Posts tonen met het label apologetiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label apologetiek. Alle posts tonen

vrijdag 9 augustus 2013

Mijn favoriete boeken (3): de top 5!

Mijn vijf favoriete boeken. Dit zijn boeken waarover ik uren zou kunnen praten. Boeken die mijn verstand en mijn verbeelding hebben gevormd en hebben gekneed, en die ik regelmatig zal herlezen. Dit zijn de boeken die ik zou meenemen naar een onbewoond eiland. Zou iedereen deze boeken moeten lezen? Dat weet ik niet. Dat is ook afhankelijk van smaak en niveau. En wat mij aanspreekt, daar ben ik ondertussen ook wel achter, spreekt zeker niet iedereen op dezelfde manier aan. Aan de andere kant: lezers van mijn blog kunnen zich ondertussen wel een beeld vormen van mijn verbeeldingswereld en de mate waarin de hunne daarmee resoneert. En daarmee kunnen ze zelf ook prima de afweging maken of deze boeken ook voor hen betekenisvol kunnen zijn. Mij helpen ze in elk geval om mijn denken en mijn fantasie gezond te houden.

5    Kingdom, Grace, Judgment (Robert Farrar Capon)
Aan theologische boeken, of ‘bijbelstudieboeken’, kleeft nogal eens een saai sfeertje. Ze zijn per slot van rekening niet geschreven om te onderhouden, maar om te leren. Functie voor vorm. Lezen van zulke boeken hoort niet ‘leuk’ te zijn. Want het gaat om de inhoud. En ik heb jaren lang enorm veel van dit soort boeken gelezen: commentaren, studies, verhandelingen. Niet omdat ik ernaar uitkeek ze te lezen, maar omdat ik dat als goed intelligent en hoog opgeleid christen moest. Anders zou Gods volk door gebrek aan kennis ten onder gaan. De meeste boeken in deze categorie zijn behoorlijk taai. Maar dat zouden ze niet moeten zijn. Als het goede nieuws werkelijk goed nieuws is zou dat niet alleen moeten doorklinken in onze boodschap, maar ook in onze stijl van communiceren. Vorm en functie zijn namelijk niet te communiceren. We weten ondertussen allemaal dat de woorden maar een klein deel zijn van wat we communiceren en dat non-verbale communicatie minstens net zo veel overbrengt. Dus zouden boeken over die geweldige, levensveranderende waarheid van Gods onvoorwaardelijke liefde, onze dood aan onze kleine verhaaltjes en Jezus’ leven brengende opstanding ook in de manier van schrijven horen sprankelen van blijdschap, vreugde, levenslust.
Dat doen de boeken van Robert Farrar Capon, vooral dit boek (eigenlijk een verzameling van drie) over de gelijkenissen van Jezus. Capon is duidelijk enthousiast over wat hij in de bijbel gevonden heeft, met humor, terzijdes aan de lezer, voorbeelden en prachtige zinnen laat hij bij elke gelijkenis zien hoe radicaal die Gods liefde en genade verbeeldt. Zeker, soms is zijn uitleg speculatief, soms choquerend, maar voor wie de oorspronkelijke verhalen door eindeloze zondagsschoolvertellingen hun glans hebben verloren, is het een frisse bries die het stof opblaast en de vreugde van Jezus’ visie weer laat schijnen. Een van de weinige theologische boeken die ik ook na twee keer nog wil lezen, alleen al omdat het zo goed geschreven is. In Between Noon and Three vertelt Capon een eigen gelijkenis, die voor moderne lezers net zo choquerend is als de verhalen van Jezus in diens eigen tijd, en die ook de eenzijdige liefde van God illustreert. Warm aanbevolen!

4    Orthodoxy (G.K. Chesterton)
Ik zie dit eigenlijk niet als een theologisch werk. Chesterton lees je voor je plezier. Dat je er dan ook nog wat door leert, is mooi meegenomen. Net als bij Capon proef je als lezer bij Chesterton de vreugde, levenslust en blijdschap die hij uit het goede nieuws als een spons heeft opgezogen tot hij er helemaal van doordrenkt is. Nu hoeft hij zijn pen maar op het papier te zetten en het komt uit de kleinste poriën naar buiten stromen. In zijn verhalen (The Man Who Was Thursday is een van mijn favorieten), in zijn essays (onder andere in Heretics), in zijn biografieen (zoals over Dickens) en in zijn apologetische boeken (The Everlasting Man).
De kroon op zijn werk is echter toch wel Orthodoxy. In mijn aantekenboekje heb ik pagina na pagina vol citaten overgeschreven. Chestertons ontdekking van het evangelie heeft hem zich niet van de wereld laten afkeren, maar deed hem juist nog meer houden van deze schepping, van elk blaadje, elk stroompje, elk individueel mens. Voor hem leven wij in een sprookjeswereld, waarin alles betekenis heeft, zoals in een verhaal. Het doet je als lezer verlangen de wereld zo te zien als Chesterton. Dat wil zeggen: als paradox - klein, maar toch groot. Zwak, maar toch sterk. Niets betekenend en toch van eeuwigheidswaarde. Hij ziet de wereld zo omdat hij in het evangelie diezelfde paradox ziet, in de menswording van Jezus, toen de ene almachtige God als baby in een stal lag. Dit is de reden voor blijdschap, voor loftrompetten. Dit is de ene mystieke sprong die de mens moet maken om voor altijd geestelijk gezond te zijn. Wie dit mysterie niet toelaat, verliest uiteindelijk zijn coherentie, zijn verstand. Chestertons werk zet de ramen open van het paleis van onze wereld en laat daarachter de tuinen zien die God heeft aangelegd. Dit boek te lezen en te herlezen is werkelijk een vreugde.

3    Les Miserables (Victor Hugo)
In mijn film top 25 kwam Les Miserables ook al op een hoge positie voor. En in deze lijst dus ook. En dat terwijl ik het boek nog maar een keer heb gelezen, en ook nog eens vrij kort geleden, afgelopen december om precies te zijn. En het lezen ervan was ook nog eens een behoorlijke uitdaging. Het boek telt namelijk in de uitgave die ik bezit meer dan 1200 bladzijden, en Hugo besteedt een groot deel ervan aan uitgebreide beschrijvingen van de slag bij Waterloo, de Parijse topografie, de gang van zaken in een klooster, de rioleringen onder Parijs, en de onrechtvaardigheid van het economische systeem. In behoorlijk lange zinnen ook nog eens. Geen wonder dat er ingekorte versies worden gepubliceerd.
Maar ik hoop niet dat lezers van mijn blog die ter hand zullen nemen. Ze geven misschien wel een beeld van het plot - maar het gaat bij een boek niet alleen om het plot. Dit boek schept een wereld. De wereld van Frankrijk in de eerste helft van de negentiende eeuw, met alle details die daarbij horen. Een wereld waarin mensen hun levens leiden, zo compleet als onze levens, levens die elkaar kruisen, zodat ze elkaar beïnvloeden, ten goede of ten kwade. En waarin die levens samen het getij van de geschiedenis vormen. Onze individuele keuzes, lijkt Hugo te willen betogen, bepalen samen welke kant onze maatschappij zich op beweegt. En welke keuzes kunnen tot een goede uitkomst leiden? De keuze voor zelfzuchtig gewin (het zelf centraal) van de Thenardiers? Zeker niet. De keuze voor wetten en regels (een onveranderlijke maatstaf buiten de mens centraal) van Javert? Zeker niet. Onverdiende genade? Dat alleen. Genade die doorwerkt in levens als een olievlek op een vijver en onvermoede hoeken en gaten bereikt. Uiteindelijk is dit niet het verhaal van Valjean, maar van de bisschop van Digne en zijn vrije keuze datgene los te laten wat hij bezat voor iemand die er geen recht op had. Hier herken ik verschillende gelijkenissen van Jezus in.
Dit bewogen boek heeft mij diep geraakt. Ik weet dat ik het binnen twee jaar wil herlezen, en daarna in mijn leven nog vaker. Als ik een beetje op Jean Valjean ga lijken in mijn leven, zou ik gelukkig sterven.

2    The Silmarillion (J.R.R. Tolkien)
Nee, The Lord of the Rings staat niet op deze lijst. Shockerend, nietwaar? Voor wie mij hoort citeren uit dat werk wel, kan ik me voorstellen. Maar eigenlijk citeer ik meer uit de films en het boek heb ik zes jaar geleden voor het laatst gelezen. En een nieuwe leesronde dient zich niet direct aan. Terwijl ik The Silmarillion ondertussen minstens net zo vaak gelezen heb, de laatste keer twee jaar geleden, en die wil ik wel weer opnieuw lezen. Maar het is veel moeilijker geschreven dan The Lord of the Rings, werpen mensen tegen. Het is geen roman volgens onze moderne definitie van een roman. Het bevat opsommingen van namen en ingewikkelde geschiedenissen. Het is niet spannend. Allemaal waar. Maar een werk hoeft niet spannend te zijn om te boeien. Wat mij aangrijpt in dit boek is de onverdunde mythische kracht ervan. Dit is het grootste voorbeeld van ‘world building’ dat ik ken, niet alleen een volledige wereld, maar een volledige mythologie (eigenlijk alleen geschreven om de talen die Tolkien verzon een thuis te bieden). En zoals elke mythologie bevat the Silmarillion alles wat ons mensen maakt. Onze grootheid en onze val, onze oorsprong en onze toekomst. Trots, zelfzucht, maar ook genade. Waar de verhalen uit Genesis door de schier eindeloze discussies tussen evolutionisten en creationisten zijn verworden tot dode teksten waarover alleen wordt gevraagd of ze ‘echt gebeurd’ zijn, brengt dit verhaal van Tolkien er de verwondering en glorie van over. Wat ik niet of nauwelijks meer kan vinden in de bijbel, die door onze moderne manier van denken (waarbij iets letterlijk ‘gebeurd’ moet zijn om ‘waar’ te zijn) is ontleed tot feitelijkheden, vind ik in het lied van Tolkiens goden, de opstandigheid van Melkor, de strijd om de Silmarillen, de opoffering van Aerendil. Nee, van The Silmarillion weet ik zeker dat het niet ‘echt gebeurd’ is, maar dat maakt het niet minder ‘waar’. En de mythologie van Tolkien laat gaten open voor die ene werkelijk aantoonbare mythische gebeurtenis in onze geschiedenis, de komst van de Ene in onze wereld en zijn dood en opstanding. Dat is het beste verhaal dat ooit verteld is, wist ook Tolkien, en tegelijk waar gebeurd. Een werk als The Silmarilion helpt me om daarin te geloven.

1    The Great Divorce (C.S. Lewis)
Voor trouwe lezers van mijn blog zal het vast geen grote verrassing zijn om een boek van C.S. Lewis op de eerste plek van deze lijst aan te treffen. Lewis blijft mijn grote voorbeeld en inspirator. Hij schreef SF-verhalen en fantasy, maar ook apologetische en theologische boeken, en een autobiografie, naast zijn academische werk. Hij schreef voor kinderen en volwassenen, voor leken en deskundigen. Hij hield lezingen voor de radio en discussieerde met SF-auteurs. Hij combineerde een levendige verbeelding, gevormd door het lezen van klassieke literatuur en populaire sprookjes, met een diep geworteld verlangen naar schoonheid of vreugde (‘Sehnsucht’), en een scherp intellect, dat niet aarzelde argumenten tegen het licht te houden. Zelf atheist geweest, verwierp hij makkelijke christelijke antwoorden (hij geloofde bijvoorbeeld in evolutie), maar hij wees ook atheisten op de onredelijkheid van hun overtuiging (namelijk dat als het heelal alleen uit materie bestaat, onze gedachten geen relatie hebben met de werkelijkheid). Dit alles destilleerde hij in uiteenlopende originele vertelvormen. Een allegorie (als John Bunyan’s Christenreis), brieven geschreven door een demon, en dit werk, geinspireerd door sciencefiction, waarin een busreiziger vanuit de hel een bezoek brengt aan de voorlanden van de hemel.
Het belangrijkste doel van dit werk is te laten zien hoe de zelfzucht van individuen hen ervan weerhoudt te kiezen voor het leven dat God hen gratis en voor niets aanbiedt. Het enige wat ze ervoor hoeven te doen is namelijk los te laten wat ze zo krampachtig vasthouden, zodat ze het als geschenk kunnen aannemen. Hierin volgt Lewis MacDonald (onder andere in Lilith, eerder in deze lijst. Maar MacDonald gelooft dat uiteindelijk iedereen door de liefde van God overtuigd zal worden zijn handen te openen. Lewis weet dat nog niet zo zeker). Niet voor niets komt MacDonald als karakter in dit verhaal voor!
Dit boek overtuigde me dat God werkelijk van alle mensen houdt en als de hel een deur heeft, die van binnen gesloten is. Ook leerde ik dat alles wat wij durven loslaten, durven doden, uiteindelijk in een nieuwe vorm uit die dood zal opstaan. Maar Lewis schetst ook een verbeeldingsvolle versie van het opstandingsleven - de nieuwe wereld is werkelijker, substantieler, dan de onze. En deze realiteit zal uiteindelijk de werkelijkheid vormen. Deze wereld waarin wij leven is, hoe mooi ook, slechts een schaduw van de opstandingswereld, waarnaar ze vooruit wijst. En die wereld zal werkelijk goed zijn, al lijkt hij nu soms nog hard en scherp voor onze in een zondige wereld gevormde zintuigen.
Als de verteller aan het eind ontwaakt, voel ik teleurstelling, want de zon stond op het punt om op te komen. Ah, ik verlang naar dat moment. En dat verlangen is voor een belangrijk deel opgewekt door C.S. Lewis.

maandag 26 maart 2012

Links: Kwallen, striptekenaars op een onbewoond eiland, Hunger Games en verlangen als godsbewijs

Dit is een van de meest bijzondere plekken op Aarde - een meer op Palau bevolkt door kwallen, die niet prikken.

Over bijzondere plekken gesproken: filmmaker en ontdekkingsreiziger James Cameron keerde gisteren terug van de diepste plek op aarde, Challenger Deep in de Marianantrog!

Leuk voor de stripliefhebbers: striptekenaars op een onbewoond eiland!

De trailer voor een animatiefilm die nog niet gemaakt is: My family and the wolf. Een mooie verbeelding van de zomermaanden door de ogen van een kind, en een mysterieuze verschijning ...

De evolutie van veren blijkt een ingewikkelde geschiedenis, want al voor de dinosauriers waren er reptielen met veerachtige structuren, die wellicht zelfs werden gebruikt om te zweven!

Ik ga morgen naar de film The Hunger Games. Waarschijnlijk ga ik daar wel een recensie over schrijven, daar lijkt het me wel een geschikte film voor. Ondertussen las ik op Christianity Today een paar fascinerende artikelen over deze film. De eerste kijkt naar de trend van apocalyptische jeugdboeken en -films. En wat die over de mens zeggen, met name over onze neigingen tot controle en geweld. "We like The Hunger Games because we want to identify with the rebellion. If we look closely, though, we are often more likely to find ourselves, however unintentionally, siding with the Capitol. We turn a blind eye to suffering, allowing the rest of the world to meet our every need and desire, though it costs them their lives. We sit in air-conditioned luxury, practicing Twitter activism, while people around the world (and in our neighborhoods) starve." De tweede zie in een van de karakters een beeld van Jezus, die op een mooie manier hoop en leven brengt aan een hoofdpersoon.

Een interessant artikel over de rol van het verlangen in het kiezen om te geloven. Heel vaak hebben christenen in hun geloofsverdediging gekozen voor een rationele aanpak, en gebruik gemaakt van logische argumenten. Maar hoe vaak maken wij mensen nou keuzes omwille van logische redenen? We kiezen voor wat we willen - de vraag is dus: willen we geloven? Volgens dit artikel zijn er verschillende verlangens van de mens die door het christelijk geloof worden vervuld: het verlangen naar veiligheid en betekenis, het verlangen naar onsterfelijkheid, het verlangen naar rechtvaardigheid, en het verlangen naar 'awe', naar schoonheid: "Throughout our lives, we have experiences of joy and awe that are “not enough.”  They somehow point us beyond themselves to a more ultimate experience.  C.S. Lewis wrote of “a desire for something that has never actually happened." However enjoyable our earthly experiences are, we’re never fully satisfied. We yearn for something more—something beyond.”

The Christian Monist kijkt verder naar zijn redenen om in God te geloven. Hij vertelt eerst dat zijn bekering anders verliep dan hij zijn toehoorders ooit wilde laten geloven in zijn getuigenissen. Geen wonderverhalen, geen tekenen. Nee, hij was op zoek naar een techniek om meer zelfvertrouwen te kweken en had het advies gekregen positieve bijbelteksten te memoriseren ... Maar toch was er meer: "Finally I came to the issue of consciousness, or more precisely self-consciousness.  Like an explorer ten miles in an narrow, dark cavern, the thought of self-consciousness was like a huge room full of light and amazing rock formations ... I'm here . . . inside this body. I would pinch myself hard and I knew that I felt it. While it was reasonable that every human on earth could be a protein and calcium based robot . . . I knew that I was not. It had a self-awareness that exceeds the possibly of complex circuitry ... you then know that an impersonal universe cannot give rise to the personal no matter if you had a billion to the billionth power of years to evolve."

zondag 4 maart 2012

Links: Wandelende tak, diepzeeaquarium, animatiefilms, het valse zelf en subjectieve zoektochten

Toen Scandinavie tijdens de laatste ijstijd met een ijskap bedekt was, was het nog geen dode wereld. Bomen blijken het overleefd te hebben, aan de kust of in rotsen die boven het ijs uitstaken. Dit wordt gesuggereerd door DNA-onderzoek.

De geboorte van een wandelende tak is altijd al spectaculair (hoe past dit wezen in zo'n klein eitje) maar helemaal als het gaat om de grootste wandelende tak van de wereld!

Een zeeaquarium in Frankrijk gaat diepzeedieren tentoonstellen! Ze gebruiken daarvoor een speciaal geconstrueerd aquarium van 16 liter water, waar ze een enorme druk op kunnen zetten. Ik zal er een keer heen moeten, want het is een van mijn grote dromen om een keer diepzeedieren in het echt te zien!

Peter Jackson plaatste de nieuwste videoblog over de opnames van The Hobbit op het internet, dit keer over de prachtige locaties in Nieuw-Zeeland waar de film wordt gemaakt. Ik hoef waarschijnlijk niet uit te leggen dat ik hiernaar uitkijk?

Maar ik kijk ook uit naar deze: het vervolg op The Muppets! En naar deze: twee films van Studio Ghibli die uitkomen in 2013, waaronder de nieuwste en mogelijk de laatste van Hayao Miyazaki!

En over animatie gesproken: kennelijk is stop motion animation (waarbij met klei wordt gewerkt) een goed medium om horrorverhalen te maken, want na The Nightmare before Christmas en Coraline, komen er nog twee: Paranorman en Frankenweeny.

Over sprookjesachtige verhalen gesproken: deze fotoserie laat zien wat er terecht kwam van de Disneyprinsessen na het einde van het sprookje.

Dit klinkt als een boek dat ik graag wil lezen (en een waar C.S. Lewis ook veel over te zeggen zou hebben: zijn voorspellingen uit The Abolition of Man lijken erin uit te komen): Intrusion, door Ken MacLeod. "MacLeod’s main character, expectant mother Hope Morrison, discovers that simply deciding against something is no longer enough: questions have to be answered, boxes have to be ticked, and people must be shepherded into making the correct free choice."

Op de Internetmonkblog verscheen een mooi stuk over ons valse zelf: de identiteit waar we ons aan vastklampen om te kunnen voldoen aan de wensen van de mensen om ons heen. "Thomas Merton describes the stakes of fakery with God this way. “Every one of us is shadowed by an illusory person: a false self. This is the man that I want to be but who cannot exist because God does not know anything about him. And to be unknown of God is altogether too much privacy.” We zijn niet de ware kinderen van God die we zijn, maar als Pinokkio: van hout, een imitatie, 'doen alsof'. "We find that we have not been the real children we thought we were. We are so many wooden Pinnochios harboring secret disdain for the Geppetto who made us and running after false pleasures that deceive as we also deceive. We won’t become fully human until we spend time in the belly of a fish. It is painful and it is a process." De problemen waar we tegenaan lopen in ons leven (en ik werd er deze week ook weer mee geconfronteerd), zijn als het vuur dat deze valse identiteit wegbrandt - niet vuur als beeld van het oordeel van God, maar als beeld van de liefde van God, die niet ophoudt voordat wij werkelijk zijn zoals Hij ons bedoeld heeft. Een mooi artikel dat leidt tot een mooie discussie. En ik moet Thomas Merton ook maar eens gaan lezen.

De Christian Monist schrijft verder over zijn zoektocht naar de waarheid van het christelijk geloof, maar hij wijst erop dat die zoektocht al bij aanvang subjectief is: "The intellectual exercises of apologetics that then comes to the Christian, in the same way as to the atheist or other completely secular persons, is just window dressing. For the Christian, they start with the premise that Christianity must be true, and then they go through the discussion to prove it is true (and of course they will end up where they set to end up). The Atheists are no better. They start with the premise that Christianity can't be true . . .and of course their intellectual exercise ends them up exactly where they intended to end up."

woensdag 29 februari 2012

Links: Escher, reuzenpinguins, John Carter, onzekerheid en het koninkrijk van God

Een prachtig animatiefilmpje geeft een fantasievolle blik op het bureau van befaamd tekenaar Escher

Nieuw-Zeeland had een uniek ecosysteem waarin de meeste niches werden gevuld door vogels (en vleermuizen) of insecten (en een paar primitieve reptielen). Dit is altijd zo geweest, blijkt nu, ook toen Nieuw-Zeeland voor een groot deel onder water stond. Toen maakten de pinguins er de dienst uit, met daaronder soorten die groter waren dan de grootste huidige pinguins: reuzenpinguins!

Ook plekken zonder regen of andere neerslag, zoals de droge valleien van Antarctica, blijken vochtig genoeg te kunnen worden om leven te onderhouden. Zout in de bodem trekt water uit de lucht. Op de resulterende natte plekken groeien bacteriën. Dezelfde processen zouden voor vloeibaar water kunnen zorgen op Mars.

Een spectaculaire trailer voor SF-film John Carter! En de nieuwste trailer voor The Avengers is ook indrukwekkend.

Dit filmpje is iets heel anders: Jezus in de wildernis.

The Christian Monist probeert uit te leggen waarom hij in God is blijven geloven, ook al raakte hij teleurgesteld met het circus van de evangelische kerk. "When I finally suffered my great disillusionment with Evangelicalism, I pulled the desire for honesty out of the closet and placed it at the center of my quest for meaning.  My conclusion was, if God is really there, and I wasn't sure anymore, then He wasn't on the stage as another prop. He would have to be real. Thus the more honest I was, about myself and others, the closer I would be to finding Him.  You see, a God that plays the same games of hide and seek with motives as we do . . .  is a god at best." Zijn ervaringen hebben hem ertoe gebracht te twijfelen aan zijn eigen motieven om te geloven, en die van anderen die zich geen rekenschap geven van de realiteit. Daarom is zijn conclusie: "The hope for certainty must be abandoned." Zekerheid is alleen maar een nieuw heldenverhaal waar wij ons aan vastklampen om onze eigenwaarde veilig te stellen. Maar dat wil niet zeggen dat er geen reden is om te geloven.

Een schrijver op Mockingbird legt uit waarom de bijbel zo eerlijk is. Hij gaat over het echte leven. "Jesus never said, “The Kingdom of God is like a church service that goes on and on forever and never ends.” He said the kingdom was like a homecoming celebration, a wedding, a party, a feast to which all are invited. This idea was too radical for the religious leaders of his day. They were more concerned about etiquette, manners, traditions and religious rituals than about partying with Jesus. And that’s why they missed out."

Een nogal lang, maar heel goed artikel op Christianity Today maakt duidelijk dat de boodschap van de bijbel, de boodschap is over het koninkrijk van God, dat in Jezus werkelijkheid wordt. "In a truly Christian vision of the kingdom of God, though, Jesus of Nazareth isn't a hoop we jump through to extend our lives into eternity. Jesus is the kingdom of God in person. As such, he is the meaning of life, the goal of history, and the pattern of the future. The gospel of the kingdom starts and ends with the announcement that God has made Jesus the emperor—and that he plans to bend the cosmos to fit Jesus' agenda, not the other way around." Dit is goed nieuws. Het geeft betekenis aan ons leven nu: "If the kingdom is what Jesus says it is, then what matters isn't just what we neatly classify as "spiritual" things. The natural world around us isn't just a temporary "environment," but part of our future inheritance in Christ. Our jobs—preaching the gospel, loading docks, picking avocados, writing legislation, or herding goats—aren't accidental. The things we do in church—passing offering plates, cuddling crack-addicted babies, or fixing the "pop" in the sound system—aren't random. God is teaching us, as he taught our Lord, to learn in little things how to be in charge of great things." En bovendien geeft deze boodschap echte hoop voor de toekomst. "Perhaps we dread death less from fear than from boredom, thinking the life to come will be an endless postlude to where the action really happens. This is betrayed in how we speak about the "afterlife": it happens after we've lived our lives. The kingdom, then, is like a high-school reunion in which middle-aged people stand around and remember the "good old days." But Jesus doesn't promise an "afterlife." He promises us life—and that everlasting." Dit komt heel erg overeen met wat ik afgelopen najaar schreef over het Verhaal van God. Dat is niet anders dan het verhaal van het Koninkrijk van God, waarin gebeurt wat God zegt dat gebeurt, en dat dus gekenmerkt wordt door liefde en leven.

Een interessant artikel van Richard Beck op Experimental Theology over het sterven aan onze 'heldenverhalen' die we volgen om onze angst voor de dood het hoofd te bieden en het hopen op de opstanding (de expressie van de betekenis scheppende liefd van God), leidt tot een nog veel boeiender discussie. De schrijver zelf zegt daarin onder meer het volgende: "If we neurotically construct our identities as a response to fear and a need for self-preservation we are, at root, still animals. Complex and symbolic, but still animals. Fear-driven survival machines. Thus, to step out of this fear, to construct an identity not based on self-preservation but love, is to move away from the animal toward the truly human. In this, Christians would say that Jesus was the first to be truly human and, via his life/cross, showing us a path toward a new humanity."

donderdag 26 januari 2012

Levensveranderende blogs

Lang leve het internet, de plek waar iedereen met een idee of een mening zijn eigen zeepkist kan oprichten en die kan delen met iedereen die maar luisteren of lezen wil. En dat bovendien kan doen zo veel en zo lang als hij of zij dat zelf wil. Korte gedachten en one-liners (en de samenstelling van de laatste maaltijd) via Twitter, langere overdenkingen via bijvoorbeeld blogs. Ik lees beide graag. Ik heb op het internet blogs ontdekt van schrijvers die me inspireren, die me uitdagen, die me begrip geven voor andere meningen dan de mijne en die me op het spoor zetten van interessante boeken, films of muziek. Als ik kijk naar de ontwikkeling van mijn denkbeelden in de laatste vijf, zes jaar zijn deze blogs daarin belangrijker geweest dan de boeken die ik aanhaalde in eerdere berichten. Het gevaar is natuurlijk altijd dat je alleen van mensen leest met wie je al geneigd bent het eens te zijn, maar bij veel van deze blogs vinden bij de reacties discussies plaats tussen voor- en tegenstanders, tussen conservatieven en progressieven, waardoor je als lezer toch een breed beeld krijgt van de standpunten en argumenten, en die ook tegen elkaar kunt afwegen. Ik haal veel van deze blogs aan in mijn eigen berichten met links, maar toch wil ik een lijstje maken van de voor mij meest betekenende plekken op het web.

Ik ontdekte InternetMonk een paar jaar geleden via een link. Toen was het nog de Amerikaanse docent en voorganger Michael Spencer die hier zijn gedachten weergaf. Hij legde de vinger op zere plekken in de vooral Amerikaanse evangelische beweging, gaf ruimte aan vertegenwoordigers van liturgische kerken (ook Orthodox en Katholiek) om hun visie te delen over tal van onderwerpen, besprak interessante boeken (hij wees mij het eerst op Robert Farrar Capon, en zoals lezers van mijn blog weten heeft die schrijver mij diepgaand beïnvloed). Tegelijk was hij ontwapenend eerlijk over zijn eigen worstelingen en twijfels. Zijn belangrijkste thema was ‘Jesus-shaped spirituality’: hij meende dat het in het christelijk geloof draait om Jezus en dat uitingen van dat geloof op Hem moesten lijken. Zijn boek Mere Churchianity werkt dat idee krachtig uit. Helaas overleed hij bijna twee jaar geleden aan een hersentumor. De Internetmonk-blog is overgenomen door een team schrijvers, die in dezelfde lijn allerlei onderwerpen aansnijden, van bijbeluitleg, tot wetenschap en geloof, tot het evangelische circus. Er is ook een groot aantal vaste reageerders, die soms humoristisch, vaak goed doordacht met elkaar in discussie gaan, en van wie ik bijna net zoveel leer als van de officiële schrijvers.

Via InternetMonk ontdekte ik ook enkele andere blogs, die een grote invloed hebben gehad op mijn leven. Een ervan is Jesus Creed, de blog van Nieuw-Testamenticus Scot McKnight. Hij steekt op een wat dieper theologisch niveau in dan Internetmonk. Vaak worden hoofdstuk voor hoofdstuk boeken besproken, waarna bij de reacties een stevig inhoudelijk gesprek ontstaat. McKnight geeft ook ruimte aan andere schrijvers voor bijdragen over onder andere schepping en evolutie, en hoe we als christenen de bijbel moeten lezen in het licht van een langere ontstaansgeschiedenis van de Aarde. Door de sterk onderbouwde artikelen op deze blog ben ik anders gaan denken over de interpretatie van Openbaringen (een preteristische visie - dat wil zeggen: de visie dat Openbaringen niet een verslag is van de toekomst, maar gaat over de werkelijkheid achter de schermen nu - komt op mij nu waarschijnlijk over), en over de uitleg van de eerste hoofdstukken van genesis (in verband gebracht met het wereldbeeld van het oude midden oosten). Niet alles wat op deze blog staat vind ik interessant, maar dat geldt voor alle blogs. Jullie vinden waarschijnlijk ook niet alles wat op mijn blog staat even boeiend.

Ook op Mockingbird kwam ik terecht via InternetMonk. Ik moest aanvankelijk wat wennen aan hun benadering, maar ik ben er steeds enthousiaster over geworden. Toen afgelopen week de blog een paar dagen uit de lucht was, vond ik dat erg jammer. De schrijvers van deze blog laten zich sterk door het Lutherse gedachtegoed inspireren. Ze menen (mijns inziens terecht) dat mensen minder controle hebben over zichzelf of over hun omgeving dan ze van zichzelf denken - ik las hier voor het eerst over ‘ego depletion’. Mensen zijn afhankelijk van God om te veranderen. Ze hameren op de genade en becommentarieren tegelijk de alom aanwezige ‘theologie van glorie’ (die stelt dat mensen zichzelf kunnen veranderen en dat succes de maatstaf is voor hun falen of slagen). Ze komen steeds weer terug op de ‘theologie van het kruis’ - het besef dat onze pogingen om onszelf te rechtvaardigen tot mislukken gedoemd zijn en dat vertrouwen op God het enige is dat overblijft (zie ook mijn eerdere bericht over enkele Mockingbirdconcepten). Dit alles communiceren ze niet in stoffige commentaren, maar in frisse citaten uit kranten en tijdschriften, en in verwijzingen naar films, muziek en boeken. Ze zijn fans van Calvin and Hobbes en van Robert Farrar Capon. Hun woorden zijn voor mij vaak een frisse bries, en zetten me weer met beide benen op de grond, dankbaar voor het goede nieuws van het evangelie. Warm aanbevolen!

Hoe ik Experimental Theology ontdekte, weet ik eigenlijk niet meer. Maar toen ik erachter kwam dat blogger Richard Beck een serie berichten had geschreven over de theologie van Calvin and Hobbes (en een serie over de theologie van Peanuts) was ik van het ene op het andere moment fan. Beck beschikt over grote kennis op het gebied van psychologie en sociologie (hij is docent op een universiteit), en verbindt die vakgebieden met de theologie. Hij gaat daarbij moeilijke vragen niet uit de weg, wat ook heeft geleid tot academische publicaties. Sommige van zijn blogs zijn voor mij werkelijk ‘eye openers’ geweest. Zo was zijn serie over de alverzoening behoorlijk overtuigend - hij betoogde dat de menselijke wil niet zo machtig is als ik dacht, maar ook dat in de profeten de eindoverwinning van God het hoofdthema is. Maar ook de serie waar hij op dit moment aan werkt over de ‘christus victor’-theologie zet me aan het denken. Hij brengt altijd verschillende inzichten samen op een heel open manier, heeft een gevoelige, persoonlijke insteek, en gaat ook met zijn lezers in gesprek onder zijn blogberichten. Er zijn van hem tot nu toe twee boeken verschenen, die ik ook een keer hoop te lezen. Ik kijk er altijd naar uit als er wat nieuws op zijn blog staat.

De Rabbit Room is een collectieve blog van een gezelschap christelijke muzikanten, kunstenaars en auteurs uit Nashville. Maar het zijn geen oppervlakkige artiesten, die cliche’s op cliche’s stapelen. Ze hebben een ware, warme liefde voor de kracht van verhalen, en laten zich inspireren door Tolkien, Lewis, Chesterton en MacDonald. Ze bespreken films (de ‘one minute reviews’ zijn vaak hilarisch), laten muziek horen (vaak aansprekend) en publiceren essays (meestal persoonlijk, over onderwerpen die mij ook na aan het hart gaan: schoonheid, verhalen, verlangen). Waar de andere blogs die ik noem mij op een intellectueel niveau uitdagen, kom ik hier om tot rust te komen en me te laten inspireren. De Rabbit Room voelt als een soort oase, een plek waar ik me niet hoef te schamen voor mijn liefde voor de verbeelding. En ik wordt er uitgedaagd om mijn creatieve talent niet te verstoppen maar weer meer te gaan gebruiken. Ik wilde dat ik de ‘Hutchmoot’ een keer kon bijwonen - een soort weekeinde over de thema’s van de blog, met lezingen, muziek, lekker eten en goede gesprekken. Ik zou me daar helemaal thuisvoelen, denk ik.

De blog van The Christian Monist lees ik ook graag. Het is een vrij persoonlijke blog van iemand die opgroeide in een evangelische gemeente en als enthousiast zendeling naar het Midden-Oosten vertrok. Daar raakte hij in een crisis, waardoor hij bijna zijn geloof kwijtraakte. Hij kwam erachter dat veel evangelische christenen met hun hoofd in de wolken lopen en de realiteit ontkennen. Ze willen een illusie in stand houden, gevoed door het idee dat er een tweedeling bestaat (dualisme) tussen onze menselijke werkelijkheid en de geestelijke werkelijkheid van God. Volgens The Christian Monist is er maar een werkelijkheid. Met een soms onthutsende eerlijkheid probeert hij de werkelijkheid te zien zoals die is. Dat bracht hem in conflict met de kerk waar hij nog steeds naar toe ging. Zijn verhalen zijn voor mij erg herkenbaar, en zijn worsteling ook. Verder geniet ik van zijn gedachten over kunst en literatuur (een wereld die hij nu aan het ontdekken is, omdat hij dat als evangelisch christen beneden zich achtte). Voor mij bevestigt zijn blog dat ik niet gek ben, en dat er een manier is om christen te zijn zonder jezelf voor de gek te moeten houden. Het is een van de weinige blogs waar ik ook af en toe op reageer.

Om af te sluiten wil ik nog twee podcasts noemen die mijn denken en leven hebben veranderd. Ik luister naar beide vaak als ik mijn aquariums schoonmaak.

The God Journey beluister ik ondertussen al trouw vanaf eind 2008 (de tijd vliegt). Wayne Jacobson en Brad Cummings waren beide ooit voorganger in een kerk, tot hun ogen open gingen voor de systemen van controle en dwang waar ze deel van uitmaakten. Hun zoektocht naar het eenvoudig leven als geliefde van God (‘living loved’) is waar ze met elkaar over praten in deze uitzending, onderbroken door ingezonden brieven van luisteraars, interviews met anderen op dezelfde weg en discussies over actuele onderwerpen (en regelmatige lachstuipen). Hun gesprekken herinneren me aan de eenvoudige waarheid van het evangelie, en de realiteit van het koninkrijk van God dat door ons heen tot uiting komt als wij ons er maar voor willen openstellen. Wie het boek ‘The Shack’ heeft gelezen weet een beetje hoe deze twee mannen in het leven willen staan. Zij hebben dat boek namelijk uitgegeven en ook een heel aantal andere prachtige boeken over God en het leven zonder afhankelijk te zijn van manipulatie en controle.

Een van mijn favoriete hedendaagse predikers is Greg Boyd - die ik afgelopen zomer ontmoette in Minneapolis. Op de website van Woodland Hills Church staan al zijn preken van de afgelopen jaren. Elke week wordt de nieuwste eraan toegevoegd. Ze worden door veel mensen beluisterd, en terecht. Greg heeft een enthousiasmerende spreekstijl, zonder oubollig taalgebruik en met een relativerende humor die bij mij vaak een glimlach op mijn gezicht brengt. Maar hij is ook een scherp denker en een heldere uitlegger van de bijbel. Ik wordt door hem geïnspireerd en aan het denken gezet. Hij roept zijn toehoorders op te leven zoals dat past in het koninkrijk van God en anderen te dienen uit liefde, maar nooit op een wettische of controlerende manier. Hij is werkelijk enthousiast over Jezus en wat hij predikte. En hij komt steeds terug bij de liefde van God, die de basis is voor alles wat we doen. Daarbij durft hij vooral in Amerika controversiële dingen te zeggen, bijvoorbeeld over politiek en christendom. Hij heeft een heel goede serie gehouden over moeilijke vragen (‘Shit happens’) - hoe gaan we als christen om met ziekte, tegenslag, zonde, de kerk? En een prachtige, lange serie over de liefde van God (waardoor ik echt overtuigd werd dat de liefde van God zich niet houdt aan onze economie, en dus niet op kan raken).

zondag 27 november 2011

Terug naar de basis (14 en slot): Niet zien en toch geloven

Why do my eyes hurt?”, vraagt Neo in The Matrix. Zijn mentor Morpheus buigt zich over hem en zegt met gevoel: “Because you’ve never used them before.” Neo had zijn hele leven lang in een illusie geleefd. Hij had de wereld en de mensen om hem heen niet gezien zoals ze werkelijk waren, had niet hun werkelijke betekenis gekend. Hij had alleen valse weergaven gezien, schijnbeelden, valse betekenissen. De leugens hadden hem afgeschermd voor de waarheid, zodat hij niet in opstand zou komen tegen het systeem, zodat hij niet zou vechten voor zijn eigen vrijheid en die van andere mensen. Het gevolg was dat Neo geestdodend werk deed, waarbij hij werd afgerekend op zijn productie, niet op wie hij was als persoon. Hij verbleef bovendien in een saaie, grijze omgeving, zonder inspiratie. En hij had geen werkelijke relaties, geen vrienden, alleen de rollende cijfers en letters op het internet. Hij kende geen werkelijke liefde. Tot hij door Morpheus en de zijnen uit het systeem wordt verwijderd. Hij leert het ware verhaal kennen, hij ontdekt wat de werkelijke betekenis is, niet alleen van zijn leven, maar ook dat van de andere mensen. Hij heeft nu een taak waar hij vervulling aan ontleent, omdat hij iets doet dat echt waardevol is. Hij vecht voor de schoonheid van individuen en de wereld. Hij leert anderen werkelijk liefhebben, om wie ze zijn. Hij heeft ontdekt dat de wereld, andere mensen en hijzelf een onuitwisbare betekenis hebben. Maar daarvoor heeft hij wel op een nieuwe manier moeten leren kijken.

Dit is wat met ons gebeurt als we afscheid nemen van onze eigen, kleine verhalen, waarin alles draait om onszelf, en elke betekenis alleen aan ons belang wordt afgemeten, en gaan leven in het Verhaal van de Werkelijkheid, het koninkrijk van God. Er vindt een proces plaats van ‘hersymbolisering’ - de wereld van onze verbeelding wordt vernieuwd. 
Ik geloof dat de Joodschristelijke geloofstraditie uniek is in het feit dat deze betekenis toekent aan voorwerpen en mensen buiten het individu. Dit is bijvoorbeeld niet het geval bij oosterse godsdiensten en de daarvan afgeleide ‘new age’-denkbeelden. Volgens die zienswijzen is de wereld van van elkaar gescheiden voorwerpen en individuen een illusie en niet de werkelijkheid. Jouw echte ‘ik’ is niet het ‘ik’ dat zichzelf ziet als onderscheiden van andere mensen, maar een ‘ik’ dat een is met het universum. Het beeld wordt gebruikt van golven op de oceaan. Volgens het oosterse wereldbeeld is het individuele ‘ik’ een golf op die oceaan, een expressie van het echte ‘ik’ - de oceaan. De golf (het ‘ik’) is beperkt en tijdelijk, de oceaan (het ‘al’) is onbeperkt en eeuwig. Deze uiteindelijke werkelijkheid is een eenheid, zonder vorm, puur potentieel, en puur bewustzijn. Maar dit betekent dat relaties tussen mensen ook een illusie zijn en niet werkelijk betekenis hebben, want een relatie bestaat alleen tussen twee (of meer) van elkaar gescheiden personen. En dus is liefde een illusie, want liefde is een relatie.
Een van mijn favoriete auteurs, Greg Boyd, legt uit hoe deze visie verschilt van het Joodschristelijke wereldbeeld: “To christians love and plurality are not pen-ultimate realities: they are ultimate reality! The biblical worldview affirms that the teaching that "God is love" is not only “absolutely correct” but is the most important and correct truth there is (1 John 4:8). In the biblical worldview, God IS an eternal, perfect, loving relationship! As Father, Son and Holy Spirit, God IS eternal, perfect love shared between a plurality of "persons." Not only this, but out of perfect love, God created a world filled with ultimately real individuals with the hope that they'd share in and reflect the joy and ecstasy of his eternal, perfect, and ultimately real love. The goal of life, therefore, is not to dissolve all individuality into oneness but to eternally affirm individuality in loving relationship with all other individuals and with God. The goal is not to realize you are God, but to be eternally related to God with a love that participates in the perfect love that God eternally is.
Als wij door deze bril gaan kijken, krijgen wij zelf een unieke, onvervangbare betekenis: wij zijn -elk van ons- de geliefden van God. En zo mogen wij onszelf ook gaan zien. Maar we gaan niet naast onze schoenen lopen, want tegelijk krijgen de individuen en voorwerpen buiten ons voor ons betekenis. Een betekenis die niet van ons afhankelijk is, die los staat van ons eigen belang, een unieke, onvervangbare betekenis, die hen door God gegeven is, omdat Hij ze heeft gemaakt. Hij vertelt het verhaal over ze, niet wij. En dat betekent dat we kunnen genieten van hun intrinsieke schoonheid en eigenheid. Het betekent dat we echte relaties met ze kunnen aangaan en ze kunnen leren kennen als individuen. Het betekent dat onze inzet en ons werk voor hen echt waardevol is en niet slechts verspilling van tijd en energie. Het betekent dat we ze gaan liefhebben om wie ze zijn, zoals God al zijn unieke schepselen liefheeft.

Als we leven in het Grote Verhaal verandert dus onze blik op de schepping en op onze medemensen. We gaan ze zien als waardevol en betekenisvol, niet om wat ze voor ons betekenen, maar puur en alleen om het feit dat ze bestaan. We gaan van ze houden, zonder ze te willen controleren en manipuleren, omdat we ze zien in het licht van Gods Verhaal. Maar hierdoor stellen we onszelf wel open voor pijn en verdriet. Het is namelijk een feit dat die voorwerpen en die mensen van wie we zo zijn gaan houden, ons zullen verlaten. Tijd en toeval treffen allen, volgens de Prediker (9:11). Dit is een realiteit waar iedereen die een relatie heeft zich van bewust is. Mijn vader heeft het afgelopen decennium zijn beide ouders verloren. En ik weet dat ik ook een keer mijn ouders zal verliezen. Ze zullen de dood niet ontglippen. Ik weet ook dat mijn boeken zullen vergelen, dat mijn harddisk zal verslijten, dat mijn aquariums lek zullen raken, dat bloemen vergaan en dat zelfs mooie landschappen volgend jaar niet meer hetzelfde zullen zijn. De schepping is ten prooi aan zinloosheid, bevindt zich in de slavernij van de vergankelijkheid. ‘De hele schepping zucht en lijdt nog altijd als in barensweeen.’ (Romeinen 8:22). We raken onherroepelijk datgene en diegenen kwijt van wie we zo hielden. Hun onvervangbare betekenis gaat voor altijd verloren.
Dit is de vloek van het menselijke bestaan. De dood maakt de liefde belachelijk. Waarom zou je schoonheid nastreven als die toch verslijt? Waarom zou je investeren in relaties, als je elkaar toch kwijtraakt? Waarom zou je je inzetten voor gerechtigheid en waarheid, als zowel de schurken als hun slachtoffers sterven? “Geen mens ontvlucht het slagveld van de dood. Ben je een rechtvaardige of zondaar, goed en rein of onrein, offer je wel of offer je niet ... alle mensen treft hetzelfde lot.” (Prediker 9:2,3). En zelfs als we houden van minder vergankelijke of sterfelijke zaken - als we kijken naar de sterren, of houden van de bergen, dan nog worden we ervan gescheiden door de dood. We sterven namelijk zelf ooit - ik geloof niet dat het de wetenschap gaat lukken ons het eeuwige leven te geven. En zelfs nog voor we sterven zullen we door het falen van onze zintuigen worden afgesneden van alles wat we liefhadden. Niet voor niets zegt de bijbel dat de dood een vijand is (1 Korintiers 15:26).
Wie werkelijke schepselen en individuen gaat liefhebben, zal dat gaan beseffen. En gaan wanhopen. Als dit het onontkoombare lot is van wat wij liefhebben, is het dan niet makkelijker om niet lief te hebben? Is het dan niet logisch dat ik mezelf op de eerste plek zet, en probeer zoveel mogelijk te genieten, zoveel mogelijk geluk te ervaren in de paar jaren die ik heb? “Laten we eten en drinken, want morgen sterven we!” (1 Korintiers 15:32).  Ja, de dichters zeggen dat het beter is om te hebben liefgehad en verlies te hebben geleden, dan om nooit te hebben liefgehad. Maar als je nooit hebt liefgehad, weet je ook niet wat je mist. En ‘ignorance is bliss’ - zoals Cypher in The Matrix zegt (daar is de rode draad van deze serie weer!). Cynisme is de zelfbescherming die nodig is om niet de pijn van het ultieme verlies te hoeven ervaren.
Gelukkig eindigt het Verhaal van God niet met cynisme, het eindigt niet met de dood. Deze laatste vijand wordt vernietigd. “De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?” (1 Korintiers 15:54,55). Het Grote Verhaal belooft de tijd ‘waarin alles zal worden hersteld’ (Handelingen 3:21). Wij zien uit ‘naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.’ (2 Peterus 3:13). Ik heb over deze belofte uit de bijbel al meerdere malen geschreven, onder andere in mijn boek Indrukwekkende Vrijheid. (Als ik even reclame mag maken: meerdere lezers hebben me verteld dat het slothoofdstuk van dit boek ze meer naar Gods toekomst heeft laten verlangen - koop het boek snel, voor het uit de handel is!). Ik heb ook op deze blog uitgelegd hoe uniek de hoop is die dit verhaal ons biedt: Gods belofte dat de dood ons nooit definitief zal scheiden van de mensen en de wereld waar we van houden. Geen enkel afscheid is definitief, geen enkel verval is onomkeerbaar. “Het sterfelijke wordt door het leven verslonden” (2 Korintiers 4:4). De schepping zal ‘zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt’ (Romeinen 8:21). Wie zijn leven ziet in het licht van het Verhaal van God hooft nooit meer bang te zijn dat zijn liefde zinloos is, of dat zijn inspanning tevergeefs is. “We vreesden ernstig voor ons leven”, geeft Paulus toe. “Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt, die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar. Op Hem hebben we onze hoop gevestigd. Hij zal ons altijd redden” (2 Korintiers 1:9,10).

Maar er moet een reden zijn om aan deze belofte geloof te hechten. Je kunt niet maar gokken dat er ooit een opstanding of herstel zal plaatsvinden. Daarvoor is het te belangrijk. Paulus heeft een solide basis voor zijn overtuiging. Hij baseert zijn geloof op de opstanding van Jezus uit de dood. “Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.” (1 Korintiers 15:20). Dit is de hoeksteen van het Christelijke geloof. “Als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos ... dan bent u nog een gevangene van uw zonden en worden de Doden die Christus toebehoren niet gered” (v14,17). Hier draait het dus om: de vraag of het verhaal dat Jezus vertelt inderdaad het Verhaal van de Werkelijkheid is, of schoonheid, intimiteit en avontuur werkelijk betekenis hebben, of liefde zin heeft, hangt ervan af of Jezus uit de dood is opgestaan.
De opstanding van Jezus is echter niet wetenschappelijk te bewijzen. Als deze inderdaad plaatsvond, was het een eenmalige gebeurtenis waar geen video-opnames van bestaan, geen foto’s of andere tastbare aanwijzingen. Trouwens, die zouden vervalst kunnen zijn. Wat we hebben zijn de verhalen die zijn opgetekend in de vier evangeliën. Die zijn opgeschreven als ooggetuigenverslagen. De opgetekende details komen overeen met wat bekend is uit andere bronnen, de stijl is vaak zakelijk en niet opgesmukt, en de discipelen (latere leiders uit de kerk) worden niet als heiligen afgeschilderd: het lijken dus betrouwbare documenten. Als je ze zo ziet lijkt er inderdaad iets bijzonders gebeurd te zijn: het graf waar Jezus begraven was, was leeg, en er waren mensen die de gekruisigde na zijn dood hebben gezien en zo van zijn werkelijkheid overtuigd waren dat ze bereid waren daarom te sterven. En de voorgestelde alternatieve verklaringen voor deze historische feiten zijn niet bevredigend. Maar dit bewijst niets. Het vraagstuk van Jezus’ opstanding omvat dus de historie, maar overstijgt deze tegelijk. Op dit gebied kan onze gebruikelijke manier van kennen - de wetenschappelijke kenmethode - ons niet verder helpen. Er zullen geen feiten boven tafel komen die onomstotelijk het wonder zullen aantonen.
Gelukkig is de ratio, het verstand, niet de enige manier om de wereld te bezien. Een andere manier van kennen is de liefde. De Britse theoloog N.T. Wright schrijft in zijn geweldige boek Surprised by Hope: “Love is the deepest mode of knowing, because it is love that, while completely engaging with reality other than itself, affirms and celebrates that other-than-self reality.” Wie mensen is gaan liefhebben als individuen, wie de uniciteit van de schepping is gaan waarderen, weet dat deze mensen en voorwerpen een eigen, onvervangbare betekenis hebben. Die weet dat ze eeuwigheidswaarde hebben. Dat weet hij op een manier die niet wetenschappelijk te omschrijven is, maar die net zo zeker is als de zekerste wetenschappelijke theorie. Zekerder zelfs, want theorieën verdwijnen. Ons kennen schiet tekort, zegt Paulus, maar “de liefde zal nooit vergaan” (1 Korintiers 13:8). En omdat we liefhebben, weten we dat de prachtige mensen met wie we omgaan, en de schitterende wereld waarin we leven, niet voor altijd verloren kunnen gaan, maar dat God ze nieuw leven zal geven. Zoals God zijn zoon van wie hij hield, niet in het graf achterliet, maar hem opwekte uit de dood.
Stefan Paas stelt zich in het boek De Crux de vraag waarom de ene persoon een bepaald argument voor God sterk vindt, maar de ander niet. Zijn antwoord: “Wij WILLEN allemaal graag dat sommige dingen waar zijn en andere niet. Ten diepste worden mensen dus christen omdat ze VERLANGEN dat het waar is. En andersom. De grote Augustinus zei het al: wij zijn niet zozeer denkende wezens, als wel liefhebbende wezens. Dat ik een christen ben, heeft meer te maken met liefde dan met argumenten.” N.T. Wright citeert de filosoof Wittgenstein, die ditzelfde zegt: “It is love that believes the resurrection.” Als we werkelijk liefhebben, weten we plotseling hoe we het lege graf en de verschijningen van Jezus moeten interpreteren. Dan is de verklaring dat Jezus werkelijke leefde de enige die nog overtuigingskracht heeft. Dan krijgen we opeens hoop dat er werkelijk verandering mogelijk is, dat de machthebbers van deze wereld niet het laatste woord hebben en dat de laatsten de eersten zullen zijn. We krijgen opeens het vertrouwen dat God ook ons niet aan de dood zal overgeven, maar dat we zullen leven, ook al sterven we. En we blijven daaraan vasthouden, ondanks alle teleurstellingen in de kerk en andere gelovigen, of in ons eigen falen, of in de wereld om ons heen. Op deze manier, doordat we liefhebben, kunnen we ‘niet zien en toch geloven’ (Johannes 20:29). De christelijke geloofszekerheid is geworteld in de liefde.

Uiteindelijk zien we opnieuw dat het Verhaal zich afspeelt op drie niveaus. Het Grote Verhaal dat Jezus kwam vertellen - het goede nieuws van het Koninkrijk van God - doet ons verlangen naar werkelijke schoonheid, werkelijke intimiteit en werkelijk betekenisvol leven. Het doet ons verlangen naar liefde. Doordat we daarnaar zijn gaan verlangen, zien we het Verhaal van Jezus - de ultieme ‘underdog’ die tot in de dood afdaalt, maar door God wordt gered en nieuw leven krijgt - als de realiteit, als de Waarheid. Jezus IS het Verhaal van God. En daardoor krijgen we hoop en vertrouwen voor het verhaal van ons leven. We accepteren onze zwakheid, en durven zelfs de dood in de ogen te kijken “omdat we geloven en weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons ... naar zich toe zal voeren.” (2 Korintiers 4:14).

zondag 30 januari 2011

De verdediging van God

Het afgelopen weekeinde heb ik me een paar keer gemengd in een discussie die ontspon na een bericht op de christelijk satirische blog GoedGelovig (die ik al een paar jaar regelmatig volg). Naar aanleiding van een bericht over veronderstelde genezingen, kwam het gesprek op een manier die ik nog steeds niet helemaal begrijp op de vraag waarom God in de bijbel vaak zulke wrede dingen doet of laat doen. Omdat er onder het bericht nu al meer dan 1000 reacties hangen, waartussen mijn bijdragen verspreid zijn, heb ik mijn betoog hieronder voor mijn trouwe volgers samengevat. Voorbeelden van Gods wreedheden die door reageerders werden genoemd waren dat God David strafte voor zijn overspel met Batseba door zijn zoontje te laten sterven, of die vanwege de volkstelling van David de pest stuurt over het land, waaraan 70.000 mensen overlijden. Maar ook de opdracht aan de Israelieten om de volken in het land uit te roeien en de andere heilige oorlogen die keer op keer gevoerd werden vallen hieronder. En ik voeg zelf maar even het verhaal van de zondvloed toe als extreem voorbeeld. Is dit een God die wij mensen 'goed' of 'rechtvaardig' kunnen noemen? Of is God een moreel monster?
Dit is voor christenen een belangrijke vraag. Helaas heb ik het idee dat we veel te snel grijpen naar makkelijke verklaringen, die geen recht doen aan de ernst van het probleem. Zo hadden we laatst op de bijbelkring een discussie over Richteren 8:16,17, waar Gideon twee steden waarvan de inwoners hem niet wilden helpen straft, bij een stad door de inwoners uit te roeien. Ik merkte op dat het een van mijn grootste problemen is bij het lezen van het Oude Testament dat God zulke wrede dingen opdraagt of toelaat (in dit geval is het de vraag of God Gideon hiertoe de opdracht had gegeven, of dat het zijn eigen idee was - hij doet in dit hoofdstuk in elk geval niet meer zijn best de wil van God te achterhalen).
Een van mijn kringgenoten kwam vervolgens met redenen voor de uitroeiing. De steden waren slecht, ze dienden afgoden, er was sprake van ontucht en kinderoffers, ze zouden Israel verleiden - de hele rits van argumenten.
Maar, zo antwoordde ik, al die argumenten en 'verzachtende omstandigheden' kende ik al. Ze veranderen echter niets aan het feit dat het uitroeien van een stad met vrouwen en kinderen en al een wrede daad is. En daar moeten we wel wat mee als mensen die in God geloven. Wijzen op de slechtheid van mensen, of de dreiging voor Gods volk, is niet genoeg. Je kunt ook prima uitleggen waarom de kruistochten nodig waren (Het Oost-Romeinse rijk werd bedreigd, de christelijke cultuur was in gevaar et cetera), maar dat maakt de oorlog niet minder gruwelijk en wat de 'christelijke'  kruisvaarders in Jeruzalem uithaalden wordt hierdoor niet minder wreed. Hetzelfde geldt voor oorlogen in het algemeen. Er zullen best wel rechtvaardige oorlogen ('just wars') zijn en ik ben blij dat we van Hitler bevrijd zijn. Maar dat maakt het doodschieten van andere mensen niet minder problematisch. Als Jezus ons opdraagt onze vijanden lief te hebben, past daarbij dat we ze doden? Of roept Jezus ons niet op tot geweldloos verzet, zelfs als het tot onze eigen dood leidt (waarbij het zelf het voorbeeld heeft gegeven)? 

Laat ik om te beginnen maar aangeven dat ik geen sluitende verklaring heb van Gods handelen in het Oude Testament (en soms in het Nieuwe Testament, denk aan het verhaal van Ananias en Safira in Handelingen 5). Ik kan niet uitleggen waarom deze gebeurtenissen passen bij een goede en rechtvaardige God.
Maar het is volgens mij niet onze taak God te verdedigen. Een van de oudste boeken in de bijbel, het boek Job, is hieraan gewijd. Job, die altijd heel godsdienstig was, verloor alles wat hij had, tot en met zijn gezondheid. Waarom liet God dat toe? De vrienden van Job gingen proberen het handelen van God te rechtvaardigen. Waar ze uiteindelijk op uitkwamen, was de schuld bij Job te leggen, die wel iets verkeerds zou hebben gedaan, of God niet genoeg zou hebben gediend. Als hij maar kritisch genoeg naar zichzelf zou kijken, zou hij wel iets ontdekken wat zijn eigen lijden zou verklaren. Maar als God zelf spreekt, blijkt hij het niet met deze 'vrienden' van Job eens te zijn. Hij probeert echter niet zichzelf te rechtvaardigen, of rekenschap te geven van zijn handelen. Hij toont alleen zijn grootheid ten aanzien van Job en vraag Job wie hij is om God te beschuldigen. Job is daarvan onder de indruk en doet boete in zak en as. En Job heeft nooit begrepen waarom God toestond dat hij zo moest lijden. Ik concludeer hieruit dat ook wij niet voor Gods advocaat hoeven spelen. Onze pogingen om God te verdedigen leiden al vaak tot conclusies die de waarde van andere mensen kleineren of de goedheid of almacht van God in twijfel trekken. Het is beter om te zwijgen, zoals ook Jobs vrienden dat maar beter hadden kunnen volhouden.

Als God verdediging nodig heeft, als hij van onze beschuldiging aan zijn adres vrijgesproken moet worden, kan hij dat zelf het beste. Hij is groot genoeg om voor zichzelf op te komen. En volgens mij heeft hij ook rekenschap van zichzelf gegeven. In Jezus. In Hem is het hart van de vader zichtbaar geworden, tastbaar geworden. Jezus was (oneerbiedig gesproken) Gods ultieme verdediging. En die verdediging bestond uit een totale identificatie met het menselijke kwaad en het lijden dat daarvan het gevolg was, tot de dood toe. In Jezus maakte God zich een met alle onrechtvaardigheid, en alle wreedheid, alle ziekte, alle dood in al haar vormen. Al die dingen waar wij ons hier over opwinden zijn door Jezus intiem en in zijn eigen lichaam gekend. Ons lijden liet hem niet onberoerd, hij heeft het zichzelf als het ware 'persoonlijk aangetrokken'. Ook dat lijden uit het Oude Testament dat wij aan Hem toeschrijven en als wreed beschouwen. Hij heeft erover uitgeroepen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten.’ Jezus is werkelijk 'God met ons'.
En zoals N.T. Wright ergens schrijft: het kwaad verzamelde zich in een grote golf die zich op Jezus wierp, en werd aan het kruis uitgewist in het vuur van Gods liefde. Het kwaad verging tot stoom, tot niets. Het lijden is overwonnen. Jezus is uit de dood weer opgestaan. Dat is de hoopvolle boodschap van de bijbel, de belofte dat de liefde en het leven de overhand behalen, dat het kwaad niet het laatste woord heeft. Dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen zijn waar gerechtigheid woont.

Jezus heeft in zijn dood en opstanding voor eens en altijd laten zien dat God inderdaad goed is en goede bedoelingen heeft ten aanzien van mensen. Alle mensen. Hierop moeten wij ons baseren als we praten over het lijden, het kwaad, en God. We moeten niet proberen allerlei teksten uit het Oude Testament met elkaar in overeenstemming te brengen, en laten zien waarom God toch gelijk had toen hij kinderen liet ombrengen. Voor de christen is namelijk niet de bijbel het woord van God, maar Jezus is het Woord. Zo is het altijd geweest. De christenen in de eerste generaties hadden niet eens een bijbel zoals wij die kennen. Zij baseerden hun geloof op de getuigenissen van de apostelen, die Jezus zelf hadden gezien. Ik geloof dus niet dat christenen gelovigen ‘van het boek’ moeten zijn, zoals de moslims dat volgens mij zijn, waarbij het boek de ware openbaring van God is en dus heilig. Als christenen op dezelfde manier met de bijbel omgaan, noemen we dat bibliolatrie. De levende God in wie ik geloof, die zich heeft geopenbaard in Jezus, die een relatie met mij wil aangaan, heeft zich in de loop van de geschiedenis ook laten zien aan (beperkte, feilbare) mensen, die vervolgens aan de hand daarvan boeken hebben geschreven. Maar die boeken zijn niet God zelf (en zijn dus ook niet onfeilbaar). Het gaat God om een relatie. En wij leren een ander mens ook niet werkelijk kennen door boeken over hem te lezen. Zo verzamel je alleen dode informatie (en de ervaringen van andere mensen). Je leert een persoon kennen als hij zich aan je voorstelt, als je een relatie aangaat. De bedoeling van Gods communicatie in Jezus (en in de bijbel) is om mensen bij Hem te betrekken, hen op te nemen in zijn eeuwige dans van liefde, niet om hen intellectuele kennis bij te brengen. De kennis maakt opgeblazen, de liefde sticht. In elk geval heeft Jezus meer autoriteit om ons beeld van God te bepalen dan het Oude Testament.

De bijbel en ook al die geschiedenissen die een wrede God suggereren, moeten we dus interpreteren met een Jezus-bril op, met het uitgangspunt dat God liefde is. En niet andersom. En als we dan gedwongen worden te kiezen tussen twee conclusies: of God is niet goed en liefdevol, of wat hier in deze bijbeltekst staat is misschien verkeerd overgeleverd/ingevoegd/overblijfsel van andere leer, dan moeten we kiezen voor de conclusie dat God goed is. Want dat is wat Jezus voor eens en altijd heeft laten zien.

Begrijp me goed: ik lees de bijbel graag. Ik vind ook het Oude Testament vaak heel mooi. Ik ben nu bezig in het boek Jesaja, en ik lees daarin veel over hoe God echt bewogen is over het kwaad, en over het lot van zijn volk, en hoe hij ook belooft zich over mensen te ontfermen. Hoe hij herstel belooft, dat niet van mensen afhangt. Hoewel ik sommige dingen niet begrijp of niet direct met elkaarin overeenstemming kan brengen, zie ik in de hele bijbel de vingerafdrukken terug van die persoonlijke, liefdevolle God die ik ook zie in Jezus.
En laten we ook niet vergeten dat liefde niet iets zachts is, dat alles maar toelaat en door de vingers ziet. De toorn van God is hoe zijn liefde er uitziet gezien uit het perspectief van het kwaad. God is er bewogen over dat mensen elkaar kwaad doen, het laat hem niet koud dat mensen elkaar haten of uitsluiten. Hij windt zich er (even menselijk gezegd) over op. Niet woede is namelijk het tegenovergestelde van liefde, maar onverschilligheid. Als ik bij mijn ouders een vaas omgooi, en ze reageren er niet op, dan was die vaas kennelijk niet belangrijk voor ze. Of misschien nog beter als voorbeeld: als ik mijn broer sla, en mijn ouders kijken niet op of om, is mijn broer kennelijk niet belangrijk voor ze. Dus niet alles wat we in het OT lezen over de toorn van God is in strijd met zijn liefde. De beschrijvingen van Gods toorn, kunnen ons zelfs helpen om te gaan met het kwaad in de wereld en het lijden dat mensen elkaar aandoen. Voor de oude gelovigen was Gods rechtvaardigheid, zijn bewogenheid, een troost.

Deze hele discussie laat mij persoonlijk niet onberoerd. Veertien jaar geleden verloor ik bijna mijn geloof door de vraag naar het lijden in de wereld. Ik studeerde biomedische wetenschappen en zag in het anatomisch museum misvormde babytjes op sterk water. Hoe kon God dat toestaan? Ik heb nooit zo getwijfeld als toen. Wat mij terugbracht naar God was niet een rationele verklaring, of een theologisch argument om God te verdedigen. Ik zat toen op een gospelkoor, en ik zong de solo in het lied ‘Yahweh is voor ons’, waarvan het refrein de regel bevatte: “Hij kent elke smart intens.” Op een avond landde dat in mij. Als ik al zo verdrietig en boos ben over die babytjes, over ziekte en lijden en dood, dan geldt dat nog sterker voor God. Als ik me er al zo over opwindt, dan God nog veel meer. Hij kent de smart intens. Hij is er niet onbewogen over. En hij zal daar naar handelen. Dat is wat Hij heeft laten zien in Jezus en zijn dood aan het kruis. En de opstanding wijst vooruit naar het herstel, dat zal komen. Daarop baseer ik mijn geloof.

P.S. Ook op de Internetmonk-website wordt gediscussieerd over de schijnbare wreedheid van God in het Oude Testament, en ook daar lopen de meningen onder de reageerders behoorlijk uiteen.

P.P.S. Wie verder over dit onderwerp door wil lezen kan terecht op een oude blog van een van mijn favoriete hedendaagse auteurs Greg Boyd, die hierover ook een serietje heeft geschreven (vanaf hier). Hij maakt grappig genoeg een aantal punten die ik ook maak.