Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen

vrijdag 17 augustus 2012

De tien mooiste films

Let op, ik bedoel niet de 'beste' films, de films die als films het best gelukt zijn, of aangrijpend, of ontroerend. Ik bedoel de films die (althans voor mij) de meeste visuele schoonheid bevatten. Toen ik laatst een blu-ray uit mijn kast pakte, realiseerde ik me dat er films zijn die ik niet in de eerste plaats kijk vanwege het sterke verhaal of de intellectuele diepgang, maar vooral omdat ik de beelden zo mooi vind. Eigenlijk net zoals ik graag door de National Geographic blader, of door het boek met onderwaterfoto's dat op de plank onder mijn tafel ligt. Deze schoonheid doet iets met me. Ze is troostend, voedend, genezend.
Ik heb bij verschillende schrijvers gelezen dat schoonheid een vergelijkbaar effect op ze had. Chesterton bijvoorbeeld zegt: "Beauty and terror are very real things and related to a real spiritual world; and to touch them at all, even in doubt or fancy, is to stir the deep things of the soul." Dostoyevsky heeft gezegd: "Beauty will save the world." Lewis schrijft in Till We Have Faces: "The sweetest thing in all my life has been the longing...to find the place where all the beauty came from." John Eldredge hamert er op in zijn boeken dat ons verlangen naar schoonheid ons door God gegeven is, en ons uiteindelijk naar God voert. Dit suggereert dat mijn reactie op schoonheid niet een uitzondering is, maar een die door de hele mensheid gedeeld wordt.

Toch heb ik in de kerk nog nooit een preek over schoonheid gehoord en nog nooit een bijbelkring over dit onderwerp meegemaakt. Misschien hebben we ons door het reductionisme van de wereld laten beïnvloeden. Misschien zijn we alles wat ons menselijk maakt gaan wantrouwen, door een platonische scheiding aan te brengen tussen materie en geest, tussen aarde en hemel. Misschien denken we dat het ons alleen maar afleidt van wat er werkelijk toe doet: het aanbidden van God of het winnen van zielen. Maar hoe zouden we God kunnen aanbidden als we Hem niet mooi vinden? En waarom zouden we geven om andere mensen (en hun zielen) als we niet hun schoonheid zien?
Twee jaar geleden heb ik al eens betoogd dat God niet alleen liefde is, maar dat hij ook schoonheid IS. Hij is niet alleen maar mooi, hij IS schoonheid, zoals hij niet alleen maar liefdevol is, maar liefde IS. En zoals hij niet alleen waarachtig is, maar de Waarheid IS. Zoals alles wat God doet en zegt een expressie is van zijn liefde (ook wat wij door onze bril van schaamte en schuld zouden beschrijven als oordeel), is alles wat God doet en zegt een expressie van zijn schoonheid. En uiteindelijk ook van zijn waarheid. Als we ons openstellen voor een ervaring van werkelijke schoonheid, of het nu de schoonheid is van een bloem, van een vriend of van een film, stellen we ons open voor de God die schoonheid IS.
Met de kanttekening dat de schoonheid in onze gevallen wereld kan schuilgaan onder of vertekend worden door de lelijkheid van onze zelfgerichtheid. En de volgende kanttekening dat schoonheid NIET God is, zoals de liefde ook niet God is! Wie de schoonheid op zichzelf verheerlijkt, komt bedrogen uit (een van de boodschappen van het kille The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde). Schoonheid, liefde en waarheid (met kleine letters) zijn geschapen werkelijkheden, en ze aanbidden betekent dus afgoderij. Ze zijn elk afzonderlijk te klein om ons tot 'Groot Verhaal' te dienen. Maar ze zijn wel geschapen door Degene die Liefde, Schoonheid en Waarheid IS. Ze zijn als het ware zijn boodschappers, die naar Hem verwijzen. Ze kunnen in zichzelf onze diepste behoefte niet vervullen, maar wijzen ons wel verder naar degene die dat wel kan. En andersom gebruikt God ze om in onze behoefte te voorzien. Ze zijn zijn spreekbuis - een regenboog voor een gevallen wereld, in de woorden van Calvin Seerveld. Daarom zullen ze volgens mij alle drie deel uitmaken van het werkelijke christelijke leven.
Volgelingen van de God die Liefde, Schoonheid en Waarheid IS, zullen zelf ook gekenmerkt willen worden door liefde, schoonheid en waarheid, en zullen die ook gaan vertonen. Ze zullen genieten van relaties met andere mensen, van mooie kunst en natuur, en van gerechtigheid en kennis van de schepping. En ze zullen zelf anderen willen liefhebben, mooie dingen maken en beschermen en eerlijkheid nastreven. Ik geloof dat alleen op deze manier mensen het beeld van God kunnen laten zien, dat wil zeggen: echt menselijk worden.
Ik noem voortdurend 'schoonheid', 'liefde' en 'waarheid' in een adem. Volgens mijn hangen deze begrippen namelijk samen. Iets kan niet werkelijk mooi zijn, als het een leugen is. Iets kan niet werkelijk mooi zijn als het een uiting is van haat of mensenvrees. We hebben hier te maken met een drie-eenheid. In het boek dat ik onlangs heb geschreven (voorlopige titel: Wat als God jouw verhaal vertelt? Overwinning door zwakheid) ga ik hier verder op in. In dit bericht zal ik het houden bij de opmerking dat iets of iemand mooi is, als hij, zij of het helemaal zichzelf is (wat samenhangt met de ideeën van waarheid en liefde).

Het is niet makkelijk schoonheid te definiëren, want er zit een subjectief element aan. We zijn ieder van ons ook eigen, unieke individuen, die verschillende nadrukken leggen, en verschillende verlangens hebben. We hebben een eigen schoonheid en die combineert op een eigen manier met de schoonheid buiten ons. Maar er zijn wel overeenkomsten (anders hadden filosofen door de eeuwen heen nooit over schoonheid kunnen schrijven) en ik kan wel een paar objectieve eigenschappen noemen die volgens mij gepaard gaan met schoonheid. Iets is mooi als het uniek is. Denk aan de bloesem in de lente: elk bloempje is anders, geen takje is hetzelfde als een ander takje, overal zie je iets nieuws. Vergelijk dat met een plastic orchidee - die is niet zo mooi als een echte, omdat de bloemen precies hetzelfde zijn. Die uniciteit zet zich door in de details. In de plastic bloemen houden de details op een bepaald niveau op, en worden de randjes helemaal glad, of zie je de lijmranden. De bloemen vertonen unieke details hoe ver je ze ook 'inzoomt'. Zelfs het patroon van de nerven in een blad dat je onder een vergrootglas ziet, is mooi. (Dit is ook de reden dat Applecomputers zo mooi zijn: over elk detail is nagedacht, hoe klein ook - maar dit is natuurlijk een persoonlijke mening). Maar schoonheid heeft ook te maken met 'schoon'-zijn. Er is geen vieze plek of verkleuring, geen ziekte of misvorming -dat wil zeggen: het voorwerp nadert een bepaalt ideaal, hoe iets er 'hoort' uit te zien. Ik moet altijd rillen als ik zie dat er vuilnis in het gras ligt of tussen de bomen. Het hoort er niet. Het is niet mooi. (Aan de andere kant kan de manier waarop een plastic zak door de wind wordt voortgeblazen al mooi zijn - omdat het de expressie is van iets dat wel echt is.) En schoonheid dient nergens toe - het heeft geen nut, is niet utilitaristisch. Geen wonder dat de woonkazernes in Oost Europa zo grauw en lelijk zijn. En geen wonder de de lokalen van sommige geloofsgemeenschappen zo kaal en leeg lijken. Schoonheid die wordt toegepast om een doel te bereiken (bijvoorbeeld in reclames), wordt al snel cynisch. Echte schoonheid bestaat gewoon om zichzelf, niet om iets in mij te doen of voor mij te doen. Ik kan de schoonheid niet verdienen en niet beheersen. Ik kan haar niet bezitten. Ik kan haar alleen liefhebben. Ik kan haar alleen ontvangen als genade (zoals ik betoog in mijn bijdrage in Het Boek van de Natuur, hartelijk aanbevolen!). Ik zelf zie hier eigenschappen in van God, maar tegelijk ook van de mensen om mij heen. En ik zie deze dingen ook terug in de films die ik kijk vanwege hun schoonheid.
Ook wat de films betreft kan schoonheid niet worden gescheiden van waarheid en van liefde. Het zijn films waarin relaties en de de vraag wat liefde is een belangrijke rol in spelen. Het zijn ook films, die (hoe fantasievol ze ook zijn) gaan over de vraag naar de betekenis van het leven, of de zin van eerlijkheid, of het verlangen naar rechtvaardigheid. De thema's zijn allemaal met elkaar verworven. Maar daarnaast zijn het films met unieke beelden, landschappen, mensen - of ze nu echt bestaan of zijn verzonnen. Films waarin aandacht is besteed aan details, of het nu gaat om de instelling van de camera, of de patronen van de kostuums, of de blaadjes aan de boom. Het zijn ook films die (ook al bevatten ze ook wel lelijkheid - die ze vaak eerlijk laten zien als lelijkheid) dingen laten zien zoals ze moeten zijn, 'zonder vlek of rimpel'. Denk aan de elven uit de verfilmingen van The Lord of the Rings: dit is hoe elven moeten zijn. En het zijn films waarin de schoonheid er is voor zichzelf. Ze heeft vaak iets speels of frivools, ze wil ons niet tot lust of hebzucht manipuleren, maar biedt alleen zichzelf aan, zoals ze is. Mijn individualiteit laat zich vooral zien in het feit dat er zoveel SF- en fantasyfilms tot mijn selectie behoren - ik zie schoonheid in andere werelden, of het nu de diepzee is, de Jupitermaan Europa, of 'een melkwegstelsel ver, ver weg'. Ze verwijzen voor mij naar de werkelijkheid van een andere realiteit, de realiteit van steeds nieuwe ontdekkingen, waar God de maker en heerser van is.
Genoeg wat betreft de inleiding! Hier volgt mijn lijst van de tien mooiste films:

Nausicaa and the valley of the wind
Meesteranimator Hayao Miyazaki heeft oog voor de details in de natuur. Al zijn films bevatten adembenemende shots van licht dat op een landschap speelt, wolken die aan de kijker voorbijtrekken, de wind die graan doet golven. Hij is gefascineerd door vliegtuigen, maar vooral de ervaring van het vliegen, en de vrijheid die daarmee gepaard gaat. Dat is al zichtbaar in zijn eerste film, en mijn favoriete van zijn werk. Hij schept in deze film ook een giftige jungle, vol met monsterlijke insecten, waarvan de details prachtig zijn uitgewerkt (en die uiteindelijk ook bij de natuur blijken te horen). De gruwel van de oorlog wordt zichtbaar, maar uiteindelijk is het de liefde van prinses Nausicaa voor wie anders is dan zij en haar keuze voor opoffering boven geweld, die de overhand krijgen. Dat alles leidt tot een climax met verwijzingen naar de opstanding. Een rijk verhaal dat laat zien dat tekenfilms niet kinderachtig zijn.

The Fall
Filmmaker Tarsem filmde op adembenemende locaties over de hele wereld, die in een fantasyfilm niet zouden misstaan, maar waar geen computereffect aan te pas is gekomen. De kleurrijke kostuums en de bijzondere beelden (onder andere een zwemmende olifant) zijn heel expressief. Ze laten zien welke voorstelling een meisje maakt bij een verhaal dat haar wordt verteld door een patiënt in hetzelfde ziekenhuis waar zij is opgenomen. Dat verhaal blijkt ook invloed te hebben op de werkelijkheid, en neemt een grimmige wending. De vriendschap tussen het meisje en de verteller leidt er uiteindelijk toe dat deze laatste de waarheid onder ogen ziet en kiest voor het leven.

Hellboy II - The Golden Army
Een film over een demon in mijn lijstje met mooie films? Dat lijkt vreemd, maar Hellboy is gelukkig geen gewone demon. Hij vecht voor de goede zaak. Guillermo del Toro heeft een levendige fantasie en schept wereld van feeen en sprookjeswezens, gekenmerkt door een haast oneindige variatie. Een wereld die in haar voortbestaan wordt bedreigd door de prozaische hebzucht en machtswellust van mensen, die een gat in hun ziel hebben dat niet gevuld lijkt te kunnen worden. De scene waarin een 'forest elemental' wordt losgelaten -de laatste die er is op Aarde- is opmerkelijk ontroerend. We maken als mensen onze wereld steeds kleiner en leger. En toch kiest Hellboy ervoor te strijden voor de mensheid, dezelfde mensen die niets anders kunnen dan hem verwerpen.

The Fellowship of the Ring
De eerste film van de drie is het mooist. Hij bevat de levendige plattelandsgemeenschap van de hobbits, de verstilde schoonheid van Rivendell en de imposante bomen van Lothlorien. Hij toont unieke wezens, van elven tot grottentrollen en balrogs. Hij wordt opgesierd door de natuur van Nieuw-Zeeland. Het is een wereld waar je echt in kunt geloven, zo lijkt alles te kloppen. En bovendien gaat de film, net als de oorspronkelijke verhalen, over thema's die de kern van het leven als mens raken: goed en kwaad, verleiding en lotsbestemming, genade en verdriet. Ik dompel me er graag in onder, wordt even deel van Midden-Aarde, in de hoop dat ik in mijn eigen leven iets zal gaan tonen van de vrolijkheid van de Hobbits, de wijsheid van Gandalf en de doortastendheid van Aragorn.

The Tree of Life
De geschiedenis van de kosmos van oerknal tot uitdoving van het heelal. Vol nevels, en sterren, en dinosaurussen. En daarin een levensverhaal, een wereld in zichzelf, een jongen die in aanraking komt met de overlevingsdrang van zijn vader, en de genade van zijn moeder. En die merkt dat hij uit eigen kracht niet meer kan ontsnappen uit het patroon waar hij in is gevallen, maar dat hij verlossing nodig heeft. Beelden van de natuur, meditatieve scenes. Symbolen. En dinosaurussen. Een film die me diep raakte, mede omdat hij zo mooi was.



Atonement
Misschien is het te vroeg om deze film al op mijn lijstje te zetten. Ik heb hem deze week pas voor het eerst gezien en zal pas morgen een filmbespreking op mijn blog plaatsen. Maar al tijdens het kijken was ik onder de indruk van de schoonheid van deze film. De prachtige beelden van een zomerse tuin rond een Engels landhuis, maar ook van Frankrijk in de oorlog. Menselijkheid in al haar glorie en verdorvenheid. Een verhaal over een liefdesaffaire, maar ook over de verwoestende werking van de leugen. Het einde geeft er een cynische draai aan - de schoonheid blijkt niet voor niets bijna 'te mooi om waar te zijn', maar daarmee blijft de film wel prachtig.

Pirates of the Carribean - At Worlds End
Dit was de film waarbij ik aan dit lijstje moest denken. De film is grimmiger dan de eerste twee delen van de serie, en het plot is (in elk geval als je hem de eerste keer ziet) niet makkelijk te volgen, omdat iedereen een ander motief lijkt te hebben om elkaar te verraden. Maar anderzijds is de film adembenemend: de landschappen waar de bemanning langs reist naar het eind van de wereld, de surrealistische plek waar Jack Sparrow verblijft, de kostuums van de piraten uit alle windstreken, de koralen en poliepen op de Vliegende Hollander en het natuurgeweld in de ontknoping. En een karakter dat de kans op eeuwig leven aan zich voorbij laat gaan, zodat twee geliefden bij elkaar kunnen blijven. Mooi!

Sunshine
Het uitgangspunt van deze film is misschien in wetenschappelijk opzicht niet zo geloofwaardig, de rest van de film toont mijns inziens overtuigend hoe een reis van de Aarde naar de zon zou kunnen verlopen. Over het ontwerp van het ruimteschip is goed nagedacht. Maar vooral indrukwekkend zijn de beelden van de zon, die steeds dichterbij komt, en het kale oppervlak van Mercurius. Karakters in de film vergelijken hun reis met een zoektocht naar God, maar die blijkt te groot om te kunnen zien en leven. Ook hier vindt aan het eind weer een opoffering plaats die aan anderen leven brengt.

Hero
Een zwaardvechter vertelt een Chinese koning hoe hij heeft afgerekend met drie legendarische krijgers die het op de vorst gemunt hadden. Maar de koning denkt niet dat hij de waarheid vertelt en geeft hem zijn eigen versie van de gebeurtenissen. Uiteindelijk komt de waarheid boven tafel. En die waarheid heeft te maken met een keuze voor geweldloosheid en ja, inderdaad: opoffering. Dat alles getoond met sierlijke, bijna poetische gevechten, prachtige kleuren (elke versie van het verhaal heeft een eigen kleurstelling), en imposante omgevingen.


Wall-E
Animatiestudio Pixar heeft er ook een handje van mooie films te maken. Mijn favoriete is Wall-E. Ook hier heeft de mens de schoonheid van zijn omgeving veracht en van de Aarde een puinhoop gemaakt (die trouwens prachtig en gedetailleerd in beeld is gebracht). Maar dat betekent niet dat alles verloren is. het robotje Wall-E ziet midden in het afval nog mooie details en interessante voorwerpen. Als verkenningsrobot EVE voorbijkomt wordt zijn hart gegrepen. Hij volgt haar naar haar ruimteschip, waar hij een in slaap gesuste mensheid weer laat verlangen naar schoonheid, naar liefde en naar waarheid. Maar ook hier komt de verlossing niet zonder opoffering. Het is een film die ik keer op keer kan kijken, zonder dat hij mij gaat vervelen. En de beelden van herstel over de aftiteling heen blijven me ontroeren.

Wat zijn volgens jullie de mooiste films?

vrijdag 30 maart 2012

Links: Watervlooien, Marianentrog, Hubble-theologie, zelfbeeld en machtsstrijd

Ook dichter bij huis kun je de meest bizarre monsters tegenkomen, als je maar aandachtig genoeg kijkt: zoals in een druppel slootwater. Deze prachtige bewegende opnames tonen watervlooien, hydra's, copepoden en nog veel kleinere levende wezens ...

In Burundi is een kikker teruggevonden waarvan men 67 jaar dacht dat hij uitgestorven was!

Interessant artikel over de grote vraagstukken in de Biologie, van dezelfde orde van belangwekkendheid als de zoektocht naar het Higgs boson in de natuurkunde. De belangrijkste vraag: is er leven elders in het heelal, of dichter bij: in ons zonnestelsel? De tweede: is er 'buitenaards' leven op Aarde, een zogenoemde schaduwbiosfeer van leven op een totaal andere biochemie gegrondvest dan de bekende vormen? Beide zijn enorm boeiend!

James Cameron is afgedaald naar de diepste plek in de oceaan, elf kilometer onder de oppervlakte. Hij vond daar geen reuzenhaaien, maar een kaal maanlandschap. Ik ben benieuwd naar meer opnames!

Dit zou wel eens een hele mooie animatiefilm kunnen worden, over een expeditie naar de Noordpool, van de makers van onder andere The Secret of Kells

In een wat ouder artikel schrijft Michael Spencer (de Internetmonk) over het effect van de astronomische waarnemingen van de Hubble telescoop op zijn christelijk geloof. "I will admit that meditating on the Hubble photos plays havoc with my understanding of theology. The Bible was written in a pre-scientific culture. Despite the valiant attempts of my Creationist friends to rescue the Bible as a book of literal science, I increasingly see that the Bible delivers its story to us in the language of people who simply could not have fathomed what Hubble is showing us." Maar de manier waarop God zich openbaart is niet in de eerste plaats via de wetenschap. "I realize that the heart of reality, however, is not the depth and beauties of space. The heart of reality is the God revealed in Jesus. The story of the Prodigal Son takes me deeper into God’s universe than any telescope or space probe. The cross and resurrection show me more of the essence of reality than can be seen in the information gathered by any ingenious human instrument."

Op Experimental Theology haalt Richard Beck een interessant verhaal aan van iemand die zijn angst voor de dood overwon en daardoor in staat was om anderen lief te hebben. In de reacties ontspint zich een boeiende discussie over zelfbeeld en eigenwaarde - is dat iets waar we aan moeten werken? Beck kiest voor een andere benadering, die er niet op is gebaseerd om positief over je zelf te denken, maar om niet over jezelf te denken. "That seems abstract so here is an example from my own life. Am I a good father? I think that question is a trap. If I say I'm a good father I've likely blinded myself to areas where I need improvement. By contrast, if I think I'm a bad father I start moving in more morbid and neurotic directions. What I try to do instead is just keep focusing on being a father. I keep reminding myself about what all that entails and move in that direction. The key is to keep this about the present moment. Self-esteem is generally past-oriented--"Have I, in the past, been a good or bad father?" In an very important sense, that question doesn't matter. And trying to get an answer to that question is really distracting you from being a father RIGHT NOW. Just be a father and stop ruminating." Hij vertelt ook hoe dit werkt in relatie tot zijn blog en wat het succes van zijn blog betekent voor zijn eigenwaarde.

En Richard Beck is op dreef deze week: zo kijkt hij terug op de opmerking van John Piper dat het christelijk geloof een 'mannelijke' sfeer uitademt. Als reactie daarop wordt vaak gezegd dat God ook vrouwelijke kenmerken heeft. Maar daar gaat het helemaal niet om, beweert Beck. "The issue isn't really about gender, about if God has a "masculine" or "feminine" feel. The issue is about the use of power within the Kingdom. The discussion about gender is really just a cover for a powerplay, about who is in charge and who gets to call the shots. And as we've seen, Jesus is absolutely hostile to this sort of thing. When this sort of thing is going on in the Kingdom Jesus will be bringing the sword." Dit sluit aan bij de onderwerpen waar ik tegenwoordig over denk, het thema zwakheid, en hoe we niet op onszelf gericht moeten zijn maar op mensen en de wereld buiten ons. Dat is wat liefde betekent. En deze naar buiten gerichte liefde brengt ons in conflict met machtsstructuren (zoals ook met Jezus gebeurde). "There should be no peace in this instance, only conflict with the power structure.  Jesus completely undermines the powerplay. Power in the Kingdom is not "lording over" people, with some giving orders and others obeying orders. That's the way the world works. And if you see that sort of stuff going on in a church you're witnessing heresy. Christians don't give orders to Christians. The Christian way is the cross. The greatest amongst us are the servants. The preeminent amongst us are the ones washing feet. We seek to serve rather than be served. That's how power looks in the Kingdom of God."

Op Mockingbird een herinnering aan het feit dat wij geen rationele wezens zijn, maar emotionele wezens, in een bespreking van een recent boek. "Haidt argues that people are fundamentally intuitive, not rational. If you want to persuade others, you have to appeal to their sentiments."

dinsdag 27 maart 2012

Filmbespreking: A Dangerous Method

Ik lees vaak voordat ik naar de film ga de recensies. Ik wil namelijk graag weten waar ik aan toe ben. Maar het is gevaarlijk op de filmbesprekingen in de kranten af te gaan. Wat de recensent belangrijk vindt kan namelijk behoorlijk verschillen van wat je zelf mooi of interessant vindt. Dat was het geval bij A Dangerous Method - een aantal recensies zetten de film neer als saai, met het argument dat de hoofdmoot bestond uit gesprekken over ontdekkingen en theorieën. Maar wat hadden ze dan verwacht van een film over twee wetenschappers, wier denkbeelden de psychologie en de psychiatrie blijvend veranderden? Wie een film gaat zien over Sigmund Freud en Carl Jung kan er van uitgaan dat er intellectuele discussies in zullen voorkomen. Sterker nog: dat het verhaal door deze discussies verteld wordt. De gesprekken in deze film zijn namelijk zo dramatisch als de opwindendste actiescène in een James Bond film - zelfs zodanig dat tijdens een ervan een van de gesprekspartners op de grond stort. Er vliegen echter geen kogels door de ruimte, maar onuitgesproken verwachtingen, verborgen betekenissen achter literaire allusies, bewondering, haat, leugen en eerlijkheid. Sensatie hoeft niet in de grote gebaren te zitten, maar kan ook bestaan uit de plotselinge realisatie dat een verwijzing naar een Egyptische inscriptie eigenlijk een dolkstoot is. En ondertussen leer je als kijker ook nog het een en ander over de grondleggers van de psychoanalyse en hun uitgangspunten en dat alles in de prachtig verbeelde Wenen van het begin van de vorige eeuw. Wat wil je als kijker nog meer?

De film begint als Carl Jung een nieuwe patiënt in behandeling neemt: de jonge Sabina Spielrein, die wordt opgenomen wegens hysterische aanvallen. De psychiater wil een nieuwe behandelmethode op haar uitproberen, de ‘dangerous method’ uit de titel, waarover hij gelezen heeft bij zijn voorbeeld en inspiratiebron, Sigmund Freud. Het gaat om de psychoanalyse, waarbij vooral met de patiënt gepraat wordt, om hem of haar te laten zien welke oorzaak (vaak een frustratie uit het verleden) aan de symptomen ten grondslag ligt. Door zijn gesprekken met de jonge vrouw komt inderdaad een geschiedenis uit haar jeugd aan het licht, die grote invloed heeft gehad op haar leven. Haar klachten nemen daarna af. Het blijkt daarnaast dat Sabina Spielrein erg intelligent is. Ze wil zelf ook psychiater worden, en werkt al snel samen met Jung. Maar kan een behandelaar vriendschap sluiten met een van zijn patiënten? En wat als de niet verwerkte pijn uit haar verleden haar verlangens blijft misvormen? Wat als Jung zelf gefrustreerd is over zijn huwelijk, en angstig over de komst van kinderen die hem kunnen weerhouden van zijn creatieve werk? Het gevolg is een schandaal dat Jungs carrière in gevaar brengt en ook zijn relatie met zijn leermeester Freud, die als de dood is dat zijn geliefde psychoanalyse niet serieus zou worden genomen.

Dit is een film waarvan de kracht afhangt van de acteurs - en gelukkig zijn die goed op dreef. Vooral Keira Knightly, die in haar verbeelding van hysterie heel ver gaat (kan een kaak daadwerkelijk zo ver uitsteken?), maar ook later in het verhaal de kwetsbaarheid en gebrokenheid laat zien die onder het oppervlak van Sabina Spielrein steeds aanwezig blijven. Haar intensiteit is heel geloofwaardig. Viggo Mortensen speelt een Freud, die prat gaat op zijn inzicht en overtuigd is van zijn gelijk - zwaait hij daarom steeds met zijn sigaar, of is die in dit geval gewoon een sigaar? Michael Fassbender geeft vorm en inhoud aan Jung en zijn spel voert je mee in het verhaal. Niet alleen de oprechte empathie en plichtsgetrouwheid van Jung zijn overtuigend, maar ook zijn worsteling met zichzelf en zijn vertwijfeling. Ik kon in elk geval erg met hem meevoelen. De film is geregisseerd door David Kronenberg, die bekend is geworden met horrorfilms over de afkeer van het lichaam en verstoorde seksualiteit -precies thema’s waar Freud en Jung zich over bogen - en van wie uit interviews bekend is dat hij altijd interesse heeft gehad in de psychologie. Dit is geen horrorfilm, maar er is wel sprake van enkele seksscènes. Ik vond ze in dienst staan van het verhaal, maar iets meer suggestie had in het licht van het meer op gesprekken gebaseerde verhaal waarschijnlijk niet misstaan. Het is al met al niet een film voor iedereen, maar voor wie een rustig verteld verhaal over een belangrijk intellectueel onderwerp kan waarderen, alleszins aan te raden!

Deze film zette me zeker aan het denken. De drie psychiaters (Jung, Freud en Spielrein) hebben namelijk elk hun eigen ideeen over de drijfveren van de mens, en ik geloof ook dat de film althans ten dele toont waar deze ideeen toe leidden in de levens van de hoofdpersonen. Dat maakt het interessant om ze te vergelijken met de boodschap van het Grote Verhaal. Dat is een wat intellectuelere benadering dan ik gewoonlijk toepas bij films, waar ik naga hoe mijn emotie wordt aangesproken en hoe mijn verlangen naar schoonheid, waarheid en liefde wordt vervuld of opgewekt, maar in dit geval is het de meest geschikte.
Sigmund Freud staat er nog steeds om bekend dat hij de beweegredenen van de mens terugbracht tot de ‘driften’, waarvan de seksuele drift de belangrijkste was. Problemen zouden ontstaan door het verdringen - van traumatische ervaringen, of van de driften en verlangens zelf. De mens wordt dus beheerst door het onbewuste (zowel de onbewuste driften als de onbewuste verdringing). Genezing zou komen door het bewust worden van de verdrongen trauma’s of driften. Als men er bewust van was geworden, kon men ermee omgaan. Dit is wel een heel reductionistische benadering. Al de keuzes van mensen, al hun aspiraties en hun creativiteit, wordt teruggebracht tot onbewuste drijfveren, met name de seksuele. De mens als persoon wordt zo uit de vergelijking gehaald - hij is betekenisloos, een schip dat stuurloos door de golven wordt meegesleurd.
De theorieën van Freud zijn in onmin geraakt, maar het gereduceerde beeld van de mens is gebleven. Nu wordt er niet meer gesproken over driften of verdringing, maar wel wordt van de mens gezegd dat alles wat hij doet en nalaat te maken heeft met het succes in de voortplanting. Ditmaal niet op basis van psychologie, maar op basis van de biologie: de evolutie. De drijfveren van de mens liggen niet vast in zijn onderbewuste, maar in zijn genen. Bijna elk gedrag wordt verklaard doordat het hiel bij het doorgeven van de genen. Zelfs de creativiteit van kunstenaars wordt vergeleken met de vertoningen van dieren die indruk proberen te maken op het andere geslacht. Dat Rembrandt de nachtwacht schilderde is volgens de evolutionistische sociologie terug te voeren op de prieelvogel die een nestje bouwt en daarmee een vrouwtje probeert te lokken. Niet alleen misdaden of geweld, maar ook liefde en rechtvaardigheid kunnen met een handgebaar worden afgedaan: “Oh, dat doet hij of zij alleen maar, omdat ...” Dat gold voor Freud en dat geldt voor de evolutionisten van nu. De mens en wat hij doet heeft geen intrinsieke betekenis meer, er is geen sprake meer van ‘goed’ of ‘kwaad’. Er is geen verantwoordelijkheid meer, een mens hoeft zich niet meer te houden aan regels of te streven naar een ideaal. Vrijheid is gelegen in het volgen van de onbewuste driften, in het leven volgens de manier die door de evolutie is geselecteerd als de meest succesvolle.

Ik denk dat deze film twee valkuilen laat zien die hiervan het gevolg zijn. Freud is bijvoorbeeld zo overtuigd van zijn gelijk dat hij geen vragen stelt bij zijn motivaties. Hij herkent wel bij anderen waar ze gebonden zijn door repressie, maar ziet het niet bij zichzelf. Dat maakt hem kwetsbaar voor afwijzing. Aan de andere kant wordt Jung er door Otto Gross (een leerling van Freud) van overtuigd dat het ongezond is zijn verlangen naar Spielrein te onderdrukken. Zij wil het, hij wil het, waarom zou hij hen allebei frustreren door niet toe te geven? Hij komt hierdoor op een gevaarlijk pad, waarbij onder andere zijn huwelijk en zijn carrière op het spel komen te staan. Maar hij had beter kunnen weten: Otto Gross was niet voor niets als psychiatrisch patiënt opgenomen, en liet duidelijk zien welke negatieve effecten het heeft aan elke begeerte toe te geven (vooral voor anderen!). Hij had zich ook kunnen realiseren dat Spielreins trauma nog niet hersteld was en dat haar verlangen niet een teken was van gezondheid, maar van ziekte.
Het Grote Verhaal van de bijbel stelt hier tegenover dat mensen niet betekenisloos zijn, de producten van seksuele drift of evolutie, maar intrinsiek betekenisvol, omdat God hen naar zijn beeld heeft geschapen. De individuele mens heeft betekenis en waardigheid, in zichzelf. En ook wat de mens doet heeft betekenis en waardigheid in zichzelf. De menselijke creativiteit is betekenisvol: we scheppen omdat we geschapen zijn in het beeld van de Schepper. Het zoeken naar de waarheid heeft betekenis, omdat de Waarheid zelf de schepper is. En menselijke relaties hebben betekenis, liefde heeft betekenis, omdat de ander niet alleen een object is om jouw verlangen/evolutionaire drijfveer te vervullen, maar een mens die door God is geschapen.
Deze betekenis is niet wetenschappelijk vast te stellen - het is een geloofsfeit, dat niet kan worden ontdekt, maar moet worden aangenomen, moet worden ontvangen. Betekenis is iets dat wordt gegeven. Maar wie dit aanneemt, ontdekt dat hij daardoor niet zijn vrijheid verliest (wat Freud geloofde -religie was voor hem een vorm van onderdrukking en repressie) maar juist zijn vrijheid vindt. Hij ontdekt dat hij niet hoeft te worden geregeerd door zijn driften, maar dat hij ervoor kan kiezen het avontuur van de waarheid aan te gaan, relaties te beginnen met andere mensen, en schoonheid te maken en ervan te genieten. Dit betekent niet dat hij zijn verlangens weer moet onderdrukken - Freud had inderdaad gelijk dat we worden gedreven door verlangens (waarvan het seksuele verlangen een belangrijke is) en dat het onderdrukken van verlangens schadelijk kan zijn. Wat ons gezond maakt is niet het vrij zijn van verlangens, maar de vrijheid van onze verlangens. Dit betekent dat we de vervulling van ons verlangen loslaten, dat we het accepteren dat onze behoefte onbevredigd blijft, omdat we weten dat we betekenisvol zijn, en dat we pas echt tot vervulling komen als we leven als betekenisvolle wezens in een betekenisvolle wereld.

Toevallig genoeg had ik voor de film begon een gesprek met mijn vriendin over wat het betekent jezelf te zijn. Het is namelijk makkelijk te denken dat je jezelf bent als je je niet inspant, als je geen moeite hoeft te doen. Dat je het meest jezelf bent als je alles direct doet wat in je opkomt, en als je nalaat wat je moeilijk lijkt, of wat inspanning vergt. Maar dit is niet waar! Want zo wordt je bepaald als mens door wat op je afkomt. We kwamen tot de conclusie dat je het meest jezelf bent als je actief bent, niet als je passief bent. Als je actief kiest voor wat belangrijk en waardevol voor je is, en moeite doet voor wat betekenis voor je heeft. Je laat bijvoorbeeld niet jezelf zien als je het eerste het beste kledingstuk uit de kast trekt en dat aantrekt. Je laat jezelf zien als je bewust kiest wat je mooi vindt, wat een uitdrukking is van wie je wilt zijn. Dat wil zeggen dat je jezelf moet zien als belangrijk en waardevol, want anders zou je geen moeite doen voor jezelf.
In deze film zou Jung zich niet hebben hoeven laten meeslepen door lustgevoelens. Hij had ook kunnen besluiten dat hij werkelijk wilde liefhebben. Niet alleen Spielrein, maar ook zijn eigen vrouw. Hij had kunnen besluiten dat ook al was er weinig seksuele passie, dat zijn vrouw als persoon waardevol genoeg was om haar niet te bedriegen of te schande te maken. Die keuze voor de ander (die waardevol is in zichzelf) had hem ertoe kunnen brengen om eerlijk tegen haar te zijn, ook over zijn twijfels over bijvoorbeeld het aantal kinderen dat ze zouden krijgen. Dat had wellicht kunnen leiden tot een scheiding, maar die  eerlijkheid en echtheid hadden ook het vuur in de relatie kunnen terugbrengen, want als kijker krijg je de indruk dat Jung zijn vrouw expres gedeeltelijk buiten zijn eigen leven en zijn ontdekkingen houdt. Wat er ook zou zijn gebeurd: hij zou hebben gehandeld uit liefde en daarmee respect hebben gehad, voor zijn vrouw, voor Spielrein, en voor zichzelf.

Maar zijn we als mensen in staat om te kiezen voor de liefde, zijn we in staat om niet te handelen volgens onze driften, onze programmering, onze ik-gerichtheid? Jung gelooft van wel. Hij wil zijn patiënten niet alleen laten zien waar ze beschadigd zijn, waar ze gebroken zijn. Dat is namelijk volgens Freud het enige dat mogelijk is - de psychiater kan de patiënt niet genezen. Hij kan de patiënt niet veranderen. Hij kan alleen de pijn en de zwakheid aan het licht brengen. Voor Jung is dat niet genoeg. Hij wil de patiënt niet alleen laten zien hoe zwak of ziek hij is, maar hij wil hem of haar ook laten zien hoe gezond hij kan worden, hoe heel hij kan zijn. Hij wil de patiënt ook daadwerkelijk genezen. Daarom dat hij zich verdiept in de mythologie. Hij zoekt naar de betekenis gevende verhalen (wat bijvoorbeeld leidde tot termen als ‘het collectieve onderbewuste’). In de mythologie zit volgens hem de mogelijkheid van genezing.
In dit geval geef ik echter Freud gelijk. We zijn als mensen zwak. We kunnen onszelf niet veranderen, en anderen al helemaal niet. We kunnen iemand anders niet geestelijk gezond maken. We zijn machteloos. Dit is ook de boodschap van het Grote Verhaal - want dat is het verhaal van onze zwakheid. Verandering wordt niet door ons tot stand gebracht. Sterker nog: daar waar wij mensen proberen te genezen, laten we geen ruimte voor de Grote Geneesheer. Doordat wij zo bezig zijn met iemand, kan Hij niet meer in de buurt komen. Elke genezing, elke verandering in iemands leven, wordt namelijk door Hem tot stand gebracht (zelfs als hij daarvoor onze woorden en onze inspanningen gebruikt, want hij werkt net zo goed door het materiële als door het geestelijke). Het is Gods tegenwoordigheid die geneest. Wij moeten dus niet de illusie hebben dat het van ons afhangt, maar inderdaad (zoals Freud betoogde) iemand de ogen openen voor de eigen zwakheid, en hem in de aanwezigheid te brengen van de God die leven kan brengen in de dood, wiens kracht in zwakheid wordt geopenbaard. Wij (en onze medemensen en patiënten) hebben niets anders nodig dan zijn genade.
De blik van de patiënt, en onze blik trouwens ook, want wij zijn net zo goed patiënten, moet dus niet naar binnen gericht blijven, maar moet naar buiten gericht zijn. Jung had gelijk dat het geheim van genezing schuilt in verhalen. Maar de betekenis gevende verhalen bevinden zich niet binnen in ons, maar buiten ons. Introspectie maakt uiteindelijk ziek. Het is als we liefhebben wat buiten ons is (ware schoonheid, echte waarheid, ware liefde) dat we gezond worden. Betekenis vinden we niet in ons eigen hart. Betekenis wordt ons gegeven - door onze vrienden en familie, en bovenal door God. Die niet in ons is - geen ‘God in het diepst van mijn gedachten’ - maar buiten ons is - de Ander (met hoofdletter A). Het verhaal verzinnen we niet zelf, het wordt over ons verteld.

Laat ik afsluiten met een citaat van een ander groot denker die leefde in dezelfde tijd als Sigmund Freud en Carl Jung. Een denker die ook wel ‘de apostel van het gezond verstand’ werd genoemd. Ik heb het natuurlijk over G. K. Chesterton. Hij wist wat mensen ziek maakte, namelijk altijd in zichzelf gekeerd te zijn en alles in het eigen verstand te willen ordenen. Zo schrijft hij in Orthodoxy: “Dichters worden niet maanziek, schaakspelers wel.” Waarom worden dichters niet maanziek? Omdat ze in hun verbeelding ruimte houden voor iets dat bestaat buiten de persoon en zijn denken, dat niet is gerelateerd aan hem of haar en zijn of haar belang. Het bestaan van iets buiten de persoon is altijd voor de persoon een mysterie - iets dat hij niet kan reduceren of beredeneren, maar waarvan hij (als in een sprookjesverhaal) op geloof moet aannemen dat het betekenis heeft los van hem of haarzelf. “De gewone man is altijd gezond gebleven omdat de gezonde man altijd mysticus is geweest. Hij leeft altijd met een been op Aarde en met het andere in een sprookjeswereld. De morbide logicus tracht alles helder te maken en maakt juist alles alles mysterieus. De mysticus staat slechts een enkele mysterieuze zaak toe en alles wordt helder.” Dat maakt christenen uiteindelijk tot de meest gezonde mensen: “Door eraan vast te houden dat God in de mens zelf is, is de mens altijd binnen in zichzelf. Door eraan vast te houden dat God de mens overtijgt, overstijgt de mens zichzelf ... De boedhistische heilige heeft zijn ogen altijd gesloten, terwijl de christelijke heilige ze altijd wijdopen heeft. De boedhist kijkt met een bijzondere intensiteit naar binnen. De christen staart met een fanatieke intensiteit naar buiten.” Dat is een gezonde instelling, waar Freud en Jung nog wat van hadden kunnen leren.

zaterdag 25 februari 2012

Links: prehistorisch bos, leven op Mars, Ghibli, Chocolat, opgeheven wijsvingers en definierende verhalen

Er wordt een film gemaakt over de vriendschap tussen C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien (twee van mijn favoriete auteurs), met als titel The Lion Awakes, en het schijnt dat Jude Law wordt benaderd om Lewis te spelen! Ik ben erg benieuwd! De levens van deze auteurs, en hun interactie die leidde tot de bekering van Lewis, zijn een film waard!

Een verloren wereld werd wonderlijk bewaard toen hij onder het as van een vulkaanuitbarsting werd bedolven en nu kunnen wetenschappers een bos van 300 miljoen jaar oud reconstrueren (zoals dat ook bij de Romeinse stad Pompeij werd gedaan).

Over interessante fossiele ontdekkingen gesproken: deze voorloper van het paard (en van walvissen) had of een heel goed gehoor, of kon gebruik maken van echo-locatie (net als vleermuizen en walvissen). 

Een fascinerend SF-filmpje, opgenomen in verlaten dorpen en steden in de Ukraine (waaronder Tsernobyl), heeft door de unieke filmlokaties een passende apocalyptische sfeer (al is het verhaal niet echt duidelijk).

Disney maakte in de jaren 50 een film over Mars, waarbij ook werd gespeculeerd over mogelijk leven op Mars. Er komen fantastische buitenaardse wezens voorbij - heel creatief en inspirerend. Ook boeiend is dit filmpje met de speculaties van Carl Sagan over leven op Jupiter.

Een nieuwe trailer voor The Last Airbender - The Legend of Korra.

Over animatie gesproken: ik ben een groot fan van de films van studio Ghibli. En veel mensen zijn dat met mij. En wijden ook hun creatieve energie aan het tekenen en schilderen van hun eerbetoon aan deze prachtige films. Veel prachtige tekeningen en schilderijen zijn verzameld op deze Tumblrpagina

Het is de vastentijd - Mockingbird bespreekt een film die zich afspeelt in de vastentijd: Chocolat. En ontwaart daarin beelden van genade - genade die, zoals de jonge priester in de film uitlegt, zich kenbaar maakt in wie en wat het in sluit, in plaats van wat en wie het buiten sluit. "In Chocolat Vianne is the Christ figure not because she is crucified but because she pronounces everyone she meets as righteous despite their guilt. The beauty, of course, is that her announcement tends to have an improving or transformative effect for each of these people (some more gradually than others). We would be wise this Lent to remind ourselves of the Gospel, so that we might err on the side of Vianne rather than that of the Comte. But even if we are aggressively self-righteous like the Comte, praise be to God that grace will eventually bring us to our knees and lighten our spirits."

John Shore houdt ervan om af en toe de conservatieve christenen tegen het zere been te schoppen. Zo ageert hij tegen christenen die klaarstaan met een moraliserende wijsvinger om mensen te waarschuwen voor hun gedrag. "If you think it’s the Bible that’s stopping you from turning into a dissolute animal, think again. Lots of perfectly moral people aren’t Christian. Your belief that an outside agent reigning you in is necessary for preventing you from becoming a shameless, immoral, out-of-control pig only means that somewhere along the line someone taught you that you are a shameless, immoral, out-of-control pig."

Deze blogger ontdekt dat hij postmodern is, maar in plaats van je te laten definieren door wat in het verleden ligt, is het beter om vooruit te kijken. "Maybe we will be known as pre-narratives or pre-neotheocommunists or whatever. At any rate, the same thing they were saying about my generation twenty years ago is still true – all we really know for sure is that we don’t know who we are. What I do know is that story matters to me. Deeply. Foundationally. Maybe I believe that story matters more than anything because I am a storyteller. Or maybe I became a storyteller because I believe that story matters more than anything else." Ik zit in hetzelfde schuitje: ik merk dat verhaal, in welke vorm dan ook, van levensbelang is voor me. Ik adem verhalen in, ik voed me aan verhalen. Ik herken de verhalen in mijn leven. Maar de kleine verhalen kunnen me geen betekenis geven. Ik wil leven in het echte verhaal, dat groter en beter is dan welk verhaal ook. "This is evangelism to me. Inviting others to turn in all of their stories, including their biggest story, for the story of God, Israel, Jesus and the Church. It’s kind of a ridiculous thing to ask of someone – to be willing to change their prime identity. But for those who are really ready for change (now I sound like a presidential candidate) – for those who are really ready for a new life, it is remarkably good news."

The Christian Monist schrijft over zijn kerkervaring. Hij is weg bij de evangelische kerk waar hij veel manipulatie ervoer, maar de kerk waar hij nu naar toe gaat is niet de hemel op aarde.  Hij vraagt zich af of de kerkervaring waar hij naar verlangt wel te vinden is. Wat overblijft is geloof. "It is part of that Hebrews 11 experience, that discontentment with what is, but hanging on, with both hands, to that hope that somehow, somewhere it will be better ... It is faith that must sustain us. A faith that all broken will be fixed some day. That the madness will be replaced my true-truth. It is like I have spoken of the "Gospel" all my life as a linguistic exercise. But now the true Gospel is the air that must sustain me. The awareness that I am clean in God's eyes, even though I'm a miserable disappointment to my Evangelical friends. Even though absurdity surrounds us, there is a sanity that awaits or coming." Ik herken dit wel nu ik een overstap maak naar een huisgemeente in Almere. Die is ook niet de hemel op aarde, maar dat moet ik er ook niet van verwachten. Alleen God kan mij de gemeenschap en de ontmoeting geven waar ik naar verlang, als geschenk en niet iets dat ik kan controleren.

zondag 19 februari 2012

Macht en zwakheid 1: het falen van de macht

Ik vul niet alleen zelf een blog (met vrij lange bijdrages over het algemeen), ik volg er ook meerdere. Een ervan is de Internetmonkblog - na de dood van initiator Michael Spencer overgenomen door een team enthousiaste auteurs. Michael Spencer was een open, eerlijke schrijver, niet alleen kritisch naar de evangelische wereld, maar ook naar zichzelf. En bovendien keerde hij altijd terug naar het thema van de onvoorwaardelijke liefde van God, zoals die in Jezus werd geopenbaard. Ik zal hem voor altijd dankbaar blijven voor zijn eigen stukken over genade, maar ook voor zijn enthousiasme over de boeken van Robert Farrar Capon (waar trouwe lezers de afgelopen maanden heel wat citaten voorbij hebben zien komen). Zijn nadruk op deze onderwerpen en zijn weigering om het gezag van sprekers en schrijvers zomaar te accepteren, leidde tot nogal wat kritiek van vooral calvinistische bloggers en schrijvers.
Na zijn dood hield zijn blog gelukkig dezelfde nadruk op genade (wat de reden is dat ik er graag langssurf om mee te lezen). Maar ook de kritiek is gebleven. Zo was de blog de afgelopen week geheel gewijd aan genade (gebaseerd op het boek Three Free Sins van Steve Brown). Een verademing - tot je sommige van de commentaren onder de artikelen las (gelukkig lang niet alle!). Een heel aantal van de reageerders ageerden namelijk tegen de stelling dat genade ons absoluut vrij maakt. Dat is gevaarlijk, vonden ze. Als dat gepredikt werd zouden mensen alleen maar gaan zondigen. Er moest ook worden gesproken over de noodzaak om te veranderen en je leven te beteren.
Ik slaakte een diepe zucht. Ik geloof - net als deze respondenten - dat God ons heeft geschapen om Hem, onze medemensen, de schepping en onszelf lief te hebben, en dat er manieren van leven zijn waarmee we onszelf, onze wereld, en onze naasten de vrijheid ontnemen en beschadigen, en daarmee ook God verdriet doen. Over beide aspecten spreekt de bijbel, en ook christenen mogen en moeten elkaar daarop wijzen. Ik weet zeker dat alle schrijvers van de Internetmonkblog dit zouden beamen. Maar wat mij frustreerde, was dat deze schrijvers de noodzaak voelden de veranderde manier van leven aan anderen op te leggen. En niet alleen zelf dat te doen, maar ook andere sprekers wilden ze overtuigen om niet over de onvoorwaardelijke genade te spreken, maar te benadrukken dat het wel degelijk ging over levensheiliging en rechtvaardigheid. Niemand hield hen tegen om zich met woord en daad in te zetten voor een heilig leven. En op de Internetmonkblog is ook niemand te vinden die er maar op los leeft. Waarom dan toch zo fel? Waarom niet accepteren dat God mensen liefheeft en daar in vrijheid naar leven? Waarom zo’n nadruk op gedrag, inspanning en de aanname dat genade niet goedkoop kan zijn?  Als genade niet goedkoop was, kon niemand haar betalen!

Deze commentatoren verraadden een groot vertrouwen op de menselijke wilskracht - niet alleen wat betreft het veranderen van het eigen gedrag, maar ook wat betreft het veranderen van het gedrag van anderen. De leider in de gemeente, de prediker, is volgens hen verantwoordelijk voor het al dan niet morele gedrag van de gemeenteleden. Hij moet zijn gezag gebruiken om hen tot een juiste manier van leven te brengen. Eigenlijk is deze visie niet anders dan in de gemiddelde evangelische kerk wordt gepredikt. Denk aan de preken met oproepen om meer te bidden, meer uit de bijbel te lezen, meer te evangeliseren en meer naar de kerk te komen (want als er meer mensen naar de bidstonden komen, komt de kerk tot leven). Het idee is dat de predikers het gedrag van de toehoorders kunnen veranderen.
Ik heb het dan nog niet eens over het ‘bedekkings’-idee uit de meer charismatische kerken, dat kerkleiders werkelijk verantwoordelijk maakt voor hun gemeenteleden - wie onder de ‘bedekking’ van een kerkleider valt, wordt gezegend, wie niet onder een ‘bedekking’ hoort, mist Gods zegen. Dit leidt daar tot een hele structuur van leiders, die zich zelfs in een afspiegeling van de katholieke hiërarchie bisschoppen en aartsbisschoppen noemen. De hoogste autoriteit moet zonder aarzelen worden gevolgd - ‘touch not the Lord’s anointed’ - want hij is verantwoordelijk voor iedereen onder zich. Omdat hij macht heeft, heeft hij gelijk. Might makes right.
En als de leiders niet denken dat ze de mensen in hun kerk kunnen veranderen, geloven ze wel dat ze met hun kerk de wereld (en de mensen in de wereld) kunnen veranderen. Ze kunnen ‘Nederland winnen voor Jezus’, ze kunnen beslissingen van de overheid terugdraaien. Ze kunnen voorkomen dat de Harry-Potterboeken worden gelezen in de klaslokalen, of ze kunnen zorgen voor een opwekking in landen ver weg, met duizenden bekeringen en genezingen van blinden. En dat allemaal door hun inspiratie en hun durf om hun dromen te volgen. Alleen daarom al moeten mensen hen volgen, want zij krijgen in elk geval iets voor elkaar!
Het is niet dat ik deze manier van denken niet begrijp. Het is namelijk een heel menselijke gedachte. Daarom zien we structuren van autoriteit en leiderschap overal in de wereld terug, in organisaties, in bedrijven, in de politiek. En ja, in kerken! Maar juist het feit dat we het overal om ons heen zien in de wereld (en ook waar het toe leidt: oorlog, uitbuiting en onderdrukking) zou ons te denken mogen geven. Het is ook niet dat ik geloof dat alle leiders slechte bedoelingen hebben. Verre van dat! Maar, zoals in de film Jurassic Park III werd opgemerkt: “Some of the worst things imaginable have been done with the best intentions.” Je eigen overtuiging dat je goed of rechtvaardig bent, garandeert niet dat jouw gebruik van macht over anderen ook goede of rechtvaardige resultaten teweegbrengt. Eerder het tegenovergestelde. 

Dat ik eraan twijfel of we met behulp van onze wilskracht onszelf kunnen veranderen, zal de lezers van deze blog ondertussen duidelijk zijn. Maar ik geloof daarnaast dat wij met onze macht niet werkelijk andere mensen kunnen veranderen. We kunnen ze alleen maar hun vrijheid ontnemen, minder zichzelf maken, want onze macht over anderen is voor hen een externe motiverende factor. Elke gedragsverandering die door onze macht over anderen tot stand komt, is niet een verandering die uit het hart komt, een verandering waar de ander werkelijk naar verlangt, maar een verandering die de ander wordt opgelegd. En dat geldt voor de mensen in de kerk, en voor de mensen buiten de kerk. Geen wonder dat die zo afgeven op het opgeheven vingertje van christenen. Niemand vindt het prettig als een partij van buitenaf zijn eigen macht beperkt.
Als we macht uitoefenen, komt dat uiteindelijk nooit de ander ten goede, maar altijd onszelf. De filosoof Nietzche noemde het principe hierachter de ‘Will to power’ (der Wille zur Macht). Ik citeer van Wikipedia (ik geef toe dat ik slechts amateurfilosoof ben): “My idea is that every specific body strives to become master over all space and to extend its force (its will to power) and to thrust back all that resists its extension. But it continually encounters similar efforts on the part of other bodies and ends by coming to an arrangement ("union") with those of them that are sufficiently related to it: thus they then conspire together for power. And the process goes on ...the will of life is bent upon power, its total goal: creating greater units of power.
Hier zijn we ons natuurlijk lang niet altijd van bewust - onze ‘will to power’ gaat vaak verborgen achter religieuze termen, het werk dat we doen voor de Heer, het goed dat we doen voor anderen. We rechtvaardigen onszelf, wat we doen is immers altijd ‘goed’, in elk geval volgens onze definities. Ik denk dat Nietzche daarom aan een van zijn publicaties de titel ‘Beyond Good and Evil’ meegaf. Hij doorzag dat ons spreken over moraliteit vooral een goedpraten is van ons eigen ‘heldenverhaal’, het veiligstellen van onze eigen machtspositie of gevoel van eigenwaarde. “This includes both such apparently harmful acts as physical violence, lying, and domination, on one hand, and such apparently non-harmful acts as gift-giving, love and praise on the other— In Beyond Good And Evil, Nietzche claims that philosophers' "will to truth" is actually nothing more than a manifestation of their will to power; this will can be life-affirming or a manifestation of nihilism, but it is the will to power all the same.”
De Nazi’s namen Nietzches ideeën serieus. Hun verheerlijking van de wil - de ‘Triomf van de wil’ - wist een groot deel van Europa te winnen. Zelfs veel kerken en gelovigen schijnen Hitler niet als gevaar te hebben gezien en zelfs actief te hebben ondersteund. Misschien omdat zij net zo goed als hij ten enenmale werden gedreven door de ‘will to power’ en in zijn ideologie een kans zagen hun eigen machtspositie te versterken.

Hoewel Nietzsche volgens mij de menselijke natuur helder doorzag, was zijn conclusie dat onze drang naar macht, betekenis en invloed boven de moraal verheven was, niet correct. De verwijzing naar Nazi-Duitsland maakt dat wel duidelijk, vermoed ik. Macht is niet a-moreel, het is iets immoreels. Niet voor niets haalde ik zojuist een citaat aan uit een film geproduceerd door Steven Spielberg. Spielberg kiest heel vaak voor nazi’s als de ‘slechterikken’ in zijn films - soms op een kartooneske manier (zoals in de Indiana Jones-films), soms op een meer doordachte manier (zoals in Schindler’s List). Dit is niet (of niet alleen) omdat zijn verbeelding werd gevormd door oorlogsfilms. Ook niet omdat hij zelf van Joodse afkomst is. Het komt ook voort uit zijn filosofie.
Ik keek laatst een interessante serie video’s over de thema’s uit de films van Spielberg. Daarin werd het volgende gezegd: “In Spielberg’s movies, evil, such as it is, always comes back to the use or abuse of power. The relative good or evil of people in a Spielberg film can be discerned by looking at how they use whatever authority they have in a given situation – how they tap into, and apply, power.  This is how morality is measured. It is how good or evil is measured.” De tegenstanders in zijn films zijn geen psychopaten die plezier beleven aan het kwaad. Anders gezegd: het kwaad is voor hen geen doel in zichzelf. Wat hen tot ‘slechterikken’ maakt is dat ze zich hebben onderworpen aan het systeem van macht, de ‘will to power’.
In de film Jurassic Park zie je dat in de Tyrannosaurus rex - die niet zelf ‘slecht’ is, maar zijn natuur volgt. De T. rex wordt bij uitstek gedreven door de ‘will to power’. En toevallig is hij de machtigste in het dinosauruspark. Maar daarnaast bevat de film het karakter van John Hammond, de exploitant van het park. Hij lijkt een vriendelijke opa, zonder enig ‘kwaad’ in zijn systeem. Maar hij wil geld verdienen met een niet geevenaarde attractie, en zijn lust naar meer geld brengt hem ertoe risico’s te nemen die leiden tot de dood van tientallen individuen. Nog duidelijker is het bij het hoofd van de ‘pre crime’ in de film Minority Report, Lamar Burgess. Zijn organisatie heeft het misdaadcijfer laten dalen, en hij wil het systeem over het hele land uitrollen. Voor dat ‘goede doel’ (maar in feite voor zijn eigen machtspositie) is hij bereid individuen hun keuzevrijheid te ontnemen. Niet alleen de hoofdpersoon van de film, maar ook alle potentiele misdadigers die worden opgepakt voor ze iets hebben kunnen doen. “The antagonists in Spielberg's films are in with the power structure set out by society; even though they’re just individuals, in another sense they ARE authority.
Dit maakt autoriteit zelf in de Spielbergfilms tot de ware vijand. De uitoefening van macht over anderen is slecht. De gezichtsloze machtsstructuren zelf zijn de tegenstander (zoals de politieagenten in ET of Close Encounters of the Third Kind). “It is often society’s authority that is the true enemy in the Spielberg canon.  Many of Spielberg’s antagonists are but human extensions of it.” Een mooi voorbeeld is de film Munich, waar Spielberg op een meesterlijke manier de rollen omdraait. Hier is de vijand niet Nazi-duitsland, maar de staat van Israel. Het is namelijk niet zo dat Duitsland slecht is en Israel a priori goed. Het lijkt aanvankelijk misschien of de Israelische geheime dienst het recht aan haar kant heeft, maar haar gebruik van macht is net zo destructief als dat van hun tegenstanders. Of de macht wordt ‘goedgepraat’ maakt niet uit: door met hun autoriteit hun wil aan het individu op te leggen laten beide machten zien uit hetzelfde hout gesneden te zijn. “The true evil in Munich is that the state of Israel feels entitled to do anything it feels is necessary to avenge the murder of its athletes by Palestinian terrorists. It’s yet another example in Spielberg’s films of authority slowly clenching its iron fist around the individual. Nobody in Munich is evil – not the assassins, not their handlers, not the PLO targets they’re hunting. But they all are collectively responsible for evil acts.”

Ik denk veel over dit thema sinds het lezen van het fantasyboek A Game of Thrones. Ik heb er in mijn recensie ook over geschreven, maar ik kan aan de statistieken zien dat niet al mijn trouwe volgers deze hebben gelezen, waarschijnlijk omdat ze het boek niet kennen. Het punt uit mijn recensie wordt ook gemaakt door Jason Morehead, die schrijft: “The books’ heroes find their ethics compromised, either because they give into lust for power or because they’re forced to take extraordinary measures to survive. In either case, Martin’s point is clear: power corrupts, and it oftentimes corrupts the noblest the most easily.” Juist het idee dat je ‘goed’ bent, je eergevoel en eerlijkheid, verblinden je voor het gevaar van de macht zelf en maken dat je zonder het misschien te willen individuen onderdrukt en onschuldigen in gevaar brengt. Ik citeer in mijn recensie Richard Beck van Experimental Theology, die concludeert: “That which makes life worth living--our cultural hero system and the self-esteem it provides--is the very source of evil.”
Daarom denk ik dat het er in de het verhaal van God niet om gaat dat wij ‘goed’ zijn in plaats van ‘slecht’, maar dat wij ‘zwak’ durven zijn in plaats van ‘sterk’. Dat wij ons durven openstellen voor Gods genade, in plaats van te verlangen naar macht. Ook al is het de macht om ‘goed’ te doen. Hierin is de boodschap van Jezus werkelijk subversief. Wat het christelijke verhaal suggereert over leiderschap is dan ook anders dan wat de wereld suggereert, en dan wat in veel kerken in praktijk wordt gebracht.
Meer daarover in mijn volgende blogbericht (ik heb me weer eens door mijn enthousiasme laten meeslepen ...).

donderdag 12 januari 2012

Levensveranderende boeken 5

Ik houd van boeken, ik zal het maar eerlijk toegeven. Ik ben dan ook niet met lezen gestopt na het schrijven van het laatste deel in de serie. En mijn denken (en dus mijn leven) is ook in de afgelopen vijf jaar weer veranderd door de boeken die ik heb gelezen. Het is daarom hoog tijd voor een nieuwe aflevering van deze serie.

Om te beginnen De Grote Doorbraak van Derek Morphew. De kerk waarin ik opgroeide had nogal stellige ideeen over de ‘eindtijd’ - deze periode van herstel en vervulling lag in de toekomst, als Jezus zou terugkomen. Dat beeld werd echter op zijn kop gezet door dit toegankelijke, enthousiasmerende boek. Het laat namelijk zien dat de vervulling van het plan van God niet in de toekomst ligt, maar in Jezus. De komst van Jezus betekende dat het koninkrijk was gekomen, dat de eindtijd was aangebroken. Sinds Jezus’ dood en opstanding leven we in de ‘laatste dagen’ - de tijd waarin Gods wil realiteit wordt in mensen en structuren. Maar tegelijk ligt het Koninkrijk in de toekomst - deze wereld blijft bestaan, terwijl de volgende wereld al is aangebroken, aldus Morphew. De consequentie van dit beeld is dat hoop en verwachting niet alleen maar op de toekomst gericht mogen zijn, waarbij dit leven een tranendal blijft en niet de moeite waard, maar dat het ook hoop en verwachting mag zijn voor ons dagelijkse leven hier en nu. We kunnen nu al -zij het niet volkomen- de blijdschap, vrede en genezing ervaren die horen bij Gods regering. (Ik bracht dit thema in bij de redactie van de Bode en het werd de rode draad voor De Opwindende Laatste Dagen (2007), waarin ik ook een hoofdstuk heb geschreven.)

Sinds ik Amazon.co.uk heb ontdekt, heb ik plotseling toegang gekregen tot een erg uitgebreide selectie van Engelstalige boeken. Het is maar goed dat ik mezelf op rantsoen heb gezet en maar een keer per maand een boek aanschaf, anders zou ik de laatste paar jaar een enorme creditcardschuld hebben opgebouwd. Een van de eerste boeken die ik via deze nieuwerwetse manier aanschafte was Scandalous Freedom van Steve Brown. Het is niet overdreven als ik zeg dat zonder dit boek mijn eigen boek over vrijheid waarschijnlijk niet zou zijn geschreven. Brown rekent namelijk op een vrij stellig af met alle hekjes die christenen en kerken vaak hebben gebouwd om de vrijheid die hoort bij het evangelie. We zeggen als gelovigen wel dat we vrij zijn, beweert hij, maar we leven niet als vrije mensen. Op een persoonlijke en humoristische manier gaat hij allerlei terreinen langs waarop we onvrijheid ervaren en laat hij zien hoe het goede nieuws van Gods genade ons op die gebieden in staat stelt onszelf te zijn. Ik vond het verfrissend. Ik ben sindsdien een trouw luisteraar geworden van zijn radioprogramma Steve Brown etc. op internet.

De Britse theoloog N.T. Wright begint ook in Nederland steeds meer bekendheid te krijgen. Ik las over hem op internet en was zo geïntrigeerd dat ik boeken van hem bestelde. Kenmerkend voor hem is een frisse, toegankelijke schrijfstijl, gekoppeld aan theologische diepgang en kennis van zaken. Hij gebruikt te weinig fantasievolle voorbeelden om hem te vergelijken met C.S. Lewis, maar ook zijn boeken verdienen het om herlezen te worden. Het meest werd ik geraakt door Surprised by Hope. Waar ik in mijn boek of op mijn blog schrijf over de toekomst, kan ik er meestal niet om heen dit boek aan te halen. Ik meende namelijk dat ik al een gezonder toekomstbeeld had gekregen, maar Wright liet zien dat ik nog steeds beïnvloed werd door buitenbijbelse gedachten over de hemel. Het idee van een ziel die het lichaam verlaat om voor altijd bij God te zijn in een niet-materiële omgeving bleek ook bij mij te hebben postgevat. Ook al geloofde ik in de opstanding, het maakte eigenlijk niet uit voor mijn mentale beeld van de toekomst. Maar in de bijbel is de opstanding nu juist het centrale gegeven. Ons lichaam wordt uit de dood opgewekt, en we zullen leven op een herstelde aarde, in een hersteld universum. We blijven volledig mens. Deze toekomstverwachting is veel mooier dan mijn eerdere idee. Dit geeft ook betekenis aan ons werk, onze hobby’s en onze inspanningen voor het milieu en onze medemens. Omdat God de materiële wereld zo belangrijk vindt, mogen wij die niet verwaarlozen. Dit is een boek dat ik in mijn leven meermalen zal lezen, al was het om niet terug te vallen in van oorsprong Platonische beelden van de toekomst.

Mijn Amerikaanse vriendinnen Beth en Lisa brachten in 2008 een bezoek aan Nederland. Ze waren erg enthousiast over The Shack, een boek van William Paul Young. Toen we langs een boekwinkel kwamen die het in voorraad bleek te hebben, kocht ik het direct. Ik las het in twee dagen uit. Dit is de enige roman in deze artikelenserie, maar ik beschouw het niet als roman, maar als een verbeelding van de gemeenschap van de drie-eenheid - de liefde tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest - en hoe wij veranderen als we ons daarin laten opnemen. Het boek stond nogal onder vuur in de Verenigde Staten, vooral omdat in dit boek de drie personen van de drie-eenheid niet in een hiërarchische relatie met elkaar staan, maar als gelijken met elkaar omgaan, en omdat dit wordt toegepast op het leven van christenen samen: de schrijver heeft niet veel op met systemen en instituten, die vaak gebaseerd zijn op vormen van machtsuitoefening. De eerste keer lezen was vooral een feest van herkenning, de tweede keer (in Doha, Qatar, nadat ik daar wegens de IJslandse vulkaan gestrand was) raakte me de centraliteit van de liefde van God - hij houdt van ons, 'he's extremely fond of us'. Ik heb in mijn boek Indrukwekkende Vrijheid geprobeerd voor heel wat thema’s uit The Shack een diepere onderbouwing te geven.
Ik las later ook het boek So you don’t want to go to church anymore? van een van de uitgevers van dit boek, Wayne Jacobson, en ging naar de podcasts van The God Journey luisteren. Ik vind hun uitgangspunt, namelijk dat we eenvoudig met God mogen wandelen, gewoon zijn geliefden mogen zijn, en dat Hij dan zijn koninkrijk door ons heen tot uiting brengt zonder dat wij dat moeten organiseren, verfrissend. Dit zette ook mijn zoektocht naar alternatieven voor de standaard evangelische kerk in gang.

Al enkele jaren ben ik een trouw lezer van de Internetmonkblog - ik genoot van de eerlijke overdenkingen van Michael Spencer, die pleitte voor een Jezusgerichte instelling. Hij verwees meerdere malen naar de boeken van Robert Farrar Capon, maar waarschuwde dat wie aanstoot nam aan The Shack deze boeken wel helemaal zou verwerpen. Dat intrigeerde mij en ik ging ze dus ook lezen. Kingdom, Grace, Judgment is een bundel van drie boeken van Capon over de gelijkenissen van Jezus. Het is daardoor vrij dik, maar in tegenstelling tot andere bijbelstudieboeken is dat hier alleen maar plezierig. Het betekent namelijk dat je als lezer langer mag genieten van de mooie, humoristische schrijfstijl van Capon - hij neemt zichzelf niet te serieus, en geeft ook eerlijk toe als hij de tekst verdraait om zijn conclusie te kunnen trekken. Sommige van zijn interpretaties zijn vergezocht, maar heel veel vind ik overtuigend. En hij ontmaskert inderdaad de Farizeeer van binnen, die toch vooral belangrijk vindt wat hij allemaal doet. Volgens Capon laten de gelijkenissen van Jezus zien dat het Koninkrijk van God overal aanwezig is, maar dat het nog niet geopenbaard is, en dat het uit zichzelf groeit, als mensen het maar niet in de weg staan. Hij laat zien dat God mensen redt omdat het zijn eigen keuze is, niet vanwege een daad of eigenschap van de mensen zelf. Het enige dat God doet is mensen opwekken uit de dood. Mensen die dood zijn kunnen niks doen om zichzelf levend te maken. En omdat iedereen dood gaat, wekt God iedereen op. Het koninkrijk is dus inclusief. Alleen wie blijft volhouden iets van zichzelf te maken, wie op eigen kracht wil blijven leven, wordt ervan buitengesloten. Ik word er enthousiast van. Ook van Between Noon and Three trouwens, een ander boek van Capon. Dit is werkelijk goed nieuws!

Tijdens mijn laatste reis naar de Verenigde Staten deden we Minneapolis aan om Lisa en haar gezin op te zoeken. Lisa had voor mij een verrassing. Ze had een afspraak voor me gemaakt met Greg Boyd, voorganger van Woodland Hills Church. Ik had al meerdere boeken van Boyd gelezen en luisterde al bijna twee jaar naar zijn preken via het internet! Het was bijzonder om een van mijn helden in levenden lijve te ontmoeten. Boyd staat vooral bekend vanwege zijn verdediging van het open theïsme (waar hij mijns inziens vrij goede argumenten voor heeft). Maar hij is bovendien heel enthousiast over Jezus en het koninkrijk van God, op een manier die niet religieus is. Een van zijn boeken die de meeste indruk op mij maakte, is Repenting of Religion. Hierin betoogt hij dat de oerzonde van de mens is dat wij oordelen. Het goede nieuws van het evangelie is dat God ons (en ieder ander) een ondeelbare oneindige betekenis toekent. Dat is liefde. Dit maakt dat we niet meer onszelf hoeven oordelen. Maar ook dat we anderen gaan zien als mensen die een oneindige waarde hebben. Als we dat doen worden we werkelijk vrji. Ik heb op deze blog al eens een recensie over dit boek geschreven. Het boek Seeing is believing van hem is ook erg goed: daarover heb ik ook een recensie geplaatst.

Een boek dat mij ook veel doet, maar dat ik nog niet heb uitgelezen, zijn de Unspoken Sermons (deel I, II, en III), van de Schotse auteur George MacDonald. Hij schreef romans en sprookjesverhalen (die een grote invloed hadden op Tolkien en Lewis), maar hij schreef ook theologische overdenkingen. Het taalgebruik is verouderd (eind negentiende eeuws), maar zijn boodschap is nog ijzersterk. Hij weet de liefde van God zo te beschrijven dat je als lezer je adem inhoudt. En zijn stelling is dat Gods liefde ons allemaal verandert. Allemaal - hij zegt dat uiteindelijk niemand aan de volhardende liefde van God kan ontsnappen. Maar tegelijk maakt Gods liefde ons heilig - wij zijn geroepen om lief te hebben zoals we door God worden liefgehad. Dit is een boek om in kleine stukjes tot je te nemen, maar absoluut een aanrader.

Ik vind zelf de katholieke filosoof en schrijver Peter Kreeft ook erg boeiend. Hij staat duidelijk in de traditie van C.S. Lewis en gebruikt net als hij ook veel creatieve vormen. Ik wordt door hem aan het denken gezet. Zijn boek Heaven The heart’s deepest longing bracht me tot het besef dat we als mensen drie kernverlangens hebben - naar schoonheid, naar relaties en naar waarheid - die overeenkomen met hoop, liefde en geloof. Deze wil ik binnenkort eens gaan herlezen.

Maar tegenwoordig veranderen mijn inzichten (en verandert dus mijn leven) vooral door de podcasts die ik luister en de blogs die ik volg. In een volgend bericht zal ik dus schrijven over levensveranderende blogs, in plaats van levensveranderende boeken.

maandag 19 december 2011

Filmbespreking: Rise of the Planet of the Apes

Van de zomer was ik met een goede vriendin in Burgers’ Dierenpark in Arnhem. We hadden allebei een verblijf waar we per se meer tijd wilden doorbrengen. Voor mij was dat (hoe kan het ook anders?) Burgers’ Ocean. Voor haar waren het de chimpansees. Tijdens haar studie biologie heeft ze namelijk gedragsonderzoek gedaan bij deze kolonie. Ze zat elke dag in een observatieruimte met een verrekijker om bij te houden welke chimpansee wat deed. Daardoor heeft ze een band opgebouwd met de mensapen, en nu, bijna vijftien jaar later, zoekt zij ze nog steeds af en toe op. Ook nu spendeerden we heel wat tijd achter het glas, van waar we een mooi uitzicht hadden. Veel apen die mijn vriendin toen had geobserveerd, bleken nog in leven, hoewel sommige wat grijzer waren of minder behaard. Ze kende ze zelfs bij naam! En over hun interacties praatte ze alsof het de ruzies en affaires van mensen konden zijn. Voor haar staat het wel vast dat de chimps intelligente dieren zijn, die in veel opzichten op mensen lijken. Ze leek ze ook te beschouwen als wezens met een echte persoonlijkheid, en met zelfbewustzijn (maar niet als mensen, ze is en blijft bioloog natuurlijk).
De interessante vraag is natuurlijk of deze chimpansees inderdaad zelfbewust zijn en moeten worden beschouwd als moreel verantwoordelijke personen, of dat dit iets is dat wij als toeschouwers op ze projecteren. Ik ben zelf wat huiverig om aan dieren menselijke eigenschappen toe te schrijven, ik merk namelijk dat ik dat al doe bij de maanvissen in mijn aquarium! Zelfs als een dier gedrag vertoont dat lijkt op menselijk gedrag (communiceren met gebaren, eten delen met anderen) hoeft dat nog niet dezelfde betekenis te hebben als menselijk gedrag. Neem een vogel als de prieelvogel, waarvan het mannetje een nest bouwt en versiert met gekleurde vruchtjes en keverschilden om een vrouwtje te lokken. Enthousiaste commentatoren in natuurdocumentaires roepen dan dat de vogels kunstenaars zijn en dat in dit gedrag de wortel ligt van de menselijke creativiteit. Maar de vogels volgen hun instinct. Hun gedrag is genetisch vastgelegd. Terwijl mensen nieuwe dingen kunnen maken, en vooral: deze nieuwe dingen niet HOEVEN maken. Het moeilijke is dat chimpansees (en dolfijnen, en raven) niet kunnen praten, en we dus ook niet werkelijk met ze kunnen communiceren. We kunnen geen gesprek met ze aangaan. En dus kunnen we ook nooit weten wat er werkelijk in ze omgaat. Elke keer als we ons dat proberen voor te stellen projecteren we onze menselijke gevoelens en emoties op wezens die - zelfs als ze intelligent zouden zijn - niet menselijk zijn.
Aan de andere kant zijn mensapen, en in het bijzonder chimpansees en bonobo’s, op deze wereld sinds de Neanderthaler en de Floresmens zijn uitgestorven, de wezens die het meest met ons verwant zijn. Ons genetisch materiaal vertoont grote overeenkomsten. Bovendien vertonen de apen wel degelijk intelligent gedrag. Ze gebruiken gereedschappen en tonen een probleemoplossend vermogen, ze kunnen met ons (en onderling) communiceren met behulp van gebaren en ze herkennen zichzelf in de spiegel, wat suggereert dat ze zich bewust zijn van een eigen identiteit (net als sommige vogels en dolfijnen). Bovendien - zo heel rationeel en intelligent zijn wij zelf ook vaak niet (ik zou hier een cynische verwijzing kunnen plaatsen naar TV-programma’s als Oh Oh Cherso, maar dat doe ik maar liever niet). Een groot deel van ons gedrag komt voort uit genetisch vastgelegde patronen en staat minder onder onze invloed dan wij denken. Wat wij doen, is vaak ‘bij de beesten af’. Sommige biologen noemen de mens dan ook wel ‘de naakte aap’.  Ons gedrag is vaak zelfs van een onmenselijk niveau waartoe dieren niet zouden zinken - of het nu is in oorlogen, uitbuitende economische systemen of in de manier waarop we de natuur uitwringen. Zelfs als we op essentiële punten van dieren verschillen, zijn we in elk geval niet ‘beter’.
Of je nu wel (zoals ik) gelooft dat de mens uniek is, of niet: dit zou ons moeten weerhouden van grootse claims over ons vermeende recht te heersen over de Aarde en over de dieren en planten. Als we dat recht al hadden, lijkt het erop alsof we het hebben verspeeld. Ons gedrag uit het verleden, zou ons bescheiden moeten maken. Kortom, ook al is de menselijkheid van apen iets dat wij op ze projecteren, we zouden ze moeten behandelen met het respect dat zelfbewuste, denkende wezens toekomt. We zouden de hele schepping moeten behandelen met dat respect. We zouden haar, dieren en elkaar moeten liefhebben. We zouden ons moeten gedragen als rentmeesters - precies zoals het de bedoeling was. Alleen dan zijn we namelijk echt menselijk.

Een wat lange inleiding voor mijn bespreking van misschien wel de beste ‘blockbuster’ van 2011. Ik moest de afgelopen zomer een paar van de grote films in de bioscoop aan me voorbij laten gaan. En omdat enkele spektakelfilms van eerder dit jaar een beetje tegenvielen, vond ik het niet zo erg. Een van de films die ik om deze reden liet schieten was Rise of the Planet of the Apes. De zoveelste vervolgfilm in de serie en ook nog eens met een onhandig lange titel. Noem me ongelovig, maar ik kon me niet voorstellen hoe er met dit concept een origineel verhaal te vertellen was. Bovendien was ik wat cynisch geworden door commentaren op het internet die de film al van te voren onderuit haalden - de schrijvers ervan dachten dat de film een oorlog tussen de mensheid en de apen zou tonen, en lachten al om het feit dat de laatste met stenen en stokken zouden moeten vechten tegen machinegeweren en raketten.
Maar dit bleek niet het verhaal van de film. Dat was een stuk kleinschaliger en persoonlijker, en de confrontatie tussen mens en aap bleek geloofwaardig en zelfs aangrijpend. Het begint met een aangrijpende achtervolging in Afrika, waar stropers chimpansees opjagen om ze te verkopen aan een farmaceutisch bedrijf in San Francisco. In dat bedrijf worden ze gevangen gezet in kleine hokjes en onderworpen aan vernederende experimenten. Het doel van de onderzoekers is het vinden van een middel tegen de ziekte van Alzheimer. Het gaat om een virus, dat het DNA van hersencellen verandert. Een van de apen, ‘Bright eyes’, vertoont na behandeling tekenen van een herstelde intelligentie. Ze wordt echter ook agressief, dus wordt het project stopgezet en worden de chimps geeuthanaseerd. In de kooi van ‘Bright eyes’ vinden de verzorgers echter een jonge chimp. Onderzoeker Will neemt de aap mee naar huis, naar zijn demente vader.  Die ontwikkelt een bijzondere band met het dier. Nou ja, dier? Caesar, zoals hij al snel genoemd wordt, heeft de toegenomen intelligentie overgenomen van zijn moeder. Hij begrijpt wat Will en zijn vader hem zeggen, en kan communiceren met gebaren. Hij is deel van de familie. Maar tegelijk is hij natuurlijk anders. Buurtbewoners accepteren hem niet, en denken dat hij een huisdier is. Als hij na een dramatische gebeurtenis in een apenopvang terechtkomt ontdekt hij hoe mensen zijn soortgenoten behandelen. Hij werpt zich op als hun leider (niet voor niets wordt er een beeldfragment getoond van Mozes uit The Ten Commandments). Hij wil niets liever dan deze dieren meenemen naar het beloofde land: de bossen waar hij zelf door zijn ‘vader’ Will eerder naar toe was meegenomen. Maar het is de vraag of de sadistische verzorger van het opvangcentrum en de op geld beluste directeur van het farmaceutische bedrijf dat zomaar toestaan. Het virus dat voor de verhoogde intelligentie van Caesar zorgde, blijkt ondertussen onverwachte effecten te hebben ...

Een van de belangrijkste factoren in het succes van de film is het spel van Andy Serkis - ondertussen een expert in het spelen van geanimeerde karakters: Gollum, King Kong en nu de chimpansee Caesar. Het is duidelijk dat hij voor deze film studie heeft gedaan naar het gedrag van apen. Caesar wordt namelijk nooit mens. In kleine gedragingen, in het tuiten van zijn lippen, in zijn geluiden - hij blijft een chimpansee. Maar tegelijk spreken zijn ogen boekdelen. Hij is een chimpansee die worstelt met zijn identiteit, die loyaal wil zijn aan zijn menselijke familie maar die tegelijk het verraad niet kan verkroppen, en die uitgroeit tot een doortastende, inspirerende leider. Als kijker zie je de chimpansee niet meer als computereffect, en ook niet meer als dier, maar als een intelligent persoon, ook al is hij geen mens. Het spel van de andere acteurs is goed genoeg, maar valt bij Serkis’ optreden in het niet. Verder vond ik de spanning goed opgebouwd, de actiescenes sterk, en het zonnige San Francisco goed in beeld gebracht (net als de ‘redwood forests’ - die ik ken van mijn vakantie eerder dit jaar). Ook zijn er leuke verwijzingen naar eerdere films uit de serie. En er is een gorilla die een helikopter uitschakelt. Ik ben nu al erg benieuwd naar het vervolg.

In feite wordt in deze film de mens geconfronteerd met een andere intelligente soort. Deze verhalen roepen direct de vraag op wat het betekent mens te zijn. Ligt onze identiteit als mens in ons uiterlijk (twee benen, twee armen en twee ogen)? Ligt ze in onze taalvaardigheid? In ons gebruik van gereedschappen? In onze moraal? In dit geval is de andere soort niet een buitenaards ras van vier meter hoge, blauwe wezens, maar een soort die nauw aan ons verwant is en bovendien al op onze planeet voorkomt. Het onderscheid wordt dus kleiner gemaakt. Het wordt moeilijker om het verschil tussen de mens en de ander aan te wijzen. Eerst lijkt de kunstmatig verhoogde intelligentie te zorgen voor het verschil. De aap wordt hiermee ‘mens’ gemaakt, is de suggestie. Caesar kan zich niet aanpassen aan het instinctmatige rangordegedrag van zijn soortgenoten. Hij hoort bij ons. Maar ook deze grens wordt gerelativeerd. Ten eerste doordat Caesar een circusaap ontmoet die niet met het virus zijn behandeld, maar toch met gebarentaal kan communiceren (hoewel op een hoger niveau dan apen werkelijk kunnen). En later sluiten niet behandelde chimps uit de dierentuin zich bij zijn groep aan. De suggestie is dat het ‘op menselijk niveau’ functioneren in potentie al in de apen aanwezig is, en dat het alleen maar hoeft worden opgeroepen: door een virus, door circustraining, of door een intelligente aap zelf. Ten tweede gedragen heel wat mensen zich in deze film als chimpansees. Goed voorbeeld is de buurman van Will, die de jonge Caesar met een slaghout bewerkt omdat de aap in zijn tuin is terechtgekomen. Of de bewaker in het apenverblijf, die zijn machtspositie misbruikt om indruk te maken op twee jonge dames die hij het pand heeft binnengesmokkeld. Irrationeel territoriumgedrag. Instinctmatige agressie. Mensen vertonen in deze film voor een groot deel ‘mensaap’-gedrag.
Mijn favoriete christelijke filmrecensent vindt deze vervaging van de grenzen tussen mens en dier zorgwekkend: “Not only does it depict the beginning of the end of the age of humans, it doesn’t seem to recognize anything precious or unique being lost with human nature, since people and animals aren’t that different to begin with.” Een zelfde kritiek werd geuit op de film Avatar van James Cameron. Maar in mijn tweede bespreking van die film legde ik al uit waarom ik het met deze beweringen oneens ben. Net als in Avatar blijkt de grens tussen ‘menselijk’ en ‘niet menselijk’ namelijk niet door uiterlijke kenmerken te worden bepaald. De grens blijkt zelfs dwars door het menselijke ras te lopen. En net als in Avatar is het onderscheid ook in deze film de manier waarop we ons gedragen ten opzichte van anderen.
Caesar draagt zijn volgelingen expliciet op geen mensen te doden, hij weerhoudt ze er zelfs actief van. Hij betaalt de mensheid niet terug voor wat ze hem hebben aangedaan. In dit opzicht is hij menselijker dan bijvoorbeeld de directeur van het farmaceutische bedrijf, die alleen om geld geeft, of de verzorger in het opvangcentrum, die dieren martelt. Maar de film toont bovendien dat niet alle ‘intelligente apen’ ook menselijk worden. Een chimp die is behandeld met het virus gedraagt zich daarna net als de mensen, door een weerloos slachtoffer het laatste duwtje te geven. In zijn ogen is geen sympathie te lezen. Hij is net zo’n beest als de beestachtige mensen die in de film voorkomen. De grens loopt dus net zo goed door het apenras. In plaats van een film die de menselijkheid verafschuwt, is dit dus een film die ware menselijkheid viert. Want ware menselijkheid is dit: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf (of hij nu een aap is of een mens).

zondag 27 november 2011

Terug naar de basis (14 en slot): Niet zien en toch geloven

Why do my eyes hurt?”, vraagt Neo in The Matrix. Zijn mentor Morpheus buigt zich over hem en zegt met gevoel: “Because you’ve never used them before.” Neo had zijn hele leven lang in een illusie geleefd. Hij had de wereld en de mensen om hem heen niet gezien zoals ze werkelijk waren, had niet hun werkelijke betekenis gekend. Hij had alleen valse weergaven gezien, schijnbeelden, valse betekenissen. De leugens hadden hem afgeschermd voor de waarheid, zodat hij niet in opstand zou komen tegen het systeem, zodat hij niet zou vechten voor zijn eigen vrijheid en die van andere mensen. Het gevolg was dat Neo geestdodend werk deed, waarbij hij werd afgerekend op zijn productie, niet op wie hij was als persoon. Hij verbleef bovendien in een saaie, grijze omgeving, zonder inspiratie. En hij had geen werkelijke relaties, geen vrienden, alleen de rollende cijfers en letters op het internet. Hij kende geen werkelijke liefde. Tot hij door Morpheus en de zijnen uit het systeem wordt verwijderd. Hij leert het ware verhaal kennen, hij ontdekt wat de werkelijke betekenis is, niet alleen van zijn leven, maar ook dat van de andere mensen. Hij heeft nu een taak waar hij vervulling aan ontleent, omdat hij iets doet dat echt waardevol is. Hij vecht voor de schoonheid van individuen en de wereld. Hij leert anderen werkelijk liefhebben, om wie ze zijn. Hij heeft ontdekt dat de wereld, andere mensen en hijzelf een onuitwisbare betekenis hebben. Maar daarvoor heeft hij wel op een nieuwe manier moeten leren kijken.

Dit is wat met ons gebeurt als we afscheid nemen van onze eigen, kleine verhalen, waarin alles draait om onszelf, en elke betekenis alleen aan ons belang wordt afgemeten, en gaan leven in het Verhaal van de Werkelijkheid, het koninkrijk van God. Er vindt een proces plaats van ‘hersymbolisering’ - de wereld van onze verbeelding wordt vernieuwd. 
Ik geloof dat de Joodschristelijke geloofstraditie uniek is in het feit dat deze betekenis toekent aan voorwerpen en mensen buiten het individu. Dit is bijvoorbeeld niet het geval bij oosterse godsdiensten en de daarvan afgeleide ‘new age’-denkbeelden. Volgens die zienswijzen is de wereld van van elkaar gescheiden voorwerpen en individuen een illusie en niet de werkelijkheid. Jouw echte ‘ik’ is niet het ‘ik’ dat zichzelf ziet als onderscheiden van andere mensen, maar een ‘ik’ dat een is met het universum. Het beeld wordt gebruikt van golven op de oceaan. Volgens het oosterse wereldbeeld is het individuele ‘ik’ een golf op die oceaan, een expressie van het echte ‘ik’ - de oceaan. De golf (het ‘ik’) is beperkt en tijdelijk, de oceaan (het ‘al’) is onbeperkt en eeuwig. Deze uiteindelijke werkelijkheid is een eenheid, zonder vorm, puur potentieel, en puur bewustzijn. Maar dit betekent dat relaties tussen mensen ook een illusie zijn en niet werkelijk betekenis hebben, want een relatie bestaat alleen tussen twee (of meer) van elkaar gescheiden personen. En dus is liefde een illusie, want liefde is een relatie.
Een van mijn favoriete auteurs, Greg Boyd, legt uit hoe deze visie verschilt van het Joodschristelijke wereldbeeld: “To christians love and plurality are not pen-ultimate realities: they are ultimate reality! The biblical worldview affirms that the teaching that "God is love" is not only “absolutely correct” but is the most important and correct truth there is (1 John 4:8). In the biblical worldview, God IS an eternal, perfect, loving relationship! As Father, Son and Holy Spirit, God IS eternal, perfect love shared between a plurality of "persons." Not only this, but out of perfect love, God created a world filled with ultimately real individuals with the hope that they'd share in and reflect the joy and ecstasy of his eternal, perfect, and ultimately real love. The goal of life, therefore, is not to dissolve all individuality into oneness but to eternally affirm individuality in loving relationship with all other individuals and with God. The goal is not to realize you are God, but to be eternally related to God with a love that participates in the perfect love that God eternally is.
Als wij door deze bril gaan kijken, krijgen wij zelf een unieke, onvervangbare betekenis: wij zijn -elk van ons- de geliefden van God. En zo mogen wij onszelf ook gaan zien. Maar we gaan niet naast onze schoenen lopen, want tegelijk krijgen de individuen en voorwerpen buiten ons voor ons betekenis. Een betekenis die niet van ons afhankelijk is, die los staat van ons eigen belang, een unieke, onvervangbare betekenis, die hen door God gegeven is, omdat Hij ze heeft gemaakt. Hij vertelt het verhaal over ze, niet wij. En dat betekent dat we kunnen genieten van hun intrinsieke schoonheid en eigenheid. Het betekent dat we echte relaties met ze kunnen aangaan en ze kunnen leren kennen als individuen. Het betekent dat onze inzet en ons werk voor hen echt waardevol is en niet slechts verspilling van tijd en energie. Het betekent dat we ze gaan liefhebben om wie ze zijn, zoals God al zijn unieke schepselen liefheeft.

Als we leven in het Grote Verhaal verandert dus onze blik op de schepping en op onze medemensen. We gaan ze zien als waardevol en betekenisvol, niet om wat ze voor ons betekenen, maar puur en alleen om het feit dat ze bestaan. We gaan van ze houden, zonder ze te willen controleren en manipuleren, omdat we ze zien in het licht van Gods Verhaal. Maar hierdoor stellen we onszelf wel open voor pijn en verdriet. Het is namelijk een feit dat die voorwerpen en die mensen van wie we zo zijn gaan houden, ons zullen verlaten. Tijd en toeval treffen allen, volgens de Prediker (9:11). Dit is een realiteit waar iedereen die een relatie heeft zich van bewust is. Mijn vader heeft het afgelopen decennium zijn beide ouders verloren. En ik weet dat ik ook een keer mijn ouders zal verliezen. Ze zullen de dood niet ontglippen. Ik weet ook dat mijn boeken zullen vergelen, dat mijn harddisk zal verslijten, dat mijn aquariums lek zullen raken, dat bloemen vergaan en dat zelfs mooie landschappen volgend jaar niet meer hetzelfde zullen zijn. De schepping is ten prooi aan zinloosheid, bevindt zich in de slavernij van de vergankelijkheid. ‘De hele schepping zucht en lijdt nog altijd als in barensweeen.’ (Romeinen 8:22). We raken onherroepelijk datgene en diegenen kwijt van wie we zo hielden. Hun onvervangbare betekenis gaat voor altijd verloren.
Dit is de vloek van het menselijke bestaan. De dood maakt de liefde belachelijk. Waarom zou je schoonheid nastreven als die toch verslijt? Waarom zou je investeren in relaties, als je elkaar toch kwijtraakt? Waarom zou je je inzetten voor gerechtigheid en waarheid, als zowel de schurken als hun slachtoffers sterven? “Geen mens ontvlucht het slagveld van de dood. Ben je een rechtvaardige of zondaar, goed en rein of onrein, offer je wel of offer je niet ... alle mensen treft hetzelfde lot.” (Prediker 9:2,3). En zelfs als we houden van minder vergankelijke of sterfelijke zaken - als we kijken naar de sterren, of houden van de bergen, dan nog worden we ervan gescheiden door de dood. We sterven namelijk zelf ooit - ik geloof niet dat het de wetenschap gaat lukken ons het eeuwige leven te geven. En zelfs nog voor we sterven zullen we door het falen van onze zintuigen worden afgesneden van alles wat we liefhadden. Niet voor niets zegt de bijbel dat de dood een vijand is (1 Korintiers 15:26).
Wie werkelijke schepselen en individuen gaat liefhebben, zal dat gaan beseffen. En gaan wanhopen. Als dit het onontkoombare lot is van wat wij liefhebben, is het dan niet makkelijker om niet lief te hebben? Is het dan niet logisch dat ik mezelf op de eerste plek zet, en probeer zoveel mogelijk te genieten, zoveel mogelijk geluk te ervaren in de paar jaren die ik heb? “Laten we eten en drinken, want morgen sterven we!” (1 Korintiers 15:32).  Ja, de dichters zeggen dat het beter is om te hebben liefgehad en verlies te hebben geleden, dan om nooit te hebben liefgehad. Maar als je nooit hebt liefgehad, weet je ook niet wat je mist. En ‘ignorance is bliss’ - zoals Cypher in The Matrix zegt (daar is de rode draad van deze serie weer!). Cynisme is de zelfbescherming die nodig is om niet de pijn van het ultieme verlies te hoeven ervaren.
Gelukkig eindigt het Verhaal van God niet met cynisme, het eindigt niet met de dood. Deze laatste vijand wordt vernietigd. “De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?” (1 Korintiers 15:54,55). Het Grote Verhaal belooft de tijd ‘waarin alles zal worden hersteld’ (Handelingen 3:21). Wij zien uit ‘naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.’ (2 Peterus 3:13). Ik heb over deze belofte uit de bijbel al meerdere malen geschreven, onder andere in mijn boek Indrukwekkende Vrijheid. (Als ik even reclame mag maken: meerdere lezers hebben me verteld dat het slothoofdstuk van dit boek ze meer naar Gods toekomst heeft laten verlangen - koop het boek snel, voor het uit de handel is!). Ik heb ook op deze blog uitgelegd hoe uniek de hoop is die dit verhaal ons biedt: Gods belofte dat de dood ons nooit definitief zal scheiden van de mensen en de wereld waar we van houden. Geen enkel afscheid is definitief, geen enkel verval is onomkeerbaar. “Het sterfelijke wordt door het leven verslonden” (2 Korintiers 4:4). De schepping zal ‘zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt’ (Romeinen 8:21). Wie zijn leven ziet in het licht van het Verhaal van God hooft nooit meer bang te zijn dat zijn liefde zinloos is, of dat zijn inspanning tevergeefs is. “We vreesden ernstig voor ons leven”, geeft Paulus toe. “Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt, die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar. Op Hem hebben we onze hoop gevestigd. Hij zal ons altijd redden” (2 Korintiers 1:9,10).

Maar er moet een reden zijn om aan deze belofte geloof te hechten. Je kunt niet maar gokken dat er ooit een opstanding of herstel zal plaatsvinden. Daarvoor is het te belangrijk. Paulus heeft een solide basis voor zijn overtuiging. Hij baseert zijn geloof op de opstanding van Jezus uit de dood. “Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.” (1 Korintiers 15:20). Dit is de hoeksteen van het Christelijke geloof. “Als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos ... dan bent u nog een gevangene van uw zonden en worden de Doden die Christus toebehoren niet gered” (v14,17). Hier draait het dus om: de vraag of het verhaal dat Jezus vertelt inderdaad het Verhaal van de Werkelijkheid is, of schoonheid, intimiteit en avontuur werkelijk betekenis hebben, of liefde zin heeft, hangt ervan af of Jezus uit de dood is opgestaan.
De opstanding van Jezus is echter niet wetenschappelijk te bewijzen. Als deze inderdaad plaatsvond, was het een eenmalige gebeurtenis waar geen video-opnames van bestaan, geen foto’s of andere tastbare aanwijzingen. Trouwens, die zouden vervalst kunnen zijn. Wat we hebben zijn de verhalen die zijn opgetekend in de vier evangeliën. Die zijn opgeschreven als ooggetuigenverslagen. De opgetekende details komen overeen met wat bekend is uit andere bronnen, de stijl is vaak zakelijk en niet opgesmukt, en de discipelen (latere leiders uit de kerk) worden niet als heiligen afgeschilderd: het lijken dus betrouwbare documenten. Als je ze zo ziet lijkt er inderdaad iets bijzonders gebeurd te zijn: het graf waar Jezus begraven was, was leeg, en er waren mensen die de gekruisigde na zijn dood hebben gezien en zo van zijn werkelijkheid overtuigd waren dat ze bereid waren daarom te sterven. En de voorgestelde alternatieve verklaringen voor deze historische feiten zijn niet bevredigend. Maar dit bewijst niets. Het vraagstuk van Jezus’ opstanding omvat dus de historie, maar overstijgt deze tegelijk. Op dit gebied kan onze gebruikelijke manier van kennen - de wetenschappelijke kenmethode - ons niet verder helpen. Er zullen geen feiten boven tafel komen die onomstotelijk het wonder zullen aantonen.
Gelukkig is de ratio, het verstand, niet de enige manier om de wereld te bezien. Een andere manier van kennen is de liefde. De Britse theoloog N.T. Wright schrijft in zijn geweldige boek Surprised by Hope: “Love is the deepest mode of knowing, because it is love that, while completely engaging with reality other than itself, affirms and celebrates that other-than-self reality.” Wie mensen is gaan liefhebben als individuen, wie de uniciteit van de schepping is gaan waarderen, weet dat deze mensen en voorwerpen een eigen, onvervangbare betekenis hebben. Die weet dat ze eeuwigheidswaarde hebben. Dat weet hij op een manier die niet wetenschappelijk te omschrijven is, maar die net zo zeker is als de zekerste wetenschappelijke theorie. Zekerder zelfs, want theorieën verdwijnen. Ons kennen schiet tekort, zegt Paulus, maar “de liefde zal nooit vergaan” (1 Korintiers 13:8). En omdat we liefhebben, weten we dat de prachtige mensen met wie we omgaan, en de schitterende wereld waarin we leven, niet voor altijd verloren kunnen gaan, maar dat God ze nieuw leven zal geven. Zoals God zijn zoon van wie hij hield, niet in het graf achterliet, maar hem opwekte uit de dood.
Stefan Paas stelt zich in het boek De Crux de vraag waarom de ene persoon een bepaald argument voor God sterk vindt, maar de ander niet. Zijn antwoord: “Wij WILLEN allemaal graag dat sommige dingen waar zijn en andere niet. Ten diepste worden mensen dus christen omdat ze VERLANGEN dat het waar is. En andersom. De grote Augustinus zei het al: wij zijn niet zozeer denkende wezens, als wel liefhebbende wezens. Dat ik een christen ben, heeft meer te maken met liefde dan met argumenten.” N.T. Wright citeert de filosoof Wittgenstein, die ditzelfde zegt: “It is love that believes the resurrection.” Als we werkelijk liefhebben, weten we plotseling hoe we het lege graf en de verschijningen van Jezus moeten interpreteren. Dan is de verklaring dat Jezus werkelijke leefde de enige die nog overtuigingskracht heeft. Dan krijgen we opeens hoop dat er werkelijk verandering mogelijk is, dat de machthebbers van deze wereld niet het laatste woord hebben en dat de laatsten de eersten zullen zijn. We krijgen opeens het vertrouwen dat God ook ons niet aan de dood zal overgeven, maar dat we zullen leven, ook al sterven we. En we blijven daaraan vasthouden, ondanks alle teleurstellingen in de kerk en andere gelovigen, of in ons eigen falen, of in de wereld om ons heen. Op deze manier, doordat we liefhebben, kunnen we ‘niet zien en toch geloven’ (Johannes 20:29). De christelijke geloofszekerheid is geworteld in de liefde.

Uiteindelijk zien we opnieuw dat het Verhaal zich afspeelt op drie niveaus. Het Grote Verhaal dat Jezus kwam vertellen - het goede nieuws van het Koninkrijk van God - doet ons verlangen naar werkelijke schoonheid, werkelijke intimiteit en werkelijk betekenisvol leven. Het doet ons verlangen naar liefde. Doordat we daarnaar zijn gaan verlangen, zien we het Verhaal van Jezus - de ultieme ‘underdog’ die tot in de dood afdaalt, maar door God wordt gered en nieuw leven krijgt - als de realiteit, als de Waarheid. Jezus IS het Verhaal van God. En daardoor krijgen we hoop en vertrouwen voor het verhaal van ons leven. We accepteren onze zwakheid, en durven zelfs de dood in de ogen te kijken “omdat we geloven en weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons ... naar zich toe zal voeren.” (2 Korintiers 4:14).