Posts tonen met het label psychologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psychologie. Alle posts tonen

woensdag 31 juli 2013

Mijn favoriete films (2): 15 tot 6

We vervolgen mijn persoonlijke top 25 van films, de films waar ik steeds naar teruggrijp, die tot mij spreken, die mijn favorieten zijn. Een persoonlijke lijst, en ik vind het zelf ook interessant om te kijken wat deze films over mij (lijken te) zeggen. In elk geval veel idealistische hoofdpersonen, die staan voor waarden als vrijheid en bereid zijn heel ver te gaan om anderen te bevrijden. En veel films waarin mensen een glimp opvangen van een andere wereld, daarnaar gaan verlangen, en alles willen achterlaten om die wereld te vinden. En die twee thema's zijn niet eens zo verschillend ...

15    Spider-Man 2
Waren de superhelden die de vorige eeuw in de bioscoop verschenen miljonairs of buitenaardse wezens, in de eenentwintigste eeuw waren het doodnormale mensen die op de een of andere manier bijzondere krachten verwierven. De films illustreerden opeens de worstelingen die we allemaal wel eens ervaren, maar dan uitvergroot. In de Spider-Man stripverhalen gebeurde dat al voortdurend, met een held die voortdurend platzak is, problemen heeft in de liefde, en zijn identiteit geheim moet houden voor zijn tante. En hij werd niet voor niets een van de grote successen in de bioscoop. In deze film loopt hij tegen zijn grenzen aan en moet hij zijn motieven onder de loep houden. Slooft hij zich uit omdat hij denkt iets te moeten bewijzen, of wordt hij gedreven door oprechte liefde? Ik herken veel van Spideys overspannenheid. En in Dr. Octopus heeft hij in deze film een fascinerende tegenstander, die nogmaals suggereert dat we onze motieven steeds kritisch tegen het licht moeten houden. Geweldige actiescènes ook!

14    The Prince of Egypt
Bijbelverhalen in de bioscoop, dat gebeurt niet heel vaak. En dan nog in de vorm van een tekenfilm, die zich wel vrijheden veroorlooft, maar toch de kern van de geschiedenis overeind laat (inclusief een spookachtige engel des doods). De film maakt met prachtige beelden en geweldige muziek duidelijk dat God er niet van gediend is dat mensen andere mensen als slaven gebruiken. Maar de film toont ook iemand die worstelt met zijn roeping, die moet afrekenen met schaamte en een negatief zelfbeeld, en opkomt voor wat goed is, zelfs als hij daarmee tegenover zijn beste vriend komt te staan. De scene waarbij Mozes de babymoord beleeft maakt mooi gebruik van Egyptische elementen, en de psychologie van Ramses is behoorlijk genuanceerd uitgewerkt.

13    Nausicaa and the Valley of the Wind
Animatie is geen genre, maar slechts een vorm. Zoals ‘zwart wit films’ ook geen genre in zichzelf zijn. In het westen wordt animatie gebruikt voor het vertellen van kinderverhalen en met name sprookjes, maar in Japan worden echt allerlei soorten verhalen verteld met behulp van dit medium. Ook postapocalyptische sciencefictionverhalen, met een milieubewuste heldin, enorme insecten en de komst van een geprofeteerde Messias, zoals deze film. Hayao Miyazaki heeft een oog voor schoonheid (vooral de schoonheid van wolken boven landschappen, en van de natuur, hoe vreemd aan die van ons ook), en in plaats van een dimensionale vrouwelijke karakters schept hij hoofdpersonen die werkelijk mens zijn en hun mannetje staan. Ze hebben ook geen romance nodig om een betekenisvolle rol te spelen in het verhaal. Nausicaa staat voor een pacifistische, geweldloze oplossing van het conflict, maar dat zou van haar wel eens een groot offer kunnen vergen ...

12    The Tree of Life
Filmmaker Terence Malick is meer een poeet dan een regisseur. Hij vertelt niet zozeer een verhaal, maar laat een reeks associaties zien, scenes die naar elkaar verwijzen en uiteindelijk een beeld vormen. Dit is een verhaal dat heel klein is: een jongetje groeit op met een strenge vader en liefdevolle moeder en moet als volwassen man kiezen door wie van die twee hij zich vooral wil laten vormen. Maar tegelijk is het verhaal heel groot: het loopt van de oerknal tot het moment dat de zon als rode reus de Aarde opslokt (met onder andere dinosauriërs er tussenin). Een film die laat zien hoe de wet de dood brengt, maar uiteindelijk ook de deur naar verzoening toont. Een film die je moet ondergaan, in plaats van hem in eerste plaats te willen begrijpen. Een film die in zichzelf al een ‘geestelijke discipline’ kan zijn.

11    Contact
Ik sta met een been in de wereld van het geloof, en met een been in de wereld van de wetenschap - maar zijn die werelden echt zo van elkaar gescheiden? Of hebben ze het alleen maar over andere aspecten van dezelfde werkelijkheid? Deze film confronteert uitgesproken atheïstische wetenschapper Ellie met voorganger Josh, die een ervaring met God heeft gehad. Ellie zoekt naar buitenaards leven, omdat ze gelooft dat het bestaan daarvan haar leven zin geeft. Dat is eigenlijk een religieus verlangen. En hoewel ze geen antwoord vindt dat ze wetenschappelijk kan bewijzen, heeft ze een diep persoonlijke ontmoeting die haar voor altijd zal veranderen. Een ontmoeting die eigenlijk niet verschilt van die van Josh. De beelden van de reis door het wormgat zijn fantastisch, maar ook de manier van werken op een astronomisch observatorium zijn goed in beeld gebracht. Een passend ambigu einde.

10    Tangled
Sprookjes worden generatie na generatie doorverteld. Dat gebeurt omdat ze diepe waarheden bevatten die resoneren met generaties van luisteraars. En elke generatie geeft er een nieuwe draai aan. Disney bracht een nieuwe versie uit van het verhaal van Rapunzel. Deze versie toont een meisje dat verlangt zichzelf te ontplooien, maar wordt tegengehouden door een moeder die haar magische haar voor haar eigen goed wil gebruiken. De kwade kracht van manipulatie en leugen wordt in beeld gebracht, maar ook de kracht daartegenover van opofferende liefde. Een mooie romance die het beste in twee mensen naar boven brengt, de zoektocht naar ouders, die naar hun kind blijken te zoeken (zoals God naar ons zoekt al voor wij naar hem zoeken), de vervulling van het hartsverlangen ‘Save what once was lost’. Een (ontroerend) einde met een werkelijke ‘deus ex machina’. Wat wil je meer van sprookjes? God manipuleert ons niet om er zelf beter van te worden, maar nodigt ons uit om hem te zoeken via schoonheid en relaties. En dan zijn er de hilarische kameleon en het paard als bijfiguren. Een film die de aanduiding ‘Disney Classic’ echt waard is.

9    Batman Begins
Eerdere Batman-films namen het karakter eigenlijk niet serieus, maar deze film toont vooral de mens achter het masker. Bruce Wayne was getuige van een verschrikkelijke tragedie, en wil aanvankelijk niets anders dan wraak. Maar daarmee is hij net zo slecht als degene op wie hij zich wil wreken. De League of Shadows verleidt hem met het aanbod van absolute, onpersoonlijke rechtvaardigheid. Maar ook dat is niet de weg. In de aanpak van Bruce staat medeleven centraal. Hij staat tussen de inwoners van Gotham en de criminelen aan de ene kant, en de rechters aan de andere kant. En hij bestrijdt de angst die beide zijden zaaien. Aan de andere kant: Bruce gaat zo op in zijn missie, dat hij zichzelf dreigt kwijt te raken. En dat kan niet de bedoeling zijn, toch? Ik ben zelf ook een idealist, en zie in deze Batman daarvan de gevaren en de uitdagingen. En ik geniet van de scenes tussen Bruce en zijn mentor, overtuigend gespeeld door Liam Neeson.

8    The Abyss
Er staan in mijn persoonlijke top 10 drie films van James Cameron. Het zou interessant zijn eens na te denken waarom de films van deze filmmaker me zo aanspreken. Ze zijn namelijk niet per se heel diep (ha!) wat het verhaal betreft. Maar aan de andere kant zijn niet voor niets twee van de meest succesvolle films aller tijden van Camerons hand. The Abyss is een van zijn vroege films en een heel persoonlijk project van hem na het verfilmen van de verhalen van anderen. Een groep duikers in een onderzees boorplatform krijgt gezelschap van mariniers op zoek naar een gezonken onderzeeër. In de omgeving worden vreemde signalen waargenomen. Zijn die afkomstig van de russen? Of van een heel andere beschaving? Terwijl paranoia het booreiland in zijn greep krijgt, breekt aan de oppervlakte een grote storm los. Ondertussen durft een van de duikers een open geest te houden en verder te kijken dan de anderen. Maar zal de hoofdpersoon handelen naar wat zij gezien heeft en zijn leven op het spel zetten voor wezens die hij nooit zelf gezien heeft?  De afdaling langs een onderzeese rotswand is een van de meest indrukwekkende scenes ooit (maar de confrontaties tussen onderzeeërs en de gloeiende wezens die in beeld komen doen ook de rillingen over mijn rug lopen). Met een briljante rol van Ed Harris.

7    The Lion King
Een film met mythische kracht. Van de rijzende zon als opening, tot de stampede, tot de confrontatie met de fascistische Scar. Dit is een film, die ook al zijn de hoofdpersonen leeuwen, gaat over het mens-zijn. Wat mij vooral aanspreekt, is de zoektocht naar identiteit. Simba heeft vernietigende boodschappen meegekregen in zijn jeugd (ik ben zelf bijvoorbeeld gepest en dat heeft mij aan mezelf doen twijfelen), hij is sindsdien op de vlucht en doet zich voor als onverantwoordelijke wildebras (wat John Eldredge ‘the poser’ noemt). Maar hij kan zelf zijn identiteit niet genereren. Hij moet die ontvangen van zijn vader. Identiteit is een geschenk. Hij moet zich herinneren wie hij altijd al geweest is, de zoon van zijn vader. Pas daarna kan hij zijn roeping vervullen, en de leugens confronteren. En dat alles met fantastische muziek en geweldige stemmen. Timon en Pumba zijn hilarisch, en Sazu is heerlijk droog (met de stem van Mr. Bean himself, Rowan Atkinson). Dit is een epische tekenfilm.

6    Titanic
Ja, het was de favoriete film van talloze tienermeisjes. Maar ook ik vond hem gaaf. Titanic was de eerste film die ik (na The Lion King) in de bioscoop zag, en de film die mij voor eens en voor altijd een filmfan maakte. Ik werd opgeslokt door het verhaal, leefde mee met de karakters, en begon direct na afloop associaties te maken en parallellen te trekken met het leven. Een gewoonte die ik heb gehouden. Ik zie de film niet als weergave van historische gebeurtenissen (bepaalde personen blijken in een te negatief licht te zijn gesteld), maar als de weergave van de moderne mythe van Titanic. Het schip is een ‘microcosmos’ van de wereld. We zijn allemaal opvarenden, en weten dat de dood er voor ons allemaal aankomt. En aan ons wordt de vraag gesteld: wat doen we in de tussentijd? Waar zetten we ons voor in? Wat is voor ons belangrijk? Het is een film over redding. Rose zegt over Jack: Hij redde me op elke manier waarop iemand gered kan worden - niet door haar van de verdrinkingsdood te redden aan het eind, maar al eerder, toen hij zich met haar associeerde op haar dieptepunt, toen ze op het punt stond zelfmoord te plegen: ‘You jump, I jump’. Dit is volgens mij ook wat Jezus voor ons gedaan heeft. En door over deze film na te denken realiseerde ik me eigenlijk voor het eerst dat het er in het christelijk geloof om gaat dat we leven ‘in al zijn volheid’. En de beelden van de Titanic onder water zijn natuurlijk erg indrukwekkend.

vrijdag 12 april 2013

Filmbespreking: Extremely Loud & Incredibly Close

Het was op mijn blog de laatste tijd erg rustig wat filmbesprekingen betreft. Ik ging zo op in het schrijven van de laatste hoofdstukken van De Krakenvorst, boek 1: Keruga, dat ik daar in het weekeinde niet mee wilde stoppen. Nu heb ik de tekst echter af, en heb ik weer tijd en aandacht voor andere schrijftaken. Zoals het herschrijven van De Derde Macht. Maar ook: filmbesprekingen. Ik vind het namelijk erg leuk om mijn gedachten over films met jullie te blijven delen. Ik blijf de mening toegedaan dat verhalen een van de belangrijkste manieren zijn, zo niet de belangrijkste, waarop wij veranderen. Niet zozeer omdat ze ons denken veranderen, niet op een rationele manier, maar omdat ze beelden in ons hart vormen, beelden waaruit onze verlangens ontstaan en waar ze aan refereren, en wij maken weer keuzes op basis van die verlangens. Wie denkt zomaar elk boek te kunnen lezen en elke film te kunnen kijken, zonder dat het hem iets doet, houdt zichzelf voor de gek. Verhalen doen wel degelijk iets met je. Daarom is het belangrijk er over na te denken wat. Voor mij helpt schrijven daarbij. De komende maanden hoop ik dus weer met enige regelmaat films te bespreken op mijn blog.

De eerste is Extremely Loud & Incredibly Close, een film uit 2011. Hoofdpersoon is het elfjarige jongetje Oskar Schell, die een jaar eerder zijn vader verloor op 11 september. Zijn vader was toen net aanwezig in een van de torens van het World Trade Center. Dat zoiets enorm traumatiserend is, spreekt vanzelf. Daar komt nog bij dat Oskar een geweldige band met zijn vader had: ze begrepen elkaar, zijn vader stimuleerde hem, en bemoedigde hem. En dat was weer belangrijk omdat er niet veel mensen zijn die Oskar begrijpen. Hij is niet per se een standaard elfjarige. En dan is er ook nog een geheim dat hij sinds die bewuste dag met zich meedraagt, een geheim dat hem dreigt te verteren.
Een van de dingen die zijn vader voor Oskar deed, was speurtochten uitzetten. Als Oskar op een dag in een blauwe vaas een sleutel vindt, realiseert hij zich dat zijn vader nog een laatste opdracht voor hem had. De enige andere aanwijzing is de naam ‘Black’. Dus Oskar vat het plan op om methodisch elke ‘Black’ in New York af te gaan, op zoek naar het slot waar de sleutel op past. Dat dwingt hem ertoe zijn eigen angsten te overwinnen. En het plan brengt hem in contact met bijzondere mensen. Niet in het minst de zwijgzame huurder van zijn oma, in het gebouw tegenover dat van zijn ouders, die een eigen geheim koestert.

Mijn vriendin en ik vonden dit een mooie film en hebben er een tijdje over zitten napraten. Dit was vanwege de goede acteerprestaties, van onder andere Tom Hanks en Sandra Bullock in kleine rollen en veteraan Max von Sydow (kwetsbaar en ontroerend). Verder is het verhaal mooi gemaakt, met een paar verrassende vondsten (zo kom je als kijker informatie waarvan je aanvankelijk denkt dat die erg belangrijk is, nooit te weten) en mooie beelden. De gebeurtenissen zijn misschien te toevallig om echt gebeurd te kunnen zijn, maar dit is geen probleem als je het verhaal ziet als een fabel over het verwerken van 11 september. Maar vooral vonden we de film mooi omdat we ons allebei (om verschillende redenen) herkenden in Oskar Schell. Voor mij was het alsof ik mijzelf als tien/twaalfjarige terugzag op het scherm. Eindelijk iemand in wie ik mij kon herkennen!

Ik heb een aantal recensies van deze film gelezen op de internationale filmdatabase IMDb en een van de meest voorkomende kritieken op deze film is dat mensen het moeilijk vonden met Oskar mee te leven. Ze vonden hem een vreemd jongetje, vonden hem vervelend en onaardig, zouden hem in het echt niet willen kennen, enzovoorts ... Alleen al om deze reden gaven ze lage scores aan de film. Wat ik niet kan begrijpen - ten eerste omdat het duidt op een gebrek aan empathisch vermogen als je alleen kunt meeleven met volkomen aangepaste, populaire kinderen, en ten tweede omdat ik Oskar juist wel heel goed kon begrijpen. Maar goed, ik was als kind ook niet echt heel aangepast of populair. En ja, ik ben daarom ook gepest. Misschien wel door dezelfde types die nu deze film afkraken omdat Oskar niet normaal is.
De komende paragrafen worden behoorlijk persoonlijk. Wie niet wil lezen over mijn jeugdervaringen en een stuk zelfanalyse moet verder naar beneden scrollen, waar ik het zal hebben over een mooie religieuze parallel die ik in deze film meende te ontwaren.
Over naar het persoonlijke deel van deze filmbespreking dan maar. Volgens heel wat filmbesprekingen zou Oskar (hoog functionerend) autistisch zijn. Dat zou zijn vreemde gedrag verklaren. Maar ik denk dat dit te makkelijk is. In de film zelf zegt Oskar dat hij is getest op het syndroom van Asperger, maar dat de testuitslagen geen uitsluitsel gaven. De film zegt dus niet definitief dat hij deze ‘stoornis’ heeft. Ik denk zelf ook dat hij op sommige momenten juist heel gevoelig uit de hoek komt, op een manier die niet autistisch is te noemen. Ik las op internet bijvoorbeeld het volgende: “I know a boy in real life, about the age as the Oskar character, who has Asperger's. I have interacted with him several times, and he acts in no way like this character did in the film. He smiles politely when I meet him, says hello very stiffly and uncomfortably, and then goes to investigate the plumbing or the train schedule or this favorite subject, birds. He doesn't engage me in dramatic dialogue, berate me on moral topics, or conduct searing, soul-searching monologues at rapid-fire speed until he is out of breath and spent. He barely remembers my name each time we interact, and he has trouble showing his feelings or expressing any sense of emotion. This may be one aspect of the syndrome, but having been in contact with someone who is not a character in a movie reciting a script I can say I had a hard time accepting Oskar as having Asperger's.
Meerdere mensen hebben aan mij gevraagd of ik niet ook autistisch ben. Zelfs mijn moeder - vorige week nog. Bovendien kan ik het vaak heel goed vinden met mensen op het (hoog functionerende) autistische spectrum (en wederzijds: in mij hebben ze iemand die heel geïnteresseerd is in hun eigen interessegebied!). En ik herken vaak ook dingen van mezelf in hen. Maar ik ben behoorlijk goed in het lezen van non-verbale communicatie, en pik best goed gevoelens op van anderen. Ik heb geen gebrek aan ‘spiegelneuronen’. Toch deed ik laatst een zelf-test op autistische kenmerken. Ook bij mij was die test niet definitief, maar met mijn puntenscore zat ik in de categorie waarvan bij 86 procent uiteindelijk Asperger zou worden aangetoond (mijn score zou hoger zijn geweest zonder de vragen naar het interpreteren van lichaamstaal en het oppikken van emoties, oh, en over het lezen van fictie. Aspergers zouden daar niet van houden). In een draad op een forum waar ik de link naar de test had gevonden, las ik de interessante opmerking dat mensen die hoog scoren op de Aspergertest, vaak ook hoog scoren op de test voor HSP (Highly Sensitive Person), of hoogsensitiviteit. Ook zouden heel wat mensen met de diagnose ‘hoog functionerend autistisch’ verkeerd zijn gediagnosticeerd: ze zouden hooggevoelig zijn, en niet autistisch! Ik deed vervolgens ook de zelftest voor HSP, en wie schetst mijn verbazing: ik scoorde enorm hoog. Dat was eigenlijk geen verrassing. Ik heb jaren geleden eens het boek van Elaine M. Aron gelezen over hoogsensitiviteit, en sindsdien weet ik het al: ik ben hooggevoelig. Maar deze week besefte ik (ook na het kijken van deze film) nog eens goed wat een invloed dat in mijn leven had en nog steeds heeft. En dat ik er ook daadwerkelijk rekening mee mag houden in mijn leven en het niet hoef te overschreeuwen.
Mijn voorzichtige suggestie is dat Oskar in de film ook hoogsensitief is. Dit verklaart niet al zijn eigenschappen, maar wel veel. Veel andere dingen komen voort uit zijn diepe trauma en schuldgevoel. We zien ook een aantal echt hoogsensitieve gedragingen: zo legt Oskar soms een voorwerp tegen zijn wang om het te voelen. Hij geniet van het aanraken van dingen. (Ik streek als kind al graag met mijn vinger over mos, vooral bloeiend mos. Een van mijn eerste woordjes was: ‘mosje’). Oskar ervaart prikkels als luide geluiden, en drukke omgevingen al snel als heel overweldigend (mooi in beeld gebracht). Ik voel me in een drukke supermarkt niet op mijn gemakt, en ervaar het geluid van een opgevoerde brommer, of een sirene, als fysiek pijnlijk. De wereld overweldigt me vaak. Oskar heeft zijn eigen manier gevonden om daarmee om te gaan (een tamboerijn). Ik had ook zo mijn manieren. Oskar is aan de ene kant bang voor mensen (dat herken ik ook), en is aan de andere kant soms veel te goed van vertrouwen (same here, als kind). Hij lijkt in een eigen wereld te leven, gebruikt heel moeilijke woorden en beschikt over detaillistische kennis over allerlei onderwerpen (eh, ik hoef niet uit te leggen waarom ik mezelf daar in herken, toch?). Zijn hooggevoeligheid maakt hem kwetsbaar, maar hij is tegelijk heel moedig - mede doordat zijn vader hem stimuleert durft hij het leven toch aan te gaan. Dat ontroerde mij wel (mijn ogen werden zelfs even vochtig). Ik wou dat ik ouders had gehad die me zo goed kenden en op zo’n goede manier stimuleerden. Wie niet hoogsensitief is, begrijpt misschien niet goed waarom Oskar zo moedig is (“Dat kan iedereen toch? Daar heeft hij toch geen tamboerijn voor nodig?”), maar ik weet beter. Oskar is een held!

Genoeg over hoogsensitiviteit - ik hoop er nog vaker over te schrijven, als ik verder nadenk wat het betekent voor mijn leven. Het feit dat ik mezelf herkende in de hoofdpersoon was echter niet het enige dat de film in mijn ogen een succes maakte, ik vond het verhaal zelf ook ontroerend en zag er een mooie parallel in met de menselijke zoektocht naar God. Het is natuurlijk duidelijk dat het verhaal op een bepaald niveau een fabel is over de verwerking van 11 september - de film zegt niet alleen iets over het individuele effect van een gestorven vader, maar gaat ook breder over het effect van zulke rampen voor de mensheid. Oskar houdt op een bepaald punt in de film het volgende ‘nerdy’ betoog: Wat als de zon opeens zou verdwijnen? Het licht van de zon doet er acht minuten over om de Aarde te bereiken. Dus als de zon opeens zou verdwijnen, zouden we dat pas acht minuten later merken. Hij vergelijkt zijn vader met de zon, en zegt dat hij zoekt naar manieren om de ‘acht minuten’ langer te laten duren, om langer het gevoel te hebben dat zijn vader bij hem is, terwijl dat langzaam verdwijnt.
De vraag die mensen eigenlijk altijd stellen na een ramp als die van elf september is: “Waar was God?” Deze vraag is sinds de tweede wereldoorlog wel heel actueel geworden. ‘God na Auschwitz.’ Geconfronteerd met de gruwelijkste gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis -mensen die andere mensen met miljoenen uithongeren, martelen en vergassen, bevolkingsgroepen die worden uitgeroeid, verkrachtingen en moord, terrorisme en lijden (en natuurrampen, kernexplosies, aids en kanker)- ervaren de meeste mensen niet de aanwezigheid van God, maar juist zijn afwezigheid. Dit is trouwens van alle tijden, lees het boek Job maar. De afgelopen zeventig jaar hebben deze vraag echter wel heel acuut gemaakt. Juist op die momenten waarop we God het meest nodig hebben, wanneer ons leven op zijn grondvesten wankelt, als we behoefte hebben aan steun en troost, blijft de hemel zwijgen, en lijkt er niets anders te zijn dan ‘lucht en leegte’ (zoals Prediker al aangaf - ja, de bijbel kent deze ervaring van nutteloosheid. Er is inderdaad niets nieuws onder de zon.) De collectieve vraag die we ons stellen is: ‘Waar is God als het leven pijn doet?’ En het antwoord dringt zich op: misschien is hij er wel niet. Misschien is het heelal inderdaad leeg, is er alleen materie, is er geen God die zich om ons bekommert. Misschien is het leven inderdaad niets anders dan een nimmer aflatende strijd om het bestaan, waar de sterkste overleeft, en waar voor het individu niets anders overblijft dan te eten en te drinken, want morgen sterven wij. Dit is een nogal somber beeld op het leven, vooral voor mensen, die toch van nature betekeniszoekers zijn. Dus proberen we de ‘acht minuten’ te rekken - we zien de afgrond van leegte en betekenisloosheid onder ons opdoemen, en klampen ons aan elke strohalm vast om niet te hoeven toegeven dat we in existentieel opzicht alleen zijn.

Dit is wat Oskar doet met de sleutel die hij vindt in de vaas. Hij denkt dat dit een laatste boodschap is van zijn vader, en dus doet hij er alles aan om het slot te vinden waar de sleutel op past. Hij gunt zichzelf geen rust, maar gaat verder dan redelijk is. Hij is behoorlijk fundamentalistisch geworden waar het de sleutel betreft - er is geen tijd om bijvoorbeeld naar de film te gaan, en hij is hard tegen zijn moeder, die zijn zoektocht niet lijkt te begrijpen. Is het heel vergezocht als ik hier een parallel zie met hoe heel wat christenen omgaan met wat zij zien als de boodschap van God, de bijbel? Is de zekerheid die zij zo claimen te bezitten omtrent het woord van God niet in zeker opzicht een vergelijkbare angstreactie, ingegeven door het dreigende gevoel van Godsverlatenheid? Want ook christenen zijn niet blind, ook christenen kijken het journaal, en worden geconfronteerd met gebeurtenissen die op het eerste gezicht niet in verband te brengen zijn met een goede, almachtige God. En de psychologische reactie daarop is vaak het claimen van absolute zekerheid, een zekerheid die nergens door aan het wankelen kan worden gebracht. De bijbel moet worden verdedigd in felle discussies, waarbij de eigen interpretatie wordt gezien als absolute waarheid, en individuen die anders zijn dan de spreker worden beschadigd (denk aan discussies over homoseksualiteit onder christenen, of de rol van vrouwen in de kerk). Menzen zien de bijbel en hun theologie als het laatste bolwerk tegen de duisternis, als ook dit aan het wankelen wordt gebracht, vallen ze zelf. Fundamentalisme is een vorm van angst. Net als het opgeven van de hoop aan de andere kant dat is.
De sleutel blijkt geen boodschap van Oskars vader - en (ja, het is schokkend) net zo is de bijbel volgens mij niet Gods boodschap aan ons. Niet op de manier zoals hierboven beschreven. De bijbel is niets meer dan woorden gedrukt op papier. (Niet dat de bijbel niet waardevol is! Maar in zichzelf biedt de bijbel geen hoop - zoals inkt op papier nooit hoop kan bieden). Maar omdat Oskar zo vasthoudt aan de sleutel, omdat hij zich daar zo op fixeert, zo fundamentalistisch is, ziet hij niet dat de hoop die hij nodig heeft al lang aanwezig is. In de mensen die hij spreekt, die hem binnenlaten in hun huis, die hem opnemen in hun gezin, die voor hem bidden, hem een kraan laten besturen, die hun leven met hem delen en hem met respect behandelen. En in zijn moeder, die er bijna wanhopig op wacht dat Oskar haar binnenlaat en zijn pijn met haar deelt. Want als er iemand is die Oskars pijn kan herkennen en hem kan troosten is zij het, want zij kende immers dezelfde vader.
Oskar voelt zich losgesneden van ouderliefde, maar dat is hij niet werkelijk. Maar Oskar is niet in staat de liefde van zijn moeder te voelen, vanwege het geheim dat hij met zich meedraagt. Hij heeft iets nagelaten, iets dat hij nu al een jaar met zich meedraagt en waar hij zich enorm schuldig over voelt. Ik heb mij om veel kleinere dingen schuldig gevoeld (ja, ik heb hoogsensitief), en kon dit daarom enorm goed herkennen. Ik kon ook herkennen dat hij zich zelfs afzette tegen zijn moeder - omdat hij zich zo schuldig voelde. Dit schuldgevoel is een van de motoren achter zijn vasthoudende zoeken naar het slot. Zo werkt het met religie ook - ik weet dat een groot deel van mijn eigen moeten en behoren op religieus gebied voortkwam uit schuldgevoel. Ik dacht dat ik tekortschoot en dat ik dat kon opheffen door heel hard voor God te werken. Niet dat het schuldgevoel daar ooit door verdween, het betekende alleen dat ik nog veel harder moest werken. En de boodschappen die ik in de kerk ontving hielpen nooit dat schuldgevoel te verminderen, maar deden me alleen nog maar schuldiger voelen. Bijvoorbeeld als mensen zeiden dat ook als ik al christen was elke zonde die ik deed het lijden van Jezus aan het kruis nog zwaarder maakte. En ik werd er al elke zondag aan herinnerd dat het mijn zonden waren waarvoor hij zo had geleden. Ik was schuldig aan zijn dood en elke dag voegde ik daar door mijn zonden nog aan toe. Nee, dat is geen basis om jezelf te accepteren.

Het tragische in het verhaal is dat Oskar het gevoel had dat hij naar zijn vader toe tekort is geschoten, dat hij er niet voor zijn vader was toen die hem nodig had, terwijl het juist andersom was: zijn vader probeerde er juist te zijn voor Oskar, probeerde hem gerust te stellen, probeerde hem te zeggen dat hij van hem hield. Zo denken wij (of denk ik) ook vaak dat ik iets voor God moet doen, dat ik naar God toe tekort ben geschoten, dat God teleurgesteld in mij is. Terwijl niets verder van de waarheid kan zijn. Kijk naar de gelijkenissen die Jezus vertelt, en hoe hij omgaat met hoeren, tollenaars en melaatsen. God is niet teleurgesteld in hen of in mij. God is juist voor ons! Hij wil ons met hem verzoenen! Hij is op zoek naar ons. Wij hoeven niet iets voor hem te doen of te betekenen, Hij wil juist alles voor ons betekenen en doen. Wij hoeven hem niet lief te hebben. Hij heeft ons eerst liefgehad. En wij hebben lief, omdat Hij ons heeft liefgehad. Niet andersom! Nooit andersom! Oskars moeder houdt ook van Oskar, zelfs als hij lelijk naar haar is of haar kwetst met zijn woorden. Haar liefde voor hem verandert nooit!
Oskars instelling verandert pas als hij eerlijk is naar een van de mensen die hij ontmoet en zijn twijfels en schuldgevoel benoemt. En in een van de meest ontroerende scenes die ik de laatste tijd gezien heb, vraagt hij om vergeving. Het karakter spreekt vergeving uit. Wauw! Wat hebben we het nodig om dat te horen! Om te horen dat we vergeven zijn! Om te horen dat we er mogen zijn! Om die last van schuldgevoel kwijt te raken! We zouden dat soort dingen vaker tegen elkaar mogen zeggen! Ik geloof dat het een van de rollen van de kerk is in ons leven om die vergeving uit te spreken. Niet om ons weer lasten op te leggen, maar om Gods vergeving te communiceren. Dit karakter doet het namens de vader van Oskar, de kerk doet het namens de Vader.
En zo ontmoet Oskar zijn vader - niet via de sleutel, maar via mensen. Ik denk dat dit ook is hoe wij God blijven ontmoeten ook na Auschwitz en na 11 september.  We ontmoeten God in de personen met wie wij ons leven delen. In onze naaste. (God is altijd persoonlijk. Hij openbaart zich niet in een boek, maar in een persoon, de mens Jezus Christus. God is relationeel!) Niet voor niets zegt de bijbel dat we onze naaste moeten liefhebben, en zegt Jezus in Mattheus 25 confronterende dingen over hoe we Jezus ontmoeten als we onze naaste bezoeken, te eten geven of te drinken geven. Dit is essentieel! God is relatie (drie-eenheid) en relatie is dus een beeld van God, of zelfs goddelijk. Wie liefheeft kent God, zegt Johannes. Wie niet liefheeft kent God niet. En deze relaties, de liefde die we ervaren via mensen, is er nog steeds ook na bovengenoemde rampen. En ze vormen een teken dat de Goddelijke liefde er ook nog steeds is. Want hoe zouden mensen kunnen liefhebben, werkelijk liefhebben, in een universum dat volledig leeg zou zijn? Ook hier ligt de liefde van Oskars ouders echter uiteindelijk, ten grondslag aan de liefde die hij ervaart van de mensen die hij op zijn reis ontmoet. Oskars moeder speelt er een belangrijke rol in (hoe, dat ga ik hier niet uitleggen, je moet de film zelf maar kijken!).

En dus, als Oskar de liefde ervaren heeft van de mensen die hij ontmoet heeft, kan hij terugkeren naar zijn moeder, en accepteren dat zij al die tijd al zielsveel van hem hield. Hij keert terug en laat zich omarmen (let op: in de gedeelde ervaring van het lijden - daarin is Oskars moeder een beeld van Christus). Hij is geen wees geworden. En ook wij zijn door Jezus niet als wezen achtergelaten. De Heilige Geest, de trooster, werkt in ons, wekt liefde in ons op en doet ons elkaar liefhebben. We mogen terugkeren naar de Vader. Niet met de valse zekerheid van een fundamentalistisch vastklampen aan de ‘waarheid’, wat die ook moge zijn, maar met een openstellen voor liefde. Want, dat zegt de bijbel ook, God is helemaal geen waarheid. God is Liefde.
Elke film die me daaraan herinnert, is een goede film!

dinsdag 27 maart 2012

Filmbespreking: A Dangerous Method

Ik lees vaak voordat ik naar de film ga de recensies. Ik wil namelijk graag weten waar ik aan toe ben. Maar het is gevaarlijk op de filmbesprekingen in de kranten af te gaan. Wat de recensent belangrijk vindt kan namelijk behoorlijk verschillen van wat je zelf mooi of interessant vindt. Dat was het geval bij A Dangerous Method - een aantal recensies zetten de film neer als saai, met het argument dat de hoofdmoot bestond uit gesprekken over ontdekkingen en theorieën. Maar wat hadden ze dan verwacht van een film over twee wetenschappers, wier denkbeelden de psychologie en de psychiatrie blijvend veranderden? Wie een film gaat zien over Sigmund Freud en Carl Jung kan er van uitgaan dat er intellectuele discussies in zullen voorkomen. Sterker nog: dat het verhaal door deze discussies verteld wordt. De gesprekken in deze film zijn namelijk zo dramatisch als de opwindendste actiescène in een James Bond film - zelfs zodanig dat tijdens een ervan een van de gesprekspartners op de grond stort. Er vliegen echter geen kogels door de ruimte, maar onuitgesproken verwachtingen, verborgen betekenissen achter literaire allusies, bewondering, haat, leugen en eerlijkheid. Sensatie hoeft niet in de grote gebaren te zitten, maar kan ook bestaan uit de plotselinge realisatie dat een verwijzing naar een Egyptische inscriptie eigenlijk een dolkstoot is. En ondertussen leer je als kijker ook nog het een en ander over de grondleggers van de psychoanalyse en hun uitgangspunten en dat alles in de prachtig verbeelde Wenen van het begin van de vorige eeuw. Wat wil je als kijker nog meer?

De film begint als Carl Jung een nieuwe patiënt in behandeling neemt: de jonge Sabina Spielrein, die wordt opgenomen wegens hysterische aanvallen. De psychiater wil een nieuwe behandelmethode op haar uitproberen, de ‘dangerous method’ uit de titel, waarover hij gelezen heeft bij zijn voorbeeld en inspiratiebron, Sigmund Freud. Het gaat om de psychoanalyse, waarbij vooral met de patiënt gepraat wordt, om hem of haar te laten zien welke oorzaak (vaak een frustratie uit het verleden) aan de symptomen ten grondslag ligt. Door zijn gesprekken met de jonge vrouw komt inderdaad een geschiedenis uit haar jeugd aan het licht, die grote invloed heeft gehad op haar leven. Haar klachten nemen daarna af. Het blijkt daarnaast dat Sabina Spielrein erg intelligent is. Ze wil zelf ook psychiater worden, en werkt al snel samen met Jung. Maar kan een behandelaar vriendschap sluiten met een van zijn patiënten? En wat als de niet verwerkte pijn uit haar verleden haar verlangens blijft misvormen? Wat als Jung zelf gefrustreerd is over zijn huwelijk, en angstig over de komst van kinderen die hem kunnen weerhouden van zijn creatieve werk? Het gevolg is een schandaal dat Jungs carrière in gevaar brengt en ook zijn relatie met zijn leermeester Freud, die als de dood is dat zijn geliefde psychoanalyse niet serieus zou worden genomen.

Dit is een film waarvan de kracht afhangt van de acteurs - en gelukkig zijn die goed op dreef. Vooral Keira Knightly, die in haar verbeelding van hysterie heel ver gaat (kan een kaak daadwerkelijk zo ver uitsteken?), maar ook later in het verhaal de kwetsbaarheid en gebrokenheid laat zien die onder het oppervlak van Sabina Spielrein steeds aanwezig blijven. Haar intensiteit is heel geloofwaardig. Viggo Mortensen speelt een Freud, die prat gaat op zijn inzicht en overtuigd is van zijn gelijk - zwaait hij daarom steeds met zijn sigaar, of is die in dit geval gewoon een sigaar? Michael Fassbender geeft vorm en inhoud aan Jung en zijn spel voert je mee in het verhaal. Niet alleen de oprechte empathie en plichtsgetrouwheid van Jung zijn overtuigend, maar ook zijn worsteling met zichzelf en zijn vertwijfeling. Ik kon in elk geval erg met hem meevoelen. De film is geregisseerd door David Kronenberg, die bekend is geworden met horrorfilms over de afkeer van het lichaam en verstoorde seksualiteit -precies thema’s waar Freud en Jung zich over bogen - en van wie uit interviews bekend is dat hij altijd interesse heeft gehad in de psychologie. Dit is geen horrorfilm, maar er is wel sprake van enkele seksscènes. Ik vond ze in dienst staan van het verhaal, maar iets meer suggestie had in het licht van het meer op gesprekken gebaseerde verhaal waarschijnlijk niet misstaan. Het is al met al niet een film voor iedereen, maar voor wie een rustig verteld verhaal over een belangrijk intellectueel onderwerp kan waarderen, alleszins aan te raden!

Deze film zette me zeker aan het denken. De drie psychiaters (Jung, Freud en Spielrein) hebben namelijk elk hun eigen ideeen over de drijfveren van de mens, en ik geloof ook dat de film althans ten dele toont waar deze ideeen toe leidden in de levens van de hoofdpersonen. Dat maakt het interessant om ze te vergelijken met de boodschap van het Grote Verhaal. Dat is een wat intellectuelere benadering dan ik gewoonlijk toepas bij films, waar ik naga hoe mijn emotie wordt aangesproken en hoe mijn verlangen naar schoonheid, waarheid en liefde wordt vervuld of opgewekt, maar in dit geval is het de meest geschikte.
Sigmund Freud staat er nog steeds om bekend dat hij de beweegredenen van de mens terugbracht tot de ‘driften’, waarvan de seksuele drift de belangrijkste was. Problemen zouden ontstaan door het verdringen - van traumatische ervaringen, of van de driften en verlangens zelf. De mens wordt dus beheerst door het onbewuste (zowel de onbewuste driften als de onbewuste verdringing). Genezing zou komen door het bewust worden van de verdrongen trauma’s of driften. Als men er bewust van was geworden, kon men ermee omgaan. Dit is wel een heel reductionistische benadering. Al de keuzes van mensen, al hun aspiraties en hun creativiteit, wordt teruggebracht tot onbewuste drijfveren, met name de seksuele. De mens als persoon wordt zo uit de vergelijking gehaald - hij is betekenisloos, een schip dat stuurloos door de golven wordt meegesleurd.
De theorieën van Freud zijn in onmin geraakt, maar het gereduceerde beeld van de mens is gebleven. Nu wordt er niet meer gesproken over driften of verdringing, maar wel wordt van de mens gezegd dat alles wat hij doet en nalaat te maken heeft met het succes in de voortplanting. Ditmaal niet op basis van psychologie, maar op basis van de biologie: de evolutie. De drijfveren van de mens liggen niet vast in zijn onderbewuste, maar in zijn genen. Bijna elk gedrag wordt verklaard doordat het hiel bij het doorgeven van de genen. Zelfs de creativiteit van kunstenaars wordt vergeleken met de vertoningen van dieren die indruk proberen te maken op het andere geslacht. Dat Rembrandt de nachtwacht schilderde is volgens de evolutionistische sociologie terug te voeren op de prieelvogel die een nestje bouwt en daarmee een vrouwtje probeert te lokken. Niet alleen misdaden of geweld, maar ook liefde en rechtvaardigheid kunnen met een handgebaar worden afgedaan: “Oh, dat doet hij of zij alleen maar, omdat ...” Dat gold voor Freud en dat geldt voor de evolutionisten van nu. De mens en wat hij doet heeft geen intrinsieke betekenis meer, er is geen sprake meer van ‘goed’ of ‘kwaad’. Er is geen verantwoordelijkheid meer, een mens hoeft zich niet meer te houden aan regels of te streven naar een ideaal. Vrijheid is gelegen in het volgen van de onbewuste driften, in het leven volgens de manier die door de evolutie is geselecteerd als de meest succesvolle.

Ik denk dat deze film twee valkuilen laat zien die hiervan het gevolg zijn. Freud is bijvoorbeeld zo overtuigd van zijn gelijk dat hij geen vragen stelt bij zijn motivaties. Hij herkent wel bij anderen waar ze gebonden zijn door repressie, maar ziet het niet bij zichzelf. Dat maakt hem kwetsbaar voor afwijzing. Aan de andere kant wordt Jung er door Otto Gross (een leerling van Freud) van overtuigd dat het ongezond is zijn verlangen naar Spielrein te onderdrukken. Zij wil het, hij wil het, waarom zou hij hen allebei frustreren door niet toe te geven? Hij komt hierdoor op een gevaarlijk pad, waarbij onder andere zijn huwelijk en zijn carrière op het spel komen te staan. Maar hij had beter kunnen weten: Otto Gross was niet voor niets als psychiatrisch patiënt opgenomen, en liet duidelijk zien welke negatieve effecten het heeft aan elke begeerte toe te geven (vooral voor anderen!). Hij had zich ook kunnen realiseren dat Spielreins trauma nog niet hersteld was en dat haar verlangen niet een teken was van gezondheid, maar van ziekte.
Het Grote Verhaal van de bijbel stelt hier tegenover dat mensen niet betekenisloos zijn, de producten van seksuele drift of evolutie, maar intrinsiek betekenisvol, omdat God hen naar zijn beeld heeft geschapen. De individuele mens heeft betekenis en waardigheid, in zichzelf. En ook wat de mens doet heeft betekenis en waardigheid in zichzelf. De menselijke creativiteit is betekenisvol: we scheppen omdat we geschapen zijn in het beeld van de Schepper. Het zoeken naar de waarheid heeft betekenis, omdat de Waarheid zelf de schepper is. En menselijke relaties hebben betekenis, liefde heeft betekenis, omdat de ander niet alleen een object is om jouw verlangen/evolutionaire drijfveer te vervullen, maar een mens die door God is geschapen.
Deze betekenis is niet wetenschappelijk vast te stellen - het is een geloofsfeit, dat niet kan worden ontdekt, maar moet worden aangenomen, moet worden ontvangen. Betekenis is iets dat wordt gegeven. Maar wie dit aanneemt, ontdekt dat hij daardoor niet zijn vrijheid verliest (wat Freud geloofde -religie was voor hem een vorm van onderdrukking en repressie) maar juist zijn vrijheid vindt. Hij ontdekt dat hij niet hoeft te worden geregeerd door zijn driften, maar dat hij ervoor kan kiezen het avontuur van de waarheid aan te gaan, relaties te beginnen met andere mensen, en schoonheid te maken en ervan te genieten. Dit betekent niet dat hij zijn verlangens weer moet onderdrukken - Freud had inderdaad gelijk dat we worden gedreven door verlangens (waarvan het seksuele verlangen een belangrijke is) en dat het onderdrukken van verlangens schadelijk kan zijn. Wat ons gezond maakt is niet het vrij zijn van verlangens, maar de vrijheid van onze verlangens. Dit betekent dat we de vervulling van ons verlangen loslaten, dat we het accepteren dat onze behoefte onbevredigd blijft, omdat we weten dat we betekenisvol zijn, en dat we pas echt tot vervulling komen als we leven als betekenisvolle wezens in een betekenisvolle wereld.

Toevallig genoeg had ik voor de film begon een gesprek met mijn vriendin over wat het betekent jezelf te zijn. Het is namelijk makkelijk te denken dat je jezelf bent als je je niet inspant, als je geen moeite hoeft te doen. Dat je het meest jezelf bent als je alles direct doet wat in je opkomt, en als je nalaat wat je moeilijk lijkt, of wat inspanning vergt. Maar dit is niet waar! Want zo wordt je bepaald als mens door wat op je afkomt. We kwamen tot de conclusie dat je het meest jezelf bent als je actief bent, niet als je passief bent. Als je actief kiest voor wat belangrijk en waardevol voor je is, en moeite doet voor wat betekenis voor je heeft. Je laat bijvoorbeeld niet jezelf zien als je het eerste het beste kledingstuk uit de kast trekt en dat aantrekt. Je laat jezelf zien als je bewust kiest wat je mooi vindt, wat een uitdrukking is van wie je wilt zijn. Dat wil zeggen dat je jezelf moet zien als belangrijk en waardevol, want anders zou je geen moeite doen voor jezelf.
In deze film zou Jung zich niet hebben hoeven laten meeslepen door lustgevoelens. Hij had ook kunnen besluiten dat hij werkelijk wilde liefhebben. Niet alleen Spielrein, maar ook zijn eigen vrouw. Hij had kunnen besluiten dat ook al was er weinig seksuele passie, dat zijn vrouw als persoon waardevol genoeg was om haar niet te bedriegen of te schande te maken. Die keuze voor de ander (die waardevol is in zichzelf) had hem ertoe kunnen brengen om eerlijk tegen haar te zijn, ook over zijn twijfels over bijvoorbeeld het aantal kinderen dat ze zouden krijgen. Dat had wellicht kunnen leiden tot een scheiding, maar die  eerlijkheid en echtheid hadden ook het vuur in de relatie kunnen terugbrengen, want als kijker krijg je de indruk dat Jung zijn vrouw expres gedeeltelijk buiten zijn eigen leven en zijn ontdekkingen houdt. Wat er ook zou zijn gebeurd: hij zou hebben gehandeld uit liefde en daarmee respect hebben gehad, voor zijn vrouw, voor Spielrein, en voor zichzelf.

Maar zijn we als mensen in staat om te kiezen voor de liefde, zijn we in staat om niet te handelen volgens onze driften, onze programmering, onze ik-gerichtheid? Jung gelooft van wel. Hij wil zijn patiënten niet alleen laten zien waar ze beschadigd zijn, waar ze gebroken zijn. Dat is namelijk volgens Freud het enige dat mogelijk is - de psychiater kan de patiënt niet genezen. Hij kan de patiënt niet veranderen. Hij kan alleen de pijn en de zwakheid aan het licht brengen. Voor Jung is dat niet genoeg. Hij wil de patiënt niet alleen laten zien hoe zwak of ziek hij is, maar hij wil hem of haar ook laten zien hoe gezond hij kan worden, hoe heel hij kan zijn. Hij wil de patiënt ook daadwerkelijk genezen. Daarom dat hij zich verdiept in de mythologie. Hij zoekt naar de betekenis gevende verhalen (wat bijvoorbeeld leidde tot termen als ‘het collectieve onderbewuste’). In de mythologie zit volgens hem de mogelijkheid van genezing.
In dit geval geef ik echter Freud gelijk. We zijn als mensen zwak. We kunnen onszelf niet veranderen, en anderen al helemaal niet. We kunnen iemand anders niet geestelijk gezond maken. We zijn machteloos. Dit is ook de boodschap van het Grote Verhaal - want dat is het verhaal van onze zwakheid. Verandering wordt niet door ons tot stand gebracht. Sterker nog: daar waar wij mensen proberen te genezen, laten we geen ruimte voor de Grote Geneesheer. Doordat wij zo bezig zijn met iemand, kan Hij niet meer in de buurt komen. Elke genezing, elke verandering in iemands leven, wordt namelijk door Hem tot stand gebracht (zelfs als hij daarvoor onze woorden en onze inspanningen gebruikt, want hij werkt net zo goed door het materiële als door het geestelijke). Het is Gods tegenwoordigheid die geneest. Wij moeten dus niet de illusie hebben dat het van ons afhangt, maar inderdaad (zoals Freud betoogde) iemand de ogen openen voor de eigen zwakheid, en hem in de aanwezigheid te brengen van de God die leven kan brengen in de dood, wiens kracht in zwakheid wordt geopenbaard. Wij (en onze medemensen en patiënten) hebben niets anders nodig dan zijn genade.
De blik van de patiënt, en onze blik trouwens ook, want wij zijn net zo goed patiënten, moet dus niet naar binnen gericht blijven, maar moet naar buiten gericht zijn. Jung had gelijk dat het geheim van genezing schuilt in verhalen. Maar de betekenis gevende verhalen bevinden zich niet binnen in ons, maar buiten ons. Introspectie maakt uiteindelijk ziek. Het is als we liefhebben wat buiten ons is (ware schoonheid, echte waarheid, ware liefde) dat we gezond worden. Betekenis vinden we niet in ons eigen hart. Betekenis wordt ons gegeven - door onze vrienden en familie, en bovenal door God. Die niet in ons is - geen ‘God in het diepst van mijn gedachten’ - maar buiten ons is - de Ander (met hoofdletter A). Het verhaal verzinnen we niet zelf, het wordt over ons verteld.

Laat ik afsluiten met een citaat van een ander groot denker die leefde in dezelfde tijd als Sigmund Freud en Carl Jung. Een denker die ook wel ‘de apostel van het gezond verstand’ werd genoemd. Ik heb het natuurlijk over G. K. Chesterton. Hij wist wat mensen ziek maakte, namelijk altijd in zichzelf gekeerd te zijn en alles in het eigen verstand te willen ordenen. Zo schrijft hij in Orthodoxy: “Dichters worden niet maanziek, schaakspelers wel.” Waarom worden dichters niet maanziek? Omdat ze in hun verbeelding ruimte houden voor iets dat bestaat buiten de persoon en zijn denken, dat niet is gerelateerd aan hem of haar en zijn of haar belang. Het bestaan van iets buiten de persoon is altijd voor de persoon een mysterie - iets dat hij niet kan reduceren of beredeneren, maar waarvan hij (als in een sprookjesverhaal) op geloof moet aannemen dat het betekenis heeft los van hem of haarzelf. “De gewone man is altijd gezond gebleven omdat de gezonde man altijd mysticus is geweest. Hij leeft altijd met een been op Aarde en met het andere in een sprookjeswereld. De morbide logicus tracht alles helder te maken en maakt juist alles alles mysterieus. De mysticus staat slechts een enkele mysterieuze zaak toe en alles wordt helder.” Dat maakt christenen uiteindelijk tot de meest gezonde mensen: “Door eraan vast te houden dat God in de mens zelf is, is de mens altijd binnen in zichzelf. Door eraan vast te houden dat God de mens overtijgt, overstijgt de mens zichzelf ... De boedhistische heilige heeft zijn ogen altijd gesloten, terwijl de christelijke heilige ze altijd wijdopen heeft. De boedhist kijkt met een bijzondere intensiteit naar binnen. De christen staart met een fanatieke intensiteit naar buiten.” Dat is een gezonde instelling, waar Freud en Jung nog wat van hadden kunnen leren.

woensdag 8 februari 2012

Links: Avengers, droog Mars, introverte kerkgangers, mannelijkheid en Freud

Ik kijk erg uit naar deze superheldenfilm: The Avengers. Geregisseerd door de maker van mijn favoriete SF-serie (Firefly), waarin Thor, Iron Man, Captain America, The Hulk en Nick Fury (gespeeld door Samuel L. Jackson) samenwerken om de wereld te redden! En ook The Amazing Spider-Man staat op mijn lijstje van films die ik ga zien. Aan de trailer te zien hebben ze het karakter goed weergegeven. Ik ben erg benieuwd naar het conflict met 'The Lizard' - een van de meer fascinerende schurken uit het Spider-Man universum.

De animatiefilm Wreck-it Ralph heeft een interessant concept over karakters uit videospellen die tot leven komen.

De grootste beenvis ter wereld - de maanvis, oftewel Mola mola, niet de Pterophyllum scalare die ik in mijn aquarium heb zwemmen- blijkt in een soort symbiotische relatie te leven met albatrossen, die parasieten van zijn huid plukken!

Het oppervlak van Mars is al 600.000.000 jaar droog en is maximaal zo'n 5.000 jaar nat geweest (er was echter wel sprake van een oceaan!). Dat maakt de kans dat er leven te vinden is een stuk kleiner ... Maar ja, we weten nog steeds niet waar het methaan in de atmosfeer van Mars vandaan komt ...

Op Internetmonk een paar goede woorden over introverte mensen in de kerk: "Love for God’s people does not have to look for everyone like an overt, uncontainable passion for being with others."

The Christian Monist zegt een paar rake dingen in zijn serie over een buitenaardse bezoeker met indringende vragen voor enkele christelijke voorgangers. Over de kerk: "My metaphor would have people arriving at the doors of the church with outstretched hands and empty cups. They're not just hungry, they are starving to death . . . starving for righteousness. But the Church has often seized on the pilgrims' vulnerability. They draw the people in with the scent of good food, but then put a ring in their snouts instead of a meal in their mouths. We hold the food, the prize, at the end of a stick to entice them. You tell them, 'just do this and that, THEN you will be fed with righteousness." Dat is helaas ook mijn ervaring (ja, het is subjectief, en ik ben overgevoelig voor 'moeten', maar ik kan mijn ervaring ook moeilijk ontkennen). Ik verlang naar iets anders. Maar wat kan kerk dan wel zijn? Dat begint bij het evangelie: "First of all, we would see the Gospel as God’s act of complete purification, open to everyone who wants it. This means imagining that whenever God thinks of us, He jumps into the air and clicks His heels with a big grin on His face not looking angry at us, and always watching us for screw ups. Then, to keep our focus on this severe mercy, we get together whenever we want, to share the joys of our humanness, art, music, food, drink. But part of that getting together would be watching each other closely, looking for signs of doubts about other's absolute forgiveness. If we see those signs, we would strongly encourage that person to refocus on God’s satisfied ledger and thus encouraging them and helping them to live the enriched lives God wants us to have."

De Vlaamse blogger Bram stelt wat vragen bij de recente uitspraken van Amerikaanse evangelischen (vooral de nieuwe Calvinisten) over wat het betekent man te zijn. Hij is er vooral op tegen dat mannen (en vrouwen) in een bepaalde rol of verwachting worden geduwd, die alleen maar cultureel is bepaald en niet bijbels. "I don’t care if you are a man and like to lead, but don’t make it a rule. I don’t care if your wife likes you to lead, fine, but not every woman is like that. Me and my wife both are mutualist/democratic people, who get irritated by both having to serve as a slave or to lead alone…" Dit is een thema waar ik de laatste tijd ook veel over nadenk. Ik vind namelijk ook niet van mezelf dat ik voldoe aan het cultureel geaccepteerde beeld van mannelijkheid. Maar is dat een probleem? In relaties proberen mannen en vrouwen te voldoen aan 'de regels', of 'het spel' - maar daardoor leren ze de echte persoon achter het masker niet kennen. Juist te moeten voldoen aan externe verwachtingspatronen maakt mensen onvrij, en gefrustreerd. Hierdoor wordt je minder jezelf, minder hoe God je bedoeld heeft. De boodschap van Jezus is juist bevrijdend: Hij heeft alle persoonlijkheidsverminderende, identiteitsverbergende machten overwonnen in zijn dood en opstanding. En nu kunnen wij delen in zijn nieuwe leven. "The Way, which shatters the suicidal powers of the world, which brings life and renewal, and is a foreshadowing of the New earth and Heaven, when all evil will be erased, and we will be exactly what we were created to be, in everlasting union with the tri-une God and each other without any trace of darkness…" Dit maakt ons vrij om onszelf te zijn: "If we live in the Spirit, the fruits will grow, and where the Spirit is, there is freedom, or liberation. Freedom from worldly expectations, cultural standards of manhood and womanhood, and liberation from the suicidal tendencies of the World and the Flesh…" Amen, helemaal mee eens. Ik ga hier zelf op Valentijnsdag over schrijven ... (P.S. Ik ben wel behoorlijk fan van John Eldredge, maar dan vooral zijn andere boeken. Ik interpreteer zijn werk waarschijnlijk iets anders dan dat Bram dat doet. Wat John Eldredge schrijft over de rol van ons verlangen vind ik heel erg waardevol, maar of er zo duidelijk 'mannelijke' en 'vrouwelijke' verlangens zijn als hij suggereert weet ik niet.)

Ik denk dat Mockingbird gelijk heeft met de observatie dat wat Sigmund Freud zei, opvallend veel overeenkomsten vertoont met wat Paulus zei, over de menselijke natuur. Freud zei namelijk "That human potential is more constrained than most of us are willing to acknowledge, that reason is subordinated to emotion, and that you and I are happier the less we are focused on ourselves." Hij beweert bovendien ook dat wij niet op een kracht in onszelf kunnen vertrouwen om het goede te doen: "Conscience is often inconsistent, irrational and sometimes plain bonkers. In the end, he believed it was frequently the magistrate on our shoulder rather than our basic drives that steers us into neurosis." Dat is maar al te waar, en lijkt op wat Paulus schrijft over het effect van de wet! Wat dan wel mensen gezond maakt: "Freud more than once implied that what is fundamental to happiness is the ability to love and work; that is, to be able to invest in something other than yourself." Liefhebben van iets buiten jezelf, maakt je vrij. Dat geloof ik ook.

donderdag 19 januari 2012

Brief uit de toekomst

Misschien heb je ze wel eens gezien - columns of blogs waarin iemand een brief schrijft aan zichzelf als kind of tiener, om hem/haar te vertellen dat hij niet bezorgd hoeft te zijn over de dingen waar hij op die leeftijd over piekert, of dat hij van bepaalde fouten alleen maar zal leren. Laatst las ik op internet een variant op deze schrijfoefening: iemand die een brief schreef ‘uit de toekomst’ - van zijn negentigjarige zelf aan wie hij op dit moment was.
Dat leek me wel leuk om voor mijn blog te proberen. Maar voor ik kon beginnen met schrijven, trof ik in mijn postvakje een vreemd gekleurde envelop aan, afkomstig uit de Verenigde Staten. Erin zat een lange, handgeschreven brief. Ik geef de inhoud hieronder weer. Ik weet niet goed hoe ik erover moet denken. Oordeel zelf:

Delft aan zee, 19 januari 2067

Hallo Johan,

Ik weet nog goed hoe ik deze brief kreeg. Hij kwam uit een put ergens in de Verenigde Staten, werd er in de begeleidende notitie gezegd, samen met nog heel veel andere brieven in een halfvergaan kistje. De envelop was gelig geworden met bruine vlekken, en de letters erop waren vervaagd. Aan de linker kant waren ze uitgelopen. Toch was het adres nog leesbaar. Mijn adres. Compleet met postcode. En het handschrift was ook herkenbaar: het mijne. Ik bedoel: het jouwe.
Je denkt nu natuurlijk dat je voor de gek wordt gehouden. Dat dacht ik namelijk zelf ook. Ik kan je wel proberen te overtuigen met verhalen over de onnauwkeurigheid van tijdtransport (chrono-insertie noemen we het nu), en hoe duur het is om ook maar een beetje te willen verzenden (het papier is niet voor niets zo dun en mijn handschrift zo klein), en ik kan je wel allerlei genante dingen vertellen uit je jeugd die niemand anders van je weet, maar uiteindelijk gaat het er niet om of je mij gelooft of niet. Ikzelf geloofde pas in deze brief toen de eerste advertenties voor chrono-insertie op mijn netvliesmonitoren verschenen - vijf maanden geleden - en dat wil zeggen dat jij er ook niet in zult geloven. Maar dat betekent niet dat je er niet uit kunt leren. Want zelfs al gebeurt het allemaal in je hoofd, dat wil niet zeggen dat het niet echt is. Zoiets zegt Dumbeldore toch in de oude Potter-verhalen? Ik vond dat Daniel Radcliffe die tovenaar mooi neerzette in de nieuwe holoverfilming van een paar jaar geleden. Maar dat ter zijde. Je zult daar ooit een uitgebreide bespreking over schrijven en ik wil niet het gras voor je voeten wegmaaien.

Ook al geloof je niet dat deze brief echt is, dan nog ben je nieuwsgierig naar wat ik over de toekomst te vertellen heb - ik ken mezelf een beetje. Belangrijkste vragen eerst: is er leven op andere planeten gevonden? Nee - maar de eerste bemande expeditie naar jupitermaan Europa is onderweg, en daar verwacht ik veel van. Zijn we eindelijk naar Mars geweest? Jazeker. Er is zelfs een permanente basis. Zijn er aarde-achtige planeten in andere zonnestelsels gevonden? Heel veel, op sommige is zelfs water gedetecteerd. Zijn er nog mensenhaaien, neushoorns en walvissen? Niet veel meer. Weten we het broeikaseffect in te dammen? Laten we het er op houden dat er op Groenland heel wat nieuwe landbouwgrond vrijkomt. Komen er nog goede boeken en films uit? Meer dan genoeg!
Meer dat dit kan ik je eigenlijk niet vertellen. Deze brieven worden zorgvuldig gecontroleerd zodat tijdparadoxen worden voorkomen. Ik mag je bijvoorbeeld niet vertellen wat winnende nummers uit de loterij zijn, of op welk paard je moet wedden, en ook niet dat je in bepaalde technologie moet investeren. Ook over mijn verleden -jouw toekomst- mag ik je eigenlijk niets laten weten. Als jij namelijk zou kiezen om iets niet te doen wat ik wel heb gedaan, zou ik niet bestaan en jou niet een brief hebben gestuurd om je te waarschuwen voor wat ik had gedaan, waardoor jij het toch zou hebben gedaan, en ik dus wel zou bestaan om jou te schrijven dat jehet niet moet doen ... Het is maar goed dat je me niet gelooft, bedenk ik nu, want als ik toch per ongeluk iets te veel zou zeggen, weet ik dat je er niet naar zult handelen.

Het zal je ondertussen duidelijk zijn dat je op dit punt in al die jaren niet bent veranderd: ik ben nog steeds niet kort van stof. Daarvoor houden jij en ik te veel van woorden. Eigenlijk is dat wat ik je vooral duidelijk wil maken met deze brief. Over vijfenvijftig jaar zul je nog steeds dezelfde Johan zijn. Dezelfde Johan die je vijftien jaar geleden was, voor je eerste overspannenheid. Dezelfde Johan die je vijfentwintig jaar geleden was, op de basisschool. Dezelfde Johan die je deze week was, toen je door je bed zakte. (Nee, dat is geen bewijs van de authenticiteit van deze brief. Denk je niet dat alles wat je ooit twittert door het wereldwijde web bewaard zal worden?).
Iemand die je kende toen je tweeentwintig was, omschreef je ooit als ‘een zachtmoedige man, met gevoel voor humor, die af en toe een wijze opmerking maakte’. Dat ben je op je 35ste, en dat zul je op je negentigste ook nog zijn. Je kunt dat dus maar beter accepteren. Net zoals het feit dat je nog steeds een liefde hebt voor flauwe taalgrapjes, dat je nogal enthousiast kunt reageren, dat je houdt van verhalen, holofilms, wetenschapsnieuws, aquariums en fotografie. En het feit dat je niet van sport houdt, en energie verliest als het om je heen druk is. Je kunt je er maar beter bij neerleggen. Je bent Johan en je zult Johan blijven. Ik voel me in elk geval nog dezelfde persoon als toen ik vijfendertig was, wat betekent dat jij je ook zo zult voelen.

Toch heb ik, heb jij, steeds geprobeerd om iemand anders te zijn. Je hebt steeds je best gedaan te voldoen aan de ideaalbeelden van anderen. Van de kerk waar je opgroeide, van je ouders, van de school, van de maatschappij. Je geloofde namelijk niet dat je goed was zoals je bent. Je moest van jezelf allerlei dingen doen die je niet wilde (of niet in die mate): evangeliseren, bidden, bijbelstude. En je verbood jezelf om te doen wat je wel graag wilde: lezen, schrijven, filmkijken. Zelfs na je overspannenheid bleef je gevoelig voor verwachtingen en suggesties van je omgeving. Je ervoer het feit dat je anders was dan anderen als een bron van schaamte. En dus zette je jezelf onder druk om te presteren. Je wilde jezelf bewijzen. Of je verviel in passiviteit, omdat je niet geloofde dat wat je te brengen had, waardevol was.
De wond van de zelfafwijzing zat heel diep. En ook al wist je met je verstand dat God van je hield - het woog er niet tegenop. Vooral niet omdat je aan de liefde van God allerlei kwalificaties verbond. God hield van je, maar je moest wel veranderen. Je moest wel actief zijn in de kerk. Je moest wel produceren. Je moest, je moest, je moest ... Dit was de boodschap die je meekreeg op je werk, waar je steeds weer aan nieuwe competenties moest werken. Maar het was ook de boodschap die je oppikte in de kerk. Dat je moest veranderen. God hield immers van je, maar hij hield te veel van je om je zo te laten. Wat betekende dat je niet goed was zoals je was. En daar begon de cirkel weer van voor af aan. Om moe van te worden! Niet verwonderlijk dat slaap je parten speelde. Ik herinner me de lange nachten nog goed en wil er niet naar terug (hoewel ik op mijn leeftijd natuurlijk ook niet makkelijk meer slaap).

Neem dit van mij aan: de belangrijkste les die je in je leven zult leren (en als ik het goed heb ben je die op dit moment al tot je aan het nemen) is dat je niet hoeft te veranderen. God houdt van je en hij heeft dat laten zien in Jezus. En vervolgens heeft hij in zijn dood en opstanding al alles gedaan aan je verandering. Je hoeft er zelf niet aan bij te dragen. Je hoeft er zelfs geen geloof voor op te wekken. Je hoeft alleen maar te aanvaarden wat Jezus tegen Paulus zei: “Je hebt niet meer nodig dan mijn genade.”
God is geen veeleisende ouder of met ontslag dreigende werkgever. Hij is geen pestkop die je op de grond duwt voor wie je bent. Hij is al helemaal geen toornige dondergod die klaar staat om je te veroordelen. God is voor je, en niet tegen je. Hij vraagt van jou niet dat je iemand anders bent dan wie je bent. Wat er liefdeloos en ontrouw aan je is, heeft hij al vergeven. Wat mooi en lovenswaardig aan je is, heeft hij zo gemaakt. En hij wil niets liever dan jou liefhebben. Het gaat hem er niet eens om dat hij een relatie met jou moet hebben - want dat betekent weer dat jij van alles zou moeten doen om die te onderhouden. Hij wil je liefhebben. Jou. Johan Klein Haneveld. Met je lange volzinnen, je liefde voor aquariums, je waardering voor je broers en je honger naar verhalen. Maar ook met je onzekerheid, je schuldgevoel, je sociale onhandigheid en je cynisme (om maar een paar van mijn tekortkomingen te noemen). Zoals je je op het ene niet kunt laten voorstaan, mag je jezelf om het andere niet afwijzen. Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij! Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons! Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?

Dat wil niet zeggen dat je niet zult veranderen. Als ik het goed heb, heb je het ondertussen gedurfd initiatieven te nemen op het gebied van relaties. En daardoor heb ik een mooi, rijk leven geleid en ben ik al die tijd niet veel alleen geweest. Je bent ook minder verlegen dan vroeger, en je loopt minder kromgebogen. Ook van je telefoonfobie ben je voor een groot deel afgeraakt (die iPhoneverslaving gaat echter nog voor problemen zorgen - maar misschien mag ik dat niet zeggen). Dat zijn echter geen veranderingen geweest waardoor je minder jezelf bent geworden, maar veranderingen waardoor je meer jezelf bent geworden. Barrieres zijn weggevallen en je moed om je eigen keuzes te maken is gegroeid. En dat zal gelukkig doorgaan! Wat dat betreft ga je nog heel wat beleven.
Het zijn ook geen veranderingen waar je jezelf toe hebt kunnen dwingen. Het zijn veranderingen geweest die juist voortkwamen uit compassie met jezelf. Je ging jezelf niet langer zien als waardeloos en teleurstellend, iemand die moest vervangen worden door een ideaal, maar als iemand van wie God houdt en van wie jij dus ook mocht houden. Als iemand van wie de zwakheden door God geaccepteerd worden en van wie jij dus ook de zwakheden mocht accepteren. Als iemand met wie God geduld had, en met wie jij dus ook geduld mocht hebben. En omdat je de liefde van God voor jou beter ging leren kennen, ging je steeds meer van God houden. En van de andere mensen die door God geliefd zijn.
Eigenlijk was je steeds minder bezig met jezelf (het grote ‘wordt de ideale persoon’-project), maar was je steeds meer gericht op wat buiten je ligt: waarheid, schoonheid, relaties. Je ging zien hoe belangrijk God die dingen vond, en dus ging je ze ook belangrijk vinden. Of je veranderde kon je uiteindelijk niet meer schelen, je vertrouwde op God om daar zorg voor te dragen. En je gelooft dat Hij dat ook zal doen. Je gelooft in het koninkrijk dat komt, de tijd van de wederoprichting van alle dingen, wanneer alles en iedereen zijn ware naam zal terugkrijgen en God zal zijn alles in allen. Daar verlang je nu al naar en daar zul je alleen maar meer naar gaan verlangen.

Ondertussen zul je moeten leren leven met de punten waarop je niet zult veranderen. Ik wil je niet teleurstellen, maar je gevoeligheid voor verplichtende boodschappen zal niet verdwijnen, en je worsteling met schuldgevoel zal ook niet volledig overgaan. Je zult last blijven houden van je winterdepressie, en je zult ook blijven worstelen met passiviteit. Maar al die dingen bepalen niet je identiteit, je zonden bepalen niet wie je bent. Dat hebben ze nooit gedaan. Je bent en blijft niemand anders dan degene van wie God houdt, wat hij in de mens Jezus Christus heeft bewezen. Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten, noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.
Net zo zul je je identiteit niet meer ontlenen aan een kerk of gemeenschap. Je zult je niet meer identificeren met een groepering. Maar je zult samen optrekken met andere geliefden van God en met hen steeds meer een eenheid vormen.
Je zult je ook steeds minder identificeren met leerstellingen. Niet met het dogma van het creationisme, niet met eindtijdtheorieen en ook niet met theorieen over de verzoening. Het aantal vragen dat je stelt zal alleen maar toenemen, maar je zult steeds minder behoefte hebben aan een antwoord, anders dan dat je in Christus door God geliefd bent.
Je zult je ook minder gaan identificeren met je welvaart, je gezondheid of je geluk. Het is niet leuk om het te moeten zeggen, maar de volgende 55 jaar worden niet makkelijk. Je zult ziek worden, vrienden en familie zullen overlijden, je zult meer verdriet hebben dan je dacht aan te kunnen. Je zult ten slotte een keer dood gaan. Maar je zegeviert in dit alles glansrijk, danzij Hem die jou heeft liefgehad. Of je nu leeft, of sterft, hij houdt van je. Je bent van hem.
Je zult je ten slotte niet langer identificeren met je prestaties. Vanwege de controle op tijdparadoxen kan ik je niet vertellen of je nog meer boeken zult schrijven of of ze uitgegeven zullen worden. Maar zelfs al zou je nooit meer schrijven of spreken, je zou nog steeds zijn wie je altijd geweest bent: iemand die geliefd wordt door de Vader. En je weet zelf dat het onwaarschijnlijk is dat je niets zult doen: aan een boekenboom groeien nu eenmaal boekenvruchten. Maar de enige vrucht die God accepteert, is die voortkomt uit jouw identeit, niet die jij denkt te moeten voortbrengen, niet die wordt opgehoest door verplichting. Uiteindelijk draait het niet om wat je doet, maar om wie je bent: Gods geliefde. Ons resten geloof hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

Ik weet dat het allemaal nog heel onwerkelijk klinkt. Hoe zou dit ooit realiteit kunnen worden? Houd ik mezelf niet voor de gek? Je denkt toch dat deze brief niet werkelijk uit de toekomst komt, dus waarom zou je erin geloven? Maar daar gaat het niet om. Het is niet je geloof, of het ontbreken van twijfel, dat deze dingen waar maakt. Het hangt niet van jou af. Of je nu wel of niet gelooft dat deze brief echt is, je bent naar deze dingen gaan verlangen. Je bent gaan hopen dat ze waar zijn. En dat is het begin van de reis. Want je zult gaan leven alsof deze dingen waar zijn, alsof je identiteit is wat God in Jezus heeft laten zien dat hij is, en je zult merken dat ze in de loop van de tijd steeds meer realiteit voor je worden. Zo zul je er in gaan geloven. En uiteindelijk zul je het met eigen ogen zien, zoals ik de waarheid nu kan zien. Meer kan ik je niet schrijven - ik had maar genoeg voor vijf velletjes! Ik heb nog maar net plek om je hartelijk te groeten en te zeggen dat ik er geen bezwaar tegen heb als je dit op je blog zet. Dat is namelijk wat ik deed toen ik deze brief kreeg.
Je zelf,

Johan

vrijdag 20 mei 2011

Doe wat je wilt 1: het falende dieet

Het is niet zo makkelijk het toe te geven, vooral niet op internet, maar ik heb mij de afgelopen maanden niet goed aan mijn dieet gehouden. Ik ben een paar jaar geleden dertig kilo afgevallen met een bepaald eetpatroon. Maar de laatste maanden haalde ik vaak ‘s ochtends een broodje en een croissant op het station, nam ik taart als er op werk getrakteerd werd, haalde ik ‘s avonds op het station ook een snack of iets bij de koffie, en dronk ik ‘s avonds een biertje met wat erbij. Het gevolg ervan is dat ik weer heel wat kilo’s ben aangekomen, weer grotere broeken moet dragen en niet op de weegschaal durf te staan. Zelfs een collega op werk zei gisteren dat ik dik begon te worden. Dat voelt niet goed, natuurlijk. Ik wil graag weer een paar kilo’s kwijt. Maar het blijkt niet makkelijk weer consequent te zijn met diëten. Ik heb de neiging om me schuldig te gaan voelen als ik ben aangekomen, of als ik weer wat ongezonds heb gegeten, maar dat helpt weinig. Ik wordt daardoor alleen maar gefrustreerd over mijn dieet. Ik kan mezelf belonen als ik een bepaald streefgewicht heb bereikt, maar dan nog blijft mijn verlangen naar ongezond eten. En over lichaamsbeweging moeten we het helemaal maar niet hebben. Ben ik gedoemd om tot het eind van mijn leven dingen te doen zoals sport, waar ik niet van geniet, en niet datgene te eten waar ik eigenlijk trek in heb? Ik ellendig mens! Wie zal mij redden uit dit lichaam dezes doods?

Een verwijzing naar Paulus lijkt frivool in dit verband, maar is wel relevant. In een discussie op een blog las ik een tijdje geleden namelijk de uitspraak dat het er in het christelijk geloof om gaat dat wij dingen gaan doen die we niet willen. Wat wij willen is namelijk niet goed. De taak van predikers in de kerk is om ons zover te krijgen ons gedrag te veranderen. Zo lijkt het er vaak aan toe te gaan in diensten, ten minste die van de evangelische kerken die ikzelf heb meegemaakt. Ik overdrijf een beetje, maar als ik ze goed heb beluisterd zijn de preken enerzijds bedoeld om ons van kennelijk ongewenst gedrag af te krijgen. We moeten onszelf beheersen en de verleiding weerstaan. Alleen als we heilig zijn, zijn we immers ‘goede christenen’. Als we toch in de fout gaan, moeten we ons schuldig voelen, slecht over onszelf denken, en zo snel mogelijk God om vergeving vragen.
Aan de andere kant roepen de preken ons op het gewenste religieuze gedrag te vertonen: bidden, bijbellezen, kerkdiensten bezoeken, geld geven, evangeliseren et cetera. Het uitgangspunt daarbij is dat we dat uit onszelf niet willen, dus worden de negatieve consequenties beschreven van wat er gebeurt als we te weinig doen. Ik heb wel eens horen beweren dat we geestelijk gezien uit de lucht zouden storten als we geen stille tijd hielden (zoals arenden uit de lucht vallen als ze niet elke dag hun veren poetsen). We mogen dus positief over onszelf denken als we ons tot dit gedrag weten te zetten en moeten ons schuldig voelen (opnieuw) als we tekort schieten. We zijn ‘slechte christenen’ als we falen.
Maar deze oproepen zijn meestal niet effectief. Sterker nog, ze hebben vaak het tegenovergestelde effect. Onze strijd tegen verleiding lijkt nooit gewonnen te kunnen worden, en we lijken alleen maar vaker te struikelen hoe meer we proberen ‘nee’ te zeggen. Maar dit kunnen we niet publiekelijk toegeven, want dan ziet iedereen hoe slecht we eigenlijk zijn. Dus doen we alsof wij beter zijn dan anderen en vooral dan de mensen buiten onze groep. Aan de andere kant worden al die kennelijk zo goede en mooie activiteiten een sleur en een plicht. We hebben steeds meer energie nodig om ons ertoe te zetten, en van het podium moeten steeds krachtigere oproepen en sterkere dreigementen worden geroepen om bij de gemeenteleden iets gedaan te krijgen. Als het ons wel lukt om de discipline vol te houden, worden we trots. Als het ons niet lukt, raken we overspannen.

Deze boodschap is wat de Amerikaanse schrijver Dallas Willard ‘het evangelie van zondemanagement’ noemt. Ik heb er afgelopen zomer een serie over geschreven op deze blog, en waarschijnlijk zeg ik in dit en het volgende bericht in grote lijnen hetzelfde als toen, maar hopelijk wel in andere bewoordingen en met een andere insteek.
Want in die discussie die ik zojuist aanhaalde, reageerde iemand met de woorden: ‘Mensen doen altijd wat ze willen.’ Ik geloof dat deze reageerder gelijk had. Als wij iets doen - wat dan ook - is dat altijd omdat we het willen (behalve waar het gaat om stoornissen of onbewuste reflexen). We maken voortdurend keuzes. Om uit bed te komen, om de computer aan te zetten, om de stad in te gaan, om een vriend te bellen. Als we een verleiding weerstaan is dat omdat we dat willen, net zoals we het willen als we toegeven. Als we onze stille tijd houden is dat omdat we het willen, net zoals wanneer we ‘s ochtends niet uit de bijbel lezen.Als we niet meer doen wat we willen, zijn we geen mensen meer. Dan zijn we als robots geworden. Evangelischen gebruiken wel eens termen als ‘aan onze eigen wil sterven’ of ‘de eigen wil breken’ - maar dat kan niet. Ook onze keuze om niet te doen waar we naar verlangen is een uiting van onze wil, het is iets dat we zelf doen. En zelfs als overheersers of manipulatieve types -sekteleiders of dictators- onze keuzevrijheid inperken en ons laten doen wat zij zelf willen, is het een uiting van onze wil dat we hen die macht geven.
Predikers kunnen ons dus niet iets laten doen wat we niet zelf willen. Het enige dat ze kunnen is ons iets anders laten willen. Ze moeten ons ervan overtuigen dat de ene keuze beter is dan de andere, dat wil zeggen dat ze moeten inspelen op onze motivatie. Ik heb al eerder betoogd dat er niet zoiets is als ‘wilskracht’, als een aparte menselijke eigenschap. We doen per definitie wat we willen. De vraag die we ons moeten stellen is: Waarom willen we wat we doen?

Wat we willen, wordt bepaald door twee factoren. Een daarvan komt van binnenuit (ons verlangen). De ander komt van buitenaf (de gevolgen van het gedrag). De ene is intern - een grote, kolkende, zinderende krachtbron die ons elke dag opnieuw ertoe krijgt ons bed uit te komen en de deur uit te gaan. De andere is extern, de oordelen waarmee we steeds weer afwegen welke consequenties een keuze voor ons zal hebben, goede of slechte. Hoe de balans tussen ons verlangen (interne motivatie) en de gevolgen ervan (externe motivatie) doorslaat, bepaalt wat we op een bepaald moment doen. Of we bidden, of bijbellezen, of nog een tweede stuk appeltaart met slagroom nemen, ook al weten we dat de weegschaal de volgende dag meer zal aangeven. Als ik me moe voel, en een zware dag achter de rug heb, is mijn verlangen naar ‘comfort food’ zo sterk dat de angst voor het toegenomen gewicht er niet meer tegenop weegt. Als ik lekker in mijn vel zit, en productief ben geweest, merk ik dat ik goed voor mezelf wil zorgen en de taart dus kan laten staan.
Als iemand ons tot een bepaald gedrag wil krijgen (of ons met een bepaald gedrag wil laten stoppen) -ook al zijn we dat zelf- moet hij de balans laten doorslaan. Meestal gebeurt dat door aan gedrag bepaalde consequenties te verbinden. Het verlangen, de energiebron, de interne motivatie IS nu eenmaal gewoon. Het gaat dus bij pogingen van gedragsverandering (of zondemanagement) om externe motivatie. Het kan zijn dat iemand een beloning in het vooruitzicht wordt gesteld (een ereplaats in de hemel, een gezegend leven op Aarde, de goedkeuring van God), maar de automatische tegenhanger daarvan is dat iemand wordt bedreigd met straf bij het niet veranderen van het gedrag (de hel, ziekte en financieel ongerief, en Gods afkeuring). Als iemand maar bang genoeg is, kiest hij ervoor niet te doen wat uit zijn verlangen voortkomt. Dan wil hij dus datgene doen waar hij niet uit zichzelf naar verlangt. Let op: hij doet dus nog steeds wat hij wil. Wat is veranderd is zijn motivatie. Hij wil nu iets doen vanwege een externe motivatie, in plaats van uit een interne motivatie.
In een discussie op de Internetmonk-blog over de liefde van God las ik bijvoorbeeld het volgende commentaar: “If everyone is going to always have the chance to be redeemed, then why should I spend my time helping them? I’m going to Japan in a few days to help with earthquake relief and evangelism for the summer. My motivation is the fact that, with Japan’s small Christian population, most of that nation is heading for Hell. And that thought distresses me so badly I can’t describe it. Because I don’t want anyone in Hell, I want to go and spread the gospel and show Christ’s love to them so they can be saved from that terrible punishment. But if they can gain salvation in Hell, then all the wind is taken out of my sails. Suddenly, there’s no urgency to spread the Gospel. I mean, sure they could spend a long time in Hell, but they’ll get out eventually. And 100 years, 1 million years, 100^100^100 years in Hell is nothing compared to eternity in Heaven, so they aren’t losing anything by not knowing Christ here. I might as well just sight see in Japan.”
Deze man vindt de boodschap over de liefde van God, zoals die geopenbaard is in Jezus Christus, dus niet mooi genoeg om er uit zichzelf over te gaan vertellen. Hij is niet enthousiast over het goede nieuws, wat volgens mij wil zeggen dat hij er niet van overtuigd is dat het werkelijk goed is. Zijn interne motivatie schiet tekort om hem tot actie aan te zetten. Hij kan alleen tot handelen worden gebracht door de dreiging dat mensen naar de hel gaan, dat mensen gestraft worden als ze niet geloven, of als Hij ze niet over Jezus heeft verteld. Ik vermoed (maar dat schrijft hij verder niet in zijn reactie) dat zijn motivatie om heilig te leven, is dat hij bang is dat God anders boos op hem is, of dat gestraft zou worden als hij niet goed genoeg zou zijn. Zijn motivatie om naar de kerk te gaan of bijbel te lezen zou wel eens hetzelfde kunnen zijn. God kan alleen van hem houden als hij hard zijn best doet. Als God toch wel van hem zou houden, ongeacht wat hij wel of niet deed, waarom zou hij dan nog zijn best doen? Waarom zou hij er dan niet op los leven? Kennelijk is hij er niet van overtuigd dat het liefhebben van God en de naaste (wat heilig leven eigenlijk is) goed en waardevol is in zichzelf, en dat het leven in afhankelijkheid van God het beste leven is dat een mens kan leiden. Hij wordt alleen gemotiveerd door angst voor straf (en verlangen naar beloning), en niet door liefde. En zeer waarschijnlijk (maar ook dat vul ik in zonder dat hij het zelf schrijft) vindt hij dat hij te weinig doet, is hij boos op zichzelf over zijn falen en voelt hij zich schuldig.

Zo werkt dat bij externe motivatie - angst voor straf, verlangen naar beloning: het leidt tot frustratie. “Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik”, schrijft Paulus. “Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood?” En kijk, we zijn terug bij het begin van dit bericht! Maar lijkt dit vers niet te suggereren dat we niet doen wat we willen (of doen wat we niet willen)? Op het eerste gezicht wel - maar let op: het gaat in dit hoofdstuk over de wet. Paulus zegt dat hij ervan overtuigd is dat de wet heilig is, en de geboden heilig, rechtvaardig en goed. Ik ben er ook van overtuigd dat mijn dieet goed is, en dat lichaamsbeweging gezond is. En ook dat het slechte gevolgen heeft als ik me er niet aan houd. Maar dat maakt het niet makkelijker het te doen. Daar ligt het kennelijk niet aan.
Wat Paulus hier volgens mij bedoelt, is dat hij een conflict ervaart tussen zijn interne motivatie en de interne motivatie. Tussen de goede wet van God die hem van buitenaf motiveert, en de ‘wet van de zonde, die in mij leeft’, die hem van binnenuit motiveert - twee wetmatigheden. Let op dat hij daarbij steeds blijft spreken over zijn ‘ik’-het instrument waarmee hij 'wil'- dat is dus kennelijk niet verkeerd-  “Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet.” Hij merkt dat hij op momenten kiest voor datgene waarvan hij weet dat het slechte gevolgen zal hebben, en dat hij op andere momenten niet kiest voor datgene waarvan hij weet dat het de beste gevolgen zal hebben. Zijn interne motivatie wint het van de externe motivatie en hij is gefrustreerd. Maar als hij zichzelf zou proberen te veranderen door de wet, van buitenaf, zou hij alleen nog maar meer gefrustreerd raken - ‘Ik zou immers niet weten wat begeerte was als de wet niet zei: ‘Zet uw zinnen niet op wat van een ander is’.’ Mijn trek in taart zal alleen maar toenemen als ik mezelf verbied ooit nog taart te eten. En ik zal me nog schuldiger voelen als ik het wel doe.
Maar de interne motivatie kan Paulus niet zelf veranderen: niet door rationele argumenten, niet met beloningen of dreigementen. Hij kan de drijvende kracht van zijn verlangen niet op eigen beweging aanwakkeren of uitblussen. Die IS. Maar dat Paulus geen instrumenten heeft om zijn innerlijke motivatie te veranderen, wil niet zeggen dat er geen verandering mogelijk is. Paulus kan er namelijk wel voor kiezen zich open te stellen voor iets dat de innerlijke motivatie aanwakkert: liefde.

In het volgende bericht meer over de redenen dat externe motivatie gedoemd is te falen, en over de veranderende kracht van de liefde. En hoe dat te maken heeft met mijn dieet.

vrijdag 8 april 2011

Blast from the past 3: ‘Knowing is half the battle’

Mijn broers en ik keken op zaterdagmorgen, terwijl mijn ouders nog sliepen, altijd tekenfilms op televisie. We waren vooral fan van het oer-Amerikaanse G.I. Joe - een serie over een team soldaten met een eigen basis die streden tegen de terroristische organisatie Cobra. Ons enthousiasme ging zo ver dat we eigen stripverhalen tekenden over deze karakters, en in het bos speelden dat we zelf de dappere avonturiers van G.I. Joe waren. Wees gerust, dit bericht wordt geen diepgravende analyse van deze (toch wel enigszins ‘cheesy’) tekenfilms, en ook geen onderzoek naar de onderliggende thema’s van de verfilming van twee jaar terug (zinkend ijs? echt?). De titel suggereert al dat deze bijdrage meer in de lijn ligt van twee erg persoonlijke ontboezemingen die ik in de afgelopen weken schreef voor deze blog. En ook deze bijdrage wordt weer behoorlijk persoonlijk, dus wie daar niet van gediend is, kan maar beter wachten op mijn meer filosofische (maar hopelijk niet droge) vierde artikel over de ‘pijl van de tijd’ later dit weekeinde. Maar om terug te komen op de bewuste G.I. Joe-tekenfilms: die eindigden altijd met een moraliserend segment, waarbij een van de hoofdpersonen een jongetje of meisje uitlegde dat ze braaf hun tanden moesten poetsen, geen lucifers in het bos moesten laten slingeren en niet kinderen op school moesten pesten omdat ze een andere huidskleur hadden. “Now you know”, zei de heldhaftige figuur dan aan het slot. “And knowing is half the battle.” Ik geloof dat dit ook geldt voor onze strijd om te leven ondanks de gebrokenheid die ons heeft vormgegeven: het toegeven van de verwonding helpt al er niet door gecontroleerd te worden. De andere helft van het gevecht ligt in het uitzien naar het herstel in de toekomst.

In de vorige twee berichten onder deze titel vertelde ik over een bezoek aan een oude vriend in Groningen, die driehonderd pagina’s correspondentie uit de periode van voor mijn overspannenheid had bewaard. Door deze samen met hem door te bladeren, realiseerde ik me dat de Johan van veertien, vijftien jaar geleden niet een andere persoon was dan de Johan van nu. Ik hoefde hem niet te verguizen of af te wijzen. Hij had zich alleen door wat hij had geleerd in de geloofsgemeenschap waar hij opgroeide, laten opjagen tot overdreven religieus gedrag: bijbellezen, bidden, bijbelstudieboeken lezen et cetera. Hij had zich ervan laten overtuigen dat hij zich enorm schuldig moest voelen, dat hij zich moest schamen voor zijn liefde voor verhalen en andere verlangens, en dat hij zijn uiterste best moest doen om voor God waardevol te zijn. En omdat Johan nu eenmaal de verwachtingen die aan hem worden gesteld serieus neemt, nam hij ook deze verwachtingen aan als harde eisen. Hij joeg zichzelf op, tot hij er overspannen van werd.
Ik besefte bovendien dat de Johan anno 2011 niet een andere persoon is dan de Johan van toen. Hij heeft nog steeds de neiging te veel hooi op de vork te nemen, te proberen aan alle verwachtingen (uitgesproken en onuitgesproken) te voldoen en zichzelf geen werkelijk vrij moment te gunnen (de uren gespendeerd achter internet zijn meer een vlucht dan echte ontspanning). Hij kan nog steeds niet accepteren dat hij goed genoeg is zoals hij is, heeft nog steeds het idee dat hij hard moet werken om betekenis te hebben, en voelt nog steeds een innerlijke leegte, die hij uit alle macht probeert te vullen. Het religieuze gedrag van al die jaren geleden was niet zelf het probleem, het was een symptoom. De ziekte is niet verdwenen, maar uit zich nu in andere vormen van opgejaagdheid. De bron van de problemen ligt dieper, in de non-verbale beelden op de bodem van het hart, die bepalend zijn voor het zelfbeeld, het wereldbeeld en het Godsbeeld. Deze beelden zijn gevormd door ervaringen, en bekrachtigd door emoties - en woorden en argumenten kunnen ze eigenlijk niet veranderen. Vooral omdat sommige van deze ervaringen dateren uit de vroegste kindertijd, toen de Johan van toen nog geen woorden kon verstaan.

De weken na mijn ontmoeting met mijn vriend dacht ik veel na over die diepe beelden in mijn hart, die na anderhalf decennium nog zo weinig veranderd lijken te zijn. En  over de vraag waar ze vandaan komen. En ik besefte dat ik de verhalen die mijn ouders me verteld hadden, serieus moest nemen. Er was iets gebeurd in mijn vroege jeugd dat mijn vertrouwen in mezelf en mijn omgeving ingrijpend had beschadigd. Het is altijd een beetje gevoelig om over deze dingen te schrijven op het internet, dus ik probeer het schetsmatig te houden. Het feit is dat ik ter wereld ben gekomen met een zogenoemde ‘vacuumextractie’. En in de jaren ’70 was de regel dat het kind dan eerst 24 uur rust moest krijgen voor het aan de moeder werd toevertrouwd. Bovendien had ik een andere bloedgroep dan mijn moeder, wat tot problemen leidde (in medische termen: een B0 antagonisme): haar afweerstoffen braken mijn rode bloedcellen af, en door de afbraakstoffen kleurde mijn huid geel. Om dit te verhelpen, moest ik onder een UV-lamp liggen. Zeven dagen lang. Ik weet nu hoe belangrijk de eerste momenten na de geboorte zijn voor dieren - denk aan kuikens, die achter het eerste bewegende voorwerp dat ze zien aanlopen alsof het hun moeder is, en van geen vervanging willen weten, of lammetjes, die je direct bij het schaap moet laten, anders moet je ze zelf de fles geven - en kan me dus voorstellen dat deze eerste levensdagen ook belangrijk zijn voor een kind, om zich gewenst, geborgen en veilig te voelen. Ik heb begrepen dat een tekort in deze eerste dagen bij mensen kan worden goedgemaakt in de maanden erna, maar ook toen heb ik het een en ander misgelopen. In mijn tweede jaar moest ik bijvoorbeeld twintig weken bij mijn opa en oma wonen omdat mijn moeder in het ziekenhuis lag (ik heb bij hen leren lopen). Later kwamen daar pestpartijen bij op de middelbare school, en op christelijke zomerkampen.
Ik weet pas sinds kort van het bestaan van bindingsstoornissen - het is bekend dat couveusekinderen bijvoorbeeld in hun latere leven tegen sociale en psychologische problemen aanlopen - en ik herken het een en ander uit de beschrijvingen ervan in mijn eigen leven. Bijvoorbeeld waar mijn problemen met grenzen vandaan komen en mijn angst voor aanraking (ik had een pathologische angst voor stickers op de basisschool en zal nog steeds niets op mijn hand schrijven). Maar ook de leegte in mijn binnenste - die niet gedempt lijkt te kunnen worden. Aandachtige lezers van mijn publicaties (op mijn blog en gedrukt) weten dat ik vaak schrijf over de onvoorwaardelijke liefde van God en hoe belangrijk het is die te ervaren. Misschien vind je dat wel wat overdreven - als je weet dat God van je houdt, kan je immers verder gaan met leven zoals Hij dat wil (dat was waar mijn vriend in Groningen van uitging - hij meende dat de liefde van God voor mij net zo vast stond als voor hem). Maar een lezer merkte laatst op dat hij in mijn werk een vorm van ‘wishful thinking’ bespeurde: een zekere wanhopige poging om mezelf te overtuigen dat het echt waar is wat ik schrijf. Want ik vind het nog steeds moeilijk mezelf te zien als iemand die echt door God geliefd is - gewoon zoals ik ben. Wat ik ook lees, en wat ik ook van Gods liefde ervaar, het lijkt nauwelijks door te dringen. Mijn ontvangstcapaciteit voor liefde is heel beperkt. Dat geldt voor alle vormen van liefde. Het idee dat mensen mij leuk vinden om wie ik ben, klinkt me nog steeds als iets vreemds in de oren. En dat ik zoals ik ben genoeg ben voor God lijkt nog altijd ongelofelijk.
Iets in mij is ervan overtuigd dat mezelf zijn niet genoeg is, maar dat ik iets moet doen om betekenis te krijgen. Maar wat ik ook doe, het is nooit genoeg. Dat was het niet voor mijn overspannenheid. Al las ik dagelijks tien hoofdstukken uit de bijbel, bad ik een uur in plaats van een half uur, en kende ik hele bijbelboeken uit mijn hoofd - ik zou niet geloven dat ik geestelijk genoeg was om waardevol te zijn voor God. En het is het nu ook niet. Al zou ik voor mijn 35ste al tien boeken hebben geschreven, ik zou mezelf nog steeds een mislukkeling vinden. Al zou ik een gezin hebben, een auto en een vrijstaand huis, ik zou nog steeds niet tevreden kunnen zijn met wie ik was. De leegte in mij, ontstaan in mijn eerste levensweken, laat zich niet zomaar opvullen. Ja, ik zei toch dat dit bericht persoonlijk zou worden? Ik hou me aan mijn woord!

Waarom is het zo belangrijk te weten waar je gedrag vandaan komt? Wat de beelden in je hart heeft gevormd, waardoor je jezelf, de wereld en God door een gekleurde bril bent gaan zien?
Omdat je door het verleden te kennen en te erkennen de gebrokenheid in je gedrag kunt identificeren, en ervoor kunt kiezen om in bepaalde situaties anders te handelen dan je zou doen op basis van je misvormde beelden. Het is zoals de helden van G.I. Joe het zeiden: “Knowing is half the battle.” Ik schreef er al over in mijn recensie van The Reader: wat geheim en verborgen blijft, kan je leven beïnvloeden en uiteindelijk zelfs vernietigen. Maar als je jouw verwonding, je vergissingen, je pijn en schaamte erkent en in het licht laat komen, als je er eerlijk over bent naar jezelf toen en naar anderen die je vertrouwt, verliest ze haar macht over je leven. Dat schrijft Paulus in Efeze 5: "Wat in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, en alles wat openbaar wordt, is zelf licht."
Als je niet weet dat je een gekleurde bril draagt, komt het niet in je op dat de werkelijkheid wel eens anders kan zijn dan je waarneming je vertelt. Maar als je beseft dat je waarneming gekleurd is, sta je open voor andere interpretaties dan de jouwe. Dan kun je er soms zelfs voor kiezen die bril af te zetten en de werkelijkheid te zien. Zolang je niet beseft dat je vaste gedragspatronen voortkomen uit een wond of tekortkoming die je in je hart hebt opgesloten, blijven ze natuurlijk aanvoelen en blijf je er in steken. Pas als je weet dat je vaste keuzes eigenlijk mechanismen zijn om te kunnen omgaan met de pijn, ben je bereid om te werken aan verandering en mensen het voordeel van de twijfel te gunnen. Paulus heeft het over een ‘wortel van bitterheid’ (Hebreeen 12:15) - om bitterheid te bestrijden, moet je de wortel opgraven. Alleen symptoombestrijding heeft weinig zin, dat laat de geschiedenis helaas keer op keer zien.

Maar het verleden kennen en het een plaats geven, is niet genoeg. Zelfs als je weet wat je tekort bent gekomen, zelfs als je bewust kiest om je op een andere manier te gedragen dan natuurlijk voor je is, blijft je verleden je keuzes bepalen. De pijn die je hebt opgelopen, kan immers niet meer ongedaan worden gemaakt, het tekort dat je hebt geleden kan niet meer worden aangevuld. Wat gebeurd is, is gebeurd. Het verleden staat vast, het kan niet meer worden veranderd. De pijl van de tijd beweegt maar een kant op. Alles wat je nu doet, hoe je nu reageert, wordt bepaald door je ervaringen van vroeger. Zelfs als je je ertegen verzet. Zelfs als je een ander reactiepatroon aanleert. Menselijk gesproken is echte genezing onmogelijk.
Ik geloof echter dat de pijl van de tijd zich niet van het verleden af beweegt, maar zich beweegt in de richting van de toekomst. Een heerlijke toekomst, waar Gods wil zal gebeuren op de Aarde, en in mijn leven, zoals hij gebeurt in de hemel. Een toekomst waar iedereen bij zijn ware naam genoemd zal worden, waar het leven de dood voor altijd heeft overwonnen, waar het menselijke verlangen naar schoonheid, waarheid en intimiteit volledig zal worden vervuld. Een toekomst waar God alles zal zijn en in allen, en alles de glans zal hebben van zijn aanwezigheid. Een toekomst waar niets en niemand zal zijn uitgesloten van de dans van de drie-eenheid. Een toekomst waar geen tranen meer zullen zijn, behalve tranen van blijdschap. Dit is waar de hele schepping naar uitkijkt. Dit is wat de bijbel noemt: het koninkrijk van God. Dit is waar God al sinds het moment van de schepping aan werkt. Dit is waar hij zich zonder ooit moe te worden voor inspant, waar hij zich voor opoffert (letterlijk), waar hij (ook weer letterlijk) alles voor over heeft, zelfs zijn eigen leven. En dit is ook onze toekomst. Dit is waar wij voor bestemd zijn. Waar alles wie we zijn en wat we doen werkelijk tot bloei komt, en de glorie waarmee we geschapen zijn als beelddragers van God eindelijk zichtbaar wordt, zonder vlek of rimpel. Dit is waar ons leven zich naar toe beweegt. Dit is ons doel.
En deze werkelijkheid kan ons leven nu al vorm geven. Jezus heeft ons immers gezegd dat we nu al delen in het leven van de eeuwigheid. We worden niet gedefinieerd door wat ons is overkomen, we zitten niet voor altijd gevangen in het keurslijf van onze ervaringen en verwondingen, ons gedrag is niet bepaald door het verleden. Onze blik is vooruit gericht, op de heerlijkheid die over ons zal worden geopenbaard. En als we zien wat we zullen zijn, hoe vrij, hoe liefdevol, hoe ongedwongen, hoe blij we zullen zijn, gaan we ernaar verlangen ook nu al op die manier te leven. En dat verlangen zal zich vertalen in nieuw gedrag. We doen de nieuwe mens aan, de mens die geschapen is om het beeld van God te weerspiegelen. De oude mens, de mens die bepaald werd door de pijn van het verleden, leggen we af als een oude jas. Daar verlangen we niet meer naar - die is saai, gescheurd, bevuild. We kijken naar wat voor ons ligt, en laten ons daardoor inspireren. Gods heerlijkheid die ooit helemaal door ons heen tot uiting zal komen, gaat nu alvast vrucht in ons dragen.
En de toekomst dringt zelfs door in ons verleden. We gaan de pijn van toen, de verwondingen, de verlating, leren zien door een nieuwe bril. We gaan herkennen dat niets ooit tevergeefs was. Dat God de pijn kende, er verdriet over had, en met ons meehuilde. Dat hij erbij was, en ons ook liefhad toen we ons door iedereen verlaten voelden. God kan het kwaad niet verdragen, hij wil het niet verdragen. We gaan ook zien dat zelfs de diepste wond en de grootste zonde niet voldoende zijn om zijn plan in gevaar te brengen. Liefdevol neemt hij de beschadigde plekken uit het verleden en geeft ze een plek in het weefsel van zijn bedoelingen. Hij trekt zijn lijnen er omheen, past zijn plannen aan, en uiteindelijk zullen we zelfs gaan begrijpen dat hij van die momenten gebruikmaakt om zijn koninkrijk te verwezenlijken. Ons verleden wordt door God verlost. En dus kan ook ons heden en kunnen ook onze keuzes van nu worden verlost. We kunnen werkelijk handelen uit liefde, in plaats van uit gebrokenheid. Dat is de hoop van het evangelie, het goede nieuws: de pijl van de tijd beweegt zich in de richting van de toekomst. En daarover gaat mijn volgende bericht.