Posts tonen met het label fundamentalisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fundamentalisme. Alle posts tonen

donderdag 17 september 2015

Boekbespreking: The Zero Marginal Cost Society (2): De empathische mens

Foto: Morguefile
In de nieuwe economische realiteit van overvloed, die volgens Rifkin het kapitalisme (van de schaarste) zal opvolgen, zal onze waarde als individu niet meer afhankelijk zijn van hoeveel we kopen of verkopen, of hoeveel geld we hebben, maar zal eerder tellen hoe sociaal we zijn, hoe vaak we anderen helpen. Onze 'gunfactor', zeg maar. Het is toch tragisch dat in ons huidige systeem onder directeuren verhoudingsgewijs veel sociopaten en psychopaten zijn (het tegenovergestelde van een 'gunfactor')? Dit gaat veranderen: het gaat er niet meer om of je een boot of vliegtuig hebt (een Amerikaanse TV-dominee hield laatst een collecte voor een privéjet! *huiver*) maar of je waarde en betekenis toevoegt aan jouw leven en dat van andere mensen.
Dit gaat samen met de volgende stap in de evolutie van ons bewustzijn als mensheid. Je ziet al een steeds toenemende nadruk op het binnensluiten van andere mensen, ongeacht geslacht, seksuele voorkeur, ras of afkomst. Mensen protesteren steeds vaker tegen elke vorm van buitensluiting. Zelfs in kerken komt steeds meer openheid voor het binnenlaten van bijvoorbeeld anders geaarden. We voelen mee met wat zij voelen, en vinden hun leven, hoe anders ook dan het onze, waardevol. En dit geldt zelfs voor onze hele biosfeer: we voelen ook steeds meer empathie voor onze leefomgeving, voor ijsberen en pinguïns, en willen ook hen in onze cirkel sluiten. We worden echte 'ecosysteemmensen'. De opkomst van deze Homo empathicus kan ik natuurlijk alleen maar toejuichen!

Rifkin is er eerlijk over dat vanuit menselijk gezichtspunt gezien de komst van deze wereldwijde nieuwe economie lang geen zekerheid is. Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving. Niet alleen wordt de voedselvoorziening voor een steeds grotere wereldbevolking in gevaar gebracht (we gebruiken nu al meer dan wat de planeet oplevert), maar ook de infrastructuur is niet berekend op de stormen en droogte die steeds vaker zullen voorkomen. Daarnaast is er een reële dreiging van cyberterrorisme, die hele systemen kan platgooien en samenlevingen zou kunnen ontwrichten, nu internet een steeds belangrijkere rol inneemt. Hij heeft zeker niet het hoofd in de wolken. Daarnaast zullen de vertegenwoordigers van het 'oude systeem' zich zeker tegen het nieuwe verzetten, want dat is altijd zo gebeurd. Multinationals, regeringen die baat hebben bij kapitalisme, maar ook fundamentalistische religies die zich hebben gevormd naar het kapitalistische model, zullen de samenwerkingsmaatschappij bestrijden en de empathische mens tegenwerken. Ik wordt bijvoorbeeld zelf niet echt bemoedigd door de Nederlandse politiek: zowel vluchtelingen als klimaat lijken er bekaaid af te komen in de troonrede en er wordt niet gerept over het stimuleren van de 'zero marginal cost society'. Je zou er opnieuw moedeloos van worden.

Maar Rifkin laat zich niet uit het veld slaan. Niet alleen voorspelt hij dat er altijd een rol zal blijven voor kapitalistische vormen (zoals er ook bijvoorbeeld nog koningshuizen bestaan), zij het in de marge. Hij heeft een nog veel belangrijker troef achter de hand. En wel de natuur van de mens. Het kapitalisme is namelijk gebaseerd op een idee over de menselijke natuur dat niet met de werkelijkheid overeen blijkt te stemmen. En dus is het gedoemd te falen. Het kapitalisme betoogt namelijk dat mensen inherent zelfzuchtig zijn, dat ze altijd hun eigen belang zullen stellen boven dat van anderen, en dat ze hun eigen comfort op de eerste plek hebben staan. En hierdoor zouden ze (omdat ze steeds voor zichzelf kiezen) op een bijna magische manier de wereld ook voor anderen verbeteren. Dit zou de 'onzichtbare hand' achter het kapitalisme zijn.
Behalve angst had het kapitalisme nog twee bewegingen achter zich staan. De opkomst van het kapitalisme viel samen met de ontdekking van Darwin van het principe van evolutie en het omarmen daarvan door de populaire media van die tijd. Wat bleef hangen was het idee van de 'Overleving van de sterkste' (The survival of the fittest). Alle levende wezens waren sinds het ontstaan van de wereld gewikkeld in een strijd om het bestaan, en de 'winnaar' mocht de volgende generatie voortbrengen. Dit was een harde strijd. Richard Dawkins schreef zelfs over 'de zelfzuchtige genen' en natuurdocumentaires geven de indruk dat alle dieren altijd alleen maar bezig zijn met vechten en eten, en voortplanting. Maar in de natuur is veel meer rust dan dat! En ook veel meer vormen van samenwerking. Het idee van 'Survival of the fittest' was door de media van Darwins tijd trouwens helemaal verkeerd begrepen. Het ging om de overleving van de best aangepaste, en dat is niet noodzakelijk de sterkste. Het kan ook degene zijn die het best met anderen samenwerkt. Daarom dat hoe langer een ecosysteem rustig is, hoe meer interacties er ontstaan, zoals symbiose. Deze symbiose leidde bijvoorbeeld tot het samengaan van verschillend bacteriën tot dierlijke en plantaardige cellen. Ook ons eigen lichaam is een samenleving van cellen en van bacteriën! Tegenwoordig gaat men er niet langer van uit dat diersoorten op zichzelf ontwikkelen, maar dat het de ecosystemen zijn die zich ontwikkelen: het hele web van soorten groeit, en wordt steeds complexer.
De tweede beweging die het kapitalisme ondersteunde was het fundamentalistische christendom. Had het protestantisme oorspronkelijk nog een behoorlijk positief mensbeeld en een flexibele bijbeluitleg, dit werd anders in de 19e eeuw, met de opkomst van de evangelische kerken! Deze kerken claimden dat de mens inherent slecht was en uit zichzelf geen goede keuzes kon maken. Hij had God nodig voor elke positieve keuze. Het hart kon niet vertrouwd worden, geen motief was zuiver, en elk initiatief van mensen was zelfzuchtig. Daarnaast was de wereld bestemd om in het oordeel te verbranden, dus hoefde die niet beschermd te worden. Ik ben zelf in mijn opvoeding sterk beïnvloed door deze manier van denken en werd er depressief van. Maar lange jaren van bijbelstudie hebben me geleerd dat dit niet de enige mogelijke theologie is. De oosters orthodoxe theologie bijvoorbeeld heeft ook oude papieren, maar ziet de mens niet als ten diepste slecht. Volgens de orthodoxe theologie is de mens geschapen naar het beeld van God en als beelddragers delen mensen in de natuur van God. Dit betekent dat we zelf waardevol zijn, maar onze medemensen ook, en dat we net als God scheppende wezens zijn met de verantwoordelijkheid zijn schepping tot bloei te brengen. Ja, de bijbel spreekt over zonde, maar de zonde is nu juist de zelfzucht, die het beeld van God in ons verstoort. We zijn daardoor ziek, zelfs dood, maar het is niet onze enige natuur. Daarom bestaat het werk van God niet uit het vrijspreken van oordeel (waarbij onze natuur niet verandert), maar uit genezing, en opwekking uit de dood. Zijn opstanding herstel in ons het beeld van God en de kracht van de Heilige Geest in ons geeft ons de energie van het eeuwige leven waarmee we als Gods beelddragers kunnen leven. En bovendien is dit niet een individueel gegeven! Het werk van Christus is niet individualistisch, maar ook ecologisch: de hele schepping zucht als in barensweeën, en het is de hele schepping, de hele biosfeer die zal worden verlost!

Deze nieuwe inzichten worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Daaruit blijkt dat het negatieve mensbeeld van het kapitalisme niet correct is. Mensen worden niet primair gedreven door eigenbelang. Mensen blijken juist de meest sociale van alle wezens. Dit is een biologisch feit, niet eens spiritueel. Wij beschikken (met nog een paar andere soorten) over 'spiegelneuronen', waarmee we ons in anderen kunnen inleven. En de delen van onze hersenen die betrokken zijn bij interacties met anderen zijn het verst doorontwikkeld. We zijn bedoeld om in een groep te leven. Niet voor niets is uitgesloten worden het ergste dat ons kan overkomen, en worden we letterlijk gek na te lang geisoleerd te zijn geweest. Geld maakt ons daarom niet gelukkig. Ja, armoede maakt ons ongelukkig, en als arme mensen rijker worden neemt hun mate van geluk aanvankelijk toe. Maar als ze genoeg hebben om zonder angst te kunnen leven, maakt toenemende rijkdom niet langer gelukkig, de curve gaat zelfs naar beneden lopen! Sociale interacties, diepe connecties, de geboorte van een kind, of met een geliefde trouwen, dat is wat ons gelukkig maakt. Het succes van het kapitalisme was gebaseerd op angst: de media (en reclame) suggereerden ons dat we arm waren, dat we tekort schoten, en dat we daarom gelukkig zouden worden van een nieuwe aanschaf. Maar hoe vaak bleek dat het geval? Zeg nou zelf!

(wordt vervolgd)

dinsdag 23 juni 2015

Gedicht: Een droom (3)

Een droom (3)

Mijn oma's huis. Ik zie de veranda
met de rode tegeltjes, opzij de
plantenbakken, stoelen uitgeklapt,
een witte tafel met kopjes thee.
We zijn er allemaal, mijn ouders,
mijn broers, hun vrouwen, als was geen tijd
verstreken. Maar ik hoor niets, geen stemmen.
Een ding is anders: er loopt een rivier
op de plek van het strakke gazon,
en aan de overkant niet de bloemen
maar geel zand en dichte wildernis
die wacht op mij. Er hangt een touw.
Ik grijp en slinger over het water
naar de oever. Land op blote voeten.
Ik kijk om maar het blijft stil. Niemand
volgt mij. Ik loop door, nieuwsgierig
naar het land dat wacht achter de bocht.

maandag 22 juni 2015

Het spel verlaten (5 en slot): Verantwoordelijke volwassenen

Ik had nooit gedacht dat ik nog eens vijf essays van meer dan tweeduizend woorden elk zou schrijven naar aanleiding van Tron Legacy, maar de film bleek voor mij een mooie kapstok voor ideeën die al langer in mijn gedachten rond slingerden. Zoals bij elke filmbespreking kan ik niet zeggen of de filmmakers deze uitleg letterlijk voor ogen hadden bij het opnemen en monteren. Maar dat is (zoals ik betoogde) niet doorslaggevend. George MacDonald heeft ooit gezegd dat terwijl Gods werk niet meer kan betekenen dan Hij bedoelde, dat van de mens wel meer moet betekenen dan hij bedoelde. “Een mens kan heel goed zelf een waarheid ontdekken in wat hij schreef, want hij had te maken met zaken die voortkwamen uit gedachten hoger dan de zijne.” In het verhaal wordt voor mij iets van de waarheid onder alle dingen zichtbaar, mijn verlangen wordt erdoor opgewekt, en dat is mijns inziens wat telt.
Het laatste beeld uit deze film dat ik wil aanstippen komt uit het einde van het verhaal. Ik had al aangestipt dat Sam aan het eind van het verhaal zijn volwassen verantwoordelijkheid op zich neemt. Hij durft initiatieven te gaan nemen, zich te bemoeien met zijn erfdeel, en een relatie met een vrouw aan te gaan. Hij is niet langer een recalcitrant kind, dat afhankelijk is van de goedkeuring van zijn vader, die helaas is uitgebleven, maar hij kan op eigen benen staan. Hij is zeker van zijn eigen waarde. Daarom is aan het einde van de film zijn vader ook niet bij hem. Maar hij draagt om zijn hals wel een ketting, met daaraan een USB-stick. Ook al ziet en spreekt hij zijn vader niet meer, hij hoeft alleen maar naar die stick te kijken om aan zijn vader herinnerd te worden. Sterker nog: die stick bevat een kopie van de computerwereld die zijn vader gemaakt heeft. Het is een symbolische herinnering en tegelijk de wereld zelf! Zolang Sam de USB-stick ziet en kan aanraken, kan hij niet twijfelen aan wat hij heeft meegemaakt, en wat zijn vader hem vertelde. Het is echt, en dat blijkt uit de stick, hoe klein het apparaatje ook lijkt en hoe levenloos het er van buiten ook uitziet. Het is het enige dat Sam nodig heeft om zijn leven als volwassen man te gaan leiden.

De bijbel suggereert dat God wil dat we volwassenen zijn. De profeten in het Oude Testament suggereren dat God Israël deed opgroeien tot volwassene, maar teleurgesteld was dat het volk zich als kind bleef gedragen. Het Nieuwe Testament zegt dat we tot ‘volle wasdom’ moeten komen. En in Hebreeën merkt Paulus op dat het niet de bedoeling is dat we melk moeten blijven drinken, maar vast voedsel moeten aankunnen. In de kerk worden gelovigen echter vaak kinderen gehouden. Een ‘kinderlijk geloof’ wordt opgehemeld boven zelf nadenken, vragen stellen, een eigen mening vormen.
In werkelijkheid is dit niet anders dan een systeem van controle, dat ook gebruikt wordt in gezinnen waar sprake is van misbruiksituaties. Ik had het hier laatst met iemand over, die in zo’n gezin is opgegroeid, met ouders die voortdurend over haar grenzen heen kwamen. Ze vertelde dat haar ouders haar bewust in het stadium van ‘magisch denken’ van een kind hielden. Ze maakten haar wijs dat als zij slechte of boze gedachten had, dat er dan slechte dingen zouden gebeuren. Ze vertelden haar dat ze over alle gedachten eerlijk moest zijn, omdat mensen toch wel aan haar konden zien wat ze dacht. Ze moest alle vragen beantwoorden, en mocht niet naderhand van idee veranderen. Ze voelde zich dus gedwongen ook als volwassene al haar ideeën en gedachten te openbaren en iedereen er over te laten oordelen. En ze voelde zich diep schuldig bij een slechte gedachte, omdat ze bang was dat die noodzakelijk ook waarheid zou worden. Bovendien kon ze die ideeën niet corrigeren, omdat ze niet mocht vertrouwen op gezond verstand of de wetenschap. Dat had ze dan wel op school geleerd, maar haar ouders wisten wel beter. Natuurlijk was voor mij als buitenstaander te zien hoe haar ouders deze ideeën gebruikten om haar te manipuleren. Ze had immers niet de vrijheid om zelf over haar gedachten te oordelen en te kiezen of ze ze werkelijkheid wilde maken (door ze uit te voeren of uit te spreken). Hierdoor waren haar ouders in staat om haar van alles wijs te maken - en andere mensen ook. Zoals je een kind van alles kunt wijsmaken. Een kind heeft ook nog niet geleerd dat het zijn ideeën mag toetsen en mag wijzigen, dat het zelf ‘eigenaar’ is van de eigen binnenwereld. En dat het zelf verantwoordelijk is voor hoe de binnenwereld de buitenwereld beïnvloedt. De ouders van degene met wie ik sprak, hadden haar doen geloven dat die verantwoordelijkheid bij hen lag, en niet bij haar.
Ik zag een sterke overeenkomst met hoe ik was opgevoed in de evangelische kerk. Want ik had hetzelfde ‘magische’ idee meegekregen, namelijk dat als er een bepaald verlangen of idee in mij opkwam, dat gelijkstond aan het plegen van een zonde. De gedachte had dezelfde morele lading als de daad zelf. Ik kan echter niet verantwoordelijk zijn voor de gedachten die in mijn opkomen, ik kan niet verantwoordelijk zijn voor waar ik naar verlang. En dus moest ik ook mijn innerlijke leven, mijn verbeelding, laten beoordelen door de kerk, door de leer. De mening van anderen was altijd belangrijker dan die van mij. Ik mocht niet vertrouwen op mijn eigen denken, of mijn waarnemingen. De wetenschap werd gewantrouwd, de kerk was de enige bron van zekerheid. De kerk nam dus de rol van een ouderfiguur in. Ik moest elke gedachte wegen naar de normen van de kerk, en als er een verkeerde tussen doorglipte, moest ik boete doen en om vergeving vragen alsof ik een misdrijf begaan had. Ik stopte bijvoorbeeld met het tekenen van stripverhalen samen met mijn broer, omdat er wel eens mensen in doodgingen (de hoofdpersoon was Ewout Jansen, geheim agent 008), en een verhaal schrijven waarin iemand doodging, was gelijk aan iemand vermoorden. Maar ik mocht ook geen verlangen voelen naar een vrouw! Want dat verlangen stond gelijk aan overspel! Dus bij elk glimpje verlangen dat opborrelde, ging ik doen wat de kerk mijn voorschreef: bidden, bijbel lezen, evangeliseren - alles om maar als een ‘goed christen’ te worden gezien. Door mij in het magische denken van een kind te houden, kreeg de kerk voor elkaar dat ik me voor haar inzette en haar doelen boven de mijne stelde. Net als degene met wie ik sprak over misbruik de doelen van haar ouders diende, en hun vernederende woorden en daden heel lang accepteerde, omdat ze geestelijk gezien een kind werd gehouden, en haar verantwoordelijkheid door hen was overgenomen. Het is manipulatie!
Ik ben geen kind meer. Ik doe niet meer automatisch alles wat in mij opkomt. Ik ben verantwoordelijk voor mijn daden. Ik kan ervoor kiezen anderen met respect te behandelen als waardevolle individuen. Ik kan beslissen God lief te willen hebben boven alles, en mijn naaste als mezelf. En dat betekent dat ik ook vrij ben in mijn denken. Ik hoef niet meer politieagent te zijn voor alles wat in mijn opkomt, of alles zomaar te delen. Ik mag alles denken, en vervolgens kiezen wat ik ervan wil zeggen of in praktijk brengen. Dit las ik op een forum: “There's a (very false) assumption in society that what we imagine is what we want, unconsciously or consciously. As anyone who's been through proper treatment for intrustive thoughts will tell you, a thought or an imagining does not equal a desire. The imagination is mental play for people of all ages. It allows us to have experienes we might not otherwise have "in real life," as it were. I can enjoy imagining being a double agent on a deadly mission to preserve world peace or something, whether it's all in my own head or with the aid of a piece of media. But I'll be damned if I ever do such a thing in real life, no only for the complete lack of plausibility, but because it's not something I have the least bit of interest in pursuing.” Het verhelderde een boel! Dit had ik in de kerk echter niet geleerd! De kerk was er nooit van uitgegaan dat ik voor mijn eigen handelen verantwoordelijk zou kunnen zijn. De kerk vertrouwde me niet. De kerk wilde mij een kind houden.

Let er overigens op dat er in beide gevallen, bij ouders die schuldig zijn aan misbruik, en bij een controlerende, fundamentalistische kerk, een sterk transactioneel element in de relatie zit. De relatie tussen kind en ouder is immers ongelijk. Het kind kan de ouder boos maken, en verdient dan straf. Of het kan de opgedragen karweitjes doen, en dan beloond worden. En als het niet de karweitjes doet, dan zwaait er wat. Voor het kind voelt dit als absoluut, omdat het in alles van de ouder afhankelijk is. Het kan niet op eigen benen staan. Dus moet het gehoorzamen. Het kan niet in twijfel trekken wat de ouder zegt. Een goede ouder zal dat wel toelaten en het kind eigen keuzes laten maken, maar een slechte ouder doet dat niet, omdat die zo macht over het kind behoudt (waardoor de opvoeding bijvoorbeeld makkelijker wordt). Ikzelf was bijvoorbeeld tot in mijn twintiger jaren heel bang dat een van mijn ouders boos op mij zou worden, bijvoorbeeld als ik een laag cijfer zou halen tijdens mijn studie, of als ik mijn baan zou kwijtraken. Ik ging, ook al was ik wat leeftijd betreft al lang volwassen, met hen om als was ik een klein kind en kon ik hun goedkeuring of acceptatie verdienen door aan hun verwachtingen te voldoen. En daardoor liet ik me door hen controleren en was ik niet in staat mijn eigen leven te leiden. Zoals ik me ook lange tijd door de kerk liet controleren in plaats van mijn eigen prioriteiten te stellen.
De laatste tijd is mijn relatie met mijn ouders echter enorm verbeterd. Ik heb namelijk besloten dat ik van mijn kant als volwassene met ze wil omgaan. Dat wil zeggen dat ik mezelf zie als verantwoordelijk voor mijn eigen leven, voor mijn eigen keuzes. Ik hoef geen verantwoording meer aan ze af te leggen, ook niet voor mijn overtuigingen of plannen. Ik heb er lang genoeg over nagedacht, en ben niet kinderlijk impulsief. Ik vertrouw mezelf. En ik verwacht van hen niet meer dat ze mij moeten goedkeuren, of dat ze het eens moeten zijn met alles wat ik doe of denk. Zij zijn ook volwassen, hebben hun eigen overtuigingen en voorkeuren, en die wil ik respecteren. Mijn ouders mogen zichzelf zijn. Maar ik zal ook mezelf blijven. Als volwassenen van beide kanten kunnen we elkaar in de ogen kijken, en met elkaar praten en van elkaar leren. En soms botsen we, en zijn we het niet met elkaar eens, maar dat kan als volwassenen!
Van mijn kant ben ik minder transactioneel geworden, maar meer sacramenteel. Ik wil mijn liefde voor mijn ouders laten zien, niet om door hun bevestigd te worden, maar omdat ik van ze houd. En dus spreken we soms iets af, gaan we bijvoorbeeld naar de stad of het museum. Maar als dat een paar maanden niet gebeurt, voel ik me ook niet schuldig. Van mijn kant uit probeer ik hun liefde ook te zien in wat ze doen en zeggen, en het niet op te vatten als een transactie, waarbij ze in ruil voor hun acceptatie van mij een ‘braaf’ gedrag verwachten. Het is voor mij een bevredigende ontwikkeling. Ik zie bijvoorbeeld steeds meer eigenschappen in mijn ouders die ik van mezelf herken, en kan ze steeds meer als mens waarderen. Maar ook mijn ouders zij er volgens mij blij mee, want ze zijn net als ik veel meer ontspannen als we bij elkaar zijn, durven vrijer te lachen, en durven ook vaker contact op te nemen. Ja, ze genieten ervan om met een volwassen zoon om te gaan.

Deze ervaring heeft me ervan overtuigd dat God ook belang hecht aan een volwassen relatie met ons. Ja, we blijven zijn kinderen (ik blijf ook kind van mijn ouders), maar dat wil niet zeggen dat we kinderlijk blijven. Jezus noemt ons niet langer zijn slaven, maar zijn vrienden. En in Galaten zegt de wet toezicht op ons hield, als op minderjarige kinderen, “maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht” (Galaten 3:25). In het Oude Testament gaat God met zijn mensen niet om als met kinderen, maar als met vrienden. Hij discussieert met Abraham, met Mozes, met Job. Hij blijft in die gesprekken zichzelf, maar hij laat hen ook zichzelf blijven. Hij accepteert het als ze weerwoord geven, maar laat ook zijn eigen glorie zien als ze hem in twijfel trekken. De vonken vliegen er soms van af! Maar, zoals God tegen Mozes zegt in de bioscoopfilm van laatst: “And still, here we are, talking …
In de Joodse geloofsbeleving is het veel gebruikelijker om met God te discussieren. Er zijn zelfs gevallen bekend van een rechtszaak tegen God, zelfs na de holocaust, waarbij de deelnemers besloten dat God wel wat uit te leggen had. En waarna ze daarna gewoon gingen bidden. Op deze manier met God omgaan is alleen mogelijk op basis van wederzijds respect, en dat is sacramenteel, niet transactioneel. Door zijn onvoorwaardelijke liefde creëert God een speelveld waarin wij daadwerkelijk vrij zijn. Waarin we mogen experimenteren, fouten maken, en van onze fouten leren. Waarbij we onze grenzen mogen ontdekken, en ontdekken wat onze verlangens zijn. Waarbij we mogen opgroeien. Want dat is nodig om volwassen te worden. Zoals goede ouders hun kinderen als tieners liefdevol de vrijheid geven een eigen identiteit te ontwikkelen, door ze duidelijk te maken dat hun liefde niet voorwaardelijk is, zo doet God het met ons ook. Hij is als de vader in de gelijkenis, die de armen opent om ons thuis te verwelkomen, wat we ook hebben gedaan. Hij respecteert altijd onze keuzes.
Wat is de rol van de kerk hier dan in? De kerk is, als het goed is, de plek waar we herinnerd worden aan die onvoorwaardelijke liefde van God, die ons in onze identiteit kan brengen. De kerk stelt, als het goed is, geen voorwaarden en houdt ons niet kinderlijk, maar biedt ons de tekenen aan van Gods liefde aan. In het woord, in brood en in wijn. Dat zijn de zichtbare tekenen van de onzichtbare waarheid, die altijd waar is, ongeacht wat zichtbaar is, namelijk dat God van ons houdt, en ons uit de dood weer levend maakt. Het enige dat van ons gevraagd wordt, is onze handen op te houden en het te ontvangen. Om ‘Amen’ te zeggen als de bedienaar van het sacrament zegt: ‘Dit is het lichaam van Christus’, of ‘Dit is het bloed van Christus’. Niet ‘Dank je wel’ - dat zou weer een transactie suggereren, en dat is hier niet aan de orde. We zeggen: ‘Zo is het’, want zo is het. God houdt van ons, of we nu dankbaar zijn of niet. En dan mogen we in de zekerheid van die liefde de kerk weer uitgaan en gaan leven.
Als Gods volwassen kinderen. 

zondag 14 juni 2015

Gedicht: Kalverstraat

Kalverstraat

Hij staat op de Kalverstraat:
een lange man en mager,
vaal bruin haar, met in zijn hand
een kleine bijbel in leer
gebonden. De vertaling
kan ik niet zien. Hij roept ons
toe ons te bekeren nu 
het nog kan. Want wie gelooft
die wordt gered. Hij weet niet
wie voorbijloopt, een zee van
zondaars zonder gezichten
moordenaars, wellustigen,
ongezien het oordeel waard.
groot en klein. Maar ze slippen 
door het net, als ze herhalen
zijn lege woorden. Hun God
anoniem zoals zij zijn
achter de kale waarheid.
Wie ziet wie wordt weerspiegeld
in de winkelruiten? Wie
kent hun namen, hun verhaal?
Wie luistert zonder oordeel,
schenkt een blik, een glimlach maar?
Niet de man en niet zijn God.
En ik loop door, mijn blik omlaag,
weet niet meer wat ik geloof.

dinsdag 13 januari 2015

Gedicht: Vijfde colonne

Vijfde colonne

Je hebt je goed verstopt,
doet je voor als deel van mij
niet te onderscheiden
van mijn gedachten. Je lijkt
te slapen. Zo stil lig je
dat ik je haast vergeet.

Mijn aandacht raakt verslapt.
Het leven zonder jou
is zwaar genoeg. Ik moet vechten
om overeind te blijven
elke dag. En mijn hart
blijft onverdedigd achter.

Dan komt er een signaal
onwetend uitgesproken
door mijn vrienden. Een plek
die me aan jou doet denken.
Het voldoet. Je activeert
je wapens en valt aan.

Zenuwcentra vallen
onder jouw terreur. Mijn maag
is tot een klomp bevroren.
Je propaganda klinkt
vertrouwd. Ik raak door jou
tegen mezelf gekeerd.

Na slapeloze nachten
keert het tij. De strijd
opnieuw door mij beslecht.
Maar je bent niet weg.
Je hebt je teruggetrokken
tot ik me weer veilig waan.