Posts tonen met het label animatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label animatie. Alle posts tonen

zondag 22 februari 2015

Filmbespreking: Big Hero 6

‘Als ik op de mannengroep vertel dat dit een van de beste films is die ik de laatste tijd heb gezien, kijken ze me niet begrijpend aan’, aldus mijn broer met wie ik afgelopen weekeinde in de bioscoop Big Hero 6 had gekeken. Voor mij was het de tweede keer en ik had erop gestaan dat mijn broer ook een keer zou gaan. ‘Je had gelijk dat je me meesleurde’, verklaarde hij. ‘Als ik me nog een keer somber voel, moet ik eigenlijk gewoon deze film gaan kijken!’ Een van de redenen waarom ik met hem naar de bioscoop wilde, was dat de film gaat over twee broers, met een relatie die wel een beetje lijkt in de verte op die tussen ons, en omdat het gaat over een hoogbegaafd iemand die geïnspireerd wordt om met zijn talenten aan de slag te gaan, en omdat de film een lofzang is op het nerd-zijn. Alle aspecten van het ‘geek’ zijn komen zo ongeveer aan bod! Niet alleen blijkt enthousiasme over wetenschap en techniek te helpen de wereld een betere plek te maken, het blijkt ook mensen bij elkaar te brengen om een gemeenschap te vormen. En een voorliefde voor fantastische verhalen blijkt te helpen bij het herkennen wat er aan de hand is in je leven. En dat alles verpakt in knap geanimeerde beelden, met humor, spanning en gave concepten. Het is een film waar kinderen om moeten lachen (de fysieke humor van onhandige robot Baymax), maar een waar volwassenen ontroerd door zullen raken (de zenuwen van de hoofdpersoon voor een presentatie, de rouw om een overleden familielid, hoe ver iemand gaat om zijn pijn te vergelden). Mocht je net als de mannen in de groep van mijn broer een vooroordeel hebben tegen het animatiegenre of tegen Disneyfilms, laat dat dan snel varen en kijk deze film. Als je ook maar een beetje nerdy of geeky bent, garandeer ik een goede avond. En blijf vooral zitten tot na de aftiteling!

Hiro Hamada is op zijn dertiende al klaar met de middelbare school. Maar in plaats van door te studeren - op de universiteit kunnen ze hem toch niets vertellen wat hij niet al weet - houdt hij zich bezig met robotgevechten. Zijn tante, bij wie hij woont samen met zijn oudere broer Tadashi, stelt dat niet bepaald op prijs. Tadashi is ook niet zo enthousiast over de carrièrekeuze van zijn broertje. Hij neemt hem daarom mee naar zijn ‘nerd-school’, de technische opleiding onder professor Callaghan, waar Hiro onder de indruk raakt van de verschillende projecten. En vooral van het werk van zijn broer: de robot Baymax, bedoeld voor eerste hulp bij ongelukken. Enthousiast probeert Hiro ook op deze school toegelaten te worden. Zijn demonstratie is een succes, maar direct daarna gebeurt er een ramp. Niet alleen wordt Hiro’s toelatingsproject vernietigd, ook komen zowel professor Callaghan als Tadashi om het leven. Rouwend sluit Hiro zich op zijn kamer op, zonder motivatie om met zijn opleiding te beginnen. De klap was te groot. De sombere dagen rijgen zich aaneen, tot hij op een dag per ongeluk de robot Baymax activeert. Die neemt het op zich Hiro weer vrolijker te maken. Bovendien ontdekt hij dat het project van Hiro niet totaal verdwenen is, een mysterieuze man in een masker heeft het zich toegeëigend voor mysterieuze doeleinden. Zou deze man ook achter de ramp zitten die zijn broer het leven kostte? Met de hulp van zijn robot en de vrienden van zijn broer gaat Hiro op onderzoek uit. Hij ontdekt al snel dat een symbool van een rode vogel centraal staat in het mysterie …

Een van de belangrijkste thema’s in deze film is het verlies van een geliefde en hoe je daar op goede en op verkeerde manieren mee kunt omgaan. In dit opzicht lijkt de film sterk op een andere gave SF-film van deze zomer: Guardians of the Galaxy. Zachtaardige robot Baymax heeft zelfs enkele overeenkomsten met vriendelijke boom Groot, tot aan zijn rol in de ontknoping toe. En net als in die film, blijkt ook hier een gemeenschap van verschillende mensen die hun eigen leven voor elkaar in de waagschaal stellen een grote hulp bij het omgaan met verlies van de hoofdpersoon. Er zit zelfs een omhelzing in. Omdat ik in mijn bespreking van Guardians of the Galaxy hier al uitgebreid op ben ingegaan, laat ik het onderwerp in dit blogbericht verder rusten.
Bovendien realiseerde ik dat er nog een ander belangrijk thema in deze film schuilt. Het hart van de film is namelijk niet grappige robot Baymax of opstandige Hiro, maar oudste broer Tadashi. Hij heeft het hart op de juiste plek. Hij redt Hiro als hij in gevaar is, zelfs als hij ervoor in de gevangenis moet zitten, inspireert Hiro om iets van zijn leven te maken, en helpt hem om aan de universiteit te worden toegelaten. En als professor Callaghan in het vuur dreigt om te komen, aarzelt hij niet, maar gaat hij het brandende gebouw in om de man te redden. En dat hijzelf daarbij gevaar loopt, houdt hem niet tegen. Iemand moet het doen. Als Tadashi inderdaad om het leven komt, valt Hiro vanzelfsprekend in een gat. Door de bemoediging van zijn broer stond hij op het punt iets van zijn leven te gaan maken, maar nu is die bron van positiviteit weggevallen. Hij leefde voor Tadashi. Welke motivatie is er nu nog voor Hiro om door te gaan? Waarom zou hij niet terug gaan in de wereld van het robotvechten? Hij laat de aanmelding voor de universiteit in de prullenmand vallen. Dan wordt robot Baymax geactiveerd. Die zegt tegen Hiro vol overtuiging: ‘Tadashi is hier.’ Hiro slaat een diepe zucht. Iedereen probeert hem op te beuren, door te zeggen dat Tadpashi niet echt verdwenen is, zolang mensen aan hem denken. Maar dat is een stoplap. Dood is dood. Tadashi komt niet terug en Hiro zal met dat gemis moeten leven. Maar Baymax blijft volhouden: ‘Tadashi is hier!’
Pas later ontdekt Hiro wat Baymax bedoelde (en dit is natuurlijk eigenlijk een ‘spoiler’): in zijn kerncomputer, op de plek van zijn hart, bevindt zich een programmakaart, waarop de naam van Tadashi staat. Baymax heeft het hart van Tadashi. Niet alleen omdat hij zo geprogrammeerd is. Dat wordt duidelijk als Baymax videobeelden laat zien, door hem gemaakt terwijl Hiro’s broer aan hem werkte. Keer op keer probeert Tadashi de robot op te starten, maar steeds gaat er iets mis. De jonge raakt echter niet gefrustreerd. ‘Ik geef het niet op’, zegt hij tegen de robot. ‘Ik hou vol’. En na 85 pogingen is het gelukt! De robot werkt! Tadashi omhelst hem. ‘Ik ben zo blij met je,’ zegt hij vol overtuiging. ‘Jij gaat zoveel mensen helpen!’
Bij het zien van die beelden raakt Hiro ontroerd. Hij had geprobeerd de programmering van de robot te omzeilen, het apparaat te programmeeren met haat, om wraak te nemen op de aanstichter van de brand. Maar nu realiseert hij zich dat Tadashi dat helemaal niet gewild zou hebben. Via de robot Baymax leert hij het karakter van zijn broer nog beter kennen. En hij besluit af te zien van zijn geplande wraakactie. Als hij uiteindelijk tegenover de slechterik van het verhaal komt te staan, gebruikt hij de woorden van Baymax: ‘Wij zijn niet geprogrammeerd om mensen schade toe te brengen’. Hij rekent de schurk in, maar neemt geen wraak. En hij wordt een superheld, samen met zijn vrienden, omdat zijn broer heel veel mensen wilde helpen. ‘En dat is wat wij gaan doen’.
Tadashi is dus inderdaad niet verdwenen. Zijn opoffering, zijn liefde, zijn hulpvaardigheid leven door, eerst in Baymax, maar daarna ook in Hiro. En via hen verspreiden ze zich weer naar anderen.

Wat ik besefte bij het kijken van de film, was hoe dit licht werpt op het evangelie. Jezus is er immers ook niet meer. Hij is gestorven, net als Tadashi. En hij is dan wel uit de dood opgestaan en naar de hemel gegaan, maar hij is niet meer onder ons. Al bijna tweeduizend jaar niet meer. Oh, misschien hebben we ervaringen het het luisteren naar Gods stem, en merken we zijn aanwezigheid soms in een kerkdienst. Of in het lezen van de bijbel. Maar de afstand blijft. Hij is niet meer hier. We zijn achtergebleven, zonder Hem. En als predikers, met de bijbel trouwens, zeggen dat Hij er nog steeds is, wat kunnen ze dan bedoelen? Gemeenplaatsen zijn er genoeg, en voor mij hebben ze nooit gewerkt. Ik kan me wel heel erg gaan proberen ervan te overtuigen dat ik zijn aanwezigheid voel, ik ben me altijd bewust dat ik mezelf aan het overtuigen ben. Dat kan het niet zijn.
Maar de bijbel belooft dat we niet als wezen zijn achtergelaten. En dat geloof ik. In een heel reëel wijze kunnen we Jezus nog steeds ontmoeten. Niet op een zweverige, bovennatuurlijke manier. Maar heel tastbaar, concreet. Namelijk in de onvoorwaardelijke, opofferende liefde van anderen. Baymax had de liefde van Tadashi geïnternaliseerd, en op het moment dat hij Hiro omhelsde, ervoer Hiro de liefde van zijn broer, door Baymax heen. Tadashi had de moed niet opgegeven Baymax aan de praat te krijgen. Net zo hardnekkig geeft Baymax de moed niet op om Hiro weer in beweging te krijgen. En zo gaat het ook met Jezus. Hij had mensen lief, zo dat hij zelfs bereid was te sterven in plaats van wraak op ze te nemen. Hij offerde zich op, ging tot het uiterste. En die liefde veranderde levens. Bracht mensen ertoe zelf ook anderen lief te hebben. Want dat was waar Jezus toe oproep. Heb god lief boven alles en je naaste als jezelf. Heb zelfs je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen. Wie liefheeft kent God, wie niet liefheeft, kent God niet. En door de liefde van deze mensen (en de liefde van iedereen die op gelijke wijze liefheeft, ook zonder in Jezus te geloven) wordt de liefde van Jezus zichtbaar. Niet theoretisch, niet zweverig, maar concreet. Tastbaar. Hij is hier. Waar twee of drie samen zijn in zijn naam, is hij in het midden. Zijn liefde wordt zichtbaar in de sacramenten, brood en wijn. Maar ook in onze liefde. Waar iemand een ander omhelst om hem of haar te troosten, daar is hij. Als iemand een ander een glas water geeft, daar is hij. Waar iemand vooroordelen overwint, of de tweede mijl voor iemand gaat. Daar is hij. En die concrete liefde verandert ons. Als christenen denken we vaak dat intellectuele kennis ons verandert, of overtuigingen. Maar dat is niet zo. Kennis maakt opgeblazen. De liefde sticht. God is liefde. Dus waar liefde is, is Hij.
De liefde van een ander voor ons, is wat ons er eindelijk toe kan brengen onszelf te accepteren, ongezonde patronen te doorbreken, en zelf ook anderen te gaan zien als waardevol. En ze te gaan liefhebben. En als we dat doen, wordt Jezus in ons zichtbaar voor anderen. Zoals de natuur van Tadashi aan het eind van de film zichtbaar is geworden in Hiro, en zijn vrienden (een mooi beeld van de kerk, als je dat erin wilt zien), zo wordt de natuur van Jezus in ons zichtbaar, daar waar wij gaan liefhebben. Als moslims een cordon vormen rond een synagoge, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. Waar een leraar een leerling uit een achterstandswijk helpt, waar een collega een arm om de schouders krijgt, of iemand moeite doet iets voor een ander uit te zoeken, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. En die liefde verandert anderen, op sacramentele wijze, en maakt dat het leven van Jezus verspreid wordt.
Ik vond het prachtig dat in deze film zo belichaamd te zien.

Natuurlijk wordt ook het tegenovergestelde zichtbaar in de film. Er is in deze film iemand die zijn dochter verloren heeft. Bij een verschrikkelijke ramp. En hij wil wraak nemen. Zou je dochter dat gewild hebben? vraagt iemand aan hem. Het kan hem niet schelen. Ze is er niet meer. Wat het laat zien, is dat zijn leven draait om hemzelf, en niet om anderen. Zelfs niet om zijn dochter. Want (en dit verklapt misschien een beetje van het einde van de film) in dit geval was zij niet werkelijk verdwenen. Niet zoals Tadashi. Hij had haar terug kunnen vinden. Maar door op zijn eigen verdriet te focussen, door wraak te eisen, door een ander naar beneden te willen halen, loopt hij de kans mis met haar verenigd te worden. Hij raakt haar kwijt door zijn ‘entitlement’. En dat is het tragische lot wat wij lopen door ons als christenen beter te vinden dan anderen, door de waarheid toe te eigenen, door anderen te oordelen in naam van ons geloof als ze anders zijn dan wij. We lopen op die manier Jezus mis. We gebruiken zijn naam wel, maar de natuur van Jezus zijn we kwijt. Dat moeten we niet laten gebeuren.

woensdag 17 december 2014

Filmbespreking: Anastasia

De laatste jaren ben ik me gaan verdiepen in de Russische literatuur. Niet dat je daar teveel van moet voorstellen. In Oorlog en Vrede kwam ik maar tot de helft. Gelukkig bleek daar een film van te zijn gemaakt, met Audrey Hepburn in een van de hoofdrollen, en die was ook onderhoudend. Net als de verfilming van Anna Karenina niet lang geleden. Deze boeken en films hebben iets fascinerends. En ik ben volgen mij niet de enige die dat voelt (anders zouden de films niet gemaakt worden natuurlijk). Een van de redenen is natuurlijk dat het gaat om briljante auteurs. Maar waarom zijn zoveel schrijvers uit Rusland zo groot geworden, maar lezen we geen Indiase of Chinese schrijvers uit dezelfde tijd? Dat komt volgens mij omdat Rusland een unieke plek inneemt in de verbeelding. Het is namelijk bekend en vreemd tegelijk. Terwijl India en China vooral vreemd zijn, met onbegrijpelijke rituelen en gewoontes. Chinese mensen staan veel dichter op elkaar in een rij dan wij. Dat schept afstand. En natuurlijk is het goed om die afstand te overbruggen, maar dat kost wel moeite. Rusland daarentegen was sinds de opkomst van de Tsaren op Europa gericht. Liet Peter de Grote zich niet in Nederland scholen in de scheepsbouw? Hoewel hun land heel Azië bestreek, vormden ze hun cultuur naar die van ons. Ze reden in paard en wagen (of arrenslee), hielden soirees en bals, lazen dezelfde boeken. Zelfs hun uiterlijk verschilt niet veel van ons. Als we over hen lezen, zijn er veel symbolen die we begrijpen en wegwijzers die ons het verhaal binnen voeren. Maar die zijn er voor bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Canada ook. En toch zijn daar minder schrijvers die voor ons op dezelfde hoogte kunnen staan als de Russen. Daar komt het aspect van de vreemdheid om de hoek kijken. De Amerikanen ‘zijn’ ons, richten hun leven in op basis van dezelfde waarden, hebben dezelfde prioriteiten. De Russen zijn geen Europeanen. Nooit geweest. Ze hebben de vormen van hun cultuur op de onze doen lijken, maar daaronder schuilt iets dat aantrekkelijk anders is. Iets dat we niet direct begrijpen, iets dat ons uitdaagt, waar we van terugdeinzen, of dat ons inspireert. De Amerikaanse cultuur is ook wel anders, maar dat is er een van individualisme en kapitalisme. De Russische cultuur is er een van mystiek. Voor de Russen zijn er zaken belangrijker dan het individu, al was het alleen maar ‘moedertje Rusland’. Maar vaker nog is het een ideaal (dat van het communisme), of het geloof (de voor ons mystiek aandoende orthodoxe kerk). Er lijkt voor de Russen een diep gevoel te bestaan dat ze leven in een werkelijkheid die hun individualiteit overstijgt. Misschien komt het omdat hun land zo groot is dat de grenzen ervan niet te bevatten zijn? Of dat het weer zo koud kan zijn? Dit maakt in elk geval dat ze geen kille rationalisten kunnen zijn (zelfs niet wie zich wel als rationeel presenteert, bijvoorbeeld in de boeken van Dostoyevsky), maar dat ze hun leven laten leiden door die henzelf overstijgende realiteit. En voor ons, westerlingen, die leven in overzichtelijke ingepolderde landjes, waar alles begrijpelijke proporties heeft, maakt dit van Rusland als vanzelf een sprookjesland. Het geeft aan de Russische verhalen een glans van vreemdheid, die we niet werkelijk kunnen begrijpen, waardoor er voor ons onvoorspelbare dingen in kunnen gebeuren. De kus van de grootinquisiteur, bijvoorbeeld, wonderen, opofferingen, grote gebaren in naam van een ideaal, en ook: grote woorden over God die niet pretentieus aanvoelen. Ik weet niet of ik in het Rusland van Dostoyevsky of Tolstoy zou willen wonen, ik weet wel dat ik erover wil lezen.

Dit alles verklaart waarom je als kijker niet met de ogen knippert als Anastasia in de gelijknamige animatiefilm de ogen opslaat ten hemel en roept: ‘Geef me een teken.’ Dit is Rusland. Deze animatiefilm van Don Bluth bevat zowel het vertrouwde Europese van Rusland, met auto’s, balzalen, etiquette, treinstations et cetera, als het vreemde: de tovenaar Raspoetin, revoluties, grandeur, en andere sprookjesachtige elementen. Het filmhoesje doet misschien vermoeden dat het gaat om een Disneyfilm, maar wie dat verwacht, komt bedrogen uit. De tekeningen zijn anders dan die in Disneyfilms, schokkeriger en hoekiger, terwijl bijvoorbeeld bosdiertjes weer een stap terug zijn in kinderlijkheid. Maar deze animatiestudio had nu eenmaal minder budget ter beschikking dan de Disneyfilms. De film houdt zich ook minder aan het Disneyrecept voor animatiefilms. De schurk is duivelser dan die in Disneyfilms, en de beelden zijn soms gruwelijker. En omdat de hoofdpersonen ouder zijn dan de gemiddelde Disneyhelden (of in elk geval als ouder worden geanimeerd) sluipen er ook meer verwijzingen binnen naar flirten en seks. De aanwezigheid van pratende diertjes als ‘side kicks’ maakt het echter moeilijker de film als tiener- of volwassen film te zien (dezelfde studio deed dat later veel beter met Titan AE). Wel is de film prachtig gemaakt, waarbij computerbeelden heel aardig met de tekeningen zijn verweven, zodat er prachtige achtergronden op het doek zijn getoverd. Van treinongelukken tot talloze dansers, tot tot leven gekomen standbeelden. En in een tijd waarin Disney zijn heldinnen nog door een man liet redden, hoe levenslustig en assertief ze ook waren (denk aan Ariel), is de hoofdpersoon van deze film geen ‘damsel in distress’, maar is zij het die de slechterik confronteert als de mannelijke held is uitgeschakeld. Wij kennen ondertussen Katniss Everdeen natuurlijk, dus voor ons is het niet nieuw meer, maar ik zou graag meer van dit type verhalen zien.

Het verhaal begint aan het hof van Tsaar Nicolaas, aan het begin van de 20ste eeuw. Hij heeft de valse monnik Raspoetin tegen zich in het harnas gejaagd, en de man spreekt een duivelse vloek uit: hij voorspelt het einde van alle Romanovs. Niet veel later breekt inderdaad de revolutie uit. Het paleis wordt bestormd, en alleen de moeder van de Tsaar weet te ontkomen. Op haar vlucht raakte ze gescheiden van Anastasia, de dochter van de Tsaar en haar kleindochter. Aangekomen in Parijs  looft ze een beloning uit voor wie haar kan herenigen met haar dochter. Maar de enigen die ze ziet zijn fraudeurs, die een meisje van de straat plukken, die laten praten als een prinses, en doen alsof het gaat om Anastasia. De oude vrouw prikt altijd feilloos door de praatjes van de ‘con artists’ heen. Na tien jaar geeft ze de moed op. Blijven hopen doet te veel pijn. Juist dan is Dimitri op weg naar Parijs. Hij heeft zijn zinnen gezet op het niet onaanzienlijke geldbedrag, en heeft een meisje gevonden dat heel goed zou kunnen doen alsof ze de verdwenen prinses is. Deze Anya weet zelf niet wat haar afkomst is, want ze is alles kwijt wat voor haar achtste gebeurd is. Misschien zouden ze elkaar wel eens kunnen helpen … Hun reis wordt echter vanuit het dodenrijk nauwlettend in de gaten gehouden door de geest van Raspoetin, die vastbesloten lijkt de ontmoeting tussen Anya en de moeder van de Tsaar te verhinderen.

Ik wil hier niet schrijven over de ontwikkeling van Dimitri, die begint als iemand die het met de wet niet zo nauw vindt, en dan opeens verliefd wordt op Anya. Maar hij leert dat echte liefde nog een stap verder gaat. Natuurlijk, net als in de Disneyfilms wordt hier de ‘liefde op het eerste gezicht’ verheerlijkt, maar waar in Disneyfilms die liefde vaak niet verder wordt bevraagd, ontdekt de hoofdpersoon hier tijdens de reis dat zijn egoïstische verliefdheid overgaat in echte liefde. En echte liefde is bereid afstand te doen van eigen gewin, en moed te tonen, ook als het betekent dat je afscheid moet nemen van de geliefde. Of in elk geval de keus bij de geliefde neer te leggen. Deze vertoning van nederigheid is echte liefde, en een stuk volwassener dan veel Disneyhelden zouden kunnen zijn.
Maar waar ik tijdens het kijken van de film vooral door werd gegrepen was het verhaal van Anya, oftewel Anastasia. Vanaf het begin van de film bestaat er namelijk geen enkele twijfel over dat het weesmeisje in werkelijkheid de prinses is. De spanning van de film bestaat daarom niet uit de vraag wat haar identiteit is, maar of ze er wel achter zal komen wat haar identiteit is (een behoorlijk verschil). Als kijker zien we iemand die door omstandigheden buiten haar eigen toedoen het leven dat bij haar hoorde is kwijtgeraakt. Hoewel ze een prinses was, is ze opgevoed in een nogal onguur ogend weeshuis, en is haar hoogste ideaal een baan in een visfabriek. We hebben intuïtief het gevoel dat in deze situatie iets niet klopt. We zien ook nog eens de slechte machten die haar in onwetendheid willen laten, en als dat niet zou lukken, haar willen doden voor ze ontdekt wie ze is. En dus is onze hoop als kijker, dat de onrechtvaardigheid dat haar werkelijke identiteit haar is ontstolen, ongedaan zal worden gemaakt. Daaruit bestaat het gelukkige einde, de eucatastrofe.
Ik moest hierbij denken aan het bekende citaat van G.K. Chesterton: ‘We ondervinden allemaal dezelfde mentale rampspoed. We zijn allemaal vergeten wie we werkelijk zijn’ (Orthodoxie). De tragiek van ons verhaal is niet zozeer dat we ophielden geliefde kinderen van God te zijn, of dat we niet langer beelddrager van God waren. De tragiek is dat we zelf niet langer wisten of geloofden wie we werkelijk zijn. We raakten onze werkelijke identiteit kwijt, de identiteit van het schepsel van God, dat hij had gemaakt om in eeuwige gemeenschap met hem te leven, aan hem gelijk in onze mogelijkheid God, elkaar en de schepping lief te hebben. Onze identiteit van zijn geliefden, die hij hun zonden niet aanrekent, maar kwijtscheld, en die altijd toegang hebben tot de troon van zijn genade. Onze identiteit van scheppers (met kleine s) onder de Schepper, die zijn schepping tot bloei zouden brengen. En omdat we ons niet meer van die identiteit bewust waren, leefden we een minder leven: het leven van opstandige, alleen bezig met ons eigen gewin, zelfs al is het ten koste van de ander of de schepping; het leven van tijdelijke creaturen bezig met tijdelijke beslommeringen: geld, seks en macht. En luide stemmen in onze omgeving houden ons voor dat dit onze identiteit is. Stemmen als die van de vrouw van het weeshuis, die Anya voorhoudt dat ze nooit iets anders kan zijn dan een fabrieksarbeidster. Stemmen als die van het bureaucratische systeem van Sovjet Rusland, die haar zonder visum niet laten gaan: je bent deel van het systeem, niet meer. En stemmen als die van de demonische Raspoetin, die uit boosheid om zijn eigen lot, haar wil zien lijden. Dat is wat de demonische machten immers doen: ons voorliegen dat we minder zijn dan we zijn, dat we geen hoop mogen hebben ooit geliefd te zijn, dat we op onszelf zijn aangewezen, zonder gemeenschap te kunnen ervaren. Dit is onze mentale rampspoed.
Maar er is een andere macht in onze wereld, die ons niet in onze verloren toestand laat. De stem die op meerdere manieren tot ons spreekt: in schoonheid, in de stem van ons geweten, in het bestaan van liefde. In ons verlangen, onze ‘sehnsucht’, ‘Joy’, in de benaming van Lewis. Dit wordt gesymboliseerd in de hanger van Anya, met de woorden ‘Together in Paris’. Lewis wijst erop dat het aanwezig zijn van een sleutel aangeeft dat er een slot moet bestaan. Dat als we in ons een verlangen opmerken dat niet op Aarde vervuld kan worden, dit wijst op het bestaan van een hemelse vervulling. Door deze sleutel weet Anya dat het leven meer moet zijn dan ploeteren in fabrieken voor de staat. Dat het leven betekenis moet hebben. En daardoor gaat ze daarnaar op zoek. En in die zoektocht wordt ze geleid door een bovennatuurlijke macht. Anders dan die van Raspoetin, die via demonen rechtstreeks ingrijpt om haar tegen te houden. Als Anya roept om een teken, lijkt het alsof ze geen antwoord krijgt. Een zwerfhondje, Pooka, duikt op en probeert met haar te spelen. Ze wil hem eerst bij zich wegjagen, omdat ze ingespannen op een teken aan het wachten is. Maar dan dringt het tot haar door: het hondje is zelf het teken! Onbeduidend, onopvallend. Zo is ook de aanwezigheid van God in de wereld. ‘Left handed power’, noemt Robert Farrar Capon dat: geen rechtstreeks ingrijpen, maar vrij laten. De enige zekerheid die deze macht heeft, is dat de wil van de geliefde niet wordt beschadigd. Anya is steeds vrij om niet naar God te luisteren, om te luisteren naar haar dromen die haar afsnijdroutes beloven (die dodelijk zouden aflopen). Maar hoe vaak het ook slecht dreigt af te lopen, Pooka geeft niet op. Het hondje is werkelijk de held van de film, zie je als je oplet. Het hondje is het teken dat haar naar St. Petersburg leidt, het waarschuwt meerdere malen voor gevaar, het maakt Dimitri wakker, zodat die haar kan redden, en leidt haar in een doolhof tot de eindconfrontatie. Een hondje dat zo’n grote rol speelt? Dat in feite verantwoordelijk is voor de goede afloop? Ik zie dat als de onopvallende hand van God in onze geschiedenis. God die tot ons fluistert, die ons kansen geeft om te ontdekken wie we van eeuwigheid af zijn.
En uiteindelijk gaat Anya zich herinneren wie ze is. Hoe gebeurt dat? Door te gaan handelen als prinses, door de jurken te dragen, te leren dansen, te leren spreken als prinses. Dan komen de herinneringen boven. En zo kan ze uiteindelijk haar identiteit claimen, in contact met haar grootmoeder. Zodat het met ons volgens mij ook: zelfs al geloven we het zelf nog maar nauwelijks, denken we dat we geen liefde waard zijn, dat we zondig zijn, dat we maar ‘vleesmachines’ zijn - als we gaan leven alsof we Gods kinderen zijn, die hij onvoorwaardelijk liefheeft en hij in hun unieke identiteit en waardigheid wil brengen, zullen we het uiteindelijk ook gaan geloven. Als we de andere mensen om ons heen, en de schepping, gaan behandelen op een manier die past bij beelddragers van God, zullen ze ook werkelijk beelddragers van God voor ons gaan worden. Leven uit je nieuwe identiteit, noemen predikers dit. Maar dan moet je niet zien als bijbelteksten uit je hoofd leren en saai naar kerkdiensten gaan, maar juist liefhebben: God, je naaste en jezelf, genieten van de overvloed van goedheid en die beschermen, koesteren en tot groei brengen. Leven als geliefde, zelfs als je het nog niet helemaal gelooft. En hoe meer je dat doet, leeft in het koninkrijk van God, hoe werkelijker het voor je wordt. Dit is leven in geloof. En uiteindelijk zullen we, net al Anya, thuiskomen en onze verloren familie, onze vader, in de ogen kijken en eindelijk weten wie we zijn. We zullen allemaal onze nieuwe naam horen, een naam die niemand kent dan God en degene die de naam ontvangt, dat belooft Openbaringen. Het is een ‘happy end’ en deze film herinnerde me daar krachtig aan.

vrijdag 23 mei 2014

Filmbespreking: The Wind Rises

Mijn favoriete regisseur is Hayao Miyazaki. Met Steven Spielberg op een goede tweede plaats. Maar niet in de buurt van de top, wat mij betreft. Spielberg heeft namelijk wel eens films gemaakt die mij persoonlijk niet veel zeggen, maar Miyazaki is elke keer raak. Elke film van hem overweldigt mij met prachtige beelden van wolken, vliegreizen, mythologische figuren en dromen, met idealistische karakters en sterke heldinnen, met verhalen met symbolische diepgang en bewogenheid om de wereld en om onze medemensen. Er zit geen misser tussen. In zijn thuisland Japan wordt hij ook terecht geroemd. Bij ons is het helaas nog geen evenement als er een nieuwe film van hem uitkomt. Vooral omdat hij animatiefilms maakt, en in het westen heerst nog steeds het vooroordeel dat animatiefilms voor kinderen zijn. Ja, Pixar maakt films die ook voor volwassenen leuk en interessant zijn, maar een volwassen film gemaakt met behulp van tekeningen? Die maken we niet op grote schaal. Onze vooroordelen houden ons tegen, terwijl animatie niet een genre is (zoals we in het westen denken), maar een medium. Een medium waarmee je verhalen kunt vertellen die in andere media onmogelijk te brengen zijn. In Japan voelen verhalenvertellers zich in dit opzicht gelukkig niet beperkt. En ik hoop dat er bij ons ook artiesten opstaan die zich het medium toe-eigenen.
Miyazaki zal helaas niet meer een doorbraak krijgen in Nederland, aangezien The Wind Rises naar zijn eigen zeggen zijn laatste film was. Hij gaat met pensioen. Nu heeft hij het al eerder aangekondigd (al rond de briljante film Princess Mononoke) en deden er geruchten de ronde over een vervolg op Porco Rosso (een film waaraan in deze film trouwens mooi gerefereerd wordt), dus ik weet niet hoe serieus zijn aankondiging is. Hij is een kunstenaar, en is zelfs al weer bezig een stripverhaal te tekenen, dus het is niet uitgesloten dat de inspiratie nog eens toeslaat. Aan de andere kant wordt hij inderdaad al ouder. En is deze film een passende afsluiting van zijn carrière. Het is een voor zijn doen erg originele film. Zijn eerste biografie en dus zijn eerste historische film. Realistisch, op een paar dromen na, en geen fantasywezens in zicht. Volwassen hoofdpersonen met volwassen dilemma’s. Het werk van een creatieveling die zich voortdurend blijft vernieuwen. Aan de andere kant is het duidelijk een terugblik van een kunstenaar op zijn carrière, door de ogen van een andere schepper, en de offers die hij daarvoor heeft moeten brengen. Was het allemaal de moeite waard? Heeft hij er het beste van gemaakt? En een recapitulatie van zijn belangrijke thema’s: wolkenluchten, vliegtuigen, het menselijke barbarisme, onze onmacht tegenover de natuur. Dit was waar het hem al die tijd om te doen was.

Hij heeft er ook nog eens een controversieel thema voor gekozen, want deze biografische film vertelt het verhaal van Jiroh Horikoshi, de ontwerper van de Zero. Het gevechtsvliegtuig dat in de tweede wereldoorlog dood en verderf zaaide en dat lang niet door de Amerikaanse luchtmacht geëvenaard kon worden. Jiroh was het echter niet te doen om een oorlogswapen te maken. Hij verlangde er als jongetje al naar te vliegen. Hij las ten tijde van de eerste wereldoorlog tijdschriften over de luchtvaart, en ontmoette in zijn dromen de Italiaanse vliegtuigbouwer Caproni. Maar hij was bijziend, en met een bril op kon hij nooit piloot worden. Zijn alternatief was vliegtuigontwerper te worden. Zoals veel industrieën werd ook de vliegtuigindustrie in Japan door het leger gefinancierd en aangestuurd. Japan maakte nog vliegtuigen van hout en niet van metaal en liep daardoor decennia achter op de concurrentie. Jiroh wordt met collega’s naar Duitsland gestuurd om bij Junkers te kijken, en krijgt dan de opdracht een jager te maken. Een paar van zijn ontwerpen falen, en langzaam begint hij het geloof in zijn eigen kunnen te verliezen. Dan ontmoet hij in een hotel het meisje Nahoko. Jaren eerder had hij haar al eens gezien, toen hij na de aardbeving van Tokyo hielp bij reddingswerkzaamheden. Nu bloeit er een romance op. Nahoko heeft echter een ziekte opgelopen, die in de tijd voor antibiotica werden uitgevonden, maar moeilijk te behandelen was. En de geheime politie begint ondertussen ook interesse te krijgen in Jiroh, omdat hij niet gelooft in Japans suprematie. Als Japan de oorlog aangaat, zal het land branden, net als het deed na de aardbeving ... Die visie weerhoudt hem er echter niet van het idee te gaan uitwerken dat hem nu in de greep begint te krijgen.

Dit is een prachtige film! Miyazaki is alleen maar beter geworden in het tekenen van wolkenluchten en zonsondergangen, maar ook in het waarnemen van druppels die op bladeren van weegbree vallen, of hoe bladzijdes worden omgeslagen in een boek. Zijn tekeningen dwingen je om zelf ook op deze details te letten en er de schoonheid van in te zien. De schoonheid van een visgraat, die Jiroh brengt tot zijn grootste idee. Maar de film is niet alleen visueel mooi. In Jiroh heeft Miyazaki een sympathieke hoofdpersoon geschapen, gedreven, vriendelijk, menselijk. Het was een plezier hem te volgen, en ik was geraakt door zijn relatie met Nahoko. Heel ontroerend. En mooie muziek. Ik heb de neiging om complimenten aaneen te gaan rijgen. Als je de film nog kunt gaan kijken in de bioscoop, doe het dan! Je zult er geen spijt van krijgen.

Het is ook een film die me aan het denken zette (anders had ik er ook geen filmbespreking over gemaakt), en wel omdat dit het verhaal is van de ontwerper van de Zero. Ik heb zelfs recensies gelezen waarin Miyazaki daarom als een Japans nationalist wordt afgeschilderd, of als iemand die voor de Japanse oorlogsvoering was. Die recensies moeten komen van mensen die geen van zijn eerdere films hebben gezien, want als er iemand pacifist is, is Miyazaki het wel. Waarom dan een film over de ontwerper van een oorlogswapen? Omdat er voor een creatief persoon niet iets dubbelers bestaat. Dit is namelijk wat Miyazaki bij zichzelf ziet. Hij geeft om de natuur, ziet wat wij mensen elkaar aandoen in de naam van geld als iets abominabels, en pleit voor een terugkeer naar waarden als opoffering en liefde. Maar hij werkt in een op geld en prestatie gerichte cultuur, waarin zijn films commerciële producten zijn, die miljoenen kosten en die worden beoordeeld naar de winst die ze maken. Hij moet mensen betalen in zijn bedrijf, en ze ontslaan als ze niet produceren. En blijkens interviews vraagt hij zich af of zijn films wel goed zijn voor kinderen. Hij raadt ouders aan hun kinderen niet meer dan 1 keer per jaar naar elke film te laten kijken, zodat de beelden uit de films niet hun verbeelding te veel vastleggen en ze vrij blijven hun eigen idealen te volgen. Maar welke gevolgen het kijken van animatiefilms ook hebben voor kinderen, hij kan niet stoppen te creëren en de beelden die hij voor ogen ziet in concrete vormen te vertalen. Hij zou zichzelf verliezen en depressief worden. Dus is hij bereid offers te brengen voor zijn creatieve idealen. Hij werkt van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat, en zijn vrouw en zijn gezin lijden daar onder. En daar is hij zich van bewust. Het is dus niet voor niets dat hij ambivalente gevoelens heeft over zijn eigen creativiteit. En niet voor niets dat hij een hoofdpersoon schept die deze ambivalente gevoelens deelt. Al in de eerste scene van de film droomt de hoofdpersoon over de vrijheid en schoonheid van het vliegen. Maar de droom wordt onderbroken door een zeppelin, die bommen werpt, die Jiro’s vliegtuig vernietigen. Al vanaf het begin is de film zich ervan bewust dat wat wij mensen ook dromen, er altijd een duister randje aan zit.
Ikzelf denk hier de laatste weken ook over na. Ik ervaar mijn eigen creativiteit en scheppingsdrang soms ook als iets ambivalents. Ten eerste omdat ik deels mijn eigenwaarde ontleen aan het produceren. Ik denk dat ik pas waardevol ben als ik mijn fantasie omzet in concrete producten, in boeken, in blogberichten. Daarom zet ik mezelf vaak onder druk om een bepaalde productie te halen. Een x aantal boeken per jaar, een blogbericht per week. Maar zodra ik dat doe, en mezelf zulke eisen opleg, is het creëren geen vreugde meer voor me, maar wordt het een plicht, iets dat me stress oplevert. Ten tweede vind ik dat wat ik verzin of schrijf aan bepaalde eisen moet voldoen, en dan niet wat productiviteit betreft, maar moreel. Het moet christelijk zijn. Het moet een boodschap overbrengen. Het mag niet mensen aan het twijfelen brengen. Het moet rein en zuiver zijn. Maar als ik mezelf censureer, en mezelf ga afvragen of wat ik maak niet door mensen verkeerd geïnterpreteerd kan worden, of of het niet op de een of andere manier zondig is, damt dat mijn creativiteit ook in, verdwijnt de vreugde, en lopen mijn dromen weg als water. Maar het gevolg is dat ik depressief ben, en lusteloos, want mijn verbeelding en fantasie, de dromen die ik voor me zie, zijn wat mij in leven houdt. Ik kan er niet mee leven, maar ook niet zonder. Daarom sprak deze film me ook zo aan.
Alles wat een mens maakt, hoe mooi ook, kan namelijk voor kwade doeleinden worden ingezet. Er is in moreel opzicht niets mis met een vliegtuig. Ook niet met een vliegtuig dat een topsnelheid kan halen. Maar zoals alle werken van de mens kan het en zal het worden geperverteerd. Moet een creatieveling dan afzien van de vervulling van zijn dromen? Of mag je er op vertrouwen dat er uit wat je maakt ook schoonheid voorkomt, en dat wat je schept uiteindelijk ook voor anderen iets moois betekent? Of is dat iets wat je mag loslaten, en overgeven, omdat je er geen controle over hebt? Ik las van Stephen King dat hij een van zijn boeken heeft ingetrokken, omdat die ging over een schietpartij over een middelbare school, en een daadwerkelijke schutter aangaf dat boek gelezen te hebben. Maar was dat de fout van Stephen King? Er zijn ook mensen die de bijbel hebben misbruikt om bevolkingsgroepen te onderdrukken, slavernij te rechtvaardigen en kruistochten te houden. Is dat de schuld van de bijbelschrijvers? Is dat de schuld van God?

Volgens diezelfde bijbel laat God de zon schijnen over alle mensen, en doet hij het regenen over goeden en slechten. Hij geeft met gulle hand wat mooi is, wat waar is en wat liefdevol is. En de hoop van de bijbel is dat uiteindelijk deze dingen waardevoller en blijvender blijken te zijn dan de werken van het vlees, dan lelijkheid, leugen en haat. En als dat nu nog niet zo is, als wij zijn geschenken perverteren, blijft hij ons genade op genade schenken. Net zo is het met het werk van Jiro. Hij deed uitvindingen die gewoon goed en waar waren: verzonken klinknagels, een vorm van de vleugels, scharnieren en nieuwe ophangingsmechanismen. Die innovaties hebben de bouw van vliegtuigen vernieuwd. Ook na de oorlog. Ja, de Zero werd gebruikt om Amerikaanse en andere doelwitten aan te vallen. Als deze film het verhaal was van de Zero, zou hij ook volgens de hoofdpersoon, een tragedie zijn: geen van zijn vliegtuigen kwam terug uit de oorlog. Maar dit is het verhaal van het idee, en dat leidde later weer tot snellere, betere vliegtuigen. En al had Japan geen oorlog gevoerd, dan zouden de ideeen van Jiro toch een keer door een ander in jagers zijn toegepast, die net zo dodelijk en schadelijk zouden zijn geweest. Oorlogvoeren zit ons namelijk in het bloed. Als we er alleen knuppels voor kunnen gebruiken, gebruiken we knuppels. Als we jachtvliegtuigen tot onze beschikking hebben, gebruiken we jachtvliegtuigen. Dus zou Jiro dan nog steeds verantwoordelijk zijn geweest? Had hij, uit de angst dat iets van wat hij maakte ooit door iemand slecht kon worden gebruikt, zichzelf maar moeten begraven en zijn passie moeten binnenhouden?.
Ik geloof van niet. Net zoals ik niet geloof dat hij Nahoko links had moeten laten liggen, omdat ze ziek was, omdat ze zou wegkwijnen, omdat ze nog maar kort te leven had. Nahoko zelf lijkt te geloven dat Jiro haar alleen maar tot vrouw wil zolang ze mooi is, maar dat is niet zo. Jiro wist dat ze ziek was. Hij wist dat ze misschien maar heel even samen zouden zijn. Maar hij hield van haar. Dat betekende dat hij voor haar koos, zoals ze was: inclusief haar ziekte en het risico dat ze hem zou ontvallen. Hij genoot van de tijd die hij wel met haar zou hebben. Die was namelijk in zichzelf de moeite waard. Al zou het maar een maand zijn, al zou het maar een week zijn. Dat het tijdig was, en zou eindigen in bloed en ademloosheid, maakte de schoonheid van hun relatie niet minder.
En net zo is het met zijn liefde voor het vliegen en het maken van vliegtuigen. Het is een innerlijke drijfveer, een die hij niet kan ontkennen, en een waarvan hij weet dat ze goed is. Het is een verlangen naar de schoonheid van de schepping, de waarheid van de natuurkunde, en dit samen beleven met anderen. Dit verlangen stuwt hem op. In een van zijn dromen vraagt Caproni Jiro of hij wil leven in een wereld met piramides of zonder piramides. Hijzelf heeft gekozen voor een wereld met piramides. In een erg goede en inzichtsvolle recensie van deze film wordt hieraan deze uitleg gegeven: “The heart of Caproni’s implication is that the horrors required to realize beautiful things- as well as the horrors which result from them- must never be enough for us to do away with beautiful things altogether, as such a concession would mean resigning to the worst of our nature.”
Alles wat we maken is gevaarlijk. Alle keuzes die we maken zijn risicovol. Creativiteit is onvoorspelbaar. Dat geldt ook voor Gods creativiteit: die brengt immers ook aardbevingen, muskieten en supernova’s voort. Wat er gebeurt met onze creativiteit ligt echter buiten onze verantwoordelijkheid, daar gaat God over. Of we veel vrucht dragen of weinig, of er mensen door worden aangesproken of niet. Het is Gods zaak. Het schijnt dat Miyazaki in interviews heeft gezegd dat de moraal van deze film is ingegeven door het bijbelboek Prediker, en dan vooral de tekst: ‘Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat.’ (Prekiker 9:10). Ik snap waarom. Dit citaat past bij het thema van de film: als de wind opsteekt, moet je ervoor kiezen te leven. Je moet durven liefhebben, ook in het aangezicht van de dood. Je moet creatief durven zijn, ook al maak je misschien iets gevaarlijks. Want als je niet leeft, geen keuzes maakt, geen risico’s neemt, weet je een ding zeker: dan gebeurt er helemaal niets. In deze film steekt de wind een paar keer letterlijk op. Dezelfde wind die Jiro en Nahoko elkaar doet waarnemen, laait de brand in Tokyo op. De wind die hen opnieuw bij elkaar brengt, kondigt een regenbui aan. Maar een ding is zeker: als de wind opsteekt, kiest Jiro ervoor te leven, te kiezen, te scheppen. Hij doet wat zijn hand vind om te doen, uit zijn passie en overtuiging van wat goed en menselijk is, en hij draagt bij aan de schoonheid van de wereld, ook als er mensen zijn die zijn schepping misbruiken. Heeft hij de goede keuze gemaakt? Had hij in opstand moeten komen? Moet een ingenieur zich bemoeien met politiek? Misschien. Maar het maakt het niet verkeerd dat hij iets moois maakte.

Ik vond hierin een antwoord voor mijn eigen onrust. Ik hoef niet te produceren om waardevol te zijn, ik hoef niet een bepaald aantal boeken op mijn naam te hebben of elke week een blogbericht te schrijven. Ik ben al waardevol, alleen maar om wie ik ben. En ik hoef ook niet in gewetensnood te verkeren of alles wat ik schrijf en teken en verzin wel ‘door de beugel kan’, of dat het genoeg tot stand brengt. Daar gaat God over. Wat ik mag doen is leven met overgave. Genieten van de schoonheid van de wereld, denken, lezen, praten met mensen. En als de wind opsteekt, en de inspiratie komt, mag ik tekenen, schrijven, praten en leven naar hartelust. Het was een boodschap die ik nodig had.

Nog een erg goede recensie vind je hier!

dinsdag 11 maart 2014

Het heilige evenwicht (4): Kijken met onbewolkte ogen

Een van mijn favoriete animatiefilms is de film Princess Mononoke, van de Japanse tekenaar Hayao Miyazaki. Het is niet een tekenfilm voor kinderen (daar is hij veel te bloederig voor), maar het is wel een film met een diep, indringend verhaal, een film die levensveranderend kan zijn. De hoofdpersoon, Ashitaka, loopt een vervloeking op, een besmetting, die hem als hij boos wordt een ongekende, destructieve kracht geeft. Hij probeert hem in te houden, maar dat lukt niet altijd, en dan gebeuren er nare dingen. Wat mij opviel bij het kijken, is dat de hoofdpersoon niet andere mensen pijn wil doen, maar dat hij tegelijk zichzelf niet veroordeelt voor de vloek die hij met zich meedraagt. En als hij arriveert bij het eiland van de mensen die verantwoordelijk waren voor de vervloeking, veroordeelt hij hen ook niet. Er is een conflict aan de gang tussen Lady Eboshi, die het bos wil omkappen om aan ijzererts te komen, en de goden van het bos, die ten strijde willen trekken tegen de vernietigende mensen. En Ashitaka staat tussen hen in. Lady Eboshi vraagt hem waarom hij is gekomen. Zijn antwoord? “To see with eyes unclouded.” Hij wil kijken met onbewolkte ogen. Hij wil zijn blik niet laten kleuren door haat. Hij weet dat hijzelf ook een vloek met zich meedraagt, die hij niet altijd onder controle kan houden. Daardoor is hij in staat te zien dat anderen ook niet volledig slecht zijn. Hij ziet hoeveel goeds Lady Eboshi doet voor de mensen onder haar, onder andere voor prostituees en melaatsen, en kan dat op zijn waarde schatten. Aan de andere kant ziet hij dat de bosgoden ook worden gedreven door wraaklust en woede, en hun motieven dus ook niet altijd zuiver zijn. Omdat hij naar allebei de zijden kijkt met compassie, zoals hij ook naar zichzelf kijkt met compassie, kan hij zoeken naar een weg die aan alle partijen recht doet. Dat is echter een weg die van hem grote opoffering zal vragen. Meer ga ik niet van de film zeggen. Kijk hem zelf! Het is een geweldige ervaring en zal je er meteen van overtuigen dat animatiefilms een volwassen medium zijn.

To see with eyes unclouded’ - dat spreekt me aan. Vooral omdat ik in de tijd dat ik de film voor het laatst zag, net een gesprek had gehad met een goede vriend. We hadden het ervoer hoe we ons vaak lieten leiden door angst, door wat we in de kerk hadden meegekregen over onszelf. We waren bang tekort te schieten, te weinig te doen, straf te verdienen. We waren (in mijn geval) bang dat God of belangrijke mensen in ons leven niet met ons geassocieerd wilden worden. En we waren bang geweest dat andere mensen naar de hel zouden gaan als we hen niet zouden vertellen over de God waar we bang voor waren. Onze angst maakte echter ook dat we de mensen om ons heen niet met respect behandelden. Ik vertelde al dat ik mensen aanviel omdat ze naar bepaalde muziek luisterden die in mijn ogen van de duivel was (of dat ik vond dat ze als man geen oorbel mochten dragen). Tegelijk dacht ik dat ik beter was dan zij (omdat ik die muziek niet luisterde, en geen oorbel droeg, en veel bijbelstudie deed) en behandelde hen soms neerbuigend. Tegelijk kon ik niet verdragen als anderen mij zeiden wat ik moest doen. Want ook dan nam de angst het over. Als iemand me zei dat ik meer moest bijbellezen, kwam dat hard binnen, want ik was toch al bang dat ik niet genoeg in de bijbel las om voor God acceptabel te zijn.
Angst is een negatieve motivatie en bewerkt alleen negatieve dingen. Wat volgens mijn vriend en ik een betere motivatie is, is compassie. Je kunt namelijk geen compassie hebben voor een ander, en niet tegelijk voor jezelf. Dit is de liefde die de vrees uitdrijft. Anderen liefhebben, werkelijk, zoals ze zijn, houdt in dat je ook jezelf in je onvolmaaktheid onder ogen moet zien, en ervoor moet kiezen jezelf lief te hebben. Dit leidt ertoe dat je jezelf niet met een zweep als slavenmeester achterna kunt zitten, en tegelijk echt anderen zichzelf kunt laten zijn. Als je anderen in hun waarde wilt laten, zul je je eigen grenzen ook moeten respecteren. Ik heb wel eens gelezen (bij John Eldredge volgens mij) dat hoe je je eigen hart behandelt, ook is hoe je anderen behandelt. Daarom vond ik het mooi wat oscarwinnares Lupita Nyong’o zei in een video die ik online tegenkwam: ‘Beauty is compassion. For yourself and for others.’
Ik gebruik het woord compassie ook omdat zelfacceptatie niet betekent dat ik mijn eigen zwakheden ontken, of denk dat ik geen fouten maak, of dat ik op de een of andere manier beter ben dan anderen. Juist niet! Ik wil immers ook naar mezelf kijken met ‘onbewolkte ogen’, namelijk realistisch zien wat er goed aan mij is en wat er slecht aan mij is, maar zonder mezelf erom af te wijzen - wat ook is hoe ik anderen wil zien. Als Jezus een melaatse omarmde, zei hij niet dat de persoon niet melaats was. Toen hij zichzelf uitnodigde bij een tollenaar, zei hij niet dat het prima was om anderen uit te buiten. Maar hij zag de mens en had hem lief. Ook als hij melaats was. Ook als hij tollenaar was.

Een mooi voorbeeld van deze houding kwam ik tegen bij een artikel over schrijver W.H. Auden. Hij was zich er volgens dit essay scherp van bewust dat zijn motieven niet zo zuiver waren als hij van zichzelf hoopte. “He was disgusted by his early fame because he saw the mixed motives behind his image of public virtue, the gratification he felt in being idolized and admired. He felt degraded when asked to pronounce on political and moral issues about which, he reminded himself, artists had no special insight. Far from imagining that artists were superior to anyone else, he had seen in himself that artists have their own special temptations toward power and cruelty and their own special skills at masking their impulses from themselves. He dismissed the fantasy that anyone’s private life could be innocent of the evils that so obviously drove public life. Individual persons know subjectively—as if looking in a mirror—that they treat others as objects to be used, just as nations do.” Als hij het met iemand oneens was, ook wat betreft ideologie of overtuiging, keek hij altijd bij zichzelf naar binnen, en ontdekte hij in zichzelf iets van datgene wat hij bij de ander afwees. “He described the unending war for the human heart between the playful children of Hermes the trickster and the authoritarian children of law-giving Apollo, and he urged his fellow irresponsibles to resist Apollo’s battalions. But he told a friend afterward, “I have a bit of Apollo in me too.” He later told another friend that he had authoritarian impulses in himself that he despised but could never entirely abolish.” Kortom, hij zag de persoon tegenover hem, met wie hij het oneens was, wiens denkbeelden hij veroordeelde, die hij zag als vijand, niet als fundamenteel anders dan zichzelf. Hij zag hem of haar als mens, net als hij. En hij wist dat hijzelf net zo zeer tendensen bevatte tot zelfzucht als ieder ander. Als hij met zijn wijsvinger beschuldigend naar een tegenstander wees, wezen er drie vingers terug naar hemzelf. Dit had gevolgen voor hoe hij met anderen omging. “When he felt obliged to stand on principle on some literary or moral issue, he did so without calling attention to himself. He was always professional in his dealings with editors and publishers, uncomplainingly rewriting whole essays when asked—except on at least two occasions when he quietly sacrificed money and fame rather than falsify his beliefs...” Hij zag de ander die het met hem oneens was, en die bijvoorbeeld zijn essays niet wilde plaatsen, niet als slechter dan zichzelf. En zichzelf niet als beter. Dus kon hij het conflict voor zichzelf loslaten. Zelfs toen het er een keer toe leidde dat de nobelprijs voor de literatuur aan zijn neus voorbijging. Het bracht hem niet in de put, want hij wist dat hij zelf net zo goed de neiging had rigide en hard te zijn als de mensen die hem de prijs ontzegden.
Maar hij zag niet alleen zichzelf als net zo slecht als andere mensen, hij zag ook andere mensen als net zo goed en waardevol als hijzelf - ongeacht hun positie of prestaties. Dus behandelde hij hen met respect. Hij realiseerde zich dat elk persoon net zo veel betekenis had als hijzelf. “At literary gatherings he made a practice of slipping away from “the gaunt and great, the famed for conversation” (as he called them in a poem) to find the least important person in the room. A letter-writer in the Times of London last year recalled one such incident: Sixty years ago my English teacher brought me to London from my provincial grammar school for a literary conference. Understandably, she abandoned me for her friends when we arrived, and I was left to flounder. I was gauche and inept and had no idea what to do with myself. Auden must have sensed this because he approached me and said, “Everyone here is just as nervous as you are, but they are bluffing, and you must learn to bluff too”.” Hij deed goede dingen voor buren, voor studenten, zelfs voor gevangenen, zonder daar aandacht voor te trekken, zonder er een punt van te maken. Hij was immers niet bijzonder, en de anderen waren gewoon mensen. Hij deed zelfs expres zijn best om niet te worden gezien als een ‘liefdadige schrijver’, omdat mensen anders zijn goedheid zouden verwarren met zijn beroemdheid! “At times, he went out of his way to seem selfish while doing something selfless. When NBC Television was producing a broadcast of The Magic Flute for which Auden, together with Chester Kallman, had translated the libretto, he stormed into the producer’s office demanding to be paid immediately, instead of on the date specified in his contract. He waited there, making himself unpleasant, until a check finally arrived. A few weeks later, when the canceled check came back to NBC, someone noticed that he had endorsed it, “Pay to the order of Dorothy Day.” Mensen hoefden helemaal niet te weten dat hij goede dingen deed, anders zouden ze het alleen gebruiken om hem op een podium te zetten, en dat was niet waarom hij het deed.
Auden zelf zei dat hij niet werkelijk in God geloofde, maar hij werd uiteindelijk wel anglicaan en bezocht trouw de diensten om aan het avondmaal deel te nemen. Ik denk dat ik hem in dat opzicht begrijp. Of je het gelooft of niet, is immers niet belangrijk als je een sacramentele visie aanhangt. In het avondmaal ontmoet je de liefde van God, die volledig onafhankelijk is van ons of van onze morele situatie. Of je nu zondaar bent, of heilige, of je gelooft of niet gelooft, of je moreel bent of immoreel, voor jou is het brood het lichaam van Christus en de wijn het bloed van Christus. God wil zich met je associeren. En dat is voldoende.

Ik merk dat ik zelf ook steeds meer van dit evenwicht begin te ervaren, allebei de kanten op. Ten eerste merk ik dat ik mijn ergernis kan loslaten over boodschappen die me bereiken via allerlei kanalen. Ik neem bij anderen boodschappen waar die gekleurd worden door ‘confirmation bias’, of andere vooroordelen en drogredenen waarmee we onszelf voor de gek houden. Maar ik wind me er niet meer over op, word er niet meer boos over, want ik ben me bewust dat ook mijn denken wordt gekleurd door ‘confirmation biases’. Misschien andere dan die van de mensen tegenover me, maar ik ben ook mens. Dit is misschien wat Jezus bedoelde met zijn gelijkenis van de splinter en de boomstam. Maar dat terzijde.
Een klein voorbeeld: ik merkte bij mezelf soms de neiging boos te worden op of me te ergeren aan mensen die op Twitter berichten plaatsen over hoe vaak je eigenlijk moet twitteren en op welke momenten om het meest gelezen te worden, hoe lang je blogberichten zouden moeten zijn, en hoe vaak je zou moeten retweeten (of juist niet). Ik voel me ergens schuldig dat ik niet aan deze idealen voldoe (zo zijn mijn blogs erg lang, en ik wil ook niet op de klok kijken voor ik Twitter), ik voel me tekortschieten, en voel me beoordeeld. Ik wil helemaal niet worden gedwongen om ‘effectief te twitteren’, en als ik dat zou doen, voelt het manipulatief. Ik wil daar helemaal niet mee bezig hoeven zijn. Maar tegelijk realiseer ik me dat ik steeds opnieuw controleer hoe vaak blogberichten van me zijn gelezen, en hoe vaak ik via verschillende media reacties op mijn stukken heb gehad. Ik wil mijn ego niet van mijn social media gebruik laten afhangen, maar ik kan er ook niet aan ontkomen. Als ik me erger aan mensen die tips plaatsen om effectief te twitteren, erger ik me eigenlijk aan mezelf: aan die kant van mezelf die om zich goed te kunnen voelen waardering van anderen nodig heeft. En als ik dat weet, kan ik genadig zijn voor de ander, en snap ik waarom hij zo effectief wil twitteren, en hoef ik zijn boodschap niet persoonlijk aan te trekken.
Hetzelfde geldt voor schrijvers die vertellen hoe ze hun eigen boeken op de markt zetten en een lezerspubliek trekken. Ik ben niet zo’n marketeer en voel me dan ook tekortschieten, alsof ik dit allemaal zou moeten doen om mee te tellen. Maar aan de andere kant wil ik ook graag gelezen worden. Ik ben dus niet anders dan zij. Als ik ervoor kies mezelf niet te marketen, hoef ik hen niet te veroordelen omdat ze het wel doen. Net zo met christenen die oproepen tot actie, bijvoorbeeld omdat ze enthousiast zijn voor missionaire vormen van kerk zijn. Ze hebben namelijk vaak gelijk. En als ik niet dezelfde passie heb als zij, ik ben toch niet anders, want ik probeer ook mensen op te roepen mijn gezichtspunt over te nemen. Ik probeer ook mensen enthousiast te maken voor wat ik zelf geloof of ideaal vind. Ik mag dus met ze in discussie gaan als ik wil, ik hoef ze als persoon niet af te wijzen.

Net als bij Auden gaat het gelukkig ook de andere kant op. Ik ben niet alleen vrij van het oordeel van anderen, ik ben ook vrij om anderen lief te hebben en creatief te zijn. Daarover meer in het volgende bericht.

zaterdag 28 december 2013

Filmbespreking: Frozen

De Disney-film Frozen is een van de grote kaskrakers in de bioscoop van dit najaar. Het feit dat een film met twee vrouwelijke hoofdpersonen zoveel geld oplevert, helpt filmcritici in hun betoog dat films met vrouwen als karakters net zo succesvol kunnen zijn als films met mannen in de hoofdrol (de meeste Hollywoodfilms kiezen een mannelijk perspectief). Naast deze film is het The Hunger Games - Catching Fire die laat zien dat het publiek ook wil gaan voor verhalen over vrouwen, mits ze sterk verteld worden. Een hoopgevend perspectief, omdat het heersende idee tot nu toe was dat vrouwen wel bereid zijn om zich te identificeren met mannen in films, maar dat mannen (en vooral jongens) niet bereid zijn zich te identificeren met vrouwen en meisjes. Die zouden kennelijk voor veel mannen ‘icky’ zijn. Dit ontmaskert mijns inziens een tragisch vooroordeel, namelijk dat vrouwen kennelijk niet net zo zeer ‘persoon’ zouden zijn als mannen. Dat vrouwen meer belangrijk zijn om hun rol in het verhaal van een man, dan dat hun verhaal op zichzelf belangrijk zou zijn. Dat het in het leven van een vrouw draait om romantiek -alsof een vrouw niet zichzelf zou kunnen zijn zonder een partner- en niet om creativiteit en avontuur.
Dit getuigt mijns inziens van respectloosheid: een seculiere variant van het disrespect voor vrouwen in conservatieve religieuze omgevingen, en net zo schadelijk. Het komt volgens mij in beide gevallen voor uit een verwrongen beeld over de relatie tussen het ‘geestelijke’ of het ontastbare en het ‘lichamelijke’, waarbij in het ene geval het lichaam wordt ondergewaardeerd, en in het andere geval het geestelijke/ontastbare. Dit heeft volgens mij in beide gevallen een relatie met een transactioneel wereldbeeld. In plaats van te geloven dat de liefde (iets ontastbaars) zichtbaar wordt in onze levens in deze wereld (tastbaar, materieel), wordt in het ene geval het lichaam, de materie gezien als iets oncontroleerbaars, dat de beloning van Gods acceptatie bedreigt, of het lichaam en zijn voortbestaan wordt gezien als het doel op zich boven liefde voor anderen (hoe kan opofferende liefde ooit jou zelf ten goede komen?).
Gelukkig is in deze film het romantische plot niet het centrale verhaal voor de twee vrouwelijke hoofdpersonen. Een van de vrouwelijke karakters heeft helemaal geen potentiële partner in het leven. De ander heeft er twee, maar het gaat in het verhaal niet om de vraag voor wie ze kiest, maar om wat ze voor heel iemand anders over heeft. Vrouwen kunnen namelijk ook een verhaal dragen zonder dat daarin de romance centraal staat! Ik denk trouwens dat dit is waarom jongens zich vaak niet zouden identifieren met vrouwen in films en verhalen, omdat voor jongens romantiek niet zo centraal staat. Met vrouwen met andere dilemma’s dan ‘met wie wil ik een relatie’, kunnen ze zich heus wel identificeren. Zie ook weer ‘Catching Fire’, waarin ook de liefdesdriehoek een ondergeschikte rol speelt, vergeleken bij de strijd van Catniss Everdeen tegen de onderdrukking van het Capitool.

Deze Disneyfilm is niet alleen financieel een succes, ik heb ook erg lovende recensies gelezen. Meerdere recensenten noemen dit de beste Disneyfilm sinds Beauty and the Beast, de eerste (en tot nu toe enige) animatiefilm die voor ‘beste film’ was genomineerd bij de oscars. De suggestie wordt gewekt dat de animatiedivisie van Disney een nieuwe renaissance doormaakt. Daar ben ik ook heel blij mee, vooral omdat wat deze film over liefde en relaties zegt, wel veel verschilt van de boodschap van de animatiefilms van vroeger. In de meeste Disneyfilms van vroeger stond romantiek namelijk centraal. Maar dan niet de romantiek van twee mensen die diepe gesprekken voeren en ontdekken dat ze interesses en normen en waarden delen, en ervoor kiezen samen op te trekken, maar de romantiek van de liefde op het eerste gezicht, een mysterieuze vonk die overspringt, eigenlijk alleen gebaseerd op seksuele aantrekkingskracht (soms geholpen door tovenarij). En voor deze door feromonen tot stand gebrachte verbinding moet in deze films al het andere wijken. Familierelaties hebben opeens geen waarde meer, gebruiken van de maatschappij tellen niet meer, eigen interesses en overtuigingen moeten wijken. Om de relatie tot stand te brengen houden sommige karakters zelfs op zichzelf te zijn. Daarbij komt nog de suggestie dat romantische liefde andere mensen kan veranderen. Dat een vrouw door zichzelf op te offeren een man van een beest in een beeldschone prins kan veranderen. Het idee dat je als vrouw door je liefde een alcoholist van zijn verslaving kunt afhelpen, of een wildebras tot rust kunt brengen. Het idee dat een agressieve, mishandelende man wel bijtrekt als er maar iemand van hem houdt. Ook een transactioneel idee, trouwens. En een idee (van liefde iets transactioneels maken) dat volgens mij heel schadelijk is.
Deze film steekt gelukkig de draak met beide uitgangspunten. Een van de karakters wordt verliefd op iemand die ze net ontmoet heeft, en kiest er diezelfde dag voor met hem te trouwen. Een ander reageert geschokt: ‘je kunt niet met iemand trouwen die je net een dag kent!’. Het wordt een paar keer herhaald, en deze persoon geeft aan dat hij het ‘beoordelingsvermogen’ van het karakter betwijfelt (Waarin hij gelijk blijkt te krijgen in de volgende scene). Dit wijzere personage heeft zijn kennis over liefde opgedaan van zijn vrienden, de liefdesexperts. Deze ‘liefdesexperts’ zijn een tijd lang heel mysterieus in de film, maar ze komen uiteindelijk nog een keer voor. En ook dan geven ze goed advies, namelijk dat je in een relatie niet moet proberen iemand te veranderen, omdat mensen over het algemeen nu eenmaal niet veranderen. En dat je dus niet het ideaal van de prins op het witte paard met een sixpack op z’n buik, zowel sterk als gevoelig, moet hebben, en vooral niet verwachten dat je een man die zoals hij is tekort schiet, met wat moeite wel aan dat ideaal kunt laten voldoen. Hun advies is dat je kritisch moet zijn op iemands karakter (is iemand goed? Heeft iemand een goed karakter?), en de kleine ergernissen met liefde over het hoofd moet zien. In plaats van potentiële partners te zien als ‘fixer upper’, die je met een beetje werk wel kunt veranderen, moet je zoeken naar iemand die bij je past, ‘flaws and all’.
Ik hoop in elk geval dat de volgende Disneyfilms het voorbeeld van deze volgen en films maken waarin meisjes niet alleen een rol hebben als op liefde beluste prinsesjes, maar waarin ze volledige levens leiden. Misschien als wetenschapper? Er zijn genoeg vrouwelijke wetenschappers die een verhaal verdienen (Marie Curie?). Er mag heus wel romantiek in zo’n film voorkomen, maar het is niet waar het leven om draait. Het is iets dat voortkomt uit een vol hart, niet iets dat de leegte in het hart kan vullen. Liefde is sacramenteel en niet transactioneel. En daar gaat het in deze film heel expliciet over: liefde die zich niet opoffert uit afhankelijkheid of co-dependency, liefde die zich niet opoffert omdat iemand ‘niet zonder de ander zou kunnen’. Maar liefde die zegt dat sommige mensen het waard zijn om voor te smelten. Liefde die voortkomt uit een volheid van binnen, een gevende volheid, die wil uitdelen aan anderen. Die zich wil opofferen, als positieve keuze en niet uit leegte. Maar die ook creativiteit voortbrengt en kunst. Allebei komen uit de volheid van het hart voort, worden vrij gegeven, en veranderen de wereld. En drijven daardoor de angst, die voortkomt uit leegte, voor altijd uit.

De film is (heel losjes) gebaseerd op Andersens’ sprookje van de ‘Sneeuwkoningin’. Maar wel heel losjes. In deze versie van het verhaal leven er in het vaag Noors aandoende landje Arendel, dat zich bevindt in een prachtig fjord, twee zusjes, dochters van de koning en koningin. Door een incident in het verleden zijn ze van elkaar vervreemd geraakt. De uitbundige, enthousiaste Anna probeert steeds contact met haar zus te leggen, maar Elsa sluit zich op haar kamer op, bang om iemand kwaad te doen met haar bijzondere gave. Ze kan namelijk ijs en sneeuw uit haar handen voortbrengen. En niemand mag dat weten. Helaas komen hun ouders om het leven.
Elsa, de oudste van de twee, wordt vervolgens gekroond tot koningin. Er gebeurt echter iets waardoor ze de controle over haar gave verliest en de hele fjord bevriest. Geschrokken door haar daad, en uitgejouwd door haar onderdanen, vlucht ze de bergen in. Daar, ver weg van andere mensen, kan ze eindelijk zichzelf zijn. Ze wordt echter gevonden door Anna, die haar achterna is gereisd. Anna gelooft namelijk dat Elsa de betovering van Arendel wel ongedaan zou kunnen maken. Maar het zal wel wat moeite kosten om haar zus daarvan te overtuigen. Ze brengt namelijk zelfs een groot sneeuwmonster tot leven om opdringerige bezoekers buiten de deur te houden. Ondertussen probeert prins Hans in Arendel de situatie onder controle te houden ...

Ik vond Frozen een prachtige film. Er is natuurlijk veel mogelijk met animatie tegenwoordig, maar de makers hebben zich hier wat mij betreft overtroffen. Ik vond vooral de lichtval mooi en sfeervol, waarbij soms stralen licht door de wolken braken met adembenemend effect. Daarnaast is de muziek, zoals je van Disney mag verwachten, erg mooi. Het begint met een lied dat me een beetje aan het begin van ‘The Prince of Egypt’ deed denken. Een sneeuwpop mijmert later over de zomer, met humoristische consequenties, en een van de karakters zingt het prachtige ‘Let it Go’, dat me in combinatie met de beelden wel de koude rillingen bezorgde. De humor in de film was goed gedoseerd. Natuurlijk waren er de vereiste komische bijfiguren. Maar waar ik bij het zien van de trailers mijn twijfels had bij de geloofwaardigheid van een levende sneeuwpop, smolten die bij het zien van de film weg als sneeuw voor de zon. De sneeuwpop heeft een reden tot bestaan, illustreert een belangrijk punt (namelijk het belang van onvoorwaardelijke liefde. En omdat het van een sneeuwpop komt, geldt het voor zowel mannen als vrouwen, en niet alleen voor vrouwen zoals soms in andere Disneyfilms). Ik had hem uiteindelijk in mijn hart gesloten. Het enige minpuntje is een plottwist aan het eind, waardoor een verhaal dat lang geen werkelijke schurk of tegenstander kende, opeens traditioneler ging verlopen. Het is niet helemaal geloofwaardig, maar maakt wel het mooie einde van de film mogelijk, dat het verschil tussen transactionele en sacramentele relaties illustreert, dus accepteer ik het maar.

Hoewel Anna het grootste deel van de tijd in deze film wordt gevolgd, is Frozen eigenlijk het verhaal van Elsa. En hoewel het hart van iemand anders door tovenarij bevroren raakt, gaat het in deze film om haar hart dat moet ontdooien. Want haar hart is al van jongs af aan bevroren geweest. Niet door een toverspreuk, maar door een nog veel schadelijkere vervloeking. Als jong meisje bracht ze namelijk per ongeluk iemand schade toe met haar gave. Daar was ze zelf nog meer van geschrokken dan haar ouders. De schade kon gelukkig ongedaan worden gemaakt, maar ze kreeg op het hart gedrukt dat het niet meer mocht voorkomen. Maar in plaats van haar te leren met haar gave om te gaan, krijgt ze te horen dat ze deze krachten moet verbergen. Niemand mag weten waartoe ze in staat is. Dus gaat ze handschoenen dragen, sluit ze zich op op haar kamer, en probeert ze opwinding te voorkomen, bang dat haar gave zich opnieuw aan haar controle onttrekt. Maar het probleem wordt alleen maar groter. Elsa wijst zichzelf af, ze heeft een afkeer van wat haar lichaam doet, en ziet zichzelf als een monster. En dit blijkt natuurlijk een ‘self fulfilling prophecy’.
Haar zelf-haat is voor mij pijnlijk invoelbaar. Ook ik heb mijn verlangens lange tijd onderdrukt, omdat ik in de kerk en in het gezin waarin ik opgroeide leerde dat ik ze moest wantrouwen, dat ze me van God afleidden (op hun best) en zonde waren (op hun slechtst). Ik vond zelfs dat ik niet mocht schrijven. Juist omdat ik zo graag verhalen verzon, dacht ik dat het dus niet goed kon zijn. Maar in het afwijzen van die verlangens, begon ik mezelf af te wijzen. Want mijn verlangens, dat ben ik. Er is geen onderscheid. Jezus zegt het zelf: “Maar wat de mond uitgaat, komt uit het hart, en dat maakt de mens onrein. Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen. Dat zijn de dingen die een mens onrein maken” (Matteus 15:18v). Als ik moet haten wat uit mezelf voortkomt, moet ik dus mezelf haten. En zelfhaat leidt tot overspannenheid, depressie, zelfmoordgedachten. Ik dacht immers dat ik een monster was, iemand op wie God boos moest zijn (verhinderd door een juridische trucje door Jezus), iemand van wie ik in elk geval niet mocht houden.

Als Elsa ontdekt dat ze haar gave niet verborgen kan houden, vlucht ze, naar een plek waar ze haar kracht ongelimiteerd kan uiten. Al haar verlangens komen naar buiten. Haar creatieve verlangen, maar ook haar seksuele verlangen (ze schudt haar haren los uit de knot en maakt een glimmende, strakke jurk voor zichzelf). Creativiteit en seks zijn beide aspecten van zelfexpressie. En dat is wat ze doet: ze uit zichzelf. Dat leidt tot mooie dingen, zoals haar paleis, maar ook minder mooie dingen, zoals het sneeuwmonster dat haar zus Anna bedreigt. Haar zelfexpressie komt namelijk voort uit rebellie. Het is een reactie op de afwijzing van de omgeving, waar ze zich met geweld tegen afzet. En als haar zus haar confronteert, geeft ze toe dat ze nog steeds diep van binnen gelooft dat haar gave iets schadelijks is, en dat ze dus alleen en afgezonderd moet blijven. Haar trektocht de bergen in voelt aanvankelijk als bevrijdend, maar is dat uiteindelijk niet. Haar gevangenis is wel mooier, omdat ze die zelf gemaakt heeft, maar het blijft een gevangenis.  Haar fundamentele probleem van zelf-haat is er nog steeds, en dat is wat haar gevangen houdt.

In het slot van de film offert iemand zich uit eigen keuze voor haar op, hoewel ze dat niet verdiend had. Ze vond ook niet dat ze dat verdiende: ze geloofde immers van zichzelf dat ze slecht was. Maar dat hield de ander niet tegen. De ander koos er namelijk zelf voor van Elsa te houden. “Niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven, immers, voor de goede heeft misschien iemand nog wel de moed te sterven. Maar God bevestigt zijn liefde ten aanzien van ons hierin, dat Jezus Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren.” (Romeinen 5:8). Als iemand haar de moeite waard vind om zich voor op te offeren, kan Elsa zichzelf misschien ook de moeite waard vinden. Dan hoeft ze zichzelf, en haar verlangens misschien niet afgewezen. En als vervolg daarop doet ze een belangrijke ontdekking: namelijk dat als ze wordt gemotiveerd door liefde, in plaats van angst, haar gave helemaal niet gevaarlijk is. Het offer heeft liefde in haar opgewekt, en die liefde komt nu via haar lichaam tot uiting in wat ze doet. In haar verlangens, en in haar gave. Ze maakt nog steeds sneeuw en ijs, maar ziet het niet meer als iets slechts, maar iets waarmee ze anderen kan liefhebben. En dat verandert de wereld. Als uit het zondige hart slechte dingen voortkomen, komen uit het genezen hart goede dingen voort. De vrucht van de Geest. De vrucht van de wijnrank.
Het offer van de ander maakt Elsa echter niet minder zichzelf. Ze kruipt niet weer terug in haar gevangenis. Haar verlangens blijven de hare. Haar haar blijft los, ze houdt haar mooie jurk. Sterker nog, voor het eerst durft ze zichzelf te laten zien, zonder bang te zijn voor afwijzing, omdat ze zichzelf niet meer afwijst. Want de ander wees haar niet af, verbond geen voorwaarden aan het offer, geen kleine lettertjes. De ander liet haar vrij om zichzelf te zijn. En dat is ze. Ik zie in deze film een krachtig voorbeeld van een sacramenteel proces: als wij ervaren dat God ons liefheeft, wekt dat bij onszelf liefde op, liefde die van binnenuit zichtbaar wordt in onze zelfexpressie, via ons lichaam. Een andere manier om vrij te worden is er niet.
Ik ben zelf nog aan het leren wat dit voor mij betekent. Wat het betekent dat ik mezelf niet hoef af te wijzen, en hoe de liefde van God me vrij maakt om zelf lief te hebben, en mezelf tot expressie te brengen op alle manieren die het lichaam daarvoor kent. In mijn volgende blogberichten hoop ik daar meer over te schrijven.

zondag 21 juli 2013

Filmbespreking: The Princess and the Frog

Ik heb een haat/liefde-verhouding met Disneyfilms. Maar laat ik eerst over die liefde schrijven. Ik ben een man van 36, bijna 37 (twintig jaar ouder dan dat meisje in The Sound of Music, film fans!) en ik kijk graag naar Disneyfilms. Dat schijnt niet heel mannelijk te zijn, of zelfs niet volwassen, maar in dezen sluit ik me graag aan bij C.S. Lewis, die betoogde dat hij toen hij volwassen werd, aflegde wat kinderlijk was, inclusief de kinderlijke wens om al te snel volwassen te willen zijn. Hij had niet veel goeds te zeggen over volwassenen die neerbuigend praatten over sprookjes of ‘kinderverhalen’. Lees wat hij zegt in zijn essay ‘On Juvenile Tastes’: “The specifically childish taste has generally been held to be that for the adventurous and marvellous. This implies that we are regarding as specifically childish a taste which in many, perhaps in most times and places has been that of the whole human race ... Even if all children and no adults now liked the marvellous - and neither is the case - we ought not to say that the peculiarity of children lies in their liking it. The peculiarity is that they STILL like it, even in the twentieth century ... The peculiarity of child readers is that they are not peculiar. It is we who are peculiar... Juvenile taste is simply human taste, going on from age to age, silly with an universal silliness or wise with a universal wisdom, regardless of modes, movements and literary revolutions.”
Ik denk dat Lewis ook Disneyfilms zou hebben gekeken - hij schreef zelf ook sprookjesachtige verhalen voor kinderen en nam die net zo serieus als zijn boeken voor volwassenen. Ik geniet van het onbeschaamde avontuur in deze films, de mooi weergegeven werelden, de heldendaden, de strijd tussen goed en kwaad, de muziek en ja, de romantiek en het ‘happy end’. Dit type verhalen raakt iets aan dat diep in ons hart schuilt, een verlangen dat we sinds onze kindertijd koesteren. Een verlangen naar een wereld van avontuur, schoonheid en intimiteit (zoals ik betoogde in mijn bespreking van de Disneyfilm Tangled). En de weg om daarnaar te komen gaat vaak via opoffering, via vertrouwen en wonderen, en weerspiegelt daarmee het Grote Verhaal. ‘The tale as old as time, song as old as rhime’ waarover wordt gezongen in Beauty and the Beast (zie mijn bespreking). Deze films hebben de zeggingskracht van mythes. Het zijn geen leugens ‘door goud geblazen’ maar ze koersen, in de woorden van Tolkien ‘zigzaggend naar de ware haven’. Maar wel zigzaggend. Want de sprookjes van Disney zijn niet alleen tijdloze mythe, maar zijn ook tijdgebonden, anders gezegd: ze reflecteren niet alleen de waarheid van het Grote Verhaal, maar ook de kleinere verhalen van de cultuur waarin we leven. Dit is denk ik deels te wijten aan het commerciële karakter van de films. Om te zorgen dat ze veel geld opleveren werd bijvoorbeeld in veel gevallen het einde van het verhaal veranderd. Zoals bij de Kleine Zeemeermin - die anders dan bij Anderson niet in schuim veranderde. Maar daarmee verandert wel de hele boodschap van het verhaal. Een verhaal over een onbereikbaar ideaal en de onverenigbaarheid van zeemeerminnen en mensen, wordt een verhaal dat lijkt te suggereren dat je als vrouw je stem wel kunt verkopen (en dus je recht van spreken) om puur op fysieke aantrekkingskracht door de prins van je dromen te worden uitgekozen. Ik krab me toch wel achter de oren bij deze boodschappen. In de meeste Disneyfilms is sprake van liefde op het eerste gezicht, een mysterieuze vonk die overspringt, eigenlijk alleen gebaseerd op seksuele aantrekkingskracht (soms geholpen door tovenarij) en niet op gedeelde interesses en normen en waarden. En voor deze door feromonen tot stand gebrachte verbinding moet al het andere wijken. Familierelaties hebben opeens geen waarde meer, gebruiken van de maatschappij tellen niet meer, eigen interesses en overtuigingen moeten wijken. Om de relatie tot stand te brengen houden sommige karakters zelfs op zichzelf te zijn (opnieuw Ariel in De Kleine Zeemeermin).
Het is liefde zoals die in Romeo and Juliet - maar in dat toneelstuk liet Shakespeare de overtrokken dramatiek van zo’n verliefdheid ook duidelijk zien. Ik denk zelf dat dit soort relatie op basis van chemie vaker tot problemen leidt dan niet. Het schijnt namelijk dat mensen psychologisch vallen op iemand die aan hun ouder van het andere geslacht doet denken. En dan in hun huwelijk in dezelfde relatiepatronen vallen als thuis met hun vader/moeder. Het kan zo onschuldig zijn als dat ze verwachten dat hun vrouw net zo kookt als hun moeder, of dat hun man net zo vaak weg is als hun vader. Maar als ze uit een ongezonde familie komen kan het ernstiger zijn. Dan komen mensen terecht in situaties van mishandeling en misbruik, omdat ze instinctief ‘vallen’ voor misbruikende mannen. Het kan veel beter zijn een partner te kiezen op basis van gedeelde interesses en overtuigingen, gedeelde dromen over de toekomst, en wat de ‘chemie’ betreft naar elkaar toe te groeien door de tijd. Maar films als deze Disneyfilms zien zo’n lange weg als minderwaardig. Alleen ogenblikkelijke passie is ware liefde, lijken ze te betogen. En die liefde gaat boven je eigen persoonlijkheid (vooral als je vrouw bent). Ik denk dat dit een ongezonde boodschap is. Vandaar dat ik geen onverdeelde passie kan opbrengen voor bijvoorbeeld de Disneyprinsessen en sympathie heb voor ouders die hun kind niet als Assepoester willen uitdossen (want je hoeft niet een mooie jurk te dragen en door een prins gekozen te worden omdat je kunt dansen om waardevol te zijn!) of als een Sneeuwwitje of Doornroosje (allebei passief, zonder relatie niet meer dan levend dood, en pas tot leven komend na een kus van een prins).

Deze thema’s werden door Pixar in Brave al ontleed (zie mijn bespreking). Maar Disney zelf lijkt dit ook door te hebben, want in hun laatste handgetekende animatie The Princess And The Frog vertellen ze een heel ander verhaal, eigenlijk een deconstructie van hun standaardplot. Dat wordt hier eigenlijk belachelijk gemaakt door het overenthousiaste karakter Charlotte, die zich als kind al verkleedt in roze prinsessenjurken en niets liever wil dan een prins trouwen. Ze is echter niet een prinses. Haar vader is carnavalsprins tijdens Mardi Gras in New Orleans, en dat maakt haar een ‘prinses’ - maar de situering van het verhaal tijdens carnaval ontmaskert de prinsessenbeelden - het zijn culturele plaatjes waarmee we ons bekleden om onze werkelijke identiteit te verhullen. Eigenlijk niet meer dan ‘te kleine verhalen’. Ook de prins met wie deze Charlotte gaat trouwen draagt een ander uiterlijk. Het is alsof de film de vrouwelijke kijkers, opgegroeid met de beelden van sneeuwwitje en assepoester, ervoor wil waarschuwen deze vorm, de prinsessenjurken en de kronen en de kroonluchters en de kus, niet te verwarren met de werkelijkheid.
De enige keer waarop hoofdpersoon Tiana in een prinsessenjurk te zien is, is ze verkleed. Ze is geen prinses en wil het ook niet zijn. Haar droom is aardser, lager bij de grond, deel van de realiteit. Ze wil een eigen restaurant. Maar ze komt uit een arm milieu (ze is de eerste Disneyhoofdpersoon van Afrikaans-Amerikaanse komaf) en het bezitten van een eigen restaurant lijkt onhaalbaar. Ze spaart ervoor, heeft twee banen tegelijk, en wijst uitnodigingen van vriendinnen af. Ze gelooft dat als ze maar hard genoeg werkt, haar droom wel vervuld zal worden.
En prins Naveen is dan wel een prins -want het is een Disneyfilm- maar het is een leeg woord. Hij heeft een lakei, maar verder niets. Hij is door zijn ouders onterfd. Zijn leven als prins is dus een toneelspel. Maar hij is hard op zoek naar een manier om dat toneelspel vol te houden. Hij wil met een rijk meisje trouwen (een meisje dat bijvoorbeeld in de mythologie van prinsen en prinsessen gelooft, en dat hij daardoor kan uitbuiten - zo manipulatief kunnen deze te kleine mythologieën zijn). Maar het moet hem niet teveel moeite koste. Hij wil er niet voor werken. Daarom dat hij wel in zee wil gaan met een Voodoo-dokter, een tovenaar, die het voor hem tot stand kan brengen. Deze heet Dr. Facilier - wat doet denken aan ‘facilitate’, iets makkelijker maken, helpen tot stand brengen. Hij gelooft niet in zijn eigen harde werken, maar in magie. Maar als we daar aandachtiger naar kijken zijn de verschillen tussen die twee niet zo groot. Magie speelt in verhalen eigenlijk vaak een vergelijkbare rol met technologie, namelijk als middel voor de mens om de eigen wil op te leggen aan de realiteit. Tiana doet dat door werken (door de eigen energie uit te oefenen in de wereld en die daardoor te veranderen). Naveen door de toverdokter. Beiden willen de wereld inpassen in hun ‘kleine verhaal’. Maar het moge ook duidelijk zijn dat dit hen beiden ook iets kost. Tiana kan bijvoorbeeld niet dansen. Ze geniet niet echt van het leven. Ze betaalt een hoge prijs voor haar droom. En ze wordt verleid haar identiteit helemaal op te geven om dat restaurant te kunnen bereiken, om iemand te verraden om maar haar droom in vervulling te zien gaan. Prins Naveen betaalt ook een vreselijke prijs. Hij verandert in een kikker. Het is een bekend feit uit sprookjesverhalen dat wie gebruik wil maken van magie, nooit krijgt wat hij vraagt. Het gebruik van magie is altijd gevaarlijk, omdat het wat kost. Dr. Facilier heeft dan wel vrienden aan gene zijde, die hem helpen. Maar deze eisen wel wat terug voor hun hulp. En de toverdokter moet die prijs uiteindelijk betalen, daar ontkomt hij niet aan. Zoals Tiana voor haar werk moet betalen met vermoeidheid, stress en het ontbreken van enig sociaal leven.

Even over de tovenarij in deze film. Dit is een van de meer enge Disneyfilms, vooral omdat hij zo dicht bij onze tijd gesitueerd is, nog geen honderd jaar geleden, en voodoo echt bestaat. De magie die in deze film wordt bedreven is ook niet van de goedaardige soort zoals die van Gandalf of de petemoei in Assepoester, het is niet alleen het veranderen van de werkelijkheid, maar daadwerkelijk het oproepen van boze geesten. Dit is zelfs ernstiger dan de magie in Harry Potter! Maar omdat dit in de film voortdurend als slecht en duister wordt weergegeven en getoond wordt dat de tovenaar een zware prijs moet betalen, vind ik het niet aanstootgevend.
Moreel ingewikkelder is een voodoo-priesteres die de hoofdpersonen gaandeweg het verhaal tegenkomen in het moeras. Deze Mama Odie is een ‘goed’ karakter. Maakt zij de voodootovenarij aantrekkelijk? Dat weet ik niet. Zij tovert namelijk niet - ze maakt ‘gumbo’ en ze geeft goed advies, maar ze roept geen geesten op, en onttovert de hoofdpersonen niet. In plaats daarvan zingt ze een lied in een duidelijk op black gospel geïnspireerde stijl en zijn er shots die haar achter een katheder situeren als een predikant in een kerk. Het was misschien duidelijker te interpreteren geweest als de filmmakers van haar een christelijk karakter hadden gemaakt (en historisch correct, denk ik, want volgens mij waren de zuidelijke V.S. in de tijd waarin de film speelt ook erg religieus), maar die had waarschijnlijk weer niet goed weten om te gaan met pratende kikkers.

Mama Odie geeft prins Naveen en Tiana goed advies. Ze zegt dat ze hen niet kan geven wat ze willen, maar alleen wat ze nodig hebben. Gisteren zag ik op Twitter een citaat van C.S. Lewis voorbijkomen waarin hij zegt: ‘Whether we like it or not, God intends to give us what we need, not what we now think we want.’ Ik vermoed zomaar dat Lewis en Mama Odie elkaar wel zouden hebben gemogen. Want wat we denken te willen is vaak een te klein verhaal. We denken dat het ons waarde kan verlenen, maar in werkelijkheid verliezen we datgene wat ons onszelf maakt als we erin proberen te leven. Maar het is niet makkelijk om het kleine verhaal waarin we leven, waar we onze identiteit van hebben laten afhangen, op te geven. Wat als het niet uitkomt, wat als het niet gebeurt waar we op hopen, hoe zullen we ooit weten dat we betekenis hebben? Maar betekenis kunnen we niet aan onszelf geven, we moeten het ontvangen. We hebben het nodig dat iemand tegen ons zegt: ‘Ik hou van je, je bent waardevol voor je. Ik heb alles voor je over.’
Maar (dat laat deze film ook zien) zolang we alleen bezig zijn met ons eigen verhaal, onze droom, kunnen we dat niet accepteren, we horen die woorden niet eens. Voor we kunnen ontvangen wat we nodig hebben, moeten we dus opgeven wat we willen. We moeten eraan sterven. Dat wil niet zeggen dat we onze verlangens opgeven. Tiana geeft in deze film nooit haar verlangen op naar haar eigen restaurant. En prins Naveen geeft niet zijn verlangen op om muziek te kunnen maken. Maar ze geven wel het idee op dat ze hun leven voor dat verlangen moeten offeren, dat ze er magie voor moeten uitoefenen, of er al hun tijd voor moeten opofferen door ervoor te werken. Ze geven de gedachte op dat ze het zelf wel tot stand kunnen brengen. Ze geven toe dat andere dingen belangrijker zijn, andere mensen belangrijker.
Zelfs het ‘kleine verhaal’ van de op chemie gebaseerde liefde laten ze achter. Dit is eindelijk (en verfrissend) een Disneyfilm waarin twee karakters van elkaar gaan houden doordat ze elkaar leren kennen. Ze kunnen niet van elkaar gaan houden door chemie, want ze zijn beide niet aantrekkelijk - ze zijn kikkers, overdekt met slijm (‘mucus’), en zullen geen zoogdierferomonen uitscheiden. We hebben zelfs gezien in het begin van de film dat er zeker geen sprake was van liefde op het eerste gezicht. Maar ze hebben samen opgetrokken, hebben elkaars sterke kanten gezien (Tiana heeft gezien dat Naveens liefde voor muziek echt is, en dat hij met zijn muziek mensen en dieren bij elkaar kan brengen. Naveen is Tiana’s passie voor koken en haar restaurant gaan bewonderen. Ze hebben bovendien elkaar geholpen - Tiana heeft Naveen helpen koken, Naveen heeft Tiana laren dansen). Ze inspireren elkaar, ze respecteren elkaar, ze willen elkaar beter leren kennen. En dus zijn ze van elkaar gaan houden. Als gelijken! Het is in dit geval zelfs niet zo, zo als het was in Beauty and the Beast, dat een van de karakters nog puur fysiek aangetrokken kon worden door een ander karakter. Hun liefde voor elkaar is zo echt, dat ze zelfs met elkaar willen trouwen als ze nog kikker zijn. Ze blijven liever kikker, dan dat ze zien dat een van hen zichzelf moet verraden voor een te klein verhaal. Dit is volgens mij werkelijk de weg van de nederigheid, van de zwakheid, die het Grote Verhaal weerspiegelt. En het is dan ook terecht dat deze opoffering (kikker blijven voor de ander) wordt gevolgd door een ‘eucatastrofe’ a la Tolkien - een glimp die van de werkelijkheid achter het doek op het toneel schijnt, en een onverwachte wending teweeg brengt. Het gelukkige einde is niet verdiend, maar zeker wel gegund. Het is een uiting van genade.

Er is nog een ander karakter in de film dat het verhaal van de zwakheid illustreert. Het is een karakter dat kleiner, lelijker, dommer lijkt dan de anderen. Een vuurvliegje met rotte tanden en een haperend ‘licht’. Het is bovendien een vliegje dat lijkt te lijden aan een waanbeeld. Hij is verliefd op een ster. ‘De mooiste vuurvlieg van allemaal’. De andere karakters willen allemaal anders zijn dan ze zijn, maar wat hij wil vinden zelfs zij belachelijk. Want wie is er nou verliefd op een ster?
Maar in realiteit is hij het meest wijze karakter in de film, en is zijn verlangen geen waandenkbeeld, maar werkelijkheid. Het zijn de anderen die hun eigen verlangen moeten opgeven. Vuurvliegje Ray wordt in het zijne bevestigd. Het is zijn liefde voor de ster, hoog in de hemel, die hem ertoe brengt om de anderen in de film te helpen, ze de weg te wijzen. Zijn liefde voor die ster inspireert hem zelfs om de strijd aan te gaan met de schaduwen van gene zijde, die hij door zijn licht dodelijke schade toebrengt (verwijzingen naar Efeze 4 over licht en schaduw kunnen hier makkelijk in worden teruggezien), en uiteindelijk zelfs zijn leven op te offeren. Ray heeft lief, omdat hij zelf in liefde gelooft. Hij vraagt niet eens van de anderen ook in zijn ster te geloven. Als een karakter hem toesnauwt dat die ster niet echt een vuurvliegje is, maar een bol brandende lucht miljoenen mijlen ver, keert hij zich verontschuldigend tot het lichtpuntje. ‘Vergeef haar’, zegt hij, ‘ze spreekt vanuit haar gewonde hart’. Dit brengt hem er alleen maar toe nog harder voor dat karakter te strijden.
Interessant genoeg is het deze ster waar de andere karakters in de film (zowel Charlotte, als Tiana, als Naveen) hun wensen naar hebben uitgesproken (zoals in Pinokkio - 'when you wish upon a star'). En steeds gebeurt er in de film iets als ze hun wens hebben uitgesproken. Het is niet altijd wat ze verwachtten dat er zou gebeuren, niet altijd wat ze hoopten, soms zelfs het tegenovergestelde. Ze krijgen van de ster waar ze hun wens naar uitspraken niet wat ze wilden, maar ze krijgen wel wat ze nodig hadden.
Ray houdt trouwens ook niet van de ster omdat die zijn wensen vervult. maar om de ster zelf. En dat is ook wat hij uiteindelijk krijgt aan het einde van het verhaal. De ster is namelijk werkelijk goed. Deze ster, waar mensen naar bidden, maar die mensen geeft wat ze nodig hebben, die het waard is om van te houden en die sterker is dan de schaduwen van gene zijde (want licht is altijd sterker dan schaduw), heet ‘Evangeline’. Ik geloof niet dat die naam toevallig gekozen is.

Dus zolang Disney films maakt die deze mythische kracht hebben, die glimpjes laten zien van het Grote Verhaal, zal ik ze blijven kijken. Ook als ik soms mopper op te makkelijke beelden van romantiek, man-vrouwverhoudingen en ‘chemie’. Want we hebben elke herinnering aan dit verhaal nodig die we kunnen krijgen. Dat is namelijk goed nieuws. ‘Sweet evangeline ...’

dinsdag 18 december 2012

Filmbespreking: Wreck-it Ralph

Ik heb het er niet veel over op mijn blog, maar behalve met mijn aquariums, boeken, strips, films en schrijven (allemaal naast goede gesprekken bij de koffie en natuurlijk de dagelijkse werkzaamheden), houd ik mij ook bezig met computerspellen. In de jaren ’80 speelde ik spelletjes op de MSX van mijn ouders (ik heb goede herinneringen aan River Raid), en keek mee als mijn broertjes speelden (zij waren er veel beter in dan ik). Later keek ik mee met de avonturen van mijn jongste broer in Oblivion en Half-Life 2. Uiteindelijk kocht ik een Playstation 2 en genoot van racespellen, een gaaf snowboardspel en coole Star Wars spellen. Met de Playstation 3 deden gave oorlogsspellen hun intrede, de spannende avonturen van Nathan Drake in drie Uncharted-delen, en de geweldige spellen Mass Effect 2 en 3.
Ik zal niet van mezelf zeggen dat ik een ‘gamer’ ben - daarvoor maak ik er te weinig tijd voor vrij - maar ik vind het een fijne manier om af en toe te ontspannen. En de laatste tijd gaan mijn ogen ook open voor de fascinerende manier waarop spellen een verhaal kunnen vertellen. De Mass Effect-spellen stellen de speler voortdurend voor ethische en persoonlijke dilemma’s, en je keuzes hebben daadwerkelijk effect op de verhaallijn. Ik moest het spel zelfs af en toe stil zetten om na te denken over onderwerpen als de waarde van een denkend individu, of er verschil is tussen mensen en computers als ze allebei intelligent zijn, en wat de overwinning in een oorlog waard is. Ik merk dat ik om mijn karakter en haar tegenspelers ben gaan geven en graag de juiste keuzes wil maken. Een spel dat dit voor elkaar krijgt, heeft in mij een fan.
Er zijn de laatste jaren ook heel wat films gemaakt gebaseerd op computerspellen. Met wisselend succes. Dit vanwege de natuur van een computerspel. Het kijken naar een verhaal op het scherm is namelijk heel wat anders dan het spelen van een spel. Alsof je meekijkt met iemand die zit te spelen. Het kan onderhoudend zijn, maar het is niet hetzelfde als zelf achter de knoppen zitten. Bovendien maakt de dynamiek van het spel het echt meeleven met het karakter als persoon niet makkelijk. Als je gewond raakt of dood gaat, kom je namelijk direct weer tot leven. Je hebt maar een paar minuten spel gemist, die je gewoon opnieuw doet. Zelfs bij verhalende spellen wil je natuurlijk weten wat er gaat gebeuren, maar echt bezorgd over je hoofdpersoon ben je niet. Werkelijk verplaatsen in zijn of haar angst is niet makkelijk (ook Mass Effect moet het daarbij hebben van de atmosferische, emotionele gesprekken tussen de actie door - niet van de actie zelf, daarbij gaat het alleen om schieten, niet om dramatisch meeleven). In sommige recensies wordt de actie in een film als The Hobbit weggezet als de actie van een computerspel - het ziet er dramatisch uit, maar er staat niets op het spel. Als het karakter uit de film niet dieper is dan het personage uit het spel, wordt je identificeren met hem of haar moeilijk.
Spellenmakers zoeken naar nieuwe concepten om dit probleem te omzeilen, en spelers net zo met een spelpersonage te laten meeleven als met de hoofdpersoon van een goed boek. Filmmakers kiezen een andere aanpak: ze maken films, niet op basis van een specifiek spel, maar op basis van het idee van het computerspel. De films gaan over het concept van het spelen zelf: het behalen van doelen (de eerste plaats, een medaille), het verkrijgen van ‘power ups’, de tegenstanders en hoe je die verslaat, en wat je bent als je niet aan de competitie meedoet. Een mooi voorbeeld is Scott Pilgrim vs. The World (lees mijn recensie). En nu is er Wreck-it Ralph, een animatiefilm van studie Disney, die voor karakters uit computerspellen doet wat Toy Story deed voor speelgoed. Voor iedereen die van computerspellen houdt, die geinteresseerd is in het concept van spellen en de kracht van goede verhalen, en voor iedereen die kickt op prachtige animatie, is dit een absolute aanrader. Oh, en voor wie houdt van snoepgoed ...

In het computerspel Fix-it Felix jr. heeft Ralph de rol van de slechterik. Elke dag, als kinderen het spellenparadij binnenkomen en een kwartje inwerpen, moet hij de flat beklimmen van zijn spelgenoten en die vernielen. Held Fix-it Felix jr. komt de schade dan weer herstellen.  Hij wordt op handen gedragen, Ralph wordt van het dak gegooid. De held woont in het penthouse, Ralph op de vuilnisbelt. Als hij ook nog eens niet wordt uitgenodigd voor het dertigjarig jubileum van het spel, is de maat voor Ralph vol. Hij moet en zal een medaille vinden, zodat ook hij in de flat wordt toegelaten. Daarvoor dringt hij via het centrale station van de spellenwereld binnen in een ander computerspel, de gewelddadige ‘first person shooter’ Hero’s Duty. Ralph verkrijgt inderdaad een medaille, maar raakt die kwijt als hij per ongeluk in een ander spel terechtkomt, het suikerzoete racespel Sugar Rush. Daar richt hij niet alleen zelf schade aan terwijl hij probeert zijn medaille terug te vinden. Hij introduceert ook nog eens een insectachtig monster uit Hero’s Duty, dat zich in het verborgene als een computervirus begint te vermenigvuldigen. Ondertussen functioneert Fix-it Felix jr. zonder de slechterik niet meer naar behoren. Kinderen in het spellenparadijs raken teleurgesteld, en het spel dreigt te worden afgesloten. Ralphs verlangen naar respect dreigt op deze manier het einde te worden van ten minste twee spellen. Felix zelf besluit daarom naar zijn tegenstander op zoek te gaan. Hij ontdekt dat Ralph betrokken is bij de poging van een computerstoring, een zogenoemde ‘glitch’, om de koning van Sugar Rush van zijn troon te verdrijven ...

Het leek een belachelijk idee voor een animatiefilm - hoe kun je nu een verhaal vertellen over de karakters in een computerspel? Die spelen zelf toch ook al een rol in een verhaal? Maar datzelfde zullen mensen ook hebben gedacht over Toy Story. En ook in die film lukte het aan speelgoed beweegredenen mee te geven die pasten bij speelgoed en bovendien ook nog eens aanleiding waren voor een goed verhaal. En ook de makers van Wreck-it Ralph is het gelukt. Dit is gewoon een heel goede animatiefilm. En niet alleen voor gamers. Ja, inderdaad, wie ook maar een beetje bekend is met computerspellen vindt hier hilarische verwijzingen, bijvoorbeeld in de openingsscène waarbij schurken uit onder andere Mario en Pac-Man bij elkaar komen. Ook het centraal station van het spellenparadijs is een feest van herkenning - al was het maar de verwijzing naar Pong. En Frogger. En Q-bert.
Ook hilarisch is hoe elke spelwereld is weergegeven. In de wereld van Wreck-it Ralph bewegen karakters schokkerig, als in het spel, en valt modder op de grond in een blokjespatroon, zoals de karakters in grove pixels op het scherm zijn weergegeven. Hero’s Duty is ‘high definition’ - een parodie op spellen als Halo, met verwijzingen naar de Alien-films. De wereld van Sugar Rush is dan weer helemaal opgebouwd uit snoepgoed - met bomen van zuurstokken, rivieren van chocolade, en een vulkaan van cola en mentos (hilarisch!). Dit alles is ongelofelijk goed weergegeven - het zag er uit alsof je het zo kon opeten! Let ook op de manier waarop de treinen vanuit het centraal station in elke spelwereld een eigen vorm aannemen. De film is gewoon heel mooi - ik kijk ernaar uit hem vaker te zien. En ik kon in dit geval ook de 3D zeer waarderen, bijvoorbeeld in de rijk verbeelde racescenes.
Maar vooral is deze film gewoon erg goed geschreven. Fascinerende wendingen in het verhaal, eerder geïntroduceerde elementen die op een verrassende manier terug blijken te keren, een fantasievol gebruik van de eigenschappen van de verschillende werelden (en van de kenmerken van computerspellen, inclusief ‘mini games’, ‘bonus levels’ en ‘end bosses’), en karakters met wie je kunt meeleven ook al zijn het spelpersonages. Zelfs de romance werkt. Er is duidelijk goed over nagedacht. Geen onderdeel is overbodig, maar toch is het plot niet makkelijk te raden. Ook de ‘end credits’ zijn hilarisch -vooral voor computerspelliefhebbers- die moet je zeker uitkijken!

Dit is het verhaal van een slechterik, een ‘bad guy’. Maar dat wil niet zeggen dat hij een slechte jongen is. Hij is ook geen slechterik. Hij speelt alleen de rol van slechterik. De gemeenschap waar hij deel van is, bestaat zodat kinderen het spel Fix-it Felix jr. kunnen spelen. En om dat mogelijk te maken, moet iemand elke dag de flat vernielen. Zoals er in onze wereld mensen moeten zijn die vuilins ophalen, treinstations schoonmaken, bekeuringen uitschrijven en belasting innen. Zonder hen, en zonder Ralph, zou de maatschappij niet functioneren en zouden de bewoners van de flat hun luxueuze leventje niet kunnen leiden. Maar omdat Ralph de rol van slechterik speelt, zijn mensen hem gaan behandelen als slechterik. Hij is uitschot geworden. Hij krijgt geen respect. En dat knaagt aan hem. Want zoals alle mensen verlangt Ralph ernaar om door anderen gewaardeerd te worden. Hij denkt dat hij die waardering nooit zal krijgen om wie hij zelf is. Daarom zoekt hij naar iets wat hij kan doen om gerespecteerd te worden. Fix-it Felix wordt op de schouders getild als hij een medaille krijgt. Dus denkt Ralph dat men hem hetzelfde zal behandelen als hijzelf met een medaille aan komt zetten. Hij zoekt zijn vervulling in iets buiten zichzelf.
Het is wat John Eldredge ‘the poser’ noemt - onze manier waarop we doen alsof. We zoeken onze betekenis in onze mannelijkheid, in onze intelligentie, in onze successen, maar eigenlijk doen we alsof. We houden de buitenwereld een beeld voor, een imago, maar in werkelijkheid zijn we niet zo. We zijn diep van binnen niet macho, we voelen ons stom, en we twijfelen aan ons kunnen. Daarom kan het respect dat we voor ons ‘valse zelf’ ontvangen, ons niet definitief beter over onszelf laten denken. Het biedt hooguit tijdelijk soelaas. Maar onze diepe onzekerheid wordt niet gestild, en dus moeten we nog harder werken aan het beeld dat we projecteren. Ons imago moet steeds groter worden. Tot het bouwwerk uiteindelijk instort, tot mensen zien wie we werkelijk zijn, en onze hoop om gewaardeerd te worden verloren raakt. Voor we op dit punt komen hebben we doordat we zo hard aan ons ‘valse zelf’’ werkten de mensen om ons heen en onze omgeving al onherstelbare schade toegebracht. We hebben ze namelijk niet als mensen behandeld, maar als middelen die bijdroegen aan ons imago. We hebben ze gebruikt, en ze afgestoten als ze geen nut meer voor ons hadden. Bovendien hebben we ze nooit ons eigen diepe zelf toevertrouwd, dus zelfs als we een relatie met ze hadden, was die nep, geposeerd. Dus als onze ‘valse zelf’ instort, storten ook onze relaties in. We blijven met niets over. Dit overkomt Ralph ook in de film. Hij zit in een lege flat te wachten tot de stroom wordt afgesloten. Hij heeft de medaille gevonden, maar hij heeft niet gevonden wat hij werkelijk zocht.
Een ander karakter in de film wordt ook als uitschot behandeld door de personages in haar spel. Dit keer niet vanwege haar rol, maar omdat ze een ‘glitch’ zou zijn, een storing in het programma. Ze is natuurlijk helemaal geen ‘glitch’, hoewel ze er wel een heeft. Maar heel vaak worden mensen die anders zijn dan anderen, gedefinieerd door datgene wat hen anders maakt. Ben je goed in leren? Dan wordt je een ‘stuud’. Dat is nu je identiteit. Dat je ook andere dingen kunt, en misschien veel humor hebt, wordt door je klasgenoten niet meer gezien. Heb je een lichamelijke afwijking? Dan zien mensen alleen maar de afwijking. Ze behandelen je als zieke, als gehandicapte, en niet meer als individu dat het waard is te kennen om wie hij zelf is. De film Les Intouchables gaf hiervan recent ook een mooi voorbeeld. Hoor je psychologisch niet tot de middenmoot, dan krijg je al vanaf de basisschool een ‘label’ opgeplakt en geld je vanaf dat moment als ‘een ADHD-er’, ‘een Asperger’, ‘een borderliner’. Dat waarin je mogelijk voor problemen kunt zorgen voor anderen wordt wie je bent. Dat je een eigen persoon bent met eigen voorkeuren en overtuigingen wordt niet meer gewaardeerd. Misschien willen mensen je zelfs afzonderen van de maatschappij, je buitensluiten, je inperken. En net als het karakter uit deze film wil je tegen elke prijs wel worden geaccepteerd. Dus probeer je - ook al is je racemobiel krakkemikkig en moet je hem zelf met pedalen aandrijven - aan de race mee te doen. Als je wint, dan ben je iemand. Maar ook dit karakter loopt tegen een muur aan. De omstandigheden zijn te groot, haar tegenstanders te sterk. Ze ziet haar hele wereld om haar heen vergaan.

Pas als de ‘poser’ is ontmaskerd, kan iemand zijn of haar identiteit vinden. Een identiteit die niet is gebaseerd op prestaties. Die niet is gebaseerd op doen alsof. John Eldredge schrijft dat mensen die identiteit moeten ontvangen. (Let op, ik schrijf hier in bedekte termen over het einde van de film.) Ralph ontvangt uiteindelijk zijn identiteit van een ander. Iemand ziet in hem een held. En hij besluit in overeenstemming daarmee te handelen. Ook al ziet niemand hem, ook al delft hij er zelf het onderspit door. Hij hoeft niet meer de ‘good guy’ te zijn. Hij hoeft niet meer in een penthouse te wonen. Hij hoeft zichzelf niet te bewijzen. Hij handelt uit liefde voor een ander. En dat maakt hem tot wie hij is.
Het andere karakter, de ‘glitch’, maakt ook zoiets door, als tegen alle verwachting in haar lot wordt omgedraaid. Door een ander. En dan blijkt dat ze geen ‘glitch’ in het programma is, maar dat ze een belangrijke rol speelt in het spel, ondanks haar ‘glitch’. De ‘glitch’ wordt van een zwakheid zelfs een kracht, zoals onze unieke individualiteit (die door anderen soms niet begrepen wordt), bijdraagt aan onze glorie, de indruk die we maken op de wereld.
En Fix-it Felix zelf leert door zijn reis compassie te hebben met Wreck-it Ralph doordat hij meemaakt wat Ralph al dertig jaar meemaakt, en neemt het voortaan voor hem op in zijn spel. Niet omdat Ralph de wereld gered zou hebben (hij heeft veel mensen bang gemaakt en schade veroorzaakt), maar omdat hij ziet dat Ralph een mens is zoals hij, en dus waard om met respect te worden behandeld.

Maar het verhaal is volgens mij niet helemaal compleet. Ralph moet nog steeds de ‘bad guy’ spelen. Hij wordt nog steeds elke dag van het dak gegooid. Hij koppelt daaraan niet meer zijn identiteit of zijn gevoel van eigenwaarde, maar het gebeurt nog wel. De film maakt een verbinding met de bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten (zie mijn bericht over Finding Nemo), waar een van de basisuitgangspunten is dat mensen zichzelf niet kunnen veranderen. Je bent een verslaafde. Dat kun je zelf niet oplossen. Zolang je dat wel blijft proberen, zul je steeds weer terugvallen, want die pogingen zijn gebaseerd op ontkenning. Op doen alsof. Het is een pose. Echte doorbraak komt pas als je stopt met je pogingen je identiteit te veranderen.
Maar de oorspronkelijke AA was gebaseerd op christelijke uitgangspunten, en spreekt over een hogere macht die de verslaafde wel kan herstellen en veranderen. De hoop van de bijbel ligt niet alleen in acceptatie, maar in vernieuwing. Wij zullen allemaal worden veranderd, zoals Paulus in 1 Korintiers zegt. We zijn niet gedoemd om de ‘bad guy’ te blijven. We zullen niet ziek blijven. We zullen niet altijd verslaafd zijn. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. God maakt alle dingen nieuw! (Niet: God maakt allemaal nieuwe dingen. - iets waar John Eldredge me op heeft gewezen). Transformatie is een belangrijk thema in de bijbel en geeft hoop. Ik vind scenes van transformatie in films dan ook vaak heel ontroerend.
Een karakter in deze film krijgt de gelegenheid tot transformatie. Van een zwerfster wordt ze een prinses. Maar ze verwerpt deze verandering en wil van haar spel zelfs een ‘constitutionele democratie’ maken. In een sprookje! C.S. Lewis zou daar wel wat tegen in te brengen hebben: we zijn als westerse mensen vergeten dat de glorie en heerlijkheid die past bij het koningschap wel degelijk betekenis heeft en niet zomaar terzijde moet worden gelegd. Dat dit karakter zo makkelijk deze eer verwerpt is een heel ‘moderne’ twist in een sprookjesverhaal, maar ondermijnt de hoopvolle boodschap van de sprookjes. Namelijk dat de weesjongen niet gedoemd is weesjongen te blijven, maar ooit koning zal worden, dat de melaatse genezen zal worden, dat de lamme zal dansen en dat de zondaar geheiligd zal worden. Dat is pas echt goed nieuws.

Een speciale vermelding tot slot voor het korte filmpje Paper Man, dat wordt afgespeeld voor de hoofdfilm. Ik ga hier verder in mijn bespreking niet op in, maar dit is een mooi en ontroerend verhaaltje over liefde op het eerste gezicht. Geanimeerd in drie dimensies terwijl het toch een tekenfilm lijkt. In stemmig bijna-zwart-wit. Ik hoop dat er meer films in deze stijl gemaakt gaan worden! Dit filmpje is in zichzelf al bijna de toegangsprijs waard.