Posts tonen met het label mannelijkheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mannelijkheid. Alle posts tonen

dinsdag 7 januari 2014

Het sacrament en jij (2): Het waardeloze lichaam

Met kerst hielden mijn vrouw en ik een filmmarathon. We keken de tweede en derde Pirates of the Caribbean-film achter elkaar (de eerste hadden we al eerder gezien). Het zijn leuke films, vol verbeelding, innovatieve actiescènes, partijen met ingewikkelde plannen, en daarnaast ook nog humor. Soms wat ‘over de top’, maar steeds interessant. In de derde film krijgt deze serie opeens een wat diepere laag. De op handel beluste Lord Cutler Beckett heeft de Vliegende Hollander onder zijn controle gekregen en gebruikt dit schip om te jagen op piraten. Kapitein Davy Jones werd zelfs door Cutler Beckett gedwongen de dodelijke kraak te doden. Cutler Beckett heeft controle over het hart van Davy Jones en zet deze mythologische figuur nu in voor het verdienen van geld. Op een tropisch eiland vinden kapiteins Jack Sparrow en Hector Barbosa het karkas van de kraak. “De wereld is een kleinere plek geworden”, zegt Barbosa. “De wereld is niet kleiner”, zegt Jack. “Hij bevat alleen minder.” En ergens anders zegt iemand: “The immaterial has become ... immaterial.” Het niet-materiele doet er niet langer toe. Mysterie en lotsbestemming hebben geen invloed meer. Geld en macht maken de dienst uit. “It’s good business”, geeft Cutler Beckett als verklaring.

Dit is een van de onderwerpen waar ik de laatste weken over nadenk. Want het valt me op dat veel geloven en ideologieën de mens en zijn menselijkheid reduceren tot iets dat niet menselijk is, door ze te scheiden van hun immateriële aspect. Jaren geleden viel het me al op dat er zo’n grote overeenkomst lijkt te bestaan in hoe vrouwen worden behandeld in fundamentalistische godsdiensten, of het nu het Jodendom, het Christendom of de Islam is. In alle drie moeten zij zich zedig kleden, zonder versiering, liefst in het zwart, hun haar bedekken en geen seksuele signalen afgeven. Ze mogen bovendien vaak niet in dezelfde ruimten zijn als mannen (in elk geval niet in religieuze ruimten), en hebben niet dezelfde privileges. Het is een vrouwonvriendelijke omgeving. Wat je volgens mij ziet in alle drie deze godsdiensten is een scheiding tussen het materiële en het immateriële, tussen lichaam en geest. En in deze omgeving is het alleen het immateriële, de geest, die van belang is in de godsdienst.
Ik legde in mijn vorige bericht al uit hoe dat gold in de kerk waar ik opgroeide. Niet toevallig werden ook in die kerk vrouwen onderdrukt - ze mochten niet deelnemen aan de eredienst en moesten voldoen aan kledingvoorschriften. Het idee lijkt te zijn dat uitingen van het lichaam, bijvoorbeeld op seksueel gebied, zondig zijn of ons op zijn minst van God afleiden. Mijn bewustzijn moet volledig op God gericht zijn. Omdat vrouwen bij mannen begeerte opwekken, zijn zij er dus schuldig aan dat mannen zouden zondigen. Dat moet worden voorkomen. Verleidingen moeten worden ingeperkt. De zuiverheid van mannen mag immers niet in gevaar komen.
Deze manier van denken denigreert vrouwen, door hen te reduceren tot lichamen, en bovendien iets van wat voor hen integraal is, hun schoonheid en vrouwelijke seksualiteit, eigenschappen van hun lichaam, inherent slecht te noemen. Maar ze denigreert ook mannen, die immers volgens deze theologie willoze slaven zijn van hun seksuele opwinding, en niet de kracht en discipline hebben om respectvol om te blijven gaan met zichzelf en met vrouwen, als er ook maar een beetje schoonheid aan hun zintuigen wordt aangeboden. Ook dat wat inherent bij mannen hoort, als het gaat om hun lichamelijke reactie, kan dus niet worden vertrouwd, en wordt veroordeeld. Geen positief vrouwbeeld en geen positief man-beeld, als gevolg van verkeerd denken over lichaam en geest. Dat wij man of vrouw zijn is trouwens toch al niet belangrijk -waarschijnlijk omdat het zo duidelijk aan de buitenkant te zien is- ik heb mensen horen zeggen dat we in de hemel onzijdig zouden zijn, omdat onze zielen kennelijk onzijdig zijn.
Interessant genoeg stonden de drie monotheistische wereldgodsdiensten onder de invloed van het Griekse denken. Het moderne Jodendom heeft zijn wortels in een Hellenistische omgeving (Israël was deel van het rijk van Alexander de Grote en zijn opvolgers). Het christendom ontstond in het Romeinse rijk en invloedrijke theologen lasen Griekse denkers (en dan was er nog de invloed van de gnostiek). De Islam ontstond in het Midden-Oosten, waar het Griekse denken ook was doorgedrongen. Islamitische geleerden ontdekten al snel Griekse filosofische manuscripten en kopieerden die, zodat ze bewaard bleven. En ook in de Griekse cultuur zie je niet alleen een scheiding tussen immateriële idealen en de falende, rommelige materiële wereld, tussen geest en lichaam, maar ook tussen man en vrouw, waarbij de vrouw minderwaardig was. Zo minderwaardig dat mannen liever seks hadden onderling, dan met vrouwen om te gaan. Die waren goed om kinderen te krijgen, maar verder niet. (Dit is volgens mij waar Paulus in Romeinen 1 op doelt. Heteroseksuele mannen die vrouwen afstotelijk vinden omdat ze zulke lichamelijke, lustopwekkende wezens zijn. Dit gedeelte gaat mijns inziens niet om wat wij onder homoseksualiteit verstaan). Verder is het interessant dat de noodzaak van het bedekken van het haar van de vrouw uit de Griekse traditie komt - het vrouwelijke haar werd gezien als geslachtsorgaan.

Tegenover de fundamentalistische godsdiensten staat de seculiere samenleving. Die lijkt op het eerste gezicht vrouwvriendelijker, maar is dat volgens mij niet. De losbandigheid is niet zo groot is als christelijke criticasters soms roepen, de meeste mensen leven immers gewoon hun normale leven, maar ze is er wel degelijk. Er is een vorm van vrijheid, waarin wordt gesteld dat alles moet mogen, en dat heeft heel goede kanten. Maar die vrijheid heeft een zuur randje. Seksualiteit blijkt opeens wel heel belangrijk te zijn. Blader door krantjes en tijdschriften. Waar het om gaat in het leven is je seksuele aantrekkelijkheid en presteren. Seks wordt gebruikt om dingen mee te verkopen. Internetporno is makkelijk toegankelijk. Vrouwen modificeren hun lichaam steeds ingrijpender om maar seksueel aantrekkelijk te blijven (zo hoorde ik van de trend om schaamhaar in patroontjes te scheren - het is een bizarre wereld waar we in leven). Mensen spreken van de ‘porno-ificatie van de samenleving’. Hoe je hier ook over denkt, volgens mij komt deze ontwikkeling ook voort uit een scheiding tussen de immateriële en de materiële wereld. Tussen geest en lichaam. Maar een scheiding waarbij de immateriële wereld en de geest afwezig zijn, en dus minder belangrijk zijn (in plaats van het lichaam). Volgens de fundamentalisten is het lichaam niet belangrijk en zelfs slecht, volgens de materialistische cultuur zijn immateriële waarden niet belangrijk. In dit geval is het alleen het lichaam dat telt en lichamelijke reacties. De verlangens van het lichaam moeten worden bevredigd, want er is geen hoger doel van het leven. ‘Laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij’, aldus Paulus in 1 Korintiers 15. Of in de woorden van een artiest: ‘You and me, baby, we are nothing but mammals, so let’s do it like they do on the discovery channel.’
Deze houding blijkt ook denigrerend voor vrouwen (de seksindustrie is niet voor niets gekoppeld met mensenhandel), die puur worden afgerekend op uiterlijke, seksuele kenmerken, en zichzelf daarmee moeten zien te verkopen. De vrouwelijke seksualiteit wordt iets vulgairs. Maar in feite is deze cultuur ook denigrerend voor mannen. Die immers de slaaf zijn van hun lusten, en zo maar een vrouw die zich bloot kleed zouden kunnen misbruiken en die tegen zichzelf beschermd zouden moeten worden. Interessant in dit geval was een discussie in het SF-tijdschrift SFX, waarbij een columnist waarschuwde voor een ‘nieuwe preutsheid’. We zijn een volwassen tijdschrift, zei hij, en daarin mogen foto’s staan van knappe actrices. Soms zelfs met weinig verhullende kleding aan. Dat vrouwen seksueel zijn is iets goeds, betoogde hij, en hoeft niet te worden onderdrukt. Hij kreeg in het volgende nummer direct de wind van voren van een andere columnist. Kennelijk met het idee dat als een man een knappe vrouw ziet, met mooie kleren, hij haar direct niet meer ziet als menselijk wezen, maar alleen maar als lustobject. Vrouwen (ook actrices op foto’s) moeten tegen deze ‘male gaze’ worden beschermd. Toen ik laatst in Londen was vielen me trends op in de mode. Vrouwenkleding die me aan de 19e eeuw deden denken: hoog gesloten kragen, bedekte armen, een bepaalde zedigheid. Is er een trend van seculiere preutsheid aan de gang? Denken vrouwen nu zelf dat ze zich moeten bedekken omdat mannen nu eenmaal niet anders kunnen dan hen zien als lustobject? Ik geef toe dat een paar columns in een SF-tijdschrift niet veel datapunten vertegenwoordigen, dus ik geef deze theorie vooral als suggestie. Aan de andere kant las ik op de blog Experimental Theology dat feministen ertegen gekant zijn dat vrouwen hakken dragen of zich ‘sexy’ kleden, omdat zij de ‘male gaze’ gelijk schakelen aan onderdrukking. Er is een nogal negatieve visie van mannelijke seksualiteit, gekoppeld aan het onderdrukken van vrouwelijke uitingen van seksualiteit, die niet veel verschilt van die in fundamentalistische religieuze kringen.
Er zijn ook veel ‘iets-isten’ in onze samenleving trouwens, mensen met een vage ‘New Age’-religie, die geloven in reïncarnatie (maar niet op de fatalistische, hindoeïstische manier), of in horoscopen, chakra’s et cetera. Dit zijn vaak mensen die tegelijk een vrije visie hebben op seksualiteit (niet altijd, maar wel vaak. Zie bijvoorbeeld de ouders van Dharma in TV-serie Dharma and Greg). Ik zie hierin de keerzijde van de gnostiek (er waren ook gnostici die heel losbandig leefden, omdat ze geloofden dat het niet uitmaakte wat je met het lichaam deed. Of die seks zagen als de weg naar God, net als vruchtbaarheidsreligies en mysteriegodsdiensten dat deden). Er is hier een invloed uit het platonische denken zichtbaar. Maar die is er ook in het materialistische wereldbeeld, want ligt de basis van onze filosofie niet nog steeds bij de Grieken? Van een scheiding van lichaam en geest is het maar een kleine stap naar de ontkenning van de geest.

Het is, als je deze voorbeelden serieus neemt, een terugkerende tendens in religieuze en zelfs niet religieuze omgevingen om lichaam en geest, materie en immateriële waarden van elkaar te scheiden, en materie te reduceren tot ‘alleen maar’ materie (ongeacht of er een geestelijke wereld is of niet). En dat heeft desastreuze consequenties. Lang kon ik niet voorstellen waar deze menselijke neiging om scheiding aan te brengen vandaan kon komen. Tot ik besefte dat er een verbinding bestond tussen dit fenomeen en het onderscheid tussen de ‘sacramentele’ en ‘transactionele’ blik op de werkelijkheid. Mede onder invloed van het hierboven geciteerde moment uit Pirates of the Carribbean - At World’s End (en een goed gesprek met mijn vrouw) ging ik inzien dat een transactionele visie op de werkelijkheid leidt tot een reduceren van de mens tot ‘alleen maar lichaam’, tot iets dat zonder gewetenproblemen gekocht en verkocht kan worden. Het is een manier om onder de cognitieve dissonantie uit te komen, die zegt dat een persoon intrinsiek waardevol is en geen handelswaar. Zolang je lichaam en geest als een niet te scheiden geheel ziet, wordt een mens te waardevol om in een transactie te gebruiken. Alleen omdat Lord Cutler Beckett geld het meest belangrijk vindt, kan hij zichzelf zover brengen om mannen, vrouwen en kinderen ter dood te brengen (terwijl hij zelf een kop thee drinkt) - Piraten zijn volgens hem geen mensen.
Onze seculiere cultuur is door en door transactioneel. Niet alleen onze economie (we kopen en verkopen met geld. We verzamelen bezit, waar ons zelfbeeld ook nog eens aan gekoppeld is. En om dat te kunnen leveren we op onze werkplek prestaties, waarvoor we worden beoordeeld in functiewaarderingscycli (als we niet goed presteren worden we gestraft)), maar ook onze relaties (lees alle krantjes en tijdschriften maar eens over wat je moet doen om je relatie gezond en levend te houden, zowel voor mannen en vrouwen: tien tips om ..., zo houd je je vriendje ... et cetera). Relaties gaan in onze maatschappij ook om hoe de ander in mijn behoeftes voorziet, en of ik wel aan mijn vervulling kom om seksueel en persoonlijk gebied.
Maar ook als we religieus zijn, zijn we vaak transactioneel. Ik heb eerder al genoeg geschreven hoe het in ons geloof erom gaat dat we straf ontlopen en beloning verdienen, door bepaalde daden niet te doen, en andere dingen wel te presteren. We vergelijken onszelf met elkaar, vinden het belangrijk dat we ons geestelijk voelen, en kijken neer op mensen die iets anders geloven dan wij. We zijn transactioneel. Dit vertaalt zich naar onze organisaties (waarbij iemands positie in de organisatie ook vaak ‘verdiend’ is), en onze relaties (waarbij de eenheid van man en vrouw vooral wordt gezien als basis voor een taak in het koninkrijk van God, en daarop wordt beoordeeld). Van vriendschappen wordt gevraagd of ze je de kans geven de ander te bekeren (vriendschapsevangelisatie) of je op een andere manier ‘dichter bij God’ brengen.
Onze transactionele insteek (religieus of seculier) maakt het nodig de wereld en mensen niet te zien als inherent waardevol, maar alleen de waarde te zien die wereld en mensen voor onszelf hebben, voor onze transacties. Neem hoe we omgaan met ons eigen lichaam, in ascese en zelfkwelling (bijvoorbeeld door het niet erkennen van seksuele verlangens), in de hoop daardoor betere christenen te worden en straf te ontlopen. Dit kan alleen als we ons lichaam en de verlangens van ons lichaam als inherent minderwaardig zien, als het lichaam geen deel uitmaakt van de geest die voor God waardevol is. Net zo in het omgaan met anderen. Niet voor niets moesten mensen met een donkere huidskleur als minderwaardige mensen worden gezien, zonder inherente waarde, voordat westerse mensen ze als vee konden verkopen. En Joden en andere bevolkingsgroepen moesten worden beschouwd als ‘untermenschen’, voor ze systematisch konden worden uitgeroeid. Net zo moet je de schepping niet zien als inherent waardevol, maar alleen waardevol als ‘hulpbron’ voor ons, om haar te kunnen uitbuiten, om bossen te kunnen kappen en diersoorten uit te roeien, om het klimaat te verpesten, voor je eigen gewin. Als materie maar materie is, geeft het toch niet wat we ermee doen? Dan hoeven we er geen respect of ontzag voor te hebben. Dat maakt het makkelijk.

Het zal duidelijk zijn dat het vooral de machthebbers zijn die de positie hebben om anderen hun waarde te ontnemen, door andere mensen en de schepping te zien als ‘maar materie’. Machthebbers en degenen die geen macht hebben, maar ernaar verlangen. Zij vinden dat ze recht hebben op hun positie, dat ze die verdiend hebben (transactioneel). Ze voelen zich ‘entitled’ -om een goed Engels woord te gebruiken. Anderen die zwakker zijn dan zij dienen alleen maar om hun positie mogelijk te maken. Dit geldt tussen mensen met een lichte en mensen met een donkere huidskleur (de westerse samenlevingen waren in technisch en militair oogpunt machtiger en vonden daarom dat ze het recht hadden andere beschavingen te onderwerpen, indianen en Afrikanen), voor de overheersende religies in bepaalde streken (in islamitische gebieden worden christelijke minderheden systematisch vernederd, gemarteld en verjaagd), voor de rijke 1 procent in de VS, die het de schuld vindt van de armen dat ze arm zijn, en voor zichzelf belastingverlagingen bewerkstelligen terwijl anderen het zonder zorg moeten stellen. Het geldt voor leidinggevenden boven werknemer. En voor mannen naar vrouwen toe. Het privilege van de macht. En dat geldt voor beide vormen van disrespect, religieus en seculier. Lees wat iemand als reactie op een blog van Richard Beck hierover schrijft: “What IS a problem is the sense of entitlement to the feelings that "I find you sexually attractive, and that means you have to do something about that." In conservative evangelical purity culture, this takes the form of "I am sexually attracted to you, therefore you must immediately put on a turtleneck or take other action to somehow take responsibility for my feelings of arousal." In the world at large it takes the form of "I think you are hot, therefore I will yell obscene things at you from my car window/make inappropriate sexual remarks in a staff meeting/become hostile if you don't respond when I hit on you/decide that your worth as a human being is contingent on whether or not I personally want to have sex with you/respond to your argument by saying that you're fat and ugly (an internet favorite)/the 90% of men in online dating who didn't bother to read my profile because why would my values, politics or interests have any bearing on the situation.", etc. etc.”  Het probleem is niet dat mannen vrouwen visueel aantrekkelijk vinden. Het probleem is dat dit aan macht wordt verbonden en dat vrouwen zich aan deze macht moeten onderwerpen.
En aan de andere kant biedt de scheiding tussen lichaam en geest, tussen materiële en immateriële dingen de machthebbers een rechtvaardiging van hun eigen positie. Mannen hebben nu eenmaal bepaalde verlangens, daar kunnen ze niets aan doen. Hun eigen lichaam verraadt ze en ze zijn niet sterk genoeg zich daar tegen te verzetten. Dus moeten vrouwen hen tegen zichzelf beschermen. En lees hoe het kapitalistische systeem wordt verdedigd, ook door christenen (vooral in de VS). De 1 % verdedigt hardnekkig de eigen positie. Het werkt dus twee kanten op. De scheiding tussen lichaam en geest pleit ons vrij van onze positie als overheerser, en verklaart waarom de ander zich moet laten overheersen. En zo blijft de status quo in stand. Ook de religieuze status quo.

Maar het transactionele wereldbeeld heeft niet het laatste woord. In de Pirates of the Caribbean-film vindt een wonderlijke opstanding uit de dood plaats. De greep van Cutler Beckett op de Vliegende Hollander wordt verbroken en het schip duikt met een nieuwe kapitein op uit de golven. Een kapitein die zich in dienst heeft gesteld van het mysterie, van het onverklaarbare. En plots zijn de kansen gekeerd. De soldaten en de handelaars, die dachten de zeven wereldzeeën te beheersen, delven het onderspit. En Cutler Beckett kan het niet geloven. Waar hij eerst tegen Jack Sparrow betoogde dat die geen plek meer had in de nieuwe, platte, legere wereld, blijkt het nu zijn eigen wereld, die alleen bestond uit geld, die de werkelijkheid niet kan verdragen en in splinters uiteenvalt. Ik zie hierin een teken van het zichtbaar worden van de Waarheid die onder onze waarheid verborgen ligt, namelijk dat God het is die de materie en ons betekenis geeft. De waarheid dat er niet zoiets is als ‘maar een lichaam’, maar dat iedereen en alles door Gods liefde leven krijgt ingeblazen. Dat schoonheid, waarheid, en inderdaad ... intimiteit (lichamelijk en geestelijk)... werkelijk betekenisvol zijn en verwijzen naar de God die zich er achter bevindt. En dat daarom ieder mens, hoe klein, hoe zwak en hoe onbetekenend ook, onze liefde en ons respect waard is. Deze waarheid kan ons leven grondig op zijn kop gaan zetten. In het volgende bericht schrijf ik hoe dat gebeurt.

zondag 4 augustus 2013

Gedicht: Geworteld en gegrondvest

Geworteld en gegrondvest

Ik ben geen zaailing meer
maar een boom geworden.
Mijn takken zijn gebogen door de wind,
hun vorm staat vast, mijn stam
kan alleen nog breder groeien.
Ik ben niet van mijn plek te krijgen
tot ik val. Dit is wie ik ben:
geen ceder van de libanon,
mijn schors is gebarsten. Afgebroken
takken na de storm, bliksemlittekens
maken mij uniek.

Ik hoef niet te bewijzen
dat ik naast anderen mag staan.
De strijd is voorbij, ik zie de zon.
Mijn wortels steken in de volle grond,
en drinken koele sappen in.
Ik kan het slechts ontvangen.
Draag ik vrucht, het is niets anders
dan wat bij me past. Ik rust,
bied schaduw in de zomer, in winters weer
een schuilplaats voor voorbijgangers.
Het is genoeg.

woensdag 8 februari 2012

Links: Avengers, droog Mars, introverte kerkgangers, mannelijkheid en Freud

Ik kijk erg uit naar deze superheldenfilm: The Avengers. Geregisseerd door de maker van mijn favoriete SF-serie (Firefly), waarin Thor, Iron Man, Captain America, The Hulk en Nick Fury (gespeeld door Samuel L. Jackson) samenwerken om de wereld te redden! En ook The Amazing Spider-Man staat op mijn lijstje van films die ik ga zien. Aan de trailer te zien hebben ze het karakter goed weergegeven. Ik ben erg benieuwd naar het conflict met 'The Lizard' - een van de meer fascinerende schurken uit het Spider-Man universum.

De animatiefilm Wreck-it Ralph heeft een interessant concept over karakters uit videospellen die tot leven komen.

De grootste beenvis ter wereld - de maanvis, oftewel Mola mola, niet de Pterophyllum scalare die ik in mijn aquarium heb zwemmen- blijkt in een soort symbiotische relatie te leven met albatrossen, die parasieten van zijn huid plukken!

Het oppervlak van Mars is al 600.000.000 jaar droog en is maximaal zo'n 5.000 jaar nat geweest (er was echter wel sprake van een oceaan!). Dat maakt de kans dat er leven te vinden is een stuk kleiner ... Maar ja, we weten nog steeds niet waar het methaan in de atmosfeer van Mars vandaan komt ...

Op Internetmonk een paar goede woorden over introverte mensen in de kerk: "Love for God’s people does not have to look for everyone like an overt, uncontainable passion for being with others."

The Christian Monist zegt een paar rake dingen in zijn serie over een buitenaardse bezoeker met indringende vragen voor enkele christelijke voorgangers. Over de kerk: "My metaphor would have people arriving at the doors of the church with outstretched hands and empty cups. They're not just hungry, they are starving to death . . . starving for righteousness. But the Church has often seized on the pilgrims' vulnerability. They draw the people in with the scent of good food, but then put a ring in their snouts instead of a meal in their mouths. We hold the food, the prize, at the end of a stick to entice them. You tell them, 'just do this and that, THEN you will be fed with righteousness." Dat is helaas ook mijn ervaring (ja, het is subjectief, en ik ben overgevoelig voor 'moeten', maar ik kan mijn ervaring ook moeilijk ontkennen). Ik verlang naar iets anders. Maar wat kan kerk dan wel zijn? Dat begint bij het evangelie: "First of all, we would see the Gospel as God’s act of complete purification, open to everyone who wants it. This means imagining that whenever God thinks of us, He jumps into the air and clicks His heels with a big grin on His face not looking angry at us, and always watching us for screw ups. Then, to keep our focus on this severe mercy, we get together whenever we want, to share the joys of our humanness, art, music, food, drink. But part of that getting together would be watching each other closely, looking for signs of doubts about other's absolute forgiveness. If we see those signs, we would strongly encourage that person to refocus on God’s satisfied ledger and thus encouraging them and helping them to live the enriched lives God wants us to have."

De Vlaamse blogger Bram stelt wat vragen bij de recente uitspraken van Amerikaanse evangelischen (vooral de nieuwe Calvinisten) over wat het betekent man te zijn. Hij is er vooral op tegen dat mannen (en vrouwen) in een bepaalde rol of verwachting worden geduwd, die alleen maar cultureel is bepaald en niet bijbels. "I don’t care if you are a man and like to lead, but don’t make it a rule. I don’t care if your wife likes you to lead, fine, but not every woman is like that. Me and my wife both are mutualist/democratic people, who get irritated by both having to serve as a slave or to lead alone…" Dit is een thema waar ik de laatste tijd ook veel over nadenk. Ik vind namelijk ook niet van mezelf dat ik voldoe aan het cultureel geaccepteerde beeld van mannelijkheid. Maar is dat een probleem? In relaties proberen mannen en vrouwen te voldoen aan 'de regels', of 'het spel' - maar daardoor leren ze de echte persoon achter het masker niet kennen. Juist te moeten voldoen aan externe verwachtingspatronen maakt mensen onvrij, en gefrustreerd. Hierdoor wordt je minder jezelf, minder hoe God je bedoeld heeft. De boodschap van Jezus is juist bevrijdend: Hij heeft alle persoonlijkheidsverminderende, identiteitsverbergende machten overwonnen in zijn dood en opstanding. En nu kunnen wij delen in zijn nieuwe leven. "The Way, which shatters the suicidal powers of the world, which brings life and renewal, and is a foreshadowing of the New earth and Heaven, when all evil will be erased, and we will be exactly what we were created to be, in everlasting union with the tri-une God and each other without any trace of darkness…" Dit maakt ons vrij om onszelf te zijn: "If we live in the Spirit, the fruits will grow, and where the Spirit is, there is freedom, or liberation. Freedom from worldly expectations, cultural standards of manhood and womanhood, and liberation from the suicidal tendencies of the World and the Flesh…" Amen, helemaal mee eens. Ik ga hier zelf op Valentijnsdag over schrijven ... (P.S. Ik ben wel behoorlijk fan van John Eldredge, maar dan vooral zijn andere boeken. Ik interpreteer zijn werk waarschijnlijk iets anders dan dat Bram dat doet. Wat John Eldredge schrijft over de rol van ons verlangen vind ik heel erg waardevol, maar of er zo duidelijk 'mannelijke' en 'vrouwelijke' verlangens zijn als hij suggereert weet ik niet.)

Ik denk dat Mockingbird gelijk heeft met de observatie dat wat Sigmund Freud zei, opvallend veel overeenkomsten vertoont met wat Paulus zei, over de menselijke natuur. Freud zei namelijk "That human potential is more constrained than most of us are willing to acknowledge, that reason is subordinated to emotion, and that you and I are happier the less we are focused on ourselves." Hij beweert bovendien ook dat wij niet op een kracht in onszelf kunnen vertrouwen om het goede te doen: "Conscience is often inconsistent, irrational and sometimes plain bonkers. In the end, he believed it was frequently the magistrate on our shoulder rather than our basic drives that steers us into neurosis." Dat is maar al te waar, en lijkt op wat Paulus schrijft over het effect van de wet! Wat dan wel mensen gezond maakt: "Freud more than once implied that what is fundamental to happiness is the ability to love and work; that is, to be able to invest in something other than yourself." Liefhebben van iets buiten jezelf, maakt je vrij. Dat geloof ik ook.

vrijdag 30 december 2011

Levensveranderende boeken 3 (herpublicatie)

Hoe dichter we bij het heden komen, hoe groter de dichtheid van boeken die mijn denken hebben veranderd. Ik hoop natuurlijk dat het is omdat mijn denken er nu meer voor openstaat om veranderd te worden, maar het kan ook zijn dat mijn geheugen tekort schiet.

Ongeveer acht jaar geleden leende ik van een vriend voor het eerst het boek Classic Christianity van Bob George. Ik worstelde namelijk in die periode nog steeds met de vraag hoe ik als christen kon leven. Ik was overtuigd van het belang van de genade, ik wist uit mijn 'bijbelstudieperiode' dat puur plichtsgevoel niet voldoende was, en ik was allergisch voor wetten en regels. Maar hoe kon ik dan wel leven? Dit boek sprak me heel erg aan omdat de schrijver uit een zelfde achtergrond kwam. Hij had jaren geleefd op plichtgetrouwheid en eigen inspanning, tot hij er achter kwam dat hij van God vervreemd was. Bob George gebruikt bijbelteksten, levendige voorbeelden en gesprekken met cliënten om te laten zien wat volgens hem het authentieke christelijke leven dan wel is. Hij legt uit dat door het werk van Jezus er een grote uitwisseling heeft plaatsgevonden. Jezus heeft mijn zonden gedragen, en ik heb de heiligheid van Jezus gekregen. En ik mag mezelf nu zien als een nieuwe mens, een geliefd kind van de vader. Dat is een heel ander zelfbeeld dan ik lange tijd had. Vervolgens zegt de bijbel: "U bent licht in de Heer. Wandelt als kinderen van het licht." Bob George verwoordt dit zo: "Je bent geen rups meer, maar een vlinder. Blijf daarom niet meer op je blad zitten, maar vlieg!" Een leven zonder God past gewoon niet meer bij me. Ik mag ervoor kiezen te leven naar de persoon die ik werkelijk ben. Ik heb ervaren dat dit heel bevrijdend werkt.

In mei 2004 bezocht ik een conferentie die mij altijd bij zal blijven. Een van de redenen is dat ik daar mijn eerste boek van John Eldredge kocht. Ja, die naam wordt vaker genoemd op deze blog, en voor een reden. Het boek dat ik op deze conferentie aanschafte was Wild at Heart. Een vriend van me had me dit boek aanbevolen door te zeggen dat de schrijver veel films aanhaalde. Dat intrigeerde me natuurlijk wel. Wild at Heart gaat over mannen. Volgens Eldredge kennen mannen drie diepe verlangens: naar een strijd om in te vechten, een avontuur om in te leven en naar een schoonheid om voor zich te winnen (parallellen van de universeel menselijke verlangens naar waarheid, intimiteit en schoonheid). In dit opzicht toont de man het beeld van God. Helaas is het beeld van God in de man beschadigd door negatieve woorden en oordelen die hij hoort uit de maatschappij, maar vooral door zijn vader. Het goede nieuws is dat God ons wil herstellen, hij wil die wonden in ons hart genezen, zodat we vrij in het leven kunnen staan. Dit was de eerste keer dat ik hoorde wat het betekent om man te zijn en dat het iets goeds was. En dat de verlangens in mijn hart naar bovengenoemde zaken niet kinderachtig waren, maar het beeld van God weerspiegelden. Wauw! Ik heb dit boek ondertussen wel vier keer gelezen...

Op dezelfde conferentie kocht ik het boek De waarde van Zelfrespect van Bruce Narramore. Ik worstelde dat jaar behoorlijk met een negatief zelfbeeld en ik had nog steeds ergens de gedachte dat de bijbel me niet toestond positief over mezelf te denken. In dit boek legt Narramore uit dat we juist veel respect voor onszelf mogen hebben, net als voor andere mensen, omdat wij en zij naar het beeld van God zijn geschapen. Hoe diep we ook zinken, dat verandert niet. Hij ontkracht de dwaalleer van de 'zelfverzaking', die zegt dat we slecht over onszelf moeten denken en onszelf moeten afleggen voordat God door ons kan werken. Nee, God heeft ons ieder afzonderlijk naar zijn beeld gemaakt, en Hij houdt juist van ons. Afgelopen maand heb ik dit boek opnieuw gelezen en het sprak me weer heel erg aan. Nu herkende ik vooral zijn beschrijving van de mechanismen waardoor een negatief zelfbeeld ontstaat: hoe je een 'ideaal zelf' ontwikkelt aan de hand van verwachtingen van je ouders en de maatschappij, een ideaal waaraan je nooit kunt voldoen, en hoe je vervolgens jezelf straft als je van dat ideaal afwijkt. Voor mij was het heel verhelderend en het gaf mij de wil en overtuiging om dat valse ideaal en straffende zelf af te werpen.

Omdat ik altijd een grote liefhebber ben geweest van SF- en fantasyverhalen, heb ik vaak nagedacht hoe ik mijn liefde voor de verbeelding in relatie kon brengen met mijn christelijk geloof. Nu was J.R.R. Tolkien natuurlijk mijn grote voorbeeld (The Lord of the Rings heb ik nu vier keer gelezen, en een vijfde keer staat op stapel). En ik was dus ook blij toen ik in een boek met sprookjes van hem zijn essay tegenkwam: Over Sprookjesverhalen. Ik heb dit geschrift uitgebreid bestudeerd en behandeld op een studiekring over Tolkien, omdat hij prachtig uiteenzet waarvoor we sprookjes, mythen en legendes nodig hebben. Ten eerste om een heldere blik op de werkelijkheid te behouden, zodat vertrouwde, afgestompte begrippen en waarden en normen weer voor ons gaan leven. Ten tweede om te laten zien dat onze wereld niet alles is, om ons te herinneren aan dingen die mooi en belangrijk zijn. Dat is een heel gezonde vorm van escapisme, die ons laat terugkomen met de drang onze situatie te veranderen. Ten derde om ons verlangen op te wekken. Ten vierde om te herinneren aan de troost van het 'happy end', de plotselinge wending ten goede. En dat is een overeenkomst met het evangelie, die op het dieptepunt eindigde met de onverwachte wending van de opstanding. Over Sprookjesverhalen hielp mij de waarde van fantasie te begrijpen.

Toen ik Wild at Heart uit had, wilde ik natuurlijk meer lezen van John Eldredge. Het volgende boek dat ik van hem tegenkwam was The Sacred Romance, dat hij eerder al had geschreven samen met Brent Curtis. Dit boek heeft mijn blik op wie God is, en welk belang mijn leven heeft, ingrijpend veranderd. Volgens Curtis en Eldredge is God niet passief, staat hij niet buiten zijn wereld, maar is hij intens op de wereld betrokken. Hij is niet alleen de auteur van het verhaal, maar tegelijkertijd de hoofdpersoon, niet alleen van de wereldgeschiedenis, maar ook van ons leven. Hij is de held die naar zijn geliefde op zoek is en die alles gebruikt om haar voor zich te winnen. We leven in een liefdesverhaal dat zich afspeelt tegen de achtergrond van een kosmische strijd. Als we zo ons leven zien, winnen onze keuzes aan betekenis. We kunnen 'mindere minnaars' achter ons laten, en weerstand bieden aan de pijlen die de tegenstander op ons afschiet. En voor ons ligt de blijde hereniging met de held die ons liefheeft, het 'happy end' van de geschiedenis. Dit boek was een verademing, en maakte het christelijk leven voor mij relevant en aantrekkelijk.

zondag 28 november 2010

Niet langer een doetje

Gisteren heb ik geoefend in onaardig zijn. Ja, je leest het goed. Ik ben bot geweest en daar voel ik me trots op. Ik heb iemand afgesnauwd en heb besloten me daar niet schuldig over te voelen. Voor mij is onaardig zijn namelijk heel moeilijk. Ik probeer het altijd iedereen naar de zin te maken, zeg bijna nooit ‘nee’ en laat dus mensen zomaar over me heen lopen. Ik voel me schuldig als ik iemand iets weiger, als ik aan iemand voorbijloop, of als ik iemand boos of chagrijnig maak. En ik denk niet dat dit goede eigenschappen zijn.

Laat ik er maar een voorbeeld van geven (hoewel ik me er een beetje voor schaam) - ik ben een makkelijk doelwit voor oplichters. Een tijd geleden kwam er ‘s avonds laat iemand op me af die vroeg of hij me wat mocht vragen. Natuurlijk zei ik ja. En hij hield een verhaal op over hoe zijn vriendin hem het huis had uitgezet, en hoe hij nergens had om te slapen, en behoefte had aan geld. En hij zou het me terugbetalen. Hij hield een heel verhaal, insinueerde manipulatief dat ik een slecht mens was als ik hem niet op zijn woord zou geloven, en beloofde ook nog eens dat hij me het geld zou teruggeven. En ik was zo stom om er in te trappen en hem meer dan 50 euro te ‘lenen’. Natuurlijk heb ik er nooit iets van teruggezien.
Een andere oplichter kwam met een verhaal hoe hij met zijn auto zonder benzine stond, en terug moest naar Hoek van Holland, en of ik hem geld kon lenen. Als ik hem mijn rekeningnummer gaf zou hij het terugstorten. Als ik hem niet geloofde kon ik meelopen naar de auto, en hij kon me zijn paspoort laten zien. Hij had maar een tientje nodig. En ik trapte er -goedgelovig als ik van nature ben- nog in ook. Dezelfde kerel heb ik sindsdien nog een paar keer gezien. Hij kwam met hetzelfde verhaal, maar gelukkig heb ik ondertussen wel wat geleerd. Zoals de ezel in het spreekwoord probeer ik me zo weinig mogelijk twee maal aan dezelfde steen te stoten.
Gisteren was het weer eens zover. Ik was op weg naar het station en ik hoor iemand roepen: ‘Meneer, meneer’. Uiteindelijk keek ik om. Het was de man van de auto zonder benzine (of hij leek als twee druppels water op hem). ‘Mag ik u wat vragen?’, begon hij. En ik zei behoorlijk hard: ‘Nee’, en liep door. Vervolgens begon hij te schelden: ‘Ik wilde alleen een straatnaam weten.’ Maar even later zag ik hem op het station in de trein naar Rotterdam stappen. Ikzelf voelde me wel een paar minuten schuldig: wat als het niet dezelfde man was, wat als hij inderdaad alleen de weg wilde weten? Maar ik besloot dat ik mijn geweten in dit geval moest negeren. Het is niet nodig dat mensen mij altijd aardig vinden, het is niet een ramp als iemand een keer op mij scheldt, en hoe dan ook is het mijn goed recht om ‘nee’ te antwoorden op een vraag. Uiteindelijk voelde ik me trots op mezelf: ik was een keer onaardig tegen iemand geweest! Eindelijk! Ik hoop nog vaker onaardig te kunnen zijn tegen sommige mensen.

Ik heb tijdens mijn opvoeding ergens het idee meegekregen dat ik altijd aardig moest zijn. Dat ik mensen tevreden moest stellen en dat het onwenselijk was dat anderen boos op mij zouden worden. Zo’n opvoeding wordt nog eens versterkt door een moralistisch religieuze opvoeding. In de kerk wordt geleerd dat je van andere mensen moet houden. Daar is natuurlijk niets mis mee: elkaar liefhebben is inderdaad waar mensen voor zijn geschapen. Maar het gaat erom hoe we dat ‘liefhebben’ definiëren. Liefde wordt in de kerk vaak teruggebracht door een set van regels: dit gedrag is liefhebbend, dit andere gedrag is niet liefhebbend. Zolang je het ene gedrag vertoont zit je goed. Het doet er dan niet toe uit welke motieven je dat bepaalde gedrag uitoefent. Het kan zijn dat je het doet om je maar aan de regels te houden, omdat het een plicht is, of omdat je bang bent voor straf, of om bij anderen in een goed blaadje te staan. Daar kijkt echter niemand naar: of je ‘goed’ of ‘slecht’ bent wordt afgemeten aan je gedragingen. Cijfer je jezelf weg? Geef je van je geld en tijd aan behoeftigen? Kom je anderen te hulp zonder iets terug te verwachten? Vergeef je zelfs je vijanden? Je kunt er een scorelijstje voor bijhouden. Ook de leerregels uit de Bergrede worden tot zo’n lijstje teruggebracht: keer je mensen de andere wang toe als ze je slaan? Geef je ook je hemd als iemand je om je jas vraagt? Ben je wel bescheiden over het goede dat je doet? Zweer en vloek je niet? Ben je bereid je oog uit te rukken als die je in verleiding brengt? En dat terwijl het nu juist Jezus’ punt was met de Bergrede dat het voor God niet ging om het gedrag aan de buitenkant, maar om de motivatie: de reden waarom je dingen doet. Zijn toehoorders zagen moraliteit als een lijstje met gedragingen om aan te voldoen, maar Jezus wilde aantonen dat ze aan de buitenkant aan alle eisen konden voldoen, maar van binnen, in het hart, vervuld konden zijn van haat, zelfzucht en begeerte. Gedrag was volgens hem geen goede maatstaf om iemands moraliteit aan af te meten, het ging om de overtuigingen waar het gedrag uit voortkwam. Helaas vielen Jezus’ volgelingen in dezelfde fout als de moralistische farizeeërs uit Jezus’ tijd en maakten ze eenvoudig een nieuwe lijst met gedragingen om het gedrag aan af te meten.

Het probleem is natuurlijk dat je het juiste gedrag kunt tonen uit volledig zelfzuchtige motieven. John Eldredge, een van mijn favoriete auteurs, schrijft in Wild at Heart hoe sommige ouders, net als sommige kerken, hun kinderen voorhouden dat ze in conflictsituaties hun tegenstander de ‘andere wang moeten toekeren’. Ze zouden zich niet moeten verweren als ze geslagen worden, en eigenlijk pestkoppen en vechtersbazen hun gang laten gaan. Ze zouden niet agressief mogen zijn, en het onrecht maar moeten laten plaatsvinden. Ze moeten vooral aardig zijn. Maar Eldredge zegt, mijns inziens terecht: “Dat is slechts zwakheid. Je kunt geen wang toekeren die je niet hebt.” De andere wang toekeren is geen daad van liefde als je het doet omdat je bang bent voor de ander, omdat je te zwak bent om terug te slaan of omdat je jezelf ziet als iemand die het verdiend heeft geslagen te worden. Zoiets zou pas een daad van naastenliefde zijn als je heel goed weet van jezelf dat je sterk bent, dat je iemand van je af kunt slaan, maar er toch voor kiest het niet te doen. Als je weerloos bent uit een positie van kracht, niet van zwakheid.
In de kerk worden we vaak opgeroepen te ‘zijn zoals Jezus’. Hij schold niet terug toen men hem uitschold, hij liet zich gevangen nemen en naar het kruis brengen. Zo zouden wij ook moeten zijn. Maar Jezus deed die dingen niet omdat hij niet durfde schelden, of omdat hij nu eenmaal zo zwak was dat hij zich niet kon verdedigen. Hij zegt zelf in de bijbel dat hij zijn vader kon vragen om tienduizend engelen, en dat hij die ter beschikking zou krijgen. Hij wist dat hij zelf zo sterk was dat hij maar een woord hoefde spreken en mensen zouden achterover worden geslagen. Nee, dat hij zich liet gevangennemen was een bewuste keuze. Hij was ervan overtuigd dat God dit van hem vroeg (daar ging zijn worsteling in de Hof van Getsemane over) en daarom was hij bereid zijn eigen recht te laten varen. Het was een bewuste keuze en dus een daad van liefde. Het is als met de leeuw Aslan in de Narniaverhalen van C.S. Lewis. Hij is ‘geen tamme leeuw’. Hij is ‘wel goed, maar niet veilig’. Hij heeft wel degelijk scherpe nagels, en kan angstaanjagend hard brullen, maar uit liefde houdt hij zich in.
Subassertiviteit en angst kunnen leiden tot hetzelfde gedrag, maar zijn niet hetzelfde. Deze motieven zijn eigenlijk zelfzuchtig. En in sommige (veel) situaties kan het juist liefdevol zijn om wel scherpe grenzen te stellen, om anderen te confronteren met de gevolgen van hun gedrag, om duidelijk te maken dat sommige woorden of daden ongewenst zijn. Het kan een daad van liefde zijn om op te komen voor jezelf. In de bijbel laat Paulus zich daarom niet zomaar afranselen door de Romeinen (dezelfde die Jezus afranselden) als hij door hen gevangen is genomen. Nee, hij vertelt ze dat hij Romeins burger is, en dus niet gemarteld mag worden en recht heeft op een rechtvaardige behandeling. En die krijgt hij. Paulus is in dit geval assertief, en daar is niets mis mee. Ergens anders confronteert hij de apostel Petrus ermee dat hij met wettische predikers meedoet en zich afscheidt van de gelovigen uit de volken. Paulus gaat conflict niet uit de weg, en in dit geval is het voor Petrus goed om een spiegel voorgehouden te krijgen. Zijn gedrag zou hem anders verder van het vrije leven van het evangelie vandaan voeren. Paulus’ assertiviteit was een daad van liefde. Hierover schrijven Dan Allender en Tremper in hun boek Liefde die Moed Vraagt. Volgens hen laat echte liefde niet over zich heenlopen, en praat echte liefde de fouten van de ander niet goed. Echte liefde is ook niet mede-afhankelijk (door de ander in staat te stellen zijn schadelijke gedrag voort te zetten). Nee, echte liefde dwingt volgens hen ‘de geliefde … iets te doen aan de innerlijke ziekte die de vreugde wegneemt, zowel bij hemzelf als bij anderen.’

Dat betekent voor iemand die weinig zelfvertrouwen heeft meegekregen, die niet heeft geleerd dat hij voor zichzelf mag opkomen, die over zich laat heenlopen, dat die mag gaan oefenen in ‘nee’ zeggen, in het stellen van grenzen en in het onaardig zijn waar dat nodig is. Daarover gaat het boek No More Mr. Nice Guy, dat ik hier thuis heb liggen. Het gaat over mannen, die hebben geleerd altijd maar ‘ja’ te zeggen, hun moeder een plezier te doen en zich ondergeschikt te achten aan anderen. De boodschap van dit boek is dat je als man voor jezelf en je eigen wensen en belangen moet opkomen. Je hoeft niet per se alle andere mensen te vriend te houden, en het is geen ramp als iemand boos op je wordt. En als je opkomt voor jezelf en je eigen wensen en belangen, zullen andere mensen meer respect voor je hebben.
Ik had het hier ooit over met iemand en die liet vallen dat hoeveel ik ook met dat boek bezig was, ik altijd wel een ‘nice guy’ zou blijven. Ik hoop echter heel erg van niet! En volgens mij bedoelde ze ook niet dat ik altijd een doetje zal blijven, of altijd iedereen over me heen zal laten lopen. Ze bedoelde dat ik altijd een kalm en vriendelijk persoon zal blijven. Hier schiet de Nederlandse taal tekort. In het engels zijn er twee woorden voor ‘aardig’: ‘nice’ en ‘kind’. Het eerste is de soort die over zich heen laat lopen, die eigenlijk te lief is om goed te kunnen zijn. Het tweede is de soort die vriendelijk is uit een bewustzijn van de eigen betekenis en de eigen kracht. Dat is waar ik naar streef: iemand te zijn die anderen in hun waarde laat, en het beste in hen naar voren haalt, maar zonder een doetje te zijn. Ik geloof dat dit ook is wat God met ons voor ogen heeft, en daarom wil ik erin blijven oefenen.

zondag 22 augustus 2010

Levende fossielen, postapocalyptisch Tokyo, houtetende zee-egels en mindfullness

Een interessante tak van de wetenschap is de cryptozoölogie, waarbij men probeert het bestaan te bewijzen van diersoorten die alleen van incidentele waarnemingen en volksverhalen bekend zijn. Darren Naish toont een foto die in Australië gemaakt is en een mysterieus wezen laat zien. Zijn conclusie? Deze foto is waarschijnlijk niet vervalst (wat vaak wel het geval lijkt te zijn) en toont een onbekend dier: een overlevende buidelwolf of -leeuw?

Op de een of andere manier vind ik dit soort illustraties altijd inspirerend: wat als de mens is verdwenen en de natuur neemt opnieuw de overhand. Net als met mos overgroeide ruines van middeleeuwse kastelen hebben deze beelden iets romantisch (N.B. de historische periode van de Romantiek bedoel ik natuurlijk).

Een zee-egel die hout eet (van de zogenoemde 'wood-falls' waarover ik eerder schreef.)

De reusachtige prehistorische 'terror birds' - vleesetende loopvogels - hadden een stevige snavel, die heel erg geschikt blijkt om prooi mee neer te steken.

Voor de romantici onder ons: geeky huwelijkskaarten.

Auch ... 'Boys will be girls' en 'Girls will be boys'.

Een wat andere blik op het commentaar bij de TV-serie Life. Wordt de natuur gekenmerkt door een bikkelharde strijd om te overleven, of is die visie een vorm van 'calvinistisch darwinisme'?

Meer fantasievolle buitenaardse wezens in de langere versie van Avatar.

Jos Strengholt vraagt zich af waarom bepaalde voorgangers beweren dat God altijd eerst mensen confronteert met de Wet en pas dan met het goede nieuws. Jezus en zijn discipelen beginnen namelijk gewoon met het goede nieuws. "Mensen die beseffen dat er iets mis is met hun leven en die de weg terug naar God willen vinden, hoeven niet eerst jarenlang onder zuchten en de zwaarte van de Wet gebukt te gaan. Jezus Christus biedt zichzelf aan als de Weg naar God, zonder omweg via de Wet. En als Jezus Christus in ons leven is gekomen, gaan we in zijn licht onze eigen duisternis goed zien."

Geinspireerd door een workshop op het Flevofestival schrijft blogger Eeuwigheid over de 'mindfullness'-rage. Volgens hem zit er een goede kant aan, maar is het niet hetzelfde als christelijke meditatie. "Uiteindelijk richt je je geest op het moment en dat geeft waarschijnlijk best rust, maar Jezus zegt dat een ieder die vermoeid en belast is bij Hem zelf mag komen zodat Hij rust zal geven. Het object van christelijke mediatie zal dus Christus moeten zijn. Oefeningen die zich richten op het nu in plaats van op Christus zijn daarmee niet direct occult, maar ik zou veel liever zien dat christenen hun leven verrijken met christelijke meditatie-oefeningen waar God zelf centraal staat." Dit is geen eenvoudige weg: "Bidden is een oefening. God laat Zich niet voor ons karretje spannen en wij hebben Hem niet bepaald in onze zak zitten. Gelukkig maar."