Posts tonen met het label toekomst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toekomst. Alle posts tonen

dinsdag 1 januari 2019

Een tot de nok toe gevuld 2018 en al weer veel plannen voor 2019

Het leek gisteravond alsof er oorlog was uitgebroken. De hele avond door geratel, afgewisseld met luide knallen die het glas in de sponningen lieten ratelen. En om twaalf uur hadden Bianca en ik moeite om te zien of nu echt de jaarwisseling plaatsvond, want er was al zoveel vuurwerk zichtbaar de hele tijd. Gelukkig is de rust nu heerlijk teruggekeerd. Vandaag staan er voor ons Disneyfilms op het programma en oliebollen en appelbeignets, en natuurlijk mijn jaarlijkse nieuwjaarsbericht, een traditie die ik al volhoud sinds het begin van deze blog in 2009. Ik heb echter besloten de inleiding dit jaar wat korter te houden om jullie niet te vermoeien met uitgebreide beschouwingen over de toestand in de wereld (kon beter) of mijn zorg over het klimaat en het milieu (ik heb genoeg inspiratie voor apocalyptische verhalen). Ik zal dit keer dus maar met de deur in huis vallen:
2018 was een geweldig jaar op schrijfgebied. Er kwamen niet een, niet twee, maar drie boeken van mij uit. Om te beginnen eind september mijn SF-verhalenbundel 'Het teken in de lucht', waarvoor ik het idee al bijna vijftien jaar geleden had, en tien jaar geleden het eerste verhaal schreef. Er verschenen ook al meerdere recensies, zonder uitzondering positief! Verder vroeg Patrick Berkhof me in het voorjaar of ik een verhaal wilde schrijven dat zich afspeelde in zijn Wold van Dizary. Ik had zijn boek gelezen en vond dat inspirerend, dus ik zei graag 'ja'. Mijn novelle 'Acmala' kwam uit in oktober en werd ook enthousiast ontvangen. Patrick en ik werden bovendien geïnterviewd voor het AD (de Zoetermeerse editie) waar fantastische foto's bij verschenen. In december verscheen tenslotte mijn SF-roman 'De afvallige ster', waar ik persoonlijke thematiek als pesten (dit was de eerste keer dat ik over mijn pestverleden kon schrijven) verbond met grootschalige SF-ideeën. De boekpresentatie was een feestje en ik wacht met spanning op de eerste recensies.
Korte verhalen van mijn hand werden gepubliceerd op de websites De Futurist en Historische Verhalen, in de tijdschriften Fantastische Vertellingen en The Flying Dutch en in de bundels Tenenkrommende Verhalen, Historische Verhalen II, Fantastic Story Competition, Achterblijvers, Aangenaam, Grijze Klever, Verhalen Vertellers en Lovecraft in de polder (drie stuks!). Ook stond er in Ganymedes 18 een gedicht van mijn hand! Ik plaatste verder drie verhalen 'uit de oude doos' op Sweek.
Elke maand verscheen dit jaar van mij een essay over een aan SF of fantasy gerelateerd onderwerp (eerst op Fantasize en toen die site ophield te bestaan op Fantasy-schrijven.nl). Ik was daarnaast vaste recensent voor Fantastische Vertellingen en in elke editie kwamen drie tot vier recensies van mijn hand te staan. Aan inspiratie voor nieuwe verhalen had ik geen gebrek dit jaar. Ik schreef zestien korte verhalen (vooral veel verhalen in het horrorgenre), de korte roman 'De groene toren' (gebaseerd op een verhaal dat ik schreef als tiener maar toen in een vlaag van religiositeit weggooide), en drie novelles: 'Acmala', 'De gevonden wereld' en 'Plastic vriend'. Ik mocht ook het voorwoord schrijven bij de nieuwste Edge.Zero-bundel en vlak voor de jaarwisseling kon ik van start gaan met mijn volgende korte roman: 'IJsbrekers'. Mijn tekenhobby pakte ik ook weer op en ik maakte heel wat tekeningen bij mijn eigen verhalen.
Ik was in 2018 te vinden op een heel aantal beurzen en evenementen, van Castlefest tot Fantasy Fest. Op de Dag van het fantastische boek mocht ik een goed bezochte workshop geven over 'De stad van de toekomst' en op Comic con Amsterdam zat ik in twee panels over het fantastische genre. Ik was tevens een van de juryleden voor de 'Achterblijvers'-verhalenwedstrijd en las en beoordeelde daarvoor een groot aantal korte verhalen.
Ik las dit jaar 94 boeken waarvan 44 van Nederlandse of Vlaamse auteurs. Van al die boeken schreef ik een recensie op Goodreads (die voor de Nederlandstalige boeken ook verscheen op Hebban). Ik las eindelijk de laatste twee boeken van de reeks van Steven Erikson, kon een heel aantal Euro-5 boeken lezen (jeugdsentiment) en vond onderin mijn kast een doos met SF-pockets uit de jaren 50 en 60 terug die ik ooit van een oom had gekregen - heerlijk leesplezier. Ook las ik veel mooie stripboeken (waaronder een nieuwe verstripping van 'The lost world' van Arthur Conan Doyle en nieuwe delen van de serie Konvooi). Ik vond het jaar op filmgebied wat tegenvallen. Er zat weinig verrassends tussen, al waren 'Ready Player One' en 'Spider-Man: into the Spiderverse' wel heel erg goed. Samen met mijn vrouw keek ik de serie Star Trek Enterprise en begon ik aan The Original Series. Verder genoten we van A series of unfortunate events, en ik kon Lost in Space, Altered Carbon, Westworld en American Gods ook erg waarderen.
Er kwam geen nieuw aquarium bij dit jaar, maar wel nieuwe vissen, zoals een argusvis en de snoek Ctenolucius hujeta. We blijven verder genieten van onze dwerghamster Dipper, die niet meer ondersteboven in zijn kooi hangt (hij is al twee, dus voor een hamster al wat ouder), maar die verder net zo levenslustig is als altijd. Bianca en ik bezochten weer dierentuinen en zagen onder andere de panda's in Ouwehands dierenpark, we gingen naar musea (Teylers museum in Haarlem blijft een favoriet) en waren aangenaam verrast door Sealife in Scheveningen, en we struinden langs boekwinkels in Amsterdam. Mijn sociale leven stond op een wat lager pitje want met al mijn schrijfactiviteiten heb ik eigenlijk een dubbele baan. En dat is af en toe vermoeiend. Ik kwakkelde wat met mijn gezondheid in het najaar en leek elk virus op te pikken, maar ik had gelukkig geen bronchitis (zoals in 2017). Ik had wel een paar keer een paniekaanval, dus de uitdaging voor 2019 wordt om daarbij op tijd in te grijpen.

Voorspellingen doen voor het volgende jaar is altijd lastig. Mijn ervaring is dat het meeste niet uitkomt. Dus ik hou graag een slag onder de arm. Sommige dingen weet ik echter wel zeker. Zo komt op de Boek10-dag van Godijn Publishing op 11 mei 2019 mijn novelle 'Plastic vriend' uit in de gloednieuwe reeks van Godijntjes. Mijn novelle in het Ziltpunkgenre gaat onder andere over plasticvervuiling in de oceanen en de royalties zal ik storten op de rekening van een organisatie die daar tegen strijdt. Op Castlefest in Augustus zal het door mij geschreven vijfde deel van de 'Castlefestkronieken' uitkomen, getiteld 'De gevonden wereld'. Sherlock Holmes en dinosauriërs op het terrein van de Keukenhof! Dat wordt leuk. Dit jaar gaat ook het project 'De zwijgende aarde' van Quasis van start. Vijf SF-romans van zes schrijvers in een gedeelde wereld. Ook ik werk mee en mijn boek 'IJsbrekers', het vijfde in de reeks, verschijnt in november. Ook ligt mijn boekje 'Mieren en sprinkhanen' nog steeds bij St. Fantastische Vertellingen! Ik hoop dat dit ook dit jaar nog kan uitkomen. Korte verhalen staan op de planning in SF Terra, The Flying Dutch, Tjonge en Fantastische Vertellingen en verder in bundels als 28x Blauwe Violen, 18x Verloren zielen, Historische Verhalen III en nog meer! Verder ga ik natuurlijk door met recenseren voor Fantastische Vertellingen en essays schrijven voor Fantasy-schrijven.nl.
Ik zal weer op een heel aantal festivals en beurzen te vinden zijn dit jaar. Om te beginnen op 26 januari Imagicon in Eden, waar ik aan twee panels zal deelnemen. Daarna de Sci Fi/Fantasy dag van Godijn Publishing in Delft op 2 maart 2019. Daar geef ik een workshop over het schrijven van actiescènes. Op 11 mei op de Boek10-dag zal ik ook een workshop geven. Verder zul je me kunnen tegenkomen op onder andere Elfia, Keltfest, Fantasy Fest Rijswijk en Castlefest. Collegaschrijver Sonn Franken heeft een mooi idee voor een schrijversgilde, dus misschien zie je me met die groep schrijvers ook in bibliotheken en boekwinkels terug.
Ik wil dit jaar ook weer nieuwe schrijfprojecten ondernemen. Als ik 'IJsbrekers' voltooid heb, ga ik samen met Theo Barkel een futuristische detective schrijven, 'De quantumdetectives'. Er komt waarschijnlijk ook een ander samenwerkingsproject aan en ik wil beginnen aan mijn SF YA-roman 'Het denkende woud'. Daarnaast ben ik al de verhalen aan het lezen voor de 'Nachtwakers'-verhalenwedstrijd van Godijn Publishing, want ik ben een van de juryleden. Het niveau ligt weer hoog.
Over lezen gesproken: ik wil dit jaar onder andere de zes Dunctonboeken van William Horwood herlezen en de doos met SF-pockets is nog lang niet leeg. Ook hoop ik weer veel Nederlandstalige werken tot mij te kunnen nemen. Misschien dat ik dit jaar het paludarium inricht dat ik al in huis heb (een soort aquarium met een landgedeelte), misschien ook niet. Ik ga in elk geval heel veel genieten van de aquariums die ik al heb staan. En van Dipper natuurlijk. Verder willen Bianca en ik weer regelmatiger naar de dierentuin, naar het museum en naar het strand in Scheveningen. Kortom, mijn nieuwjaarsbericht in 2020 zal wel weer net zo lang worden als deze ...

dinsdag 25 september 2018

'Het teken in de lucht' - 'The making of ...'

Afgelopen zondag mocht ik op fantasyfestival Elfia in Arcen mijn nieuwe SF-bundel 'Het teken in de lucht' alvast even in mijn handen houden. Eigenlijk komt hij namelijk pas uit op 29 september, als onderdeel van Boek10 2018. Maar de boeken waren al binnengekomen van de drukker en mijn uitgever besloot de bezoekers van Elfia de primeur te gunnen. En ik kon me alvast verlustigen aan mijn nieuwe pennenvrucht, het negende boek van mijn hand. Want het blijft altijd bijzonder je eigen werk terug te zien in de vorm van een boek, een concreet product, letters op papier, alsof het opeens buiten jezelf bestaat. Dat gevoel heb ik niet bij op dezelfde manier bij verhalen die ik op internet publiceer. Dat blijft altijd in enige mate ontastbaar. Maar dat is mijn punt niet. Wat ik wil zeggen is dat 'Het teken in de lucht' nu bij elke boekwinkel te bestellen is, en als je hem deze week aanschaft via de webshop van Godijn Publishing krijg je zelfs een gesigneerd exemplaar!

Wat het moment afgelopen zondag nog extra bijzonder maakte, was dat deze bundel al een hele geschiedenis heeft. Ik begon er namelijk meer dan tien jaar geleden aan te schrijven. Het idee voor de bundel kreeg ik zelfs al in 2004 of 2005 - helaas heb ik de precieze datum nooit opgeschreven. Ik weet wel dat het in de winter was, in de tuin van mijn ouders. Of althans, dat was het moment dat ik mijn broer Marten er over vertelde. Het was twee of drie jaar na het verschijnen van mijn tweede boek 'Het wrak', dat in 2002 het actieboek voor de maand van het spannende boek was van de christelijke uitgevers. Ik had ondertussen een vervolg geschreven op 'Neptunus' (dat in 2001 was uitgekomen), maar mijn toenmalige uitgever wilde daar niet aan beginnen. Ook was ik eind 2001 begonnen met het schrijven van een fantasyverhaal, toen nog getiteld 'De koning en de kraak'. Ik had de eerste drie hoofdstukken af en liet het aan mijn uitgever lezen. Ook dat manuscript viel niet in goede aarde. Ten eerste omdat het wat te kritisch was op religie, ten tweede omdat fantasy sowieso niet goed verkocht in christelijke boekwinkels. Kon ik niet een keer een contemporaine thriller schrijven, in de stijl van 'Het wrak'? Teleurgesteld begon ik een idee daarvoor uit te werken en ik schreef de proloog, maar daarna kwam er niets meer uit mijn vingers. Ook aan mijn fantasyverhaal ging ik niet meer verder. Ik had het idee dat ik droogstond. Mijn verbeelding was spoorloos verdwenen. Een heuse 'writers block', dus.
Maar natuurlijk bleef ik in mijn gedachten met het schrijven bezig. Ik bedacht een soort tijdreis/horrorverhaal - dat eindigde met het verdwijnen van het hele universum (dat ik ooit nog een keer zal uitwerken). Maar ik had ook een idee voor een kort SF-verhaal. Ik woonde destijds namelijk in Leiden boven een christelijke boekwinkel, en las (strikt genomen illegaal) op de trap naar boven de boeken die in opslag stonden in de gang. Daartoe behoorden de eindtijdverhalen uit de 'Laatste bazuin'-serie van Tim LaHaye en Jerry B. Jenkins. Daarin worden de gelovigen in de hemel opgenomen terwijl de rampen uit Openbaring over de aarde worden uitgestort. Filmliefhebbers kennen misschien wel de versie met Nicolas Cage. Ik was me echter aan deze boeken gaan ergeren, omdat ik het toekomstbeeld dat eruit sprak zo negatief vond. Ik heb daar onlangs in een blog op Fantasy-schrijven uitgebreid over geschreven! Aan de andere kant: ik had Openbaring als kind meerdere malen gelezen, want het is het meest fantasievolle boek van de Bijbel. En ik ging nadenken over manieren waarop ik de beelden uit dat Bijbelboek kon interpreteren als SF-schrijver. Zo wordt erover gesproken dat de duivel die tot dan toe de heerschappij had over de aarde met ketens wordt geboeid en in de diepte wordt gegooid, waar hij voor duizend jaar gevangen moet blijven. De betreffende tekst in Openbaring 20 spreekt over een put. Als iemand met interesse in de kosmologie las ik veel over zwarte gaten. Putten in de ruimtetijd die zo diep zijn, waar de zwaartekracht zo sterk is, dat zelfs licht er niet uit kan ontsnappen. Als er een afgrond is die diep genoeg is om de duivel gevangen te houden, zou dat natuurlijk een zwart gat moeten zijn - en wel Sagitarius A, het zwarte gat in het centrum van ons melkwegstelsel.
Het bleef niet bij dat ene idee. Al snel ontstond het plan een SF-verhalenbundel te schrijven die de hele periode van het duizendjarig rijk zou beslaan. Vooral om een hoopvoller toekomstbeeld te laten zien dan in de gebruikelijke eindtijdliteratuur. Sciencefiction zou daarbij een interessant perspectief bieden, verwachtte ik. Natuurlijk zou het voor de lezer niet direct duidelijk moeten zijn waar het om draaide. Dus bedacht ik de Autoriteit, en de Autoriteitsvertegenwoordigers die in zijn naam over de aarde (en daarbuiten) reizen. Ik had dus het idee, maar ik zat nog steeds midden in een 'writers block' en het leek nog steeds alsof mijn verbeelding totaal geblokkeerd was. Het duurde tot 2008 voor ik het eerste verhaal schreef. De vonk voor dat verhaal kwam toen mijn ouders terugkwamen van een reis naar India. Mijn vader vertelde dat met zijn reis naar zo'n andere cultuur een jongensdroom van hem was uitgekomen - en dat op 61-jarige leeftijd. Zijn verwondering en blijdschap daarover was inspirerend en het was de brandstof voor het schrijven van het verhaal 'De droom'. In een paar dagen stond het op papier. Ik was er trots op (en terecht bleek later, want het won de derde prijs van de verhalenwedstrijd Fantastels 2015). Maar ik kon daarna niet direct verder schrijven aan de volgende verhalen. Elke keer moest ik wachten tot de vonk kwam, tot de puzzelstukjes precies op de juiste plek vielen. Dus schreef ik maar twee, maximaal drie verhalen per jaar. In 2011 schreef ik 'Afdaling'. En toen stopte de inspiratie en schreef ik een jaar lang geen verhaal. Op dat moment moest ik echter nog twee verhalen voltooien - waaronder het verhaalidee waarmee het allemaal was begonnen, 'De afgrond'. Al die tijd was dat niets meer geworden dan een paar regels in een aantekenboekje. De bron van binnen leek echter opgedroogd.

Er gebeurde intussen veel. In 2011 kreeg ik bijvoorbeeld verkering met Bianca en in 2012 vroeg ik haar ten huwelijk. Zij verbaasde zich er steeds al over dat ik zei dat ik een 'writers block' had maar als iemand mij om een idee vroeg kwam dat vanzelf. Ze geloofde dat ik mijn verbeelding niet definitief had verloren. Ik werd in 2012 uiteindelijk ziek. Wondroos, een behoorlijk heftige aandoening. Twee keer had ik het in één jaar. Tijdens de tweede episode, in september 2012, besefte ik me dat de stress waardoor ik ziek was geworden niet kwam doordat ik te graag wilde schrijven, maar doordat ik te weinig schreef. Ik moest er gewoon voor gaan zitten. Ik had ook een stuk van Neil Gaiman gelezen waarin hij uitlegde hoe als hij in de 'flow' zat de woorden uit zijn pen leken te vloeien en als vanzelf op het papier kwamen, maar dat er ook dagen waren waarop het schrijven moeilijk ging en elk woord een worsteling met zich meebracht. Als hij later zijn werk terug las, zag hij echter geen verschil in wat hij geschreven had tussen de goede en de slechte dagen. De rol van je geïnspireerd voelen is dus overdreven. Schrijven is werken. Dat was wat ik nodig had. Toen ik hersteld was besloot ik het in praktijk te brengen. Ik nam een laptop mee in de trein en ging schrijven. Eerst twee losse korte verhalen, maar toen de verhalen die nog ontbraken aan 'Het teken in de lucht'. Ik wachtte niet op inspiratie, maar begon gewoon. En ik schreef ze direct, achter elkaar. Toevallig zijn het beide ook de laatste twee verhalen in de bundel, en volgens mij de beste.

De bundel zoals ik die in 2004/5 verzonnen had, was in 2012 dus eindelijk gereed, maar daarmee was hij nog niet uitgegeven. Opnieuw had ik tegenslag, want de uitgever van 'Neptunus' wilde dat boek wel heruitgeven, en ook 'De derde macht' in 2013, twaalf jaar nadat ik dat boek had geschreven, maar in een verhalenbundel had hij geen interesse. Ook van anderen hoorde ik dat verhalenbundels niet succesvol zouden zijn. Ik het dat altijd vreemd gevonden, maar goed, ik ben ook groot liefhebber van korte verhalen. Pas toen ik over Boek10 hoorde en zag dat er bij de eerste lichting van Boek10 ook verhalenbundels zaten, ging ik weer over het uitgeven van 'Het teken in de lucht' nadenken. Ondertussen had ik ook de verhalen van 'Conquistador' al af, en dat werd de eerste bundel, maar daarna aarzelde ik niet om ook 'Het teken in de lucht' op te sturen. En nu, na een reis van bijna veertien jaar, tien jaar nadat ik het eerste verhaal heb afgeschreven, is er een concreet boek!

'Het teken in de lucht' staat ook al op Hebban en op Goodreads - daar kun je aangeven dat je het wilt lezen, en als je het uit hebt een recensie plaatsen. Dat wordt zeer gewaardeerd!

zondag 7 mei 2017

Lancering van Conquistador was een succes!

Afgelopen zaterdag was een bijzonder moment! Mijn SF-verhalenbundel Conquistador kwam officieel uit! Voor ik hem in handen kreeg mocht ik eerst wat vertellen over het genre sciencefiction en waarom dat vooral in deze tijd zo belangrijk is. Mijn ouders waren aanwezig (en mijn broer Marten) en namen ook een paar foto's!

Er staan al een paar verslagen online. Van recensente Tazzy Jeninga bijvoorbeeld en van mijn collega-auteur Sonn Franken. Die noemt mij 'knotsgek' - en dat ben ik soms ook wel! Gek van schrijven in elk geval!

Wil je mijn boek trouwens ook lezen? Het is te verkrijgen via de website van de uitgever maar nu ook via de bekende internetboekhandel. En ondersteun je graag de plaatselijke boekwinkel: het boek ligt bij het Centraal Boekhuis, dus ze kunnen het zo bestellen! Als je het hebt gelezen, zou je me een enorm plezier doen als je ergens op het web (goodreads, Hebban, de site van Bol of Bruna) een beoordeling of recensie achterlaat! Dan kunnen anderen het boek ook ontdekken!





Het boek wordt ook al met aandacht gelezen!

dinsdag 9 augustus 2016

Gedicht: Castlefest 2016

Castlefest 2016

Ik had me aangesloten 
-en ook mijn vrouw- bij de stoet
van mooi geklede mensen 
(ridders, elfjes, kinderen)
onder een dak van bomen
naar de poort. Nervositeit
verdween al snel. Slechts één stap
en binnen was ik. Vertrouwd
de klank van harpen, lieren,
gelach, wapengekletter.
Kramen met rijp vlees, cider,
zoete wijn en overal
verhalen. Was echt een jaar
voorbij sinds de laatste keer
dat ik hier liep? Het voelde
niet zo, de tijd verdwenen
als een droom, nog flarden slechts,
twee dagen -maanden terug- 
veel echter, alsof dit feest
is waar ik thuis kan komen,
mijn cape mij hier juist onthult.
Geen vlucht! Dat is de wereld
van prestatie, nuttigheid,
en oordeel. Hier kan ik zijn
zonder te verdwijnen 
en toch mezelf vergeten:
het gevoel van eeuwigheid.

dinsdag 2 februari 2016

Signeren en vooruitkijken

Het is alweer anderhalve maand geleden dat mijn boek uitkwam. Ik weet dat ik mijn trouwe lezers hier er al vaak genoeg mee om de oren heb geslagen, maar ik kan het niet helpen: ik ben nog steeds enthousiast dat 'De loser die wint ...' uiteindelijk toch nog is verschenen. En ik doe mijn best via de kanalen die ik heb mijn boek onder de aandacht te brengen, dus ook via mijn blog. Het hoogtepunt van de afgelopen weken was de signeersessie van zaterdag jongstleden in de Bijbel In in Delft. De winkel had heel enthousiast gereageerd op mijn vraag of ik bij hun een keer kon zitten met mijn boek, en op de middag zelf hadden ze een tafel voor me klaar gezet, en gezorgd voor lekkere hapjes (worteltjescake, en falafelballetjes) en drankjes (heerlijke druivensap, en koffie natuurlijk). Er kwamen vrienden van mij, familie, genoeg om het winkeltje te vullen, en er werd veel gelachen! Als ik eraan terugdenk krijg ik nog steeds een brede grijns op mijn gezicht.
De eerste recensies van mijn boek waren heel goed. Ik heb ze al in een eerder bericht op mijn blog opgesomd. Ondertussen heeft ook Jos Strengholt, anglicaans priester in Egypte, een stuk geschreven over mijn boek op facebook. Hij vond het mooi dat het een persoonlijk boek was en niet theoretisch, en dat het inging tegen het idee van een welvaartsevangelie en een overwinningsboodschap. God komt tot ons in zwakheid, en als wij zwak zijn is dat niet minder dan juist de toestand die voor God nodig is om in ons en door ons te kunnen werken. Jos dacht op een aantal punten wel anders dan ik (bijvoorbeeld over de kerk, of het uiteindelijke lot van mensen), maar volgens mij zijn dat mooie dingen om eens te bespreken met een glas wijn! Ik denk namelijk dat meer ons samenbindt dan dat ons onderscheidt. Kortom, ik ben heel blij met de reacties. Hebben jullie het boek ook gelezen, laat dan een reactie achter op Goodreads of op bol.com. Ik ben namelijk heel benieuwd wat jullie ervan vonden!
Ik heb voor dit boek intensief samengewerkt met Reinier Sonneveld als redacteur. We hebben in het verleden al eerder samengewerkt bij verschillende projecten (onder andere Hete Hangijzers en Het boek van de natuur). Hij is een diep doordenkend maar ook geduldig redacteur, die met uitdaagt om te streven naar excellentie. Gisteravond kwamen we in Utrecht bij elkaar om samen een biertje te dringen, maar nog belangrijker, om over mijn volgende project met elkaar te praten. Het gaat om het boek waar ik het al eerder over heb gehad, maar dat er nu toch echt gaat komen. Het boek over de sacramentele (of participatoire) manier van kijken naar de werkelijkheid: zien hoe de onzichtbare God zichtbaar wordt in onze wereld en die daardoor betekenis geeft, versus een transactionele manier van kijken naar onze werkelijkheid die onze levens ziet in termen van 'voor wat hoort wat' en de natuur als iets dat we voor onze doelen kunnen gebruiken. Reinier had een paar goede ideeën en richtingen voor mij om te exploreren, en daagde me uit om me doelen te schrijven voor verbetering van mijn werk. Ik ga het natuurlijk proberen, maar ik ben bang dat ik mijn wat meer meanderende, met uitweidingen gelardeerde stijl niet helemaal zal kwijtraken. Maar goed, dat is ook hoe ik denk. Concreet heb ik de eerste week van maart vrij genomen van kantoor, en ga ik die tijd gebruiken om aan dit project te beginnen. Daarna hoop ik gestaag door te schrijven, zodat ik eind juni of begin juli met de eerste versie van het manuscript klaar ben.
Het zou echter wat langer kunnen duren, als mijn andere boek dat dit jaar op stapel staat, er tussendoor komt. 'De Krakenvorst' ligt immers ook bij uitgeverij Macc. De uitgever is echter nu nog druk met het voltooien van een paar andere projecten voor hij zich geheel op het mijne kan richten, dus het duurt nog heel even voor het eerste boek van mijn duologie het licht gaat zien. Zodra de redacteur naar mijn manuscript heeft gekeken, zal ik er nog het een en ander aan moeten herschrijven, en dat kan dus mogelijk botsen met mijn andere boek. Een kleine prijs om te betalen voor de gelegenheid met zulke gave projecten bezig te zijn!
Tot ik aan mijn grotere boek begin ben ik nog bezig met het schrijven van korte verhalen. Ik werk nu aan mijn vierde verhaal van dit jaar. En ik zoek ook nog steeds naar plekken om ze te publiceren of wedstrijden om ze naar in te zenden. Zo ontdekte ik laatst dat er een wedstrijd is van uitgeverij Luitingh Sijthoff, waarvan de uitreiking is op Elfia, waar ik vandaag een verhaal voor wil opsturen. Altijd spannend, maar ook heel leuk. Ik heb nog niks gehoord of de Fantasy Strijd Brugge ook dit jaar georganiseerd gaat worden, of dat het twee jaar geleden de laatste keer was. Ik heb al wel een verhaal klaarliggen. Verder heb ik abonnementen genomen op twee tijdschriften, SF Terra en Fantastische Vertellingen en ik hoop ook daarvoor dit jaar verhalen op te sturen. Ondertussen probeer ik mezelf bij elk verhaal dat ik schrijf uit te dagen, en thema's aan te snijden die ik nog niet eerder had aangesneden of omgevingen te beschrijven waarvan ik niet dacht dat ik dat kon. Ik begin zelfs langzaam na te denken over een volgend langer fictieproject. Ik heb een tijd gestoeid met het idee van een vervolg op 'De Krakenvorst', maar ik weet nu dat ik een fantasyboek kan schrijven. Ik denk echter dat het een mooie uitdaging gaat zijn een zogenoemde 'hard SF'-roman te gaan schrijven. Ik weet nog niet wat het verhaal gaat zijn, maar mijn onbewuste is natuurlijk al hard aan het werk om een sappig idee aan te dragen. Ik hoop alleen dat het niet te hard aan het werk is, want dit jaar en zelfs volgend jaar zal ik geen tijd hebben voor het schrijven van het verhaal. Het eerste zaadje van het idee is echter al wel geplant, en ik denk dat het op zijn eigen tijd wel tot bloei gaat komen.
Goed nieuws is dat er van de 'Woestijnvaders', het boek waaraan ik heb meegewerkt als redacteur, een tweede druk is verschenen! Op mijn blog verschijnen nog steeds gedichten van mijn hand en ik hoop ook weer meer filmbesprekingen te schrijven dit jaar. Van beide hoop ik uiteindelijk ook een keer een bundel of boek te kunnen maken.  In de tussentijd zal ik blijven genieten van het feit dat 'De loser die wint ...' in de winkels ligt of zich zelfs al in de handen van de lezers bevindt. Het is niet altijd makkelijk om schrijver te zijn, maar ik zou het niet anders willen!

zaterdag 21 november 2015

Filmbespreking: The Hunger Games - Mockingjay part 2

Als er recent een avond was waarop het onmogelijk had moeten zijn voor mij om in slaap te vallen, was dat vorige week vrijdag. Nu kan ik erom lachen, maar toen was het wel anders. Ik had namelijk eerst een behoorlijk pittig gesprek gevoerd met mijn vrouw, over de verschillende manieren waarop we omgaan met boosheid, en met grenzen, en dat soort dingen. Goed, maar wat ik zei: pittig. En onze ervaring is eigenlijk dat we dat soort gesprekken niet laat op de avond moeten hebben, want allebei nemen we dat dan mee de nacht in en kunnen we lang wakker liggen. Nu was het kwart voor twaalf. Ik had mijn telefoon voelen afgaan eerder op de avond, maar dat genegeerd. Nu zag ik een mailtje van mijn ouders. Ze waren op een kettingbotsing ingereden met 80 km per uur, en de auto was kapot. Gelukkig waren ze niet gewond, maar ze wisten niet of er misschien later nog klachten zouden volgen. Een behoorlijke schok! En tot overmaat van ramp opende ik ook nog eens Twitter. En mijn hele tijdlijn van de uren daarvoor stond vol met tweets over Parijs! Niet een paar meldingen, maar keer op keer hetzelfde bericht geretweet, en wanhopige of boze commentaren, of commentaren die al opriepen niet te gaan haten. Ik ben uiteindelijk toch maar naar bed gegaan. Ik denk dat er een wonder plaatsvond, want ik sliep ondanks alles behoorlijk goed.

Hier moest ik aan terugdenken toen ik in de bioscoop de film The Hunger Games Mockingjay part 2  zag, want ik realiseerde me dat dit een film is die voor het huidige tijdsgewricht gemaakt lijkt te zijn. De filmmakers zullen het niet geweten hebben toen ze de film draaiden, maar hij sluit wel heel naadloos aan op de gebeurtenissen van nu. Ik geloof dat de Hunger Games-boeken en films een mythe zijn voor onze tijd. En daarom verdienen ze een bespreking op mijn blog! De laatste tijd heb ik weinig filmbesprekingen geschreven. Voor een deel omdat ik er weinig tijd voor had, want mijn verhalen vragen nu veel aandacht, en voor een deel omdat er voor mijn gevoel weinig in de bioscoop voorbijkwam dat er ‘diep’ genoeg voor was. Inside Out was trouwens wel erg goed! Maar over de eerdere drie delen in deze serie heb ik ook essays geschreven (hier, hier en hier), dus kon ik dit jaar niet achterblijven. The Hunger Games Mockingjay part 2 is trouwens ook gewoon een heel goede film! Net als de voorgaande delen is hij weer visueel heel sterk, maar dit keer worden de ondergrondse gangen van District 13 verruild voor de decadente wolkenkrabbers van de hoofdstad, wat krachtige effecten oplevert. Artikelen vooraf beloofden dat deze film een en al actie zou zijn, maar dat is niet het geval. De ontwikkeling en de emoties van de hoofdpersonen staat opnieuw centraal, en eigenlijk blijven zij (zoals dat natuurlijk hoort voor tieners!) achter de frontlinies. En als ze die linies dan eindelijk bereiken, lopen de gebeurtenissen anders dan ze gehoopt hadden. De actie die er is, is spectaculair. Vooral een ondergrondse scene, die me op het puntje van mijn stoel deed zitten. En wat is Jennifer Lawrence een geweldig actrice. De camera zoomt regelmatig in op haar gezicht, waar ze haar stoïcijns ogende karakter door een kleine oogbeweging een enorme diepte van gevoel laat communiceren. Ze zou voor haar rol een Oscar moeten krijgen! De andere acteurs hebben dit keer minder te doen, maar ik vond Josh Hutcherson als Peeta ook prima. Het is wel raar dat Gwendoline Christie in maar een scene voorkwam!
Door de dood van acteur Philip Seymour Hoffmann vorig jaar vallen er een paar gaten in het verhaal, die provisorisch zijn opgevuld, en een belangrijke scene in het boek die heel bepalend is voor de hoofdpersoon, lijkt in deze film iets minder impact te hebben. Maar dat kan mijn ervaring zijn. Ook had de allerlaatste scene wat mij betreft weg mogen blijven, aangezien alles daarvoor ook al was gezegd. Maar vooral ben ik er eigenlijk droevig over dat er geen nieuwe vervolgen meer zullen zijn - de laatste jaren waren de Hunger Games-films, de films waar ik dat jaar het meest naar uitkeek.

De nieuwste film bestrijkt ongeveer de tweede helft van het boek (vandaar het ‘part 2’ natuurlijk). De verschillende provincies van Panem zijn eindelijk in opstand gekomen en het verzet is al helemaal opgetrokken tot District 2. Als ook dat gevallen is, is de weg vrij om op te trekken naar de hoofdstad. President Snow heeft dat door, en besluit de torens en lanen van de stad zelf te veranderen in een spelarena, vol dodelijke vallen. Katniss Everdeen, onze hoofdpersoon, biedt bij de leidster van district 13, Alma Coin, aan haar rol als de ‘spotgaai’ weer op te pakken en de strijders aan te moedigen, op voorwaarde dat ze ook zelf naar het front mag gaan. Ze wil namelijk weg bij Peeta, de andere overwinnaar van de hongerspelen, die echter is gehersenspoeld en haar probeerde te wurgen. Zo makkelijk komt ze echter niet van hem af. President Coin voegt hem namelijk toe aan haar team, om in de propaganda te laten zien dat ook Peeta aan de kant van de rebellen staat. Of heeft ze ook een ander doel? Dat wordt op een grimmige wijze duidelijk als Katniss en haar gezellen zich wagen in de dodelijke doolhof van het Kapitool, op weg naar het paleis van President Snow en een definitieve confrontatie.

Om nog even terug te komen op de gebeurtenissen in Parijs: ik merk dat het voor mijn gemoedsrust goed is er niet te veel over te lezen. Vooral niet omdat veel commentaar op social media wel heel erg emotioneel gekleurd is, niet makkelijk te checken is of de commentatoren gelijk hebben, en bovendien blijken er veel gefotoshopte of anderszins gemanipuleerde plaatsjes de ronde te doen. Net als met de verdronken vluchtelingen van laatst. Dit heeft allemaal een polariserende uitwerking, net als de retoriek van mensen als Wilders. In mijn bespreking van Mockingjay part 1 heb ik overigens geschreven hoe propaganda onze wereld wil veranderen in ‘goeden’ (tot wie wij natuurlijk behoren) en ‘slechten’ (de ander, vanzelfsprekend), maar dat we als christenen in navolging van Jezus een de-escalerende boodschap zouden moeten brengen. Ook nu richten mensen namelijk hun pijlen op moslims, en worden de grenzen weer gesloten voor vluchtelingen, terwijl geloof er niks mee te maken had (althans niet veel, niet meer dan het christelijk geloof verantwoordelijk gehouden kan worden voor de Westboro Baptist Church en hun demonstraties).
De reden dat deze mannen aanslagen pleegden heeft te maken met hun uitzichtloze situatie, bijvoorbeeld in de Parijse buitenwijken, de banlieu’s, waarbij ze het idee hebben (voor een behoorlijk deel terecht), dat de beschaving hen buitensluit en onrechtvaardig behandelt, dat de weg uit het dal voor hen steiler is dan voor geprivilegieerde blanke Europeanen. Als er dan fundamentalisten (dat hadden geen moslims hoeven zijn, want bijvoorbeeld de verhalen over de kruistochten laten zien dat het ook prima christenen hadden kunnen wezen) langskomen met de belofte van een betekenisvol bestaan, een heldhaftige dood en 72 maagden in het paradijs, dan vinden ze daarin een weg uit hun lege leven. Zoals het heldhaftige beeld van gangsters, rapper en ‘bling bling' dat biedt voor jongeren in de Amerikaanse ghetto’s. Het is door meerdere mensen ondertussen wel gezegd (maar in genuanceerde artikelen en die doen het nooit zo goed op Twitter), dat het ‘Westen’ nu niet moslims als vijanden moet gaan zien, vluchtelingen gaan buitensluiten of discrimineren of moskeeën gaan verbranden. Want dat speelt precies in de kaarten van de fundamentalisten die deze jongeren opzwepen. Het legitimeert namelijk hun betoog dat het ‘Westen’ de grote Satan is, de onderdrukker van ware gelovigen, en bestreden moet worden. De fundamentalisten waren, zo las ik, juist boos dat Europa vluchtelingen had binnengelaten en warm had ontvangen (nou ja, lauw in elk geval), omdat dit het vijandsbeeld zou ondergraven! En dat konden ze niet in hun retoriek gebruiken. Waar deze fundamentalisten (en fundamentalisten in het algemeen, ook de atheïstische of christelijke) zich echter niet bewust van lijken, is dat ze in hun strijd tegen een door hun aangewezen ‘onderdrukker’, zelf ook ‘onderdrukkers’ zijn geworden. Als ze ‘de grote Satan’ willen bestrijden, gebruiken ze daarvoor Satanische methodes.
Om even weg te gaan van het voorbeeld van Parijs, of de kruistochten of Westboro Baptist Church: ik lees tegenwoordig steeds meer kritiek op de ‘nieuwe atheïsten’ in de lijn van Richard Dawkins. Hij is namelijk ook fundamentalistisch, gebruikt drogredenen om gelovigen aan te vallen, maakt misogynistische of racistische opmerkingen, luistert niet naar andersdenkenden en zet zichzelf op een voetstuk. Alles waarvan hij eerder zelf christenen en moslims beschuldigde! Hij is zelf het spiegelbeeld van zijn vijand geworden. En daarmee roept hij weer weerstand op tegen zichzelf. In deze film is dat bijvoorbeeld in beeld gebracht in de persoon van Gale, een van de overlevenden uit het eerder verwoeste district 12. Hij komt met oplossingen waarbij ook burgers het leven zullen laten. Als Katniss hem vraagt waarom, antwoordt hij dat het oorlog is. En dan mag alles, als de overwinning maar wordt behaald. Het kapitool had burgers toch ook niet gespaard? Hij is zelfs bereid kinderen te doden om zijn doel te bereiken: de val van Snow. Maar wat hij zich niet realiseert, en Katniss wel, is dat de bewoners van het kapitool -zelfs degenen met sympathie voor de vrijheidsstrijders- hen zouden gaan haten, dat ze hen zouden gaan zien als bullies, als onderdrukkers, en dat ze uiteindelijk zelf ook weer in opstand zouden komen.
Het is een bekend fenomeen dat absolutistische bewegingen, hun eigen tegenstanders creëren: het kapitalisme bijvoorbeeld, door arbeiders te onderdrukken, creëerde het communisme. De katholieke kerk, door gewone gelovigen onder controle te willen houden, creëerde het protestantisme. En dat creëerde weer eigen tegenbewegingen toen ze hun eigen ideologie met vuur en zwaard gingen verspreiden. Een ideologie creëert automatisch een anti-ideologie en zo verder, ad infinitum. Uiteindelijk is er geen onderscheid meer. Dit gevaar kan iedereen treffen. Ook goed bedoelende activistische christenen, die zich zo druk maken om onrecht in de wereld, dat ze anderen (bijvoorbeeld mensen die zich daar niet druk om lijken te maken, die zich niet net als zij inzetten of die niet hetzelfde voelen) als minderwaardig gaan wegzetten, of ze een schuldgevoel aanpraten. Een voorbeeld in de film van dit principe is het karakter van president Alma Coin. Al eerder was duidelijk dat mensen in district 13 niet veel vrijer waren dan in de districten onderdrukt door president Snow. Ja, mensen waren gelijk, maar ze moesten zich aan heel strakke regels houden (in het boek is dat nog sterker). President Coin kleedde zich echter aanvankelijk gewoon als zij. In de vorige film ging ze de adviezen opvolgen van een communicatieadviseur uit de hoofdstad, en nu gaat ze zich langzaam onderscheidend kleden. Eerst subtiel, maar later zijn haar gewaden bijna net zo luxe als die van Snow. Ze blijkt net zo’n dictator te zijn geworden, en hanteert dezelfde methoden als hij. Maar president Snow was er in elk geval eerlijk over dat hij die methoden gebruikte. Zij verschuilt zich achter propaganda.
Zoals deze illustratie ons toont, is het soms moeilijk te zien dat je zelf een ideologie aanhangt, als het voor jou normaal is geworden (zoals geldt voor district 13 in de strijd tegen Snow), of omdat je erin bent opgegroeid (zoals de bewoners van Panem, die zich er niet van bewust zijn dat ze bevoordeeld zijn). Vandaar de vanuit de onderbuik komende reacties op aanslagen in Parijs. Want wij zijn ‘normaal’, en zij zijn ‘abnormaal’. Maar voor een groot deel van de wereld zijn wij de ‘abnormalen’. Niet alleen hebben de westerse landen de rijkdommen van de rest van de wereld uitgebuit en hele volken tot slaven gemaakt, ook nu nog stellen we onze welvaart ten toon, laten we mensen voor ons zwoegen in ‘lage lonen landen’, en dringen we hen ook nog eens onze idealen op van welvaart, uiterlijk en denken. Wij voelen ons vanwege ons economisch succes en militaire macht (want ethisch en religieus is ons succes maar matig) gerechtvaardigd om politie-agent te spelen in de wereld alsof wij van buitenaf elke situatie kunnen begrijpen. In het kort gezegd: voor een groot deel van de wereld zijn wij Panem, wij zijn de bewoners van het Kapitool, degenen die een extravagant leven leiden, terwijl de andere 98 procent moet meespelen in de ‘hunger games’. En dat is de briljante twist in de Hunger Games-serie, die de bioscopen vol doet stromen en tieners ertoe brengt zich te verplaatsen in een meisje uit de provincie, iemand uit de ‘derde wereld’, iemand die wordt onderdrukt en uitgebuit. Ze krijgen een spiegel voorgehouden, een die hen doet verlangen naar een weg uit de hardnekkige patstelling.

Wat die weg is? Hoofdpersoon Katniss Everdeen creëert aan het eind van de film een uitweg, waarvoor ze bereid is de schuld op zich te nemen en te sterven, maar het krachtigst is mijns inziens een scene in het begin van de film. Ze heeft er namelijk voor gezorgd dat de in een bunker opgesloten burgerbevolking veilig kan ontsnappen. Deze mensen vertrouwen echter niet werkelijk in de rebellen die hen de afgelopen tijd zo fel bestreden hebben. Als ze hun kans schoon zien, willen ze liever zekerheid dan in de val te lopen, dus trekt er een zijn pistool en gijzelt Katniss. En zij laat het gebeuren. Ze verzet zich niet. Ze wil niet tegen hem vechten, maar accepteert dat hij haar kan doden. Want, zegt ze: we horen niet tegenover elkaar te staan. We zijn allebei mensen. Ik ben niet meer waard dan jij. En ik wil daarom ook niet dat er voor mij gedood zou worden, zelfs niet als jij mij neer zou schieten. Ik sta namelijk niet boven jou. En daarmee wint ze hem. Ze is ‘als een lam dat ter slachting geleid wordt, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders’ (Jesaja 53), ze vergeeft haar vijanden omdat ze niet weten wat ze doen, ze roept geen engelen ter hulp. Ze weigert op dat moment te leven volgens het verhaal van het conflict, en brengt de situatie terug tot een menselijk niveau, tot een individueel niveau. Niet twee ideologieën die tegenover elkaar staan, maar twee mensen. En die hebben altijd meer gemeen dan ze van elkaar verschillen. De geprivilegieerde, rijke, welvarende bewoner van het kapitool, is net zo goed mens als de onderdrukte. Ze accepteert dat de ander misschien niet zo ver is, of nog in de greep is van een ideologie, maar ze wil dat tegen geen enkele prijs versterken. Als haar afleggen van ideologie, opgeven van een ‘heldenverhaal’, haar weggeven van haar ego, ertoe leidt dat zij wordt benadeeld, of sterft, dan is ze bereid die prijs te betalen. Ze is bereid zich te laten kruisigen, als dat is wat de ideologieën willen, om zo te laten zien hoe onmenselijk de ideologieën zijn. Op die manier heeft ze de overheden en machten (de overheersende ‘heldenverhalen’ van district 13 en het kapitool) ontwapend. Ze ‘heeft hen openlijk te schande gemaakt en … over hen getriomfeerd’ (Kolossenzen 2:15). Vergezocht om dit met Christus te verbinden? Nee, want ik geloof dat dit is wat Hij heeft gedaan aan het kruis. Hij was bereid te sterven, als dat het gevolg was van zich niet met geweld te willen verzetten. Nee, Katniss is Jezus niet, en ze gebruikt meer geweld dan Jezus gedaan zou hebben, maar haar offerbereidheid toont wel een uitweg. Namelijk: laten we elkaar als mensen behandelen, ongeacht onze ideologie, ongeacht onze afkomst, geaardheid, geslacht of geloof. Moslims en christenen, atheïsten en rijke westerlingen (want wij zijn net zo goed mensen!), en Afrikanen en Indiers. Laten we een bewuste keuze maken onszelf en de ander niet te zien in termen van ideologie of religie, maar onszelf en de ander in de eerste plaats te zien als mens. En daarom waardevol. Punt uit.

dinsdag 27 oktober 2015

Gedicht: Een droom (4)

Een droom (4)

We lopen samen naar beneden,
jij mijn vriend, en ook een broer van mij
-die kunnen aarden op kantoor en
niet elke nacht de slaap verliezen-
over stenen treden, laag plafond,
eindigend in een grot. Er spiegelt
water. Ik heb lang niet gedoken,
maar dat is wat we gaan doen. Ik draag
de spullen, kleed me om. Ik heb geen
snorkel bij me. Er is een stapel
waarvan ik er een neem. Een blauwe.

Ik sta aan de kant. De instructeur
controleert onze apparatuur.
Ik heb ook geen zwemvliezen zie ik.
Hoe moet ik dan omlaag gaan zwemmen
de diepte in? Jullie bijhouden?
Er is plek voor mij maar ik weiger
af te dalen. Dit is niets voor mij
al dacht ik ooit van wel. Geen schaamte
voel ik als ik weer naar boven loop.
Ik kies mijn eigen pad. Kijk, een deur!
Waar kom ik uit als ik die openduw?

woensdag 21 oktober 2015

Gedicht: Verdediging

Verdediging

Ik heb eens goed gekeken
maar ik sta hier helemaal
niet wankel. Ik kijk neer op
de toegangsweg en weet dat
ik dikke muren heb en
pijlen, pek, water genoeg
om je te weerstaan zo lang
dat je ooit op moet geven.
Dat ik niet sterk genoeg was
bleek lasterpraat. Je spionnen
heb ik betrapt, verbannen
uit mijn rijk. Ze kunnen niet
meer liegen, sabotage 
plegen of gif verspreiden.
Ik ben gemotiveerd om
vol te houden. Ik zie aan
de horizon banieren
waaien. Ik word snel ontzet.

vrijdag 25 september 2015

Gedicht: Gods verantwoordelijkheid

Gods verantwoordelijkheid

Ik had niet gevraagd om dit zogenaamd geschenk.
Wist nergens van, niet van schoonheid en niet
van haat. Was onzelfzuchtig in mijn niet-bestaan. 
Rustte in niet verantwoordelijk zijn. Mijn pad
op de bestemming aangekomen doordat
ik nooit vertrok. Maar dit mocht van u niet blijven.
U duwde mij de wereld in. Naakt landde ik
in vijandschap, moest vechten om te overleven,
zoeken naar het goede op de tast. Alleen,
want hoe ik riep, u leek mij nooit te horen, leek
zelfs niet te bestaan. Toch vertelden mensen dat 
ik zou worden afgerekend op mijn houden van
slechts te raden regels, betwiste rituelen
waarmee ik nooit had ingestemd en faalde ik
dan was het oordeel pijn tot in de eeuwigheid.
U was niet goed, toch moest ik u wel zo noemen.
Ik leed. Toen zag ik u begraven in de grond
een deel van mij in uw etterende wonden, 
de prijs betaald zodat ik u zou vergeven
en deel zou zijn van u. Het leven won finaal
de strijd en ik rees met u op. Het hele land
kreeg kleur en zelfs wie in de hel was afgedwaald
bracht u terug. De aanklacht ongedaan gemaakt
nam ik uw gave aan in jonge dankbaarheid.
 
Dit artikel dat ik afgelopen woensdag las, overtuigde mij dat God uiteindelijk iedereen zal redden. Of dat hij niet werkelijk goed is, en in dat geval: waarom zou ik in Hem geloven? Het is eigenlijk heel eenvoudig: als God uit vrije keuze het heelal en elk van ons heeft gemaakt, is hij uiteindelijk verantwoordelijk voor hoe het met ons afloopt, en niet wij.

vrijdag 18 september 2015

Boekbespreking: The Zero Marginal Cost Society (3): de fractal van Gods koninkrijk

Wat we volgens Rifkin zien doorheen de ontwikkeling van de mensheid (van steentijdstammen tot derde industriële revolutie) is dat de inherente sociale natuur van de mens steeds meer zichtbaar wordt en steeds meer dat 'anders' is in zich sluit. En deze ontwikkeling richting de Homo empathicus wordt niet bereikt door enkele individuen, is niet afhankelijk van onze eigen inzet. Het lijkt een ontwikkeling te zijn die zichzelf voortbrengt: nieuwe innovaties in communicatie, vervoer en energie leiden tot een nieuw bewustzijn bij de mens, en dat gaat leiden tot nieuwe innovaties. Het is niet van elkaar te scheiden: er is ontwikkeling op alle terreinen en die dragen allemaal aan elkaar bij. Het betekent ook dat het niet te stoppen is. Het is niet voor niets dat juist in deze tijd de Chaostheorie in opmars is, want deze lijkt dit proces prima te beschrijven.

Chaostheorie beschrijft hoe uit een chaotisch systeem bij een heel kleine verstoring al heel complexe patronen kunnen ontstaan, schijnbaar spontaan, zoals fractals. Dit blijkt op veel terreinen te gelden: het weer bijvoorbeeld. Maar ook bij de aanleg van organen in het lichaam. De werkelijkheid lijkt een fractalstructuur te hebben. Martin Brasier past het principe in Darwin's Lost World toe op de evolutie. Het ontstaan van leven kan namelijk worden beschouwd als het effect van een chaotisch systeem dat zoekt naar een equilibrium. Hierbij ontstaat toenemende complexiteit (een fractal). Dit geldt voor de vorming van een cel (veel complexer kan een structuur niet zijn) uit het chaotische chemische systeem van de 'oersoep'. De opkomst van meercellig leven was op gelijke wijze het effect van het complexe systeem van eencellig leven dat in een crisistoestand terechtkwam en een nieuwe evenwicht zocht. Dat evenwicht is nu, na bijna 600 miljoen jaar, nog steeds niet bereikt en de opkomst van mensen en het ontstaan van bewustzijn zijn steeds complexere uitingen van het naar evenwicht zoekende systeem: steeds verdere vertakkingen van de fractal.
Welke richting deze ontwikkeling van chaotische systemen uitgaat wordt bepaald door een 'strange attractor' - zoals de route die een lawine volgt, wordt bepaald door de valleien in een berghelling. Onder de chaos van onze wereld schuilt dus een principe, de 'strange attractor' dat als vanzelf' het menselijke bewustzijn voortbrengt. En dit bewustzijn ontwikkelt zich, zoals we zagen, nog steeds, naar steeds meer samenwerking en empathie! Mensen kunnen dit met hun bewuste handelen misschien tijdelijk tegenhouden, maar ze kunnen het niet stoppen. Wij behoren namelijk tot het systeem zelf, en niet tot de 'strange attractor' onder het systeem!

Zo zien we dus dat zonder dat het een bewuste keuze is, de beschikbaarheid van nieuwe technologie nu al bij jongere generaties leidt tot een andere manier van leven. Waarbij delen vanzelfsprekend is, toegang tot wat nodig is een recht, en iedereen er bij moet kunnen horen. Mijn jonge nichtje groeit op in een heel andere wereld dan ik, zonder dat een enkel persoon heeft gekozen dat die wereld er moet komen. De komst van de nieuwe wereld is een gegeven, inherent aan de 'strange attractor' onder onze wereld.
Ik zie hier een connectie met de sacramentele manier van naar de wereld kijken (versus de transactionele manier) en de manier waarop Jezus spreekt over het koninkrijk van God: een realiteit die al aanwezig is, maar nog zichtbaar aan het worden is. Als gist dat deeg doortrekt, en het hele deeg verandert, of als zaad in de akker. Wat als de 'strange attractor' die de schepping naar een steeds hoger organisatieniveau brengt en mensen naar een steeds hoger niveau van empathie, niets anders is dan de aanwezigheid van God, dan zijn koninkijk? Wat als wij er niet voor verantwoordelijk zijn, maar zijn aanwezigheid in de chaos uiteindelijk de nieuwe wereld daaruit voort laat komen? Wat als alles wat wij om ons heen zien opbloeien aan samenwerking en aan liefde uitingen zijn van dit proces, de eerste tekenen van wat nog gaat komen? Wat als God ooit alles zal zijn en in allen, en dat er dan geen tempel meer zal zijn, en geen handel, maar dat het Lam het licht van de mens zal zijn? Wat als deze aanwezigheid van God onder alle dingen, die door de geschiedenis heen leven brengt uit de dood, en complexiteit uit chaos, volmaakt is zichtbaar geworden in de dood en opstanding van Jezus, en nu al gedeeltelijk zichtbaar wordt in ons eigen leven, elke keer als we ervoor kiezen betekenis te creëren of elkaar lief te hebben?

Natuurlijk zullen er christenen zijn die deze manier van naar de wereld kijken te positief vinden, die erop wijzen dat volgens de bijbel alles slechter zal worden, eindigend in een apocalyps, waarna alles in vuur zal vergaan. De op dit moment standaard toekomstverwachting van de evangelische kerk is voortgekomen uit de Vergadering van Gelovigen, een van de kerken die opkwam tegelijk met het ontstaan van het kapitalisme. En die dus door hetzelfde escalerende 'wij-zij'-denken, het schaarstedenken, wordt gekenmerkt. Ik schreef hierover in mijn essay over de laatste Hunger Games-film.
De realiteit is echter dat dit niet de enig mogelijke interpretatie is van de schriften. Het is ook mogelijk aan te nemen dat de woorden van Jezus in Mattheus 24 en de beschrijvingen uit Openbaring bedoeld waren voor de gelovigen in die tijd, die hun eigen apocalyptische ervaringen zouden hebben: de val van Jeruzalem, en de christenvervolgingen in het Romeinse rijk. Zij kregen de aanmoediging hoop te houden, te blijven strijden tegen het oude wereldsysteem en te hopen op de toekomst die zou komen. Dezelfde aansporingen kunnen wij goed gebruiken in onze strijd. Niet tegen vlees en bloed, maar tegen overheden en machten in de hemelse gewesten: de mensonterende geest achter het kapitalisme en het fundamentalisme. Tegelijk zeggen de christenen die op deze andere manier de bijbel uitleggen dat we in de tijd leven van de regering van Christus ('het millennium'), waarin het koninkrijk (zij het onder tegenstand) steeds duidelijker zichtbaar wordt. Het is niet tegen te houden. En als het volledig zichtbaar is, de nieuwe wereld is gearriveerd, zal de Koning zelf komen en zullen wij hem tegemoet gaan om hem binnen te halen.
Ook deze uitleg is geen moderne inventie, maar heeft goede papieren in de geschiedenis van de kerk. Zou het dan kunnen zijn dat de nieuwe initiatieven die we om ons heen zien verschijnen, de komst van een empathische cultuur, niet een rijk van de antichrist is waar we weer bang voor hoeven zijn, maar juist een uiting van de komst van de koning, een teken dat zijn terugkeer nabij is? En zou het kunnen dat we de komst van deze nieuwe wereld niet kunnen tegenhouden, maar dat de uitnodiging is om eraan bij te dragen? Ook het koninkrijk van God wordt realiteit met of zonder ons, maar Jezus nodigt ons uit om ervoor open te staan 'als een kind', en het in ons leven al zichtbaar te laten worden. Dan worden we een korreltje in de fractal, een steen in de tempel die nu wordt gebouwd.
Ik schreef al eerder op mijn blog over deze dingen onder de titel 'Het spel verlaten'. En nu pas, tijdens het schrijven van deze wel heel uitgebreide boekbespreking, realiseer ik me dat die serie erover ging dat ik afscheid nam van de oude structuren gebaseerd op angst en het onder controle houden van mensen. Dat spel wilde ik niet meer meespelen. Maar pas nu zie ik de contouren opdoemen van het alternatief, en wat een fantastisch visioen is het! Dit is het waard om voor te leven! Je moet eerst het oude systeem verlaten, voor je oog kunt krijgen voor het nieuwe! Over wat dit betekent voor de kerk, zullen we met elkaar nog moeten nadenken. Het zal waarschijnlijk, net als in de nieuwe economie, gaan over samenwerking, netwerken, delen en toegang hebben tot. Ik ben benieuwd wat er op dat gebied allemaal gaat ontstaan.

Rifkin geeft in zijn boek allerlei inspirerende voorbeelden van de 'collaborative commons', de nieuwe manieren van samenwerken en van delen die voor de komende generaties steeds vanzelfsprekender worden. Ikzelf zoek al naar foto's op Morguefile en naar inspirerende kunst op Deviantart. Mijn vrouw luistert muziek en kijkt video's op Youtube. Mensen boeken geen hotelkamers meer, maar logeren bij anderen via couchsurfing en AirBnB, en ze delen auto's met elkaar via Greenwheels. En elke dag staan er in de krantjes artikelen over de opkomst van robots, het belang van empathie, en nieuwe ideeen op het internet, zoals Kickstarterprojecten en andere vormen van crowdfunding. Rifkin schrijft over nieuwe vormen van landbouw, waarbij mensen zich aansluiten bij coorperaties en samen inkopen gaan doen. Ze investeren samen in een boerderij en krijgen er groente voor terug. Een ander mooi initiatief dat hij beschrijft is een systeem waarbij moeders kinderkleding uitwisselen. In plaats van om de paar maanden nieuwe kleren te kopen (heel verkwistend), doen ze de oude kleren in een zak die ze opsturen. En ze krijgen een zak met kleding in een grotere maat terug. Het systeem werkt zo dat mensen ervoor beloond worden als ze niet versleten kleding opsturen. Prachtig om te lezen!
Dit soort verhalen leiden ertoe dat ik voor het eerst in lange tijd hoop heb voor de toekomst. Eindelijk kan ik er naar vooruitzien echt tot bloei te komen, in plaats van slechts te overleven. En het boek onthulde ook dat in mij een verborgen radicaal schuilt. Want ik geloof werkelijk in de uitgangspunten achter deze nieuwe economie. We zijn bedoeld om met elkaar te delen van onze overvloed (zoals in de tuin van Eden). En ook zijn muziek, ideeen en verhalen geen producten die op de markt verkocht kunnen worden, maar moet ieder mens er toegang toe kunnen hebben. De menselijke geest mag niet door het kapitalisme worden omheind. Een muzikant, en ook een schrijver, wil ook dat mensen kunnen delen in zijn/haar muziek, verhalen, ideeën. Aan de andere kant zal een samenleving die leeft op basis van overvloed mensen willen vrijstellen om muziek, verhalen en ideeen te genereren. Daarvoor zullen ze de muzikanten, schrijvers en denkers willen ondersteunen, maar op andere manieren. Dit zie je al in de wereld van de 'open source software', waar men bijvoorbeeld instructieboeken koopt, zodat de programmeurs nog meer gratis software kunnen maken. Zo zal het uiteindelijk voor een schrijver ook gaan. Nu zitten we nog tussen systemen in, en dus zal voorlopig nog voor boeken van mij betaald moeten worden, maar ik ga ook zoeken naar andere manieren om zoveel mogelijk mensen goede verhalen te laten lezen. Deze blog is daar eigenlijk al een voorbeeld van, met gratis gedichten, filmbesprekingen en essays! Ik ben al deel van de nieuwe wereld, zonder dat ik er bewust voor heb gekozen. Precies zoals het is met het Koninkrijk van God.

Rifkin zelf houdt zich aan de principes in zijn boek: 'The Zero Marginal Cost Society' is gratis te lezen op PDF

donderdag 17 september 2015

Boekbespreking: The Zero Marginal Cost Society (2): De empathische mens

Foto: Morguefile
In de nieuwe economische realiteit van overvloed, die volgens Rifkin het kapitalisme (van de schaarste) zal opvolgen, zal onze waarde als individu niet meer afhankelijk zijn van hoeveel we kopen of verkopen, of hoeveel geld we hebben, maar zal eerder tellen hoe sociaal we zijn, hoe vaak we anderen helpen. Onze 'gunfactor', zeg maar. Het is toch tragisch dat in ons huidige systeem onder directeuren verhoudingsgewijs veel sociopaten en psychopaten zijn (het tegenovergestelde van een 'gunfactor')? Dit gaat veranderen: het gaat er niet meer om of je een boot of vliegtuig hebt (een Amerikaanse TV-dominee hield laatst een collecte voor een privéjet! *huiver*) maar of je waarde en betekenis toevoegt aan jouw leven en dat van andere mensen.
Dit gaat samen met de volgende stap in de evolutie van ons bewustzijn als mensheid. Je ziet al een steeds toenemende nadruk op het binnensluiten van andere mensen, ongeacht geslacht, seksuele voorkeur, ras of afkomst. Mensen protesteren steeds vaker tegen elke vorm van buitensluiting. Zelfs in kerken komt steeds meer openheid voor het binnenlaten van bijvoorbeeld anders geaarden. We voelen mee met wat zij voelen, en vinden hun leven, hoe anders ook dan het onze, waardevol. En dit geldt zelfs voor onze hele biosfeer: we voelen ook steeds meer empathie voor onze leefomgeving, voor ijsberen en pinguïns, en willen ook hen in onze cirkel sluiten. We worden echte 'ecosysteemmensen'. De opkomst van deze Homo empathicus kan ik natuurlijk alleen maar toejuichen!

Rifkin is er eerlijk over dat vanuit menselijk gezichtspunt gezien de komst van deze wereldwijde nieuwe economie lang geen zekerheid is. Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving. Niet alleen wordt de voedselvoorziening voor een steeds grotere wereldbevolking in gevaar gebracht (we gebruiken nu al meer dan wat de planeet oplevert), maar ook de infrastructuur is niet berekend op de stormen en droogte die steeds vaker zullen voorkomen. Daarnaast is er een reële dreiging van cyberterrorisme, die hele systemen kan platgooien en samenlevingen zou kunnen ontwrichten, nu internet een steeds belangrijkere rol inneemt. Hij heeft zeker niet het hoofd in de wolken. Daarnaast zullen de vertegenwoordigers van het 'oude systeem' zich zeker tegen het nieuwe verzetten, want dat is altijd zo gebeurd. Multinationals, regeringen die baat hebben bij kapitalisme, maar ook fundamentalistische religies die zich hebben gevormd naar het kapitalistische model, zullen de samenwerkingsmaatschappij bestrijden en de empathische mens tegenwerken. Ik wordt bijvoorbeeld zelf niet echt bemoedigd door de Nederlandse politiek: zowel vluchtelingen als klimaat lijken er bekaaid af te komen in de troonrede en er wordt niet gerept over het stimuleren van de 'zero marginal cost society'. Je zou er opnieuw moedeloos van worden.

Maar Rifkin laat zich niet uit het veld slaan. Niet alleen voorspelt hij dat er altijd een rol zal blijven voor kapitalistische vormen (zoals er ook bijvoorbeeld nog koningshuizen bestaan), zij het in de marge. Hij heeft een nog veel belangrijker troef achter de hand. En wel de natuur van de mens. Het kapitalisme is namelijk gebaseerd op een idee over de menselijke natuur dat niet met de werkelijkheid overeen blijkt te stemmen. En dus is het gedoemd te falen. Het kapitalisme betoogt namelijk dat mensen inherent zelfzuchtig zijn, dat ze altijd hun eigen belang zullen stellen boven dat van anderen, en dat ze hun eigen comfort op de eerste plek hebben staan. En hierdoor zouden ze (omdat ze steeds voor zichzelf kiezen) op een bijna magische manier de wereld ook voor anderen verbeteren. Dit zou de 'onzichtbare hand' achter het kapitalisme zijn.
Behalve angst had het kapitalisme nog twee bewegingen achter zich staan. De opkomst van het kapitalisme viel samen met de ontdekking van Darwin van het principe van evolutie en het omarmen daarvan door de populaire media van die tijd. Wat bleef hangen was het idee van de 'Overleving van de sterkste' (The survival of the fittest). Alle levende wezens waren sinds het ontstaan van de wereld gewikkeld in een strijd om het bestaan, en de 'winnaar' mocht de volgende generatie voortbrengen. Dit was een harde strijd. Richard Dawkins schreef zelfs over 'de zelfzuchtige genen' en natuurdocumentaires geven de indruk dat alle dieren altijd alleen maar bezig zijn met vechten en eten, en voortplanting. Maar in de natuur is veel meer rust dan dat! En ook veel meer vormen van samenwerking. Het idee van 'Survival of the fittest' was door de media van Darwins tijd trouwens helemaal verkeerd begrepen. Het ging om de overleving van de best aangepaste, en dat is niet noodzakelijk de sterkste. Het kan ook degene zijn die het best met anderen samenwerkt. Daarom dat hoe langer een ecosysteem rustig is, hoe meer interacties er ontstaan, zoals symbiose. Deze symbiose leidde bijvoorbeeld tot het samengaan van verschillend bacteriën tot dierlijke en plantaardige cellen. Ook ons eigen lichaam is een samenleving van cellen en van bacteriën! Tegenwoordig gaat men er niet langer van uit dat diersoorten op zichzelf ontwikkelen, maar dat het de ecosystemen zijn die zich ontwikkelen: het hele web van soorten groeit, en wordt steeds complexer.
De tweede beweging die het kapitalisme ondersteunde was het fundamentalistische christendom. Had het protestantisme oorspronkelijk nog een behoorlijk positief mensbeeld en een flexibele bijbeluitleg, dit werd anders in de 19e eeuw, met de opkomst van de evangelische kerken! Deze kerken claimden dat de mens inherent slecht was en uit zichzelf geen goede keuzes kon maken. Hij had God nodig voor elke positieve keuze. Het hart kon niet vertrouwd worden, geen motief was zuiver, en elk initiatief van mensen was zelfzuchtig. Daarnaast was de wereld bestemd om in het oordeel te verbranden, dus hoefde die niet beschermd te worden. Ik ben zelf in mijn opvoeding sterk beïnvloed door deze manier van denken en werd er depressief van. Maar lange jaren van bijbelstudie hebben me geleerd dat dit niet de enige mogelijke theologie is. De oosters orthodoxe theologie bijvoorbeeld heeft ook oude papieren, maar ziet de mens niet als ten diepste slecht. Volgens de orthodoxe theologie is de mens geschapen naar het beeld van God en als beelddragers delen mensen in de natuur van God. Dit betekent dat we zelf waardevol zijn, maar onze medemensen ook, en dat we net als God scheppende wezens zijn met de verantwoordelijkheid zijn schepping tot bloei te brengen. Ja, de bijbel spreekt over zonde, maar de zonde is nu juist de zelfzucht, die het beeld van God in ons verstoort. We zijn daardoor ziek, zelfs dood, maar het is niet onze enige natuur. Daarom bestaat het werk van God niet uit het vrijspreken van oordeel (waarbij onze natuur niet verandert), maar uit genezing, en opwekking uit de dood. Zijn opstanding herstel in ons het beeld van God en de kracht van de Heilige Geest in ons geeft ons de energie van het eeuwige leven waarmee we als Gods beelddragers kunnen leven. En bovendien is dit niet een individueel gegeven! Het werk van Christus is niet individualistisch, maar ook ecologisch: de hele schepping zucht als in barensweeën, en het is de hele schepping, de hele biosfeer die zal worden verlost!

Deze nieuwe inzichten worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Daaruit blijkt dat het negatieve mensbeeld van het kapitalisme niet correct is. Mensen worden niet primair gedreven door eigenbelang. Mensen blijken juist de meest sociale van alle wezens. Dit is een biologisch feit, niet eens spiritueel. Wij beschikken (met nog een paar andere soorten) over 'spiegelneuronen', waarmee we ons in anderen kunnen inleven. En de delen van onze hersenen die betrokken zijn bij interacties met anderen zijn het verst doorontwikkeld. We zijn bedoeld om in een groep te leven. Niet voor niets is uitgesloten worden het ergste dat ons kan overkomen, en worden we letterlijk gek na te lang geisoleerd te zijn geweest. Geld maakt ons daarom niet gelukkig. Ja, armoede maakt ons ongelukkig, en als arme mensen rijker worden neemt hun mate van geluk aanvankelijk toe. Maar als ze genoeg hebben om zonder angst te kunnen leven, maakt toenemende rijkdom niet langer gelukkig, de curve gaat zelfs naar beneden lopen! Sociale interacties, diepe connecties, de geboorte van een kind, of met een geliefde trouwen, dat is wat ons gelukkig maakt. Het succes van het kapitalisme was gebaseerd op angst: de media (en reclame) suggereerden ons dat we arm waren, dat we tekort schoten, en dat we daarom gelukkig zouden worden van een nieuwe aanschaf. Maar hoe vaak bleek dat het geval? Zeg nou zelf!

(wordt vervolgd)

woensdag 16 september 2015

Boekbespreking: The Zero Marginal Cost Society (1): Het einde van het kapitalisme

Als het mogelijk was boeken zes sterren te geven, zou ik dat voor dit boek doen (wat suggereert dat mijn beoordelingssysteem voor boeken op Goodreads niet helemaal klopt). Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit boek mijn leven heeft veranderd. Het is ook lang geleden dat ik hele pagina's van een boek aan mijn vrouw voorlas, of aan vrienden (en broers) toezond, omdat ik dacht dat ze wel wat inspiratie konden gebruiken. En dat voor een boek over economie! Wie mij een beetje kent weet dat ik altijd heb gezegd dat ik geen enkele interesse heb in dat onderwerp, een van de weinige onderwerpen waarvoor dat geldt. Ik ben net zo verrast als jullie!
Zelf zou ik het boek waarschijnlijk niet hebben uitgekozen, want de titel wekt de indruk dat het een behoorlijk technisch betoog wordt ('marginal costs', dat klinkt als economie, nietwaar?). Maar een vriend raadde me aan het boek te lezen. We hadden namelijk met elkaar gegeten in Rotterdam, en tijdens onze maaltijd had ik hem verteld dat ik vaak depressief wordt als ik nadenk over de toestand van de wereld, omdat ik wordt bestookt met doemscenario na doemscenario. Dan weer gaat het over klimaatverandering, die niet meer te stoppen zou zijn, dan weer over het uitsterven van diersoorten en het leeg raken van de zeeën, dan weer over de komende oliecrisis ('peak oil') of over de vluchtelingenproblematiek (we kunnen ze nu wel helpen, maar het probleem is daarmee niet opgelost). En dan zijn er ook nog christenen die overtuigd zijn dat de Heer eind september 2015 terugkomt. Zoals hij zou terugkomen in 2011 en in de jaren '70 en in het jaar 1000. Maar toch: een kennis van me ging deze zomer maar veel reizen, want stel je voor dat de profetieën gelijk hadden ... Ik vind deze negatieve scenario's echter heel ontmoedigend, en vraag me soms af of het zin heeft door te leven als onze toekomst alleen maar slechter wordt.
De vriend met wie ik aan het eten was, bracht hier tegenin dat er ook positievere verhalen waren te vertellen over onze wereld en de toekomst, en dit was een van de boeken die hij me aanraadde te lezen. Het andere was 'The improving state of the world' van Indur M. Gorlany. Al voor ik er aan toekwam ze te bestellen, had ik op basis van zijn opmerkingen al geconcludeerd dat we als menselijk ras een bias (vooroordeel) hebben ten gunste van apocalyptische scenario's. We houden van samenzweringstheorieën waarbij grote machten samenspannen om ons voor de gek te houden en te overheersen, en we denken dat alles beter was in het verleden. Dat is van alle tijden. Zelfs de Egyptenaren dachten dat hun jeugd moreel bankroet was, en in de 19e eeuw werd er ook geklaagd over de losgeslagen studenten. Nu zeggen mensen dat de jeugd geen werkelijk contact meer heeft, maar zich afsluit achter beeldschermen. Maar er zijn foto's van begin vorige eeuw waarin je mensen in een tram ziet zitten, allemaal achter een krant verborgen. Kennelijk willen mensen in een drukke omgeving zich gewoon afsluiten van prikkels en is het niet iets van deze tijd. Toch vertellen we deze verhalen graag. Mogelijk omdat de meeste mensen 'in het moment' leven, en dit soort verhalen de situatie op scherp stellen en spannend maken. Mogelijk eenvoudig omdat over vrede en rust en groei weinig spectaculairs te vertellen is. De kranten bevatten ook al sinds mensenheugenis vooral slecht nieuws.

Ondertussen is het echter heus niet allemaal slecht nieuws dat de bovenhand voert. Niet alleen is de mens in een paar duizend jaar in medisch en technologisch opzicht een heel stuk verder gekomen, en is het leven van heel veel mensen verbeterd - we leven langer en blijven langer gezond, zijn rijker dan koningen in de middeleeuwen en hebben zelfs recht op vakantie en gerechtelijke bijstand! Wij hebben het beter dan onze ouders en al helemaal dan onze voorouders. En dit geldt niet alleen in het westen. Over de hele wereld zijn ziekten uitgeroeid, daalt kindersterfte, daalt het aantal slachtoffers van geweld (het lijkt anders omdat we door de media meer te horen krijgen). Bovendien zijn dit niet slechts cosmetische veranderingen, het lijkt erop dat ons menselijke bewustzijn zich ook verder ontwikkelt. In de steentijd leefden mensen in groepen van maximaal 500. Mensen van buiten die groep werden als 'anderen' beschouwd, als minder menselijk, en werden dus bestreden. Zo leven huidige steentijdstammen nog steeds! Maar uiteindelijk leerden mensen de eigen groep uit te breiden en zagen ze de mensen van hun eigen religie als tot hun groep behorend (de familie van het geloof). Mensen die iets anders geloofden waren 'heidenen' of 'barbaren' en werden nog steeds bestreden. Uiteindelijk gingen mensen zien dat anderen uit hun eigen land, ook als ze iets anders geloofden dan zij, het beschermen waard waren. De nationale identiteit werd belangrijk: de landgenoot werd de broeder. En in een volgende stap: de rasgenoot (die zie je in de 19e eeuw, en daarom is soms literatuur uit die tijd in onze ogen racistisch. Wat deze thesis bewijst). De volgende stap was de opkomst van het psychologische inzicht: we gingen zien dat alle mensen, ongeacht afkomst, een innerlijk leven hadden. Ook als ze anders leefden dan wij, zelfs als ze zich misdadig gedroegen, of zich afzonderden, of juist heel sociaal waren. We kregen er oog voor hoe ze zo geworden waren, en begrip voor hun reis. Onze eigen grootouders missen dit inzicht vaak, en snappen niet waarom anderen uit andere culturen zo 'anders' doen dan zij. Zo recent is deze ontwikkeling!
Deze evolutie ging gepaard met innovaties in de beschikbaarheid van energie (landbouw, windmolens en watermolens, stoomkracht, olie en benzine), in transportmogelijkheden (het wiel, boten, treinen, vrachtwagens) en in communicatiemiddelen (nodig om de energiestromen en het transport te reguleren: het schrift, de drukpers, het telegram, de telefoon et cetera). Het zal niemand ontgaan dat deze innovaties doorgaan en wel in een steeds hoger tempo. Deze eeuw zag de opkomst van het internet als communicatiemiddel, waarmee het mogelijk was gegevens uit te wisselen met mensen aan de andere kant van de wereld, samen te werken zonder hoge kosten en toegang te krijgen tot boeken, muziek en video. Deze nieuwe communicatiemiddelen scheppen heel veel mogelijkheden, onder andere op het gebied van energie. Groene, vernieuwbare energie die door mensen zelf wordt opgewekt, wordt opgeslagen in de vorm van waterstof en wordt verspreid op een door mensen gedeeld 'energie internet', zal de marginale kosten van energie tot bijna nul laten dalen (marginale kosten: de kosten om meer van hetzelfde product te genereren). Energie zal dus niet langer kostbaar zijn, maar alom tegenwoordig. En dit maakt het mogelijk dat iedereen zijn eigen benodigdheden gaat produceren. 3D-printers zijn in opkomst. Hiermee kan iedereen, ook weer tegen materiaalkosten, in zijn/haar eigen behoeften voorzien. 3D-printers kunnen zelfs andere 3D-printers printen! We worden van 'consumers' dus 'prosumers'. Vervolgens zal de uitwisseling van goederen ook veel goedkoper worden door ontwikkelingen als het 'internet der dingen', wat de efficiëntste manier zal berekenen om energie te gebruiken en goederen van plek tot plek te krijgen, bijvoorbeeld middels 'drones'.

Rifkin noemt al deze ontwikkelingen samen 'De Derde Industriële Revolutie'. En deze revolutie zal onze economie ook ingrijpend veranderen, zoals het bij elke eerdere revolutie ook is gebeurd. Wij zijn namelijk zo opgegroeid in een kapitalistische omgeving (in elk geval mijn eigen generatie, voor jongeren ligt dit al weer anders), dat we het als normaal zijn gaan beschouwen. Dit zou 'het einde van de geschiedenis zijn'. Maar het kapitalisme als systeem zoals we dat nu kennen, is van recente oorsprong. Over de loop van eeuwen heeft het steeds meer gebieden van het leven in zich opgenomen en op de marktplaats gebracht, zodat we nu betalen voor muziek, verhalen, water, transport, elektriciteit, en zelfs: spiritualiteit (denk aan televisiedominees en megakerken). Er zijn hekken omheen geplaatst: deze terreinen zijn niet langer het bezit van iedereen, maar worden geëxploiteerd door ondernemers. En wij, van deze generatie, weten niet anders dan dat alles gekocht en verkocht kan worden. Ik noem dat wel eens het 'transactionele wereldbeeld'. Maar het is nu al zichtbaar dat de kapitalistische economie aan het plaatsmaken voor een andere vorm. En wel een economie van overvloed in plaats van schaarste of tekort.
Door de gratis productie van hernieuwbare energie en de toegang tot efficiënt transport en eigen productie via 3D-printers hoeven we niet meer om muziek, boeken, water, elektriciteit en spiritualiteit te concurreren. Iedereen kan zelf voorzien in wat hij/zij nodig heeft om te overleven, zonder afhankelijk te zijn van bedrijven. In deze economie zal het belangrijker zijn toegang te hebben tot voorzieningen, dan om ze te bezitten (dit zie je nu al met media), en we zullen met elkaar willen delen in plaats van te moeten kopen, samenwerken in plaats van concurreren. We zullen de bronnen van de wereld niet zien als grondstoffen om commercieel te exploiteren of op de markt te brengen, maar als een gedeeld goed dat we als gemeenschap zullen beheren, zodat iedereen er op een duurzame manier van kan profiteren. Rifkin noemt dit de 'collaborative commons'. Het systeem van de 'Commons' is al eeuwenlang in vele culturen gangbaar. Bijvoorbeeld in Zwitserland, waar mensen uit een dorp hun alpenweide niet in bezit hebben, maar de weiden zien als een gedeeld goed en het ook zo beheren. Ze zorgen samen voor het onderhoud ervan, en verdelen de opbrengsten naar ratio. Op deze manier zijn deze weiden al meer dan 800 jaar duurzaam onderhouden, en zijn ze niet kaalgevreten en geërodeerd! Dit oude systeem zal waarschijnlijk weer in belang toenemen, als we ons milieu, maar ook onze cultuur en ons geloof gaan zien als gedeeld goed.

(wordt vervolgd!)

maandag 24 augustus 2015

Gedicht: Onheil

Uit de film 'Knowing'
Onheil

Hoe vaak zal de wereld nog vergaan?
Ik moet me telkens zorgen maken
dat het einde komt. Onheilsprofeten
spreken me aan in kerk en kranten:
de Heer komt terug, de poolkap smelt,
natuur verdwijnt en oorlog dreigt.
Vluchtelingen komen de grenzen over
maar zijn ook mensen. Alles moet nu
worden opgelost. Maar niemand weet
wat moet gebeuren. Toch, doe ik niets,
dan heb ik het aan mezelf te wijten.

Maar het is elke generatie zo
dat vroeger beter was, maar vandaag
rampzalig. En wat goed en mooi is,
niet nieuwswaardig. Jezus is nog nooit
teruggekeerd en minder mensen
lijden dan voorheen. De nood is echt,
maar niet de kern van het bestaan.
Moet ik mezelf verliezen in de strijd
van het moment? Of mag ik rustig
bouwen aan het koninkrijk. Houden
van elke medemens en leven.