Posts tonen met het label bestemming. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bestemming. Alle posts tonen

donderdag 11 augustus 2016

Gedicht: College

College

Alweer een houten poort, beslagen
met donker ijzer, en door een kier 
is een binnenplaats te zien, bloemen
in het groen, gemillimeterd gras.
Daarachter de ramen, kantelen,
stroken wolken als een schilderij
en een nieuwe deur die open staat,
ons verder wenkt naar onvermoede
galerijen, stille kapellen
waar vergeten wijzen overleven
in het glas, verboden trappen naar
de bibliotheek. Professoren
kijken niet op als wij passeren.
Moet een bord ons de uitgang wijzen?
Kunnen wij niet blijven, in stilte 
dwalend tot we thuisgekomen zijn?

maandag 8 februari 2016

Gedicht: Storm

Storm

Ik stap uit de trein en aarzel
een moment. De wind wil niet 
gaan liggen. De plaagstootjes
zijn ruw geworden, hij rukt
aan mijn hoed, mijn jas, mijn haren,
sleept me mee en duwt me zodat
ik wankel. Koude regen prikt
mijn wangen. Protest is zinloos.
Zelfs 's nachts liet hij me niet alleen
maar loeide om de flat en hield
me wakker. Gaat het zo dagen,
weken, totdat mijn weerstand breekt?
Zover laat ik het niet komen!
Nee, ik recht mijn rug, rol met mijn
schouders en loop: de ene voet,
de ander volgt en zo steeds door.
Mijn doel voor ogen, net zo lang
tot ik mijn huis bereik, de deur
zich opent, ik jou weer voor me zie.

donderdag 7 januari 2016

Gedicht: Moedig

Moedig

Doen alsof je moedig bent,
dat is genoeg. Je handen
-trillend- buiten het gezicht.
Spreken door geknepen keel
wat je normaal zou zeggen.
Het zweet negeren, de pijn
wellicht niet genoeg te zijn
trotseren. Boze blikken
of bezorgde maar niet zien.

Laat je voeten je dragen
naar waar je moet zijn, ook al
wil je niet, sterf je liever
dan bloed te storten. Je zelf
groeit weer aan, stapt uit het graf
de vernieuwde wereld in.
Ziet zich met nieuwe ogen
in anderen gespiegeld,
herkent: ik was al moedig.

vrijdag 4 december 2015

Gedicht: Halverwege

Halverwege

Ik heb tot de helft gespeeld,
zelfs nog na de rust. Ik deed
mijn best te overwinnen,
scoorde een keer en hield 
een doelschop tegen. Maar nu 
ben ik moe. Mijn knie doet pijn 
van een trap: een teamgenoot
haalde me neer. En toen ik
miste, werd er gescholden. 
Toch hield ik vol, mijn kaken
op elkaar. Tot nu. Het is
nog gelijkspel. Mijn passie
heeft geen verschil gemaakt
en het duurt nog lang voordat
de fluittoon klinkt. Ik kan niet
verder rennen. Ik zet me
schrap voor wat komen gaat.
Niets. Het blijkt een spel te zijn
zonder verliezers. Plezier
was het doel en achteraf
een feest, de tegenstanders
zijn ook uitgenodigd. Nu
mag ik kiezen: zit ik neer
of doe ik wat ik nog kan?

woensdag 2 december 2015

Gedicht: Windstil

Windstil

De lucht is zwart, ononderbroken
hangen wolken boven mij. De zee
toont niets dan duister als een spiegel
glad. Geen wind om mij voort te stuwen.
Ik voer uit toen het nog licht was en
ik wist waarheen ik moest gaan.
Nu lig ik stil. Ik heb mijn kompas
verloren, zie aan de horizon
geen land. Hoe kan ik ooit komen
waar ik word verwacht? Zonder opdracht
zit ik aan de riemen. Kapitein
van mijn eigen leven. Voortaan vrij
elke kant uit te reizen, zoekend
mijn bestemming, niet meer opgejaagd.
En achter mij fluistert u zachtjes:
'Het is goed.'