Posts tonen met het label controle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label controle. Alle posts tonen

maandag 23 november 2015

Gedicht: Vuur

Vuur

Ik zit als een kind gehurkt,
mijn armen om mijn knieën,
zacht wiegend. Rondom zwarte
sporen, en lijnen op de
verre wanden. In mijn borst
sluimert een verwoestend vuur
dat niet meer uit mag breken
of ik brand jou, bewaker,
teken jouw huid en doe je
schreeuwen. Jouw vlammen branden
net zo fel, en ik ben rood,
mijn haar verdwenen, de pijn
haast onverdraaglijk. Toch
mag ik niet klagen, ik moet
ze in mij absorberen,
ze bij de mijne voegen
voor jouw vrijheid. Hoewel ik
zwak ben, doe ik wat jij
niet kunt. Wie is er nu bang
voor mijn kracht? Wie weet, misschien
baan ik een weg naar buiten.
Want vuur kan ook heel mooi zijn.

zondag 10 mei 2015

Filmbespreking: The Avengers - Age of Ultron

Ik ben een behoorlijke liefhebber van superheldenstripboeken en ook van superheldenfilms. Als er een superheldenfilm in de bioscoop draait, ga ik daar dan ook heen. En meestal niet slechts een keer. Of het nu de X-men zijn, Spider-Man of Batman, ik ben steeds geboeid door de verhalen over mannen en vrouwen die door het lot bijzondere gaven toebedeeld krijgen en de keuzes die ze vervolgens maken (om even kleurrijke schurken te bevechten) of niet meer kunnen maken (omdat de ‘gewone’ mensen ze wantrouwen). De krachten en kostuums van de helden en heldinnen maken kleurrijke actiescenes mogelijk, maar tegelijk blijft het gaan om mensen en hun dagelijkse beslommeringen. Het zijn dus niet de omstandigheden die zijn uitvergroot, maar de karakters. Ze zijn misschien wel Herculus, maar ze moeten nog steeds de mest uit een stal vegen. Daardoor maken ze (net als een groot deel van de heldenverhalen uit de oudheid) de zorgen en dilemma’s van ons eigen leven voor ons helderder zichtbaar, en ook de weg om daar bovenuit te stijgen. Want zoals Neil Gaiman al zei, op basis van een citaat van Chesterton: sprookjes zijn waar, niet omdat ze zeggen dat draken bestaan, maar omdat ze zeggen dat ze kunnen worden verslagen. Als het Peter Parker lukt om ondanks zijn moeilijke omstandigheden zijn vriendelijkheid te bewaren en voor anderen er te zijn, dan kan het ons ook lukken. Dat is volgens mij een van de redenen waarom er zoveel superheldenparafernalia op jongens(en steeds vaker ook meisjes)kamers te vinden zijn. En omdat ook na het opgroeien de noodzaak van het maken van moeilijke beslissingen niet afneemt, blijven ook veel volwassenen geboeid door deze verhalen. Ze vervullen een belangrijke rol in de vorming van de moraliteit, en dus denk ik dat ze -analoog aan de mythologie van vroeger- niet zomaar uit de bioscoop zullen verdwijnen.
Maar er zijn mensen die niet zo blij zijn met de triomftocht van de superhelden in de filmwereld. Ze vonden een paar films wel leuk, schrijven ze in hun recensies, maar nu lijden ze aan ‘superheldenmoeheid’. Dat er nu elke paar maanden wel een superheldenfilm uitkomt, is in hun ogen overdaad. Ze lijken er naar uit te zien dat het fenomeen van de superheldenfilm instort, en de striphelden weer terugkeren naar hun obscure nichemarkt. Ik begrijp dit dus niet. Want van alle films die er over een heel jaar uitkomen (honderden) gaat het maar om enkele films, met maanden er tussenin. Hoe kan je er dan moe van worden? Er is toch tijd genoeg om ‘bij te komen’ en te genieten van al die andere films? Bovendien hoef je ze niet te kijken, als je dat niet wilt! Voor mij geldt, als fan, dat ik vaak die maanden lang wachten vind. Ik hou immers van deze films, en zou ze best elke week willen kijken. Hetzelfde geldt voor commentaar dat de komende jaren meerdere Star Wars-films zullen uitkomen. Mensen denken dat ze, als ze elk jaar een nieuwe Star Wars-film zien, dit universum zat zouden kunnen worden. Maar het gaat nog steeds om slechts een film per jaar! Ik zie niet in hoe je daar moe van zou kunnen worden. Vooral als het gaat om een fantastisch uitgebreide wereld, vol mogelijkheden om interessante verhalen te vertellen. Ook hier geldt dat ik heus elke maand wel een nieuwe Star Wars-film zou willen kijken.
Natuurlijk kan iemands liefde voor superheldenfilms veranderen. Hij/zij ziet misschien vaker terugkerende elementen en merkt dat hij verhalen voorspelbaar vindt worden. Hij/zij is misschien ook in een andere levensfase aangeland, waar andere, misschien subtielere keuzes belangrijker zijn geworden. Ikzelf merk dat ik tegenwoordig wat minder superheldenstrips lees, omdat ik wat uitgekeken ben geraakt op de voortdurende terugkeer naar de status quo, en het jammer vind dat zelfs de dood van karakters uiteindelijk geen consequenties heeft, want ze keren altijd terug. Behalve oom Ben. Ik kies liever voor afgeronde verhalen, met een duidelijk einde (met blijvende consequenties). En ik begin wat diverser strips te lezen, dus ook meer SF-verhalen, of verhalen met een fantasytintje. Het betekent niet dat ik ben vergeten waarom ik een paar jaar geleden superheldenstrips helemaal het einde vond, en die kwaliteiten niet kan waarderen als ik ze weer tegenkom. Ik ben dan wel opgegroeid, maar ik heb het kind in mij niet achtergelaten. Mocht je merken dat je niet zo van superheldenfilms houdt, even goede vrienden. Maar klaag niet over een ‘superheldenmoeheid’. Ga gewoon naar films waar je wel van houdt, en laat ons genieten van die zeldzame keren dat we onze helden op het witte doek ontmoeten.

Dat moest er even uit, onder andere na het lezen van wat minder lovende recensies van Avengers - Age of Ultron - de laatste superheldenfilm in de bioscoop, en een fantastische prestatie van regisseur Joss Whedon. Misschien niet zo vernieuwend als de eerste film, en behept met een overdaad aan karakters (die allemaal een eigen verhaallijn moeten meekrijgen). Sommige scenes zijn door die overdaad wat moeilijk te volgen geworden, en welke rol iedereen moet spelen in de ontknoping is niet altijd duidelijk. Ook zijn emotionele scenes niet altijd zo krachtig als ze hadden kunnen zijn, omdat we de personen in kwestie maar een paar minuten hebben gevolgd. De film had van mij een half uur langer mogen wezen! De muziek is niet heel memorabel, maar aan de andere kant zit er veel humor in de film (aan Whedon wel toevertrouwd), en is het slot (hoewel wat langdradig) passend episch. Voor een superheldenfilm vond ik er ook een verrassende diepgang in zitten (waarover later natuurlijk meer).

Marvel werkt al sinds 2008 aan de opbouw van een universum bestaande uit diverse striphelden, die elkaar dus ook op het scherm kunnen ontmoeten. Dit culmineerde in de eerste Avengers-film, waarin een team van superhelden het moest opnemen tegen een buitenaardse invasie. En in deze film ijlen de gevolgen van dat avontuur nog na. De speer van de boosaardige Loki, waarmee hij mensen kon hersenspoelen, blijkt namelijk nog steeds vermist. En Tony Stark, beter bekend als Iron Man, twijfelt er nog steeds aan of hij en zijn collega’s een volgende aanval van deze schaal wel zullen kunnen afweren. Als de mysterieuze Wanda Maximoff hem een visioen voorschotelt van zijn falen, begint hij aan een ambitieus project: de creatie van Ultron, een systeem dat een harnas om de wereld moet leggen, zodat buitenaardsen geen kans maken. Maar hij vertelt zijn teamleden niet wat hij eigenlijk van plan is. En dat komt hem duur te staan als blijkt dat Ultron zijn eigen ideeën heeft over wat goed zou zijn voor de mensheid. Met de hulp van Wanda Maximoff en haar snelle broer Pietro zet hij eerst de verschillende Avengers tegen elkaar op, om vervolgens te bouwen aan een enorm robotleger. Want in zijn ogen zal er pas vrede op aarde zijn, als mensen niks meer hebben in te brengen …

Van Joss Whedon is bekend dat hij zichzelf identificeert als atheïst. Maar voor een atheïst schrijft hij behoorlijk vaak over religie (denk maar aan Shepard Book in Firefly), en ook in deze film is dat weer het geval. Hij heeft namelijk ook ergens gezegd dat hij weinig hoop heeft voor de toekomst van de wereld. En wie daarmee worstelt, zal zich bijna vanzelf vragen gaan stellen over geloof. Want godsdiensten hebben in de wereldgeschiedenis heel veel schade berokkend (laten we daar eerlijk over zijn), maar ze hebben ook heel veel mensen geïnspireerd tot daden van wonderbaarlijke naastenliefde, en inderdaad: hoop. Iets wat het atheïsme volgens mij nog niet voor elkaar heeft gekregen. En Whedon is door allebei deze aspecten van religie gefascineerd. De tweede Avengersfilm staat bol van de religieuze symboliek, maar er worden ook bijbelteksten in aangehaald, en er wordt opvallend expliciet naar God verwezen. Is dat alleen maar om bijbelminnend Amerika naar de film te krijgen? Zo oppervlakkig is Whedon volgens mij niet. Een aspect van de film dat bijna automatisch een religieus karakter krijgt is de opstand van een schepsel tegen zijn schepper (als een rebels kind tegen zijn vader). De val van Lucifer is Milton’s Paradise Lost is hiervoor natuurlijk het stroomschema. Maar dit element wil ik alleen maar aanstippen. Wat ik interessanter vind, is wat Whedon in deze film lijkt te zeggen over georganiseerde religie.

Ultron is volgens mij namelijk een beeld van de kerk (en van de instituten die andere godsdiensten dan het christendom kennen, maar ik houd het in de recensie bij de christelijke kerk).
Het gaat me hier niet om de kerk als bovennatuurlijk begrip (de gemeenschap van alle gelovigen, die elkaar vinden rond het werk van Christus), en zelfs niet om het samenkomen van die gelovigen rond brood en beker, de symbolen van zijn werk die Jezus ons heeft gegeven. Het gaat mij om de organisatie die de mens daar omheen heeft opgebouwd: het gebouw, zeg maar, in plaats van de mensen. De organisatie wordt door mensen opgetuigd om bepaalde doelen te bereiken. Het gebouw bijvoorbeeld om te kunnen samenkomen. Een geloofsbelijdenis om makkelijk kennis te kunnen overdragen.
Maar er kunnen al snel doelen bij komen, die niet ‘nodig’ zijn. Zoals het indruk maken op ongelovigen met pracht en praal, of een hogere toren hebben dan de kerk in je buurtdorp. Op het je kunnen onderscheiden van ketters. Of het je zelf goed kunnen voelen omdat je zo actief bent. Maar vaker gaat het om doelen die in principe goed zijn, en bijbels, zoals het verspreiden van het evangelie, of het organiseren van hulp aan achtergestelden. In plaats van op God te vertrouwen dat Hij zijn doelen in vervulling zal brengen, door zijn volk heen, gaan mensen echter vaak zelf systemen bouwen om de beoogde resultaten te verkrijgen. Ze gebruiken hiervoor menselijke middelen.  Muren, een kerkklok, banken - die allemaal gebouwd en onderhouden moeten worden. Maar ook tradities, vormen, activiteiten. Criteria om mensen in en uit te sluiten, taken die moeten worden vervuld, en waarvoor mensen moeten worden geworven. De vorm gaat onherroepelijk een beroep doen op de mensen erbinnen - hun noden en behoeften gaan ondergeschikt worden aan het in stand houden van de structuur. Hun individualiteit wordt opgenomen in het geheel. En wordt beoordeeld aan de hand van de bijdrage aan het geheel. Het systeem is het hoogste goed geworden, en is dus ‘als God’. Het wil de hoogste en belangrijkste zijn, en wil concurrenten (afgoden) tot zwijgen brengen en uitroeien (daar komen godsdienstoorlogen uit voort).
Maar zelfs als het goede dingen wil, zal het systeem zich vormen naar zijn schepper. En dat is niet God, maar de mens (en als die een systeem maakt uit een gebrek aan vertrouwen in God, gaat het om de gevallen mens - die zou sterven na het eten van de vrucht). En dus bereikt het systeem zijn doel niet op organische wijze, als in een lichaam, maar op een mechanische wijze. In plaats van de vrucht voort te brengen die God voor ogen had, brengt het de dood voort. De mensen binnen de kerk raken hun vrijheid en levenslust kwijt. Sterker nog: je hebt dode, zielloze mensen nodig om in zo’n systeem te kunnen functioneren. Wie faalt, wie zondigt, wie verlangt naar wat anders, hoort er niet bij. En de mensen buiten de kerk worden ook tot de hel veroordeeld, en zelfs mensen die anders denken of anders geaard zijn soms actief bestrijden. De kerk verlangt naar een paradijs, maar wel een paradijs waar alleen de als een robot gehoorzame kerkganger thuishoort.
Daarom verzette Jezus zich tegen het instituut van het Farizeïsme, en andere vormen van wetticisme. En daarom moeten gelovigen niet het systeem ‘vader’ noemen, of ‘meester’, want alleen God is onze meester en onze vader. Het systeem is er voor de mens, niet de mens voor het systeem. De kerk als doel in zichzelf moet dus worden bestreden, maar dit betekent niet dat er geen plek is voor het kerk-zijn (zelfs niet voor een gebouw, of voor activiteiten, tradities en vormen), maar die zijn dienend. Ze zijn geen eisen waar mensen aan worden gehouden, maar hulpmiddelen. Ze straffen niet de feilbare mensen, maar leren hen hun eigen schoonheid te zijn. Ze bevinden zich onder de mensen, tussen de mensen, als de botten in het lichaam van Christus, en helpen het groeien. Religie als instituut is dus een vijand, maar religie als uitdeler van genade en hulp (de kerk als sacrament) maakt God voor ons zichtbaar. Mijn stokpaardje van het sacramentele versus het transactionele wereldbeeld is in dit alles duidelijk terug te vinden.

Dit is het betoog van Joss Whedon. Ik weet niet of hij de connectie bewust heeft gelegd, maar het past wel heel goed. De grondslag voor Ultron wordt gelegd door Tony Stark, omdat hij bang is. Hij ziet de wereld (door manipulatie) als een vijandige plek, en kan het niet verdragen mogelijk ten onder te gaan. Hij denkt dat hij een systeem kan bouwen (mechanisch) dat de wereld kan beschermen en dat vrede kan brengen op Aarde. En Tony overlegt niet met zijn mede-Avengers. Hij vraagt niet hun advies, hij laat zich niet door hen gerust stellen. Hij vertrouwt hen niet. De basis van het systeem is dus angst in plaats van vertrouwen. En waar vertrouwen gemeenschap vormt (het is de basis voor de samenwerking tussen de Avengers die verder niet sterker van elkaar zouden kunnen verschillen), scheurt de angst de gemeenschap apart, en leidt tot ‘wij/zij’-denken. 
De robot Ultron kiest als zijn hoofdkwartier een beschadigde kerk (in het centrum van een stad) en zet zich daar op een troon. Als hij een zeldzame grondstof vindt, zegt hij letterlijk: ‘Upon this rock I will build my church’. De connectie lijkt me duidelijk. Maar daar waar Tony’s bedoelingen misschien nog goed waren, is de uitvoering van het systeem dat in elk geval niet. Ultron zegt het zelf: ‘I was meant to be new. I was meant to beautiful. The world would've looked to the sky and seen hope, seen mercy. Instead, they'll look up in horror.’ Ultron wil de hemel op aarde brengen (‘Peace in our time’), maar dat kan niet als de situatie blijft zoals die is. Als de mens blijft zoals hij is. Dus ziet hij de mensen als vijand, die moet worden uitgeroeid. Oh, hij zegt dat ze de kans krijgen zich te ontwikkelen, zich te bekeren, maar in feite veroordeelt hij ze tot de hel. Ultron heeft geen empathie met de zwakke, de breekbare. Wie niet kan meekomen met het systeem, is het niet waard te overleven. Hij zegt het letterlijk. En van zichzelf heeft hij een heel hoge dunk: hij wil voor zichzelf een nieuw lichaam bouwen. Het lichaam van een god. Het door de mens gemaakte instituut wordt een afgod. Hij wordt daarin gedreven door zijn angst voor de dood: alleen als hij almachtig is, is zijn eeuwig voortbestaan immers zeker.
De Avengers weten ondertussen dat ze Ultron in deze vorm niet kunnen verslaan. Ze zijn immers maar mensen. Maar hun hoop schuilt in het mysterieuze nieuwe karakter The Vision. Hij komt deels voort uit Ultron (de vorm), maar zijn hart is dat van Jarvis, de butler van de Avengers, gericht op dienen. En Vision ziet zichzelf ook als dienaar, als iemand die het leven wil beschermen, die bereid is zich daarvoor op te offeren. En hoewel hij goddelijk is (kijk wat hij doet met Thors hamer!), wil hij de Avengers dienen. Als Ultron hem daarmee confronteert, zegt Vision: ‘Humans are odd. They think order and chaos are somehow opposites and try to control what won't be. But there is grace in their failings. I think you missed that.’ Ultron werpt tegen: ‘They're doomed.’ ‘Yes’, zegt The Vision, ‘but a thing isn't beautiful because it lasts. It is a privilege to be among them.’ En hij sluit zich aan bij de nieuwe Avengers, geleid door Steve Rogers. Toen Tony hem vroeg hoe ze de bedreiging van de dood konden bestrijden zonder Ultron, antwoordde Steve: ‘Samen’. En als ze zouden sterven, zou dat ook zijn geweest als vrienden, samen. De dood is immers niet het einde. Er is altijd hoop op opstanding.
Geloof is iets wat hoop kan geven, maar niet als het een systeem wordt. Het geeft hoop als het mensen, van verschillende achtergronden, nationaliteiten, zwak en sterk, samen brengt. En Jezus zegt: ‘Waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben ik in het midden.’ Daar wordt hij zichtbaar. Dat is de kerk.

maandag 30 maart 2015

Gedicht: Er is een andere oever

Er is een andere oever

Er is een andere oever
ook al zie ik die nu niet,
moet ik door de mist laveren
zonder baken. Varen tegen
rijen huizenhoge golven in.

Het glas beslaat. De kompasnaald
tolt voortdurend. Duizelig
word ik ervan. Het zeil wappert
en ik maak ergens water.
Ik hoor de pompen protesteren.

Toch keer ik niet om. Mijn thuis heeft mij
niets meer te bieden, dan ketens
om mijn benen. Mijn rug belast
met wat vreemden wensen en ik
mag daarin niet verdwijnen.

Maar de zee rolt dag en nacht wild
onder mij, berooft mij van mijn rust.
Ook mijn bezit ging overboord.
Mijn handen kleven aan het wiel
door wrede angst geknecht.

Er is een andere oever.

dinsdag 22 april 2014

Filmbespreking: Noah (2)

Er zou over deze film en de betekenis van de beelden erin een boek geschreven kunnen worden. Dat ben ik op dit moment niet van plan, hoewel dit al wel een blogbericht in twee delen is geworden. Ik wil er een enkel thema uitlichten, dat er voor mij uitsprong de tweede keer dat ik de film zag. Wel moet me nog even van het hart dat ik niets begrijp van de ophef die onder sommige conservatieve Amerikaanse christenen over deze film ontstaan is. Zoals over de suggestie dat de film gnostisch zou zijn - er is geen enkele aanwijzing dat voor God het lichamelijke geen waarde zou hebben. Hij wil de dieren redden - God heeft dus oog voor de schepping. Dat de film zich heeft laten inspireren door het buitenbijbelse boek Henoch is geen argument ertegen, het bijbelboek Judas citeert immers Henoch ook.
En ik begrijp ook niets van de klacht dat deze film te ‘environmentalistisch’ zou zijn. Alsof het niet mogelijk zou zijn dat God zich druk zou maken over zijn schepping, of dat hij er wel eens niet blij mee zou kunnen zijn dat die door mensen wordt uitgebuit. Ik denk dat het inderdaad een grote zonde is dat de mens zijn rol als rentmeester verkwanselt en verkwistend omgaat met de schepping die voor God zo van waarde is. Het zijn eerder deze mensen die gnostisch zijn, die denken dat de natuur niet beschermenswaardig is omdat alles toch een keer vernietigd wordt en mensen bedoeld zijn voor de hemel. Maar het hart van God huilt over de vernietiging van soorten en omgevingen die nooit meer terug zullen komen. Dat moet elke volgeling van Jezus toch begrijpen? Ik vermoed zelf dat deze christenen iets teveel van zichzelf herkenden in het karakter van Tubal-Kain, die meerdere keren uitroept dat God de mens vervloekt heeft om in het zweet zijns aanschijns zijn brood te verdienen. En dat hij zich daar dan ook aan houdt. Dat hij alles zal aangrijpen om zijn eigen overleving veilig te stellen, ook als anderen daar het slachtoffer van worden. Deze film ontmaskert de kleine verhalen van het kapitalisme waar we soms in leven, en dat kan voor sommige kijkers dichtbij komen.

Maar het thema dat er voor mij bij de laatste kijkbeurt vooral uitsprong, was dat van de keuze tussen gerechtigheid en genade, die ook wij allemaal moeten maken. De film opent met een jonge Noach, die ziet hoe zijn vader bruut vermoord wordt door Tubal-Kain en zijn volgelingen, hoewel de man zich niet verzette. Ontdaan vlucht hij weg. Later ziet hij de nakomelingen van Kain een dier opjagen en doden om het op te eten. Ze bedreigen hem ook en hij doodt hen allemaal. Zelfs degene die hem vraagt wat hij wil. Zijn antwoord, terwijl hij de speer omlaag stoot: “Gerechtigheid!” Noach ziet zichzelf als rechtvaardig, en slachtoffer van de overheersers, en meent dat hij daarom het recht heeft recht te spreken over anderen.
Hij ontmoet de Wachters. En een daarvan vertelt hem dat hij iets van Adam in Noach waarneemt. Dit is volgens mij een sleutelscene om de film te interpreteren. Want wat ziet de Wachter? Geen uiterlijke gelijkenis. Hij ziet in Noach de mogelijkheid een keuze te maken, die consequenties heeft voor het hele mensenras. In Noach speelt zich het verhaal van Adam opnieuw af, het wordt gerecapituleerd. Hij heeft dezelfde rol als die van Adam, namelijk te kiezen voor of tegen de boom van het leven, of de boom van de kennis van goed en kwaad. En hiermee staat Noach direct ook voor ons, die ook allemaal nakomelingen zijn van Adam. Ook in ons wordt zijn verhaal herhaald, ook wij staan elk moment van elke dag voor die ene belangrijke keuze: van welke boom eten we? In welk verhaal leven we?
Noach begint de film met groot vertrouwen in de Schepper. Hij zingt het meisje Ila in slaap met een lied over Gods beschermende aanwezigheid. Als Cham vraagt of hij zijn leven lang alleen moet blijven, zagt hij hem op de Schepper te vertrouwen. Hij heeft hen tot dat moment immers alles gegeven wat ze nodig hadden, precies genoeg. Zal hij dat niet altijd blijven doen, ook wat betreft Chams behoefte aan een levenspartner? Noach vertrouwt op God, dat is zijn keuze.
Maar op gegeven moment ziet Noach het kwaad waartoe mensen in staat zijn, en realiseert hij zich dat hijzelf ook tot dat kwaad in staat zou zijn. En zijn vrouw en zijn zonen ook. Ze zijn in essentie niet beter dan de nakomelingen van Kain. En in plaats van te blijven vertrouwen op God en niet te oordelen, spreekt hij nu wel een oordeel uit. Namelijk dat de hele mensheid moet eindigen, dat er voor de mens geen nieuw begin zal zijn. De nieuwe aarde moet een nieuw Eden worden, met alleen maar dieren (die immers geen moreel besef hebben, en dus nog steeds leven als in het paradijs). De mens verdient het om uit te sterven. Dat is Noachs oordeel. En hij is bereid hier heel ver in te gaan. Als zijn eigen geadopteerde dochter zwanger is, zweert hij haar kind te doden, als het een dochter is, die kinderen zou kunnen baren. De toevallige omstandigheid dat er geen vruchtbare vrouwen aan boord leken te zijn, heeft Noach nu geinterpreteerd als de wil van God, en hij accepteert niet dat die zou kunnen veranderen. Hij wil gerechtigheid. En in zijn ogen is de dood van de mensheid de enige manier waarop dat gegarandeerd kan worden, zoals hij ook de mensen doodde aan het begin van de film. Hij is bereid een van de grootste zondes ooit te begaan vanuit zijn eigen idee van rechtvaardigheid, namelijk het vermoorden van een onschuldige, waar zijn vrouw hem ook op wijst.

Heeft Noach het gelijk aan zijn kant? Is het inderdaad de wil van God dat de mensheid uitsterft? Noach heeft er geen oog voor dat Ila een tweeling heeft gekregen. Twee meisjes. Terwijl hij twee zonen heeft die nog geen vrouw hebben. Zei Noach zelf niet dat de Schepper zou voorzien in alles wat ze nodig hadden? Dat Cham daarom niet bezorgd hoefde zijn? Uit de geboorte van de zusjes blijkt dat God zich aan zijn belofte houdt! Hij heeft overal voor gezorgd! Hij geeft de mensheid een tweede kans. Noach niet.
Op dit moment maakt hij de keuze die Adam maakte door te eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Wat was die boom? Wat was de kennis van goed en kwaad? Volgens Greg Boyd (in navolging van Diettrich Bonhoeffer) was dit het oordeel. De mens wilde niet slecht zijn. De mens wilde nog steeds goed zijn. Maar hij wilde zelf kunnen uitmaken wat dan precies goed was, en wat slecht. Dat geldt op dit moment ook voor Noach. Hij neemt de plek van God in wat betreft het oordeel. En hij tilt zijn hand met het mes al op, in een herhaling van een vaker terugkerend beeld in de film, dat van Kain die zijn hand met een wapen erin opheft boven zijn broer Abel. Dit is wat er gebeurt als de mens kiest voor het pad van de eigen gerechtigheid. Dit is wat er gebeurt als je rechtvaardigheid boven alles stelt.
Noach doet het ondenkbare uiteindelijk niet. Dat lijkt me geen ‘spoiler’, want anders zouden wij hier ook niet hebben gezeten met zijn allen. Hij ontdekt dat hij voor zijn kleindochters alleen maar liefde voelt en kust ze. Hij geeft het op zelf te moeten oordelen over goed en kwaad. Hij denkt dat hij God daarmee teleurstelt, dat hij gefaald heeft. Maar hij heeft juist gehandeld naar de wil van de Schepper. Die wil namelijk niet dat wij zelf oordelen over leven en dood, die wil dat wij op hem vertrouwen. Voor alles. En dus komt op dat moment de duif aanvliegen met de olijftak, een teken van vrede, van verzoening. En misschien (maar dit is wat vergezocht), misschien een verwijzing naar de boom van het leven. Leven in een verdronken wildernis, een belofte van een nieuwe aarde, een nieuw begin. En in dat opzicht inderdaad als Eden. Noach kan hier gezien worden als vooruitwijzing naar Christus - die in het Nieuwe Testament inderdaad wordt aangeduid als de nieuwe Adam, en die ook voor dezelfde keuze werd geplaatst. Vertrouwen op God, zelfs in het oog van vernedering en dood aan het kruis, of het recht in eigen hand nemen, de wereld aan zich onderwerpen en met het zwaard gerechtigheid brengen.

Noach had er uiteindelijk voor gekozen te leven in een verhaal van liefde in plaats van gerechtigheid. En dat was het verhaal van God, het verhaal dat God over zijn leven vertelde. Hij was immers zelf van de dood gered in de ark, waarvan God de deur sloot. Hij koos voor liefde, omdat God hem zijn liefde had laten zien. De broer met wie ik naar de film was, beschreef een inzicht dat hij kort geleden had verkregen. Als in de bijbel staat: 'Oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden' (Lucas 6:37) betekent dat niet dat wij moeten ophouden met oordelen, omdat er anders over ons geoordeeld zal worden. Het betekent niet dat we bang moeten zijn voor God. Het betekent dat God ons niet veroordeelt, en dat wij dus ook niet hoeven oordelen. Als we desondanks voor kiezen toch over anderen te oordelen, laten we zien dat we het paradigma van de genade niet accepteren, en kiezen we er zelf voor in termen van oordeel en veroordeling te blijven denken. Het verhaal van de slaaf wiens schuld was kwijtgescholden spreekt hierover. Hij accepteert niet dat er nu een nieuwe werkelijkheid is, waarin geen sprake is van oordeel, maar blijft andere mensen behandelen als schuldeiser. Uiteindelijk dwingt hij de koning om hem op dezelfde manier te behandelen: ‘Met het oordeel, waarmee gij oordeelt, zult u geoordeeld worden’ (Mat 7:2). Zo belangrijk is de keuze tussen deze twee manieren van leven, tussen deze twee verhalen. Tussen gerechtigheid en liefde. Tussen de boom van het leven en de boom van de kennis van goed en kwaad. En deze keuze maken wij telkens weer, elk moment van de dag.

maandag 14 april 2014

Filmbespreking: Divergent

Ik herinner me nog goed dat we op de basisschool gymles kregen. En het uurtje gym begon er altijd mee dat we rondjes rond de zaal moesten hardlopen. Over de lijn op de linoleum vloer, voorbij de klimrekken, langs de bankjes, langs de ruimte met de turntoestellen. Een eindeloze tien minuten lang. Ik was altijd de langzaamste. Al tijdens het eerste rondje begonnen mijn klasgenoten op me uit te lopen. En al snel liep iedereen aan de andere kant van de zaal en kwam ik in mijn eentje achteraan. Het kwam zelfs voor dat ik door de snelsten weer werd ingehaald. Het was vernederend.
En als er tijdens gym teams werden gekozen voor een potje voetbal, of volleybal, of trefbal, werd ik er altijd als laatste tussenuit gehaald, samen met een vriend van me. De groep die uiteindelijk gedwongen was mij te kiezen, mopperde dan, want het betekende dat ze zouden gaan verliezen. Soms mochten mijn vriend en ik de keuzes maken, maar het scenario waarbij wij de laatsten waren, kwam vaak genoeg voor. Ook op de middelbare school. Ook op christelijke zomerkampen. Daar gingen mijn teamgenoten bij volleybal in een halve cirkel om mij heen staan, zodat de tegenstander maar niet in de verleiding zou komen een bal naar mij te spelen.
Ergens in die periode las ik een sciencefictionverhaal over een overbevolkte Aarde. Er waren zoveel mensen dat niet iedereen in leven kon blijven. Er was een selectieprocedure opgesteld. Als een kind op een bepaalde leeftijd kwam, moet hij testen ondergaan om zijn toekomst te bepalen. Een van die testen was een hardloopwedstrijd. Wie niet snel genoeg liep, werd gedood ... Dat scenario joeg me behoorlijk angst aan. De overleving van de snelste. Ik zou het niet lang uithouden als dat ooit werkelijkheid zou worden.

Het was natuurlijk een beeld voor onze op prestatie en productie gerichte maatschappij, waarbij je uit alle macht moet proberen mee te komen, omdat je anders in het stof bijt en achter blijft. Ik moest er weer aan terugdenken bij het zien van de nieuwe film Divergent. Ik moet toegeven dat ik sceptisch was toen ik naar de bioscoop ging. Een tienerfilm, die in productie werd genomen toen The Hunger Games een succes werd, met net als dat verhaal een stoere jonge vrouw in de hoofdrol die in een totalitaire, postapocalyptische samenleving overeind moet zien te blijven en een rol gaat spelen in de revolutie. Het klonk niet heel origineel. Maar ik ben sinds kort de gelukkige bezitter van een Pathe-pas, wat betekent dat ik naar elke film kan die ik wil voor een vast maandelijks bedrag. En dit was een sciencefictionfilm. Meer excuus heb ik niet nodig. In het eerste uur leek mijn verwachting uit te komen. Behalve wat indrukwekkende beelden van de toekomstige wereld (een vervallen Chicago, met overal windturbines), bleek het verhaal behoorlijk voorspelbaar. De hoofdpersoon blijkt bijzonder te zijn, sluit zich aan bij de stoerste groep, sluit vriendschap met een paar buitenbeentjes, maakt vijanden, moet zich bewijzen en ontmoet een zwijgzame, ogenschijnlijk harde jongen, die dan toch los blijkt te komen. Een paar van de bijfiguren vond ik bovendien interessanter dan het hoofdpersonage, die toch wel wat vlak leek. Misschien om het voor het gemiddelde tienermeisje makkelijker te maken zich met haar te identificeren.
Het uitgangspunt van de film leek me bovendien ook onwaarschijnlijk. Een wereld verdeeld in vijf partijen, die elk een bepaalde karaktereigenschap cultiveren, en die verschillende taken in de maatschappij uitoefenen. Tieners worden getest om te zien bij welke groep ze horen. Bij de meesten blijkt dat de groep waar ze in opgroeiden. Als je eenmaal bij een partij hoort, mag je niet meer van keuze veranderen. En de mensen waarbij de tests voor karaktereigenschappen niet doorslaggevend zijn, zijn voor deze maatschappij gevaarlijk. Maar aan de andere kant mogen mensen ongeacht de uitkomst van de test zelf kiezen bij welke partij ze zich aansluiten. Ze mogen bij de groep van de erudieten komen, ook als ze zelf zijn getest als opofferende zielen. Maar waarom is het dan een bedreiging als er mensen zijn die meerdere karaktereigenschappen hebben? Zij kunnen toch ook gewoon kiezen? Ik besloot het maar te zien als metafoor, en toen werd de film toch nog heel erg boeiend. Vooral omdat het verhaal een duister randje krijgt, de hoofdpersoon het echt heel moeilijk krijgt, karakters onverwachte keuzes maken en aan het eind opeens niet meer voorspelbaar was wat er in het vervolg zou gaan gebeuren. Ik leefde uiteindelijk echt mee, en dat maakt de film in mijn optiek een aanrader.

Films als Divergent (en de boeken waarop ze gebaseerd zijn) bereiken hun populariteit omdat ze voor de jonge lezers een vorm van ‘wish fulfillment’ bieden. Veel tieners willen graag geloven dat ze uniek zijn, dat zij horen bij een kleine groep mensen die niet zomaar kan worden ingedeeld in een kliek, dat de hokjes en vakjes maatschappij geen greep op hen heeft, en dat als ze door volwassenen niet begrepen worden, dat is omdat het hun taak is de wereld te vernieuwen. Voor zo iemand gelden de regels en beperkingen niet, want zij zijn de uitverkorenen. Harry Potters succes was hier ook deels door te verklaren, natuurlijk. In dit opzicht zouden deze verhalen ongezond kunnen zijn. Zie bijvoorbeeld mijn analyse van de rol van fantasie in mijn bespreking van The Secret Life of Walter Mitty. Hunger Games had dit probleem minder (daar is het karakter duidelijker slachtoffer van het systeem), maar de Harry Potterverhalen deconstrueren uiteindelijk zichzelf door Harry’s status als uitverkorene en Perkamentus’ lievelingetje onder de loep te nemen, waarbij blijkt dat zijn mentor veel voor hem verborgen hield en hij erg veel gemeen heeft met de boosaardige slechterik van de serie. Zijn overwinning behaalt hij uiteindelijk niet op basis van zijn uitzonderingsstatus (zo goed kan hij helemaal niet toveren), maar op basis van zijn opofferende liefde. En deze film maakte volgens mij een vergelijkbare keuze, die de kijker uitdaagt zich niet met de hoofdpersoon te identificeren vanwege haar status, maar vanwege haar bereidheid om iets heel moeilijks te doen.

In een zeker opzicht zijn we allemaal uitzonderingen. We passen geen van allen naadloos in het systeem van deze wereld. Ik vond dat deze film dat erg goed (misschien een beetje te goed, want weinig subtiel) uitbeeldde. De hoofdpersoon, Beatrice, sluit zich namelijk na haar mislukte test, aan bij de groep ‘Dauntless’, de onbevreesden - dit zijn de politieagenten en soldaten van de samenleving, wildebrassen die niets liever doen dan uit rijdende treinen springen en elkaar bruut tegen de grond werpen. Het was me niet echt duidelijk waarom iemand bij deze groep zou willen horen, maar dat ter zijde. De nieuwe lichting leden van de ‘Dauntless’-fractie wordt met gejuich ontvangen en de jongens en meisjes reageren euforisch. Een beetje zoals je na jarenlange scholing eindelijk deel mag zijn van het volwassen bestaan en een baan vindt. Nu gaat het werkelijke leven beginnen! Geen lessen meer, maar geld verdienen! Maar de nieuwelingen wacht een onaangename verrassing. Ze hebben wel voor deze groep gekozen, maar hun lidmaatschap is daarmee niet zeker. Er volgt een intensieve training, en wie niet genoeg presteert moet afhaken. Die wordt een fractieloze, een zwerver, alleen onderhouden door de vrijgevigheid van de zelfopofferende groep. De spanning neemt dus toe. De jongens en meisjes worden afgebeuld. Wie opgeeft in een gevecht, valt automatisch af. Degenen die succesvol zijn, kijken neer op de zwakkelingen die onderaan de rangorde bungelen. Sommigen die hun positie bovenaan de lijst verliezen (want als er een stijgt, bijvoorbeeld de hoofdpersoon, valt er een ander van de lijst af!) nemen hun toevlucht tot geweld, en sluiten zich aan bij schimmige gezelschappen. Mensen worden wantrouwig, bezorgd, hopeloos.
Een zelfde gevoel bekruipt mij soms in het werkende leven, dat met zijn functiewaarderingssystemen, ontslagen, beloningen en winstdoelstellingen niet veel verschilt van de situatie binnen ‘Dauntless’. Je wordt beoordeeld op je prestaties, en als die achterblijven bij de rest, is dat je eigen schuld en val je buiten het systeem. Dit is het kapitalistische systeem. Gelukkig hebben we in Nederland behoorlijke sociale voorzieningen die nog niet te ver afgekalfd zijn, maar deze film is gemaakt in de Verenigde Staten, en daar ben je veel meer op jezelf aangewezen. Niet voor niets wordt er over carrière maken gesproken als de ‘ratrace’. Ook in Nederland lezen we boeken als ‘Hoe word ik een rat’? Bijna driekwart van de mensen geeft aan slecht te slapen door spanningen op het werk, overspannenheid komt regelmatig voor, en we moeten op vakantie om weer bij te komen. De economie is een ‘zero sum game’, waar als je niet bij de winnaars behoort, je een verliezer bent. En over andere onderdelen van het volwassen leven denken we net zo. Kijk maar naar bijvoorbeeld de ‘dating scene’ - we beoordelen elkaar, moeten bijblijven bij de minimumeisen, we concurreren met elkaar. En de prestatiegerichte manier van denken is ook in de kerk doorgedrongen. Alsof het leven een spel is dat we moeten winnen, en waarin we niet het onderspit mogen delven. Maar je kunt er niet aan ontsnappen, lijkt het. Zelfs als je het eigenlijk anders wilt, als je weet dat je diep van binnen andere dingen belangrijk vind, als je afwijkend bent. De hoofdpersoon in dit verhaal, Beatrice, staat voor dit dilemma. Als ze niet oppast wordt ze ontmaskerd, en zal ze de dood vinden. Ze moet kijken naar de mensen om haar heen, de anderen in de ‘angstloze’ groep, en zich steeds afvragen wat die zouden doen. Dat moet ze vervolgens toepassen. Ze moet de kunst afkijken. Alleen zo valt ze niet op, trekt ze niet de aandacht, is ze niet afwijkend. Het is een stressvol bestaan, en ze vindt alleen rust bij een andere ‘afwijkende’, die zich op het eerste gezicht aan het systeem lijkt te hebben aangepast, maar die eigenlijk wil voldoen aan alle goede karaktereigenschappen en niet alleen aan de ‘onverschrokkenheid’. Als ze bij elkaar zijn kunnen ze even de race vergeten, kunnen ze even niet vergelijken, dan kunnen ze zichzelf zijn.
En dan blijkt dat een groep mensen het systeem misbruikt om zelf de macht te kunnen overnemen. En alle leden van de ‘onverschrokkenen’ laten zich daarvoor gebruiken. De film gebruikt het beeld van hersenspoeling. Een chemisch stofje maakt ze allemaal ontvankelijk, en ze nemen de idealen van de leidinggevenden over als de hunne. Dus zien ze er opeens geen been in om onschuldige mannen, vrouwen en kinderen onder schot te nemen en gevangen af te voeren. Vergezocht? Ik denk het niet. Ik zag dit weekeinde ook de film The Book Thief, die zich afspeelt in Nazi-Duitsland. En heel normale burgers, jongens en meisjes, scanderen mee: ‘Deutschland uber alles’. Als je ze het voor de opkomst van het nazisme zou hebben gevraagd, zouden ze vast gezegd hebben dat ze goede mensen wilden zijn die niet zomaar anderen wilden doden. Maar het systeem heeft vat op ze gekregen en oefent nu door hen heen zijn wil uit. Ze zijn weerloos, omdat ze zich niet weerbaar hebben gemaakt. Ze hebben altijd al meegelopen, en dus lopen ze nu ook mee.
En hier wordt voor Beatrice en haar andere afwijkende partner de grens bereikt. Ze hebben zich tot nu toe kunnen verschuilen door te doen wat anderen ook deden en alleen in de veiligheid van elkaars omhelzing zichzelf te zijn. Maar als enigen zijn zij niet door het systeem ingepalmd. Als enigen zijn zij nog in staat hun eigen keuzes te maken. En ze willen niet onschuldigen het slachtoffer laten worden van de amibitie van hun eigen groep. Ik zie hier een parallel met de volgelingen van Jezus in onze maatschappij. Mensen die wel in de wereld leven, maar die niet van de wereld zijn. We moeten meedoen met de ‘ratrace’, anders kunnen we geen deel zijn van de maatschappij, dus soms moeten we de manier van handelen kopiëren van de mensen om ons heen. Maar er zijn grenzen. Daar waar de menselijke waardigheid in het geding komt, waar mensen hun identiteit dreigen te verliezen, en het slachtoffer worden van machtswellust, moeten we in opstand komen. Want dan zijn wij degenen die zien dat de keizer geen kleren aanheeft. Dan zijn wij het die zien dat het systeem misbruikend is geworden.

Hoe kunnen we het systeem veranderen? Ook daar geeft de film een antwoord op. Laat ik dit verklappen: het is niet door ook geweld te gebruiken, zoals het systeem. Het is niet door het zwaard te pakken en zelf een revolutie op gang te brengen. Dat was niet hoe Jezus het deed, en wij volgen hem. Hij veranderde het systeem door zwak te zijn, door zich aan het kruis te laten nagelen, terwijl hij bad: ‘Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen’. Het lijkt contra-intuïtief. Hoe kan zo’n daad van opoffering nu ooit de wereld veranderen? Hoe kan je zo mensen overtuigen, als je uit eigen keuze het slachtoffer wordt van het systeem? Maar Jezus’ opoffering was een daad van liefde. Juist doordat hij de mensen vergaf die het hem aandeden, konden die niet van zijn kruis wegkijken. Ze konden zijn lijden niet negeren. Want hij ontmaskerde hun betrokkenheid bij een systeem dat onschuldigen doet lijden en drukte tegelijk uit dat hij henzelf daar niet van beschuldigde, maar het systeem. En dat raakte hun hart. Daardoor werd de betovering verbroken. Hun ogen gingen open. Het systeem bleek slecht en onderdrukkend. Hun eigen daden bleken daaraan medeplichtig. En ze sloten zich aan bij de geweldloze revolutie van Gods liefde. Idealistisch? Natuurlijk. Misschien zelfs onrealistisch. Wat zwak is is immers kwetsbaar, en dat geldt ook voor Jezus’ offer. Hij nam een risico door zich zo kwetsbaar op te stellen. Want net zo goed had niemand zich er iets van aangetrokken en had het systeem de overhand behaald. Maar dat gebeurde niet. En dat is voor ons een belofte. Wij worden opgeroepen om als het puntje bij het paaltje komt het systeem te ontmaskeren. Niet door geweld, maar door opoffering. Door af te zien van een eigen systeem, maar te doen wat goed is voor de ander. Door onvoorwaardelijke liefde.
Wat er daarna gebeurt, is niet gegeven. Ook niet in deze film. En zo is het leven ook. We weten niet wat er volgt op onze keuze radicaal lief te hebben. We kunnen alleen de ene voet voor de andere zetten, en vertrouwen. Deze film herinnerde mij daaraan, en dat alleen al maakt hem de moeite waard.

vrijdag 6 december 2013

Over de drempel (7 en slot): De openbaring van het koninkrijk

Over het eind van de geschiedenis wordt in de bijbel gezegd dat ‘God zal zijn alles en in allen’ (1 Korintiers 15:28). Ik begreep deze uitspraak vroeger niet. Of in elk geval kon ik niet begrijpen hoe het met deze woorden geschetste toekomstbeeld iets aanlokkelijks kon zijn. Het leek namelijk een wel heel statische toekomst. Alsof de geschiedenis op dat moment tot stilstand zou zijn gekomen. Alsof vanaf dat moment niemand meer een initiatief zou kunnen nemen, er geen nieuw kunstwerk geschapen zou kunnen worden, geen nieuwe relaties zouden kunnen worden aangegaan, alsof alle dingen en alle mensen in God zouden zijn opgenomen en voortaan geen enkel eigen bestaan meer zou kunnen leiden. Het leven dat ik nu leidde was kennelijk onbedoeld chaotisch, vruchtbaar, origineel, maar als een hemelse archivaris zou God dan de rommel opruimen. De Borg uit Star Trek riepen voor mij hetzelfde angstgevoel op.
In deze toekomst zou ik bovendien niet mezelf kunnen zijn. Mijn persoonlijkheid had geen waarde. Mijn verlangens deden er niet toe. Ik heb in de kerk waarin ik opgroeide letterlijk dingen gehoord als dat ik in de eeuwigheid me niets meer van mijn leven op Aarde zou herinneren (een breuk in persoonlijke identiteit. Maar waarom zou ik me dan nu over dat leven druk maken?). Ik vond zelf onze kerkdiensten niet altijd even inspirerend, en keek niet uit naar een eeuwigheid van aanbidding. ‘Maar God zal er wel voor zorgen dat je dan wel van aanbidding houdt’, zeiden goedb edoelende mensen. Hij zou me dus hersenspoelen, mijn verlangens veranderen als ‘Big Brother’ in Orwells grimmige 1984. Ik hoorde dingen als zou ik in de eeuwigheid mijn familie en vrienden niet meer belangrijk vinden, en zelfs dat er in de eeuwigheid geen mannen of vrouwen zouden zijn, maar dat we allemaal neutraal zouden zijn - alsof mijn identiteit als man totaal geen betekenis had. Geen wonder dat ik niet naar de hemel uitkeek. Ik was alleen nog banger voor de eeuwige bewuste marteling van de hel, zoals we daarover hoorden - als ik niet de juiste leerstellingen over God geloofde zou hij mij tot in eeuwigheid zelf helse pijnen laten doorstaan. Dit roept wel vreemde vragen op over het karakter van God. Als God zo is, waarom zouden we dan de eeuwigheid in zijn gezelschap willen doorbrengen? Zou een eeuwigheid in het gezelschap van een almachtige sadist niet de hel zijn?
Ik moest erg lachen om een ‘spoken word’-stuk van christenartiest Larry Norman op een van zijn CD’s. Het gaat over een prediker die zijn publiek waarschuwt tegen de hel. Een van zijn toehoorders onderbreekt hem, en vraagt: ‘Preacher, is it true what you say, that hell is full of drink, cards and loose women?’ En de prediker antwoordt dat het zo is. De man slaakt een zucht en zegt: ‘If hell is filled with drink, cards and loose women, oh, death, where is thy sting!’ Ha! Het is toch vreemd als ons beeld van de hel aantrekkelijker is dan ons beeld van de hemel, of het koninkrijk van God.
Zelfs in gemeentes waar niet zo streng over de hel gepredikt wordt, zijn weinig christenen die naar de toekomst van God verlangen. Mensen hopen zelfs dat de Heer nog uitblijft, omdat volgens hen dit leven te prefereren is boven het toekomende leven. ‘Ik wil eerst nog zus en zo hebben meegemaakt’ (meestal het huwelijk). We moeten het er nu van nemen, eten en drinken, want morgen gaan we naar de hemel. Eigenlijk geen ander beeld dan dat van mensen die niet in de opstanding geloven (vergelijk 1 Korintiers 15:32). Het meest positieve dat mensen over de hemel kunnen zeggen, is dat er dan geen pijn zou zijn. Daarom zijn het vooral mensen met pijn of moeite die in deze kerken naar de hemel uitkijken (ik kreeg zelfs te horen dat ik zo naar de toekomst verlangde, omdat ik nog vrijgezel was). Maar de hemel is in deze visie nog steeds niet beter dan het niet-bestaan. Een statisch eeuwig zijn is niet wat ons van nature aanspreekt. En dat is dan reden om ons eigen verlangen, de basis van onze identiteit, nog verder te wantrouwen, en te onderdrukken. Want ons verlangen naar meer, naar schoonheid, betekenis en intimiteit, brengt ons voor ons gevoel alleen maar in problemen. We reduceren onszelf alvast tot bevelen opvolgende robots, omdat dat in de eeuwigheid alles zal zijn wat van ons zal overblijven. Resistance is futile.

Ik denk dat ons beeld van onze toekomst tekortschiet, omdat ons beeld van God tekortschiet. We zien onze toekomst niet als goed, omdat we ten diepste niet geloven dat God goed is. Oh, we geloven dat hij goed is, in de zin dat hij niet slecht is, dat kwaad en slechtheid in hem ontbreekt. Maar we geloven niet dat hij actief goed is. Dat hij ons liefheeft, dat wil zeggen: dat hij het beste voor ons verlangt en zich ook inzet om dat aan ons te geven. Dat hij een relatie met ons zou kunnen hebben. We zien God als de onbewogen beweger. Als de macht die alle gebeurtenissen in gang zet, maar zelf nergens door bewogen wordt. Die zelf niet gevoelig is, die niet geraakt wordt. Een macht zonder leven, innerlijk of aan de buitenkant. Eigenlijk zien we God niet als persoon, want we geloven niet dat God verlangens heeft. En verlangens zijn wat ons een wil geeft, wat ons tot personen maakt. Wat maakt dat we kunnen liefhebben.
Dat is niet het bijbelse beeld van God. Dat is niet het beeld van de drie-enige God, die tegen zichzelf zegt ‘laat ons ...’, die een bewegende, dynamische relatie IS. Dat is niet het beeld van de schepper, die uit het niets alles tot aanzijn roept, van het geringste snuitkevertje tot het verste melkwegstelsel, die creatief is. Dat is niet de God die deze schepping elke dag nog steeds actief onderhoudt. Dat is niet het beeld van de God die met zijn schepselen in de tuin wilde wandelen in de avondkoelte, hen wilde leren kennen, en met hen wilde lachen. Dat is niet het beeld van de God die toen zijn schepselen zich van hem afkeerden en voor de dood kozen, zodat ze blind werden voor zijn aanwezigheid in de schepping, zelf deel werd van hun wereld door mens te worden. Niet een zielloze, bevelen opvolgende robot, maar een volledig levend, enthousiast, verlangend mens. Dat is niet het beeld van de God wiens innerlijk in hem bewogen wordt als hij aan zijn troetelkinderen denkt (Jeremia 32), of die als de vader van de zoon hem tegemoet rent en hem zijn jas omhangt. Dat is niet de god die de dood overwint, en de mensen nieuw leven geeft en een nieuwe schepping maakt, waar gerechtigheid woont. Dat is niet de God die de bron is van elk leven, elke beweging, die zoals Chesterton vermoedde, gekenmerkt wordt door vreugde, door het genot zichzelf te zijn. De God die door theologen wordt beschreven als de ‘perichoresis’, de dans.
De God die zich heeft geopenbaard in Jezus Christus handelt, verlangt, heeft lief. Zo is God. We kunnen hem misschien niet beschrijven als een menselijk persoon, maar niet omdat hij minder persoonlijk zou zijn dan wij, maar juist omdat hij bovenpersoonlijk is. Zijn levenslust, zijn passie, zijn verlangen, zijn zo groot dat ze voortdurend uit zijn binnenste overstromen tot ze in ons terechtkomen, en ons in beweging brengen. Zijn verlangen is de muziek die maakt dat wij willen dansen.
Als dit de God is die uiteindelijk alles en in allen zal zijn, als zijn innerlijke leven de dans is waar wij allen deel van zullen uitmaken, is dat geen schrikbeeld. Dan wordt dat iets om naar te verlangen. Want dan betekent het dat wij niet minder onszelf zullen worden, maar meer. Dat we niet minder zullen verlangen, maar meer. Dat we niet minder creatief zullen zijn, maar meer. En dat we niet minder liefde zullen ervaren, maar meer. Tolkien zegt dat door het lezen van een goed sprookjesverhaal onze diepste verlangens worden vervuld, maar dat ze tegelijk ook oneindig worden aangescherpt (in Over Sprookjesverhalen). Zo zal het in de eeuwigheid ook zijn. En dat betekent dat we ons nooit zullen vervelen, want we worden niet opgenomen in een eeuwig computersysteem, maar in een eeuwig leven. Zodra we God zien als werkelijk goed, en zijn verlangens als werkelijk levensbrengend, wordt de toekomst er een om naar uit te kijken. Ook hier is het belangrijk welk beeld we van God hebben.

De grote, levende, persoonlijke God, de dansende drie-eenheid, vindt ons belangrijk. Daarom wordt in de bijbel niet gezegd dat wij naar de hemel gaan. Nee: er staat dat het nieuwe Jeruzalem, de stad van God uit de hemel zal neerdalen. Naar ons toe zal komen. God zal onder de mensen wonen. Johannes gebruikt in Openbaring sacramentele beelden. Hij zegt dat de mensen geen tempel meer nodig hebben, want God zelf zal onder hen wonen. Ze zullen geen zon of maan meer nodig hebben, want het lam, Jezus, zelf zal hun licht zijn. Dit wil volgens mij zeggen dat de hele werkelijkheid zichtbaar zal zijn. Gods koninkrijk, nu nog verborgen onder de grond van de geschiedenis, is dan openbaar. We zullen dan kennen, zoals we nu zelf gekend zijn. We zullen de beelden niet meer nodig hebben. Die hadden we natuurlijk nooit nodig in een transactionele zin. De Kerk, doop, avondmaal, priesters en huwelijk brengen (zoals ik eerder in deze serie betoogde) niets tot stand dat niet al realiteit was. Ze laten iets zien dat nog niet zichtbaar is, maar al wel realiteit is. En dan zal het voor elk oog zichtbaar zijn, zoals de engelen die Elisa aan zijn knecht liet zien. De schaduwen zijn vervlogen in het licht van de zon. In Hebreeen 9:23 noemt de auteur de tabernakel en haar inrichtingen ‘afbeeldingen’ - dat zijn al onze sacramenten. “Maar wat geschapen is, wankelt en verdwijnt, zodat alleen blijft wat onwankelbaar is.” (Hebreeen 12:27). Daarom zullen we ze uit onze handen laten vallen en er nooit meer aan terugdenken, als we de werkelijkheid zien: de onvoorwaardelijke liefde van God, die leven brengt uit de dood, ons leven, uit onze dood, door Jezus onze Heer.
Maar in zekere zin zijn wij zelf ook sacramenten waarin iets van God zichtbaar wordt. Gods grote verhaal wordt zichtbaar in ons kleine verhaal. En ook wat ons betreft zal in die tijd de werkelijkheid de schaduw vervangen. “We weten nog niet wat we zullen zijn, maar we weten dat we Hem gelijk zullen zijn”, zegt Johannes (1 Johannes 3:2). En Paulus voegt toe dat de hele schepping wacht op het openbaar worden van de “vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt” (Romeinen 8:23). Ook dit betekent niet dat we minder onszelf zullen zijn dan nu, maar juist meer. Want in elk van ons wordt iets heel specifieks en unieks van God zichtbaar, en dat zal dan volledig tot bloei komen. We zullen als God zijn juist in zijn leven en verlangen, in zijn vrijheid en de indruk die hij maakt op zijn omgeving. In De Grote Scheiding van C.S. Lewis ontmoet de hoofdpersoon een van de hemelbewoners. ‘Ik kan me nu niet meer herinneren of ze naakt was of gekleed’, moet hij toegeven. ‘Als ze naakt was, dan was het ongetwijfeld de bijna zichtbare sluier van haar hoffelijkheid en vreugde, waardoor mijn verbeelding de illusie vasthield dat achter haar een lange, blinkende mantel over het blijde gras golfde. Als ze gekleed was, was de illusie van naaktheid vast en zeker het gevolg van de helderheid van haar innerlijk, die door de kleding heen scheen.’ De bijbel suggereert dat we uit de dood zullen opstaan in ons lichaam, maar tegelijk lijkt dat in de bijbelse beschrijvingen meer te zijn dan ons lichaam. Het lichaam is verheerlijkt, glorieus. Het is een lichaam dat geen schaduw meer is, maar werkelijkheid, zo werkelijk dat het net als Jezus in zijn opstandingslichaam door tijd en ruimte kan verplaatsen en tussen de atomen van een muur kan doordringen.
We zullen na onze opstanding bovendien helemaal tot onze bestemming komen. Onze verlangens (zelf al sacramenten waarin de verlangens van God zichtbaar worden) zullen worden vervuld. En dat zal voor iedereen anders zijn. Mijn diepe verlangens zijn namelijk anders dan die van jou. Maar al onze verlangens zijn bedoeld om door God volkomen vervuld te worden. Daarom zegt Lewis in The problem of pain: ‘God will look to every soul like it first love, because He IS its first love’. Ik aarzel om meer te schrijven over dit onderwerp, omdat ik de neiging heb alles van C.S. Lewis te willen aanhalen. Lees van hem het essay ‘The Weight of Glory’. Hij zal je overtuigen dat God ons verlangen niet te sterk vindt, maar eerder te zwak. Dat ons verlangen is wat ons bij Hem doet uitkomen. Hij maakt ook duidelijk dat er geen jaloezie zal zijn in de eeuwigheid. Zoals het er ook nu niet hoeft te zijn, als iemand helemaal zichzelf is. Ik kan bijvoorbeeld nu ervan genieten dat iemand graag wil rotsklimmen en daar helemaal voor gaat, juist omdat ik mezelf toestemming heb gegeven mezelf te zijn, en dus niet hetzelfde hoef te winnen.

Ik ben samen met mijn vrouw behoorlijk bezig met persoonlijkheidstypetheorie, voornamelijk aan de hand van de Myers Briggs Type Indicator. Die levert voor je persoonlijkheid een code op van vier letters. Ik kom uit testen als een INFJ - het zeldzaamste persoonlijkheidstype, volgens de websites. In de beschrijvingen van dit persoonlijkheidstype staat vaak dat het van nature spiritueel is, gericht op de groei van zichzelf en van anderen, en begripsvol voor anderen, maar streng naar zichzelf toe. (Wees gerust, deze paragraaf zal ook over toekomstverwachting gaan. Al is er over MBTI, persoonlijkheid en geloof een hele nieuwe serie artikelen te schrijven!). Nu had ik het er met mijn vrouw over dat de eigenschappen van een INFJ me als gelovige een voordeel zouden kunnen bieden. En ik vroeg me af of dat niet betekende dat ik nog meer mijn best moest doen. Ik dacht dat het betekende dat ik niet tevreden kon zijn met wat ik al voor de heer deed, als het bij mijn persoonlijkheidstype hoorde. Ondertussen vroeg mijn vrouw zich af waarom er niet meer INFJ’s waren in de wereld, omdat de wereld meer serieuze, gewetensvolle wereldverbeteraars kan gebruiken.
Ik besloot het een keer aan God te vragen terwijl ik over straat naar huis liep. En ik kreeg in mijn gedachten antwoorden. Antwoorden die ik ook heel mooi zou vinden als ze uit mijn eigen gedachten voortkwamen, maar voor zover ik wist waren het geen voor mij natuurlijke gedachten. En ze kwamen met de klank die ik met Gods stem heb leren associëren. Ik vroeg aan de Heer waarom er niet meer INFJ’s waren. Het antwoord dat ik kreeg was dat God er niet meer nodig had. Kennelijk was het voldoende voor zijn plan dat 1 procent van de populatie INFJ is en zijn er meer nodig van praktische, handelende persoonlijkheidstypes. Toen ik de Heer om meer vroeg, kreeg ik in gedachten dat het zelfs niet goed zou zijn als er meer waren. Per slot van rekening worden ook Hitler, Osama Bin Laden en Ayatollah Khomeini gezien als INFJ’s, ze kunnen mensen inspireren tot het goede, maar kennelijk ook tot het kwade. Ik vroeg de Heer of ik omdat ik INFJ was meer moest presteren. Maar ik kreeg in gedachten dat het enige wat ik hoefde doen was mezelf te zijn. Ik zou vanzelf anderen inspireren, inzichten en gedachten delen met belangstellenden, schrijven en spreken. En omdat 1 procent van de populatie INFJ is, ‘hoef’ ik in principe maar 99 mensen te bereiken (dat bedacht ik zelf). Het bracht me rust - ik hoef me niet te verkopen, ik hoef mezelf niet succesvol te maken, ik hoef niet op anderen te lijken. Ik mag mezelf zijn.
Tenslotte vroeg ik aan de Heer in mijn gedachten of het eerlijk was als ik in de eeuwigheid zou krijgen wat ik verlangde, als ik inderdaad krijg wat mijn verlangen is, namelijk steeds dieper in de betekenis van God te mogen afdalen. Maar ik kreeg in gedachten dat niemand jaloers op mij zou zijn. Want andere mensen willen niet hetzelfde als ik. In de eeuwigheid zal de een op zijn plek komen in het zingen en muziek maken met anderen, de ander in het verkennen van nieuwe werelden, de ander in het steed dieper doordringen in de diepten van God. En niemand zal jaloers op hen zijn, want ze zullen allemaal zichzelf zijn. Dit geldt voor alle persoonlijkheidstypen. God zal hen allen op hun eigen manier vervullen. Ook dat nam een laag van mijn schuldgevoel weg, en ik kon vrij ademhalen. God houdt van mij omdat hij God is en daarvoor kiest. Dat heeft hij laten zien in Jezus’ dood en opstanding. Ik mag dat accepteren en leven in die liefde, en mezelf accepteren als Gods geliefde kind. In die acceptatie mag ik mezelf zijn, doen wat mijn hand vind om te doen, en de mensen in mijn omgeving liefhebben. Meer niet. Zo goed is het goede nieuws!

zaterdag 23 november 2013

Filmbespreking: Catching Fire

In haar bespreking van de film op Christianity Today maakt Alissa Wilkinson een heel goed punt met betrekking tot de commerciële aandacht rond dit tweede deel uit de Hunger Games-serie. Make-upfabrikanten maken nieuwe lijnen gebaseerd op karakters uit de film, terwijl Subway broodjes verkoopt met een Hunger Games thema en mensen een eigen ‘overwinningstocht’ laat winnen. Ik zag de stickers op de ramen van de winkels in Londen en voelde me er net zo ongemakkelijk bij als de schrijfster van de recensie. Want de film wordt op deze manier deel van het commerciële systeem, en niets anders dan een product om geld te verdienen van tienermeisjes. Alsof het zo’n aanlokkelijk perspectief zou moeten zijn om een overwinningstocht te houden (voor de karakters in deze film is het echt geen feestje), of om met kleurrijke make-up te worden tentoongesteld (karakters in de film worden opgetut om op een feestje te verschijnen van de onderdrukkende minderheid in het kapitool, maar stellen teleur en moeten daarom de arena weer in). Dat zou de kijker van de film helemaal niet moeten willen nabootsen. Het idee van een Hunger Games-themapark is al helemaal vreemd. Dit zijn nu juist geen films die de kijker zelf zou (moeten) willen uitleven (zoals de Harry Potter-films. Een Harry Potter-themapark is juist logisch). Het zijn juist waarschuwende films, die de kijker blij achterlaten dat hij of zij niet woont in deze wereld, en niet hoeft mee te vechten in de Hunger Games. Alhoewel ... De boodschap van de film is ook dat we al meedoen aan de hongerspelen, of we dat nu willen of niet, al zijn die misschien in de wereld waarin wij leven niet zo makkelijk herkenbaar als die van de film. Hij bevat echter ook de boodschap dat zolang er sprake is van hoop, angst ons nooit definitief onderdrukt kan houden. Alle commercialiteit om de film reduceert de film echter zelf tot instrument van het kapitool, de film wordt gebruikt om ons meer en langer te laten meespelen met de hongerspelen, en wordt zo ontdaan van zijn kritische kant. De film wordt een lokmiddel om je ertoe te brengen fast food te kopen en naar dure make up te verlangen.
De ironie daarvan is wel heel diep. Want de inwoners van het kapitool zijn juist daarmee bezig: eten (ze hebben zelfs drankjes waardoor ze gaan overgeven, want als je niet overgeeft kun je nooit alles proeven), en kleding en make-up (de inwoners van het kapitool dragen wel heel uitbundige kostuums, en naar wat ik heb begrepen doen ze in de boeken ook aan uitgebreide plastische chirurgie). De commercie rond de film roept mensen dus op om belangrijk te vinden wat het kapitool belangrijk vindt. Niet wat werkelijk belangrijk is of waardevol. En daarmee roept de commercie de kijker dus eigenlijk op om de film te kijken zoals de inwoners van het kapitool in de film zelf naar de hongerspelen kijken: als entertainment en vermaak. En om de karakters in de film te zien zoals de inwoners van het kapitool ze zien (zoals we blijkens de roddeltijdschriften al naar 'celebrities' kijken), als mooie mensen die niets met ons te maken hebben, maar wiens leven (met liefde en trouwjurken in het vooruitzicht) wij ook zouden willen leiden. En vooral om ons er niet door te laten raken. Want als we ons door deze film zouden laten raken, zouden we zelf wel eens in opstand willen komen tegen de structuren van onze samenleving die ons reduceren tot radertjes in het mechaniek, die ons alleen maar zien als eenheden die bijdragen aan het voortbestaan van het onpersoonlijke grote geheel.
Ik zeg niet dat het verkopen van producten rond een film verkeerd is en ik snap ook dat bedrijven geld willen verdienen. Ik heb zelf ook een Hunger Games-aanschaf gedaan: een grote poster, waar hoofdpersoon Katniss op staat met pijl en boog, en de leus: ‘Remember who the real enemy is’ (zie hier bovenaan). Want deze poster roept mij niet op om net als Katniss aan de hongerspelen te willen meedoen, maar om in actie te komen tegen de echte vijanden: de maatschappelijke overtuigingen die mij laten mee rennen in de ‘rat race’, die me ertoe brengen andere mensen als ‘other’ te zien, als vijanden, en om alleen te geven om mijn eigen imago en indruk. Dat is een boodschap waar ik aan herinnerd wil worden.

Het feit dat ik de poster heb besteld, zegt hopelijk al genoeg over wat ik van de film vond. Een waardige opvolger van de eerste film. Een stuk beter zelfs. Misschien een beetje aan de lange kant en hetzelfde gold, wat gold voor de eerste film, dat het door het grote aantal karakters niet altijd makkelijk was om betrokken te zijn bij alle figuren. Bijvoorbeeld scenes waarbij de hoofdfiguren probeerden allianties te sluiten met andere spelers waren te snel voorbij. Verschillende karakters moesten het met een of twee momenten doen om de sympathie van de kijker voor zich te winnen. Maar vergeleken met de eerste film werkte het in deze al een stuk beter. En het lijkt erop alsof we in de volgende film veel dezelfde karakters terugzien, en dat zal zeker helpen bij het opbouwen van gevoel. De aankleding van de film is ook beter dan in de eerste film. Prachtige natuurbeelden (van vorst), en aan Rome refererende beelden van het kapitool. Goed opgezette actiescènes, waarbij ik goed kon volgen wat er gebeurde. En opnieuw werd geweld zo in beeld gebracht dat het niet verheerlijkt werd, en de afkeer van de vechters van wat ze moesten doen duidelijk was. Dit is een moeilijke scheidslijn om te bewandelen, merk ik ook bij de verhalen die ik zelf schrijf, maar hier is het goed gelukt! Verder is de film erg goed geacteerd. Jennifer Lawrence heeft vorig jaar een oscar gewonnen, maar ook in deze film toont ze haar acteertalent ten volle. Ze geeft Katniss zeker een innerlijke kracht mee, maar toont ook haar kwetsbaarheid. Dit is iemand die door de vorige hongerspelen is getekend. Josh Hutcherson die Peeta speelt blijft een beetje vlak. Maar misschien hoort dat bij het personage. Andere acteurs zijn weer erg goed, hoewel hun rollen soms wat eendimensionaal zijn, zoals Donald Sutherland als de niet zo heel sympathieke president Snow. Een confrontatie tussen Katniss en de president aan het begin van de film was echter wel weer een heel sterk gespeeld moment. Deze film gaf mij het verlangen om zelf ook weer meer te gaan schrijven. En dat is een van de grootste complimenten die ik een film kan geven. Ik ga hem zeker nog vaker kijken. Al was het alleen maar om mezelf eraan te herinneren wie de werkelijke vijand is.

De film begint bijna een jaar na de hongerspelen uit de eerste film. Hoewel volgens de regels maar een speler de arena kan verlaten, zijn Katniss en Peeta samen uit de strijd gekomen. Ze hebben gedurfd het systeem uit de dagen en hebben daarin gelijk gekregen. Dit wordt door mensen in de armere districten gezien als verzetsdaad. Als Katniss en Peeta in opstand kunnen komen, dan zij ook. Zij verzamelen zich achter het symbool van Katniss, de ‘Mockingjay’. De president van Panem ziet het ook. En hij wil het verzet in de kiem smoren. Door het einde van de hongerspelen in beeld te brengen als romantische liefde tussen Katniss en Peeta, in plaats van verzet tegen het systeem, hoopt hij Katniss te gebruiken juist als symbool van het systeem. Ze heeft iets gepresteerd, ze heeft succes gehad, ze heeft gewonnen - nu moet ze voor de rest van haar leven het systeem terugbetalen. Door te doen alsof. Alsof ze blij is met de overwinning en niet lijdt aan post traumatische stress, alsof ze werkelijk verliefd is op Peeta en niet op Gale. Dat is een extra bron van stress voor Katniss, maar de president bedreigt haar familie, en ze kan niet anders. Ze kan daarom ook niet anders dan meedoen met de nieuwe hongerspelen die worden georganiseerd. Hongerspelen waaraan alleen winnaars uit eerdere hongerspelen kunnen meedoen. Dat betekent snellere, sterkere en meer zelfverzekerde tegenstanders. Bovendien is er in het kapitool een nieuwe spelontwerper aangetreden, de sluwe, intelligente Plutarch Havensbee, die van de president de opdracht heeft gekregen Katniss in de spelen te laten omkomen.

Zoals de meeste krachtige dystopieen gaat deze film over de macht van structuren en organisaties over individuele mensen, en hoe deze in stand wordt gehouden. Als blauwdruk dient Rome, met zijn brood en spelen (Panem et circenses). Gezien de vele overeenkomsten tussen Panem en onze eigen maatschappij (de rol van ‘reality TV’, de roddel over celebrities, de alom aanwezige camera’s, de rijke 1% en de arme 99%) is de boodschap van de film dat onze eigen maatschappij ondanks onze ogenschijnlijke vrijheid, in werkelijkheid een net zo onderdrukkende macht is als het oude Rome. We zijn net zo min vrij als de onderdanen van Rome. We zijn niet alleen onvrij, we zijn zelfs medeplichtig. De eerste film refereerde er al aan dat als niemand naar de hongerspelen zou kijken, ze niet meer gehouden zouden worden. Maar waar die film onze eigen verantwoordelijkheid aan de kaak stelde, kiest deze film een andere insteek. Deze film laat de technieken zien waarmee de consumptiemaatschappij ons onze verantwoordelijkheid ontneemt. Hoe we worden ingelijfd bij het systeem. En dat gebeurt door angst.
Als individuen hebben we een identiteit. We laten iets zien aan de wereld, we dragen iets uit naar anderen. We hebben betekenis, dat wil zeggen: we zijn een teken, ons leven is een teken van onze waarden en onze overtuigingen. Op die manier heeft ons leven een effect op anderen, we maken indruk. In bijbelse termen: we zijn ‘beelddragers’. Als we vrij zijn, is dit een glorie, een indruk waar we zelf voor kiezen, die past bij ons. Als mensen met ons omgaan, laten ze ons onze betekenis uitstralen, respecteren ze die, zonder op te houden zelf hun eigen licht te laten schijnen. Maar we leven in een wereld waar mensen niet altijd op basis van gelijkwaardigheid met elkaar, met andere beelddragers, omgaan. We leven in een wereld waar mensen zichzelf boven anderen stellen. De individualiteit van de een wordt ondergeschikt aan die van de ander. Iemand is niet vrij zijn eigen betekenis te hebben, zijn of haar leven verwijst naar een ander. De machthebber bepaalt wat iemand  laat zien. De daden en woorden van de persoon staan in dienst van de overheerser. Om dit te bereiken moet een machthebber een systeem gebruiken, een organisatie, een structuur. Want mensen zijn oorspronkelijk vrij, oorspronkelijk zichzelf. Ze verliezen die individualiteit pas als hun keuzes en beslissingen worden beïnvloed, niet door zichzelf, maar door factoren van buitenaf. Niet langer door hun eigen verlangens, maar door beelden van buiten. Door bedreigingen met straf, of beloften van beloning, door leugens en manipulatie.
Dit systeem kan heel duidelijk zichtbaar zijn - zoals in het oude Rome, of bij plekken op Aarde waar nu nog slavernij voorkomt. Daar weten mensen dat ze onvrij zijn, bevinden ze zich soms letterlijk in ketenen, en is het heel duidelijk wie er voordeel heeft van deze situatie. Het zichtbare ervan is direct gevaarlijk voor de machthebbers, daarvan getuigen de opstanden van slaven en de machtsgrepen, denk aan Spartacus. Beter is het daarom als het systeem verborgen is en het niet direct duidelijk is wie de machthebbers zijn en hoe ze er voordeel van hebben. Dit is volgens mij in onze maatschappij aan de hand. En in veel kerken. We zijn, soms zonder het te weten, deel van een systeem, een systeem van beloften en bedreigingen, van regels en uitzonderingen, waar we ons geld aan besteden en onze tijd voor inzetten. En bankdirecteuren, bedrijfseigenaren, et cetera, plukken daarvan hun vruchten. En in kerken bijvoorbeeld voorgangers of leiders. Wij krijgen betaald voor ons succes, in de vorm van salarisverhoging op het werk, een betere hypotheek, of de benoeming in een commissie in de kerk. Maar het gevolg daarvan is alleen dat we nog meer vrijheid kwijt raken en nog meer deel worden van het systeem. Wie zijn baan wil houden, moet bijvoorbeeld erg oppassen wat hij deelt op social media. Ik moet twee keer nadenken voor ik mopper op mijn werk, ik kan niet vrij delen waar ik over nadenk want mijn werkgever kan het zien. Onze telefoon wordt afgeluisterd door de NSA en ik kan niet meer vrij delen hoe ik over overheden denk. Ik kan in de kerk niet vertellen hoe ik over organisatie als de kerk denk, want anders raak ik ook daar mijn privileges kwijt. Om mijn succes te behouden, als werkgever, als burger, als kerkganger, moet ik zeggen en doen wat de machthebber wil dat ik zeg en doe. Ik moet doen alsof ik heel tevreden ben, alsof ik enthousiast ben over wat ik doe, alsof ik niet kan wachten om naar de kerk te gaan, om mee te kunnen blijven draaien. Ook als ik het totaal anders voel. Want anders raak ik mijn salaris, mijn huis, mijn plek als gelovige kwijt. Zoals Katniss moet doen alsof ze van Peeta houdt en blij is met het systeem van Panem, anders raakt ze haar familie kwijt. Dus laat ze zich optutten, draagt een bruidsjurk en juwelen en glimlacht naar de camera, hoewel dat helemaal niet is hoe ze is en hoe ze zich voelt. Haar betekenis is overgenomen door het systeem.

Ik noemde al de bruidsjurk. De film laat namelijk ook zien wat de weg naar de vrijheid is. Namelijk door het systeem dat jou heeft opgeslokt te subverteren en de technieken van het systeem daartegen te gebruiken om niet angst te laten zien, maar hoop. Want angst kan niet in zijn opzet slagen, zolang er hoop is. In een sleutelscène in de film brandt de trouwjurk van Katniss weg en verschijnt een jurk in de vorm van de ‘mockingjay’, een beeld van het verzet. Kledingontwerper Cinna heeft zich gehouden aan het systeem - hij heeft een jurk ontworpen, precies zoals zijn opdracht was, maar een jurk die refereert aan andere waarden dan die van het systeem. Een jurk die refereert aan een symbool van hoop. Hoop op vrijheid, op een toekomst zonder onderdrukking. De hele TV-uitzending waarin Katniss deze jurk moest dragen, wordt tegen het systeem gekeerd. De winnaars die eigenlijk tegen elkaar strijd zouden moeten leveren, houden elkaars handen vast en tonen eensgezindheid. Het publiek begint afkeer te tonen van de hongerspelen als de mensen zien dat het individuen zijn die dood zullen gaan, en niet alleen levenloze symbolen in dienst van het systeem. Geen ‘avatars’ van Panem, maar mensen van vlees en bloed zoals zij. Zo kunnen ook wij niet direct ontsnappen aan het systeem. We kunnen niet uit de wereld weggaan. Maar we kunnen het systeem wel subverteren. We kunnen de media gebruiken om een andere boodschap te brengen, die hoop biedt, die van binnenuit harten kan veranderen. En in de kerk kunnen we zodra we de kans krijgen de kanalen die gebruikt werden om van bovenaf tot mensen te spreken om ze in gareel te houden en te zorgen dat ze veel geld in de collecte doen, nu gebruiken om de boodschap van genade te brengen, van onvoorwaardelijke liefde, van acceptatie. Ook als we in het systeem zitten en op het punt staan de arena in te gaan kunnen we elke kans aangrijpen om de boodschap te brengen die er tegenin gaat, namelijk dat er hoop is buiten dat systeem.
De machthebbers zullen er niet blij mee zijn. Ze zullen willen proberen ons tot zwijgen te brengen. Ze zullen ons de arena in smijten. De arena die (mooi beeld) in deze film is gesitueerd onder een ondoorzichtige koepel. Een afgesloten wereld. (In de fimbespreking waar ik in het begin van deze recensie naar verwees wordt de link gelegd dat de wereld van het kapitool van Panem net zozeer een arena is als die van de hongerspelen, en dat onze eigen kapitalistische wereld dus ook een arena is, een waarin we een strijd op leven en dood voeren om in leven te blijven, terwijl rijke bedrijven en machthebbers daarvan de vruchten plukken.) Maar een wereld waarbuiten een heel andere werkelijkheid is.
In een dramatische scene wordt de koepel opengebroken en schijnt een straal licht van buiten naar op Katniss onder de koepel. De wereld van buiten dringt door. En terwijl de waarheid van buiten, van schoonheid, waarheid en intimiteit, van het grote verhaal, zichtbaar wordt voor de spelers onder de koepel, wordt tegelijk het systeem ontmaskerd voor de mensen daarbuiten. Voor de kijkers naar de hongerspelen. De kunstmatigheid wordt ontmaskerd, de manipulatie wordt zichtbaar. De illusie is doorbroken.
Dat kost echter wel wat. In een betekenisvol beeld wordt Katniss omhoog getakeld en heeft ze haar armen naar opzij gestoken in een duidelijke verwijzing naar het kruis van Christus. Volgens de bijbel was Jezus’ dood aan het kruis een gebeurtenis waarbij de overheden en de machthebbers van de wereld werden ontwapend, waarbij openlijk over hen werd getriomfeerd. Ze leefden al hun macht op Jezus uit, troffen hem met de bliksem van hun woede en manipulatie. Hij ging eraan ten onder, maar hun middelen hadden niet het laatste woord. Jezus werd uit de dood opgewekt. En zo bleek hun machteloosheid. Hun zogenaamde kracht was een illusie. Het systeem van de wereld viel voor eens en altijd in duigen.

Het is een illusie te denken dat het systeem (ook dat van de kerk) zal verdwijnen zonder dat er offers gebracht hoeven te worden. Katniss ging er bijna aan ten onder. Ook wij zullen er niet zonder kleerscheuren van afkomen, als we voor de vrijheid willen gaan. Maar  wij volgen Jezus, die al heeft laten zien dat het systeem  niet het laatste woord heeft, dat het uiteindelijk overwonnen zal worden. Waar hij ons toe oproept is om ons niet door het systeem te laten inlijven, maar te leven als vrije mensen, om ons leven werkelijk betekenis te geven, door het te leven voor anderen, voor schoonheid, waarheid en liefde, voor het grote verhaal. Doordat wij onszelf zijn, krijgen anderen hoop en worden ook vrij, en wordt het systeem ontmaskerd en komt ten val. En deze boodschap brengen we midden in het systeem, via de kanalen die het systeem ons biedt. Zo subverteren we het systeem dat ons probeerde voor zijn karretje te spannen.

zaterdag 13 juli 2013

Filmbespreking: X-Men The Last Stand

Ik had nooit gedacht over deze film nog eens een filmbespreking te schrijven. Ik ben groot fan van de X-men. Ten eerste van de stripverhalen (hoewel die niet allemaal even goed zijn en soms wel heel complex voor wie de serie niet vanaf het begin heeft gevolgd) en ten tweede van de films, sinds 2000 in de bioscoop.
De eerste film was het begin van de huidige superheldenopleving, vooral door het gegeven serieus te nemen als een fenomeen in onze wereld. Waar de eerdere Batmanfilms (en ook de Supermanfilms) zich afspeelden in een duidelijke stripboekenwereld (de Art Deco wereld van Gotham, ontworpen door Tim Burton, met cartooneske schurken), of knipoogden naar de onwerkelijkheid van het concept (de wel heel vergezochte gaven van Superman, zoals het kunnen terugdraaien van de tijd door het draaien van de Aarde), zagen deze films de karakters als volwaardige personen en namen hun verhalen zo ernstig als ze dat zelf deden. De films waren zich er niet langer van bewust dat ze stripverfilmingen waren, ze waren films geworden die toevallig op een strip gebaseerd waren. En dat tieners door een mutatie in het X-gen bijzondere krachten ontwikkelden, werd door deze film net zo serieus behandeld als de ijsberg die Titanic lek stoot, of de nazi’s die het getto van Warschau leeghaalden. Dit signaal werd in de eerste film gegeven doordat de eerste scene ervan zich ook in een concentratiekamp afspeelde. Dit is een echte film, maakte die scene duidelijk, over echte mensen, die toevallig mutanten zijn. En de problemen waar deze mutanten tegen aanlopen: vooroordelen, de dreiging van registratie, verschillende manieren om met andere mensen om te gaan, zijn serieuze problemen die voortkomen uit de menselijke natuur en werpen licht op bijvoorbeeld discussies rond mensenrechten en gewelddadig of geweldloos verzet. Het karakter dat in eerdere superheldenfilms een karikaturale superschurk zou zijn met een maniakaal lachje, Magneto, heeft dan wel een belachelijke naam (daarvan is de film zich bewust), maar met zijn missie wordt niet gespot. Hij heeft de tatoeage van het nazikamp nog op zijn arm staan, en daar laat hij niemand om lachen.
De X-menfilms leidden onder andere tot Spider-Man (wat doet een tiener die opeens nieuwe krachten krijgt, wat heeft een directeur over voor zakelijk succes?), de nieuwe Batmanfilms (welke psychologische verwonding drijft Bruce Wayne ertoe zich als vleermuis te verkleden?), Iron-Man (gevangen door terroristen in Afghanistan) en Man of Steel (hoe zouden mensen reageren op een buitenaardse aanwezigheid?). Vergeleken met deze films (en spektakelfilm The Avengers), was X-men maar een kleine film, met een eenvoudig verhaal en een weinig ambitieus slot, maar hij leidde tot grote dingen (niet in het minst X-men 2, met een complexer plot, origineel gebruik van mutante gaven en best wel wat ambiguiteit). En hij introduceerde Wolverine, in de persoon van Hugh Jackman, een figuur die in de films welhaast net zo populair is geworden als in de strips, zodanig dat zelfs na fiasco X-Men Origins: Wolverine, deze maand een tweede film met hem als hoofdfiguur uitkomt, The Wolverine.
Mijn verloofde en ik zullen voor die film in de bioscoop zitten. Maar ze had nog niet alle X-men films gekeken, dus schoven we gisteren de DVD van X-men 3 in de speler. Van tevoren waarschuwde ik haar wel haar verwachtingen naar beneden bij te stellen. Deze film werd immers niet geregisseerd door Brian Singer (die de eerste twee films maakte), maar door Brett Ratner (in de filmwereld nu niet echt bekend om zijn originaliteit of zijn talent met acteurs). De karakters zijn vlakker, zei ik, en het verhaal zwakker. En de gaven van de hoofdpersonen worden niet echt origineel gebruikt. Zo had ik mezelf ingedekt.
Maar toen de film was afgelopen, keek ik haar aan en zei: ik ga er een filmbespreking over schrijven! Want wat ik over de film zei, was allemaal waar: de karakters zijn vlakker, de dialogen hier en daar cliche (‘Well done, fur ball’), het plot is wat mechanisch (wat is de rol van Angel eigenlijk in de film?), en inderdaad: het gebruik van de mutaties is wat flauw (een karakter die vuur kan manipuleren komt tegenover een karakter te staan dat ijs kan oproepen, en het enige dat ze kunnen doen is vuur en ijs naar elkaar toe stralen? In de stripverhalen komen veel epischere confrontaties voor! Hoe Magneto een gevangenentransport uitschakelt is dan wel weer gaaf, moet ik toegeven). Maar het zijn wel de X-men, en ze worden voor een serieus dilemma geplaatst in deze film. Een dilemma dat hen voor keuzes stelt over het omgaan met macht, en met zwakheid.

Tussen normale mensen als jij en ik lopen individuen rond met een mutatie in een bepaald gen. Het is niet een mutatie die hen een andere huidskleur geeft, of een andere geaardheid, of een lage of juist hoge intelligentie. De gave geeft hen superkrachten. Veel van hen zien er normaal uit, maar kunnen met hun gedachten voorwerpen bewegen, metaal manipuleren, of ijs tevoorschijn roepen. Anderen zijn overdenkt met blauw haar, of schubben en kunnen zich dus niet zomaar in de maatschappij vertonen. Weer anderen kunnen door hun mutatie geen mensen aanraken, zonder hen pijn te doen of zelfs te doden - als je een tienermeisje bent is zo’n gave eerder een last dan een geschenk. En in de samenleving worden deze mutanten met wantrouwen tegemoet getreden. Politici maken zich zorgen over de nationale veiligheid, soldaten willen mutanten omvormen in levende wapens. Ouders maken zich zorgen over hun kinderen (‘Heb je geprobeerd om geen mutant te zijn?’ uit de tweede film), en er dreigen slachtoffers te vallen.
Eric Lensherr, die als Jood in de tweede wereldoorlog de gevolgen van vooroordelen van dichtbij heeft meegemaakt, is vastbesloten niet nog een keer in dezelfde valkuil te stappen. Hij wil onder de naam ‘Magneto’ de eerste slag slaan. Zijn vroegere vriend, professor Charles Xavier, gelooft dat vreedzame samenleving met mensen mogelijk is, als de mutanten kunnen laten zien dat ze aan de kant van de mensheid vechten. Hij heeft een team gevormd, de X-men, om te zorgen dat Magneto wordt tegengehouden.
Een van de oorspronkelijke leden van dat team is Jean Grey, een telepathische mutant die zo krachtig is dat zelfs professor Xavier niet tegen haar op kan. Hij is bang dat ze haar gaven niet onder controle zal kunnen houden, en breekt in haar gedachten binnen om ze met psychische barrieres af te schermen. Aan het eind van de tweede film kwam ze om terwijl ze de X-men probeerde te redden. Nu is ze echter teruggevonden. En het lijkt erop alsof de barrieres die de professor had aangebracht niet meer werken. Uit haar onderbewuste verschijnt een tweede persoonlijkheid, de wilde, onvoorspelbare ‘phoenix’.
Tegelijkertijd ontwikkelt een farmaceut een antilichaam tegen het X-gen, waardoor de gevolgen van een mutatie ongedaan worden gemaakt. Voor het tienermeisje Rogue - die geen jongens kan aanraken - is het een uitkomst. Magneto is echter bang dat mutanten zullen worden gedwongen te worden teruggebracht tot normale mensen - tegen hun zin in. Hij besluit met zijn medestanders de bron van het antilichaam uit te schakelen: een jongetje dat logeert in een laboratorium in de Alcatraz-gevangenis. En hij beschikt over een bijzondere troefkaart: de phoenix heeft zich bij hem aangesloten. De X-men maken geen schijn van kans ...

Op de verhaallijn met de kuur tegen het X-gen ga ik hier niet heel diep in. De een wil de kuur gebruiken om zijn zoon te dwingen te veranderen, want hij schaamt zich voor het feit dat deze een mutant is (terwijl hij juist heel mooie vleugels heeft). De persoon zegt dat hij uit liefde handelt, maar als hij iets doet tegen de wil van een ander in, is er natuurlijk geen sprake van liefde. Het is duidelijk dat hij eigenlijk handelt uit zelfzuchtige motieven. Net zo als degenen die proberen het meisje Rogue tegen te houden, die juist in staat wil zijn normaal met anderen om te gaan. Je bent niet ziek, er is niets mis met je, houden ze haar voor. Als ze zich laat prikken, verraadt ze het team. Maar, zegt ze: Ik kies dit. Ze is niet gedwongen. Degenen die de loyaliteit aan het team boven haar keuzevrijheid plaatsten waren eigenlijk net zo zelfzuchtig. Wat iemand die haar vriend is, haar voorhoudt is zichzelf de vraag te stellen: is dit wat ik echt wil? En hij laat haar dan gaan. Omdat hij van haar houdt. Ik denk dat de film met de beelden parallellen trekt met demonstraties bij abortusklinieken, maar de vergelijking geldt niet een op een, immers in het geval van abortus betreft de keuze ook nog een ander, namelijk het ongeboren kind. Dit is moreel gezien duidelijk een ingewikkeldere afweging, en dat ik hier op de hand van Rogue ben, wil niet zeggen dat ik in het geval van ongewenste zwangerschap geen voorstander ben van alternatieven, bijvoorbeeld adoptie. Maar dit is een zijspoor. Een van de karakters in de film wordt door de kuur gedwongen onder ogen te zien dat hij inderdaad net zo zelfzuchtig en bevooroordeeld was, als waar hij de mensen van beschuldigde. Een mooie omkering van het plot in de eerste film, waar Magneto juist een mens in een mutant wilde veranderen, om hem zijn vooroordelen te laten inzien.
De kuur is in zichzelf niet goed of slecht, heb ik al gesuggereerd, maar wel heel krachtig. En kan dus voor goede doeleinden worden gebruikt, of voor slechte. Wie zelfzuchtige motieven heeft kan eigenlijk niet goed met de kuur omgaan. Het enige verantwoordelijke gebruik ervan is gebaseerd op onzelfzuchtige liefde.

Hetzelfde geldt voor de krachten van Jean Grey. Toen ze jong was waren haar krachten niet goed of slecht. Ze waren alleen heel sterk. Ze was de enige ‘klasse 5’-mutant die professor Xavier en Magneto kenden. In de eerdere films in de serie werd professor Xavier duidelijk als de ‘goede’ neergezet. Hij was het morele centrum van de films, degene die de anderen corrigeerde als ze bijvoorbeeld teveel geweld wilden gebruiken, of mensen haatten. Hij stond fier tegenover Magneto. Maar in deze film wordt aan zijn morele positie gemorreld. Professor Xavier is helemaal niet zoveel anders dan Magneto, blijkt. Beide karakters zien de jonge mutant Jean Grey namelijk alleen in termen van macht, en de macht die zij over anderen kan uitoefenen. Professor Xavier ziet haar macht als een potentieel gevaar. Hij gelooft niet dat ze er goed mee kan omgaan, en zonder het haar te vragen, zorgt ze dat ze haar gave niet langer volledig kan gebruiken. Hij doet het, zal hij zeggen, om anderen te beschermen. Hij denkt dat zijn motieven onberispelijk zijn, en vindt dat hij zich niet hoeft uit te leggen. Al helemaal niet aan Wolverine. Dat is ironisch, want dit karakter is zelf tegen zijn zin gehersenspoeld en als wapen gebruikt, dus hij weet hoe erg het is als mensen hun keuzevrijheid wordt ontnomen. Hij heeft Jean niet gerespecteerd als persoon - zag haar als een onpersoonlijke kracht (een dreiging, waar Magneto de mutantenkuur als dreiging ziet) - en heeft daardoor juist een nieuwe persoonlijkheid gecreëerd. Een vijandelijke persoon: de phoenix, die boos is op iedereen die haar wil inperken. Als Xavier later aanbiedt Jean te helpen, kan ze hem niet vertrouwen. Waarom zou hij haar nu wel respecteren? In plaats daarvan geeft ze zichzelf over aan haar haat en woede, en doet iets waar ze uiteindelijk niet mee zal kunnen leven. Ze haalt uit (niet assertief, maar agressief). Maar is zij voor haar gruwelijke daad verantwoordelijk, of is dit iets dat door Xavier is opgeroepen.
Phoenix wordt vervolgens ingepalmd door Magneto. Hij fluistert haar vleiend toe, dat hij haar niet zal inperken, dat ze bij hem ongeremd haar gang kan gaan, dat hij juist haar karakter als phoenix mooi vindt (en geen behoefte heeft aan de kalme, redelijke, Jean). Hij lijkt haar te respecteren, waar Xavier dat niet deed, maar dat is slechts schijn. Deze mutant die de mond er vol van heeft de mutanten te willen beschermen tegen de mensen, hecht geen waarde aan individuen. Zelfs mutanten zijn voor hem pionnen geworden in zijn oorlog - een oorlog die al lang niet meer gaat om de waarde van mensen, maar om zijn eigen persoon, gekleed in mooie termen, maar uiteindelijk zelfzuchtig. En pionnen zijn er in zijn filosofie om opgeofferd te worden. Phoenix is voor hem net zo’n pion. Hij geeft helemaal niet om de persoon Jean Grey, en ziet ook de phoenix niet als persoon. Hij ziet haar als wapen. Hij wil haar inzetten voor zijn eigen doeleinden, zijn eigen strijd. Als er met hem iets ergs gebeurt, fluistert hij tegen haar: ‘Dit is wat de mensen met ieder van ons willen doen’. Dus ook met haar. Maar het is niet anders dan wat hij met haar wilde doen. Hij en Xavier zijn twee kanten van dezelfde medaille - ze zien haar niet als persoon, maar als macht, als invloed. Ze verschillen alleen in hoe ze met die invloed omgaan, of ze die inperken uit angst voor macht, of voor hun eigen doel gebruiken uit machtswellust.
Het morele centrum van de film is dit keer het karakter Wolverine. Hij is als buitenstaander in de loop van de eerdere films betrokken geraakt bij de strijd tussen Xavier en Magneto. Hij heeft echter niet zijn ‘frisse blik’ verloren. Hij is niet onder de indruk van Xavier. Als die hem zegt buiten te blijven, luistert hij niet per se. En hij houdt van Jean. Uit liefde voor Jean deed hij in de eerste films uiteindelijk een stap terug - ze had gekozen voor een ander. Maar hij bleef haar liefhebben. Die liefde overleefde niet alleen een rivaal, ze overleefde ook Jeans transformatie in de phoenix. Want zelfs als ze met haar macht uithaalt, en onuitsprekelijke dingen doet, blijft hij haar zien als persoon. Als Jean. Hij weet dat wat ze doet niet Jean zelf is, maar haar frustratie. Hij weet dat het niet is wat ze werkelijk wil. En hij wil tegen elke prijs proberen de werkelijke Jean te bereiken, terug te roepen. Hij wil de echte Jean kennen, en met de werkelijke persoon een relatie hebben. Hij wil haar in de ogen kijken. Hij geeft niet om haar macht. Hij wil die niet voor zijn eigen doeleinden gebruiken, hij wil haar niet inzetten in plannen voor wereldheerschappij. En hij handelt zelfs niet uit angst voor haar macht. Als Wolverine met gevaar voor eigen leven tot haar weet door te dringen, vraagt ze het: ‘Doe je dit soms voor hen?’ En hij antwoordt met gevoel (briljant gespeeld door Hugh Jackman): ‘Nee, voor jou!’ Hij is bereid zijn leven op te geven voor haar. Hij geeft zelfs meer om haar dan om hemzelf. En deze onzelfzuchtige liefde weet tot haar door te dringen. Die liefde maakt haar, hoe kort ook, echt haarzelf, echt Jean. We moeten mensen niet zien in termen van macht (bang voor ze zijn, of ze in onze plannen gebruiken), maar liefhebben, is de boodschap van de film - als echte personen.
Uit liefde voor Jean doet Wolverine zelf ook iets ondenkbaars. De enige manier om Jean tegen haar eigen krachten te beschermen, is op dit punt van de film, haar te doden. Ik had het mooier gevonden als ze gered had kunnen worden. Maar had ze willen leven met de wetenschap van wat ze uit haar boosheid en kwaadheid gedaan had? Kunnen wij leven met het besef van wat onze woede en onze angst anderen heeft aangedaan? Als we dat werkelijk onder ogen zien, kunnen we dan door? De bijbel geeft aan dat wij met Christus moeten sterven, en dat dit de enige manier is om aan het oordeel te ontkomen (het oordeel dat volgens mij vooral het oordeel over onszelf is!). Door te sterven zijn we namelijk ‘dood voor de zonde’, zoals Jean door te sterven ‘dood is’ voor de phoenix. En de bijbel eindigt niet zoals X-Men The Last Stand. De bijbel spreekt over de opstanding, die direct volgt op de ‘dood aan onszelf’. Als we met christus zijn gestorven, zijn we immers ook met hem opgestaan! We leven daardoor niet meer voor onszelf, maar voor Hem. Zijn opofferende liefde wordt onze motivatie. We zijn niet meer gemotiveerd door angst, door macht, door woede, door zelfzucht (want onze zelfzucht is gestorven), maar door liefde. En als wij op basis van Jezus’ voorbeeld zelf ook liefhebben, zijn we werkelijke personen. We zijn werkelijk onszelf. Geen pionnen meer (die allemaal op elkaar lijken), maar unieke individuen, met een unieke betekenis. En laten we wel zijn, als in deze film een telepaat in staat blijkt om de dood te overleven (zie de scene na de aftiteling), waarom zou dat niet kunnen gelden voor Jean Grey? Zelfs het universum van de film laat de ruimte voor een opstanding, en een leven met haar geliefde Wolverine.
Maar voor het zover is, leven we in een wereld gebaseerd op (angst voor/zelfzuchtig gebruik van) macht - ook de X-men, want de invloed van Xavier en Magneto blijft gelden. De definitieve opstanding uit de dood, de verlossing van ons lichaam, laat nog op zich wachten. Maar ik kijk er wel naar uit! Dan word ik werkelijk mezelf, en zie ik Hem die dat door zijn offer heeft mogelijk gemaakt.