Posts tonen met het label verslaving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verslaving. Alle posts tonen

zaterdag 30 oktober 2010

Filmbespreking: Crazy Heart

Laat ik het maar eerlijk toegeven: in mijn tienerjaren luisterde ik nogal wat naar countrymuziek. Ten eerste omdat mijn vader daar naar luisterde, ten tweede omdat ik nogal wat vooroordelen had ten opzichte van andere muziek (dat heb je met een wat muziek betreft vrij besloten opvoeding). Ik heb zelfs een paar jaar lang meegewerkt aan een christelijk radioprogramma over country, door elke maand top 40-lijsten samen te stellen. De cassettebandjes met de nieuwe nummers van die maand heb ik grijs gedraaid.
En hoewel ik nu een bredere muzieksmaak heb (van de zware gothic metal van Saviour Machine tot Keltische folk en luistermuziek van Sara Groves), zet ik nog steeds wel eens een countryalbum op. Johnny Cash bijvoorbeeld, maar ook de christelijke countryartiest Del Way luister ik nog af en toe.

Het is niet eenvoudig aan te geven wat nu de aantrekkingskracht is van country. Het is meestal niet de meest ingewikkelde muziek, dat staat vast. Maar misschien is het de melancholische kant ervan. De klank van de ‘steel guitar’ (een soort liggende gitaar) heeft iets klagerigs, net als dat van een mondharmonica. En de manier van zingen heeft dat ook wel, denk ik. En dat wordt gecombineerd met teksten die ‘uit het leven gegrepen’ zijn - daarin verraadt country zijn wortels in de ‘blues’. Het is het gevoel van de cowboy die op de prairy bij zijn vuur zit, ver weg van zijn geliefde, en zijn eenzaamheid van zich af zingt. De strijd om het bestaan uit het oude westen, de pioniers die op het harde land ten onder gingen. En dus zingen countryzangers nog steeds niet over geslaagde relaties, succesvolle ondernemingen, of plezierige ervaringen. Ze zingen over echtscheiding, over ontslag, over gevangenissen, over drankverslaving, over kinderen die ze niet meer zien en over de dood die ze in de ogen kijken. Ook hier is Johnny Cash een goed voorbeeld met zijn ‘Folsom Prison Blues’.
Ik heb ooit een verslagje gelezen van wetenschappelijk onderzoek waaruit bleek dat onder countrymuziekliefhebbers relatief meer depressieve mensen waren dan onder liefhebbers van andere muziekstijlen. Ik denk niet dat de depressie wordt veroorzaakt door de country, maar dat het soms een soort troost kan zijn om een lied te horen waarin het niet goed gaat met de zanger, in plaats van een succesverhaal over een glansrijke carriere of een succesvol liefdesleven. Misschien kun je country dus wel zien als ‘muziek van de zwakheid’ - hoewel het eerder de muziek is van het stadium voor het erkennen van de zwakheid. Want het zijn vaak liederen van mensen die zichzelf de schuld geven van hun falen, of menen dat ze zichzelf kunnen veranderen.

Dat countrymuziek is gebaseerd op de pijn van het leven, komt terug in de ‘tag line’ van de film Crazy Heart: ‘The harder the life, the sweeter the song’. En nog voordat ik inga op het verhaal van de film, ligt hier misschien al een waardevolle boodschap: de pijn van ons leven is niet zinloos, maar leidt uiteindelijk ergens toe. Wat we meemaken, vormt ons, ook de teleurstellingen, het verdriet, de strijd om elke dag door te komen. Het kan ons beschadigen, zoals krassen op een langspeelplaat, of gekladder op een schilderij. We zijn gebroken mensen. Maar uiteindelijk kunnen uit deze gebrokenheid dingen voortkomen, die we anders nooit zouden hebben voortgebracht. Medeleven met andere gebroken mensen bijvoorbeeld, een persoonlijker vertrouwen op God, bijgestelde prioriteiten. De Bijbel suggereert dat het vuur van het lijden een louterend effect kan hebben. Of zoals ik het ooit wat grof heb horen verwoorden: “De shit van ons leven, is de mest van onze geestelijke groei.” Ik denk daarbij vaak aan de woorden van Paulus, dat Gods kracht wordt volbracht in zwakheid, en dat hij dus eerder zal roemen op zijn zwakheden, dan op zijn eigen prestaties. Hij had genoeg in zijn leven meegemaakt om dit aspect van zijn pijn te omarmen.

Maar onze pijn is ook de mest voor onze creativiteit. De beste kunst heeft betrekking op de totaliteit van de menselijke ervaring. Niet alleen op blijdschap, geluk, en succes, maar ook op angst, pijn en onzekerheid. De beste kunst helpt ons onszelf in te leven in een ander, totaal persoon, en iets te herkennen van wat ons mensen maakt. Dat is wat anders dan goedkoop sentiment, dan puur entertainment. Ikzelf weet dat de beste verhalen en liedteksten die ik zelf schrijf, die zijn die gebaseerd zijn op wat ik zelf doormaak of heb doorgemaakt. Mijn debuutroman Neptunus schreef ik toen ik midden in een overspannenheid zat, en het maakt de hoofdpersonen mijns inziens menselijk. Een paar van mijn meest indringende liedteksten schreef ik in een depressie. De teksten die ik daarvoor schreef waren vaak te makkelijk, te opgewekt, te stellig. Wat ik schreef in de ervaring was in elk geval doorleefd. Ook mijn laatste verhalen zijn steeds reflecties van iets dat ik in mijn eigen leven doormaak, over worstelingen die ik in mezelf heb opgemerkt.
En dat herkennen lezers, luisteraars en kijkers. Ik merkte het zelf het afgelopen jaar op het Flevofestival, waar een aanbiddingsband speelde met een nogal jonge zanger (Leeland), die wel allerlei heel christelijke dingen zei (met veel emotie), maar waarbij ik het niet kon nalaten te denken: “Ik zou wel eens willen weten hoe jij hier over vijftien jaar over denkt.” Dan luister ik liever naar mensen die weten dat het ook wel eens tegenvalt om te geloven, dat twijfel erbij hoort en dat teleurstelling niet een uitzondering is. Op aanbiddingsgebied is dat bijvoorbeeld iemand als Brian Doerksen, die twee kinderen heeft met het fragiele X-syndroom, met alles wat daarbij komt kijken. Hij weet dat je er wel eens flink doorheen zit, ook als christen.
Voor de kunstenaar heeft de pijn van het leven dus iets dubbels. Vincent Van Gogh schoot zichzelf in de borst. Maar zou hij zulke sprekende werken hebben gemaakt als hij volmaakt gelukkig was geweest? Ja, het doet pijn, maar het is direct de bron van inspiratie Het is niet voor niets dat men spreekt over de ‘gekwelde componist’. En daar kent het countrygenre er genoeg van.

Bad Blake in Crazy Heart is een van die gekwelde componisten. Ooit een begaafd gitarist en ‘songwriter’, maar nu op zijn retour. Op zijn 57ste teert hij op oud succes door te spelen in bars en bowlingbanen. Voor hem geen tourbus, maar zijn oude stationwagen. Tussen de bedrijven door drinkt hij zich een stuk in de kraag en rookt als een ketter (auch, ik realiseer me nu pas waar deze uitspraak vandaan komt). Hij is al vier keer gescheiden, en heeft zijn enige zoon al 24 jaar niet gezien. Zijn vroegere protegee, Tommy, verkoopt miljoenen en treedt op in stadions. Hij wil graag nieuw materiaal, maar Bad heeft al drie jaar niks geschreven. Zijn leven bevindt zich op een doodlopende weg.
Tijdens een van zijn optredens ontmoet hij de journaliste Jean, die hem een interview afneemt (maar, als ik dat als medejournalist mag opmerken, daar wel vrij onprofessioneel bij te werk gaat, bijvoorbeeld door redelijk uitdagende kleding te dragen, en vrij snel met Bad tussen de lakens te duiken). Als Bad een ongeluk krijgt, neemt zij hem op nadat hij uit het ziekenhuis ontslagen is. Er ontstaat een affaire, zelfs al weet Jean dat ze te maken heeft met een alcoholist. De oplettende kijker begrijpt al snel dat het niet lang goed kan blijven gaan.

Ik vond de film onderhoudend. Er komen prachtige Amerikaanse landschappen en luchten in beeld, daar genoot ik al van. De muziek is goed, vooral als je bedenkt dat acteurs Jeff Bridges en Colin Farrell de liederen zelf hebben ingezongen. De oscar voor beste acteur die Jeff Bridges ontving was verdiend - hij laat je in zijn Bad Blake geloven. Maggy Gyllenhaal was innemend, maar ook gebroken. En er was een mooie bijrol van Robert Duvall. Het einde was ook niet te zoetsappig, maar passend.

Behalve het thema dat het onder ogen zien van je gebrokenheid uiteindelijk kan leiden tot nieuwe inspiratie, gaat de film ook over verslaving. In meerdere vormen. Bad is alcoholverslaafd. Hij is daarmee een gevaar voor zijn omgeving. Maar ook voor zichzelf: zijn gezondheid is niet best, zijn relaties zijn een zootje, en hij valt achter het stuur in slaap. Hij wil het echter niet toegeven, tot er als gevolg van zijn verslaving iets ergs gebeurt.
Ook Jean is verslaafd. Al wordt dat in de film niet letterlijk zo benoemd. Zij is een alleenstaande moeder, en ze heeft meerdere relaties achter de rug, ook met een alcoholist. Toch gaat ze een relatie aan met Bad. Terwijl ze weet dat hij drinkt. Iets in haar zet haar aan tot gedrag (relaties met mannen die slecht voor haar zijn), waarvan ze weet dat het niet gezond is, maar waarmee ze toch niet kan stoppen. Ook al kent ze de tekenen. Een typisch geval van mede-afhankelijkheid (Eng. co-dependency) - waarbij mensen ‘verslaafd’ zijn aan het zorgen voor iemand met een verslaving? Ook zij komt tot inzicht als er iets ergs gebeurt, als gevolg van haar verslaving.

En dan moeten beide personen ervoor kiezen om te veranderen. Bad gaat een afkickkliniek in. Hij roept vol bravoure dat hij zichzelf kan veranderen, dat hij nu alles anders gaat doen. Hij denkt ook dat hij zo Jean terug kan krijgen. Maar zo makkelijk gaat het niet. Een goede vriend waarschuwt hem dat de soberheid niet altijd blijft, dat hij zal terugvallen. “Maar ik zal je helpen. Ik zal er voor je zijn.” En Jean heeft haar eigen keuzes gemaakt - “Als je echt van ons houdt, zoek je ons niet meer op.” Dat is realistisch. Ons gedrag heeft gevolgen, en ook als we ons leven veranderen, kunnen we die niet ongedaan maken. We blijven ze ons hele leven met ons meedragen. Juist als we sober zijn, kunnen we ze niet meer weg drinken. Dat maakt de keuze voor het afkicken tot iets bitterzoets: het is goed, maar het doet pijn.
En tegelijk kunnen we onszelf niet veranderen. Als we daarop zouden vertrouwen, zouden we hoogmoedig worden, en net zo snel weer terugvallen. Althans, zo gaat het bij mij. We hebben anderen nodig. Vrienden die naast ons staan, die ons met moedige, radicale liefde herinneren aan de waarheid. Vrienden die ons liefhebben als we falen en hen teleurstellen, maar die ons niet ondersteunen in onze verslaving (die niet mede-afhankelijk zijn). Hoe lang we ook vrij zijn, en hoe sterk we ons ook voelen, we blijven afhankelijk.
En ik denk dat het die ontdekkingen zijn -dat onze keuzes blijvende gevolgen hebben en we die zonder beneveling onder ogen moeten komen, en dat we hoe sterk we ook zijn, afhankelijk zijn van de liefde van anderen, om stand te kunnen houden- die uiteindelijk leiden tot de beste, sterkste uitingen van kunst. Teksten die het hart van mensen raken, die levens kunnen veranderen. Want deze ontdekkingen zijn de waarheid, en de beste kunst brengt ons in contact met de waarheid.

zaterdag 27 februari 2010

Filmbespreking: Rachel getting married

Gistermiddag bij de koffie had ik met goede vrienden een gesprek over onze relatie met onze ouders. Die bleek bij ons allemaal niet echt optimaal. Ouders hebben verwachtingen, waarvan wij het gevoel hebben ze niet waar te kunnen maken. Ze zijn niet geïnteresseerd in wat wij belangrijk vinden en vice versa. Ze gaan over onze grenzen heen, en manipuleren ons om aan hun wensen tegemoet te komen. Als we thuiskomen van een avond of weekeinde thuis zijn we dood op en moeten we weer 'op adem' komen. Tegelijk: ze zijn onze ouders. Dat verandert niet. En dus wil je de relatie in stand houden, en ben je bereid daar offers voor te brengen. Om relaties met de familie gaande te houden zijn offers nodig. Een mijnenveld, dat is wat het is. Hoe kun je jouw eigen grenzen aangeven, maar met respect voor de ander? Hoe kun je de relatie in stand houden, en tegelijk jezelf blijven. Hoe kun je als volwassenen met elkaar omgaan, terwijl je ouder en kind bent?
Ik weet het antwoord niet. Ik heb natuurlijk wel een idee (daar ben ik blogger voor!), het heeft te maken met liefde die moed vraagt: grenzen stellen, eerlijk zijn, maar tegelijk de ander ook vrijheid gunnen. Ik ben echter zelf niet degene die dit werkelijk goed in praktijk brengt. (Tja, ik ben blogger).
Misschien kwam het door dat gesprek bij de koffie, maar toen ik gisteravond in de videotheek stond, werd mijn oog getrokken door de film Rachel getting married. Een film zonder explosies, zonder dinosauriers, zonder buitenaardse wezens, draken of tovenaars of diepzeevissen. Dus waarom had ik het idee dat ik deze mee moest nemen? Misschien omdat ik het voornemen heb wat uitdagender films te kijken dan ik tot nu toe gewend ben? Misschien omdat ik er goede recensies over had gelezen (Jeffrey Overstreet was fan)? Misschien was het wel een ingeving van boven. Ik heb het vaker gehad dat ik sterk het idee had dat ik een bepaalde film 'moest' kijken en dan bleek de film me ook echt iets te zeggen dat ik op dat moment nodig had.

Rachel getting married bevat op het eerste gezicht een eenvoudig verhaal. Een meisje verlaat voor een weekeinde de kliniek waar ze afkickt van haar verslaving om de bruiloft van haar zus bij te wonen. Uhm. Dat was het. En ze leefden nog lang en gelukkig.
Nee, natuurlijk is er meer aan de hand dan mijn wel heel summiere samenvatting zou doen vermoeden. Maar dat betreft niet in de eerste plaats de gebeurtenissen. Het is inderdaad een verhaal over een bruiloft en hoe een gezin zich daarop voorbereidt. En over Kym, het 'zwarte schaap' van de familie, die zoekt naar wat haar plek is in het midden van de festiviteiten. Ze is verslaafd (al is ze al een paar maanden clean), maar denkt dat haar vader en zus nog steeds wantrouwend zijn. Bovendien blijkt dat ze een groot schuldgevoel meedraagt, iets waarvoor ze zichzelf niet kan vergeven (waardoor ze ook niet verwacht dat anderen haar kunnen vergeven). Ze gelooft daarom dat de anderen, haar zus en vader, 'doen alsof', de schijn ophouden. Die zouden willen dat zij haar rol goed speelt, als brave dochter, onopvallend, maar zij kan niet langer doen alsof. Nu is dat al moeilijk in een normale door de weekse situatie, maar tijdens een bruiloft (in Amerika kennelijk een nog groter evenement dan hier) lopen de spanningen al helemaal hoog op. Dan moet er helemaal een beeld worden hooggehouden van de gelukkige familie. Er moeten voorbereidingen worden getroffen, de schoonfamilie is er en moet worden verwelkomd, en de bruid en bruidegom willen een feest zonder strubbelingen. Kym staat onder druk. Hoe kan ze onder deze omstandigheden haar zus en vader liefhebben, en tegelijk zichzelf blijven? Is haar verontwaardiging gerechtvaardigd, of is ze egoïstisch? En als ze zichzelf haat, kan ze dan anderen liefhebben?
De film is gemaakt door Jonathan Demme (regisseur van Silence of the lambs. Bijna geen groter contrast denkbaar). Hoofdrolspeler is Anne Hathaway (bekend van wat tienerfilms. Maar zet hier een goede acteerprestatie neer). Interessant gebruik van de camera (in de hand gehouden, volgt de hoofdpersonen, zodat het lijkt alsof je als kijken ook echt 'aanwezig' bent. Goed gebruik van b.v. kikvorsperspectief). De muziek is geen begeleiding, maar echt: de klanken komen van musici die in en rond het huis aanwezig zijn (maar de muziek die ze maken past steeds wel bij de scenes). Het is makkelijk meeleven met de personen, maar er is geen mooi afgerond einde. Het blijft behoorlijk open. Ik vind het een aanrader.

In deze film staan twee 'gemeenschappen'  tegenover elkaar. De eerste is het gezin, waar met man en macht een illusie in stand wordt gehouden. Waar de waarheid niet wordt uitgesproken. Waar verwachtingen worden gekoesterd zonder te worden gecommuniceerd. De tweede is de 'twelve step'-bijeenkomst waar Kym twee keer naar toe gaat. Ik heb er eerder over geschreven in mijn bespreking van Finding Nemo. Daar was het een parodie. Hier is het realiteit. (In de aftiteling zag ik dat de leider van deze groep wordt 'gespeeld' door een echte pastor). Dit is een gemeenschap waar mensen kunnen zijn zoals ze zijn, 'warts and all'. Hier zijn geen valse verwachtingen, geen uiterlijk vertoon, niet iemand die zich beter voordoet dat hij is. Hier kunnen mensen hun hart laten zien. Hier kan Kym eerlijk vertellen met welk geheim ze rondloopt. Tegelijk is hier aanvaarding. Iemand die zich voorstelt krijgt applaus. Niet omdat hij een goed mens is, of zich aanvaardbaar gedraagt, maar gewoon, omdat hij er is. En hier zijn mensen die gewoon van dag tot dag willen leven. Die toegeven dat ze verslaafde zijn, maar ook van zichzelf weten dat ze nog veel meer zijn dan dat. Die in gebed hun afhankelijkheid van God betuigen, omdat ze weten dat ze zonder Gods genade niet vrij kunnen blijven van hun verslaving. Mensen die weten dat ze elkaar nodig hebben en op elkaar kunnen vertrouwen. Ik vond deze scenes aangrijpend. En ik verlang ernaar dat onze christelijke gemeenschappen zo zouden kunnen zijn: plekken waar we onszelf kunnen zijn, als gebroken en zondige mensen die volledig afhankelijk zijn van God. Waar dus ook echte (niet veroordelende) relaties mogelijk zijn. Want: als je niet van de ander verwacht dat hij een heilige is, kun je hem liefhebben als hij laat zien dat hij een zondaar is. In deze film blijkt de 'best man' van de bruidegom tijdens de bruiloft naar dezelfde 'twelve steps'-groep te gaan. Hij weet dus Kyms geheim, maar wijst haar niet af. Omdat hij zijn eigen zwakheid kent (hij is niet meer in de ontkenningfase). Hij biedt haar zijn hulp aan. Niet voor eigen belang, maar gewoon: omdat zij iemand is in nood, die hij wil helpen. Dat is hoe we als christenen met elkaar zouden moeten omgaan. Als ik controversiële berichten schrijf (zoals die over Judas), is dat om hier op aan te sturen: gemeenschappen van mensen die echt zijn, die eerlijk zijn over hun zwakheid, en vanuit die positie ook anderen zichzelf laten zijn. In deze film komt het in de familie ook tot een confrontatie. Kym wordt geconfronteerd met haar egoïsme. Gevoelens van frustratie worden uitgesproken. Verdriet wordt gedeeld. En er kan pas echt worden feestgevierd als er geen schijn meer hoeft worden opgehouden.
Tijdens de huwelijksplechtigheid zegt de bruid tegen de bruidegom iets als: 'Iemand heeft ooit gezegd: het bewijs van een goed leven is niet hoeveel je geliefd bent, maar hoeveel je hebt liefgehad.' Naar mijn mening is dat de kern van de film. Liefhebben is een keuze. Een keuze om in vrijheid, je eigen zwakheid kennend, de zwakheid van anderen kennend, te kiezen om de ander te dienen. Voor Kym betekent dat om met een blauw oog ook na een uitbarsting aanwezig te zijn bij dit feest van haar zus. Voor Rachel betekent het haar zus te verwelkomen ook na alle ophef, haar te wassen en te troosten, en als haar 'best maid' aan te stellen (ook al heeft ze een blauw oog). Ik heb een commentator gelezen die de film vergeleek met de gelijkenis van de verloren zoon. Hier zijn het dochters. De dochter die thuis bleef bij de vader, en de dochter die achter verslavingen aanging. De oudste die de vader verwijt de jongste voor te trekken. De overeenkomsten zijn duidelijk. Maar anders dan in die gelijkenis kiezen hier allebei de dochters voor de realiteit van de liefde. Eerlijkheid (de jongste zoon in de gelijkenis was ook eerlijk) en tegelijk overgave (de eigen belangen niet laten regeren). Het is een kwaliteit die kennelijk ook voor de bruidegom geldt in dit verhaal. Zijn 'best man', de zelfde als uit de 'twelve steps'-groep, vertelt tijdens het diner hoe de bruidegom naast hem stond 'door dik en dun - en soms was het heel erg dun'. Dat is een vriend. Dat is ware liefde.
Ik vond het prachtig hoe de film eigenlijk culmineerde in een uitbundig bruiloftsfeest. Verschillende culturen komen samen, families worden een, er wordt uitgebreid gefeest en gedanst en gegeten en gedronken. Het is werkelijk een feest waar je zelf ook bij zou hebben willen zijn. Tijdens het diner dat ik al aanhaalde zegt een van de karakters in de film iets als: 'Dit is een voorproefje van de hemel!' Daar dacht ik aan terug toen het feest in beeld was. Want dat is het inderdaad: de bijbel heeft het niet voor niets over 'het bruiloftsfeest van het lam' (Openbaring 19). Ook dat is een plek waar families een worden. Ook dat is een plek waar culturen zullen samenkomen. Ook dat is een plek waar mensen zullen genieten van muziek, van eten en drinken en van elkaar. Ook dat is een plek waar alleen mensen zullen komen die hun eigen zwakheid hebben erkend, die geen schijn meer ophouden, maar die hebben geaccepteerd dat ze afhankelijk zijn van Gods genade. Ze zullen hun kleren hebben gewassen in het bloed van het lam, staat er. Dat wil zeggen: ze zullen op die bruiloft komen, niet in hun eigen kleren, hun eigen heiligheid, de illusie die ze naar anderen (en misschien naar zichzelf) ophouden. Nee, ze komen er als mensen die niets verdienen, maar die weten dat ze alles hebben gekregen. Ze komen er in de kennis van de liefde van de Vader. En dat is de beste basis om feest te vieren. Onverdiende genade. Onvoorwaardelijke liefde. Een feest waaraan geen einde meer zal komen.
En ondertussen? In de dysfunctionele relaties waarin ik me nu bevindt? Toch maar proberen mezelf te zijn, eerlijk te zijn, mijn grenzen te kennen en aan te geven. Aangeven dat ik aan sommige verwachtingen niet kan voldoen, en aan andere niet wil voldoen. En tegelijk liefhebben, de ander ruimte geven, de ander accepteren ook al is die anders dan ik, ook al botsen we soms. Dan zullen er zelfs nu al momenten komen die voorproefjes zijn van de hemelse vreugde.

zaterdag 20 februari 2010

Filmbespreking: American Beauty

Laatst op mijn werk keek ik naar buiten en zag hoe de wind probeerde een plastic zak op te tillen. Ik maakte er een opmerking over. Zoiets als dat zelfs een stuk afval mooi kan zijn. En een collega reageerde direct: "American Beauty!" En vroeg of ik die film ook gezien had. Het antwoord was: "Nee." Maar ik had er wel al veel over gelezen, discussies hier, discussies daar, en het verhaal van die plastic tas kende ik inderdaad. Het was inderdaad waar ik aan moest denken. En m
ijn collega bood vervolgens aan me de film uit te lenen. Nu had ik me voorgenomen iets vaker naar meer 'uitdagende' films te kijken, films die dieper gaan dan het gemiddelde actiespektakel. Bovendien is schoonheid een van de thema's waar ik het meest over nadenk: waarom raakt het ons? Heeft het betekenis? Zegt het iets over onze wereld? Dus een film die schoonheid zelfs in de titel draagt, moet dus iets over dat onderwerp te zeggen hebben.

Het is niet het enige waarover de film iets te zeggen heeft. Je kunt hem net zo goed wegzetten als een analyse van de menseijke afgoden: geld, seks en macht. En de manier waarop die ons leven beheersen zonder dat wij het merken en ons meesleuren naar de ondergang. Blog Thoughts on Grace laat bijvoorbeeld zien hoe Carolyn zoekt naar betekenis. Om succesvol te zijn moet je succes uitstralen, is haar mantra. De wereld vormt zich naar jouw wensen als je maar doet alsof ze al zijn uitgekomen. "Vandaag ga ik dit huis verkopen." Als je het maar hard genoeg gelooft ... ja, wat dan? Je kunt wel net zo goed willen zijn als de concurrent, maar je raakt gefrustreerd als het je niet lukt. .Je bent in de greep van een ideaalbeeld -een wet- en dus niet vrij.
Net zo zijn andere karakters in de film in de greep van valse idealen. Schoolmeisje Angela doet zich voor als een slet en gebruikt haar uiterlijke schoonheid om waarde aan te ontlenen. Als mannen haar met hun ogen uitkleden, zelfs al zijn ze meer dan twee keer zo oud als zij, geeft dat haar betekenis. Dan heeft ze kennelijk macht. En dan kan ze haar doel bereiken in de modellenindustrie. Ze is bereid mannen te manipuleren en te verleiden om in haar eigen waarde te kunnen blijven geloven. Als haar tactiek faalt, is ze opeens niet meer zo zelfverzekerd. De waarheid komt boven tafel en van haar zorgvuldig opgebouwde imago ('Als er iets is dat ik niet wil, dan is dat gewoontjes te zijn.') blijft niets over.
De buurman, kolonel Fitz, ontleent zijn betekenis aan zijn marine-achtergrond en zijn conservatieve houding. Orde en regels, dat is wat telt. (Typisch: hij heeft een nazi-schaal in zijn collectie. Het symbool staat op de achterkant, het lijkt op het eerste gezicht een normaal eetbord. Is de Amerikaanse hang naar veiligheid, regels, orde et cetera werkelijk zo anders als die van het Duitsland onder Hitler?). Hij beschouwt alles wat afwijkt van zijn eigen morele overtuiging als bedreiging. Vooral homo's. En hij wil dat zijn omgeving zich aan zijn beelden aanpast. Dat is zijn basis voor betekenis en waarde. Maar als dat wat hem zo bedreigt opeens dicht bij huis komt, en zijn zoon zich niet blijkt te houden aan zijn regels, stort ook zijn kaartenhuis is. Hij moet onder ogen zien dat hij in zijn diepste binnenste geen haar beter is.
En hetzelfde geldt voor Lester Burnham, de hoofdpersoon, 42 jaar, in een baan die hij haat. Hij zal dan wellicht sterven, maar is hij niet al dood? Een schok laat hem zich realiseren dat hij vast zit, dat hij van binnen niet meer de levende persoon van vroeger is die in contact stond met echte mensen. En hij gaat hard aan de gang om dat beeld te veranderen. Een nieuwe auto, sporten, een andere baan zonder verantwoordelijkheid, eindelijk de waarheid zeggen tegen je vrouw, wiet en bier. Hij ontleent zijn betekenis aan zijn vrijheid om alles te doen wat hij wil. Hij wil zijn verlangens vervuld zien. En vooral zijn verlangen naar het klasgenootje van zijn dochter. Hij wil haar, ook al is zij meer dan twee keer zo jong als hij. Haar te bezitten zou hem betekenis geven, denkt hij. En hij is bereid ver te gaan in zijn obsessie. Hij kijkt echter niet dieper door. Hij ziet alleen de oppervlakte. En uiteindelijk stort ook deze illusie in. Angela kan hem niet betekenis verlenen. Ze is zelf leeg. Ook deze seksuele lust is slechts een afgod, iets dat de behoefte van Lesters hart niet kan vervullen. Het was slechts een windvlaag die hij najoeg, een fata morgana. En pas als al zijn illusies zijn weggevallen, kan Lester zeggen: "I'm great." Hij is eindelijk vrij van zijn valse goden.

Als onze 'afgoden' falen, wat blijft er dan over om ons leven betekenis te geven? Misschien moet de film dus wel worden beschouwd als een moderne versie van het bijbelboek Prediker. De schrijver hiervan ging ook op zoek naar betekenis. Hij zocht het in allerlei dingen. In wijn, in vrouwen, in werk, in wijsheid, in macht, in goed doen, maar het vond het nergens. "Ijdelijheid der ijdelheden, zegt de Prediker. Alles is ijdelheid." Oftewel: zinloos. Lucht en leegte. Zonder inhoud. De conclusie van de Prediker? "Eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven." Deze teksten uit Prediker deden mij jaren geleden, in mijn periode van overspannenheid, anders naar mijn eigen leven kijken. Eenvoudig genieten van elke dag, genieten van je eten, je relaties, het werk dat je doet, de creativiteit, dat is waardevol, dat heeft betekenis. En dat is wat God met je voor ogen heeft. Niet je uitstrekken naar iets dat je niet hebt, maar het geschenk ontvangen dat Hij al gegeven heeft. God heeft het goede met ons voor ogen.
Dit is ook het antwoord dat in deze film gegeven lijkt te worden. Er is schoonheid in het gewone, in 'the ordinary', in het zelfs wel saaie, als je maar aandachtiger kijkt. 'Look closer', zegt een kaartje op het bureau van de hoofdpersoon in het begin van de film. Leer te zien. En Ricky ziet. Met een camera legt hij de gewone, normale, onopvallende mensen en gebeurtenissen vast, omdat hij ze is gaan zien als momenten van schoonheid. En in die schoonheid ziet hij iets van God. Hij zegt: "I knew there was this entire life behind things, and... this incredibly benevolent force, that wanted me to know there was no reason to be afraid, ever. Video's a poor excuse, I know. But it helps me remember... and I need to remember...." Die wetenschap dat er een liefhebbende macht is achter de schoonheid van het gewone, die alles in de hand heeft, heeft zijn angst weggenomen, waardoor hij vrij kan zijn van de afgoden, vrij van de verslaving aan valse schoonheid, macht, controle, geld. Hij kan zijn baan opzeggen als hij erdoor beheerst dreigt te worden, hij kan in opstand komen tegen zijn vader. Ook dit komt overeen met de bijbel, die in 1 Johannes 4 stelt dat de ware liefde de vrees uitdrijft. God te zien als de bron van ware liefde is inderdaad wat ons bevrijdt van angst en in staat stelt te leven als de mensen die we ten diepste zijn. Om niet meer te doen alsof. Weten dat we al geaccepteerd zijn, nu, dat God ons mooi vindt, geeft ons een waarde die we nergens anders kunnen vinden, niet in ons uiterlijk, niet in onze baan, niet in ons financieel succes en niet in rode sportwagens. Daaraan herinnerd te worden door een film is alleen maar goed.

Maar geeft deze film het complete antwoord? Jeffrey Overstreet heeft lang nagedacht over de thema's uit deze film en concludeert dat de oplossing van Ricky tekortschiet. "American Beauty implies that we can be happy if we just focus on the positive, beautiful things and ignore, or worse, deny, the disease. Evil, it suggests, comes from conservatives." De schoonheid zien is niet genoeg, impliceert hij, er moet ook iets gebeuren aan de verworden verlangens van je hart. Schoonheid staat niet op zichzelf, maar hangt samen met waarheid. Om het eerste te kunnen omarmen, moet je het tweede accepteren. En dus ook accepteren dat er keuzes zijn die in strijd zijn met de waarheid, dat je zelf een eigen verantwoordelijkheid hebt om het juiste te doen, en dat je daarin tekort bent geschoten. "When you find out that you’re sick, don’t sigh and say everything’s fine. Go get surgery… and then get on with your life."
Ik besteed hier zelf ook aandacht aan in mijn boek (Nog maar drie weken, zegt het voort!), namelijk dat we pas echt vrij worden als we onze positie innemen waarvoor we bedoeld waren, als we ons schikken naar de waarheid, namelijk dat we schepselen van God zijn, door Hem gemaakt om Hem, anderen en onszelf lief te hebben. Om onszelf uit te storten, op te offeren, te geven in relaties, zoals Hij dat voor ons gedaan heeft. Dat is uiteindelijk wat ons vrij maakt. Zelfzuchtig onze eigen verlangens nastreven, zelfs het alleen maar filmen en zoeken van schoonheid in het gewone, maakt ons niet vrij. Dat is geen liefde. Schoonheid is niet waardevrij. Schoonheid bestaat niet buiten het oordeel. Anders gezegd: God is inderdaad liefde en dat maakt dat we niet bang hoeven zijn, maar in de woorden van 1 Korintiers 13: zijn liefde is niet blij met de ongerechtigheid. Zijn liefde is een heilige liefde. En dat geldt voor alle echte liefde. Echte liefde oordeelt, namelijk dat het niet goed is om anderen te beschadigen, pijn te doen, te vertrappen of te misbruiken. Echte liefde heeft een afkeer van de dood en van alles dat daardoor wordt voortgebracht. En echte liefde zal uiteindelijk de dood en haar vruchten te niet doen. De vijand zal worden verslagen en leven zal de overhand hebben. Liefde handelt. Liefde is niet een passieve goede macht die het maar prima vindt wat wij allemaal doen, wie het niets uitmaakt. Nee, liefde is intens en persoonlijk op ons leven betrokken, liefde heeft grootse, onvoorstelbare offers voor ons gebracht om ons te bevrijden uit onze slavernij (aan de angst voor de dood, zie Hebreeen 2), liefde heeft ons vrijgemaakt tegen een enorme kost voor zichzelf. En liefde verlangt van ons dat wij op onze beurt actief voor haar kiezen, dat we ons openstellen voor een relatie met deze 'benevolent power', dat we ook gaan reageren op basis van liefde en zoeken wat goed is voor de ander, voor onszelf en daarmee voor God.
En dat ontbreekt mijns inziens in deze film. Zelfs in het karakter van Ricky. Ten eerste is hij een drugdealer. Drugs zijn verslavend. Ook Marihuana. Zelfs al was dat niet verslavend, dan is het nog een manier om in contact te komen met hardere drugs, die wel verslavend zijn. Om zijn eigen vrijheid vol te kunnen houden, neemt Ricky dus de toevlucht tot het verkopen van iets dat anderen de vrijheid ontneemt. Hij maakt niet keuzes die gericht zijn op het goede voor de ander. Ten tweede liegt hij tegen zijn vader. Begrijpelijk. Maar voor iemand die zo vrij wil zijn is het juist belangrijk de waarheid te kunnen spreken. De bijbel zegt namelijk ook dat het de waarheid is die vrijmaakt (Johannes 8). Maar zelfs als zijn vader denkt hem ontmaskert te hebben, kiest Ricky ervoor hem een leugen voor te houden in plaats van de waarheid. (Het is deze leugen die leidt tot het einde van de film. En misschien zijn de filmmakers zo subtiel dat ze erkennen dat ook Ricky niet de heilige is die hij voordoet te zijn). Ricky's betoog over schoonheid is uiteindelijk niet bevrijdend, omdat het niet leidt tot werkelijke, zichzelf overgevende liefde. Liefde die niet blij is met de dood.
Ik besluit met mijn favoriete criticus Steven Greijdanus (niet de grootste fan van de film). Hij zegt: "In the end, it seems as if we’re meant to feel that the real issue is the beauty in a plastic bag swirling in the breeze or a dead dove on the grass. I’m very far from belittling the beauty of even a plastic bag swirling in the breeze; beauty is holy, wherever it is found. But there is beauty to which this movie is stone cold blind: beauty it tramples on as ignorantly as Buddy Kane or Col. Fitts. Just as there is a holiness to beauty, there is a beauty to holiness; holiness and beauty are two sides of the same coin. The psalmist was onto something when he sang, “O worship the Lord in the beauty of holiness!” (Ps 96[95]:5). The makers of American Beauty have no idea what I’m talking about, I’m sure. But they will, some day."

Maar een ding is zeker: dit is een film die tot nadenken stelt. En binnenkort zal ik op deze blog terugkomen op die belangrijke vraag uit het begin: "Wat maakt zo'n dwarrelde plastic zak nou mooi?"

woensdag 17 februari 2010

Filmbespreking: Finding Nemo

Er zijn films die ik wel moet waarderen, eenvoudig omdat het niet anders kan. Het is de manier waarop ons heelal in elkaar zit, denk ik. Nu scoren de Pixar-animatiefilms bij mij so wie so al hoog (op A Bugs Life na, maar wie weet, misschien als ik die nog een keertje kijk), maar Finding Nemo spant de kroon. Wie mijn blog goed volgt, weet waarom. Ik ben namelijk aquariumliefhebber. En dit is de enige film die ik ken die zich voor een significant deel afspeelt in een aquarium (weliswaar een zee-aquarium vol plastic meuk, kunstplanten en opzichtige decoratie in plaats van een goed ingerichte bak met lagere zeedieren, wier en passende bevolking, maar toch). De rest speelt zich af in die wereld die ik in een aquarium probeer na te bootsen, namelijk de oceaan. Dat het verder een inspirerend verhaal is, met inventieve scenes, sympathieke karakters, ontroerende relaties en een dramatisch einde is eigenlijk nauwelijks relevant om te vermelden. Geef mij een film over vissen en ik ben verkocht. (Niet helemaal waar: die andere animatiefilm met Will Smith, Shark Tale, was onderhoudend, maar niet zo goed dat hij in mijn collectie terecht kwam. Belangrijke reden: de vissen leken teveel op mensen. Pixar is ten minste nog zo slim vissen ook daadwerkelijk op vissen te laten lijken.)
Alles aan Finding Nemo klopt: het uitbundige leven op het koraalrif, de lichtval in het water (onder allerlei omstandigheden), de zwarte ogen van de haai, de alglaag op de aquariumruit (die ken ik al te goed, helaas), de manier waarop de garnaal Jaques zwemt, en de meeuwen in de haven van Sydney (die ik zelf gezien hen en inderdaad een geluid maken dat lijkt op 'mine'). Dit was de eerste keer dat ik deze film zag sinds in in Australië geweest ben, en ik bewonderde de manier waarop de stad was weergegeven, gestileerd, maar wel herkenbaar. Ook leuk: Australische stemmen voor onder andere de haaien. De tekenaars bij Pixar hebben een oog voor detail: zeeanemonen zijn werkelijk anemonen, het jonge visje in een eitje beweegt zoals het hoort, een diepzeevis heeft de lugubere ogen die je ook op plaatjes ziet en de binnenkant van een aquariumfilter moet er ook zo uitzien als deze! Je hebt nauwelijks een echt aquarium nodig als je deze film bezit (op de DVD staat inderdaad een aquarium-'screensaver', waardoor je TV in een aquarium verandert. Bespaart tijd, geld en ruimte).

Waar ze bij Pixar ook goed in zijn is het vertellen van een verhaal. Deze films zijn geen aaneenschakeling van juveniele grappen en verwijzingen naar populaire cultuur rond een onorigineel thema. Het zijn meeslepende verhalen, waar veel in op het spel staat, waar pijn werkelijkheid is en vreugde bevrijdend, waar speelgoed, monsters, vissen (en zelfs ratten en auto's) werkelijke personen zijn met problemen die je meevoelt. Het zijn verhalen als de beste sprookjes (in Tolkiens definitie van Elfenmagie) die je veranderen doordat je er deel van hebt uitgemaakt. Het kijken van films als Finding Nemo is niet maar tijdverdrijf op een verveelde zondagavond, het is een avontuur, een belevenis, een ervaring. Je wordt erdoor gereinigd, de verstopte buisjes worden doorgespoeld, de donkere hoekjes in je verbeelding worden uitgebezemd, en hardnekkige leugens wijken voor wat waar, edel, rechtvaardig, zuiver en lieflijk is. Het instrument van de ziel wordt gerecalibreerd. Oke, dat is misschien wat overdreven, maar de kern is toch waar: verhalen die goed verteld worden, brengen ons in contact met de werkelijkheid. Niet die van de materie, natuurwetten, oorzaak en gevolg, maar die van de mens. En de Mens. En de Schepper. Ook een tekenfilm als Finding Nemo.

De film begint met clownsvis Marlin (grappig? Dat denken alle andere vissen natuurlijk) die met zijn geliefde een zee-anemoon op de grens van het rif heeft betrokken. Hun eitjes zijn gelegd en nu is het wachten tot ze uitkomen. Een bezoek van een baracuda werpt echter roet in het eten. Marlin blijft over, samen met zoontje Nemo. Hij is Marlins troetelkind. De eerste dag dat Nemo naar school moet is dan ook moeilijk voor de overbezorgde vader. Vooral omdat Nemo een wat onderontwikkelde vin heeft. Hoe de schoolmeester ook verzekert op het visje te kunnen letten, Marlin kan het niet laten in te grijpen als Nemo met zijn vriendjes eropuit trekt. Dat leidt natuurlijk tot hommeles, en het conflict eindigt ermee dat het jonge visje door een duiker wordt gevangen en meegenomen. De wanhopige vader volgt. Op zijn zoektocht krijgt hij gezelschap van Dory, die vrij kort van memorie is. Samen volbrengen ze een tocht van epische proporties. Nemo belandt ondertussen in een aquarium in een tandartsenkantoor (auch), waar hij onder de hoede wordt genomen van mentorfiguur Gill. Hij heeft een plan dat de aquariumbewoners uit hun gevangenschap moet helpen bevrijden. Ze moeten echter snel zijn. Nemo is bedoeld als verjaardanskado voor Marla, een meisje dat zacht gezegd weinig invoelend met levende wezens omgaat ...

Er zitten verschillende thema's in deze film, maar uiteindelijk zijn ze denk ik allemaal te herleiden tot 'vertrouwen'. Het verhaal komt op gang doordat Marlin niet vertrouwt dat Nemo zich zelf kan redden. Hij weigert zijn zoon los te laten, maar wil blijven controleren. Mede als gevolg daarvan lijdt Nemo aan een gebrek aan zelfvertrouwen. Vissen als Gill hebben misschien teveel zelfvertrouwen, waardoor ze niet zien dat ze anderen dwingen over hun eigen grenzen heen te gaan. De reis die Marlin maakt is dus niet alleen om zijn zoon terug te vinden, maar ook om hem te kunnen loslaten. Om te durven vertrouwen.
Het is makkelijk te zien waarom Marlin zijn vertrouwen heeft opgegeven. Zo'n gebeurtenis als die waarmee het verhaal opent, hakt er bij mens en vis diep in. Het vereist een sterk vertrouwen om dan vrij te blijven van controle. De les die Marlin op dat moment leerde (en ging geloven) was dat de wereld een onveilige plaats is, waar overal het gevaar op de loer ligt en waarvoor je voortdurend moet oppassen om niet opgegeten te worden. Hij denkt dat hij er zelf voor kan zorgen dat zijn zoon Nemo niks kan overkomen. Hij weet hoe de wereld in elkaar zit. Zijn blik op de werkelijkheid is de juiste. 'Hij zit nog in de ontkenningsfase', zoals een karakter later stelt. Hij durft niet toegeven dat hij een probleem heeft, dat hij niet alles kan controleren en dat de wereld zich grotendeels aan zijn invloed onttrekt, oftewel, dat hij in de greep is van een macht die groter is dan hijzelf. Een slaaf. Door de gebeurtenissen van het verhaal moet hij tot een doorbraak komen. Hij moet het punt bereiken van de waarheid, waar hij zichzelf niet meer voor de gek kan houden, waar hij de confrontatie moet aangaan, waar hij inziet dat hij door zijn drift van controle zichzelf, maar vooral anderen, beschadigt. In de reis naar dat punt toe speelt Dory een belangrijke rol. Deze vis is qua karakter aan Marlin tegenovergesteld. Ze heeft geen controle, ze heeft geen plannen, ze wil de werkelijkheid niet overheersen, sterker nog, ze kan dat niet (en ook dat is een kwaad. Haar geheugenverlies maakt dat ze niet kan worden wie ze is. Ze heeft geen enkele greep op haar leven en wordt als een speelbal op de golven meegenomen. Ze kan bovendien worden gemanipuleerd, wat Marlin in het begin van het verhaal ook op geniepige wijze doet). En dat geeft haar een vrijheid die Marlin niet heeft. Waar Marlin door angst wordt tegengehouden, blijft zij zwemmen. Waar Marlin wordt geplaagd door twijfel, heeft zij hoop. Waar wantrouwen Marlins deel is, ziet zij het goede in anderen. Ze heeft zich overgegeven aan een macht die groter is dan zij.
De confrontatie (pas op: SPOILER) volgt als Marlin en Dory zijn opgeslokt door een walvis. Op dat moment ziet Marlin al zijn hoop om Nemo te redden in rook opgaan. Er is geen kans meer zijn zoon terug te zien. Hij moet zijn droom opgeven. Hij kan haar niet meer verwerkelijken. Keer op keer stort hij zich tegen de baleinen, tevergeefs (terwijl Dory zich door de golfslag in de walvismuil laat voortdeinen). Er is hier een vergelijking mogelijk met de bijbelse profeet Jona, die ook in de walvis tot de ontdekking kwam dat er een grens was aan zijn controle, dat zijn macht beperkt was, en dat hij afhankelijk was van iets of iemand anders. In dit geval is het Dory die in contact staat met de walvis. Hoewel Marlin het niet gelooft, verstaat zij wat het grote, onbegrijpelijke wezen (waar ze zich op dat moment binnenin bevinden!) tegen hen zegt. Hangend aan de enorme tong, het gat van de keel onder hen, zegt Dory dat het tijd is om los te laten. Dat wil zeggen om te vertrouwen. "Maar hoe weet je dan dat er niet iets ergs gebeurt?", wil Marlin weten. "Dat weet je niet", zegt Dory. En ze laten los. Hun vertrouwen wordt niet beschaamd, de walvis heeft hen afgezet in de haven van Sydney (waar ze bovendien ook nog eens moeten vertrouwen op een shabby pelikaan).
Net zo moeten wij leren te vertrouwen op God. We kunnen niet zelf de verantwoordelijkheid dragen voor ons leven, de vervulling van onze verlangens, de veiligheid van onze geliefden, de noden en pijn van de wereld, de stabiliteit van ons werk. We hebben die dingen niet onder controle. We hebben niet eens onze eigen gezondheid onder controle (we kunnen haar wel beïnvloeden natuurlijk, maar niet met honderd procent garantie). We zijn in zekere zin overgeleverd. Aan de elementen? Dat zou hopeloos zijn. Aan God dan? Ik geloof van wel. De weg naar vrijheid is onze verantwoordelijkheid los te laten en te doen wat hij zegt: hetzelfde wat de walvis zei: vertrouwen! Weten we dan dat ons niets ergs zal overkomen? Nee. Ik geloof niet in welvaartsevangelie. Sterker nog, we kunnen er zeker van zijn dat ons erge dingen zullen treffen. Maar met de verzoeking zal God ook de uitkomst geven. We kunnen erop vertrouwen dat de uiteindelijke controle zich bij hem bevindt. Dan zijn we niet meer in de greep van angst voor onze omgeving, paniek om de toekomst, en de controle en verslaving die daar het gevolg van is. Dan kunnen we als een Dory elke situatie zien als een nieuwe uitdaging, waar de uiteindelijke afloop aan God is overgelaten.
Wat deze interpretatie voor mij bevestigde was de scene met de haaien in het begin van de film. Die is namelijk duidelijk geinspireerd op de twaalf stappen-programma's van de Anonieme Alcoholisten en dergelijke. En deze programma's zijn gebaseerd op het vertrouwen.
Van Wikipedia:
These are the original Twelve Steps as published by Alcoholics Anonymous:[10]
  1. We admitted we were powerless over alcohol—that our lives had become unmanageable.
  2. Came to believe that a Power greater than ourselves could restore us to sanity.
  3. Made a decision to turn our will and our lives over to the care of God as we understood Him.
  4. Made a searching and fearless moral inventory of ourselves.
  5. Admitted to God, to ourselves, and to another human being the exact nature of our wrongs.
  6. Were entirely ready to have God remove all these defects of character.
  7. Humbly asked Him to remove our shortcomings.
  8. Made a list of all persons we had harmed, and became willing to make amends to them all.
  9. Made direct amends to such people wherever possible, except when to do so would injure them or others.
  10. Continued to take personal inventory and when we were wrong promptly admitted it.
  11. Sought through prayer and meditation to improve our conscious contact with God as we understood Him, praying only for knowledge of His will for us and the power to carry that out.
  12. Having had a spiritual awakening as the result of these steps, we tried to carry this message to alcoholics, and to practice these principles in all our affairs. 
Het is bijna te zien als het plot van de film. Ik geloof dat dit niet alleen geldt voor mensen die verslaafd zijn aan alcohol (hoewel we eigenlijk allemaal wel aan iets verslaafd zijn, al is het maar de goedkeuring van anderen, lekker eten of ons vaste uurtje rust 's avonds). Het is de weg van de vrijheid voor ons allemaal. Om toe te geven dat we krachteloos zijn en geen invloed hebben op wat ons overkomt. Om te geloven dat er een Persoon is die groter is dan ons, die wel de verantwoordelijkheid aankan over ons leven. Om ervoor te kiezen onze wil en ons leven zelf los te laten en over te geven aan de zorg van deze Persoon. En om dit in praktijk te brengen door keuzes te maken die hiermee in overeenstemming zijn.