Posts tonen met het label dans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dans. Alle posts tonen

zaterdag 19 december 2015

Gedicht: Fractaltheologie

Fractaltheologie

Hoe komt de wereld toch zo vol
vormen allemaal verschillend,
elke leemte ingenomen,
geen optie onbenut? Leven
rijst vanuit een zee van chaos
op en ontvouwt zich als een bloem
ooit gezaaid in rijke aarde,
volgens wetten simpel. Het spel
van vrijheid en beperkingen
levert complexiteit, op elk
bestaansniveau. Zelfs geest ontstaat
uit talloze verbindingen:
in staat zichzelf te zien, schoonheid
te onderscheiden, te danken
wie de regels schreef. Een godheid,
die koos zichzelf te verbazen,
niet te heersen maar voor altijd
lief te hebben zijn gelijken
en met hen te dansen zonder
dat de muziek zich ooit herhaalt.

zaterdag 27 december 2014

Filmbespreking: Exodus Gods and Kings

Het gebeurt niet zo vaak dat ik na een film thuiskom, en tegen mijn vrouw uitroep: ‘In deze God wil ik geloven.’ Dat maakt Exodus Gods and Kings al meteen een bijzondere film. En roept de vraag op waarom deze voor mij zo bijzondere film dan toch zo slechte recensies heeft gekregen. Vooral uit christelijke hoek. Aan de kwaliteit van de film als film kan het niet liggen. Fantastische beelden van het oude Egypte, geweldige wolkenluchten, goede kostuums, sterke acteurs (Christian Bale overtreft hier zijn Batmanrol), en de tien plagen zijn heel sterk in beeld gebracht. De overstroming van de rode zee gaat wat anders dan anders, maar is op zijn eigen manier indrukwekkend genoeg. Mijn belangrijkste commentaar is dat er nogal wat anachronisme in zitten. Het schijnt dat Egyptenaren niet van de rug van paarden oorlog voerden. Dat weet ik zelf niet zeker en stoorde me dus niet. Wel stoorde me dat Mozes een aantal keer ‘Vuur!’ riep tegen zijn boogschutters, in plaats van ‘Los!’. Voordat er vuurwapens waren, had het roepen van ‘Vuur!’ geen betekenis! De film is bovendien wat lang, maar ik merkte het eigenlijk niet. Ik had zelfs het idee dat sommige delen van het verhaal snel werden verteld. Zeker niet zo’n lange zit als eerdere Mozes-films.

Een blik op de IMDB-pagina leert dat de zwaarste kritieken komen van mensen die zeggen dat de film afwijkt van het verhaal uit de bijbel. Een goede vriend van me wilde zelfs niet eens naar de film omdat hij aan de trailer kon zien dat het verhaal afweek van dat van de bijbel. Na het kijken van de film moet ik daarom glimlachen. Dit soort opmerkingen verraden een godsbeeld dat in de film kritisch wordt bevraagd: een God die voldoet aan onze eigen verwachtingen, en die zich dus niet kan of mag openbaren op een manier die daarmee in strijd is. Maar is dat nou een God waar je in wilt geloven? Nu vermoed ik dat de christenen die kritiek hebben op de film deze vooral vergelijken met het zondagsschoolverhaal in plaats van met de bijbel. Want ja, er zijn nogal wat afwijkingen met hoe het verhaal in de bijbel wordt verteld, maar dat geldt ook voor de zondagsschoolversie. En elementen die daar uit worden gelaten, komen in deze hervertelling wel weer naar voren. Iedereen die een verhaal doorvertelt, maakt daarbij keuzes. Het een wordt weggelaten, het ander wordt in een ander daglicht geplaatst. Alleen door verschillende versies tot je te nemen zie je uiteindelijk het geheel. En in die mix van versies is dit een hele goede ‘coverversie’ van Exodus. Het is niet alsof ‘The ten commandments' bijbelgetrouwer is.
Wat bovendien meespeelt, is dat dit niet in de eerste plaats een christelijke film is. In elk geval geen fundamentalistisch evangelische film. Met het godsbeeld dat daarbij hoort. Nee, dit is in de eerste plaats een Joodse film. Dit blijkt al aan het begin bij de titels, waarbij de tijdsaanduiding niet wordt aangegeven in jaren ‘voor Christus’, maar ‘BCE’ (before common era) - dit is het verhaal van het Joodse volk, niet van ons. Het is dit volk dat God niet had vergeten, en dat moeten we als kijker niet vergeten. Het hier getoonde Godsbeeld is dus het hunne. Het is de God van het Oude Testament. Van die God van het Oude Testament benadrukken wij als christenen vaak zijn macht, en zijn rechtvaardigheid. Maar wat we daarbij wel eens vergeten is dat dit ook een God is die met mensen in gesprek gaat, die zich laat overtuigen in discussies, die boos wordt en teleurgesteld is, die probeert te overreden en die zich laat leiden door zijn onstuimige liefde. Dit is een God die heel duidelijk een persoon is. En in deze film staat de vraag centraal hoe God met mensen omgaat. De tragiek van de Israëlische slavernij in Egypte neemt een ondergeschikte plaats in (hoewel de omstandigheden gruwelijk genoeg in beeld zijn gebracht) ten opzichte van de vraag die Mozes zich moet stellen: wat voor God is God? En hoe kan Mozes met hem omgaan?

We zien in de film verschillende manieren waarop mensen met God of de goden omgaan. Ten eerste in Egypte. De film begint met het opensnijden van een vogel om in de ingewanden ervan de aanwijzingen van de goden te lezen. De Egyptenaren brengen offers aan de goden en denken ze zo op hun hand te krijgen. De goden zijn hen dan advies verschuldigd. Of later in het verhaal wonderen, als de rampen beginnen plaats te vinden. Dit ziet er aan de buitenkant heel godsdienstig uit: ze houden zich aan de tradities, bidden, en geloven, maar het gaat ze niet om de goden, maar om hun eigen succes. Dit verraadt zich uiteindelijk als Ramses, de Farao, roept: ‘Ik ben de God! Ik ben de God!’ Hij moet het voor het zeggen hebben. En dus gaat hij de strijd met God aan. ‘Laten we kijken wie er beter is in doden’, zegt hij tegen Mozes, ‘Jij en jouw God of ik!’
Maar zelfs bij Mozes’ vrouw Zipporah, dochter van Jethro, vinden we een godsbeeld dat God niet helemaal serieus neemt als persoon. Als Mozes van de berg afkomt, trekt ze zijn visioen in twijfel, omdat het niet overeenkomt met het beeld dat zij van God heeft. ‘Zo kan God niet zijn’, besluit ze. Hoewel ze zelf God nooit heeft gezien. Daarnaast houdt ze Mozes tegen hun zoontje vragen te laten stellen over wie God is en waarom een bepaalde berg heilig is en andere niet. Ten slotte zegt ze tegen Mozes, als hij op het punt staat weg te gaan, dat ze haar geloof zou afzweren, als dat hem ertoe zou brengen bij haar te blijven. Ze heeft haar eigen gezin en haar eigen geluk bovenaan staan. Haar geloof in God is iets dat haar ondersteunt in haar dagelijkse leven, iets dat ze zomaar wil opgeven als het haar niet uitkomt. Niet een dynamische relatie met een werkelijke persoon.
De omgang van de Israëlieten met God is anders. ‘De Israëlieten zijn een koppig en vechtlustig volk’, zegt een van de Egyptenaren. ‘Weet je wat hun naam betekent? Zij die vechten met God.’ Mozes corrigeert hem. ‘Zij die worstelen met God. Er is een verschil.’ Zo is dat. Vechten is iets anders dan worstelen. Bij vechten gaat het erom dat een van de twee de ander verslaat en vernedert. Een moet als winnaar bovenkomen. De ander is een verliezer. En moet vernederd afdruipen. Dit is hoe de Egyptenaren met God omgaan: ze gaan het gevecht aan. Maar worstelen is anders. Bij worstelen blijf je in relatie met elkaar. Ik worstelde vroeger met mijn broers op de stoelkussens die we in de gang op de grond hadden uitgespreid. Misschien won ik van een jongere broer, maar we bleven elkaar aankijken. We bleven vrienden. In het worstelen meet je je aan de ander, test je je kracht, maar vooral om elkaar te leren kennen, om jezelf te leren kennen in relatie met de ander, en om daarmee de relatie te verdiepen. Niet een relatie waarin er een de overwinnaar is en de ander verliezer, waarmee iemand zijn respect en waardigheid verliest. Een relatie waarin beide partijen zichzelf en de ander respecteren, en ook na afloop in hun waarde laten. En dit is hoe God met ons wil omgaan. Hoe hij met Mozes wil omgaan.

Mozes zelf is een scepticus. Een twijfelaar. Iemand die niet zomaar alles aanneemt wat anderen zeggen. En dat maakt hem iemand met wie God kan ‘worstelen’. God openbaart zich aan Mozes in de vorm van een jongetje van tien. Ik vond het een mooie keuze. Het is duidelijk dat deze verschijning slechts een boodschapper is, maar het laat zien dat God het gesprek wil aangaan. Maar God openbaart zich niet op een manier die voor anderen net zo duidelijk is als voor Mozes. Anderen zien bijvoorbeeld God niet. En Mozes had een steen op zijn hoofd gekregen. Maakt dat zijn visioenen niet minder betrouwbaar. Ook als God duidelijker zijn hand laat zien, in de vorm van de plagen en het wonder van de rode zee, zijn er mensen die natuurlijke verklaringen vinden. Er wordt zelfs gerefereerd aan insecten die ziekten verspreiden. Wie wil kan de wonderen afdoen als gewone verschijnselen. Zelfs hier laat God ruimte voor twijfel, zodat de Egyptenaren zelf kunnen kiezen te doen wat goed is. Als die keuze uitblijft, komt de laatste plaag, die geen twijfel meer overlaat. Dan moet de Farao de wil van God doen. Hij is in het gevecht verslagen, heeft geen waardigheid meer, maar moet als verliezer de Israëlieten laten gaan. Terwijl hij het ook had kunnen doen als waardig persoon, die zich door God als persoon had laten overreden.
God is in gevecht met de Farao, maar ook met Mozes. Of is het een worstelpartij. Eerst overtuigt God Mozes ervan dat hij naar Egypte moet gaan. Mozes denkt dat hij een guerrillaoorlog moet voeren, dat God hem had geroepen vanwege zijn militaire ervaring. Maar zijn strijd loopt er alleen maar op uit dat de Farao de Israëlieten harder aanpakt. Er vallen doden en het conflict zou een generatie kunnen duren voor er ooit een oplossing komt. Dus gaat God zelf aan het werk. Maar waarvoor had God Mozes dan nodig? ‘Wilt u mij soms nederig maken?’, roept hij tegen de hemel. ‘Want dat zal u niet lukken!’. Mozes draait zich om en ziet dus niet hoe God in de vorm van het jongetje naar hem kijkt met een verholen glimlach. Ja, Mozes is op een weg om zijn trots kwijt te raken. Lang wil hij zich niet identificeren met de Hebreeërs. Hij blijft zichzelf zien als een Egyptenaar die boven hen staat. Hij zal hen wel even de weg leiden naar het beloofde land. Hij heeft toch een kaart gemaakt? Maar zijn hoogmoed zorgt ervoor dat het volk op een verkeerde plek uitkomt, tussen de rode zee en het leger van de Farao in. Zonder uitweg. En God laat zich niet zien. Op dat moment geeft Mozes zich gewonnen. Hij geeft toe dat hij trots is geweest. Hij erkent dat hij bij het volk van God hoort. En hij gooit zijn zwaard weg (het symbool van zijn identiteit en zijn verbintenis met Ramses). Vervolgens ziet hij het eerste teken van Gods ingrijpen, een meteoriet die naar de horizon valt …
Maar Mozes is ook een gewaagde tegenstander voor God. Als God zijn laatste plaag aankondigt, gaat Mozes tegen hem in. Zoiets kan God niet zomaar doen! De Farao moet de kans krijgen zich te bekeren! Mozes gaat tegen God tekeer. En God laat zich overreden. Mozes kan Ramses bezoeken en hem waarschuwen. Hij mag de Farao nog een keer de kans geven de eisen van God in te willigen, zodat de ramp kan worden afgewend. God heeft zich laten overreden. Staat dit zo in de bijbel? Niet letterlijk. Maar Mozes voerde wel vaker discussies met God, die ertoe leidden dat God van gedachten veranderde. En hetzelfde gold voor Abraham. Het is dus zeker een bijbels gegeven. En in deze film mooi weergegeven. Gods relatie met Mozes is zeker geen eenrichtingsverkeer. Het is een dialoog. Een dialoog waarbij beide partijen flink boos op elkaar kunnen worden, maar het blijft een dialoog.

Aan het eind van de film ontmoeten God en Mozes elkaar weer, op dezelfde berg als waar ze elkaar de eerste keer troffen. God zegt dan tegen Mozes, als hij hem thee brengt in een mooi menselijk gebaar, dat Mozes al die tijd nooit deed wat God van hem vroeg, als hij het er niet zelf mee eens was. Mozes keert het om: God heeft al die tijd ook nooit gedaan wat Mozes vroeg, als hij het er zelf niet mee eens was. En dan glimlacht God. “And still, here we are, talking … En toch zijn we nog steeds met elkaar in gesprek.” Er is nog steeds een relatie. De worstelpartij is ondertussen al lang overgegaan in een dans.
Dit was het punt waarop ik echt enthousiast werd en mijn geloof in God werd versterkt. Want God zoals hij hier getoond wordt respecteert zichzelf, en de ander, als persoon. Hij doet zichzelf niet tekort, is geen goddelijke pinautomaat of goedgezinde opa in de hemel. Hij is een persoon, echt helemaal zichzelf. Maar tegelijk respecteert hij Mozes. Hij probeert hem niet te onderwerpen en wil hem niet veranderen in een ‘ja’-knikkende robot. Hij wil dat Mozes een persoon blijft, die ook op zijn tijd zijn hart durft te luchten. Die durft aan te geven wat hij zelf wil en verlangt. Niet dat dit betekent dat hij het ook krijgt. God is immers zichzelf. Maar hij wil wel weten wat Mozes wil. Vervolgens is God vrij het Mozes wel of niet te geven. Zoals wij in gezonde relaties onszelf blijven, maar ook de ander zichzelf laten blijven. En dit beeld van God vond ik ongelofelijk hoopgevend. Want dit is hoe ik God heb leren kennen in mijn gesprekken met Hem. Niet als een orakel, niet als iemand die al mijn wensen inwilligt, maar als iemand die het gesprek met mij wil aangaan. Omdat hij van mij houdt. In de woorden van Lewis: Aslan is goed, maar hij is geen tamme leeuw. De God van Exodus is geen tamme God, maar hij is ook geen slechte machtswellusteling. Hij is een persoon en Hij is Goed. En hij wil met mij een relatie. Als het nodig is wil hij worstelen, maar met als doel dat de worsteling overgaat in een dans. Ik vond de laatste beelden van de film, waarbij God zich nog een keer ontfermt over de dan oude Mozes, ook ontroerend.
Wil je ook in je geloof bemoedigd worden, en zien hoe goed een God kan zijn die met je wil worstelen, staar je er dan niet blind op dat dit verhaal niet lijkt op dat uit de zondagsschool, maar ga deze film kijken. En praat er met anderen over na!

Hier is mijn bespreking van een andere verfilming van dit verhaal: The Prince of Egypt.

zondag 17 juli 2011

Tijd voor een feestje (1)

Ik was vanmorgen in de kerk. Nu geloof ik dat de Kerk (met hoofdletter 'K') een realiteit is die onafhankelijk is van onze gebouwen en definities, en dat we deze realiteit overal ervaren waar we met 'twee of drie' samen zijn en het goede nieuws van Gods koninkrijk met elkaar delen. Maar vanochtend was ik weer eens naar de gemeente waar ik tot een jaar geleden bijna elke zondag kwam. Ik denk namelijk wel dat het goed is om op een regelmatige basis doelbewust samen te komen met andere gelovigen, en ik merkte dat ik dat de laatste tijd toch wel had gemist. En bovendien wist ik dat de zangdienst zou gaan over Gods grootheid in de schepping (geleid door wetenschapper/zangleider Cees Dekker) en dat de preek zou worden verzorgd door jongerenwerker Samuel Gerrets, met wie ik onder andere een liefde voor comicbooks en anime deel.
Ik moest wel wat overwinnen om weer in het gebouw binnen te stappen, na lang afwezig te zijn geweest. Toevallig (?) trof ik in de entree oud kringgenoten die een paar jaar geleden naar Vaassen waren verhuisd en deze ene zondag weer een keer in Delft waren, en bij de keuken stond een vriend van me op koffie te wachten, en ik kon naast hem zitten in de kerk. Het was een prachtige dienst. De aanbidding was inderdaad indrukwekkend, vooral omdat de zangleider beelden van de Hubbletelescoop en andere foto's van planeten en sterren bij de teksten projecteerde (waarbij ik mijn vriend naast me verbaasde met mijn astronomische kennis - 'Hee dat is de maan Europa! En dat is Io!').
En de preek was ook mooi - het thema was 'feest' - en ik denk dat het uniek was in de geschiedenis van deze kerk dat er op het podium een letterlijk Nederlands verjaardagsfeestje werd gevierd (compleet met chips en cola en verjaardagshoedjes). Het was hilarisch!

Maar de boodschap van Samuel was wel serieus - namelijk dat we het een beetje verleerd lijken te zijn om feest te vieren. De joden kunnen dat wel - ze hebben een kalender vol feesten! En wij zitten maar in een kringetje onze koffie te drinken ... De mooiste feesten, zei Samuel, zijn die feesten waarbij het karakter van de jarige, of de jubilaris, of het pas getrouwde stel, tot uiting komt en gevierd wordt - in de muziek, of in de speeches of in de stukjes, of gewoon door aan elkaar te vragen: "Hee, waar ken jij die en die eigenlijk van?"
Prachtig: ik denk dat de samenkomsten van de kerk ook bedoeld zijn als feesten (compleet met eten, als ik 1 Korintiers mag geloven) waarin de grootheid van God gevierd wordt, waarbij we aan elkaar vertellen wat Hij voor ons betekent, hoe we Hem hebben leren kennen, en waar Zijn karakter zichtbaar wordt. Het draait bij een feest niet om de bezoeker, maar om de reden waarom feest wordt gevierd. Dat maakt het avondmaal ook zo'n belangrijk onderdeel van het kerk. Jezus stelde het in, zodat zijn volgelingen aan Hem zouden denken als ze bij elkaar waren. Maar het was oorspronkelijk niet een statig ritueel, maar onderdeel van een maaltijd. Ik moest eraan denken toen bij het feestje op het podium chips en cola werden uitgedeeld. Brood en wijn zouden niet (of niet standaard) de aanleiding moeten zijn voor stille, zwaarmoedige overpeinzingen, maar zouden als het ware de 'smeerolie' moeten zijn van ons samenzijn, we zouden het avondmaal als een feest moeten vieren! Misschien inderdaad samen eten - zoals de eerste christenen dat deden. We hebben reden genoeg om feest te vieren - we vieren een goede boodschap!

Maar waarom ervaren we dan de reguliere kerkdienst zo weinig als een 'feest'? Ik zelf (ook al genoot ik van de dienst vanmorgen) zou het samenzijn niet als feest beschrijven, ondanks de feestelijke muziek en de boeiende preek waarbij veel werd gelachen. Als ik naar een concert ga, noem ik dat ook niet een feest. En als ik naar een cabaretvoorstelling ga, of een lezing, noem ik dat ook geen feest. Zulke bijeenkomsten hebben een ander karakter. Ze zijn eenrichtingsverkeer: van het podium naar de zaal. Oh, je kunt meezingen, en je kunt reageren op de toespraak, maar wat ontbreekt voor echte feestelijkheid is interactie. Het kan best zijn dat er tijdens een concert of een voorstelling een 'feeststemming' ontstaat. Maar dat gebeurt pas als de aandacht van de bezoekers niet meer op het podium is gericht, maar op elkaar. Als bijvoorbeeld het publiek gaat dansen, en als er opeens een polonaise wordt gehouden. Ik heb op deze blog eerder geschreven over de metafoor van de dans: bij dansen is er sprake van op elkaar reageren, elkaar aanvullen. Dans is in essentie iets relationeels, iets gemeenschappelijks. Ik denk dat daarom de joodse vieringen ook veel feestelijker zijn dan de onze: ze dansen erbij! Dat kan heel gestileerd en vormelijk zijn, maar er is in elk geval (ook al worden er rituelen gevolgd) interactie met elkaar. Een feest, of het nu een polonaise is tijdens een concert van Jan Smit, of een rituele dans op een Joodse bruiloft, ontstaat als mensen ophouden individueel met de muziek of de boodschap bezig te zijn, maar de muziek of de boodschap met elkaar gaan delen. Er ontstaat een geheel dat meer is dan de som van de delen - een gemeenschap, een community.
Samuel las tijdens zijn preek bijvoorbeeld een heel aantal reacties voor van twitteraars, die hadden gereageerd op zijn vraag 'Wat is er nodig voor een goed feest?' - de rode draad was toch: gesprekken, goede contacten, leuke mensen. Ik hoorde ook dat het uit onderzoek zou zijn gebleken dat mensen op een feest toch het meest genieten van gesprekken, en ik weet dat het in elk geval voor mij zelf geldt. Ik geniet ervan om met mensen te praten op een feestje. De mooiste momenten op mijn eigen verjaardagsfeestjes zijn als de meeste mensen al weer weg zijn en ik niet meer met eten en drinken heen en weer loop, maar als er nog een groepje van drie, vier of vijf over zijn. Dan zijn de goede gesprekken er opeens, gesprekken van hart tot hart, het ene moment oppervlakkig, het andere moment diepgaand. En je voelt je dan opeens met die anderen verbonden - je voelt je een gemeenschap. Alle andere aspecten die horen bij het feest (eten, drinken, muziek) ondersteunen de relaties, ze dienen er allemaal toe het onderlinge contact mogelijk te maken. Anders gezegd: het gaat tijdens het feest niet om het eten, het drinken of de muziek, het gaat om de mensen.

En dat is wat ik mis in de reguliere kerkdienst, hoe mooi de muziek ook is, en hoe mooi de preek ook is - ik mis de relatie, ik mis de interactie met mijn mede gelovigen, ik mis de dans. En daarom blijf ik erbij dat ik eigenlijk twee opties zie: of een vorm van relationele kerk/huiskerk, waarbij een kleine groep mensen bij elkaar komt, het leven samen deelt, en elkaar over Jezus vertelt - eventueel in combinatie met samen eten. Of een traditionele kerk waarbij de aanwezigen via de rituelen samen de liturgie vieren, samen opstaan, samen knielen, samen de woorden van het evangelie uitspreken - katholiek of orthodox of anglicaans. Want ook een gestileerde, rituele dans blijft een dans. De onderlinge verbinding is in beide vormen belangrijk. Zolang we maar niet in ons eentje naar het podium hoeven blijven kijken. Zolang er maar sprake is van echte gemeenschap. Dan is het feest.
Ik heb me voorgenomen om kortere berichten op mijn blog te gaan schrijven, daarom houd ik het voor nu hierbij. Later deze week hoop ik te schrijven over een tweede aspect dat Samuel in zijn preek aanhaalde, namelijk dat bij een echt gezellig feest niet een enkel persoon al het werk hoeft te doen (omdat die dan niet van het feest kan genieten), maar iedereen iets bijdraagt ...

zaterdag 11 december 2010

De dans van de liefde 1: De grondslag van het universum

Ik weet niet hoe zoiets bij jullie gaat, maar soms kom je opeens tot een nieuw inzicht, in een flits, als je van de trein naar huis loopt, of onder de douche staat. En dat nieuwe inzicht is zo helder, dat je jezelf de vraag stelt waarom je daar nooit eerder bewust van was. Het is allemaal zo duidelijk! Het is natuurlijk niet de bedoeling van deze blog om de natuur van inspiratie en intuïtie te ontleden, want A. daarvoor ben ik filosofisch niet genoeg onderlegd en B. deze blog wordt al lang genoeg zonder. Ik merk alleen op dat ik geloof dat als er een niet materiële waarheid is buiten ons om, dit volgens mij de manier is waarop we die leren kennen. Ik neem dit soort inzichten daarom graag serieus.

De laatste weken drongen er op de hierboven beschreven manier twee waarheden tot me door. Als eerste realiseerde ik me opeens dat mijn plezier in het leven is gebaseerd op mijn relaties. Het contact met andere mensen is wat het de moeite waard maakt elke dag weer mijn bed uit te komen. Het inzicht kwam toen ik nadacht over een film die ik had gekocht, en hoe ik ernaar uitzag die aan een vriend van me te laten zien. Ik wilde mijn plezier om die film delen met mijn vriend, en ik wist dat dit nog veel belangrijker was dan de film op zichzelf. En ik besefte dat ik uitkeek naar momenten van interactie: met de collega tegenover me aan het bureau, met wie ik soms hartelijk kan lachen, in de groep tijdens de koffiepauze, op de kring van de kerk (en vooral bij de fris erna), met een vriend van de bios terug naar het treinstation lopend. Ik wil mijn leven met mensen delen, en delen in hun leven. Ik wil mijn ideeën en creativiteit aan anderen geven, en genieten van hun overdenkingen en kunstwerken. Ik wil mijn hart openen, en voel me vereerd als anderen me een blik in hun eigen hart geven. En ik ervaar het als een groot gemis, een diepe pijn, dat ik aan het eind van de dag thuiskom in een donker appartement, zelf de lichtknop moet aanzetten en niemand mij vraagt hoe mijn dag was. Als ik een heel weekeinde alleen thuis zit, komen de muren op mij af. Natuurlijk heb ik soms behoefte aan wat privacy en afzondering, maar dat is om me op te laden, zodat ik later weer onder de mensen kan zijn.
Ik ben natuurlijk niet uniek in mijn waardering van intermenselijke contacten. Mensen zijn sociale wezens, daar is iedereen, theïst of atheïst, het over eens. Het ontbreken van intimiteit met anderen is zelfs schadelijk voor ons. Alleen zijn is een bron van stress (daar is eenzame opsluiting als straf ook op gebaseerd). In de laatste Psychologie las ik een artikel over mensen die nooit een relatie gehad hebben. Daarin stond onder andere dat getrouwde mensen minder rugpijn hebben, minder hoofdpijn en minder stress dan vrijgezellen, en zelfs minder vaak kanker krijgen of hart en vaatziekten. Uiteindelijk leven ze ook langer dan vrijgezellen! Getrouwde stellen waarderen hun leven gemiddeld met een 7,9, vrijgezellen met een 6,6. En mensen met een partner zijn ook nog eens succesvoller in hun werk. De veilige plek van de relatie geeft mensen een basis om de wereld te verkennen, initiatief te nemen en risico aan te kunnen. Gelukkig voor mij, zegt het artikel, kunnen goede vriendschappen het gemis van een liefdesrelatie grotendeels compenseren.

Hoe belangrijk relaties zijn, wordt geïllustreerd door recent wetenschappelijk onderzoek. Het was al langer bekend dat mensen die een religie aanhangen, gelukkiger zijn dan mensen die niet geloven. Nu blijkt echter dat dit niets te maken heeft met het geloof in een god of goden op zichzelf, en niets met de rituelen en het geloof in leven na de dood, maar dat dit vooral kan worden verklaard door het sociale aspect van veel religies. Het samen optrekken met anderen is wat ons gelukkige mensen maakt, niet de theologie. Voor christenen hoeft dit geen schok te betekenen, omdat juist de relaties met anderen in het christelijke geloof centraal staan. In de kern gaat het namelijk voor christenen niet om een juiste theologie, om het aannemen van geloofswaarheden, en een paradijselijke toestand na de dood. Nee, de kern van de christelijke overtuiging is de liefde - de intieme omgang van gelijkwaardige individuen, die van zichzelf geven aan de ander, en zijn of haar uniciteit vieren. Het hart van het christelijke geloof is niet een hiërarchie, waarbij een partij macht uitoefent over de ander, beloont bij gehoorzaamheid en straft bij ongehoorzaamheid. Nee, de kern is een eeuwige dans tussen gelijken, waarbij niemand zichzelf op de eerste plaats zet, maar waar de ander op het voetstuk staat.
Dit is hoe de mens geschapen is. Genesis 2:18 stelt: "Het is niet goed dat de mens alleen is." God laat het de mens voelen: in zijn eentje is hij incompleet. En dan maakt Hij de vrouw. Volgens de Joodse uitleggers niet uit Adams hoofd, waardoor zij boven hem zou staan, en niet uit Adams voeten, waardoor zij zijn voetveeg zou zijn, maar uit zijn zijde, waardoor ze gelijkwaardig aan hem zou zijn, en werkelijk naast hem zou staan. Pas in relatie was de mens compleet. Daarom zegt Genesis 1:27: "God schiep de mens als zijn evenbeeld ... mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen." Alleen als twee-eenheid was de mens wie hij bedoeld was: het evenbeeld van God.

Daar komen we bij de kern - want liefdevolle relaties tussen gelijken zijn niet alleen kern van de menselijke ervaring, ze zijn werkelijk de kern van alles wat er is. Ze zijn het hart van wie God is. De God van de bijbel is geen monolithische macht boven de mensen, als een vorst of een heerser, die straft en beloont. De God van de bijbel is een gemeenschap, de drie-eenheid. Drie personen, met een individuele eigenheid, een eigen wezen, die een eenheid vormen door hun liefde voor elkaar. Op dit gebied schieten menselijke woorden tekort, en is bescheidenheid passend, maar wat we weten is dat de Vader, de Zoon en de Geest elkaar liefhebben en van zichzelf aan elkaar geven. De Zoon doet wat de Vader wil, en offert zelfs zijn leven voor Hem op. De Vader geeft zijn glorie aan de Zoon en geeft hem de naam boven alle namen. De Geest zoekt geen aanbidding voor zichzelf, maar verricht het werk van God in de wereld. Elk van de drie zoekt uit eigen beweging, ongedwongen, in vrijheid, het beste voor de anderen. Er is een voortdurende uitwisseling van liefde, van blijdschap, van leven. Het is een eeuwige dans. En uit deze dans komt alles voort wat er is: elk atoom, elk sterrenstelsel komt overvloeien uit deze oneindige bron van gevende liefde. Elke intimiteit, elke schoonheid vindt hierin zijn oorsprong. Omdat de drie dansers elk niet op zichzelf gericht zijn, maar op de ander, is het hun verlangen dat de dans zich uitbreidt, tot in de eeuwigheid.

Daarom kan Johannes in zijn eerste brief tot twee keer toe zeggen dat God liefde IS. Hij heeft niet alleen lief. Hij IS liefde. De liefde IS het wezen van de drie-eenheid. Relaties ZIJN de basis van het universum. En wij worden door deze drie-eenheid opgeroepen ons aan te sluiten bij zijn dans. Dat doen we in de eerste plaats door God lief te hebben. Niet uit een opdracht, of omdat we anders gestraft zouden worden, of om een beloning te verdienen. Nee, omdat God ons liefheeft. Hij steekt zijn hand naar ons uit, en nodigt ons uit om ons aan te sluiten bij het dansende gezelschap. Hij biedt ons zijn vreugde, zijn vrede, zijn leven aan. Zonder kleine lettertjes, zonder addertjes onder het gras. Zonder dat we er iets voor terug hoeven doen. Het enige dat we hoeven doen is zijn liefde te ontvangen, er als een kind voor open te staan. En dan kan het niet anders of wij gaan ook liefhebben. We gaan zelf ook uitdelen van onszelf aan anderen.
We breiden de dans uit door relaties aan te gaan met onze medemensen. In het lachen met een collega, in een serieus gesprek bij de koffie, in intimiteit met een geliefde, daarin komt de eeuwige dans van de drie-eenheid tot uitdrukking. Relaties en vriendschappen zijn geen bijzaken. Ze zijn geen luxe, waar we het ook wel zonder kunnen stellen. Het is niet leuk 'voor erbij'. Nee, dit is waar we voor zijn geschapen. Ze zijn het belangrijkste dat er is. Naar de film gaan met een kennis van Twitter is dus niet alleen maar een prettige afleiding van een zaterdag vol vervelende klusjes, nee, het is een glorieuze, ernstige zaak, een uiting van de dans die aan het universum ten grondslag ligt. En tegelijk, omdat het een dans is, is het een feest. Je kunt het niet doen met een uitgestreken gezicht, omdat het nu eenmaal een plicht is. Het is serieus, maar het is tegelijk luchtig, frivool, een bron van vreugde. Je moet er bij lachen, elkaar in de zij stoten, en elkaar een arm om de schouders slaan.

De bijbel gebruikt voor de kerk ook beelden van gemeenschap en relaties. Een lichaam, waarbij ieder onderdeel verschilt van de anderen, maar dat toch niet kan bestaan zonder ook maar het minste van die organen. Een gezin, een huwelijk, een kudde. Kerk (om maar weer een stokpaardje te bereiden) draait niet om de structuur, de orde van de dienst, het gebouw of de leerstellingen. Waar het om draait zijn de relaties. De liefde die de gelovigen hebben voor elkaar. Daaraan zou de wereld immers kunnen zien wie de discipelen van Jezus waren!
Ik geloof dan ook niet dat de structuren in de eeuwigheid zullen blijven bestaan. De vormen, de gewoontes, de organisaties - ze zullen als kaf vergaan. Maar de relaties, de liefde, die is eeuwig. We zullen allemaal worden opgenomen in de dans van de drie-eenheid. We zullen hand in hand meebewegen in dat voortdurend veranderende, nooit statische patroon van gevende liefde. We zullen het leven ontvangen dat ons voortdurend gegeven wordt door de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en we zullen voortdurend onze eigen liefde, onze aanbidding en onze glorie geven aan de personen van de Godheid, en aan onze mede-mensen die net als wij opgaan in de dans. Van die glorieuze toekomst zijn onze relaties en vriendschappen nu maar een zwakke afspiegeling. Maar tegelijk zijn ze een voorbode van wat nog gaat komen. En dat motiveert mij om mijn angst te overwinnen, mijn twijfel aan mezelf te negeren, en initiatief te nemen om relaties aan te gaan. Want dat is volgens mij wat het betekent in God te geloven.

(Het feit is helaas dat relaties ook een bron van pijn en moeite zijn, en vaak niet voldoen aan het ideaal van de drie-eenheid. De reden daarvoor ligt bij onszelf, in ons hart. De barrière in ons om lief te hebben en liefde te ontvangen moet eerst worden afgebroken. Wat dat betekent, komt aan de orde in het tweede deel van dit bericht.)

zondag 15 augustus 2010

De Heer van de dans

Afgelopen vrijdag trouwden een goede vriend en vriendin van mij. Ze waren al meer dan een jaar bezig met de voorbereidingen, om zichzelf en hun gasten een onvergetelijke dag te bezorgen. En zelfs het weer werkte mee. Hoewel het ‘s ochtends nog had geregend, klaarde het in de loop van de middag op, zodat het gezelschap zelfs buiten kon eten. Er werd de hele dag veel gelachen, genoten van het eten, en er waren goede gesprekken en ontmoetingen met vrienden. En op het feest ‘s avonds werd er gedanst.

Als ik te gast ben op een bruiloftsfeest moet ik altijd even (niet al te lang natuurlijk. Er moet ook gefeest worden!) denken aan de verhalen die in de bijbel staan over bruiloften. Jezus vertelt over de koning die een bruiloftsmaal aanricht voor zijn zoon, en iedereen ervoor wil uitnodigen. Iedereen is welkom, niet omdat ze zelf zo bijzonder zijn, of iets voor de koning hebben gedaan, maar omdat de koning hen wil laten delen in zijn eigen vreugde. Net zo is het een eer om door een vriend te worden uitgenodigd op zijn bruiloft. Hij wil dat je deelt in een voor hem glorieus en vreugdevol moment. Jezus spreekt ook over zichzelf als de bruidegom, en spreekt over mensen die wachten op zijn aankomst, om met hem mee te gaan naar het feest. Jezus’ eerste wonder was op een bruiloft, waar hij water veranderde in wijn, en daarmee het vreugdevolle feest zegende. De wijn die hij maakte was zelfs beter dan de wijn die aan het begin van het feest geserveerd was. Dat laat zien dat Jezus weet hoe hij een feestje moet bouwen! En in de brieven van Paulus en Openbaringen wordt over de kerk gesproken als de bruid van Christus en wordt het komende koninkrijk vergeleken met een bruiloftsfeest: de bruiloft van het lam. Het moment dat Jezus wordt verenigd met de mensen voor wie hij zijn leven over had, en ze voor altijd bij elkaar zullen zijn, genietend van elkaars aanwezigheid. Jezus keek daar zelf naar uit, zei hij bij het laatste avondmaal. Hij keek ernaar uit om met zijn discipelen van de wijn te drinken in het koninkrijk van zijn vader. Dat suggereert dus tegelijk dat het avondmaal in zekere zin een bruiloftsmaal is, een gelegenheid waar we als gelovigen, discipelen van Jezus, samen uitkijken naar het moment dat we volledig zullen delen in de vreugde van de bruidegom. De bekende tekst uit Johannes 14, namelijk dat er in het huis van de vader vele woningen zijn, en dat Jezus alvast is heengegaan om voor ons daar een plaats voor te bereiden, wijst daar ook naar vooruit. Hij is de bruidegom die voor zijn bruid de bruiloft aan het voorbereiden is. Dat deze symboliek zo veel gebruikt wordt, laat overduidelijk zien dat het Gods bedoeling is dat de geschiedenis zal eindigen met een feest. En hoe eindigt bij ons een bruiloftsfeest? Met een dans.

We gebruiken veel beelden om over het leven als christenen te spreken. We gebruiken het beeld van een slaaf of een landarbeider, een werknemer (die beelden staan ook in de bijbel, en hebben ook hun plaats), maar dat maakt van het christelijke leven een plicht, een taak die wij moeten uitvoeren. Ik weet niet hoe het er bij jullie aan toe gaat op het werk, maar volgens mij heeft het weinig te maken met een feest. Maar wat als het leven als christen vergeleken kan worden met een dans?
In mijn boek Indrukwekkende Vrijheid (Ja, ik blijf er reclame voor maken) beschrijf ik hoe ik drie jaar geleden leerde dansen op het bruiloftsfeest van vrienden van me. Ik zal het verhaal hier niet helemaal herhalen, maar sinds dat moment kijk ik uit naar gelegenheden om te dansen. Afgelopen vrijdag was het dan zo ver: de DJ begon te draaien, de bruidegom en de bruid openden met de eerste dans, en de dansvloer was open. Samen met mijn vrienden van de ‘na de kerk koffie drinken’-groep, samen met de bruid en bruidegom, en hun familie, mensen die ik kende en die ik niet kende, bewogen we op de muziek. Soms zongen we hardop mee, soms staken we de handen in de lucht. Soms deden mensen dezelfde bewegingen, soms deed iedereen iets anders. De een wiegde een beetje heen en weer, de ander stond uitbundig te springen. Mensen zochten oogcontact, imiteerden elkaars ‘moves’, en lachten. Er ontstond een eenheid uit de verscheidenheid. Niemand gaf er meer om wat anderen over ons zouden denken, we waren niet meer zo bezig met onszelf, we genoten van het dansen en het gezelschap. En uiteindelijk gingen ook de mensen meedoen, die eerst aan de tafeltjes stonden toe te kijken. Het had van mij eeuwig mogen doorgaan (als ik niet moe was geworden). Ik denk dat het een voorproefje was van het leven van de eeuwigheid.

Het leven als christen wordt vaak voorgesteld als iets dat wij moeten doen, als ons initiatief, als iets dat niet vanzelf gaat, maar dat moeite kost. Maar het is bijbelser om het te zien als een reactie op iets dat God doet. De Amerikaanse schrijver Bob George gebruikt in ‘Classic Christianity’ het voorbeeld van een man die naar muziek zit te luisteren. Als vanzelf tikt hij met zijn voet op de maat. Hij ziet er bovendien gelukkig uit. Een doof persoon komt de kamer in en ziet de man daar zitten, met een glimlach om zijn lippen en met zijn voet tikkend op de grond. De dove gaat naast hem zitten. Hij kijkt goed toe, en begint met zijn voet hetzelfde ritme te tikken. Het kost moeite voor hij het juiste tempo te pakken heeft, maar uiteindelijk weet hij de ander te imiteren. Hij probeert er zelfs bij te glimlachen. De ander is er immers ook gelukkig bij? Als een derde persoon binnenkomt ziet hij twee personen hetzelfde handelen. Maar er is een groot verschil tussen de twee. Bij de een is zijn gedrag geforceerd, de ander kan niet stil blijven zitten: ‘Zijn hele lichaam wil reageren op wat zijn oren ontvangen.’ Dit is hoe God wil dat we leven: ‘Als we leven zoals God dat bedoelde, zullen onze houdingen en ons gedrag een reactie zijn op de “muziek” die we horen. Die muziek is onze persoonlijke relatie met de levende Christus die in ons woont.’ We zullen dansen.
God is realiteit. Hij is rondom ons aanwezig en zelfs in ons. En voortdurend communiceert hij zijn liefde aan ons. Hij zendt als het ware voortdurend zijn muziek uit. Muziek van onvoorwaardelijke aanvaarding, overvloeiende vreugde, schuimende blijdschap, meeslepend avontuur, hemelse gerechtigheid en blijvende betekenis. Dat is de basistoon onder het heelal, de diepste muziek: een eeuwige blijdschap. Het is de ‘muziek’ van de drie-eenheid, van de drie personen die zichzelf voortdurend in vreugde aan de anderen geven, en tegelijk vol blijdschap elkaars toewijding ontvangen. Wie denkt dat God een strenge, hardvochtige, humorloze aanwezigheid is, heeft het bij het verkeerde eind. De bijbel zegt dat er voor zijn aangezicht ‘overvloed van vreugde’ is. Dat de engelen juichten van vreugde toen de hemel en aarde geschapen waren, en dat er feest is in de hemel als iemand terugkeert tot de vader. God wil feestvieren. Hij wil van zichzelf uitdelen, zodat zijn gasten blij zijn, en daar geniet hij van. Hij wil ons deel laten uitmaken van de ‘perichoresis’ (om een woord uit de Orthodoxe traditie te gebruiken), van de dans van de drie-eenheid. En deze voortdurende uitnodiging om te delen in zijn liefde en blijdschap en betekenis laat ons vrij om erop te reageren. Het gaat er niet om of je de juiste, ingewikkelde bewegingen kent, of precies weet wanneer je welke arm moet optillen, het gaat erom of je geniet. Het viel mij weer op dat mensen mij complimenteerden voor mijn dansen, terwijl dit maar de zesde keer was dat ik het in mijn leven gedaan heb. Ik ben geen ervaren danser. Maar ik geniet ervan, en dat is zichtbaar aan de buitenkant. En omdat ik ervan geniet, kan ik ook genieten van andere dansers die wel heel mooie bewegingen kennen, die ronddraaien en springen. Ik herken hun vaardigheden en juich ze toe, zonder dat ik me erdoor bedreigd voel dat zij ‘beter’ zijn dan zij. Er is op de dansvloer geen sprake van ‘goed’ of ‘slecht’, je kunt niet ‘verkeerd’ dansen. Ik voel me dus niet minderwaardig als iemand meer ‘moves’ kent, maar ik geniet ervan, en kijk of ik niet ook een paar van hun bewegingen kan invoegen in mijn eigen repertoire. Zo is het in de dans van het koninkrijk ook. Er is geen ‘goed’ of ‘slecht’. Iedereen reageert op zijn eigen manier op de muziek van Gods hart. Niet om indruk te maken op anderen, maar omdat hij oprecht blij is met de vreugde en liefde van God. Anderen doen misschien meer, zijn echte geloofshelden, maar we voelen ons niet gedwongen aan hun onhaalbare ideaal te voldoen. In plaats daarvan herkennen we dat zij ook bewegen op de muziek, en leren we van hun ervaring en hun vaardigheden.
Tijdens het dansen ben je ook helemaal niet zo bezig met jezelf. Als je jezelf beoordeelt, kun je niet tegelijkertijd vrij bewegen op de muziek. Net zo kun je niet nadenken hoe jouw bewegingen eruitzien voor de toeschouwers. De enige manier om echt van het dansen te genieten is door alleen naar de muziek te luisteren. Je verliest jezelf, of in elk geval je obsessie met jezelf, maar tegelijk ben je helemaal jezelf, helemaal vrij. Je vergeet de mensen die om de groep heen staan, die stijf bij hun tafeltje blijven, die misschien afkeurend kijken (of jaloers) of die misschien wel om je lachen. Ook dat is een waarheid in de dans van Gods koninkrijk. We zijn in de wereld, maar niet van de wereld. We geven alleen om Gods openbaring, zijn liefde, zijn vreugde, zijn gerechtigheid. We zoeken zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid, en zijn niet meer bezorgd over wat we zullen eten, wat we zullen drinken of waarmee we ons zullen kleden (want naar al deze dingen zoeken de volken). We zijn ook niet bezig met onszelf, of wij het ‘goed’ of ‘fout’ doen. We oordelen onszelf niet, de muziek is waar het om gaat. Al die andere dingen zullen we ontvangen als we ze nodig hebben, maar ze zijn niet waar we ons op moeten concentreren. De mensen om ons heen mogen ons wereldvreemd vinden, ze mogen ons beschouwen als idealisten, of ons afschrijven als zweverige types, maar dat weerhoudt ons er niet van te dansen, gewoon omdat wij de muziek horen. En wie weet, de mensen die nu nog afzijdig blijven, die nu nog stijf aan de zijlijn staan, herkennen misschien in ons onze echte, oprechte vreugde, en gaan misschien verlangen naar hetzelfde leven dat wij leiden. En misschien komen ze ooit ook uit eigen beweging de dansvloer op.    
   
We kunnen ze er in elk geval niet toe dwingen. Dat zou namelijk de natuur van het dansen onherstelbaar geweld aandoen. De gemeenschap van dansers op de dansvloer is een open gemeenschap gebaseerd op het gedeelde verlangen met elkaar te bewegen op de muziek. Niemand kan op basis van dwang in het dansende gezelschap worden opgenomen, en niemand kan tegen zijn wil gedwongen worden te blijven dansen als hij of zij liever even een biertje dringt. Anders gezegd: de gemeenschap is gevormd om de muziek en het plezier van het dansen, en niet om de grenzen van de dansvloer. Wie er wel en niet bij hoort is niet het belangrijkst, maar de dans. De dansers kijken elkaar in de ogen, lachen samen en dansen samen, niet omdat ze ertoe gedwongen worden, maar omdat ze het willen. Soms doen ze dezelfde beweging, en soms doet iedereen iets anders, maar ze blijven dansen. En als iemand even wat gaat eten, wordt hij niet uitgejouwd en krijgt hij geen verwensingen naar zijn hoofd geslingerd. Als hij weer terugkomt, de dansvloer op, wordt hij niet uitgesloten, of wantrouwend benaderd, maar wordt hij van harte weer opgenomen in de gemeenschap. Dat is volgens mij hoe de gemeenschap van Jezus’ volgelingen ook zou kunnen zijn: gevormd om de vreugde van het volgen van Jezus, de belofte van het koninkrijk van God, die nu al realiteit is, het herstel van alle dingen, en niet bepaald door de grenzen, wie er nu wel of niet precies bij hoort. Een groep mensen die open staat voor iedereen, die zichzelf durven zijn in elkaars gezelschap, die spontaan kunnen reageren op de mensen binnen en buiten hun groep, en die blij zijn met de blijden en treuren met de treurenden.
Dansen biedt ons dus een klein doorkijkje op de werkelijkheid van het koninkrijk. Ik kan niet wachten tot de volgende bruiloft of andere gelegenheid om te dansen. Maar aan die dansen komt onherroepelijk een einde. Het feest is afgelopen, of ik wordt moe en krijg spierpijn. Maar ik kijk uit naar het bruiloftsfeest van het Lam, waar aan de vreugdedans nooit een einde zal komen.

Dus eindig ik met deze video van de Newsboys, die dit goed duidelijk maakt: Love, Liberty, Disco.