zaterdag 30 april 2011

Taaie mieren en bacterien, reusachtige schildpadden, Harry Potter, kerk en hel

Een illustratie van Planet Pulp - waar kunstenaars zich uitleven op sf en fantasy.

Een mier in z'n eentje zinkt. Maar met tientallen tot duizenden tegelijk vormen mieren een drijvende massa, die zelfs niet onder water te duwen is (of met veel moeite). 

Bacteriën overleven bij een zwaartekracht 400.000 keer groter dan die van de Aarde - en groeien zelfs onder die omstandigheden. Dat betekent dat er leven zou kunnen gedijen op zware planeten, zelfs in de diepere lagen van gasplaneten als Jupiter en Saturnus!

Over zware planeten gesproken: de diameter van deze planeet is 60 procent groter dan die van de Aarde, maar de planeet is wel acht maal zo zwaar. Dat wil zeggen dat de dichtheid van deze planeet in de buurt komt van die van lood! Hij draait ook in een baan heel dicht rond zijn ster, zodat zijn jaar maar achttien uur lang is.

Bestonden er matamata's (bijtschildpadden) van meer dan vier meter lang? Waarschijnlijk niet, hoewel zo'n schildpad van twee en een halve meter ook indrukwekkend zou zijn! Ik ontdekte wel dat de grootste schildpad aller tijden waarschijnlijk niet zeeschildpad Archelon was, maar Stupendemys, die 'maar' 20 miljoen jaar geleden leefde in Zuid-Amerika.

Als je erg moe bent, schakelen je hersenen hersencellen uit - een deel van je hersenen slaapt dus al. Dat verklaart mogelijk fenomenen als slaapwandelen en het feit dat je meer fouten gaat maken als je moe bent. 

Zoek een bekende stripfiguur in de trailer voor 'De Kat van de Rabbijn'.

Een nieuwe trailer voor X-Men First Class. Ziet er spannend uit, met een interessante jaren zestig-sfeer. De trailer voor de laatste Harry Potter-film is ook erg spectaculair. Ik ben erg benieuwd. Ik ga hem zeker kijken!

Prachtig! De teaser voor een retroversie van The War of the Worlds - compleet met stop motion animatie!

Een beschrijving van een bijeenkomst van de Anonieme Alcoholisten vergelijkt die met de kerk: "The overwhelming feeling that I’ve gotten from most of the religious services I’ve attended is that none of this has to do with anything other than itself. But this time, instead of pulpit abstractions about “faith” and “service,” or vague ideas about attaining some future blessed state, what I saw were people fighting for their lives—right here, right now. Meeting, as in business meeting, is a good word for it: there was no room for anything but the most concretely practical considerations—that is, the most authentically personal ones."

Een mooie bespreking van Rob Bell's boek Love Wins stelt dat het Eeuwige leven niet een ander leven is dan het leven dat God nu voor ons bedoeld heeft. “If you wasted this life, why wouldn’t you waste the afterlife? Life in the age to come is as inescapably social and ethically laden as this one, only moreso. “What you believe about the future shapes, informs, and determines how you live now.” The question of inheriting the coming world can’t be evangelically distinguished from the question of what we’re up to now, because here is the new there: How we think about heaven directly affects how we understand what we do with our days and energies now, in this age.”

vrijdag 29 april 2011

Boekbespreking: Het Jezusmanifest

Ik liep van de week op station Rotterdam nietsvermoedend de trap af, op weg naar de volgende trein, die richting Utrecht. Het was kwart voor acht, en ik moest mijn eerste kop koffie nog halen bij de Kiosk. Het ene gratis krantje dat ik nog niet had uitgelezen, hield ik onder mijn arm geklemd. Toen bleef ik opeens als aan de grond genageld staan. Ik zag namelijk recht tegenover me een groot billboard tegen het grijze beton van de tunnel. In zichzelf was die niet zo schokkend - goud bruin, met grote letters. Maar om die letters ging het nu. Die spelden namelijk de volgende boodschap: “Dag des Oordeels 21 mei 2011” En daarbij in een opvallende cirkel: “De bijbel garandeert het!” En de boodschap: “Roep sterk tot God.” De afzender was een of andere organisatie genaamd ‘Familyradio’. Twee billboards met deze boodschap hingen naast elkaar. Nu wist ik wel (omdat ik nogal eens wat lees op het internet) dat een Amerikaanse evangelist, ene meneer Camping, uit de bijbel zou hebben berekend dat het einde der tijden op 21 mei zou aanbreken, en dat er heel wat mensen waren die dat geloofden (dom van ze, want dezelfde man had tien jaar geleden ook al voorspeld dat Christus zou terugkeren, en toen was het ook niet gebeurd). Ik had echter geleefd in de veronderstelling dat het een puur Amerikaans fenomeen was - daar zitten wel meer religieuze extremisten. Nu werd ik ruw uit de droom wakker geschud: dit ‘goede nieuws’ had dus ook Nederland bereikt. En ‘goed nieuws’ staat natuurlijk bewust tussen aanhalingstekens. Want het is alles behalve dat. Het is anti-reclame voor de kerk en het christelijk geloof. Sterke anti-reclame zelfs.
Lezers van deze blog weten dat mijn verbinding met de traditionele georganiseerde kerk al wat losser is geworden, maar uitingen als deze zijn de doodsteek voor mijn betrokkenheid bij het evangelicalisme. Als dit het christendom is, wil ik er niet mee geassocieerd worden. Deze posters maken een belachelijke (Amerikaanse) parodie van het christelijk geloof. Zeer waarschijnlijk gebeurt er namelijk op 21 mei aanstaande helemaal niets. Dat baseer ik niet eens op de heel vergezochte rekenmethodes van meneer Camping, die uitgaat van een geschatte datum van de zondvloed aan de hand van geslachtsregisters. Voor zijn berekening moet je wel heel veel aannames doen, om te beginnen de aanname dat Genesis 1 tot 10 letterlijke geschiedschrijving zijn en de daarin beschreven gebeurtenissen tot de dag nauwkeurig te dateren zijn. En de aanname dat God houdt van ronde getallen en de wereld dus 7000 jaar na de zondvloed tot een einde zal brengen, geen dag later of eerder. Ik baseer mijn zekerheid dat er naar alle waarschijnlijkheid niets gebeurt op de woorden van Jezus zelf, die zei dat niemand weet wanneer de dag en het uur van zijn wederkomst zullen zijn, zelfs Hij niet. Hij verzekerde zijn toehoorders meermalen dat de komst van het Koninkrijk onverwachts zou zijn, als een dief in de nacht, of als een bliksem die de hemel doorklieft. De uitspraak dat de bijbel Jezus’ terugkomst op 21 mei garandeert raakt dus kant noch wal - als de bijbel iets garandeert, is het dat we niet kunnen weten wanneer de dag des oordeels aanbreekt. De bijbel garandeert dat het hoogmoed is om als mens te proberen dat uit te rekenen.
Maar er is nog iets ergers mis met de boodschap van deze billboards. Het is er een van angst: de zondige ongelovigen moeten bang worden voor de ‘Dag des oordeels’ (let op het ouderwetse taalgebruik!) - dan wordt wie niet precies het juiste gelooft immers in de poel van vuur gegooid - en is er geen kans meer je te bekeren. De heidenen hebben nog minder dan een maand de tijd om hun leven te beteren, door ‘sterk tot God te roepen’ (vast een vertaling van iets Amerikaans, want ik heb geen flauw idee wat deze uitdrukking betekent). Angst voor vuur, voor veroordeling, voor afwijzing, wordt gebruikt om mensen naar de kerk te brengen - zoals men vroeger mensen doopte met het zwaard op de keel. Maar angst is een slechte motivatie - het leidt nooit tot echte verandering, alleen tot uiterlijke gelijkvormigheid. Angst ontneemt mensen hun vrijheid - het brengt mensen in de macht van religieuze of politieke overheersers, het maakt ze onzeker, vernietigt hun gevoel van eigenwaarde en ontrooft ze van hun levensgeluk. Dit is niet de boodschap van de bijbel, die laat zien dat God mensen juist wil bevrijden van de angst. Dat hij met zijn ware liefde de angst wil uitdrijven, en de mensen wil verlossen die hun leven lang gebukt gaan onder angst voor de dood. Een boodschap van angst is niet een boodschap van de God die liefde IS. De makers van deze posters spreken dan ook niet namens God.
Dat blijkt ook uit het feit dat op het hele billboard met geen woord wordt gerept over wat de kern is van het christelijke geloof, van de boodschap van de kerk door de eeuwen heen, en het hart van de bijbel - dat is: Jezus. Volgens de posters is de bijbel een soort puzzelboek, waar je als je de juiste uitlegkundige sleutel gebruikt, de toekomst uit kunt afleiden. Maar zelfs al zou het legitiem zijn de bijbel zo te gebruiken, dan zou de toekomstvoorspelling nog slechts een subthema zijn van de bijbel, van ondergeschikt belang. Zelfs al zou Jezus niet hebben gezegd dat zijn discipelen niet bezorgd moesten zijn over het einde - ze zouden horen van oorlogen en geruchten van oorlogen, maar die zouden zelf het einde nog niet zijn - dan nog zou de precieze datum ervan een voetnoot zijn, een appendix, niet het hoofdonderwerp.

Nee, in het christelijk geloof, in de kerk, in de bijbel draait het om slechts een ding, een onderwerp: Jezus Christus. Hij is het van wie de schriften getuigen. Hij is het over wie de apostelen vertelden. Hij is het die Paulus predikte en die hij zijn toehoorders voor ogen schilderde, in zijn kruisdood en zijn opstanding. Hij is het aan wie Paulus gelijk wilde zijn. Hij is het die verscheen aan de discipelen op weg naar Emmaus, waardoor hun hart in hun binnenste in vuur en vlam kwam te staan. Hij is het die elke zondag werd gevierd in het heilig avondmaal. Hij is het die wordt bezongen in de vroegste christelijke hymnen (bewaard in de brieven van Paulus). Hij is het die verscheen aan Johannes op Patmos - die de ‘Openbaring van Jezus Christus’ schreef. Hij is de Alfa en de Omega, het begin en het einde. Hij is de openbaring van God - de afbeelding van Zijn heerlijkheid. Hij is de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot de Vader, dan door Hem. Alle dingen zijn in Hem, tot Hem en voor Hem geschapen. Hij is met de hele goddelijke volheid vervuld. Hij heeft de dood overwonnen, en is aan de rechterhand van de Vader gaan zitten. Hij is het lam dat geslacht is, en de leeuw uit de stam van Juda. Hij is de bruidegom. Hij is de stralende morgenster. Hij is alles in allen.
Lees het Nieuwe Testament en je ontdekt: op elke bladzijde gaat het over Hem. Het christelijk geloof is niet los te zien van Jezus. Sterker nog: het christelijk geloof IS Jezus. Niet zijn boodschap staat centraal, niet een theorie over hem, of een theologische redenering, en niet een ethiek gebaseerd op zijn handelen, maar Hij zelf - de persoon Jezus Christus - levend, aanwezig, actief. Al Gods plannen worden vervuld in Hem, Gods bedoeling met de schepping en met de mens wordt verwerkelijkt door Hem. Het Koninkrijk van God komt tot uiting in Christus. Het goede nieuws van de bijbel is niet een boodschap over Jezus. Hij IS zelf het goede nieuws. Het leven van de christen draait niet om bijbelkennis, niet om naastenliefde, niet om rituelen of tradities, niet om sociale rechtvaardigheid of politiek, niet om innerlijke heling, niet om wonderen of tekenen en niet om datums van de eindtijd. Het leven van de christen draait om Christus - om zijn persoon. Al die dingen komen ‘als vanzelf’ als iemand onder de indruk raakt van Jezus. Jezus is de held van het verhaal van God, niemand anders.
De persoon van Jezus en wat er gebeurde rond zijn dood en opstanding zijn de belangrijkste reden dat ik mezelf nog christen blijf noemen - ook als ik zulke uitingen zie als de billboards op Rotterdam C.S. Mijn geloof is aan de ene kant een wankel geloof - als het aan mijn eigen overtuiging of kracht ligt, geloof ik ‘nauwelijks’- maar het is tegelijk rotsvast - omdat Jezus boodschap en leven uniek zijn, en de enige basis bieden voor echte hoop. Als Christus niet werkelijk de Zoon van God is, als Hij niet uit de dood is opgestaan, heeft mijn leven geen betekenis. Ik heb alles op Hem ingezet.

Ik hoorde laatst in een interview op het internet iemand zeggen dat hij speelde op een gitaar met maar een snaar. Hij bedoelde dat hij in al zijn boeken en preken eigenlijk maar een enkele boodschap bracht - zij het steeds in een iets andere vorm. Zo zouden ook christenen eigenlijk maar een enkele boodschap moeten brengen - Jezus Christus. Het kan in een andere vorm zijn, met andere woorden, met een andere nadruk, maar de boodschap moet hetzelfde zijn. Iets anders is geen christendom, maar een religieuze huls die alleen nog maar de naam ‘christelijk’ draagt. En de boodschap die dan gebracht wordt, is ook elders te vinden - bij andere stromingen, filosofieën of godsdiensten. De kern van het christelijk geloof is datgene wat het uniek maakt: God die mens werd, Immanuel, het vleesgeworden Woord, de Zoon van de Vader, Jezus. Helaas wordt die boodschap ook in kerken en christelijke publicaties weinig gehoord. Als je goed zoekt is Jezus wel te vinden - in een lied of een bijbelpassage, of in een voorbeeld of anecdote - maar hij wordt overstemd door andere boodschappen. “Het leiden van een goed en rein leven, strategieën voor gemeentegroei, het merkteken van het beest en de profetie over de eindtijd, de 613 wetten van Mozes, met de aansporing elk ervan te gehoorzamen, het 614e gebod: ‘U zult niet vergeten’, de visioenen en dromen in Daniël en Ezechiël, tekenen en wonderen, het opstarten van een beweging, goddelijke genezing, hoe te leven door geloof, het redden van de verlorenen, schepping versus evolutie, leiderschapsprincipes, het uit het hoofd leren van de Schriften, sociale gerechtigheid, voorspoed, het recht van de gelovige om zegeningen op te eisen, geestelijke strijd, het vieren van de feesten van Israël, rijkdom en gezondheid, systematische theologie.”
Dit zijn de onderwerpen waar volgens de Amerikaanse auteurs Frank Viola en Leonard Sweet in de kerk vaak over wordt gepreekt. Maar zij lazen zelf de brief van Paulus aan de Kolossenzen - en zagen daarin een heel andere nadruk: namelijk op Jezus. Als ware dokters stelden ze vervolgens de diagnose: de kerk lijdt aan een 'Jezus-deficiëntie'. Een nijpend tekort aan een vitale grondstof, en op de lange termijn levensbedreigend. Christenen zijn actief op allerlei terreinen, organiseren bijeenkomsten en manifestaties, bemoeien zich met hulpverlening, politiek en ethiek, zoeken naar zegen en voorspoed, rekenen aan de eindtijd en werken aan steeds grotere instituten om nog effectiever te kunnen zijn. Ze denken dat ze rijk zijn, zoals de christenen in Laodicea volgens Openbaring 3 - maar ze beseffen niet dat ze eigenlijk arm en blind en naakt zijn. Het antwoord is niet dat ze dus meer moeten doen, dat ze zich harder moeten inspannen, of naar een nieuwe conferentie moeten gaan. Het antwoord is Jezus - hij is degene bij wie ze goud kunnen vinden, gelouterd door vuur, zodat ze rijk worden, Hij is degene bij wie ze witte kleren kunnen kopen, om zich mee te kleden, en bij wie ze ogenzalf kunnen krijgen zodat ze kunnen zien.

In hun boek Het Jezusmanifest (vertaling van: Jesus Manifesto) beschrijven Viola en Sweet dan ook de enige remedie tegen de ziekte van de Jezus-deficiëntie: Hemzelf - zijn persoon, zijn grootheid, zijn wezen en zijn liefde. Het Jezusmanifest is geen diepgravende theologische dogmatiek - het geeft geen ontwikkelde christologie, en probeert niet de vele controversen uit de kerkgeschiedenis systematisch te bespreken en op te lossen. Het is ook geen boek met praktische tips en technieken, het bevat geen systeem voor het doen van stille tijd. Het beschrijft ook niet hoe kerken moeten worden ingericht, of hoe mensen moeten bidden. Het is ook niet moraliserend - het gaat niet over de manier waarop we leven en wat je als christen wel of niet mag. Het is wat er op de kaft staat: een manifest over Jezus, een gepassioneerde oproep aan gelovigen om Hem weer centraal te stellen in hun woorden, hun bijeenkomsten, in hun handelen en hun denken.
De auteurs kozen daarbij bewust voor een wat verheven taalgebruik - om de grootheid van Jezus te benadrukken, zijn indrukwekkende heerlijkheid. Dat vond ik aanvankelijk wat afstand scheppen, en je moet er als lezer aan wennen, maar misschien zijn we als gelovigen inderdaad wel te ‘gewoon’ over Jezus gaan praten. In elk geval maakt het taalgebruik duidelijk dat Jezus groot en belangrijk is. Ik vind het gevaar ervan echter dat er een afstand wordt geschapen met het gewone leven en het gewone taalgebruik. Verheven taal verwordt al snel tot ‘tale kanaans’ - en de mooi klinkende, wat ouderwetse woorden worden nagepraat zonder dat mensen werkelijk kunnen uitleggen wat ze betekenen. Gelukkig worden er genoeg actuele voorbeelden gebruikt die de kloof met de lezer overbruggen en citaten uit verschillende boeken en liederen, die allemaal dezelfde snaar beroeren: Jezus is zelf de kern, het hart van alles wat God bedoeld heeft met de wereld, en met de kerk. Ook verwijzen de auteurs veel naar de bijbel - en vooral deze citaten zijn overtuigend. Ik moet helaas opmerken dat ik de Nederlandse vertaling niet altijd even geslaagd vond - enkele Amerikaanse begrippen werden volgens mij verkeerd weergegeven - wat het gevoel van een ‘afstandelijkheid’ misschien versterkte.
Maar dat weerhoudt me er niet van dit boek van harte aan te bevelen bij de lezers van mijn blog. Ik sta volledig achter de boodschap ervan: het christelijk geloof is eigenlijk een gitaar met maar een snaar - en ik wil op deze blog, in mijn gesprekken en in mijn andere schrijfprojecten proberen zoveel mogelijk op deze ene snaar te spelen. Ik hoop dat meer mensen deze toon gaan oppakken, elk op hun eigen manier, in hun eigen woorden, in vormen die passen bij hun eigen tijd en omgeving. Want als we allemaal op dezelfde toonhoogte spelen, ontstaat vanzelf een prachtige symfonie - en die symfonie IS Jezus. Dat is volgens mij wat Paulus bedoelde toen hij zei dat we uiteindelijk ‘met alle heiligen in staat zullen zijn te begrijpen wat de hoogte, breedte, lengte en diepte is van de liefde van Christus, die alle verstand te boven gaat’ (Efeze 3). In mijn volgende artikel op mijn blog wil ik dit thema wat persoonlijker maken - de realiteit van Jezus verandert namelijk het christelijke leven van zowel gemeenschap als individu ingrijpend.

(Disclaimer: Ik ontving een recensie-exemplaar van de uitgever.)

donderdag 28 april 2011

woensdag 27 april 2011

Geduldige wetenschappers, Immortals, Naked Pastor, de kracht van verleiding

Een lijst met de langstlopende wetenschappelijke experimenten ooit. Sommige zijn bizar: zoals het experiment dat moet bewijzen dat asfalt een vloeistof is, of de klok die sinds 1864 niet is opgewonden, of de kunstmatige evolutie van bacteriën.

Een nieuwe film van de makers van The Secret of Kells - ook weer met een verhaal uit de Ierse mythologie.

De trailer voor de nieuwe film van Tarsem 'The Fall' Singh - Immortals, over een oorlog tussen de Griekse goden. Doet meer dan een beetje aan 300 denken.

Ik weet niet of ik hier niet al een keer naar heb verwezen, maar dit stripverhaal ziet er wel gaaf uit. Met dinosaurusachtige monsters, dan zit je bij mij al snel goed.

Dit huwelijksaanzoek is wel cool.

Drie mooie, maar ietwat cynische paascartoons van de Naked Pastor.

De aartsbischop van Canterbury beantwoordt de vraag van een meisje: wie heeft God uitgevonden? "Nobody invented me – but lots of people discovered me and were quite surprised. They discovered me when they looked round at the world and thought it was really beautiful or really mysterious and wondered where it came from. They discovered me when they were very very quiet on their own and felt a sort of peace and love they hadn’t expected."

De bijbel beweerde al dat het verbod leidde tot de zonde, en dat de wet begeerte opwekt. Maar nu is het wetenschappelijk bewezen. Wie zijn partner verbiedt naar andere mensen te kijken, zorgt ervoor dat hij of zij dat juist meer gaat doen. "Forbidden fruit tastes sweeter. When our desires are externally prohibited, desires grow stronger. Psychologists call this “reactance”. When prohibitions are imposed upon us we tend to interpret such impositions as an affront to our liberty. In response we come to value the forbidden more than we otherwise would."

Experimental Theology vraagt zich af waarom het opstandingsverhaal bij Markus eindigt met angst - het antwoord: in menselijke verhalen is de herrijzenis van het slachtoffer slecht nieuws. Het geweld van het slachtoffer tegen de daders is namelijk gerechtvaardigd. Dit is het plot van bijna alle actiefilms in de bioscoop (en van oud testamentische verhalen). Maar de opstanding van Jezus is (gelukkig) anders: "This is not the Judgment Day we were expecting. The victim returns to us and shows us the wounds we inflicted, yet brings to us no hate, blood lust, condemnation, or revenge. Only love, forgiveness, grace, and peace. The joy of Easter, it seems, requires a first wave of fear. It is a joy of relief. A joy of finding ourselves inexplicably forgiven. And in accepting this forgiveness we step into this new story, this new way of becoming that is so very, very different from the rounds of victimage and vengeance found in the world."

maandag 25 april 2011

Blast from the past 4: de stroom en de dorst

Ik vind het leuk om populair-wetenschappelijke websites te bezoeken, en te lezen over nieuwe ontdekkingen en onderzoeken. Het interessantst vind ik de berichten over dinosauriërs, leven in de diepzee, of planeten om andere sterren. Die vinden dan ook snel hun weg naar de links op mijn eigen blog. Maar ik ben de eerste die toegeeft dat mijn interessegebieden vrij beperkt zijn. Er gebeurt in de wetenschap veel meer dan opgravingen van botten, diepzeeduiken, en waarnemingen door telescopen. Er is maar heel weinig dat niet bestudeerd wordt. Onderzoekers zijn nu eenmaal nieuwsgierige mensen - en met hun instrumenten ligt de hele materiële werkelijkheid voor hen open als onderzoeksterrein. Soms verbaas ik me er wel eens over welke schijnbaar vanzelfsprekende conclusies men toch met experimenten bevestigd wil zien. Zo zag ik laatst de resultaten van een studie die me deden denken aan mijn ‘Blast from the past’-artikelen van de afgelopen anderhalve maand.
Het betrof een onderzoek bij muizen. Die werden blootgesteld aan dominante, agressieve dieren. Vervolgens werd getest hoe ze reageerden als ze later in een kooi werden geplaatst en een schok kregen. De muizen die niet agressief waren behandeld, zochten actief naar een uitweg en sprongen naar buiten. De agressief behandelde muizen bleven zitten, ook als ze een schok kregen. Ze waren passief geworden, angstig. Het bleek bovendien dat de stress die ze hadden ervaren, had geleid tot veranderingen in hun hersenen. Het effect van agressie was niet alleen psychologisch, maar ook fysiologisch, lichamelijk. De conclusie was dat bij mensen die gepest zijn, blijvende veranderingen in hun hersenen kunnen optreden, die leiden tot bijvoorbeeld angstig of depressief gedrag.
Dat mensen geen initiatief durven nemen, of niet kunnen omgaan met moeilijke of bedreigende omstandigheden, is dus geen kwestie van het ontbreken van wilskracht. Deze mensen hebben ook niets aan ‘goedbedoelde’ opmerkingen dat ze ‘het gewoon moeten durven’, dat ze ‘niet zo negatief gestemd moeten zijn’ en dat ‘ze de zaken gewoon wat positiever moeten inzien’. Angst is niet iets dat mensen op eigen kracht kunnen overwinnen. Depressie is geen moeras waar mensen zichzelf aan hun eigen haren uit omhoog kunnen trekken. Wat mensen in het verleden meemaken, kan hen blijvend vormen. Ik denk aan de hond van kennissen van me, die door de vorige eigenaar met een stok was geslagen. Tien jaar later sloeg hij nog steeds angstig aan als er iemand aan de deur was, en ging hij mensen met een wandelstok angstvallig uit de weg. De sporen uit het verleden zijn moeilijk uit te wissen, in elk geval niet door onszelf. Maar misschien hoeft dat ook niet.

Ik schreef in de eerdere delen van deze serie hoe ik door een bezoek aan een vriend in Groningen mijn verleden onder ogen moest zien. Hoe ik me realiseerde dat ik in het voorjaar van 1998 niet overspannen was geworden door het bidden en bijbellezen op zichzelf, maar dat dit symptomen waren van iets anders: het gevoel niet genoeg te zijn, niet genoeg te doen, waardoor ik mezelf steeds opjoeg tot over mijn eigen grenzen heen. Ik was niet in staat om mezelf te zien als geliefd en waardevol - en dus probeerde ik mezelf betekenis te geven door hard te werken. In die periode betekende dat het vervullen van religieuze plichten. Ik dacht mezelf goed genoeg te kunnen voelen als ik veel deed, maar de realiteit was dat wat ik deed nooit genoeg kon zijn. De lat lag eigenlijk altijd hoger dan ik kon springen. En dat innerlijke gevoel van tekort kwam voort uit ervaringen in mijn vroegste jeugd. Ik was direct na mijn geboorte een week gescheiden van mijn moeder, en had ook daarna verlatingservaringen meegemaakt. Ik was bovendien als tiener gepest, zowel op school als op christelijke jongenskampen. Die gebeurtenissen hadden de ontwikkeling van mijn gevoel van eigenwaarde beschadigd: ik had nooit geleerd dat ik er mocht zijn zoals ik ben, dat ik geaccepteerd kon worden om wie ik was, dat ik het waard was liefde te ontvangen.
Er was een leegte in mijn binnenste ontstaan, die ik uit alle macht probeerde te vullen met activiteiten. En waar dat in het verleden leidde tot een agenda vol bidden, bijbelstudie, evangelisatie en memorisatie, leidde de leegte in mijn hart in het heden tot een agenda vol sociale activiteiten, afspraken, bezoeken, tot er geen vrij moment meer over was. En daardoor kreeg ik opnieuw last van slaapproblemen, grote vermoeidheid, depressieve klachten en lusteloosheid. De wortel van het probleem lag nooit in de activiteiten op zichzelf, in het bidden, de bijbelstudie of in de sociale contacten, de wortel lag in de gebeurtenissen uit mijn jeugd, die blijvende veranderingen hadden aangebracht in mijn hersenen. Die beschadigingen uitten zich nu op een andere manier in mijn gedrag, maar het was dezelfde leegte. Ik moest de afgelopen weken van mezelf accepteren dat de pijn diep van binnen zat, en dat ik er met symptoombestrijding niets aan kon veranderen. De leegte was realiteit, en al mijn pogingen om hem te vullen waren tevergeefs. En dat te realiseren, is volgens mij het enige dat God van mij vraagt.

Wanneer je de ‘coping mechanisms’ - de manieren om je leegte te verhullen, je onzekerheid te verbergen, de technieken om een schijn van functioneren op te houden - opgeeft, wordt de lege plek in je hart volledig zichtbaar. Geen camouflage meer, geen schutkleuren, geen kast voor de kale plek op het behang. Je staat oog in oog met jezelf, met je eigen onvolkomenheid, met de behoeftigheid waar je zelf niet in kunt voorzien. Het is verleidelijk om terug te vallen op die oude technieken - om weer hard te gaan werken, om weer veel afspraken te gaan maken met anderen, om weer jezelf tot van alles te verplichten - omdat je zo het idee hebt in controle te zijn, iets te kunnen veranderen aan jezelf, jezelf te kunnen verbeteren. Maar ondertussen weet je dat al die pogingen tot mislukken gedoemd zijn. Als je op de ene plaats het onkruid hebt weg geschoffeld, duikt het ergens anders net zo hard weer op. Al het werken, al die inspanning, is slechts een cosmetische behandeling. De wond blijft. En hoe pijnlijk het ook is, hoe hulpeloos en leeg het misschien ook voelt, het enige eerlijke is om je eigen onvermogen onder ogen te zien, de leegte te erkennen als iets waar je niets aan kunt veranderen. Om toe te geven dat je hulp van anderen nodig hebt, om te erkennen dat je hol bent van binnen, dat je dorst hebt.  En in die erkenning van het eigen onvermogen is God al aanwezig.
Terwijl ik over deze dingen nadacht, las ik het boek van Larry Crabb De Ideale Kerk. Hij betoogt daarin dat we in de kerk vaak proberen met religieus gedrag de leegte die we voelen te vullen. Maar al deze vormen zijn slechts uiterlijkheden - het zingen, de preek, het dienen, die dingen zijn in zichzelf niet het antwoord op onze behoefte. Ze maken ons uiteindelijk alleen maar moe. Dit is wat God zelf zegt in Jeremia 2: ‘[Mijn volk] heeft mij verlaten, de bron van levend water en het heeft waterkelders uitgehouwen, kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.’ Onze eigen pogingen om onze dorst te lessen zijn gedoemd te mislukken. Larry Crabb pleitte ervoor dat de kerk een plaats zou zijn waar mensen hun leegte, hun verslaving, hun dorst konden erkennen, waar ze die onder ogen konden zien. Want, zei hij: die dorst, die behoefte, is in zichzelf al een erkenning van God als de grote dorstlesser, de bron. Een leegte is namelijk ook iets - namelijk het voelen, het merken van een afwezigheid. Als in een puzzel een stukje ontbreekt, zie je in het gat de vorm van het ontbrekende puzzelstuk. We zien God dus ook in de vorm van het puzzelstuk in ons hart. Dit is iets dat christelijke mystici ook wisten - dat het bewustzijn van Gods afwezigheid soms de diepste Godservaring kan zijn, dat de donkere nacht van de ziel soms de hoogste manier kan zijn waarop God zich laat kennen. Je weet pas wat je mist, als het er niet is. Ook de schrijvers van de psalmen wisten dit. Mijn ziel dorst naar de levende God, schreven ze. En: ‘Zoals een hert verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar u’. Het was hun leegte die hen naar God dreef.
Dat is de reden dat God mensen bewust wil maken van hun leegte, hun behoeftigheid. Ik denk aan het verhaal van de Samaritaanse vrouw bij de put, waar ik eerder naar verwees in een iets ander verband. Deze vrouw had een leegte in haar hart, die ze probeerde te vullen met relaties - ze had vijf mannen gehad en de man die ze nu had was niet haar echtgenoot. Jezus wijst erop dat deze relaties haar innerlijke leegte niet konden vullen. Ze bleef maar dorst houden, ze bleef het idee houden dat ze tekort schoot, dat ze niet genoeg was, dat ze niet geliefd was. En aan deze vrouw die zo dorstig was, bood Jezus het levende water aan. Als ze daarvan zou drinken, zou ze nooit meer dorst krijgen. Het zou in haar worden tot een bron, die zou blijven stromen. Dat levende water was hijzelf: hij alleen kon het gat van binnen opvullen, hij alleen kon voldoen in die behoefte aan liefde. Hij was het antwoord op haar vraag. Hij was waar ze naar verlangde. De tekst uit Jesaja 55 is al jaren mijn favoriete bijbeltekst: “Oh, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet. Koopt zonder prijs en zonder geld wijn en melk.” Als wij ons dorstig voelen, wil God dat we dat toelaten, dat we niet proberen onze behoefte te vervullen met wat toch niet verzadigen kan, maar dat we erkennen dat we Hem nodig hebben.
Onze dorst wordt hierdoor van iets negatiefs (een behoefte) iets positiefs: een verlangen naar de levende God, de schepper van Hemel en Aarde, de bron van het levende water. De pijn die ik in mijn jeugd heb ervaren, de leegte die daardoor is ontstaan in mijn hart, is niet meer een bron van schaamte, een wond die ik moet proberen te bedekken, maar is de reden dat ik naar God verlang, dat ik me naar Hem uitstrek, dat ik Hem navolg met al het verlangen dat in me is. Als ik niet had meegemaakt wat ik had meegemaakt, had ik misschien niet zo diep verlangd naar het levende water. Jaren geleden al werd ik geraakt door een tekst van Brian Doerksen. Hij zingt: “You are the thirst. You are the stream. You are the hunger, living deep inside of me. You are the food, that satisfies, you are provision for the journey of our lives. You are everything to me.” Die woorden ontroeren me: ook de dorst, ook de honger is uiteindelijk een ervaring van God. Zowel het verlangen als de vervulling van het verlangen wijzen naar de Eeuwige. En hoe meer ik mijn leegte erken, hoe meer ik ga verlangen naar zijn Levende Water, hoe meer hij me van zichzelf kan geven. Hoe meer Hij me kan vullen. Hoe meer ik daardoor verander.

Dit verlangen, de erkenning van onze dorst, is volgens mij het enige dat God van ons verlangt. We hoeven niets te presteren, we hoeven onszelf niet te bewijzen, we hoeven niet onze leegte te verbergen. We hoeven niet eens uit alle macht te proberen onszelf te veranderen. We mogen zijn wie we zijn, met ons onvervulde verlangen, met onze behoeftigheid. Zijn zoals we zijn is genoeg. Meer vraagt God niet van ons. De bijbel heeft het er inderdaad over dat God wil dat we vrucht dragen. Onze levens brengen bepaalde dingen tot stand in het koninkrijk van God. God wil door ons heen werken, de wereld veranderen. Maar dat is niet iets dat wij zelf hoeven doen. God is het die daarvoor zorgt, het zijn Zijn vruchten die we dragen. Jezus zegt tegen zijn discipelen dat de ranken in de wijnstok gehecht moeten blijven en dat ze dan vrucht zullen dragen. “Blijft in mij en u zult veel vrucht dragen”, zegt hij. Het is onze dorst naar de levende God waardoor we het sap van de wijnstok willen drinken, het is ons verlangen waardoor we in Jezus geworteld willen blijven. En daardoor kan zijn leven door ons stromen en via ons andere mensen bereiken.
Alleen als we onze behoeftigheid erkennen, zullen we niet meer door hard werken en religieus gedrag proberen de dorst te vergeten. Daardoor raken we alleen maar afgesneden van de bron van levend water, de ware wijnstok. Door het harde werken verdorren we alleen maar. Maar als we onze holte van binnen erkennen, klampen we ons uit alle macht vast aan de enige die ons hart kan vervullen en ons kan laten overstromen met zijn eigen liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Daar hoeven we zelf niets voor te doen. Het enige dat nodig is, is te erkennen dat ik God nodig heb, dat ik naar Hem verlang en dat niets anders mijn dorst kan lessen.

zondag 24 april 2011

Bloemen uit de Ardennen

Vorig weekeinde was ik in de Ardennen. Daar groeide en bloeide ook weer genoeg om met de macroinstelling van mijn camera op de gevoelige plaat vast te leggen.







Filmbespreking: Departures

Als ‘s ochtends de wekker gaat, weet ik precies wat ik moet doen. Eerst aankleden, dan koffie zetten en mijn ontbijt en lunch klaarmaken, dan eten (in de winter bij de daglichtlamp), een hoofdstuk uit de bijbel lezen, tanden poetsen en ten slotte de deur uit gaan naar het station. Ik weet precies hoe lang ik voor elke activiteit nodig heb, en weet daardoor elke dag weer de trein te halen. Je kunt de klok er op gelijk zetten.
Het lijkt als je het zo leest misschien beklemmend om elke dag hetzelfde te doen, om in zo’n patroon van handelingen opgesloten te zitten. Maar het tegenovergestelde is waar. Het is namelijk niet iets waar ik toe verplicht ben, niet iets waar ik mezelf met tegenzin toe moet zetten, omdat ik me anders schuldig voel of minderwaardig. Ik kan het vaste schema prima overslaan, een dagje of zelfs weken achter elkaar (zoals de afgelopen maanden), maar ik ga vanzelf weer verlangen naar het vaste patroon. Al was het alleen maar doordat ik merk dat het kopen van brood op het station duurder is en ongezonder dan het thuis ontbijten, en dat ik niet toekom aan het lezen van de bijbel als ik daar niet een vast moment voor apart zet. Ik hou me aan mijn ritueel, niet omdat ik bang ben voor straf of veroordeling, maar omdat het mij helpt bij het leven.
Mijn schema van handelingen zorgt ervoor dat ik goed voor mezelf zorg. Alles dat belangrijk is voor een goed begin van de dag is erin opgenomen. Zelfs als ik duf of moe ben, en geneigd ben mezelf te verwaarlozen, merk ik dat ik toch mijn komkommer snijd, mijn koffie zet en mijn tanden poets, omdat ik dat elke dag zo doe. Ik zorg voor mezelf, zelfs als mijn gedachten eigenlijk ergens anders zijn. Door het ritueel bevestig ik in mijn handelen dat ik als persoon belangrijk ben en waard om goed voor te zorgen. Ik onderstreep het feit dat ik recht heb op goed en gezond eten, en goede lichamelijke en geestelijke verzorging. Ik hoef me er niet steeds van bewust te zijn, maar leef het wel uit. De handelingen van mijn lichaam voeren mij eigenlijk automatisch op de juiste weg.
Maar tegelijk biedt het ritueel me een houvast als ik door problemen overmand ben. Als ik slecht heb geslapen, of iets vervelends heb meegemaakt, als ik opzie tegen een gesprek op kantoor, of pieker over een e-mail die ik wil schrijven, brengt mijn vaste patroon mij weer met beide benen terug op de grond. De problemen bevinden zich of in de toekomst, of in het verleden, maar op dit moment concentreer ik me op het heden, op wat ik nu moet doen. Aan de herinnering of het vooruitzicht ka ik niets doen, wat ik wel kan doen is wat ik altijd doe: de komkommer snijden, de koffie zetten en mijn tanden poetsen. En het volgen van de serie handelingen, het vaste patroon, verankert mijn bewustzijn in het heden, en geeft rust en acceptatie. Mijn gedachten kalmeren, mijn bezorgdheid vermindert, mijn pijn verzacht.
Als dat alles al geldt voor zoiets simpels als een vast patroon in de ochtend, een ritueel dat alleen voor mij geldt, dan des te meer voor ingrijpende gebeurtenissen als geboorte, huwelijk en dood, en rituelen die gelden voor alle mensen in een samenleving. In onze westerse, individualistische samenleving zijn we de waarde van rituelen mijns inziens grotendeels vergeten. We hebben een valse scheiding gemaakt tussen ‘vrijheid’ en ‘dode vormen’ - alsof het volgen van een ritueel niet juist vrijheid kan geven! En omdat we de rituelen achter ons hebben gelaten, hebben we er moeite mee het menselijke, lichamelijke bestaan te bevestigen, en de waarde van individuen te vieren, en kunnen we nog maar moeilijk omgaan met die levensveranderende gebeurtenissen als de dood - we voelen ons ontheemd, losgeslagen, eenzaam - niet deel van een groter geheel - en verdoven onze pijn, in plaats van het afscheid door het ritueel samen met onze gemeenschap een plek in ons leven te geven.

Met deze existentiële leegte worstelt Daigo Kobayashi, de hoofdpersoon van Departures, de film die in 2009 de oscar won voor beste buitenlandse film. Hij speelt cello in een maar matig presterend orkest in Tokio. Als het wordt opgedoekt, moet hij onder ogen zien dat hij zelf ook maar een matig cellist is, en waarschijnlijk niet meer in een ander orkest aan de bak zou komen. Gelukkig heeft zijn moeder, die twee jaar geleden is overleden, hem een huis nagelaten in een dorp onderaan het Fujigebergte, ver naar het noorden. Samen met zijn vrouw Mika trekt hij naar zijn geboortestad, waar hij een nieuw leven probeert op te bouwen. Hij reageert op een personeelsadvertentie in de krant, waar wordt gesproken over het begeleiden van de reis. In het idee langs te gaan bij een reisbureau gaat Daigo op sollicitatiegesprek. Hij wordt aangenomen, maar het blijkt om een ander type bedrijf te gaan, namelijk om mensen die overleden zijn klaar te maken om begraven te worden. De lichamen worden in het bijzijn van de familie gewassen, krijgen nieuwe kleren aan, worden met makeup toonbaar gemaakt en worden dan in een kist getild, alles op een vast omschreven manier, waarbij de toeschouwers niet aan het schrikken worden gebracht. Ondanks een tegenvallende eerste werkervaring, blijft Daigo volhouden. Hij raakt namelijk onder de indruk van de kalmte en de waardigheid van zijn werkgever, meneer Sasaki. Hij vindt zelf ook een zekere voldoening in het begeleiden van de laatste reis van mensen. Het lukt hem zelfs weer om voor zijn plezier cello te spelen. Zijn vrouw is echter minder blij met zijn nieuwe werk. Als zij ontdekt wat hij nu doet voor de kost, gaat ze terug naar Tokio. Als hij haar weer wil zien, moet hij zijn baan opzeggen, net nu hij denkt zijn bestemming te hebben gevonden.

Een film over iemand die overledenen opbaart - het is in elk geval niet een heel standaard onderwerp. Ik zou hem ook niet uit de videotheek hebben meegenomen als ik er niet ooit van een kennis over had gehoord, met de opmerking dat ik het wel een mooie film zou vinden. Bovendien had ik de dag ervoor zelf een begrafenisdienst meegemaakt - die mij nogal had aangegrepen. Ten slotte was het goede vrijdag - een dag die in het teken staat van de dood, en waarop ook iemand volgens vaste rituelen voor een begrafenis werd klaargemaakt. En aangezien ik wel in de stemming was voor een film met wat meer diepgang dan de gemiddelde film over invasies van buitenaardse wezens, was de keuze uiteindelijk toch snel gemaakt.
De film was prachtig. Het verhaal word rustig verteld, met veel aandacht voor schoonheid: schoonheid in de beelden van de natuur, maar ook van de rustige rituelen rond de dood, en in de mooie cellomuziek. De film was ook goed geacteerd, en als kijker leef je mee met de personages. Ik raakte ook ontroerd bij de ontwikkelingen aan het eind van de film - er stonden zelfs tranen in mijn ogen. Dat overkomt me niet vaak als ik film kijk.
Andere recensenten hebben erop gewezen dat het verhaal dat wordt verteld eigenlijk wel een beetje standaard is: een man vindt betekenis in een nieuwe baan en moet zich uiteindelijk met zijn verleden verzoenen - en ook wat melodramatisch (wat misschien een kenmerk is van oosterse films als zodanig). Maar de ‘voorspelbaarheid’ van het verhaal werkt volgens mij in zijn voordeel, en is misschien zelfs een bewuste keuze van de regisseur. Want (en hier grijpen we weer terug naar het thema van deze bespreking) als rituelen iets zijn, dan is dat voorspelbaar. Het is juist de voorspelbaarheid van rituelen die ze hun betekenis geeft. De voorspelbaarheid van het ritueel hangt samen met de voorspelbaarheid van ons levensverhaal. Dat bevat voor iedereen dezelfde hoogte en dieptepunten: geboorte, liefde, huwelijk, ziekte, dood. Een bepaald ritme dus (net als muziek: een ander thema in de film dat duidelijk met de rituelen verbonden wordt). Niet toevallig dat deze overeenkomende plot-elementen van het verhaal juist de gebeurtenissen zijn die met rituelen worden omkleed. De rituelen vieren de betekenis van deze elementen voor alle mensen - ze vieren het feit dat we zijn opgenomen in een groter geheel. Ons verhaal is het verhaal van de hele mensheid. Het verhaal van Daigo is dus voorspelbaar omdat het bedoeld is om door ons gezien te worden als ons eigen verhaal. De leegte en onbestemdheid van Daigo in het begin is de leegte en onbestemdheid van alle mensen, en de verzoening met het verleden aan het slot, is de verzoening waar alle mensen naar verlangen. Daarom volgt de emotie - omdat het niet alleen meer gaat om Daigo, maar ook om ons. Zoals in de film de emoties van de achtergebleven familieleden loskomen als Daigo zijn rituelen voltrekt - omdat het niet meer alleen gaat over het verhaal van de overledene, maar over dat van elk aanwezig mens.

De begrafenisdienst waar ik eerder deze week aanwezig was, werd gehouden in een katholieke kerk. Ik ben niet zo vaak in een katholieke dienst geweest. De gemeente waar ik opgroeide moest weinig hebben van rituelen. We gebruikten zelfs geen muziekinstrumenten in de dienst, hadden geen kruis aan de muur hangen, en verfoeiden zelfs het gebruik van een vaste liturgie in de dienst (maar omdat we mensen waren ontsnapten we natuurlijk niet aan vaste patronen, zo startte het avondmaal eigenlijk altijd precies op hetzelfde tijdstip). We meenden dat de bijbel genoeg was, en dat rituelen eigenlijk alleen maar uitingen konden zijn van bijgeloof. Nee, mijn beeld van de katholieke kerk was niet echt positief. Maar bij elk bezoek aan een katholieke dienst (of een hoog liturgische dienst in het algemeen) - en ook nu weer - wordt ik geraakt door de zeggingskracht van de vormen, de rituelen. Het wierook dat wordt gebruikt om de waardigheid van de gestorvene te bevestigen, het water dat wordt gesprenkeld als beeld van het water van het leven. En daarbij steeds de nadruk op de gemeenschap - het idee dat er niet alleen een individu was overleden, en niet alleen een lid van een kerk, maar een lid van de dorpsgemeenschap, ja, een mens. Het was niet alleen een afscheid van een individu, maar een afscheid van een mens. Het leed was niet alleen persoonlijk, maar universeel.
De symbolen en de woorden maakten duidelijk dat dit het lot is van ons allemaal, of we nu geloven of niet, of we nu naar de kerk gaan of niet. We zijn allemaal mensen, we delen hetzelfde verhaal. Dit gaat ons allemaal aan. (Wat ook voorkomt in de film: Daigo en zijn mentor doen hetzelfde ritueel voor boedhisten, mohammedanen, christenen en atheïsten - want ze zijn allemaal mensen). Soms ben je als protestant of evangelisch gelovige geneigd een scheiding te zien tussen je eigen groep - de gelovigen, degenen die gered worden, die behouden zijn - en de ‘rest van de mensheid’. Maar die scheiding is een illusie. Er is maar een enkel mensenras. We zullen allemaal sterven. Dat te bevestigen in de begrafenisdienst maakt niet het verdriet om de overledene kleiner - het is niet relativerend, verre van dat. Het tilt het individuele verdriet op in de ervaring van de hele mensheid, en geeft het zo betekenis. Het is een verdriet dat ons allemaal aangaat.
Dit geldt ook bij het lezen van het bijbelse verslag van Jezus’ begrafenis, waarbij zijn vrienden zich houden aan de rituelen van die tijd: de balseming, de doeken, de grafsteen. Het verdriet om de dood van Jezus was het verdriet om de dood van een vriend, een geliefde leider, iemand die deze groep mensen had geïnspireerd en bevestigd. Maar het was ook het verdriet om de dood als zodanig, de dood van ieder mens, ieder individu. Wat het ook was - want de bijbel suggereert dat wij met Christus zijn gestorven, dat onze dood als het ware in Jezus’ dood is opgenomen.

Maar dit bericht wordt geplaatst op paasochtend. Jezus stond op uit het graf. Hij overwon de dood. De dood is niet het einde. De dood was niet het einde voor Jezus - als individu. De dood zal niet het einde zijn voor ons, als collectief. Wat waar is voor de een, is waar voor ons allemaal - dat is wat de rituelen laten zien. We zijn met elkaar verbonden - niemand van ons is een uitzondering. De hoop en de redding die de ene Mens bewerkte, geldt voor alle mensen, omdat we een enkele gemeenschap vormen. De opstanding is universeel. En ook dat wordt zichtbaar. In de film, als een van de karakters zegt dat de dood een poort is, niet het einde, en dat hij de ander die juist is overleden ‘wel weer zal zien’. Maar ook in de rituelen van de kerk. In de woorden uit het evangelie als Jezus zegt dat hij naar Jeruzalem gaat omdat hij moet sterven, maar dat hij na drie dagen uit de dood zal opstaan. En in de vormen: de naam van de overledene was aangebracht op een kruis - het teken van de dood van Christus. Het lijden van de overledene werd vereenzelvigd met het lijden van Jezus, haar dood werd vereenzelvigd met zijn dood. Wat hij is gestorven, zegt de bijbel, is hij voor allen gestorven. En dat kruis werd opgehangen aan de paaskaars: de kaarsen die worden gebrand als vooruitwijzing naar paaszondag, die spoedig zal komen, de opstanding, die nog in de toekomst ligt. En later zou haar naam worden gebeiteld in het doopvont, waarvan het water een beeld is van het leven van de eeuwigheid, het leven dat sterker is dan de dood.
Ik kreeg even kippenvel bij de symboliek: uit het ritueel sprak een krachtige hoop: dat het leven de overhand zal krijgen. Dat de dood niet het laatste woord zal hebben. Dat Jezus het graf heeft verlaten, en dus ook wij het graf zullen verlaten. De hoop van de stille zaterdag - toen Jezus begraven lag, en zijn discipelen zich verborgen uit angst voor de Joden. Toen alles verloren leek. De zaterdag waarop de dood de overhand gehaald leek te hebben, en er van alle verwachtingen niets meer over bleef. Toen alleen de belofte van Jezus nog overbleef dat hij in Jeruzalem moest lijden en sterven, en dat hij op de derde dag zou opstaan. Dit is het spanningsveld waar wij nu in leven - in het ‘nog niet’ van de belofte. Als we vertrouwen op wat onze ogen waarnemen zouden we de moed verliezen, en de omstandigheden lijken soms ook overweldigend. Maar onze rituelen, onze woorden, herinneren ons aan een hoop buiten ons, onafhankelijk van ons geloof, of onze overtuiging. Een hoop die ook geldt als we het zelf niet kunnen voelen, of overweldigd zijn door verdriet. Een hoop die geldt voor iedereen. Een hoop die wordt doorgegeven via de woorden van Jezus: vrees niet, ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal de dood niet zien. Hij zal leven, ook al sterft hij.
In kerken over de hele wereld wordt het deze morgen in de rituelen gevierd, als iets dat geldt voor het hele mensenras, voor het verhaal van elk van ons: de Heer is waarlijk opgestaan. Halleluja.

vrijdag 22 april 2011

Ontwikkelde neanderthalers, slakkenetend buideldier, Trollenfilm, de toekomst, radicaliteit en verzoening

Neanderthalers begroeven hun doden op een manier die suggereert dat ze in een leven na de dood zouden geloven en dus religieus gedrag vertoonden. Komen Neanderthalers ook in de hemel?

Een uitgestorven Australisch buideldier had tanden die lijken op die van een nog steeds voorkomende skink - die hij waarschijnlijk gebruikte om slakken te eten.

Er komt een nieuwe Bourne-film.

Worden trollen de nieuwe populaire monsters na vampiers, zombies en weerwolven?

Pixar meets John Carter of Mars. Voor de SF-fans.

Een tijdslijn van de toekomst. Van XKCD - altijd briljant.

Op Internetmonk gaat de discussie over radicaliteit verder: "What we communicate, either explicitly or implicitly, by this call to radical activism is that experiencing the fullness of the Christian life depends upon one’s circumstances and actions. Sure, the man working on an assembly line for 50 years can be a faithful Christian, but he’s not going to experience the same sense of fulfillment and significance as the one who does something extreme–who cashes in his 401k and relocates to Madagascar to rescue slaves ... It is not the pastor or the church that is called to define the path of discipleship. That’s God’s job. Too many church leaders are making up their own definitions and laying burdens on believers that are much too heavy to bear. Their “radical” yoke is not easy."

Yann Martel schrijft in The Life of Pi over de dood van Christus vanuit het perspectief van een Hindu. "If the Son is to die, it cannot be fake. If God on the Cross is God shamming a human tragedy, it turns the Passion of Christ into the Farce of Christ. The death of the Son must be real. Father Martin assured me it was. But once a dead God, always a dead God, even resurrected. The Son must have the taste of death forever in His mouth. The Trinity must be tainted by it; there must be a certain stench at the right hand of God the Father. The horror must be real." De discussie die volgt is ook goed en interessant. "In his death, Jesus became my death and your death. Death has no more power because Jesus died every death there will ever be. He swallowed death itself. Death is now dead because Jesus died." Ik moet The Life of Pi nodig een keer lezen, hij staat al jaren onaangeroerd in mijn kast.

Het is goede vrijdag, dus ik verwijs graag naar de uitleg van Experimental Theology over de 'losprijs theorie' van de verzoening - de verzoeningsleer die de eerste 1000 jaar van het Christendom overheerste, en die door C.S. Lewis werd geillustreerd in zijn eerste Narnia-verhaal. Deze theorie schetst God niet als onderworpen aan een rechtssysteem boven hem, of als gewelddadig tegenover mensen. "It points to a key theological insight: the non-violence of God. God demands no blood price. More, God even deals with the Devil non-violently. God overcomes evil by self-sacrificing. The Devil--like the White Witch--craves blood. Not Aslan. And not God."

donderdag 21 april 2011

Komt Hitler in de hemel?

Wie een lezing geeft, probeert vaak zijn toehoorders te overtuigen van zijn eigen standpunt. Maar soms gebeurt het tegenovergestelde, en overtuigt de spreker iemand uit zijn publiek juist van het tegendeel, of geeft het een stevige zet in die richting. Dat gebeurde met mij op een lezing in het najaar van 2008 over de hel. Het was op een avond in de serie ‘Hete Hangijzers’, georganiseerd door mensen uit de kerk die ik bezocht. Ik bezocht de lezingen omdat ik was gevraagd als columnist aan het boekje mee te werken dat eind 2009 zou verschijnen. Deze bewuste avond sprak Bram van de Beek over de hel. Hij verdedigde het klassieke standpunt, namelijk dat de hel een plek is waar mensen die tijdens hun leven niet hebben geloofd in Christus gestraft zouden worden.
Hij ging tijdens de avond in debat met Johan Van Arkel, die een boek had geschreven over de alverzoening,  de leer die stelt dat uiteindelijk ieder mens de keuze voor God zal maken en in de tegenwoordigheid van God zal zijn. Ik kende dat standpunt al een beetje. Tijdens mijn studieperiode ging ik wel eens in discussie met een jaargenoot die een alverzoeningsgemeente bezocht. De gesprekken waren altijd levendig, herinner ik me. Maar zijn betoog over de betekenis van het woord ‘aionisch’ dat vertaald wordt met ‘eeuwig’ maar meer zou duiden op een ‘aeoon’ - een tijdsperiode, vond ik niet zo sterk - omdat hij ervan uitging dat een woord uit het Hebreeuws of het Grieks altijd maar op een enkele manier vertaald zou kunnen worden - omdat dit ‘perfecte’ talen waren, anders dan de huidige. De spreker op de Hete Hangijzer-avond had andere argumenten, met name gebaseerd op passages uit de profetieën die voor bepaalde steden en landen een eeuwige verwoesting voorspellen, waar in andere gedeeltes verlossing voor deze gebieden wordt aangekondigd. Nog steeds niet genoeg om mij over te halen. Dogma’s over de verlossing moeten (mijns inziens) niet worden gebaseerd op ‘zijdelingse’ teksten uit gedeeltes die niet direct over het onderwerp in kwestie gaan. Vooral een zo belangrijke leerstelling moet zijn geworteld in het grote verhaal dat de bijbel vertelt.

Toch werd ik op die avond voor het eerst overgehaald de alverzoeningstheologie serieus te nemen. En dat was vanwege het verhaal van de hoofdspreker. Hij verdedigde het bestaan van de hel namelijk met een beroep op de gerechtigheid. Er is veel onrecht in de wereld - daar is geen discussie over mogelijk. Dat betekent dat er heel veel slachtoffers zijn, mensen die onrecht is aangedaan. Onschuldigen die lijden, kinderen die worden misbruikt, zieken, mismaakten, oorlogsslachtoffers - de lijst is lang. Bij veel van deze mensen is er sprake van een dader, een schuldige. En zelfs als die door de menselijke rechtspraak worden veroordeeld, weegt een gevangenisstraf, een werkstraf of zelfs de doodstraf niet op tegen de pijn die het slachtoffer heeft geleden. (Voor degenen die het slachtoffer waren van natuurrampen, ziekte of andere ongelukken zou de Satan misschien te zien zijn als de dader). Veel daders (denk aan dictators of oorlogsmisdadigers) ontspringen bovendien de dans. Gerechtigheid zou betekenen dat al deze mensen hun ‘verdiende loon’ zullen krijgen. Ze mogen dan misschien door aardse rechters worden vrijgesproken, maar de Hemelse Rechter moeten ze uiteindelijk in de ogen kijken. De eeuwige straf is dan hun deel. En de slachtoffers kunnen rusten in het feit dat er gerechtigheid is geschied. Dit kan mensen helpen om door te leven, ook na tegenslag, en om vol te houden, ook als ze lijden onder verdrukking of onrechtvaardigheid. Zo schrijven de psalmschrijvers vaak over Gods rechtvaardigheid: als ze de voorspoed zien van de goddeloze, verliezen ze bijna hun geloof, tot ze nadenken over hun einde, en zien dat de goddeloze ten onder gaat.
Dit komt overeen met wat ik in de gemeente waar ik opgroeide altijd had gehoord - dat de hel een plaats was van straf, ons toebedeeld een rechtvaardige God. Die mij ook had moeten straffen - omdat ik nu eenmaal ook mensen bewust of onbewust heb pijn gedaan en de eer van God heb bezoedeld - maar omdat ik geloofde in Jezus, die de straf van God in mijn plaats had ondergaan, was ik vrijgepleit en ontkwam ik aan de eeuwige veroordeling. Maar er waren gaten gevallen in dat beeld, en de bewuste avond vormde bij wijze van spreken de genadeslag. Want volgens mij is niet gerechtigheid het hoofdthema van de bijbel, maar liefde. God is volgens de bijbel rechtvaardig, dat is inderdaad een eigenschap van de Almachtige, maar wat hij in zijn diepste wezen IS, is Liefde. En de liefde ontbrak in het genoemde scenario. Ja, het was strikt gezien rechtvaardig. Maar dat zou betekenen dat ook heel veel van de slachtoffers, de verkrachte, verminkte, onderdrukte, gemanipuleerde, gevangen gezette, eeuwig gestraft zullen worden. Volgens menselijke maatstaven zijn ze onschuldig, maar ze zijn natuurlijk niet volmaakt - ook zij hebben anderen onrecht aangedaan, zij het op beperktere schaal. Alle mensen hebben gezondigd, zegt de bijbel, er is niemand onschuldig. En omdat een zonde tegen de oneindige God oneindig ernstig is, verdienen ze oneindige straf. Net als de daders. Als ze niet geloven in Jezus als redder, ondergaan ze in de eeuwigheid een gruwelijk lijden, nog na het helse lijden van hun leven op Aarde. En een moordenaar of dictator die intellectueel instemt met de bijbelse dogma’s over Jezus, wordt niet gestraft, maar is voor eeuwig behouden. Wie dit juridische systeem van schuld en vereffening als onrechtvaardig ziet, krijgt als tegenargument te horen dat het gaat om Gods eigen rechtvaardigheid, die van een ander niveau is dan de onze. Hij is immers volstrekt heilig, en kan geen enkele zonde in zijn aanwezigheid verdragen. Geen discussie mogelijk.

Ik moet van een dergelijk verhaal nu huiveren. Want waar blijft in dit systeem de liefde? In de opoffering van Jezus, zeggen voorstanders ervan. Maar kennelijk niet in God de Vader. God kan in dit systeem kennelijk niet gewoon van mensen houden, Hij kan er niet uit zichzelf voor kiezen mensen te vergeven. Zijn mogelijkheid om lief te hebben wordt ingeperkt door een absolute, keiharde rechtvaardigheid. Maar dat is een veel te beperkt beeld van de Liefde van God, en ook van het werk van Jezus. Als God in zijn eigenschappen rechtvaardig is, is dat altijd een uitingsvorm van wie Hij in zijn diepste wezen IS: liefde. God kan niet anders dan liefdevol met mensen omgaan. En zelfs als hij mensen die kwaad doen grenzen stelt of terechtwijst of uit zijn aanwezigheid verwijdert, is dat daarvan een uiting. Denk aan onze eerste voorouders, die zichzelf op de eerste plaats zetten. God zoekt hen op in de tuin. Hij vraagt naar hen, roept hen. Zij zijn het zelf die zich uit schaamte voor hem verstoppen en een kloof scheppen tussen de bron van liefde en zichzelf. Wie weet wat er was gebeurd als ze hadden toegegeven dat ze verkeerd hadden gedaan, in plaats van een ander de schuld te geven van het gebeurde? Misschien had God ze dan van harte omarmd en ze als vanouds in zijn aanwezigheid geaccepteerd. Maar de mensen bleven in een patroon van beschuldiging en verwijten steken. En dus werden ze de tuin uitgestuurd - niet omdat God hen niet bij zich kon verdragen, maar om hun eigen bestwil - zodat ze niet konden eten van de boom van het leven en voor altijd in hun zelfzuchtige toestand zouden blijven. Het Nieuwe Testament laat zien hoe Jezus steeds weer het gesprek aangaat met de Farizeeën en de schriftgeleerden die niets van Hem moeten hebben, hoe hij weent over Jeruzalem, omdat het zich niet tot hem wil keren, en hoe hij bidt voor de mensen die hem kruisigen: ‘Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen.’ Als Jezus mensen dreigt met de hel (en dat zijn de religieuze mensen, die zelf het koninkrijk van de hemel niet willen binnengaan en anderen verhinderen er binnen te komen) is dat omdat hij van ze houdt, en ze wil waarschuwen voor het lot dat ze voor zichzelf hebben gekozen. In de gelijkenis van de verloren zoon wordt de jongste broer met open armen verwelkomd, en tegelijk zoekt de Vader de zoon die buiten blijft staan op. Dit is het karakter van God, dit is hoe hij zich opstelt naar mensen toe: hij kiest ervoor ze lief te hebben. Geen enkel mens, geen enkel individu bevindt zich buiten de cirkel van Gods liefde. Slachtoffers niet, maar daders ook niet. Dat is Gods houding naar ons toe.

Maar het kwaad is wel realiteit. Het lijden is werkelijkheid. We missen ons doel -ieder van ons: dader en slachtoffer- en dat is zonde. Gods houding naar ons toe is nooit veranderd - hij blijft van ons houden, zoals de vader in de gelijkenis zijn beide zoons bleef liefhebben. Hij staat met de armen uitgestrekt onze kant op. Wij zelf hebben ons uit zijn liefde verwijderd - de een door te kiezen voor zelfzuchtige verlangens, in een ver land, waar de vader niet was, de ander door mensen af te wijzen en te veroordelen, en zichzelf beter, moreler en rechtvaardiger te vinden. We hebben allemaal herstel nodig, verandering - we moeten allemaal met God verzoend worden, teruggebracht in de liefdevolle omarming van de Vader. En daar kunnen we niet zelf voor zorgen - we zijn wat dat betreft ‘dood’, niet in staat om onszelf te redden.
Dat is wat Jezus’ dood en opstanding hebben bewerkt. Op het kruis identificeerde Jezus zich met al het kwaad uit de hele schepping - het kwaad van de daden en het kwaad van de gevolgen - de zelfzucht van de overtreders en de pijn die anderen door hun overtredingen leden. Alles rustte op zijn schouders - de zonden van de gehele wereld. En Hij nam ze mee in de dood. Hij nam de zonden van de wereld weg. God sprak zijn oordeel er over uit - zijn ‘Nee’. Hierin toonde God zijn rechtvaardigheid. Hierin liet God zien dat hij het lijden, het kwaad, manipulatie en overheersing niet kon verdragen en niet zou verdragen. Al deze dingen verdwenen voor eens en altijd in het verterende vuur van zijn liefde (want het is liefde die al deze dingen niet verdragen kan). En vervolgens liet Jezus zien dat Hij sterker was dan de dood. Terwijl alle zonden en alle daardoor geslagen wonden in het graf achterbleven, kwam Jezus naar buiten. Hij stond op uit de dood. En wij die ‘dood waren in onze overtredingen en misdaden’ werden met Hem geïdentificeerd in zijn Leven. We werden met Jezus opgewekt uit het graf van het kwaad, het graf van het lijden, het graf van de dood in al zijn uitingsvormen. We werden met Hem ingevoerd in het feest van het Koninkrijk van God - in die werkelijkheid waar Gods liefde inderdaad alles is in allen.
En zoals het kruis alle zonde en alle pijn de dood mee innam, zijn alle mensen teruggebracht in het leven. De bijbel zegt herhaaldelijk dat het werk van Jezus was voor allen. Dat wil zeggen: alle mensen zijn met God verzoend. De hele wereld is met God verzoend. Er is dus werkelijk sprake van ‘alverzoening’. Niets en niemand kan eraan ontkomen. Ik las laatst -ik weet niet meer waar- de volgende uitspraak: ‘In de hele wereld leven alleen maar vergeven zondaars. Zelfs de hel bevat alleen vergeven zondaars. Er is niet zoiets als een zondaar die niet vergeven is.’ Het geschenk is aan iedereen gegeven. Het enige dat overblijft voor ons, is zo nederig te worden dit gratis aanbod te accepteren en in de werkelijkheid van Gods liefde te gaan leven. Meer is er niet. Dit is alles. Ieder mens is al gered. En ik hoop dat uiteindelijk alle mensen dat zullen zien.

Vervolgens komt de vraag op, hoe het dan zit met de gerechtigheid waar de spreker op de betreffende avond het over had. Daarvoor gebruik ik het voorbeeld dat hij zelf noemde, en dat ik ook elders ben tegengekomen, namelijk de vraag of Hitler in de hemel zou kunnen zijn. Dat is namelijk de consequentie van een leer als de alverzoening. Hierbij spelen direct diverse emoties op. Ons rechtvaardigheidsgevoel protesteert. Want hoe kan iemand als Hitler in de hemel zijn? Iemand die zo slecht is als hij? Op welke manier zou er dan sprake zijn van rechtvaardigheid? Hoe zou een jood in de eeuwigheid met Hitler samen kunnen leven?
Hier zijn verschillende opmerkingen bij te maken. De eerste is dat mensen een gradatie aanbrengen in de mate waarin iemand slecht is. We meten mensen naar onze eigen maatstaf, en we beschouwen onszelf daarbij graag als ‘goed’. Of als in elk geval ‘goed genoeg’. Maar vergeleken met de volmaakte liefde van God schieten we allemaal tekort. We zijn allemaal gebroken van binnen. En ik ben ervan overtuigd dat we, gegeven de juiste (dat wil zeggen de totaal verkeerde) omstandigheden, allemaal in staat zijn tot gruweldaden. Kijk wat er gebeurde in Joegoslavië, in Rwanda, in Nederland tijdens de hongerwinter - niemand kan van zichzelf zeggen dat hij niet zelfzuchtige keuzes zou maken, de makkelijke weg zou gaan, zou kiezen voor eigen gewin boven de ander. Hitler was geen monster, heb ik eerder al betoogd, maar een mens als wij. En dat moet ons een ongemakkelijk gevoel geven. Het zal duidelijk zijn dat Hitler de hemel niet verdiend heeft. Maar als Hitler niet behouden kan worden, dan wij ook niet. We kunnen nergens recht op laten gelden. Andersom: als wij vergeven zondaars zijn, dan Hitler ook. Bij God is geen aanzien des persoons.
Ten tweede hebben we het dogma van de hel niet nodig om te geloven in rechtvaardigheid: het kruis is bewijs genoeg dat God rechtvaardig is. Al het oordeel heeft daar al plaatsgevonden. Voor al het kwaad dat iemand ooit is aangedaan, is daar geboet. Met elke pijn, elke smet, elk verdriet heeft Jezus zich geïdentificeerd. Niemand hoeft nog voldoening van iemand te eisen, niemand hoeft meer een ander zijn verdiende loon te zien krijgen. Al het loon van elke zonde (de dood) is door God zelf op zich genomen, zelfs dat wat Hitler verdiend had. De Joden in het koninkrijk van God zullen Hitler dus kunnen omarmen, omdat zijn schuld aan hen al is betaald. En zoals de tweede spreker opmerkte op de Hete Hangijzers-avond: als Hitler in de hemel is, is dat omdat hij zijn eigen kwaad heeft erkend en Gods liefde heeft geaccepteerd. Dat betekent dat hij elk van zijn slachtoffers zal opzoeken en om vergeving zal vragen - misschien is dat in zichzelf al boetedoening genoeg. Maar van Gods kant is er geen sprake meer van straf, voor niemand meer, nooit meer. En dus is er ook geen hel, behalve als mensen daar zelf voor kiezen.
Ten derde hebben christenen die niet accepteren dat Hitler in de hemel zou kunnen zijn, een te beperkt beeld van de liefde van God. In hun visie moet uiteindelijk Gods heiligheid overwinnen, of Gods rechtvaardigheid, of Gods oordeel. Maar ik geloof dat Jezus in zijn voorbeelden en gelijkenissen duidelijk liet zien dat Gods liefde het laatste woord zou hebben. Liefde die zich niet onderwerpt aan onze menselijke begrenzingen en eisen. Liefde die dingen doet die ingaan tegen ons gevoel van eerlijkheid en rechtvaardigheid. Liefde die de grootste zondaar omarmt en welkom heet, en die de religieuze goedzak aanstoot geeft. De reikwijdte van Gods liefde gaat ons voorstellingsvermogen te boven! Er was in het begin van dit jaar nogal wat ophef over een boek van de Amerikaanse schrijver Rob Bell, nog voordat het boek ook maar was uitgekomen. En een deel ervan werd veroorzaakt door de suggestieve titel. Maar die ophef illustreert precies dit punt, want ik geloof dat eigenlijk alle christenen achter deze titel zouden moeten staan. Anders is hun beeld van Gods liefde veel te klein, en aanbidden ze misschien andere goden naar hun eigen gelijkenis. Het boek heette: Love Wins.

P.S. Ik weet niet of we Hitler in de eeuwigheid zullen ontmoeten. Ik geloof namelijk dat God de mens keuzevrijheid heeft gegeven, namelijk om voor of tegen Hem te kiezen. En Gods liefde is zo groot dat hij de menselijke wil niet zal overweldigen. Het is misschien mogelijk dat mensen zo’n weerstand hebben tegen onvoorwaardelijke liefde, of zichzelf zo belangrijk vinden, dat ze het aanbod van God voor altijd zullen weigeren. Zulke mensen hebben, zoals C.S. Lewis dat zegt, de deur van de hel van binnen gesloten. Ze hebben zichzelf buiten Gods koninkrijk geplaatst. Aan de andere kant hoop ik dat dit weinig mensen zullen zijn, of geen. De deur van het koninkrijk staat namelijk wijd open. Iedereen is welkom. God heeft alle mensen lief, zonder voorwaarden.

woensdag 20 april 2011

La Roche-en-Ardenne

Afgelopen weekeinde was ik in dit plaatsje in de Ardennen, in een prachtige bosrijke omgeving, met mooie wandelingen, kabbelende beekjes, everzwijnen en terrasjes voor een lekker belgisch biertje.
Ik had natuurlijk mijn fototoestel mee.







dinsdag 19 april 2011

Oude taalvaardigheid, buitenaardse planten, tussenvormen, G.R.R. Martin en radicaliteit

Taal ontstond waarschijnlijk 100.000 jaar geleden in Afrika. Dit is berekend op basis van de fonemen (een kenmerk van een taal, vraag me ook niet naar meer details, want die weet ik ook niet. Ik vind het gewoon een mooi woord!) in verschillende talen. Er is een grote overeenkomst tussen de diversiteit van de fonemen en genetische diversiteit en afstamming.

Eigenschappen van de baan van Titan om Saturnus suggereren dat er wel eens een ondergrondse oceaan zou kunnen bestaan op deze planeet, vergelijkbaar met die van Europa. Hoewel er ook andere verklaringen mogelijk zijn voor de gevonden afwijking. Maar goed - het maakt Titan nog boeiender dan deze maan al was, met zijn complete methaanweersysteem.

Wetenschappers speculeren over de vraag welke vorm plantenleven zou aannemen op een planeet met twee zonnen, of met een rode dwerg als zon.

Lezers van mijn blog weten dat ik het creatie-evolutiedebat wel interessant vindt. Een van de argumenten die door creationisten wordt opgeworpen tegen de evolutietheorie is het ontbreken van de tussenvormen, tussen vis en amfibie, tussen reptiel en vogel en tussen aap en mens - de 'missing links'. Steeds meer van deze overgangen worden echter ingevuld. Nu is er bijvoorbeeld een fossiel gevonden van een vroeg zoogdier, met een tussenvorm tussen reptiel en zoogdier voor wat betreft de botten in het middenoor: de botjes zijn al los van de kaak, zoals bij verder ontwikkelde zoogdieren, maar er is nog wel een verbinding van kraakbeen. De creationistische boeken moeten dus weer worden herschreven.

Een van de bizarste aquariums ooit: een aquarium in een schoen.

Star Trek-regisseur J.J. Abrams werkt aan een film over Japanse geschiedenis en robots. Klinkt interessant!

Een artikel over de boeken van George R.R. Martin (en de TV-serie op basis van die boeken) - A Song of Ice And Fire. Ik heb het eerste boek staan, en wil het nu eigenlijk wel gaan lezen. "This is the masterstroke of Martin’s novels that keeps me from calling them nihilistic or cynical — corruption is not all there is: redemption is possible, too ... characters that we love to hate at the beginning slowly develop and reveal themselves to be much more than fiendish villains. They’re fallen, broken human beings prone to doubt and conscience, and sometimes, this leads to a burgeoning desire for that which is honorable, one that can’t be snuffed out regardless of the depravity. Redemption never comes easily — it may literally cost an arm and a leg — but it is possible."

Een animatiefilm in het teken van Pasen, vanuit het perspectief van een van de moordenaars. Niet voor jonge kijkers.

De Internetmonkblog stelt de vraag of we wel zo graag 'radicale christenen' moeten willen zijn. Is het niet beter gewoon te leven in afhankelijkheid van God en te doen wat je hand vindt om te doen? "A prescription of radical activism robs people of their joy, burdens them with guilt, and fails to draw people into a passionate communion with Christ. ... Friends, it’s OK to just be a Christian. Receive God’s grace in Christ through Word and Sacrament. Love God. Love your neighbor. Love your brothers and sisters in Christ. Walk in the Spirit. That is truly radical. Not flashy. Not “extreme.” But fundamental. Solid. Grounded. Maturing."

vrijdag 15 april 2011

Groene wereld

Voor mijn gevoel gaat het met het ontluiken van de natuur sinds vorige week wel heel snel. Alle bomen en struiken beginnen nu namelijk ook groen te worden. Maar het mooie van de lente is dat het niet om een monotoon groen gaat, maar om groen in alle variaties van groen die denkbaar zijn. Ik heb geprobeerd er wat van vast te leggen met mijn camera.








donderdag 14 april 2011

Oude cellen, kosmonauten, Dragons of Pern, Planet of the Apes, Miyazaki, verbeelding

Een nieuwe dinosaurus met een indrukwekkende naam (Daemonosaurus!) was een tussenvorm tussen de primitieve en de 'moderne' dinosaurussen.

Een miljard (duizend miljoen) jaar geleden was het landoppervlak niet zo doods als ooit beweerd werd: er leefden complexe eencelligen

Een Spaanse film over een Russische kosmonaut - gefinancierd en geproduceerd door het publiek. Interessant.

Komt er eindelijk een film van het SF-verhaal van Ray Bradbuy The Martian Chronicles? Ik hoop het.

En het ziet er ook naar uit dat er een film gaat komen van het eerste boek van de Drakenrijders van Pern van Anne McCaffrey.

De nieuwe film in de serie over The Planet of the Apes begint er indrukwekkend uit te zien. Hoe kan het anders met Andy 'Gollum' Serkis als aap? Hier is de trailer!

Over Andy Serkis gesproken: hier is het eerste film-dagboek van de opnames van The Hobbit. Ah ... ik begin al in de stemming te komen voor nieuwe Tolkien-films ... Luister naar de muziek, zie de sets, herken de acteurs, en hoor de woorden: 'In a hole under the ground there lived a hobbit.'

Het allereerste stripverhaal van Hayao Miyazaki eindelijk vertaald: People of the Desert. Zijn stijl is al heel herkenbaar. Is het duidelijk dat ik fan ben?

Volgens Chaplain Mike op Internetmonk zijn evangelische gelovigen vaak zwak op het gebied van de verbeelding. "Evangelical faith is expository faith—it must explain. It values answers and certainty. It wants to “nail things down,” not set the mind and heart free to imagine and explore the possibilities." Maar Jezus gebruikt juist verhalen, om mensen te laten 'zien' hoe hun leven er zou uitzien in het koninkrijk van God en hen ernaar te laten verlangen. "The big point is this: truth and life so wondrous as that which Jesus came to give cannot be held within theological definitions and teaching outlines, classroom lectures and debates. The world God wants to create can’t merely be explained, it must be imagined, and most of all, it must be lived." Woorden naar mijn hart!

The Christian Monist reflecteert op het verlaten van de evangelische traditie. "Once you've crossed over, once the day after is . . . the day after, there is no going back. Now it is a place where you must know God without knowing all about Him. There is mystery that I can not answer. Life doesn't fit into the Lego block holes like it use to." Mijn kerk was niet zo Amerikaans evangelisch als de zijne, maar ik herken wel een aantal dingen die hij schrijft. Ik kan zelf ook niet meer terug. 

Wie kan mij genezen?

Het zal na vierhonderd berichten op deze plek op het wereldwijde web wel duidelijk zijn dat ik zo mijn stokpaardjes heb. Het verlangen naar de toekomst die God heeft beloofd is daar een van (maar daar heb ik net weer een serietje over geschreven, dus dat thema kan ik even laten liggen). De kerk als instituut versus de kerk als organisme is een ander, net als het feit dat we van God afhankelijk zijn voor onze groei als christenen en personen. En die twee zullen aan de orde komen in deze en de komende berichten. En waarschijnlijk niet voor de laatste keer. Maar ik vind het belangrijk mijn gedachten hierover op papier te zetten - steeds op een hopelijk iets andere manier - en geïnteresseerde lezers op mijn reis mee te nemen. Voor wie niet geïnteresseerd is, bevat mijn blog nog altijd foto’s van bloemen en links over nieuwe dinosaurusopgravingen.
Afgelopen week had ik een telefoongesprek met een kennis, waarin ik vertelde wat ik ook heb opgeschreven in mijn serie berichten over de ‘Blast from the Past’: dat ik bij mijn vriend in Groningen op bezoek was geweest en mijn e-mails van voor mijn overspannenheid daar weer eens had doorgelezen, en wat ik daarin ontdekt had. Dat mijn bidden en bijbellezen waardoor ik overspannen was geworden symptomen waren van een dieper liggend probleem, dat zich ook nu nog uitte in mijn leven. En dat ik vermoedde dat gebeurtenissen in mijn vroege jeugd de oorzaak waren van mijn gevoel van leegte en gebrek aan zelfaanvaarding. Volgens deze persoon was de oplossing dat ik naar de kerk moest gaan (naar de zondagochtend-dienst wel te verstaan. Dat ik naar de bijbelkring ga was kennelijk niet genoeg). Ik zou namelijk alleen genezing ervaren als mensen in de kerk voor me zouden bidden. Door mijn ervaringen in mijn jeugd en in de kerk waarin ik opgroeide was ik wantrouwig geworden ten aanzien van de kerk en gezagsdragers daarin, aldus mijn gesprekspartner, ik zou mijn negatieve ervaringen van vroeger op hen projecteren. Ik reageerde overgevoelig op bepaalde boodschappen, en door mijn keuze me daaraan niet meer te onderwerpen, sloot ik me af voor de genezing die God wil geven. Want de (georganiseerde) kerk was daarvoor Gods kanaal.

Het behoeft waarschijnlijk weinig uitleg dat ik enigszins geërgerd de verbinding verbrak. Ten eerste omdat de persoon in kwestie geen enkele keer had gevraagd waarom ik eigenlijk niet naar de kerk ging. Er was totaal geen interesse voor mijn motivatie - geen belangstelling voor mijn argumenten. De ander bleef bij de aanname dat het was vanwege een diepgeworteld wantrouwen ten aanzien van autoriteiten ten gevolge van traumatische jeugdervaringen. Dat ik wellicht had nagedacht over de manier waarop de bijbel over de kerk spreekt, dat ik al jaren had gelezen en met andere christenen gepraat over organische vormen van kerk zijn, en wat de rol is van structuur en organisatie in de kerk, dat er meer gelovigen zijn die argumenten aandragen tegen de kerk als bedrijf en die pleiten voor het belang van relaties en onderlinge liefde, kwam niet bij mijn gesprekspartner op, was waarschijnlijk niet eens mogelijk. Een eerder gesprek over het onderwerp, toen ik nog wel naar de diensten op zondag ging, werd afgekapt met de opmerking dat ik niet zo negatief moest zijn over de kerk. Als er een conflict was tussen de huidige evangelische vormen van kerk zijn en mij, moest de reden daarvoor wel bij mij liggen (en ieder ander die problemen heeft met de kerk als instituut - inclusief mensen als Larry Crabb, John Eldredge, Wayne Jacobson, William Paul Young, Floyd McClung - moet dus ook wel in zijn of haar jeugd beschadigingen hebben opgelopen waardoor hij of zij wantrouwend is geworden ten aanzien van gezagdragers).
Ik voelde me niet serieus genomen - en zelfs veroordeeld. De ander hoefde het heus niet met me eens te zijn - veel van mijn vrienden gaan met plezier naar de kerkdienst, en dat gun ik ze ook - maar het zou getuigen van respect voor mijn mening en dus voor mij als persoon, als gewoon naar mijn overtuiging werd gevraagd, en ook aandachtig geluisterd.  Het a priori invullen wat de achterliggende reden is voor het gedrag van een ander, en die aanname niet laten corrigeren door interesse te tonen, is eigenlijk onbeschoft. Het maakt een echte relatie - wat toch de basis zou moeten zijn voor de christelijke gemeenschap, de kerk - onmogelijk. De argumenten die iemand heeft voor zijn gedrag, zijn in elk geval voor hemzelf belangrijk, en zijn het dus waard om gehoord te worden. Dit is een kenmerk van liefde - waarde toekennen aan de ander - als persoon, inclusief zijn overtuigingen.

Maar bovendien getuigt het in mijn opinie van een tekort aan zelfkennis of kennis van het verdedigde instituut. De kerk (als door mensen georganiseerd evenement - ik geloof namelijk nog steeds absoluut en vol overtuiging in de Kerk als het Lichaam van Christus en de Tempel van God) werd door mijn gesprekspartner geïdealiseerd - er kon niet iets mis mee zijn. De aanname was a priori dat het voor iedereen altijd goed is om naar de kerkdienst te gaan. Daardoor bleef er weinig te praten over. Een echt gesprek, een uitwisseling van hart tot hart, is namelijk alleen mogelijk tussen gelijken, tussen individuen die naast elkaar staan, op hetzelfde niveau. Je kunt pas echt naar de ander luisteren, als je jezelf niet ziet als ‘beter’ of de ander als ‘slechter’. Wie zichzelf of zijn standpunt ziet als ‘volmaakt’ of ‘niet aan twijfel onderhevig’ maakt een einde aan elke discussie, elke uitwisseling van ideeën, ervaringen of ‘feedback’. Wie een werkelijke relatie wil aangaan met iemand anders, moet de ander zien als mens, net als zichzelf. Dat wil zeggen: die moet bereid zijn te erkennen zelf ook fouten te maken, aan verleidingen bloot te staan en het niet altijd bij het rechte eind te hebben. Die moet ook in staat zijn toe te geven dat de eigen standpunten feilbaar zijn en de eigen motivaties gekleurd. Wie kritiek wil geven op een ander, moet ook zelf openstaan voor kritiek. Wie de splinter in het oog van een ander wil verwijderen, moet eerlijk zijn over de boomstronk in het eigen oog. Pas tussen twee personen die kwetsbaar durven zijn, die hun eigen gelijk en status losjes durven vasthouden, zonder ze uit alle macht vast te klampen, kan echte gemeenschap mogelijk zijn.
En ik meen dat de kerk als instituut niet boven kritiek verheven is. De kerkgeschiedenis laat talloze voorbeelden zien van machtsmisbruik, manipulatie, wetticisme, uitsluiting, liefdeloosheid, et cetera, et cetera. Ik hoef er eigenlijk niets over te vertellen. Mensen hebben de dood gevonden door de kerk. Mensen zijn op de brandstapel geëindigd omdat ze andere ideeën verkondigden, of met het zwaard gedood omdat ze zich weigerden aan te sluiten. Mensen zijn uit de gemeenschap verstoten omdat ze anders waren, en zwart gemaakt omdat ze ongewenst gedrag vertoonden. De kerk heeft meegewerkt aan discriminatie, slavenhandel, oorlogen en milieuvernietiging. En zelfs als de huidige kerken zich niet aan die dingen schuldig maken, wordt toch vaak de organisatie tot doel verheven, worden individuen ondergeschikt gemaakt aan het resultaat, en worden voorwaarden gesteld voor deelname boven de onvoorwaardelijke liefde van God. Ik zat vaak op zondagmorgen onrustig op mijn stoel heen en weer te schuiven, omdat ik weer de boodschap hoorde dat ik eigenlijk meer zou moeten bidden, meer zou moeten Bijbel-lezen, meer zou moeten getuigen, minder zou moeten zondigen, of meer op God zou moeten vertrouwen. Ik geef eerlijk toe dat ik mogelijk overgevoelig ben voor dit soort boodschappen, dat ik door ervaringen in het verleden aanbevelingen en suggesties snel interpreteer als dwingend en controlerend. Het is een feit dat heel wat christenen zich niet zo schuldig voelen als ik, en na de zondagdienst vrolijk naar huis gaan. Maar dat ik allergisch ben voor wetticisme wil niet zeggen dat er geen sprake is van wetticisme. Ik ben ook allergisch voor huisstofmijt en ga daardoor snotteren en niezen. Anderen hebben er geen enkele last van, merken er niets van. Maar dat wil niet zeggen dat er geen huisstofmijt bestaat. Ik ben er alleen gevoeliger voor dan anderen.
Het punt is dit: als ik de kerk niet als veilige plek ervaar, is de kerk voor mij geen veilige plek. Ik moet denken aan het verhaal dat de Amerikaanse auteur Philip Yancey vertelt in What’s So Amazing About Grace, en dat ik waarschijnlijk vaker heb aangehaald. Hij vertelt over een ontmoeting met een verslaafde prostituee, die hem vertelde dat ze tot twee maal toe een abortus had ondergaan, omdat ze geen geld had om voor kinderen te kunnen zorgen. Yancey vroeg haar waarom ze niet met haar problemen naar de kerk was gegaan. “De kerk?”, reageerde ze ongelovig. “Waarom zou ik naar de kerk gaan? Die laat me alleen maar nog slechter over mezelf denken, dan ik uit mezelf al doe.” Als mensen als deze vrouw, en als ik, hoe getraumatiseerd of overgevoelig ze zijn, zich in de kerk afgewezen en veroordeeld voelen, is dat iets om serieus te nemen, niet om onder het tapijt te schuiven. Kennelijk betekent het dat de kerk niet de onvoorwaardelijke liefde van God predikt, en niet uitleeft wat er staat in Romeinen, dat er nu geen veroordeling is voor hen die in Christus Jezus zijn. Als mensen de kerk niet als veilige plek ervaren, is dat misschien omdat de kerk geen veilige plek is voor mensen zoals zij.

Maar zelfs al lag het probleem wel bij mij en bij mij alleen - ik ben bereid die mogelijkheid open te laten. Ik besef immers dat ik door die ervaringen in mijn jeugd beschadigd ben, en ik zie inderdaad in mijn leven een patroon van wantrouwen ten opzichte van organisaties en gezagsdragers. Ik weet dat mijn reacties voortkomen uit pijn, en dat ik de kerk waarneem door een gekleurde bril. Zelfs al heb ik het totaal bij het verkeerde eind ten aanzien van de veiligheid van de kerk, dan nog was het van mijn gesprekspartner onterecht de verantwoordelijkheid voor mijn genezing, mijn herstel, bij mij neer te leggen. Ik moest me namelijk maar over mijn pijn en schuldgevoel heen zetten, en een plek opzoeken die ik als onveilig en beschadigend ervaar. Zolang ik dat niet deed, was ik ervoor verantwoordelijk dat ik niet veranderde. Ik moest me schuldig voelen over het feit dat ik uit de kerk wegbleef. Maar dit is alsof je iemand die ligt te verdrinken voorhoudt dat hij maar had moeten leren zwemmen, of iemand die gewond aan de kant van de weg ligt, kwalijk neemt dat hij niet naar de eerste hulp post wil kruipen. Het is alsof je de gebroken vaas ervan beschuldigt dat hij zichzelf niet kan lijmen. Het feit is namelijk dat ik ziek ben en mezelf niet kan genezen, dat ik beschadigd ben en mezelf niet kan herstellen.
Jezus vertelt het verhaal van een man die door rovers wordt overvallen, en vervolgens naakt en half dood aan de kant van de weg wordt achtergelaten. Er komt een leviet voorbijlopen - een religieus persoon die in de tempel werkte (zeg maar de kerk van die tijd). Hij gaat met een boogje om de man heen. Hij wil zich namelijk niet verontreinigen volgens de reinheidswetten van die tijd. Hetzelfde gebeurt met een priester die voorbijkomt, ook die passeert de man aan de andere kant van de weg. Hij negeert hem. Laat iemand anders hem maar helpen. Hij wil zich niet verontreinigen. Dan komt een verguisde inwoner van Samaria, die de man ziet, bij hem neerknielt, zijn wonden begiet met olie en wijn, verbindt, en hem naar een herberg toebrengt en daar genoeg geld achterlaat dat er goed voor hem gezorgd kan worden. Het punt is dat de man zichzelf niet kon helpen. Hij kon niet achter de leviet en de priester aan kruipen. Hij kon hen niet volgen naar de tempel, hoe goed de tempel ook is, en hoe belangrijk de eredienst en de heiligheid van de leviet en de priester ook waren. De gewonde man krijgt dan ook niet het verwijt dat hij niet genoeg deed voor zijn eigen genezing. De leviet en de priester krijgen het verwijt, namelijk dat zij niet van hun pad afweken om de man op te zoeken en hem te helpen. Om hem lief te hebben, zoals de Samaritaan dat deed. De verantwoordelijkheid lag bij de passanten. Uiteindelijk deed de Samaritaan het goede - hij hielp de gewonde man met onvoorwaardelijke liefde en bracht hem onder in een veilig thuis (volgens mij kan de herberg ook als beeld van de kerk gelden, maar dan de kerk als een gemeenschap waar gewonde mensen een thuis vinden waar de kunnen herstellen). De Samaritaan nam het initiatief.
Hetzelfde zien we in andere gelijkenissen. Het is de herder die in actie komt om het verloren schaap te zoeken. Het schaap hoeft zich er niet voor te verantwoorden dat hij de weg niet kon terugvinden. Het initiatief ligt bij de redder. In plaats van de gebroken mensen buiten de kerk ervan te beschuldigen dat ze niet naar de kerk gaan, zouden gelovigen deze mensen kunnen opzoeken en liefhebben. Niet om ze zo naar de kerk te krijgen, maar omdat ze waardevolle mensen zijn, die liefde nodig hebben. Het gaat er niet om of deze mensen uiteindelijk op zondag naar een georganiseerde bijeenkomst komen, maar of ze merken dat er een gemeenschap is van mensen voor wie ze belangrijk zijn, en door wie ze de liefde van God leren ervaren. Daardoor zullen de gebroken mensen gaan genezen. En daardoor zullen ze misschien ook hun diepgewortelde wantrouwen tegen de organisatie, hun overgevoeligheid voor regels en eisen, kwijtraken.

Maar ook dat is niet het antwoord. Want niet alleen kan ik mezelf niet genezen of veranderen, de kerk kan dat ook niet. Hoeveel initiatief gelovigen ook nemen: de kerk kan mij niet genezen. Een organisatie, welke organisatie dan ook, kan mij niet veranderen. Andere mensen kunnen mij niet overtuigen van de onvoorwaardelijke liefde van God. Alleen God kan dat. Alleen God kan genezen, veranderen en overtuigen, door de Heilige Geest. Inderdaad, God wil daarvoor soms de kerk gebruiken, soms een organisatie, soms andere mensen. Hij kiest er soms voor te handelen via instrumenten. Maar Hij is daar niet van afhankelijk. De kracht komt altijd van Hem en alleen van Hem, en wij kunnen hem niet in onze kanalen vangen. Wie genezing afhankelijk maakt van de kerk, wie het instituut beschouwt als het enige kanaal waardoor Gods kracht tot mensen kan doordringen, zoals mijn gesprekspartner dat deed, maakt er een afgod van. Die schrijft aan een Aardse instantie, een menselijke organisatie, een eigenschap toe die alleen aan God toehoort. Die plaatst een geschapen voorwerp, een begrensd instituut op een voetstuk dat alleen toekomt aan de ongeschapen God, die niet aan grenzen onderwerpen is. Die kiest voor religie - zoals de leviet en de priester in de gelijkenis - en ik meen me te herinneren dat Jezus daar geen fan van was.
We kunnen God niet voorschrijven welke middelen hij moet gebruiken en aan welke methodes hij zich moet houden. God handelt zoals hij zelf wil handelen. Hij geneest op de manier die hij zelf uitkiest. Het heeft dus geen zin mensen naar de kerk te sturen om zo genezen te worden. De kerk kan mensen namelijk niet genezen. Wel is het mogelijk om in de kerk in contact te komen met God, de grote Geneesheer. Maar God is niet beperkt tot de kerk. Wie oprecht met een ander bewogen is, die hem of haar genezing en herstel gunt, verwijst hem of haar niet naar een instituut, maar naar God. Die brengt hem in contact met de bron van Liefde en Genezing, door in woorden te vertellen over Gods goedheid en zijn grootheid, maar ook door zelf als kanaal van zijn liefde te fungeren. Door niet te veroordelen, maar het goede voor de ander te zoeken. Door te luisteren en de waarheid te spreken. Door te zijn als de Samaritaan in de gelijkenis.
En ik geloof oprecht dat een gebroken mens, die de onvoorwaardelijke, onbegrensde liefde van God begint te ervaren (zelf of door anderen heen), daardoor zal veranderen. Daardoor genezing zal ervaren. En in de relaties die hierdoor ontstaan, die zich baseren op die onvoorwaardelijke liefde, zal ook de Kerk zichtbaar worden, het ware Lichaam van Christus, de Tempel van God. Niet als afgod, als doel in zichzelf, maar als resultaat, als onontkoombaar gevolg. Dat is wat de bijbel belooft. Dat is het evangelie.