Posts tonen met het label creativiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label creativiteit. Alle posts tonen

maandag 22 april 2019

Nieuwe verhalen, recensies voor De afvallige ster en veel festivals

Laat ik dit tweemaandelijkse overzicht van mijn schrijfbelevenissen beginnen met het meest recente wapenfeit. Afgelopen zaterdag, 20 april, vond in de bibliotheek in Delft de presentatie plaats van de bundel '28 blauwe violen', een project van Godijn Publishing, waar ik aan meedeed met mijn verhaal 'Droomboot'. Daarin wordt iemand wakker in een vreemde omgeving. Hij weet niet hoe hij er terecht is gekomen, maar herkent wel het schip waar hij zich bevindt en weet dat hij slechts weinig tijd heeft om te ontsnappen. Als dat al mogelijk is ... Tijdens de boekpresentatie mocht iedereen iets vertellen over zijn/haar verhaal en ik werd door de uitgeefster samen met een andere schrijver geïnterviewd. Erg leuk en gezellig.
In maart was in de nieuwste The Flying Dutch (het blad van de gelijknamige Star Trek-fanclub) mijn verhaal 'De laatste verkenner' al verschenen. In de nadagen van de Aarde, als de zon rood en opgezwollen aan de hemel staat, waakt een kunstmatige intelligentie over de laatste primitieve levensvormen. Haar isolement wordt verbroken door een sonde die neerstort, niet ver van haar vandaan ...
Fantastische Vertellingen 49 kwam begin maart uit. In dit tijdschrift stond onder andere mijn verhaal 'In spin' - De hoofdpersoon krijgt bezoek van een vriend van de universiteit, die hem vertelt dat zijn dochtertje is verdwenen tijdens het touwtjespringen. Niemand weet wat er met haar gebeurd is. De hoofdpersoon heeft echter wel een vermoeden. In hetzelfde nummer stond mijn gedicht 'De Inklings', dat ik schreef tijdens een bezoek aan Oxford en drie door mij geschreven recensies. Je kunt dit ene nummer bestellen, maar ook een abonnement nemen. Dat is de moeite waard!
Op het nieuwe Vonk Magazine verscheen mijn verhaal 'Dunne plaatsen'. Een verontrustend verhaal over wat er achter oude muren schuilgaat ...
Voor de blog van Tazzy Jeninga schreef ik een SF-verhaal, getiteld 'In de Rotterdamse haven'. Een verhaal over het thema 'Klimaatverandering'
Ik plaatste ook nog op Sweek een verhaal uit de oude doos - 'De spiegel' -geschreven rond 1995 en herschreven begin 2001. Twee biologen op een andere planeet hebben ontdekt hoe ze moeten communiceren met een buitenaards wezen. Dat vertelt hen dat het op het punt staat te sterven. De directeur van de kolonie wil het wezen gevangen zetten en transporteren naar een Aardse dierentuin.

Het nummer van Fantastische Vertellingen dat ik hierboven al noemde, bevatte ook een uitgebreide recensie van mijn roman 'De afvallige ster'. De recensent noemt mij een van de meest enthousiaste en daarmee ook enthousiasmerende sciencefictionauteurs uit het Nederlandse taalgebied en vindt dat er veel vaart zit in het verhaal. Hij gaat verder: 'Het thema van dit boek is de relatie tussen individu en groep. Beide hoofdpersonen worden gepest en hebben moeite zich bij de groep aan te sluiten ... Een zeer relevant thema in onze hedendaagse samenleving van teamprestaties en groepsprocessen.'
Op Thrillers and more kreeg 'De afvallige ster' vier sterren! 'De afvallige ster is een verhaal van tegenstellingen, hiërarchie, groepsgevoel, pesten, ambitie, de drang om de wereld naar je hand te zetten, jezelf buiten de groep plaatsen of je aanpassen aan een groep. Dit alles verpakt in een goed geschreven en overtuigend verhaal.'
Tom Kruijsen besprak 'De afvallige ster' op zijn site Vonk: 'Het boek weet met weinig tekst spanning op te wekken door een mysterie neer te zetten waar je als lezer al snel het fijne van wilt weten ... Daarnaast is de structuur zodanig dat je het centrale mysterie van twee kanten benadert. Op die manier krijg je langzaam maar zeker meer te zien van het geheel.'
Marcel van der Rijst had gewild dat ik nog wat meer in de huid van de karakters kroop die gepest werden, maar concludeert: 'Met al is dit een goed verteerbaar Science Fiction boek geworden, dat vol zit met wonderlijke avonturen en fantastisch beschreven werelden. Dat met vaart is geschreven en een aanrader is voor iedereen die van een spannend verhaal houdt.'
Ook John van Hal was enthousiast over het boek: 'Johan heeft mij weer enorm laten genieten met de diverse kanten in zijn verhalen. Voor mij is hij een van de alsmaar groeiende meestertalenten in de sci/fi & fantasy der lage landen ... Heel erg genoten!'
Anthonie Holslag was er ook over te spreken: 'Het leest "lekker weg" en terwijl ik dit schrijf, besef ik dat dit als een kritiek kan worden beschouwd omdat dit soort boeken vaak als pulp worden afgeschreven. Maar dat is geenszins bij hem het geval. Er zit bij hem zonder meer "een verhaal achter een verhaal". Zijn schrijfstijl is gewoonweg prettig; de beschrijvingen zijn mooi en je leert de personages kennen. Ook hier is er lucht en logische gevolgtrekking. Diep onder de indruk.'
Mijn SF-bundel 'Het teken in de lucht' werd niet vergeten en kreeg vijf sterren van Tazzy Jeninga! 'Ik hou van de korte verhalen van deze auteur. Hij weet als geen ander sciencefiction goed beeldend op papier te zetten, op zo'n manier dat je bij elk verhaal moet nadenken, of dat je een boodschap meekrijgt. Ik kijk hierom ook altijd uit naar nieuwe verhalen van hem ... Een echte aanrader voor SF liefhebbers! Leest toegankelijk en vlot.'
De bundel kreeg ook vijf sterren van recensente Wendy Koedoot! 'Ik ben gek op scifi en op dit soort korte verhalen en kijk nu al uit naar een volgende bundel van Johan Klein Haneveld.'
Ook de recensent van Boekenmening.net was heel enthousiast! 'Ik heb erg genoten van dit boek dat zo anders is dan alle andere boeken. Boeiend vanaf de eerste bladzijde, soms beangstigend, dan weer ontroerend, lachwekkend, interessant en emotioneel. Topkwaliteit!'
Op Boeken- en leesclub De Perfecte Buren werd 'Het teken in de lucht' ook besproken: 'De verhalen staan onderling in verband met elkaar, iets waar ik persoonlijk van houd. Je kunt op deze manier als lezer zelf een beeld vormen van het grotere verhaal dat zich op de achtergrond afspeelt ... De schrijver heeft een aangename manier van vertellen. Het zijn stuk voor stuk fantasierijke verhalen, ik heb er als sciencefiction liefhebber erg van genoten en kan het boek aanraden.'
Ook in Fantastische Vertellingen stond ook een recensie van 'Het teken in de lucht' van de hand van Paul van Leeuwenkamp. Hij vergelijkt mijn bundel met 'The Foundation' van Isaac Asimov en concludeert: 'Het zijn degelijke, goed gecomponeerde verhalen, met aansprekende personages vol menselijke emoties.'
Paul van Leeuwenkamp recenseerde voor NCSF mijn novelle 'Acmala', die zich afspeelt in de Dizary-wereld. Hij is enthousiast! 'Het verhaal heeft een zekere eenvoud, maar het wordt niet kinderlijk en de compositie wordt niet gemakzuchtig, en daarom is het voor een korte roman uitstekend te pruimen. Wat in de richting van het werk van bijvoorbeeld Darren Shan.'
Ook boekblogger Faeraphel las 'Acmala': 'Het enthousiasme spat van de bladzijdes af! Het verhaal is super leuk geschreven en is heel erg vermakelijk! ... Zoals we van Johan gewend zijn heeft ook dit boek een leuke vlotte schrijfstijl. Ook erg kenmerkend is dat Johan erg beeldend schrijft!'

Ik schreef de afgelopen maanden verder weer enkele essays. Zo verscheen op Fantasy-schrijven mijn artikel: 'Alistair MacLean en zijn zinderende actiescènes'. Voor mij zijn actiescènes de krenten in de pap in een verhaal. Ik besteed er dan ook veel aandacht aan. Hoe schrijf je net als MacLean actie die je lezer bij de keel grijpt?
Voor de site van Uitgeverij Macc schreef ik weer een blog: 'Productiviteit' - over de vraag waarom ik toch elke keer zo veel blijf schrijven ...
Het was in maart SF-maand op de blog van Tazzy Jeninga. Ik droeg er ook aan bij natuurlijk. Zo schreef ik bijvoorbeeld een artikel over mijn favoriete SF-boeken. En ik gaf een overzicht van mijn SF-projecten, die al zijn uitgekomen of die er nog aankomen! Veellezer en recensent Ferry Visser schreef ook nog een essay over het thema 'vervreemding' op basis van Wells' 'The Invisible Man', 'Arkhaii' van Hannes Wielant en mijn verhaal 'Conquistador' (uit de gelijknamige SF-bundel).

Op het gebied van promotie waren het drukke maanden. Om te beginnen vond op 2 maart in Delft 'SciFi/Fantasy Delft' plaats. Ik mocht er een workshop geven over het schrijven van actiescènes. Het publiek deed actief mee! Vervolgens was er een fantasypanel met Joris van Leeuwen, Garvin Pouw, Joost Uitdehaag en Mike Jansen dat ik mocht leiden. Daarna de uitslag van de 'Nachtwakers'-wedstrijd, waarbij ook Esmeralda Ravensbergen - van Belle in de jury zat, die ook nog eens een prachtige bundel met SF- en fantasyverhalen opleverde! Dagvoorzitter Garvin presenteerde zijn twee nieuwe fantasyboeken (flinke pillen) en daarna was er middeleeuws eten (om je vingers bij af te likken). De hele dag fantastisch georganiseerd door Elly Godijn. Op Conniesboekenblog.nl lees je een uitgebreid verslag van de dag!
Een week later was er een fantasymarkt in Rijswijk, 'Fantasyfest'. Daar stond ik eerst een dag bij Uitgeverij Macc, daarna nog een dag met Godijn Publishing. Het was een gezellige markt, met leuke muziek en demonstraties en heel wat boekenliefhebbers bezochten de kraam. Ik heb er weer erg van genoten.
Op 16 maart was ik met Uitgeverij Macc op Lemicon - een betrekkelijk nieuwe beurs. Het was er gezellig en vooral achter de kraam vlogen de ideeën over boeken en schrijfprojecten over tafel. Over een daarvan lees je verderop meer!
Eind maart was het vervolgens alweer tijd voor Dutch Comiccon in Utrecht. Een geweldig groot festijn. De eerste dag stond ik bij Godijn Publishing in de kraam. Veel mooie cosplay gezien, leuke ontmoetingen met lezers en schrijvers, en mensen blij gemaakt met mijn boeken. De tweede dag waren Bianca en ik te gast bij de Dizarykraam van Patrick Berkhof. Heel mooi om te zien was de 3D-print die hij had gemaakt van het bosschip uit mijn novelle 'Acmala'. Precies zoals ik me die had voorgesteld bij het schrijven! Ik heb boeken verkocht en boeken gekocht - en nog door een Duitse fotograaf op de gevoelige plaat gezet voor een tof project!
Tenslotte kon ik op 13 april op pad naar Elfia, een groot fantasyfestival in Haarzuilens. Het was er koud, het sneeuwde zelfs, maar het was gezellig. Ik heb er met lezers en collegaschrijvers gepraat, boeken verkocht en genoten van muziek en mooie cosplay. Ook nam Django Mathijsen een video-interview af voor op het Fantastels-youtubekanaal. Ik vertel over 'Conquistador', 'Het teken in de lucht' en 'De afvallige ster', maar ook over komende projecten zoals 'De gevonden wereld' en 'IJsbrekers'. 

Mijn bezorgdheid over klimaatverandering en de manier waarop wij mensen met onze leefomgeving omgaan bracht me op het idee een SF- en fantasybundel over dit onderwerp samen te stellen. Uitgeverij Macc was daarin wel geïnteresseerd en gaf me groen licht. Bijna elke schrijver die ik hiervoor benaderde was bereid om mee te werken. Het zijn er ondertussen 24, bekende en nog relatief onbekende. Voorlopige titel van het project is 'Voorbij de storm'. De opbrengsten zullen naar een klimaatgerelateerd goed doel gaan! De blog Vreemde werelden besteedde al uitgebreid aandacht aan het project.
Ik schreef in maart een nieuw kort verhaal (plm 5000 woorden). Dit verhaal is eigenlijk een soort proloog voor het YA SF-boek dat ik over een paar jaar wil schrijven. Het begint met een egel in een afvalbak en eindigt met een totaal getransformeerde wereld ... Ik voltooide ook een nieuw horrorverhaal van 3076 woorden. Het is best eng geworden. Voor dit verhaal moest ik onder andere het internet op om informatie te vinden over het zogenoemde Voynich-manuscript ... Een vervalsing? Een alchemistisch boekwerk? Of is er meer mee aan de hand?
Daarnaast was ik de afgelopen maanden vooral bezig met het redigeren van wat oudere projecten. Zo voegde ik de verhalen samen die in maart 2020 zullen verschijnen in mijn bundel 'Ruisreizigers'. Daarna nam ik de novelle 'Plastic vriend' nog een keer goed door. Deze verschijnt in mei bij Godijn Publishing. En ik gebruikte de opmerkingen van uitgever Jasper Polane om mijn boek 'IJsbrekers' te herschrijven. Die is nu teruggestuurd en zal nog een redactieproces doormaken. Daarna begon ik met een nieuw schrijfproject, en wel een fantasyroman. Ik had beweerd in interviews dat ik voorlopig science fiction zou schrijven, omdat daar mijn hart lag, maar soms verrast mijn verbeelding mijzelf. Ik kreeg namelijk een geweldig idee om een 'sword and sorcery'-roman te schrijven (monsters, mensenoffers, zwaarden) in een postapocalyptische fantasywereld. En om het in de tweede persoon te doen ook. Ik heb nu al twee hoofdstukken af van 'Hoeder van de vulkaan' en de teller staat op plm. 14500 woorden. Het voelt als een uitdaging om te schrijven, omdat ik technieken toepas die ik nooit eerder heb uitgeprobeerd, maar dat houdt het ook leuk!
Maar terwijl ik hiermee bezig ben, zal ik ergens de komende maand ook beginnen aan weer een volgend project, namelijk het boek dat ik samen met uitgever en auteur Theo Barkel ga schrijven, 'De quantumdetectives'. Morgen komen we bij elkaar om het plot dat we hebben verzonnen nog eens door te lopen en dan kunnen we aan de slag. Ook dit is voor mij een experiment, want ik heb nog nooit samen met iemand anders een boek geschreven, maar ik kijk ernaar uit. Het kan heel leuk worden!

Tenslotte gaf ik mijn website nog een kleine update. Er zijn twee tabbladen bijgekomen. Zo is er nu een eigen pagina voor mijn korte verhalen. Daar zie je welke verhalen er allemaal al verschenen zijn en waar je ze kunt lezen (een heel aantal ook online). Ook zie je er welke er nog in de pijplijn zitten. Verder heb ik, omdat ik me tegenwoordig vooral concentreer op romans en korte verhalen, mijn dichtbundel 'De poortwachter is dood - gedichten over kerk, depressie en vrij zijn' op mijn website geplaatst. De gedichten verschenen tussen 2013 en 2015 al eens op mijn blog.

dinsdag 23 augustus 2016

Bundels en nog meer verhalen

In twee maanden (de periode die is verstreken sinds mijn laatste schrijverijbericht alhier) kan een boel gebeuren. Zo vierde ik bijvoorbeeld mijn veertigste verjaardag op 29 juli. Het bereiken van deze leeftijd heeft me niet echt in een piekerstemming gebracht hoor, ik heb juist het gevoel dat mijn creativiteit pas op gang begint te komen en er meer lol in het schrijven (en publiceren) gaat aankomen dan in eerdere decennia. De ideeen voor nieuwe verhalen blijven in elk geval komen (daarover later meer). En bovendien: op mijn verjaardag bevond ik mij in Oxford met mijn beste vriend Cornell. We hadden het al jaren over een gezamenlijke reis naar deze stad, vooral omdat twee auteurs die we allebei bewonderen daar leefden en werkten. Ik heb het natuurlijk over C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien, die samen met Charles Williams, Dorothy Sayers en vele anderen de Inklings vormden, een groep die samenkwam in de kamers van Lewis in Magdalen College en in de pub The Eagle and Child. Op de dag dat ik jarig was hebben we eerst Magdalen College bezocht, en de Addison's Walk gelopen (waar Lewis het befaamde gesprek had met Hugo Dyson en Tolkien), waarna we eindigden in The Eagle and Child. We vonden een plek in The Rabbit Room, waar de Inklings ook steeds zaten, en ik had er een goede, bittere ale, zoals zij die ook dronken. Ik denk dat ik niet een betere verjaardag had kunnen hebben. Geinspireerd kwam ik weer terug bij Bianca thuis.
En ik was nog maar net thuis of de postbode bezorgde mijn auteursexemplaar van Ganymedes 16! Dit is een bundel van Nederlandse verbeeldingsliteratuur (inclusief gedichten). Mijn verhaal 'Tot de laatste man' was erin opgenomen. Ik heb de bundel gelezen en vond hem erg goed. Op de 10e september zal het boek worden gepresenteerd in Amsterdam en jullie zijn welkom! Oh, je kunt de bundel natuurlijk bestellen bij de Stichting Fantastische Vertellingen
Nog meer goed nieuws: in het septembernummer van SF-tijdschrift Fantastische Vertellingen verschijnt mijn verhaal 'Gebeurtenishorizon'. Daar kijk ik ook erg naar uit. Het is mogelijk losse nummers van het tijdschrift te bestellen, dus als je mijn verhaal wilt lezen (samen met nog veel andere goede verhalen), bestel dan het septembernummer hier! Mijn verhaal 'Het plotselinge woud', dat ik ook had ingestuurd voor Ganymedes, zal worden gepubliceerd in een volgend nummer van Fantastische Vertellingen (waarschijnlijk in december? Ik hou jullie op de hoogte!).
Remco Meisner van St. Fantastische Vertellingen deed een oproep voor 'tenenkrommende verhalen' voor een bundel die hij wil uitgeven. Mijn verhaal 'De gangen' voldeed volgens mij aan die omschrijving, en dat vond Remco ook, dus die wordt meegenomen. Nieuws over deze bundel volgt!
Vorige week heb ik twee verhalen opgestuurd voor de Harland Award, de belangrijkste verhalenwedstrijd voor fantasy en Sf in het Nederlandse taalgebied. Ik heb goede hoop wat beide verhalen betreft. Helaas moet ik tot april wachten om de uitslag te weten te komen. In de tussentijd zijn er echter meer wedstrijden om aan mee te doen, zoals Fantastels en Trek Sagae, maar ook Moord en Mysterie - ik schreef recent een verhaal dat daar prima in zou passen. Oh, en ik heb al een verhaal liggen om op te sturen voor de volgende editie van Ganymedes!
Tot dusver heb ik dit jaar negentien korte verhalen geschreven (en een boel gedichten en boekrecensies), voor de meeste daarvan heb ik nog geen bestemming gevonden. Helaas zijn er weinig SF-tijdschriften in Nederland. Het blijft mijn droom om ooit een of meer bundels te publiceren, zodat jullie deze verhalen ook kunnen lezen. Dat betekent niet dat er van mijn hand niks te lezen valt dit jaar. Voordat dit jaar voorbij is, verschijnt namelijk het eerste deel van mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst', 'boek 1: Keruga', bij uitgeverij Macc. Theo Barkel, de uitgever, had afgelopen weekeinde een etentje georganiseerd voor de schrijvers uit zijn fonds, waar Bianca en ik bij waren. Hij vertelde me dat hij mijn boek heel spannend vond en dat het moeilijk was tijdens het redigeren te stoppen met lezen. Dat is een groot compliment natuurlijk. En hij zal de redactieronde deze week afronden, zodat ik daarna kan beginnen met het herschrijven. Dat ga ik de komende maand natuurlijk prioriteit geven, en hopelijk ben ik er op tijd mee klaar om publicatie in december nog mogelijk te maken. Het zou erg leuk zijn als ik het boek zou kunnen presenteren op de wintereditie van Castlefest. Boek 2: Kartaalmon zou dan in 2017 uitkomen, het is in elk geval al geschreven.
En ik heb al een goed idee van de volgende schrijfprojecten die ik wil aanpakken. Ik heb een fantastisch idee (al zeg ik het zelf) voor een langere hard SF roman, waarin ik 'mind blowing'-concepten zoals intelligente dysonbollen, groepbewustzijn en buitenaards leven wil combineren met emotionelere verhaallijnen over pesten en veeleisende ouders. Een ander idee betreft een Young Adult SF-trilogie. Ik heb dit jaar een heel kort (1200 woorden) SF-verhaal geschreven voor een wedstrijd, met een wereld die ik wel heel interessant vond en die ik graag uitgebreider wil bezoeken in een verhaal. En er vormt zich in mijn gedachten al een plot. Misschien dat ik deze trilogie wel eerst schrijf, zodat ik een lezerspubliek creëer voor mijn grotere SF-roman.
Maar voor het zover is wil ik nog steeds mijn volgende non-fictieboek afmaken, mijn boek over een sacramentele visie op de wereld. Ik heb daarvoor al alles bij elkaar gebracht wat ik over het onderwerp heb geschreven op mijn blog en al mijn aantekeningen die ik in de loop der jaren heb verzameld. Ik moet het allemaal redigeren, inkorten en tot een geheel smeden. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik dit onderwerp aan de orde moet stellen, maar om eerlijk te zijn ben ik enthousiaster over mijn nieuwe ideeen voor verhalen. Ik denk wel dat ik wat meer creatieve energie over heb als ik klaar ben met 'De Krakenvorst' waar ik de afgelopen maanden toch wel op heb zitten wachten. Ik vind het jammer dat het non-fictieproject me wat meer tijd kost dan ik vorig jaar dacht, maar gelukkig heb ik geen strakke deadline. Als ik dit boek volgend jaar af kan krijgen, zal ik al trots zijn op mezelf!
In elk geval, zoals jullie begrijpen, voorlopig hoef ik me niet te vervelen!

vrijdag 5 augustus 2016

Gedicht: The Rabbit Room

The Rabbit Room

De tafel, bruin als een woud uit
vroeger tijden, na de zomer, een paar
banen licht, waar elk moment de hoorn
kan schallen van de jacht, zowel blij
als diepe ernst, wiebelt als ik
erop steun. Het voelt alsof ik
op een drempel aarzel. Ik grijp
de pul, frommel mijn gezicht bij
het bitter bier en zie hem kijken,
een wetende glimlach, zoekend
de vrienden die voorbij de grenzen
zagen van het gewone, achter
donker hout een nieuw land wisten -
een kastdeur maar bij hen vandaan.
Misschien ben ik wel een van hen?
Ik wil van wel, dus hef ik mijn glas
en over het schuim knik ik hem toe.

maandag 30 maart 2015

Gedicht: Er is een andere oever

Er is een andere oever

Er is een andere oever
ook al zie ik die nu niet,
moet ik door de mist laveren
zonder baken. Varen tegen
rijen huizenhoge golven in.

Het glas beslaat. De kompasnaald
tolt voortdurend. Duizelig
word ik ervan. Het zeil wappert
en ik maak ergens water.
Ik hoor de pompen protesteren.

Toch keer ik niet om. Mijn thuis heeft mij
niets meer te bieden, dan ketens
om mijn benen. Mijn rug belast
met wat vreemden wensen en ik
mag daarin niet verdwijnen.

Maar de zee rolt dag en nacht wild
onder mij, berooft mij van mijn rust.
Ook mijn bezit ging overboord.
Mijn handen kleven aan het wiel
door wrede angst geknecht.

Er is een andere oever.

vrijdag 23 mei 2014

Filmbespreking: The Wind Rises

Mijn favoriete regisseur is Hayao Miyazaki. Met Steven Spielberg op een goede tweede plaats. Maar niet in de buurt van de top, wat mij betreft. Spielberg heeft namelijk wel eens films gemaakt die mij persoonlijk niet veel zeggen, maar Miyazaki is elke keer raak. Elke film van hem overweldigt mij met prachtige beelden van wolken, vliegreizen, mythologische figuren en dromen, met idealistische karakters en sterke heldinnen, met verhalen met symbolische diepgang en bewogenheid om de wereld en om onze medemensen. Er zit geen misser tussen. In zijn thuisland Japan wordt hij ook terecht geroemd. Bij ons is het helaas nog geen evenement als er een nieuwe film van hem uitkomt. Vooral omdat hij animatiefilms maakt, en in het westen heerst nog steeds het vooroordeel dat animatiefilms voor kinderen zijn. Ja, Pixar maakt films die ook voor volwassenen leuk en interessant zijn, maar een volwassen film gemaakt met behulp van tekeningen? Die maken we niet op grote schaal. Onze vooroordelen houden ons tegen, terwijl animatie niet een genre is (zoals we in het westen denken), maar een medium. Een medium waarmee je verhalen kunt vertellen die in andere media onmogelijk te brengen zijn. In Japan voelen verhalenvertellers zich in dit opzicht gelukkig niet beperkt. En ik hoop dat er bij ons ook artiesten opstaan die zich het medium toe-eigenen.
Miyazaki zal helaas niet meer een doorbraak krijgen in Nederland, aangezien The Wind Rises naar zijn eigen zeggen zijn laatste film was. Hij gaat met pensioen. Nu heeft hij het al eerder aangekondigd (al rond de briljante film Princess Mononoke) en deden er geruchten de ronde over een vervolg op Porco Rosso (een film waaraan in deze film trouwens mooi gerefereerd wordt), dus ik weet niet hoe serieus zijn aankondiging is. Hij is een kunstenaar, en is zelfs al weer bezig een stripverhaal te tekenen, dus het is niet uitgesloten dat de inspiratie nog eens toeslaat. Aan de andere kant wordt hij inderdaad al ouder. En is deze film een passende afsluiting van zijn carrière. Het is een voor zijn doen erg originele film. Zijn eerste biografie en dus zijn eerste historische film. Realistisch, op een paar dromen na, en geen fantasywezens in zicht. Volwassen hoofdpersonen met volwassen dilemma’s. Het werk van een creatieveling die zich voortdurend blijft vernieuwen. Aan de andere kant is het duidelijk een terugblik van een kunstenaar op zijn carrière, door de ogen van een andere schepper, en de offers die hij daarvoor heeft moeten brengen. Was het allemaal de moeite waard? Heeft hij er het beste van gemaakt? En een recapitulatie van zijn belangrijke thema’s: wolkenluchten, vliegtuigen, het menselijke barbarisme, onze onmacht tegenover de natuur. Dit was waar het hem al die tijd om te doen was.

Hij heeft er ook nog eens een controversieel thema voor gekozen, want deze biografische film vertelt het verhaal van Jiroh Horikoshi, de ontwerper van de Zero. Het gevechtsvliegtuig dat in de tweede wereldoorlog dood en verderf zaaide en dat lang niet door de Amerikaanse luchtmacht geëvenaard kon worden. Jiroh was het echter niet te doen om een oorlogswapen te maken. Hij verlangde er als jongetje al naar te vliegen. Hij las ten tijde van de eerste wereldoorlog tijdschriften over de luchtvaart, en ontmoette in zijn dromen de Italiaanse vliegtuigbouwer Caproni. Maar hij was bijziend, en met een bril op kon hij nooit piloot worden. Zijn alternatief was vliegtuigontwerper te worden. Zoals veel industrieën werd ook de vliegtuigindustrie in Japan door het leger gefinancierd en aangestuurd. Japan maakte nog vliegtuigen van hout en niet van metaal en liep daardoor decennia achter op de concurrentie. Jiroh wordt met collega’s naar Duitsland gestuurd om bij Junkers te kijken, en krijgt dan de opdracht een jager te maken. Een paar van zijn ontwerpen falen, en langzaam begint hij het geloof in zijn eigen kunnen te verliezen. Dan ontmoet hij in een hotel het meisje Nahoko. Jaren eerder had hij haar al eens gezien, toen hij na de aardbeving van Tokyo hielp bij reddingswerkzaamheden. Nu bloeit er een romance op. Nahoko heeft echter een ziekte opgelopen, die in de tijd voor antibiotica werden uitgevonden, maar moeilijk te behandelen was. En de geheime politie begint ondertussen ook interesse te krijgen in Jiroh, omdat hij niet gelooft in Japans suprematie. Als Japan de oorlog aangaat, zal het land branden, net als het deed na de aardbeving ... Die visie weerhoudt hem er echter niet van het idee te gaan uitwerken dat hem nu in de greep begint te krijgen.

Dit is een prachtige film! Miyazaki is alleen maar beter geworden in het tekenen van wolkenluchten en zonsondergangen, maar ook in het waarnemen van druppels die op bladeren van weegbree vallen, of hoe bladzijdes worden omgeslagen in een boek. Zijn tekeningen dwingen je om zelf ook op deze details te letten en er de schoonheid van in te zien. De schoonheid van een visgraat, die Jiroh brengt tot zijn grootste idee. Maar de film is niet alleen visueel mooi. In Jiroh heeft Miyazaki een sympathieke hoofdpersoon geschapen, gedreven, vriendelijk, menselijk. Het was een plezier hem te volgen, en ik was geraakt door zijn relatie met Nahoko. Heel ontroerend. En mooie muziek. Ik heb de neiging om complimenten aaneen te gaan rijgen. Als je de film nog kunt gaan kijken in de bioscoop, doe het dan! Je zult er geen spijt van krijgen.

Het is ook een film die me aan het denken zette (anders had ik er ook geen filmbespreking over gemaakt), en wel omdat dit het verhaal is van de ontwerper van de Zero. Ik heb zelfs recensies gelezen waarin Miyazaki daarom als een Japans nationalist wordt afgeschilderd, of als iemand die voor de Japanse oorlogsvoering was. Die recensies moeten komen van mensen die geen van zijn eerdere films hebben gezien, want als er iemand pacifist is, is Miyazaki het wel. Waarom dan een film over de ontwerper van een oorlogswapen? Omdat er voor een creatief persoon niet iets dubbelers bestaat. Dit is namelijk wat Miyazaki bij zichzelf ziet. Hij geeft om de natuur, ziet wat wij mensen elkaar aandoen in de naam van geld als iets abominabels, en pleit voor een terugkeer naar waarden als opoffering en liefde. Maar hij werkt in een op geld en prestatie gerichte cultuur, waarin zijn films commerciële producten zijn, die miljoenen kosten en die worden beoordeeld naar de winst die ze maken. Hij moet mensen betalen in zijn bedrijf, en ze ontslaan als ze niet produceren. En blijkens interviews vraagt hij zich af of zijn films wel goed zijn voor kinderen. Hij raadt ouders aan hun kinderen niet meer dan 1 keer per jaar naar elke film te laten kijken, zodat de beelden uit de films niet hun verbeelding te veel vastleggen en ze vrij blijven hun eigen idealen te volgen. Maar welke gevolgen het kijken van animatiefilms ook hebben voor kinderen, hij kan niet stoppen te creëren en de beelden die hij voor ogen ziet in concrete vormen te vertalen. Hij zou zichzelf verliezen en depressief worden. Dus is hij bereid offers te brengen voor zijn creatieve idealen. Hij werkt van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat, en zijn vrouw en zijn gezin lijden daar onder. En daar is hij zich van bewust. Het is dus niet voor niets dat hij ambivalente gevoelens heeft over zijn eigen creativiteit. En niet voor niets dat hij een hoofdpersoon schept die deze ambivalente gevoelens deelt. Al in de eerste scene van de film droomt de hoofdpersoon over de vrijheid en schoonheid van het vliegen. Maar de droom wordt onderbroken door een zeppelin, die bommen werpt, die Jiro’s vliegtuig vernietigen. Al vanaf het begin is de film zich ervan bewust dat wat wij mensen ook dromen, er altijd een duister randje aan zit.
Ikzelf denk hier de laatste weken ook over na. Ik ervaar mijn eigen creativiteit en scheppingsdrang soms ook als iets ambivalents. Ten eerste omdat ik deels mijn eigenwaarde ontleen aan het produceren. Ik denk dat ik pas waardevol ben als ik mijn fantasie omzet in concrete producten, in boeken, in blogberichten. Daarom zet ik mezelf vaak onder druk om een bepaalde productie te halen. Een x aantal boeken per jaar, een blogbericht per week. Maar zodra ik dat doe, en mezelf zulke eisen opleg, is het creëren geen vreugde meer voor me, maar wordt het een plicht, iets dat me stress oplevert. Ten tweede vind ik dat wat ik verzin of schrijf aan bepaalde eisen moet voldoen, en dan niet wat productiviteit betreft, maar moreel. Het moet christelijk zijn. Het moet een boodschap overbrengen. Het mag niet mensen aan het twijfelen brengen. Het moet rein en zuiver zijn. Maar als ik mezelf censureer, en mezelf ga afvragen of wat ik maak niet door mensen verkeerd geïnterpreteerd kan worden, of of het niet op de een of andere manier zondig is, damt dat mijn creativiteit ook in, verdwijnt de vreugde, en lopen mijn dromen weg als water. Maar het gevolg is dat ik depressief ben, en lusteloos, want mijn verbeelding en fantasie, de dromen die ik voor me zie, zijn wat mij in leven houdt. Ik kan er niet mee leven, maar ook niet zonder. Daarom sprak deze film me ook zo aan.
Alles wat een mens maakt, hoe mooi ook, kan namelijk voor kwade doeleinden worden ingezet. Er is in moreel opzicht niets mis met een vliegtuig. Ook niet met een vliegtuig dat een topsnelheid kan halen. Maar zoals alle werken van de mens kan het en zal het worden geperverteerd. Moet een creatieveling dan afzien van de vervulling van zijn dromen? Of mag je er op vertrouwen dat er uit wat je maakt ook schoonheid voorkomt, en dat wat je schept uiteindelijk ook voor anderen iets moois betekent? Of is dat iets wat je mag loslaten, en overgeven, omdat je er geen controle over hebt? Ik las van Stephen King dat hij een van zijn boeken heeft ingetrokken, omdat die ging over een schietpartij over een middelbare school, en een daadwerkelijke schutter aangaf dat boek gelezen te hebben. Maar was dat de fout van Stephen King? Er zijn ook mensen die de bijbel hebben misbruikt om bevolkingsgroepen te onderdrukken, slavernij te rechtvaardigen en kruistochten te houden. Is dat de schuld van de bijbelschrijvers? Is dat de schuld van God?

Volgens diezelfde bijbel laat God de zon schijnen over alle mensen, en doet hij het regenen over goeden en slechten. Hij geeft met gulle hand wat mooi is, wat waar is en wat liefdevol is. En de hoop van de bijbel is dat uiteindelijk deze dingen waardevoller en blijvender blijken te zijn dan de werken van het vlees, dan lelijkheid, leugen en haat. En als dat nu nog niet zo is, als wij zijn geschenken perverteren, blijft hij ons genade op genade schenken. Net zo is het met het werk van Jiro. Hij deed uitvindingen die gewoon goed en waar waren: verzonken klinknagels, een vorm van de vleugels, scharnieren en nieuwe ophangingsmechanismen. Die innovaties hebben de bouw van vliegtuigen vernieuwd. Ook na de oorlog. Ja, de Zero werd gebruikt om Amerikaanse en andere doelwitten aan te vallen. Als deze film het verhaal was van de Zero, zou hij ook volgens de hoofdpersoon, een tragedie zijn: geen van zijn vliegtuigen kwam terug uit de oorlog. Maar dit is het verhaal van het idee, en dat leidde later weer tot snellere, betere vliegtuigen. En al had Japan geen oorlog gevoerd, dan zouden de ideeen van Jiro toch een keer door een ander in jagers zijn toegepast, die net zo dodelijk en schadelijk zouden zijn geweest. Oorlogvoeren zit ons namelijk in het bloed. Als we er alleen knuppels voor kunnen gebruiken, gebruiken we knuppels. Als we jachtvliegtuigen tot onze beschikking hebben, gebruiken we jachtvliegtuigen. Dus zou Jiro dan nog steeds verantwoordelijk zijn geweest? Had hij, uit de angst dat iets van wat hij maakte ooit door iemand slecht kon worden gebruikt, zichzelf maar moeten begraven en zijn passie moeten binnenhouden?.
Ik geloof van niet. Net zoals ik niet geloof dat hij Nahoko links had moeten laten liggen, omdat ze ziek was, omdat ze zou wegkwijnen, omdat ze nog maar kort te leven had. Nahoko zelf lijkt te geloven dat Jiro haar alleen maar tot vrouw wil zolang ze mooi is, maar dat is niet zo. Jiro wist dat ze ziek was. Hij wist dat ze misschien maar heel even samen zouden zijn. Maar hij hield van haar. Dat betekende dat hij voor haar koos, zoals ze was: inclusief haar ziekte en het risico dat ze hem zou ontvallen. Hij genoot van de tijd die hij wel met haar zou hebben. Die was namelijk in zichzelf de moeite waard. Al zou het maar een maand zijn, al zou het maar een week zijn. Dat het tijdig was, en zou eindigen in bloed en ademloosheid, maakte de schoonheid van hun relatie niet minder.
En net zo is het met zijn liefde voor het vliegen en het maken van vliegtuigen. Het is een innerlijke drijfveer, een die hij niet kan ontkennen, en een waarvan hij weet dat ze goed is. Het is een verlangen naar de schoonheid van de schepping, de waarheid van de natuurkunde, en dit samen beleven met anderen. Dit verlangen stuwt hem op. In een van zijn dromen vraagt Caproni Jiro of hij wil leven in een wereld met piramides of zonder piramides. Hijzelf heeft gekozen voor een wereld met piramides. In een erg goede en inzichtsvolle recensie van deze film wordt hieraan deze uitleg gegeven: “The heart of Caproni’s implication is that the horrors required to realize beautiful things- as well as the horrors which result from them- must never be enough for us to do away with beautiful things altogether, as such a concession would mean resigning to the worst of our nature.”
Alles wat we maken is gevaarlijk. Alle keuzes die we maken zijn risicovol. Creativiteit is onvoorspelbaar. Dat geldt ook voor Gods creativiteit: die brengt immers ook aardbevingen, muskieten en supernova’s voort. Wat er gebeurt met onze creativiteit ligt echter buiten onze verantwoordelijkheid, daar gaat God over. Of we veel vrucht dragen of weinig, of er mensen door worden aangesproken of niet. Het is Gods zaak. Het schijnt dat Miyazaki in interviews heeft gezegd dat de moraal van deze film is ingegeven door het bijbelboek Prediker, en dan vooral de tekst: ‘Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat.’ (Prekiker 9:10). Ik snap waarom. Dit citaat past bij het thema van de film: als de wind opsteekt, moet je ervoor kiezen te leven. Je moet durven liefhebben, ook in het aangezicht van de dood. Je moet creatief durven zijn, ook al maak je misschien iets gevaarlijks. Want als je niet leeft, geen keuzes maakt, geen risico’s neemt, weet je een ding zeker: dan gebeurt er helemaal niets. In deze film steekt de wind een paar keer letterlijk op. Dezelfde wind die Jiro en Nahoko elkaar doet waarnemen, laait de brand in Tokyo op. De wind die hen opnieuw bij elkaar brengt, kondigt een regenbui aan. Maar een ding is zeker: als de wind opsteekt, kiest Jiro ervoor te leven, te kiezen, te scheppen. Hij doet wat zijn hand vind om te doen, uit zijn passie en overtuiging van wat goed en menselijk is, en hij draagt bij aan de schoonheid van de wereld, ook als er mensen zijn die zijn schepping misbruiken. Heeft hij de goede keuze gemaakt? Had hij in opstand moeten komen? Moet een ingenieur zich bemoeien met politiek? Misschien. Maar het maakt het niet verkeerd dat hij iets moois maakte.

Ik vond hierin een antwoord voor mijn eigen onrust. Ik hoef niet te produceren om waardevol te zijn, ik hoef niet een bepaald aantal boeken op mijn naam te hebben of elke week een blogbericht te schrijven. Ik ben al waardevol, alleen maar om wie ik ben. En ik hoef ook niet in gewetensnood te verkeren of alles wat ik schrijf en teken en verzin wel ‘door de beugel kan’, of dat het genoeg tot stand brengt. Daar gaat God over. Wat ik mag doen is leven met overgave. Genieten van de schoonheid van de wereld, denken, lezen, praten met mensen. En als de wind opsteekt, en de inspiratie komt, mag ik tekenen, schrijven, praten en leven naar hartelust. Het was een boodschap die ik nodig had.

Nog een erg goede recensie vind je hier!

maandag 3 maart 2014

Gedicht: zolder

Zolder

De ruimte van binnen is wijd,
alsof de ramen open staan.
Het stof is weggeblazen. Licht
dringt in de verste hoeken door
en ik kan eindelijk helder zien:
de dozen, gelabeld, opgestapeld,
schilderijen van vergezichten
over groene weiden, speelgoed
glanzend van herinneringen,
mappen vol gespreksnotities
zonder oordeel. Ik zoek mijn weg
door nieuw terrein, geen moeras
of doornstruik op mijn pad.
Ik bereik het eind, de spiegel,
afgestoft, lokt me dichtbij,
toont mij niet dat wat ik vreesde
maar een vriendelijke man. Ogen
brandend van verlangen en lust
naar avontuur, de mond een lach,
alsof hij toestemming wil geven.
Ik weet genoeg voor nu, neem afscheid
en kijk rond. Ik ben thuisgekomen.

zaterdag 10 december 2011

Presteren is contraproductief 2: spelen

Ik ben een fan van Calvin and Hobbes, de bekende stripserie van Bill Watterson. Vaak als ik in de greep ben van melancholie, grijp ik als medicijn naar een van de bundels in mijn boekenkast. De avonturen van het zesjarige jongetje met de grote fantasie en zijn wijze speelgoedtijger (of is hij toch echt?) weten altijd weer een glimlach op mijn gezicht te brengen, ook al heb ik ze al twintig keer gelezen. Ik denk dat het is omdat de strips uit deze serie de donkere kanten van het leven niet maskeren. Calvin wordt gepest op school, hij krijgt op zijn kop van de sportleraar omdat hij niet meedoet, hij wordt opgezadeld met een strenge babysitter. Calvin staat onder druk, zoveel is duidelijk. Maar hij wordt niet cynisch. Er is een pad dat wegleidt uit de wereld van regels, prestaties en gehoorzaamheid, en dat is dat van de ongedwongen vriendschap met Hobbes en hun gedeelde verbeelding. Die komt onder andere tot uiting in het spel Calvinball.
Wie Calvin and Hobbes kent, hoef ik niet te vertellen wat Calvinball is. Voor wie het niet kent - je moet het meemaken om het te weten. Het is namelijk niet te vergelijken met enig andere sport. Er zijn namelijk geen regels. Of beter gezegd: de regels worden door de spelers ter plekke verzonnen. Er is dus ook geen werkelijke score. “Het staat 12 tegen Q”, concludeert Hobbes ergens. Uiteindelijk speel je het spel dus niet om het te winnen. Richard Beck wijdde op Experimental Theology een hele serie berichten aan de theologie van Calvin and Hobbes. Over Calvinball zegt hij: “In contrast to organized sports, Calvinball doesn't create winners and losers. The fun is simply the game itself. There is no outcome other than joy.
Die vreugde is waarom Calvin en Hobbes het spel spelen. Maar ze kunnen die vreugde niet tot stand brengen door zich daarop te richten. Ze kunnen er niet hard aan werken, er niet voor strijden. Die vreugde is een automatisch gevolg van het spel, een bijproduct van een leven zonder controle, zonder maatstaven, zonder oordeel. Anders gezegd: de enige manier om de vreugde te ervaren is het spel te laten gebeuren, het over je heen te laten komen.

Het is niet voor niets dat ik deze strips lees als ik me ‘down’ voel - want dat is vaker wel dan niet het gevolg van de druk die ik ervaar om te presteren. Druk uit de maatschappij, druk uit de kerk, druk uit mijn eigen hart. Druk om iets van mijn leven te maken, druk om mee te tellen, druk om productief te zijn. Ik meet mijn belang af van wat ik allemaal tot stand breng. Maar tegelijk weet ik minder te bereiken dan ik eigenlijk wil, en daar veroordeel ik mijzelf om. En dan probeer ik weer harder te presteren. Ik zet al mijn wilskracht in om mezelf productief te voelen. Maar daardoor word ik alleen maar onzekerder. Mijn poging mijn leven met mijn eigen kracht onder controle te willen brengen werkt averechts. Ik lig er ‘s nachts wakker door - juist op het moment dat ik er niet iets aan kan doen, als ik niets kan presteren. Ik begin tot de conclusie te komen dat ik mezelf op deze manier alleen maar tegenwerk. Op de Mockingbirdblog wordt dezelfde conclusie getrokken: “It’s so clearly not a matter of people needing to try harder. Indeed, the areas of our lives that are impervious to management can’t help but point us beyond strategy, or even medication, they stubbornly uncover our unifying weakness, and bring us to a place where the notion of a savior might begin to make sense.”
Vrijheid begint met het opgeven van het idee van controle, met het invloed willen uitoefenen op het resultaat van je leven. Vrijheid begint met het loslaten van elk oordeel, elke puntentelling die winnaars en verliezers zou kunnen opleveren. “It’s not until people let go – till we surrender all control – that we are able to recover”, suggereert Mockingbird. “It is a left-handed process entirely: great power unleashed in the midst of – and, in fact, by means of - pain and weakness.”
Dit is wat ik in mijn eerdere serie 'Terug naar de basis' beschreef als de Weg van de zwakheid: het opgeven van het idee zelf macht te kunnen uitoefenen over je eigen leven, anderen of over God. Ik heb die macht niet en zolang ik dat wel denk, houd ik mezelf gevangen, ontneem ik anderen hun vrijheid, en laat ik God niet toe in mij zijn werk te doen. De weg van de zwakheid houdt voor mij in dat ik accepteer dat ik mezelf niet kan veranderen, en dat ik dat dus ook niet hoef, net zo min als ik andere mensen kan veranderen en dat dus ook niet hoef te proberen. Ik kan de wereld niet voor Christus te winnen, ik kan mijn omgeving niet verbeteren, ik kan mezelf niet perfectioneren, ik kan niet voldoen aan welke eis van de maatschappij of kerk dan ook. En dus houd ik op me daarop te richten. Er is geen uitkomst die ik hoef te bereiken. Ik laat mijn idee van prestaties uit mijn handen vallen. In de beelden uit Calvin and Hobbes: ik laat de honkbalknuppel en de handschoen achter op het speelveld, samen met de regels wie wanneer wat moet doen, en samen met de veroordelende opmerkingen van medespelers als ik een bal door laat. Ik laat het hele idee van het inspannen om een doel te bereiken (winnen!) achter. Op de Mockingbirdblog wordt beschreven hoe deze openheid een kenmerk is van de Anonieme Alcoholisten. Het gaat er in deze groep niet om dat je je hele leven vrij blijft van je alcoholverslaving, je wordt er niet op afgerekend als je terugvalt, niemand is beter dan een ander omdat hij langer niet gedronken heeft. Het is geen spel waarbij je kunt winnen of verliezen. “I realized that one of A.A.’s singular features – one of the things that make it different from religion as it’s usually practiced – is that it’s an open-ended process. There is no ultimate “goal”; there’s no particular endline that, once having crossed it, you can say that you’ve definitively “arrived.” There aren’t any particular “metrics” – which means that there is lots of opportunity for adventure and the chance to continually learn. There is the priceless opportunity to live one’s own life, as it plays out in all its reality, under the Grace of God.”

Life as it plays out ...’ - schreef Mockingbird hierboven. Play! Spelen! Dit begint verdacht veel te lijken op Calvinball! Het gaat bij het spelen niet om het halen van een bepaald resultaat. Ik verwijs opnieuw naar Mockingbird, waar erop wordt gewezen dat kinderen steeds minder gelegenheid hebben om zelf te spelen, bijvoorbeeld op het schoolplein. In plaats daarvan bereiden volwassenen activiteiten voor die als doel hebben kinderen dingen te leren. Maar bij die activiteiten worden kinderen eigenlijk altijd ge-evalueerd, al was het maar door de blik van goedkeuring of afkeuring van de volwassene, en dat leidt tot onzekerheid en angst, in plaats van het zelfvertrouwen dat eigenlijk het doel van de oefening was. “[Researcher] Gray defines free play as play a child undertakes himself or herself and which is self-directed and an end in itself, rather than part of some organized activity. In school, children work for grades and praise and in adult-directed sports, they work for praise and trophies…. In free play, children do what they want to do, and the learning and psychological growth that results are byproducts, not conscious goals of the activity.
Bij spelende kinderen wordt psychologische groei niet bereikt door te streven naar psychologische groei, maar juist door de controle los te laten en gewoon zichzelf te zijn. Want als je speelt, als je doet wat je wilt doen, ben je jezelf. En als je jezelf bent, doe je wat bij jou hoort, je brengt datgene voort dat past bij wie je bent. Je hebt daarvoor geen beloning nodig, je hoeft daar geen prijs voor te krijgen, je hoeft niet te horen of je het goed of slecht gedaan hebt. Het doen is in zichzelf de beloning. Je hoeft niet betaald te worden voor het spel dat je speelt - je doet het omdat je graag wilt spelen. En terwijl je aan het spelen bent denk je niet eens aan het feit dat je speelt. Je gaat op in het spel. Het gaat niet meer om jou. Het is als met een muzikant die een prachtig stuk van Bach speelt. Hij wordt meegesleept door de muziek. Dat lijkt het enige te zijn dat bestaat.
We kennen volgens mij allemaal die momenten waarin we in de ‘flow’ zijn. Ik herinner me goed een middag bij de Coffee Company toen ik opeens het idee kreeg voor een verhaal en gewoon begon te schrijven. De tijd vloog voorbij. Maar ik vergat niet alleen de tijd, ik vergat ook mezelf. Ik was alleen bezig met het schrijven van het verhaal, dat uit mijn vingers stroomde. En toen het verhaal af was, voelde ik me tevreden, puur en alleen omdat ik had geschreven, niet omdat het verhaal goed was of niet, of omdat ik ervoor beloond werd. Dit las ik op een site waar Mockingbird me naar verwees: “A wheelwright is not rewarded by the number or even by the quality of the wheels he makes, let alone the money he might acquire. He is rewarded solely by the experience of making a wheel, of feeling the doing-of-it in his hands, arms and feet, of achieving craft that transcends usefulness. It is in these moments that we are fully human in the world we live in, for we have left the experiencing self for the experience itself.” Het ervaren van het creatieve proces zelf, het spel zelf, is alle beloning die we nodig hebben.

Geen controle meer willen uitoefenen over de uitkomsten, maar gewoon jezelf zijn, gewoon leven. En de opbrengst, de productie, komt dan op een organische manier daaruit voort. De Anonieme Alcoholisten gaan uit van het feit dat mensen niet de kracht hebben om de verslaving te weerstaan en dat hun leven hen uit de hand is gelopen. Vervolgens nemen ze aan dat alleen een macht groter dan zijzelf in staat is hen te herstellen en te bevrijden. En ze geven hun wil en leven over aan God, zoals ze Hem begrijpen. Ze laten God zijn gang gaan in hen, in hun leven, in hun verslaving. Ze laten het spel gebeuren. En daardoor ervaren ze -stapje voor stapje- steeds meer vrijheid. Maar die vrijheid is niet iets dat ze zelf produceren, iets dat ze zelf tot stand brengen. Het is een bij-product van het vertrouwen op God. De vrijheid is niet het doel, het enige wat telt is leven in het vertrouwen op God. De vrucht verschijnt vanzelf.
Dit is precies wat Jezus vertelde over het leven in Zijn verhaal, in het Koninkrijk van God. Hij spreekt over vruchtdragen. Het is Gods bedoeling dat we vrucht dragen, en veel ook! Dertig-, zestig- en honderdvoudig. Maar het is niet Gods bedoeling dat we gaan proberen die vrucht zelf te produceren, en dat we gaan tellen bij onszelf of anderen hoe veel we al hebben opgebracht. Nee, zoals met elke plant, is de vrucht van het koninkrijk een ‘bijproduct’ van het leven van de plant, iets dat hij voortbrengt door het sap door zich te laten stromen. “Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen”, stelt Jezus. “Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.” (Johannes 15:4,5).
De vrucht in het leven van Jezus’ volgelingen wordt door Jezus zelf voortgebracht - niet door Jezus’ volgelingen. Ze hoeven zich niet bezig te houden met de opbrengst, ze hoeven alleen ‘in Jezus’ te blijven. Dat is een mysterieuze term, maar het wil volgens mij zeggen dat ze zich voor Hem open moesten stellen, dat ze hem de gelegenheid moesten geven in hen zijn werk te doen. Ze moesten het spel van het koninkrijk in hun leven toelaten, door er ‘als een kind’ voor open te staan (Markus 10:15). Dat wil zeggen: ze moesten de eigen controle, de eigen regels, de bezorgdheid over winnen en verliezen achter zich laten en erop vertrouwen dat God in hen zou doen wat bij de mensen onmogelijk was, “want bij God is alles mogelijk” (v27). Dit opgeven van het idee zelf te kunnen presteren, is wat de bijbel beschrijft als sterven aan jezelf, het verliezen van je leven (onder je eigen controle): “Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het een enkele graankorrel, maar wanneer hij sterft, draagt hij veel vrucht” (Johannes 12:24).
Ik heb het vaker gezegd: wie dood is, kan niets meer doen om zichzelf te verbeteren, kan niets meer produceren. Hij kan alleen de opstandingskracht van God toelaten in hem en door hem heen leven voort te brengen uit de dood.

Hierin schuilt echter een listig gevaar. Want we kunnen als christenen van dit ‘sterven aan jezelf’ een regel gaan maken. We kunnen gaan spreken over ‘overgave’ en ‘vertrouwen op God’ als dingen die we zelf kunnen doen, activiteiten die we kunnen verrichten. We kunnen weer gradaties gaan aanbrengen in de mate waarin mensen zich hebben overgegeven, we kunnen weer gaan spreken over ‘winnaars’ en ‘verliezers’. We kunnen van overgave weer een manier maken om te presteren. Maar ook onze overgave aan God is een vrucht, geen prestatie. We moeten van de kansel geen overgave prediken. Het enige dat we hoeven doen, is spreken over het Koninkrijk van God, het Verhaal van God, over Jezus, en die gekruisigd. Want Jezus is zelf het zaad dat de vrucht voortbrengt (ook de vrucht van de overgave). En het zaad heeft alles in zich wat nodig is om die vrucht tot stand te brengen. Elke actieve kracht is er al in aanwezig.
Jezus is degene die alles doet. Het enige dat Hij van ons vraagt is dat we hem niet tegenhouden, dat we hem niet in de weg staan. “Gelukkig [of in andere vertalingen: zalig!] is degene die aan mij geen aanstoot neemt” (Matteus 11:6). Dat is wel heel laagdrempelig. Maar zo is het koninkrijk van God. We dragen er niet aan bij door hard te werken (zelfs niet het werk van de overgave), nee, het enige dat we doen is ons niet tegen de Koning te verzetten. We ontvangen zijn liefde en zijn kracht zoals de aarde het zaad ontvangt. De aarde doet verder niets. Het zaad springt vanzelf op. “Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.” (13:23).
Een van mijn favoriete auteurs, Robert Farrar Capon, verwijst in zijn boek Kingdom, Grace Judgement, bij dit gedeelte naar Galaten 5, waar wordt gesproken over de werken van het vlees (‘that result from our trying to achieve the fullness of life in our own way’) en over de vrucht van de Geest: ‘Those results that are not manufactured by our plausible and deliberate efforts but simply allowed to grow unimpeded under the guidance of the Spirit, who takes what is the Word’s and shows it to us. These are, every one of them, truly human traits: love, joy, peace, longsuffering, gentleness, goodness, faith, meekness, temperance. They are not results of, or rewards for, our frantic efforts to make ourselves right; rather, they are the very rightness for which our nature was made, bestowed upon us as a free gift.’ Dit is het leven waarvoor we gemaakt zijn, de vrucht die we bedoeld waren te dragen. En Jezus brengt die in ons tot stand. In dit licht moeten we volgens Capon de gelijkenis lezen. “Our response is to be one that is appropriate not to the accomplishing of a work, but to the bearing of fruit. Not the amassing of deeds, good or bad, but simply the unimpeded experiencing of our own life as the Word abundantly bestows it upon us ... He wills us whole and happy, you see; and the parable of the Sower says he will unfailingly have us so, if only we don’t get in the way.’

Om terug te komen op het voorbeeld van Calvinball. In de laatste Calvin and Hobbes-bundel, vraagt babysitter Rosalyn - de personificatie van regels en prestaties (ze is ook badjuffrouw en laat Calvin steeds zijn huiswerk doen) - welk spel Calvin wil spelen. Zijn antwoord: ‘Calvinball!’ Eerst begrijpt Rosalyn het spel niet - er zijn immers geen regels. Maar ze laat Calvin en zijn tijger wel hun gang gaan. En vervolgens wordt ze in het spel opgenomen, ze gaat eraan meedoen. Ze wordt zelfs enthousiast! Het leidt ertoe dat ze plezier heeft, ze herstelt haar relatie met Calvin, en ze weet zelfs te bereiken dat het jongetje op tijd op bed ligt - niet door te dwingen, maar door te spelen.
Dat is wat Jezus van ons vraagt, dat we ons laten opnemen in zijn spel, dat we met hem gaan meespelen. Daardoor worden we wie we altijd al hadden moeten zijn, en brengen we de vrucht voort waarvoor God ons had geschapen. "There is no outcome other than joy."

dinsdag 8 maart 2011

Buitenaardse bacterien, oervleermuizen, creativiteit, Dawkins en vrije wil, hel en alverzoening

Mogelijk het belangrijkste wetenschappelijke nieuws ooit: fossielen van buitenaardse bacterie-achtigen in een meteoriet. Hmm ... eerst zien, dan geloven. Maar ik ben als Fox Mulder in The X-files: "I want to believe ..."

Het was al langer bekend, maar weer eens bevestigd: de zesde uitstervingsgolf in de geschiedenis van het leven komt er aan in de komende eeuwen, en dit keer zijn wij de schuldigen. Verontrustend, natuurlijk.

Interessante speculatie: hoe zag de oervleermuis er uit?

SF-klassieker Dune als kinderboek.

Een kaart van de christelijke wereld op het internet ...

Goede woorden over creativiteit, die overeenkomen met wat ik me de laatste weken steeds helderder realiseer: "Creativity is not like working with a jackhammer. You cannot force the creative. Something like God has to show up and work through you ... When we stop forcing, the breakthrough often comes." Het lijkt er op dat wij ons als vrije wezens ervaren. Misschien is dat omdat we dat ook zijn.

Interessant: ook Richard Dawkins kan niet consistent leven met het idee dat hij slechts een verzameling moleculen is die volledig door materiele processen wordt vormgegeven, en dat zijn 'ik' een illusie is: "We don’t feel determined. We feel like blaming people for what they do or giving people the credit for what they do. We feel like admiring people for what they do. None of us ever actually as a matter of fact says, “Oh well he couldn’t help doing it, he was determined by his molecules.” Deze hersenonderzoeker is heel wat realistischer: "Veel van wat wij 'vrije wil' noemen, komt neer op ons vermogen  om nee te zeggen tegen dat wat ons  biologische zelf wil. Als je genen bijvoorbeeld bepalen dat je seks wilt  met een bepaald persoon, maar in  jouw cultuur is dat niet geoorloofd,  dan kun je ervan afzien. Dat is dan  een bewuste, vrije keuze. Het is idioot om te beweren dat wij geen vrije  wil zouden hebben."

The Emerging Mummy legt op een heldere, overtuigende wijze uit hoe ze is gekomen tot haar standpunt over het leven na de dood. "In light of the priority the Old Testament is given and the imagery of total destruction throughout the Bible, we are currently convinced that an annihilation position is the most coherent way in which to understand the final destiny of the impenitent."

Jason Morehead herinnert zich Star Trek - The Next Generation, en moet concluderen dat deze serie niet de allerboeiendste was. Vooral omdat de karakters te perfect waren. "A utopian view of humanity’s future may certainly be inspiring but it can also be hopelessly naïve and strikingly out of touch if it downplays and even ignores the reality that we see before us every day — not just in the headlines that are all too often a record of humanity’s crimes and abuses, but also in the mirror." Firefly en de nieuwe Battlestar Galactica zijn daarom veel spannender: de personen worstelen ook echt met hun karakter.

Scot McKnight reageert op de discussie over universalisme naar aanleiding van het komende boek van Rob Bell: "There are passages that sound univeralistic, that sound like somehow God will reconcile all things in the End, and that if we don’t occasionally sound universalistic we are not being as biblical as God — and as Jesus and Paul. Yes, these passages are not the only ones to consider, but — let this be said — neither are they cushioned or cautioned or cornered off by Jesus and Paul so they don’t give the wrong impression. What the Bible is talking about here is that God’s grace will win. God will make all things right. I’m not a universalist but I want this language to be the way I talk about these topics."