Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen

dinsdag 22 november 2016

'De Krakenvorst' - The making of ... (3 en slot): Een pauze van elf jaar

Ik weet niet meer heel nauwkeurig wanneer ik het idee kreeg een fantasyroman te schrijven. Ik denk dat het voorjaar 2001 moet zijn geweest. Ik weet wel dat ik op 7 juli 2001 begon het plot van mijn verhaal in wording op papier te zetten. In een groot notitieblok werkte ik mijn ideeën uit. Eerst de drie verhaallijnen apart (ik wist al dat er drie hoofdpersonen zouden zijn, en dat het twee boeken zouden worden). Vervolgens in twee kolommen, om een idee te krijgen hoe de verschillende lijnen naast elkaar zouden lopen en waar ze elkaar zouden kruisen. Steeds kreeg ik er ideeën bij en er moesten in de kantlijn aantekeningen worden bijgekrabbeld. De voorlopige titel van het boek was toen nog 'De koning en de kraak'.
Het duurde nog even voor ik daadwerkelijk begon te schrijven. Ik moest namelijk eerst nog een boekje schrijven dat in juni 2002 zou worden uitgegeven door de christelijke uitgevers als actieboek voor de Maand van het spannende boek. Zomer 2001 was namelijk mijn debuutroman, de SF-thriller 'Neptunus', uitgegeven bij Kok Voorhoeve, en aangezien zij aan de beurt waren om het actieboekje te verzorgen, vroegen ze mij. Dit werd 'Het Wrak'. Eigenlijk direct nadat ik dat had afgeschreven begon ik na een tijd van werkloosheid aan mijn baan bij het Pharmaceutisch Weekblad als wetenschappelijk redacteur. Een flinke overgang. Gelukkig werkte ik maar drie dagen in de week, en kon ik de rest van de tijd inzetten voor het schrijven. Vol goede moed begon ik aan het manuscript. Ik deed ondertussen mee aan een schrijfopleiding van Script+ in Amsterdam (betaald door mijn uitgever!). Voor een van de lessen stuurde ik de inleiding en het eerste hoofdstuk naar de andere schrijvers toe. Ik kreeg er veel complimenten voor. Vooral vanwege de beklemmende sfeer van de religieuze omgeving, die ik volgens hen heel overtuigend had neergezet.

Toen ik drie hoofdstukken had, stuurde ik het manuscript in wording op naar Kok. Het viel niet zo in goede aarde. Onder andere omdat het leek alsof ik kritiek had op de kerk (nou ja, dat was ook zo), en de door mij geciteerde teksten uit 'heilige boeken' konden worden opgevat als parodie op de bijbel. Mijn redacteur vroeg me of ik niet een contemporaine thriller kon schrijven, in de trant van 'Het Wrak' - dat zou waarschijnlijk goed verkopen. Een tijd lang probeerde ik aan dat verzoek te voldoen, maar er kwam niet echt een goed idee. Ik probeerde verder te schrijven aan 'De Krakenvorst', maar in het begin van het vierde hoofdstuk stokte het. Ik moest beginnen aan een nieuwe paragraaf, maar ik had geen enkel idee hoe ik die moest schrijven. De woorden kwamen gewoon niet.
De jaren daarna dacht ik dat ik mijn verbeelding helemaal kwijt was. Ja, ik begon nog een ander boek te schrijven, maar ook daarmee kwam ik niet verder dan een paar hoofdstukken. Ik schreef een paar korte verhalen, maar slechts een of twee per jaar. Ik had gewoon geen ideeën. Als anderen me vroegen om eens naar een verhaalidee te kijken, borrelde de inspiratie als vanouds, maar als ik iets voor mezelf wilde beginnen bleef de bron droog. In plaats van me bezig te houden met fictie, richtte ik me op het schrijven van filmbesprekingen en theologische essays. Ik schreef twee non-fictie boeken: 'Indrukwekkende Vrijheid', dat verscheen in 2010, en 'De loser die wint', die vorig jaar uitkwam. Maar het schrijven van non-fictie had nooit echt mijn hart. Ik had het alleen nodig om over deze onderwerpen te denken en te schrijven, omdat ik was opgegroeid in een streng religieuze omgeving, waar hobby's als minderwaardig werden gezien, kunst en verbeelding werden gewantrouwd en mijn liefde voor boeken en verhalen al snel een verslaving leken die me van God zouden afleiden. Ook al had ik die kerk verlaten toen ik begin twintig was, de leerstellingen hadden zich in me vastgehaakt, en waren maar moeilijk los te krijgen. Vooral omdat mijn ouders ook niet heel bemoedigend leken ten aanzien van mijn schrijven. En die kritiek, stress op het werk, en de daaruit volgende piekergedachten dempten mijn creativiteit en maakten me depressief.
Er gebeurde in de tussentijd van alles. Ik verhuisde naar Delft, waar ik op mezelf ging wonen. Ik richtte meerdere aquariums in. Werd ontslagen en kwam te werken bij het Tijdschrift voor Diergeneeskunde. Bezocht fantasyfestivals. Waar ik in gesprek kwam met uitgevers, maar niet durfde zeggen dat ik zelf al boeken op mijn naam had staan. Ik leerde Bianca kennen, en vroeg haar ten huwelijk. Maar schrijven lukte me niet.

In 2012 werd ik echter tot twee keer toe ziek. Ernstig ziek. Wondroos. Een heftige infectie aan mijn been, dat rood werd en opzwol, en waarbij ik bijna veertig graden koorts had. Over de eerste ziekteperiode heb ik in een eerder blogbericht geschreven. Ik was behoorlijk hersteld, maar ik moest nu toch echt beter voor mijn eczeem gaan zorgen. De stress op mijn werk nam echter niet af, ik bleef slecht slapen, en voor mijn eczeem zorgen lukte me niet. Het eczeem speelde weer op, en opeens, in september, werd ik opnieuw ziek. Ik weet nog dat ik met Bianca zat in het park bij De Delftse Hout, genietend van koffie met gebak bij café Knus. Ik voelde opeens spierpijn opzetten en werd flauw. Ik ging naar het toilet. Toen ik terugkwam zag ik enorm bleek, kon ik geen hap meer nemen, en schrok mijn verloofde zich een hoedje. Hoe we met de bus thuis terug kwamen, weet ik niet. Mijn ouders kwamen me uiteindelijk ophalen en brachten me langs de huisartsenpost in het ziekenhuis en daar werd de diagnose gesteld: opnieuw wondroos. Ik kreeg antibiotica en lag twee dagen lang op bed beroerd te wezen.
Later, terwijl ik aan het herstellen was, suggereerden mijn ouders dat ik wat aan de stress in mijn leven moest gaan doen. Ja, duh ... Het idee van mijn vader was: misschien moet je wat minder willen schrijven. Slecht idee. Maar opeens realiseerde ik me waar een groot deel van de stress vandaan kwam. Ik wilde namelijk niet te veel schrijven, maar te weinig. En vooral verhalen. Ik voelde me slecht, omdat ik niet dat deed wat ik het liefst wilde doen: verhalen schrijven. Bovendien confronteerde de ernst van mijn ziekte me met mijn sterfelijkheid - vroeger overleden mensen aan wondroos. Ik vroeg mezelf af waar ik het meest spijt van zou hebben als ik zou komen te overlijden. Het antwoord kwam meteen: ik zou er spijt van hebben dat ik niet meer verhalen zou hebben geschreven.
Maar die 'writers block' dan, de barrière die ik voelde, elke keer als ik achter de computer ging zitten? Zou die me niet tegenhouden? Het toeval wilde dat ik niet lang ervoor een citaat had gelezen van Neil Gaiman. Hij beweerde dat er momenten waren dat hij bij het schrijven in de 'flow' zat en de woorden uit zijn pen stroomden. Er waren ook momenten dat het niet zo makkelijk ging, dat hij bij elk woord worstelde, en om elke zin moest strijden. Maar als hij later zijn verhaal terug las, kon hij geen enkel verschil zien tussen de passages waarbij hij in de 'flow' had gezeten en die waarbij het moeilijk was gegaan. De conclusie voor mij? Ik moest gewoon gaan schrijven!
Eerst schreef ik vier korte SF-verhalen. Toen besloot ik om verder te gaan met 'De Krakenvorst', want dat idee had me de tussenliggende elf jaar niet losgelaten. En toen ik er eenmaal aan ging zitten, kwam de inspiratie ook. Ik hoefde alleen te beginnen met schrijven, en mijn verbeelding vulde de gaten aan. De passage waar ik de vorige keer gestrand was, kostte me nu, elf jaar laten, geen enkele moeite. En in een jaar tijd had ik twee boeken afgeschreven ... Boeken waar ik heel erg trots op ben.

Waarom er zo'n pauze in moest zitten? Ik weet het niet. Ik denk zelf dat ik de levenservaring miste om de boeken te kunnen schrijven. Ik weet wel dat ze beter zijn geworden dan ze zouden zijn geweest als ik ze had geschreven toen ik vijfentwintig was. Wat ik ook weet is dat ik nooit meer zo'n pauze ga laten vallen. Ik ga gewoon zitten om te schrijven, of ik nu in de 'flow' ben, of niet. De inspiratie volgt wel. En schrijven is gewoon wat ik moet doen.

De Krakenvorst, boek 1: Keruga verschijnt begin december. Zet het in je agenda en bestel tegen die tijd een exemplaar via bijvoorbeeld Bol.com, of de website van Macc. Wil je weten wat je ervan kunt verwachten? Volgende week plaats ik op mijn blog een voorproefje ...

zaterdag 23 januari 2016

De eerste recensies van 'De loser die wint ...'

Altijd spannend voor een schrijver: wat vinden andere mensen van je boek? De afgelopen weken kwamen de eerste reacties van mensen binnen.

Henk Medema dook op zijn blog het boek in en probeerde te definiëren waar het over ging: "Dit boek is zelf een verhaal, waarin vanaf het allereerste begin (zelfs al op het omslag: een jongetje dat bij het voetballen aan de kant zit) de auteur zelf een rol speelt ... Wat Klein Haneveld laat zien is zowel zijn eigen persoonlijke betrokkenheid als die van God. In het leven van ons allen schrijft de Heer zijn verhaal. 
Het verhaal zelf is, frappant genoeg, juist gewoon, zelfs als het ongewoon is, als de auteur bijvoorbeeld nogal uitgebreid vertelt over een reis naar Hyderabad, India (105vv), eindigend in een avontuur dat veroorzaakt werd door 'de' beroemde IJslandse vulkaanstofwolk (184v). Die gebeurtenissen hebben een bijzondere indruk in zijn leven achtergelaten, maar dan als een afdruk die zich uitdrukt in zijn eigen leven. 
Deze recensie klinkt niet zeer verhelderend, dat begrijp ik wel, maar dat is niet anders: dit boek vraagt om gelezen te worden en doordacht te worden. Het is een bijzonder boek, waarvan je, net als van alle goede boeken, kunt zeggen dat onbevangen lezen de enige goede manier om er wat mee te laten gebeuren, en dan is het bijna onvermijdelijk dat er iets met je gebeurt. Wat? Dat weet ik niet, want het einde van Gods verhaal, de afloop, de ontknoping, ‘le denouement’ (203) is open, uitmondend in het Grote Verhaal van God Zelf. Wie zo’n open zoektocht aandurft, waagt én wint."

Op Facebook schreef Daniel de Wolf een uitgebreide aanbeveling van mijn boek. Hij volgt mijn blog al jaren en is fan mijn filmbesprekingen. "Zijn beschouwingen zijn uitermate persoonlijk en daardoor kwetsbaar - iets waar ik veel waardering voor heb. Daarnaast is Johan een scherpzinnig denker, die onvermoeibaar probeert om foutieve patronen in zijn denken (die hem bijvoorbeeld meegegeven zijn door een fundamentalistische vorm van christendom) te deconstrueren en aan te vallen. Maar daarnaast zoekt hij voortdurend naar wat dan overblijft als alternatief - en dan kom je bij termen als 'het Grote Verhaal', maar ook bij een 'sacramentele visie op het leven'. Grote termen, maar door de kwetsbaarheid waarin Johan deze termen vervlecht met zijn eigen leven en de schoonheid van wat hij ontdekt, worden ze behapbaar en toegankelijk ... Dat Johan besloot om delen van zijn blog uit te werken tot een boek stemde mij dan ook enthousiast ... Net als zijn blog is 'De loser die wint' een unieke mengeling van persoonlijke verhalen en zelf-therapie, theologie, filosofie en talrijke verwijzingen naar films en literatuur. Vanaf deze plek wil ik iedereen van harte dit boek aanbevelen!"

Matthijs Den Dekker ging op zijn blog flink de worsteling aan met het boek! "Dit is geen rationeel verhaal waar je anderen mee kunt overtuigen. Het boek gaat in op de diepste verlangens van de mensheid. Op dat onbestemde gevoel dat zegt ‘Dit kan niet anders – dit moet het zijn – ik geloof dit – maar waarom?’ De vraag die Johan in het boek stelt is: Kies je ervoor je eigen verhaal te vertellen, waarin je de held bent, maar dat uiteindelijk uitloopt op teleurstelling en tekortschieten? Kies je ervoor het verhaal van de wereld te geloven, waarin het recht van de sterkste geldt en je vooral voor jezelf moet zorgen? Of leef je in het verhaal van God, besef je –geloof je– dat dit het verhaal is dat klopt? Wat dit boek bij mij losmaakte was het diepe verlangen ook in Gods verhaal te leven. Of meer het besef dat ik al in dat verhaal leef. Niet omdat ik kan aantonen dat het waar is, maar omdat ik diep in mijn hart weet dat het waar is. Dit is het verhaal dat klopt. En ik wil heel graag ontdekken wat God nog meer te vertellen heeft."

Jos Strengholt, anglicaans priester in Egypte, schreef op Facebook: "Dutchies, very worthwhile buying and reading. Personal, intelligent, convincing." Hij zal later een meer uitgebreide recensie schrijven.

Facebookvriend en volger van mijn blog Hans Zellenrath stimuleerde mij om een serie blogs uit 2011 op mijn blog om te werken tot een boek. Afgelopen week schreef hij me wat hij vond van het eindresultaat: "Hallo Johan, wat een mooi boek heb je weer geschreven: 'De loser die wint.....' Gods verhaal met ons is liefde. Het credo van de kerk waartoe ik behoor is: 'God is liefde en God is goed! En ja, God is liefde! Heel mooi hoe je onze en jouw eigen zwakheid in het verhaal plaatst zodat wij sterk worden in God. Ook jouw persoonlijke belevenissen, naar de vrijheid van Gods kinderen ... Prachtig ingevuld want in jouw leven nemen verhalen een belangrijke plaats in. Het grootste verhaal van het Koninkrijk van God, dat geen mythe is, is Jezus Christus opstanding uit de dood, daar draait alles om. Zijn overwinning over de dood toont Gods onvoorstelbare liefde voor ons en voor deze kapotte wereld. Dank voor je delen in dit boek, voor je liefde en dat je duidelijk maakt dat Zijn liefde alle mensen geldt!"

Mijn vrouw Bianca is misschien geen heel objectieve bron wat betreft deze materie , maar zij schreef op Goodreads het volgende:  "This book ... describes a way of believing in the love of God that is very inspiring to me and makes it impossible not to be hopeful about the future. The book makes me long to live in trust and love. It makes me want to love and respect others more. It makes me feel loved and protected by God. In my view Johan is very convincing in describing what would truly be great news. And after reading this book I want it to be true more than anything."

Voor de volledigheid moet ik natuurlijk melden dat afgelopen week ook in het Nederlands Dagblad een recensie stond. Het is een hele eer te worden uitgekozen om gerecenseerd te worden. De recensent vond het verhaal dat ik in mijn boek vertelde echter 'niet verrassend of spannend'. Ik weet niet of hij nu bedoelde of ik mezelf niet als succesvol christelijk avonturier presenteerde, want dat zou het thema van zwakheid hebben gemist, of dat hij wat ik over Gods verhaal vertelde niet verrassend vond - terwijl wat ik zeg toch evangelische christenen wel op het achterhoofd zou kunnen laten krabben. Laat ik het er op houden dat als iedereen het over mijn boek eens zou zijn, ik iedereen naar de mond hebben willen praten, en dat zou ook geen compliment wezen! Dus wil je zelf weten wie er gelijk heeft, de recensenten hierboven of de krant, dan weet je wat je te doen staat!

Je kunt het boek kopen op Bol.com, maar ook bij de christelijke boekwinkel. Maar je kunt ook komen naar de signeersessie aanstaande zaterdag 30 januari van 14.00 uur tot 15.00 uur in de Bijbel In in Delft (Voldersgracht 30A). Ik heb begrepen dat de winkel er een mooi feestje van gaat maken. En ik neem ook nog wat van mijn eerdere boeken mee, mocht je die nog niet gelezen hebben. 

Heb je 'De loser die wint ...' gelezen, dan zou ik het gaaf vinden als je een reactie achterlaat op Bol.com of op de Goodreadspagina van mijn boek. Of op mijn blog! Of per mail (JohanKleinHaneveld@gmail.com). Ik vind het namelijk erg leuk om te horen wat mensen van mijn boek vinden!

vrijdag 1 januari 2016

We gaan er weer voor dit jaar!

Weer een jaar afgesloten, weer een nieuw jaar om naar vooruit te kijken. Het lijkt nog maar net geleden dat ik mijn laatste nieuwjaarsbericht plaatste, maar dat schijnt bij het ouder worden te horen: de tijd glipt als water door je vingers. Toch zijn er weer 365 dagen geweest om in te leven, te lezen, te werken en te schrijven, en die zijn ook behoorlijk rijk gevuld geweest! Zoals ik gewend ben, vroeg ik in januari tijdens het wandelen aan God een bijbeltekst die het thema zou zijn voor het komende jaar. Het was dit keer: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven'. Nadenkend over deze woorden kwam ik tot de realisatie dat wat Hij me hiermee wilde zeggen, was dat Hij 'het leven' is - dat wil zeggen: het gewone, dagelijkse leven, (eten, werken, slapen) en dat ik me daarop mag richten in plaats van met mijn hoofd in de wolken te lopen, omdat Hij ook in het alledaagse volop aanwezig is en daarbij betrokken is. Nou, dat heb ik geweten!
Op het gebied van het alledaagse leven was 2015 namelijk helemaal niet makkelijk, en het was ook nodig dat ik mijn energie erop zou richten om goed voor mezelf te zorgen en keuzes te maken die voor mij en mijn vrouw gezondheid en levensvreugde zouden opleveren. Waar ik eerst geneigd was aan mijn grenzen voorbij te lopen en mijn lichamelijke en geestelijke welzijn te verwaarlozen, botste ik er nu volop tegenaan. Dat was bepaald niet prettig. Ik heb al langer geworsteld met stress en daaruit volgende slaapproblemen (zie al mijn vorige nieuwjaarsberichten), maar dit voorjaar werd het weer erger en erger. De symptomen stapelden zich op. Ik ging steeds slechter slapen, werd 's nachts badend in het zweet wakker, met bonkend hart. Ik had darmproblemen (het hield niet op met borrelen, en ik had last van brandend maagzuur), die steeds erger werden. In februari begon ik opeens een luide piep in mijn oren te horen, dag en nacht, die niet verdween, wat ik ook probeerde. Ik werd enorm moe, was af en toe overdag misselijk van vermoeidheid. En uiteindelijk kreeg ik er ook tintelingen bij in mijn vingers en mijn tenen (terwijl mijn eczeem ook weer wat begon op te spelen). Allemaal stressklachten. Ik wilde me echter niet ziek melden. Gelukkig ontdekte ik dat veel te maken had met hyperventilatie. Mijn vrouw merkte op dat ze al sinds onze verkering vond dat mijn ademhaling wel heel snel en oppervlakkig was. En ik werd me er zelf ook van bewust. Dus begon ik met ademhalingsoefeningen, elke dag, zo vaak ik kon.
Dat vergde ook mentale inspanning, maar de effecten waren duidelijk. Ik begon weer beter te slapen en de symptomen verdwenen. Mijn darmen kwamen tot rust en mijn eczeem speelde niet meer op (ik hoef niet eens meer te smeren!). Maar het moet niet bij symptoombestrijding blijven. Dit jaar heb ik veel bronnen van stress in mijn leven aangepakt. Mijn relatie met mijn ouders is sterk verbeterd en niet meer stressvol, ik neem meer tijd voor mezelf en heb er zelfs voor gezorgd dat mijn administratie zich niet langer opstapelt. En ook ben ik mezelf niet langer gaan verschuilen. Ik ben gaan staan voor wie ik ben, en werd zelfs boos. Dat had effect: ik sliep opeens weer goed! De 'man met de hamer' waar ik van gewend was dat hij om half drie 's middags langs kwam en me als een uitgewrongen vaatdoek deed voelen, kwam opeens langs 's avonds om half elf - mijn ritme was hersteld! De piep in mijn oor werd ook minder, behalve onder bepaalde omstandigheden. Mijn doel is dus nu om die omstandigheden ook zo veel mogelijk tot het verleden te laten horen. Ik heb veel te lang met stress en de gevolgen ervan geleefd.
Geloof was ook jarenlang een bron van stress voor me: met name het idee dat ik niet genoeg deed voor God. Dit jaar ben ik regelmatig naar de kerk gegaan (de Anglicaanse kerk voelt echt als geestelijk thuis), en dat was het wat religie betreft. Ik heb in de zomer tijdens een wandeling aan God gevraagd of het erg was dat ik niet zo vaak met hem sprak of religieus bezig was. Hij suggereerde dat ik Hem behandelde als een klein kind zijn vader, dat ik me door Hem bij de hand wilde houden en bij elke stap omkeek, of het wel goed was. Maar om echt zelfstandig te worden, zou ik hem moeten durven loslaten. Ik zou moeten leren fietsen zonder zijwieltjes, en leiderschap nemen over mijn eigen leven (iets waar mijn vriendin Chiat me ook aan herinnerde). Dit is geen teken van ongeloof, of afzetten tegen. Het is volwassenheid, en daar is God juist blij mee!

Okee, een lang verhaal over wat dit jaar me gebracht heeft. De rest houd ik dus voor het gemak maar kort! Dit jaar is bijvoorbeeld eindelijk de badkamer gedaan, waardoor we een week in de troep hebben gezeten, maar we lopen nu in elk geval niet het gevaar dat de tegels op ons hoofd vallen. Daarnaast heb ik genoten van onze muskusschildpad Sammie, die heel erg gegroeid is, maar zijn eigenwijze karakter niet heeft verloren. Mijn vrouw en ik houden veel van hem. Er is zelfs een vierde aquarium bij gekomen dit jaar! Een met slakkenhuisbroedende cichliden uit het tanganyikameer! Mijn favoriete vissen eigenlijk. En in mijn kleinste aquarium zwemmen dropgoerami's. Zeldzame en gevoelige visjes, die het heel goed doen!
Verder zijn Bianca en ik naar fantasyfestivals geweest, naar de dierentuin, naar Londen, naar stripbeurzen, naar het museum, en hebben we ge-'high tea'et. Ik heb veel gelezen (68 boeken), heb mijn liefde voor kruiswoordpuzzels herontdekt en ben vaak naar de film geweest (lang leven de Pathe-pas). Ik heb ook behoorlijk veel geschreven: 36 korte verhalen, 50 gedichten en 13 filmbesprekingen (en 68 boekrecensies op Goodreads). Natuurlijk was dit het jaar waarin ik de Trek Sagae-award won, een verhaal publiceerde in de bundel Ganymedes 15 (warm aanbevolen!), meewerkte aan het boek 'Woestijnvaders' (een tweede druk verschijnt binnenkort) en waarin mijn boek 'De loser die wint' eindelijk verscheen (laat me weten wat je ervan vindt!). Dat zijn voor mij toch wel de hoogtepunten van het jaar geweest.

Op het werk gebeurden behoorlijk stressvolle dingen, met een collega die met zwangerschapsverlof ging, een leidinggevende die vertrok en een directeur die de organisatie ook verliet. Ik heb wel mooie artikelen kunnen schrijven (onder andere over klimaatverandering en de rol van de veeteelt daarin) en dat hoop ik ook het komende jaar te kunnen doen. Maar dan een dag per week minder, want per 1 januari werk ik nog maar drie dagen! De extra vrije dag kan ik goed gebruiken voor mijn schrijfactiviteiten, want dat worden er niet minder. Zoals lezers van mijn blog wel weten heb ik namelijk een contract voor de publicatie van mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst'. Het eerste deel 'Keruga' verschijnt dit jaar bij uitgeverij Macc. Verder ga ik mijn gedachten over het sacramentele wereldbeeld (waarin wat Jezus deed een teken is van wat altijd en in alle tijden al waar was en is) uitwerken tot een nieuw studieboek. Ik heb verhalen opgestuurd voor drie verschillende wedstrijden en voor de volgende Ganymedes-bundel en ga dit jaar ook weer aan vier verhalenwedstrijden meedoen (misschien zelfs wel meer). Daarnaast wil ik dit jaar een bundeling gaan maken van mijn beste gedichten en die uitbrengen, misschien via een 'publishing on demand'-service. Ik hoop ook de kans te krijgen lezingen te geven. Op zaterdag 30 januari houd ik alvast van 14.00 tot 15.00 uur een signeersessie bij de 'Bijbel-In' in Delft - wil je een gesigneerde versie van mijn boek of wil je nog een exemplaar van 'Neptunus' of 'De Derde Macht', kom dan daar even langs!
Verder komt dit jaar rond mijn veertigste verjaardag een van mijn grootste verlangens uit. Dan zal ik namelijk met mijn beste vriend een bezoek brengen aan de Eagle and Child, de plek waar de Inklings bijeenkwamen, en daar het glas heffen op mijn grote voorbeelden: C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien. En ook de andere sporen die zij in Oxford hebben achtergelaten zullen we bezoeken. Noem het gerust een bedevaart. Er staat dit jaar geen nieuw aquarium op de planning, maar ik zal wel weer lekker veel boeken lezen, naar de film gaan, series kijken, op het balkon zitten en van het leven genieten. En hopelijk kan ik volgend jaar op nieuwjaarsdag terugkijken en schrijven dat de stress nu echt tot het verleden behoort en de symptomen daarvan ook. Maar ook als dat niet het geval is, ga ik wel van het komende jaar met volle teugen genieten. Eerste stap? De traditionele badjasdag, met dit keer de Batmanfilms van Christopher Nolan op het programma.

woensdag 2 december 2015

Gedicht: Windstil

Windstil

De lucht is zwart, ononderbroken
hangen wolken boven mij. De zee
toont niets dan duister als een spiegel
glad. Geen wind om mij voort te stuwen.
Ik voer uit toen het nog licht was en
ik wist waarheen ik moest gaan.
Nu lig ik stil. Ik heb mijn kompas
verloren, zie aan de horizon
geen land. Hoe kan ik ooit komen
waar ik word verwacht? Zonder opdracht
zit ik aan de riemen. Kapitein
van mijn eigen leven. Voortaan vrij
elke kant uit te reizen, zoekend
mijn bestemming, niet meer opgejaagd.
En achter mij fluistert u zachtjes:
'Het is goed.'

dinsdag 23 juni 2015

Gedicht: Een droom (3)

Een droom (3)

Mijn oma's huis. Ik zie de veranda
met de rode tegeltjes, opzij de
plantenbakken, stoelen uitgeklapt,
een witte tafel met kopjes thee.
We zijn er allemaal, mijn ouders,
mijn broers, hun vrouwen, als was geen tijd
verstreken. Maar ik hoor niets, geen stemmen.
Een ding is anders: er loopt een rivier
op de plek van het strakke gazon,
en aan de overkant niet de bloemen
maar geel zand en dichte wildernis
die wacht op mij. Er hangt een touw.
Ik grijp en slinger over het water
naar de oever. Land op blote voeten.
Ik kijk om maar het blijft stil. Niemand
volgt mij. Ik loop door, nieuwsgierig
naar het land dat wacht achter de bocht.

zondag 4 januari 2015

Filmbespreking: V for Vendetta

Toen ik gisteren mijn op een na jongste broer aan de lijn had, vertelde die me over iets dat hij in het nieuws had gelezen. Hij zei eerst dat hij had gelezen dat er in de wet zou worden opgenomen dat kinderen voor hun ouders op leeftijd zouden moeten zorgen. En daarvan vroegen we ons al of of kinderen dat wel met zoveel enthousiasme zouden doen als het niet vrijwillig was. Maar helemaal raar was dat omdat laatst weer iemand was aangetroffen die drie jaar dood in zijn huis had gelegen, er een regel zou komen dat buurtbewoners minstens een keer per jaar bij elkaar op bezoek zouden moeten. Maar verplichtingen werken vriendschap en echte relatie heus niet in de hand, en zijn dus geen oplossing tegen eenzaamheid. Als ik verplicht bij mijn buren op de koffie zou moeten, zouden het nooit vrienden van me worden. Toch denken we dat wetten overal het antwoord op zijn. Ikzelf was enkele weken geleden al van streek door het nieuws van de positieflijsten voor huisdieren. De positieflijst voor zoogdieren was namelijk aangenomen, en er zouden ook lijsten komen voor vogels, en reptielen. En waarschijnlijk ook voor amfibieen en vissen. Een lijst die precies zou aangeven welke soorten ik als aquariumliefhebber zou mogen houden. De hobby zou erdoor veel van zijn glans verliezen. Het zou net zo zijn alsof er een lijst zou komen met de honderd boeken die een mens zou mogen lezen. En ook hier: het probleem, namelijk dat sommige mensen niet respectvol met huisdieren omgaan, wordt door de regels niet opgelost. Het enige wat er gebeurt is dat de vrijheid wordt ingeperkt.
Verder las ik gisteren een essay via SF-site io9, dat uiteenzette hoe kort de gelijke rechten van vrouwen in onze samenleving nog maar gelden. Rond het begin van de vorige eeuw hadden vrouwen nog niet eens stemrecht! Het was tot kort geleden gebruikelijk dat vrouwen hun baan opzegden als ze trouwden. En nu zien we de gelijke rechten als vanzelfsprekend. Maar een blik op de geschiedenis leerde, volgens het essay, dat vrouwen hun rechten ook makkelijk weer konden kwijtraken. De toekomst zag er dus voor vrouwen helemaal niet zo rooskleurig uit. Een beangstigend visioen. En voor andere groepen is de situatie nog schrijnender. Er zijn groepen die nog veel korter een gelijkwaardige positie hebben in de samenleving, of nog niet eens zo ver zijn. Zoals bijvoorbeeld mensen met een homoseksuele geaardheid. Het is nog niet zo lang dat zij met elkaar mogen trouwen. En er zijn nog steeds plekken (sommige scholen) waar ze niet worden aangenomen. In de samenleving zien we ook nog steeds uitingen van homofobie. En voor andere geaardheden of transgenders is de mate van uitsluiting nog groter. Mensen die zich als aseksueel identificeren worden bijvoorbeeld nog steeds als ‘minder menselijk’ gezien, blijkt uit onderzoek. En hoe zit het met geloofsminderheden, zoals moslims? Wilders verwoordt helaas het onderbuikgevoel van heel wat Nederlanders. Al deze mensen, kunnen niet als vrouwen, hun rechten zo weer kwijt raken (of nooit verkrijgen). Hoe makkelijk dat gaat, hebben we in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw al gezien in Duitsland. Het enige wat nodig is, is een situatie van onvrede en angst, en een leider die belooft daar een antwoord op te geven. En aangezien we wezens zijn die ons zelfbehoud op de eerste plek hebben staan, ruilen we dan onze verworven vrijheden (en die van onze medemens) graag om voor bestaanszekerheid.
Aan deze dingen moest ik denken bij het kijken van de film V for Vendetta op nieuwjaarsdag, onze traditionele ‘badjasdag’. Deze vrij grimmige SF-film schetst een totalitaire samenleving in Engeland, die is ontstaan na een aanslag met een kunstmatig virus, waarbij 100.000 mensen zijn omgekomen. De partij ‘Norsefire’ kwam toen aan de macht, en begon met het systematisch oppakken en doden van moslims, andersgeaarden, en minder aangepasten. Ook kunst en boeken die niet ‘door de beugel konden’ werden verboden. En de vertegenwoordigers van het bewind roepen steeds uit dat het volk hen nodig heeft. De mensen die zich tot deze partij keerden omdat ze bang en onzeker waren, worden nu door de regering bang en onzeker gehouden. Retoriek wordt over hen uitgespoeld via de media, met beelden van een burgeroorlog in de Verenigde Staten. En via de kerk: want als God aan de kant staat van de regering, wie durft dan tegen te zijn? Instituten zoals de kerk gebruiken -zo betoogt de film- deze technieken van angst en onzekerheid zaaien toch al eeuwen lang om mensen klein te houden.

In dit door angst verteerde land verschijnt een vrijheidsstrijder die praat in allitererende volzinnen, en zich tooit met een Guy Fawkes-masker. Als een combinatie van Zorro en de graaf van Montecristo zet hij zich vanuit zijn ondergrondse uitvalsbasis in om de regering omver te werpen. Deze man, alleen bekend als ‘codenaam V’ meent dat het niet de mensen zijn die bang zouden moeten zijn voor hun regering. Het is de regering die bang moet zijn voor haar mensen. Want de regering heeft niet de vrijheid van de mensen afgenomen, het zijn de mensen die hun vrijheid hebben afgestaan. En het zijn dezelfde mensen die hun vrijheid weer kunnen nemen. Ze kunnen het mandaat dat ze (zij het stilzwijgend) hebben verleend aan hun regering, uit angst voor hun eigen veiligheid, weer intrekken. Als de hele bevolking dat doet, heeft de regering geen been meer om op te staan, en moet wel vertrekken. Als alle Duitsers in de tweede wereldoorlog hadden geweigerd nog naar Hitler of de SS te luisteren, was de Nazi-regering niet zo’n lang leven beschoren geweest. Ja, er zouden doden bij zijn gevallen. Misschien wel duizenden, of tienduizenden, voor de machtswisseling werkelijkheid zou zijn geworden. Maar dat zou hebben opgewogen tegen de miljoenen doden die nu zijn gevallen, met hun impliciete goedkeuring. Daarom dat het zo steekt dat er Duitsers na de oorlog zeiden: ‘Wir haben es nicht gewusst’. Het klinkt te makkelijk.
En is het zo onwaarschijnlijk? In Denemarken besloot de koning (en met hem het volk) om een Davidsster te gaan dragen, en zo werden de Deense Joden beschermd. Dit vraagt echter wel moed. De moed om je vrijheid te claimen, de vrijheid die jouw deel is als mens, ook als je daarmee het doelwit wordt van de regering, op dat moment je vijand. Het vereist de moed om jouw waarde als individu, en de waarde van je medemens, hoezeer hij ook van je verschilt, als individu, belangrijker te vinden dan je leven. Om niet te zwijgen als een zigeuner, een homo of een Jood - net zozeer een mens als jij - wordt afgevoerd, maar je eigen leven voor ze in de waagschaal te stellen. Anders gezegd: het vereist liefde. Dit is ware liefde: je medemens, in al zijn uniciteit, te zien als respect waardig, waard om voor te strijden. Waard om je eigen leven en vrijheid voor op te offeren. Liefde die makkelijk is, is niet anders dan affectie. Die voelen we vooral voor mensen die op ons lijken en die tot onze groep behoren. Maar werkelijke liefde, opofferende liefde, komt ons niet aanwaaien, die vraagt moed. En die liefde brengt vrijheid voort. Niet alleen vrijheid voor degene voor wie je je opoffert, maar -interessant genoeg- ook en misschien wel vooral vrijheid voor jezelf. Want, de bijbel zegt het al dat wij allen ‘uit angst voor de dood ons hele leven aan slavernij onderworpen’ zijn (Hebreeen 2:15). Onze angst is een valstrik. We zijn pas echt vrij als we niet door angst worden gedreven (angst om onszelf), maar door liefde (voor waarheid, voor schoonheid, voor andere mensen, dus: voor iets buiten onszelf). Volmaakte liefde sluit angst uit, aldus 1 Johannes 4:18. Als we iets hebben gevonden dat het waard is om voor te sterven, zijn we dus vrij om te kunnen leven. Niet voor niets was Jezus de meest vrije persoon op Aarde. ‘Niemand neemt mijn even, ik geef het zelf Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen’ (Johannes 10:18). Hoe komt hij zo vrij? Omdat hij de goede herder is, die van zijn schapen houdt. ’Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen’ (vers 11). Een huurling (die het alleen om de winst gaat, dus zijn eigen belang) laat de schapen in de steek en vlucht zodra hij een wolf ziet.
Voor ons geldt hetzelfde. Vrijheid komt tot stand door liefde. Dwang kan het niet tot stand brengen, en intellectuele argumenten evenmin. Het kan alleen gebeuren door liefde. ‘Wij hebben lief , omdat God ons het eerst heeft liefgehad’ (1 Johannes 4:19).

Deze film illustreert dat principe in het karakter van Evey, een meisje die in contact komt met vrijheidsstrijder V. Evey heeft jaren in angst geleefd. Voortdurend. Ze wilde dat het niet zo was, maar het is de realiteit. Ze durft dan ook niet mee te strijden met V voor de vrijheid van Engeland. Maar waar ze zo bang voor was, gebeurt toch. Ze wordt gevangengenomen door de regering en gemarteld, zodat ze zal vertellen wat ze weet over V. In haar kale cel vindt Evey een briefje, achtergelaten door een eerder slachtoffer van het regime: actrice Valerie, die verliefd werd op een andere actrice. Ze had al afwijzing ervaren van haar ouders, toen ze uit de kast wilde komen, en vervolgens wordt ze opgepakt door troepen van de regering. In de gevangenis wordt ze gebruikt voor verschrikkelijke experimenten. Toch verliest ze haar liefde niet. Op haar laatste velletje papier, het laatste dat ze achterlaat voor ze overlijdt, schrijft ze: ‘But what I hope most of all is that you understand what I mean when I tell you that, even though I do not know you, and even though I may never meet you, laugh with you, cry with you, or kiss you, I love you. With all my heart, I love you.’ Deze woorden drinkt Evey in, en als het ultieme moment daar is en ze voor de keuze wordt gesteld: V verraden of voor het vuurpeloton (mooi allitererend niet?), kies ze voor de dood. Ze is namelijk niet meer bang. V zegt het zo: ‘They put you in a cell and took everything they could take except your life. And you believed that was all there was, didn't you? The only thing you had left was your life, but it wasn't, was it? You found something else. In that cell you found something that mattered more to you than life. It was when they threatened to kill you unless you gave them what they wanted... you told them you'd rather die. You faced your death, Evey. You were calm. You were still.’ Het is wat Jezus heeft gezegd: ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden’ (Matteus 16:25, en vele andere plaatsen). Omdat ze bereid was haar leven te verliezen omwille van van V, is ze niet meer bang. En nu kan ze de wereld aan. Als in een wonder kan ze de cel verlaten. Ze treedt naar buiten en tilt haar handen op in de regen. En ze herhaalt de woorden uit het briefde van Valerie uit haar cel: ‘God is in the rain’. Evey heeft zich overgegeven aan de liefde, en daarmee aan de Liefde met hoofdletter ‘L’, en dat maakt haar vrij.
Wat Evey doorstond in de cel leek op wat V jaren eerder zelf doormaakte. Want ook hij was gevangen. En ook hij las eigenlijk hetzelfde briefje, met dezelfde boodschap. En ook hij kwam vrij. De scene waarin zijn ontsnapping getoond wordt, valt samen met de ontsnapping van Evey. En waar zij haar handen opsteekt en de regen ontvangt (een shot toont haar van bovenaf, als het ware uit het perspectief van God) en zich daaraan overgeeft, staat V midden in de vlammen, wordt hij door vuur verteert, en slaat hij een angstaanjagende kreet uit. En het blijkt dat V helemaal niet wordt gedreven door liefde. Zijn inspanningen om Engeland te bevrijden, zelfs om kunstschatten te bewaren, komen niet voort uit liefde voor de werkelijkheid buiten hemzelf, maar uit het verlangen de machthebbers te treffen, hen te straffen voor wat ze hem hebben aangedaan. Hij wil hen lik op stuk geven, want alleen dat zou volgens hem rechtvaardigheid zijn. Hij wordt gedreven door haat. ‘What was done to me was monstrous’, verklaart hij. Maar Evey heeft door wat er gebeurd is: ‘And they created a monster.’
Waar Evey in staat blijkt degenen die haar gevangen namen te vergeven, of althans, hen niet te haten, heeft V zijn verleden nooit achter zich gelaten. Hij wordt erdoor gedreven. Hij is niet vrij. Het lukt Evey haar kwellers met compassie in de ogen te kijken, V lijkt ervan te genieten ze te zien lijden. En dat maakt hem eigenlijk niet echt geschikt om een rol te spelen als bevrijder van Engeland.
En uiteindelijk ziet V dat zelf ook in. Hij geeft het toe aan Evey dat hij fout zat. En hij geeft zelf zijn campagne tegen de ‘Norsefire’-regering op. Hij is niet vrij om de goede beslissing te maken, zijn haat maakt hem blind voor wat goed en liefdevol is. Daarom laat hij de keuze over aan iemand anders. Aan iemand die wel de liefde kent. Die niet onvrij is door haat, maar die ergens zo om geeft dat ze zichzelf daarvoor over heeft. Het lijkt mij dat op dat moment duidelijk komt waarom Evey een naam heeft die zo op ‘Eva’ lijkt. In haar vrijheid (tot stand gekomen door liefde, door de dood heen), is ze in zichzelf een nieuw begin. Met haar begint een nieuwe werkelijkheid. Het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden. De film eindigt dan ook met haar, en een ander, mannelijk karakter, samen afscheid nemend van de oude, door haat gedreven werkelijkheid, en kijkend naar een nieuw begin.
In de menigte mensen die wordt getoond aan het slot, zien we ook de karakters tegen die eerder in de film om het leven waren gekomen, onder andere Valerie. Voor mij een krachtig beeld van de nieuwe werkelijkheid die komt, die tot stand is gekomen door de opoffering van Jezus, gedreven door liefde. Liefde zorgt dat de dood nieuw leven voortbrengt. Een werkelijkheid waarin gerechtigheid heerst. Waarin iedereen vrij is. Jezus is een mens geworden zoals wij ‘ om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren va hun levenslange angst voor de dood’ (Hebreeen 3:14,15).
Er valt over deze film nog veel meer te zeggen. Bijvoorbeeld over het karakter van inspecteur Finch, die deel is van het partijsysteem, maar voor wie het nog belangrijker is de waarheid te kennen. Hij illustreert een ander, belangrijk principe, namelijk wat de bijbel ook zegt: ‘De waarheid zal u vrijmaken’ (Johannes 8:32). Wie liefde heeft voor de waarheid, boven de leugen, is op reis naar de vrijheid. En ook dat leidt tot een nieuw begin.

V for Vendetta is een van mijn favoriete films. Dat zal niemand verrassen wie weet dat ik een boek heb geschreven met als titel: Indrukwekkende Vrijheid (warm aanbevolen, overigens). Het verhaal zit sterk in elkaar, met heel goede dialogen en een reeks fantastische acteurs. Vooral de prestatie van Hugo Weaving als de titelheld is prijzenswaardig, aangezien hij nooit zijn gezicht kan gebruiken. Ook was het leuk een acteur uit de serie Sherlock te herkennen. Er zit wat behoorlijk heftig geweld in de film, wat een sterke maag geen overbodige luxe maakt. Nog moeilijker kan voor sommige kijkers het gedrag van ‘V’ zijn, die wel heel drastische methoden gebruikt om anderen vrij te maken. De in de film geschetste wereld lijkt niet heel waarschijnlijk - in het Thatcher-tijdperk waarin de oorspronkelijke strip werd getekend was het misschien anders, maar zoals ik in het begin van dit stuk al zei: vrijheid is een fragiel ding. Voor je het weet is het van je afgenomen. En dan hebben we liefde nodig die moed vraagt. We kunnen er maar beter nu al mee beginnen daarmee te oefenen.
Voor wie erin geïnteresseerd is ten slotte: op mijn eerste blog, Tol Eressea, schreef ik al eerder een bespreking van deze film. Daarin haal ik best vaak G.K. Chesterton aan en zijn mijn gedachten over vrijheid die ik in Indrukwekkende Vrijheid uiteenzette al in embryonale vorm te lezen. Maar vooral illustreert deze bespreking hoeveel ik in mijn inzichten, vooral ten aanzien van mensen met een andere geaardheid dan ik, ben veranderd. Mijn overtuiging van toen was niet bepaald liefdevol Ik zou daarom nooit dezelfde dingen meer schrijven. Houd dat in gedachten als je deze link toch wilt volgen.

zaterdag 30 augustus 2014

Gedicht: Stilte

Stilte

De zee is vlak, ik wacht
op de wind. Gespannen.
Mijn knie rust op de plank.
Hand omklemt touw, ziet wit.
Ik wil op weg, iets doen,
maar kan niets dan blijven
waar ik ben. Oplettend,
klaar voor wat komen gaat.
Maar gelijk geduldig,
oog voor de blauwe lucht,
een vis die voorbij schiet
onder mij. Koele spetters.
Genieten van de rust.
Gedwongen. Zoals straks
ik weer word meegevoerd
door het zeil. Getrokken
naar het onbekende
voorbij de horizon.

zondag 27 juli 2014

Gedicht: Een droom (2)

Een droom (2)

Een dorp bovenin de pas,
grijze sneeuw onder muren,
de lucht kil ondanks de zon.
Een familietrip, ik zie
mijn broers, vader, mijn moeder,
alles strak georganiseerd.
Toch blijf ik bang, ik mag niet
doen wat ik zelf wil. Falen.

Een fiets. De weg in slingers,
steil, tot onderin het dal.
Ik ben hiervoor gewaarschuwd.
Wat als ik val? Botten breek?
Ik ben zwak, zegt ze, dus kies
voor veiligheid en neem
geen onnodig risico.
Toch lokt het asfalt. Vrijheid.

Ik heb dit nog nooit gedaan,
klim op een wankel zadel.
Zet af. Wind in mijn haren.
Het gaat snel. Remmen piepen.
Hart in de keel, maar ik blijf
overeind. Laat mijn familie
ver achter mij. Ik kan meer
dan ik verwachtte. Leven.

dinsdag 24 juni 2014

Gedicht: Blinddoek

Werkelijkheid

Ik leefde in een wereld zwart,
hoorde niets, zelfs geen gefluister.
Mijn dikke vingers gleden van
elk voorwerp af. Ik was alleen,
overgeleverd aan mijzelf.

Ik wist van kleuren, van muziek,
uit mijn kindertijd, herinnerde
zacht fluweel dat ik beroerde,
een blije lach. Dat was voorbij.
Ik had verleiding weggedaan.

Ik moest werken, betalen voor
elke adem, de voedselbrij,
mocht al blij zijn dat ik leefde,
verder niet klagen, gehoorzaam
doen waarvoor ik was aangeschaft.

Tot op een dag handen streken
over mijn gezicht. De blinddoek
werd verwijderd. Uit mijn oren
vielen dikke proppen. Handschoen
werd door tere huid vervangen.

Overweldigend. De waarheid
bood zich aan mijn zintuigen aan,
vulde leegtes die ik niet kende.
Wat was de prijs? Ik kreeg
geen antwoord dan een brede lach.

maandag 26 mei 2014

Het sacrament en de omheining (1): de beperking van de 'bounded set'

Ik heb de afgelopen week een nieuwe manier gevonden om het verschil tussen een transactionele visie op het geloof en een sacramentele visie te beschrijven. Een manier die in elk geval voor mij nog helderder maakt hoe belangrijk het is dit onderscheid te maken. En hoe radicaal de gevolgen zijn als je van een transactionele beleving overstapt op een sacramentele. Daarom dat ik er na meerdere series toch nog een keer op mijn blog op terugkom.

Het begon allemaal met de vraag die ik kreeg, om naar aanleiding van een tweet van mij op de blog van iemand anders te reageren. Zo gaat het op de sociale media. In het betreffende blogbericht (voor mijn reacties zie onderaan) gaf de auteur aan zich niet meer christen te willen noemen, in verband met alle negatieve associaties die met deze naam verbonden blijken. Het lijkt erop alsof de georganiseerde religie al het goede uit de boodschap van Jezus onzichtbaar heeft gemaakt, en datgene wat kwaad was in de menselijke natuur een excuus heeft gegeven om zich nog duidelijker te tonen. Daarom noemde deze blogger zichzelf liever ‘volgeling van Jezus’. In elk geval tot deze naam ook door associaties zou zijn vergiftigd. Ik had heel veel sympathie voor zijn standpunt. Maar ik wil het graag nog een stap verder doorvoeren.
Want waarom zou ik überhaupt mezelf een ‘label’ willen toekennen? Waarom zou ik mijn identiteit ontlenen aan het woord ‘christen’? Ik heb hier al eerder over geschreven in de beginjaren van deze blog, toen schrijfster Anne Rice een paar jaar na haar bekering tot het katholicisme weer afstand deed van de naam ‘christen’. Ze bleef wel in Jezus geloven, maar kon wat ze de kerk zag doen niet met hem associëren. Ik betoogde toen ook al dat we door het onderverdelen van de wereld in ‘christelijk’ en ‘niet christelijk’ onszelf afscheiden van veel wat goed is, en onze ogen sluiten voor iets wat eigenlijk slecht is. Want we consumeren gedachteloos het flauwe, onrealistische verhaal alleen omdat marketeers ‘christelijk’ op de verpakking hebben gezet - terwijl we bang zijn voor creatieve, kunstige verhalen, muziek en kunstwerken, alleen omdat de makers geen ‘christen’ zijn. Terwijl deze vaak meer waarheid, schoonheid en liefde bevatten dan de clichématige productie van christenen. Net zo moeten we de mensen die zich ‘christen’ noemen in onze armen sluiten als onze broeders en zusters. Zelfs als ze anderen belasteren, anderen veroordelen, anderen buiten sluiten. Want ze geloven immers, en ze zullen het dus wel goed bedoelen. En de mensen buiten de groep ‘christenen’ zien we heel snel vooral als bekeringsobjecten, als projecten, of als ‘zondaar’ en niet als unieke, waardevolle individuen die onze liefde waard zijn. We geloven zelfs niet dat God van hen houdt zoals ze zijn. Ze moeten eerst ‘christen’ worden om er echt helemaal bij te horen. Dat is waar we ‘labels’ voor gebruiken, om makkelijk te kunnen oordelen over iets dat helemaal niet makkelijk is.
Dit is natuurlijk een automatisme voor ons, mensen, iets dat bij ons hoort sinds we aten van de boom van de ‘kennis van goed en kwaad’. Volgens Greg Boyd, in navolging van Bonhoeffer, staat het eten van deze boom voor het zich toe-eigenen van het oordeel - van het zelf willen indelen van mensen in ‘goed’ of ‘kwaad’. Van het aanbrengen van scheiding. We doen het voortdurend, elke dag, elk moment van ons leven. Dat wil echter niet zeggen dat het goed is. Voor de ander of voor ons. Niet voor niets horen we in de bijbel pas nadat dit heeft plaatsgevonden, over een ‘grens’ tussen het paradijs en de wereld daarbuiten en wordt de mens daarover getransporteerd, naar ‘buiten’, in plaats van ‘binnen’.

Deze manier van denken heet ook wel een ‘bounded set’. Volgens een van de beschrijvingen op internet is ‘a bounded set ... where we create a boundary, a theological border, and separate those who are inside the fence from those who are out. It is an ‘us’ versus ‘them’ mentality, where everyone on the inside is accepted, loved, and welcomed, while those outside the fence are kept away until they can change their beliefs and behaviors to fit the entry requirements.’ Als je het zou moeten uittekenen, zou je een vierkant op het papier zetten, met daarbinnen de zwarte stippen, en daar buiten de rode stippen. Het onderscheid tussen de zwarte en de rode stippen is heel duidelijk, en wordt bepaald door de vraag aan welke kant van de lijn ze zich bevinden. Een andere metafoor om dat duidelijk te maken is de manier waarop wij tegenwoordig schapen houden, namelijk op een weiland. Kijk maar eens naar buiten als je met de trein rijdt. Je ziet een aantal schapen op een stukje land, afgescheiden door sloten of hekken. Welke schapen horen bij de kudde wordt aangegeven door het terrein waar ze zich op bevinden. Schapen buiten het terrein, aan de andere kant van de sloot, horen niet bij de groep. De schapen aan de juiste kant van de sloot wel. En de scheiding is natuurlijk zo gemaakt dat een schaap die niet kan overbruggen, of hij zou wel heel ver moeten kunnen springen.
Degene op wie ik reageerde onder het betreffende blogbericht zag in mijn opinie het christendom, de groep die zich ‘christen’ noemt, als een ‘bounded set’. Namelijk, zodra mensen de juiste leerstellingen geloven horen ze tot de groep en zijn ze automatisch mijn ‘broeders en zusters’, tegen wie ik me niet meer mag afzetten. Ze bevinden zich binnen de lijnen. Als iemand het zondaarsgebed bidt, komt hij er vanzelf bij. En als mensen zich buiten de lijnen bevinden, zijn ze anders dan ik, en moet ik me van hen afscheiden. Ik moet de groep waar ik toe hoor (de ‘christenen’) tegen hen verdedigen.
Ik herken hierin de manier van denken die ik in eerdere blogberichten aangaf als ‘transactioneel’. In het transactionele denken vond er op het moment van Jezus’ dood en opstanding een transactie plaats. Doordat Jezus iets deed bewerkte hij een verandering in Gods houding ten opzichte van ons. God was eerst toornig ten opzichte van ons, en kon ons niet in zijn aanwezigheid accepteren, en nu opeens is zijn boosheid verdwenen, en houdt hij van ons. Of Jezus’ offer bewerkte een verandering in ons, maakte ons van gore zondaars in brave lieden, die God in zijn aanwezigheid kon tolereren. Hoe het ook zij in dit scenario kan Gods liefde niet onvoorwaardelijk zijn. Hij kan niet gewoon van mensen houden. Er moet altijd iets veranderen. In navolging hiervan wordt het geloof van mensen ook ‘transactioneel’. De daad van het geloven, het accepteren van bepaalde leerstellingen, de mentale truc waarmee we onszelf ervan overtuigen dat we ergens zeker van zijn, bewerkt volgens ons een transactie. Daardoor gaan we de grens over, zodat het offer van Jezus op ons van toepassing wordt, en we behoren tot de groep mensen van wie God houdt. Of we doen goede werken, geven onze tienden, bekeren anderen, en zorgen er daarmee voor dat God blij met ons is, en ons goede gaven gaat geven. En ondertussen kunnen we onszelf beter vinden dan de mensen die deze transactie niet hebben uitgevoerd. We vereisen ook van andere mensen een transactie. Vriendschappen worden functioneel. We moeten er namelijk wel iets aan hebben. We worden economisch. Voor wat hoort wat.

Als ik de bijbel goed lees, is daarin echter minder sprake van een ‘bounded set’ dan sommige mensen denken. Zelfs in het oude testament, voordat Jezus’ dood en opstanding de inclusie van de hele wereld in de liefde van God zichtbaar maakten, waarschuwen de profeten de Israëlieten ervoor geen valse zekerheid te ontlenen aan het feit dat ze (letterlijk) ‘binnen de grenzen’ leven. Ze hadden de neiging daar hun identiteit aan te ontlenen, en koningen te willen, en oorlog te willen voeren, maar volgens de profeten ging het om gehoorzaamheid, het zorgen voor armen en vreemdelingen (hen opnemen in de eigen omgeving), om gerechtigheid. God was namelijk niet alleen de God van Israel, maar de God van alle mensen. Daarom bekommerde God zich over Naaman die melaats was, hoewel hij geen Israëliet was, en om de stad Nineve in Jona, hoewel dat volk de vijand was van Israël. Jezus en Paulus zeggen dat de wet en profeten zijn samen te vatten als ‘heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf’. En Paulus ontmantelt in Romeinen het idee dat de Joden ‘beter’ zijn - negatief geformuleerd: ze maken dezelfde fouten. Positief is zijn bewering dat mensen die de wet houden, zonder de wet te kennen, er juist wel bijhoren - de wet staat in hun hart geschreven.
Jezus zelf lijkt zich ook niet echt om grenzen druk te maken. Hij geneest de zoon van de Syro-fenecische vrouw, de knecht van de Romeinse centurion en ga zo maar door. De Samaritaanse vrouw bij de put maakt hij duidelijk dat het niet gaat om de plek waar je aanbidt, maar of je aanbidt in geest en waarheid. De discipelen zijn degenen die vasthouden aan een ‘bounded set’, die vuur willen laten neerdalen op dorpen, en die mensen willen tegenhouden die rondtrekken en in Jezus’ naam wonderen doen. Maar Jezus zegt dan: ‘Wie niet tegen mij is, is voor mij’ (lukas 9:50). Jezus zegt dat hij iedereen tot zich zal trekken als hij aan het kruis verhoogd is. Hij zegt dat hij nog andere schapen heeft, die niet van deze kudde zijn. Zijn schapen zijn degenen die zijn stem horen en hem volgen. Niet degenen die binnen de grens van een instituut of geloofsbelijdenis blijven. Jezus gaat om met tollenaars (die buiten de grens vielen omdat ze heulden met de bezetter), met melaatsen (die buiten de grens vielen vanwege hun rituele onreinheid), met prostituees en dronkaards, met allen die met hem wilden omgaan. De Farizeeën waren degenen die vasthielden aan grenzen om anderen te beoordelen en tegen hen is Jezus wel heel erg kritisch. Hij wijst hen terecht dat ze anderen tegenhouden als ze het koninkrijk van God willen binnengaan, en zelf er ook niet in willen binnenkomen. Ze zullen erover verbaasd staan wie hen allemaal zal voorgaan, allemaal mensen die buiten de door hem gedefinieerde grenzen vielen. Jezus gooit het net veel wijder (blijkt ook uit zijn gelijkenissen). Hij zegt dat God de hele wereld liefheeft. En dat hij als het lam van God de zonden van de wereld wegneemt. Niet alleen van de christenen. En Paulus zegt ook dat allen hebben gezondigd en dat allen om niet worden gerechtvaardigd. Het kruis van Christus en het lege graf zijn hiervan de sacramenten. Ze vormen het zichtbare teken van een onzichtbare realiteit, namelijk de onvoorwaardelijke vergeving en aanvaarding van ieder mens. Er is dus geen grens. Iedereen hoort erbij, wat God betreft.
Dit noemde ik in eerdere berichten een ‘sacramentele visie’, de visie dat Jezus’ werk zichtbaar maakt wat altijd en voor eeuwig al realiteit is en dat diezelfde realiteit zichtbaar wordt in ons en onze levens. Dat wij dus geen transactie hoeven teweegbrengen, maar dat we gaan leven uit wat altijd al waar was over ons.

Wordt vervolgd ...

vrijdag 23 mei 2014

Filmbespreking: The Wind Rises

Mijn favoriete regisseur is Hayao Miyazaki. Met Steven Spielberg op een goede tweede plaats. Maar niet in de buurt van de top, wat mij betreft. Spielberg heeft namelijk wel eens films gemaakt die mij persoonlijk niet veel zeggen, maar Miyazaki is elke keer raak. Elke film van hem overweldigt mij met prachtige beelden van wolken, vliegreizen, mythologische figuren en dromen, met idealistische karakters en sterke heldinnen, met verhalen met symbolische diepgang en bewogenheid om de wereld en om onze medemensen. Er zit geen misser tussen. In zijn thuisland Japan wordt hij ook terecht geroemd. Bij ons is het helaas nog geen evenement als er een nieuwe film van hem uitkomt. Vooral omdat hij animatiefilms maakt, en in het westen heerst nog steeds het vooroordeel dat animatiefilms voor kinderen zijn. Ja, Pixar maakt films die ook voor volwassenen leuk en interessant zijn, maar een volwassen film gemaakt met behulp van tekeningen? Die maken we niet op grote schaal. Onze vooroordelen houden ons tegen, terwijl animatie niet een genre is (zoals we in het westen denken), maar een medium. Een medium waarmee je verhalen kunt vertellen die in andere media onmogelijk te brengen zijn. In Japan voelen verhalenvertellers zich in dit opzicht gelukkig niet beperkt. En ik hoop dat er bij ons ook artiesten opstaan die zich het medium toe-eigenen.
Miyazaki zal helaas niet meer een doorbraak krijgen in Nederland, aangezien The Wind Rises naar zijn eigen zeggen zijn laatste film was. Hij gaat met pensioen. Nu heeft hij het al eerder aangekondigd (al rond de briljante film Princess Mononoke) en deden er geruchten de ronde over een vervolg op Porco Rosso (een film waaraan in deze film trouwens mooi gerefereerd wordt), dus ik weet niet hoe serieus zijn aankondiging is. Hij is een kunstenaar, en is zelfs al weer bezig een stripverhaal te tekenen, dus het is niet uitgesloten dat de inspiratie nog eens toeslaat. Aan de andere kant wordt hij inderdaad al ouder. En is deze film een passende afsluiting van zijn carrière. Het is een voor zijn doen erg originele film. Zijn eerste biografie en dus zijn eerste historische film. Realistisch, op een paar dromen na, en geen fantasywezens in zicht. Volwassen hoofdpersonen met volwassen dilemma’s. Het werk van een creatieveling die zich voortdurend blijft vernieuwen. Aan de andere kant is het duidelijk een terugblik van een kunstenaar op zijn carrière, door de ogen van een andere schepper, en de offers die hij daarvoor heeft moeten brengen. Was het allemaal de moeite waard? Heeft hij er het beste van gemaakt? En een recapitulatie van zijn belangrijke thema’s: wolkenluchten, vliegtuigen, het menselijke barbarisme, onze onmacht tegenover de natuur. Dit was waar het hem al die tijd om te doen was.

Hij heeft er ook nog eens een controversieel thema voor gekozen, want deze biografische film vertelt het verhaal van Jiroh Horikoshi, de ontwerper van de Zero. Het gevechtsvliegtuig dat in de tweede wereldoorlog dood en verderf zaaide en dat lang niet door de Amerikaanse luchtmacht geëvenaard kon worden. Jiroh was het echter niet te doen om een oorlogswapen te maken. Hij verlangde er als jongetje al naar te vliegen. Hij las ten tijde van de eerste wereldoorlog tijdschriften over de luchtvaart, en ontmoette in zijn dromen de Italiaanse vliegtuigbouwer Caproni. Maar hij was bijziend, en met een bril op kon hij nooit piloot worden. Zijn alternatief was vliegtuigontwerper te worden. Zoals veel industrieën werd ook de vliegtuigindustrie in Japan door het leger gefinancierd en aangestuurd. Japan maakte nog vliegtuigen van hout en niet van metaal en liep daardoor decennia achter op de concurrentie. Jiroh wordt met collega’s naar Duitsland gestuurd om bij Junkers te kijken, en krijgt dan de opdracht een jager te maken. Een paar van zijn ontwerpen falen, en langzaam begint hij het geloof in zijn eigen kunnen te verliezen. Dan ontmoet hij in een hotel het meisje Nahoko. Jaren eerder had hij haar al eens gezien, toen hij na de aardbeving van Tokyo hielp bij reddingswerkzaamheden. Nu bloeit er een romance op. Nahoko heeft echter een ziekte opgelopen, die in de tijd voor antibiotica werden uitgevonden, maar moeilijk te behandelen was. En de geheime politie begint ondertussen ook interesse te krijgen in Jiroh, omdat hij niet gelooft in Japans suprematie. Als Japan de oorlog aangaat, zal het land branden, net als het deed na de aardbeving ... Die visie weerhoudt hem er echter niet van het idee te gaan uitwerken dat hem nu in de greep begint te krijgen.

Dit is een prachtige film! Miyazaki is alleen maar beter geworden in het tekenen van wolkenluchten en zonsondergangen, maar ook in het waarnemen van druppels die op bladeren van weegbree vallen, of hoe bladzijdes worden omgeslagen in een boek. Zijn tekeningen dwingen je om zelf ook op deze details te letten en er de schoonheid van in te zien. De schoonheid van een visgraat, die Jiroh brengt tot zijn grootste idee. Maar de film is niet alleen visueel mooi. In Jiroh heeft Miyazaki een sympathieke hoofdpersoon geschapen, gedreven, vriendelijk, menselijk. Het was een plezier hem te volgen, en ik was geraakt door zijn relatie met Nahoko. Heel ontroerend. En mooie muziek. Ik heb de neiging om complimenten aaneen te gaan rijgen. Als je de film nog kunt gaan kijken in de bioscoop, doe het dan! Je zult er geen spijt van krijgen.

Het is ook een film die me aan het denken zette (anders had ik er ook geen filmbespreking over gemaakt), en wel omdat dit het verhaal is van de ontwerper van de Zero. Ik heb zelfs recensies gelezen waarin Miyazaki daarom als een Japans nationalist wordt afgeschilderd, of als iemand die voor de Japanse oorlogsvoering was. Die recensies moeten komen van mensen die geen van zijn eerdere films hebben gezien, want als er iemand pacifist is, is Miyazaki het wel. Waarom dan een film over de ontwerper van een oorlogswapen? Omdat er voor een creatief persoon niet iets dubbelers bestaat. Dit is namelijk wat Miyazaki bij zichzelf ziet. Hij geeft om de natuur, ziet wat wij mensen elkaar aandoen in de naam van geld als iets abominabels, en pleit voor een terugkeer naar waarden als opoffering en liefde. Maar hij werkt in een op geld en prestatie gerichte cultuur, waarin zijn films commerciële producten zijn, die miljoenen kosten en die worden beoordeeld naar de winst die ze maken. Hij moet mensen betalen in zijn bedrijf, en ze ontslaan als ze niet produceren. En blijkens interviews vraagt hij zich af of zijn films wel goed zijn voor kinderen. Hij raadt ouders aan hun kinderen niet meer dan 1 keer per jaar naar elke film te laten kijken, zodat de beelden uit de films niet hun verbeelding te veel vastleggen en ze vrij blijven hun eigen idealen te volgen. Maar welke gevolgen het kijken van animatiefilms ook hebben voor kinderen, hij kan niet stoppen te creëren en de beelden die hij voor ogen ziet in concrete vormen te vertalen. Hij zou zichzelf verliezen en depressief worden. Dus is hij bereid offers te brengen voor zijn creatieve idealen. Hij werkt van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat, en zijn vrouw en zijn gezin lijden daar onder. En daar is hij zich van bewust. Het is dus niet voor niets dat hij ambivalente gevoelens heeft over zijn eigen creativiteit. En niet voor niets dat hij een hoofdpersoon schept die deze ambivalente gevoelens deelt. Al in de eerste scene van de film droomt de hoofdpersoon over de vrijheid en schoonheid van het vliegen. Maar de droom wordt onderbroken door een zeppelin, die bommen werpt, die Jiro’s vliegtuig vernietigen. Al vanaf het begin is de film zich ervan bewust dat wat wij mensen ook dromen, er altijd een duister randje aan zit.
Ikzelf denk hier de laatste weken ook over na. Ik ervaar mijn eigen creativiteit en scheppingsdrang soms ook als iets ambivalents. Ten eerste omdat ik deels mijn eigenwaarde ontleen aan het produceren. Ik denk dat ik pas waardevol ben als ik mijn fantasie omzet in concrete producten, in boeken, in blogberichten. Daarom zet ik mezelf vaak onder druk om een bepaalde productie te halen. Een x aantal boeken per jaar, een blogbericht per week. Maar zodra ik dat doe, en mezelf zulke eisen opleg, is het creëren geen vreugde meer voor me, maar wordt het een plicht, iets dat me stress oplevert. Ten tweede vind ik dat wat ik verzin of schrijf aan bepaalde eisen moet voldoen, en dan niet wat productiviteit betreft, maar moreel. Het moet christelijk zijn. Het moet een boodschap overbrengen. Het mag niet mensen aan het twijfelen brengen. Het moet rein en zuiver zijn. Maar als ik mezelf censureer, en mezelf ga afvragen of wat ik maak niet door mensen verkeerd geïnterpreteerd kan worden, of of het niet op de een of andere manier zondig is, damt dat mijn creativiteit ook in, verdwijnt de vreugde, en lopen mijn dromen weg als water. Maar het gevolg is dat ik depressief ben, en lusteloos, want mijn verbeelding en fantasie, de dromen die ik voor me zie, zijn wat mij in leven houdt. Ik kan er niet mee leven, maar ook niet zonder. Daarom sprak deze film me ook zo aan.
Alles wat een mens maakt, hoe mooi ook, kan namelijk voor kwade doeleinden worden ingezet. Er is in moreel opzicht niets mis met een vliegtuig. Ook niet met een vliegtuig dat een topsnelheid kan halen. Maar zoals alle werken van de mens kan het en zal het worden geperverteerd. Moet een creatieveling dan afzien van de vervulling van zijn dromen? Of mag je er op vertrouwen dat er uit wat je maakt ook schoonheid voorkomt, en dat wat je schept uiteindelijk ook voor anderen iets moois betekent? Of is dat iets wat je mag loslaten, en overgeven, omdat je er geen controle over hebt? Ik las van Stephen King dat hij een van zijn boeken heeft ingetrokken, omdat die ging over een schietpartij over een middelbare school, en een daadwerkelijke schutter aangaf dat boek gelezen te hebben. Maar was dat de fout van Stephen King? Er zijn ook mensen die de bijbel hebben misbruikt om bevolkingsgroepen te onderdrukken, slavernij te rechtvaardigen en kruistochten te houden. Is dat de schuld van de bijbelschrijvers? Is dat de schuld van God?

Volgens diezelfde bijbel laat God de zon schijnen over alle mensen, en doet hij het regenen over goeden en slechten. Hij geeft met gulle hand wat mooi is, wat waar is en wat liefdevol is. En de hoop van de bijbel is dat uiteindelijk deze dingen waardevoller en blijvender blijken te zijn dan de werken van het vlees, dan lelijkheid, leugen en haat. En als dat nu nog niet zo is, als wij zijn geschenken perverteren, blijft hij ons genade op genade schenken. Net zo is het met het werk van Jiro. Hij deed uitvindingen die gewoon goed en waar waren: verzonken klinknagels, een vorm van de vleugels, scharnieren en nieuwe ophangingsmechanismen. Die innovaties hebben de bouw van vliegtuigen vernieuwd. Ook na de oorlog. Ja, de Zero werd gebruikt om Amerikaanse en andere doelwitten aan te vallen. Als deze film het verhaal was van de Zero, zou hij ook volgens de hoofdpersoon, een tragedie zijn: geen van zijn vliegtuigen kwam terug uit de oorlog. Maar dit is het verhaal van het idee, en dat leidde later weer tot snellere, betere vliegtuigen. En al had Japan geen oorlog gevoerd, dan zouden de ideeen van Jiro toch een keer door een ander in jagers zijn toegepast, die net zo dodelijk en schadelijk zouden zijn geweest. Oorlogvoeren zit ons namelijk in het bloed. Als we er alleen knuppels voor kunnen gebruiken, gebruiken we knuppels. Als we jachtvliegtuigen tot onze beschikking hebben, gebruiken we jachtvliegtuigen. Dus zou Jiro dan nog steeds verantwoordelijk zijn geweest? Had hij, uit de angst dat iets van wat hij maakte ooit door iemand slecht kon worden gebruikt, zichzelf maar moeten begraven en zijn passie moeten binnenhouden?.
Ik geloof van niet. Net zoals ik niet geloof dat hij Nahoko links had moeten laten liggen, omdat ze ziek was, omdat ze zou wegkwijnen, omdat ze nog maar kort te leven had. Nahoko zelf lijkt te geloven dat Jiro haar alleen maar tot vrouw wil zolang ze mooi is, maar dat is niet zo. Jiro wist dat ze ziek was. Hij wist dat ze misschien maar heel even samen zouden zijn. Maar hij hield van haar. Dat betekende dat hij voor haar koos, zoals ze was: inclusief haar ziekte en het risico dat ze hem zou ontvallen. Hij genoot van de tijd die hij wel met haar zou hebben. Die was namelijk in zichzelf de moeite waard. Al zou het maar een maand zijn, al zou het maar een week zijn. Dat het tijdig was, en zou eindigen in bloed en ademloosheid, maakte de schoonheid van hun relatie niet minder.
En net zo is het met zijn liefde voor het vliegen en het maken van vliegtuigen. Het is een innerlijke drijfveer, een die hij niet kan ontkennen, en een waarvan hij weet dat ze goed is. Het is een verlangen naar de schoonheid van de schepping, de waarheid van de natuurkunde, en dit samen beleven met anderen. Dit verlangen stuwt hem op. In een van zijn dromen vraagt Caproni Jiro of hij wil leven in een wereld met piramides of zonder piramides. Hijzelf heeft gekozen voor een wereld met piramides. In een erg goede en inzichtsvolle recensie van deze film wordt hieraan deze uitleg gegeven: “The heart of Caproni’s implication is that the horrors required to realize beautiful things- as well as the horrors which result from them- must never be enough for us to do away with beautiful things altogether, as such a concession would mean resigning to the worst of our nature.”
Alles wat we maken is gevaarlijk. Alle keuzes die we maken zijn risicovol. Creativiteit is onvoorspelbaar. Dat geldt ook voor Gods creativiteit: die brengt immers ook aardbevingen, muskieten en supernova’s voort. Wat er gebeurt met onze creativiteit ligt echter buiten onze verantwoordelijkheid, daar gaat God over. Of we veel vrucht dragen of weinig, of er mensen door worden aangesproken of niet. Het is Gods zaak. Het schijnt dat Miyazaki in interviews heeft gezegd dat de moraal van deze film is ingegeven door het bijbelboek Prediker, en dan vooral de tekst: ‘Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat.’ (Prekiker 9:10). Ik snap waarom. Dit citaat past bij het thema van de film: als de wind opsteekt, moet je ervoor kiezen te leven. Je moet durven liefhebben, ook in het aangezicht van de dood. Je moet creatief durven zijn, ook al maak je misschien iets gevaarlijks. Want als je niet leeft, geen keuzes maakt, geen risico’s neemt, weet je een ding zeker: dan gebeurt er helemaal niets. In deze film steekt de wind een paar keer letterlijk op. Dezelfde wind die Jiro en Nahoko elkaar doet waarnemen, laait de brand in Tokyo op. De wind die hen opnieuw bij elkaar brengt, kondigt een regenbui aan. Maar een ding is zeker: als de wind opsteekt, kiest Jiro ervoor te leven, te kiezen, te scheppen. Hij doet wat zijn hand vind om te doen, uit zijn passie en overtuiging van wat goed en menselijk is, en hij draagt bij aan de schoonheid van de wereld, ook als er mensen zijn die zijn schepping misbruiken. Heeft hij de goede keuze gemaakt? Had hij in opstand moeten komen? Moet een ingenieur zich bemoeien met politiek? Misschien. Maar het maakt het niet verkeerd dat hij iets moois maakte.

Ik vond hierin een antwoord voor mijn eigen onrust. Ik hoef niet te produceren om waardevol te zijn, ik hoef niet een bepaald aantal boeken op mijn naam te hebben of elke week een blogbericht te schrijven. Ik ben al waardevol, alleen maar om wie ik ben. En ik hoef ook niet in gewetensnood te verkeren of alles wat ik schrijf en teken en verzin wel ‘door de beugel kan’, of dat het genoeg tot stand brengt. Daar gaat God over. Wat ik mag doen is leven met overgave. Genieten van de schoonheid van de wereld, denken, lezen, praten met mensen. En als de wind opsteekt, en de inspiratie komt, mag ik tekenen, schrijven, praten en leven naar hartelust. Het was een boodschap die ik nodig had.

Nog een erg goede recensie vind je hier!

maandag 3 maart 2014

Gedicht: zolder

Zolder

De ruimte van binnen is wijd,
alsof de ramen open staan.
Het stof is weggeblazen. Licht
dringt in de verste hoeken door
en ik kan eindelijk helder zien:
de dozen, gelabeld, opgestapeld,
schilderijen van vergezichten
over groene weiden, speelgoed
glanzend van herinneringen,
mappen vol gespreksnotities
zonder oordeel. Ik zoek mijn weg
door nieuw terrein, geen moeras
of doornstruik op mijn pad.
Ik bereik het eind, de spiegel,
afgestoft, lokt me dichtbij,
toont mij niet dat wat ik vreesde
maar een vriendelijke man. Ogen
brandend van verlangen en lust
naar avontuur, de mond een lach,
alsof hij toestemming wil geven.
Ik weet genoeg voor nu, neem afscheid
en kijk rond. Ik ben thuisgekomen.

zaterdag 15 februari 2014

Gedicht: Reflectie

Reflectie

Ik zie mijzelf weerkaatst
in glimmend glas. Mijn ziel
verschijnt in blauwe ogen.
Geen bedekking, als in de tuin
voordat het avond werd.
Confronterend werkelijkheid.

Wat ik waarneem moet wel
Slecht zijn. Generaties
lang door dood misvormd.
Slechts waard te verteren in het vuur
van haat dat altijd brandt.
Zo is het mij ingeprent.

Ik mag het niet omarmen
hoe verlokkend het ook oogt
met de schijn van waarde. Ik moet
wat mooi lijkt, lelijk noemen,
verguizen want slechts dan
blijft mij ballingschap gespaard.

Dus vervloek ik mijn gelaat
trek met nagels rode voren
ruk haren uit, besmeur het beeld
tot het op een demon lijkt.
Zonder de pijn te voelen:
die is niet meer dan afgodsdienst.

Dan breekt de spiegel op
in duizend scherven. Ik verdwijn
maar vind mijn zelf weer terug
niet langer op mijn plaats gepind.
De lijst een open raam
dat uitkijkt op de eeuwigheid.

donderdag 26 december 2013

God is niet de kerstman (3 en slot): Cadeaus zijn er om mee te spelen

De laatste weken spreek ik weer vaker met God terwijl ik naar mijn werk loop. Ik heb een hele tijd niet gebeden. Gewoon omdat het verlangen er niet was. En dat verlangen was er niet, omdat ik niet kon geloven dat God werkelijk van me houdt, zoals ik ben. Maar het was ook voor mij goed om afgelopen maand te schrijven over het sacramentele beeld van Jezus’ dood en opstanding, als teken dat God onvoorwaardelijk van me houdt, omdat het zijn natuur is. Het idee dat Hij me eigenlijk zou moeten afwijzen en veroordelen, begint langzaam te slijten. Dus durf ik weer naar Hem te luisteren. Maar terwijl ik met God praatte, en me realiseerde dat Hij van me houdt, kreeg ik het idee dat ik hem nu moest bedanken voor zijn liefde. Ik dacht dat ik hem daarvoor moest aanbidden. Maar terwijl ik bewoordingen daarvoor in mijn gedachten ging formuleren, voelde ik de afstand tussen Hem en  mij groter worden, alsof zijn aanwezigheid verdween. Ik besloot hem te vragen of ik hem moest danken of aanbidden. Het antwoord dat ik kreeg verraste me. Ik hoefde hem niet te danken of te aanbidden, ik hoefde geen gebed uit te spreken als dank voor zijn liefde. Er was niets dat ik voor hem terug moest doen in ruil. Het was voor Hem genoeg om toe te kijken hoe ik genoot van het besef geliefd te zijn. Hij genoot ervan te zien hoe ik leefde als geliefd kind van God. Toen dat tot me doordrong, ervoer ik een diepe rust bij me van binnen.

Maar nu vind ik het alweer moeilijk voor te stellen. Het blijft moeilijk te accepteren dat God ons zomaar zou kunnen liefhebben, gewoon omdat hij ervoor kiest, gratis en voor niets. Kijk maar eens naar het personage Javert uit de musical (en het boek) Les Miserables. Hij heeft Valjean willen gevangennemen, hij heeft hem jarenlang achterna gezeten. Dan krijgt Valjean de kans hem te doden, om voor altijd van hem af te zijn. Maar Valjean weigert. Hij laat Javert zelfs gaan, en vertelt hem waar hij te vinden is, als Javert hem zou willen arresteren. Er is niets waardoor Javert er recht op kon laten gelden dat Valjean van wraak zou afzien. Maar Valjean doet het toch. Javert kan daar echter niet mee leven. Hij wil niet leven in een wereld waarin zomaar genade kan worden geschonken, waarin zondaars vrijuit kunnen gaan, waarin mensen niet krijgen wat ze verdienen. Hij kan niet leven in een niet transactionele wereld. Leven in een wereld van onvoorwaardelijke liefde, van vrijheid, is voor hem veel moeilijker dan leven onder het juk van de wet. En dus pleegt hij zelfmoord. Hij is als de oudste zoon in de gelijkenis van Jezus, die er bewust voor kiest niet naar het feest te gaan dat de vader voor de jongste zoon heeft georganiseerd, omdat hij niet wil leven in een wereld waar een gemest kalf wordt geslacht voor iemand die de erfenis verbrast heeft. Hij is als de Farizeeën, die buiten het koninkrijk bleven en anderen daar uit weg hielden, omdat ze niet wilden leven in een wereld waar overspeligen, tollenaars en melaatsen zomaar de aanwezigheid van God konden binnengaan en met open armen ontvangen konden worden, terwijl ze niet aan de regels hadden voldaan.
Het is helemaal niet makkelijk te geloven dat God onvoorwaardelijk van ons houdt. Dat zeggen mensen wel eens, maar het is niet zo. Het leven in de realiteit van God liefde, beseffen dat je er niets voor kunt doen, is heel erg moeilijk. Daarom sluipen er bij ons zo snel weer transactionele elementen in. We weten dat het niet zo kan zijn dat God van ons houdt omdat we in moreel opzicht goed zijn, of ervoor kiezen hem te dienen. Maar we hebben er moeite mee te geloven dat God zomaar van ons zou houden en ons vrijlaat om hem te dienen of niet. Dus draaien we het vaak om: Omdat God van ons houdt, worden wij geacht ervoor kiezen dat we hem dienen. Kijk maar in de gemiddelde evangelische kerk. Er wordt gezegd dat God wil dat we vrij zijn en dat we goed moeten zijn uit onze eigen keuze. Maar vervolgens blijkt dat we toch het een en ander zouden moeten.
Ik heb het wel eens horen zeggen dat God niet is als Sinterklaas of de Kerstman. Hij is niet een knuffelbare goedzak, die ons zomaar cadeautjes geeft. Daarom zouden we ernaar moeten verlangen uit de bijbel te lezen. We zouden ernaar moeten verlangen te evangeliseren.  Als we dat niet doen zijn we geen goede christenen. Als we onze hoed oplaten in de kerk, hebben we geen respect voor God. We kunnen kennelijk niet blijven zoals we waren, want God verwacht nu van ons dat we ons best voor Hem gaan doen. En dat ons hele leven lang.

Dit is hoe wij als mensen met cadeaus omgaan. Ik denk aan een kerstaflevering van comedyserie The Big Bang Theory, waarbij het personage Sheldon uitlegt dat er verwacht wordt dat als iemand je een cadeau geeft, je een cadeau teruggeeft van ongeveer dezelfde waarde. Je wilt met kerst ongeveer hetzelfde geven als je van de ander hebt gekregen. Omdat hij niet kan inschatten wat iemand hem zal geven, koopt hij alvast verschillende cadeautjes van verschillende waarde, zodat hij goed voorbereid is ... Maar dan krijgt hij het ene cadeau dat voor hem onbetaalbaar is: de handtekening van Spock-acteur Leonard Nimoy ...
Sheldon had het goed begrepen: zelfs het uitwisselen van cadeaus is voor ons een sociale transactie. Het concept van een ‘onvoorwaardelijk geschenk’ is voor ons erg moeilijk te begrijpen. Vaak wordt door christenen de waarschuwing tegen ‘goedkope genade’ van Dietrich Bonhoeffer aangehaald. We praten wel over genade, maar het is kennelijk genade die ons ook iets moet kosten. Maar waarom zouden we dan nog het woord genade gebruiken? Waarom zouden we dan nog Efeze citeren: ‘Door zijn genade bent u gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden’ (Efeze 2:8,9)?
We gebruiken het woord ‘genade’ zoals het meisje in het voorbeeld van Bob George. In zijn boekje Classic Christianity vertelt hij hoe hij een meisje met een driewieler zag rondrijden, terwijl ze riep: ‘Gratis ritjes voor een kwartje!’ Nieuwsgierig hield hij haar staande, en vroeg haar waarom ze zei dat het gratis was, als mensen moesten betalen. Ze antwoordde dat als ze niet zou zeggen dat het gratis was, niemand een ritje op haar driewieler zou willen maken. Net zo is het volgens Bob George gesteld met de kerk. Mensen krijgen te horen dat ze gered zijn door het werk van Jezus, zonder dat ze er iets voor terug kunnen doen. Ze komen tot geloof. Vervolgens horen ze in de kerk echter niet meer dat goede nieuws, maar gaat het zondag na zondag over wat hoe ze nu ze gered zijn eigenlijk voor God moeten leven. Dat kan soms nog vrij subtiel zijn, getuige het klassieke voorbeeld, dat ik al vaker heb aangehaald: ‘God houdt van je zoals je bent, maar hij houdt teveel van je om je zo te laten’. Het is het een of het ander. God houdt van me zoals ik ben, of hij houdt niet van me zoals ik ben. Dus als deze uitspraak waar zou zijn, kan ik me dus nog steeds niet werkelijk door God geliefd weten, omdat ik weet dat ik nog niet ben zoals Hij wil dat ik ben. Ik moet nog steeds werken tot ik overspannen ben. Kortom, we gebruiken als christenen misschien soms sacramentele woorden, maar onze boodschap blijkt uiteindelijk toch transactioneel te zijn.

Als we zeggen dat genade niet goedkoop mag zijn, veranderen we de genade onherroepelijk in de wet. Genade moet gratis zijn. Anders is het geen genade. Als je er iets voor terug moet doen, houdt het op genade te zijn, hoe klein het stukje ‘wet’ of ‘transactie’ misschien ook is. Het besmet je hele theologie. Volgens mij is dit wat Jezus ‘de zuurdesem van de Farizeeën’ noemt - hij waarschuwt zijn discipelen dat ze daar niet mee besmet moeten worden (Matteus 16:6). ‘Weet u niet dat een beetje desem het hele deeg zuur maakt?’, zegt ook Paulus. ‘Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg!’ (1 Korintiers 5:6,7). Hij waarschuwt in Galaten: ‘Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld’ (5:4). Ik denk zelfs dat dit ten diepste is wat Paulus bedoelt als hij zegt dat we niet gelijkvormig moeten worden aan de wereld, dat we ons niet in die mal moeten laten gieten (Romeinen 12:2). Hijzelf was in elk geval zijn goede leven volgens de wet omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. ‘Sterker nog, alles beschouw ik als verlies’ (Filippenzen 3:8). We moeten sterven aan die hele manier van denken, van het ‘voor wat hoort wat’ van onze medemensen, aan het systeem van transactie. Dat moeten we ‘als afval weggooien’. Trouwens, dat was wat we toch al moesten, om ruimte te maken voor het geschenk van het eeuwige leven in ons. Zoals Paulus zegt: ‘Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan’ (v10).
Dit is volgens mij wat onze geloofsreis inhoudt. Het is niet een keuze op een enkel moment om een bepaalde leerstelling aan te hangen, maar een keuze, elk moment van de dag, om in plaats van in de realiteit van het transactionele ‘voor wat hoort wat’-denken, te leven in de realiteit van Gods onvoorwaardelijke liefde. In de realiteit van het teken van het kruis en de opstanding, in de sacramentele werkelijkheid. Dit is wat Paulus bedoelt als hij zegt dat hij een met Christus wil zijn ‘niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus’ (v9).
Dit is wat Wayne Jacobson ‘Living Loved’ noemt. Dit is wat Jezus ‘in de wijnstok blijven’ noemt. En dat is helemaal niet makkelijk.

Geloof ik dat God van mijn zonden houdt? Nee.
Geloof ik dat mijn keuzes God niets kunnen schelen? Nee.
Zeg ik dat ik niet verder wil groeien? Nee.
Maar moraal, inzet voor de kerk, geestelijke groei en al die dingen hebben niets te maken met de liefde van God voor mij en moeten er niet mee in verband worden gebracht. Zelfs niet een klein beetje. Die dingen liggen op een heel ander vlak. Ik wil zelfs toegeven dat je manier van leven, je moraliteit en je inzet voor de kerk dramatische gevolgen kunnen hebben, negatieve en positieve. Het loon van de zonde blijft de dood. Meer bijbellezen geeft je meer kennis van de bijbel en de wil van God, zonde ontwricht je leven en dat van anderen, en als je je niet inzet voor de kerk, loopt de organisatie daarvan minder soepel. En als je gelooft in de liefde van God, ervaar je mogelijk meer innerlijke rust en zekerheid. Het is zelfs belangrijk om goed te doen aan alle mensen, om missionair te zijn, om te dienen. God wil ons hier ook in laten groeien en maakt dat ons dan ook duidelijk. Maar niet door middel van schuldgevoel, dreigementen, en zelfs niet met hulp van beloningen. Hij nodigt ons uit om anders te leven omdat dat iets goeds is, anders gezegd: hij laat ons naar die andere manier van leven verlangen, omdat die mooier is, waardevoller, liefdevoller. De wet blijft volgens Paululs heilig, en de geboden zijn heilig, rechtvaardig en goed (Romeinen 7:11).
Maar de wet heeft niks te maken met onze relatie met God. Of we op die manier leven of niet, heeft niks te maken met de grootte of diepte van Gods liefde voor ons. Of je goed bent of slecht, of je je inzet voor de kerk of niet, zelfs of je gelooft in bepaalde leerstellingen of niet, het heeft allemaal niets te maken met Gods liefde voor jou. Die is werkelijk onvoorwaardelijk. Of je moeder Teresa heet, of Hitler, het is Gods keuze om van ons te houden, en niets wat wij doen kan daar invloed op uitoefenen. Er is geen ‘double bind’. Geen kleine lettertjes, geen addertjes onder het gras. We hoeven zelfs niet dankbaar te zijn. We hoeven God niet te aanbidden omdat hij ons zo’n groot geschenk heeft gegeven. Het is de keuze van de kerstman om ons cadeautjes te geven, en hij geeft die aan iedereen zonder aanzien des persoons. Als je het pakket in handen krijgt, en er blijkt een racebaan in te zitten, hoef je niet iets terug te doen. Je mag er gewoon mee gaan spelen. Dat is dankbaarheid genoeg. Maar zolang je weigert het cadeau te openen, of met het geschenk te spelen, omdat je het had willen verdienen, of omdat je jezelf met anderen vergelijkt, kan je er niet van genieten, dan kan je niet ervaren wat God aan het doen is, en leidt je in dat opzicht een verloren leven. Dat zou natuurlijk zonde zijn!

Onze redding, het eeuwige leven, is dus een vrij gegeven geschenk. En alleen daardoor zijn wij op onze beurt vrij om goed te doen ‘omdat het goed is’ (for goodness sake). Een andere manier is er niet. Alleen als er geen angst is, kan de liefde zichtbaar worden. Liefde die onze vrije keuze is, liefde die voortkomt uit ons verlangen. We hebben lief omdat God ons eerst heeft liefgehad.