Posts tonen met het label stress. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stress. Alle posts tonen

maandag 1 januari 2018

Het leven, het heelal en de rest in 2018

Ja, de titel is een verwijzing naar het bekende boek van Douglas Adams dat elke zichzelf respecterende nerd dan wel SF-lezer toch wel tot zich genomen dient te hebben, de 'Hitchhikers guide to the galaxy'. Maar geen paniek, ik leg het uit: het gaat om het antwoord op het leven, het heelal en de rest. Een supercomputer geeft dat en het is de leeftijd die ik in 2018 bij leven en welzijn hoop te bereiken. Een hele prestatie! Vooral als je bedenkt welke obstakels 2017 allemaal opwierp om te zorgen dat ik het niet zou halen ...
Oké, dat is misschien wat overdreven, maar een heel fijn jaar was het in sommige opzichten niet. De social media staan vol over wat er aan de andere kant van de oceaan gebeurt onder president/alleenheerser Trump en ook al is dat ver weg, de gevolgen van sommige van zijn beslissingen zouden ook voor ons consequenties kunnen hebben (het ontkennen van klimaatverandering, het opzwepen van extreem rechts gedachtegoed, het afkalven van waarheidsvinding door alles 'fake news' te noemen, het beledigen van Noord-Koreaanse leiders en het dreigen met kernoorlog). Het leidde bij mij tot behoorlijk wat bezorgdheid en onrust - vooral in combinatie met de toch al zorgwekkende berichtgeving over klimaat, plastic in de oceanen, de teloorgang van het Groot-Barriererif en het uitsterven van nog meer diersoorten. Ook de Nederlandse politiek bleek niet goed voor mijn bloeddruk - het idee dat zo'n groot deel van de Nederlandse bevolking zich blijkt te scharen achter de gedachten van Wilders en Baudet (en dat die laatste zo'n aandacht krijgt en politicus van het jaar wordt terwijl zijn denkbeelden zo ontzettend schadelijk zijn) zorgt dat ik weinig hoop kan hebben voor de toekomst en soms neig mezelf een misantroop te noemen.
Ook niet heel goed voor mijn gemoedsrust was de reorganisatie op kantoor. Aan het begin van het jaar leek er nog niks aan de hand te zijn, maar toen werd plotseling aangekondigd dat de bezetting met een derde moest krimpen. Niet alleen bleek de redactie van het Tijdschrift voor Diergeneeskunde een stuk kleiner te worden en moest ik solliciteren voor mijn eigen functie, ook had ik als lid van de personeelsvertegenwoordiging een belangrijke verantwoordelijkheid. Gelukkig bleek ik mijn baan te behouden, maar dat we met minder mensen zijn is vooral tijdens de deadlineweken heel goed te merken. Met een flinke griep in het voorjaar en bronchitis is het najaar liet mijn gezondheid ook wat te wensen over en in december overleed mijn enige nog overlevende grootouder op 98-jarige leeftijd. En dan was er nog mijn aquarium waarvan de steunbalk voor de tweede keer losschoot, en de voorruit angstwekkend bol kwam te staan ...

Het idee zelf mijn aquarium te moeten vervangen was nogal stressvol, maar de Delftse aquariumhandel Romberg bleek dat allemaal te kunnen regelen in het was in één ochtend gepiept: een nieuwe, moderne bak! Ik geniet er erg van, ook omdat ik de vissen regelmatig zie. Ik moet alleen wel nog zorgen dat het ecosysteem in het aquarium zich weer herstelt, er zit nu nogal wat alg in. De rest van de aquariums doet het goed! We kregen er dit jaar zelfs een huisdier bij, dwerghamster Dipper. Ik merkte al snel dat ik mijn beeld van hamsters (saaie dieren die alleen maar slapen) moest bijstellen, want Dipper bleek een actief beestje met een heel eigen willetje, dat dol is op meelwormen. We genieten erg van hem! Vooral als hij weer eens ondersteboven aan het dak van zijn kooi hangt ...
De stress van afgelopen jaar bleek mijn slaap niet te zeer aan te tasten en het werd een uitzondering als ik vaker dan één keer wakker was per nacht. Ik voel me ook vaker uitgerust en de man met de hamer laat me eigenlijk het hele jaar al met rust. Voor het eerst in heel wat jaar kan ik met vertrouwen de nacht in en het komt zelfs voor dat ik een hele nacht zomaar doorslaap! Voor mij een grote verbetering. Ik ben ook steeds beter in staat wat er op kantoor of in de familie gebeurt te relativeren, mede dankzij de antidepressiva, en loop niet meer te piekeren over zaken waar ik toch niks aan kan veranderen.
Wat ook bijdraagt aan een goede stemming is de grote vlucht die mijn schrijfactiviteiten hebben genomen. Dat had ik niet kunnen bedenken toen ik vijf jaar geleden het schrijven van fictie weer actief aanpakte. 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga' kreeg goede recensies, net als mijn eerste SF-verhalenbundel 'Conquistador' die in mei 2017 verscheen. In november kwam 'De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon' uit. Verhalen van mij verschenen verder in diverse bundels: 'Ganymedes 17', 'Rouw om mij', 'Influisteraar', 'Edge.Zero 2016', 'Wereldbedenkers' en 'Verwoord'; in de tijdschriften Fantastische Vertellingen, The Flying Dutch en SF Terra; en online op meerdere plekken (21 gepubliceerde korte verhalen in totaal). Verder won een verhaal van mij de derde prijs in een Valentijnsverhalenwedstrijd. Ik was vaste recensent voor Fantastische Vertellingen en begon deze zomer met het schrijven van een maandelijkse column voor geekwebsite Fantasize. Om mijn boeken te promoten stond ik met mijn twee uitgevers regelmatig op beurzen en festivals. Bijzonder was de koude februaridag op het terrein van TV-programma Utopia, de gezellige sfeer op Keltfest en Castlefest, de panels over SF en schrijftechnieken op Comic con Amsterdam en het geven van een lezing op de cultuurdag in Bergen op Zoom. Het was wat vermoeiend, maar ik heb heel veel mensen blij kunnen maken met een gesigneerd boek en leuke gesprekken gehad met lezers en fantasyliefhebbers. Absoluut de moeite waard! Om aan de promotie van mijn boeken te kunnen werken ben ik weer op Twitter actief geworden (het voelt alsof ik niet ben weggeweest) en mijn schrijverspagina op Facebook bereikte 400 volgers.
Ik ben dit jaar ook creatief bezig gebleven. Zo heb ik getekend en verschenen mijn eigen illustraties bij mijn verhaal in de laatste Fantastische Vertellingen. Ik ben natuurlijk ook blijven schrijven. Ik schreef een non-fictieboek op basis van dertig filmbesprekingen en stuurde dat naar een uitgever. Daarnaast schreef ik een SF-roman en elf nieuwe korte verhalen (waaronder een paar uitstapjes naar het horrorgenre). Behoorlijk productief kun je wel stellen.
Maar ik hou ook van lezen. Ik las dit jaar meer boeken dan ooit, namelijk 90 stuks, waarvan 53 van Nederlandse auteurs. Ik las deel 3 tot en met 8 van de Malazanserie van Steven Erikson en de eerste negen delen van de Ganymedesreeks. Van alle boeken schreef ik recensies op goodreads en hebban, vaak behoorlijk uitgebreid. Ik heb ook weer leuke films gezien en dankzij Netflix toffe series gekeken (Doctor Who, The Expanse en de nieuwe Star Trek, om er een paar te noemen). Met Bianca ben ik bovendien regelmatig naar de dierentuin gegaan (sinds april heb ik een abonnement voor Blijdorp en dat bevalt uitstekend) en naar het museum of een dagje naar de vlindertuin in Leidschendam, het strand van Scheveningen of de Slegte in Leiden. Ook hebben we onszelf weer regelmatig getrakteerd op een heerlijke lunch bij Zondag in Delft.
Kortom, het was al met al een goed jaar!

Volgend jaar wordt mogelijk nog beter! In elk geval zit er geen nieuwe reorganisatie aan te komen op kantoor (hoop ik) en mijn aquarium zal het ook wel uithouden. Ikzelf zit in elk geval weer vol plannen. Veel daarvan komen natuurlijk niet uit, dus het is leuker om me te laten verrassen, maar een paar dingen weet ik zeker!
Zo zal eind september mijn tweede SF-verhalenbundel verschijnen, als deel van het Boek10-project 2018 van Godijn Publishing. 'Het teken in de lucht' is een zogenoemde 'mozaïek-roman', negen korte verhalen die samen één geheel vormen en vertellen over de opkomst en de val van het rijk van de 'Autoriteit'. Hou het in de gaten! Uitgeverij Macc brengt verder in 2018 mijn SF-roman 'De afvallige ster' uit. Dit verhaal over Dysonbollen, samengestelde intelligenties en buitenaardse levensvormen behandelt thema's als de gevolgen van pesten en het omgaan met veeleisende ouders. Ik ben er heel trots op en hoop dat het veel lezers zal gaan vinden. Daarnaast liggen bij Stichting Fantastische Vertellingen mijn verhalen 'De soldaat die koningin werd' en 'De sprinkhanen', die in de serie 'Rare boekjes' zullen uitkomen in een boekje getiteld 'Mieren en sprinkhanen'. Ik ben er heel blij mee ook deze verhalen met lezers te kunnen delen! Stichting Fantastische Vertellingen publiceert verder in februari de bundel 'Tenenkrommende verhalen' - waarin ook een verhaal van mij komt te staan, en in de zomer 'Ganymedes 18' waarvoor ik ook een verhaal en enkele gedichten heb ingestuurd. Ik doe verder mee met een verhaal aan het project '28x blauwe violen' van Godijn Publishing en twee verhalen van mij komen te staan in de tweede bundel van 'Historische Verhalen' die op 2 februari uitkomt. Ik hoop verder te publiceren in De Horizonvreter, Fantastische Vertellingen, SF Terra, The Flying Dutch en op Fantasize.
Voor mijn boeken zal ik ook dit jaar weer op festivals en beurzen te vinden zijn. Iets minder dan afgelopen jaar, want het bleek soms wel heel vermoeiend, maar ik ben in elk geval aanwezig op beide Elfia's, beide Castlefests, Kelftfest, verschillende comic cons en op de boekenmarkt in Dordrecht.
Plannen voor nieuwe boeken heb ik natuurlijk ook en ik merkte de afgelopen week dat het weer begon te jeuken - ik zal snel weer achter de computer kruipen. Ik heb namelijk een goed idee voor een SF-novelle, getiteld 'De groene toren'. Als tiener begon ik aan een SF-verhaal met deze titel, maar ik heb het in een vlaag van godsdienstbevlogenheid destijds weggegooid. Nu kan ik het opnieuw schrijven, met een toegevoegde dosis maatschappelijke relevantie. Ik doe mee aan een nog geheim project met andere SF-schrijvers, en kan niet wachten te beginnen aan mijn bijdrage daarvoor. Ook zal ik in 2019 het vijfde deel van de serie 'De Castlefestkronieken' verzorgen, verder bordurend op deel vier dat door Theo Barkel wordt geschreven - voor mij komt een langgekoesterde droom in vervulling, want ik mag schrijven over een Victoriaanse meesterdetective waar ik al heel lang fan van ben. Mijn idee voor een Young Adult SF-roman ligt er ook al een tijdje en misschien kan ik daar dit jaar ook al aan gaan beginnen. En wie weet welke ideeën ik nog krijg voor korte verhalen ... Ten slotte zal er ook dit jaar elke maand een nieuw essay van mijn hand verschijnen op Fantasize.
De huisdierschare zal gelijk blijven dit jaar, al staat er een klein paludarium in bestelling bij mijn knutselende broer Marten, en ik heb bescheiden leesdoelen gesteld (ik ga in elk geval niet de 90 weer halen). Onder andere wil ik de Duncton Wood-series van William Horwood herlezen. Het wordt daarnaast een mooi filmjaar: de nieuwe Avengers, The Incredibles 2 en Wreck it Ralph 2, Solo a Star Wars movie, nieuwe X-menfilms, en ga zo maar door! En ik heb een stapel games gekocht, waaronder de vierde Mass Effect, waardoor ik me dit jaar niet zal hoeven vervelen. Maar Bianca en ik willen ook weer regelmatig naar de dierentuin, naar stripbeurzen, naar musea, naar de bioscoop en naar terrasjes en naar vrienden. Genoeg te doen dus! Ik wens jullie een heel goed 2018 en als je mijn schrijverspagina op Facebook nog niet volgt: van harte aangeraden!

maandag 15 februari 2016

Gedicht: Racen



Racen

Ik blijf staan hijgen, uitgeput,
mijn handen op mijn knieën.
Zij steekt, hart ratelt, mijn keel prikt,
maar hier is geen water. Je roept
me toe dat ik weer verder moet
op zere voeten, moet geven
wat ik nog aan kracht bezit,
die niet voor mezelf gebruiken
maar voor de finish gaan. Dichtbij
zou die nu zijn. Maar dat heb je
duizend keer gezegd. Een leugen
was het steeds, nooit kon ik rusten,
rondkijken waar ik mij bevond
tussen de bergen, zelf kiezen
voor een pad en dan maar kijken
waar dat voert. Wat is er voor mij
achter de eindstreep weggelegd?
Voor jou voldoening, je hebt mij
afdoende opgejaagd. Maar ik ben
opgebrand. Ja, anderen die
rennen met plezier, want dit is
waarvan zij houden. Mijn vreugde
ligt hier niet. Dus ik laat ze mij
voorbijgaan. Dan maar geen beker.
Ik les mijn dorst liever direct
knielend bij de bergbeek koel.

vrijdag 1 januari 2016

We gaan er weer voor dit jaar!

Weer een jaar afgesloten, weer een nieuw jaar om naar vooruit te kijken. Het lijkt nog maar net geleden dat ik mijn laatste nieuwjaarsbericht plaatste, maar dat schijnt bij het ouder worden te horen: de tijd glipt als water door je vingers. Toch zijn er weer 365 dagen geweest om in te leven, te lezen, te werken en te schrijven, en die zijn ook behoorlijk rijk gevuld geweest! Zoals ik gewend ben, vroeg ik in januari tijdens het wandelen aan God een bijbeltekst die het thema zou zijn voor het komende jaar. Het was dit keer: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven'. Nadenkend over deze woorden kwam ik tot de realisatie dat wat Hij me hiermee wilde zeggen, was dat Hij 'het leven' is - dat wil zeggen: het gewone, dagelijkse leven, (eten, werken, slapen) en dat ik me daarop mag richten in plaats van met mijn hoofd in de wolken te lopen, omdat Hij ook in het alledaagse volop aanwezig is en daarbij betrokken is. Nou, dat heb ik geweten!
Op het gebied van het alledaagse leven was 2015 namelijk helemaal niet makkelijk, en het was ook nodig dat ik mijn energie erop zou richten om goed voor mezelf te zorgen en keuzes te maken die voor mij en mijn vrouw gezondheid en levensvreugde zouden opleveren. Waar ik eerst geneigd was aan mijn grenzen voorbij te lopen en mijn lichamelijke en geestelijke welzijn te verwaarlozen, botste ik er nu volop tegenaan. Dat was bepaald niet prettig. Ik heb al langer geworsteld met stress en daaruit volgende slaapproblemen (zie al mijn vorige nieuwjaarsberichten), maar dit voorjaar werd het weer erger en erger. De symptomen stapelden zich op. Ik ging steeds slechter slapen, werd 's nachts badend in het zweet wakker, met bonkend hart. Ik had darmproblemen (het hield niet op met borrelen, en ik had last van brandend maagzuur), die steeds erger werden. In februari begon ik opeens een luide piep in mijn oren te horen, dag en nacht, die niet verdween, wat ik ook probeerde. Ik werd enorm moe, was af en toe overdag misselijk van vermoeidheid. En uiteindelijk kreeg ik er ook tintelingen bij in mijn vingers en mijn tenen (terwijl mijn eczeem ook weer wat begon op te spelen). Allemaal stressklachten. Ik wilde me echter niet ziek melden. Gelukkig ontdekte ik dat veel te maken had met hyperventilatie. Mijn vrouw merkte op dat ze al sinds onze verkering vond dat mijn ademhaling wel heel snel en oppervlakkig was. En ik werd me er zelf ook van bewust. Dus begon ik met ademhalingsoefeningen, elke dag, zo vaak ik kon.
Dat vergde ook mentale inspanning, maar de effecten waren duidelijk. Ik begon weer beter te slapen en de symptomen verdwenen. Mijn darmen kwamen tot rust en mijn eczeem speelde niet meer op (ik hoef niet eens meer te smeren!). Maar het moet niet bij symptoombestrijding blijven. Dit jaar heb ik veel bronnen van stress in mijn leven aangepakt. Mijn relatie met mijn ouders is sterk verbeterd en niet meer stressvol, ik neem meer tijd voor mezelf en heb er zelfs voor gezorgd dat mijn administratie zich niet langer opstapelt. En ook ben ik mezelf niet langer gaan verschuilen. Ik ben gaan staan voor wie ik ben, en werd zelfs boos. Dat had effect: ik sliep opeens weer goed! De 'man met de hamer' waar ik van gewend was dat hij om half drie 's middags langs kwam en me als een uitgewrongen vaatdoek deed voelen, kwam opeens langs 's avonds om half elf - mijn ritme was hersteld! De piep in mijn oor werd ook minder, behalve onder bepaalde omstandigheden. Mijn doel is dus nu om die omstandigheden ook zo veel mogelijk tot het verleden te laten horen. Ik heb veel te lang met stress en de gevolgen ervan geleefd.
Geloof was ook jarenlang een bron van stress voor me: met name het idee dat ik niet genoeg deed voor God. Dit jaar ben ik regelmatig naar de kerk gegaan (de Anglicaanse kerk voelt echt als geestelijk thuis), en dat was het wat religie betreft. Ik heb in de zomer tijdens een wandeling aan God gevraagd of het erg was dat ik niet zo vaak met hem sprak of religieus bezig was. Hij suggereerde dat ik Hem behandelde als een klein kind zijn vader, dat ik me door Hem bij de hand wilde houden en bij elke stap omkeek, of het wel goed was. Maar om echt zelfstandig te worden, zou ik hem moeten durven loslaten. Ik zou moeten leren fietsen zonder zijwieltjes, en leiderschap nemen over mijn eigen leven (iets waar mijn vriendin Chiat me ook aan herinnerde). Dit is geen teken van ongeloof, of afzetten tegen. Het is volwassenheid, en daar is God juist blij mee!

Okee, een lang verhaal over wat dit jaar me gebracht heeft. De rest houd ik dus voor het gemak maar kort! Dit jaar is bijvoorbeeld eindelijk de badkamer gedaan, waardoor we een week in de troep hebben gezeten, maar we lopen nu in elk geval niet het gevaar dat de tegels op ons hoofd vallen. Daarnaast heb ik genoten van onze muskusschildpad Sammie, die heel erg gegroeid is, maar zijn eigenwijze karakter niet heeft verloren. Mijn vrouw en ik houden veel van hem. Er is zelfs een vierde aquarium bij gekomen dit jaar! Een met slakkenhuisbroedende cichliden uit het tanganyikameer! Mijn favoriete vissen eigenlijk. En in mijn kleinste aquarium zwemmen dropgoerami's. Zeldzame en gevoelige visjes, die het heel goed doen!
Verder zijn Bianca en ik naar fantasyfestivals geweest, naar de dierentuin, naar Londen, naar stripbeurzen, naar het museum, en hebben we ge-'high tea'et. Ik heb veel gelezen (68 boeken), heb mijn liefde voor kruiswoordpuzzels herontdekt en ben vaak naar de film geweest (lang leven de Pathe-pas). Ik heb ook behoorlijk veel geschreven: 36 korte verhalen, 50 gedichten en 13 filmbesprekingen (en 68 boekrecensies op Goodreads). Natuurlijk was dit het jaar waarin ik de Trek Sagae-award won, een verhaal publiceerde in de bundel Ganymedes 15 (warm aanbevolen!), meewerkte aan het boek 'Woestijnvaders' (een tweede druk verschijnt binnenkort) en waarin mijn boek 'De loser die wint' eindelijk verscheen (laat me weten wat je ervan vindt!). Dat zijn voor mij toch wel de hoogtepunten van het jaar geweest.

Op het werk gebeurden behoorlijk stressvolle dingen, met een collega die met zwangerschapsverlof ging, een leidinggevende die vertrok en een directeur die de organisatie ook verliet. Ik heb wel mooie artikelen kunnen schrijven (onder andere over klimaatverandering en de rol van de veeteelt daarin) en dat hoop ik ook het komende jaar te kunnen doen. Maar dan een dag per week minder, want per 1 januari werk ik nog maar drie dagen! De extra vrije dag kan ik goed gebruiken voor mijn schrijfactiviteiten, want dat worden er niet minder. Zoals lezers van mijn blog wel weten heb ik namelijk een contract voor de publicatie van mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst'. Het eerste deel 'Keruga' verschijnt dit jaar bij uitgeverij Macc. Verder ga ik mijn gedachten over het sacramentele wereldbeeld (waarin wat Jezus deed een teken is van wat altijd en in alle tijden al waar was en is) uitwerken tot een nieuw studieboek. Ik heb verhalen opgestuurd voor drie verschillende wedstrijden en voor de volgende Ganymedes-bundel en ga dit jaar ook weer aan vier verhalenwedstrijden meedoen (misschien zelfs wel meer). Daarnaast wil ik dit jaar een bundeling gaan maken van mijn beste gedichten en die uitbrengen, misschien via een 'publishing on demand'-service. Ik hoop ook de kans te krijgen lezingen te geven. Op zaterdag 30 januari houd ik alvast van 14.00 tot 15.00 uur een signeersessie bij de 'Bijbel-In' in Delft - wil je een gesigneerde versie van mijn boek of wil je nog een exemplaar van 'Neptunus' of 'De Derde Macht', kom dan daar even langs!
Verder komt dit jaar rond mijn veertigste verjaardag een van mijn grootste verlangens uit. Dan zal ik namelijk met mijn beste vriend een bezoek brengen aan de Eagle and Child, de plek waar de Inklings bijeenkwamen, en daar het glas heffen op mijn grote voorbeelden: C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien. En ook de andere sporen die zij in Oxford hebben achtergelaten zullen we bezoeken. Noem het gerust een bedevaart. Er staat dit jaar geen nieuw aquarium op de planning, maar ik zal wel weer lekker veel boeken lezen, naar de film gaan, series kijken, op het balkon zitten en van het leven genieten. En hopelijk kan ik volgend jaar op nieuwjaarsdag terugkijken en schrijven dat de stress nu echt tot het verleden behoort en de symptomen daarvan ook. Maar ook als dat niet het geval is, ga ik wel van het komende jaar met volle teugen genieten. Eerste stap? De traditionele badjasdag, met dit keer de Batmanfilms van Christopher Nolan op het programma.

donderdag 1 januari 2015

Een rustig nieuw jaar

Een ding dat mij opvalt als ik eerdere nieuwjaarsberichten teruglees, is dat er in het er op volgende jaar niet gebeurt wat ik verwacht of hoop dat er gaat gebeuren. Ongeveer de helft van mijn wensen of voorspellingen komt helemaal niet uit. Maar toch zie ik als ik terugkijk heel veel positieve dingen. Juist waar ze onverwacht waren, en me als uit het niets verrasten. Zin en nut van zo'n jaarlijks terug- en vooruitkijkmoment zijn dus discutabel. Behalve als de betekenis ervan is me te doordringen van mijn kleinheid, en mijn onvermogen mijn eigen leven te kunnen voorspellen. En een dankbare houding te stimuleren voor wat God of het universum op mijn pad brengen. En ten slotte te realiseren dat ook als tijd en toeval me met moeilijkheden treffen, dat het waarderen van schoonheid, waarheid en intimiteit niet in de weg hoeft te staan. De combinatie van hoop en futiliteit in de nieuwjaarsberichten op mijn blog doet me denken aan het bijbelboek Prediker (niet voor niets bevatten de voorgaande regels daarnaar een allusie). Er is tenslotte niets nieuws onder de zon. Het bestaan was toen ook al leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt. Maar de Prediker zegt daarbij: "Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven ... Het is het loon dat God je heeft gegeven" (9:9,10). En ondertussen doen wat je hand vindt om te doen, en voor zover mogelijk goed voor jezelf zorgen.
Het afgelopen jaar leek vrolijker te beginnen. De tekst die de Heer me gaf, was: 'Zij die op God vertrouwen, krijgen nieuwe kracht en stijgen op als op vleugelen van de arend' (In de NBV: 'Wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar' (Jes40:31)). Misschien wilde God zeggen dat mijn inspanningen nu beloond zouden worden. Inderdaad kreeg ik te horen dat een uitgever interesse had in mijn manuscript 'Wat als God je verhaal vertelt?', en begon ik met Bianca plannen te smeden om een dag minder te gaan werken. Maar de tekst betekent natuurlijk ook dat God kracht geeft in moeilijke omstandigheden. En het jaar bevatte inderdaad de nodige moeilijke momenten. Mijn gezondheid was bijvoorbeeld niet heel erg best. Ten eerste door een zweepslag in mijn kuit in januari. Vervolgens een gekneusde rib in april, en darmproblemen in het najaar. Ik ben nooit eerder zo vaak bij de huisarts geweest. Daarnaast (of daardoor) kreeg ik opnieuw te maken met slaapproblemen en stressklachten. Eczeem bleef een probleem en mijn gewicht nam  weer toe. Ingesleten patronen van verplichting en schuldgevoel joegen me weer op tot over mijn grenzen. Ik wilde zelfs met een gekneusde of gebroken rib de volgende dag weer in beweging komen. Mezelf stil zetten was er niet bij, behalve toen dat me in de zomer werd opgedrongen vanwege de ziekte van mijn vrouw. Dit bleken de zwaarste twee maanden van mijn leven tot nu toe. Dat ik ze kon doorstaan, was een goede les. Zoveel kracht heb ik dus in me. Het hielp me zelfs problemen op mijn werk te relativeren en te overwinnen, zelfs als er op het laatste moment een bijlage voor het TvD moest worden gemaakt. Maar tegelijk maakten deze problemen de noodzaak glashelder om mijn eigen grenzen en mijn gezondheid te bewaken, en reserves op te bouwen. Gelukkig bleek ook mijn huwelijk met Bianca bestand tegen tegenslag. Toen de ergste problemen voorbij waren, ontdekten we zelfs dat we dichter bij elkaar waren gekomen, en meer onderling vertrouwen hadden gekregen. Wel hadden we een paar fantasyfestivals gemist. Die schade moeten we volgend jaar maar weer inhalen!
Onder andere door de tumultueuze zomermaanden gingen de meeste van mijn voorgenomen schrijfprojecten niet door. Ik ben aan geen van de boeken begonnen waar ik het een jaar geleden over had. Zelfs Wat als God je verhaal vertelt? heb ik wel een keer herschreven, maar aan de tweede redactieronde ben ik nog niet begonnen. Het plan om een dag korter te gaan werken, is ook op de lange baan gezet. Er is zelfs geen zeeaquarium bijgekomen.
Maar wel een bak voor een muskusschildpad. Sinds half december hebben we er een nieuw huisdier bij. Sammie heet hij, en hij is nog erg klein. Maar wel heel actief, en hongerig. Kijk maar naar de foto! Zijn aquarium staat naast mijn bureau en is heel inspirerend om naar te kijken terwijl ik aan het schrijven ben. Want afgelopen jaar heb ik op dat gebied toch niet echt stil gezeten. Ik heb 6 korte verhalen geschreven, 12 filmbesprekingen en 31 gedichten. Ook heb ik op Goodreads 63 recensies van boeken geschreven. Want dit jaar las ik in totaal 65 boeken. Onder andere minder bekende werken van Victor Hugo, David Copperfield en Nicholas Nickleby van Charles Dickens, Autobiography van Chesterton, A Prayer for Owen Meany van John Iriving, en een keur van SF en fantasyboeken, waaronder de Harry Potter-boeken en China Mieville. Ook laafde ik mij aan enkele interessante populaire wetenschapsboeken over het ontstaan van het leven, chaostheorie en deeltjesfysica. Goede momenten om op terug te blikken waren daarnaast onze 'confirmation' in de Anglicaanse kerk, twee geweldige fantasyfestivals, goede films (we hebben eindelijk onze Pathepas), het kijken van Star Trek Voyager, en een lang weekeinde Londen met mijn broer Marten (waarbij we onder andere botten zochten aan de oever van de Thames). En nog heel veel dat ik nu waarschijnlijk even vergeet.

Voor volgend jaar wil ik mijn plannen bescheiden houden. Ik ken mezelf ondertussen genoeg om te weten dat ik heus niet stil ga zitten, maar ik probeer mezelf zo weinig mogelijk op te leggen. Er zijn natuurlijk zaken die gewoon moeten. Zo moet dit jaar echt iets gebeuren aan de badkamer. Dat zal wel voor wat stress zorgen. Daarnaast hoop ik in het voorjaar Wat als God je verhaal vertelt nog een keer door te werken - al was het alleen al om de boodschap nog eens op mezelf te laten inwerken. Daarnaast wil ik kijken of ik mijn korte verhalen, die tot nu toe alleen enkele vrienden van mij te lezen krijgen, een breder publiek kan bezorgen. Ik heb voor het eerst een verhaal opgestuurd voor een verhalenwedstrijd, en ga zoeken naar meer mogelijkheden om mijn verhalen te publiceren (in SF-tijdschriften bijvoorbeeld). Vandaag voor het ontbijt had ik weer een idee voor een nieuw verhaal, dus er zullen er ook weer een paar worden geschreven. Komende zomer wil ik dan voor het eerst gaan experimenteren met 'publishing on demand'. Ik wil dan namelijk een selectie maken van mijn gedichten en die bundelen. Verder blijf ik natuurlijk af en toe een filmbespreking schrijven voor mijn blog en houd ik mijn gelezen boeken bij op Goodreads (voor dit jaar wil ik de boeken van Robin Hobb gaan herlezen, en staan ook weer een paar klassiekers op mijn lijstje).
We willen weer naar fantasyfestivals, stripbeurzen, boekenbeurzen, musea en dierentuinen. De achterwand voor een nieuw aquarium staat bij mijn broer in bestelling. Ik hoop veel te genieten van onze muskusschildpad. Maar ik ga bijvoorbeeld minder vaak afspreken met vrienden en kennissen (niet meer dan een afspraak per week), en hoop ook op andere manieren mijn innerlijke slavendrijver af te remmen. Werken tijdens kantooruren is genoeg, daarnaast hoef ik me niet uit te putten. In de rust die daardoor ontstaat wil ik me laten verrassen. Verrassen door al die onverwachte dingen die het leven op mijn pad brengt, goed dan wel moeilijk, en zien wat er onder invloed van zon en regen uit de aarde van mijn hart gaat opgroeien.

dinsdag 23 december 2014

Gedicht: Oogst

Oogst

Het koren groeit het best
op grond met rust gelaten
na het zaaien. Bewaterd
uit de hemel. Door de wind
gestreeld. Niet steeds bewerkt
uit ongeduld en met argwaan
bekeken. Geschoffeld
voor de aren rijp zijn.

Of het blijkt spichtig, bleek
en vruchteloos. Voor niets goed
dan om een hut te bouwen,
een huis dat in het vuur
verdwijnt. De oogst verschijnt
als uit zichzelf. Een wonder,
goud gekleurd en ruisend,
voor wie het wil ontvangen.

vrijdag 5 december 2014

Gedicht: Evenwicht

Evenwicht

Ik volg het koord, gespannen
over het ravijn. Kijk niet omlaag
want dan zou ik verdwijnen.
Ik plaats mijn voet voorzichtig
voor de ander, houd mijn adem in.
Hoe ver nog tot de overkant?
Ik zie slechts mist. Mij is verteld
dat daar beloning wacht.
Dus zet ik door. Maar niet te snel
of ik verlies mijn evenwicht.

Maar ik kan ook niet rusten.
Ik wankel. Hoor achter mij
de megafoon. Kritiek klinkt
als vanouds. Ik mag niet falen.
Anderen zijn mij al voorbij,
bewijzen dat het kan, dus
aarzelen is uitgesloten.
Ik moet wel door, ik ken geen
alternatief. Maar wat gebeurt
er als het ooit donker wordt?

maandag 14 april 2014

Filmbespreking: Divergent

Ik herinner me nog goed dat we op de basisschool gymles kregen. En het uurtje gym begon er altijd mee dat we rondjes rond de zaal moesten hardlopen. Over de lijn op de linoleum vloer, voorbij de klimrekken, langs de bankjes, langs de ruimte met de turntoestellen. Een eindeloze tien minuten lang. Ik was altijd de langzaamste. Al tijdens het eerste rondje begonnen mijn klasgenoten op me uit te lopen. En al snel liep iedereen aan de andere kant van de zaal en kwam ik in mijn eentje achteraan. Het kwam zelfs voor dat ik door de snelsten weer werd ingehaald. Het was vernederend.
En als er tijdens gym teams werden gekozen voor een potje voetbal, of volleybal, of trefbal, werd ik er altijd als laatste tussenuit gehaald, samen met een vriend van me. De groep die uiteindelijk gedwongen was mij te kiezen, mopperde dan, want het betekende dat ze zouden gaan verliezen. Soms mochten mijn vriend en ik de keuzes maken, maar het scenario waarbij wij de laatsten waren, kwam vaak genoeg voor. Ook op de middelbare school. Ook op christelijke zomerkampen. Daar gingen mijn teamgenoten bij volleybal in een halve cirkel om mij heen staan, zodat de tegenstander maar niet in de verleiding zou komen een bal naar mij te spelen.
Ergens in die periode las ik een sciencefictionverhaal over een overbevolkte Aarde. Er waren zoveel mensen dat niet iedereen in leven kon blijven. Er was een selectieprocedure opgesteld. Als een kind op een bepaalde leeftijd kwam, moet hij testen ondergaan om zijn toekomst te bepalen. Een van die testen was een hardloopwedstrijd. Wie niet snel genoeg liep, werd gedood ... Dat scenario joeg me behoorlijk angst aan. De overleving van de snelste. Ik zou het niet lang uithouden als dat ooit werkelijkheid zou worden.

Het was natuurlijk een beeld voor onze op prestatie en productie gerichte maatschappij, waarbij je uit alle macht moet proberen mee te komen, omdat je anders in het stof bijt en achter blijft. Ik moest er weer aan terugdenken bij het zien van de nieuwe film Divergent. Ik moet toegeven dat ik sceptisch was toen ik naar de bioscoop ging. Een tienerfilm, die in productie werd genomen toen The Hunger Games een succes werd, met net als dat verhaal een stoere jonge vrouw in de hoofdrol die in een totalitaire, postapocalyptische samenleving overeind moet zien te blijven en een rol gaat spelen in de revolutie. Het klonk niet heel origineel. Maar ik ben sinds kort de gelukkige bezitter van een Pathe-pas, wat betekent dat ik naar elke film kan die ik wil voor een vast maandelijks bedrag. En dit was een sciencefictionfilm. Meer excuus heb ik niet nodig. In het eerste uur leek mijn verwachting uit te komen. Behalve wat indrukwekkende beelden van de toekomstige wereld (een vervallen Chicago, met overal windturbines), bleek het verhaal behoorlijk voorspelbaar. De hoofdpersoon blijkt bijzonder te zijn, sluit zich aan bij de stoerste groep, sluit vriendschap met een paar buitenbeentjes, maakt vijanden, moet zich bewijzen en ontmoet een zwijgzame, ogenschijnlijk harde jongen, die dan toch los blijkt te komen. Een paar van de bijfiguren vond ik bovendien interessanter dan het hoofdpersonage, die toch wel wat vlak leek. Misschien om het voor het gemiddelde tienermeisje makkelijker te maken zich met haar te identificeren.
Het uitgangspunt van de film leek me bovendien ook onwaarschijnlijk. Een wereld verdeeld in vijf partijen, die elk een bepaalde karaktereigenschap cultiveren, en die verschillende taken in de maatschappij uitoefenen. Tieners worden getest om te zien bij welke groep ze horen. Bij de meesten blijkt dat de groep waar ze in opgroeiden. Als je eenmaal bij een partij hoort, mag je niet meer van keuze veranderen. En de mensen waarbij de tests voor karaktereigenschappen niet doorslaggevend zijn, zijn voor deze maatschappij gevaarlijk. Maar aan de andere kant mogen mensen ongeacht de uitkomst van de test zelf kiezen bij welke partij ze zich aansluiten. Ze mogen bij de groep van de erudieten komen, ook als ze zelf zijn getest als opofferende zielen. Maar waarom is het dan een bedreiging als er mensen zijn die meerdere karaktereigenschappen hebben? Zij kunnen toch ook gewoon kiezen? Ik besloot het maar te zien als metafoor, en toen werd de film toch nog heel erg boeiend. Vooral omdat het verhaal een duister randje krijgt, de hoofdpersoon het echt heel moeilijk krijgt, karakters onverwachte keuzes maken en aan het eind opeens niet meer voorspelbaar was wat er in het vervolg zou gaan gebeuren. Ik leefde uiteindelijk echt mee, en dat maakt de film in mijn optiek een aanrader.

Films als Divergent (en de boeken waarop ze gebaseerd zijn) bereiken hun populariteit omdat ze voor de jonge lezers een vorm van ‘wish fulfillment’ bieden. Veel tieners willen graag geloven dat ze uniek zijn, dat zij horen bij een kleine groep mensen die niet zomaar kan worden ingedeeld in een kliek, dat de hokjes en vakjes maatschappij geen greep op hen heeft, en dat als ze door volwassenen niet begrepen worden, dat is omdat het hun taak is de wereld te vernieuwen. Voor zo iemand gelden de regels en beperkingen niet, want zij zijn de uitverkorenen. Harry Potters succes was hier ook deels door te verklaren, natuurlijk. In dit opzicht zouden deze verhalen ongezond kunnen zijn. Zie bijvoorbeeld mijn analyse van de rol van fantasie in mijn bespreking van The Secret Life of Walter Mitty. Hunger Games had dit probleem minder (daar is het karakter duidelijker slachtoffer van het systeem), maar de Harry Potterverhalen deconstrueren uiteindelijk zichzelf door Harry’s status als uitverkorene en Perkamentus’ lievelingetje onder de loep te nemen, waarbij blijkt dat zijn mentor veel voor hem verborgen hield en hij erg veel gemeen heeft met de boosaardige slechterik van de serie. Zijn overwinning behaalt hij uiteindelijk niet op basis van zijn uitzonderingsstatus (zo goed kan hij helemaal niet toveren), maar op basis van zijn opofferende liefde. En deze film maakte volgens mij een vergelijkbare keuze, die de kijker uitdaagt zich niet met de hoofdpersoon te identificeren vanwege haar status, maar vanwege haar bereidheid om iets heel moeilijks te doen.

In een zeker opzicht zijn we allemaal uitzonderingen. We passen geen van allen naadloos in het systeem van deze wereld. Ik vond dat deze film dat erg goed (misschien een beetje te goed, want weinig subtiel) uitbeeldde. De hoofdpersoon, Beatrice, sluit zich namelijk na haar mislukte test, aan bij de groep ‘Dauntless’, de onbevreesden - dit zijn de politieagenten en soldaten van de samenleving, wildebrassen die niets liever doen dan uit rijdende treinen springen en elkaar bruut tegen de grond werpen. Het was me niet echt duidelijk waarom iemand bij deze groep zou willen horen, maar dat ter zijde. De nieuwe lichting leden van de ‘Dauntless’-fractie wordt met gejuich ontvangen en de jongens en meisjes reageren euforisch. Een beetje zoals je na jarenlange scholing eindelijk deel mag zijn van het volwassen bestaan en een baan vindt. Nu gaat het werkelijke leven beginnen! Geen lessen meer, maar geld verdienen! Maar de nieuwelingen wacht een onaangename verrassing. Ze hebben wel voor deze groep gekozen, maar hun lidmaatschap is daarmee niet zeker. Er volgt een intensieve training, en wie niet genoeg presteert moet afhaken. Die wordt een fractieloze, een zwerver, alleen onderhouden door de vrijgevigheid van de zelfopofferende groep. De spanning neemt dus toe. De jongens en meisjes worden afgebeuld. Wie opgeeft in een gevecht, valt automatisch af. Degenen die succesvol zijn, kijken neer op de zwakkelingen die onderaan de rangorde bungelen. Sommigen die hun positie bovenaan de lijst verliezen (want als er een stijgt, bijvoorbeeld de hoofdpersoon, valt er een ander van de lijst af!) nemen hun toevlucht tot geweld, en sluiten zich aan bij schimmige gezelschappen. Mensen worden wantrouwig, bezorgd, hopeloos.
Een zelfde gevoel bekruipt mij soms in het werkende leven, dat met zijn functiewaarderingssystemen, ontslagen, beloningen en winstdoelstellingen niet veel verschilt van de situatie binnen ‘Dauntless’. Je wordt beoordeeld op je prestaties, en als die achterblijven bij de rest, is dat je eigen schuld en val je buiten het systeem. Dit is het kapitalistische systeem. Gelukkig hebben we in Nederland behoorlijke sociale voorzieningen die nog niet te ver afgekalfd zijn, maar deze film is gemaakt in de Verenigde Staten, en daar ben je veel meer op jezelf aangewezen. Niet voor niets wordt er over carrière maken gesproken als de ‘ratrace’. Ook in Nederland lezen we boeken als ‘Hoe word ik een rat’? Bijna driekwart van de mensen geeft aan slecht te slapen door spanningen op het werk, overspannenheid komt regelmatig voor, en we moeten op vakantie om weer bij te komen. De economie is een ‘zero sum game’, waar als je niet bij de winnaars behoort, je een verliezer bent. En over andere onderdelen van het volwassen leven denken we net zo. Kijk maar naar bijvoorbeeld de ‘dating scene’ - we beoordelen elkaar, moeten bijblijven bij de minimumeisen, we concurreren met elkaar. En de prestatiegerichte manier van denken is ook in de kerk doorgedrongen. Alsof het leven een spel is dat we moeten winnen, en waarin we niet het onderspit mogen delven. Maar je kunt er niet aan ontsnappen, lijkt het. Zelfs als je het eigenlijk anders wilt, als je weet dat je diep van binnen andere dingen belangrijk vind, als je afwijkend bent. De hoofdpersoon in dit verhaal, Beatrice, staat voor dit dilemma. Als ze niet oppast wordt ze ontmaskerd, en zal ze de dood vinden. Ze moet kijken naar de mensen om haar heen, de anderen in de ‘angstloze’ groep, en zich steeds afvragen wat die zouden doen. Dat moet ze vervolgens toepassen. Ze moet de kunst afkijken. Alleen zo valt ze niet op, trekt ze niet de aandacht, is ze niet afwijkend. Het is een stressvol bestaan, en ze vindt alleen rust bij een andere ‘afwijkende’, die zich op het eerste gezicht aan het systeem lijkt te hebben aangepast, maar die eigenlijk wil voldoen aan alle goede karaktereigenschappen en niet alleen aan de ‘onverschrokkenheid’. Als ze bij elkaar zijn kunnen ze even de race vergeten, kunnen ze even niet vergelijken, dan kunnen ze zichzelf zijn.
En dan blijkt dat een groep mensen het systeem misbruikt om zelf de macht te kunnen overnemen. En alle leden van de ‘onverschrokkenen’ laten zich daarvoor gebruiken. De film gebruikt het beeld van hersenspoeling. Een chemisch stofje maakt ze allemaal ontvankelijk, en ze nemen de idealen van de leidinggevenden over als de hunne. Dus zien ze er opeens geen been in om onschuldige mannen, vrouwen en kinderen onder schot te nemen en gevangen af te voeren. Vergezocht? Ik denk het niet. Ik zag dit weekeinde ook de film The Book Thief, die zich afspeelt in Nazi-Duitsland. En heel normale burgers, jongens en meisjes, scanderen mee: ‘Deutschland uber alles’. Als je ze het voor de opkomst van het nazisme zou hebben gevraagd, zouden ze vast gezegd hebben dat ze goede mensen wilden zijn die niet zomaar anderen wilden doden. Maar het systeem heeft vat op ze gekregen en oefent nu door hen heen zijn wil uit. Ze zijn weerloos, omdat ze zich niet weerbaar hebben gemaakt. Ze hebben altijd al meegelopen, en dus lopen ze nu ook mee.
En hier wordt voor Beatrice en haar andere afwijkende partner de grens bereikt. Ze hebben zich tot nu toe kunnen verschuilen door te doen wat anderen ook deden en alleen in de veiligheid van elkaars omhelzing zichzelf te zijn. Maar als enigen zijn zij niet door het systeem ingepalmd. Als enigen zijn zij nog in staat hun eigen keuzes te maken. En ze willen niet onschuldigen het slachtoffer laten worden van de amibitie van hun eigen groep. Ik zie hier een parallel met de volgelingen van Jezus in onze maatschappij. Mensen die wel in de wereld leven, maar die niet van de wereld zijn. We moeten meedoen met de ‘ratrace’, anders kunnen we geen deel zijn van de maatschappij, dus soms moeten we de manier van handelen kopiëren van de mensen om ons heen. Maar er zijn grenzen. Daar waar de menselijke waardigheid in het geding komt, waar mensen hun identiteit dreigen te verliezen, en het slachtoffer worden van machtswellust, moeten we in opstand komen. Want dan zijn wij degenen die zien dat de keizer geen kleren aanheeft. Dan zijn wij het die zien dat het systeem misbruikend is geworden.

Hoe kunnen we het systeem veranderen? Ook daar geeft de film een antwoord op. Laat ik dit verklappen: het is niet door ook geweld te gebruiken, zoals het systeem. Het is niet door het zwaard te pakken en zelf een revolutie op gang te brengen. Dat was niet hoe Jezus het deed, en wij volgen hem. Hij veranderde het systeem door zwak te zijn, door zich aan het kruis te laten nagelen, terwijl hij bad: ‘Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen’. Het lijkt contra-intuïtief. Hoe kan zo’n daad van opoffering nu ooit de wereld veranderen? Hoe kan je zo mensen overtuigen, als je uit eigen keuze het slachtoffer wordt van het systeem? Maar Jezus’ opoffering was een daad van liefde. Juist doordat hij de mensen vergaf die het hem aandeden, konden die niet van zijn kruis wegkijken. Ze konden zijn lijden niet negeren. Want hij ontmaskerde hun betrokkenheid bij een systeem dat onschuldigen doet lijden en drukte tegelijk uit dat hij henzelf daar niet van beschuldigde, maar het systeem. En dat raakte hun hart. Daardoor werd de betovering verbroken. Hun ogen gingen open. Het systeem bleek slecht en onderdrukkend. Hun eigen daden bleken daaraan medeplichtig. En ze sloten zich aan bij de geweldloze revolutie van Gods liefde. Idealistisch? Natuurlijk. Misschien zelfs onrealistisch. Wat zwak is is immers kwetsbaar, en dat geldt ook voor Jezus’ offer. Hij nam een risico door zich zo kwetsbaar op te stellen. Want net zo goed had niemand zich er iets van aangetrokken en had het systeem de overhand behaald. Maar dat gebeurde niet. En dat is voor ons een belofte. Wij worden opgeroepen om als het puntje bij het paaltje komt het systeem te ontmaskeren. Niet door geweld, maar door opoffering. Door af te zien van een eigen systeem, maar te doen wat goed is voor de ander. Door onvoorwaardelijke liefde.
Wat er daarna gebeurt, is niet gegeven. Ook niet in deze film. En zo is het leven ook. We weten niet wat er volgt op onze keuze radicaal lief te hebben. We kunnen alleen de ene voet voor de andere zetten, en vertrouwen. Deze film herinnerde mij daaraan, en dat alleen al maakt hem de moeite waard.

vrijdag 9 december 2011

Presteren is contraproductief 1: werken

Een tijdje geleden deed ik mee aan een cursus stressreductie op kantoor. Het zegt al iets over onze maatschappij dat er cursussen over dit onderwerp nodig zijn, en kennelijk zo populair zijn dat er heel wat mensen een boterham mee kunnen verdienen. Maar daarover later in dit bericht meer. Het interessante van deze cursus was de methode, die we gebruikten. Met behulp van een bepaalde techniek leerden we onze hartslag in een mooi ritme te krijgen. Daarvoor maten we onze hartslag met een infraroodsensor (met de duim of via de oorlel). Het hartritme werd mooi zichtbaar in een grafiek. Bij stress was die grafiek chaotisch, zonder stress liet het een mooie sinus-achtige lijn zien. We deden een heel aantal oefeningen met het meetapparaatje. En ja, hoor, door me te concentreren op een positief gevoel en op een bepaalde manier op mijn ademhaling te letten, kreeg ik een mooi ritme op het scherm. Maar ik merkte al snel dat ik niet tijdens de oefening naar het scherm moest kijken. Zodra ik namelijk ging proberen in het ritme te blijven, schoot ik eruit. Zodra ik mijn best ging doen een goede score te halen, schoot ik in het chaotische patroon. De cursusleidster zei het ook al: ‘Proberen te presteren is contraproductief!’

Toen ik dat hoorde moest ik even slikken. Ik weet al langer dat ik mezelf niet kan verbeteren, dat mijn wilskracht tekort schiet, dat ik zwak ben. Ik kan het eenvoudig niet. Mijn overspannenheid heeft me dat wel geleerd. Ik heb ook geaccepteerd dat ik afhankelijk ben van Gods genade om te worden zoals ik bedoeld ben (hoewel ik daar herhaaldelijk aan herinnerd moet worden. Daarom schrijf ik er zo graag over op mijn blog). Maar het probleem is kennelijk nog groter dan ik al dacht: willen presteren, bepaalde resultaten willen halen, is niet alleen niet effectief, het verhindert zelfs dat we bereiken wat belangrijk is. Het werkt ons tegen. Onze prestatiedrang is niet alleen een niet functionerend hulpmiddel, een ongeschikte methode, ze is een actieve vijand, die onze menselijkheid op de korrel neemt. En dat is een ongemakkelijke gewaarwording in een wereld waar alles draait om je prestaties.
Op het werk zijn we gevangen in een functiewaarderings-cyclus. We spreken doelen af die we moeten halen, en of we goed presteren bepaalt of we loonsverhoging krijgen. En als we meerdere malen tekortschieten dreigt ontslag. Maar lees ook eens de krant, of kijk TV. Onze waarde hangt af van wat we presteren, of we carriere maken, of we ons luxe kunnen veroorloven. We moeten alles op orde hebben, een eigen huis en een auto, we moeten ons op een bepaalde manier kleden, en er op een bepaalde manier uitzien. Ik las laatst zelfs dat mannen zich botox laten inspuiten, om er fris en uitgeslapen uit te zien! En wie worstelt met ziekte of problemen moet zijn of haar best doen om er weer uit te komen. Elke dag staat er wel iets in de krant over een nieuw dieet of een nieuw fitnessregime. Je zou je haast schuldig voelen omdat je er niet aan meedoet.
We worden van alle kanten bestookt met de boodschap dat we ons moeten inspannen om aan bepaalde maatstaven te voldoen. “The culture of control tends to characterize both the “secular” and religious sphere these days”, concludeert de Mockingbirdblog. “The rather depressing underlying assumption is that the purpose of life is not peace or contentment but performance.”

Mockingbird noemt niet voor niets naast de seculiere omgeving, ook de religieuze wereld. Want niet alleen de kranten en de TV bestoken ons met de boodschap dat we moeten presteren, ook de kerk kan er wat van. Ik sprak laatst met iemand die onlangs de evangelische kerk had verlaten. Hij was geweest op een conferentie over de huiskerkbeweging. Daar sprak Milt Rodriguez. Hij had het erover dat 80 procent van de preken in de evangelische kerken gaan over wat de toehoorders moeten doen of laten. Mijn gesprekspartner was daarop boos opgestaan en had de zaal verlaten. Hij was niet boos op de spreker, maar boos op de predikers in de kerk. Hij had zich namelijk op dat moment gerealiseerd dat inderdaad de meeste preken in de kerk waar hij naartoeging hem opriepen meer te doen, harder te werken, om minder te zondigen.
En ik vind zelf 80 procent een nog vrij lage inschatting. Laatst was ik in een dienst waar over de brief van Paulus aan de kolossenzen werd gepreekt. Een brief die gaat over de kracht van Christus in ons, onze hoop op goddelijke heerlijkheid, en die duidelijk maakt dat religie ons niet dichter bij God kan brengen. De prediker erkende dat ook: ‘Het gaat niet over religie’, beweerde hij. Maar vervolgens sprak hij niet over Christus, waar het in de Kolossenzenbrief over gaat, maar legde hij uit dat we op een bepaalde manier moesten leven, en geen slechte taal moesten gebruiken (‘zodat andere mensen daaraan kunnen zien dat we christenen zijn’) en dat we ons moeten inzetten voor de kerk (‘door naar de dienst te komen, door te geven, door een taak op ons te nemen.’). Ik zat zoals vaker weer eens op mijn stoel heen en weer te schuiven - de spreker had nu juist gezegd dat het in het geloof niet ging om religie, en hij had niet door dat hij zijn toehoorders een religie oplegde.

En het gaat niet alleen om taken of bepaald godsdienstig gedrag (bijbellezen, niet vloeken). De kerk verwacht van ons ook dat we ons leven op orde krijgen, dat we onze zonden overwinnen, dat we onze problemen achter ons laten. Toen ik een keer in de kerk vertelde dat ik was teruggevallen in een gewoonte waar ik dacht vrij van te zijn geworden, werd ik na afloop aangesproken door een kerklid. Die vroeg me of ik geloofde dat ik voor altijd vrij kon worden van die gewoonte. Ik antwoorde van niet - ik meende dat ik er wel minder last van zou kunnen hebben, maar dat ik niet kon beloven dat ik nooit meer kon terugvallen. “Ik geloof niet dat het in dit leven mogelijk is om volmaakt te zijn”, stelde ik. Maar de ander verwijtte me te weinig geloof. Hij vroeg of ik er wel voor had laten bidden. Volgens hem was volmaakte vrijheid nu al mogelijk. Het enige dat hij bij mij bereikte was dat ik tegen hem nooit meer eerlijk zou zijn over mijn worstelingen.
Hij was eigenlijk hetzelfde als de verpleger over wie ik hoorde van een vriend. Hij was in het ziekenhuis met iemand die in een rolstoel zit vanwege spierzwakte. Daardoor valt ze vaak en als ze zich heel erg inspant krijgt ze verlammingsverschijnselen. De verpleger had haar een paar minuten aangehoord en zei toen: “Ik geloof je niet.” Er was namelijk geen neurologische afwijking gevonden. Hij vond dat ze zich aanstelde, en dat ze nu heel erg haar best moest gaan doen. Ze moest zich gaan inspannen en zou zo verbetering vertonen. Maar zelfs al zouden aan haar symptomen geen fysieke afwijkingen ten grondslag liggen, dan zouden ze veroorzaakt zijn juist doordat deze jonge vrouw zo ver over haar grenzen was gegaan, en zich zo hard had ingespannen. Tegen iemand met depressie kun je ook niet zeggen dat hij zich maar beter moet gaan voelen. Maar nee, ze moest het maar hard genoeg willen en dan zou ze haar eigen probleem kunnen overwinnen.
Mockingbird haalt een schrijnend voorbeeld aan uit het boek Alcoholics Anonymous, waarin een deelnemer aan het programma praat met een bankdirecteur. Het gaat om een werknemer, die drie maanden afwezig is geweest om een oplossing te vinden voor zijn alcoholprobleem. Het bestuur van de bank wil hem no een kans geven. De herstellende alcoholist -die al drie jaar droog staat- vraagt de directeur hem met zijn medewerker te laten spreken. “Oh no,” the bank executive demurred, “this chap is either through with liquor, or he is minus a job. If he has your will power and guts, he will make the grade.” Als er iets een recept is voor een terugval is dat het wel! Deze alcoholist moet met zijn wilskracht zijn verslaving onder controle houden, of hij raakt zijn baan kwijt. Hij moet presteren. Dat leidt tot een gevoel van plicht, van druk, van angst. En dat zijn juist de gevoelens die hij probeerde te verdoven met zijn drank. Het is een bij voorbaat verloren strijd.
Volgens Mockingbird zijn de ‘vooruitgangschristenen’ net zo als deze bankdirecteur, de gelovigen die menen dat mensen zichzelf kunnen verbeteren, dat ze vooruitgang kunnen boeken als ze dat maar willen, en dat het aan henzelf te wijten is als ze terugvallen. “The progress Christian shares the heathen thinking about the mechanics of the human being. Give, get.  Pay, receive.  Work, pay.  Offer, exchange.  Tell the truth, avoid depression and addiction. The relentless pursuit of perfection. The process of perfecting ourselves.  You act, and Jesus reacts.  Progress Christendom abides by these rules. Progress may sneak some language into his lexicon about “relying on God” or “letting go,” but the listener should not be deceived into thinking that progress does not believe that a little prayer and elbow grease will solve the problem.”

Maar ik moet niet alleen naar de kerk wijzen. Als je naar iemand wijst, wijzen er direct drie vingers terug naar je zelf. Daar ben ik me erg goed van bewust. De drang te willen presteren bevindt zich vooral in mijzelf. Ik laat mijn gevoel van eigenwaarde, mijn liefde voor mezelf, afhangen van wat ik tot stand breng. Of ik genoeg schrijf, of ik genoeg bijbelstudie doe, of ik genoeg vrienden heb, of ik vrijgezel ben (of niet meer). Al was het alleen maar of mijn huis is opgeruimd en of de keuken is schoongemaakt. Het doen van het huishouden wordt een prestatie - en ik denk slecht over mezelf als ik het een weekje laat schieten. Dus probeer ik mezelf er weer toe te brengen de schoonmaakspullen ter hand te nemen - niet omdat ik het graag schoon wil hebben, maar omdat ik anders in mijn eigen ogen tekort schiet. Zo gaat het de hele week door, de hele maand, het hele jaar.
En de wortel van het probleem zit nog dieper dan dat. Ergens heb ik het idee dat mijn leven zou kunnen mislukken. Ik heb het idee gekregen dat ik in mijn leven bepaalde doelen moet halen, en dat God teleurgesteld zal zijn als ik daarin tekortschiet. Ik geloof dat mijn leven op een bepaalde manier moet verlopen, en dat het anders niet waardevol zou zijn. God heeft een plan voor mijn leven uitgestippeld, en als ik een voet links of rechts van die lijn zet, wordt zijn doel nooit bereikt. Ik ben voortdurend aan het evalueren of ik wel genoeg gedaan heb, of ik wel bouw met steen, en niet met stro of hout (om de beeldspraak van 1 Korintiers 3 te gebruiken). Ik moet van mezelf groeien, ik moet genoeg vrucht dragen, om voor God mee te tellen en door Hem beloond te worden.
Ik word er moe van, en ik ben niet de enige. Zo signaleren de schrijvers van Mockingbird een recente epidemie van slapeloosheid bij vrouwen. Bij een studie in 2007 werd gevonden dat bijna 3 op de 10 vrouwen in de Verenigde Staten meerdere keren per week slaapmedicatie gebruiken. Drie van de vier patienten bij slaapklinieken zijn vrouwen. De slapeloosheid van de zwangerschap gaat over in de slapeloosheid door het huilen van de pasgeboren baby, maar vaak gaat de slapeloosheid niet meer over. De reden hiervoor? De noodzaak om als werkende vrouw, moeder, huisvrouw en echtgenoot te presteren. “We feel like it’s our job to anticipate any variant on The Day, much less The Life”, zegt er een. “If it rains will I need to change my schedule so I can drop off my kid and he doesn’t need to ride his bike in a downpour? We try to ward off anything that can interfere with the Good Day.” We willen de hectiek van het leven met onze wilskracht aan onze controle onderwerpen. Maar daardoor verpesten we ons leven. Want sommige dingen kunnen we niet controleren. We kunnen onszelf niet dwingen te ontspannen. We kunnen niet tegen onszelf zeggen: “Ga nu slapen.” Hoe meer we proberen in slaap te vallen, hoe wakkerder we ons voelen. Ik weet het uit ervaring. We kunnen niet ophouden ons zorgen te maken over de dag die komt, of over ons leven, door te proberen niet meer te piekeren. Hoe harder we proberen de bezorgheid weg te drukken, hoe bezorgder we worden. Onze prestatiedrang leidt tot stress, en teveel stress leidt tot overspannenheid. Stress leidt tot hartklachten, eczeem, slaapproblemen, en uiteindelijk tot de dood.
“Control is a killer”, concludeert Mockingbird. Willen presteren is contraproductief.