Posts tonen met het label fantasie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fantasie. Alle posts tonen

dinsdag 19 juni 2018

Novelle op komst, cover bekend, nieuwe bundel en veel recensies

De warmte, dat mogen jullie best weten, gaat me niet in de koude kleren zitten. Afgelopen mei was een van de warmste meimaanden ooit en juni heeft ook al een paar benauwde dagen gehad. Dat was zweten geblazen. Gelukkig dacht ik er meestal op tijd aan genoeg water te drinken. In elk geval voor één project was het benauwde weer een geschikte inspiratiebron. In mei schreef ik namelijk op verzoek van schrijver en uitgever Patrick Berkhof een novelle van 21.912 woorden die zich afspeelt in zijn verhaalwereld Dizary. De novelle speelt zich af in een tropische jungle en ik kon plots uit eigen ervaring beschrijven hoe het aanvoelt daar te lopen. Patrick overhandigde mij de sleutel tot Dizary en benoemde mij tot ereburger van deze Wold. In de officiële aankondiging op zijn blog kun je er meer over lezen! De titel van de novelle moet ik nog even geheimhouden, maar wat wel zeker is, is dat je hem in het najaar kunt aanschaffen. Ik hou jullie op de hoogte!

Eerst komt echter een ander boek van me uit, mijn tweede SF-verhalenbundel 'Het teken in de lucht', die verschijnt bij Godijn Publishing als onderdeel van Boek10 2018. Begin juni werden de covers van de tien boeken bekend gemaakt en dus ook die van mij. Mijn goede vriend en illustrator Cornell Göksu heeft zich uitgesloofd op de afbeelding. Het boek verschijnt op de Boek10-dag op 29 september. Je kunt je daar nog voor aanmelden als je erbij wilt zijn. Op diezelfde dag verschijnt ook de bundel 'Aangenaam', waar mijn korte verhaal 'De bevrijder' in zal verschijnen en de bundel 'Grijze Klever', met de top 25 uit de gelijknamige verhalenwedstrijd. Ook daar heb ik een verhaal voor opgestuurd. Mijn nieuwe SF-roman 'De afvallige ster' waarvan ik in het vorige bericht de cover kon laten zien, zal eind november uitkomen, waarschijnlijk op de wintereditie van Castlefest.
Ik heb mijn website een beetje aangepast, zodat nu alle te verschijnen publicaties op een eigen pagina staan. Zo kun je zien wat er nog van mijn hand zit aan te komen!

Ik kijk in dit bericht echter niet alleen vooruit naar toekomstige publicaties. Zo stond ik in het weekeinde van 27 en 28 mei met mijn uitgever Godijn Publishing op Keltfest, een fantastisch festival. Op de eerste dag van het festival vond de officiële presentatie plaats van de bundel 'Achterblijvers'. Deze bundel bevat de 25 beste SF- en fantasyverhalen van de wedstrijd met dit thema, georganiseerd door Godijn Publishing. Ik had de eer dat ik in de jury mocht zitten en meebeslissen welke verhalen publicatie verdienden. Het is een heel mooie bundel geworden. Ik mocht zelf ook een bonusverhaal schrijven. Dat werd mijn SF-verhaal 'De tuinman'. Op het festival hielden we een kleine ceremonie, met veel mede, om de aanwezige deelnemers te feliciteren en hun prijs dan wel een bundel te overhandigen. Je kunt zelf de bundel bestellen op de website van Godijn Publishing.
Verder verscheen de nieuwe editie van het tijdschrift Fantastische Vertellingen. Dit keer zonder verhaal van mijn hand, maar wel met drie recensies die ik heb geschreven en een essay over de Dag van het fantastische boek. Ook Paul van Leeuwenkamp heeft over de 'dag' geschreven. Verder een stripverhaal, tekeningen en erg leuke verhalen in dit prachtige kwartaalblad. In het volgende nummer (nr 47) komen ook weer recensies van mij, maar ook mijn verhaal 'De zwarte schim', met een illustratie van mijn hand. Neem een abonnement, dan hoef je niks te missen.
Ook leuk om te melden is dat het boek 'Woestijnvaders' waar ik de redactie van heb gedaan en dat is verkozen tot beste theologische boek van 2015, in een nieuwe editie is uitgekomen, nu in tijdschriftformaat. Aanrader!

Geekwebsite Fantasize publiceerde ondertussen twee van mijn essays. Het eerste, 'De levensechte werelden van Kim Stanley Robinson', gaat over een van mijn favoriete schrijvers. Elke keer als ik een boek van hem lees, raak ik geïnspireerd om zelf nieuwe verhalen te verzinnen. Wat is zijn geheim? Het tweede, 'Het avontuur roept', gaat over de vraag waarom ik van jongs af aan zo graag avonturenverhalen lees (en schrijf). Wat is de aantrekkingskracht van dit genre, en waarom kijken sommige mensen erop neer?
Anthonie Holslag zette mij in de schijnwerpers op zijn blog en nam een uitgebreid interview met me af over mijn liefde voor SF, de thema's in mijn verhalen, de oplaaiende discussie over genre en literatuur en wat ik wilde dat ik geweten had toen ik met schrijven begon. Je kunt het hier lezen.
De podcast over SF-klassieker Fahrenheit 451 waaraan ik had meegewerkt op de Dag van het Fantastische Boek is ondertussen ook online verschenen. Een levendige discussie over een boek dat actueler is dan ooit. 

Ook verschenen er de afgelopen twee maanden weer veel nieuwe recensies over mijn boeken. Vooral op 'De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon' kwamen veel positieve reacties. Boekblogger Angela van de blog Faeraphel schreef bijvoorbeeld: 'De karakters worden alleen maar verder uitgewerkt en je leert ze steeds beter kennen. Alecia heeft problemen met haar geloof en Tarid heeft heel zijn droom uit het eerste boek opgegeven, wat echt perfect bij zijn karakter ontwikkeling past! Maar ik denk dat Frelik de meeste ontwikkeling heeft gehad. Ik houd gewoon van karakter ontwikkeling!'
Ook Wendy Koedoot was positief: 'Het verhaal leest vlot doordat de gebeurtenissen en ontwikkelingen heel snel op elkaar volgen. Je zit steeds op het puntje van je stoel van verbazing of door de acties die er gaande is. Er zijn momenten bij dat je het allemaal zo realistisch lijkt dat je bijna naar adem moet happen ...'
Tazzy Jeninga van de blog 'Ik hou van horror, fantasy en spanning' was erg te spreken over 'De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon'! 'De auteur beschrijft alles zo beeldend, dat je het vóór je ziet. Het komt als een film aan je voorbij. Het einde is afsluitend en je hebt er vrede mee. Ik vond het boek spannender dan deel 1, dus daarom geef ik nu een 9! Dat zijn 4,5 sterren.'
In het laatste nummer van SF Terra stond een mooie recensie van 'De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon': 'Dit tweede deel is een mooie afsluiter van een goed avontuurlijk verhaal. Een Nederlandse fantasy die je op het puntje van je stoel laat zitten ... Je hebt haast niet door dat je aan het lezen bent, het is alsof je er echt bent. Jij bent in gevaar, jij maakt het avontuur mee ... het verhaal is super goed geschreven.' Je leest de recensie op mijn website.
Een lezer op Hebban schreef: 'De schrijfstijl is eentje die heel vlot leest en de aandacht van de lezer vasthoudt tot het zelfs moeilijk wordt om het boek even weg te leggen. Je wordt als het ware meegezogen in het verhaal. De conclusie is dat dit een boek is dat de aandacht van de lezer volledig vasthoudt en dat na uitlezen van het boek zeker smaakt naar meer.'
Marcel van der Rijst las beide boeken van het tweeluik 'De Krakenvorst' en was er enthousiast over. Hij noemt 'Keruga' meeslepend en schrijft: 'Het komt langzaam op gang, maar op een gegeven moment zat ik geheel in het verhaal en ontspon er een mooi verhaal over menselijkheid, over de vragen die mensen stellen in het leven en de onzekerheden die ze tegenkomen.'  Marcel raadt iedereen aan het te lezen, vooral samen met boek 2 'Kartaalmon'. 'Dit is een doordacht verhaal geworden. Het verhaal valt mooi in elkaar. Hij heeft een aantal zaken voor de plotwendingen al gezaaid in deel 1: Keruga en die vallen in dit tweede deel mooi op zijn plaats. Met al is dit goede en meeslepende Fantasy geworden. Een aanrader voor iedereen die van Fantasy houdt met een menselijke tint.' 
Een uitgebreide bespreking van mijn bundel 'Conquistador' tenslotte prijst de natuurbeschrijvingen in mijn verhalen en de origineel bedachte toekomstmogelijkheden. 'De holle werelden die ontdekkingsreiziger Jonas ontdekt zijn wonderschoon, sprankelend en levensecht beschreven. In de gletsjerwereld krijg je het plaatsvervangend koud, de dinosaurussen lijken echt te bestaan en wanneer je op asteroïde DF-345 landt lijkt het wel zomer en proef je de lucht.

Dat was nog niet alles wat ik over de afgelopen maanden te melden heb. Ik schreef nog een nieuw kort verhaal van 2780 woorden, wat volgens de proeflezers weer heel anders was dan mijn vorige verhalen en begon aan een iets langer verhaal. Verder sprak ik met Theo Barkel van uitgeverij Macc over onze plannen voor de Castlefestkronieken. Ik mocht het eerste deel van de nieuwe trilogie dat hij schreef redigeren en ga in de zomer zelf het tweede deel daarvan schrijven. Dat komt uit in augustus 2019 en wordt een feest voor liefhebbers van Sherlock Holmes en oude SF-klassiekers. Ook gaan Theo en ik samen een verhaal schrijven. We hebben het plot al in grote lijnen bedacht en gaan binnenkort aan de slag! Eerst moet ik echter 'De afvallige ster' nog herschrijven. Collega-auteur Vince Penders heeft het manuscript voor mij gelezen en van waardevolle opmerkingen voorzien, zodat ik weer een heel stuk verder kan komen.
Het mooiste nieuws is nog het evenement waar ik aan meewerk, samen met Esther Wagenaar en Johan Bakker. Op vrijdag 22 juni om 19.30 uur organiseert boekhandel Van Rietschoten (Keizerswaard 8,  Rotterdam) een sciencefiction-avond. Onder het motto: NEDERLANDSE SCIENCEFICTION: VEELZIJDIG EN VERRASSEND gaan we in gesprek met het publiek en middels verhalen, beelden, muziek en discussies nemen we de aanwezigen mee naar wondere werelden die dichterbij zijn dan je misschien denkt. De toegang is vrij. Wel aanmelden graag: boekhandel@vanrietschoten.nl.
Kun je hier nou onverhoopt niet bij aanwezig zijn, dan kun je me op zondag 1 juli ontmoeten op de boekenmarkt in Dordrecht, waar ik in de stand van Macc zal staan. Vervolgens zal ik acte de presence geven op Castlefest (3,4 en 5 augustus). Kortom, er valt de komende maanden weer genoeg te beleven!

woensdag 20 december 2017

Nieuw boek is uit en dat is niet het enige ...

Het was wel een beetje overweldigend, wat er allemaal deze twee maanden gebeurde. Niet alleen omdat ik bronchitis bleek te hebben opgelopen (daar bleken antibiotica gelukkig goed tegen te helpen), maar ook op schrijfgebied bleek het hek nu echt van de dam ... Het belangrijkste was natuurlijk de presentatie van mijn nieuwste boek 'De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon', op 22 november jongstleden. Mijn uitgever had er een erg leuke locatie voor gevonden, het Mariapaviljoen in Den Bosch. Het was ooit een ziekenhuis geweest en er hingen nog leuke posters met orgaansystemen en dergelijke. In elk geval heel sfeervol en je kon er ook nog eens lekker eten. 's Middags was er een persbijeenkomst en 's avonds de presentatie voor het publiek. Zoals altijd voelde het bijzonder om mijn eigen boek eindelijk in handen te kunnen houden. Het is eigenlijk een afronding van een project dat al in 2001 begon, toen ik de eerste ideeën voor 'De Krakenvorst' op papier begon te zetten. En nu kunnen jullie het hele verhaal eindelijk lezen! Er zijn nog geen officiële recensies online, maar Bianca vond boek 2 spannender dan boek 1, met veel diepgang. Ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden! Als je het gelezen hebt, kun je een reactie achterlaten op bijvoorbeeld Goodreads of Hebban.
Er was rond de presentatie heel wat aandacht voor 'Kartaalmon'. Een kort interview met mij verscheen in 'Delft op Zondag' en op basis daarvan besloot Stadsradio Delft aandacht aan mij te besteden op de dag dat het boek uitkwam. Altijd leuk, natuurlijk. Geekwebsite Fantasize was aanwezig bij de boekpresentatie en interviewde mij over mijn boek en de achtergrond ervan. Het ging ook behoorlijk de diepte in, wat leuk was. Ook de Bossche fotograaf en journalist Gerard Monté was bij de boekpresentatie aanwezig en maakte een serie erg leuke foto's, te bewonderen op zijn website.
En gisteren was ik op de radio in het programma van Eefke Boelhouwer van Omroep Brabant. Binnenkort kun je het interview terugluisteren. Volg me op Facebook om op de hoogte te blijven!

Mijn boek was niet het enige dat van mijn hand verscheen in de afgelopen twee maanden!
De grote website FantasyWereld publiceerde mijn verhaal 'Kille ontmoeting' - een menselijke expeditie onder het ijs van Enceladus ontmoet een buitenaardse intelligentie, maar echt contact maken blijkt nog niet zo makkelijk.
Op de Boek10-schrijversdag van Godijn Publishing op 9 december werd de uitslag bekend gemaakt van de verhalenwedstrijd 'Influisteraar'. Ik won niet de eerste prijs, maar had wel een plek gekregen in de verhalenbundel met dezelfde titel, met mijn verhaal 'De ruisreizigers' - een Lovecraftiaans verhaal waarbij fans van een computerspel te ver gaan met hun obsessie.
Datzelfde weekend verscheen de bundel 'Wereldbedenkers', met negentien verhalen van Nederlandse schrijvers geïspireerd door SF-auteur Jack Vance. Mijn bijdrage 'Het bezoek van de tovenaar' geeft een meer Asimoviaanse draai aan het thema van de stervende Aarde ... Ik vind het een hele eer om in deze bundel te staan tussen namen als Gerben Hellinga, Tais Teng, Peter Schaap, Jaap Boekestein en vele anderen ...
In december verscheen ook Fantastische Vertellingen 44. Ik ben groot fan van dit kwartaalblad en werk er graag aan mee. In dit nummer verschenen twee recensies van mijn hand, en mijn verhaal 'Het vuur vanuit het diepe woud', waarin een menselijke expeditie is gestrand in een buitenaards woud, zo dicht dat er nauwelijks licht op de bodem doordringt. En uit de verte nadert een bosbrand ... Ik had bij dit verhaal twee illustraties gemaakt, die ook zijn geplaatst - dus ik ben nu ook gepubliceerd tekenaar! Je kunt het losse tijdschrift bestellen, maar een abonnement is eigenlijk nog beter, dan hoef je helemaal niks te missen!
Op Sweek plaatste ik ten slotte nog een verhaal 'uit de oude doos' - 'De opstand', dat ik schreef toen ik 20 was. Een supercomputer wil de macht over de wereld overnemen, maar een kleine groepje komt in verzet. Eerst moet echter de technicus die door de computer wordt gegijzeld worden bevrijd ... Ook dit verhaal is door mijzelf geïllustreerd.

Sinds enige tijd ben ik vaste blogger voor geekwebsite Fantasize. De afgelopen twee maanden verschenen er drie artikelen van mijn hand. De eerste ging over een nieuw genre dat helaas in opkomst is, namelijk de 'cli fi'. En helaas niet omdat het geen goede verhalen zijn, maar omdat we als mensheid zo met onze planeet omspringen. Klimaat is een belangrijk thema voor SF-schrijvers, om ons de gevolgen van ons onverantwoordelijke handelen te laten beleven.
Ik schreef ook een artikel over de genres steampunk en cyberpunk. Als Taylor Swift een videoclip maakt met op cyberpunk gebaseerde beelden, is het genre dan nog wel in staat kritiek te leveren op de gevestigde orde? Is het dan nog wel 'punk'? Moeten schrijvers zoeken naar andere 'punk'-categorieën?
Van jongs af aan ben ik fan van de stripverhalen over Yoko Tsuno. Mijn favoriete deel is het album 'De titanen'. Voor Fantasize probeerde ik te verwoorden waarom dit zo'n gaaf stripverhaal is, en welke invloed het heeft gehad op mijn eigen verhalen.

Er verschenen ook weer recensies over mijn eerdere boeken. Mijn SF-verhalenbundel 'Conquistador' bleek populair! Ferry Visser schreef bijvoorbeeld: 'De verhalen in ‘Conquistador’ van Johan Klein Haneveld zijn net aardbeien met slagroom, want als ik er aan begin kan ik er geen genoeg van krijgen.'
Ook Fantasize publiceerde een recensie van 'Conquistador'.  'Klein Haneveld schrijft beeldend en vlot, zodat je het idee hebt dat je in het verhaal zit. Wel leek het alsof de verhalen telkens dezelfde opbouw hadden, waardoor het einde voorspelbaar wordt. Absoute aanraders in dit boek: ‘Conquistador‘, ‘De Klim’ en ‘De Zelfmoordenaar'.'
Eddy Bertin, zelf ook begenadigd SF-auteur, besprak mijn bundel in SF Terra. Ik was heel blij met zijn commentaar: 'Complexe en intelligente hardcore SF, vol originele uitdagende ideeën.'
Ook Jos Lexmond schreef in Fantastische Vertellingen nr 44 een positieve recensie: 'Ik kan me voorstellen dat groten als Asimov, Clarke, Baxter, Laumer en Bear (en nog veel meer grote SF-schrijvers) achter Johan stonden, terwijl hij deze verhalen aan zijn computer toevertrouwde - en zij zagen dat het goed was. Zijn verhalen ademen in ieder geval hun geest, uit alle poriën. Kortom: een bundel om je vingers bij af te likken.'
Connie Flipse schreef op haar blog: 'Zijn toekomstbeeld is complex, fascinerend, soms wat ingewikkeld maar wist me als lezer desondanks te overtuigen dat dit tot de mogelijkheden kan behoren.'
Verder kreeg 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga' aandacht op de blog Faeraphel van Angela. Zij schreef: 'Als liefhebber van fantasy was dit een heerlijk boek om te lezen. De wereld waarin dit verhaal zich afspeelt is echt heerlijk om in te verdwalen. De wereld is mooi beschreven en je kreeg echt een beeld van de omgeving. Er worden ook veel wezens beschreven in deze wereld. Heerlijk! Precies het soort verhaal waar ik helemaal dol op ben! Johan maakt gebruik van duidelijk taalgebruik. Hij schrijft op een erg beeldende manier die tot de fantasie spreekt. Je krijgt echt een beeld van de wereld, de plek en de personages.'
Blogger en schrijver Bram Cools las het boek ook! 'Al bij al een goed geschreven boek dat in een interessante wereld speelt. De personages zijn interessant (zeker Alecia) en de wereld is goed opgebouwd en soms verassend. De beschrijvingen van een natuur die soms heel dicht bij die van de Benelux aanleunt en soms helemaal niet zijn ook goed uitgewerkt, en de culturen van de oude rassen zijn ook interessant.'
'De Krakenvorst, boek 1: Keruga' kwam ook voorbij op Hebban in het artikel '7x Het Nederlandse landschap in fantasy'. 'Conquistador' werd aangeraden in '9x verhalenbundels om te lezen op drukke dagen'. En in het artikel 'Op zoek naar een originele christelijke roman' wordt als alternatief voor historische verhalen over vrouwen op zoek naar zichzelf en God als eerste mijn SF-thriller 'De Derde Macht' genoemd, die uitkwam in 2013. Van harte aanbevolen!

Wat promotie betrof was het wat rustiger de afgelopen maanden. Wel stond ik op 19 november in Utrecht op de Comic con in de stand van Godijn Publishing. Ik heb genoten van alle verklede mensen die voorbijkwamen, met de meest innovatieve kostuums (ook leuk om Voltron cosplay te zien), en een heel aantal mensen bleken geïnteresseerd in Conquistador. Dat was erg leuk om te merken! De week erna was het tijd voor Castlefest. Ik stond een dag bij Macc in de tent en een dag in de kraam van Godijn Publishing. Het was behoorlijk koud dat weekend! Maar wel gezellig en gelukkig was er koffie en warme mede. Ook weer veel mensen blij gemaakt met mijn boeken. Zo was er iemand die beide boeken van 'De Krakenvorst' kocht omdat hij blij was dat er weer 'low fantasy' was- verhalen zonder elfen en draken, maar waar magie meer op de achtergrond aanwezig is.
Ik ben wel weer aan het schrijven geweest. Deze maanden waren het wat meer horrorverhalen. Zo schreef ik een verhaal gebaseerd op de videoclip van Taylor Swift, waarin een man een gesprek heeft met zichzelf, dat anders loopt dan hij had verwacht. Het boek 'Toll the hounds' van Steven Erikson gaf me de inspiratie voor een horrorverhaal waarbij iemand in zijn droom een veld betreedt waar wel heel vreemde vogelverschrikkers staan. Een ander verhaal speelde zich af in een stad die een beetje op Delft leek, waar achter een hoge muur een stuk braakliggend terrein zou liggen dat sinds de middeleeuwen niet bebouwd zou zijn geweest.

Waar ik ook mee bezig was begin november was het doornemen van het manuscript voor mijn verhalenbundel 'Het teken in de lucht'. Na het herschrijven heb ik dat opgestuurd naar Elly Godijn van Godijn Publishing. Het nieuws is nu namelijk officieel! Mijn tweede verhalenbundel gaat uitkomen eind september 2018 als deel van het vierde Boek10-project! Daar ben ik natuurlijk heel erg trots op! Mijn goede vriend Cornell gaat opnieuw de cover maken, zoals hij ook voor 'Conquistador' had gedaan.
Verder komt in 2018 mijn SF-roman 'De afvallige ster' uit bij uitgeverij Macc. Het boek staat al aangekondigd op de site van Macc: 'Een spannende SF-roman in de stijl van Peter F. Hamilton, Alastair Reynolds en Hannu Rajaniemi. Fantastische technologie en vreemde werelden worden gecombineerd met persoonlijke ervaringen, zoals pesten, veeleisende ouders en de confrontatie met jezelf aangaan.'
Met mijn uitgever heb ik ook plannen gemaakt voor de volgende delen van de 'Castlefestkronieken' - een serie verhalen die zich afspelen op het bekende fantasyfestival. Theo Barkel gaat deel vier schrijven, dat zomer 2018 uitkomt en ik zal deel vijf voor mijn rekening nemen en dat verschijnt in augustus 2019 - in een vlog op Youtube lichten we alvast een tipje van de sluier voor jullie op ...
Deze week nog komt het eerste nummer uit van het gloednieuwe tijdschrift 'De Horizonvreter' en ik heb te horen gekregen dat mijn verhaal 'Het moeras' daarin gaat verschijnen! Volg het nieuwe tijdschrift op Facebook! In januari verschijnt bij Fantastische Vertellingen de bundel 'Tenenkrommende verhalen'. Daarin komen twee verhalen van mij te staan, 'De gangen' en 'Slaap der rechtvaardigen'. De bedoeling is dat deze verhalen je een ongemakkelijk gevoel geven ... Op 2 februari is de presentatie van de tweede verzamelbundel van Historische Verhalen. Mijn twee verhalen 'De dodo en de domineeszoon' en 'De pastoor en de leviathan' verschenen dit jaar op de site van Historische Verhalen en krijgen nu ook een plaatsje in deze bundel! Ik heb ook weer een verhaal opgestuurd voor Fantastische Vertellingen en voor The Flying Dutch. Ook website 'De Futurist' heeft een SF-verhaal van mij liggen die mogelijk volgend jaar wordt gepubliceerd.
Verder heb ik mijn manuscript voor mijn non-fictieproject 'Betrapt op de waarheid' naar een uitgever gestuurd. Dit boek bevat dertig essays van mijn hand over films en de diepere laag daarin. Ik ben benieuwd wat ze ervan vinden. Ook heb ik twee verhalen opgestuurd naar Fantastische Vertellingen als mogelijkheid voor een minibundeltje in hun 'Rare boekjes'-reeks. Ik wacht met spanning op de reactie van de uitgever.
Maar eerst de feestdagen! Ik wens jullie allemaal een goed kerstfeest en een gelukkig 2018, en in februari zal ik jullie weer op de hoogte brengen van mijn nieuwste schrijfavonturen. Dan waarschijnlijk met de eerste recensies van 'De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon'.

dinsdag 6 december 2016

Voorpublicatie 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga'

Zijn jullie ook al zo enthousiast over De Krakenvorst? Waarschijnlijk niet zo enthousiast als ik! Nog anderhalve week en het eerste boek wordt gepresenteerd op de wintereditie van Castlefest. Vanaf dat moment is het ook te bestellen via Bol.com en via alle boekwinkels. Wil je er een met mijn handtekening erin? Laat dan een berichtje voor mij achter, dan stuur ik je een gesigneerd exemplaar toe. Om alvast in de stemming te komen, hier een voorproefje ...

De geur van zweet. Opgewonden kreten. Wolken stof, opgeworpen door schuifelende voeten. Een zilverkleurige flits en een klap die tot in zijn schouderbladen doordrong. Gejuich.
Tarid klemde zijn kaken zo hard op elkaar dat ze pijn deden. Evenwicht, hield hij zichzelf voor. Evenwicht houden is het belangrijkst.
Hij stond op de ballen van zijn voeten, zijn knieën licht gebogen, zijn rug net iets gekromd, zodat hij schuilging achter het ronde schild aan zijn arm. Zijn zwaard was een dodelijke verlenging van zijn rechterhand. Zijn vingers knepen zo krachtig in het gevest dat zijn knokkels wit kleurden en geen moment weken zijn ogen van die van Peritar. Hij bewoog voortdurend met hem mee. Deed zijn tegenstander een stap naar achteren, dan deed hij een stap naar voren. Kwam de ander naar voren, hij deinsde terug. Ze draaiden om elkaar in een bijna sierlijke dans. Evenwicht! Evenwicht! En steeds probeerde hij te voorspellen hoe de ander zou aanvallen, zocht hij een gat in de verdediging, een opening om toe te steken.
Nu! Peritar bewoog zich naar rechts. Tarid stapte de andere kant op en haalde uit. De brede kling van zijn zwaard was een streep, zo snel bewoog hij. Zijn tegenstander had zijn aanval echter voorzien. Zijn kromme zwaard kwam sneller naar boven dan Tarid voor mogelijk had gehouden. Staal klapte op staal. Hij sloeg direct weer toe, vastbesloten om van de omstandigheden gebruik te maken. Opnieuw reageerde Peritar alsof hij zijn actie al lang had zien aankomen en weerde zijn aanval af.
Een tegenaanval. Tarid ving de slag op met zijn schild. In een vloeiende beweging liet hij zich op één knie vallen en haalde uit naar Peritars benen. Zijn tegenstander sprong zonder zichtbare inspanning omhoog, zodat het zwaard onder hem door schoot. De omstanders juichten.
Tarid richtte zich op, zijn schild beschermend boven hem. Plotseling verdwenen de geluiden om hem heen. De bewegingen van zijn tegenstander werden trager. Alles in zijn gezichtsveld vervaagde tot grijze contouren, behalve het kromzwaard van Peritar. Hij zag elk krasje, elke oneffenheid op de geslepen kling. Plotseling leek het alsof hij een tweede zwaard zag, een doorzichtige kopie van het eerste, dat een grote boog beschreef. Kalm bracht hij zijn eigen wapen omhoog. Hij zag hoe de twee zwaarden elkaar raakten en hoe in alle richtingen vonken weg schoten.
Het lawaai en geschreeuw keerden terug. Tarid wankelde twee stappen achteruit. Ik wist wat hij wilde doen, realiseerde hij zich, ik kan hem verslaan! Met een triomfantelijke kreet sprong hij naar voren.
Peritars zwaard ving het zijne op. De twee bladen drukten tegen elkaar en hoeveel kracht hij ook zette, hij kon zijn wapen niet meer in beweging brengen. Hij staarde in de dwingende, scheefstaande ogen van zijn tegenstander, glimmende, zwarte stenen in een breed gelaat. Geelbruine huid, zonder enig spoor van zweet. Een dunne, vrij lange snor. Zwarte haren, die in twee vlechten over zijn schouders vielen. Blauwe tatoeages strekten zich van zijn rug uit tot over zijn bovenarmen. Peritar was net iets korter dan hij en vocht bovendien zonder schild of bepantsering. Hij droeg alleen een vilten broek. Zijn snelheid en lenigheid waren echter fenomenaal.
Zonder waarschuwing verdween de druk van Tarids zwaard. Hij deed een stap naar voren. Uit het publiek klonk een geschrokken ‘Oooh!’ Op hetzelfde moment zag ook hij zijn fout in. Zijn evenwicht!
Peritar wervelde om zijn as en sloeg toe. In een reflex keerde Tarid zijn zij naar zijn tegenstander en bracht zijn schild omhoog. Het hout bezweek onder de klap. Wegschietende splinters beten in zijn gezicht en hij voelde een brandende pijn aan zijn schouder.
Tegelijkertijd kwam de voet van zijn tegenstander omhoog en raakte zijn pols. Hij liet zijn zwaard los. Zijn knieën begaven het onder hem. Hij zag nog juist hoe Peritar met zijn vrije hand zijn wapen opving. Toen raakte zijn rug met een dreun de grond.
Hij hapte naar adem. Het leek alsof iemand zijn gewrichten uit hun verbindingen had getrokken. Hij probeerde zijn arm te bewegen. Hij was zwaar, alsof er loden kogels aan zijn pols hingen. Zwarte vlekjes trokken door zijn gezichtsveld. Tarid liet zijn hand terug in het stof vallen. Hij was verslagen.
‘Hier, ik help je overeind.’
Tarid knipperde met zijn ogen en probeerde zijn hoofd op te tillen. Nog steeds voelde het alsof iemand rotsblokken op zijn lichaam en ledematen had gestapeld. Peritar boog zich voorover en stak zijn hand naar hem uit. Aan niets was te merken dat de donkere man een zwaardgevecht achter de rug had. Hij ademde rustig en op zijn borst en armen was geen zweetdruppel te bekennen. Zijn nauwe, zwarte ogen stonden bezorgd. ‘Ik heb je toch niet te hard geslagen?’
Stof kriebelde in Tarids keel. Hij kuchte en duwde zich op zijn ellebogen omhoog. ‘Nee, hoor,’ zei hij schor. ‘Ik vroeg je om je dit keer niet in te houden. Ik dacht dat ik een redelijke kans zou maken. Ik heb de afgelopen maanden hard getraind.’ Een stekende pijn trok door zijn linkerschouder en hij vertrok zijn gezicht. ‘Maar ik heb mijn lesje geleerd. Misschien wil je het de volgende keer weer wat rustiger aan doen.’ Hij kuchte opnieuw.
Peritar liet zich op zijn hurken naast hem zakken. ‘Je bent gewond,’ constateerde hij. ‘Je arm bloedt.’
‘Het is niets …’ begon Tarid.
Zijn vriend wenkte echter al naar een groepje meisjes, die hun gevecht van een afstand hadden gevolgd. Ze praatten op fluistertoon met elkaar en keken af en toe over hun schouder naar hen om. ‘Finatin, kun je een doek en vers water halen? Het moet worden schoongemaakt.’
Een van de meisjes begon te blozen en haastte zich in de richting van het kamp. De anderen stootten elkaar giechelend aan.
Tarid beet op zijn onderlip en richtte zich verder op. Om hem heen strekte de noordelijke hoogvlakte van Narzik zich uit. Het gras had in het felle zonlicht zijn frisgroene kleur al weer verloren. Verspreid over de vlakte lagen honderden schapen te herkauwen, in de gaten gehouden door twee jongens met lange stokken. Een enkele naaldboom, door de wind in kronkelende vormen gedwongen, onderbrak het uitzicht. Naar het zuiden liep het land af tot de rivier Front, onzichtbaar achter de horizon. De heuvels in het noorden gingen schuil onder een donker waas van struikgewas en bossen. Daarachter begon het gebergte Navin. De puntige toppen waren zelfs op een heldere dag als deze gehuld in grijze nevel.
Een paar kinderen in bruine hemden schuifelden dichterbij en keken hem met grote ogen aan. De andere toeschouwers waren bijna allemaal verdwenen. Twee mannen met vilten jassen hadden gewacht tot hij overeind kwam. Nu slenterden ze al pratend terug naar het kamp, met snelle handgebaren hun woorden ondersteunend. Tarid vermoedde dat ze het duel bespraken en met elkaar de gebruikte tactieken doornamen. Hij zou er vast niet goed vanaf komen.
Hij voelde aan zijn schouder. Zijn leren wambuis was gescheurd. De kaarsrechte snee daaronder was nauwelijks dieper dan een schram, maar door de halfgestolde stroompjes bloed leek hij erger dan hij was. De wond deed al bijna geen pijn meer. Tarid rolde om en duwde zich op zijn handen overeind. Een ogenblik voelde hij zich duizelig. Peritar greep hem bij zijn gezonde arm, zodat hij niet kon vallen. Zodra hij zijn evenwicht had teruggevonden, wuifde hij zijn vriend weer weg. ‘Ik voel me prima. Niets aan de hand.’
Peritar leek hem niet te geloven.
‘Echt niet,’ hield Tarid vol. ‘Ik kan wel tegen een stootje.’
Finatin kwam terug, met twee witte doeken over haar schouder en in haar handen een wijde schaal, tot de rand gevuld met water. Ze liep voorzichtig, om maar niets te morsen. Haar zwarte haar hing in twee vlechten tot aan haar middel. Om haar hals droeg ze een ketting van benen kralen. Vlak voor Tarid bleef ze staan. Haar bruine ogen ontweken zijn blik en haar toch al donkere wangen kleurden nog dieper.
Peritar hielp hem zijn wambuis uit te trekken. Finatin maakte een doek nat en depte zorgvuldig de roodbruine vegen op zijn schouder. Tarid wendde zijn gezicht af, zodat ze niet kon zien dat het hem pijn deed. Toen ze klaar was, bleek dat de snee was opgehouden met bloeden. Het was een dunne rode lijn, die waarschijnlijk niet eens een litteken zou achterlaten. Het meisje reikte hem de schone doek aan. Ze had hem bevochtigd en hij voelde koel aan op zijn bezwete huid. Tarid veegde het aangekoekte stof uit zijn gezicht en van zijn armen. Direct voelde hij zich beter. Hij gaf de doek terug en knikte haar toe. ‘Dankjewel, Finatin.’
Ze schuifelde met haar voeten en glimlachte zonder op te kijken. Toen bukte ze, raapte de schaal en de doeken bijeen en haastte zich terug naar het kamp.
Tarid keek haar niet begrijpend na. ‘Zei ik iets verkeerds?’
Het bleef even stil. ‘Laten wij ook teruggaan,’ stelde Peritar uiteindelijk voor, zonder Tarids vraag te beantwoorden. Hij moest echter duidelijk zijn best doen om niet te lachen.

Verder lezen? Dat kan dadelijk in 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga'!

dinsdag 22 november 2016

'De Krakenvorst' - The making of ... (3 en slot): Een pauze van elf jaar

Ik weet niet meer heel nauwkeurig wanneer ik het idee kreeg een fantasyroman te schrijven. Ik denk dat het voorjaar 2001 moet zijn geweest. Ik weet wel dat ik op 7 juli 2001 begon het plot van mijn verhaal in wording op papier te zetten. In een groot notitieblok werkte ik mijn ideeën uit. Eerst de drie verhaallijnen apart (ik wist al dat er drie hoofdpersonen zouden zijn, en dat het twee boeken zouden worden). Vervolgens in twee kolommen, om een idee te krijgen hoe de verschillende lijnen naast elkaar zouden lopen en waar ze elkaar zouden kruisen. Steeds kreeg ik er ideeën bij en er moesten in de kantlijn aantekeningen worden bijgekrabbeld. De voorlopige titel van het boek was toen nog 'De koning en de kraak'.
Het duurde nog even voor ik daadwerkelijk begon te schrijven. Ik moest namelijk eerst nog een boekje schrijven dat in juni 2002 zou worden uitgegeven door de christelijke uitgevers als actieboek voor de Maand van het spannende boek. Zomer 2001 was namelijk mijn debuutroman, de SF-thriller 'Neptunus', uitgegeven bij Kok Voorhoeve, en aangezien zij aan de beurt waren om het actieboekje te verzorgen, vroegen ze mij. Dit werd 'Het Wrak'. Eigenlijk direct nadat ik dat had afgeschreven begon ik na een tijd van werkloosheid aan mijn baan bij het Pharmaceutisch Weekblad als wetenschappelijk redacteur. Een flinke overgang. Gelukkig werkte ik maar drie dagen in de week, en kon ik de rest van de tijd inzetten voor het schrijven. Vol goede moed begon ik aan het manuscript. Ik deed ondertussen mee aan een schrijfopleiding van Script+ in Amsterdam (betaald door mijn uitgever!). Voor een van de lessen stuurde ik de inleiding en het eerste hoofdstuk naar de andere schrijvers toe. Ik kreeg er veel complimenten voor. Vooral vanwege de beklemmende sfeer van de religieuze omgeving, die ik volgens hen heel overtuigend had neergezet.

Toen ik drie hoofdstukken had, stuurde ik het manuscript in wording op naar Kok. Het viel niet zo in goede aarde. Onder andere omdat het leek alsof ik kritiek had op de kerk (nou ja, dat was ook zo), en de door mij geciteerde teksten uit 'heilige boeken' konden worden opgevat als parodie op de bijbel. Mijn redacteur vroeg me of ik niet een contemporaine thriller kon schrijven, in de trant van 'Het Wrak' - dat zou waarschijnlijk goed verkopen. Een tijd lang probeerde ik aan dat verzoek te voldoen, maar er kwam niet echt een goed idee. Ik probeerde verder te schrijven aan 'De Krakenvorst', maar in het begin van het vierde hoofdstuk stokte het. Ik moest beginnen aan een nieuwe paragraaf, maar ik had geen enkel idee hoe ik die moest schrijven. De woorden kwamen gewoon niet.
De jaren daarna dacht ik dat ik mijn verbeelding helemaal kwijt was. Ja, ik begon nog een ander boek te schrijven, maar ook daarmee kwam ik niet verder dan een paar hoofdstukken. Ik schreef een paar korte verhalen, maar slechts een of twee per jaar. Ik had gewoon geen ideeën. Als anderen me vroegen om eens naar een verhaalidee te kijken, borrelde de inspiratie als vanouds, maar als ik iets voor mezelf wilde beginnen bleef de bron droog. In plaats van me bezig te houden met fictie, richtte ik me op het schrijven van filmbesprekingen en theologische essays. Ik schreef twee non-fictie boeken: 'Indrukwekkende Vrijheid', dat verscheen in 2010, en 'De loser die wint', die vorig jaar uitkwam. Maar het schrijven van non-fictie had nooit echt mijn hart. Ik had het alleen nodig om over deze onderwerpen te denken en te schrijven, omdat ik was opgegroeid in een streng religieuze omgeving, waar hobby's als minderwaardig werden gezien, kunst en verbeelding werden gewantrouwd en mijn liefde voor boeken en verhalen al snel een verslaving leken die me van God zouden afleiden. Ook al had ik die kerk verlaten toen ik begin twintig was, de leerstellingen hadden zich in me vastgehaakt, en waren maar moeilijk los te krijgen. Vooral omdat mijn ouders ook niet heel bemoedigend leken ten aanzien van mijn schrijven. En die kritiek, stress op het werk, en de daaruit volgende piekergedachten dempten mijn creativiteit en maakten me depressief.
Er gebeurde in de tussentijd van alles. Ik verhuisde naar Delft, waar ik op mezelf ging wonen. Ik richtte meerdere aquariums in. Werd ontslagen en kwam te werken bij het Tijdschrift voor Diergeneeskunde. Bezocht fantasyfestivals. Waar ik in gesprek kwam met uitgevers, maar niet durfde zeggen dat ik zelf al boeken op mijn naam had staan. Ik leerde Bianca kennen, en vroeg haar ten huwelijk. Maar schrijven lukte me niet.

In 2012 werd ik echter tot twee keer toe ziek. Ernstig ziek. Wondroos. Een heftige infectie aan mijn been, dat rood werd en opzwol, en waarbij ik bijna veertig graden koorts had. Over de eerste ziekteperiode heb ik in een eerder blogbericht geschreven. Ik was behoorlijk hersteld, maar ik moest nu toch echt beter voor mijn eczeem gaan zorgen. De stress op mijn werk nam echter niet af, ik bleef slecht slapen, en voor mijn eczeem zorgen lukte me niet. Het eczeem speelde weer op, en opeens, in september, werd ik opnieuw ziek. Ik weet nog dat ik met Bianca zat in het park bij De Delftse Hout, genietend van koffie met gebak bij café Knus. Ik voelde opeens spierpijn opzetten en werd flauw. Ik ging naar het toilet. Toen ik terugkwam zag ik enorm bleek, kon ik geen hap meer nemen, en schrok mijn verloofde zich een hoedje. Hoe we met de bus thuis terug kwamen, weet ik niet. Mijn ouders kwamen me uiteindelijk ophalen en brachten me langs de huisartsenpost in het ziekenhuis en daar werd de diagnose gesteld: opnieuw wondroos. Ik kreeg antibiotica en lag twee dagen lang op bed beroerd te wezen.
Later, terwijl ik aan het herstellen was, suggereerden mijn ouders dat ik wat aan de stress in mijn leven moest gaan doen. Ja, duh ... Het idee van mijn vader was: misschien moet je wat minder willen schrijven. Slecht idee. Maar opeens realiseerde ik me waar een groot deel van de stress vandaan kwam. Ik wilde namelijk niet te veel schrijven, maar te weinig. En vooral verhalen. Ik voelde me slecht, omdat ik niet dat deed wat ik het liefst wilde doen: verhalen schrijven. Bovendien confronteerde de ernst van mijn ziekte me met mijn sterfelijkheid - vroeger overleden mensen aan wondroos. Ik vroeg mezelf af waar ik het meest spijt van zou hebben als ik zou komen te overlijden. Het antwoord kwam meteen: ik zou er spijt van hebben dat ik niet meer verhalen zou hebben geschreven.
Maar die 'writers block' dan, de barrière die ik voelde, elke keer als ik achter de computer ging zitten? Zou die me niet tegenhouden? Het toeval wilde dat ik niet lang ervoor een citaat had gelezen van Neil Gaiman. Hij beweerde dat er momenten waren dat hij bij het schrijven in de 'flow' zat en de woorden uit zijn pen stroomden. Er waren ook momenten dat het niet zo makkelijk ging, dat hij bij elk woord worstelde, en om elke zin moest strijden. Maar als hij later zijn verhaal terug las, kon hij geen enkel verschil zien tussen de passages waarbij hij in de 'flow' had gezeten en die waarbij het moeilijk was gegaan. De conclusie voor mij? Ik moest gewoon gaan schrijven!
Eerst schreef ik vier korte SF-verhalen. Toen besloot ik om verder te gaan met 'De Krakenvorst', want dat idee had me de tussenliggende elf jaar niet losgelaten. En toen ik er eenmaal aan ging zitten, kwam de inspiratie ook. Ik hoefde alleen te beginnen met schrijven, en mijn verbeelding vulde de gaten aan. De passage waar ik de vorige keer gestrand was, kostte me nu, elf jaar laten, geen enkele moeite. En in een jaar tijd had ik twee boeken afgeschreven ... Boeken waar ik heel erg trots op ben.

Waarom er zo'n pauze in moest zitten? Ik weet het niet. Ik denk zelf dat ik de levenservaring miste om de boeken te kunnen schrijven. Ik weet wel dat ze beter zijn geworden dan ze zouden zijn geweest als ik ze had geschreven toen ik vijfentwintig was. Wat ik ook weet is dat ik nooit meer zo'n pauze ga laten vallen. Ik ga gewoon zitten om te schrijven, of ik nu in de 'flow' ben, of niet. De inspiratie volgt wel. En schrijven is gewoon wat ik moet doen.

De Krakenvorst, boek 1: Keruga verschijnt begin december. Zet het in je agenda en bestel tegen die tijd een exemplaar via bijvoorbeeld Bol.com, of de website van Macc. Wil je weten wat je ervan kunt verwachten? Volgende week plaats ik op mijn blog een voorproefje ...

dinsdag 15 november 2016

'De Krakenvorst' - The making of ... (1): De schepping van Kartaalmon(land)

Het verhaal van mijn fantasytweeluik 'De Krakenvorst' begint eigenlijk al zo'n dertig jaar geleden. Toen wist ik natuurlijk nog niet dat ik ooit een fantasyboek zou gaan schrijven, al genoot ik wel van de opdrachten voor opstellen die we op school kregen. Ik las toen al heel graag, niet alleen boeken, ook tijdschriften. En elke maand kochten mijn ouders voor mij onder andere de Grasduinen, de Natuur & Techniek en de KIJK. In 1987 stond er in dat laatste tijdschrift een artikel over het fenomeen geofictie. Mensen die hun eigen landen verzinnen en er van allen omheen creëren: landkaarten, vlaggen, muntstukken, geschiedenisverhalen, wetgeving enzovoorts. Er stonden ook voorbeelden van landkaarten bij.

Mijn verbeelding werd gestimuleerd, en al snel tekende ik mijn eigen landkaarten. Een van de landen die ik verzon, was 'Kartaalmonland' - een groot schiereiland, met een nauwe landtong verbonden aan het vaste land, met hoge bergen in het binnenland. Als we een tekenopdracht of een schrijfopdracht kregen op school, tekende of schreef ik over aspecten van Kartaalmonland, en thuis begon ik een overzicht en geschiedenis van het land te schrijven. Mijn nieuwe passie bleef niet onopgemerkt door mijn klasgenoten. En die begonnen zelf hun eigen landen te verzinnen. Ook mijn broer Marten sloot erbij aan met zijn land Martinië. De landen hoorden samen in een werelddeel, Bordalstenije, op de planeet Ficton. We hadden een 'geeky' klas, best wel bijzonder, bedenk ik me achteraf.
Waar mijn klasgenoten niet veel verder kwamen dan een landkaart of twee, bleef ik me met Kartaalmonland bezighouden. Van de eerste kaarten heb ik er helaas geen meer over, maar in de eerste jaren van de middelbare school werkte ik mijn project nog een keer uit. Nu met gedetailleerde kaarten, over ecosystemen, hoogtelijnen, klimaat, economie en geschiedenis. Ik voorzag mijn land in tekeningen van allerlei legervoertuigen, koloniën en ruimteschepen (ik tekende ook het zonnestelsel uit waarin Ficton zich bevond). Ik werkte een hele geschiedenis uit vanaf de stichting van Kartaalmonland door koning Kartaalmon in de middeleeuwen, via een oorlog met buurland Bolland en een bloedwratepidemie, tot een wereldoorlog tussen de grootmachten Stilwith en Dark toe (waarbij Stilwith de agressor was, en Kartaalmonland zich aansloot bij Dark). Ik beschreef hoe communicatie verliep via 'briefcomputers' (waarschijnlijk had ik in dezelfde KIJK al gelezen over de digitale snelweg).
Maar bovenal verzon ik de biologie van Kartaalmonland. In tekening na tekening werkte ik uit welke dieren en planten er in welk ecosysteem leefden, inclusief wetenschappelijke namen en evolutionaire stambomen. Van de laatste buidelspitsmuis in de Kartse wadden en Kartaalse duinen, tot het mysterieuze Kartaalse monster, van de Dode Diepworm en de Dode Diepwormhaai in het Dode Diep tot het slijkgras op Doodland. Ik bleef hiermee bezig tot mijn achttiende. Samen met mijn broer Marten zat ik in de schoolvakanties dagen lang te tekenen en te schrijven, en ik heb nog steeds mappen vol schetsen en kaarten in mijn kast staan.

De jaren daarna bleef ik met enige nostalgie aan mijn eigen land terugdenken. Toen ik uiteindelijk het idee kreeg om een fantasyboek te gaan schrijven, duurde het dus niet lang of ik bladerde door mijn map met aantekeningen en besloot niet verder te zoeken naar een wereld om mijn verhaal in te laten afspelen. Met de door mij ooit opgeschreven geschiedenis van Kartaalmonland had ik zelfs al een mooie basis voor de historische achtergrond ervan. Hoe koning Kart het land bijeenbracht, en hoe de conflicten met verschillende buurlanden verliepen, is allemaal in mijn schrift van bijna dertig jaar oud te vinden.
Er is in de omschakeling van Kartaalmonland naar het koninkrijk Kartaalmon wel het een en ander veranderd - nog afgezien van de naam van het land. Mijn fantasyboek speelt zich om te beginnen af in een wereld met andere volken en bovennatuurlijke elementen en die kwamen natuurlijk niet voor op Ficton - voor mezelf zie ik het dus als een soort 'alternatieve geschiedenis' van het oorspronkelijke land. Martinië is ondertussen veranderd in het koninkrijk Narzik, en Bolland is Taris geworden (maar blijft een bron van gevaar voor Kartaalmon). Steden zijn van plek en van naam veranderd, eilanden zijn van de kaart verdwenen, en of het Kartaalse monster nog ergens door de bergen van Kartaalmon ronddwaalt, dat weet helaas niemand ...

Wordt vervolgd ...

dinsdag 23 augustus 2016

Bundels en nog meer verhalen

In twee maanden (de periode die is verstreken sinds mijn laatste schrijverijbericht alhier) kan een boel gebeuren. Zo vierde ik bijvoorbeeld mijn veertigste verjaardag op 29 juli. Het bereiken van deze leeftijd heeft me niet echt in een piekerstemming gebracht hoor, ik heb juist het gevoel dat mijn creativiteit pas op gang begint te komen en er meer lol in het schrijven (en publiceren) gaat aankomen dan in eerdere decennia. De ideeen voor nieuwe verhalen blijven in elk geval komen (daarover later meer). En bovendien: op mijn verjaardag bevond ik mij in Oxford met mijn beste vriend Cornell. We hadden het al jaren over een gezamenlijke reis naar deze stad, vooral omdat twee auteurs die we allebei bewonderen daar leefden en werkten. Ik heb het natuurlijk over C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien, die samen met Charles Williams, Dorothy Sayers en vele anderen de Inklings vormden, een groep die samenkwam in de kamers van Lewis in Magdalen College en in de pub The Eagle and Child. Op de dag dat ik jarig was hebben we eerst Magdalen College bezocht, en de Addison's Walk gelopen (waar Lewis het befaamde gesprek had met Hugo Dyson en Tolkien), waarna we eindigden in The Eagle and Child. We vonden een plek in The Rabbit Room, waar de Inklings ook steeds zaten, en ik had er een goede, bittere ale, zoals zij die ook dronken. Ik denk dat ik niet een betere verjaardag had kunnen hebben. Geinspireerd kwam ik weer terug bij Bianca thuis.
En ik was nog maar net thuis of de postbode bezorgde mijn auteursexemplaar van Ganymedes 16! Dit is een bundel van Nederlandse verbeeldingsliteratuur (inclusief gedichten). Mijn verhaal 'Tot de laatste man' was erin opgenomen. Ik heb de bundel gelezen en vond hem erg goed. Op de 10e september zal het boek worden gepresenteerd in Amsterdam en jullie zijn welkom! Oh, je kunt de bundel natuurlijk bestellen bij de Stichting Fantastische Vertellingen
Nog meer goed nieuws: in het septembernummer van SF-tijdschrift Fantastische Vertellingen verschijnt mijn verhaal 'Gebeurtenishorizon'. Daar kijk ik ook erg naar uit. Het is mogelijk losse nummers van het tijdschrift te bestellen, dus als je mijn verhaal wilt lezen (samen met nog veel andere goede verhalen), bestel dan het septembernummer hier! Mijn verhaal 'Het plotselinge woud', dat ik ook had ingestuurd voor Ganymedes, zal worden gepubliceerd in een volgend nummer van Fantastische Vertellingen (waarschijnlijk in december? Ik hou jullie op de hoogte!).
Remco Meisner van St. Fantastische Vertellingen deed een oproep voor 'tenenkrommende verhalen' voor een bundel die hij wil uitgeven. Mijn verhaal 'De gangen' voldeed volgens mij aan die omschrijving, en dat vond Remco ook, dus die wordt meegenomen. Nieuws over deze bundel volgt!
Vorige week heb ik twee verhalen opgestuurd voor de Harland Award, de belangrijkste verhalenwedstrijd voor fantasy en Sf in het Nederlandse taalgebied. Ik heb goede hoop wat beide verhalen betreft. Helaas moet ik tot april wachten om de uitslag te weten te komen. In de tussentijd zijn er echter meer wedstrijden om aan mee te doen, zoals Fantastels en Trek Sagae, maar ook Moord en Mysterie - ik schreef recent een verhaal dat daar prima in zou passen. Oh, en ik heb al een verhaal liggen om op te sturen voor de volgende editie van Ganymedes!
Tot dusver heb ik dit jaar negentien korte verhalen geschreven (en een boel gedichten en boekrecensies), voor de meeste daarvan heb ik nog geen bestemming gevonden. Helaas zijn er weinig SF-tijdschriften in Nederland. Het blijft mijn droom om ooit een of meer bundels te publiceren, zodat jullie deze verhalen ook kunnen lezen. Dat betekent niet dat er van mijn hand niks te lezen valt dit jaar. Voordat dit jaar voorbij is, verschijnt namelijk het eerste deel van mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst', 'boek 1: Keruga', bij uitgeverij Macc. Theo Barkel, de uitgever, had afgelopen weekeinde een etentje georganiseerd voor de schrijvers uit zijn fonds, waar Bianca en ik bij waren. Hij vertelde me dat hij mijn boek heel spannend vond en dat het moeilijk was tijdens het redigeren te stoppen met lezen. Dat is een groot compliment natuurlijk. En hij zal de redactieronde deze week afronden, zodat ik daarna kan beginnen met het herschrijven. Dat ga ik de komende maand natuurlijk prioriteit geven, en hopelijk ben ik er op tijd mee klaar om publicatie in december nog mogelijk te maken. Het zou erg leuk zijn als ik het boek zou kunnen presenteren op de wintereditie van Castlefest. Boek 2: Kartaalmon zou dan in 2017 uitkomen, het is in elk geval al geschreven.
En ik heb al een goed idee van de volgende schrijfprojecten die ik wil aanpakken. Ik heb een fantastisch idee (al zeg ik het zelf) voor een langere hard SF roman, waarin ik 'mind blowing'-concepten zoals intelligente dysonbollen, groepbewustzijn en buitenaards leven wil combineren met emotionelere verhaallijnen over pesten en veeleisende ouders. Een ander idee betreft een Young Adult SF-trilogie. Ik heb dit jaar een heel kort (1200 woorden) SF-verhaal geschreven voor een wedstrijd, met een wereld die ik wel heel interessant vond en die ik graag uitgebreider wil bezoeken in een verhaal. En er vormt zich in mijn gedachten al een plot. Misschien dat ik deze trilogie wel eerst schrijf, zodat ik een lezerspubliek creëer voor mijn grotere SF-roman.
Maar voor het zover is wil ik nog steeds mijn volgende non-fictieboek afmaken, mijn boek over een sacramentele visie op de wereld. Ik heb daarvoor al alles bij elkaar gebracht wat ik over het onderwerp heb geschreven op mijn blog en al mijn aantekeningen die ik in de loop der jaren heb verzameld. Ik moet het allemaal redigeren, inkorten en tot een geheel smeden. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik dit onderwerp aan de orde moet stellen, maar om eerlijk te zijn ben ik enthousiaster over mijn nieuwe ideeen voor verhalen. Ik denk wel dat ik wat meer creatieve energie over heb als ik klaar ben met 'De Krakenvorst' waar ik de afgelopen maanden toch wel op heb zitten wachten. Ik vind het jammer dat het non-fictieproject me wat meer tijd kost dan ik vorig jaar dacht, maar gelukkig heb ik geen strakke deadline. Als ik dit boek volgend jaar af kan krijgen, zal ik al trots zijn op mezelf!
In elk geval, zoals jullie begrijpen, voorlopig hoef ik me niet te vervelen!

dinsdag 9 augustus 2016

Gedicht: Castlefest 2016

Castlefest 2016

Ik had me aangesloten 
-en ook mijn vrouw- bij de stoet
van mooi geklede mensen 
(ridders, elfjes, kinderen)
onder een dak van bomen
naar de poort. Nervositeit
verdween al snel. Slechts één stap
en binnen was ik. Vertrouwd
de klank van harpen, lieren,
gelach, wapengekletter.
Kramen met rijp vlees, cider,
zoete wijn en overal
verhalen. Was echt een jaar
voorbij sinds de laatste keer
dat ik hier liep? Het voelde
niet zo, de tijd verdwenen
als een droom, nog flarden slechts,
twee dagen -maanden terug- 
veel echter, alsof dit feest
is waar ik thuis kan komen,
mijn cape mij hier juist onthult.
Geen vlucht! Dat is de wereld
van prestatie, nuttigheid,
en oordeel. Hier kan ik zijn
zonder te verdwijnen 
en toch mezelf vergeten:
het gevoel van eeuwigheid.

dinsdag 14 januari 2014

Filmbespreking: The Secret Life of Walter Mitty

Ik las op de middelbare school het korte verhaal waarop deze film (heel erg losjes) is gebaseerd. In een boek over Engelse literatuur. Niet verwonderlijk, want volgens Wikipedia is dit verhaal van James Thurber een van de meest in anthologieën opgenomen verhalen uit de Amerikaanse literatuurgeschiedenis. Het sprak me meteen aan. Ik herkende namelijk mezelf in de hoofdpersoon, die zodra hij de kans krijgt, zich verliest in dagdromen. Zo stelt hij zichzelf voor als vliegbootspiloot, als chirurg en voor het vuurpeloton. Ikzelf heb ook al van jongs af aan een nogal levendige fantasie. Oh, dit wordt trouwens weer een wat autobiografische filmbespreking, dus als je daar geen trek in hebt, kun je beter stoppen met lezen en de film kijken. Ik ga hem namelijk hieronder van harte aanbevelen.
Maar verder over mij, voordat ik op de film overga: ik liep als kind al fantaserend over straat, van huis naar school (en terug). Ik verzon allerlei avonturen (gebaseerd op tekenfilmseries als G.I. Joe), maar stelde mezelf ook graag voor als ontdekkingsreiziger, waarbij ik nieuwe vissoorten ontdekte, en die vervolgens in een aquarium hield en tot voortplanting bracht. Ik las veel aquariumtijdschriften, dat verklaart een boel. Ik was hierdoor ook wel wat afwezig, wat leidde tot plagerijen, maar ook tot een bijna-aanrijding, omdat ik op de fiets de straat overstak zonder op of om te kijken. (Dit is de reden dat ik nu ook nog steeds niet graag fiets: je kunt dan niet veilig in gedachten verzonken blijven). In een of twee situaties gebruikte ik het fantaseren bewust als vlucht uit de realiteit, zoals die ene keer dat ik voor straf op de gang moest zitten.
Het lezen van dit korte verhaal op de middelbare school kwam daarom ook wel heel dichtbij. Want het is duidelijk dat Walter Mitty het in dit verhaal niet makkelijk heeft. Hij is een meegaande man, die wordt afgesnauwd, onder andere door zijn wat dominante vrouw. In zijn fantasieën is hij echter sterk, inventief, heldhaftig. Alles wat hij in het echt niet is. Maar zijn fantasieën brengen hem er niet toe in actie te komen om zijn situatie te verbeteren, maar zorgen er juist voor dat hij langer passief blijft. Ik was gefascineerd door het verhaal, maar voelde me ook beschuldigd. Wilde de schrijver zeggen dat verbeelding iets negatiefs was? In mijn leven bevonden zich genoeg andere stemmen die mij ervan beschuldigden uit de realiteit te willen vluchten. En er zat een kern van waarheid in, want ik werd op de middelbare school gepest, en voelde me afwijkend vergeleken met klasgenoten, en niet begrepen door mijn ouders en de kerk. Ik had het gevoel dat ik alleen mezelf kon zijn in de wereld die ik in mijn gedachten bij elkaar fantaseerde. Dus kon ik de waarschuwing van het verhaal nooit goed achter mij laten. Er bleef een knauwende twijfel bij me achter, of ik soms niet de waarheid over mezelf onder ogen durfde zien. Mijn fantasie kon ik echter onmogelijk afwijzen. Daarom was ik opgelucht toen ik ontdekte dat de film een andere kant op gaat, en laat zien hoe fantasie een positieve rol in iemands leven kan gaan spelen.
Ik ben dus niet een van de critici die er een probleem mee heeft dat deze film afwijkt van het originele verhaal of zelf er een heel andere draai aan geeft. Ik juich het juist toe! Alleen verdwijnt uiteindelijk het element van fantasie uit het plot. Gelukkig ben je dan als kijker al gefascineerd door het verhaal en de hoofdpersoon (briljant neergezet door Ben Stiller, nu eens niet boos of opgewonden, maar introvert en bescheiden, althans in het begin), en merk je deze andere nadruk nauwelijks. Mooi zijn verder de subtiele grafische toevoegingen aan de shots, de beelden van prachtige natuur en de geloofwaardige relaties (al hoop ik niet dat er werkelijk zulke afstotelijke managers bestaan als in deze film - van die mannen die baarden dragen, alleen omdat de tijdschriften zeggen dat het in de mode is). Grappig zijn de filmpersiflages in de fantasiescenes en de heel diverse bijfiguren. In de bioscoopzaal werd meerdere malen hardop gelachen. Ik hoop de film nog meerdere malen te kijken en zou zelf niet verbaasd zijn als hij tot mijn favorieten zou gaan horen.

Wie de hoofdpersoon is in deze film wordt verklapt door de titel. Walter Mitty. Hij werkt bij het tijdschrift Life, op de foto-afdeling. Hij is de contactpersoon van sterfotograaf Sean, die nog steeds zweert bij filmrolletjes. Terwijl hij filmnegatieven ontwikkelt, heeft Walter een oogje op zijn knappe collega Cheryl. Hij durft haar echter niet aan te spreken. In plaats daarvan verliest hij zich in dagdromen waarin hij dat wel durft, en een interessanter leven leidt dan hij doet. Wanneer Life wordt overgenomen en het papieren tijdschrift wordt opgeheven, staat ook Walters baan op het spel. Hij moet voor het laatste nummer van het tijdschrift de coverfoto verzorgen, aan hem toegestuurd door Sean. Maar het negatief in kwestie, nummer 25, ontbreekt. Uit de andere foto’s probeert Walter aanwijzingen te destilleren. Hij ontdekt dat een van de plaatjes een schip betreft in Groenland. Aangespoord door Cheryl gaat Walter op zoek naar Sean. Het is de eerste keer dat Walter het land uit is, en het voelt heel avontuurlijk, maar al snel ontdekt hij dat het werkelijke leven nogal eens anders uitpakt dan hij zich in zijn dromen voorstelt.

Het is te eenvoudig om fantasie te reduceren tot een ‘vlucht uit de werkelijkheid’. Dat moet James Thurber zich ook hebben gerealiseerd. Hij was per slot van rekening schrijver, en gebruikte zijn verbeelding om Walter Mitty te verzinnen. Verbeelding is iets heel moois en krachtigs. Verbeelding is scheppend. Toen ik op de basisschool zat was er niet zoveel mis in mijn leven (ik werd toen bijvoorbeeld niet gepest). Toch fantaseerde ik veel. Ik vond het geweldig om verhalen te verzinnen, nieuwe werelden, spannend en mooi. Daar ging ik in op. Niet omdat ik iets had om van te vluchten, maar omdat ik deze verhalen zo mooi vond. Ik ging ze zelfs naar de werkelijke wereld vertalen, door te tekenen, maar ook door te schrijven. Ik keek steeds uit naar het schrijven van opstellen, maar begon toen die er te weinig kwamen, ook thuis te schrijven. Schriften en mappen vol. Tot ik uiteindelijk een boek schreef dat het waard was om uitgegeven te worden. Dat had ik niet gekund als ik niet als kind (en als volwassene) in mijn eigen verbeelding was opgegaan. Ja, ik was iemand die liever in de verzonnen werelden ronddoolde, dan bijvoorbeeld te voetballen of te klussen in huis. Of naar dansfeestjes te gaan of geld te verdienen. Maar dat is in zichzelf niet erg. J.R.R. Tolkien weerlegt bijvoorbeeld de beschuldiging dat sprookjesverhalen escapistisch zouden zijn. “Waarom zou iemand worden gehoond als hij, wanneer hij merkt dat hij in een gevangenis zit, probeert uit te breken en naar huis te gaan? Of wanneer hij dat niet kan, aan andere onderwerpen denkt dan gevangenisbewaarders en gevangenismuren? De wereld buiten is niet minder echt geworden omdat de gevangene die niet kan zien.”
Als christen en als mens geloof ik niet dat die wereld van geld, huizen, auto’s en sport de enige wereld is, en zou ik er depressief van worden als dat wel zo was. Ik zoek naar betekenisvoller activiteiten. Maar hier ligt het verschil: ik geloof dat die er zijn, dat schoonheid, avontuur en intimiteit (volgens John Eldredge de drie kernelementen van elk episch verhaal) werkelijk betekenis hebben. Daarom was mijn ontsnapping in de verbeelding de ontsnapping van een gevangene en niet het verraad van een deserteur, om opnieuw Tolkien te citeren. Die laatste, de deserteur, vlucht omdat hij zijn land haat, de eerste ontsnapt omdat hij van de buitenwereld houdt. Oh, toen ik uiteindelijk gepest werd deserteerde ik ook wel eens, niets menselijks is mij vreemd, tenslotte.
Maar dat waren andere fantasieën. Het waren fantasieën waarin ik zelf heel succesvol was, waarin ik pesters in elkaar sloeg of opeens beroemd schrijver was. Het was de fantasie zoals C.S. Lewis die beschrijft van kinderboeken die zich op scholen afspelen. ‘There are two kinds of longing,’ zegt hij in On Three Ways of Writing for Children. ‘The one is a spiritual exercise and the other is a disease.’ De tweede, die van de realistische verhalen, doet kinderen ernaar verlangen de beste van de klas te zijn, en het meisje te versieren, en doet mannen ernaar verlangen succesvol zakenman te zijn, een sportauto te rijden of overspel te plegen. ‘I never expected the real world to be like the fairy tales’, geeft Lewis toe. ‘I think that I did expect school to be more like the school stories.’ Als een romanpersonage dat soort dingen ongestraft kan doen, dan jij toch ook?
De fantasieën van Walter Mitty in het begin van deze film horen tot deze categorie. Ze gaan over hemzelf. Hij stelt zich bijvoorbeeld voor hoe hij de vervelende manager een lesje leert in een gevecht als in een Matrix-film. Het is de vlucht van een deserteur. En deze fantasieën houden hem gevangen. Want ze helpen Walter niet zichzelf waardevol te vinden, maar maken hem juist teleurgesteld in zichzelf. Hij denkt dat hij oninteressant is, en niks bijdraagt: maar hij heeft ondertussen een fascinerende baan bij een mooi tijdschrift, een collega die ook een vriend is, hij zorgt trouw voor zijn moeder en is er voor zijn zus. Hij denkt dat niemand van hem kan houden, maar het is duidelijk dat Cheryl in hem geïnteresseerd zou zijn, als hij zichzelf maar zou zien door haar ogen (ook dat is voor mij trouwens pijnlijk herkenbaar).
Er is gelukkig ook een tweede vorm van fantasie, die niet leidt tot passieve aanvaarding, maar tot actie, tot opstand tegen het kwaad. Het is verbeelding, fantasie, die iemand inspireert en tot daden aanzet. Want om iets aan je omstandigheden te veranderen, moet je je eerst kunnen voorstellen dat ze anders zouden kunnen zijn. Het kenmerk van deze tweede vorm van fantasie is dat het niet op zichzelf gericht is, niet zelfzuchtig is. Ze geeft juist de dingen buiten ons betekenis, en stimuleert ons ernaar te verlangen. Ze suggereert ons dat het leven de moeite waard is. Opnieuw Lewis: “Fairy land arouses a longing for he knows not what. It stirs and troubles him (to his life long enrichment) with the dim sense of something beyond his reach and, far from dulling or emptying the actual world, gives it a new dimension of depth. He does not despise real woods because he has read of enchanted woods. Thsi reading makes all real woods a little enchanted.
En ook deze vorm van verbeelding komt in deze film aan bod. Namelijk als Walter zich Cheryl voorstelt en hoe zij hem aanmoedigt een helikopter in te gaan. Zijn verbeelding is gericht op iets buiten hem, en hij ontdekt door zijn verlangen te volgen waartoe hij allemaal in staat is. Hij ontdekt wie hij eigenlijk is. Hij was namelijk ooit sportief en scateboarde, maar is dat kwijtgeraakt. Nu vind hij het terug. Ikzelf schreef heel lang verhalen, tot ik het kwijtraakte. Door boodschappen van anderen. Juist boodschappen die de fantasie afwezen. Ik dacht dat wat bij mij hoorde niets waard was, en dat ik mijn plicht moest doen. Ik begroef, net als Walter, mijn verlangen, omdat ik dacht dat er iets mis met mij was. Ik moest net als hij op een punt komen dat ik me voorstelde dat ik elk moment kon sterven, en me dan de vraag stellen wat ik het liefst van alles wilde doen. Voor mij was dat schrijven. En dus ging ik het weer doen. En dat leidde ertoe dat ik mezelf meer ging aanvaarden. Er was nooit iets mis geweest met mij. Ik was altijd, ook toen ik het zelf niet kon zien, een waardevol mens geweest. Net zo met relaties. Ik moest op het punt komen dat ik besloot dat ik 'ziek en moe was van ziek en moe te zijn'. Maar voor ik durfde een meisje uit te vragen, moest ik gaan verlangen. In plaats van met mij en mijn onvermogen bezig te zijn, moest ik gaan zien dat iemand anders zo goed was dat ik voor haar de sprong in het diepe wilde maken. Ik moest me kunnen voorstellen dat een relatie waardevol was, voor ik daar een risico voor wilde nemen. Het risico bleek gelukkig de moeite waard te zijn!

Dit is ook het punt van de film. De boodschap is niet dat Walter op reis moest gaan, dat hij avonturen moest beleven, om dan pas waardevol te zijn. De boodschap is niet dat hij pas interessant is voor vrouwen, als hij uit een helikopter is gesprongen en in de Himalaya heeft gereisd. Ik zie dit bevestigd als Walter eindelijk de medewerker van eHarmony ontmoet, die hem de hele film al heeft lastig gevallen omdat hij op zijn profiel niet heeft ingevuld waar hij geweest is en wat hij gedaan heeft. Deze man lijkt zelf ook geen avontuurlijk type, maar is meer een stereotype nerd, die achter de computer zit.
Nee, de boodschap is dat Walter al vanaf het begin waardevol, interessant en menselijk was als zichzelf. Altijd al. Maar hij wist het niet van zichzelf (door boodschappen uit zijn omgeving). Dus zijn avonturen gaven hem geen waarde, ze openden alleen zijn ogen voor de waarde die hij al had. Fotograaf Sean zegt het ergens in de film dat ‘Beautiful things don't ask for attention’. Je eigen schoonheid dus ook niet. Dus moet je die leren zien, leren waarderen. De ongezonde fantasie zorgt dat je je vergelijkt met anderen die succesvoller zijn dan jij, rijker, gelukkiger in de liefde. De gezonde fantasie zorgt dat je de betekenis ziet in alles en iedereen, in schoonheid, waarheid en intimiteit, en dus ook in jezelf - als jezelf, niet als een ideaal.
Wat Walter tijdens de film nastreeft, waar hij naar op zoek is, bevindt zich dus dichter bij huis dan hij zich kon voorstellen. Letterlijk en figuurlijk. Maar soms moet je een omweg bewandelen om te ontdekken wat altijd al waar was. Het geheime leven van Walter Mitty is niet het leven in zijn fantasie, maar het waardevolle leven dat hij al leidde, maar dat voor hemzelf nog een geheim was. Hij had een ander nodig die het voor hem kon waarnemen. Een fotograaf.
Een van de mooie scenes in de film (een van de vele) vindt plaats in de Himalaya, waar fotograaf Sean en een groep dragers bivakkeren. Aan het eind van de dag gaan ze een potje voetballen. Walter wordt gevraagd om mee te doen. Dat is volgens mij het moment van overgave. Hij bevindt zich namelijk op zijn dieptepunt, heeft zijn hoop verloren, maar wordt toch gevraagd om mee te spelen. Spelen is iets fundamenteel ander dan werken. Daar heb ik op mijn blog ook al over geschreven. Spelen vraagt van je dat je gewoon jezelf bent. En dat is Walter, onder de Oosterse zon, hoog in de bergen, ver van huis, een mens onder de mensen.
Ik herinner me zelf hoe ik in India de vraag kreeg of ik mee wilde volleyballen. En daar stond ik even later aan het eind van de middag op een veldje, tussen allemaal Indiase jongens, geen westerling te bekennen, de hemel oranje, palmbomen hun toppen boven de muren uitstekend, en ik sloeg een bal over het net heen. Ik heb weinig momenten me zoveel momenten gewoon ‘Johan’ gevoeld als toen. En dat moment van zelfacceptatie hielp me om terug in Nederland ook mezelf te blijven accepteren.
Zo ook met Walter als hij terugkeert. Hij vlucht niet meer in zijn fantasieën, maar zegt de veranderingsmanager wat hij vindt, en hij vraagt Cheryl of ze met hem uit wil gaan. En dat hoewel hij is ontslagen. Hij leeft. En zijn fantasie is nu niet meer een vlucht, maar hoort bij het leven zelf. Walter kan weer scateboarden, hij kan weer tekenen, hij kan weer creatief zijn. Dit is de quintessence van ‘Life’ - zoals de leus van het tijdschrift zei: ‘To see the world, things dangerous to come to, to see behind walls, draw closer, to find each other, and to feel. That is the purpose of life’. Ik kan me hierbij aansluiten. Ikzelf zie deze maanden ook weer een lang gekoesterde droom in vervulling gaan, met de kans om meer tijd aan schrijven te besteden. Ik kan steeds vaker de vlaggen verzetten, met aandacht leven voor anderen, de natuur, maar ook mezelf. En dat, dat bewustzijn, is wat leven inhoudt.