Posts tonen met het label God. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God. Alle posts tonen

dinsdag 12 januari 2016

Filmbespreking: The Apostle

Genade. Het blijft moeilijk het te begrijpen. Zelfs als je regelmatig over Gods onvoorwaardelijke liefde schrijft, hele boeken vol zelfs, verlies je soms uit het oog hoe aanstootgevend genade kan zijn.
Want als God echt in Christus de hele wereld met zichzelf verzoend heeft, als Jezus werkelijk de zonden van de hele wereld op zich heeft genomen, als er werkelijk niets meer is dat ons kan scheiden van de liefde van Christus … dan geldt dat voor iedereen. Ook voor mensen die het in mijn ogen niet verdiend hebben, die er niet hun best voor hebben gedaan, die andere dingen geloven dan ik, die hun impulsen niet onder controle hebben. Voor charlatans en kwakzalvers, voor kindermoordenaars en genocideplegers, voor religieuzen en heidenen. Voor Hitler en voor moeder Teresa. Voor iedereen.
Dat is ‘heady stuff’, dat komt hard binnen. Daar moet je even van gaan zitten. Want het lijkt alsof God zich niet aan de regels houdt, alsof hij niet eerlijk is, alsof hij vals speelt. Alsof hij een loopje met zichzelf laat nemen, en dingen door de vingers ziet. En dat kan toch niet? Als dat zo is, hoe kan ik dan ooit beoordelen of ik een goed mens ben, of ik deug, of ik erbij hoor? Als dat zo is, hoe kan ik er ooit voor zorgen dan anderen zich naar mijn maatstaven gedragen? Als dat zo is, hoe krijg ik dan ooit garanties? Die zijn er niet. Ik ben helemaal vrij. En dat is eng. En andere mensen zijn ook helemaal vrij. Dat is nog veel enger! Daar heb ik niet om gevraagd!
Het is veel gemakkelijker mijn gedrag in regels vastgelegd te hebben, met straffen en beloningen erbij, dan vrij te zijn om te kiezen: heb ik anderen lief of niet, creëer ik schoonheid of niet, streef ik rechtvaardigheid na of niet? Als dat alleen van mijn eigen keuze afhangt, zonder een wortel of een zweep … En dan weet ik ook niet of anderen mij wel gaan liefhebben, voor mij schoonheid maken, me rechtvaardig behandelen. Laten we de hekken dus maar snel weer oprichten. Ja, we zijn behouden op grond van genade, door het geloof, maar … nu moeten we wel leven als goede christenen … Ja, God houdt van ons zoals we zijn, maar … Hij houdt te veel van ons om ons zo te laten. Ja, Jezus' werk aan het kruis geldt voor iedereen, maar … ze moeten wel de juiste dingen geloven of doen om in de hemel te komen. Ja … maar …

Het moge duidelijk zijn, we voegen graag ‘maren’ toe aan een boodschap waar ze oorspronkelijk niet bij hoorden. Hoe moeilijk het ook is voor ons te accepteren: het evangelie is niets anders dan een boodschap. Een aankondiging van iets dat realiteit is. Niet iets waar wij iets voor hoeven doen. Het is geen onderhandeling, geen verbond met twee partijen (de bijbel suggereert dat het een verbond is waarbij maar een enkele partner aan voorwaarden hoeft te voldoen, namelijk God), geen polderstructuur of overlegsessie. Er worden geen voorwaarden gesteld of belastingen geheven.
Het is simpelweg een nieuwsbericht dat aan ons wordt verkondigd: het koninkrijk van God is gearriveerd. Het is al in ons en onder ons. Het enige dat voor ons overblijft, is die boodschap te horen. Onze vingers niet in de oren te steken, maar de boodschap ontvangen. Ervoor open staan als een kind. Dit is al realiteit, of wij het nu willen of niet. We kunnen ons er slechts naar schikken. God heeft ons in Christus met zichzelf verzoend. Nu wij weer … de vraag bereikt ons opnieuw: ‘wat wil je?’
Zo radicaal is het. We hoeven niet eens in het goede nieuws te geloven. Het is realiteit of we erin geloven of niet (erin geloven is wel mooi omdat het je ontspanning kan geven en de energie om lief te hebben en schoonheid te creëren). Of dat we nu net het verkeerde dogma geloven. Onze intellectuele overtuigingen kunnen niets doen om het koninkrijk te doen komen of het tegen te houden. Onze emotionele ervaringen ook niet. God bouwt zijn koninkrijk - het is een belofte en hij gaat die gestand doen. Zelfs ons morele of amorele gedrag heeft erop geen invloed. Het is er en als wij het willen, horen we erbij.

Maar goed, dan moeten we ons associëren met degenen die volgens Jezus in dat koninkrijk thuishoren. De melaatsen, de hoeren, de tollenaars. De laatsten, die de eersten zullen zijn. De Farizeeën wilden er daarom niet bij horen. Als dat gespuis zomaar wordt toegelaten … is dat dan waarom wij ons altijd zo hebben uitgesloofd? Dus wilden ze zelf het koninkrijk niet binnengaan, niet leven alsof het al realiteit was (wat het was), en hielden ze anderen tegen te leven alsof het koninkrijk gekomen was. En op die manier sloten ze zichzelf erbuiten.
Die Farizeïsche neigingen herken ik (helaas) nog steeds bij mezelf. Anders dan toen ik in een wat extreme, strenge kerk opgroeide, en mezelf onder andere liet voorstaan op mijn kennis van de bijbel (alsof het voor God wat uitmaakt hoeveel Bijbelteksten je uit je hoofd kent). De kerk waar ik in opgroeide, had het verzamelen van kennis op een voetstuk staan, en gaf mij dus een excuus om goed over mezelf te denken (ik ben intellectueel namelijk vrij sterk). De kerk bevestigde datgene waar ik toch al sterk in was, waar ik mijn leven op baseerde. Tegelijk zag ik in mezelf ook tekortkomingen (de reden dat ik stopte met het lezen van spannende verhalen en het kijken van films - ik vond mijn fantasie verdacht). Om mezelf te rechtvaardigen in het zo hard onderdrukken van mijn eigen verlangens, werd ik nog trotser op wat ik kon presteren op intellectueel gebied. En vond ik minder verlichte gelovigen, mensen die er met de pet naar gooiden, of die naar metalmuziek luisterden, het eigenlijk niet zo goed doen.
Nu ga ik niet meer naar die kerk, ben ik van intellectuele leerstellingen niet meer zo zeker en leg ik mezelf niet zulke zware regels meer op. Maar ten eerste ben ik als ik naar mezelf kijk nog steeds niet echt overtuigd dat ik waardevol ben en dat God van mij kan houden. Ik zie grove fouten en tekortkomingen - ook als anderen die niet zien. En ten tweede heb nog steeds dingen waar ik me op kan laten voorstaan. “Ik dank u, Heer, dat ik niet ben zoals die dakloze, die verslaafde (of: die religieuze, nog steeds wettische, nog steeds in het creationisme gelovende christen).” Zelfs twijfel en onzekerheid kunnen zaken worden waar ik me op kan laten voorstaan. En deze neigingen kunnen elkaar gaan versterken (gelukkig zit ik niet in een kerk die me verleidt om van dingen zeker te zijn en intellectueel te geloven).
Daarom heb ik het nodig om steeds opnieuw van mijn stuk te worden gebracht door de realiteit van Gods liefde, de boodschap van genade. Dat ik geaccepteerd ben. Punt. Alleen dat zorgt ervoor dat ik het oordeel los kan laten. Het oordeel over mezelf. En dat over de ander.

En op die manier van mijn stuk gebracht worden, dat kan alleen door schokkende verhalen. Voor mensen die, zoals ik, zijn opgegroeid met de kinderbijbel en zondagsschoolverhalen, lijken de gelijkenissen die Jezus vertelde, vertrouwde kost. Ze komen niet echt heel confronterend over: lieve schaapjes, verloren penningen. We hebben de gelijkenissen platgegooid met uitleggingen en verklaringen. Maar ze zijn echt niet zo eenvoudig, burgerlijk of kinderlijk. Voor Jezus’ tijdgenoten waren ze ronduit aanstootgevend. Allemaal!
Werkers die allemaal het zelfde betaald krijgen ook als de een een uur heeft gewerkt en de ander de hele dag? Zonen die hun vader dood verklaren en dan toch weer zomaar terug worden ontvangen? Werkgevers die er niet om geven rechtvaardig gevonden te worden. God die zichzelf vergelijkt met boze koningen en onrechtvaardige rechters, gelovigen die zich moeten gedragen als corrupte rentmeesters? Dat is toch geen moreel hoogstaande literatuur? Dat is toch niet opbouwend? Waarom zet God zichzelf neer als een gladjakker (of als iemand die zich door gladjakkers beet laat nemen)?
Het antwoord is simpel: omdat God zich naar ons toe nu eenmaal niet rechtvaardig gedraagt. Niet volgens onze normen. Hij doet ons niet naar onze zonden, hij vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden. De schuldbrief die tegen ons getuigde door zijn inzettingen en die onze tegenstander was, heeft hij uitgewist en die uit de weg geruimd door deze aan het kruis te nagelen. De religiewinkel is gesloten en er zijn planken tegen het raam getimmerd. Is dat eerlijk? Nee. Maar laten we eerlijk zijn: als God eerlijk was, waar zouden wij dan nog recht op hebben? Ik weet dat mijn geweten mij vertelt dat ik niet volmaakt ben. En dus kan ik maar beter niet al te hoog van de toren blazen. Als Gods liefde niet echt, radicaal onvoorwaardelijk is …

Een verhaal, een gelijkenis, dat de radicaliteit van Gods genade duidelijk maakt in een moderne setting is de film ‘The Apostle’, van Robert Duvall. In deze fascinerende film speelt Robert Duvall Sonny, een predikant uit een pinkstergemeente, die niet over straat kan lopen zonder ‘Jezus’ te prevelen, en niet voorbij een ongeluk kan rijden zonder stil te staan en de verongelukte tot de Heer te leiden. En de kerk die hij leidt, samen met zijn vrouw, is een groot succes. Hij is geliefd, omdat hij met zoveel passie kan preken. Het is duidelijk dat de Heilige Geest door hem heen werkt. Ja, hij is een rokkenjager. Hij is eigenlijk heel impulsief, en kan agressief en dominerend uit de hoek komen. Maar vooral is hij predikant.
Even terzijde, hoewel dit een hele nieuwe bespreking waard kan zijn: het is interessant hoe deze film laat zien dat de pinksterkerk de impulsiviteit en controleproblemen van mensen bevestigt en versterkt. Zoals de kerk waar ik in opgroeide intellectualisme en kennis bevestigde en versterkte, en maakte dat mensen met veel kennis en intellect op een voetstuk kwamen te staan, gebeurt dat in de pinksterkerk in deze film met mensen die zichzelf moeilijk kunnen bedwingen. Want je moet je juist open stellen voor de geest, je wordt geacht je remmingen los te laten, en God door je heen te laten werken. Mensen die dat uit zichzelf goed kunnen, bijvoorbeeld vanwege een geringe impulscontrole, stijgen dus snel op de ladder van ‘geestelijkheid’. Zij kunnen namelijk spontaan zijn, opeens in rare woorden gaan spreken, en durven zich zomaar met een woord of profetie in het leven van anderen te mengen. Dit betekent echter ook dat het de ongezonde kanten van zichzelf niet kunnen beheersen of impulsen niet kunnen bedwingen in deze kringen makkelijker tot uiting kunnen komen. Dit zie je in pinksterleiders die privejets willen hebben en andere extremiteiten. En in deze film in het feit dat Sonny in een vlaag van woede iemand neer mept met een honkbalknuppel en er dan vandoor gaat. En zichzelf zo blijft opjagen dat hij niet stilstaat bij wat hij gedaan heeft. Hij heeft in de kerk niet geleerd deze ongezonde karaktereigenschappen onder controle te brengen, en dat breekt hem nu op.
Tegelijk: het verhaal van gevierd kerkleider zijn, mensen opzwepen in religieuze extase, voor de groep staan en de sfeer bepalen, dat is het enige verhaal dat Sonny kent. Het is zijn heldenverhaal, dus dat is wat hij gaat doen als alles hem is afgenomen. Hij noemt zich de ‘Apostel E.F.’ en reist naar een afgelegen plek waar hij een ingedut kerkje nieuw leven in gaat blazen. Is dit wat de Heer hem ingeeft, of is het zijn ‘heldenverhaal’? Het feit is: hij weet niet anders. De film toont Sonny echter niet als charlatan of onoprecht. Hij is wel degelijk voortdurend in dialoog met God. Hij schreeuwt zelfs tegen hem, fluistert naar hem, tiert tegen God, als een David - die ook een vriend van God was. Hij is echt overtuigt dat God er is, en werkt in mensen. Maar tegelijk leeft hij het verhaal uit dat zijn heldenverhaal is, en waarvan hij overtuigt is dat het de enige manier is waarop hij zijn leven betekenis kan geven. Onze motieven zijn nooit helemaal zuiver. De mijne ook niet. Schrijf ik mijn boek of mijn blog omdat ik echt iets wil overdragen, of omdat ik mijn zelfbeeld laat afhangen van het aantal mensen dat op de link klikt? Het laatste is namelijk ook waar, ik ga dadelijk ook weer controleren hoeveel mensen dit stuk hebben gelezen.
Wij als kijkers weten dat Sonny iemand is met impulscontroleproblemen, een rokkenjager en een moordenaar, bovendien iemand die zichzelf niet bij de politie heeft aangegeven. En toch: God werkt door hem heen. Als een racistische ‘redneck’ problemen zoekt, ziet Sonny de nood achter de ogen van de man en bidt met hem. De man laat zijn plan varen en zoekt verzoening. Een jonge man die in zijn eentje leefde, vindt gemeenschap en komt uiteindelijk tot bekering. Een noodlijdende gemeente wordt een levend geheel, waar mensen die elkaar eerst niet mochten, elkaar in de armen vallen. En dat is blijvend! Het werk dat God door Sonny heen heeft gedaan, stort niet opeens ineen. Hij heeft zelfs mensen achtergelaten die het zullen gaan oppakken.
En als Sonny dan door de politie is ingerekend, en te werk is als gevangene, dan nog werkt God door hem heen. Dan nog verkondigt hij het goede nieuws, het evangelie, de aankondiging dat God in Jezus de wereld al, voor eens en altijd met zichzelf verzoend heeft.

Werd ik erdoor geschokt? Ja. Laat het bij het kijken van de film tot je doordringen. God heeft Sonny lief -onvoorwaardelijk— zoals Sonny is en wat hij ook gedaan heeft, precies zoals hij jou en mij liefheeft, en niet anders. Het is zoals Sonny zelf steeds zegt: ‘Jesus loves you in this moment, and so do I.’ En God houdt niet meer van mij of van moeder Theresa dan van Sonny. En God werkt niet meer door mij of moeder Theresa, dan door Sonny. In de bijbel staat dat God de heidense koning Xerxes gebruikte. Hij sprak zelfs door een ezel. Waarom zouden wij ‘maren’ toevoegen aan zijn beslissing, het willen kwalificeren, iets toevoegen dat wij eraan kunnen bijdragen (al was het alleen dat wij ‘geloven dat het waar is’)? God is het die handelt, en hij handelt alleen. Zo mooi is het goede nieuws. En ondertussen moeten we niet neerkijken op mensen die anders zijn dan wij, net zulke zondaars als wij (hooguit misschien wat zichtbaarder), met wie wij Gods koninkrijk delen. Zij zullen ons daarin voorgaan, met de tollenaars en hoeren en al dat soort types waarmee de Farizeeën zich niet wilden associëren. Trouwens, zelfs als wij op hen zouden neerkijken, zou dat Gods liefde voor ons niet minder maken. God houdt zelfs van huichelaars. De vader zocht de oudste zoon op, toen die het feest niet wilde binnengaan. Zo radicaal is nou het evangelie.
Oh, en geniet bij het kijken van de film van de ‘Southern gospel’-muziek. Fantastisch!

vrijdag 18 december 2015

Nog een voorpublicatie van 'De loser die wint ...'

De boodschap van christenen staat in onze maatschappij niet bekend als een mooi verhaal, laat staan als het mooiste verhaal aller tijden. En om eerlijk te zijn schuif ook ik in de kerkbanken vaak ongemakkelijk heen en weer. Wat ik regelmatig hoor is dat ik vaker moet bidden en evangeliseren, of meer missionair moet zijn. Dat ik moet strijden tegen bepaalde gewoontes. Dat God mij alleen geneest of voorspoedig maakt, als ik daar niet aan twijfel. Over schoonheid heb ik daarentegen nog nooit een preek gehoord. Dat ik mag verlangen naar avontuur en naar oprechte relaties komt nauwelijks aan de orde. John Eldredge verzucht: ‘Het plan van de vijand is om al het leven, de schoonheid en het avontuur, uit het evangelie te laten wegsijpelen en christenen te begraven onder verplichtingen, waardoor niemand er nog aandachtiger naar wil kijken. Het evangelie is onaantrekkelijk geworden!’
Dit is niet een tekortkoming van het goede nieuws zelf. Het probleem zit hem in de manier waarop wij het nieuws in kwestie zo vaak vertellen. We maken van het Verhaal van de Werkelijkheid een verhaal dat om onszelf draait, een verhaal over macht. En daardoor maken we het saai. Onze op onszelf gerichte clichés ontnemen het al zijn schokkende wendingen en overweldigende dramatiek. Auteur Dorothy Sayers had hier geen goed woord voor over: ‘Een eerlijke schrijver zou zich ervoor schamen als hij een kleuterverhaaltje zo zou behandelen als jullie, goede christelijke mensen, het grootste drama in de geschiedenis behandelen. Niet omwille van zijn geloof, maar vanwege zijn roeping.’
Ik geloof dat het verhaal van de Bijbel wel degelijk voldoet aan het criterium van schoonheid. Om te beginnen stellen christenen de Verteller van het Verhaal soms te klein voor. God wordt in onze verhalen een wezen iets boven ons niveau, met wie wij zouden kunnen onderhandelen, die wij op onze hand kunnen krijgen met onze inspanning, of die we zijn gemoedsrust kunnen ontnemen door ongehoorzaam te zijn. Iemand die wordt bepaald door ons verhaal. Maar zo'n beeld doet tekort aan de God van de Bijbel. Het verhaal draait namelijk om hem. ‘De goden van de volken zijn minder dan niets,’ zingt David, ‘maar de Heer: hij heeft de hemel gemaakt’ (1 Kronieken 16:26). ‘In zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal; de eilanden weegt hij als zandkorrels’ (Jesaja 40:15). God kan ‘de aarde in haar volle uitgestrektheid bevatten’ (Job 38:18).
Deze God is volgens gelovigen de hoogste werkelijkheid. Als hij zich voorstelt, zegt hij eenvoudig: ‘Ik ben.’ Dat wil zeggen: God bestaat. Als enige bestaat hij zonder ergens aan ontsprongen te zijn, zonder iets nodig te hebben, zonder ooit op te houden te bestaan. Hij is het bestaan zelf. En daarmee is hij de bron van al het bestaan. Hij is de enige over wie geen verhaal wordt verteld, want hij is de Verteller van alle verhalen. ‘Hij bestaat voor alles en alles bestaat in hem’, zegt Paulus (Kolossenzen 1:17). En: ‘Er is slechts een God, de Vader, uit wie alles is ontstaan, en een Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven’ (1 Korintiërs 8:6). Er is geen bestaan mogelijk onafhankelijk van de Schepper. Ons bestaan is afgeleid van dat van hem. Hij is het die ‘aan iedereen leven en adem en al het andere schenkt’ (Handelingen 17:25).
Over deze God zegt de Bijbel dat hij liefde is (1 Johannes 4:8,16) Niet dat hij liefheeft, maar dat hij liefde is! C.S. Lewis zei het zo: ‘We weten dat wat voorbij het bestaan ligt, niet simpel een wetmatigheid is, maar een verwekkende liefde, een liefde die werd opgewekt, en de liefde tussen deze twee.’ Bestaan en liefde zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Iemands identiteit wordt immers gevormd door zijn relaties. Dat geldt voor mensen, maar ook voor God. 'Ik ben' is niet alleen; hij is Vader, Zoon en Geest, drie personen die elk met volle overgave de twee anderen liefhebben en volledige en onvoorwaardelijke liefde van hen terug ontvangen. In deze voortdurende interactie, in deze 'dans' zoals sommige theologen deze omschrijven, ligt de goddelijke eenheid.
De drie personen van de Drie-eenheid geven zichzelf ongedwongen en uit vrije wil aan elkaar, zonder iets terug te verwachten of een rekening bij te houden. Maar tegelijk zijn Vader, Zoon en Geest individuen die zichzelf volledig accepteren. Ze hebben de anderen niet nodig om hun zelfbeeld op te krikken. Ze kunnen – het klinkt bijna oneerbiedig – met zichzelf alleen zijn. Juist daardoor zijn ze vrij om lief te hebben. Elkaar, maar ook ons. Dat God in zijn drie personen volledig zeker is van zijn eigenwaarde en betekenis, garandeert dat hij ons niet zal manipuleren of controleren. Hij heeft niet onze aanbidding nodig om te beseffen dat hij glorieus is. Hij heeft niet onze dienstbaarheid nodig om te weten dat hij autoriteit heeft. Hij heeft niet onze aandacht nodig om zichzelf geliefd te voelen. Juist omdat hij ons niet nodig heeft, kan hij ons liefhebben. Gods relaties met de wereld, met ons, en in zichzelf zijn volkomen vrij.
En de God van de Bijbel is niet alleen Liefde, Hij is Waarheid. Hij is Schoonheid. Hij is immers per definitie helemaal zichzelf. En dus is hij de bron van alle waarheid, schoonheid en liefde. Niets of niemand anders kan ooit werkelijk ons verlangen vervullen, onze behoefte aan een realiteit buiten ons, die waar is, die mooi is en kenbaar. De Drie-eenheid geeft ons leven betekenis. In hem leven, bewegen wij en zijn wij (Handelingen 17:28). ‘God bevat al de goden en meer’, schrijft Peter Kreeft daarom. ‘Alles wat de menselijke geest zich heeft voorgesteld, al dat het menselijke hart ooit heeft verlangd. Vreugde borrelt op en vloeit over in het hart van God, de kern van de werkelijkheid [...] Dit is de vreugde die ons hart doet breken van liefde en verlangen, elke keer als we haar proeven in menselijke liefde, of de schaduwen ervan zien in de schoonheid van de natuur, of de verre echo’s ervan horen in goede muziek.’
Het is waar dat we een gat in onze ziel hebben, waar alleen God in past als een puzzelstuk. Daarom is het goed nieuws dat God bestaat. Dit is het evangelie ‘over de majesteit van de gelukzalige God’ (1 Timoteüs 1:11). Hij is zelf de boodschap. Ons hart komt – zo zei Augustinus het – tot rust als het rust vindt in hem.

Hij is er en hij spreekt
Het Verhaal van de Werkelijkheid, het goede nieuws, wordt in de Bijbel ook wel aangeduid als het ‘koninkrijk van God’ (Marcus 1:15). Een koninkrijk is niets anders dan het gebied waar de wil van de koning wordt uitgevoerd. Hij hoeft maar te zeggen dat er iets moet gebeuren, en het vindt plaats. Hij is degene die het verhaal vertelt waarnaar het rijk zich vormt. Net zo is het koninkrijk van God de plek waar Gods wil gebeurt, waar wat hij zegt wordt uitgevoerd. Zijn woord heeft de hoogste autoriteit. Er vindt niks plaats, als hij er niet het bevel toe geeft.
Dat begint bij de schepping, waar God tot zijn roept wat nog niet bestond. De Bijbel begint dus niet met een staat van perfectie. Het eerste vers van Genesis vertelt dat de aarde in het begin nog woest en ledig is, en de duisternis over de vloed zweeft. Het doek is leeg, de verf zit nog in de tube, de stapel A4-tjes is nog onbeschreven. Vervolgens gaat God aan het werk. Het was niet voldoende dat de Schepper bij zichzelf nadacht over sterrenstelsels, neutrino’s en bacteriën; het was niet voldoende dat hij de ringen van Saturnus en de voelsprieten van de snuitkever voor zijn geestesoog voorbij zag trekken. De schepping was geen puur mentale activiteit, iets wat zich alleen in Gods geest afspeelde. Zoals het een kunstenaar betaamt, bracht hij wat binnen in hem was naar buiten. En dat deed hij door te spreken.
Spreken is ook voor ons een scheppende daad. Gedachten worden via de stembanden omgezet in concrete luchttrillingen. Wat iemand zegt, kan dus niet meer ongedaan worden gemaakt. Dat geldt voor mensen, maar ook voor God: ‘De Heer zal zijn woord op aarde gestand doen, onvoorwaardelijk en onverkort’ (Romeinen 9:28). Op het moment van de schepping begon God met het vertellen van zijn verhaal. Hij liet weten wat hij waardevol vindt, wat voor hem betekenis heeft. Hij benoemde alles wat hij in zijn verbeelding voor zich zag. ‘Toen Adam de dieren namen gaf, deelde hij in de woordenmagie van God’, stelt Peter Kreeft. ‘Want dit was niet slechts het opplakken van een ‘label’, dit was schepping. God had het heelal geschapen, eenvoudig door het te benoemen [...] Het is in woorden en taal dat de dingen voor het eerst tot aanzijn komen en bestaan.’
Door te spreken maakt God datgene waaraan hij denkt, concrete werkelijkheid. Wat hij betekenis geeft, ontvangt door zijn woord een werkelijk bestaan. ‘Hij sprak en het was er, hij gebood en het stond er’ (Psalm 33:9). Sterker nog: het voortbestaan van de schepping is voor altijd afhankelijk van het voortdurende spreken van God: ‘Hij onderhoudt alle dingen door het woord van zijn kracht’ (Hebreeën 1:3). God ‘beveelt de sneeuw: ‘Val op de aarde’, hij zegt tegen de regenvloed: ‘Stort neer met al je kracht […]’ Of het nu is om de aarde te straffen of ten teken van liefde – hij laat het gebeuren’ (Job 37:6,13). Van oerknal tot herschepping bestaat het universum alleen omdat God het zegt. Alles wat is, ontleent zijn betekenis, zijn bestaan, zijn leven, aan het woord van God. Er is niets dat daar buiten valt, er is geen andere bron van leven of van betekenis.
C.S. Lewis concludeert: ‘Is er voorzienigheid, dan is alles voorzien en dan is elke voorzienigheid een bijzondere voorzienigheid ‘ [...] Ieder mens afzonderlijk is een doel. Misschien ook elk dier. Misschien zelfs elk deeltje van de materie. De loop der gebeurtenissen wordt niet als een staat geregeerd, maar geschapen als een kunstwerk, waarin elk wezen zijn bijdrage levert en waarin alles wat bestaat zowel middel is als doel.’ Daarom is de aankondiging van het koninkrijk van God ook zulk goed nieuws, voor alle mensen, voor de hele schepping. God vertelt immers het verhaal en hij zal het altijd blijven vertellen. Zijn wil gebeurt, ‘op aarde zoals in de hemel’ (Matteüs 6:10). En dat is op geen enkele manier ongedaan te maken door onze beslissingen, of onze verhalen.
Dit is het ‘eeuwig evangelie’ dat bekend moet worden gemaakt aan de mensen op de aarde, uit alle landen en volken, van elke stam en taal (Openbaring 14:6,7).

Bestel het boek bijvoorbeeld bij Bol.com of koop het bij je (christelijke) boekwinkel!

woensdag 22 april 2015

Gedicht: 'The hound of heaven'

'The hound of heaven'

Ik rende jaren lang zo snel
als mijn benen konden. Vluchtte
dwars door niet vergevend land.
Mijn longen brandden. Ogen prikten
van het zweet. Een speer doorstak
mijn zijde, maar ik gaf niet op,
negeerde blaren, krampen, dorst,
door de angst gedreven. Achter mij
meende ik te horen u, hijgend
als een panter, met prooi spelend.
Genietend van de jacht wist u
mij bij te houden, waar ik ook ging
door ravijnen of door dalen.
Dus ik mocht niet meer vertragen,
niet meer struikelen, niet rusten,
rondom me kijken, ademhalen,
of u zou mij grijpen, mij straffen
voor nalatigheid. Mij verlaten. 
Maar ik faalde, viel als dood 
ter aarde, kon niet meer presteren,
alleen nog wachten op mijn lot. 
Maar dat bleef uit. Ik keek voorzichtig op.
Ik zag niets achter mij dan leegte,
hoorde de echo. Ik was het zelf
die mij had opgejaagd. Mijn brul
had mij doen schrikken. Ik wou
mezelf ontlopen. U was nooit
in het geweld te vinden. Uw stem
klonk niet zo luid. Pas toen het stil werd
kon ik u verstaan. En het was goed.

donderdag 18 september 2014

Gedicht: Acceptatie

Acceptatie

De bloem is goed genoeg
Gewoon zoals hij is,
ontvangt de stralen van de zon.
En het gras. Geen onderscheid
wordt door Gods hand gemaakt.
Gulle regen verkwikt
wie haar wil ontvangen.
Zelfs het nederigste mos.
De vogel krijgt in overvloed
dagelijks brood, en vindt
zich in zijn val gedragen
door plotselinge wind.

donderdag 11 september 2014

Gedicht: Dialoog

Dialoog

Ik vraag:
"Bent u met mij tevreden?
Doe ik
wat u van mij verlangt?"

U zegt
dat ik in mijn hart moet kijken.
Wat is 't
dat ik boven alles zoek?

"Schoonheid
te vinden en te scheppen.
Waarheid.
Er te zijn voor vrouw en vriend.

Niets meer
hoef ik als dit voor mij echt wordt;
mens zijn,
oprecht mezelf op elk moment."

"En hoe
wordt dit zichtbaar in je leven?
Draagt vrucht
wat in je ziel is uitgezaaid?"

Ik knik.
Elke dag zijn er weer kansen,
contact
met de ander buiten mij.

Stilte.
Dan moet ik naar adem happen
Ik zie
wat u met mij hebt bedoeld.

Maar toch
Kan ik het niet laten rusten:
"Doe ik
echt wel genoeg voor u?"

"Waaruit
is deze vraag ontsprongen?
Door welk
geloof is hij geïnspireerd?"

"Niet door
schoonheid, waarheid en liefde,
maar angst
dat God toch boos zou zijn."

Uw stem
blijft echter vriendelijk.
Ik weet
dat ik mezelf de last opleg.

Nog niet
kan ik de teugels laten vieren.
Maar ooit
vind ik de vrijheid die u schenkt.

dinsdag 22 april 2014

Filmbespreking: Noah (2)

Er zou over deze film en de betekenis van de beelden erin een boek geschreven kunnen worden. Dat ben ik op dit moment niet van plan, hoewel dit al wel een blogbericht in twee delen is geworden. Ik wil er een enkel thema uitlichten, dat er voor mij uitsprong de tweede keer dat ik de film zag. Wel moet me nog even van het hart dat ik niets begrijp van de ophef die onder sommige conservatieve Amerikaanse christenen over deze film ontstaan is. Zoals over de suggestie dat de film gnostisch zou zijn - er is geen enkele aanwijzing dat voor God het lichamelijke geen waarde zou hebben. Hij wil de dieren redden - God heeft dus oog voor de schepping. Dat de film zich heeft laten inspireren door het buitenbijbelse boek Henoch is geen argument ertegen, het bijbelboek Judas citeert immers Henoch ook.
En ik begrijp ook niets van de klacht dat deze film te ‘environmentalistisch’ zou zijn. Alsof het niet mogelijk zou zijn dat God zich druk zou maken over zijn schepping, of dat hij er wel eens niet blij mee zou kunnen zijn dat die door mensen wordt uitgebuit. Ik denk dat het inderdaad een grote zonde is dat de mens zijn rol als rentmeester verkwanselt en verkwistend omgaat met de schepping die voor God zo van waarde is. Het zijn eerder deze mensen die gnostisch zijn, die denken dat de natuur niet beschermenswaardig is omdat alles toch een keer vernietigd wordt en mensen bedoeld zijn voor de hemel. Maar het hart van God huilt over de vernietiging van soorten en omgevingen die nooit meer terug zullen komen. Dat moet elke volgeling van Jezus toch begrijpen? Ik vermoed zelf dat deze christenen iets teveel van zichzelf herkenden in het karakter van Tubal-Kain, die meerdere keren uitroept dat God de mens vervloekt heeft om in het zweet zijns aanschijns zijn brood te verdienen. En dat hij zich daar dan ook aan houdt. Dat hij alles zal aangrijpen om zijn eigen overleving veilig te stellen, ook als anderen daar het slachtoffer van worden. Deze film ontmaskert de kleine verhalen van het kapitalisme waar we soms in leven, en dat kan voor sommige kijkers dichtbij komen.

Maar het thema dat er voor mij bij de laatste kijkbeurt vooral uitsprong, was dat van de keuze tussen gerechtigheid en genade, die ook wij allemaal moeten maken. De film opent met een jonge Noach, die ziet hoe zijn vader bruut vermoord wordt door Tubal-Kain en zijn volgelingen, hoewel de man zich niet verzette. Ontdaan vlucht hij weg. Later ziet hij de nakomelingen van Kain een dier opjagen en doden om het op te eten. Ze bedreigen hem ook en hij doodt hen allemaal. Zelfs degene die hem vraagt wat hij wil. Zijn antwoord, terwijl hij de speer omlaag stoot: “Gerechtigheid!” Noach ziet zichzelf als rechtvaardig, en slachtoffer van de overheersers, en meent dat hij daarom het recht heeft recht te spreken over anderen.
Hij ontmoet de Wachters. En een daarvan vertelt hem dat hij iets van Adam in Noach waarneemt. Dit is volgens mij een sleutelscene om de film te interpreteren. Want wat ziet de Wachter? Geen uiterlijke gelijkenis. Hij ziet in Noach de mogelijkheid een keuze te maken, die consequenties heeft voor het hele mensenras. In Noach speelt zich het verhaal van Adam opnieuw af, het wordt gerecapituleerd. Hij heeft dezelfde rol als die van Adam, namelijk te kiezen voor of tegen de boom van het leven, of de boom van de kennis van goed en kwaad. En hiermee staat Noach direct ook voor ons, die ook allemaal nakomelingen zijn van Adam. Ook in ons wordt zijn verhaal herhaald, ook wij staan elk moment van elke dag voor die ene belangrijke keuze: van welke boom eten we? In welk verhaal leven we?
Noach begint de film met groot vertrouwen in de Schepper. Hij zingt het meisje Ila in slaap met een lied over Gods beschermende aanwezigheid. Als Cham vraagt of hij zijn leven lang alleen moet blijven, zagt hij hem op de Schepper te vertrouwen. Hij heeft hen tot dat moment immers alles gegeven wat ze nodig hadden, precies genoeg. Zal hij dat niet altijd blijven doen, ook wat betreft Chams behoefte aan een levenspartner? Noach vertrouwt op God, dat is zijn keuze.
Maar op gegeven moment ziet Noach het kwaad waartoe mensen in staat zijn, en realiseert hij zich dat hijzelf ook tot dat kwaad in staat zou zijn. En zijn vrouw en zijn zonen ook. Ze zijn in essentie niet beter dan de nakomelingen van Kain. En in plaats van te blijven vertrouwen op God en niet te oordelen, spreekt hij nu wel een oordeel uit. Namelijk dat de hele mensheid moet eindigen, dat er voor de mens geen nieuw begin zal zijn. De nieuwe aarde moet een nieuw Eden worden, met alleen maar dieren (die immers geen moreel besef hebben, en dus nog steeds leven als in het paradijs). De mens verdient het om uit te sterven. Dat is Noachs oordeel. En hij is bereid hier heel ver in te gaan. Als zijn eigen geadopteerde dochter zwanger is, zweert hij haar kind te doden, als het een dochter is, die kinderen zou kunnen baren. De toevallige omstandigheid dat er geen vruchtbare vrouwen aan boord leken te zijn, heeft Noach nu geinterpreteerd als de wil van God, en hij accepteert niet dat die zou kunnen veranderen. Hij wil gerechtigheid. En in zijn ogen is de dood van de mensheid de enige manier waarop dat gegarandeerd kan worden, zoals hij ook de mensen doodde aan het begin van de film. Hij is bereid een van de grootste zondes ooit te begaan vanuit zijn eigen idee van rechtvaardigheid, namelijk het vermoorden van een onschuldige, waar zijn vrouw hem ook op wijst.

Heeft Noach het gelijk aan zijn kant? Is het inderdaad de wil van God dat de mensheid uitsterft? Noach heeft er geen oog voor dat Ila een tweeling heeft gekregen. Twee meisjes. Terwijl hij twee zonen heeft die nog geen vrouw hebben. Zei Noach zelf niet dat de Schepper zou voorzien in alles wat ze nodig hadden? Dat Cham daarom niet bezorgd hoefde zijn? Uit de geboorte van de zusjes blijkt dat God zich aan zijn belofte houdt! Hij heeft overal voor gezorgd! Hij geeft de mensheid een tweede kans. Noach niet.
Op dit moment maakt hij de keuze die Adam maakte door te eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Wat was die boom? Wat was de kennis van goed en kwaad? Volgens Greg Boyd (in navolging van Diettrich Bonhoeffer) was dit het oordeel. De mens wilde niet slecht zijn. De mens wilde nog steeds goed zijn. Maar hij wilde zelf kunnen uitmaken wat dan precies goed was, en wat slecht. Dat geldt op dit moment ook voor Noach. Hij neemt de plek van God in wat betreft het oordeel. En hij tilt zijn hand met het mes al op, in een herhaling van een vaker terugkerend beeld in de film, dat van Kain die zijn hand met een wapen erin opheft boven zijn broer Abel. Dit is wat er gebeurt als de mens kiest voor het pad van de eigen gerechtigheid. Dit is wat er gebeurt als je rechtvaardigheid boven alles stelt.
Noach doet het ondenkbare uiteindelijk niet. Dat lijkt me geen ‘spoiler’, want anders zouden wij hier ook niet hebben gezeten met zijn allen. Hij ontdekt dat hij voor zijn kleindochters alleen maar liefde voelt en kust ze. Hij geeft het op zelf te moeten oordelen over goed en kwaad. Hij denkt dat hij God daarmee teleurstelt, dat hij gefaald heeft. Maar hij heeft juist gehandeld naar de wil van de Schepper. Die wil namelijk niet dat wij zelf oordelen over leven en dood, die wil dat wij op hem vertrouwen. Voor alles. En dus komt op dat moment de duif aanvliegen met de olijftak, een teken van vrede, van verzoening. En misschien (maar dit is wat vergezocht), misschien een verwijzing naar de boom van het leven. Leven in een verdronken wildernis, een belofte van een nieuwe aarde, een nieuw begin. En in dat opzicht inderdaad als Eden. Noach kan hier gezien worden als vooruitwijzing naar Christus - die in het Nieuwe Testament inderdaad wordt aangeduid als de nieuwe Adam, en die ook voor dezelfde keuze werd geplaatst. Vertrouwen op God, zelfs in het oog van vernedering en dood aan het kruis, of het recht in eigen hand nemen, de wereld aan zich onderwerpen en met het zwaard gerechtigheid brengen.

Noach had er uiteindelijk voor gekozen te leven in een verhaal van liefde in plaats van gerechtigheid. En dat was het verhaal van God, het verhaal dat God over zijn leven vertelde. Hij was immers zelf van de dood gered in de ark, waarvan God de deur sloot. Hij koos voor liefde, omdat God hem zijn liefde had laten zien. De broer met wie ik naar de film was, beschreef een inzicht dat hij kort geleden had verkregen. Als in de bijbel staat: 'Oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden' (Lucas 6:37) betekent dat niet dat wij moeten ophouden met oordelen, omdat er anders over ons geoordeeld zal worden. Het betekent niet dat we bang moeten zijn voor God. Het betekent dat God ons niet veroordeelt, en dat wij dus ook niet hoeven oordelen. Als we desondanks voor kiezen toch over anderen te oordelen, laten we zien dat we het paradigma van de genade niet accepteren, en kiezen we er zelf voor in termen van oordeel en veroordeling te blijven denken. Het verhaal van de slaaf wiens schuld was kwijtgescholden spreekt hierover. Hij accepteert niet dat er nu een nieuwe werkelijkheid is, waarin geen sprake is van oordeel, maar blijft andere mensen behandelen als schuldeiser. Uiteindelijk dwingt hij de koning om hem op dezelfde manier te behandelen: ‘Met het oordeel, waarmee gij oordeelt, zult u geoordeeld worden’ (Mat 7:2). Zo belangrijk is de keuze tussen deze twee manieren van leven, tussen deze twee verhalen. Tussen gerechtigheid en liefde. Tussen de boom van het leven en de boom van de kennis van goed en kwaad. En deze keuze maken wij telkens weer, elk moment van de dag.

vrijdag 14 maart 2014

Gedicht: Sehnsucht

Sehnsucht

Wat bent u wreed!
Toont slechts een glimp
van wie u bent.
Ik draai mijn hoofd
opzij. En weg
is het visioen.
De leegte schreeuwt,
snel opgevuld
door schone schijn.
Ik roep, maar hoor
geen antwoord. Zucht
teleurgesteld.
Pijn knaagt. Vraagt
om verdoving.
Maar ik kan u
niet vergeten.
Ik ruik parfum
waar u eerst was,
precies genoeg.
Ik volg, negeer
verlokkingen,
rust niet voor ik
u vind. Want God
wat bent u mooi.

zondag 9 maart 2014

Gedicht: Gods gezicht

Gods gezicht

Als God is te zien
in witte bloesem
als breekbaar porselein
in de lentezon.
Als God zich bevindt
in vrolijke muziek,
de hoge noten,
piano en trombone.
Als Hij schuilgaat
achter het kirren
van de baby voor mij
in de kerkbank.
Als cheesecake hem aan
de zintuigen aanbiedt.
Als dansers aanbidden
wie sterren beweegt.
Dan moet Hij goed zijn
en toont zijn gezicht
een glimlach die blijft
tot in de eeuwigheid.

zondag 12 januari 2014

Het sacrament en jij (4): Verrast door schoonheid

In december nodigden vrienden van ons mijn vrouw en mij uit om samen met hen en hun kinderen een Lord of the Rings-marathon te houden. Drie films, in de ‘extended edition’, in twee dagen: beginnen op de vrijdagavond, en dan doorkijken tot zaterdag. En tussendoor veel eten, slapen en praten. Die verleiding konden wij natuurlijk niet weerstaan, en zo zaten we onderuit op de bank, met een schaal M&M’s, te kijken naar deze epische films, die tien jaar na dato nog niks van hun zeggingskracht hebben verloren. Ik werd er zelf in elk geval opnieuw door geraakt. Neem bijvoorbeeld de scene waarin Sam en Frodo na veel omzwervingen de Doemberg bereikt hebben. Frodo is echter te moe om verder te gaan. Om hem te motiveren haalt Sam herinneringen op aan de Gouw, aan de smaak van aardbeien en aan muziek. Maar zijn voorbeelden spreken Frodo niet langer aan. Ze wekken zijn verlangen niet meer op. “No, Sam. I can't recall the taste of food...”, moet hij toegeven. “Nor the sound of water... nor the touch of grass. I'm naked in the dark, with nothing, no veil... between me and the wheel of fire! I can see him... with my waking eyes!”
Als kijker snappen we dat dit het effect moet zijn van de ring van macht, die Frodo al drie films lang met zich meezeult. De ring van macht, die de drager ervan ook naar macht doet verlangen, op een verslavende manier. Dit heeft een vervormend effect op de persoonlijkheid, zien we bij het karakter Gollum. Maar het heeft kennelijk ook een vervormend effect op hoe iemand de wereld ziet. Frodo kan, nemen we aan, met zijn ogen nog wel de werkelijkheid waarnemen: hij is niet opeens kleurenblind geworden, en is niet opeens zijn reukvermogen kwijtgeraakt. Wat veranderd is, is de betekenis die deze werkelijkheid voor hem heeft. Hij ziet alles alleen nog maar in de termen van de ring, in de termen van macht: geeft het hem meer macht, of bedreigt het zijn macht? In die termen is hij zelfs zijn vriend Sam gaan zien! Het is een betekenis die hij zelf aan de dingen geeft, niet iets wat ze uit zichzelf hebben. En daardoor wordt de wereld grauw, kleurloos, levenloos. Want verlangen naar het goede, naar schoonheid, naar liefde, staat het machtsverlangen alleen maar in de weg. Frodo kan nergens meer van genieten. Want dan zou hij zich niet meer van zichzelf bewust zijn, en dat staat de ring niet toe. Hij is zich dus alleen nog maar bewust van de macht, van de ring.
Hoe anders is dan een karakter als Sam, die juist wel verlangt naar aardbeien met room, naar het groene gras en de lachende kinderen, naar ‘Rosie Cotton dancing, with ribbons in her hair’. De schoonheid, de waarheid en de intimiteit die hij waarneemt, roepen uit zichzelf een reactie op in zijn hart. Hij ziet nog wel datgene wat inherent goed en betekenisvol is aan de wereld om hem heen, onafhankelijk van hemzelf. Hij ziet nog wel dat de wereld het waard is ervoor te strijden, jezelf ervoor op te offeren. En hoewel hij de ring zelf niet kan dragen, kan hij wel Frodo op zijn schouders nemen en tegen de Doemberg opklimmen. Niet voor niets is Sam voor veel mensen het favoriete karakter uit de films (en de boeken). Waar Frodo een schaduw van zichzelf is geworden (hij is op weg een ringgeest te zijn), laat Sam juist zien dat hij werkelijk zichzelf is, een gepassioneerd, liefhebbend peroon ...

Een van de belangrijkste vragen in de filosofie is naar ik heb begrepen, die waarom er iets is en niet niets. Waarom bestaat er eigenlijk iets, als er net zo goed niets had kunnen bestaan? In populairwetenschappelijke artikelen lees ik wel over ‘quantumfluctuaties’, waarbij schijnbaar in een volkomen vacuum spontaan deeltjes ontstaan. Maar zelfs als dit bewezen kan worden, verklaart het nog steeds niet het waarom. Ook voor christenen is het een relevante vraag. Vooral omdat God door niets en niemand gedwongen was om ook maar iets te maken. Er was geen wet die het hem zei, geen verplichting. Maar als je luistert naar hoe sommige christenen over de schepping praten, is het moeilijk voor te stellen waarom God energie in het scheppingsproces zou hebben gestoken. De wereld heeft voor Hem toch immers geen enkele waarde? Schoonheid leidt de zintuigen toch alleen maar af van het geestelijke? De wereld zal toch in vlammen vergaan, en er zal toch niets van overblijven? Je begrijpt opeens waarom de gnostici geloofden in een demiurg, want God kon zijn handen toch niet vies maken met zoiets vuigs als materie, als bestaan? Toch zijn we er, en is de wereld er, in al zijn complexiteit. Van het prachtige mechanisme in de binnenkant van de cel (waar wetenschappers als Cees Dekker lyrisch over schrijven), tot galactische fenomenen, quasars, neutronensterren en planeten om andere sterren, zo ver dat we er nooit met een ruimteschip tot door zullen kunnen dringen. We leven in een wereld die bestaat in overvloed. En God zei erover: ‘Het is goed!’, hij zag zelfs dat het zeer goed was. Zo goed dat hij zelf in de avondkoelte in de tuin wandelde om ervan te genieten. God is zelf inderdaad geen materieel wezen in de zin zoals wij het woord gebruiken (al kan hij kennelijk wel een interactie aangaan met de materie. Hij is denk ik niet immaterieel, maar bovenmaterieel). Maar dat betekent niet dat hij de materie die hij geschapen heeft minacht. Ik sta zelf ook als levend wezen in de scheppingsorde op een positie boven dood papier. Toch behandel ik de verhalen die ik op papier heb geschreven zorgvuldig, en heb ik groot verdriet als ik een pagina kwijtraak, of een manuscript bezoedeld raakt. Het feit dat ik deze schriften heb volgeschreven, maakt ze voor mij waardevol. Zelfs als ik nu kan zien dat er schrijffouten en onvolkomenheden in staan. Net zo is de goedheid van de geschapen werkelijkheid zelf nooit veranderd, ook niet door wat wij zo makkelijk de ‘zondeval’ noemen. Toen veranderde misschien de gerichtheid van sommige processen, maar materie bleef materie, leven bleef leven, mens bleef mens, en onverminderd Gods creatie waarover hij had gezegd dat hij goed was. Daarom vindt Jacobus het ook zo erg als wij met de tong andere mensen vervloeken - ook de ‘slechte’ mensen - omdat ze naar het beeld van God geschapen zijn (Jakobus 3:9).

Materie is dus belangrijk, ook voor God. Volgens mij omdat alleen door middel van materie en energie (de geschapen werkelijkheid) schoonheid, waarheid (avontuur) en intimiteit gekend kunnen worden. Ik las hierover een mooi citaat van de elfde-eeuwse benedictijnse monnik Guido van Arezzo waarin hij de aangename werking prijst van versierde gregoriaanse muziek: ‘Het wekt geen verbazing dat een rijkdom aan tonen het gehoor vergenoegd, zoals een rijkdom aan kleuren het oog streelt, een rijkdom aan geuren een weldaad is voor de neus en een afwisseling in smaak de tong blij maakt. Zo dringt namelijk door de vensters van het lichaam de liefelijkheid van aangename dingen diep in het hart door.’
De liefelijkheid van aangename dingen is waar het om gaat. Schoonheid is een eigenschap van materie. Er is materie voor nodig die mooi is, en materie (ogen) die haar kunnen waarnemen. Schoonheid is niet iets abstracts. Een abstract begrip kan wel mooi zijn, maar zelfs dan moet het worden uitgelegd, het moet in woorden gevangen zijn, zichtbaar worden. Maar vooral moet schoonheid zich buiten ons bevinden, geen hersenschim zijn of slechts verbeelding. Net zo geldt het voor de waarheid. Die moet concreet zijn. Om ons verlangen naar betekenis te vervullen, naar avontuur, moet de waarheid zich buiten ons bevinden en onwankelbaar zijn. We moeten ons ermee kunnen meten, de waarheid moet effect op ons kunnen hebben. En ook intimiteit kan alleen bestaan tussen van elkaar gescheiden wezens, die elk zichzelf zijn. Je kunt alleen een relatie hebben met iets dan niet jouzelf is. De ander moet op zichzelf staan. Vorm hebben gekregen, zodat je de ander kunt kennen. De ander moet te onderscheiden zijn van alle anderen, uniek zijn. En je communicatie met de ander moet uniek zijn. Dat kan alleen in de vorm van materie. De katholieke filosoof Peter Kreeft zegt het zo: “Spirits are the meeters, but matter is the street corner where they meet. Angels are much better than we at intelligence, will and power, but they cannot smell flowers or weep over a chopin nocturne ... God invented the senses to reveal the unique and irreplaceable tang of the particular to consciousness.” God vindt eigenheid belangrijk, uniciteit, voorwerpen en wezens die eigen zijn, die zichzelf zijn. Daarom is er geen cel hetzelfde, daarom is er geen sterrenstelsel identiek, en daarom zijn er geen ‘dubbelgangers‘ aan te wijzen onder de mensen. God is als een kunstenaar die oneindig veel verschillende werken maakt, en die verscheidenheid is alleen mogelijk in het concrete en niet in het abstracte.  

Er is nog een andere overeenkomst tussen God en kunstenaars. In de verhalen die ik heb geschreven, is iets van mijzelf zichtbaar geworden. Ik heb mijn hart erin gelegd en wie de manuscripten uit de kast pakt en ze leest, leert mij beter kennen. Je zou kunnen zeggen dat mijn creativiteit en iets van mijn karakter en overtuigingen in die verhalen voor anderen openbaar zijn geworden. Wie mijn verhalen heeft gelezen, heeft mij gezien. En in zekere zin ben ik ook zelf aanwezig in mijn verhalen, door mijn verhalen spreek ik zelf tot mensen. Ze zijn dus een sacrament geworden. Net zo, en nog veel meer, maakt Gods schepping hem zichtbaar. Als kunstenaar spreekt hij door zijn schepping. En omdat hij zijn schepping onderhoudt ‘door het woord van zijn kracht’, blijft hij voortdurend spreken. Omdat hij de aarde om de zon doet draaien en de druppel uit de wolk doet vallen, wordt hij voortdurend zichtbaar. Wie naar de materiële werkelijkheid kijkt, ziet hem, actief. Het onzichtbare wordt zichtbaar. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er sprake is van incarnatie - overal om ons heen is God de drijvende kracht achter het bestaan. Vleeswording is niet een geïsoleerde gebeurtenis die plaats vond toen Jezus de werkelijkheid binnenkwam - Jezus’ vleeswording was zelf een sacrament van wat God altijd al deed, en altijd zal blijven doen: zijn geest inademen in zijn schepping en haar leven, adem en alles geven.
Het zal direct duidelijk zijn dat dit geen wetenschappelijke uitspraken zijn, en dat het bestaan van virussen, parasieten en supernova’s geen openbaringen zijn over Gods karakter. Het vleeswordingsproces is nog niet afgelopen. Er zijn ontwikkelingen aan de gang. De complexiteit neemt toe. Organismen ontwikkelen intelligentie. Er ontstaan samenlevingen. Er ontstaan wezens die elkaar kunnen liefhebben. Wezens die moraliteit ontdekken en anderen en de schepping met respect behandelen. Er is een lijn, die uiteindelijk zal leiden tot de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. In die werkelijkheid zal de bedekking zijn weggenomen. Wij die nu nog door een spiegel zagen, in raadselen, zullen dan kennen zoals we zelf gekend zijn. God zal volledig zichtbaar zijn, en sacramenten als de tempel en het offer zullen niet meer nodig zijn. Maar tot die tijd wordt God zichtbaar in dat proces van groeiende liefde. Zelfs aan het toenemen van liefde zou je kunnen twijfelen, maar zie dan dat God zichtbaar wordt in het feit van het bestaan alleen al. In het simpele feit dat er iets is, in plaats van niets. En dat dit iets waardevol is, puur en alleen omdat het bestaat. God heeft het ten aanschijn geroepen. God heeft gezegd dat het er moest zijn en het was er. God heeft het betekenis gegeven. God heeft het lief. Want dat is liefhebben: betekenis aan iets of iemand verlenen. Alleen al in het feit dat wij bestaan en dat het heelal bestaat zien we dat God liefde is. Dat hij vreugde is. Dat hij geniet van het creeren. Daarom schrijft Peter Kreeft: ‘Joy bubbles and brims at the heart of God, the heart of reality. God is an overflowing fountain of joy, a million burning suns of joy, a joy that could uttlerly break our hearts if we touched even a drop of it at its source ... He IS the joy that DOES break our hearts with hope and longing whenever we catch a taste of it in human love or see the shadows of it in thee beauties of nature or hear the remote echoes of it in great music’ (Everything you ever wanted to know about heaven, but were afraid to ask).
Wat we ontmoeten in de schoonheid, in de waarheid en in de intimiteit van de geschapen werkelijkheid, is God zelf. Je ziet God als je op het balkon van je flat staat en je ziet de zon opkomen. Als je langs de sloot loopt en je ziet een kikker wegspringen. Als je in de ogen van je geliefde kijkt. Maar ook als je een witte plastic tas ziet dansen op de wind (als in de film American Beauty, zie mijn recensie). Als je op een bergtop staat en zeker weet dat er een God moet zijn. En dat hij goed moet zijn, want waarom zou je anders zulke schoonheid, zulk avontuur, zulke liefde maken dan uit overvloedige liefde? Ja, de wereld is besmeurd door onze transactionele keuzes. We buiten de wereld uit, kappen bossen, vervuilen zeeën. En volgens de bijbel zijn er ook onpersoonlijke transactionele machten, die leiden tot ziekte, hongersnoden, parasieten. Maar ze veranderen niets aan de goedheid van de materie. We ervaren ze niet voor niets als verstorend, als binnendringers, als verbasteringen. Tolkien zei al dat het kwaad niets zelf kan scheppen, maar het alleen maar kan vervormen. Wat we daarom in de vervorming van het kwaad kunnen zien, is hoe mooi de werkelijkheid bedoeld was. Ik moet als ik hierover schrijf denken aan het gedicht ‘God’s grandeur’, van Gerard Manley Hopkins:

‘The world is charged with the grandeur of God.
  It will flame out, like shining from shook foil;
  It gathers to a greatness, like the ooze of oil
Crushed. Why do men then now not reck his rod?
Generations have trod, have trod, have trod;       
  And all is seared with trade; bleared, smeared with toil;
  And wears man’s smudge and shares man’s smell: the soil
Is bare now, nor can foot feel, being shod.

And for all this, nature is never spent;
  There lives the dearest freshness deep down things
And though the last lights off the black West went
Oh, morning, at the brown brink eastward, springs—
Because the Holy Ghost over the bent
  World broods with warm breast and with ah! bright wings.’

Ik zie hierin (het broeden van de heilige Geest over de wereld) een beschrijving van de sacramentele werkelijkheid die in de materie zichtbaar wordt, zelfs te midden van transactionele mensen die die glorie niet zien of zelfs door te kopen en verkopen besmeuren. Deze glorieuze wereld is onze woning. We zijn gemaakt om te leven te midden van alle schoonheid, alle waarheid, alle intimiteit, die zich via de materie aan ons openbaart en ons Gods hart doet zien. En daardoor worden we gevormd. We bestaan immers niet op onszelf. We bestaan bij gratie van onze omgeving. We worden gedefinieerd door de interacties die we hebben met schoonheid, waarheid en identiteit. Mens zijn is deel zijn van een ecologie, van een samenleving, van relaties.
Wie deze niet waardeert, of ze bezoedelt of verkoopt is een slecht mens. Wie ze beschermt, najaagt, deelt met anderen is een goed mens. Maar deze interacties vormen ons ook. Nog sterker gezegd: ze scheppen ons. We hebben van onszelf niet door hoe weinig invloed we zelf hebben op wie we zijn geworden. Ons gezin heeft grote invloed gehad, de school waarop we les kregen, de stad waarin we woonden, de cultuur waarin we leefden. Zelfs het feit dat we tussen mensen leefden was nodig om ons mensen te maken. Ik hoorde via een vriend over de zogenoemde wolfskinderen. Kinderen die als baby of peuter in de natuur zijn achtergelaten, en zijn geadopteerd door bijvoorbeeld wolven, denk aan Mowgli. Zij zijn in hun gedrag en communicatie ‘wolf’ geworden. Als ze door mensen worden opgenomen lukt het ze misschien een paar woorden te leren, maar hele zinnen kunnen ze niet meer maken, en ze blijven vaak onzindelijk. Dit geldt ook voor verwaarloosde kinderen, die in een kelder zijn opgegroeid zonder dat iemand tegen ze sprak. Ze kunnen niet spreken, ze kunnen geen deel meer worden van de menselijke wereld. Ze zien eruit als mensen, maar ze zijn geen mensen geworden. Om de potentie die in ons ligt te verwezenlijken, moeten we dus in relatie staan met de wereld om ons heen, met andere mensen, andere zielen. Ons zelf wordt door die dingen in ons opgewekt. Want wij zijn ons verlangen, ons verlangen is wat ons voortdrijft, en dat moet ergens vandaan komen. Peter Kreeft zegt het zo: ‘Only in relationship to others do we BECOME human selves, that is: lovers.’ (Everything you ever wanted to know about heaven, but were afraid to ask). We zijn naar het beeld van God geschapen. God is liefde. Wij zijn dus ook geschapen om lief te hebben. Dat is wie we zijn. En daarom wordt dat zelf opgewekt door datgene wat het waard is liefgehad te worden, door het mooie, het ware, het liefdevolle. Door dat waarin God zichtbaar wordt.

In de Lord of the Rings-filmmarathon kwam een scene voorbij die me hieraan deed denken, namelijk in de eerste film, als het reisgezelschap het elfenland Lothlorien verlaat om verder te reizen naar de Doemberg. Iedereen krijgt dan van mooie elfenkoningin Galadriel een geschenk. De een krijgt een boog, de ander een mes, de ander elfentouw. Dan komt Galadriel aan bij de dwerg Gimli. Tussen dwergen en elfen heeft altijd wantrouwen bestaan, en Gimli voelde zich beledigd toen hij door de dwergen gevangen werd genomen. Maar toen zag hij Galadriel. Hij is een andere dwerg geworden. Daarom vraagt hij van haar om een van de haren van haar gouden hoofd. Zodat hij altijd iets zou hebben dat hem herinnert aan de schoonheid van de elfenkoningin. “Ik noem niets anders meer mooi”, zegt hij. En hij verzucht: “Ze gaf me er zelfs drie.” Gimli is een elfenvriend geworden en trekt uiteindelijk zelfs met Legolas over de zee naar het westen.
Tolkien was katholiek, en in Galadriel heeft hij iets van het Katholieke denken over Maria opgenomen. En ik realiseerde me dat hier een kern van waarheid in zit. Namelijk dat wat Katholieken in mijn beleving eigenlijk zeggen met hun leer over Maria, is dat wij daadwerkelijk mogen verlangen naar het goede en schone uit de schepping (Maria is immers geschapen. Galadriel ook). Dat de schoonheid die wij zien in een vrouw of man, in een schilderij, in de natuur, en die ons hart beroert, ons niet van God afleidt, maar ons juist naar hem toevoert. Dat de liefde die ze in ons oproept, ten diepste liefde is voor God. Want hij is het die in die dingen zichtbaar wordt.

vrijdag 9 augustus 2013

Mijn favoriete boeken (3): de top 5!

Mijn vijf favoriete boeken. Dit zijn boeken waarover ik uren zou kunnen praten. Boeken die mijn verstand en mijn verbeelding hebben gevormd en hebben gekneed, en die ik regelmatig zal herlezen. Dit zijn de boeken die ik zou meenemen naar een onbewoond eiland. Zou iedereen deze boeken moeten lezen? Dat weet ik niet. Dat is ook afhankelijk van smaak en niveau. En wat mij aanspreekt, daar ben ik ondertussen ook wel achter, spreekt zeker niet iedereen op dezelfde manier aan. Aan de andere kant: lezers van mijn blog kunnen zich ondertussen wel een beeld vormen van mijn verbeeldingswereld en de mate waarin de hunne daarmee resoneert. En daarmee kunnen ze zelf ook prima de afweging maken of deze boeken ook voor hen betekenisvol kunnen zijn. Mij helpen ze in elk geval om mijn denken en mijn fantasie gezond te houden.

5    Kingdom, Grace, Judgment (Robert Farrar Capon)
Aan theologische boeken, of ‘bijbelstudieboeken’, kleeft nogal eens een saai sfeertje. Ze zijn per slot van rekening niet geschreven om te onderhouden, maar om te leren. Functie voor vorm. Lezen van zulke boeken hoort niet ‘leuk’ te zijn. Want het gaat om de inhoud. En ik heb jaren lang enorm veel van dit soort boeken gelezen: commentaren, studies, verhandelingen. Niet omdat ik ernaar uitkeek ze te lezen, maar omdat ik dat als goed intelligent en hoog opgeleid christen moest. Anders zou Gods volk door gebrek aan kennis ten onder gaan. De meeste boeken in deze categorie zijn behoorlijk taai. Maar dat zouden ze niet moeten zijn. Als het goede nieuws werkelijk goed nieuws is zou dat niet alleen moeten doorklinken in onze boodschap, maar ook in onze stijl van communiceren. Vorm en functie zijn namelijk niet te communiceren. We weten ondertussen allemaal dat de woorden maar een klein deel zijn van wat we communiceren en dat non-verbale communicatie minstens net zo veel overbrengt. Dus zouden boeken over die geweldige, levensveranderende waarheid van Gods onvoorwaardelijke liefde, onze dood aan onze kleine verhaaltjes en Jezus’ leven brengende opstanding ook in de manier van schrijven horen sprankelen van blijdschap, vreugde, levenslust.
Dat doen de boeken van Robert Farrar Capon, vooral dit boek (eigenlijk een verzameling van drie) over de gelijkenissen van Jezus. Capon is duidelijk enthousiast over wat hij in de bijbel gevonden heeft, met humor, terzijdes aan de lezer, voorbeelden en prachtige zinnen laat hij bij elke gelijkenis zien hoe radicaal die Gods liefde en genade verbeeldt. Zeker, soms is zijn uitleg speculatief, soms choquerend, maar voor wie de oorspronkelijke verhalen door eindeloze zondagsschoolvertellingen hun glans hebben verloren, is het een frisse bries die het stof opblaast en de vreugde van Jezus’ visie weer laat schijnen. Een van de weinige theologische boeken die ik ook na twee keer nog wil lezen, alleen al omdat het zo goed geschreven is. In Between Noon and Three vertelt Capon een eigen gelijkenis, die voor moderne lezers net zo choquerend is als de verhalen van Jezus in diens eigen tijd, en die ook de eenzijdige liefde van God illustreert. Warm aanbevolen!

4    Orthodoxy (G.K. Chesterton)
Ik zie dit eigenlijk niet als een theologisch werk. Chesterton lees je voor je plezier. Dat je er dan ook nog wat door leert, is mooi meegenomen. Net als bij Capon proef je als lezer bij Chesterton de vreugde, levenslust en blijdschap die hij uit het goede nieuws als een spons heeft opgezogen tot hij er helemaal van doordrenkt is. Nu hoeft hij zijn pen maar op het papier te zetten en het komt uit de kleinste poriën naar buiten stromen. In zijn verhalen (The Man Who Was Thursday is een van mijn favorieten), in zijn essays (onder andere in Heretics), in zijn biografieen (zoals over Dickens) en in zijn apologetische boeken (The Everlasting Man).
De kroon op zijn werk is echter toch wel Orthodoxy. In mijn aantekenboekje heb ik pagina na pagina vol citaten overgeschreven. Chestertons ontdekking van het evangelie heeft hem zich niet van de wereld laten afkeren, maar deed hem juist nog meer houden van deze schepping, van elk blaadje, elk stroompje, elk individueel mens. Voor hem leven wij in een sprookjeswereld, waarin alles betekenis heeft, zoals in een verhaal. Het doet je als lezer verlangen de wereld zo te zien als Chesterton. Dat wil zeggen: als paradox - klein, maar toch groot. Zwak, maar toch sterk. Niets betekenend en toch van eeuwigheidswaarde. Hij ziet de wereld zo omdat hij in het evangelie diezelfde paradox ziet, in de menswording van Jezus, toen de ene almachtige God als baby in een stal lag. Dit is de reden voor blijdschap, voor loftrompetten. Dit is de ene mystieke sprong die de mens moet maken om voor altijd geestelijk gezond te zijn. Wie dit mysterie niet toelaat, verliest uiteindelijk zijn coherentie, zijn verstand. Chestertons werk zet de ramen open van het paleis van onze wereld en laat daarachter de tuinen zien die God heeft aangelegd. Dit boek te lezen en te herlezen is werkelijk een vreugde.

3    Les Miserables (Victor Hugo)
In mijn film top 25 kwam Les Miserables ook al op een hoge positie voor. En in deze lijst dus ook. En dat terwijl ik het boek nog maar een keer heb gelezen, en ook nog eens vrij kort geleden, afgelopen december om precies te zijn. En het lezen ervan was ook nog eens een behoorlijke uitdaging. Het boek telt namelijk in de uitgave die ik bezit meer dan 1200 bladzijden, en Hugo besteedt een groot deel ervan aan uitgebreide beschrijvingen van de slag bij Waterloo, de Parijse topografie, de gang van zaken in een klooster, de rioleringen onder Parijs, en de onrechtvaardigheid van het economische systeem. In behoorlijk lange zinnen ook nog eens. Geen wonder dat er ingekorte versies worden gepubliceerd.
Maar ik hoop niet dat lezers van mijn blog die ter hand zullen nemen. Ze geven misschien wel een beeld van het plot - maar het gaat bij een boek niet alleen om het plot. Dit boek schept een wereld. De wereld van Frankrijk in de eerste helft van de negentiende eeuw, met alle details die daarbij horen. Een wereld waarin mensen hun levens leiden, zo compleet als onze levens, levens die elkaar kruisen, zodat ze elkaar beïnvloeden, ten goede of ten kwade. En waarin die levens samen het getij van de geschiedenis vormen. Onze individuele keuzes, lijkt Hugo te willen betogen, bepalen samen welke kant onze maatschappij zich op beweegt. En welke keuzes kunnen tot een goede uitkomst leiden? De keuze voor zelfzuchtig gewin (het zelf centraal) van de Thenardiers? Zeker niet. De keuze voor wetten en regels (een onveranderlijke maatstaf buiten de mens centraal) van Javert? Zeker niet. Onverdiende genade? Dat alleen. Genade die doorwerkt in levens als een olievlek op een vijver en onvermoede hoeken en gaten bereikt. Uiteindelijk is dit niet het verhaal van Valjean, maar van de bisschop van Digne en zijn vrije keuze datgene los te laten wat hij bezat voor iemand die er geen recht op had. Hier herken ik verschillende gelijkenissen van Jezus in.
Dit bewogen boek heeft mij diep geraakt. Ik weet dat ik het binnen twee jaar wil herlezen, en daarna in mijn leven nog vaker. Als ik een beetje op Jean Valjean ga lijken in mijn leven, zou ik gelukkig sterven.

2    The Silmarillion (J.R.R. Tolkien)
Nee, The Lord of the Rings staat niet op deze lijst. Shockerend, nietwaar? Voor wie mij hoort citeren uit dat werk wel, kan ik me voorstellen. Maar eigenlijk citeer ik meer uit de films en het boek heb ik zes jaar geleden voor het laatst gelezen. En een nieuwe leesronde dient zich niet direct aan. Terwijl ik The Silmarillion ondertussen minstens net zo vaak gelezen heb, de laatste keer twee jaar geleden, en die wil ik wel weer opnieuw lezen. Maar het is veel moeilijker geschreven dan The Lord of the Rings, werpen mensen tegen. Het is geen roman volgens onze moderne definitie van een roman. Het bevat opsommingen van namen en ingewikkelde geschiedenissen. Het is niet spannend. Allemaal waar. Maar een werk hoeft niet spannend te zijn om te boeien. Wat mij aangrijpt in dit boek is de onverdunde mythische kracht ervan. Dit is het grootste voorbeeld van ‘world building’ dat ik ken, niet alleen een volledige wereld, maar een volledige mythologie (eigenlijk alleen geschreven om de talen die Tolkien verzon een thuis te bieden). En zoals elke mythologie bevat the Silmarillion alles wat ons mensen maakt. Onze grootheid en onze val, onze oorsprong en onze toekomst. Trots, zelfzucht, maar ook genade. Waar de verhalen uit Genesis door de schier eindeloze discussies tussen evolutionisten en creationisten zijn verworden tot dode teksten waarover alleen wordt gevraagd of ze ‘echt gebeurd’ zijn, brengt dit verhaal van Tolkien er de verwondering en glorie van over. Wat ik niet of nauwelijks meer kan vinden in de bijbel, die door onze moderne manier van denken (waarbij iets letterlijk ‘gebeurd’ moet zijn om ‘waar’ te zijn) is ontleed tot feitelijkheden, vind ik in het lied van Tolkiens goden, de opstandigheid van Melkor, de strijd om de Silmarillen, de opoffering van Aerendil. Nee, van The Silmarillion weet ik zeker dat het niet ‘echt gebeurd’ is, maar dat maakt het niet minder ‘waar’. En de mythologie van Tolkien laat gaten open voor die ene werkelijk aantoonbare mythische gebeurtenis in onze geschiedenis, de komst van de Ene in onze wereld en zijn dood en opstanding. Dat is het beste verhaal dat ooit verteld is, wist ook Tolkien, en tegelijk waar gebeurd. Een werk als The Silmarilion helpt me om daarin te geloven.

1    The Great Divorce (C.S. Lewis)
Voor trouwe lezers van mijn blog zal het vast geen grote verrassing zijn om een boek van C.S. Lewis op de eerste plek van deze lijst aan te treffen. Lewis blijft mijn grote voorbeeld en inspirator. Hij schreef SF-verhalen en fantasy, maar ook apologetische en theologische boeken, en een autobiografie, naast zijn academische werk. Hij schreef voor kinderen en volwassenen, voor leken en deskundigen. Hij hield lezingen voor de radio en discussieerde met SF-auteurs. Hij combineerde een levendige verbeelding, gevormd door het lezen van klassieke literatuur en populaire sprookjes, met een diep geworteld verlangen naar schoonheid of vreugde (‘Sehnsucht’), en een scherp intellect, dat niet aarzelde argumenten tegen het licht te houden. Zelf atheist geweest, verwierp hij makkelijke christelijke antwoorden (hij geloofde bijvoorbeeld in evolutie), maar hij wees ook atheisten op de onredelijkheid van hun overtuiging (namelijk dat als het heelal alleen uit materie bestaat, onze gedachten geen relatie hebben met de werkelijkheid). Dit alles destilleerde hij in uiteenlopende originele vertelvormen. Een allegorie (als John Bunyan’s Christenreis), brieven geschreven door een demon, en dit werk, geinspireerd door sciencefiction, waarin een busreiziger vanuit de hel een bezoek brengt aan de voorlanden van de hemel.
Het belangrijkste doel van dit werk is te laten zien hoe de zelfzucht van individuen hen ervan weerhoudt te kiezen voor het leven dat God hen gratis en voor niets aanbiedt. Het enige wat ze ervoor hoeven te doen is namelijk los te laten wat ze zo krampachtig vasthouden, zodat ze het als geschenk kunnen aannemen. Hierin volgt Lewis MacDonald (onder andere in Lilith, eerder in deze lijst. Maar MacDonald gelooft dat uiteindelijk iedereen door de liefde van God overtuigd zal worden zijn handen te openen. Lewis weet dat nog niet zo zeker). Niet voor niets komt MacDonald als karakter in dit verhaal voor!
Dit boek overtuigde me dat God werkelijk van alle mensen houdt en als de hel een deur heeft, die van binnen gesloten is. Ook leerde ik dat alles wat wij durven loslaten, durven doden, uiteindelijk in een nieuwe vorm uit die dood zal opstaan. Maar Lewis schetst ook een verbeeldingsvolle versie van het opstandingsleven - de nieuwe wereld is werkelijker, substantieler, dan de onze. En deze realiteit zal uiteindelijk de werkelijkheid vormen. Deze wereld waarin wij leven is, hoe mooi ook, slechts een schaduw van de opstandingswereld, waarnaar ze vooruit wijst. En die wereld zal werkelijk goed zijn, al lijkt hij nu soms nog hard en scherp voor onze in een zondige wereld gevormde zintuigen.
Als de verteller aan het eind ontwaakt, voel ik teleurstelling, want de zon stond op het punt om op te komen. Ah, ik verlang naar dat moment. En dat verlangen is voor een belangrijk deel opgewekt door C.S. Lewis.

vrijdag 17 augustus 2012

De tien mooiste films

Let op, ik bedoel niet de 'beste' films, de films die als films het best gelukt zijn, of aangrijpend, of ontroerend. Ik bedoel de films die (althans voor mij) de meeste visuele schoonheid bevatten. Toen ik laatst een blu-ray uit mijn kast pakte, realiseerde ik me dat er films zijn die ik niet in de eerste plaats kijk vanwege het sterke verhaal of de intellectuele diepgang, maar vooral omdat ik de beelden zo mooi vind. Eigenlijk net zoals ik graag door de National Geographic blader, of door het boek met onderwaterfoto's dat op de plank onder mijn tafel ligt. Deze schoonheid doet iets met me. Ze is troostend, voedend, genezend.
Ik heb bij verschillende schrijvers gelezen dat schoonheid een vergelijkbaar effect op ze had. Chesterton bijvoorbeeld zegt: "Beauty and terror are very real things and related to a real spiritual world; and to touch them at all, even in doubt or fancy, is to stir the deep things of the soul." Dostoyevsky heeft gezegd: "Beauty will save the world." Lewis schrijft in Till We Have Faces: "The sweetest thing in all my life has been the longing...to find the place where all the beauty came from." John Eldredge hamert er op in zijn boeken dat ons verlangen naar schoonheid ons door God gegeven is, en ons uiteindelijk naar God voert. Dit suggereert dat mijn reactie op schoonheid niet een uitzondering is, maar een die door de hele mensheid gedeeld wordt.

Toch heb ik in de kerk nog nooit een preek over schoonheid gehoord en nog nooit een bijbelkring over dit onderwerp meegemaakt. Misschien hebben we ons door het reductionisme van de wereld laten beïnvloeden. Misschien zijn we alles wat ons menselijk maakt gaan wantrouwen, door een platonische scheiding aan te brengen tussen materie en geest, tussen aarde en hemel. Misschien denken we dat het ons alleen maar afleidt van wat er werkelijk toe doet: het aanbidden van God of het winnen van zielen. Maar hoe zouden we God kunnen aanbidden als we Hem niet mooi vinden? En waarom zouden we geven om andere mensen (en hun zielen) als we niet hun schoonheid zien?
Twee jaar geleden heb ik al eens betoogd dat God niet alleen liefde is, maar dat hij ook schoonheid IS. Hij is niet alleen maar mooi, hij IS schoonheid, zoals hij niet alleen maar liefdevol is, maar liefde IS. En zoals hij niet alleen waarachtig is, maar de Waarheid IS. Zoals alles wat God doet en zegt een expressie is van zijn liefde (ook wat wij door onze bril van schaamte en schuld zouden beschrijven als oordeel), is alles wat God doet en zegt een expressie van zijn schoonheid. En uiteindelijk ook van zijn waarheid. Als we ons openstellen voor een ervaring van werkelijke schoonheid, of het nu de schoonheid is van een bloem, van een vriend of van een film, stellen we ons open voor de God die schoonheid IS.
Met de kanttekening dat de schoonheid in onze gevallen wereld kan schuilgaan onder of vertekend worden door de lelijkheid van onze zelfgerichtheid. En de volgende kanttekening dat schoonheid NIET God is, zoals de liefde ook niet God is! Wie de schoonheid op zichzelf verheerlijkt, komt bedrogen uit (een van de boodschappen van het kille The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde). Schoonheid, liefde en waarheid (met kleine letters) zijn geschapen werkelijkheden, en ze aanbidden betekent dus afgoderij. Ze zijn elk afzonderlijk te klein om ons tot 'Groot Verhaal' te dienen. Maar ze zijn wel geschapen door Degene die Liefde, Schoonheid en Waarheid IS. Ze zijn als het ware zijn boodschappers, die naar Hem verwijzen. Ze kunnen in zichzelf onze diepste behoefte niet vervullen, maar wijzen ons wel verder naar degene die dat wel kan. En andersom gebruikt God ze om in onze behoefte te voorzien. Ze zijn zijn spreekbuis - een regenboog voor een gevallen wereld, in de woorden van Calvin Seerveld. Daarom zullen ze volgens mij alle drie deel uitmaken van het werkelijke christelijke leven.
Volgelingen van de God die Liefde, Schoonheid en Waarheid IS, zullen zelf ook gekenmerkt willen worden door liefde, schoonheid en waarheid, en zullen die ook gaan vertonen. Ze zullen genieten van relaties met andere mensen, van mooie kunst en natuur, en van gerechtigheid en kennis van de schepping. En ze zullen zelf anderen willen liefhebben, mooie dingen maken en beschermen en eerlijkheid nastreven. Ik geloof dat alleen op deze manier mensen het beeld van God kunnen laten zien, dat wil zeggen: echt menselijk worden.
Ik noem voortdurend 'schoonheid', 'liefde' en 'waarheid' in een adem. Volgens mijn hangen deze begrippen namelijk samen. Iets kan niet werkelijk mooi zijn, als het een leugen is. Iets kan niet werkelijk mooi zijn als het een uiting is van haat of mensenvrees. We hebben hier te maken met een drie-eenheid. In het boek dat ik onlangs heb geschreven (voorlopige titel: Wat als God jouw verhaal vertelt? Overwinning door zwakheid) ga ik hier verder op in. In dit bericht zal ik het houden bij de opmerking dat iets of iemand mooi is, als hij, zij of het helemaal zichzelf is (wat samenhangt met de ideeën van waarheid en liefde).

Het is niet makkelijk schoonheid te definiëren, want er zit een subjectief element aan. We zijn ieder van ons ook eigen, unieke individuen, die verschillende nadrukken leggen, en verschillende verlangens hebben. We hebben een eigen schoonheid en die combineert op een eigen manier met de schoonheid buiten ons. Maar er zijn wel overeenkomsten (anders hadden filosofen door de eeuwen heen nooit over schoonheid kunnen schrijven) en ik kan wel een paar objectieve eigenschappen noemen die volgens mij gepaard gaan met schoonheid. Iets is mooi als het uniek is. Denk aan de bloesem in de lente: elk bloempje is anders, geen takje is hetzelfde als een ander takje, overal zie je iets nieuws. Vergelijk dat met een plastic orchidee - die is niet zo mooi als een echte, omdat de bloemen precies hetzelfde zijn. Die uniciteit zet zich door in de details. In de plastic bloemen houden de details op een bepaald niveau op, en worden de randjes helemaal glad, of zie je de lijmranden. De bloemen vertonen unieke details hoe ver je ze ook 'inzoomt'. Zelfs het patroon van de nerven in een blad dat je onder een vergrootglas ziet, is mooi. (Dit is ook de reden dat Applecomputers zo mooi zijn: over elk detail is nagedacht, hoe klein ook - maar dit is natuurlijk een persoonlijke mening). Maar schoonheid heeft ook te maken met 'schoon'-zijn. Er is geen vieze plek of verkleuring, geen ziekte of misvorming -dat wil zeggen: het voorwerp nadert een bepaalt ideaal, hoe iets er 'hoort' uit te zien. Ik moet altijd rillen als ik zie dat er vuilnis in het gras ligt of tussen de bomen. Het hoort er niet. Het is niet mooi. (Aan de andere kant kan de manier waarop een plastic zak door de wind wordt voortgeblazen al mooi zijn - omdat het de expressie is van iets dat wel echt is.) En schoonheid dient nergens toe - het heeft geen nut, is niet utilitaristisch. Geen wonder dat de woonkazernes in Oost Europa zo grauw en lelijk zijn. En geen wonder de de lokalen van sommige geloofsgemeenschappen zo kaal en leeg lijken. Schoonheid die wordt toegepast om een doel te bereiken (bijvoorbeeld in reclames), wordt al snel cynisch. Echte schoonheid bestaat gewoon om zichzelf, niet om iets in mij te doen of voor mij te doen. Ik kan de schoonheid niet verdienen en niet beheersen. Ik kan haar niet bezitten. Ik kan haar alleen liefhebben. Ik kan haar alleen ontvangen als genade (zoals ik betoog in mijn bijdrage in Het Boek van de Natuur, hartelijk aanbevolen!). Ik zelf zie hier eigenschappen in van God, maar tegelijk ook van de mensen om mij heen. En ik zie deze dingen ook terug in de films die ik kijk vanwege hun schoonheid.
Ook wat de films betreft kan schoonheid niet worden gescheiden van waarheid en van liefde. Het zijn films waarin relaties en de de vraag wat liefde is een belangrijke rol in spelen. Het zijn ook films, die (hoe fantasievol ze ook zijn) gaan over de vraag naar de betekenis van het leven, of de zin van eerlijkheid, of het verlangen naar rechtvaardigheid. De thema's zijn allemaal met elkaar verworven. Maar daarnaast zijn het films met unieke beelden, landschappen, mensen - of ze nu echt bestaan of zijn verzonnen. Films waarin aandacht is besteed aan details, of het nu gaat om de instelling van de camera, of de patronen van de kostuums, of de blaadjes aan de boom. Het zijn ook films die (ook al bevatten ze ook wel lelijkheid - die ze vaak eerlijk laten zien als lelijkheid) dingen laten zien zoals ze moeten zijn, 'zonder vlek of rimpel'. Denk aan de elven uit de verfilmingen van The Lord of the Rings: dit is hoe elven moeten zijn. En het zijn films waarin de schoonheid er is voor zichzelf. Ze heeft vaak iets speels of frivools, ze wil ons niet tot lust of hebzucht manipuleren, maar biedt alleen zichzelf aan, zoals ze is. Mijn individualiteit laat zich vooral zien in het feit dat er zoveel SF- en fantasyfilms tot mijn selectie behoren - ik zie schoonheid in andere werelden, of het nu de diepzee is, de Jupitermaan Europa, of 'een melkwegstelsel ver, ver weg'. Ze verwijzen voor mij naar de werkelijkheid van een andere realiteit, de realiteit van steeds nieuwe ontdekkingen, waar God de maker en heerser van is.
Genoeg wat betreft de inleiding! Hier volgt mijn lijst van de tien mooiste films:

Nausicaa and the valley of the wind
Meesteranimator Hayao Miyazaki heeft oog voor de details in de natuur. Al zijn films bevatten adembenemende shots van licht dat op een landschap speelt, wolken die aan de kijker voorbijtrekken, de wind die graan doet golven. Hij is gefascineerd door vliegtuigen, maar vooral de ervaring van het vliegen, en de vrijheid die daarmee gepaard gaat. Dat is al zichtbaar in zijn eerste film, en mijn favoriete van zijn werk. Hij schept in deze film ook een giftige jungle, vol met monsterlijke insecten, waarvan de details prachtig zijn uitgewerkt (en die uiteindelijk ook bij de natuur blijken te horen). De gruwel van de oorlog wordt zichtbaar, maar uiteindelijk is het de liefde van prinses Nausicaa voor wie anders is dan zij en haar keuze voor opoffering boven geweld, die de overhand krijgen. Dat alles leidt tot een climax met verwijzingen naar de opstanding. Een rijk verhaal dat laat zien dat tekenfilms niet kinderachtig zijn.

The Fall
Filmmaker Tarsem filmde op adembenemende locaties over de hele wereld, die in een fantasyfilm niet zouden misstaan, maar waar geen computereffect aan te pas is gekomen. De kleurrijke kostuums en de bijzondere beelden (onder andere een zwemmende olifant) zijn heel expressief. Ze laten zien welke voorstelling een meisje maakt bij een verhaal dat haar wordt verteld door een patiënt in hetzelfde ziekenhuis waar zij is opgenomen. Dat verhaal blijkt ook invloed te hebben op de werkelijkheid, en neemt een grimmige wending. De vriendschap tussen het meisje en de verteller leidt er uiteindelijk toe dat deze laatste de waarheid onder ogen ziet en kiest voor het leven.

Hellboy II - The Golden Army
Een film over een demon in mijn lijstje met mooie films? Dat lijkt vreemd, maar Hellboy is gelukkig geen gewone demon. Hij vecht voor de goede zaak. Guillermo del Toro heeft een levendige fantasie en schept wereld van feeen en sprookjeswezens, gekenmerkt door een haast oneindige variatie. Een wereld die in haar voortbestaan wordt bedreigd door de prozaische hebzucht en machtswellust van mensen, die een gat in hun ziel hebben dat niet gevuld lijkt te kunnen worden. De scene waarin een 'forest elemental' wordt losgelaten -de laatste die er is op Aarde- is opmerkelijk ontroerend. We maken als mensen onze wereld steeds kleiner en leger. En toch kiest Hellboy ervoor te strijden voor de mensheid, dezelfde mensen die niets anders kunnen dan hem verwerpen.

The Fellowship of the Ring
De eerste film van de drie is het mooist. Hij bevat de levendige plattelandsgemeenschap van de hobbits, de verstilde schoonheid van Rivendell en de imposante bomen van Lothlorien. Hij toont unieke wezens, van elven tot grottentrollen en balrogs. Hij wordt opgesierd door de natuur van Nieuw-Zeeland. Het is een wereld waar je echt in kunt geloven, zo lijkt alles te kloppen. En bovendien gaat de film, net als de oorspronkelijke verhalen, over thema's die de kern van het leven als mens raken: goed en kwaad, verleiding en lotsbestemming, genade en verdriet. Ik dompel me er graag in onder, wordt even deel van Midden-Aarde, in de hoop dat ik in mijn eigen leven iets zal gaan tonen van de vrolijkheid van de Hobbits, de wijsheid van Gandalf en de doortastendheid van Aragorn.

The Tree of Life
De geschiedenis van de kosmos van oerknal tot uitdoving van het heelal. Vol nevels, en sterren, en dinosaurussen. En daarin een levensverhaal, een wereld in zichzelf, een jongen die in aanraking komt met de overlevingsdrang van zijn vader, en de genade van zijn moeder. En die merkt dat hij uit eigen kracht niet meer kan ontsnappen uit het patroon waar hij in is gevallen, maar dat hij verlossing nodig heeft. Beelden van de natuur, meditatieve scenes. Symbolen. En dinosaurussen. Een film die me diep raakte, mede omdat hij zo mooi was.



Atonement
Misschien is het te vroeg om deze film al op mijn lijstje te zetten. Ik heb hem deze week pas voor het eerst gezien en zal pas morgen een filmbespreking op mijn blog plaatsen. Maar al tijdens het kijken was ik onder de indruk van de schoonheid van deze film. De prachtige beelden van een zomerse tuin rond een Engels landhuis, maar ook van Frankrijk in de oorlog. Menselijkheid in al haar glorie en verdorvenheid. Een verhaal over een liefdesaffaire, maar ook over de verwoestende werking van de leugen. Het einde geeft er een cynische draai aan - de schoonheid blijkt niet voor niets bijna 'te mooi om waar te zijn', maar daarmee blijft de film wel prachtig.

Pirates of the Carribean - At Worlds End
Dit was de film waarbij ik aan dit lijstje moest denken. De film is grimmiger dan de eerste twee delen van de serie, en het plot is (in elk geval als je hem de eerste keer ziet) niet makkelijk te volgen, omdat iedereen een ander motief lijkt te hebben om elkaar te verraden. Maar anderzijds is de film adembenemend: de landschappen waar de bemanning langs reist naar het eind van de wereld, de surrealistische plek waar Jack Sparrow verblijft, de kostuums van de piraten uit alle windstreken, de koralen en poliepen op de Vliegende Hollander en het natuurgeweld in de ontknoping. En een karakter dat de kans op eeuwig leven aan zich voorbij laat gaan, zodat twee geliefden bij elkaar kunnen blijven. Mooi!

Sunshine
Het uitgangspunt van deze film is misschien in wetenschappelijk opzicht niet zo geloofwaardig, de rest van de film toont mijns inziens overtuigend hoe een reis van de Aarde naar de zon zou kunnen verlopen. Over het ontwerp van het ruimteschip is goed nagedacht. Maar vooral indrukwekkend zijn de beelden van de zon, die steeds dichterbij komt, en het kale oppervlak van Mercurius. Karakters in de film vergelijken hun reis met een zoektocht naar God, maar die blijkt te groot om te kunnen zien en leven. Ook hier vindt aan het eind weer een opoffering plaats die aan anderen leven brengt.

Hero
Een zwaardvechter vertelt een Chinese koning hoe hij heeft afgerekend met drie legendarische krijgers die het op de vorst gemunt hadden. Maar de koning denkt niet dat hij de waarheid vertelt en geeft hem zijn eigen versie van de gebeurtenissen. Uiteindelijk komt de waarheid boven tafel. En die waarheid heeft te maken met een keuze voor geweldloosheid en ja, inderdaad: opoffering. Dat alles getoond met sierlijke, bijna poetische gevechten, prachtige kleuren (elke versie van het verhaal heeft een eigen kleurstelling), en imposante omgevingen.


Wall-E
Animatiestudio Pixar heeft er ook een handje van mooie films te maken. Mijn favoriete is Wall-E. Ook hier heeft de mens de schoonheid van zijn omgeving veracht en van de Aarde een puinhoop gemaakt (die trouwens prachtig en gedetailleerd in beeld is gebracht). Maar dat betekent niet dat alles verloren is. het robotje Wall-E ziet midden in het afval nog mooie details en interessante voorwerpen. Als verkenningsrobot EVE voorbijkomt wordt zijn hart gegrepen. Hij volgt haar naar haar ruimteschip, waar hij een in slaap gesuste mensheid weer laat verlangen naar schoonheid, naar liefde en naar waarheid. Maar ook hier komt de verlossing niet zonder opoffering. Het is een film die ik keer op keer kan kijken, zonder dat hij mij gaat vervelen. En de beelden van herstel over de aftiteling heen blijven me ontroeren.

Wat zijn volgens jullie de mooiste films?