even verantwoordelijke) risico's. Vroeger zou ik me daardoor tekort voelen schieten. Nu realiseerde ik me dat als deze Supertramp het kon, ik het in principe ook zou kunnen. Want ik ben net zo goed mens als hij. Wat ik nu als barrière ervaar is mijn angst. Maar is die realistisch? Nee. De afgelopen tijd heb ik kennelijk zoveel geleerd over de liefde van God voor mij, dat ik erin ga geloven. Ik ga geloven dat ik inderdaad een geliefd schepsel van God ben, zijn zoon in wie hij welbehagen heeft. Dat ik niets voor die liefde hoef te doen, en ook niet bang hoef te zijn hem kwijt te raken. En dat deze liefde de vrees uitdrijft, zoals de bijbel zegt. Als de Here God mijn beschermer is, wat zouden mensen mij dan doen? Daarom durf ik nu actie te ondernemen om mijn gedrag te veranderen: ik neem verantwoordelijkheid voor allerlei klussen die ik aan het uitstellen was, ik kies ervoor om creatief te zijn, ik oefen in assertieve technieken met een vriend van me, ik zoek professionele begeleiding, en ik kies ervoor risico's te nemen wat betreft kerk en wat betreft relaties (en 'nee' te zeggen tegen marketeers). Dat is allemaal gebaseerd op het vertrouwen dat God mij liefheeft en dat ik dus waardevol ben. Ik ben gaan geloven.
Maar de risico's lijken soms nog heel groot, en mijn zelfvertrouwen zo labiel. Ik ben me ervan bewust dat er in mij nog veel onzekerheid is en op een diep niveau. Om meer zelfvertrouwen te ontwikkelen, om assertiever te zijn, vergt meer moeite dan alleen 'het knopje om te zetten', of mezelf wat positiever toe te spreken. Een enkele peptalk is niet voldoende. De problemen zitten diep in mij. Gebeurtenissen uit het verleden (pesten, boosheid, afwijzing) hebben mij een klap meegegeven, ze hebben me verzwakt. Ik heb wonden opgelopen in deze wereld die in een voortdurende staat van oorlog is (wat de Bijbel suggereert). Ik moet dus niet te hard voor mezelf zijn, en verwachten dat ik nu wel zo hard kan lopen als ieder ander. Mijn pijn moet ik niet als excuus gebruiken om niets te doen, maar ik mag wel accepteren dat die pijn er is. En een wond geneest bijna nooit geheel, er blijven littekens achter. Watson (uit de Sherlock Holmes-verhalen) trok ook nog steeds met zijn been nadat er in Afghanistan op geschoten was. Hoe moest dus niet van zichzelf verwachten dat hij net zo snel kon rennen als Holmes. God heeft ook geen onrealistische verwachtingen van ons. Hij 'weet waarvan wij gemaakt zijn, hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd' (Psalm 103:14). God vraagt niet van ons wat wij niet kunnen. "Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven" (Jesaja 42:3). "God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan" (1 Korintiers 10:13). Hij meet ons niet naar dezelfde maatstaven als degenen die in alles overal succes in hebben. "Van iedereen aan wie veel gegeven is, zal veel worden geëist, en hoe meer aan iemand is toevertrouwd, des te meer zal van hem worden gevraagd" (Lukas 12:48). Sterker nog, bijbelgedeeltes als de Zaligsprekingen suggereren dat juist de zwakke, gebroken en feilbare mensen, die zich bewust zijn van hun zwakheid, ruimte vinden in het Koninkrijk van God. Dat is voor mij troostrijk, want het betekent dat ik door mijn verwondingen, de gevolgen van het leven in een gebroken wereld, niet uit de race ben, maar eenvoudig een andere route loop dan anderen. Voor mij is het een hele overwinning om iets te doen (mijn keuken gaan schilderen, nee zeggen tegen mijn ouders) wat voor iemand anders heel makkelijk is, maar daardoor is het niet een mindere overwinning.

En de overwinning is zeker. Dat ik het einddoel haal staat vast. Ik zal een keer volledig mezelf zijn, zoals God me bedoeld heeft, zonder schuldgevoel of schaamte, of sociale angst of onzekerheid, in staat om God, mijn medemensen en mezelf lief te hebben uit eigen keuze, met heel mijn hart, ziel, kracht en verstand. Niet omdat ik zelf zo hard werk aan mijn assertiviteit, niet omdat ik een cursus volg of een coachingstraject inga, niet omdat ik in mijn eentje op vakantie ga. Nee, omdat God dat heeft beloofd. Ik kan mezelf niet aan mijn eigen haren uit het moeras trekken. Ik kan mezelf niet uit de dood opwekken. Maar God belooft dat Hij dat zal doen. Hij is de enige die doden (die zelf niets meer kunnen) weer levend kan maken. Jezus is al uit de dood opgestaan, en omdat ik op Hem vertrouw, werkt Hij nu al in mijn leven met dezelfde kracht waarmee hij Jezus uit de dood heeft laten opstaan. Daardoor geloof ik dat er nu al significante veranderingen mogelijk zijn. Ik geloof dat ik een stuk assertiever, zelfverzekerder, liefdevoller kan worden dan ik nu ben. En ik geloof dat het ooit volledig zo zal zijn, in de tijd die in de bijbel wordt omschreven als de 'tijden van de wederoprichting aller dingen' (Handelingen 3:21), wanneer alles wordt hersteld. Dit is een belofte van God, waar we op mogen vertrouwen. Zoals Job, toen hij alles in zijn leven had verloren en zelf ziek en armoedig op de vuilnisbelt zat, kon zeggen: 'Ik weet: mijn redder leeft, en hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen' (Job 19:25). Ook al blijf ik mijn leven lang met deze uitdagingen worstelen, ook al verander ik niet zo snel als ik zou willen veranderen, ook al val ik terug in fouten van vroeger, ook al vergeet ik alles wat ik bereikt heb en ook al lopen al mijn pogingen op niets uit: ik zal worden veranderd, de pijn zal worden genezen, elke traan zal uit de ogen worden afgewist, en mijn potentie zal volledig worden verwerkelijkt. Niet door mezelf, maar door God, die nu ook degene is die in mij zijn vrucht tevoorschijn brengt, zonder wie ik niets kan doen.
Omdat ik weet dat ik de overwinning zal halen over mijn gebrek aan zelfvertrouwen en mijn negatieve zelfbeeld, omdat God dat beloofd heeft, kan ik nu, op dit moment, zo goed en zo kwaad als het kan al proberen daarnaar te leven. Ik kan het nu al, stapje voor stapje, in praktijk gaan brengen. Zonder er een meetlat naast te leggen om te meten hoever ik gekomen ben, zonder mezelf met anderen te vergelijken en zonder volmaaktheid te eisen. Juist het vertrouwen dat ik zal aankomen op mijn bestemming maakt dat mogelijk: "Wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn." (1 Korintiers 15:58).
 

dinsdag 22 juni 2010

Nieuwe planeten, M. Night Shyamalan, lego en Gods stem verstaan

Zes nieuwe planeten gevonden om andere sterren, allemaal gasplaneten, maar toch interessant. Ze zouden manen kunnen hebben ...

Trailer voor het computerspel Tron - Evolution. Als de film (Tron Legacy) er ook een beetje zo uitziet, wordt het in elk geval een visueel spektakel.

M. Night Shyamalan werkt aan een nieuwe film. De geheimhouding er omheen suggereert dat er weer een 'twist' in zit.

Er komt een film van The Great Divorce, een van mijn favoriete boeken (van een van mijn favoriete auteurs en inspiratiebronnen: C.S. Lewis), meerdere malen aangehaald in mijn eigen werk: Indrukwekkende Vrijheid

Een korte batmanfilm, door een fan gemaakt: City of Scars. Ik moet hem nog kijken.

Ik was ooit een liefhebber van country-muziek. Nog steeds wel een beetje, overigens. Toch kan ik hier wel van genieten. Of juist wel daardoor. Iedereen die wel eens wat country gehoord heeft, zal toch minstens moeten glimlachen.

Waarschijnlijk het meest indrukwekkende legobouwwerk dat ik ooit gezien heb. Een episch buitenaards of post-apocalyptisch landschap ... inspirerend!

Erik Velema vraagt zich in een mooi blogbericht af hoe we kunnen omgaan met mensen die anders denken dan wij, en die bijvoorbeeld wat betreft kerk of geloof een ander pad bewandelen. Hoe kunnen we voorkomen dat we op hen gaan neerkijken? "Het gaat mijns inziens om waarachtigheid. Het gaat er om jezelf te zijn zoals God dat heeft bedoeld. Niet je zelf laten verdelen of zoals Boele Ytsema het noemt, een gefragmenteerd leven te leiden, maar rust te vinden in wie je bent. Als we dat doen, als we de rust kunnen vinden in ons zoeken en beseffen dat er hoop is dat we zullen vinden wat we zoeken dan zal er een werkelijke verschuiving plaatsvinden in onze manier van leven, in hoe we staan ten opzichte van God, van de ander en ons zelf."

Een blogster (is dat goed Nederlands? vast niet) van Christianity Today vraagt zich af: 'How can I discern God's gentle whispers from my desires masquerading as godly guidance?' Haar antwoord: 'We can't always know the mind of God, but we can always know the heart of God. As I listen for his voice, I'm learning to evaluate what I hear with who I know my Lord to be.' Oftewel: 'He's my daddy. I just know him!'

Een orthodoxe priester neemt Mythbusters als uitgangspunt voor een overdenking over theologie: 'Failure is always an option'. "The first reality is that the practice of the Church needs to be continually adjusted to the changing reality of the world in which the Church lives. The second reality is that, regardless of how saintly the person, there is always the possibility of failure in someone’s theology."

maandag 21 juni 2010

Kerk of geen kerk, is er wel een antwoord?

Gisteren beschreef ik enkele redenen waarom ik mijn twijfels heb bij de kerk die wordt georganiseerd als een bedrijf, en dat ik verlang naar iets anders. Dat betekent niet dat ik nu weet wat ik moet gaan doen.
Ten eerste is het namelijk niet correct om te zeggen dat structuur en organisatie a priori fout zijn. Het zijn scheppingsgegevens, en door te organiseren, door structuren aan te brengen, zijn wij mensen in staat onze omgeving te ordenen en inderdaad, onze doelen te bereiken. Afzetten tegen elke vorm van organisatie is dan ook naief. Zelfs als je kerk-zijn terugbrengt tot het meest simpele niveau, zul je af en toe een datum moeten prikken om bij elkaar te komen, en een locatie moeten vaststellen. Het is niet de organisatie die slecht is. Dat is techniek. De manier waarop. De structuur. Waar het om gaat is de gerichtheid van de structuur, waarvoor hij gebruikt wordt. Is de structuur het doel geworden? Of is de structuur een middel die het doel (namelijk het vormen van een gemeenschap door de gelovigen) ondersteunt? Komt de organisatie met haar doelen bovenaan, of de liefde voor elk individu? Ik ben ervan overtuigd dat een grotere, ingewikkeldere organisatie meer het gevaar loopt tot het doel te worden en zo de kern van de genade te verliezen, dan een kleine, simpele organisatie. Hoe meer werk er nodig is om een structuur in stand te houden, hoe makkelijker deze de eerste plaats inneemt. Uiteindelijk moet het doel bepalen welke structuur nodig is, en ik geef zelf de voorkeur aan een minimale structuur (om het gevaar dat de structuur het doel wordt beperkt te houden).
Maar tegelijk is er geen enkele structuur automatisch heilig of onfeilbaar. Elke structuur kan op een verkeerde manier gebruikt worden. Zelfs de kleinste, minst opvallende, minst georganiseerde. De afspraak met een vriend om elkaar elke twee weken te ontmoeten, kan een eigen leven gaan leiden en tot het doel worden, waardoor een of beide partijen zich onvrij en gemanipuleerd gaat voelen. We zijn gevallen mensen, die ieder van ons de neiging hebben onszelf op de eerste plaats te zetten, en er is geen enkele structuur die dat tegenhoudt. Overal is manipulatie mogelijk. Ook in huisgemeenten, organische kerken of vriendengroepen. Blogger The Christian Monist, waar ik nogal eens naar verwijs, schrijft dat hij in huiskerken soms ergere vormen van manipulatie en machtsmisbruik heeft ervaren dan in evangelische kerken. En ik hoor ook uit andere bronnen dat heel wat huiskerkexperimenten na verloop van tijd ontaarden in ruzie, manipulatie en onderdrukking. Mensen blijven mensen, ongeacht de structuur waarin ze zich bevinden. Dat heb ik in de praktijk meegemaakt in de Vergadering van Gelovigen, een 'kerk' die juist voortkwam uit twijfel over het de georganiseerde kerken en hun manier van samenkomen. Na 150 jaar was deze groep net zo dogmatisch als de kerken waar ze zich tegen had afgezet, met net zo veel (ongeschreven) regels en structuren. Het zou dus van mijn kant een illusie zijn als ik een huiskerk of simple church zou idealiseren en zou denken dat ik 'veilig' zou zijn als ik maar in een kleine groep terecht zou komen. Geen enkele structuur is 'veilig', omdat geen enkel mens volledig liefheeft zoals God ons liefheeft.

Dit wordt vaak gebruikt als argument tegen de mensen die ontevreden zijn met de kerk, die het instituut willen verlaten of naar een huiskerk uitwijken. "Er is geen enkele kerk perfect, want elke kerk bestaat uit niet perfecte mensen", zegt men dan. Je moet het dus maar accepteren dat je beschadigd wordt, of je schuldig voelt, of gemanipuleerd. Maar zoals ik laatst las in een reactie op een blog: "This is simply an excuse for laziness and control/power. This is the excuse that every pastor uses to cover up and make excuses for the evangelical circus." En inderdaad: de mensen die dit zeggen zijn meestal voorgangers of oudsten, die een belang hebben bij het in stand houden van de structuur of organisatie. Hun eigen persoonlijke doelen of belangen worden gediend door de structuur (ze zouden iets verliezen aan geld/status/respect als de organisatie er niet meer zou zijn). En het is inderdaad lui, want het suggereert een aanvaarden van de status quo en het verliezen van je idealen.
Te weten dat menselijke structuren nooit volmaakt zullen zijn, hoeft ons er niet van te weerhouden te verlangen naar meer en daarnaar te streven. Zo weerhoudt de wetenschap dat ik nooit volmaakt zal worden, me er niet van te proberen meer volgens Gods bedoelingen te leven. Dat niets volmaakt is, hoort gewoon bij dit leven. Maar de bijbel roept ons wel op uit te zien naar de tijd dat het koninkrijk van God wel in volmaaktheid gekomen is, en nu al te proberen in onze relaties, in elke structuur waar we deel van uitmaken, te leven volgens dat ideaal. Dit ideaal is namelijk uiteindelijk niet afhankelijk van ons of onze inspanningen, maar is een belofte van God, die Hij ook waar zou maken. Dat geeft ons de kracht en motivatie om ons te blijven inspannen, ook al zien we om ons heen geen volmaakte resultaten (zie 1 Korintiers 15). We mogen blijven verlangen naar meer, omdat we bestemd zijn voor meer. En naar mijn bescheiden mening zullen in de eeuwigheid de structuren en organisaties niet zijn wat telt (dat waren middelen), maar wel de relaties tussen gelovigen, de gemeenschap, het lichaam, het gezin van Christus (het doel).
Daar wil ik me op richten: het beleven van de realiteit van de kerk (als het lichaam van Christus, als gemeenschap) in mijn relaties met mede-gelovigen (en andere schepselen van God). En het mooie is dat de realiteit van het lichaam van Christus niet van mij of mijn inspanningen afhangt, maar eenvoudig IS. Net als de liefde van God voor mij, hoef ik alleen maar mijn ogen te openen voor wat al waar IS. Ik hoef er alleen maar voor te kiezen om deze werkelijkheid te accepteren, en in overeenstemming daarmee te leven, in elke situatie en in elke relatie waarin ik mij bevind. Ik beleef deze realiteit onder andere op onze bijbelkring, waar we ons hart voor elkaar openen, met elkaar meeleven, en elkaar vertellen wat we in de bijbel van God ontdekt hebben. Ik beleef haar bij het koffiedrinken met vrienden na de kerk, waar we lachen, genieten van elkaars gezelschap, en waar het gesprek nu eens gaat over de liefde van God, de kerk, en de genade en dan weer over reizen naar Amerika, en de laatste films. Ik beleef de realiteit in gesprekken met mijn vrienden, mijn broers, mensen in het buitenland. In de intimiteit en de relatie herken ik de gemeenschap van Christus. Met al deze dingen wil ik daarom ook blijven doorgaan. Maar daarnaast verlang ik ernaar om met een groep mensen die hetzelfde hebben ontdekt over de liefde van God en Zijn koninkrijk bij elkaar te komen, samen te eten (waarbij we met brood en wijn denken aan de dood en opstanding van Jezus), en vervolgens samen te zijn zonder ander vooropgezet doel, zonder ander plan of eis, dan de grootheid van God in en door elkaar te herkennen. Dit initiatief heeft niet het doel te leiden tot een nieuw kerkgenootschap, het hoeft niet tot in eeuwigheid voort te gaan, het zou alleen de keuze zijn een tijd lang een gemeenschap te vormen rondom de liefde van God.

De andere optie is, zoals ik bij iemand op een blog las, te zoeken naar het andere uiterste, een traditionele liturgische kerk, waar het evangelie van de genade elke zondag trouw gepredikt wordt. Ik meen namelijk te zien dat de traditionele, liturgische kerken veel minder 'doelen' proberen te bereiken dan de activistische evangelische gemeentes. En door de steeds terugkerende liturgie, die officieel is vastgesteld, is 'gegarandeerd' dat de boodschap van de genade wordt gepredikt, ongeacht de mensen die de liturgie uitvoeren. In de structuur is de boodschap vastgelegd (oftewel: hier is de structuur duidelijk het middel!). En zo wordt je elke zondag herinnerd aan wat waar is, aan de liefde en genade van God, en bevestig je deze waarheid samen met je kerkgenoten. Hierbij is weinig sprake van intimiteit, maar wordt de eenheid ervaren in het samen deelnemen aan de liturgie. Het is de vraag of deze vorm van 'relatie' noodzakelijk 'minder' is. Hoewel veel evangelischen een 'afkeer' hebben van de 'dode, saaie liturgie', denk ik dat ze de gunstige aspecten te snel afwijzen. Steeds herinnerd te worden aan het evangelie, gewoon naar de kerk gaan zonder mee te moeten werken aan een groter doel, is zeker van waarde. Waarschijnlijk is mijn 'Vergadering van gelovigen'-achtergrond wat te sterk om me op mijn plek te voelen in een kerk met een dominee/voorganger, maar ik sluit niet uit dat ik uiteindelijk aan deze kant van het spectrum beland, en kies voor een Lutherse, Anglicaanse of zelfs Oosters Orthodoxe kerk. Zoals ik al zei: ik weet nog niet waar ik uitkom.

Op de vorige bijeenkomst van de Bijbelkring van de kerk ben ik voor het eerst open geweest over mijn gedachten over kerk en kerk-zijn. Dat voelde kwetsbaar, en het leidde inderdaad tot behoorlijk pittige discussies. Het gaat er ook niet om dat iedereen het met mij eens moet zijn. Maar het was voor mij wel een opluchting om niet meer te doen alsof. Om niet meer tegen mijn overtuiging in te gaan. Hier sta ik, ik kan niet anders.

zondag 20 juni 2010

Kerk of geen kerk, dat is de vraag ...

Een beetje een 'cheeky' titel voor deze blogpost, met een niet zo heel erg originele allusie naar een bepaalde Engelse schrijver, maar de inhoud van dit bericht is behoorlijk serieus. Ik wil namelijk open kaart spelen. Niet dat het iemand die mijn blog aandachtig volgt kan ontgaan zijn dat ik behoorlijk ambivalent ben op het gebied van de kerk. Sommige van mijn berichten en de links die ik heb geplaatst naar artikelen over organische kerk, kerkverlaters en 'simple church' moeten dat al duidelijk hebben gemaakt. Al bijna twee jaar worstel ik ermee mijn overtuigingen van de onvoorwaardelijke liefde van God en de aanwezigheid van zijn koninkrijk in ons en door ons, in overeenstemming te brengen met mijn ervaring in de kerk en wat daar geleerd en uitgeleefd wordt. Ik geloof dat wat voor mijn persoonlijke leven geldt, dat ik op God mag vertrouwen en dat Hij vervolgens in mij zijn gelijkenis zichtbaar zal maken, ook opgaat voor het collectieve leven van gelovigen. Ik ben voor mezelf tot de conclusie gekomen dat de kerk niet iets is dat wij bouwen en waar wij verantwoordelijk voor zijn, maar een realiteit die door Jezus wordt gecreëerd als zijn volgelingen een gemeenschap vormen. Ik ben ervan overtuigd dat Christus zichtbaar wordt in de relaties van de gelovigen, en niet in wat ze allemaal organiseren.
Maar ik heb nog niet de keuzes gemaakt die hieruit volgen. Ik heb mijn veranderde inzichten nog niet in praktijk gebracht. Ik ga nog steeds elke zondagmorgen (of in elk geval erg regelmatig, vanmorgen heb ik uitgeslapen) naar de dienst (en voel me nog steeds ergens schuldig als ik niet ga). En ik heb het gevoel dat ik 'doe alsof'. Ik lijk van buiten me te schikken met de huidige manier van kerk organiseren, en daaraan mee te doen, terwijl ik 'van binnen' naar iets totaal anders verlang. Ik heb het gevoel dat ik sta tussen twee werelden. De een van mijn innerlijke overtuigingen en idealen, de ander van het evangelische kerk-zijn met zijn verwachtingen en gewoontes.  En de reden dat ik geen keuze maak om naar mijn diepste weten te handelen, is angst. Angst voor de reactie van mensen, van vrienden, ouders en kerkgenoten. Angst voor onbegrip, afwijzing en veroordeling. Angst om fouten te maken en daardoor de relatie te verliezen met God en met mensen. Angst om de status quo te verstoren en mensen te verontrusten. Ik ben bang voor mensen, en gedraag me daardoor als een kameleon, die zijn echte mening maar verbergt. Dat leidt tot onrust en frustratie, heb ik gemerkt. Maar dat wil ik niet meer.
In de film The Return of the King zegt Frodo tegen Sam: "You cannot always be torn in two ..." Ik moet daar vaak aan denken, maar denken alleen helpt niet. Ik zal moeten kiezen. Ik zal moeten kiezen om me niet meer door angst te laten tegenhouden. (De bijbel zegt niet voor niets: 'Angst voor mensen is een valstrik' (Spreuken 29:25).) Ik zal moeten kiezen om te handelen naar mijn overtuigingen, ongeacht wat anderen daarover denken of oordelen. Ik zal moeten kiezen om 'one and whole' te zijn, net als Samwise Gamgee, want alleen dan kan ik genieten van mijn leven en zijn en doen waar God mij voor bedoeld heeft. Dat geldt op meerdere terreinen van mijn leven natuurlijk: het geldt op het gebied van mijn verlangens, mijn schrijven, mijn werk en mijn relaties. Op al die gebieden wil ik me niet meer door angst of onzekerheid laten afhouden van wat ik werkelijk wil en geloof. Maar het geldt ook op het gebied van de kerk, oftewel, het als christenen samen uitleven van de realiteit van Gods liefde. Ik wil heel zijn, compleet. Ik wil mijn overtuigingen in daden omzetten. De mouwen worden opgestroopt. 'No more mr. Nice Guy', zoals de titel van een boek zegt.

Ik wil direct expliciteren (mooi woord!) dat mijn tweeslachtige gevoel niets te maken heeft met de mensen in de kerk. Mijn twijfels bij het systeem/de organisatie moeten niet worden gezien als een afkeer/weerstand tegen de individuele medegelovigen die zich in dat systeem bevinden. Het is eerder andersom: ik wil graag met mensen optrekken, van hen leren, samen zoeken naar de betekenis van Gods liefde. Maar nu gebeurt dat tijdens het koffiedrinken na de dienst. En zoals ik laatst iemand hoorde zeggen: "Waarom zou je eerst anderhalf uur in een dienst moeten zitten om met je broers en zussen te praten?" Niet dat er iets inherent verkeerd is aan het samen zingen, samen bidden en samen bijbel-lezen. Helemaal niet. Maar in mijn ogen lijkt het alleen maar 'samen'. De realiteit is dat er een klein groepje mensen is dat de liederen uitkiest en aanheft, dat bidt en dat spreekt. Een stuk of tien mensen op een podium (dat puur fysiek al suggereert dat ze 'boven' de anderen staan) 'doen' de dienst. De overigen zitten en ontvangen. Als je geluk hebt zit je naast vrienden of kennissen, maar de anderen op de rij voor of achter je ken je hooguit van gezicht (en als het meevalt van naam). Soms vraagt de oudste je ze de hand te schudden en een goede morgen te wensen, maar dat is niet wat ik versta onder echte relatie. We zouden elkaar moeten zien als broers en zussen, maar als ik met mijn broers bij elkaar ben zitten we niet anderhalf uur te luisteren naar een van ons op een podium (hoewel ik eerlijk moet toegeven dat ik soms wel veel aan het woord ben).
Bovendien organiseren we een dienst om een bepaald doel te bereiken (impliciet of expliciet). Het doel is om mensen te bekeren, of om mensen meer toegewijd te maken, of om mensen kennis te geven. Daarom beoordelen we de dienst vaak op de manier waarop we geraakt zijn, of met de vraag of we wel genoeg 'voeding' hebben gekregen. We vinden dat we moeten groeien als kerk, of dat onze leden moeten groeien. En dus laten we mensen met elkaar bidden tijdens de dienst, opdat de dienst het gewenste effect zou hebben. De kerk functioneert zo meer als een bedrijf, waarbij doelstellingen gehaald moeten worden, waar wordt afgerekend op 'targets', en waar het nooit genoeg is. Vaak lijkt de organisatie ook op die van een bedrijf: met een baas aan de top, middenmanagement, zuilen, programma's, jaarplannen et cetera. Een voorbeeld van deze manier van denken: ik was laatst in de Melkweg in Amsterdam, waar een bandjeswedstrijd was. De band van mijn broer was een van de bands die optrad. Mijn ouders waren er daarom ook, en ik hoorde van een van mijn broers dat ze later de vraag stelden: "Hoe krijgen we al deze jonge mensen de kerk in? Moeten we onze muziek aanpassen?" Maar het hoort mijns inziens helemaal niet erom te gaan mensen 'in de kerk' te krijgen, ze deel te laten uitmaken van het programma. Ik keek die avond juist naar het podium en besefte: dit zijn allemaal mensen van wie God houdt! De vraag die we ons moeten stellen is: hoe kunnen we deze mensen de liefde van God laten zien? Hoe kunnen we een relatie van liefde met ze hebben? Als ze onze liefde zien willen ze misschien deel uitmaken van onze gemeenschap, maar de groei van onze gemeenschap moet niet ons eerste doel zijn. Ik lees in ieder geval nergens in de bijbel dat de kerkdienst dient om bepaalde doelen te behalen of iets te bereiken. Ik lees ook niet dat de kerk, het lichaam van Christus, een bepaalde productie tot stand moet brengen. Wat ik begrijp is dat de christenen die de kerk vormen bij elkaar kwamen om God groot te maken, uit hun liefde voor Hem en voor elkaar. Dat ze geen ander doel hadden dan elkaar lief te hebben. Dat ze niet naar een dienst gingen om iets te 'halen', maar dat als ze samenkwamen 'ieder iets had': een bemoediging, een lied, een gebed, voor de ander. En dat de gemeente groeide, niet omdat dat het doel was van de kerk, maar omdat mensen verlangden naar de liefde die in hun midden zichtbaar was. Oftewel, het ging deze christenen niet om hun organisatie en wat die zou moeten bereiken in de wereld, maar om God en hoe ze samen als zijn volgelingen mochten optrekken. Wanneer ze zich richtten op het liefhebben van God en de ander, zou gebeuren wat Jezus beloofd had: dan zou hij zijn kerk bouwen.
Wat me vooral doet twijfelen is de vraag of de visie van de kerk als bedrijf (met doelen en targets) ruimte biedt voor de boodschap van Gods onvoorwaardelijke liefde en aanvaarding, voor de genade. Als ik kijk naar de plek waar ik werk, zie ik al dat er een functiewaarderingssysteem wordt ingevoerd, waardoor mensen worden afgerekend op hoe ze presteren, en dat mensen die niet voldoen worden gestraft. En wij zijn een non-profit organisatie. Zelfs bij ons gaat het erom om doelen te halen, en moeten de individuele werknemers zich aan dat doel onderwerpen. Onze directeur zou nooit de boodschap van genade brengen, namelijk dat we niets hoeven doen om de liefde van God te verdienen en dat niets wat we doen die liefde kleiner kan maken. Hij zou zichzelf maar in de vingers snijden, want er zou niet meer gebeuren wat hij zou willen. Net zo hoor ik bij ons in de kerk nauwelijks over de genade, over wat Jezus deed aan het kruis en over de onvoorwaardelijke liefde van God. Vaak zit ik op mijn stoel te draaien, omdat de boodschap toch weer is dat ik meer moet bidden/bijbellezen/naar de kerk gaan/evangeliseren. Het feit dat ik overgevoelig ben voor dit soort boodschappen, wil niet zeggen dat ze er niet zijn. En in een bidstond laatst ter gelegenheid van de verkiezingen, hoorde ik mensen bidden tot een God die ik niet herkende, die zijn zegenende hand van ons zou aftrekken omdat wij als land bepaalde wetten zouden hebben aangenomen (wat betekent dat landen waar honger of onvrijheid is, of natuurrampen plaatsvinden, kennelijk 'verkeerd' of 'zondig' zijn). Een God die alleen voor Israel is en niet voor de Palestijnen. We zongen zelfs een lied dat stelde dat we zijn genade te gretig hadden aangenomen. Alsof dat mogelijk is! En bijna iedereen zei op deze gebeden 'Amen'. Dat is niet de God in wie IK geloof. (In onze omgeving start binnenkort een kerk die zegt gebaseerd te zijn op de genade. Maar de stichter daarvan is weer betrokken bij een vorm van welvaartsevangelie, en dat is ook weer 'ongenadig'.)
In elk geval is wat ik op zondag in de kerk hoor in strijd met de boodschap van Gods liefde die Jezus bracht, die ik uit de bijbel lees, en ervaar als ik naar God luister. Voor mij is de kerk een 'onveilige' plaats, die bij mij schuldgevoelens en gevoelens van afwijzing en veroordeling opwekt. En ik wil dat niet meer accepteren.

Maar welke consequenties moet ik hieruit trekken? Welke keuze moet ik maken? Is er een perfecte, onfeilbare manier van kerk-zijn? Mijn gedachten daarover bewaar ik voor morgen!

zaterdag 19 juni 2010

Filmbespreking: The box

Is ons leven een experiment? Is elke keuzemogelijkheid een test? Hangt het lot van de mensheid af van onze beslissingen? Is God niet meer dan een onpersoonlijke wetenschapper, die zijn creaties steeds in nieuwe situaties brengt om te ontdekken wat ze zullen doen? En die hun daden steeds langs een kritische meetlat legt, om te bepalen of ze tekortschieten of worden goedgekeurd?
Dat is niet zo'n vreemde gedachte. C.S. Lewis schreef na de dood van zijn vrouw Joy in Verdriet, dood en geloof al over God als de grote vivisector, een god in een witte laboratoriumjas, die keer op keer mensen op de proef stelt. En wij zijn slechts ratten, opgesloten tussen tralies, zonder de vrijheid om ons aan de experimenten te onttrekken, zonder waarde buiten dat als proefobject. Het is ook niet zo dat dit beeld van God geen Bijbelse precedenten kent. We weten allemaal van het verhaal van Abraham, die van God de opdracht krijgt zijn eigen zoon ten offer te brengen. God stelt hem willens en wetens voor een bijna onmenselijk dilemma: wie zou er zijn eigen kind ter dood brengen als God er om vraagt? Neigt dat niet naar een onmenselijk fanatisme? Laat Abraham hier niet mee zien dat hij bereid is zijn eigen morele grenzen te overschrijden? God vraagt het onmogelijke van zijn volgelingen en rekent hen vervolgens af op het wel of niet voldoen aan de eis.
En laten we eerlijk zijn, dit is ook het beeld van God dat veel christenen hebben. Ik in elk geval wel. We zien het leven als een soort ingewikkeld spel. De wereld is opgezet als een puzzel, en het is onze opdracht die te ontrafelen, en ons leven tot een goed einde te brengen. En God houdt nauwlettend in de gaten hoe we in elk moreel of existentieel dilemma reageren. Zo wordt er veel over gesproken dat wij moeten ontdekken welk plan God met ons leven heeft. We moeten er om bidden, ernaar zoeken, en uiteindelijk maar hopen dat we de juiste keuze maken, want echt zeker zijn we nooit. Als we geluk hebben, volgen we de lijntjes die God voor ons heeft uitgestippeld. Als we aarzelen of falen, komen we terecht in plan B, en zullen we nooit de vervulling ervaren die God voor ons bedoeld had. Een foute keuze van ons kan Gods plan in het water gooien. Bovendien is hij dan in ons teleurgesteld. We waren op de proef gesteld en we hebben gefaald. Deze manier van kijken naar Gods bedoelingen leidt tot frustratie. We halen bovendien wel eens Shakespeare aan, die gezegd zou hebben dat het wereld een toneel is en wij allemaal acteurs. En men zegt dan wel eens dat wij spelen voor een publiek van een enkel persoon: God. En hij is dan de criticus, die ons beoordeeld met rozen of tomaten, met een lovende recensie of boegeroep.
Hoe dan ook, zo lang we zo'n beeld hebben van God (als vivisector) en van het leven (als een levenslang ethisch experiment), zullen we nooit vrijheid kunnen ervaren.

Dat is in feite de achterliggende gedachte van de film 'The Box' (regisseur: Richard 'Donny Darko' Kelly). Het verhaal begint kort nadat in 1976 de Vicking-lander de eerste beelden van Mars heeft teruggestuurd. Voor de deur van het huis van de familie Lewis wordt een pakketje bezorgd. Het bevat een houten doos, met daarop een rode drukknop. De uitleg volgt de volgende dag, van de mysterieuze Arlington Steward (die de helft van zijn gezicht mist). Wanneer Norma Lewis op de knop drukt, krijgen zij en haar man Arthur een miljoen dollar. Maar ergens op de wereld zal iemand die zij niet kent, op dat moment sterven. Ze heeft 24 uur de tijd. Wat is de juiste keuze? Norma en Arthur kunnen het geld goed gebruiken, vooral omdat zij haar baan dreigt te verliezen. Maar ze zouden verantwoordelijk zijn voor de dood van iemand anders. Uiteindelijk wordt de knop natuurlijk ingedrukt. En daar begint het verhaal pas. De ene keuze leidt tot de andere, en de consequenties leiden uiteindelijk tot een andere keuze, die sterkt lijkt op die van Abraham. Ondertussen heeft Arthur aanwijzingen gevonden waaruit blijkt dat meneer Steward en zijn doosje een hoger doel zouden kunnen dienen ...

Allereerst: de film begint wat saai. Maar hij wordt steeds intrigerender en aangrijpender. De spanning wordt steeds verder opgevoerd. De aankleding van de film is mooi, een goed sfeerbeeld van de zeventiger jaren. Cameron Diaz is de grootste naam in de film, maar heeft eigenlijk niet veel te doen. James Marsden (Cyclops uit de X-men-films) is veel indrukwekkender. Het plot is niet zo makkelijk te volgen en heel wat onderdelen worden niet goed uitgelegd. Wie even op internet zoekt, vindt veel negatieve besprekingen. Maar ik vermoed (mede op basis van Donny Darko) dat mensen de film te snel onderschatten.
In deze film gebeurt niets zomaar, en ook over het einde is goed nagedacht. Het suggereert namelijk dat de hoofdpersonen een keuze hebben, maar de gebeurtenissen wijzen eerder op een deterministische visie: wat de hoofdpersonen kiezen, blijkt het gevolg te zijn van wat iemand anders op dat moment doet. Wij denken dat we vrij zijn om te kiezen, maar onze vrijheid is een illusie. Een commentator op de IMDB schrijft het beter dan ik het kan: "I propose that The Box is an ironic work because it offers the false choice of free will while revealing that we are trapped in many metaphorical boxes. You can only choose to be free at the expense of another's life, is that freedom? No, it is only another box because then you become trapped in the consequences of your own morality. There is no escape for us because we live on earth and that is another Box. This is precisely why the external beings in the film are ultimately antagonists. They demand we conform to moral standards which rob us of our freedom. We are turned into slaves in a sick game. The references to Jean Paul Sartre illustrate this point rather well. "You can only enter the final chamber free, or not free." Sure, but no matter the form in which we enter the chamber, it is a chamber nonetheless."
Eigenlijk is de doos met de knop niet anders dan enig welke beslissing we in ons leven ooit nemen. Want elke beslissing heeft gevolgen, die zich als tot in het oneindige uitbreiden en de levens van mensen beinvloeden ten goede of ten slechte. Mijn keuze om koffie uit een plastic bekertje te drinken leidt indirect tot een hoger gebruik van olie en dat leidde tot de ramp in de Golf van Mexico. Een onnadenkend woord kan iemand in een negatieve bui storten. De bananenschil die ik laat vallen, kan ertoe leiden dat iemand struikelt en zo voorts. Elke keuze kan ertoe leiden dat iemand die we niet kennen (of zelfs wel kennen) leeft of sterft. De enige reden dat we ooit nog enig welke keuze kunnen maken is dat we niet alle gevolgen van onze keuzes kennen. Anders zouden we tot in eeuwigheid in morele dilemma's verstrikt raken, want dit soort ketens van oorzaak en gevolg zijn tot in het oneindige door te trekken. (Dat suggereert ook deze film, waarbij de ene druk op de knop leidt tot gevolgen voor anderen, en weer voor anderen en ga zo door). Natuurlijk zijn er wetten die ons kunnen vertellen welke gevolgen een keuze heeft, en waarmee we rekening moeten houden. Net zo zijn er morele wetten, die ons vertellen wat goed en fout is. Wij geloven dat God die heeft ingesteld, om ons te laten weten hoe we moeten leven. Maar deze wetten kunnen ons nooit vrij maken. Hoe meer we ons eraan proberen te houden, hoe minder we daadwerkelijk durven handelen.

Het universum van The Box is in feite een heel mechanisch universum. Een handeling heeft een bepaald voorspelbaar gevolg en kan niet meer worden teruggedraaid. Het heelal is dus een soort machine, waarbij alle radertjes in elkaar grijpen. En in deze film wordt een individu, met een beperkte kennis, met zijn zwakheden en behoeftigheid, aan het bedieningspaneel van de machine gezet. Het is alsof je een kind achter het stuur laat zitten van een auto, waarvan het niet begrijpt hoe makkelijk je daarmee jezelf of anderen kunt laten verongelukken. Hetzelfde geldt voor het morele universum met zijn morele wetten: ook dat is een mechanische wereld. Het beeld van God als de vivisector komt hierbij om de hoek kijken: hij heeft de regels gemaakt, en kijkt nu hoe wij ons daaraan houden, alsof we ratten zijn die op een bepaalde knop in de kooi moeten drukken. Doen we het goed, dan krijgen we een voedingskorrel, doen we het fout, dan krijgen we een schok. En wij moeten maar hopen voor de test te slagen.
Maar ik geloof niet dat dit het universum is zoals de Bijbel dat beschrijft. Het heelal is geen gesloten systeem, waardoor we nooit meer zouden kunnen ontsnappen van de gevolgen van onze keuzes. Het is geen apparaat, waar God buiten staat. Wat wij zien als wetten, is een beschrijving van Gods consequente handelen. Het handelen van een persoonlijke God, die ervoor kan kiezen in de werkelijkheid in te grijpen. Hetzelfde geldt voor de morele wetten. Die zijn niet gegeven om ons voor een morele uitdaging te plaatsen, om ons te testen. Ze beschrijven het karakter van de persoonlijke God, zijn hart. Ze beschrijven het leven dat voor ons het beste is, niet een proefwerk waarvoor we moeten slagen. We worden niet geroepen om het leven te zien als een test, waarin we een goed cijfer moeten halen, of de goedkeuring van de 'wetenschapper' moeten verkrijgen. We mogen op God vertrouwen. Hij draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor wat er in het heelal gebeurt. Niet wij. Uiteindelijk zal het Gods wil zijn die zal geschieden, niet de onze. Dat is wat de term 'Het Koninkrijk van God' suggereert. En God neemt in die ontplooiing van zijn wil al onze keuzes mee. Ook de keuzes die wij niet konden overzien. En alle negatieve gevolgen van onze keuzes, al ons falen, al de schade die we bewust of onbewust aan anderen toebrachten, zullen worden verlost. Daarvoor heeft God zijn schepping al binnengedrongen. Hij was geen afstandelijke wetenschapper. Hij drong zelf het experiment binnen (heel onwetenschappelijk), om te zorgen voor een goede uitkomst. Het onderzoek is daardoor misschien niet betrouwbaar meer, maar daar ging het God niet om. Het ging hem om ons. Geen laboratoriumratten, maar zijn kinderen, zijn vrienden. Hij is geen Abraham, die zijn kind zou offeren voor een ideaal. Hij offerde zichzelf, zijn Zoon, (toch een beetje als Abraham), zodat wij nooit meer in zulke morele dilemma's terecht zouden hoeven komen. Zodat we vrij zouden zijn.

vrijdag 18 juni 2010

Liefde als basis

Afgelopen zondag was er bij ons in de kerk een doopdienst. Altijd mooie diensten, waar mensen laten zien dat ze bij Jezus willen horen. Maar dit keer bespeurde ik bij mezelf een gemengde reactie. In plaats van gewoon blij te zijn voor de mensen die zich lieten dopen (het waren er zeven), raakte ik in een piekerstemming en voelde ik mezelf tekortschieten. Elke dopeling vertelde namelijk voordat hij of zij het doopvont inging waarom hij/zij zich liet dopen, vaak gepaard gaande met het verhaal hoe men tot geloof is gekomen (een getuigenis, noemen wij dat in evangelisch jargon). Bij iedereen was het proces anders verlopen, dus had ook iedereen een ander getuigenis. Op zich is dat natuurlijk alleen maar goed: we zijn individuen en het zou wel heel vreemd zijn als iedereen precies dezelfde ervaring met God had. Nee, God is zo groot dat Hij ons allemaal kan liefhebben op de manier die precies bij ons past, op onze eigen wijze, anders dan voor die andere zes miljard mensen (of zijn het er al zeven?). Maar ik merkte dat ik mijn overtuigingen en mijn eigen ervaringen vergeleek met die van al die anderen, en dat ik daardoor negatief over mezelf ging denken. Een van de dopelingen was naar een evenement van tien dagen bidden en vasten geweest en vertelde dat hij daar God had ontmoet. Ik vond mezelf direct tekortschieten omdat ik nooit gevast heb (en omdat ik twijfels heb bij dit specifieke concept en degene die er leiding aan geeft). Iemand anders vertelde dat hij genezingen had gezien (een arm die zou zijn aangegroeid) en dat er bij hem demonen waren uitgedreven. Ik voelde me direct schuldig omdat ik ten opzichte van die zaken wat sceptisch ben. Was ik niet ongelovig? Schuilden er in mij boze geesten zonder dat ik het door had? En zo door. Uiteindelijk kwam ik niet in feeststemming uit de kerk, maar terneergeslagen.

Later had ik het er bij de koffie over met een vriend. Hij legde al snel de vinger op de zere plek: bij mij kan alles zomaar binnenkomen. Ik zal als iemand mij aanspreekt altijd afwegen of de ander niet misschien gelijk heeft. Ik zal nooit a priori weigeren te luisteren of te overwegen. Elk woord, elke overtuiging, maar ook elke beschuldiging en elke verplichting, neem ik serieus.
Dit heeft, volgens mijn vriend (en volgens mij) een hele goede kant. Ik ben kennelijk niet zo trots op mijn gelijk dat ik niet meer gecorrigeerd kan worden. Ik ben in staat om van mening te veranderen. Ik groei, ik ontwikkel. Mijn overtuigingen zijn niet statisch. (Ik geloof ook vast dat de waarheid zo groot is dat ik haar nooit volledig zal kunnen kennen, en dat mijn menselijke redeneervermogen niet volmaakt is (zelfs gevallen), zodat mijn conclusies op hun best benaderingen zijn van de realiteit en nooit onfeilbaar.) Als tiener heb ik ooit gebeden of God me nooit zo star wilde laten worden als de 'broeders' op de voorste rij bij ons in de kerk, die stug met de armen over elkaar zaten als iets hen niet beviel en die elke verandering en elk voortschrijdend inzicht met volkomen stelligheid afwezen. Dat gebed heeft God tot nu toe verhoord!
Maar tegelijk zit er een duidelijke negatieve kant aan. Een deel van mijn 'flexibiliteit' komt namelijk voort uit een negatief zelfbeeld, de gedachte dat mijn eigen overtuigingen en ervaringen altijd minder 'waar/oprecht/overtuigend' zijn dan die van anderen. Dat de conclusies waartoe ik na 33 jaar ben gekomen altijd minder met de waarheid te maken hebben dan die van anderen. Dat het oordeel van de ander over mij altijd betrouwbaarder is dan mijn eigen beeld van mezelf en mijn eigen anderen. Dat merk ik als op mijn werk iemand het niet eens is met een keuze die ik gemaakt heb, bijvoorbeeld over een coverfoto op het tijdschrift. Maar ik merkte het ook in India, waar ik aan mezelf ging twijfelen en meende dat ik toch weer bijbelstudie MOEST doen en MOEST bidden. Ik merkte het toen ik een boek las van theoloog N.T. Wright, en me direct weer schuldig voelde en begon te twijfelen of de liefde van God inderdaad wel onvoorwaardelijk was. Het minste of geringste kan mij afbrengen van mijn innerlijke vrede. Ik ben als de onmondige kinderen waarover Paulus spreekt, "die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen" (Efeze 4:14). Ik ben een speelbal van de golven, zoals die vriend het verwoordde, en dat is niet hoe ik wil zijn. Ik wil niet steeds opnieuw aan mezelf twijfelen. Ik zoek een anker.

Later diezelfde zondagmiddag zat ik in mijn eentje op mijn vaste plek bij de Coffee Company. Ik besloot hierover met God te praten. Dat klinkt heel zweverig en spiritueel, misschien. (Ik ben me ervan bewust dat niet iedereen op dezelfde manier met God omgaat en dat niet iedereen even veel van God ervaart. Mijn ervaringen zijn op geen enkele manier normatief. Ze zijn van mij. Als jij het anders ervaart, is dat helemaal goed!) Ik heb tegenwoordig de gewoonte om schrijvend te bidden. Ik schrijf in mijn aantekenboekje wat ik tegen God wil zeggen (en laat de woorden uit mijn hart 'naar boven' komen, in plaats van heel rationeel te denken over opbouw/structuur of iets dergelijks). Vervolgens wil ik God laten spreken. Dan probeer ik stil te zijn 'van binnen' en op te schrijven wat er in mijn gedachten komt. Vaak levert dat hele mooie dialogen op, waarbij ik duidelijk ervaar dat God een van de gesprekspartners is. Zo ook deze keer. Want God liet weten dat ik al veilig BEN. Ik ben al zeker. Ik sta al vast. Mijn twijfel en onzekerheid ontstaan doordat ik mijn ogen daarvoor sluit, doordat ik die waarheid niet waarneem. Maar of ik het zie of niet verandert niets aan wat waar IS. De enige reden dat ik nog door de golven heen en weer wordt bewogen, is dat ik nog niet accepteer dat ik al geankerd ben, dat ik ten diepste al stabiel ben en dat niets me van mijn plek in de omarming van God vandaan kan krijgen.
De bijbel maakt op heel wat plaatsen duidelijk dat de persoonlijke God de basis is van ons bestaan. Niet alleen in theorie, omdat Hij ons geschapen heeft, maar werkelijk, in elke vezel van ons leven. In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij, zei Paulus in Handelingen 17. "U omsluit mij, van achter en van voren, u legt uw hand op mij", schreef de Psalmist (in Psalm 139:5). "De eeuwige God is u een woning en onder u zijn eeuwige armen", wist Mozes (Deuteronomium 33:27). Dit is waar voor ieder mens die ooit heeft geleefd of ooit zal leven: hij of zij wordt elk moment van zijn of haar leven gedragen door de almachtige schepper. En omdat de Ik Ben die ons draagt liefde is, zijn we nu ook elk moment geliefd. Die liefde is gebaseerd op de natuur van de God die onze basis is, niet op iets wat wij doen of kunnen doen. Hij is niet van ons afhankelijk. Hij heeft ons niet nodig. Hij heeft onze woorden en daden niet nodig. We hoeven voor Hem niet te bidden. We hoeven voor Hem niet uit de bijbel te lezen. Hij heeft alles voor ons gedaan. Hij heeft (om in bijbelse termen te spreken) ons overgebracht uit het rijk van de duisternis naar het koninkrijk van zijn liefde, Hij heeft ons levend gemaakt met Christus en ons een plaats gegeven aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten. "Ons leven is met Christus verborgen in God", aldus Kolossenzen 3. Zijn liefde is volledig zijn eigen keuze, en daarom kunnen we erop vertrouwen.

En de liefde van God is niet maar een woord, niet een generalisatie. Het is de diepe, persoonlijke, overvloeiende liefde waarmee God de Vader houdt van God de Zoon, waarmee Hij houdt van de Heilige Geest, en waarmee de Zoon houdt van de Vader, en waarmee de Geest houdt van de Zoon. Het is de intieme, onvoorwaardelijke relatie waarmee de personen van de drie-eenheid elkaar liefhebben. Dat blijkt uit Johannes 17, waar Jezus in zijn gebed tegen God stelt "dat u hen liefhad zoals u mij liefhad." En hij bidt "dat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen." God accepteert ons niet alleen in zijn aanwezigheid, nee, hij houdt net zo veel als hij houdt van zijn enige zoon, Jezus, zelf. We zijn, elk van ons afzonderlijk, zijn oogappel, zijn troetelkind, zijn alles. Het populaire boek The Shack (een aanrader) laat het God zo zeggen, tegen elk karakter afzonderlijk: "I am especially fond of you." (De Nederlandse versie geeft dit weer als 'Ik hou heel veel van je', maar dat heeft niet dezelfde lading, vind ik). Zonder dat wij er iets voor hoeven, of zelf maar kunnen doen, en zonder dat wij het ongedaan kunnen maken, is God stapelgek op ons. Net zo als hij stapelgek is op zijn Zoon, Jezus. Zijn liefde voor zijn Zoon is niet van ons afhankelijk, daar kunnen wij niets aan veranderen, en dus ook niet zijn liefde voor ons. Dit is dus iets waarvan we zeker kunnen zijn.
Het enige dat ons nog te doen staat, is om deze realiteit te accepteren. Om niet te blijven doen alsof we niet geliefd zijn, alsof Gods liefde voor ons van onszelf afhankelijk is. Om onze ogen te openen voor de realiteit. Als we dat doen, zullen we volgens Efeze geworteld en gegrondvest blijven in de liefde (3:17). Dit is wat geloven in feite is: vertrouwen op de diepste werkelijkheid, hoe de golven ook tegen je aanbeuken, en welke winden ook aan je rukken, en hoe overtuigend/veroordelend/minachtend/stellig woorden van anderen ook zijn. Zoals Paulus zegt in Romeinen 8:38 "Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer."

Terwijl ik naar God aan het luisteren was, zag ik een beeld voor ogen. Niet een groots visioen en geen 'out of body'-experience. Niet heel bijzonder. Maar ik zag een 'plaatje', een scene, van een standbeeld dat door een takel op zijn sokkel wordt neergelaten. Het lijkt misschien even te wankelen, maar dan valt het op zijn plek en staat het stevig. En dan kan niets het meer uit evenwicht brengen, zelfs de sterkste wind niet. (Omdat ik niet aan standbeelden dacht op dat moment, geloof ik dat God me dit liet zien.) Ik paste het toe op mezelf: ik mag mezelf laten zakken op de 'sokkel' en dan zal ik stevig staan. De sokkel is de liefde van God, geopenbaard in Jezus. Hierdoor hoef ik niet meer te twijfelen. Als ik sta op deze basis, zal niets me meer van mijn plek krijgen. Dat is wat het betekent om 'gegrondvest' te zijn.
Maar het beeld van 'geworteld' te zijn hoort er ook bij. Ik wil immers niet statisch blijven. Ik wil niet star worden. Ik wil me blijven ontwikkelen: mijn persoonlijkheid, mijn overtuigingen, mijn karakter. En dat kan als je geworteld bent. Een plant kan pas echt groeien als hij zijn wortels stevig in de bodem heeft vastzitten. Pas als ik door mijn wortels ben vastgehecht aan de ondergrond van Gods liefde, als ik me daardoor laat voeden, als ik daar mijn kracht en motivatie aan onthaal, kan ik alles wat anderen me zeggen, al hun commentaar en inschattingen, op waarde gaan schatten. Wat ervan waar is en overeenstemt met Gods liefde, kan ik in mijn leven toepassen. Daardoor kan ik me laten corrigeren en me laten toetsen en dan zal ik gaan groeien. Wat niet overeenkomt met de waarheid dat God net zo veel van me houdt als van Jezus, kan ik links laten liggen. Zo wordt ik uiteindelijk hoe God mij bedoeld heeft. Iemand die zelf ook met volle overgave andere mensen lief heeft, zoals hij zichzelf liefheeft. Een stevige boom. Geen speelbal op de golven meer.
(Foto van hier).

De schoonheid van Utrecht

Gisteren was ik in Utrecht met een medetwitteraar (of 'tweep' zoals wij dat in de twitterwereld zeggen. Dat heeft namelijk minder letters, dus je houdt meer over voor andere woorden in de 140 karakters die je tot je beschikking hebt. Het zal duidelijk zijn, het medium 'twitter' leent zich niet voor mijn gebruikelijke manier van communiceren, die vaak wat breedsprakiger is en gebruik maakt van woorden met vier of meer lettergrepen (zoals het woord lettergrepen) en waarbij ik probeer zo lang mogelijke, grammaticaal correcte volzinnen te formuleren om zo weinig mogelijk aan werkelijke betekenis over te dragen) om aan de grachten een hapje te eten bij een pizzeria en te praten. Daar gaat dit bericht echter niet over. Een maand eerder was ik ook in Utrecht en toen maakte ik de volgende foto's. Voor wie kijkt is er in de stad best wat moois te vinden.
En deze foto nam ik laatst op een zaterdagmorgen. Later bleek dat mensen die aan de kust woonden de hele dag in de mist hadden gezeten, terwijl bij ons de zon scheen. De koude watertemperatuur in combinatie met de warme zon boven land, leidde tot bizarre weerfenomenen.

donderdag 17 juni 2010

warmbloedige zeereptielen, terug naar Narnia en onze motivatie

We weten al langer dat veel dinosaurussen warmbloedig waren, net als zoogdieren en vogels. Nu blijkt hetzelfde te gelden voor verschillende zeereptielen, zoals de plesiosaurussen en ichthyosaurussen. Omdat deze zelf hun eigen lichaam warm konden houden, waren ze waarschijnlijk actieve zwemmers, die bovendien ook in koelere regionen konden aarden, eigenlijk net als de hedendaagse walvissen.

Normaal zou ik niet snel een trailer van een computerspel plaatsen, maar deze is wel erg cool: The Force Unleashed II. Alsof je een nieuwe Star Wars-film kijkt!

Over belangrijke trailers gesproken: hier is die voor de derde Narnia film: The voyage of the Dawn Treader. Wat de witte heks er in doet weet ik niet, of de beelden van Peter en Susan, maar in elk geval ziet het schip er goed uit, en varen Edmund en Lucy met Reepicheep naar het einde van de wereld. Ik ben benieuwd.

Weer een paar voorbeelden van de creativiteit die op internet te vinden zijn: zo vragen sommige mensen zich af hoe films eruit zouden hebben gezien als ze een paar decennia eerder zouden zijn gemaakt. Total Film geeft de beste tien 'pre-makes'. Met onder andere Indiana Jones, Star Wars en The Darjeeling Limited.

Dit zag ik niet aankomen: een samenwerking tussen Terry Pratchett (van de ongeëvenaard grappige, maar toch ook serieuze Discworldserie) en Stephen Baxter (van de boeiende harde science fiction).

Een schaakspel van lego, maar volledig geautomatiseerd ...

Een interessante video over motivatie: mooi getekend, niet saai, en overtuigend. Een hogere beloning motiveert ons niet, sterker nog, hoe hoger de beloning hoe slechter we presteren. Daarom zouden bedrijven hun werknemers niet moeten behandelen als werkpaarden, maar als mensen, die worden gedreven door een verlangen naar autonomie, naar 'mastery', en naar zingeving/een doel. Deze video zouden ze op mijn werk eens moeten bekijken.  

Uit het archief van de Internetmonk: een blik op het verborgen welvaartsevangelie. We verwachten misschien niet dat God ons een jacht of een tweede huis geeft als we maar genoeg bidden, maar wel dat ons grote problemen, twijfel en verdriet gespaard blijven. "The “real prosperity” gospel especially appeals to the idea that the church is fixing things, people and situations. In this kind of thinking the church has a repository of wisdom and power that can actually cause us to live in a different world than our neighbors, a world with different rules and a different outcome to the usual situations."

Oh, en het boek van de Internetmonk 'Mere Churchianity' is uitgekomen. Deze ga ik lezen. Uit een review: "iMonk argues that this religion of “being a good Christian” is a far cry from the disruptive, disturbing adventure of being Jesus’ disciple. It’s time to get real!"

maandag 14 juni 2010

Spider-Man en de gerechtigheid

Goed, ik had inderdaad niet de intentie door de weeks lange, serieuze overdenkingen te plaatsen, maar mijn gedachten over gerechtigheid naar aanleiding van de film The Lovely Bones verdienden een aparte blog. Ook omdat ik er niet over kan schrijven zonder belangrijke elementen van het plot uit de doeken te doen. Daarom dat ik het thema liever behandel naar aanleiding van een stripverhaal dat ik onlangs heb gelezen. Dat volgt namelijk een vergelijkbaar plot. Het gaat om een van de belangrijkste verhalen uit de geschiedenis van superheld Spider-man, namelijk het verhaal over de dood van Gwen Stacy: 'The night Gwen Stacy died'. Dit was voor het eerst dat ik dit verhaal las, nadat ik in talloze stripverhalen verwijzingen ernaar was tegengekomen. Het bleek ondanks dat de grote lijnen bij mij wel bekend waren, toch nog aangrijpend, vooral omdat ik door het lezen van de voorgaande delen meeleefde met de superheld Spider-Man. Stacy is de vriendin van Spider-Mans alter ego Peter Parker, zijn grootste liefde, die door schade en schande heen haast hem is blijven staan. Helaas kent Spider-Mans aartsvijand, de Green Goblin, zijn ware identiteit. Deze superschurk geeft alleen om zichzelf. Hij wil (zoals bijna alle superschurken) de absolute macht. En hij wil daarom een einde maken aan het leven van degene die hem in de weg staat: Spider-Man. En om dat te doen kidnapt hij eerst diens vriendin. De onschuldige Gwen komt om het leven, en Spider-Man is razend. Hij zweert dat hij gerechtigheid zal laten geschieden. De Green Goblin moet sterven. Dus zoekt hij zijn vijand op en beult hem af. Maar voor hij hem dood kan slaan, komt hij tot zichzelf. Hij wil niet zelf een moordenaar worden. Hij wil niet leven volgens het principe 'oog om oog, tand om tand'. Hij wil zo goed en zo kwaad als dat kan de ander liefhebben. En dat wil hier zeggen: hem overleveren aan de politie. Maar de schurk weigert deze 'liefde die moed vraagt' te aanvaarden, en doet een laatste poging Spider-Man te doden. Maar die weet het wapen te ontwijken en de Green Goblin spietst zichzelf. (Het stripboek bevat hier een verwijzing naar het kruis). Omdat de Goblin de vergeving niet wilde aannemen, maar vasthield aan zijn zelfzuchtige manier van leven, kreeg hij wat hij verdiende, de dood. Een hemelse gerechtigheid, zou je kunnen zeggen.
Zoiets gebeurt ook in The Lovely Bones. De boodschap lijkt te zijn dat wij niet zelf de gerechtigheid in eigen hand moeten nemen, maar dat wij ons altijd moeten laten leiden door de liefde. Maar dat wie die vergeving niet accepteert, wie zich niet laat liefhebben, uiteindelijk ooit zijn verdiende loon niet zal ontlopen. Dat er gerechtigheid zal geschieden.

Dit is een belangrijk thema. Al mijn gedachten over de onvoorwaardelijke liefde van God, de bodem onder ons bestaan, sluiten namelijk niet het kwaad uit. Dat is nu eenmaal pijnlijke realiteit. We hebben niet een film over een seriemoordenaar nodig om dat te beseffen. Een blik in de krant of het nieuws op televisie volstaat. Een 'happy clappy' theologie die niet rekenschap geeft van de ernst van het kwaad, is in strijd met de werkelijkheid en dus niet correct. Ook 1 Johannes, waarover ik eerder schreef, erkent dat er mensen zijn die niet liefhebben, die zich afsluiten voor de liefde van God en andere mensen alleen willen gebruiken voor het bevredigen van hun eigen zelfzuchtige verlangens. "Wie niet liefheeft blijft in de dood. Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar, en u weet dat een moordenaar het eeuwige leven niet blijvend in zich heeft." (3:14,15) Dat willen we liever niet horen, want we zijn ons er allemaal van bewust dat we niet altijd liefhebben zoals God ons liefheeft, dat we kiezen voor ons eigen belang boven dat van anderen, en dat gevoelens van afkeer of haat ook ons niet onbekend zijn. We zijn allemaal op momenten zelfzuchtig. Dat is het diepste kenmerk van de zonde, zoals die beschreven wordt in Genesis 3: de mens die besluit dat hij met zijn eigen kracht kan voorzien in zijn eigen belangen, die de vervulling van zijn eigen verlangens plaatst boven het welzijn van anderen. Dit is het tegenovergestelde van liefde, die zich uit eigen beweging wil overgeven aan anderen. Het leidt er namelijk toe dat anderen worden gebruikt om de eigen lusten te bevredigen, dat de grenzen van anderen worden overschreden om de eigen macht te vergroten, dat de ander niet krijgt wat hem toekomt omdat men zelf meer wil hebben. Het zoekt niet het beste voor de ander, maar leidt tot verdriet, pijn en dood, precies zoals in de film en het stripverhaal. En daarom stelt 1 Korintiers 13: 'De liefde verheugt zich niet in de onrechtvaardigheid' (over dit aspect van Gods liefde heb ik vorig jaar ook al geschreven). God, die alleen maar liefde is, heeft een afkeer van liefdeloosheid. Zijn licht, kan de haat, het kwaad, de duisternis niet verdragen. Het staat diametraal (oooh ... mooi woord) tegenover zijn karakter. En hij zal er uiteindelijk mee afrekenen. Dat moet hij wel, omdat hij liefde is. Hij kan het kwaad uiteindelijk niet voort laten bestaan.
Maar omdat Hij liefde is, heeft hij ervoor gekozen zichzelf te vereenzelvigen met ons kwaad, onze duisternis, onze haat en zelfzucht. Hij is mens geworden, om zich een te maken met al dat kwaad, het tot in het diepst van zijn ziel te ervaren en het zo uit te wissen. Op het kruis kwamen al onze zelfzuchtige keuzes in de persoon van Jezus in contact met het vuur van Gods liefde (dat wij vaak omschrijven als Gods oordeel), en er bleef niets meer van over. Wie verlangt naar Gods liefde, heeft geen reden meer om bang te zijn dat hij niet aanvaard zou worden. "De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf" (1 Johannes 4:18). Van straf is bij God simpelweg geen sprake meer. Hij steekt zijn hand naar ons uit. Hij neemt het initiatief de relatie te herstellen.
Maar wie zich niet door God wil laten liefhebben, wie zich daarvoor afsluit, heeft het eeuwige leven niet blijvend in zich, waarschuwt Johannes. Hij blijft namelijk uit eigen keuze gescheiden van de liefde van God, en dat is in feite het oordeel. Dit is wat Jezus en de Bijbelschrijvers bedoelen als ze spreken over de hel. Want te kiezen tegen de liefde, te kiezen tegen het geschenk van God, is kiezen voor de dood. Zo ernstig is het dus wel. Er staat heel wat op het spel. Want als je gescheiden bent van Gods leven, ben je ten diepste dood. Dit is het lot dat iedereen treft die zichzelf op de eerste plek blijft stellen, en niet reageert op het onvoorwaardelijke aanbod van God. Er zal gerechtigheid gebeuren.

En dat betekent dat wij het recht niet in eigen hand hoeven nemen. Veel 'wraakfilms' eindigen ermee dat Mel Gibson (die heeft er een handje van) de schurk op een bloedige wijze van het leven beroofd. Maar wie dat doet, wie toegeeft aan zijn haat, wie wraak neemt, speelt voor God. Hij kiest er net zo goed voor om met zijn eigen kracht te voorzien in zijn eigen belangen, en om de vervulling van zijn verlangen te plaatsen boven het belang van anderen. Hij zet zichzelf op de eerste plek. Hij wil als God zijn. Hij zoekt niet het beste voor de ander, maar alleen voor zichzelf. En zo wordt hij precies als degene die hem had pijn gedaan. Hij is geen haar beter. Hij is net zo zeer gescheiden van de liefde van God, net zo dood. (Behalve als hij oprecht de uitgestoken hand van God wil aannemen, zich wil laten liefhebben, want de onvoorwaardelijke liefde van God accepteert ook mensen die het recht in eigen handen wilden nemen. Ook daarvoor is Jezus gekomen).
De bijbel roept ons op tot het onmogelijke: het liefhebben van onze vijanden. De enige manier waarop dat kan is als we geloven in de liefde van God, die zich niet verheugt over de ongerechtigheid. Het geloof in de volmaakte liefde van God is wat ons in staat stelt zelfs moordenaars en verkrachters lief te hebben. Want de volmaakte liefde van God kan moord en verkrachting niet verdragen, kan het niet door de vingers zien. In het licht van God kan geen duisternis zijn. Er moet dus gerechtigheid geschieden. En dat is gebeurd op het kruis. Voor elk kwaad, elke zelfzuchtige keuze, is gerechtigheid geschied. En wie die volmaakte liefde van God niet aanneemt, wie zich niet wil laten liefhebben, zal niet aan de gerechtigheid ontsnappen. Dat is de basis voor onze liefde.

Dichter Asaf is in Psalm 73 jaloers op het geluk van de mensen die kwaad deden. Hij zag dat ze mensen pijn deden en uitbuitten, en dat ze zelf genoten van lekker eten en drinken. En gelukkig stierven. Hij raakte erdoor verbitterd, als een redeloos dier. En stond kennelijk op het punt als zij te worden: door zelf ook een loopje te gaan nemen met het recht, door wraak te nemen, of zelf ook anderen te kwetsen, door 'verraad te plegen aan Gods kinderen'. "Tot ik Gods heiligdom binnenging
en mij hun einde voor ogen bracht ... Ze zijn als een nachtmerrie na het ontwaken, Heer,
bij het opstaan verjaagt u ze als beelden uit een droom." Hij weet dat het kwaad niet door de vingers wordt gezien door Gods liefde. En dus hoeft hij niet anderen om het leven te brengen, of zich zelf boven anderen te verheffen, maar kan hij zich eenvoudig door God laten liefhebben. "Wie buiten u heb ik in de hemel? Naast u wens ik geen ander op aarde. Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam,
de rots van mijn bestaan, al wat ik heb, is God, nu en altijd."
Het wereldbeeld van Spider-Man, en het verhaal van The Lovely Bones, is dus in feite een christelijk wereldbeeld, waarin God de rechtvaardige is en mensen dus in staat kunnen zijn om zelfs hun vijanden lief te hebben.

zondag 13 juni 2010

Filmbespreking: The Lovely Bones

Tja, het is wel heel wat anders dan The Lord of the Rings he? Geen orks, geen belegerde steden, geen gigantische strijdolifanten en geen strijdende tovenaars. En King Kong is het ook niet, want dan zouden er meer dinosaurussen in hebben moeten zitten. Toch is The Lovely Bones een film van Peter Jackson. Ja die. Dezelfde van die andere films. Tja, goede regisseurs kunnen meerdere soorten verhalen vertellen. En wie goed kijkt, ziet de hand van deze Nieuw-Zeelandse filmmaker wel degelijk terug. In de met oog voor detail weergegeven andere tijdsperiode (in deze films de jaren '70 van de vorige eeuw, compleet met jaren '70 cover van Lord of the Rings - leuke knipoog). In de zenuwslopende spanning die hij weet op te roepen, door het gebruik van suggestie, niet alleen in het begin, maar ook bij een inbraak aan het eind van de film. In het gebruik van computereffecten (waarvoor Jackson veel kritiek heeft gekregen wat deze film betreft en misschien wel terecht. Sommige beelden waren iets te veel van het goede en pasten niet goed bij het aspect van het intieme karakter-drama van andere scenes). En natuurlijk in het gebruik van Nieuw-Zeelandse locaties. Ik meende er een uit zijn eerdere trilogie te ontdekken, en zag ook een locatie terug uit Prince Caspian, de tweede Narnia-film.
We wisten al dat Jackson ook gevoelige interacties tussen zijn hoofdpersonen kan vastleggen - in de trilogie zaten ook prachtige dialogen en momenten van verbinding tussen karakters. Dat doet hij hier ook, geholpen door goed spel van de acteurs. Saoirse Ronan, die de hoofdpersoon speelt, is heel sympathiek en komt geloofwaardig over. Mark Wahlberg speelt een gekwelde vader. Rachel Weisz hoeft niet echt veel te doen in de film, maar blijft wel een van de knapste en beste actrices van deze tijd. En Stanley Tucci zet als George Harvey knap iemand neer met twee gezichten: de invoelende buurman en de psychopaat die zich volledig heeft overgegeven aan zijn moorddadige lusten. En Susan Sarandon als kettingrokende grootmoeder zorgt voor wat 'comic relief'. Helaas werkt het centrale gegeven van de film niet zo goed als zou moeten, en gaat een deel van de tranentrekkende potentie van de film verloren. Ik had verwacht dat het verhaal me meer in mijn gevoel zou raken, maar dat bleef uit (en hetzelfde lees ik op internet van andere kijkers). Ondanks de mooie beelden, is het dus niet een film die ik veel vaker zal zien.

Goed, dan hebben we dat uit de weg, want het doel van deze blog is niet in de eerste plaats films te bespreken op hun artistieke prestaties, maar op elementen die mij aanzetten tot diepere gedachten. Het verhaal begint met Susie Salmon ('like the fish'), een meisje van veertien, net verliefd, met een passie voor fotografie, en een liefhebbende familie. Haar situatie lijkt paradijselijk, maar we leven in een gevallen wereld, en dat blijkt ook hier. Een buurman raakt door haar geobsedeerd en brengt een duivels plan ten uitvoer. Op een avond komt Susie dus niet thuis van school. Later wordt alleen haar muts teruggevonden en een heleboel bloed. Haar vader richt zich monomaan op het vinden van de moordenaar. Haar moeder verliest zichzelf in haar verdriet. En Susie vindt zichzelf terug in de tussenwereld. Nee, niet de hemel. Ze kan haar Aardse leven namelijk nog niet achter laten, heeft zich niet verzoend met het gewelddadige einde van haar leven. En vanuit deze tussenwereld kijkt ze toe hoe haar zusje de liefde ontdekt, hoe haar vader en moeder uit elkaar groeien en hoe meneer Harvey een nieuw slachtoffer uitkiest, die hetzelfde lot moet ondergaan.

Laat ik beginnen met de weergave van het leven na de dood. Ik ben altijd blij met beelden die iets anders suggereren dan de standaard witte wolken, harpen en engelenvleugels, of de grote troonzaal waar niets anders gebeurd dan zingen. Maar hoewel Peter Jackson prachtige beelden oproept van een voortdurend veranderend landschap, van natuurlijke schoonheid en de vervulling van onze verlangens, mist er iets in deze weergave. Nu is het natuurlijk niet de hemel zelf die in beeld wordt gebracht. En de symbolen die worden gebruikt om de emoties van de hoofdpersoon weer te geven zijn indrukwekkend. Maar in dit visioen ontbreekt het een en ander. Dit is de hemel als speeltuin. 'My own perfect world', zegt Susie. Een plek die totaal wordt gevormd uit haar eigen verlangens en fantasieën. Maar dat is niet werkelijk een hemel waar we naar kunnen verlangen. Ten eerste: als de hemel, het leven na de dood, een vervulling zou betekenen van mijn huidige verlangens, zou het een banale plek zijn. Ik wil geen aanstoot geven aan moslims, maar hun voorstelling van het paradijs, letterlijk een plek van jonge maagden, wijn en lekker eten tot in eeuwigheid, komt op mij weinig vervullend over. Is dit echt het enige dat we verlangen? Zou je daar eigenlijk niet moe van worden? Al deze aardse dingen zullen ons uiteindelijk gaan vervelen. Zelf die 72 maagden zou je als man (ik weet niet wat de koran aan vrouwen belooft) zou je na een jaartje of tienduizend toch wel een beetje saai gaan vinden. Ik geloof dat we eigenlijk verlangen naar iets veel groters dan dit! C.S. Lewis heeft wel eens gezegd dat Aardse schoonheid en vreugde niet genoeg kunnen zijn. Want onze 'sehnsucht', dat diepe pijnlijke gevoel van verlangen dat in ons wordt opgewekt door de natuur, een gedicht, een herinnering, verdwijnt als we hebben gevonden wat we dachten te zoeken, en we blijven leeg achter, niet vervuld door seks, schoonheid, eten, drinken of wat het ook was dat we dachten nodig te hebben. Nee, al die dingen zijn slechts aanwijsborden, wegwijzers, die wijzen naar iets dat boven onze menselijke ervaring uitstijgt. Ze zijn niet de vervulling van het verlangen zelf. Ze wekken het alleen maar op, zonder het zelf te vervullen. Uiteindelijk kan ons diepe verlangen namelijk alleen worden vervuld door relaties, en wel door de relatie met God, de bron van alle schoonheid, liefde en leven. Hij is degene naar wie wij eigenlijk verlangen. We zijn geschapen voor een plek in de liefdevolle dans van de drie-eenheid en niets minder kan ons bevredigen. Het gat in ons hart dat we zoeken te vullen heeft, zoals Augustinus schijnt te hebben gezegd, de vorm van God. En ons hart is onrustig tot het rust vindt in Hem. En uit Hem komt alles voort dat we begeren, alle schoonheid, blijdschap, extase en vreugde. Zelfs het lekkere eten en drinken (waar ook de bijbel naar verwijst). Want Hij heeft alles geschapen waar we nu naar verlangen, en zal deze schepping ook herstellen. We zullen voor eeuwig leven op een nieuwe Aarde onder een nieuwe Hemel, waar God voor altijd onder ons en met ons aanwezig is.
En dus ten tweede: dit is een hemel zonder God. Er wordt zelfs niet aan het bestaan van God gerefereerd. Hij is kennelijk niet nodig. Maar een hemel zonder Gods aanwezigheid, zonder op zijn minst een verwijzing naar degene die het ultieme einddoel is van ons verlangen, van ons leven, is opmerkelijk leeg. Nee, dan het land van Aslan, dat Lewis beschrijft, waar de grote Leeuw zelf zijn geliefden voorgaat 'verder omhoog en dieper naar binnen'. Of de haven van Valinor, Tol Eressea, een land van groene heuvels onder een snelle zonsopkomst ...

Op het gebied van speculatie over het leven na de dood schiet deze film mijns inziens dus tekort. Maar waarin deze film wel goed is, is in de weergave van het kwaad. En de uiteindelijke gerechtigheid. Maar dat is een onderwerp voor een volgend bericht.