Posts tonen met het label christusfiguur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label christusfiguur. Alle posts tonen

zondag 22 februari 2015

Filmbespreking: Big Hero 6

‘Als ik op de mannengroep vertel dat dit een van de beste films is die ik de laatste tijd heb gezien, kijken ze me niet begrijpend aan’, aldus mijn broer met wie ik afgelopen weekeinde in de bioscoop Big Hero 6 had gekeken. Voor mij was het de tweede keer en ik had erop gestaan dat mijn broer ook een keer zou gaan. ‘Je had gelijk dat je me meesleurde’, verklaarde hij. ‘Als ik me nog een keer somber voel, moet ik eigenlijk gewoon deze film gaan kijken!’ Een van de redenen waarom ik met hem naar de bioscoop wilde, was dat de film gaat over twee broers, met een relatie die wel een beetje lijkt in de verte op die tussen ons, en omdat het gaat over een hoogbegaafd iemand die geïnspireerd wordt om met zijn talenten aan de slag te gaan, en omdat de film een lofzang is op het nerd-zijn. Alle aspecten van het ‘geek’ zijn komen zo ongeveer aan bod! Niet alleen blijkt enthousiasme over wetenschap en techniek te helpen de wereld een betere plek te maken, het blijkt ook mensen bij elkaar te brengen om een gemeenschap te vormen. En een voorliefde voor fantastische verhalen blijkt te helpen bij het herkennen wat er aan de hand is in je leven. En dat alles verpakt in knap geanimeerde beelden, met humor, spanning en gave concepten. Het is een film waar kinderen om moeten lachen (de fysieke humor van onhandige robot Baymax), maar een waar volwassenen ontroerd door zullen raken (de zenuwen van de hoofdpersoon voor een presentatie, de rouw om een overleden familielid, hoe ver iemand gaat om zijn pijn te vergelden). Mocht je net als de mannen in de groep van mijn broer een vooroordeel hebben tegen het animatiegenre of tegen Disneyfilms, laat dat dan snel varen en kijk deze film. Als je ook maar een beetje nerdy of geeky bent, garandeer ik een goede avond. En blijf vooral zitten tot na de aftiteling!

Hiro Hamada is op zijn dertiende al klaar met de middelbare school. Maar in plaats van door te studeren - op de universiteit kunnen ze hem toch niets vertellen wat hij niet al weet - houdt hij zich bezig met robotgevechten. Zijn tante, bij wie hij woont samen met zijn oudere broer Tadashi, stelt dat niet bepaald op prijs. Tadashi is ook niet zo enthousiast over de carrièrekeuze van zijn broertje. Hij neemt hem daarom mee naar zijn ‘nerd-school’, de technische opleiding onder professor Callaghan, waar Hiro onder de indruk raakt van de verschillende projecten. En vooral van het werk van zijn broer: de robot Baymax, bedoeld voor eerste hulp bij ongelukken. Enthousiast probeert Hiro ook op deze school toegelaten te worden. Zijn demonstratie is een succes, maar direct daarna gebeurt er een ramp. Niet alleen wordt Hiro’s toelatingsproject vernietigd, ook komen zowel professor Callaghan als Tadashi om het leven. Rouwend sluit Hiro zich op zijn kamer op, zonder motivatie om met zijn opleiding te beginnen. De klap was te groot. De sombere dagen rijgen zich aaneen, tot hij op een dag per ongeluk de robot Baymax activeert. Die neemt het op zich Hiro weer vrolijker te maken. Bovendien ontdekt hij dat het project van Hiro niet totaal verdwenen is, een mysterieuze man in een masker heeft het zich toegeëigend voor mysterieuze doeleinden. Zou deze man ook achter de ramp zitten die zijn broer het leven kostte? Met de hulp van zijn robot en de vrienden van zijn broer gaat Hiro op onderzoek uit. Hij ontdekt al snel dat een symbool van een rode vogel centraal staat in het mysterie …

Een van de belangrijkste thema’s in deze film is het verlies van een geliefde en hoe je daar op goede en op verkeerde manieren mee kunt omgaan. In dit opzicht lijkt de film sterk op een andere gave SF-film van deze zomer: Guardians of the Galaxy. Zachtaardige robot Baymax heeft zelfs enkele overeenkomsten met vriendelijke boom Groot, tot aan zijn rol in de ontknoping toe. En net als in die film, blijkt ook hier een gemeenschap van verschillende mensen die hun eigen leven voor elkaar in de waagschaal stellen een grote hulp bij het omgaan met verlies van de hoofdpersoon. Er zit zelfs een omhelzing in. Omdat ik in mijn bespreking van Guardians of the Galaxy hier al uitgebreid op ben ingegaan, laat ik het onderwerp in dit blogbericht verder rusten.
Bovendien realiseerde ik dat er nog een ander belangrijk thema in deze film schuilt. Het hart van de film is namelijk niet grappige robot Baymax of opstandige Hiro, maar oudste broer Tadashi. Hij heeft het hart op de juiste plek. Hij redt Hiro als hij in gevaar is, zelfs als hij ervoor in de gevangenis moet zitten, inspireert Hiro om iets van zijn leven te maken, en helpt hem om aan de universiteit te worden toegelaten. En als professor Callaghan in het vuur dreigt om te komen, aarzelt hij niet, maar gaat hij het brandende gebouw in om de man te redden. En dat hijzelf daarbij gevaar loopt, houdt hem niet tegen. Iemand moet het doen. Als Tadashi inderdaad om het leven komt, valt Hiro vanzelfsprekend in een gat. Door de bemoediging van zijn broer stond hij op het punt iets van zijn leven te gaan maken, maar nu is die bron van positiviteit weggevallen. Hij leefde voor Tadashi. Welke motivatie is er nu nog voor Hiro om door te gaan? Waarom zou hij niet terug gaan in de wereld van het robotvechten? Hij laat de aanmelding voor de universiteit in de prullenmand vallen. Dan wordt robot Baymax geactiveerd. Die zegt tegen Hiro vol overtuiging: ‘Tadashi is hier.’ Hiro slaat een diepe zucht. Iedereen probeert hem op te beuren, door te zeggen dat Tadpashi niet echt verdwenen is, zolang mensen aan hem denken. Maar dat is een stoplap. Dood is dood. Tadashi komt niet terug en Hiro zal met dat gemis moeten leven. Maar Baymax blijft volhouden: ‘Tadashi is hier!’
Pas later ontdekt Hiro wat Baymax bedoelde (en dit is natuurlijk eigenlijk een ‘spoiler’): in zijn kerncomputer, op de plek van zijn hart, bevindt zich een programmakaart, waarop de naam van Tadashi staat. Baymax heeft het hart van Tadashi. Niet alleen omdat hij zo geprogrammeerd is. Dat wordt duidelijk als Baymax videobeelden laat zien, door hem gemaakt terwijl Hiro’s broer aan hem werkte. Keer op keer probeert Tadashi de robot op te starten, maar steeds gaat er iets mis. De jonge raakt echter niet gefrustreerd. ‘Ik geef het niet op’, zegt hij tegen de robot. ‘Ik hou vol’. En na 85 pogingen is het gelukt! De robot werkt! Tadashi omhelst hem. ‘Ik ben zo blij met je,’ zegt hij vol overtuiging. ‘Jij gaat zoveel mensen helpen!’
Bij het zien van die beelden raakt Hiro ontroerd. Hij had geprobeerd de programmering van de robot te omzeilen, het apparaat te programmeeren met haat, om wraak te nemen op de aanstichter van de brand. Maar nu realiseert hij zich dat Tadashi dat helemaal niet gewild zou hebben. Via de robot Baymax leert hij het karakter van zijn broer nog beter kennen. En hij besluit af te zien van zijn geplande wraakactie. Als hij uiteindelijk tegenover de slechterik van het verhaal komt te staan, gebruikt hij de woorden van Baymax: ‘Wij zijn niet geprogrammeerd om mensen schade toe te brengen’. Hij rekent de schurk in, maar neemt geen wraak. En hij wordt een superheld, samen met zijn vrienden, omdat zijn broer heel veel mensen wilde helpen. ‘En dat is wat wij gaan doen’.
Tadashi is dus inderdaad niet verdwenen. Zijn opoffering, zijn liefde, zijn hulpvaardigheid leven door, eerst in Baymax, maar daarna ook in Hiro. En via hen verspreiden ze zich weer naar anderen.

Wat ik besefte bij het kijken van de film, was hoe dit licht werpt op het evangelie. Jezus is er immers ook niet meer. Hij is gestorven, net als Tadashi. En hij is dan wel uit de dood opgestaan en naar de hemel gegaan, maar hij is niet meer onder ons. Al bijna tweeduizend jaar niet meer. Oh, misschien hebben we ervaringen het het luisteren naar Gods stem, en merken we zijn aanwezigheid soms in een kerkdienst. Of in het lezen van de bijbel. Maar de afstand blijft. Hij is niet meer hier. We zijn achtergebleven, zonder Hem. En als predikers, met de bijbel trouwens, zeggen dat Hij er nog steeds is, wat kunnen ze dan bedoelen? Gemeenplaatsen zijn er genoeg, en voor mij hebben ze nooit gewerkt. Ik kan me wel heel erg gaan proberen ervan te overtuigen dat ik zijn aanwezigheid voel, ik ben me altijd bewust dat ik mezelf aan het overtuigen ben. Dat kan het niet zijn.
Maar de bijbel belooft dat we niet als wezen zijn achtergelaten. En dat geloof ik. In een heel reëel wijze kunnen we Jezus nog steeds ontmoeten. Niet op een zweverige, bovennatuurlijke manier. Maar heel tastbaar, concreet. Namelijk in de onvoorwaardelijke, opofferende liefde van anderen. Baymax had de liefde van Tadashi geïnternaliseerd, en op het moment dat hij Hiro omhelsde, ervoer Hiro de liefde van zijn broer, door Baymax heen. Tadashi had de moed niet opgegeven Baymax aan de praat te krijgen. Net zo hardnekkig geeft Baymax de moed niet op om Hiro weer in beweging te krijgen. En zo gaat het ook met Jezus. Hij had mensen lief, zo dat hij zelfs bereid was te sterven in plaats van wraak op ze te nemen. Hij offerde zich op, ging tot het uiterste. En die liefde veranderde levens. Bracht mensen ertoe zelf ook anderen lief te hebben. Want dat was waar Jezus toe oproep. Heb god lief boven alles en je naaste als jezelf. Heb zelfs je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen. Wie liefheeft kent God, wie niet liefheeft, kent God niet. En door de liefde van deze mensen (en de liefde van iedereen die op gelijke wijze liefheeft, ook zonder in Jezus te geloven) wordt de liefde van Jezus zichtbaar. Niet theoretisch, niet zweverig, maar concreet. Tastbaar. Hij is hier. Waar twee of drie samen zijn in zijn naam, is hij in het midden. Zijn liefde wordt zichtbaar in de sacramenten, brood en wijn. Maar ook in onze liefde. Waar iemand een ander omhelst om hem of haar te troosten, daar is hij. Als iemand een ander een glas water geeft, daar is hij. Waar iemand vooroordelen overwint, of de tweede mijl voor iemand gaat. Daar is hij. En die concrete liefde verandert ons. Als christenen denken we vaak dat intellectuele kennis ons verandert, of overtuigingen. Maar dat is niet zo. Kennis maakt opgeblazen. De liefde sticht. God is liefde. Dus waar liefde is, is Hij.
De liefde van een ander voor ons, is wat ons er eindelijk toe kan brengen onszelf te accepteren, ongezonde patronen te doorbreken, en zelf ook anderen te gaan zien als waardevol. En ze te gaan liefhebben. En als we dat doen, wordt Jezus in ons zichtbaar voor anderen. Zoals de natuur van Tadashi aan het eind van de film zichtbaar is geworden in Hiro, en zijn vrienden (een mooi beeld van de kerk, als je dat erin wilt zien), zo wordt de natuur van Jezus in ons zichtbaar, daar waar wij gaan liefhebben. Als moslims een cordon vormen rond een synagoge, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. Waar een leraar een leerling uit een achterstandswijk helpt, waar een collega een arm om de schouders krijgt, of iemand moeite doet iets voor een ander uit te zoeken, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. En die liefde verandert anderen, op sacramentele wijze, en maakt dat het leven van Jezus verspreid wordt.
Ik vond het prachtig dat in deze film zo belichaamd te zien.

Natuurlijk wordt ook het tegenovergestelde zichtbaar in de film. Er is in deze film iemand die zijn dochter verloren heeft. Bij een verschrikkelijke ramp. En hij wil wraak nemen. Zou je dochter dat gewild hebben? vraagt iemand aan hem. Het kan hem niet schelen. Ze is er niet meer. Wat het laat zien, is dat zijn leven draait om hemzelf, en niet om anderen. Zelfs niet om zijn dochter. Want (en dit verklapt misschien een beetje van het einde van de film) in dit geval was zij niet werkelijk verdwenen. Niet zoals Tadashi. Hij had haar terug kunnen vinden. Maar door op zijn eigen verdriet te focussen, door wraak te eisen, door een ander naar beneden te willen halen, loopt hij de kans mis met haar verenigd te worden. Hij raakt haar kwijt door zijn ‘entitlement’. En dat is het tragische lot wat wij lopen door ons als christenen beter te vinden dan anderen, door de waarheid toe te eigenen, door anderen te oordelen in naam van ons geloof als ze anders zijn dan wij. We lopen op die manier Jezus mis. We gebruiken zijn naam wel, maar de natuur van Jezus zijn we kwijt. Dat moeten we niet laten gebeuren.

zondag 23 november 2014

Filmbespreking: The Hunger Games - Mockingjay part 1

Een paar weken geleden bezocht ik een goede vriend. In de koffiezaak op het station hebben we bijna een hele middag zitten praten. Het is een goede vriendschap als dat mogelijk is, ook als je over sommige onderwerpen verschillend denkt. Ik kijk dan ook altijd erg uit naar onze momenten samen. Omdat we soms van mening verschillen, word ik door onze gesprekken nogal eens aan het denken gezet. Dit keer was het niet anders. Mijn vriend hield zich namelijk bezig met de eindtijd. Hij had verschillende boeken gelezen over een nieuwe uitleg van de bijbelse profetieën. Hierbij was het idee niet langer dat de Europese Unie de antichrist zou voortbrengen, maar dat het grote rijk waar de profeten over spreken een verbond van moslimlanden zou zijn. Visioenen van Daniel over vier beesten zouden in verband kunnen worden gebracht met vier ruiters uit Openbaring en zouden niet gaan over rijken als Babylonie, Perzie en Macedonie, maar over vier toekomstige wereldrijken in het Midden-Oosten. De eerste daarvan zou al geweest zijn, dat zou de regering van Saddam Hoessein zijn geweest, die eindigde met de Golfoorlog. Deze verklaring zou een aantal nog niet eerder verklaarde zinsneden uit de bijbelgedeelten verduidelijken. Hoe mijn vriend het vertelde leek het heel overtuigend. Maar ikzelf bleef er onrustig bij. Ik heb vroeger ook veel boeken over profetie gelezen, en kon alle gedeeltes uitleggen tot een spoorboekje voor de toekomst. Maar er kwam niks van uit. En bovendien leidde deze fascinatie met de eindtijd bij mij meer tot angst en onrust met betrekking tot de wereld en mensen om mij heen, en een gevoel van tekortschieten met betrekking tot mezelf, want Jezus kon elk moment terugkomen, en was ik dan wel ‘klaar genoeg’? En terwijl mijn vriend deze nieuwe theorie uiteenzette, waar hijzelf voor 90 procent zeker van was, voelde ik dezelfde onrust.
Later op dezelfde dag vroeg ik mijn vriend waar hij zijn fascinatie met de eindtijd vandaan had. Hij bleek ertoe geïnspireerd te zijn door een belangrijk iemand in zijn jeugd. En die was eindtijddeskundige geworden, toen hij tot bekering kwam. Na een gesprek met iemand uit de Vergadering van Gelovigen. De gemeente waarin ik ben opgegroeid. De puzzelstukken vielen op hun plek. Het was voor mij een echt ‘aha’-moment. Daar kwam mijn gevoel vandaan, zelfs terwijl de beleving van de ‘Vergadering’ via meerdere generaties verdund was, in de overtuiging van mijn vriend zat nog genoeg om bij mij een allergische reactie tot stand te brengen.

Op reis terug naar huis moest ik bijna een uur in de bus zitten, omdat de trein niet reed, dus ik had de tijd om na te denken over ons gesprek. Ik realiseerde me dat ik de eindtijdbenadering zoals mijn vriend die voorstond eigenlijk heel gevaarlijk vind. Want deze uitleg van de profetieën verdeelt op dit moment al de wereld in goeden en slechten. In ‘wij’ versus ‘zij’. Christenen zien zichzelf in dit verhaal als een onderdrukte minderheid, en een andere groep wordt de onderdrukker, die ons wil uitroeien, en die wij zouden moeten bestrijden. In eerdere eindtijdscenario’s was het de Sovjet-Unie, de Rooms-Katholieke Kerk, de New Age, of verenigd Europa. Nu zijn het dus de moslims die worden neergezet als de vijand van het koninkrijk van God. Maar als je mensen neerzet als vijand, ga je ze behandelen als vijand. Zelfs mijn vriend had moeite om moslims lief te hebben, gaf hij toe, sinds hij in dit toekomstbeeld geloofde. Hij moest zijn best doen ze te zien als individuen, en ze niet verantwoordelijk te achten (bij voorbaat) voor de onderdrukking in de eindtijd. En hij is niet de enige: uit een recente enquête van de Evangelische Omroep zou blijken dat 14 procent van de christenen vindt dat als Jezus zegt dat we onze naaste moeten liefhebben, het niet om moslims gaat. Bizar! Alsof we nog niks van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan hebben geleerd. Maar dit is wat ‘wij’/‘zij’-scenario’s altijd doen. En zo creëren we vijandschap waar die eerst niet was. Op een reactie volgt een tegenreactie. De aanslagen op de Twin Towers (om een voorbeeld te noemen van een daad van onze ‘vijanden’) kwamen niet uit het niets. Er was een reden waarom de landen in het Midden-Oosten over de VS spreken als ‘De Grote Satan’. Ironisch genoeg zou dus kunnen blijken dat de vijandschap waarover deze bijbeluitleggers profeteren door hun eigen voorspellingen vergroot wordt. En ‘wij’, de ‘goeien’, graven ons in, proberen ons te beschermen, zorgen voor onszelf, en zoeken naar manieren om onze angst en bezorgdheid in te dammen. Bijvoorbeeld door zo ‘goed’ en ‘heilig’ mogelijk te worden. We gaan onze eigen identiteit beschermen, exclusief maken, we gaan onszelf ‘witter’ voordoen dan we eigenlijk zijn. De boeken van Frank Peretti zijn hier ook een voorbeeld van, met een wel heel ‘zwart-witte’ karaktertekening, die volgens mij het gevolg is van het verdelen van de wereld in ‘goeden’ en ‘slechten’ in een geestelijke strijd.

En de eindtijd is niet het enige leerstuk waarbij onder christenen paranoïde ideeën opgeld doen. Je hoeft alleen de CIP-site maar te lezen (waar ik hier geen link naar plaats). De schepping/evolutie-discussie is zo’n leerstuk: jonge aarde-creationisten neigen ertoe wetenschappers en christenen die de evolutie accepteren als vijand af te tekenen. Ze vermoeden een samenzwering die doelbewust feiten verkeerd interpreteert en een atheïstisch wereldbeeld verspreidt. En ze zien zichzelf als de enige echte, ware christenen. Maar door hun houding, zorgen ze er alleen maar voor dat mensen die serieus willen denken, een afkeer krijgen van christenen. In de Vergadering van Gelovigen, waar ik opgroeide, was het ‘not done’ om evolutie te accepteren. Er was wel meer ‘not done’. We zagen onszelf als de enige kerk die functioneerde zoals Jezus het bedoeld was. Onze ‘tafelgemeenschap’ was de enige onvervuilde en zuivere. Andere kerken waren of vrijzinnig, of hadden geen geloofszekerheid. Ze waren de ‘vijand’. Met andere christenen samenwerken was eigenlijk niet mogelijk (mijn opa kreeg kritiek toen hij meewerkte met het oprichten van de EO, omdat hij met andere christenen samenwerkte). Ik bad knielend voor mijn bed of de gelovigen uit andere kerken ‘het licht mochten zien’. En ondertussen was ik er maar wat trots op dat ik de juiste leer had. Ik was beter dan alle anderen. Ik realiseer me pas nu eigenlijk hoeveel sektarische trekken de kerk waar ik opgroeide, eigenlijk had. En alles doortrokken van een paranoïde geest.
Het is niet toevallig dat de huidige ‘eindtijdtheologie’ eigenlijk volledig teruggevoerd kan worden op de grondlegger van de Vergadering van Gelovigen: John Nelson Darby. Vandaar mijn ‘aha-erlebnis’. Ik realiseerde me opeens dat het ‘eindtijddenken’ een uitwas vormde van het paranoïde denken dat ten grondslag ligt aan een sekte, het is een idee dat het ‘wij’/zij’-denken in stand houdt, de eigen groep beschermt en anderen verdacht maakt. Het is ongezond. En onchristelijk.
Natuurlijk zijn christenen niet de enigen die in paranoïde ideeën geloven. Er zijn hele groepen mensen die hun kinderen niet vaccineren, omdat ze een samenzwering vermoeden onder dokters en farmaceuten. Als gevolg hiervan komen besmettelijke kinderziektes zoals polio en mazelen weer terug. Ziekten die veel grotere schade toebrengen dan de vermeende effecten van vaccinatie zouden zijn. En denk aan de klimaatsceptici, die zelfs al is 97 procent van alle klimaatwetenschappers ervan overtuigd dat menselijk ingrijpen leidt tot opwarming van de aarde dat toch niet accepteren. Ze houden vol dat het een samenzwering is van overheden om bedrijvigheid te beperken of vrijheden weg te nemen. Ze menen dat alleen zij de waarheid kennen, en dat dit hen een beentje voor geeft. Ze geloven in een ‘wij’/‘zij’-scenario. Het zijn allemaal samenzweringstheorieën. En het ‘eindtijddenken’ van christenen vertoont, net als het ‘jonge aarde-creationisme’, veel kenmerken van een samenzweringstheorie. Wat al deze samenzweringstheorieën, christelijk en niet christelijk, ook nog eens gemeen hebben, is dat ze zich verspreiden, niet door goed onderbouwde wetenschappelijke artikelen, maar door propaganda. Door folders, dialezingen, facebookberichten, met grote koppen, waarschuwende woorden, leuzen en slogans. Niet door rustige gesprekken en mensen die proberen elkaar te begrijpen. Want als je toch al weet dat je gelijk hebt, hoef je alleen maar zo hard te schreeuwen dat de ander zijn leugens niet kan laten horen.

Aan dit gesprek met mijn vriend moest ik denken toen ik afgelopen vrijdag de film The Hunger Games - Mockingjay part 1 in de bioscoop bekeek. Dit is een van de beste filmseries van dit moment, en een die veel te zeggen heeft over de tijd waarin we leven. Lees bijvoorbeeld mijn besprekingen van The Hunger Games, en The Hunger Games - Catching Fire. Ook deze film is weer mooi gemaakt, met overtuigende voertuigen, outfits en omgevingen (dit keer vooral het ondergrondse district 13), die een echte wereld suggereren. Die wereld wordt heel serieus genomen. Hier geen grappen en grollen, die afstand zouden creëren. Hooguit een glimlach om Effie Trinket, die de levensstijl van het kapitool niet helemaal kan loslaten. Maar de acteurs menen het. Helaas is Liam Hemsworth nog wel wat karakterloos en leeg. Maar Jennifer Lawrence compenseert het met een sterke hoofdrol. Ze speelt moedig een personage dat door de hel is gegaan en nu niet altijd meer redelijk kan reageren, die boos is, die twijfelt, die haar wereld dreigt kwijt te raken, maar toch, bijna ondanks zichzelf, weer betrokken raakt bij de gebeurtenissen. Ze trekt zeker de aandacht tot zich. Voor deze film is gekozen slechts een deel van het derde boek uit de serie te verfilmen. Wat de inhoud van het verhaal betreft is dat terecht. Ik had nergens het gevoel dat het verhaal ‘sleepte’, maar het einde kwam wel heel erg abrupt. Er wordt opgebouwd naar een climax, die in deze film niet volgt. Wel is het boek zo uitgebreid dat er een spannende slot scene is, maar die is wel heel ‘licht’ vergeleken met de vorige films. Ik denk dat deze film een heel stuk beter wordt als je direct de volgende film er achteraan kunt kijken!

Katniss Everdeen heeft de tweede hongerspelen overleefd. Maar op het nippertje. En al het geweld heeft zijn sporen achtergelaten. Ze wordt gillend wakker uit haar nachtmerries. De andere tribuut uit district 12, Peeta, is bovendien in de greep van het kapitool, en ze weet niet of hij nog leeft of niet. En dat terwijl ze zichzelf beloofd had hem te redden, zelfs als het haar eigen leven zou kosten. Als de president van het verborgen district 13 haar vraagt om een serie propagandafilms te maken, waarbij haar status als overwinnaar in de spelen zal worden uitgebuit om op te roepen tot verzet tegen de onderdrukkers, weigert ze aanvankelijk. Haar zus suggereert haar echter dat ze op deze manier Peeta zou kunnen redden. Dus laat ze zich omtoveren tot de ‘spotgaai’, en trekt ze met een vast camerateam op pad. In het heetst van de strijd weet ze echte emotie op te roepen. En de films blijken succesvol. Het kapitool heeft echter een troef achter de hand. Peeta verschijnt op televisie, en roept op tot vrede. En Katniss realiseert zich dat als ze doorgaat als de ‘spotgaai’, het lot van Peeta wel eens bezegeld zou kunnen zijn … de boosaardige president Snow belooft het haar: dat waar we het meest van houden, wordt onze ondergang.

Kijkend naar de film besefte ik me hoe manipulerend propaganda eigenlijk is. Zelfs als het gebruikt wordt door de zogenaamde ‘goeden’. Er is een hele filmbespreking te schrijven over de vraag of ‘district 13’ niet net zo slecht en onvrij is als het kapitool, alleen dan door een tegenreactie, zoals het communisme een tegenreactie is op het kapitalisme, en atheïsme op fundamentalisme. Maar dat aspect zal naar ik verwacht nog duidelijker zichtbaar worden in de volgende film. Nu wordt de kijker nog geacht in district 13 de hoop van een vrij leven te zien. Hoe dan ook, district 13 wil de andere districten oproepen in opstand te komen, en doet dat door het filmen van Katniss in haar rol als de ‘spotgaai’. Ze wordt opgedirkt, met een kunstig uniform en perfect haar, en in precies de juiste omgeving geplaatst, met digitale beelden en al. Katniss kan niet goed acteren, en daarom reist ze naar plekken waar strijd is of is geweest. Maar ook daar worden de omstandigheden zo gemanipuleerd dat de filmmakers de juiste beelden krijgen. Beelden die gebruikt kunnen worden voor een enkel doel: het ophitsen van het verzet. Is Katniss een realistisch beeld van een verzetsstrijder? Nee. Geen ander heeft zo’n uniform als zij. Het verzet wordt anders voorgesteld dan het is. Maar dat betekent dat de hoop die zij oproept bij haar kijkers ook een gemanipuleerde hoop is. Gemanipuleerd door district 13. En op basis van deze gemanipuleerde beelden zijn mensen bereid tot zelfmoordmissies. De film suggereert dat deze opgezweepte oorlog wel eens tot het einde van de mensheid zou kunnen leiden, en dat het hoe naar het kapitool ook is, voor ons voortbestaan beter zou kunnen zijn niet te vechten. Maar naar die woorden van wijsheid wil niemand meer luisteren. De propaganda werkt. De individuen die voor vrede hadden kunnen kiezen zijn gereduceerd tot pionnen in een spel. De hongerspelen zijn niet gestopt, ze zijn groter geworden. En iedereen is teruggebracht tot een enkele rol: die van vijand, of die van verzetsstrijder. Aan de andere kant wordt Katniss door dezelfde propagandafilms gereduceerd tot symbool. Ze mag niet bang zijn, niet kwetsbaar. Ze mag niet lijden aan post-traumatisch stress syndroom. Ze mag alleen nog maar gezien worden als de ‘spotgaai’. District 13 is overigens niet het enige machtsblok dat de waarheid manipuleert om mensen aan zijn kant te krijgen. President Snow doet hetzelfde. Hij weigert te spreken over rebellen, maar kiest zorgvuldig een woord voor zijn tegenstanders die hun verzet bagatelliseert.

Ik vroeg me na het kijken van de film af of we als christenen wel van ‘propaganda-achtige’ media gebruik moeten maken. Want propaganda is altijd manipulerend, opzwepend, bedoelt om je eigen beoordelingsvermogen te verzwakken, en je in actie te brengen voor het doel van de propagandamaker. En daarmee verdoezelt het de realiteit. Denk maar aan de propagandafilmpjes voor hongersnoden in Afrika. Ik heb nu het beeld dat heel Afrika een poel van verderf is waar altijd iedereen honger heeft, terwijl het steeds maar om gebieden gaat waar een korte tijd hongersnood heerst. De realiteit is niet zo als in de campagnes wordt afgebeeld. En als ik dat ontdek, ga ik ook de campagnes wantrouwen. Net zo geldt het met de onderwerpen die ik hierboven noemde. Nog even afgezien van de theologische onderbouwing van de verschillende eindtijdscenario’s, lijkt me het gevolg van het verspreiden ervan in strijd met de bijbel. Aan de vrucht herkennen we de boom, aldus Jezus. En angst, onrust en het zien van anderen als ‘vijand’ zijn niet wat hij voorstond. Als ik lees wat Jezus over de eindtijd zegt, is hij altijd ‘de-escalerend’. Hij zegt dat we niet naar oorlogen en hongersnoden moeten kijken als aankondiging van de eindtijd. ‘Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen.’ (Matteus 24:6). Hij waarschuwt voor het proberen te berekenen van de datum van zijn terugkomst. ‘Jullie weten niet op welke dag de Heer komt … de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht’ (v42,44). Hij weet zelf niet op welke dag hij zal terugkomen. ‘Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader’ (Marcus 13:32). Het zal zo plotseling zijn als een bliksem. ‘Zoals een bliksem licht geeft wanneer hij van de ene naar de andere kant van de hemel flitst, zo zal de Mensenzoon verschijnen’ (Lucas 17:24). Hij waarschuwt er ook voor om nu alvast de wereld in ‘goeden’ en ‘slechten’ te verdelen. In de gelijkenis van het graan en het onkruid zegt de heer die het zaad op de akker uitzaaide dat het graan en het onkruid beide samen moeten opgroeien tot aan de oogst, de voltooiing van de wereld. Zijn discipelen wilden maar wat graag alvast vuur uit de hemel laten neerkomen op de ‘slechteriken’, maar Jezus zei ze dat iedereen die niet tegen hem was, voor hem was (vgl Lucas 9:15). Hijzelf bad het over zijn vijanden, degenen die hem kruisigden: ‘Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen.’ Hij hield ons voor dat aan onze liefde voor elkaar iedereen zou zien dat we zijn leerlingen zijn (Johannes 13:35). In de bergrede noemt hij de vredestichters zalig. Vrede is zelfs een van de vruchten van de heilige Geest in Galaten 5. Dan zouden christenen dus ook vrede moeten stichten. Ja, hij spreekt over zijn wederkomst, zoals ook Paulus dat doet. Maar dat is niet om ons bang te maken, maar om ons gerust te stellen en hoop te geven. ‘Troost elkaar met deze woorden’ (1 Tessalonicenzen 4:18). De de-escalerende houding van Jezus blijkt in tal van bijbelverhalen. Zijn apostelen volgden hem daarin op. En daarmee veranderden ze hun wereld. Niet door propaganda, maar door het voorbeeld dat ze gaven van een ander leven, gesymboliseerd in brood en wijn, en doop.
De ironie in de eindtijdvisie van mijn vriend was hoeveel die leek op de retoriek van bijvoorbeeld fundamentalistische moslims, of van rabide atheïsten. Op eigenlijk elke andere propagandist of samenzweerder. Eigenlijk in niets te onderscheiden. En dat terwijl wij worden opgeroepen ‘geheel anders’ te zijn (Efeze 4:20 NBG). Ik denk dat we daarvoor meer kunnen leren van de radicale liefde en acceptatie van Jezus, dan van eindtijdtheorieen. Zelfs als die zouden blijken te kloppen. Want het gaat uiteindelijk niet om het ‘hoe’ en ‘wanneer’, maar om het koninkrijk van God. En dat is geen zaak van ‘eten en drinken [of van eindtijd-scenario's, JK], maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest’ (Romeinen 14:17).
Er is een de-escalerend karakter in deze film. Iemand die steeds eer blijk geeft van onvoorwaardelijke liefde. Die steeds bereid is zichzelf op te offeren, die in deze film zelfs tot in de diepste diepte afdaalt. Iemand die een prachtig beeld is van Christus. Zie daarvoor bijvoorbeeld deze analyse. Op hem wil ik lijken.