Posts tonen met het label persoonlijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label persoonlijk. Alle posts tonen

vrijdag 1 januari 2016

We gaan er weer voor dit jaar!

Weer een jaar afgesloten, weer een nieuw jaar om naar vooruit te kijken. Het lijkt nog maar net geleden dat ik mijn laatste nieuwjaarsbericht plaatste, maar dat schijnt bij het ouder worden te horen: de tijd glipt als water door je vingers. Toch zijn er weer 365 dagen geweest om in te leven, te lezen, te werken en te schrijven, en die zijn ook behoorlijk rijk gevuld geweest! Zoals ik gewend ben, vroeg ik in januari tijdens het wandelen aan God een bijbeltekst die het thema zou zijn voor het komende jaar. Het was dit keer: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven'. Nadenkend over deze woorden kwam ik tot de realisatie dat wat Hij me hiermee wilde zeggen, was dat Hij 'het leven' is - dat wil zeggen: het gewone, dagelijkse leven, (eten, werken, slapen) en dat ik me daarop mag richten in plaats van met mijn hoofd in de wolken te lopen, omdat Hij ook in het alledaagse volop aanwezig is en daarbij betrokken is. Nou, dat heb ik geweten!
Op het gebied van het alledaagse leven was 2015 namelijk helemaal niet makkelijk, en het was ook nodig dat ik mijn energie erop zou richten om goed voor mezelf te zorgen en keuzes te maken die voor mij en mijn vrouw gezondheid en levensvreugde zouden opleveren. Waar ik eerst geneigd was aan mijn grenzen voorbij te lopen en mijn lichamelijke en geestelijke welzijn te verwaarlozen, botste ik er nu volop tegenaan. Dat was bepaald niet prettig. Ik heb al langer geworsteld met stress en daaruit volgende slaapproblemen (zie al mijn vorige nieuwjaarsberichten), maar dit voorjaar werd het weer erger en erger. De symptomen stapelden zich op. Ik ging steeds slechter slapen, werd 's nachts badend in het zweet wakker, met bonkend hart. Ik had darmproblemen (het hield niet op met borrelen, en ik had last van brandend maagzuur), die steeds erger werden. In februari begon ik opeens een luide piep in mijn oren te horen, dag en nacht, die niet verdween, wat ik ook probeerde. Ik werd enorm moe, was af en toe overdag misselijk van vermoeidheid. En uiteindelijk kreeg ik er ook tintelingen bij in mijn vingers en mijn tenen (terwijl mijn eczeem ook weer wat begon op te spelen). Allemaal stressklachten. Ik wilde me echter niet ziek melden. Gelukkig ontdekte ik dat veel te maken had met hyperventilatie. Mijn vrouw merkte op dat ze al sinds onze verkering vond dat mijn ademhaling wel heel snel en oppervlakkig was. En ik werd me er zelf ook van bewust. Dus begon ik met ademhalingsoefeningen, elke dag, zo vaak ik kon.
Dat vergde ook mentale inspanning, maar de effecten waren duidelijk. Ik begon weer beter te slapen en de symptomen verdwenen. Mijn darmen kwamen tot rust en mijn eczeem speelde niet meer op (ik hoef niet eens meer te smeren!). Maar het moet niet bij symptoombestrijding blijven. Dit jaar heb ik veel bronnen van stress in mijn leven aangepakt. Mijn relatie met mijn ouders is sterk verbeterd en niet meer stressvol, ik neem meer tijd voor mezelf en heb er zelfs voor gezorgd dat mijn administratie zich niet langer opstapelt. En ook ben ik mezelf niet langer gaan verschuilen. Ik ben gaan staan voor wie ik ben, en werd zelfs boos. Dat had effect: ik sliep opeens weer goed! De 'man met de hamer' waar ik van gewend was dat hij om half drie 's middags langs kwam en me als een uitgewrongen vaatdoek deed voelen, kwam opeens langs 's avonds om half elf - mijn ritme was hersteld! De piep in mijn oor werd ook minder, behalve onder bepaalde omstandigheden. Mijn doel is dus nu om die omstandigheden ook zo veel mogelijk tot het verleden te laten horen. Ik heb veel te lang met stress en de gevolgen ervan geleefd.
Geloof was ook jarenlang een bron van stress voor me: met name het idee dat ik niet genoeg deed voor God. Dit jaar ben ik regelmatig naar de kerk gegaan (de Anglicaanse kerk voelt echt als geestelijk thuis), en dat was het wat religie betreft. Ik heb in de zomer tijdens een wandeling aan God gevraagd of het erg was dat ik niet zo vaak met hem sprak of religieus bezig was. Hij suggereerde dat ik Hem behandelde als een klein kind zijn vader, dat ik me door Hem bij de hand wilde houden en bij elke stap omkeek, of het wel goed was. Maar om echt zelfstandig te worden, zou ik hem moeten durven loslaten. Ik zou moeten leren fietsen zonder zijwieltjes, en leiderschap nemen over mijn eigen leven (iets waar mijn vriendin Chiat me ook aan herinnerde). Dit is geen teken van ongeloof, of afzetten tegen. Het is volwassenheid, en daar is God juist blij mee!

Okee, een lang verhaal over wat dit jaar me gebracht heeft. De rest houd ik dus voor het gemak maar kort! Dit jaar is bijvoorbeeld eindelijk de badkamer gedaan, waardoor we een week in de troep hebben gezeten, maar we lopen nu in elk geval niet het gevaar dat de tegels op ons hoofd vallen. Daarnaast heb ik genoten van onze muskusschildpad Sammie, die heel erg gegroeid is, maar zijn eigenwijze karakter niet heeft verloren. Mijn vrouw en ik houden veel van hem. Er is zelfs een vierde aquarium bij gekomen dit jaar! Een met slakkenhuisbroedende cichliden uit het tanganyikameer! Mijn favoriete vissen eigenlijk. En in mijn kleinste aquarium zwemmen dropgoerami's. Zeldzame en gevoelige visjes, die het heel goed doen!
Verder zijn Bianca en ik naar fantasyfestivals geweest, naar de dierentuin, naar Londen, naar stripbeurzen, naar het museum, en hebben we ge-'high tea'et. Ik heb veel gelezen (68 boeken), heb mijn liefde voor kruiswoordpuzzels herontdekt en ben vaak naar de film geweest (lang leven de Pathe-pas). Ik heb ook behoorlijk veel geschreven: 36 korte verhalen, 50 gedichten en 13 filmbesprekingen (en 68 boekrecensies op Goodreads). Natuurlijk was dit het jaar waarin ik de Trek Sagae-award won, een verhaal publiceerde in de bundel Ganymedes 15 (warm aanbevolen!), meewerkte aan het boek 'Woestijnvaders' (een tweede druk verschijnt binnenkort) en waarin mijn boek 'De loser die wint' eindelijk verscheen (laat me weten wat je ervan vindt!). Dat zijn voor mij toch wel de hoogtepunten van het jaar geweest.

Op het werk gebeurden behoorlijk stressvolle dingen, met een collega die met zwangerschapsverlof ging, een leidinggevende die vertrok en een directeur die de organisatie ook verliet. Ik heb wel mooie artikelen kunnen schrijven (onder andere over klimaatverandering en de rol van de veeteelt daarin) en dat hoop ik ook het komende jaar te kunnen doen. Maar dan een dag per week minder, want per 1 januari werk ik nog maar drie dagen! De extra vrije dag kan ik goed gebruiken voor mijn schrijfactiviteiten, want dat worden er niet minder. Zoals lezers van mijn blog wel weten heb ik namelijk een contract voor de publicatie van mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst'. Het eerste deel 'Keruga' verschijnt dit jaar bij uitgeverij Macc. Verder ga ik mijn gedachten over het sacramentele wereldbeeld (waarin wat Jezus deed een teken is van wat altijd en in alle tijden al waar was en is) uitwerken tot een nieuw studieboek. Ik heb verhalen opgestuurd voor drie verschillende wedstrijden en voor de volgende Ganymedes-bundel en ga dit jaar ook weer aan vier verhalenwedstrijden meedoen (misschien zelfs wel meer). Daarnaast wil ik dit jaar een bundeling gaan maken van mijn beste gedichten en die uitbrengen, misschien via een 'publishing on demand'-service. Ik hoop ook de kans te krijgen lezingen te geven. Op zaterdag 30 januari houd ik alvast van 14.00 tot 15.00 uur een signeersessie bij de 'Bijbel-In' in Delft - wil je een gesigneerde versie van mijn boek of wil je nog een exemplaar van 'Neptunus' of 'De Derde Macht', kom dan daar even langs!
Verder komt dit jaar rond mijn veertigste verjaardag een van mijn grootste verlangens uit. Dan zal ik namelijk met mijn beste vriend een bezoek brengen aan de Eagle and Child, de plek waar de Inklings bijeenkwamen, en daar het glas heffen op mijn grote voorbeelden: C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien. En ook de andere sporen die zij in Oxford hebben achtergelaten zullen we bezoeken. Noem het gerust een bedevaart. Er staat dit jaar geen nieuw aquarium op de planning, maar ik zal wel weer lekker veel boeken lezen, naar de film gaan, series kijken, op het balkon zitten en van het leven genieten. En hopelijk kan ik volgend jaar op nieuwjaarsdag terugkijken en schrijven dat de stress nu echt tot het verleden behoort en de symptomen daarvan ook. Maar ook als dat niet het geval is, ga ik wel van het komende jaar met volle teugen genieten. Eerste stap? De traditionele badjasdag, met dit keer de Batmanfilms van Christopher Nolan op het programma.

vrijdag 2 oktober 2015

'De loser die wint ...' - The Making Of ... (1): Wie verre reizen doet ...

Mijn schrijfcarrière lijkt zo langzamerhand in een stroomversnelling te komen. Mijn fantasyduologie 'De Krakenvorst' verschijnt volgend jaar, ik doe mee aan wedstrijden voor korte verhalen, en een verhaal verscheen in 'Ganymedes 15' - een staalkaart van de Nederlandstalige SF en fantasy. Verder komt eind oktober een prachtig koffietafelboek uit, getiteld 'Woestijnvaders', waarvoor ik de redactie heb gedaan en hoewel de betreffende heiligen in een droge omgeving leefden, waren ze totaal niet stoffig. Beeld en tekst komen in dit boek samen en bieden inspiratie uit de woestijn. En eind oktober zal ook mijn vijfde boek worden gepubliceerd: 'Hoe je zwakheid leven brengt ... Als God je verhaal vertelt'. Daar ben ik natuurlijk erg enthousiast over!
Toen 'Indrukwekkende Vrijheid' uitkwam, mijn vorige non-fictieboek, heb ik op mijn blog een driedelige serie geschreven over 'The Making Of ...' (deel 1, deel 2, deel 3). Want de totstandkoming van een boek is vaak in zichzelf ook al een heel verhaal, vooral boeken over onderwerpen die je na aan het hart liggen. En met dit nieuwe boek is dat ook het geval. Dat verhaal is echter niet een-op-een in het boek terug te lezen, zoals je om te zien hoe een film gemaakt is ook de extra's op de blu-ray moet raadplegen (of het moet een heel postmoderne film zijn, dat kan). Ik vind het zelf echter wel altijd leuk om te weten hoe iemand ertoe kwam een bepaald verhaal te schrijven, en hoe hij zelf groeide (of niet) door het schrijfproces. En als het waar is wat ik geloof, namelijk dat elk goed verteld verhaal het Verhaal van de Werkelijkheid weerspiegelt, geldt dat dus ook hiervoor.

Het verhaal van 'Hoe je zwakheid leven brengt ...' begint zelfs al voordat 'Indrukwekkende Vrijheid' in de winkels lag. In het voorjaar van 2010 kwam ik namelijk in het weekeinde thuis van een afspraak toen ik een berichtje hoorde op mijn antwoordapparaat. Het waren mijn ouders: dat ik het vorige jaar niet op vakantie was geweest en of ik daarom niet naar Visakhapatnam in India wilde. Helaas was het februari, en dat is voor mij niet het beste jaargetijde. Zelfs met daglichtlamp heeft de winterdepressie nog invloed op mijn gevoelsleven, en ik zocht allerlei motieven achter het ingesproken berichtje: vonden mijn ouders dat ik het vorige jaar op vakantie had moeten gaan? Was dit inherente kritiek? Was ik alleen geslaagd als ik verre reizen maakte?
Ik had de weken daarvoor toch al de nodige worstelingen gehad, bijvoorbeeld op mijn werk. Zo was er een externe adviseur gekomen op de communicatieafdeling, om ons te begeleiden in een veranderingsproces. Een van de doelen was het Tijdschrift voor Diergeneeskunde, waarvan ik bureauredacteur was, te gaan omvormen, van een blad dat klakkeloos plaatste wat mensen instuurden, al waren het congresverslagen van zes pagina's, tot een journalistiek gedreven vakblad. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er niet zo positief bij zat: een paar jaar eerder was ik namelijk bij het Pharmaceutisch Weekblad bij net zo'n omslag betrokken geweest: van wetenschappelijk tijdschrift naar vaktijdschrift. En het jaar daarna was ik ontslagen, omdat ik niet mee had kunnen komen. Ik ben namelijk niet een assertieve journalist en nieuwsjager en dat werd ik toen wel geacht te zijn. Ik had nu dus mijn hakken in het zand. En de adviseur legde de vinger op de zere plek: een negatief zelfbeeld. Ik verwachtte opnieuw te falen, dus wilde ik geen risico nemen.
Ik wist eigenlijk al jaren dat ik hiermee worstelde, maar dacht dat ik al een eindje gegroeid was. Het bleek echter nog steeds een rode draad in mijn leven. En ik had geen flauw idee hoe ik er iets in kon veranderen: ik kan mezelf niet aan mijn eigen haren uit een moeras trekken. Dat er tegelijkertijd een nieuw functiewaarderingssysteem werd ingevoerd hielp me niet bepaald - dat hield ook in dat ik me elk jaar opnieuw moest bewijzen, dat ik moest laten zien competenties te kunnen verbeteren en resultaten te halen, terwijl ik het al moeilijk vond om gewoon te functioneren.
Ik besloot mijn ouders gewoon terug te bellen en van kritiek bleek geen sprake (misschien wel van wat onhandig uitdrukken). Het punt was dat ze wisten dat ik van reizen hield. En dat zij geld hadden verzameld voor een project van een Indiase kerk, waarvan een waterput geboord zou worden, maar dat ze de afgelopen jaren al een paar keer naar India waren geweest en tegen nog een reis opzagen. En dat ze mij dus graag wilden afvaardigen om namens hen te gaan. Ik zou direct de kans krijgen in een kerk aldaar een keer te spreken en zij wilden ook de reiskosten betalen. Dat was een gaaf aanbod. En ik had op dat moment ook geen levenspartner met wie ik rekening hoefde houden. De weg was dus vrij voor mij om te gaan. Ik zag wel op tegen het regelen van een visum en dat soort praktische zaken, maar toen ik zeker wist dat ik dit wilde, bleek dat ook geen probleem.

Van te voren dacht ik na wat ik zou brengen als ik de gelegenheid had om tot mensen te spreken in India. Tegelijk met de confrontatie op kantoor met mijn negatieve zelfbeeld was ik gaan nadenken over wat de bijbel zegt over zwakheid. Hierover had ik op mijn blog een serie geschreven. Ik was me daarbij bewust geworden dat zwakheid tot de kern behoort van het christelijke geloof. Wat wil je met een religie die draait om een man die aan een kruis wordt genageld en sterft?
Vooral het opnieuw lezen van 1 Korinthe had me ervan overtuigd dat we als mensen niet op onze eigen kracht moeten vertrouwen. Dat is de weg of het geheim van de wereld. Het geheim van God is dat van de zwakheid. Dat is waarom volgens Paulus zowel Joden als Grieken het dwaasheid vinden. Het betekent namelijk dat je accepteert dat je zwak bent, dat je het belang van de ander hoger acht dan dat van jezelf en niet probeert je eigen bestaan tegen elke prijs veilig te stellen. Zoals Jezus dat ook niet deed. Hij vertrouwde in plaats daarvan op God en die wekte hem uiteindelijk uit de dood op. Jezus kon daar zelf niets aan bijdragen. Hij steeg niet op uit het graf op eigen kracht (in weerwil van een bekend Paaslied). Hij was dood. Hij kon niets. Het was God die hem tot leven wekte, en net zo is God aan het werk in ons, als wij Hem niet in de weg staan. Zoals Paulus in Galaten zegt: God handelt alleen (3:20).
Dat is voor ons westerlingen met onze cultus van persoonlijke ontplooiing en assertiviteit misschien aanstootgevend, maar uiteindelijk is het goed nieuws. Want er staat een ding vast, en dat is dat we uiteindelijk allemaal aan de zwakheid ten prooi vallen. We sterven allemaal, of we in India wonen of in Nederland, of we rijke directeur zijn of heroineverslaafde. En allemaal kunnen we niet op eigen kracht, zelfs niet door ons geloof, maar alleen door God uit de dood worden opgewekt. Dit was iets wat ik in India kon brengen, zelfs toen ik een keer met acute diarree van het podium af moest. Paulus zelf kwam immers ook in Korinthe 'in al mijn zwakheid en [bovendien] was ik angstig en onzeker' (1 Korinthe 2:3).

Ik nam dit keer niet een tas vol boeken mee op reis. Er zat eigenlijk maar een boek in mijn bagage, en dat was 'The Shack' van William Paul Young (in het Nederlands 'De Uitnodiging' geheten). Dit boek had ik een paar jaar eerder ook al gelezen en het had me toen heel erg aangesproken. Ik nam het nu mee in de hoop dat ik door het lezen ervan opnieuw iets van God zou leren. Het is echter geen onomstreden boek.
Young geeft zijn boodschap namelijk door in de vorm van een verhaal. Een verhaal over Mack, een man die zijn dochtertje verliest aan een seriemoordenaar. Verteerd door verdriet raakt hij in een depressie. Dan krijgt hij een uitnodiging om naar een hut in de bergen te komen. Daar heeft hij een ontmoeting met de drie personen van de drie-eenheid: Papa, een Afroamerikaanse vrouw die van lekker eten houdt, Jezus en de Heilige Geest, gepersonificeerd als een Aziatische vrouw. Dit is namelijk hoe God tot Mack, kan doordringen. Andere beelden zouden bij hem tot weerstand leiden. Papa wil Mack ervan overtuigen dat hoewel hij een groot lijden heeft ervaren, dat niet betekent dat God niet van hem houdt. Papa is zelfs 'especially fond of him'. En die liefde hoeft Mack niet te verdienen. Niet door zich aan religieuze verplichtingen te houden, niet door zich moreel te gedragen. Hij is gewoon geliefd, en mag erin rusten. Die liefde betekent ook niet dat het hem voor de wind zal gaan, en dat hij geen verdriet zal kennen. Maar de littekens op Jezus' handen laten zien dat God er ook in dat verdriet bij is, en dat hij ook als hij boos is of teleurgesteld, in Gods liefde mag rusten. Want uiteindelijk zal God door de dood en de pijn heen vernieuwing brengen, een die niet door mensen tot stand kan worden gebracht, maar op een organische manier, als een fractal. Het enige dat Mack hoeft te doen is te rusten in Gods liefde.
Vreemd genoeg hadden heel veel christenen, vooral in de Verenigde Staten, felle kritiek op deze boodschap. Ik meende echter dat de boodschap zo bijbels was als het maar wezen kon. Zowel de eerste keer dat ik het boek las, als toen ik het in India herlas, zat ik voortdurend te knikken. Eigenlijk wilde ik een boek schrijven over dezelfde thematiek, om te laten zien dat het Godsbeeld uit 'The Shack' gewoon uit de bijbel afkomstig is. Daarin zou ik echter 'The Shack' of William Paul Young niet noemen of citeren. Wie weet zouden mensen het op deze manier wel tot zich durven nemen.
En ikzelf bleek de boodschap ook nodig te hebben, vooral toen er in IJsland een vulkaan met een onuitspreekbare naam uitbarstte, precies op de dag dat ik naar Nederland zou terugreizen. Zo strandde ik in het Midden-Oosten op het vliegveld van Doha. Ik was bang en zenuwachtig, wist niet hoe lang ik daar zou moeten blijven. Mijn negatieve zelfbeeld dreigde me te overweldigen. En ik ging oefenen om mezelf te zien als door God geliefd, om mezelf dat voor te houden als de diepste waarheid, ook toen ik achterin de rij stond en mensen probeerden voor te dringen ...

Hoe dat afliep zal ik hier niet schrijven! Daarvoor zul je het boek moeten lezen. De reis naar India en mijn belevenissen daar vormen namelijk een rode draad in het boek. Ik zie het zelf als een avonturenverhaal. De jongensboeken die ik vroeger las eindigden immers ook bijna allemaal met een vulkaanuitbarsting ...

(wordt vervolgd)

dinsdag 23 juni 2015

Gedicht: Een droom (3)

Een droom (3)

Mijn oma's huis. Ik zie de veranda
met de rode tegeltjes, opzij de
plantenbakken, stoelen uitgeklapt,
een witte tafel met kopjes thee.
We zijn er allemaal, mijn ouders,
mijn broers, hun vrouwen, als was geen tijd
verstreken. Maar ik hoor niets, geen stemmen.
Een ding is anders: er loopt een rivier
op de plek van het strakke gazon,
en aan de overkant niet de bloemen
maar geel zand en dichte wildernis
die wacht op mij. Er hangt een touw.
Ik grijp en slinger over het water
naar de oever. Land op blote voeten.
Ik kijk om maar het blijft stil. Niemand
volgt mij. Ik loop door, nieuwsgierig
naar het land dat wacht achter de bocht.

woensdag 31 juli 2013

Mijn favoriete films (2): 15 tot 6

We vervolgen mijn persoonlijke top 25 van films, de films waar ik steeds naar teruggrijp, die tot mij spreken, die mijn favorieten zijn. Een persoonlijke lijst, en ik vind het zelf ook interessant om te kijken wat deze films over mij (lijken te) zeggen. In elk geval veel idealistische hoofdpersonen, die staan voor waarden als vrijheid en bereid zijn heel ver te gaan om anderen te bevrijden. En veel films waarin mensen een glimp opvangen van een andere wereld, daarnaar gaan verlangen, en alles willen achterlaten om die wereld te vinden. En die twee thema's zijn niet eens zo verschillend ...

15    Spider-Man 2
Waren de superhelden die de vorige eeuw in de bioscoop verschenen miljonairs of buitenaardse wezens, in de eenentwintigste eeuw waren het doodnormale mensen die op de een of andere manier bijzondere krachten verwierven. De films illustreerden opeens de worstelingen die we allemaal wel eens ervaren, maar dan uitvergroot. In de Spider-Man stripverhalen gebeurde dat al voortdurend, met een held die voortdurend platzak is, problemen heeft in de liefde, en zijn identiteit geheim moet houden voor zijn tante. En hij werd niet voor niets een van de grote successen in de bioscoop. In deze film loopt hij tegen zijn grenzen aan en moet hij zijn motieven onder de loep houden. Slooft hij zich uit omdat hij denkt iets te moeten bewijzen, of wordt hij gedreven door oprechte liefde? Ik herken veel van Spideys overspannenheid. En in Dr. Octopus heeft hij in deze film een fascinerende tegenstander, die nogmaals suggereert dat we onze motieven steeds kritisch tegen het licht moeten houden. Geweldige actiescènes ook!

14    The Prince of Egypt
Bijbelverhalen in de bioscoop, dat gebeurt niet heel vaak. En dan nog in de vorm van een tekenfilm, die zich wel vrijheden veroorlooft, maar toch de kern van de geschiedenis overeind laat (inclusief een spookachtige engel des doods). De film maakt met prachtige beelden en geweldige muziek duidelijk dat God er niet van gediend is dat mensen andere mensen als slaven gebruiken. Maar de film toont ook iemand die worstelt met zijn roeping, die moet afrekenen met schaamte en een negatief zelfbeeld, en opkomt voor wat goed is, zelfs als hij daarmee tegenover zijn beste vriend komt te staan. De scene waarbij Mozes de babymoord beleeft maakt mooi gebruik van Egyptische elementen, en de psychologie van Ramses is behoorlijk genuanceerd uitgewerkt.

13    Nausicaa and the Valley of the Wind
Animatie is geen genre, maar slechts een vorm. Zoals ‘zwart wit films’ ook geen genre in zichzelf zijn. In het westen wordt animatie gebruikt voor het vertellen van kinderverhalen en met name sprookjes, maar in Japan worden echt allerlei soorten verhalen verteld met behulp van dit medium. Ook postapocalyptische sciencefictionverhalen, met een milieubewuste heldin, enorme insecten en de komst van een geprofeteerde Messias, zoals deze film. Hayao Miyazaki heeft een oog voor schoonheid (vooral de schoonheid van wolken boven landschappen, en van de natuur, hoe vreemd aan die van ons ook), en in plaats van een dimensionale vrouwelijke karakters schept hij hoofdpersonen die werkelijk mens zijn en hun mannetje staan. Ze hebben ook geen romance nodig om een betekenisvolle rol te spelen in het verhaal. Nausicaa staat voor een pacifistische, geweldloze oplossing van het conflict, maar dat zou van haar wel eens een groot offer kunnen vergen ...

12    The Tree of Life
Filmmaker Terence Malick is meer een poeet dan een regisseur. Hij vertelt niet zozeer een verhaal, maar laat een reeks associaties zien, scenes die naar elkaar verwijzen en uiteindelijk een beeld vormen. Dit is een verhaal dat heel klein is: een jongetje groeit op met een strenge vader en liefdevolle moeder en moet als volwassen man kiezen door wie van die twee hij zich vooral wil laten vormen. Maar tegelijk is het verhaal heel groot: het loopt van de oerknal tot het moment dat de zon als rode reus de Aarde opslokt (met onder andere dinosauriërs er tussenin). Een film die laat zien hoe de wet de dood brengt, maar uiteindelijk ook de deur naar verzoening toont. Een film die je moet ondergaan, in plaats van hem in eerste plaats te willen begrijpen. Een film die in zichzelf al een ‘geestelijke discipline’ kan zijn.

11    Contact
Ik sta met een been in de wereld van het geloof, en met een been in de wereld van de wetenschap - maar zijn die werelden echt zo van elkaar gescheiden? Of hebben ze het alleen maar over andere aspecten van dezelfde werkelijkheid? Deze film confronteert uitgesproken atheïstische wetenschapper Ellie met voorganger Josh, die een ervaring met God heeft gehad. Ellie zoekt naar buitenaards leven, omdat ze gelooft dat het bestaan daarvan haar leven zin geeft. Dat is eigenlijk een religieus verlangen. En hoewel ze geen antwoord vindt dat ze wetenschappelijk kan bewijzen, heeft ze een diep persoonlijke ontmoeting die haar voor altijd zal veranderen. Een ontmoeting die eigenlijk niet verschilt van die van Josh. De beelden van de reis door het wormgat zijn fantastisch, maar ook de manier van werken op een astronomisch observatorium zijn goed in beeld gebracht. Een passend ambigu einde.

10    Tangled
Sprookjes worden generatie na generatie doorverteld. Dat gebeurt omdat ze diepe waarheden bevatten die resoneren met generaties van luisteraars. En elke generatie geeft er een nieuwe draai aan. Disney bracht een nieuwe versie uit van het verhaal van Rapunzel. Deze versie toont een meisje dat verlangt zichzelf te ontplooien, maar wordt tegengehouden door een moeder die haar magische haar voor haar eigen goed wil gebruiken. De kwade kracht van manipulatie en leugen wordt in beeld gebracht, maar ook de kracht daartegenover van opofferende liefde. Een mooie romance die het beste in twee mensen naar boven brengt, de zoektocht naar ouders, die naar hun kind blijken te zoeken (zoals God naar ons zoekt al voor wij naar hem zoeken), de vervulling van het hartsverlangen ‘Save what once was lost’. Een (ontroerend) einde met een werkelijke ‘deus ex machina’. Wat wil je meer van sprookjes? God manipuleert ons niet om er zelf beter van te worden, maar nodigt ons uit om hem te zoeken via schoonheid en relaties. En dan zijn er de hilarische kameleon en het paard als bijfiguren. Een film die de aanduiding ‘Disney Classic’ echt waard is.

9    Batman Begins
Eerdere Batman-films namen het karakter eigenlijk niet serieus, maar deze film toont vooral de mens achter het masker. Bruce Wayne was getuige van een verschrikkelijke tragedie, en wil aanvankelijk niets anders dan wraak. Maar daarmee is hij net zo slecht als degene op wie hij zich wil wreken. De League of Shadows verleidt hem met het aanbod van absolute, onpersoonlijke rechtvaardigheid. Maar ook dat is niet de weg. In de aanpak van Bruce staat medeleven centraal. Hij staat tussen de inwoners van Gotham en de criminelen aan de ene kant, en de rechters aan de andere kant. En hij bestrijdt de angst die beide zijden zaaien. Aan de andere kant: Bruce gaat zo op in zijn missie, dat hij zichzelf dreigt kwijt te raken. En dat kan niet de bedoeling zijn, toch? Ik ben zelf ook een idealist, en zie in deze Batman daarvan de gevaren en de uitdagingen. En ik geniet van de scenes tussen Bruce en zijn mentor, overtuigend gespeeld door Liam Neeson.

8    The Abyss
Er staan in mijn persoonlijke top 10 drie films van James Cameron. Het zou interessant zijn eens na te denken waarom de films van deze filmmaker me zo aanspreken. Ze zijn namelijk niet per se heel diep (ha!) wat het verhaal betreft. Maar aan de andere kant zijn niet voor niets twee van de meest succesvolle films aller tijden van Camerons hand. The Abyss is een van zijn vroege films en een heel persoonlijk project van hem na het verfilmen van de verhalen van anderen. Een groep duikers in een onderzees boorplatform krijgt gezelschap van mariniers op zoek naar een gezonken onderzeeër. In de omgeving worden vreemde signalen waargenomen. Zijn die afkomstig van de russen? Of van een heel andere beschaving? Terwijl paranoia het booreiland in zijn greep krijgt, breekt aan de oppervlakte een grote storm los. Ondertussen durft een van de duikers een open geest te houden en verder te kijken dan de anderen. Maar zal de hoofdpersoon handelen naar wat zij gezien heeft en zijn leven op het spel zetten voor wezens die hij nooit zelf gezien heeft?  De afdaling langs een onderzeese rotswand is een van de meest indrukwekkende scenes ooit (maar de confrontaties tussen onderzeeërs en de gloeiende wezens die in beeld komen doen ook de rillingen over mijn rug lopen). Met een briljante rol van Ed Harris.

7    The Lion King
Een film met mythische kracht. Van de rijzende zon als opening, tot de stampede, tot de confrontatie met de fascistische Scar. Dit is een film, die ook al zijn de hoofdpersonen leeuwen, gaat over het mens-zijn. Wat mij vooral aanspreekt, is de zoektocht naar identiteit. Simba heeft vernietigende boodschappen meegekregen in zijn jeugd (ik ben zelf bijvoorbeeld gepest en dat heeft mij aan mezelf doen twijfelen), hij is sindsdien op de vlucht en doet zich voor als onverantwoordelijke wildebras (wat John Eldredge ‘the poser’ noemt). Maar hij kan zelf zijn identiteit niet genereren. Hij moet die ontvangen van zijn vader. Identiteit is een geschenk. Hij moet zich herinneren wie hij altijd al geweest is, de zoon van zijn vader. Pas daarna kan hij zijn roeping vervullen, en de leugens confronteren. En dat alles met fantastische muziek en geweldige stemmen. Timon en Pumba zijn hilarisch, en Sazu is heerlijk droog (met de stem van Mr. Bean himself, Rowan Atkinson). Dit is een epische tekenfilm.

6    Titanic
Ja, het was de favoriete film van talloze tienermeisjes. Maar ook ik vond hem gaaf. Titanic was de eerste film die ik (na The Lion King) in de bioscoop zag, en de film die mij voor eens en voor altijd een filmfan maakte. Ik werd opgeslokt door het verhaal, leefde mee met de karakters, en begon direct na afloop associaties te maken en parallellen te trekken met het leven. Een gewoonte die ik heb gehouden. Ik zie de film niet als weergave van historische gebeurtenissen (bepaalde personen blijken in een te negatief licht te zijn gesteld), maar als de weergave van de moderne mythe van Titanic. Het schip is een ‘microcosmos’ van de wereld. We zijn allemaal opvarenden, en weten dat de dood er voor ons allemaal aankomt. En aan ons wordt de vraag gesteld: wat doen we in de tussentijd? Waar zetten we ons voor in? Wat is voor ons belangrijk? Het is een film over redding. Rose zegt over Jack: Hij redde me op elke manier waarop iemand gered kan worden - niet door haar van de verdrinkingsdood te redden aan het eind, maar al eerder, toen hij zich met haar associeerde op haar dieptepunt, toen ze op het punt stond zelfmoord te plegen: ‘You jump, I jump’. Dit is volgens mij ook wat Jezus voor ons gedaan heeft. En door over deze film na te denken realiseerde ik me eigenlijk voor het eerst dat het er in het christelijk geloof om gaat dat we leven ‘in al zijn volheid’. En de beelden van de Titanic onder water zijn natuurlijk erg indrukwekkend.

zondag 27 januari 2013

Filmbespreking: The Impossible

Ik heb geen TV thuis. Ik bedoel: het apparaat heb ik wel, anders zou ik geen DVD’s en blu-rays kunnen kijken en geen computerspellen kunnen spelen, maar ik kijk er geen TV op. Nooit gedaan. Dat heeft als voordeel dat ik niet in de verleiding kom om een hele avond gedachteloos te zappen om uiteindelijk te realiseren dat ik twee saaie spelletjes gezien heb en een halve aflevering van een serie die me toch niet zo boeide. En dat naast talloze reclames voor wasmiddel en sterke drank. Maar het nadeel is dat ik sommige dingen niet zelf zie. Over de vloedgolf van kerst 2004 las ik alleen in de krant. Dat was natuurlijk al indrukwekkend genoeg. En ik zag de satellietfoto’s die toonden hoe de kustlijn was veranderd na de tsunami, wat de ongelofelijke kracht van het water illustreerde.
Maar het gebeurde bleef abstract. Cijfers waar ik weinig mee kon. Ik had geen voorstelling hoe het geweest moest zijn voor de mensen in de gebieden rond de Indische oceaan. Wel herinner ik me hoe we op kantoor geld inzamelden voor de hulpfondsen. Ik had nog Noorse kronen van een eerdere vakantie in mijn portemonnee zitten en doneerde die. Wat de impact was van de ramp werd me echter pas goed duidelijk toen ik in 2010 in India was, en mijn gastheren van de kerk in Hyderabad me vertelden hoe ze met voedsel en kleding hulp gingen bieden in de getroffen streken van India. Ze lieten ook een paar foto’s zien van de verwoesting die daar was aangericht.

Toen ik vroeger bij mijn grootouders logeerde, las ik graag in de Het Beste (Readers Digest) - waar ze heel wat jaargangen van hadden staan - en dan vooral de overlevingsverhalen. Mensen die een vliegramp hadden meegemaakt, die waren verdwaald in de bergen, die in een mijn waren vast komen te zitten. Die een aardbeving hadden doorstaan. Of een vloedgolf. Wat deze artikelen deden was dat ze de abstracte cijfers - aantallen doden, statistieken over verkeersongelukken, waarschuwingen over het gevaar van verdwalen - minder abstract maakten. Ze maakten er namelijk een verhaal van. En ik geloof dat wij als mensen (of in elk geval de meesten van ons) niet zijn gebouwd om te denken in abstracties (die betekenisloos zijn), maar wel in verhalen (die betekenis geven). Zelfs als we over abstracties praten, gebruiken we er vaak beeldspraak voor of analogieën - dat wil zeggen: we vertellen er een verhaal over.
Als we dus willen omgaan met gebeurtenissen of rampen (individueel of collectief) vertellen we er een verhaal over. Kennissen die iets erg hebben meegemaakt willen graag ‘hun verhaal kwijt’ (ik weet dat toen ik door de IJslandse vulkaanuitbarsting had vastgezeten in Doha, ik later graag dat verhaal vertelde). Net zo vertellen we verhalen over oorlogen en rampen. Dat begint op school, want de beste geschiedenisleraar is degene die mooie verhalen over geschiedenis weet te vertellen. Toch? Maar ook later - niet voor niets zijn er zoveel boeken geschreven en films gemaakt over de tweede wereldoorlog, over de Titanic, over Vietnam. En er kwamen films over de Twin Towers na elf september, en boeken waarin die gebeurtenissen een rol speelden. Die verhalen helpen ons om beter te begrijpen wat de impact was van die momenten, ze doen ons meeleven met de personen die werden getroffen (en daardoor ontwikkelen we meer empathie en ‘theory of mind’) en ze maken ons weerbaar, doordat we onszelf afvragen wat wij in zo’n situatie zouden doen en ons daarop gaan voorbereiden.
Vaak worden deze verhalen verteld vanuit het oogpunt van een overlevende. Dat lijkt misschien niet ‘eerlijk’, alsof de overledenen geen verhaal te vertellen hadden. Maar het lot van anderen wordt niet over het hoofd gezien. Het wordt juist pijnlijk duidelijk hoe ‘oneerlijk’ het is dat het verhaal van die anderen wreed tot een einde is gebracht. De onrechtvaardigheid van het universum blijkt er juist heel duidelijk uit. Het brengt bij ons de verontwaardiging tot stand die gepast is bij het zinloze lijden in de wereld. We heffen onze vuist en komen in actie. Maar waarom zouden we in actie komen als het menselijke bestaan geen waarde zou hebben? Als het individuele bestaan werkelijk zinloos zou zijn. Wat deze verhalen ons ook duidelijk maken is dat het universum uiteindelijk niet hopeloos is. Dat onze opoffering en medemenselijkheid betekenis hebben. En juist dat er mensen overleefden kan ons hier geloof in schenken. G.K. Chesterton zei al dat kinderen behoefte hebben aan verhalen, niet om te leren dat draken bestaan, maar om te leren dat ze verslagen kunnen worden. We weten allemaal met de Prediker dat ‘tijd en toeval treffen allen’. De verhalen bevestigen dit (het zijn immers vaak gewone mensen die door gebeurtenissen groter dan zichzelf worden overvallen), maar ze laten tevens zien dat in die situaties toch ruimte mogelijk is voor medemenselijkheid, opoffering en naastenliefde. En voor hoop. Hoe klein dat sprankje ook mag zijn.
(Natuurlijk is er het gevaar dat als de gebeurtenis langer geleden is, er legendevorming kan optreden, waardoor de verhalen de gebeurtenis niet dichterbij brengen, maar de afstand tussen de luisteraar en de werkelijkheid juist vergroten. Je gaat als kijker bijvoorbeeld meeleven met de helden in een oorlogsfilm en gaat de tegenstanders als minder menselijk zien. De werkelijke menselijke kosten van een gebeurtenis worden over het hoofd gezien. Daarom moeten te grote verhalen uiteindelijk gedeconstrueerd worden - de verhaaldynamiek moet worden ontmaskerd, zodat de gebeurtenis zelf weer zichtbaar wordt. Parodieen doen dit bijvoorbeeld, of een film als Inglourious Basterds van Quentin Tarantino.)
Tot slot geloof ik dat juist in dit type verhalen het Grote Verhaal het duidelijkst zichtbaar kan worden, want gaat dat er ook niet over hoe wij wonder boven wonder, tegen alle hoop in, zijn gered van de dood van het lichaam en de vernietiging van het heelal?

De film The Impossible bracht voor mij de gebeurtenissen rond de tsunami van 2004 tot leven. Hij maakte de onweerstaanbare kracht van het water duidelijk, maar ook de chaos en verwarring die er na de tsunami heersten. Als ik nu over een vloedgolf hoor, is het niet meer iets abstracts. Maar de film toont ook opvallende tekenen van medemenselijkheid. Sprankjes hoop in een duistere situatie. Wat deze film zo bijzonder maakt is dat hij zo dicht bij de hoofdpersonen blijft. De camera blijft ze op de huid zitten. Je maakt mee wat zij meemaken, soms in gruwelijk detail. (Maar zonder te gruwelijk te zijn - de film is in dat opzicht gelukkig niet sensationeel). Soms juist door het ontbreken van detail (zo is het scherm even zwart en hoor je alleen geluiden - en dat is misschien nog wel het gruwelijkst). Daarbij helpen de sympathieke acteurs, die hun rol geloofwaardig neerzetten, zelfs de kinderen die meespeelden. Het gezin heeft een heel natuurlijk overkomende dynamiek, ook de interactie tussen de drie jongens. Ik vond de muziek tegen het einde toe wel wat sentimenteel worden. Dat had wat minder gekund. Vooral omdat de gebeurtenissen tegen het einde al te mooi lijken om waar te zijn. Als de film niet was gebaseerd op een waargebeurd verhaal, zou ik het einde niet hebben geslikt. De wetenschap dat het echt is gebeurd, maakt het ontroerend.

De familie Bennett is tijdens de kerst op vakantie aan de kust in Thailand. Henry heeft te horen gekregen dat hij mogelijk zal worden ontslagen, zijn vrouw Maria wil haar baan als arts wel weer oppakken. Ondertussen spelen hun kinderen en maken ze ruzie, zoals jongens dat onderling nu eenmaal doen. De ochtend na kerst zijn ze allemaal in het zwembad in het resort als er een vreemde wind opsteekt. Er komen onheilspellend roepende vogels overwaaien. Dan verschijnt als uit het niets een muur van water, alles op zijn weg vernietigend. Als Maria uit de maalstroom boven water komt, is ze al vele meters meegesleurd landinwaarts. Ze treft haar oudste zoon Lucas aan en samen klampen ze zich vast aan een boomstam. Als het water zakt, zijn ze alleen. Van Henry en haar andere twee kinderen is geen spoor te bekennen. En zelf is ze door het puin in het water gewond geraakt. Als ze er niet aan onderdoor gaat door het bloedverlies, loopt ze het gevaar een stevige infectie op te lopen. Lucas neemt al snel de verantwoordelijkheid op zich over zijn moeder. Hij blijft bij haar als ze gevonden worden door locale mensen, en naar een ziekenhuis worden gebracht. Daar dringt Maria er bij Lucas op aan dat hij mensen gaat helpen. Als hij terugkomt, is zijn moeder verdwenen. Hij is moederziel alleen...

Waar mijn vriendin en ik ons over verbaasden bij het kijken van de film, was hoe deze familie zich inzet voor anderen, ook na wat ze allemaal hebben doorstaan. Het kan ook anders, en dat wordt in de film getoond: mensen die anderen niet van hun mobiele telefoon laten gebruikmaken, omdat ze bang zijn dat de batterij opraakt. En die angst is natuurlijk terecht. Een ‘ieder voor zich’-mentaliteit meten we ons in ons dagelijkse leven al makkelijk aan. Maar als je leven in gevaar is, als je dreigt alles kwijt te raken wat je bezit, dan al helemaal. Om te overleven worden mensen egoïstisch - uiteindelijk in staat elkaar te doden om een korst brood (is bekend van extreme situaties, bijvoorbeeld in de concentratiekampen). Ik maak me niet veel illusies over mijn eigen houding in dezen - ik weet niet of ik zou delen wat ik heb, als ik niet weet of dat voor mijzelf genoeg is.
Maar deze familie steekt anders in elkaar. Als het water zich net heeft teruggetrokken, en Maria en Lucas landinwaarts strompelen, horen ze een kind huilen. Lucas wil dat ze een boom opzoeken. Ze moeten omhoog klimmen om veilig te zijn als er een nieuwe golf komt. Elke seconde telt. Maar Maria geeft niet toe, al kan ze zelf nauwelijks meer op haar benen staan. “Weet je wat voor mij het angstigste moment was?”, zegt ze (even uit het hoofd geparafraseerd). “Niet toen de golf me raakte, maar toen ik boven kwam en ik was helemaal alleen. Misschien zijn je vader en je broers op dit moment wel helemaal alleen. Dan zou je toch ook willen dat iemand ze vond en ze hielp? Dit kindje is nu helemaal alleen. Hij heeft alleen ons. ” Lucas laat zich overreden en helpt het blonde jongetje dat Daniel heet. Later in het ziekenhuis vraagt zijn moeder hem een mandarijn te delen met een medepatient, die vast veel honger en dorst heeft. En hij helpt mensen die Engels spreken, brengt ouders en kinderen bij elkaar. Zelfs als hij daarvoor bij zijn moeder weg moet. Hij is een reddende engel - voor anderen, zoals hij het is voor zijn moeder.
Hoe kan het dat deze mensen in een noodsituatie in staat zijn anderen te helpen? Hoe kan het dat ze ook de noden zien van hun medemensen en niet alleen die van zichzelf?
Een ramp als deze brengt onze diepste motivaties boven, uiterlijkheden vallen weg. Rationeel nadenken over je gedrag is er niet bij. Je handelt uit instinct. De enige manier om na zo’n ramp liefde te kunnen tonen voor je medemensen, is als dat is wat je in de rest  van je leven doet. Het gedrag dat je oefent als het je voor de wind gaat, als er niets aan de hand is, is wat je vertoont als het tegenzit. Als je in het normale dagelijkse leven de roep van je medemens negeert, voordringt in de rij, en niet uitdeelt van wat je hebt, zul je dat ook niet doen als je leven abnormaal wordt.
Wat in deze film mooi zichtbaar is, is dat de familie voor de tsunami de kust bereikt, al wordt gekenmerkt door een hulpvaardige instelling. Ze zorgen voor elkaar, dat is al heel snel duidelijk. En omdat ze dat altijd al deden, kunnen ze daarmee doorgaan als de rampspoed toeslaat.
We weten niet of en wanneer we in moeilijke omstandigheden komen. Misschien wel nooit. Maar misschien zitten we morgen in een auto die over de kop slaat, wordt een ernstige ziekte vastgesteld, breekt een crisis uit, worden we ontslagen. We leven in een wrede wereld. Onze wereld is in zichzelf niet menselijk. Als wij wel menselijk willen zijn. Als wij willen dat we zelfs in zulke onmenselijke omstandigheden onze menselijkheid bewaren en er kunnen zijn voor anderen, moeten we daarom nu al dagelijks zo leven, nu we nog de vrijheid hebben ons gedrag zelf te kiezen. Als onze naastenliefde in ons systeem zit, als het ons instinct is geworden, zullen we onze naasten liefhebben als we puur instinctmatig handelen. Dit is de rol van de disciplines in het geloof, van rituelen, van liturgie. Die laten schoonheid, waarheid en liefde tot in ons merg doordringen. En ze komen naar buiten als we ze nodig hebben.
Uiteindelijk in het ziekenhuis ziet Lucas Daniel weer. Hij bevindt zich in de armen van een man die net zo blond is als hij, en lacht. En Lucas weet waarvoor hij het gedaan heeft, waarvoor hij heeft gewacht een boom in te klimmen, waarvoor hij zichzelf heeft opgeofferd. Hij heeft iemand gered van de eenzaamheid, van de dood. En nu ziet hij in dat zijn moeder gelijk had. De ander helpen is de moeite waard. Hij is de realiteit gaan zien van de ‘gouden regel’ die Jezus instelde: ‘Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.’ (Mattheus 7:12) Als we dat nu doen, doen we dat ook in tijden van een tsunami.