woensdag 14 juli 2010

Bijgeloof, aquaria, Inception, de stem van God en het paradijs

Interessant: bijgeloof werkt! Wie een 'geluksbrengend voorwerp' (wat is de goede Nederlandse aanduiding voor een 'lucky charm'?) bij zich heeft, presteert beter! Volgens mij volgens hetzelfde principe als de homeopathie en andere alternatieve geneeswijzen: als je ergens in gelooft, is je lichaam in staat het waar te maken.

Het lijkt toch echt waar te zijn: de Tyrannosaurus was (in elk geval gedeeltelijk) een aaseter.

15 creatieve ontwerpen voor aquaria. Helaas niet allemaal even praktisch.

Deze nieuwe TV-serie onder verantwoordelijkheid van Steven Spielberg ziet er interessant uit. Dinosaurussen!

Empire geeft de film Inception (van Christopher 'The Dark Knight' Nolan) vijf sterren. Als voorbereiding op het kijken van de film kun je een online comic lezen over de gebeurtenissen die aan het verhaal vooraf gaan. The Cobol Job.

Trailer voor een interessante film: een vader maakt een robotdochter.

Op Internet Monk beschrijft Jeff Dunn over het luisteren naar de stem van God. Hoe weet je dat wat je hoort van God komt? In Narnia weten de kinderen dat Aslan tot hen spreekt omdat ze zijn gezicht herkennen. Dus: "This is the bottom line: here is no revelation that God gives his people that is for any reason other than to reveal Jesus. That’s the test. Does what you have heard in your heart lift up Jesus? Sure, it may seem impossible or crazy, but does it lift up Jesus? ... If Jesus is not revealed in what you hear, drop it. God does not come to tell you things just to make your–or my–life better. Jesus. That is the entire purpose of the Spirit of God who lives in us. Jesus." In de reacties vraagt iemand om hulp bij het leren luisteren naar God. Hij heeft die ervaring namelijk niet, en de oppervlakkige adviezen van kerkgenoten doen hem weinig. In een nieuw bericht krijgt hij goede woorden te horen: "So often we think that we need to work up spiritual feelings, feelings of godliness, in order to please God, whereas he just wants us to enjoy him. We please God when we simply believe that what he says is true. We don’t have to understand it or try to make it all work out. We just have to have simple trust in God himself to take care of all the details. He knows your heart even better than you do. Why not take the words of Augustine (echoed by many through the years) as your motto: Love God, then do as you please." Ook de reacties zijn heel goed om te lezen. Veel eerlijke verhalen van mensen die ook worstelen met het luisteren naar God en het ervaren van zijn liefde.

Een interessante discussie over het voor mij blijvend boeiende onderwerp: hoe lezen we Genesis 1-3 en is een langere ontstaansgeschiedenis van het heelal en het leven te rijmen met het bijbelse verhaal over schepping, zonde, verlossing en voleinding? Op die laatste vraag antwoorden sommige theologen met 'nee', maar anderen zien er minder problemen mee. En het idee van een Aarde die alleen maar oud 'lijkt' leidt alleen maar tot meer problemen. "How can we hold an Appearance of Age view without concluding that God created the world with a deceiving appearance and gave us scripture so that we would know the truth? This has profound theological implications - and, I suggest, leads to a view of the nature of God inconsistent with the nature of God revealed in scripture."

De Christian Monist vraagt zich af wat behoort tot de kern van het christelijk geloof en wat tot onze cultuur. Hij vraagt het enkele tieners en is verbaasd over de antwoorden: "Church on Sunday mornings. Church starting at 10 AM. Churches with pews and steeples. Church services starting with singing, then preaching, then more singing. Pastors being the complete authority of the church. It also including not saying swear words, not drinking alcohol, not going to R movies. I could go on and on and on." Hijzelf denkt er wat anders over.
In een ander recent bericht schrijft hij hoe we soms een vleugje opvangen van onze bestemming: "Just a whiff of true paradise. The same kind of whiff that you get (of perfume) when you are out it public. It is brief, fleeting and the source is not clear. It IS seeing in a mirror dimly." En hij vervolgt met een lang citaat uit The Last Battle van Lewis, een van de mooiste beschrijvingen van het komende koninkrijk van God die ik ken.

maandag 12 juli 2010

Mijn nieuwste aanwinsten

Afgelopen zaterdag heb ik de hitte in trein en metro doorstaan voor een bezoekje aan mijn favoriete aquariumzaak: Verduijn Cichlids in Zevenhuizen. Egenlijk was ik op zoek naar vrouwtjes voor mijn Neolamprologus multifasciatus in mijn Tanganyikameeraquarium. Die hadden ze niet, maar ik heb wel wat vissen (en een slak) meegenomen voor mijn andere aquariums.

Voor mijn kleinste aquarium drie van onderstaande grondels (Stiphodon). Leuke visjes, met een interessant gedrag! En mooie kleuren. (de onderstaande foto's zijn trouwens niet van mij of mijn aquariums, maar van het internet. Ik hoop ook een keer eigen foto's te kunnen plaatsen, maar ik ben geen geweldige vissenfotograaf).

Verder een leuke slak (Neritina), in het Nederlands ook wel Sprintslak (of Zebraslak) genoemd. Deze soort zou niet gelden als prooi voor mijn slakkenetende slakken, die mijn aquarium vrij houden van andere slakken.

Voor mijn grootste aquarium (Rio240) kocht ik cichliden, toch wel mijn favoriete vissen, samen met meervallen. Twee Afrikaanse soorten, namelijk als eerste de Anomalochromis thomasi (met mooie iriserende blauwe stippen). Deze heb ik ongeveer vijftien jaar geleden ook gehad, maar niet lang omdat ze toen werden opgejaagd door Kersebuikcichliden met eitjes. Nu gaat het hopelijk beter.


En als tweede de interessant genaamde Nanochromis transvestitus. Anders dan bij veel vissoorten is bij deze soort de vrouw veel mooier en feller gekleurd dan de man. Vandaar de naam. Een vrij gevoelige vissoort, waarvan ik toch hoop dat hij het in mijn aquarium goed gaat doen!


Ik ben erg tevreden. In het najaar moet ik er nog maar eens terug om naar de Multifasciatussen te kijken, maar eerst maar eens van deze soorten genieten.

zaterdag 10 juli 2010

Wie ben ik? 2: Ik ben omdat Hij is Ik Ben.

Het is eigenlijk veel te warm om te bloggen, maar ik ga het toch proberen. Ik heb nu eenmaal beloofd dat ik een vervolg zou schrijven op mijn bericht van eerder deze week, en dan ga ik dat doen ook! Het thema is namelijk erg belangrijk. In het vorige deel vroeg ik me af, naar aanleiding van een gesprek met een vriend, wat mijn 'ik' nu eigenlijk is. Mijn conclusie was dat ik het antwoord op die vraag niet kon vinden door bij mezelf naar binnen te kijken. Ik ben. Ik ben niet te ontleden in verschillende onderdelen, als een legobouwwerk of een modelbouwauto, zonder dat 'ik' verdwijn. Anders gezegd: ik kan niet buiten mezelf stappen en met een klinische blik mezelf analyseren. Dat is wat  'introspectie' eigenlijk is. Maar door de 'introspectie' brengen we als het ware al een scheiding aan in onszelf, en zijn we al minder onszelf geworden. En hoe dieper we in onszelf wroeten, hoe meer we proberen onze motivaties en drijfveren te ontwarren, hoe minder ons 'ware zelf' zichtbaar is. We verdwijnen in de afgrond van binnen.

Om een voorbeeld te geven: een paar jaar geleden was ik op het Flevo-totaalfestival (een christelijk muziekfestival) bij een optreden. Maar in plaats van te genieten van de muziek, was ik mezelf aan het beoordelen: wat de muziek me deed, waarom ik er wel of niet van zou kunnen genieten, en of die reacties van mij wel goed waren. Gevolg was dat de muziek geheel langs me heen ging en dat ik als het ware 'verlamd' was, en niet in staat om in dat moment gewoon mezelf te zijn en te bewegen op de muziek (of weg te gaan als de muziek niet mooi was). Op dat moment realiseerde ik me wat de Amerikaanse schrijfster Leanne Payne bedoelde met de uitdrukking: 'de ziekte van de introspectie'. Het is al vroeg beschreven in de geschiedenis van Narcissus, die zich concentreerde op zijn eigen spiegelbeeld. Maar door met zichzelf bezig te zijn verloor hij zijn zelf, en werd hij een bloem, en de ander, zijn geliefde Echo, stierf weg in de verte. Narcissus had zijn universum teruggebracht tot zichzelf alleen. En omdat zijn universum zo klein was, niet groter dan zijn eigen 'ik', was hijzelf ook heel klein geworden, een stip. Terwijl, als hij zich had gericht op zijn geliefde Echo, in plaats van op zichzelf, zijn universum groter zou zijn geweest dan zijn 'ik', en daardoor zou hij zelf ook zijn toegenomen. Hij zou echt hebben geleefd, hij zou vrij zijn geweest, hij zou interactie hebben gehad met anderen. Hoe groter het universum waar je in leeft, hoe groter je 'zelf' is. 
We hebben het hier niet over de fysieke grootte van het universum (hoewel die ook een rol speelt. Veel 'jonge aarde creationisten' leven volgens mij in een claustrofobisch universum.) maar over de metafysische grootte van het universum. Want het universum kan dan miljarden lichtjaren groot zijn, als het alleen maar bestaat uit materie, en aan de andere kant van het heelal gehoorzaamd aan dezelfde natuurwetten als hier, is het in metafysisch opzicht erg klein. Dan zijn wij mensen nog steeds aan onszelf overgeleverd. Om Chesterton aan te halen: "Het moderne universum is uitgestrekt, maar onvrij. Men betreedt grotere en grotere vensterloze ruimten, kamers met babylonische perspectieven, maar men kan nog niet het kleinste raam, of een fluistering van de buitenlucht ontdekken." Het materialistische wereldbeeld heeft voor mij altijd iets benauwends gehad en ik knikte van herkenning toen ik dit citaat van Chesterton las. Materie is namelijk nog steeds 'kleiner' dan mijn zelf. Als ik alleen materie ben, dode atomen, heeft mijn 'ik' geen betekenis. En dat is waar het om gaat in de zoektocht naar mijn zelf. Het is geen zoektocht naar een aanwijsbaar deel in de hersenen dat mijn 'ik' programmeert, het is een zoektocht naar betekenis. Ik zou helemaal niet verbaasd zijn als het 'ik'-bewustzijn blijkt te liggen in een bepaald gedeelte van de hersenen. Ik geloof zelfs dat al mijn gedachten, gevoelens en verlangens te beschrijven zijn in termen van neuronen, neuro-transmitters en elektrische signalen. Ik ben -natuurwetenschappelijk gezien- mijn hersenen. Ik ben materie: stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. Maar waar ik naar op zoek ben is wat dat 'ik' nu betekent, oftewel: waarom ben ik er? Waarom besta ik? Ben ik in de woorden van Shakespeare 'Sound and fury, signifying nothing'? Of heeft mijn bestaan zin (boven het doorgeven van mijn genen uit)? En het antwoord op die vraag is nu juist iets dat ik niet kan vinden door mezelf te analyseren, maar alleen buiten mijzelf. Want betekenis is iets dat aan je verleend wordt. Betekenis is niet iets dat je hebt, maar iets dat je ontvangt. Het is een kenmerk van relaties.

Wie ik ben, dat wil zeggen mijn betekenis, wordt bepaald door mijn interacties met de voorwerpen en personen buiten mij. Door zichzelf te isoleren van de wereld en de mensen om hem heen verloor Narcissus zijn betekenis; als hij een relatie was aangegaan met de wereld buiten hem in het algemeen, en met Echo in het bijzonder, had zijn leven betekenis gekregen. Zonder interacties kwam zijn leven tot stilstand, er was geen groei meer, geen ontwikkeling, alleen zijn eigen concentratie op zichzelf, wat eigenlijk betekende dat hij dood was. Was hij wel interactie aangegaan met de wereld en met andere mensen, dan was hij veranderd, dan was hij gegroeid, dan had hij avonturen kunnen beleven, pijn kunnen lijden, liefde kunnen ervaren, droefheid en extase. Dan had hij geleefd. Dan was hij mens geweest. Ik las bij de katholieke filosoof Peter Kreeft dat wij mensen verlangen naar extase, dat wil zeggen ek-stasis: buiten onszelf te staan (wat niet betekent het verlies van ons zelf, want de uitdrukking suggereert dat er wel een zelf is). Daarom (dit tweette Ronald vd Oever terecht) dat mensen zo opgaan in iets als het WK-voetbal. Ik geloof dat dit is omdat we het meest onszelf zijn als we volledig opgaan in de wereld en de personen buiten ons zelf.
Een eerste manier om dit te benaderen is vanuit het 'verhaal'. Betekenis wordt namelijk verleend door verhalen. Een fossiel in mijn collectie heeft voor mij betekenis omdat er een verhaal aan vast zit: ik kocht het als souvenir op een vakantie, of ik vond het toen ik klein was in het Gardameer, door me te bukken en de eerste de beste steen op te rapen die ik zag. Bepaalde boeken hebben voor mij betekenis, omdat ik ze op een bepaald moment in mijn leven las, of doordat ze tot veranderingen in mijn leven hebben geleid. Bepaalde mensen hebben voor mij betekenis, omdat we samen avonturen hebben beleefd, doordat er een 'verhaal' aan ze vastzit. De rol in het verhaal geeft betekenis. Dat geldt ook voor ons. Wat onze betekenis bepaalt, en dus ons 'ik', wordt bepaald door het verhaal. Nu kan dat een verhaal zijn wat we zelf bepalen, waarin we zelf de held zijn. Maar dat is een klein verhaal, dat maar een kleine betekenis kan geven. Het kan het verhaal zijn dat we puur materie zijn, een soort machine van atomen die zijn programma afdraait, onderdeel van een materieel universum dat afstevent op de uiteindelijke entropie. Dat is uiteindelijk ook een klein verhaal, waarin eigenlijk weinig gebeurt. Het is voorspelbaar, onvrij. Nogmaals Chesterton: "Niemand heeft ooit een verhaal geschreven over een klok die zich afwindt, of regendruppels die neervallen." Nee, wat ons betekenis geeft is als we leven in een verhaal dat groter is dan wijzelf, maar dat wel vrij is, persoonlijk. Dat wil zeggen dat wij niet het verhaal verzinnen, maar er in worden opgenomen, in een verhaal dat al aan de gang was voor wij er kwamen, dat niet van ons afhangt, maar waar wij wel een onmisbare rol in spelen, dat niet het zelfde zou verlopen als wij er niet waren. Zoals de Hobbits in het verhaal van Tolkien, die deel gingen uitmaken van een geschiedenis van vele eeuwen, van de strijd tussen goed en kwaad, en die daardoor betekenis kregen. “We are part of the tale! Don’t the great tales never end?” Het is niet voor niets dat de bijbel geen theologieboek is, maar de beschrijving van een geschiedenis: het verhaal van God en de wereld. Wij zijn deel van het grootste verhaal dat ooit verteld kan worden. Een verhaal waarvan God zowel de auteur is als de held, maar waarin wij een prachtige rol te vervullen hebben. Zelfs de identiteit van God hangt samen met een verhaal: de 'heilsgeschiedenis', de geschiedenis of het verhaal van het heil. Daarin ligt voor eeuwig en altijd besloten wie God is. En daarin vinden wij ook wie wij zijn, want wij zijn onderdeel van dat verhaal. Voor meer hierover, lees mijn bijdrage in het boek De opwindende laatste dagen.

Een tweede manier om dit te benaderen, en misschien nog mooier, is die van de liefde. Want als je zegt dat iets betekenis voor je heeft omdat er een verhaal aan vastzit, kan het nog een negatieve betekenis zijn. Meerkoeten hebben voor mij betekenis, vanwege het verhaal dat ze me als student 's nachts wakker hielden. Daarom heb ik een afkeer van ze. Maar mijn vriend Menno heeft voor mij betekenis, omdat we samen een geweldige vakantie in Amerika hebben gehad en daar elkaar beter hebben leren kennen. Hij heeft mij beter leren kennen door de avonturen die we hebben beleefd, en ik heb hem leren kennen. We zijn van elkaar gaan houden. (De relatie heeft nog wat meer betekenis dan mijn fossielen, want de verhalen die ik met die stenen heb meegemaakt zijn nou niet zo spectaculair). Niet alleen heeft Menno voor mij betekenis, maar ik weet ook dat ik voor Menno betekenis heb. Dat hij van mij houdt. En dat vertelt mij 'wie ik ben'. Wat ik verder ook ben, ik ben in elk geval Menno's vriend, iemand die voor Hem belangrijk is, die hij waardeert, en met wie hij samen wil koffiedrinken. Mijn identiteit vind ik in de relatie met de ander. Nog duidelijker is het bij de liefde tussen man en vrouw, in het huwelijk, waar man en vrouw 'een vlees' worden, een geheel. In deze relatie is in elk geval een deel van de identeit van de man het feit dat hij de geliefde is van de vrouw, en een deel van de identiteit van de vrouw is dat zij de geliefde is van de man. Daarin is een stuk zekerheid te vinden. Je kunt aan jezelf twijfelen, maar wat blijft staan is: ik ben de geliefde.
Nu is het een feit dat mensen feilbaar zijn, dat hun liefde en waardering kan afbrokkelen, dat ze dingen kunnen zeggen of doen die de relatie verraden en beschadigen. Dit geldt voor alles in onze materiele wereld. De schepping is aan de vergankelijkheid onderwerpen. 'IJdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker. IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.' Wie zijn hele identiteit vindt in zijn relatie met zijn geld, verliest zijn identiteit als hij zijn geld kwijtraakt. Wie zijn betekenis ontleent aan zijn relatie met zijn werk, verliest zijn betekenis als hij ontslagen wordt. Wie zijn eigenwaarde ontleent aan de liefde van een ander, wordt onherroepelijk teleurgesteld. Want de ander kan niet volmaakt liefhebben. Daarom geloof ik dat werkelijke betekenis, werkelijke identiteit, het ware zelf, pas te vinden is in de relatie met God. Het antwoord op de vraag 'Wie ben ik?', luidt: 'Ik ben de geliefde van God'. Ik ben Gods geliefde kind, in wie Hij welbehagen heeft. Ik ben zijn oogappel. Hij heeft alles voor mij over gehad. Ik ben de bruid van Christus.' Dit is een onwankelbare basis. De IK BEN (de God die het bestaan zelf is) houdt van mij. Daarom ben ik. De gospelband The Waiting zingt: "I am because you are I am." Ze hebben gelijk. Dat is vanaf Genesis 1 de identiteit van de mens. Mens zijn is de geliefde te zijn van God. (En dat was de tragiek van de val: dat de mens als God wilde zijn, en zijn identiteit wilde ontlenen aan iets anders dan de geliefde van God te zijn, zelf zijn identiteit wilde bepalen. Niet voor niets zei God: als je van die boom eet zul je sterven, want de mens wilde zelf het centrum van het universum zijn, keek bij zichzelf naar binnen om zijn identiteit te vinden (net als Narcissus) en verloor zo zijn vrijheid en zijn 'ik').
Dit is de basis van al het bestaan. Bestaan is geliefd zijn. Daarom is de bijbelse leer van de drie-eenheid zo betekenisvol. Die alleen suggereert al dat bestaan is geworteld in relaties, in liefde. Want de God die IS, is voor eeuwig liefde. Drie personen, Vader, Zoon en Geest, die elkaar liefhebben, zich aan elkaar geven, elkaar van eeuwigheid tot eeuwigheid zoeken, die elkaar (dit is speculatief, en moet worden gezien als een 'zoekende bewoording') betekenis geven. De Zoon is de geliefde van de Vader en de Geest. De Vader is geliefd door de Zoon en de Geest. De Geest komt voort uit de liefde van de Vader en de Zoon. En deze liefde maakt dat God tegelijk ondeelbaar, onscheidbaar een is, zichzelf is. Dit is niet te bevatten voor mij, maar ik geloof wel dat deze drie-eenheid, deze eeuwige uitstorting van liefde en betekenis, de God die liefde IS, de basis is voor al het bestaan. Het is waarin ikzelf, mijn 'ik' zijn oorsprong vindt. Ik word mezelf door op te gaan in de Grote Ander, in de relaties van de drie-eenheid. Dit is de ware extase, het ek-stasis waar we naar verlangen, want dit geeft ware identiteit. Wat ik ook ben, ik ben de geliefde van God. Dat ontdek ik niet door in mezelf naar binnen te kijken, of naar de materiƫle werkelijkheid om mij heen. Ik ontdek het door het door van God te ontvangen. Daarover gaat het volgende en laatste deel van dit serie-tje. Want liefde is niet iets dat je zelf ontdekt, maar iets dat je moet ontvangen. Identiteit is een geschenk, een openbaring.

donderdag 8 juli 2010

diepzee, lego, Hobbes, gemeenschap en het goede nieuws

De bodem van de diepzee is een gevarieerder biotoop dan men tot nu toe dacht. Aan de ene kant van een rotsrichel leven heel andere soorten dan aan de andere kant. Zo vonden onderzoekers een ecosysteem dat vooral bestond uit eikelwormen, evolutionair gezien verwant aan de gewervelde dieren.

Kleine tropische mieren hebben een unieke manier gevonden om insecten te vangen: ze hechten zich met haakjes aan de donzige onderkant van bladeren (volgens het klittenbandprincipe), en kunnen zo grote prooien vasthouden.

Een Lego-film? Gemaakt van lego? Waar zelfs de wolken en water van legosteentjes zijn? En waarin alle vormen van lego zullen voorkomen? Op het gebied van lego: een lego-versie van de SF-klassieker Dune. Briljant.

En in ander nieuws: een nieuwe verfilming van 'De kleine zeemeermin'?

Geweldig graffity-animatiefilmpje, dat op een originele manier gebruik maakt van objecten in de omgeving. De geschiedenis van het leven in beeld gebracht ... Met dinosaurussen natuurlijk.

Ik mag dan al wel een tijdje volwassen zijn, maar eh ... deze wil ik ook!

Interessante podcast van Wayne Jacobson en Brad Cummings (The God Journey) over hoe de gemeenschap van christenen ontstaat. Is het iets dat wij moeten organiseren, of is het de vrucht van het leven in de wetenschap dat je geliefd bent door de Vader? Ik herkende weer veel in wat ze zeiden, dit is de weg waar ik me nu op bevind!

The Christian Monist schrijft over de vloek van het ouder worden. Een van de dingen die daarbij horen is dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan. En als je vooruit kijkt, neemt dat alleen maar toe. Dat is een angstig vooruitzicht. "I was taught that the entire universe rotated around me and my relationship with Jesus. The guy that led me to the Lord told me that if I became a Christian that I would never be sad again. But, the fall is real, and to deny it's sorrows, to me, is to deny a part of reality. I think we must embrace its pain in order to embrace the glory of the new world . . . some day." Kijk ook bij de 'comments' voor een bijdrage van ondergetekende.

Een betoog van de Internetmonk over 'transactionalisme' - het geloof dat naar aanleiding van een handeling van mij, God reageert en er dus iets gebeurt dat zonder mijn handeling niet zou zijn gebeurd. Er vindt zogezegd een transactie plaats. Deze houding kan leiden tot een religie waarbij we zaken doen met een God die zich door ons laat manipuleren. Maar: "The primary difference between Christianity and other religions should be the rejection of all manipulation of God through human efforts." In navolging van Robert Farrar Capon pleit de Internetmonk voor een sacramentele blik op Jezus en de verzoening - het kruis was net als doop en avondmaal een zichtbaar teken van een eeuwige realiteit, namelijk de liefde van God die de consequenties van onze keuzes op zich neemt: "Those participating in the sacrament are not “transacting business” with God, but are experiencing the grace of God that is always present for everyone. Those with faith perceive the meaning of a sacrament, and see the reality it presents, but the power of a sacrament is always true, no matter what the circumstance ... Once a Christian begins to think sacramentally, there is, in reality, no separation between existence and the love of God." Het artikel heeft ook zinvolle dingen te zeggen over wat dit betekent voor de kerk.

dinsdag 6 juli 2010

Wie ben ik? 1: het vluchtende zelf

Ja, ik weet dat ik had beloofd door de week niet meer zulke lange epistels te schrijven, maar die te bewaren voor het weekeinde. Maar soms kruipt het bloed waar het niet gaan kan, vooral omdat ik afgelopen weekeinde weinig tijd had voor mijn blog. En ik had afgelopen weekeinde wel een gesprek waardoor mijn vingers gingen jeuken (in overdrachtelijke zin dan. Ze doen meer pijn van de blaren). Het zit namelijk zo dat ik niet altijd tijdens een gesprek zelf mijn reactie kan formuleren. Soms moet ik er dieper over doordenken, vooral als de ander vragen stelt die ik nog niet eerder heb hoeven beantwoorden, en lang gekoesterde ideeƫn doet wankelen. Maar dat is niet verkeerd. Je kunt beter blijk geven van een gezonde twijfel, dan van een ongezonde zekerheid. Dat laatste zou een 'huis gebouwd op zand' kunnen blijken (om in Bijbelse termen te spreken), terwijl het eerste helpt om een zeker fundament te vinden. Daartoe hielp deze discussie in elk geval bij mij. Maar op dat fundament moeten jullie nog even wachten, want het onderwerp van het gesprek is zo groot dat het niet in een enkel blogbericht behandeld kan worden, zelfs niet in een bericht van de lengte zoals ik ze meestal schrijf. Aan het getal 'een' in de titel van dit bericht is te zien dat het gaat om een serie (van drie berichten). En het thema is de vraag naar onze identiteit. Wie ben ik? Niet 'Johan Klein Haneveld, bureauredacteur, kerkzoeker', maar: 'Wat is mijn 'ik' eigenlijk?'

Dat was de vraag die mijn vriend stelde. Als ik hem verkeerd weergeef, hoop ik dat hij mij corrigeert in de reacties, maar kort gezegd kwam zijn betoog er op neer dat hij probeerde zijn eigen 'ik' te definiĆ«ren. 'Mijn ik is niet mijn ratio', stelde hij. 'Die gedachten neem ik namelijk waar. Mijn ik is ook niet mijn gevoelens, die dringen zich aan mijn ik op. Het is ook niet de aaneenschakeling van herinneringen, die kan ik oproepen, en ze zijn bovendien niet betrouwbaar.  Het is niet mijn toekomstverwachtingen, want die hoeven niet uit te komen. Mijn ik is ook niet mijn verlangens, die veranderen en zijn soms afhankelijk van de omgeving. Mijn ik is zelfs niet mijn bewustzijn, want ik houd niet op met bestaan als ik slaap. En als ik wakker wordt, dan neem ik waar dat mijn gedachten coherenter worden.' Hij stelde dat hij van niets echt zeker kan zijn. 'Ik kan in de Matrix (uit de film) leven - in een computersimulatie. Ik kan wakker zijn geworden in het lichaam van een ander, met de herinneringen van een ander, zonder het te weten. Ieder ander mens kan een simulatie zijn. Slechts van een ding kan ik zeker zijn, dat is dat ik besta.' De rest van alles -lichaam, gedachten, gevoelens, verlangens, herinneringen, zelfs bewustzijn- zijn dus niet essentieel, en je daaraan vastklampen maakt je onvrij. Mijn vriend suggereerde dat Jezus iemand was die zich dit realiseerde, en dat hij daardoor van die vreemde dingen kon zeggen over kijken naar de vogels in het veld, niet bezorgd zijn over de dag van morgen en het eeuwige leven, dat nu al werkelijkheid is. 'Je realiseren dat al die dingen er niet toe doen, zelfs de dood niet. Want dat is alleen het einde van die 'extra' dingen die je waarneemt.' Hij bedoelde niet dat hij geloofde in een leven na de dood, maar dat de dood geen betekenis heeft. 'Als je terugkijkt kan je jezelf ook niet herinneren wanneer je begon te bestaan. Daar maken we ons niet druk over. Waarom dan wel over het eindigen van het individuele bestaan?'
Ik heb de dagen erna hier veel over nagedacht. Want zijn vragen raakten aan bepaalde diepgewortelde angsten en twijfels over het ik en mijn vrijheid als persoon. Want: wat als ik mijn geheugen zou kwijtraken, zou ik dan nog dezelfde zijn? Wat als mijn hersenen beschadigd zouden raken en mijn persoonlijkheid zou veranderen, ben ik dan nog 'ik'? Wat als ik door een ziekte of persoonlijkheidsstoornis niet vrij zou zijn mijn gedrag te veranderen, ben ik dan nog wel echt een persoon? En inderdaad: wat als ik slaap? Het argument van mijn vriend maakte indruk. Inderdaad is mijn identiteit niet gelegen in mijn al dan niet coherente gedachten, in mijn gevoelens, in mijn herinneringen, in mijn verlangens, in mijn lichaam, in mijn hersenen, in mijn bewustzijn. Is dus de conclusie dat al die dingen er niet toe doen? Dat wat ik als mijn 'ik' ervaar niet meer is dan een illusie, een truuk van mijn hersenen om mij in de 'survival of the fittest' te laten overleven? Is het een kaartenhuis dat elk moment in elkaar kan storten? Het is in strijd met mijn diepst gekoesterde ideeƫn, maar ik wil niet vasthouden aan vooringenomen ideeƫn als die rationeel niet houdbaar zijn. Maar ik kon geen rationele verklaring bieden voor mijn geloof in mijn zelf, mijn identiteit als persoon, en het belang en de mogelijkheid van het voortbestaan daarvan na de dood. Mijn betoog zal daarom ook zijn dat dit niet mogelijk is.

Ik meen namelijk dat die hele zoektocht naar mijn 'ik' tot mislukken gedoemd is. We ontdekken niet wie we zijn door bij onszelf naar binnen te kijken, door introspectie. We komen niet bij onze identiteit door onszelf te ontleden. Dit is een behoorlijk reductionistische instelling. We delen onszelf op in verschillende compartimenten - gedachten, gevoelens, verlangens, herinneringen, verwachtingen enzovoorts. We leggen ze naast elkaar op de onderzoekstafel en kijken dan of een ervan het 'ik' is. Of: we pellen alle lagen af van de ui, op zoek naar de ui. Maar wat overblijft is niet de ui. Tussen al die onderdelen is het ik niet te vinden. Het trekt zich als het ware van ons terug, het vlucht voor ons vergrootglas weg. Als je een kat ontleedt, zegt mijn grote voorbeeld C.S. Lewis ergens, houd je een stapel organen op een doekje over. Maar dat is niet meer de kat. Wie een kus reductionistisch benadert, beschrijft die in termen van speekseluitwisseling, hormoonoprispingen, en de aantrekking tussen man en vrouw. Maar in al die dingen is de 'kus' niet meer te vinden. Wie de mens en zijn ziel probeert te ontleden, eindigt met de conclusie dat het 'ik' er niet is, of in elk geval niets te maken heeft met persoonlijkheid, individualiteit, concrete gedachten, herinneringen, gevoelens, keuzes of iets dergelijks. Het is hooguit de uiting van 'het kosmische bestaan'.
Maar ik geloof niet dat de mens op zo'n manier valt te reduceren. Het ik is niet onder te verdelen. Mijn identiteit kan niet worden teruggebracht tot mijn hersenen, mijn gedachten, mijn gevoelens of mijn herinneringen. Het is niet slechts een van de delen, het is het geheel. De som. Ik ben een persoon. En als persoon heb ik herinneringen, gedachten, gevoelens, verlangens, verwachtingen, een lichaam. Zijn zijn niet mij, ik ben hen. Om deze reden ben ik ook een tegenstander van de in sommige christelijke kringen gebruikelijke onderverdeling van de mens in geest, ziel en lichaam. Want welke van de drie ben ik dan? En als mijn 'ik' in de geest ligt, horen mijn gedachten, verlangens en wil (die bij de ziel zouden horen) er dan niet bij? Zulk denken in onderdelen is volgens mij eerder Grieks filosofisch dan bijbels. En de bijbelse passages die spreken over 'geest, ziel en lichaam' gebruiken die formulering juist om de hele mens aan te duiden, de mens als eenheid. Ik voel zelfs weinig voor een dualistisch onderscheid tussen 'geest' en 'lichaam', waarbij mijn denken als het ware mijn hersenen aanstuurt. Mijn geest is niet van mijn lichaam te scheiden. Ik ben een geheel. Ik pleit voor een holistische visie op de mens, op mijn 'ik'.
Zeker, sommige delen van mij kunnen verstoord raken, of zelfs voor altijd verdwijnen. Mijn hersenen kunnen ziek worden, ik kan mijn geheugen verliezen, ik kan mijn denkvermogen kwijtraken. Maar dit ervaar ik nooit als iets goeds, iets dat mij dichter bij mijn 'ik' brengt. Deze dingen verminderen mij. Zoals de slaap mij al vermindert (zou je in slaap willen vallen als je zeker wist dat je nooit meer wakker zou worden?) en de dood mij al helemaal teniet doet. Ik ervaar niet voor niets een weerstand tegen deze dingen. De persoon, mijn 'ik', wil een geheel blijven, een zijn. In Bijbelse termen, zoals Paulus schrijft in 2 Korintiers 5:4: "We willen niet dat deze kleding (ons lichaam) wordt uitgetrokken; we willen dat er nieuwe over wordt aangetrokken, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden." We willen niet minder worden dan we zijn. We willen meer zijn. We willen niet meer bang hoeven te zijn in slaap te vallen en nooit meer wakker te worden. We willen niet meer bang hoeven te zijn dat onze herinneringen niet betrouwbaar zijn en dat ons denken ons in de steek kan laten. We willen niet meer bang hoeven zijn voor de dood. Nooit meer. We willen werkelijk, ongedeeld onszelf zijn. Voor altijd.

Dat is wat de Bijbel belooft, namelijk de opstanding. Dat is: het herstel van de hele mens, de mens als geheel, met geest, ziel en lichaam. Let op: het gaat in de bijbel om een letterlijke lichamelijke opstanding. Niet om een symbool, niet om een spirituele ervaring, en ook niet om een bestaan als lichaamsloze ziel in een geestelijke hemel of een andere dimensie. Nee, de hele mens zal opnieuw tot aanschijn worden geroepen. "Ik zal u een geheim onthullen", zegt Paulus in een van de prachtigste hoofdstukken van de Bijbel, namelijk 1 Korintiers 15. "Wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen. Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’."  En dit is de hoop waar Jezus over sprak. Hij had het niet over een acceptatie van de betekenisloosheid van de persoonlijkheid, en het als illusie zien van hoop, verlangens, verwachtingen en dood. Nee, zegt hij in Johannes 11:25v: "Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven." En om te laten zien dat hij dit letterlijk bedoelde, wekt hij zijn vriend Lazarus op uit de dood. Hij stonk zelfs. Het was een lichamelijke opstanding waar Jezus op doelde, de opstanding van de hele mens Lazarus, de hele persoon. En ook al zou hij ooit weer sterven (hij had niet het eeuwige leven), hij zou ooit voor altijd hersteld worden in de opstanding aan het einde van deze tijd.
Deze verwachting van de opstanding van de gehele persoon (het lichaam incluis) is volgens mij uniek voor het christelijke geloof, en ook uniek hoopgevend. Het christendom is als enige godsdienst werkelijk holistisch. Het christelijke geloof leert dan ook niet dat de ziel eeuwig is. Verhalen als van reĆÆncarnatie, of de gedachte dat onze ziel zich voordat we geboren worden bij God bevindt en door God in ons lichaam geplaatst wordt, zijn wel romantisch, maar niet in overeenstemming met de bijbel. Ook de gedachte dat de ziel bij de dood uit het lichaam verdwijnt en 'voortleeft', is eerder een platonische gedachte, dan bijbels. Plato meende dat het lichaam (de materiele werkelijkheid) een soort gevangenis was voor de eeuwige, ideale ziel. De bijbel kent daarentegen geen onsterfelijke ziel, gescheiden van het lichaam. Er is de mens, als geheel, die wordt geboren en die sterft, maar van wie God belooft dat hij hem aan het eind van de tijd uit de dood zal opwekken. Daarmee is mijn persoonlijkheid realiteit, maar daarmee is ook de dood een realiteit (een vijand noemt de bijbel de dood). En ook mijn hoop is realiteit.

Je ziet: ik baseer mijn mening op uitspraken uit de bijbel, niet op rationele argumenten. Ik geloof dat deze visie op mijn 'ik' wel in overeenstemming is met mijn waarnemingen van de werkelijkheid, het stemt overeen met de realiteit, maar ik kan hem niet bewijzen uit die realiteit. Wat dat betreft moet ik mijn vriend teleurstellen. Mijn overtuiging is niet a-rationeel (ik kan erover spreken), maar wel 'boven-rationeel', oftewel, gebaseerd op openbaring. Ik ontdek de werkelijkheid over mezelf niet door bij mezelf naar binnen te kijken, maar door uit mezelf omhoog te kijken. Ik geloof.
Wie zijn ik, zijn identiteit, zijn persoonlijkheid zoekt door bij zichzelf naar binnen te kijken, eindigt onherroepelijk zonder 'ik' of 'identiteit'. Hoe dieper hij kijkt, hoe verder het zelf van hem wegvlucht. Hij eindigt met een visie die lijkt op die van de oosterse godsdiensten, namelijk van een onpersoonlijk zijn, van het persoonlijke bestaan als een 'illusie' en als uiteindelijke hoop het opgaan in het 'al'. Maar de christen kijkt niet in zichzelf om de waarheid te vinden, maar kijkt naar een werkelijkheid buiten zichzelf. Mijn andere literaire held, G.K. Chesterton, schrijft over dit verschil: "De boedhistische heilige heeft zijn ogen altijd gesloten, terwijl de christelijke heilige ze altijd wijdopen heeft. De boedhist kijkt met een bijzondere intensiteit naar binnen. De christen staart met een fanatieke intensiteit naar buiten." Volgens Chesterton stralen de boedha-beelden geen leven en diversiteit of individualiteit uit (geen ziel: de ogen gesloten, terwijl de ogen de spiegels van de ziel zijn. Werkelijk leven, echte betekenis, is pas te vinden door niet steeds naar binnen te kijken (introspectie), maar door naar anderen te kijken, naar de God die 'anders' is, die 'de Ander' is. "Door eraan vast te houden dat God in de mens zelf is, is de mens altijd binnen in zichzelf. Door eraan vast te houden dat God de mens overstijgt, overstijgt de mens zichzelf."
De vraag 'wie ben ik', is namelijk ten diepste een vraag naar betekenis. Het is geen wetenschappelijke vraag, maar de vraag naar de zin van het leven. En die betekenis is geen eigenschap die we in onszelf kunnen vinden, maar wordt ons door anderen, van buitenaf, gegeven. Daarover meer in het volgende deel van deze serie.









zondag 4 juli 2010

Het resultaat van een weekeinde schilderen

Ik heb de blaren er nog van op mijn vingers (ja, typen is een beetje pijnlijk nu), maar het is gelukt: mijn keuken is weer wit, het plafond (waar de verf van afbladderde incluis).
En omdat foto's van mijn keuken alleen nogal saai zijn, ook twee foto's die ik dit weekeinde van de lucht heb geschoten:

zaterdag 3 juli 2010

Zomer betekent: bloemen

Vorig weekeinde heb ik samen met een goede vriend van het mooie weer genoten door een wandeling te maken in de Delftse Hout. Natuurlijk had ik mijn fotocamera bij me, en daardoor kan ik jullie laten meegenieten van de bloemen die ik onderweg tegenkwam (die hoe dichterbij je komt, steeds mooier worden).