Posts tonen met het label dystopie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dystopie. Alle posts tonen

zaterdag 21 november 2015

Filmbespreking: The Hunger Games - Mockingjay part 2

Als er recent een avond was waarop het onmogelijk had moeten zijn voor mij om in slaap te vallen, was dat vorige week vrijdag. Nu kan ik erom lachen, maar toen was het wel anders. Ik had namelijk eerst een behoorlijk pittig gesprek gevoerd met mijn vrouw, over de verschillende manieren waarop we omgaan met boosheid, en met grenzen, en dat soort dingen. Goed, maar wat ik zei: pittig. En onze ervaring is eigenlijk dat we dat soort gesprekken niet laat op de avond moeten hebben, want allebei nemen we dat dan mee de nacht in en kunnen we lang wakker liggen. Nu was het kwart voor twaalf. Ik had mijn telefoon voelen afgaan eerder op de avond, maar dat genegeerd. Nu zag ik een mailtje van mijn ouders. Ze waren op een kettingbotsing ingereden met 80 km per uur, en de auto was kapot. Gelukkig waren ze niet gewond, maar ze wisten niet of er misschien later nog klachten zouden volgen. Een behoorlijke schok! En tot overmaat van ramp opende ik ook nog eens Twitter. En mijn hele tijdlijn van de uren daarvoor stond vol met tweets over Parijs! Niet een paar meldingen, maar keer op keer hetzelfde bericht geretweet, en wanhopige of boze commentaren, of commentaren die al opriepen niet te gaan haten. Ik ben uiteindelijk toch maar naar bed gegaan. Ik denk dat er een wonder plaatsvond, want ik sliep ondanks alles behoorlijk goed.

Hier moest ik aan terugdenken toen ik in de bioscoop de film The Hunger Games Mockingjay part 2  zag, want ik realiseerde me dat dit een film is die voor het huidige tijdsgewricht gemaakt lijkt te zijn. De filmmakers zullen het niet geweten hebben toen ze de film draaiden, maar hij sluit wel heel naadloos aan op de gebeurtenissen van nu. Ik geloof dat de Hunger Games-boeken en films een mythe zijn voor onze tijd. En daarom verdienen ze een bespreking op mijn blog! De laatste tijd heb ik weinig filmbesprekingen geschreven. Voor een deel omdat ik er weinig tijd voor had, want mijn verhalen vragen nu veel aandacht, en voor een deel omdat er voor mijn gevoel weinig in de bioscoop voorbijkwam dat er ‘diep’ genoeg voor was. Inside Out was trouwens wel erg goed! Maar over de eerdere drie delen in deze serie heb ik ook essays geschreven (hier, hier en hier), dus kon ik dit jaar niet achterblijven. The Hunger Games Mockingjay part 2 is trouwens ook gewoon een heel goede film! Net als de voorgaande delen is hij weer visueel heel sterk, maar dit keer worden de ondergrondse gangen van District 13 verruild voor de decadente wolkenkrabbers van de hoofdstad, wat krachtige effecten oplevert. Artikelen vooraf beloofden dat deze film een en al actie zou zijn, maar dat is niet het geval. De ontwikkeling en de emoties van de hoofdpersonen staat opnieuw centraal, en eigenlijk blijven zij (zoals dat natuurlijk hoort voor tieners!) achter de frontlinies. En als ze die linies dan eindelijk bereiken, lopen de gebeurtenissen anders dan ze gehoopt hadden. De actie die er is, is spectaculair. Vooral een ondergrondse scene, die me op het puntje van mijn stoel deed zitten. En wat is Jennifer Lawrence een geweldig actrice. De camera zoomt regelmatig in op haar gezicht, waar ze haar stoïcijns ogende karakter door een kleine oogbeweging een enorme diepte van gevoel laat communiceren. Ze zou voor haar rol een Oscar moeten krijgen! De andere acteurs hebben dit keer minder te doen, maar ik vond Josh Hutcherson als Peeta ook prima. Het is wel raar dat Gwendoline Christie in maar een scene voorkwam!
Door de dood van acteur Philip Seymour Hoffmann vorig jaar vallen er een paar gaten in het verhaal, die provisorisch zijn opgevuld, en een belangrijke scene in het boek die heel bepalend is voor de hoofdpersoon, lijkt in deze film iets minder impact te hebben. Maar dat kan mijn ervaring zijn. Ook had de allerlaatste scene wat mij betreft weg mogen blijven, aangezien alles daarvoor ook al was gezegd. Maar vooral ben ik er eigenlijk droevig over dat er geen nieuwe vervolgen meer zullen zijn - de laatste jaren waren de Hunger Games-films, de films waar ik dat jaar het meest naar uitkeek.

De nieuwste film bestrijkt ongeveer de tweede helft van het boek (vandaar het ‘part 2’ natuurlijk). De verschillende provincies van Panem zijn eindelijk in opstand gekomen en het verzet is al helemaal opgetrokken tot District 2. Als ook dat gevallen is, is de weg vrij om op te trekken naar de hoofdstad. President Snow heeft dat door, en besluit de torens en lanen van de stad zelf te veranderen in een spelarena, vol dodelijke vallen. Katniss Everdeen, onze hoofdpersoon, biedt bij de leidster van district 13, Alma Coin, aan haar rol als de ‘spotgaai’ weer op te pakken en de strijders aan te moedigen, op voorwaarde dat ze ook zelf naar het front mag gaan. Ze wil namelijk weg bij Peeta, de andere overwinnaar van de hongerspelen, die echter is gehersenspoeld en haar probeerde te wurgen. Zo makkelijk komt ze echter niet van hem af. President Coin voegt hem namelijk toe aan haar team, om in de propaganda te laten zien dat ook Peeta aan de kant van de rebellen staat. Of heeft ze ook een ander doel? Dat wordt op een grimmige wijze duidelijk als Katniss en haar gezellen zich wagen in de dodelijke doolhof van het Kapitool, op weg naar het paleis van President Snow en een definitieve confrontatie.

Om nog even terug te komen op de gebeurtenissen in Parijs: ik merk dat het voor mijn gemoedsrust goed is er niet te veel over te lezen. Vooral niet omdat veel commentaar op social media wel heel erg emotioneel gekleurd is, niet makkelijk te checken is of de commentatoren gelijk hebben, en bovendien blijken er veel gefotoshopte of anderszins gemanipuleerde plaatsjes de ronde te doen. Net als met de verdronken vluchtelingen van laatst. Dit heeft allemaal een polariserende uitwerking, net als de retoriek van mensen als Wilders. In mijn bespreking van Mockingjay part 1 heb ik overigens geschreven hoe propaganda onze wereld wil veranderen in ‘goeden’ (tot wie wij natuurlijk behoren) en ‘slechten’ (de ander, vanzelfsprekend), maar dat we als christenen in navolging van Jezus een de-escalerende boodschap zouden moeten brengen. Ook nu richten mensen namelijk hun pijlen op moslims, en worden de grenzen weer gesloten voor vluchtelingen, terwijl geloof er niks mee te maken had (althans niet veel, niet meer dan het christelijk geloof verantwoordelijk gehouden kan worden voor de Westboro Baptist Church en hun demonstraties).
De reden dat deze mannen aanslagen pleegden heeft te maken met hun uitzichtloze situatie, bijvoorbeeld in de Parijse buitenwijken, de banlieu’s, waarbij ze het idee hebben (voor een behoorlijk deel terecht), dat de beschaving hen buitensluit en onrechtvaardig behandelt, dat de weg uit het dal voor hen steiler is dan voor geprivilegieerde blanke Europeanen. Als er dan fundamentalisten (dat hadden geen moslims hoeven zijn, want bijvoorbeeld de verhalen over de kruistochten laten zien dat het ook prima christenen hadden kunnen wezen) langskomen met de belofte van een betekenisvol bestaan, een heldhaftige dood en 72 maagden in het paradijs, dan vinden ze daarin een weg uit hun lege leven. Zoals het heldhaftige beeld van gangsters, rapper en ‘bling bling' dat biedt voor jongeren in de Amerikaanse ghetto’s. Het is door meerdere mensen ondertussen wel gezegd (maar in genuanceerde artikelen en die doen het nooit zo goed op Twitter), dat het ‘Westen’ nu niet moslims als vijanden moet gaan zien, vluchtelingen gaan buitensluiten of discrimineren of moskeeën gaan verbranden. Want dat speelt precies in de kaarten van de fundamentalisten die deze jongeren opzwepen. Het legitimeert namelijk hun betoog dat het ‘Westen’ de grote Satan is, de onderdrukker van ware gelovigen, en bestreden moet worden. De fundamentalisten waren, zo las ik, juist boos dat Europa vluchtelingen had binnengelaten en warm had ontvangen (nou ja, lauw in elk geval), omdat dit het vijandsbeeld zou ondergraven! En dat konden ze niet in hun retoriek gebruiken. Waar deze fundamentalisten (en fundamentalisten in het algemeen, ook de atheïstische of christelijke) zich echter niet bewust van lijken, is dat ze in hun strijd tegen een door hun aangewezen ‘onderdrukker’, zelf ook ‘onderdrukkers’ zijn geworden. Als ze ‘de grote Satan’ willen bestrijden, gebruiken ze daarvoor Satanische methodes.
Om even weg te gaan van het voorbeeld van Parijs, of de kruistochten of Westboro Baptist Church: ik lees tegenwoordig steeds meer kritiek op de ‘nieuwe atheïsten’ in de lijn van Richard Dawkins. Hij is namelijk ook fundamentalistisch, gebruikt drogredenen om gelovigen aan te vallen, maakt misogynistische of racistische opmerkingen, luistert niet naar andersdenkenden en zet zichzelf op een voetstuk. Alles waarvan hij eerder zelf christenen en moslims beschuldigde! Hij is zelf het spiegelbeeld van zijn vijand geworden. En daarmee roept hij weer weerstand op tegen zichzelf. In deze film is dat bijvoorbeeld in beeld gebracht in de persoon van Gale, een van de overlevenden uit het eerder verwoeste district 12. Hij komt met oplossingen waarbij ook burgers het leven zullen laten. Als Katniss hem vraagt waarom, antwoordt hij dat het oorlog is. En dan mag alles, als de overwinning maar wordt behaald. Het kapitool had burgers toch ook niet gespaard? Hij is zelfs bereid kinderen te doden om zijn doel te bereiken: de val van Snow. Maar wat hij zich niet realiseert, en Katniss wel, is dat de bewoners van het kapitool -zelfs degenen met sympathie voor de vrijheidsstrijders- hen zouden gaan haten, dat ze hen zouden gaan zien als bullies, als onderdrukkers, en dat ze uiteindelijk zelf ook weer in opstand zouden komen.
Het is een bekend fenomeen dat absolutistische bewegingen, hun eigen tegenstanders creëren: het kapitalisme bijvoorbeeld, door arbeiders te onderdrukken, creëerde het communisme. De katholieke kerk, door gewone gelovigen onder controle te willen houden, creëerde het protestantisme. En dat creëerde weer eigen tegenbewegingen toen ze hun eigen ideologie met vuur en zwaard gingen verspreiden. Een ideologie creëert automatisch een anti-ideologie en zo verder, ad infinitum. Uiteindelijk is er geen onderscheid meer. Dit gevaar kan iedereen treffen. Ook goed bedoelende activistische christenen, die zich zo druk maken om onrecht in de wereld, dat ze anderen (bijvoorbeeld mensen die zich daar niet druk om lijken te maken, die zich niet net als zij inzetten of die niet hetzelfde voelen) als minderwaardig gaan wegzetten, of ze een schuldgevoel aanpraten. Een voorbeeld in de film van dit principe is het karakter van president Alma Coin. Al eerder was duidelijk dat mensen in district 13 niet veel vrijer waren dan in de districten onderdrukt door president Snow. Ja, mensen waren gelijk, maar ze moesten zich aan heel strakke regels houden (in het boek is dat nog sterker). President Coin kleedde zich echter aanvankelijk gewoon als zij. In de vorige film ging ze de adviezen opvolgen van een communicatieadviseur uit de hoofdstad, en nu gaat ze zich langzaam onderscheidend kleden. Eerst subtiel, maar later zijn haar gewaden bijna net zo luxe als die van Snow. Ze blijkt net zo’n dictator te zijn geworden, en hanteert dezelfde methoden als hij. Maar president Snow was er in elk geval eerlijk over dat hij die methoden gebruikte. Zij verschuilt zich achter propaganda.
Zoals deze illustratie ons toont, is het soms moeilijk te zien dat je zelf een ideologie aanhangt, als het voor jou normaal is geworden (zoals geldt voor district 13 in de strijd tegen Snow), of omdat je erin bent opgegroeid (zoals de bewoners van Panem, die zich er niet van bewust zijn dat ze bevoordeeld zijn). Vandaar de vanuit de onderbuik komende reacties op aanslagen in Parijs. Want wij zijn ‘normaal’, en zij zijn ‘abnormaal’. Maar voor een groot deel van de wereld zijn wij de ‘abnormalen’. Niet alleen hebben de westerse landen de rijkdommen van de rest van de wereld uitgebuit en hele volken tot slaven gemaakt, ook nu nog stellen we onze welvaart ten toon, laten we mensen voor ons zwoegen in ‘lage lonen landen’, en dringen we hen ook nog eens onze idealen op van welvaart, uiterlijk en denken. Wij voelen ons vanwege ons economisch succes en militaire macht (want ethisch en religieus is ons succes maar matig) gerechtvaardigd om politie-agent te spelen in de wereld alsof wij van buitenaf elke situatie kunnen begrijpen. In het kort gezegd: voor een groot deel van de wereld zijn wij Panem, wij zijn de bewoners van het Kapitool, degenen die een extravagant leven leiden, terwijl de andere 98 procent moet meespelen in de ‘hunger games’. En dat is de briljante twist in de Hunger Games-serie, die de bioscopen vol doet stromen en tieners ertoe brengt zich te verplaatsen in een meisje uit de provincie, iemand uit de ‘derde wereld’, iemand die wordt onderdrukt en uitgebuit. Ze krijgen een spiegel voorgehouden, een die hen doet verlangen naar een weg uit de hardnekkige patstelling.

Wat die weg is? Hoofdpersoon Katniss Everdeen creëert aan het eind van de film een uitweg, waarvoor ze bereid is de schuld op zich te nemen en te sterven, maar het krachtigst is mijns inziens een scene in het begin van de film. Ze heeft er namelijk voor gezorgd dat de in een bunker opgesloten burgerbevolking veilig kan ontsnappen. Deze mensen vertrouwen echter niet werkelijk in de rebellen die hen de afgelopen tijd zo fel bestreden hebben. Als ze hun kans schoon zien, willen ze liever zekerheid dan in de val te lopen, dus trekt er een zijn pistool en gijzelt Katniss. En zij laat het gebeuren. Ze verzet zich niet. Ze wil niet tegen hem vechten, maar accepteert dat hij haar kan doden. Want, zegt ze: we horen niet tegenover elkaar te staan. We zijn allebei mensen. Ik ben niet meer waard dan jij. En ik wil daarom ook niet dat er voor mij gedood zou worden, zelfs niet als jij mij neer zou schieten. Ik sta namelijk niet boven jou. En daarmee wint ze hem. Ze is ‘als een lam dat ter slachting geleid wordt, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders’ (Jesaja 53), ze vergeeft haar vijanden omdat ze niet weten wat ze doen, ze roept geen engelen ter hulp. Ze weigert op dat moment te leven volgens het verhaal van het conflict, en brengt de situatie terug tot een menselijk niveau, tot een individueel niveau. Niet twee ideologieën die tegenover elkaar staan, maar twee mensen. En die hebben altijd meer gemeen dan ze van elkaar verschillen. De geprivilegieerde, rijke, welvarende bewoner van het kapitool, is net zo goed mens als de onderdrukte. Ze accepteert dat de ander misschien niet zo ver is, of nog in de greep is van een ideologie, maar ze wil dat tegen geen enkele prijs versterken. Als haar afleggen van ideologie, opgeven van een ‘heldenverhaal’, haar weggeven van haar ego, ertoe leidt dat zij wordt benadeeld, of sterft, dan is ze bereid die prijs te betalen. Ze is bereid zich te laten kruisigen, als dat is wat de ideologieën willen, om zo te laten zien hoe onmenselijk de ideologieën zijn. Op die manier heeft ze de overheden en machten (de overheersende ‘heldenverhalen’ van district 13 en het kapitool) ontwapend. Ze ‘heeft hen openlijk te schande gemaakt en … over hen getriomfeerd’ (Kolossenzen 2:15). Vergezocht om dit met Christus te verbinden? Nee, want ik geloof dat dit is wat Hij heeft gedaan aan het kruis. Hij was bereid te sterven, als dat het gevolg was van zich niet met geweld te willen verzetten. Nee, Katniss is Jezus niet, en ze gebruikt meer geweld dan Jezus gedaan zou hebben, maar haar offerbereidheid toont wel een uitweg. Namelijk: laten we elkaar als mensen behandelen, ongeacht onze ideologie, ongeacht onze afkomst, geaardheid, geslacht of geloof. Moslims en christenen, atheïsten en rijke westerlingen (want wij zijn net zo goed mensen!), en Afrikanen en Indiers. Laten we een bewuste keuze maken onszelf en de ander niet te zien in termen van ideologie of religie, maar onszelf en de ander in de eerste plaats te zien als mens. En daarom waardevol. Punt uit.

zaterdag 30 mei 2015

Filmbespreking: Twee toekomstperspectieven (1): Project T

Zoals je ziet als je naar mijn profiel hiernaast kijkt, schrijf ik niet alleen maar gedichten en filmbesprekingen, maar onder andere ook science fiction-verhalen. De laatste tijd vooral korte verhalen. Dit voorjaar deed ik mee met de verhalenwedstrijd van Trek Sagae, en daar won ik met mijn verhaal ‘De Valstrik’ de eerste plek. Een bemoediging om door te gaan. Ik hoop begin volgend jaar een bundel korte SF-verhalen uit te brengen. Maar eerst verschijnt dit najaar ‘Hoe je zwakheid leven brengt … Als God je verhaal vertelt’. Daar ben ik natuurlijk heel enthousiast over! Later zal ik er op mijn blog meer over schrijven. In dit en het volgende blogbericht gaat het om mijn SF-verhalen. Toen ik tiener was schreef ik mijn eerste korte verhalen, en eigenlijk ben ik ze in de tussentijd altijd blijven schrijven tussen de grotere projecten door. Sinds vorig jaar heb ik er prioriteit aan gegeven, en in een jaar tijd heb ik ongeveer achttien korte verhalen geschreven. De ideeën zijn echter nog lang niet uitgeput, dus ik schrijf gewoon lekker verder.
De verhalen die ik schrijf, hebben verschillende thema’s. Veel gaan over bijzondere levensvormen, aangezien ik gefascineerd ben door biologie en bijzondere ecosystemen. Een deel van de verhalen speelt zich af op andere werelden, wanneer de mens de technologie heeft ontwikkeld daar naartoe te reizen. De toekomst die ze beschrijven is behoorlijk positief, met ruimteschepen, robots en bijkans onsterfelijkheid binnen handbereik. Andere verhalen zijn minder positief en spelen zich af op onze Aarde, nadat de mens door milieuverontreiniging, broeikaseffect, het uitroeien van diersoorten en van andere mensen, zijn omgeving zowat onleefbaar heeft gemaakt.
Het zijn de twee toekomstperspectieven die altijd al terug te vinden zijn geweest in het genre: dat van de utopie (de wereld waarin iedereen gelukkig is, en alle problemen kunnen worden opgelost), en dat van de dystopie (de slechtst denkbare wereld, waarin de menselijke waardigheid, en zelfs zijn voortbestaan onmogelijk lijkt). Dat schrijvers en filmmakers steeds verhalen produceren uit beide categorieën illustreert onze ambivalentie als mensen ten opzichte van onze eigen toekomst - de eeuwige strijd tussen optimisme en pessimisme.
In elk geval illustreert de tweedeling in mijn eigen oeuvre mijn eigen ambivalentie. En ik schrijf om eerlijk te zijn meer dystopieen dan utopieen. Optimisme is niet echt een van mijn kenmerkende eigenschappen. Elk bericht over het uitsterven van weer een diersoort doet mij huiveren. Dat speelt natuurlijk mee met hoe ik de hierna te bespreken films beoordeel. Van ongenuanceerd optimisme word ik altijd wat wantrouwig, aangezien ik mezelf niet pessimistisch vind, maar realistisch.
Aan de andere kant kan ik wel stuiteren van enthousiasme bij wetenschappelijke ontdekkingen, gedaan in het laboratorium, bij opgravingen, op expedities in de diepzee of met robots op Mars. Als er een sonde op een komeet landt, volg ik het nieuws daarover aandachtig. Stemmen als dat er niet in ruimtevaart geïnvesteerd mag worden, omdat we alles nodig hebben om het leed van mensen te verlichten, maken me nogal onrustig. Want ze suggereren dat het verzamelen van kennis over ons heelal niet waardevol is, tenzij ze nuttig is. Dit vind ik pas echt een pessimistische visie. Enthousiasme en het zoeken van kennis om de kennis is iets moois, maar aan de andere kant: het is niet waardevrij. Het conflict tussen de twee stromingen binnen de sciencefiction zegt dus iets over conflicterende waarden die nu spelen in de maatschappij.

De afgelopen maand was de strijd terug te zien op het scherm van de bioscoop. Er was een dystopische film, met een bijna onbewoonbaar, woestijnachtig toekomstlandschap. Daarover later meer. Iets uitzonderlijker was een utopische film, die beoogde dystopische verhalen te ontmoedigen en opriep een positiever toekomstbeeld te verkondigen. Een van ontdekkingen, van inspiratie en van vooruitgang. Dit was Disneyfilm Project T (een film die in het buitenland is uitgebracht als Tomorrowland, maar die naam in Nederland niet mocht dragen vanwege een muziekfestival).
Deze laatste film was inhoudelijk het meest interessant van de twee, maar niet de beste. Wat voor de film pleit, is zijn ambitie: een origineel verhaal vertellen, met als hoofdpersonen een intelligente tiener, een robot en een kluizenaar. Zonder romantisch plot. En met een scene waarbij onder de Eiffeltoren een Steampunk-raket schuilgaat, die toegang biedt tot een andere wereld. Waar vindt je dat elders nog? De kracht van de film zit hem in enkele heel goed uitgedachte en weergegeven scenes. Regisseur Brad Bird liet in zijn eerdere (teken)films al zien fantastische actiescenes te kunnen verzinnen, en doet dat hier ook. Een gevecht in een SF/geekwinkel (waarbij een tegenstander wordt uitgeschakeld met een bliepende R2D2), de belegering van een huis door een stel robots, een rondleiding door een futuristische wereld, het is adembenemend in beeld gebracht. Voeg daarbij een prima acterende George Clooney, en een dosis humor, en je krijgt een uniek resultaat. Helaas was de actiescene aan het slot veel minder inspirerend, en waren er een paar erg prekerige passages. Hugh Laurie loopt heen en weer als een ‘motivational speaker’, maar wist mij niet te overtuigen. Ik denk dat de film bij mij daarom niet bereikte wat hij beoogde te bereiken. Maar ik zal hem zeker nog vaker kijken, al was het voor de oorspronkelijke ideeën. 

Tiener Casey heeft het zwaar op school. Iedere docent vertelt hoe erg het in de wereld is, hoe groot de risico’s zijn. Maar op haar vraag hoe we het kunnen oplossen, heeft niemand een antwoord. En thuis is het niet beter. Haar vader -technicus bij NASA- staat op het punt ontslagen te worden, en haar droom om ooit de sterren te bezoeken, lijkt nooit te zullen uitkomen. Op een dag vindt ze een mysterieus speldje dat haar lijkt te transporteren naar een andere wereld, vol jetpacks, hologrammen en zwevende treinen. En ruimteschepen. Het waren maar beelden, maar nu wil ze niets liever dan die wereld echt betreden. Het spoort leidt, via een SF/geek-winkel, een bijna-aanrijding en een ontmoeting met robotmeisje Athena, naar het gebarricadeerde huis van Frank Walker, dat vol staat met technieken die nog niet uitgevonden zouden moeten zijn. En met een klok die aan het aftellen is. Kennelijk gaat er over twee maanden iets ergs gebeuren. Frank kan Casey echter niet naar de andere wereld brengen, want de toegang ernaar toe is al decennia lang afgesloten. Ene gouverneur Nix heeft besloten onze aarde in de steek te laten …

Het centrale thema van de film is het welbekende oude verhaal van de twee honden. In je hart wonen twee honden, een witte en een zwarte, die met elkaar vechten. Wie van de twee wint er? Degene die je het meest te eten geeft. Casey refereert er meerdere malen aan in de loop van de film. Ik kreeg het zelf vaak genoeg te horen in mijn christelijke opvoeding. Dan had het betrekking op mijn oude natuur (het vlees) en mijn nieuwe natuur (in Christus). Ik moest, door uit de bijbel te lezen, te bidden en naar de kerk te gaan, de hond van mijn nieuwe natuur voeden. Dan zou die mijn slechte natuur verslaan. Maar als ik, door het kijken van films, het lezen van stripboeken of het omgaan met verkeerde mensen de hond van mijn oude natuur voedde, zou die uiteindelijk de overhand krijgen.
In mijn bespreking van ‘Beasts of the Southern Wild’ heb ik uitgelegd dat deze wel heel erg simpele voorstelling van het geestelijke leven uiteindelijk voor mij heel slechte gevolgen had. Ik werd er gestrest van, overspannen, omdat ze de verantwoordelijkheid helemaal bij mij neerlegde. Als ik toevallig de zwarte hond een enkel hapje eten meer gaf, zou die de witte verslaan, en dat was dan mijn schuld geweest. Ik kon nergens van genieten, maar moest altijd afvragen welke hond ik voedde, en ik kon natuurlijk niks anders doen dan die activiteiten die de witte zouden ondersteunen. Het verhaaltje had ertoe geleid dat ik mezelf zag als in tweeën gesplitst en de strijd die ik in mijn binnenste voerde maakte me volledig uitgeput. Ik denk dat er uiteindelijk alleen maar verliezers waren.
In de film wordt de metafoor op grotere schaal toegepast: het idee is dat ons vertellen van pessimistische verhalen een ‘self fulfilling prophecy’ is, omdat we voor de toekomst die in die verhalen wordt getoond, nu zelf niets hoeven te veranderen. Door ons te voeden met verhalen over ingestorte samenlevingen, vernietigde ecosystemen, en verdwenen menselijke waardigheid, zouden we gaan geloven dat dit een onafwendbare toekomst is, en dat we die toch niet kunnen tegenhouden. We zouden passief worden. De film vraagt waar de toekomstbeelden gebleven zijn uit de SF-verhalen van de jaren vijftig en zestig (de film opent niet voor niets met beelden van de Wereldtentoonstelling uit 1964), de ‘gouden eeuw’ voor de SF, met verhalen van Clarke, Asimov en Heinlein, waarin tieners nog een raket konden bouwen in hun achtertuin, jetpacks door de lucht zoefden en zowel de lichtsnelheid als de tijd geen beperking waren voor de avonturiers van de toekomst. De toekomst van bijvoorbeeld de eerste Star Trek-serie. Hoe komt het dat we ondertussen dik in het derde millennium zitten, maar nog steeds geen jetpacks kunnen vliegen?
Nou, doordat verhalen nooit echt de toekomst kunnen voorspellen, die misschien anders is, maar niet noodzakelijk slechter (de ruimteschepen in die verhalen bevatten bijvoorbeeld geen computers, en wie had ooit de iPhone kunnen verzinnen?), en omdat die utopie nooit werkelijk bestond. Omdat niet gespot kan worden met de natuurwetten, en ook niet met de menselijke natuur. In 1963 had de wereld nota bene nog aan de rand van de nucleaire afgrond gestaan tijdens de Cubacrisis! Daarover wordt niet gerept in de film. Het leek misschien toen mensen op de maan landden, dat alles mogelijk zou zijn, maar de techniek bleek een tweesnijdend zwaard. De meeste problemen waar we tegenwoordig mee kampen zijn aan dezelfde innovaties te wijten: zure regen, het gat in de ozonlaag, antibioticaresistentie, ziektes die hele monoculturen van gewassen treffen, watertekorten en zeespiegelstijging, atomaire wapens en cyberterrorisme, ze zijn mogelijk gemaakt door dezelfde ontwikkelingen die werden toegejuicht in de verhalen.

Dat vooruitgang mogelijk is zonder dat het iets kost, of zonder ooit tegen beperkingen op te lopen, is de mythe van deze tijd. De mythe van de maakbaarheid, die achter het verhaal van de twee honden schuilt. De maakbaarheid van de individuele mens (als je maar 'nee' zegt tegen eten wordt je vanzelf slank), en de maakbaarheid van de wereld (als we maar optimistisch genoeg zijn, komt alles goed). En een mythe die nogal verweven was met de verheerlijking van wetenschap in de SF verhalen van vroeger. De andere wereld in deze film werd gesticht door de groep ‘Plus Ultra’, die wetenschappers, kunstenaars en andere creatievelingen bij elkaar wilde brengen om ‘alles te kunnen maken wat ze maar wilden’. Daarvoor hadden ze een plek nodig zonder ‘politiek, bureaucratie en hebzucht’. Hilarisch! Ze dachten aan de menselijke natuur te kunnen ontsnappen, maar ongeacht naar welke wereld ze zouden vluchten, ze zouden altijd een politiek hebben, geschreven en ongeschreven regels, en ook hebzucht. Het idee dat wetenschappers en kunstenaars daar niet over zouden hoeven nadenken, maakt ze alleen maar blind voor die aspecten van hun eigen hart.
En juist zij hebben die relativering eigenlijk nodig. In contact te staan met de menselijke samenleving, met de voeten in de Aarde staan. Anders zouden ze zo een tweede ‘atoombom’ kunnen creeren, in naam van de vooruitgang, of hun eigen ego. Want er zit een bepaalde ik-gerichtheid achter. Niet alleen bij de oprichters van deze andere wereld, maar ook bij de hoofdpersonen zelf. Frank vindt het als jongetje maar wat gaaf om zichzelf in een spiegelend gebouw te zien vliegen met zijn jetpack. Hij steekt zelfs zijn duim op naar zijn spiegelbeeld. En Casey is wel heel trots dat zijn volgens robotmeisje Athena een score van wel 73 heeft gehaald op een bepaalde schaal. Niks mis met trots zijn op je prestaties, maar je moet oppassen om je daar niet door te laten verblinden. Dat je (vanwege je talent) iets kunt, wil niet zeggen dat je het ook moet doen.

De oplossing voor de wereldproblematiek ligt in deze film in de handen van Casey, die de andere wereld weer in zijn glorie wil herstellen, weer wil laten functioneren, zodat uiteindelijk alle uitvindingen en ontdekkingen van daaruit weer naar de onze zullen zullen stromen. Ze heeft uit onze wereld, haar intrek genomen in die andere wereld, de organisatie van 'Plus Ultra’ nieuw leven ingeblazen, en als ze nu maar hard genoeg werkt aan het voeden van de ‘witte hond’, zal alles goed komen. Nogal een grote last om op je schouders te dragen, zelfs als je een optimist van nature bent. Want wat als de vernieuwing niet zo makkelijk gaat, wat als er onverhoopt toch rampen optreden en het onheil zich niet laat afwenden? Dan heeft zij gefaald, dan is het haar schuld, dan was zij kennelijk niet optimistisch genoeg.
Ik geloof in het diepst van mijn hart dat het verhaal van die twee honden een fabeltje is, en dat het niet ons harde werken, onze inspanning, ons optimisme is dat de wereld zal redden, de SF-verhalen van de jaren ’50 en ’60 ten spijt. En ironisch genoeg is het een van de dystopische verhalen die in deze film op de hak worden genomen (kijk de filmaffiches maar voorbijkomen in de film), die volgens mij een veel hoopgevender beeld van de toekomst geeft. Daarover meer in mijn volgende blogbericht, dat morgen of overmorgen online komt!

(wordt vervolgd)

zondag 4 januari 2015

Filmbespreking: V for Vendetta

Toen ik gisteren mijn op een na jongste broer aan de lijn had, vertelde die me over iets dat hij in het nieuws had gelezen. Hij zei eerst dat hij had gelezen dat er in de wet zou worden opgenomen dat kinderen voor hun ouders op leeftijd zouden moeten zorgen. En daarvan vroegen we ons al of of kinderen dat wel met zoveel enthousiasme zouden doen als het niet vrijwillig was. Maar helemaal raar was dat omdat laatst weer iemand was aangetroffen die drie jaar dood in zijn huis had gelegen, er een regel zou komen dat buurtbewoners minstens een keer per jaar bij elkaar op bezoek zouden moeten. Maar verplichtingen werken vriendschap en echte relatie heus niet in de hand, en zijn dus geen oplossing tegen eenzaamheid. Als ik verplicht bij mijn buren op de koffie zou moeten, zouden het nooit vrienden van me worden. Toch denken we dat wetten overal het antwoord op zijn. Ikzelf was enkele weken geleden al van streek door het nieuws van de positieflijsten voor huisdieren. De positieflijst voor zoogdieren was namelijk aangenomen, en er zouden ook lijsten komen voor vogels, en reptielen. En waarschijnlijk ook voor amfibieen en vissen. Een lijst die precies zou aangeven welke soorten ik als aquariumliefhebber zou mogen houden. De hobby zou erdoor veel van zijn glans verliezen. Het zou net zo zijn alsof er een lijst zou komen met de honderd boeken die een mens zou mogen lezen. En ook hier: het probleem, namelijk dat sommige mensen niet respectvol met huisdieren omgaan, wordt door de regels niet opgelost. Het enige wat er gebeurt is dat de vrijheid wordt ingeperkt.
Verder las ik gisteren een essay via SF-site io9, dat uiteenzette hoe kort de gelijke rechten van vrouwen in onze samenleving nog maar gelden. Rond het begin van de vorige eeuw hadden vrouwen nog niet eens stemrecht! Het was tot kort geleden gebruikelijk dat vrouwen hun baan opzegden als ze trouwden. En nu zien we de gelijke rechten als vanzelfsprekend. Maar een blik op de geschiedenis leerde, volgens het essay, dat vrouwen hun rechten ook makkelijk weer konden kwijtraken. De toekomst zag er dus voor vrouwen helemaal niet zo rooskleurig uit. Een beangstigend visioen. En voor andere groepen is de situatie nog schrijnender. Er zijn groepen die nog veel korter een gelijkwaardige positie hebben in de samenleving, of nog niet eens zo ver zijn. Zoals bijvoorbeeld mensen met een homoseksuele geaardheid. Het is nog niet zo lang dat zij met elkaar mogen trouwen. En er zijn nog steeds plekken (sommige scholen) waar ze niet worden aangenomen. In de samenleving zien we ook nog steeds uitingen van homofobie. En voor andere geaardheden of transgenders is de mate van uitsluiting nog groter. Mensen die zich als aseksueel identificeren worden bijvoorbeeld nog steeds als ‘minder menselijk’ gezien, blijkt uit onderzoek. En hoe zit het met geloofsminderheden, zoals moslims? Wilders verwoordt helaas het onderbuikgevoel van heel wat Nederlanders. Al deze mensen, kunnen niet als vrouwen, hun rechten zo weer kwijt raken (of nooit verkrijgen). Hoe makkelijk dat gaat, hebben we in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw al gezien in Duitsland. Het enige wat nodig is, is een situatie van onvrede en angst, en een leider die belooft daar een antwoord op te geven. En aangezien we wezens zijn die ons zelfbehoud op de eerste plek hebben staan, ruilen we dan onze verworven vrijheden (en die van onze medemens) graag om voor bestaanszekerheid.
Aan deze dingen moest ik denken bij het kijken van de film V for Vendetta op nieuwjaarsdag, onze traditionele ‘badjasdag’. Deze vrij grimmige SF-film schetst een totalitaire samenleving in Engeland, die is ontstaan na een aanslag met een kunstmatig virus, waarbij 100.000 mensen zijn omgekomen. De partij ‘Norsefire’ kwam toen aan de macht, en begon met het systematisch oppakken en doden van moslims, andersgeaarden, en minder aangepasten. Ook kunst en boeken die niet ‘door de beugel konden’ werden verboden. En de vertegenwoordigers van het bewind roepen steeds uit dat het volk hen nodig heeft. De mensen die zich tot deze partij keerden omdat ze bang en onzeker waren, worden nu door de regering bang en onzeker gehouden. Retoriek wordt over hen uitgespoeld via de media, met beelden van een burgeroorlog in de Verenigde Staten. En via de kerk: want als God aan de kant staat van de regering, wie durft dan tegen te zijn? Instituten zoals de kerk gebruiken -zo betoogt de film- deze technieken van angst en onzekerheid zaaien toch al eeuwen lang om mensen klein te houden.

In dit door angst verteerde land verschijnt een vrijheidsstrijder die praat in allitererende volzinnen, en zich tooit met een Guy Fawkes-masker. Als een combinatie van Zorro en de graaf van Montecristo zet hij zich vanuit zijn ondergrondse uitvalsbasis in om de regering omver te werpen. Deze man, alleen bekend als ‘codenaam V’ meent dat het niet de mensen zijn die bang zouden moeten zijn voor hun regering. Het is de regering die bang moet zijn voor haar mensen. Want de regering heeft niet de vrijheid van de mensen afgenomen, het zijn de mensen die hun vrijheid hebben afgestaan. En het zijn dezelfde mensen die hun vrijheid weer kunnen nemen. Ze kunnen het mandaat dat ze (zij het stilzwijgend) hebben verleend aan hun regering, uit angst voor hun eigen veiligheid, weer intrekken. Als de hele bevolking dat doet, heeft de regering geen been meer om op te staan, en moet wel vertrekken. Als alle Duitsers in de tweede wereldoorlog hadden geweigerd nog naar Hitler of de SS te luisteren, was de Nazi-regering niet zo’n lang leven beschoren geweest. Ja, er zouden doden bij zijn gevallen. Misschien wel duizenden, of tienduizenden, voor de machtswisseling werkelijkheid zou zijn geworden. Maar dat zou hebben opgewogen tegen de miljoenen doden die nu zijn gevallen, met hun impliciete goedkeuring. Daarom dat het zo steekt dat er Duitsers na de oorlog zeiden: ‘Wir haben es nicht gewusst’. Het klinkt te makkelijk.
En is het zo onwaarschijnlijk? In Denemarken besloot de koning (en met hem het volk) om een Davidsster te gaan dragen, en zo werden de Deense Joden beschermd. Dit vraagt echter wel moed. De moed om je vrijheid te claimen, de vrijheid die jouw deel is als mens, ook als je daarmee het doelwit wordt van de regering, op dat moment je vijand. Het vereist de moed om jouw waarde als individu, en de waarde van je medemens, hoezeer hij ook van je verschilt, als individu, belangrijker te vinden dan je leven. Om niet te zwijgen als een zigeuner, een homo of een Jood - net zozeer een mens als jij - wordt afgevoerd, maar je eigen leven voor ze in de waagschaal te stellen. Anders gezegd: het vereist liefde. Dit is ware liefde: je medemens, in al zijn uniciteit, te zien als respect waardig, waard om voor te strijden. Waard om je eigen leven en vrijheid voor op te offeren. Liefde die makkelijk is, is niet anders dan affectie. Die voelen we vooral voor mensen die op ons lijken en die tot onze groep behoren. Maar werkelijke liefde, opofferende liefde, komt ons niet aanwaaien, die vraagt moed. En die liefde brengt vrijheid voort. Niet alleen vrijheid voor degene voor wie je je opoffert, maar -interessant genoeg- ook en misschien wel vooral vrijheid voor jezelf. Want, de bijbel zegt het al dat wij allen ‘uit angst voor de dood ons hele leven aan slavernij onderworpen’ zijn (Hebreeen 2:15). Onze angst is een valstrik. We zijn pas echt vrij als we niet door angst worden gedreven (angst om onszelf), maar door liefde (voor waarheid, voor schoonheid, voor andere mensen, dus: voor iets buiten onszelf). Volmaakte liefde sluit angst uit, aldus 1 Johannes 4:18. Als we iets hebben gevonden dat het waard is om voor te sterven, zijn we dus vrij om te kunnen leven. Niet voor niets was Jezus de meest vrije persoon op Aarde. ‘Niemand neemt mijn even, ik geef het zelf Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen’ (Johannes 10:18). Hoe komt hij zo vrij? Omdat hij de goede herder is, die van zijn schapen houdt. ’Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen’ (vers 11). Een huurling (die het alleen om de winst gaat, dus zijn eigen belang) laat de schapen in de steek en vlucht zodra hij een wolf ziet.
Voor ons geldt hetzelfde. Vrijheid komt tot stand door liefde. Dwang kan het niet tot stand brengen, en intellectuele argumenten evenmin. Het kan alleen gebeuren door liefde. ‘Wij hebben lief , omdat God ons het eerst heeft liefgehad’ (1 Johannes 4:19).

Deze film illustreert dat principe in het karakter van Evey, een meisje die in contact komt met vrijheidsstrijder V. Evey heeft jaren in angst geleefd. Voortdurend. Ze wilde dat het niet zo was, maar het is de realiteit. Ze durft dan ook niet mee te strijden met V voor de vrijheid van Engeland. Maar waar ze zo bang voor was, gebeurt toch. Ze wordt gevangengenomen door de regering en gemarteld, zodat ze zal vertellen wat ze weet over V. In haar kale cel vindt Evey een briefje, achtergelaten door een eerder slachtoffer van het regime: actrice Valerie, die verliefd werd op een andere actrice. Ze had al afwijzing ervaren van haar ouders, toen ze uit de kast wilde komen, en vervolgens wordt ze opgepakt door troepen van de regering. In de gevangenis wordt ze gebruikt voor verschrikkelijke experimenten. Toch verliest ze haar liefde niet. Op haar laatste velletje papier, het laatste dat ze achterlaat voor ze overlijdt, schrijft ze: ‘But what I hope most of all is that you understand what I mean when I tell you that, even though I do not know you, and even though I may never meet you, laugh with you, cry with you, or kiss you, I love you. With all my heart, I love you.’ Deze woorden drinkt Evey in, en als het ultieme moment daar is en ze voor de keuze wordt gesteld: V verraden of voor het vuurpeloton (mooi allitererend niet?), kies ze voor de dood. Ze is namelijk niet meer bang. V zegt het zo: ‘They put you in a cell and took everything they could take except your life. And you believed that was all there was, didn't you? The only thing you had left was your life, but it wasn't, was it? You found something else. In that cell you found something that mattered more to you than life. It was when they threatened to kill you unless you gave them what they wanted... you told them you'd rather die. You faced your death, Evey. You were calm. You were still.’ Het is wat Jezus heeft gezegd: ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden’ (Matteus 16:25, en vele andere plaatsen). Omdat ze bereid was haar leven te verliezen omwille van van V, is ze niet meer bang. En nu kan ze de wereld aan. Als in een wonder kan ze de cel verlaten. Ze treedt naar buiten en tilt haar handen op in de regen. En ze herhaalt de woorden uit het briefde van Valerie uit haar cel: ‘God is in the rain’. Evey heeft zich overgegeven aan de liefde, en daarmee aan de Liefde met hoofdletter ‘L’, en dat maakt haar vrij.
Wat Evey doorstond in de cel leek op wat V jaren eerder zelf doormaakte. Want ook hij was gevangen. En ook hij las eigenlijk hetzelfde briefje, met dezelfde boodschap. En ook hij kwam vrij. De scene waarin zijn ontsnapping getoond wordt, valt samen met de ontsnapping van Evey. En waar zij haar handen opsteekt en de regen ontvangt (een shot toont haar van bovenaf, als het ware uit het perspectief van God) en zich daaraan overgeeft, staat V midden in de vlammen, wordt hij door vuur verteert, en slaat hij een angstaanjagende kreet uit. En het blijkt dat V helemaal niet wordt gedreven door liefde. Zijn inspanningen om Engeland te bevrijden, zelfs om kunstschatten te bewaren, komen niet voort uit liefde voor de werkelijkheid buiten hemzelf, maar uit het verlangen de machthebbers te treffen, hen te straffen voor wat ze hem hebben aangedaan. Hij wil hen lik op stuk geven, want alleen dat zou volgens hem rechtvaardigheid zijn. Hij wordt gedreven door haat. ‘What was done to me was monstrous’, verklaart hij. Maar Evey heeft door wat er gebeurd is: ‘And they created a monster.’
Waar Evey in staat blijkt degenen die haar gevangen namen te vergeven, of althans, hen niet te haten, heeft V zijn verleden nooit achter zich gelaten. Hij wordt erdoor gedreven. Hij is niet vrij. Het lukt Evey haar kwellers met compassie in de ogen te kijken, V lijkt ervan te genieten ze te zien lijden. En dat maakt hem eigenlijk niet echt geschikt om een rol te spelen als bevrijder van Engeland.
En uiteindelijk ziet V dat zelf ook in. Hij geeft het toe aan Evey dat hij fout zat. En hij geeft zelf zijn campagne tegen de ‘Norsefire’-regering op. Hij is niet vrij om de goede beslissing te maken, zijn haat maakt hem blind voor wat goed en liefdevol is. Daarom laat hij de keuze over aan iemand anders. Aan iemand die wel de liefde kent. Die niet onvrij is door haat, maar die ergens zo om geeft dat ze zichzelf daarvoor over heeft. Het lijkt mij dat op dat moment duidelijk komt waarom Evey een naam heeft die zo op ‘Eva’ lijkt. In haar vrijheid (tot stand gekomen door liefde, door de dood heen), is ze in zichzelf een nieuw begin. Met haar begint een nieuwe werkelijkheid. Het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden. De film eindigt dan ook met haar, en een ander, mannelijk karakter, samen afscheid nemend van de oude, door haat gedreven werkelijkheid, en kijkend naar een nieuw begin.
In de menigte mensen die wordt getoond aan het slot, zien we ook de karakters tegen die eerder in de film om het leven waren gekomen, onder andere Valerie. Voor mij een krachtig beeld van de nieuwe werkelijkheid die komt, die tot stand is gekomen door de opoffering van Jezus, gedreven door liefde. Liefde zorgt dat de dood nieuw leven voortbrengt. Een werkelijkheid waarin gerechtigheid heerst. Waarin iedereen vrij is. Jezus is een mens geworden zoals wij ‘ om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren va hun levenslange angst voor de dood’ (Hebreeen 3:14,15).
Er valt over deze film nog veel meer te zeggen. Bijvoorbeeld over het karakter van inspecteur Finch, die deel is van het partijsysteem, maar voor wie het nog belangrijker is de waarheid te kennen. Hij illustreert een ander, belangrijk principe, namelijk wat de bijbel ook zegt: ‘De waarheid zal u vrijmaken’ (Johannes 8:32). Wie liefde heeft voor de waarheid, boven de leugen, is op reis naar de vrijheid. En ook dat leidt tot een nieuw begin.

V for Vendetta is een van mijn favoriete films. Dat zal niemand verrassen wie weet dat ik een boek heb geschreven met als titel: Indrukwekkende Vrijheid (warm aanbevolen, overigens). Het verhaal zit sterk in elkaar, met heel goede dialogen en een reeks fantastische acteurs. Vooral de prestatie van Hugo Weaving als de titelheld is prijzenswaardig, aangezien hij nooit zijn gezicht kan gebruiken. Ook was het leuk een acteur uit de serie Sherlock te herkennen. Er zit wat behoorlijk heftig geweld in de film, wat een sterke maag geen overbodige luxe maakt. Nog moeilijker kan voor sommige kijkers het gedrag van ‘V’ zijn, die wel heel drastische methoden gebruikt om anderen vrij te maken. De in de film geschetste wereld lijkt niet heel waarschijnlijk - in het Thatcher-tijdperk waarin de oorspronkelijke strip werd getekend was het misschien anders, maar zoals ik in het begin van dit stuk al zei: vrijheid is een fragiel ding. Voor je het weet is het van je afgenomen. En dan hebben we liefde nodig die moed vraagt. We kunnen er maar beter nu al mee beginnen daarmee te oefenen.
Voor wie erin geïnteresseerd is ten slotte: op mijn eerste blog, Tol Eressea, schreef ik al eerder een bespreking van deze film. Daarin haal ik best vaak G.K. Chesterton aan en zijn mijn gedachten over vrijheid die ik in Indrukwekkende Vrijheid uiteenzette al in embryonale vorm te lezen. Maar vooral illustreert deze bespreking hoeveel ik in mijn inzichten, vooral ten aanzien van mensen met een andere geaardheid dan ik, ben veranderd. Mijn overtuiging van toen was niet bepaald liefdevol Ik zou daarom nooit dezelfde dingen meer schrijven. Houd dat in gedachten als je deze link toch wilt volgen.