zaterdag 10 oktober 2015

'De loser die wint ...' - The Making Of ... (2): Zwak geloven

Ondertussen ben ik hard aan het werk de laatste proeven van 'Hoe je zwakheid leven brengt' door te nemen. Nu wordt het wel heel werkelijk. Als ik dadelijk deze versie heb teruggestuurd, is de tekst helemaal af. Dan kan het worden opgemaakt, en gedrukt. En dan kan iedereen het lezen. Dat is natuurlijk waarom ik het boek geschreven heb, maar het is ook spannend. Ik weet namelijk bij voorbaat al dat niet iedereen het zal kunnen waarderen. Op facebook volg ik bijvoorbeeld iemand die eerlijk verslag doet van de vragen die hij de laatste tijd bij zijn geloof is gaan stellen - maar in de commentaren onder zijn berichten krijgt hij de wind van voren: hij zou zijn plek in een christelijke organisatie moeten neerleggen, hij zou verantwoording moeten afleggen aan christenen die 'twijfelen aan zijn twijfel', hij zou geen sterk geloof hebben.

Nu weet ik al jaren van mezelf dat ik geen sterk geloof heb. In elk geval niet volgens de definitie die ik daar toen ik opgroeide in een fundamentalistische kerk voor zou hebben gegeven. Voordat ik overspannen werd en die kerk verliet, dacht ik dat geloven gelijk stond aan 'zeker zijn', en 'alles kunnen uitleggen' en 'niet twijfelen'. Ik moest ervan overtuigd zijn dat een aantal uitspraken over de werkelijkheid (opgesteld op basis van een bepaalde uitleg van een verzameling oude geschriften) absoluut, volkomen de werkelijkheid beschreven en dat alternatieve interpretaties en uitspraken over de werkelijkheid niet klopten. Deze zekerheid was niet alleen een acceptatie van kennis, zoals ik zeker was dat een en een twee is, maar een psychologische toestand: een toestand van absolute zekerheid. Die weinig te maken had met wat ik met mijn ogen kon zien, de gegevens die ik kon verzamelen, of de conclusies die mijn verstand daaruit kon trokken. Het was een a priori vaststelling dat ik niks anders in overweging kon nemen als waarheid. Zoals een fundamentalistisch christen ooit op Goedgelovig schreef: "Ik weet 100 procent zeker dat ik nooit zal twijfelen aan Gods bestaan.” Zelf vind ik het nu heel ongezond dit soort voorspellingen te doen. Maar ik herken het principe. Ik dacht ook dat ik nooit zou twijfelen aan het jonge aarde creationisme, of aan het pretribulationistische premillennialisme, of aan Gods bestaan. Niet omdat ik daar echt van overtuigd was (ik kan terugkijkend zeggen dat ik eigenlijk altijd het evolutionistische model overtuigender heb gevonden, en het standaard eindtijdmodel wel erg ingewikkeld, en dat ik ook lang niet altijd Gods aanwezigheid ervoer) maar omdat ik nu eenmaal zo zeker moest zijn.
Ook toen ik de kerk waar ik was opgegroeid allang had verlaten, probeerde ik het 'kaartenhuis van zeker weten' nog overeind te houden. Ik klemde me vast aan religieuze ervaringen, of aan filosofische overwegingen. In die periode sprak ik met een goede vriend over The Matrix Revolutions, die toen in de bios draaide. Hij betoogde dat ook al kunnen we niet zeker weten dat de werkelijkheid een illusie is, het toch zinvol kan zijn om te geloven. Je gelooft immers niet omdat je zeker bent dat het echt zo is, maar omdat je het wilt geloven. Toen was ik nog heel geschokt door die gedachte. Maar ondertussen ben ik me gaan realiseren dat ik maar heel weinig echt zeker kan weten. En dat mijn geloof in God dus weinig met 'zekerheid' als psychologisch fenomeen te maken heeft. Sterker nog: ik ben eigenlijk 'nauwelijks nog gelovig'. Zo beschreef ik het op mijn blog.

Maar de vraag is of dat zo erg is. Is het niet eerder bevrijdend? Onze zekerheid - het proces waarmee we onze eigenwaarde laten afhangen van de onwankelbaarheid van onze psychologische toestand van overtuigd zijn - maakt dat we andersdenkenden als vijand behandelen, mensen die anders of niet geloven alleen beschouwen als evangelisatiedoelwitten en niet als medemensen, en de wereld, anderen en onszelf strak in het kader dwingen dat nodig is voor ons gelijk, zelfs als zij of wij daar eigenlijk niet in passen. Dit beschadigt ons ook. Ons geloof is zo niets anders dan een 'heldenverhaal', waarmee we onszelf proberen te beschermen tegen de dood en tegen betekenisloosheid. Een heldenverhaal waarin wij zelf centraal staan en waaraan nooit getornd mag worden. En waar anderen het slachtoffer van worden. Want als je van mij vraagt net zo zeker te zijn als jij, en mijn vragen bagatelliseert, onderwerp je mij aan jouw 'zingevingsverhaal'.
Hier tegenover staat het 'zwak geloven'. Een term die ik voor het eerst tegenkwam bij Ronald van den Oever. Hij schreef: "De kern van het zwakke denken is dat we geen claims meer hebben om krachtige metafysica vast te houden ... Jezus is gekomen om alle bolwerken (machthebbers) van hun kracht te ontdoen. Onze weg is achter Hem aan, de weg van de naastenliefde (charitas) en naastenliefde verzwakt alle macht en bant al het geweld uit." Hij noemt dit zelfs een soort blijde boodschap.
Over de term 'zwak geloven' heb ik lang nagedacht. Uiteindelijk ging ik zelfs op mijn blog een flinke serie schrijven met als titel 'Terug naar de basis'. Daarin schreef ik dat ik ervoor koos in God te geloven en te leven op de manier die daarbij hoort, niet omdat ik er rationeel of emotioneel van overtuigd ben, maar omdat ik het verhaal van God dat zichtbaar is geworden in Jezus het mooiste, beste, meest betekenisvolle verhaal ter wereld vind. Ik verlang naar dit visioen van de werkelijkheid. En dus zal ik blijven geloven, ongeacht of ik het kan bewijzen of niet. Ik moet vaak denken aan de woorden van de ‘marshwiggle’ Puddleglum uit The Silver Chair van C.S. Lewis: “Suppose we have only dreamed, or made up, all those things-trees and grass and sun and moon and stars and Aslan himself. Suppose we have. Then all I can say is that, in that case, the made-up things seem a good deal more important than the real ones. That's why I'm going to stand by the play world. I'm on Aslan's side even if there isn't any Aslan to lead it. I'm going to live as like a Narnian as I can even if there isn't any Narnia.”

En waarom vind ik dit verhaal zo mooi dat ik erin wil leven? Omdat het een verhaal is over zwakheid. Als in de beste sprookjes gaat het niet over de machthebber of de sterke held, maar over de jongste zoon, de zwakke broeder, degene die het onderspit delft. En die toch  uit de dood wordt opgewekt. De ontmenselijkende machthebbers van deze wereld worden ontmaskerd als valse verhalen volgend. De lijdende, worstelende verschoppeling blijkt niet vergeten te zijn, en zelfs de dood heeft niet het laatste woord. Dat vind ik gaaf, want ik realiseer me dat ikzelf ook vaak zwak ben. Ik kan geen 100 procent zekerheid in stand houden, ik kan niet beloven nooit aan verleiding toe te geven, ik worstel met slaapproblemen en stressklachten die ik niet zomaar kan overwinnen, en ik kan mijn lichaamsgewicht niet zomaar terugdringen.
Het mooie is dat een van de punten waarin ik mezelf altijd als 'zwak' had ervaren, tijdens het schrijven van bovengenoemde serie blogberichten, toch een succesverhaal werd. Ik kreeg namelijk verkering met Bianca. En later werd ze zelfs mijn vrouw. Maar zij illustreert ook juist weer het punt: ik heb niet mijn best gedaan haar te imponeren. Ik heb zelfs even verkering gehad met een ander. En toch bleef ze van mij houden, gewoon zoals ik ben. Ik hoef voor haar me niet anders voor te doen dan ik ben, hoef niet dingen in huis te repareren die ik niet kan (of wil), hoef niet mijn aquariums de deur uit te doen of mijn stripboeken. En ook als ik klaag over hoofdpijn, of voor de zoveelste keer twijfel over de kerk of over mijn schrijfkwaliteiten, ziet ze me niet als een 'loser', of suggereert ze dat ik aan mezelf moet werken. Ze zegt dan dat ze van me houdt. Punt. En het hoeft waarschijnlijk niet te worden gezegd, maar: ik hou ook van haar. Zoals ze is. Elk moment met haar is een feestje, een prachtige dans van twee mensen die zichzelf aan de ander willen geven. Zoals het ook met God is.

Er waren een aantal lezers die mijn blog aandachtig volgden, en die ook behoorlijk onder de indruk waren van de serie 'Terug naar de basis'. Hans Zellenrath schreef in een reactie: 'Je bent een echte schrijver die moet schrijven, een innerlijke noodzaak. Prachtig weergegeven. Deze bijdragen op je blogs zouden een mooi en interessant boek zijn. Eerlijk en in zwakheid sterk. Dat je jezelf niet spaart maar ons toont in afhankelijkheid, zwakheid maar ook in grandeur en geloof in Hem die alles omvat.' Ook Daniel de Wolf bleek heel enthousiast over mijn ideeën en stimuleerde me er een boek van te maken. En in het voorjaar van 2012 heb ik dat dus ook gedaan, maar daarover later meer!

(wordt vervolgd)

vrijdag 2 oktober 2015

'De loser die wint ...' - The Making Of ... (1): Wie verre reizen doet ...

Mijn schrijfcarrière lijkt zo langzamerhand in een stroomversnelling te komen. Mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst' verschijnt volgend jaar, ik doe mee aan wedstrijden voor korte verhalen, en een verhaal verscheen in 'Ganymedes 15' - een staalkaart van de Nederlandstalige SF en fantasy. Verder komt eind oktober een prachtig koffietafelboek uit, getiteld 'Woestijnvaders', waarvoor ik de redactie heb gedaan en hoewel de betreffende heiligen in een droge omgeving leefden, waren ze totaal niet stoffig. Beeld en tekst komen in dit boek samen en bieden inspiratie uit de woestijn. En eind oktober zal ook mijn vijfde boek worden gepubliceerd: 'Hoe je zwakheid leven brengt ... Als God je verhaal vertelt'. Daar ben ik natuurlijk erg enthousiast over!
Toen 'Indrukwekkende Vrijheid' uitkwam, mijn vorige non-fictieboek, heb ik op mijn blog een driedelige serie geschreven over 'The Making Of ...' (deel 1, deel 2, deel 3). Want de totstandkoming van een boek is vaak in zichzelf ook al een heel verhaal, vooral boeken over onderwerpen die je na aan het hart liggen. En met dit nieuwe boek is dat ook het geval. Dat verhaal is echter niet een-op-een in het boek terug te lezen, zoals je om te zien hoe een film gemaakt is ook de extra's op de blu-ray moet raadplegen (of het moet een heel postmoderne film zijn, dat kan). Ik vind het zelf echter wel altijd leuk om te weten hoe iemand ertoe kwam een bepaald verhaal te schrijven, en hoe hij zelf groeide (of niet) door het schrijfproces. En als het waar is wat ik geloof, namelijk dat elk goed verteld verhaal het Verhaal van de Werkelijkheid weerspiegelt, geldt dat dus ook hiervoor.

Het verhaal van 'Hoe je zwakheid leven brengt ...' begint zelfs al voordat 'Indrukwekkende Vrijheid' in de winkels lag. In het voorjaar van 2010 kwam ik namelijk in het weekeinde thuis van een afspraak toen ik een berichtje hoorde op mijn antwoordapparaat. Het waren mijn ouders: dat ik het vorige jaar niet op vakantie was geweest en of ik daarom niet naar Visakhapatnam in India wilde. Helaas was het februari, en dat is voor mij niet het beste jaargetijde. Zelfs met daglichtlamp heeft de winterdepressie nog invloed op mijn gevoelsleven, en ik zocht allerlei motieven achter het ingesproken berichtje: vonden mijn ouders dat ik het vorige jaar op vakantie had moeten gaan? Was dit inherente kritiek? Was ik alleen geslaagd als ik verre reizen maakte?
Ik had de weken daarvoor toch al de nodige worstelingen gehad, bijvoorbeeld op mijn werk. Zo was er een externe adviseur gekomen op de communicatieafdeling, om ons te begeleiden in een veranderingsproces. Een van de doelen was het Tijdschrift voor Diergeneeskunde, waarvan ik bureauredacteur was, te gaan omvormen, van een blad dat klakkeloos plaatste wat mensen instuurden, al waren het congresverslagen van zes pagina's, tot een journalistiek gedreven vakblad. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er niet zo positief bij zat: een paar jaar eerder was ik namelijk bij het Pharmaceutisch Weekblad bij net zo'n omslag betrokken geweest: van wetenschappelijk tijdschrift naar vaktijdschrift. En het jaar daarna was ik ontslagen, omdat ik niet mee had kunnen komen. Ik ben namelijk niet een assertieve journalist en nieuwsjager en dat werd ik toen wel geacht te zijn. Ik had nu dus mijn hakken in het zand. En de adviseur legde de vinger op de zere plek: een negatief zelfbeeld. Ik verwachtte opnieuw te falen, dus wilde ik geen risico nemen.
Ik wist eigenlijk al jaren dat ik hiermee worstelde, maar dacht dat ik al een eindje gegroeid was. Het bleek echter nog steeds een rode draad in mijn leven. En ik had geen flauw idee hoe ik er iets in kon veranderen: ik kan mezelf niet aan mijn eigen haren uit een moeras trekken. Dat er tegelijkertijd een nieuw functiewaarderingssysteem werd ingevoerd hielp me niet bepaald - dat hield ook in dat ik me elk jaar opnieuw moest bewijzen, dat ik moest laten zien competenties te kunnen verbeteren en resultaten te halen, terwijl ik het al moeilijk vond om gewoon te functioneren.
Ik besloot mijn ouders gewoon terug te bellen en van kritiek bleek geen sprake (misschien wel van wat onhandig uitdrukken). Het punt was dat ze wisten dat ik van reizen hield. En dat zij geld hadden verzameld voor een project van een Indiase kerk, waarvan een waterput geboord zou worden, maar dat ze de afgelopen jaren al een paar keer naar India waren geweest en tegen nog een reis opzagen. En dat ze mij dus graag wilden afvaardigen om namens hen te gaan. Ik zou direct de kans krijgen in een kerk aldaar een keer te spreken en zij wilden ook de reiskosten betalen. Dat was een gaaf aanbod. En ik had op dat moment ook geen levenspartner met wie ik rekening hoefde houden. De weg was dus vrij voor mij om te gaan. Ik zag wel op tegen het regelen van een visum en dat soort praktische zaken, maar toen ik zeker wist dat ik dit wilde, bleek dat ook geen probleem.

Van te voren dacht ik na wat ik zou brengen als ik de gelegenheid had om tot mensen te spreken in India. Tegelijk met de confrontatie op kantoor met mijn negatieve zelfbeeld was ik gaan nadenken over wat de bijbel zegt over zwakheid. Hierover had ik op mijn blog een serie geschreven. Ik was me daarbij bewust geworden dat zwakheid tot de kern behoort van het christelijke geloof. Wat wil je met een religie die draait om een man die aan een kruis wordt genageld en sterft?
Vooral het opnieuw lezen van 1 Korinthe had me ervan overtuigd dat we als mensen niet op onze eigen kracht moeten vertrouwen. Dat is de weg of het geheim van de wereld. Het geheim van God is dat van de zwakheid. Dat is waarom volgens Paulus zowel Joden als Grieken het dwaasheid vinden. Het betekent namelijk dat je accepteert dat je zwak bent, dat je het belang van de ander hoger acht dan dat van jezelf en niet probeert je eigen bestaan tegen elke prijs veilig te stellen. Zoals Jezus dat ook niet deed. Hij vertrouwde in plaats daarvan op God en die wekte hem uiteindelijk uit de dood op. Jezus kon daar zelf niets aan bijdragen. Hij steeg niet op uit het graf op eigen kracht (in weerwil van een bekend Paaslied). Hij was dood. Hij kon niets. Het was God die hem tot leven wekte, en net zo is God aan het werk in ons, als wij Hem niet in de weg staan. Zoals Paulus in Galaten zegt: God handelt alleen (3:20).
Dat is voor ons westerlingen met onze cultus van persoonlijke ontplooiing en assertiviteit misschien aanstootgevend, maar uiteindelijk is het goed nieuws. Want er staat een ding vast, en dat is dat we uiteindelijk allemaal aan de zwakheid ten prooi vallen. We sterven allemaal, of we in India wonen of in Nederland, of we rijke directeur zijn of heroineverslaafde. En allemaal kunnen we niet op eigen kracht, zelfs niet door ons geloof, maar alleen door God uit de dood worden opgewekt. Dit was iets wat ik in India kon brengen, zelfs toen ik een keer met acute diarree van het podium af moest. Paulus zelf kwam immers ook in Korinthe 'in al mijn zwakheid en [bovendien] was ik angstig en onzeker' (1 Korinthe 2:3).

Ik nam dit keer niet een tas vol boeken mee op reis. Er zat eigenlijk maar een boek in mijn bagage, en dat was 'The Shack' van William Paul Young (in het Nederlands 'De Uitnodiging' geheten). Dit boek had ik een paar jaar eerder ook al gelezen en het had me toen heel erg aangesproken. Ik nam het nu mee in de hoop dat ik door het lezen ervan opnieuw iets van God zou leren. Het is echter geen onomstreden boek.
Young geeft zijn boodschap namelijk door in de vorm van een verhaal. Een verhaal over Mack, een man die zijn dochtertje verliest aan een seriemoordenaar. Verteerd door verdriet raakt hij in een depressie. Dan krijgt hij een uitnodiging om naar een hut in de bergen te komen. Daar heeft hij een ontmoeting met de drie personen van de drie-eenheid: Papa, een Afroamerikaanse vrouw die van lekker eten houdt, Jezus en de Heilige Geest, gepersonificeerd als een Aziatische vrouw. Dit is namelijk hoe God tot Mack, kan doordringen. Andere beelden zouden bij hem tot weerstand leiden. Papa wil Mack ervan overtuigen dat hoewel hij een groot lijden heeft ervaren, dat niet betekent dat God niet van hem houdt. Papa is zelfs 'especially fond of him'. En die liefde hoeft Mack niet te verdienen. Niet door zich aan religieuze verplichtingen te houden, niet door zich moreel te gedragen. Hij is gewoon geliefd, en mag erin rusten. Die liefde betekent ook niet dat het hem voor de wind zal gaan, en dat hij geen verdriet zal kennen. Maar de littekens op Jezus' handen laten zien dat God er ook in dat verdriet bij is, en dat hij ook als hij boos is of teleurgesteld, in Gods liefde mag rusten. Want uiteindelijk zal God door de dood en de pijn heen vernieuwing brengen, een die niet door mensen tot stand kan worden gebracht, maar op een organische manier, als een fractal. Het enige dat Mack hoeft te doen is te rusten in Gods liefde.
Vreemd genoeg hadden heel veel christenen, vooral in de Verenigde Staten, felle kritiek op deze boodschap. Ik meende echter dat de boodschap zo bijbels was als het maar wezen kon. Zowel de eerste keer dat ik het boek las, als toen ik het in India herlas, zat ik voortdurend te knikken. Eigenlijk wilde ik een boek schrijven over dezelfde thematiek, om te laten zien dat het Godsbeeld uit 'The Shack' gewoon uit de bijbel afkomstig is. Daarin zou ik echter 'The Shack' of William Paul Young niet noemen of citeren. Wie weet zouden mensen het op deze manier wel tot zich durven nemen.
En ikzelf bleek de boodschap ook nodig te hebben, vooral toen er in IJsland een vulkaan met een onuitspreekbare naam uitbarstte, precies op de dag dat ik naar Nederland zou terugreizen. Zo strandde ik in het Midden-Oosten op het vliegveld van Doha. Ik was bang en zenuwachtig, wist niet hoe lang ik daar zou moeten blijven. Mijn negatieve zelfbeeld dreigde me te overweldigen. En ik ging oefenen om mezelf te zien als door God geliefd, om mezelf dat voor te houden als de diepste waarheid, ook toen ik achterin de rij stond en mensen probeerden voor te dringen ...

Hoe dat afliep zal ik hier niet schrijven! Daarvoor zul je het boek moeten lezen. De reis naar India en mijn belevenissen daar vormen namelijk een rode draad in het boek. Ik zie het zelf als een avonturenverhaal. De jongensboeken die ik vroeger las eindigden immers ook bijna allemaal met een vulkaanuitbarsting ...

(wordt vervolgd)

vrijdag 25 september 2015

Gedicht: Gods verantwoordelijkheid

Gods verantwoordelijkheid

Ik had niet gevraagd om dit zogenaamd geschenk.
Wist nergens van, niet van schoonheid en niet
van haat. Was onzelfzuchtig in mijn niet-bestaan. 
Rustte in niet verantwoordelijk zijn. Mijn pad
op de bestemming aangekomen doordat
ik nooit vertrok. Maar dit mocht van u niet blijven.
U duwde mij de wereld in. Naakt landde ik
in vijandschap, moest vechten om te overleven,
zoeken naar het goede op de tast. Alleen,
want hoe ik riep, u leek mij nooit te horen, leek
zelfs niet te bestaan. Toch vertelden mensen dat 
ik zou worden afgerekend op mijn houden van
slechts te raden regels, betwiste rituelen
waarmee ik nooit had ingestemd en faalde ik
dan was het oordeel pijn tot in de eeuwigheid.
U was niet goed, toch moest ik u wel zo noemen.
Ik leed. Toen zag ik u begraven in de grond
een deel van mij in uw etterende wonden, 
de prijs betaald zodat ik u zou vergeven
en deel zou zijn van u. Het leven won finaal
de strijd en ik rees met u op. Het hele land
kreeg kleur en zelfs wie in de hel was afgedwaald
bracht u terug. De aanklacht ongedaan gemaakt
nam ik uw gave aan in jonge dankbaarheid.
 
Dit artikel dat ik afgelopen woensdag las, overtuigde mij dat God uiteindelijk iedereen zal redden. Of dat hij niet werkelijk goed is, en in dat geval: waarom zou ik in Hem geloven? Het is eigenlijk heel eenvoudig: als God uit vrije keuze het heelal en elk van ons heeft gemaakt, is hij uiteindelijk verantwoordelijk voor hoe het met ons afloopt, en niet wij.

zaterdag 19 september 2015

Gedicht: Herfstochtend

Herfstochtend

De ramen lijken ziek, vol bulten
glanzend in een spikkelpatroon.
Daarachter de grauwe lucht, wolken
steeds voorbij schuivend, donker, bleek
en zelfs wat groen als het gezicht
van iemand die moet overgeven.
De bomen dragen blad, maar ik zie
al pestilente plekken. Flats laten
de schouders zakken, sporen lopen
over hun gezicht. Geen vogels
zingen nog, slechts de kraaien zwart
als alle regenjassen. Ik denk dat
ik vandaag maar beter thuis kan blijven.

vrijdag 18 september 2015

Boekbespreking: The Zero Marginal Cost Society (3): de fractal van Gods koninkrijk

Wat we volgens Rifkin zien doorheen de ontwikkeling van de mensheid (van steentijdstammen tot derde industriële revolutie) is dat de inherente sociale natuur van de mens steeds meer zichtbaar wordt en steeds meer dat 'anders' is in zich sluit. En deze ontwikkeling richting de Homo empathicus wordt niet bereikt door enkele individuen, is niet afhankelijk van onze eigen inzet. Het lijkt een ontwikkeling te zijn die zichzelf voortbrengt: nieuwe innovaties in communicatie, vervoer en energie leiden tot een nieuw bewustzijn bij de mens, en dat gaat leiden tot nieuwe innovaties. Het is niet van elkaar te scheiden: er is ontwikkeling op alle terreinen en die dragen allemaal aan elkaar bij. Het betekent ook dat het niet te stoppen is. Het is niet voor niets dat juist in deze tijd de Chaostheorie in opmars is, want deze lijkt dit proces prima te beschrijven.

Chaostheorie beschrijft hoe uit een chaotisch systeem bij een heel kleine verstoring al heel complexe patronen kunnen ontstaan, schijnbaar spontaan, zoals fractals. Dit blijkt op veel terreinen te gelden: het weer bijvoorbeeld. Maar ook bij de aanleg van organen in het lichaam. De werkelijkheid lijkt een fractalstructuur te hebben. Martin Brasier past het principe in Darwin's Lost World toe op de evolutie. Het ontstaan van leven kan namelijk worden beschouwd als het effect van een chaotisch systeem dat zoekt naar een equilibrium. Hierbij ontstaat toenemende complexiteit (een fractal). Dit geldt voor de vorming van een cel (veel complexer kan een structuur niet zijn) uit het chaotische chemische systeem van de 'oersoep'. De opkomst van meercellig leven was op gelijke wijze het effect van het complexe systeem van eencellig leven dat in een crisistoestand terechtkwam en een nieuwe evenwicht zocht. Dat evenwicht is nu, na bijna 600 miljoen jaar, nog steeds niet bereikt en de opkomst van mensen en het ontstaan van bewustzijn zijn steeds complexere uitingen van het naar evenwicht zoekende systeem: steeds verdere vertakkingen van de fractal.
Welke richting deze ontwikkeling van chaotische systemen uitgaat wordt bepaald door een 'strange attractor' - zoals de route die een lawine volgt, wordt bepaald door de valleien in een berghelling. Onder de chaos van onze wereld schuilt dus een principe, de 'strange attractor' dat als vanzelf' het menselijke bewustzijn voortbrengt. En dit bewustzijn ontwikkelt zich, zoals we zagen, nog steeds, naar steeds meer samenwerking en empathie! Mensen kunnen dit met hun bewuste handelen misschien tijdelijk tegenhouden, maar ze kunnen het niet stoppen. Wij behoren namelijk tot het systeem zelf, en niet tot de 'strange attractor' onder het systeem!

Zo zien we dus dat zonder dat het een bewuste keuze is, de beschikbaarheid van nieuwe technologie nu al bij jongere generaties leidt tot een andere manier van leven. Waarbij delen vanzelfsprekend is, toegang tot wat nodig is een recht, en iedereen er bij moet kunnen horen. Mijn jonge nichtje groeit op in een heel andere wereld dan ik, zonder dat een enkel persoon heeft gekozen dat die wereld er moet komen. De komst van de nieuwe wereld is een gegeven, inherent aan de 'strange attractor' onder onze wereld.
Ik zie hier een connectie met de sacramentele manier van naar de wereld kijken (versus de transactionele manier) en de manier waarop Jezus spreekt over het koninkrijk van God: een realiteit die al aanwezig is, maar nog zichtbaar aan het worden is. Als gist dat deeg doortrekt, en het hele deeg verandert, of als zaad in de akker. Wat als de 'strange attractor' die de schepping naar een steeds hoger organisatieniveau brengt en mensen naar een steeds hoger niveau van empathie, niets anders is dan de aanwezigheid van God, dan zijn koninkijk? Wat als wij er niet voor verantwoordelijk zijn, maar zijn aanwezigheid in de chaos uiteindelijk de nieuwe wereld daaruit voort laat komen? Wat als alles wat wij om ons heen zien opbloeien aan samenwerking en aan liefde uitingen zijn van dit proces, de eerste tekenen van wat nog gaat komen? Wat als God ooit alles zal zijn en in allen, en dat er dan geen tempel meer zal zijn, en geen handel, maar dat het Lam het licht van de mens zal zijn? Wat als deze aanwezigheid van God onder alle dingen, die door de geschiedenis heen leven brengt uit de dood, en complexiteit uit chaos, volmaakt is zichtbaar geworden in de dood en opstanding van Jezus, en nu al gedeeltelijk zichtbaar wordt in ons eigen leven, elke keer als we ervoor kiezen betekenis te creëren of elkaar lief te hebben?

Natuurlijk zullen er christenen zijn die deze manier van naar de wereld kijken te positief vinden, die erop wijzen dat volgens de bijbel alles slechter zal worden, eindigend in een apocalyps, waarna alles in vuur zal vergaan. De op dit moment standaard toekomstverwachting van de evangelische kerk is voortgekomen uit de Vergadering van Gelovigen, een van de kerken die opkwam tegelijk met het ontstaan van het kapitalisme. En die dus door hetzelfde escalerende 'wij-zij'-denken, het schaarstedenken, wordt gekenmerkt. Ik schreef hierover in mijn essay over de laatste Hunger Games-film.
De realiteit is echter dat dit niet de enig mogelijke interpretatie is van de schriften. Het is ook mogelijk aan te nemen dat de woorden van Jezus in Mattheus 24 en de beschrijvingen uit Openbaring bedoeld waren voor de gelovigen in die tijd, die hun eigen apocalyptische ervaringen zouden hebben: de val van Jeruzalem, en de christenvervolgingen in het Romeinse rijk. Zij kregen de aanmoediging hoop te houden, te blijven strijden tegen het oude wereldsysteem en te hopen op de toekomst die zou komen. Dezelfde aansporingen kunnen wij goed gebruiken in onze strijd. Niet tegen vlees en bloed, maar tegen overheden en machten in de hemelse gewesten: de mensonterende geest achter het kapitalisme en het fundamentalisme. Tegelijk zeggen de christenen die op deze andere manier de bijbel uitleggen dat we in de tijd leven van de regering van Christus ('het millennium'), waarin het koninkrijk (zij het onder tegenstand) steeds duidelijker zichtbaar wordt. Het is niet tegen te houden. En als het volledig zichtbaar is, de nieuwe wereld is gearriveerd, zal de Koning zelf komen en zullen wij hem tegemoet gaan om hem binnen te halen.
Ook deze uitleg is geen moderne inventie, maar heeft goede papieren in de geschiedenis van de kerk. Zou het dan kunnen zijn dat de nieuwe initiatieven die we om ons heen zien verschijnen, de komst van een empathische cultuur, niet een rijk van de antichrist is waar we weer bang voor hoeven zijn, maar juist een uiting van de komst van de koning, een teken dat zijn terugkeer nabij is? En zou het kunnen dat we de komst van deze nieuwe wereld niet kunnen tegenhouden, maar dat de uitnodiging is om eraan bij te dragen? Ook het koninkrijk van God wordt realiteit met of zonder ons, maar Jezus nodigt ons uit om ervoor open te staan 'als een kind', en het in ons leven al zichtbaar te laten worden. Dan worden we een korreltje in de fractal, een steen in de tempel die nu wordt gebouwd.
Ik schreef al eerder op mijn blog over deze dingen onder de titel 'Het spel verlaten'. En nu pas, tijdens het schrijven van deze wel heel uitgebreide boekbespreking, realiseer ik me dat die serie erover ging dat ik afscheid nam van de oude structuren gebaseerd op angst en het onder controle houden van mensen. Dat spel wilde ik niet meer meespelen. Maar pas nu zie ik de contouren opdoemen van het alternatief, en wat een fantastisch visioen is het! Dit is het waard om voor te leven! Je moet eerst het oude systeem verlaten, voor je oog kunt krijgen voor het nieuwe! Over wat dit betekent voor de kerk, zullen we met elkaar nog moeten nadenken. Het zal waarschijnlijk, net als in de nieuwe economie, gaan over samenwerking, netwerken, delen en toegang hebben tot. Ik ben benieuwd wat er op dat gebied allemaal gaat ontstaan.

Rifkin geeft in zijn boek allerlei inspirerende voorbeelden van de 'collaborative commons', de nieuwe manieren van samenwerken en van delen die voor de komende generaties steeds vanzelfsprekender worden. Ikzelf zoek al naar foto's op Morguefile en naar inspirerende kunst op Deviantart. Mijn vrouw luistert muziek en kijkt video's op Youtube. Mensen boeken geen hotelkamers meer, maar logeren bij anderen via couchsurfing en AirBnB, en ze delen auto's met elkaar via Greenwheels. En elke dag staan er in de krantjes artikelen over de opkomst van robots, het belang van empathie, en nieuwe ideeen op het internet, zoals Kickstarterprojecten en andere vormen van crowdfunding. Rifkin schrijft over nieuwe vormen van landbouw, waarbij mensen zich aansluiten bij coorperaties en samen inkopen gaan doen. Ze investeren samen in een boerderij en krijgen er groente voor terug. Een ander mooi initiatief dat hij beschrijft is een systeem waarbij moeders kinderkleding uitwisselen. In plaats van om de paar maanden nieuwe kleren te kopen (heel verkwistend), doen ze de oude kleren in een zak die ze opsturen. En ze krijgen een zak met kleding in een grotere maat terug. Het systeem werkt zo dat mensen ervoor beloond worden als ze niet versleten kleding opsturen. Prachtig om te lezen!
Dit soort verhalen leiden ertoe dat ik voor het eerst in lange tijd hoop heb voor de toekomst. Eindelijk kan ik er naar vooruitzien echt tot bloei te komen, in plaats van slechts te overleven. En het boek onthulde ook dat in mij een verborgen radicaal schuilt. Want ik geloof werkelijk in de uitgangspunten achter deze nieuwe economie. We zijn bedoeld om met elkaar te delen van onze overvloed (zoals in de tuin van Eden). En ook zijn muziek, ideeen en verhalen geen producten die op de markt verkocht kunnen worden, maar moet ieder mens er toegang toe kunnen hebben. De menselijke geest mag niet door het kapitalisme worden omheind. Een muzikant, en ook een schrijver, wil ook dat mensen kunnen delen in zijn/haar muziek, verhalen, ideeën. Aan de andere kant zal een samenleving die leeft op basis van overvloed mensen willen vrijstellen om muziek, verhalen en ideeen te genereren. Daarvoor zullen ze de muzikanten, schrijvers en denkers willen ondersteunen, maar op andere manieren. Dit zie je al in de wereld van de 'open source software', waar men bijvoorbeeld instructieboeken koopt, zodat de programmeurs nog meer gratis software kunnen maken. Zo zal het uiteindelijk voor een schrijver ook gaan. Nu zitten we nog tussen systemen in, en dus zal voorlopig nog voor boeken van mij betaald moeten worden, maar ik ga ook zoeken naar andere manieren om zoveel mogelijk mensen goede verhalen te laten lezen. Deze blog is daar eigenlijk al een voorbeeld van, met gratis gedichten, filmbesprekingen en essays! Ik ben al deel van de nieuwe wereld, zonder dat ik er bewust voor heb gekozen. Precies zoals het is met het Koninkrijk van God.

Rifkin zelf houdt zich aan de principes in zijn boek: 'The Zero Marginal Cost Society' is gratis te lezen op PDF

donderdag 17 september 2015

Boekbespreking: The Zero Marginal Cost Society (2): De empathische mens

Foto: Morguefile
In de nieuwe economische realiteit van overvloed, die volgens Rifkin het kapitalisme (van de schaarste) zal opvolgen, zal onze waarde als individu niet meer afhankelijk zijn van hoeveel we kopen of verkopen, of hoeveel geld we hebben, maar zal eerder tellen hoe sociaal we zijn, hoe vaak we anderen helpen. Onze 'gunfactor', zeg maar. Het is toch tragisch dat in ons huidige systeem onder directeuren verhoudingsgewijs veel sociopaten en psychopaten zijn (het tegenovergestelde van een 'gunfactor')? Dit gaat veranderen: het gaat er niet meer om of je een boot of vliegtuig hebt (een Amerikaanse TV-dominee hield laatst een collecte voor een privéjet! *huiver*) maar of je waarde en betekenis toevoegt aan jouw leven en dat van andere mensen.
Dit gaat samen met de volgende stap in de evolutie van ons bewustzijn als mensheid. Je ziet al een steeds toenemende nadruk op het binnensluiten van andere mensen, ongeacht geslacht, seksuele voorkeur, ras of afkomst. Mensen protesteren steeds vaker tegen elke vorm van buitensluiting. Zelfs in kerken komt steeds meer openheid voor het binnenlaten van bijvoorbeeld anders geaarden. We voelen mee met wat zij voelen, en vinden hun leven, hoe anders ook dan het onze, waardevol. En dit geldt zelfs voor onze hele biosfeer: we voelen ook steeds meer empathie voor onze leefomgeving, voor ijsberen en pinguïns, en willen ook hen in onze cirkel sluiten. We worden echte 'ecosysteemmensen'. De opkomst van deze Homo empathicus kan ik natuurlijk alleen maar toejuichen!

Rifkin is er eerlijk over dat vanuit menselijk gezichtspunt gezien de komst van deze wereldwijde nieuwe economie lang geen zekerheid is. Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving. Niet alleen wordt de voedselvoorziening voor een steeds grotere wereldbevolking in gevaar gebracht (we gebruiken nu al meer dan wat de planeet oplevert), maar ook de infrastructuur is niet berekend op de stormen en droogte die steeds vaker zullen voorkomen. Daarnaast is er een reële dreiging van cyberterrorisme, die hele systemen kan platgooien en samenlevingen zou kunnen ontwrichten, nu internet een steeds belangrijkere rol inneemt. Hij heeft zeker niet het hoofd in de wolken. Daarnaast zullen de vertegenwoordigers van het 'oude systeem' zich zeker tegen het nieuwe verzetten, want dat is altijd zo gebeurd. Multinationals, regeringen die baat hebben bij kapitalisme, maar ook fundamentalistische religies die zich hebben gevormd naar het kapitalistische model, zullen de samenwerkingsmaatschappij bestrijden en de empathische mens tegenwerken. Ik wordt bijvoorbeeld zelf niet echt bemoedigd door de Nederlandse politiek: zowel vluchtelingen als klimaat lijken er bekaaid af te komen in de troonrede en er wordt niet gerept over het stimuleren van de 'zero marginal cost society'. Je zou er opnieuw moedeloos van worden.

Maar Rifkin laat zich niet uit het veld slaan. Niet alleen voorspelt hij dat er altijd een rol zal blijven voor kapitalistische vormen (zoals er ook bijvoorbeeld nog koningshuizen bestaan), zij het in de marge. Hij heeft een nog veel belangrijker troef achter de hand. En wel de natuur van de mens. Het kapitalisme is namelijk gebaseerd op een idee over de menselijke natuur dat niet met de werkelijkheid overeen blijkt te stemmen. En dus is het gedoemd te falen. Het kapitalisme betoogt namelijk dat mensen inherent zelfzuchtig zijn, dat ze altijd hun eigen belang zullen stellen boven dat van anderen, en dat ze hun eigen comfort op de eerste plek hebben staan. En hierdoor zouden ze (omdat ze steeds voor zichzelf kiezen) op een bijna magische manier de wereld ook voor anderen verbeteren. Dit zou de 'onzichtbare hand' achter het kapitalisme zijn.
Behalve angst had het kapitalisme nog twee bewegingen achter zich staan. De opkomst van het kapitalisme viel samen met de ontdekking van Darwin van het principe van evolutie en het omarmen daarvan door de populaire media van die tijd. Wat bleef hangen was het idee van de 'Overleving van de sterkste' (The survival of the fittest). Alle levende wezens waren sinds het ontstaan van de wereld gewikkeld in een strijd om het bestaan, en de 'winnaar' mocht de volgende generatie voortbrengen. Dit was een harde strijd. Richard Dawkins schreef zelfs over 'de zelfzuchtige genen' en natuurdocumentaires geven de indruk dat alle dieren altijd alleen maar bezig zijn met vechten en eten, en voortplanting. Maar in de natuur is veel meer rust dan dat! En ook veel meer vormen van samenwerking. Het idee van 'Survival of the fittest' was door de media van Darwins tijd trouwens helemaal verkeerd begrepen. Het ging om de overleving van de best aangepaste, en dat is niet noodzakelijk de sterkste. Het kan ook degene zijn die het best met anderen samenwerkt. Daarom dat hoe langer een ecosysteem rustig is, hoe meer interacties er ontstaan, zoals symbiose. Deze symbiose leidde bijvoorbeeld tot het samengaan van verschillend bacteriën tot dierlijke en plantaardige cellen. Ook ons eigen lichaam is een samenleving van cellen en van bacteriën! Tegenwoordig gaat men er niet langer van uit dat diersoorten op zichzelf ontwikkelen, maar dat het de ecosystemen zijn die zich ontwikkelen: het hele web van soorten groeit, en wordt steeds complexer.
De tweede beweging die het kapitalisme ondersteunde was het fundamentalistische christendom. Had het protestantisme oorspronkelijk nog een behoorlijk positief mensbeeld en een flexibele bijbeluitleg, dit werd anders in de 19e eeuw, met de opkomst van de evangelische kerken! Deze kerken claimden dat de mens inherent slecht was en uit zichzelf geen goede keuzes kon maken. Hij had God nodig voor elke positieve keuze. Het hart kon niet vertrouwd worden, geen motief was zuiver, en elk initiatief van mensen was zelfzuchtig. Daarnaast was de wereld bestemd om in het oordeel te verbranden, dus hoefde die niet beschermd te worden. Ik ben zelf in mijn opvoeding sterk beïnvloed door deze manier van denken en werd er depressief van. Maar lange jaren van bijbelstudie hebben me geleerd dat dit niet de enige mogelijke theologie is. De oosters orthodoxe theologie bijvoorbeeld heeft ook oude papieren, maar ziet de mens niet als ten diepste slecht. Volgens de orthodoxe theologie is de mens geschapen naar het beeld van God en als beelddragers delen mensen in de natuur van God. Dit betekent dat we zelf waardevol zijn, maar onze medemensen ook, en dat we net als God scheppende wezens zijn met de verantwoordelijkheid zijn schepping tot bloei te brengen. Ja, de bijbel spreekt over zonde, maar de zonde is nu juist de zelfzucht, die het beeld van God in ons verstoort. We zijn daardoor ziek, zelfs dood, maar het is niet onze enige natuur. Daarom bestaat het werk van God niet uit het vrijspreken van oordeel (waarbij onze natuur niet verandert), maar uit genezing, en opwekking uit de dood. Zijn opstanding herstel in ons het beeld van God en de kracht van de Heilige Geest in ons geeft ons de energie van het eeuwige leven waarmee we als Gods beelddragers kunnen leven. En bovendien is dit niet een individueel gegeven! Het werk van Christus is niet individualistisch, maar ook ecologisch: de hele schepping zucht als in barensweeën, en het is de hele schepping, de hele biosfeer die zal worden verlost!

Deze nieuwe inzichten worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Daaruit blijkt dat het negatieve mensbeeld van het kapitalisme niet correct is. Mensen worden niet primair gedreven door eigenbelang. Mensen blijken juist de meest sociale van alle wezens. Dit is een biologisch feit, niet eens spiritueel. Wij beschikken (met nog een paar andere soorten) over 'spiegelneuronen', waarmee we ons in anderen kunnen inleven. En de delen van onze hersenen die betrokken zijn bij interacties met anderen zijn het verst doorontwikkeld. We zijn bedoeld om in een groep te leven. Niet voor niets is uitgesloten worden het ergste dat ons kan overkomen, en worden we letterlijk gek na te lang geisoleerd te zijn geweest. Geld maakt ons daarom niet gelukkig. Ja, armoede maakt ons ongelukkig, en als arme mensen rijker worden neemt hun mate van geluk aanvankelijk toe. Maar als ze genoeg hebben om zonder angst te kunnen leven, maakt toenemende rijkdom niet langer gelukkig, de curve gaat zelfs naar beneden lopen! Sociale interacties, diepe connecties, de geboorte van een kind, of met een geliefde trouwen, dat is wat ons gelukkig maakt. Het succes van het kapitalisme was gebaseerd op angst: de media (en reclame) suggereerden ons dat we arm waren, dat we tekort schoten, en dat we daarom gelukkig zouden worden van een nieuwe aanschaf. Maar hoe vaak bleek dat het geval? Zeg nou zelf!

(wordt vervolgd)

woensdag 16 september 2015

Boekbespreking: The Zero Marginal Cost Society (1): Het einde van het kapitalisme

Als het mogelijk was boeken zes sterren te geven, zou ik dat voor dit boek doen (wat suggereert dat mijn beoordelingssysteem voor boeken op Goodreads niet helemaal klopt). Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit boek mijn leven heeft veranderd. Het is ook lang geleden dat ik hele pagina's van een boek aan mijn vrouw voorlas, of aan vrienden (en broers) toezond, omdat ik dacht dat ze wel wat inspiratie konden gebruiken. En dat voor een boek over economie! Wie mij een beetje kent weet dat ik altijd heb gezegd dat ik geen enkele interesse heb in dat onderwerp, een van de weinige onderwerpen waarvoor dat geldt. Ik ben net zo verrast als jullie!
Zelf zou ik het boek waarschijnlijk niet hebben uitgekozen, want de titel wekt de indruk dat het een behoorlijk technisch betoog wordt ('marginal costs', dat klinkt als economie, nietwaar?). Maar een vriend raadde me aan het boek te lezen. We hadden namelijk met elkaar gegeten in Rotterdam, en tijdens onze maaltijd had ik hem verteld dat ik vaak depressief wordt als ik nadenk over de toestand van de wereld, omdat ik wordt bestookt met doemscenario na doemscenario. Dan weer gaat het over klimaatverandering, die niet meer te stoppen zou zijn, dan weer over het uitsterven van diersoorten en het leeg raken van de zeeën, dan weer over de komende oliecrisis ('peak oil') of over de vluchtelingenproblematiek (we kunnen ze nu wel helpen, maar het probleem is daarmee niet opgelost). En dan zijn er ook nog christenen die overtuigd zijn dat de Heer eind september 2015 terugkomt. Zoals hij zou terugkomen in 2011 en in de jaren '70 en in het jaar 1000. Maar toch: een kennis van me ging deze zomer maar veel reizen, want stel je voor dat de profetieën gelijk hadden ... Ik vind deze negatieve scenario's echter heel ontmoedigend, en vraag me soms af of het zin heeft door te leven als onze toekomst alleen maar slechter wordt.
De vriend met wie ik aan het eten was, bracht hier tegenin dat er ook positievere verhalen waren te vertellen over onze wereld en de toekomst, en dit was een van de boeken die hij me aanraadde te lezen. Het andere was 'The improving state of the world' van Indur M. Gorlany. Al voor ik er aan toekwam ze te bestellen, had ik op basis van zijn opmerkingen al geconcludeerd dat we als menselijk ras een bias (vooroordeel) hebben ten gunste van apocalyptische scenario's. We houden van samenzweringstheorieën waarbij grote machten samenspannen om ons voor de gek te houden en te overheersen, en we denken dat alles beter was in het verleden. Dat is van alle tijden. Zelfs de Egyptenaren dachten dat hun jeugd moreel bankroet was, en in de 19e eeuw werd er ook geklaagd over de losgeslagen studenten. Nu zeggen mensen dat de jeugd geen werkelijk contact meer heeft, maar zich afsluit achter beeldschermen. Maar er zijn foto's van begin vorige eeuw waarin je mensen in een tram ziet zitten, allemaal achter een krant verborgen. Kennelijk willen mensen in een drukke omgeving zich gewoon afsluiten van prikkels en is het niet iets van deze tijd. Toch vertellen we deze verhalen graag. Mogelijk omdat de meeste mensen 'in het moment' leven, en dit soort verhalen de situatie op scherp stellen en spannend maken. Mogelijk eenvoudig omdat over vrede en rust en groei weinig spectaculairs te vertellen is. De kranten bevatten ook al sinds mensenheugenis vooral slecht nieuws.

Ondertussen is het echter heus niet allemaal slecht nieuws dat de bovenhand voert. Niet alleen is de mens in een paar duizend jaar in medisch en technologisch opzicht een heel stuk verder gekomen, en is het leven van heel veel mensen verbeterd - we leven langer en blijven langer gezond, zijn rijker dan koningen in de middeleeuwen en hebben zelfs recht op vakantie en gerechtelijke bijstand! Wij hebben het beter dan onze ouders en al helemaal dan onze voorouders. En dit geldt niet alleen in het westen. Over de hele wereld zijn ziekten uitgeroeid, daalt kindersterfte, daalt het aantal slachtoffers van geweld (het lijkt anders omdat we door de media meer te horen krijgen). Bovendien zijn dit niet slechts cosmetische veranderingen, het lijkt erop dat ons menselijke bewustzijn zich ook verder ontwikkelt. In de steentijd leefden mensen in groepen van maximaal 500. Mensen van buiten die groep werden als 'anderen' beschouwd, als minder menselijk, en werden dus bestreden. Zo leven huidige steentijdstammen nog steeds! Maar uiteindelijk leerden mensen de eigen groep uit te breiden en zagen ze de mensen van hun eigen religie als tot hun groep behorend (de familie van het geloof). Mensen die iets anders geloofden waren 'heidenen' of 'barbaren' en werden nog steeds bestreden. Uiteindelijk gingen mensen zien dat anderen uit hun eigen land, ook als ze iets anders geloofden dan zij, het beschermen waard waren. De nationale identiteit werd belangrijk: de landgenoot werd de broeder. En in een volgende stap: de rasgenoot (die zie je in de 19e eeuw, en daarom is soms literatuur uit die tijd in onze ogen racistisch. Wat deze thesis bewijst). De volgende stap was de opkomst van het psychologische inzicht: we gingen zien dat alle mensen, ongeacht afkomst, een innerlijk leven hadden. Ook als ze anders leefden dan wij, zelfs als ze zich misdadig gedroegen, of zich afzonderden, of juist heel sociaal waren. We kregen er oog voor hoe ze zo geworden waren, en begrip voor hun reis. Onze eigen grootouders missen dit inzicht vaak, en snappen niet waarom anderen uit andere culturen zo 'anders' doen dan zij. Zo recent is deze ontwikkeling!
Deze evolutie ging gepaard met innovaties in de beschikbaarheid van energie (landbouw, windmolens en watermolens, stoomkracht, olie en benzine), in transportmogelijkheden (het wiel, boten, treinen, vrachtwagens) en in communicatiemiddelen (nodig om de energiestromen en het transport te reguleren: het schrift, de drukpers, het telegram, de telefoon et cetera). Het zal niemand ontgaan dat deze innovaties doorgaan en wel in een steeds hoger tempo. Deze eeuw zag de opkomst van het internet als communicatiemiddel, waarmee het mogelijk was gegevens uit te wisselen met mensen aan de andere kant van de wereld, samen te werken zonder hoge kosten en toegang te krijgen tot boeken, muziek en video. Deze nieuwe communicatiemiddelen scheppen heel veel mogelijkheden, onder andere op het gebied van energie. Groene, vernieuwbare energie die door mensen zelf wordt opgewekt, wordt opgeslagen in de vorm van waterstof en wordt verspreid op een door mensen gedeeld 'energie internet', zal de marginale kosten van energie tot bijna nul laten dalen (marginale kosten: de kosten om meer van hetzelfde product te genereren). Energie zal dus niet langer kostbaar zijn, maar alom tegenwoordig. En dit maakt het mogelijk dat iedereen zijn eigen benodigdheden gaat produceren. 3D-printers zijn in opkomst. Hiermee kan iedereen, ook weer tegen materiaalkosten, in zijn/haar eigen behoeften voorzien. 3D-printers kunnen zelfs andere 3D-printers printen! We worden van 'consumers' dus 'prosumers'. Vervolgens zal de uitwisseling van goederen ook veel goedkoper worden door ontwikkelingen als het 'internet der dingen', wat de efficiëntste manier zal berekenen om energie te gebruiken en goederen van plek tot plek te krijgen, bijvoorbeeld middels 'drones'.

Rifkin noemt al deze ontwikkelingen samen 'De Derde Industriële Revolutie'. En deze revolutie zal onze economie ook ingrijpend veranderen, zoals het bij elke eerdere revolutie ook is gebeurd. Wij zijn namelijk zo opgegroeid in een kapitalistische omgeving (in elk geval mijn eigen generatie, voor jongeren ligt dit al weer anders), dat we het als normaal zijn gaan beschouwen. Dit zou 'het einde van de geschiedenis zijn'. Maar het kapitalisme als systeem zoals we dat nu kennen, is van recente oorsprong. Over de loop van eeuwen heeft het steeds meer gebieden van het leven in zich opgenomen en op de marktplaats gebracht, zodat we nu betalen voor muziek, verhalen, water, transport, elektriciteit, en zelfs: spiritualiteit (denk aan televisiedominees en megakerken). Er zijn hekken omheen geplaatst: deze terreinen zijn niet langer het bezit van iedereen, maar worden geëxploiteerd door ondernemers. En wij, van deze generatie, weten niet anders dan dat alles gekocht en verkocht kan worden. Ik noem dat wel eens het 'transactionele wereldbeeld'. Maar het is nu al zichtbaar dat de kapitalistische economie aan het plaatsmaken voor een andere vorm. En wel een economie van overvloed in plaats van schaarste of tekort.
Door de gratis productie van hernieuwbare energie en de toegang tot efficiënt transport en eigen productie via 3D-printers hoeven we niet meer om muziek, boeken, water, elektriciteit en spiritualiteit te concurreren. Iedereen kan zelf voorzien in wat hij/zij nodig heeft om te overleven, zonder afhankelijk te zijn van bedrijven. In deze economie zal het belangrijker zijn toegang te hebben tot voorzieningen, dan om ze te bezitten (dit zie je nu al met media), en we zullen met elkaar willen delen in plaats van te moeten kopen, samenwerken in plaats van concurreren. We zullen de bronnen van de wereld niet zien als grondstoffen om commercieel te exploiteren of op de markt te brengen, maar als een gedeeld goed dat we als gemeenschap zullen beheren, zodat iedereen er op een duurzame manier van kan profiteren. Rifkin noemt dit de 'collaborative commons'. Het systeem van de 'Commons' is al eeuwenlang in vele culturen gangbaar. Bijvoorbeeld in Zwitserland, waar mensen uit een dorp hun alpenweide niet in bezit hebben, maar de weiden zien als een gedeeld goed en het ook zo beheren. Ze zorgen samen voor het onderhoud ervan, en verdelen de opbrengsten naar ratio. Op deze manier zijn deze weiden al meer dan 800 jaar duurzaam onderhouden, en zijn ze niet kaalgevreten en geërodeerd! Dit oude systeem zal waarschijnlijk weer in belang toenemen, als we ons milieu, maar ook onze cultuur en ons geloof gaan zien als gedeeld goed.

(wordt vervolgd!)