vrijdag 6 mei 2011

Veranderd door het Verhaal

De laatste weken is het een paar keer voorgekomen: iemand vertelde me dat ik was veranderd. Op kring kwam iemand na afloop van de avond naar me toe en vertelde me dat ik in de zes jaar dat ze me nu kende, een opener blik in mijn ogen had gekregen. Dat vond ik mooi om te horen. En de dag erna zei iemand anders dat hij zich meer door mij verwelkomd voelde, dat ik toegankelijker leek. En mensen die mij kenden van een christelijk gospelkoor waar ik vijftien, zestien jaar geleden op zat, zeiden het ook: dat ik nu aanspreekbaar was, dat ik me niet meer zo afsloot voor mensen om mij heen. Collega’s op het werk zeggen hetzelfde. En ook nog eens: na een discussie op GoedGelovig en hier op deze blog zei iemand dat hij zich niet kon voorstellen dat ik een betweter was. Nou, dan had hij me een paar jaar geleden moeten kennen! Als zo veel mensen het zeggen, zal het wel waar zijn. Ik ben veranderd. En daar ben ik blij mee.

Maar hoe heeft die verandering plaatsgevonden? Ik had namelijk juist ontdekt dat ik nog dezelfde persoon was als voor mijn overspannenheid, dat de Johan van toen dezelfde was als de Johan van nu: een zachtaardige man met een gevoel voor humor en af en toe een wijze opmerking. En dat dit prima was. Ik kan me bovendien niet herinneren dat ik er bewust aan heb gewerkt om opener en toegankelijker te zijn. Ik zou niet eens weten hoe ik hier bewuster aan zou kunnen werken. Ik heb ook niet bewust geprobeerd om geen betweter meer te zijn.
Sterker nog: ik heb op mijn blog meermalen betoogd dat ik mezelf niet kan veranderen. Ik heb hier een hele serie geschreven over zwakheid - over het menselijke onvermogen. Ik heb willen laten zien dat ik mezelf niet aan mijn haren uit het moeras van mijn tekortkomingen kan optrekken. Mijn kracht schiet tekort. De bijbel lezen en christelijk gedrag hebben geen effect, andere waarheden leren blijkt niet te werken. De kerk bleek ook geen plek van heling, en de boodschappen dat ik moest veranderen, dat ik me moest aanpassen maakten het een onveilige plek. Die methoden kunnen ook niet helpen, omdat mijn gebrokenheid ligt in de diepten van mijn hart waar mijn verstand en wilskracht geen toegang toe hebben. Het zijn de niet verbale beelden, de pre verstandelijke concepten, die door ervaringen van pijn en afwijzing verwrongen zijn geraakt en die nu mijn doen en laten bepalen.
Ik ben zelfs gaan geloven dat ik mezelf niet HOEF te veranderen. Dat het goede nieuws van God op geen enkele manier afhangt van mijn inspanning, mijn wilskracht, van waar ik als mens toe in staat ben. Nee, het is een realiteit die ik als een kind mag ontvangen. Die realiteit is het koninkrijk van God, zijn aanwezigheid in de persoon Jezus Christus, de wetenschap dat ik door God geliefd ben (wat ik ook doe, voel of denk). Verandering is daar geen voorwaarde voor, maar ook niet iets dat van mij ge-eist wordt nu ik heb gekozen me voor Gods liefde open te stellen. Als ik verander is dat dus niet mijn verdienste, maar een direct gevolg van dit Goede Nieuws. Het is het directe gevolg van de realiteit waar ik me als een kind voor openstel. Die realiteit is namelijk niet een verstandelijke realiteit, het is een realiteit in de wereld van de Beelden - het is een verhaal.

Het zal vast geen verrassing zijn als ik toegeef dat ik nogal van verhalen houd. Nee, echt! Ik houd van verhalen in allerlei vormen: verteld rond het kampvuur, in televisieseries en films, in computerspellen, en in boeken (stripboeken incluis). Ik ben altijd wel bezig in een boek, volg verschillende stripverhalen op het internet,   en zet graag tijd apart om naar de bioscoop te gaan of een film te huren. Ik ben niet de enige voor wie verhalen belangrijk zijn - kijk naar de bezoekersaantallen van films als Titanic, Avatar, Star Wars et cetera, of de verkoopcijfers van sommige boeken van overleden Scandinavische thrillerauteurs. Ik geloof niet dat er een samenleving op Aarde is waar geen verhalen worden verteld. En ik geloof niet dat er een tijd geweest is in de menselijke geschiedenis dat verhalen onbekend waren. Verhalen vertellen en naar verhalen luisteren hoort bij het menszijn, ze zijn onlosmakelijk verbonden aan onze menselijke natuur. We hebben ze nodig.
Verhalen geven namelijk betekenis aan de wereld om ons heen. Volgens Tolkien en Lewis was het de menselijke gave om woorden te geven aan voorwerpen en fenomenen. Daarmee kregen deze voorwerpen en fenomenen een bestaan in de menselijke verbeelding, en dus in zijn denken. Ze werden van niet omschreven concepten en vage vormen in de buitenwereld opeens concrete, vaste objecten in de binnenwereld. Doordat een voorwerp een naam had kon het worden onderscheiden van zijn omgeving, het kon in verband worden gebracht met andere voorwerpen, en er kon over worden gecommuniceerd met andere mensen. Een boom werd pas een boom (in plaats van een vaag groene vlek in het gezichtsvermogen) toen het de naam ‘boom’ kreeg. Namen aan iets geven betekent dus betekenis geven.
En volgens Lewis en Tolkien hadden verhalen een vergelijkbare rol, maar dan op een grotere schaal. Zoals woorden betekenis geven aan voorwerpen en fenomenen, geven verhalen betekenis aan de wereld, het bestaan, ons menselijke leven. Een verhaal neemt de abstracte gevoelens en ervaringen uit de buitenwereld en geeft ze een concrete plek, een duiding in de binnenwereld. Wat we meemaken is opeens niet zinloos meer, want we herkennen het als (onderdeel van) een verhaal. Dat mensen dus al sinds mensenheugenis (letterlijk) verhalen vertellen, is niet omdat ze nu eenmaal iets nodig hadden om de tijd te doden, of omdat ze een hobby zochten - het is omdat mensen zoeken naar betekenis. We willen begrijpen wat onze rol is. We willen dat wat ons overkomt ergens toe dient. We willen meer zijn dan toevallige samenraapsels van atomen. En dus scheppen we verhalen die al die behoeften vervullen: mythen, legendes, sprookjesverhalen, blockbusterfilms.
De woorden van die verhalen roepen een andere wereld op, die we met onze verbeelding binnengaan. In die wereld zijn goden werkelijkheid, hebben heldendom en opoffering betekenis, hebben daden consequenties en is liefde sterker dan de dood. Zelfs al geloven we als materialistische mensen niet dat deze dingen waar zijn in onze hermetisch gesloten werkelijkheid, in het verhaal ervaren we ze wel als werkelijkheid. Misschien geloven we niet dat er iets bestaat als een ‘happy end’, en  de onvoorwaardelijke acceptatie door de geliefde, in het verhaal ervaren we deze dingen alsof ze wel bestonden. En zelfs als we er met ons verstand niet in geloven, wordt onze verbeelding er door beïnvloed - worden deze begrippen, deze gedachten waarheid in onze verbeelding. En dus gaan ze ons gedrag beïnvloeden. We gaan leven alsof ze realiteit zijn. Want ik heb al eerder betoogd: de verbeeldingswereld, de beelden diep in ons hart, hebben meer invloed op ons gedrag dan onze verstandelijke overtuigingen, dan onze rationaliteit. Het is in onze verbeelding dat onze verlangens vorm krijgen, en uiteindelijk bepalen onze verlangens wat we doen en niet doen (en niet onze wil, want onze wilskracht is niet meer dan het gevolg van de kracht van onze verlangens). De waarheid van de beelden is een krachtigere waarheid dan die van het verstand.

Het is niet voor niets dat in de sprookjesverhalen waar Lewis en Tolkien fan van waren, een mens die in de feeenwereld terechtkwam (altijd onbedoeld - iemand die er actief naar zocht, vond het feeenrijk nooit), daar niet onveranderd weer uit vandaan kwam. Ten eerste leek de tijd voor zo iemand stil te staan - er konden jaren zijn voorbijgegaan in onze wereld, terwijl het voor hem of haar minuten leken (zo gaat het ook als je echt in een verhaal opgaat - je hebt geen oog meer voor het verstrijken van de tijd. Je bent echt in een andere wereld). Maar ook het karakter van deze mensen was veranderd. Ze waren vrolijker, blijer, maar soms ook bedroefder, en keken met een vreemd verlangen naar de wereld om ze heen. Opgenomen worden in deze wereld waar schoonheid, liefde en avontuur tastbare werkelijkheid waren, zo werkelijk dat het pijn doet aan de zintuigen, laat een mens namelijk niet onberoerd. Het laat een indruk achter in de beelden van het hart, in de verlangens. Een goed voorbeeld is de dwerg Gimli uit The Lord of the Rings van Tolkien. Hij moet eerst niets van elfen hebben, veracht ze zelfs. Tot hij het elfenrijk Lotlorien binnenkomt en daar de elfenkoningin Galadriel ontmoet. Haar schoonheid prent zich in op zijn hart, en hij draagt die met zich mee als hij dat land weer verlaat. Gimli is een veranderde dwerg - hij wil niks kwaads meer horen over Galadriel en gaat uiteindelijk zelfs met de elf Legolas over de zee naar Valinor.
Geen wonder dat in deze sprookjesverhalen (en in The Lord of the Rings) mensen een gezonde angst hebben voor de elfenmagie. Verhalen zijn gevaarlijk. Als je niet oppast, vertellen ze jou! Als je niet oppast wordt de wereld uit het verhaal de wereld waar jij in leeft. Krijgt alles wat je meemaakt betekenis. En ga jij in je doen en laten lijken op de helden van het verhaal. Hun verlangens worden jouw verlangens. Hun leven wordt jouw leven. De oude mens, die leefde in de betekenisloosheid van het oude verhaal, is niet meer, een nieuwe persoon is opgestaan, die wordt gedreven door de beelden van schoonheid, liefde en gerechtigheid uit het nieuwe verhaal. Daar hoef je niets voor te doen, het gebeurt vanzelf doordat je in het verhaal leeft. Je kunt het alleen verhinderen door je voor de werkelijkheid van het verhaal af te sluiten en door cynisch te kiezen voor de betekenisloosheid van je eigen wereld. Niet voor niets zijn het kinderen die het meest van sprookjesverhalen houden en die zich er ook door laten beïnvloeden - zij durven zich er nog voor open te stellen.

Die zin over de oude en de nieuwe mens hierboven heb ik bewust laten lijken op een bijbeltekst (geoefende bijbellezers zullen het hebben gezien). Ik geloof namelijk dat de verandering in ons leven als gelovigen ook op deze manier plaatsvindt - niet door onze inspanning, niet door onze wilskracht, niet door intellectuele kennis tot ons te nemen, niet door religieuze handelingen, niet door kerkbezoek of ... (vul zelf maar in, al die dingen waardoor je geprobeerd hebt jezelf te veranderen). Het zijn allemaal kleine verhalen, te kleine verhalen. Verhalen van eigen inspanning, van prestatie, van competitie. Ze houden ons beknot, gevangen, beperkt.
We veranderen door ons open te stellen voor het Grote Verhaal, de Werkelijke Mythe. Dit is het verhaal dat niet door mensen is verzonnen om betekenis te verlenen aan de wereld om hen heen, nee, dit is het Verhaal dat zelf de betekenis geeft aan alle dingen, omdat het Waar is. Dit Verhaal is zo groot als het Universum, sterker nog: het is het verhaal van het Universum en dus IS dit het Universum. Aan dit Verhaal, deze Ware Mythe, ontlenen onze sprookjesverhalen hun betekenis, en hun kracht. De kracht van de elfenmagie om mensen te veranderen, is slechts een afgeleide kracht. De schoonheid, de intimiteit en de waarheid van de verhalen kunnen alleen maar mensen veranderen in zoverre ze lijken op of refereren aan de Werkelijke Schoonheid, de Werkelijke Liefde, de Werkelijke Waarheid in het Grote Verhaal. Onze verhalen zijn (ik zeg net nog maar eens, voor wie mijn bespreking van Thor niet gelezen heeft) geen vlucht uit de realiteit, maar een herinnering aan de realiteit.
Maar deze realiteit kunnen we niet binnentreden door ons verstand - het voldoet niet om geloofswaarheden te leren kennen, bijbelteksten uit het hoofd te leren of theologieboeken te lezen. Het kennen van afkortingen (TULIP) is niet voldoende. We kunnen de realiteit ook niet binnentreden door wat we doen - missionair zijn bijvoorbeeld, evangelisatie, religieus gedrag. Gedrag is gevolg, geen oorzaak van verandering. Ook geestelijke ervaringen of goede gevoelens kunnen ons niet deze realiteit binnenbrengen. Niets van ons initiatief, niets dat van ons uitgaat, kan ons die werkelijkheid binnenvoeren - zoals de ontdekkingsreiziger die het feeenland actief zocht het nooit bleek te vinden. We kunnen niets doen om de realiteit - het koninkrijk van God - te beërven, omdat we er nu al in leven.  De Realiteit is NU AL realiteit. God is al met ons in Jezus. Hij houdt al van ons door Jezus. Het koninkrijk van God is al onder ons. We kunnen er alleen voor kiezen het te ontvangen, er als een kind voor open te staan. We kunnen alleen kiezen deze werkelijkheid te accepteren, te accepteren dat we leven in het Grote Verhaal. Waarin wij niet de hoofdpersoon zijn (want dat is het kenmerk van al onze kleine verhalen - daarin zijn wij de helden), maar waarin God de held is, die in Jezus dood en opstanding alles op alles stelde om ons te redden en ons bij zich te voegen. Als we de ogen van ons hart openen voor de Realiteit (het evangelie is een waarheid die moet worden begrepen door de verbeelding, niet door het verstand, zei Lewis al), ervaren we Ware Schoonheid, Liefde en Waarheid - en die zullen ons veranderen. De werkelijkheid van de tegenwoordigheid van Christus in ons en rond ons zal ons niet onberoerd laten. We zullen gaan lijken op de hoofdpersoon van het verhaal. We zullen de oude mens, die leefde in het kleine verhaal, achter ons laten en gaan lijken op die Nieuwe Mens, die leeft in een nieuwe werkelijkheid.
Open willen staan voor dit verhaal is een keuze. Het is de keuze om de liefde van God te ontvangen. Om te accepteren dat die werkelijkheid is, dat het Verhaal werkelijkheid is, ook als je het niet begrijpt met je verstand, het niet voelt met je emoties, het niet ervaart, en er soms ook niet naar blijkt te leven. In een eerdere blog schreef ik over het ‘oefenen van de opstanding’. Om te leven uit de hoop van het herstel, de hoop dat verandering werkelijk mogelijk is, ook als je het nog niet in je leven ziet. Omdat deze hoop door God beloofd is. “Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet”, zegt Hebreeën 11:1 (andere vertalingen zeggen ‘de overtuiging van de dingen die men niet ziet’). De zekerheid waar het hier over gaat is geen intellectuele zekerheid - geen overtuiging in weerwil van de bewijzen. Nee, het is de keuze om het Grote Verhaal als waar te beschouwen, om dit als werkelijkheid te zien, en om daarnaar te gaan leven, ook als je het niet begrijpt of ervaart of voelt. Om te leven als ‘geliefde van God’ - want dat is het Grote Verhaal in een notendop. En wie zo leeft, blijft niet dezelfde. Die verandert.

2 opmerkingen:

  1. Heb je pittige en uitgebreide zelfanalyse in enkele delen, de laatste weken gevolgd, maar bewust niet gereageerd, omdat dit inderdaad een nogal persoonlijke en dus kwetsbare zoektocht is, die waarschijnlijk oook nog niet eens is afgerond. Een leven lang leren ...
    Wat we me wel intrigeerde is dat door je persoonlijke zoektocht heen je telkens beelden gebruikt, die het geheel weer min of meer in het algemene trekken. Ook nu weer ga je uitgebreid in op Het Verhaal. Hoe mooi ook, die beelden kunnen ook afleiden van het werkelijke 'punt' (of moet ik 'probleem' zeggen?).
    Dat is volgens mij namelijk de vraag of jij jezelf kunt accepteren, of er genoeg zelfvertrouwen in jezelf aanwezig is, of je jezelf door God geaccepteerd weet. Ik heb dat volgens mij wel eens eerder als een reactie op je blog gezet.
    Het lijkt er nu op, als ik bovenstaande uiteenzetting lees, of dat punt nu daadwerkelijk bereikt is. Ik formuleer voorzichtig, want ik kan niet in je hart kijken. Als dat zo is: mooi man, houden zo! Leven van genade, elke dag.
    Het kan echter ook zijn dat de pijn uit je verleden later weer de kop op gaat steken, omdat dat zo diep binnen in je zit. In dat geval moet je wellicht eens met iemand gaan praten. Dat kan opluchten, ontluchten, en katalyserend werken.
    Verder begreep ik ook dat je door minder prettige ervaringen in het verleden geen vaste kerk hebt waar je naar toe gaat. Hoe begrijpelijk ook, het bevordert niet het beoefenen van gemeenschap met andere mensen, het proces van geven en nemen, accepteren en geaccepteerd worden. Groeien door gemeenschap.
    En zo kun je ook niet groeien door gesnoeid te worden ... Ik bedoel, mensen zouden je ook kunnen helpen, advies geven, kunnen corrigeren. Voor je eigen bestwil. Waar ben je bang voor?
    Er gebeuren ook mooie dingen daar, zeker weten. En ik kan het weten, ik ben wellicht de meest kritische kerkganger in mijn eigen kerk ... God werkt ook aan de kerk en in de kerk.

    Zo maar wat persoonlijke woorden. Niet als kritiek, maar als advies.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank je wel voor je weldoordachte reactie! Ik zal er nog even op kauwen.
    Toch reageer ik er alvast op:
    Je hebt gelijk dat ik mijn concept niet weer terug trek in het persoonlijke - hoe ik het in praktijk breng om in deze realiteit te leven. Misschien is dat omdat dat nog 'het heden' is, het proces waar ik nu nog in ben, zodat het moeilijk te omschrijven is. Het uit zich erin om als ik op bed lig en mijn gedachten laat dwalen, ik ervoor kies om mezelf voor te houden dat Jezus realiteit is en bij mij is, en dat ik door Hem geliefd ben. Dat 'centreert' mij in de waarheid, en doet de waarheid steeds dieper in mij afdalen.

    Je hebt trouwens gelijk dat het pijnpunt hem zit in het punt van zelfvertrouwen of anders gezegd: zelfrespect. Het weten dat ik geaccepteerd ben en mezelf dus ook accepteren. Ik denk dat ik daarin iets gegroeid ben, maar ik weet ook dat het nog niet realiteit is - 'niet dat ik het al gegrepen heb, maar ik strek me ernaar uit'. Er zullen waarschijnlijk meer periodes zijn dat ik weer twijfel aan mezelf, mezelf afwijs, mezelf onhaalbare eisen stel of iets dergelijks. Dan heb ik de woorden van anderen nodig om mezelf weer te zien als 'geliefde' - en te rusten in de onvoorwaardelijke acceptatie van de Vader.

    En daar raken we aan dat heikele onderwerp: de kerk. Begrijp me goed: ik onderschrijf nog steeds de geloofsbelijdenis: ik geloof in de kerk, het lichaam van Christus, de tempel van God. Dat ik niet op zondagmorgen naar een samenkomst ga, is niet omdat ik de gemeenschap van christenen als zodanig afwijs. Maar het is ook niet (alleen) uit emotionele beschadiging of vervelende ervaringen in kerken in mijn jeugd. Mijn keuze is voor een groot deel gebaseerd op een aantal jaar nadenken over de leerstellige basis voor de kerk zoals die nu anno 2010 (vooral evangelisch) bestaat, en mijn conclusie dat het idee van de kerk als 'technologische' organisatie (eigenlijk opgezet als 'bedrijf' - waarbij doelen moeten worden gehaald et cetera), niet lijkt op de organische gemeenschap van gelovigen die Jezus volgens mij op het oog had. Het lichaam van Christus, waar vooral relaties belangrijk waren, het samen optrekken van mensen, in plaats van het vervullen van taken. Dat is waar ik naar verlang - een vorm van gemeenschap (bijvoorbeeld een vorm van huisgemeente?) die dit in praktijk brengt - gebaseerd op de onvoorwaardelijke liefde van God.
    Daarom ga ik ook nog wel naar de kring van de kerk - het samenzijn met christenen, om elkaar in relaties te scherpen te laten corrigeren is immers belangrijk. Dit ervaar ik als gemeenschap (als kerk) - vooral omdat het relationeel is, en ik er mezelf kan zijn.
    Ik zie deze fase trouwens als tussenstation, niet als eindpunt en hoop dat binnen afzienbare tijd (na de groei die ik nog doormaak) een nieuwe tijd aanbreekt.

    Johan

    BeantwoordenVerwijderen