Posts tonen met het label individualiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label individualiteit. Alle posts tonen

zaterdag 19 december 2015

Gedicht: Fractaltheologie

Fractaltheologie

Hoe komt de wereld toch zo vol
vormen allemaal verschillend,
elke leemte ingenomen,
geen optie onbenut? Leven
rijst vanuit een zee van chaos
op en ontvouwt zich als een bloem
ooit gezaaid in rijke aarde,
volgens wetten simpel. Het spel
van vrijheid en beperkingen
levert complexiteit, op elk
bestaansniveau. Zelfs geest ontstaat
uit talloze verbindingen:
in staat zichzelf te zien, schoonheid
te onderscheiden, te danken
wie de regels schreef. Een godheid,
die koos zichzelf te verbazen,
niet te heersen maar voor altijd
lief te hebben zijn gelijken
en met hen te dansen zonder
dat de muziek zich ooit herhaalt.

zaterdag 13 juni 2015

Gedicht: Kunst

Kunst

Mijn handen moeten bouwen
blokkentorens, geel en rood.
De chaos op het tapijt
getransformeerd. Patronen
waar eerst het toeval heerste.
Ik moet met kleurpotloden
bladen vullen als antwoord
op hun ongestelde vraag
om leven. Ik moet de tuin 
bewerken. Haar omvormen 
tot het elfenland, mythisch domein.
Verbeelding maakt een speeltoestel 
tot een kasteel. Ik zie schoonheid
verlegen wachten achter 
de façade. Niet gezien 
tot ikzelf haar openbaar,
anders verloren. Dit is
voor altijd mijn lot, mijn vloek:
te weten dat wat ik niet schep
nooit zal bestaan en dat ik
niet heel zal zijn tot alles is.

dinsdag 19 augustus 2014

Gedicht: Waar ik naar zoek

Waar ik naar zoek

Bomen plotseling geel
tegen een grauwe lucht
vanuit de ochtendtrein.
Mist boven de sloten.
Een doorkijk op een veld
vol witte pluimen gras.
Mos op een muur. Een vis
die zich onverwachts toont.

Ringen van blokken ijs.
Blind leven ondergronds.
Unieke eilanden.
Vroege dieren bewaard
in steen, vorm geraden.
Opties doorgetrokken
tot de verre toekomst:
het verhaal blijft open.

Ogen vol verwachting,
haar sluier verwijderd.
Geen tweede plan, gereed
iets nieuws te ontmoeten,
kwetsbaar maar toch niet zwak,
de glimlach ongeveinsd,
zet ze de eerste stap
op weg naar heerlijkheid.

Ik zoek dunne plaatsen,
waar achter het gordijn
zacht de belofte klinkt:
'Alles is mogelijk.'
Leven vult de ruimte
tot aan de nok, verandert
een leeg doek in schoonheid.
En ook ik word vernieuwd.

maandag 4 maart 2013

Boekbespreking: Jane Eyre, deel 2: het vlees, de wet en het goede nieuws

Boodschappen die mij proberen duidelijk te maken dat ik iets ‘BEHOOR’ te doen of niet te doen, zijn in essentie manipulatief, omdat ze mij het recht op een eigen oordeel ontnemen. Daarom denk ik dat daar geen plaats voor is in het christelijke geloof. Maar voordat je nu geërgerd van dit essay weg klikt, laat ik duidelijk stellen dat ik geloof dat de bijbel duidelijk is dat er een manier van leven is die door God niet bedoeld is, namelijk dat wij onze lusten volgen en daardoor andere mensen hun vrijheid en waardigheid ontnemen of onszelf kwaad doen. Dit leven noemt de bijbel het ‘vlees’. Ik meen dat dit de ‘behorens’ zijn die ons door ons verlangen worden opgelegd - en als we zoals Mr. Rochester denken dat we onze verlangens ten koste van alles (ook ten koste van andere mensen) behoren te bevredigen, leven we uit het vlees. En: ‘Het is bekend wat het vlees allemaal teweegbrengt: ontucht, zeleoosheid en losbandigheid, afgoderij en toerij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen en nog meer van dat soort dingen’ (Galaten 5:19v). Deze manier van leven leidt tot de dood van onszelf en van anderen (‘wie op de akker van zijn zondige natuur zaait, oogst de dood’ (6:8)). De bijbel roept ons daarom op het vlees te laten afsterven. Dat wil volgens mij zeggen dat als we om ons verlangen te vervullen, onszelf of anderen zonder respect zouden moeten behandelen, we ervoor kiezen het niet doen. Want de mens is belangrijker dan het tijdelijke plezier van een vervuld verlangen.
De bijbel is er volgens mij net zo duidelijk over dat er een manier van leven is die hoort bij hoe mensen bedoeld zijn: een leven gebaseerd op het liefhebben, van God boven alles en je naaste als jezelf. Daarom dat God in de bijbel ook aanstuurt op verandering van mensen, tot deze manier van leven in hen zichtbaar wordt. Wie liefheeft heeft de wet vervuld, dat is het doel van God. Ook al heb ik het op mijn blog heel veel over de genade, en lijk ik zelfs voor de oppervlakkige lezer antinomianistisch, ik geloof wel degelijk dat God wil dat we op een bepaalde manier leven. Maar ik geloof niet dat deze manier van leven te bereiken is door motivatie van buitenaf, door boodschappen van ‘behoren’. Het gaat namelijk om liefde. En liefde is vrijwillig, liefde laat zich niet dwingen. Het IK WIL dat de basis is van ons handelen, kan niet van buitenaf veranderd worden. De wet heeft daar geen invloed op. We kunnen niet opeens iets anders gaan willen, omdat dat hoort. Regels, straf en beloning hebben er geen invloed op - wat we dan willen is namelijk niet goed te doen, maar straf ontlopen of beloond worden. Of bij de groep horen, of een goed christen gevonden worden. En dat is iets heel anders. Dat is niet wat God wil. Het leidt ook niet tot blijvende verandering. St. John Rivers probeert Jane Eyre op deze manier te veranderen, maar Jane heeft heel goed door dat de wet haar tot een vloek zou worden, en haar zou laten sterven. De wet is, net als het vlees, uiteindelijk dodelijk (‘Iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt’, Galaten 3:10).

Daarom dat God al in het oude testament, toen mensen nog onder de wet leefden, beloofde dat er een ander, een nieuw verbond zou komen. ‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk. Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden ‘Leer de HEER kennen’, want iedereen, van groot tot klein, kent mij dan al.’ (Jeremia 31:33v). En: ‘Ik zal hen een van hart en een van zin maken, zodat ze altijd ontzag voor mij zullen hebben. Ik zal hen met ontzag voor mij vervullen, zodat zij zich noot meer van mij zullen afkeren’ (32:40). En in Ezechiel: ‘Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mij wetten leven en mijn regels in acht nemen.’ (36:26v).
Dit alles is vervuld in het Nieuwe Testament. Jezus kwam om het nieuwe verbond in werking te stellen. En hoe deed hij dat? Door mensen lief te hebben. Kijk hoe hij met mensen omgaat in de evangeliën, welke verhalen hij vertelt. Hoeren, tollenaars, melaatsen krijgen van hem geen ‘behorens’ opgelegd. Ze horen dat ze vergeven zijn, dat ze geliefd zijn, dat ze oneindig waardevol zijn voor God. Zo waardevol dat Hij zich met hen identificeert -in hun zwakheid. En omdat ze van zichzelf gaan geloven dat ze waardevol zijn, krijgen ze respect voor zichzelf en voor anderen. Ze gaan anderen liefhebben, zoals God hen liefheeft. Zaccheus verkoopt zijn bezit niet omdat Jezus hem had verteld dat hij dat ‘hoorde’ te doen, maar omdat hij het zelf wilde. Zijn verlangen was veranderd.
Ook Paulus in zijn brieven legt eerst uit wat het evangelie heeft gedaan, hoe wij van uitgeslotenen in de aanwezigheid van de Vader zijn gebracht, hoe we hoewel we dood waren, met Jezus uit de dood zijn opgestaan en met Jezus zijn gezeten aan Gods rechterhand. Hij vertelt dat niets ons meer kan scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze heer. Dit is het goede nieuws. En als we dat echt gaan geloven, als we die waarheid echt tot ons laten doordringen, zal ons verlangen gaan veranderen. Dan zullen we ons niet langer willen laten regeren door onze zelfzuchtige verlangens (zoals Mr. Rochester), maar willen we anderen en onszelf met respect behandelen. En we zullen ons niet meer onder controle te hoeven houden met regels en verplichtingen (zoals St. John Rivers) omdat de liefde de angst heeft uitgedreven. “Volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf” (een indicatie van ‘behoren’ is dat er altijd een vorm van angst onder schuilt). Dit betekent dat we werkelijk vrij zijn! Om vrij te zijn heeft Christus ons vrij gemaakt. In plaats daarvan zullen we liefhebben ‘omdat God ons het eerst heeft liefgehad’ (1 Johannes 4:18v). Eerst verandert ons verlangen, dan pas ons gedrag. ‘De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geluld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft’ (Galaten 5:22,23). Maar ons verlangen verandert niet door de wet, maar alleen door het goede nieuws - ‘wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet’ (v18). Daarom denk ik dat alle preken met ‘behorens’ in de kerk niet effectief zijn. Mensen zouden veel ingrijpender veranderen als ze het goede nieuws horen.

Dit zie ik ook terug bij Jane Eyre. Ze weigert namelijk om op het voorstel van Mr. Rochester in te gaan, ook al betekent dat dat ze berooid door het land moet zwerven. En waarom doet ze dat? Omdat ze zichzelf respecteert. “I care for myself. The more solitary, the more friendless, the more unsystained I am, the more I will respect myself. I will keep the law given by God; sanctioned by man. I will hold to the principles received by me when I was sane, and not mad, as I am now. Laws and principles are not for the times when there is no temptation: they are for such moments as this, when body and soul rise in mutiny against their rigour; stringent are they; inviolate they shall be. If at my individual convenience I might break them, what would be their worth? They have a worth- so I have always believed; and if I cannot believe it now, it is because I am insane.” Nog even voorbijziend aan het feit dat het in de negentiende eeuw waarschijnlijk een behoorlijke schok was dat een vrouw zichzelf zo respecteerde en zichzelf zo waardevol vond, wordt hier de basis zichtbaar van Jane Eyre’s karakter. Ze houdt zich aan de huwelijkswet, niet omdat het ‘behoort’, maar omdat ze zichzelf en anderen zo waardevol vindt en zo respecteert dat ze zich aan deze wet wil houden. Uit haar conversatie met St. John Rivers weten we namelijk dat ze zich niet houdt aan regels puur omdat iemand ze oplegt. Hij haalt er zelfs bijbelteksten bij aan om haar ertoe te brengen met hem te trouwen en naar India te gaan. Volgens hem is het de wil van God. Maar ook dan zegt ze ‘Nee’. Ze houdt dus niet de regels omdat het regels zijn, maar omdat ze ziet dat deze regel gebaseerd is op echte liefde en echt respect voor mensen. Dat is wat ze wil en daarom kiest ze ervoor deze regel te houden. Ze MOET het, omdat ze het WIL. Zoals ze zag dat de woorden van St. John Rivers wel met bijbelteksten ondersteund waren, maar niet haar als persoon respecteerden en haar waardigheid niet respecteerden, en ze daarom niet met hem kon trouwen. Ze MOEST hem pijn doen door hem af te wijzen, zoals ze haar eigen verlangen naar Mr. Rochester MOEST ontkennen. Omdat ze zichzelf en hen met respect WILDE behandelen.
Jane is twee keer in staat een ‘behoren’ te weerstaan. Een ‘behoren’ dat voortkomt uit het zelfzuchtige verlangen (uit het ‘vlees’ zou de bijbel zeggen), en een ‘behoren’ dat voortkomt uit de regels (uit de ‘wet’ zou de bijbel zeggen). Waarom was ze daartoe in staat? Omdat ze geloofde in God. Haar geloof in God was anders dan het geloof van Mr. Rochester, of St. John Rivers. Die hadden beide eigenlijk een overeenkomend beeld van God. Allebei geloofden ze in een God die de daden van mensen woog en ze overeenkomstig zou belonen dan wel straffen. Mr. Rochester geloofde daarom dat hij toch al verdoemd was en alles kon doen wat hij verlangde, en St. John Rivers geloofde dat God hem zou belonen in de eeuwigheid als hij zendeling werd. Maar Jane heeft een heel ander Godsbeeld. Dat blijkt als ze afscheid neemt van St. John. Ze zegt daar: ‘I mounted to my chamber; locked myself in; fell on my knees; and prayed in my way - a different way to St. Johns, but effective in its own fashion. I seemed to penetrate very near a Mighty Spirit; and my soul rushed out in gratitute at His feet. I rose from the tanksgiving- took a resolve - and lay down, unscared enlightened - eager but for the daylight.
Dat verschilt nogal van de God tot wie St. John bidt (of tegen wie hij minipreekjes afsteekt). Dit is een God waarvan Jane weet en ervaart dat Hij er voor haar is, dat Hij van haar houdt. Daarom dat ze opstaat met dankbaarheid. Zelfs al zou ze niet de juiste keuze gemaakt hebben, deze God respecteert haar als persoon en wijst haar niet af. En daarom kan ze handelen met respect voor zichzelf. En voor anderen (het is tekenend dat het boek eindigt met St. John - het feit dat Jane hem afwees, wil niet zeggen dat ze hem niet respecteert. Ze laat hem in zijn waarde, zoals ze zichzelf in haar waarde laat).

Jane had dit godsbeeld niet van zichzelf - ze groeide juist op als wees in een hard huishouden. Niet de beste omgeving om respect te leren. Maar ik geloof dat het is terug te voeren op haar eerste vriendin Helen Burns. Niet voor niets heeft Charlotte Bronte zoveel aandacht besteed aan deze vriendschap. Dit is de basis om de rest van het werk te interpreteren. Goed, wat dogma’s betreft zou ik als ik muggenzifterig was op haar overtuigingen wel wat aan te merken kunnen hebben (maar daar moet ik nog een keer een ander essay over schrijven) en ze maakt niet echt melding van Jezus - degene door wie wij de Vader hebben leren kennen op de manier zoals Helen Hem beschrijft. Maar hoe Helen God beschrijft, is hoe ik hem heb leren kennen - door Jezus en in mijn gebeden. Als Jane vraagt: ‘Where Is God? What is God?’, antwoordt Helen: ‘My Maker and yours, who will never destroy what He created. I rely implicitly on His power, and confide wholly in His goodness: I count the hours till that eventful one arrives which shall restore me to Him, reveal Him to me.’ En dan vraagt Jane: ‘You are sure then Helen, that there is such a place as heaven, and that our souls can get to it when we die?’. Helen antwoordt: ‘I am sure there is a future state; I believe God is good; I can resign my immortal part to Him without any misgiving. God is my father; God is my friend: I love Him; I believe He loves me.” Jane vraagt: “And shall I see you again, Helen, when I die?”. Ze antwoordt: “You will come to the same region of happiness: be received by the same mighty, universal Parent, no doubt, dear Jane.”
Dit is wat Jane is gaan geloven. Voor haar heeft Gods liefde inderdaad de angst uitgebannen. Ze verlangt niet meer naar beloning voor haar inspanning, en is niet meer bang om door God gestraft te worden. In plaats daarvan weet ze dat God van haar houdt, en haar nooit zal vernietigen, maar haar bij zich wil hebben in zijn eeuwigheid. God is haar vriend, en zal zichzelf aan Haar openbaren. Ze heeft van God waardigheid gekregen, zoals ieder mens van God waarde heeft gekregen. En daarom WIL ze zichzelf en anderen met waardigheid behandelen, ook al MOET ze daarvoor zichzelf soms ontkennen, en anderen pijn doen door ze af te wijzen. Maar ze BEHOORT niets meer. Ze is vrij!

Ik wil ook op deze manier leven. Ik BEHOOR niet meer bijbelstudie te doen of te bidden - ik hoef mezelf niet meer onder druk te zetten om daar mijn tijd mee te vullen. Of God van mij houdt hangt er niet van af. Maar ik realiseer me dat mijn diepste verlangen is om te schrijven. Dat WIL ik, zoals ik nooit heb willen bijbelstudie doen, en daarom MOET ik er tijd voor maken. Daarom MOET ik er elke dag voor zitten. Dat past bij mij. Het is niet iets dat ik BEHOOR. Ik ga er niet aan onderdoor, ik kom er juist door tot leven. Maar net zo WIL ik anderen respecteren. Ik WIL anderen zien zoals God ze ziet. Daarom MOET ik soms dingen doen die in eerste instantie ongemakkelijk zijn, uit mijn comfortzone komen, bijvoorbeeld om een zwerver niet als minder dan menselijk af te schudden, maar hem of haar echt in de ogen te kijken. Maar ook hier ga ik niet aan ten onder, het is voor mij geen verplichting die mij overspannen maakt, want het is niet iets dat ik BEHOOR. Ik geloof zelfs dat ik er uiteindelijk meer mens door wordt, en niet minder. Want we zijn het meest mens als we liefhebben, zoals God ons heeft liefgehad. God, de universele Ouder, die ons en hen ooit zal ontvangen in zijn huis van blijdschap.

zondag 17 februari 2013

Filmbespreking: The Hunter

Eind 2007 was ik in Australië. Dat was een heel bijzondere reis. Er zat een spiritueel aspect aan, omdat ik tijdens de reis een conferentie bezocht en met vrienden optrok, en veel goede en confronterende gesprekken had. Daarover gaat deze filmbespreking verder niet. Wie geïnteresseerd is in de ontdekkingen die ik tijdens die reis heb gedaan, kan erover lezen in mijn boek Indrukwekkende Vrijheid - warm aanbevolen! Maar het was ook bijzonder omdat ik een natuurliefhebber ben, en Australië een unieke flora en fauna heeft.
Het continent Australië is zo lang afgesneden geweest van de rest van de wereld dat niet de placentale zoogdieren de dienst uitmaken, maar buideldieren. De evolutie heeft er een ander spoor gevolgd dan in bijvoorbeeld Europa. De niches in het ecosysteem zijn door andere soorten opgevuld. Er leefden in het verleden bijvoorbeeld enorme loopvogels, buidelwolven en buidelleeuwen, wombatachtige dieren zo groot als neushoorns en zes meter lange varanen. De meest bizarre soorten - soorten zonder vergelijking op de andere continenten.
Helaas zijn veel van die soorten uitgestorven, een deel door klimaatverandering, een deel door het ingrijpen van de mens. De eerste aboriginals maakten bijvoorbeeld jacht op reuzenkangaroes, en introduceerden honden die de buidelwolven eruit concurreerden. Later kwamen de Europese immigranten en die lieten schapen, kamelen, konijnen en katten los op het continent - en deze soorten bleken een bedreiging voor de inheemse Australische natuur. Net als bijvoorbeeld de Indiase vogels die je er nu bijna vaker ziet dan inheemse Australische soorten. Dat alles was al schadelijk genoeg zonder de actieve jacht van mensen op soorten die als ‘schadelijk’ werden gezien. Er is gelukkig nog heel wat overgebleven en ik was blij dat ik daarvan kon genieten. Ik zag in de natuur zelf een varaan, en een andere grote waterhagedis, ik zag eucalyptusbomen, en cicaden, ik zag prachtige bloemen en inheemse kikkers. Ik zag de bijzondere liervogel tussen prehistorisch aandoende boomvarens in de Blue Mountains, en ik zag de zwermen vliegende honden in de bomen in Sydney. Australië was werkelijk een andere wereld, en ik voelde me een beetje als een ontdekkingsreiziger die op een andere planeet is geland en tussen vreemde planten en dieren is terechtgekomen. Het leek wel science fiction. En ik zag regenboogvissen in hun natuurlijke omgeving! Het was een van de meest bijzondere ervaringen van mijn leven.
Ik ben nog niet op het eiland Tasmanië geweest, maar ook dat heeft een bijzondere flora en fauna. Ook daar groeien boomvarens, en springen wallabies rond en komen Tasmaanse duivels op aas af. En op het eiland Tasmanië leefde tot voor kort de Tasmaanse buidelwolf - de laatste vertegenwoordiger van een groep roofdieren die ooit over het hele Australische continent verspreid was. Omdat er op Tasmanië geen dingo’s leefden, kon de buidelwolf daar blijven bestaan. In elk geval tot er Europese kolonisten op het eiland landden. Die wilden er schapen houden, en ze dachten dat de buidelwolven hun schapen aanvielen. En daarom besloten ze de buidelwolf uit te roeien. Dat lukte, want de laatste buidelwolf stierf in de jaren dertig van de vorige eeuw in gevangenschap. Er zijn nog een paar filmbeelden van bewaard gebleven - enorm fascinerend, de laatste blik op een unieke soort: het laatste grote buidelroofdier.
Wat de situatie ironisch maakt, is dat uit recent wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de Tasmaanse buidelwolf geen sterke kaken had, en uit berekeningen blijkt dat hij niet in staat moet zijn geweest een schaap te doden. De kolonisten reageerden uit angst en roeiden daarom een soort uit die hen helemaal niet bedreigde. En een eenmaal uitgeroeide soort is niet meer terug te brengen uit de vergetelheid. Daarmee wordt het verhaal van de buidelwolf, net als dat van de dodo, de Amerikaanse trekduif en de Stellers’ zeekoe (en de olifantsvogel van Madagaskar, de moa’s van Nieuw-Zeeland en de cichliden uit het Victoriameer, en de reuzenalk, en ga zo maar door), een aanklacht tegen de menselijke expansiedrift die ten koste gaat van het unieke, het onvervangbare, het individuele. In eerste instantie van de natuur - de menselijke expansiedrift, het verlangen naar macht en controle maakt de natuur eenvormig. Een unieke ecologie wordt vervangen door eentonig landbouwgebied, met dezelfde granen en dezelfde schapen als elders op de wereld, maar een of twee soorten per vierkante kilometer. We maken de wereld saai en voorspelbaar. Maar ook de individuele mens verliest zijn eigenheid, zijn uniciteit. Mensen worden tot productie-eenheden, consumenten, werkers - niet meer gewaardeerd om wie ze zijn, maar alleen om wat ze bijdragen aan de economie. Ze zijn niet meer vrij, ze moeten binnen een kader passen. Zoals de buidelwolf werd uitgeroeid omdat hij niet in het kader paste van de schapenfokkers van Tasmanië (gebaseerd op een vooroordeel en niet op werkelijkheid), zo moet de individuele mens zich schikken naar de verwachtingen van de consumptiemaatschappij, of ten onder gaan (en dat vaak op basis van vooroordelen en niet op basis van de werkelijkheid). Er is in het menselijke leven meer belangrijk dan productie, geld of efficiëntie - en daarvoor moeten we vechten, zoals we vechten voor het behoud van unieke diersoorten. We moeten doen aan bescherming van de waardigheid van de individuele mens, zoals we doen aan bescherming van de unieke natuur. Het is geen situatie van of/of, maar een van en/en. Als christenen zijn we rentmeesters, rentmeesters van de hele schepping: van binnen en van buiten.

Deze boodschap is volgens mij terug te vinden in de Australische film The Hunter. Al toen ik het eerste voorstukje zag op internet was ik in deze film geïnteresseerd. Hij ging namelijk om de zoektocht naar een misschien nog overlevende buidelwolf. Ik heb toch al een zwak voor cryptozoologie - de wetenschap die zoekt naar diersoorten uit legenden, levende fossielen en mogelijk nog overlevende soorten. Van de fantastische (het monster van Loch Ness en Bigfoot) tot de realistische (de coelacanth en okapi). Deze film was mij dus wat betreft het onderwerp op het lijf geschreven. De efficiënte jager Martin krijgt een opdracht van het mysterieuze bedrijf Red Leaf om af te reizen naar Tasmanië. Er zijn namelijk waarnemingen geweest van de Tasmaanse buidelwolf, waarvan al tientallen jaren werd aangenomen dat hij was uitgestorven. Het bedrijf wil monsters van dit zeldzame zoogdier: bloed, organen, huid, en dat voordat de concurrenten het dier op het spoor komen. Ze zijn bereid er grof geld voor te betalen. Martin doet zich voor als wetenschapper van de universiteit en trekt in bij Lucy en haar twee kinderen. De sympathieke Jack leidt hem rond in de omgeving. Al snel trekt Martin de wildernis in, waar hij kampeert, zijn vallen opzet en bij holen en grotten op de loer ligt. Eens in de zoveel tijd keert hij terug naar het huis van Lucy. Hij leert haar en haar kinderen steeds beter kennen. Het blijkt dat haar man een tijd terug spoorloos is verdwenen. Martin brengt weer wat vreugde terug in hun huishouden. Maar het bedrijf Red Leaf wordt ongeduldig. De leidinggevenden willen resultaten zien. En ze zijn bereid desnoods over lijken te gaan. Martin begint te vermoeden dat hun bedoelingen niet bepaald edel zijn ...

The Hunter is geen spectaculaire, snel vertelde actiefilm. Het is een rustig vertelde mengeling tussen karakterobservatie en avontuur, die het moet hebben van het diep gegroefde gezicht van Willem Dafoe (die in deze film prachtig speelt. Het verveelt niet om hem het grootste deel van de tijd alleen op het scherm te zien) en de prachtige natuur van Tasmanië (er zitten echt prachtige beelden in de film van het licht op de Eucalyptusbossen en van boomvarens en poelen en sneeuw - ik wilde dat ik er zelf kon rondlopen!). Het is fascinerend om toe te kijken hoe Martin zijn vallen plaatst, met een professionele precisie. Maar het is ook interessant om waar te nemen hoe de kinderen van Lucy met hun onbevangenheid een plekje in zijn hart veroveren. Sam Neill deed me een heel klein beetje aan Sean Connery denken en laat zien dat een hoed hem erg goed staat (net als in Jurassic Park). Het was ook mooi om de laatste beelden van de buidelwolf voorbij te zien komen. Het eind van de film was ook best ontroerend. Al met al een aanrader voor een rustige filmervaring, die ook al gaat hij over een uitgestorven dier, toch opvallend menselijk is.

De film waar The Hunter me het meest aan deed denken was het sciencefictionepos Avatar. Nu is dat niet bepaald een rustige filmervaring, dus daarin zit de overeenkomst niet. Maar de thema’s zijn wel vergelijkbaar. Ook deze film gaat over iemand die eigenlijk als soldaat wordt gehuurd door een bedrijf om naar een andere wereld te gaan, met een unieke ecologie, om een grondstof te verkrijgen die alleen daar te vinden is. En ook in deze film komt de hoofdpersoon in contact met de locale bevolking. Daar hervindt hij zijn eigen menselijkheid en dus gaat hij vragen stellen bij de motivatie van zijn opdrachtgevers. Ook hier krijgen die opdrachtgevers uiteindelijk niet waar ze op uit waren. En ook in deze film staat de vraag centraal wat ons tot mensen maakt: is dat onze expansiedrift en vernietigingsdrang, of is dat onze liefde en opoffering voor onze naaste? Kijk de films maar eens naast elkaar, en je zult ongetwijfeld net als ik de overeenkomsten zien.
Als Martin in het begin van de film in Parijs op zijn opdrachtgevers wacht, zegt iemand dat hij de toerist moet spelen en de bezienswaardigheden moet bekijken. Martin is echt efficiënt, georganiseerd. Hij heeft geen interesse in bezienswaardigheden. Hij leeft alleen voor de volgende opdracht. Hij is eigenlijk bijna meer machine dan mens. Hij waardeert niet wat Parijs uniek maakt, hij heeft geen belangstelling voor kunst of cultuur. En de opdracht om de mogelijk laatste vertegenwoordiger van een diersoort, de laatste buidelwolf, te doden accepteert hij zonder aarzelen. Het kan hem niet schelen dat hij degene zal zijn die deze soort van de aardbodem zal uitroeien - hij ziet de waarde toch niet in van natuur. Hij is in dat opzicht perfect geschikt als instrument van het gezichtsloze bedrijf Red Leaf - hij vervult een functie, en dat doet hij zonder vragen te stellen.
Aanvankelijk is hij niet blij dat hij verblijft bij een gezin thuis. Hij zit liever in een hotel. Nu wordt hij in zijn activiteiten gestoord door de kinderen, die maar vragen blijven stellen. En hij kan ze niet laten weten dat hij een jager is en geen wetenschapper. Lucy is immers wetenschapper en maakt zich net als haar man voor haar sterk voor natuurbescherming. De andere natuurbeschermers en zij proberen te voorkomen dat er meer bos gekapt wordt. Dat zorgt voor een conflict met de plaatselijke bevolking, die juist leeft van de houtindustrie. De houthakkers zijn geen fan van de natuurbeschermers - die zorgen er voor dat zij geen inkomsten hebben. Voor hen is het bos, hoe uniek ook, alleen van economisch belang. Ironisch genoeg beschouwen ze Martin ook als natuurbeschermer. Ze besmeuren zijn auto en bedreigen hem zelfs met een geweer, en dat terwijl hij net als hij alleen maar op geldelijk gewin uit is. Ook hij ziet de natuur als bron van inkomsten - niet als waardevol in zichzelf. Als hij zijn buit heeft, is hij weer weg. Hij is dus eigenlijk ‘undercover’.
Maar zijn interactie met Lucy en met haar kinderen doet Martin ontdooien. Hij gaat genieten van de vragen van de kinderen, en hij begint hen te helpen. Hij repareert de generator, hij zorgt dat de luidsprekers weer muziek maken. Hij helpt ook Lucy, die na het verdwijnen van haar man zichzelf met medicijnen verdoofde. Martin krijgt oog voor schoonheid, waarheid en intimiteit. Hij leert te zien dat het leven niet mechanisch en eenvormig is, maar dat uniciteit en persoonlijkheid belangrijk zijn. En daardoor gaat hij vragen stellen bij zijn opdrachtgevers, bij het standpunt dat de natuur alleen uit economisch oogpunt belangrijk is.
De film eindigt als Martin zegt dat hij nu wel de bezienswaardigheden gaat bekijken. Hij heeft zijn les geleerd. En hij heeft het dan niet alleen over toeristische plekken. Hij heeft het voor die onderdelen van het leven die niet alleen maar economisch zijn of machtsgerelateerd. Hij heeft het over individuen, over relaties. Een mooie boodschap uit een mooie film.