Posts tonen met het label kapitalisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kapitalisme. Alle posts tonen

donderdag 17 september 2015

Boekbespreking: The Zero Marginal Cost Society (2): De empathische mens

Foto: Morguefile
In de nieuwe economische realiteit van overvloed, die volgens Rifkin het kapitalisme (van de schaarste) zal opvolgen, zal onze waarde als individu niet meer afhankelijk zijn van hoeveel we kopen of verkopen, of hoeveel geld we hebben, maar zal eerder tellen hoe sociaal we zijn, hoe vaak we anderen helpen. Onze 'gunfactor', zeg maar. Het is toch tragisch dat in ons huidige systeem onder directeuren verhoudingsgewijs veel sociopaten en psychopaten zijn (het tegenovergestelde van een 'gunfactor')? Dit gaat veranderen: het gaat er niet meer om of je een boot of vliegtuig hebt (een Amerikaanse TV-dominee hield laatst een collecte voor een privéjet! *huiver*) maar of je waarde en betekenis toevoegt aan jouw leven en dat van andere mensen.
Dit gaat samen met de volgende stap in de evolutie van ons bewustzijn als mensheid. Je ziet al een steeds toenemende nadruk op het binnensluiten van andere mensen, ongeacht geslacht, seksuele voorkeur, ras of afkomst. Mensen protesteren steeds vaker tegen elke vorm van buitensluiting. Zelfs in kerken komt steeds meer openheid voor het binnenlaten van bijvoorbeeld anders geaarden. We voelen mee met wat zij voelen, en vinden hun leven, hoe anders ook dan het onze, waardevol. En dit geldt zelfs voor onze hele biosfeer: we voelen ook steeds meer empathie voor onze leefomgeving, voor ijsberen en pinguïns, en willen ook hen in onze cirkel sluiten. We worden echte 'ecosysteemmensen'. De opkomst van deze Homo empathicus kan ik natuurlijk alleen maar toejuichen!

Rifkin is er eerlijk over dat vanuit menselijk gezichtspunt gezien de komst van deze wereldwijde nieuwe economie lang geen zekerheid is. Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving. Niet alleen wordt de voedselvoorziening voor een steeds grotere wereldbevolking in gevaar gebracht (we gebruiken nu al meer dan wat de planeet oplevert), maar ook de infrastructuur is niet berekend op de stormen en droogte die steeds vaker zullen voorkomen. Daarnaast is er een reële dreiging van cyberterrorisme, die hele systemen kan platgooien en samenlevingen zou kunnen ontwrichten, nu internet een steeds belangrijkere rol inneemt. Hij heeft zeker niet het hoofd in de wolken. Daarnaast zullen de vertegenwoordigers van het 'oude systeem' zich zeker tegen het nieuwe verzetten, want dat is altijd zo gebeurd. Multinationals, regeringen die baat hebben bij kapitalisme, maar ook fundamentalistische religies die zich hebben gevormd naar het kapitalistische model, zullen de samenwerkingsmaatschappij bestrijden en de empathische mens tegenwerken. Ik wordt bijvoorbeeld zelf niet echt bemoedigd door de Nederlandse politiek: zowel vluchtelingen als klimaat lijken er bekaaid af te komen in de troonrede en er wordt niet gerept over het stimuleren van de 'zero marginal cost society'. Je zou er opnieuw moedeloos van worden.

Maar Rifkin laat zich niet uit het veld slaan. Niet alleen voorspelt hij dat er altijd een rol zal blijven voor kapitalistische vormen (zoals er ook bijvoorbeeld nog koningshuizen bestaan), zij het in de marge. Hij heeft een nog veel belangrijker troef achter de hand. En wel de natuur van de mens. Het kapitalisme is namelijk gebaseerd op een idee over de menselijke natuur dat niet met de werkelijkheid overeen blijkt te stemmen. En dus is het gedoemd te falen. Het kapitalisme betoogt namelijk dat mensen inherent zelfzuchtig zijn, dat ze altijd hun eigen belang zullen stellen boven dat van anderen, en dat ze hun eigen comfort op de eerste plek hebben staan. En hierdoor zouden ze (omdat ze steeds voor zichzelf kiezen) op een bijna magische manier de wereld ook voor anderen verbeteren. Dit zou de 'onzichtbare hand' achter het kapitalisme zijn.
Behalve angst had het kapitalisme nog twee bewegingen achter zich staan. De opkomst van het kapitalisme viel samen met de ontdekking van Darwin van het principe van evolutie en het omarmen daarvan door de populaire media van die tijd. Wat bleef hangen was het idee van de 'Overleving van de sterkste' (The survival of the fittest). Alle levende wezens waren sinds het ontstaan van de wereld gewikkeld in een strijd om het bestaan, en de 'winnaar' mocht de volgende generatie voortbrengen. Dit was een harde strijd. Richard Dawkins schreef zelfs over 'de zelfzuchtige genen' en natuurdocumentaires geven de indruk dat alle dieren altijd alleen maar bezig zijn met vechten en eten, en voortplanting. Maar in de natuur is veel meer rust dan dat! En ook veel meer vormen van samenwerking. Het idee van 'Survival of the fittest' was door de media van Darwins tijd trouwens helemaal verkeerd begrepen. Het ging om de overleving van de best aangepaste, en dat is niet noodzakelijk de sterkste. Het kan ook degene zijn die het best met anderen samenwerkt. Daarom dat hoe langer een ecosysteem rustig is, hoe meer interacties er ontstaan, zoals symbiose. Deze symbiose leidde bijvoorbeeld tot het samengaan van verschillend bacteriën tot dierlijke en plantaardige cellen. Ook ons eigen lichaam is een samenleving van cellen en van bacteriën! Tegenwoordig gaat men er niet langer van uit dat diersoorten op zichzelf ontwikkelen, maar dat het de ecosystemen zijn die zich ontwikkelen: het hele web van soorten groeit, en wordt steeds complexer.
De tweede beweging die het kapitalisme ondersteunde was het fundamentalistische christendom. Had het protestantisme oorspronkelijk nog een behoorlijk positief mensbeeld en een flexibele bijbeluitleg, dit werd anders in de 19e eeuw, met de opkomst van de evangelische kerken! Deze kerken claimden dat de mens inherent slecht was en uit zichzelf geen goede keuzes kon maken. Hij had God nodig voor elke positieve keuze. Het hart kon niet vertrouwd worden, geen motief was zuiver, en elk initiatief van mensen was zelfzuchtig. Daarnaast was de wereld bestemd om in het oordeel te verbranden, dus hoefde die niet beschermd te worden. Ik ben zelf in mijn opvoeding sterk beïnvloed door deze manier van denken en werd er depressief van. Maar lange jaren van bijbelstudie hebben me geleerd dat dit niet de enige mogelijke theologie is. De oosters orthodoxe theologie bijvoorbeeld heeft ook oude papieren, maar ziet de mens niet als ten diepste slecht. Volgens de orthodoxe theologie is de mens geschapen naar het beeld van God en als beelddragers delen mensen in de natuur van God. Dit betekent dat we zelf waardevol zijn, maar onze medemensen ook, en dat we net als God scheppende wezens zijn met de verantwoordelijkheid zijn schepping tot bloei te brengen. Ja, de bijbel spreekt over zonde, maar de zonde is nu juist de zelfzucht, die het beeld van God in ons verstoort. We zijn daardoor ziek, zelfs dood, maar het is niet onze enige natuur. Daarom bestaat het werk van God niet uit het vrijspreken van oordeel (waarbij onze natuur niet verandert), maar uit genezing, en opwekking uit de dood. Zijn opstanding herstel in ons het beeld van God en de kracht van de Heilige Geest in ons geeft ons de energie van het eeuwige leven waarmee we als Gods beelddragers kunnen leven. En bovendien is dit niet een individueel gegeven! Het werk van Christus is niet individualistisch, maar ook ecologisch: de hele schepping zucht als in barensweeën, en het is de hele schepping, de hele biosfeer die zal worden verlost!

Deze nieuwe inzichten worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Daaruit blijkt dat het negatieve mensbeeld van het kapitalisme niet correct is. Mensen worden niet primair gedreven door eigenbelang. Mensen blijken juist de meest sociale van alle wezens. Dit is een biologisch feit, niet eens spiritueel. Wij beschikken (met nog een paar andere soorten) over 'spiegelneuronen', waarmee we ons in anderen kunnen inleven. En de delen van onze hersenen die betrokken zijn bij interacties met anderen zijn het verst doorontwikkeld. We zijn bedoeld om in een groep te leven. Niet voor niets is uitgesloten worden het ergste dat ons kan overkomen, en worden we letterlijk gek na te lang geisoleerd te zijn geweest. Geld maakt ons daarom niet gelukkig. Ja, armoede maakt ons ongelukkig, en als arme mensen rijker worden neemt hun mate van geluk aanvankelijk toe. Maar als ze genoeg hebben om zonder angst te kunnen leven, maakt toenemende rijkdom niet langer gelukkig, de curve gaat zelfs naar beneden lopen! Sociale interacties, diepe connecties, de geboorte van een kind, of met een geliefde trouwen, dat is wat ons gelukkig maakt. Het succes van het kapitalisme was gebaseerd op angst: de media (en reclame) suggereerden ons dat we arm waren, dat we tekort schoten, en dat we daarom gelukkig zouden worden van een nieuwe aanschaf. Maar hoe vaak bleek dat het geval? Zeg nou zelf!

(wordt vervolgd)

woensdag 16 september 2015

Boekbespreking: The Zero Marginal Cost Society (1): Het einde van het kapitalisme

Als het mogelijk was boeken zes sterren te geven, zou ik dat voor dit boek doen (wat suggereert dat mijn beoordelingssysteem voor boeken op Goodreads niet helemaal klopt). Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit boek mijn leven heeft veranderd. Het is ook lang geleden dat ik hele pagina's van een boek aan mijn vrouw voorlas, of aan vrienden (en broers) toezond, omdat ik dacht dat ze wel wat inspiratie konden gebruiken. En dat voor een boek over economie! Wie mij een beetje kent weet dat ik altijd heb gezegd dat ik geen enkele interesse heb in dat onderwerp, een van de weinige onderwerpen waarvoor dat geldt. Ik ben net zo verrast als jullie!
Zelf zou ik het boek waarschijnlijk niet hebben uitgekozen, want de titel wekt de indruk dat het een behoorlijk technisch betoog wordt ('marginal costs', dat klinkt als economie, nietwaar?). Maar een vriend raadde me aan het boek te lezen. We hadden namelijk met elkaar gegeten in Rotterdam, en tijdens onze maaltijd had ik hem verteld dat ik vaak depressief wordt als ik nadenk over de toestand van de wereld, omdat ik wordt bestookt met doemscenario na doemscenario. Dan weer gaat het over klimaatverandering, die niet meer te stoppen zou zijn, dan weer over het uitsterven van diersoorten en het leeg raken van de zeeën, dan weer over de komende oliecrisis ('peak oil') of over de vluchtelingenproblematiek (we kunnen ze nu wel helpen, maar het probleem is daarmee niet opgelost). En dan zijn er ook nog christenen die overtuigd zijn dat de Heer eind september 2015 terugkomt. Zoals hij zou terugkomen in 2011 en in de jaren '70 en in het jaar 1000. Maar toch: een kennis van me ging deze zomer maar veel reizen, want stel je voor dat de profetieën gelijk hadden ... Ik vind deze negatieve scenario's echter heel ontmoedigend, en vraag me soms af of het zin heeft door te leven als onze toekomst alleen maar slechter wordt.
De vriend met wie ik aan het eten was, bracht hier tegenin dat er ook positievere verhalen waren te vertellen over onze wereld en de toekomst, en dit was een van de boeken die hij me aanraadde te lezen. Het andere was 'The improving state of the world' van Indur M. Gorlany. Al voor ik er aan toekwam ze te bestellen, had ik op basis van zijn opmerkingen al geconcludeerd dat we als menselijk ras een bias (vooroordeel) hebben ten gunste van apocalyptische scenario's. We houden van samenzweringstheorieën waarbij grote machten samenspannen om ons voor de gek te houden en te overheersen, en we denken dat alles beter was in het verleden. Dat is van alle tijden. Zelfs de Egyptenaren dachten dat hun jeugd moreel bankroet was, en in de 19e eeuw werd er ook geklaagd over de losgeslagen studenten. Nu zeggen mensen dat de jeugd geen werkelijk contact meer heeft, maar zich afsluit achter beeldschermen. Maar er zijn foto's van begin vorige eeuw waarin je mensen in een tram ziet zitten, allemaal achter een krant verborgen. Kennelijk willen mensen in een drukke omgeving zich gewoon afsluiten van prikkels en is het niet iets van deze tijd. Toch vertellen we deze verhalen graag. Mogelijk omdat de meeste mensen 'in het moment' leven, en dit soort verhalen de situatie op scherp stellen en spannend maken. Mogelijk eenvoudig omdat over vrede en rust en groei weinig spectaculairs te vertellen is. De kranten bevatten ook al sinds mensenheugenis vooral slecht nieuws.

Ondertussen is het echter heus niet allemaal slecht nieuws dat de bovenhand voert. Niet alleen is de mens in een paar duizend jaar in medisch en technologisch opzicht een heel stuk verder gekomen, en is het leven van heel veel mensen verbeterd - we leven langer en blijven langer gezond, zijn rijker dan koningen in de middeleeuwen en hebben zelfs recht op vakantie en gerechtelijke bijstand! Wij hebben het beter dan onze ouders en al helemaal dan onze voorouders. En dit geldt niet alleen in het westen. Over de hele wereld zijn ziekten uitgeroeid, daalt kindersterfte, daalt het aantal slachtoffers van geweld (het lijkt anders omdat we door de media meer te horen krijgen). Bovendien zijn dit niet slechts cosmetische veranderingen, het lijkt erop dat ons menselijke bewustzijn zich ook verder ontwikkelt. In de steentijd leefden mensen in groepen van maximaal 500. Mensen van buiten die groep werden als 'anderen' beschouwd, als minder menselijk, en werden dus bestreden. Zo leven huidige steentijdstammen nog steeds! Maar uiteindelijk leerden mensen de eigen groep uit te breiden en zagen ze de mensen van hun eigen religie als tot hun groep behorend (de familie van het geloof). Mensen die iets anders geloofden waren 'heidenen' of 'barbaren' en werden nog steeds bestreden. Uiteindelijk gingen mensen zien dat anderen uit hun eigen land, ook als ze iets anders geloofden dan zij, het beschermen waard waren. De nationale identiteit werd belangrijk: de landgenoot werd de broeder. En in een volgende stap: de rasgenoot (die zie je in de 19e eeuw, en daarom is soms literatuur uit die tijd in onze ogen racistisch. Wat deze thesis bewijst). De volgende stap was de opkomst van het psychologische inzicht: we gingen zien dat alle mensen, ongeacht afkomst, een innerlijk leven hadden. Ook als ze anders leefden dan wij, zelfs als ze zich misdadig gedroegen, of zich afzonderden, of juist heel sociaal waren. We kregen er oog voor hoe ze zo geworden waren, en begrip voor hun reis. Onze eigen grootouders missen dit inzicht vaak, en snappen niet waarom anderen uit andere culturen zo 'anders' doen dan zij. Zo recent is deze ontwikkeling!
Deze evolutie ging gepaard met innovaties in de beschikbaarheid van energie (landbouw, windmolens en watermolens, stoomkracht, olie en benzine), in transportmogelijkheden (het wiel, boten, treinen, vrachtwagens) en in communicatiemiddelen (nodig om de energiestromen en het transport te reguleren: het schrift, de drukpers, het telegram, de telefoon et cetera). Het zal niemand ontgaan dat deze innovaties doorgaan en wel in een steeds hoger tempo. Deze eeuw zag de opkomst van het internet als communicatiemiddel, waarmee het mogelijk was gegevens uit te wisselen met mensen aan de andere kant van de wereld, samen te werken zonder hoge kosten en toegang te krijgen tot boeken, muziek en video. Deze nieuwe communicatiemiddelen scheppen heel veel mogelijkheden, onder andere op het gebied van energie. Groene, vernieuwbare energie die door mensen zelf wordt opgewekt, wordt opgeslagen in de vorm van waterstof en wordt verspreid op een door mensen gedeeld 'energie internet', zal de marginale kosten van energie tot bijna nul laten dalen (marginale kosten: de kosten om meer van hetzelfde product te genereren). Energie zal dus niet langer kostbaar zijn, maar alom tegenwoordig. En dit maakt het mogelijk dat iedereen zijn eigen benodigdheden gaat produceren. 3D-printers zijn in opkomst. Hiermee kan iedereen, ook weer tegen materiaalkosten, in zijn/haar eigen behoeften voorzien. 3D-printers kunnen zelfs andere 3D-printers printen! We worden van 'consumers' dus 'prosumers'. Vervolgens zal de uitwisseling van goederen ook veel goedkoper worden door ontwikkelingen als het 'internet der dingen', wat de efficiëntste manier zal berekenen om energie te gebruiken en goederen van plek tot plek te krijgen, bijvoorbeeld middels 'drones'.

Rifkin noemt al deze ontwikkelingen samen 'De Derde Industriële Revolutie'. En deze revolutie zal onze economie ook ingrijpend veranderen, zoals het bij elke eerdere revolutie ook is gebeurd. Wij zijn namelijk zo opgegroeid in een kapitalistische omgeving (in elk geval mijn eigen generatie, voor jongeren ligt dit al weer anders), dat we het als normaal zijn gaan beschouwen. Dit zou 'het einde van de geschiedenis zijn'. Maar het kapitalisme als systeem zoals we dat nu kennen, is van recente oorsprong. Over de loop van eeuwen heeft het steeds meer gebieden van het leven in zich opgenomen en op de marktplaats gebracht, zodat we nu betalen voor muziek, verhalen, water, transport, elektriciteit, en zelfs: spiritualiteit (denk aan televisiedominees en megakerken). Er zijn hekken omheen geplaatst: deze terreinen zijn niet langer het bezit van iedereen, maar worden geëxploiteerd door ondernemers. En wij, van deze generatie, weten niet anders dan dat alles gekocht en verkocht kan worden. Ik noem dat wel eens het 'transactionele wereldbeeld'. Maar het is nu al zichtbaar dat de kapitalistische economie aan het plaatsmaken voor een andere vorm. En wel een economie van overvloed in plaats van schaarste of tekort.
Door de gratis productie van hernieuwbare energie en de toegang tot efficiënt transport en eigen productie via 3D-printers hoeven we niet meer om muziek, boeken, water, elektriciteit en spiritualiteit te concurreren. Iedereen kan zelf voorzien in wat hij/zij nodig heeft om te overleven, zonder afhankelijk te zijn van bedrijven. In deze economie zal het belangrijker zijn toegang te hebben tot voorzieningen, dan om ze te bezitten (dit zie je nu al met media), en we zullen met elkaar willen delen in plaats van te moeten kopen, samenwerken in plaats van concurreren. We zullen de bronnen van de wereld niet zien als grondstoffen om commercieel te exploiteren of op de markt te brengen, maar als een gedeeld goed dat we als gemeenschap zullen beheren, zodat iedereen er op een duurzame manier van kan profiteren. Rifkin noemt dit de 'collaborative commons'. Het systeem van de 'Commons' is al eeuwenlang in vele culturen gangbaar. Bijvoorbeeld in Zwitserland, waar mensen uit een dorp hun alpenweide niet in bezit hebben, maar de weiden zien als een gedeeld goed en het ook zo beheren. Ze zorgen samen voor het onderhoud ervan, en verdelen de opbrengsten naar ratio. Op deze manier zijn deze weiden al meer dan 800 jaar duurzaam onderhouden, en zijn ze niet kaalgevreten en geërodeerd! Dit oude systeem zal waarschijnlijk weer in belang toenemen, als we ons milieu, maar ook onze cultuur en ons geloof gaan zien als gedeeld goed.

(wordt vervolgd!)