Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen

dinsdag 13 maart 2018

Natuur

Het thema van de boekenweek dit jaar ligt dicht bij mijn hart. Natuurliefhebber ben ik al van jongs af aan. Niet voor niets heb ik vier aquariums die ik met liefde verzorg, fotografeer ik graag bloemen en ben ik verslaafd aan de BBC-natuurdocumentaires. Ik ben ook nog eens bezorgd over de manier waarop we als mensen met onze levende omgeving omgaan. Het uitsterven van soorten en het voortschrijden van door mensen veroorzaakte klimaatverandering geeft me soms nachtmerries. In mijn verhalen speelt de natuur daarom een belangrijke rol. Door lezers in hun verbeelding te laten delen in de schoonheid van de natuur, hoop ik ze te overtuigen de natuur die hen omringt meer te beschermen.

Over de schoonheid van de natuur schreef ik bijvoorbeeld uitgebreid in 'Het boek van de natuur', een bundel over de relatie tussen het christelijke geloof en de schepping onder redactie van René Fransen en Reinier Sonneveld. In deze bundel, verschenen in 2011, publiceerde ik dertien foto's van mijn hand met daarbij overdenkingen over de natuur. De foto hierboven staat bijvoorbeeld op pagina 42. 'Het boek van de natuur' is te bestellen via Bol.

Mijn debuutroman 'Neptunus' speelt zich af in de ruimte, maar ook daar valt genoeg natuurlijke schoonheid te ontdekken. Zo verkennen de hoofdpersonen via een robotwagen de Neptunusmaan Triton. 'Het leek alsof ze vanuit het ruimteschip op de woeste vlakte keken en dat was een bizarre ervaring. De hemel was diep donkerblauw en er waren sterren in te zien. De zon was een fel gloeiend puntje dat een zwak licht verspreidde. De grond was bruin en bedekt met witte stofdeeltjes. Overal om hen heen lagen stenen, variërend in grootte. In de verte waren enkele enorme rotspieken te zien. De bodem liep in de richting van die pieken langzaam af en eindigde in een enorme kloof. In de tegenovergestelde richting was aan de horizon een blauwachtig meer te onderscheiden. Recht naar voren leek de steenachtige vlakte zich tot in het oneindige uit te strekken.'
Ook lezen? Bestel bij mij een gesigneerd exemplaar!

In de korte thriller 'Het wrak' speelt de natuur onder water een rol. De hoofdpersoon maakt zich in 2002 al zorgen over het afsterven van koraal, dat nu nog steeds niet tot staan is gebracht. 'Het witgebleekte dode koraal vormde een scherp contrast met de veelkleurige begroeiing eromheen. Zwart met witte visjes schoten heen en weer tussen de afgestorven takken. Zacht wiegend wier woekerde tussen de overgebleven sponzen en koralen. Kelly Jameson zuchtte, terwijl ze haar waarneming op haar watervaste notitieplankje schreef. De algenwoekering en de sterfte van de koraaldiertjes baarden haar grote zorgen. Was het een gevolg van het broeikaseffect? Van milieuverontreiniging? Of misschien van een mysterieuze bacil? Niemand die het antwoord wist. Kelly zelf was ervan overtuigd dat het te wijten was aan de zorgeloze manier waarop de mensen met hun leefomgeving omgingen. Waarschijnlijk kwam men er pas achter hoe bijzonder het ecosysteem van het koraalrif was, als het al was verdwenen.'

'De derde macht' is gesitueerd op Mars, dat door mensen langzaam leefbaar wordt gemaakt. In de diepe ravijnen op de rode planeet krijgt de natuur vrij spel en de hoofdpersonen reizen door bijzondere landschappen. 'In de loop van de middag had de rivier het dal achter zich gelaten. Direct werden de oevers breder en vlakker. Wel lagen er grote rotsblokken, waar ze omheen moesten sturen. Eén keer versperde een omgevallen sequoiastam de doorgang en moesten de trucks een omweg maken door het naaldwoud. De stroom kwam steeds dichter bij de zuidelijke wand van Ius Chasma. Als de begroeiing even wegviel, zagen ze in de verte een roodbruine band langs de horizon. Het was moeilijk te geloven dat de steile rotswand op sommige plekken bijna zeven kilometer hoog was. Karen werd er stil van. Ook Volkher kon het uitzicht waarderen. 'Dat wordt nog eens een paradijs voor bergbeklimmers', voorspelde hij.'
Wil je dit boek lezen? Je kunt bij mij een gesigneerd exemplaar bestellen.

De wereld van Kartaalmon in mijn fantasytweeluik 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga' en 'De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon' is relatief onontgonnen. Er zijn grote gebieden waar de invloed van de mens nog niet te merken is. 'Frelik keek achterom. Hij was al ver geklommen. Hij kon beneden zich het hele dal zien liggen, als een wereld in het klein. In het midden stroomde een smal wit beekje. Waar de vallei halverwege vlakker werd, veranderde het water in een zwarte stroom die in brede lussen tussen het felle groen door slingerde. In de luwte van vierkante en driehoekige rotsblokken staken spichtige berken en gebochelde dennen hun takken als kronkelende armen de lucht in. Verder waren de hellingen bedekt met pollen dwergwilgen en compacte struiken met roze bloemen. Daarboven rezen donkere rotswanden op, als de boegen van schepen in een groene zee. Dicht bij de lucht smolten ze samen tot steile kammen en scherpe pieken, wit bepoederd met verse sneeuw.'
De twee boeken van de duologie 'De Krakenvorst' kun je bestellen via Bol of via de webshop van de uitgever.

In mijn verhalenbundel 'Conquistador' steek ik mijn bezorgdheid over de natuur en onze invloed daarop niet onder stoelen of banken. Zoals in het verhaal 'Afdaling' waarbij de hoofdpersoon naar de bodem van de oceaan reist. 'Lucia concentreerde zich op haar sonar. Elke toon die ze uitstootte, werd gevolgd door een web van weerkaatsingen. Haar visuele hersenschors was nu zo geconfigureerd dat ze die in beelden kon omzetten. De zwarte zee werd transparant. Ze zag wolken doorschijnende kwallen die ze met een slag van haar vinnen wist te omzeilen, een lap plastic, golvend in een onderzeese stroming alsof hij leefde, een kabel met een boei eraan, volledig overdekt met zeepokken, drie ziekelijk ogende vissen die zigzaggend bij haar vandaan schoten en nog meer kwallen, traag pulserend. Niets groters. Na twintig minuten werd de zee leeg. Lucia's ogen registreerden een paar geelwitte flitsen als sterren, maar ze kon onmogelijk afleiden hoe ver weg of dichtbij die waren. Toen ze haar straallamp activeerde, zag ze in de lichtbundel slechts stofdeeltjes.'
'Conquistador' kun je bestellen via Bol of via de webshop van de uitgever.

woensdag 10 augustus 2016

Gedicht: Blenheim Palace

Blenheim Palace 

Na het schuifelen door hoge gangen,
kijkend over de schouders van toeristen
naar marmeren beelden, wandtapijten
met gestorven helden, gouden servies
waar niet van wordt gegeten, de boeken
achter tralies, een orgel zonder kerk,
dan af de trappen, opnieuw de rijen
in het café, een tuin maar niet de rust
om te genieten, mijn hoofd vol echo's,
mijn voeten rood geschaafd, zien we een pad
dat naar het water voert, een boothuis groen,
betonnen kade, geen ruwe stemmen
maar eenden in slaap gesust. Rimpelend
water verandert het grijs in zilver
en ik strek mijn benen uit, tevreden
zuchtend dat dit nu echte rijkdom is.

vrijdag 19 februari 2016

Gedicht: Crocussen

Crocussen

Ze lijken wel gemaakt van plastic
-eidooiergeel en reclamepaars-
uitgestrooid over het koude gras
als afval, onbescheiden. Mijn oog 
wordt als door een magneet getrokken, 
schrikt terug. Ik kijk opnieuw, als bij
het zien van bloed, een ongeluk, 
gefascineerd, iets dat hier niet hoort
te bestaan. Bijna mismaakt wringt het
mijn kaders open. Ik slaak een zucht
De uitbarstingen van leven zijn
wat normaal is. Niet de winter.

donderdag 10 december 2015

Gedicht: riet

Riet

Is er iets zo mooi als
de laaghangende zon
tussen de bomen door
licht schijnend, goud schenkend
aan de pluimen van het
riet, dat even, wuivend 
als een toverstokje,
een nieuwe wereld toont?

vrijdag 19 juni 2015

Het spel verlaten (2): de chaos van de liefde

Bij het herzien van mijn mening over de film Tron Legacy, bedacht ik me dat het onderscheid tussen een transactioneel wereldbeeld en een sacramenteel wereldbeeld voor een goed interpretatiekader kon zorgen. Ik heb hier vaker over geschreven, zelfs in het verband van me niet meer met het christelijke systeem te willen associëren. Aan het begin van de film gelooft Flynn nog in het transactionele wereldbeeld. Hij gaat ervan uit dat hij door wat hij doet (zijn inspanningen) iets fundamenteels kan veranderen in de werkelijkheid, waardoor die perfectie gaat vertonen. Dit is de houding die uiteindelijk wordt belichaamd in Clu. Die manier van denken zit er bij ons diep ingebakken. Onze hele economie is erop gebaseerd, onze hele maatschappij rust op het idee dat we alles kunnen kopen. Gezondheid, geluk, succes, heiligheid en spiritualiteit. Als we maar genoeg betalen in geld, tijd, zelfkastijding of geloof, hebben we hier recht op. En wie deze dingen niet bezit, heeft dat aan zichzelf te wijten. Die heeft niet genoeg betaald. En mag daarom als minderwaardig worden behandeld (kijk maar hoe over mensen met overgewicht wordt gesproken, als hadden ze minder wilskracht en waren ze daarom moreel minder hoogstaand). Veel systemen vertonen uit hun natuur dit principe, aangezien ze een ‘bounded set’ vormen (zie mijn eerdere essay waar ik naar linkte). Ik geloof bovendien dat dit een kenmerk is van menselijke systemen, omdat het een menselijke constructie is, die wij op onze wereld projecteren.
Want de werkelijkheid is volgens mij niet transactioneel, maar sacramenteel. De perfectie waar Flynn naar streefde, was er al! Hij hoefde niet gekocht of gemaakt te worden. Hij hoefde alleen maar zichtbaar te worden. Net zo is betekenis niet iets dat wij kunnen genereren (niet de betekenis van anderen en niet die van ons eigen leven). We hebben allemaal al een ongedeelde betekenis, alleen al omdat we bestaan. Gods liefde hoeven we niet te verdienen, en onze acceptatie door hem niet terug te betalen, want de liefde van God is al realiteit, onafhankelijk van ons. We hoeven alleen maar onze ogen te openen, om te zien hoe die liefde in de werkelijkheid om ons heen zichtbaar wordt. Leven kan niet door mensen worden gemaakt, het kan niet worden gesynthetiseerd. Het is er of het is er niet. En het schiet vanzelf op, zelfs uit de dorre bodem van de woestijn, als de juiste omstandigheden er zijn. Als de natuur zijn gang gaat, en de regen valt, verandert de zandvlakte in een bloemenzee.
Dit is het verschil tussen techniek (een menselijke, transactionele activiteit om onze handelingen in resultaten om te zetten) en natuur. De natuur is sacramenteel. De eikel maakt zichzelf niet door zijn inspanning tot een eikenboom, maar in de eikenboom wordt zichtbaar wat al vanaf het begin in de eikel opgesloten lag. Wat verborgen was, wordt openbaar. De natuur is daarom voor mensen zo belangrijk, juist omdat ze er alleen maar is en niet kan worden gebouwd of gemaakt.
De Paus heeft hierover een encycliek geschreven, om ons te herinneren “that the living world provides not only material goods and tangible services, but is also essential to other aspects of our wellbeing.” In The Guardian schrijft een journalist daarom: “When we are close to nature, we sometimes find ourselves, as Christians put it, surprised by joy: “A happiness with an overtone of something more, which we might term an elevated or, indeed, a spiritual quality.” Het niet blootstellen aan deze blijdschap leidt juist tot onze hyperconsumptie, onze transactionele wereld: "Could the hyperconsumption that both religious and secular environmentalists lament be a response to ecological boredom: the void that a loss of contact with the natural world leaves in our psyches?” Wat wij nodig hebben, hoeven we niet te kopen of te verdienen, het is er al.

Dit is wat Flynn ontdekte in de film. In mijn recensie gaf ik aan niet te snappen wat de rol was van de ISO’s – de intelligente wezens, zowel naief als wijs, die verschenen in de wereld die Flynn en Clu aan het bouwen waren. Maar nu begrijp ik het beter. Deze ISO’s waren uitingen van een sacramentele werkelijkheid. Want is persoonlijkheid, identiteit, betekenis, niet ook al werkelijkheid? In elk geval kunnen wij zelf er niets voor doen: we hebben het al ontvangen, gewoon omdat we bestonden. En zo verschijnen ze ook in deze nieuwe wereld: in de ISO’s wordt zichtbaar wat al waar is. Dat is volgens mij waarom Flynn zo enthousiast roept dat ze alles zullen veranderen: religie, geneeskunde, wetenschap! Het sacramentele wereldbeeld zet de boel inderdaad op zijn kop! Het idee dat Jezus’ komst naar de wereld en zijn lijdensweg geen transactie waren, waarmee iets tot stand werd gebracht, geen koop of rechtspraak, maar dat in zijn leven en zijn dood en opstanding zichtbaar werd wat altijd al waar was geweest, is –in de woorden van Flynn-: ‘Radical, man!’ Dat Gods liefde onvoorwaardelijk is, en dat hij dat wat dood is levend maakt, zonder dat het daarvoor iets anders hoeft te doen dan dood te zijn, dat is werkelijk goed nieuws. Dit is wat in het sacrament van Jezus’ dood en opstanding zichtbaar werd, en wat zichtbaar is in het brood en de wijn en in de doop (de sacramenten).
God heeft in mensen een welbehagen. Punt. Systemen dragen daar niet aan bij. Sterker nog: systemen zijn geneigd of een slaatje te slaan uit de sacramenten, en te gaan reguleren wie er toegang toe heeft, of ze zelf te bestrijden en te verbieden. Want ze bedreigen de schijnperfectie die ze door hun inspanningen en offers hebben weten te creëren. Daarom kan Clu de ISO’s niet verdragen, aangezien ze zijn project ontmaskeren. Ze maken zijn systeem irrelevant. En in plaats van nederig een plek te bouwen waar de ISO’s kunnen leven en zich kunnen laten zien, bestrijdt hij ze tot er geen meer over is. Zijn volgelingen moeten namelijk blijven geloven dat wat ze nodig hebben alleen bij hem gekocht kan worden (de spelen, de legers, et cetera).

Flynn heeft zich uit de wereld van Clu teruggetrokken (‘buiten de legerplaats’ in Bijbelse termen). Hij weet namelijk dat hij niet een nieuw systeem kan gaan bouwen, om dat van Clu te bestrijden. Dat zou namelijk hetzelfde effect hebben: de ondergang van de ISO’s. Transactionele systemen kunnen sacramentele werkelijkheid niet zichtbaar maken. Dit is ook waarom Jezus noch de religieuze machten van zijn tijd, noch de politieke machten, met hun eigen wapenen op hun eigen terrein bestreed. Hij liet ze hun gang met hen gaan, wetend dat ze zichzelf daarmee zouden ontmaskeren als de kale machtswellustelingen die ze zijn. Maar Jezus’ zelfovergave was niet iets passiefs. Hij sloot zichzelf niet af voor de werkelijkheid. Hij ontkende zichzelf niet. Er is iets actiefs aan Jezus’ gevangenneming en kruisiging. Hij is geen slachtoffer. Hij was namelijk zelf naar Jeruzalem gegaan, ook al was hij gewaarschuwd dat de Farizeeën tegen hem samenzweerden. Hij zei tegen Judas dat hij moest doen wat hij doen moest. Hij zei tegen God de vader: “laat niet mijn wil, maar de uwe geschieden.” Hij nam een actieve rol in. Waarom? Vanwege de vreugde die voor hem lag, zegt Hebreeën. En in Johannes staat dat “Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan” (13:1). Het was de liefde die hem drong. Zijn handelen was niet transactioneel, maar sacramenteel. En daardoor ontwrichtte zijn actie het systeem dat de waarheid verborgen hield, het schiep de ruimte van de spontaniteit waarin de liefde zichtbaar kon worden, waarin een Romeins soldaat kon zeggen: ‘Waarlijk, deze man was een zoon Gods.’ De gevolgen van deze uit zich zelf gevende, niets terug verwachtende liefde zijn organisch, chaotisch. Ze scheppen de Aarde om, zodat er iets uit kan groeien en vrucht dragen, iets waarin de liefde zelf opnieuw zichtbaar wordt, dat dus zelf ook sacramenteel is.
Daarom is Flynn ook niet boos als hij in actie heeft moeten komen om zijn zoon Sam te helpen. Een beetje chaos in de geordende wereld van Clu vormt alleen maar vruchtbare grond voor het spontane van de liefde. En bovendien was zijn ingrijpen niet bedoeld om het systeem van Clu te bestrijden, of om een alternatief systeem op te richten. Het diende er alleen maar toe om Sam te redden. Het had geen hoger doel. Kortom: het kwam voort uit liefde. Flynn had niet nagedacht over de gevolgen. Niet de gevolgen voor de heerschappij van Clu, en niet die voor zijn eigen veiligheid (hij heeft zelfs een groot offer gebracht, want hij is zijn identiteitsschijf kwijtgeraakt). Het was het allemaal waard, omdat hij van Sam houdt. In zijn handelen werd zijn liefde voor Sam zichtbaar, niet meer en niet minder. Hij had niet anders gekund, omdat hij van Sam houdt. Sam is zijn zoon. Punt. Discussie gesloten. En deze zelfde liefde leidt tot het einde van de film, waarbij niet alleen Sam naar onze wereld terugkeert, maar ook de ISO (een uiting van de sacramentele wereld), het geschenk dat Flynn altijd al zichtbaar had willen maken voor de rest van de mensheid, maar waar Clu tot nu toe een stokje voor had gestoken. Liefde maakt het mogelijk.

En ook dit zag ik pas dit keer duidelijk, namelijk dat deze film uiteindelijk niet het ‘niet handelen’ verheerlijkt. De film pleit niet voor inactiviteit. De film pleit voor liefde. De film pleit ervoor niet te handelen om een perfecte wereld te creëren, of op een andere manier met een systeem een spirituele toestand te willen bereiken. De film pleit ervoor niet om eindtoestanden te geven, maar te handelen uit liefde. Liefde voor de wereld om je heen, liefde voor mensen, liefde voor de sacramentele werkelijkheid. De film pleit ervoor om zelf een sacrament te worden, om in je leven, in je daden en je woorden, je liefde zichtbaar te laten worden. Om je liefde vrucht te laten dragen. Want dan zijn je woorden en je daden niet transactioneel (niet bedoeld om een reactie bij de ander tot stand te brengen, of de ander voor je karretje te spannen), maar zijn ze sacramenten: maken ze zichtbaar wat van het begin af aan al waar is geweest.
Dit is de enige gezonde motivatie van het menselijke handelen. Nee, daar willen de systeembouwers niet graag aan. Want we kunnen de liefde niet afdwingen, we kunnen de liefde niet controleren. We kunnen er niet de meetlat naast leggen, of haar belonen. We kunnen er geen systeem van maken. Als de liefde er niet is, kunnen we er niet  voor kiezen haar op te wekken. We kunnen hooguit omstandigheden zoeken waarin de liefde vrij is om zichtbaar te worden, en haar vervolgens haar gang laten gaan. Omdat God ons eerst heeft liefgehad, en dat in Jezus heeft laten zien, zullen we onszelf gaan liefhebben. En vervolgens zullen we de mensen en de wereld gaan zien zoals God ze ziet, en ze gaan liefhebben zoals God ze liefheeft. Moeten en werken hebben er niets mee te maken, we zullen ernaar verlangen ze tot bloei te laten komen, hun schoonheid zichtbaar te maken. Ons eigen belang, onze eigen verhaaltjes, zullen daarbij uit het zicht verdwijnen. We hebben geen bijbedoelingen, ook niet om ons ‘geestelijk of spiritueel’ te kunnen voelen. Daarom zullen we ons, zoals de schapen in de gelijkenis in Mattheus 25, verbazen over wat de liefde in ons voortbrengt: de vrucht van de Geest. Liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Volgens mij is dit ten diepste een bijbelse boodschap. Kijk wat 1 Korinthe 13 zegt: “Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.” Uiteindelijk blijft alleen de liefde over. En dat is genoeg.

wordt vervolgd …

woensdag 13 mei 2015

Gedicht: Terugkeer

Terugkeer

En opeens is het zover:
de lucht weer blauw, het blad
van bomen schreeuwend als
de brengers van goed nieuws.
Kastanjes steken vlaggen op.
De bermen vol confetti:
fluitenkruid. Het geel van 
boterbloemen schettert
als trompetten. Het kwam uit 
het niets, rolde tapijten uit
bijna te fel voor mijn ogen
over de weiden. Het elastiek
is teruggeveerd. Het was zo strak
gespannen, leek te breken.
De wereld hield haar adem in.
Werd grijs. Niet meer. Terug is
het leven, deelt verkwistend 
uit van zichzelf. En ook aan mij.
Ja, dit gaat ooit voorbij. Eens went
de overdaad, verdwijnt de jeugd.
Maar nu ben ik hersteld 
en dans, mijn bed gedragen
op mijn schouders, op het feest.

donderdag 5 februari 2015

Gedicht: Het mooiste geluid

Het mooiste geluid

Het mooiste geluid
vind ik knerpende sneeuw 
onder mijn schoenen
in de morgen. Pastel
kleurt de hemel
boven de daken.
Adem wit, neus koud,
maar de wind blijft verstopt
achter zwarte bomen.

De straat is niet zichzelf:
hoewel vertrouwd toch
wonderlijk vernieuwd.
En deze heil'ge grond
betreed ik. Kijk niet 
hoe ik ben gekomen
-onuitwisbaar spoor-
maar volg mijn verlangen
met elke stap vooruit.

zaterdag 17 januari 2015

Gedicht: Voorlente

Voorlente

Ja, de lucht is blauw.
Na lange dagen regen
en wind verschijnt de zon
kleurt gras weer groen en schept
onder bruggen glanspatronen.
Maakt kale takken mooi.
Ik zie het ook en warm
verstijfde ledematen.

Maar het wist niet uit
de woorden over het klimaat,
uitgestorven soorten
nieuwe ziekten, diepzeevuil.
Ze staren zwart op wit
me aan. Beschuldigend.
Het is niet ongedaan
te maken, dit verlies.

Er bloeien inderdaad al
bloemen. Speenkruid, krokus
laten mij niet onberoerd.
Ik kan heus genieten
van wat is. Maar wat was
komt niet terug. Verdriet
is ook reëel. De winter
is nog niet voorbij.

maandag 10 november 2014

Filmbespreking: Interstellar

Hoe zouden Christopher Columbus en zijn medereizigers zich hebben gevoeld, toen ze na een lange reis over zee, plotseling land aan de horizon zagen. Een nieuwe wereld. Waar nog geen Europeaan voet had gezet (uitgezonderd wat Vikingen ver naar het noorden). Andere bomen, andere vogels, andere mensen. En alles moest nog worden ontdekt. Het lijkt me met niets te vergelijken: verwondering, verwachting, opwinding, spanning. Ik heb er al een voorproefje van als ik in de bergen van het pas afga en een kleine waterval vind, maar dat valt in het niets bij het binnentreden van een totaal nieuwe omgeving. Misschien dat sommige speleologen dat gevoel nog ervaren bij het binnentreden van nieuwe grotten, of diepzeeduikers, maar het aantal witte plekken op de kaart neemt nogal af.
De enige zee die we nog niet zijn overgestoken, en waar we ondertussen weten dat er nieuwe werelden liggen in overvloed, is die van de ruimte. Ja, we hebben de maan bezocht, en er rijden robots rond op mars (in zichzelf trouwens al een reden tot verwondering), maar denk aan de manen van Jupiter. Europa met zijn oceaan onder het ijs. Of die van Saturnus, zoals Titan met zeeën van methaan. En dan de planeten rond andere sterren. Waarvan er meerdere voor leven geschikt zouden moeten zijn. Ze prikkelen in elk geval mijn verbeelding. Ja, het vacuüm van de ruimte is niet zo makkelijk te overbruggen en gewichtsloosheid en straling doen de menselijke gezondheid geen goed. Maar Columbus en zijn mannen namen vergelijkbare risico’s (denk aan scheurbuik). En we weten inderdaad niet hoe de omstandigheden zijn op andere planeten (misschien wel gevaarlijk). Maar dat wist Columbus ook niet (er leefden bijvoorbeeld jaguars in Zuid-Amerika). En toch zijn we al veertig jaar niet naar de maan geweest. Plannen om mensen naar Mars te laten reizen worden uitgesteld. En van de sterren dromen we al helemaal niet meer.
Ik vind het teleurstellend, maar ja, ik ben dan ook diep van binnen een ontdekkingsreiziger. Mijn eerste verhalen die ik op school schreef gingen al over verre reizen en bijzondere ontdekkingen (een fietstocht door het Amazonewoud, de ontdekking van het monster van Loch Ness), en de hoofdpersonen van mijn latere avonturenverhalen drongen ook in nieuwe gebieden door. Zowel Neptunus als De Derde Macht gaan over ontdekkingsreizigers. En Het Wrak ook. Net als veel van mijn korte verhalen. De fantasie is nog de enige plek waarin de ervaring van het binnentreden van een nieuwe wereld mogelijk is. Het is de reden dat ik fan ben van science fiction-verhalen.
Maar ook dit genre lijkt de exploratiezucht te zijn vergeten. Er zijn meer films over postapocalyptische samenlevingen en grimmige onderdrukking met behulp van technologie, dan over de verkenning van ons heelal. En als er dan een keer een in de bioscoop komt, maakt de verwondering al heel snel plaats voor angst en afgrijzen. Of door de monsters die mensen aantreffen (zoals in Prometheus), of door de monsters die mensen zijn (Avatar). Films over andere werelden tekenen ze af als bedreiging, en maken de mensen die ze willen ontdekken belachelijk: het risico is het niet waard, lijkt de conclusie. Zijn we zo in onszelf en in onze wereld teleurgesteld? En dat terwijl deze verhalen en films ons juist hadden kunnen inspireren. Ze hadden onze fantasie kunnen prikkelen, ons verlangen kunnen aanwakkeren en ons weer enthousiast kunnen maken voor de wereld buiten ons.
Gelukkig komt er af en toe een film in de bioscoop die dit ook inderdaad doet. Zoals de nieuwste film van Christopher Nolan: Interstellar. De trailers maakten het al duidelijk, met de tagline ‘Mankind was born on earth, it was never meant to die there’. Deze film verontschuldigt zich niet voor de ontdekkingsdrang van de hoofdpersonen, de fascinatie met andere werelden, en de oproep aan de mens om weer te gaan dromen. En alleen daarom al zal ik hem van harte aanbevelen. Want volgens mij hebben we het weer nodig om te kunnen dromen.

Onze wereld is namelijk hard op weg te veranderen in de wereld uit Interstellar. Een wereld waar plantenziektes de meeste gewassen hebben uitgeroeid (behalve mais), en stofstormen razen over de velden die zijn overgebleven. De resterende mensen wijden zich toe aan de landbouw. NASA is opgeheven. Op school wordt verteld dat de maanlandingen in scene zijn gezet. Deze generatie is een verzorgende generatie, die geen verlangens koestert, behalve mais te verbouwen en de volgende generatie te helpen overleven. Voor wie het nieuws volgt, is het allemaal angstaanjagend realistisch. Dierenpopulaties zijn in veertig jaar met de helft afgenomen. Klimaatverandering vernietigt landbouwgrond. Grondstoffen raken in een hoog tempo op. Het is moeilijk om hoop te houden.
In de wereld van Interstellar is Cooper een uitzondering. Hij is volgens anderen veertig jaar te laat geboren (of te vroeg). Een testpiloot die nu gedwongen boer moet zijn. Maar die wel nog steeds het verlangen koestert naar nieuwe ontdekkingen. Hij heeft dan ook weinig aansporing nodig als hij een vreemde zwaartekrachtsanomalie aantreft, die een locatie in de bergen lijkt aan te wijzen. Hij volgt het spoor en bereikt een uiterst geheime installatie. Het blijkt dat wat is overgebleven van NASA een laatste ruimtereis aan het voorbereiden is. Een reis naar een ander sterrenstelsel. Vlak bij Saturnus is namelijk een wormgat opgedoken, en daarachter zijn al waarnemingen gedaan van mogelijk levensvatbare planeten, cirkelend om een zwart gat. De expeditie moet vaststellen of een daarvan gekoloniseerd zou kunnen worden. Cooper wordt gevraagd mee te gaan als piloot. Dat betekent echter wel dat hij zijn dochter op Aarde moet achterlaten. En zij heeft grote bedenkingen tegen zijn vertrek. Wat Cooper aanzag voor een anomalie, is volgens haar een geest, die met haar wil communiceren. De boodschap: ‘Blijf!’ Het lijkt een waarschuwing …

Aan mijn hooggespannen verwachtingen kon deze film niet totaal recht doen. Dat ligt een beetje aan de stijl van Christopher Nolan, die een beetje klinisch is, en zelfs bij intense actiescènes een emotionele afstand houdt. Maar in andere opzichten was ik aangenaam verrast. De lange aanloop van de film, die zich op Aarde afspeelt, met in mijn ogen geloofwaardige familierelaties. Het mysterie van de geest. Verschillende ideologische discussies, die leiden tot spanningen tussen de hoofdpersonen. De interessante gevolgen van ruimtereizen voor tijdsbeleving en de weergave van andere kosmologische fenomenen. Een onverwachte gastrol van een van mijn favoriete acteurs. Van andere aspecten wist ik dat ze goed zouden zijn: de reis door de ruimte. De planeet Saturnus. Buitenaardse werelden die niet lijken op de onze. Goed acteerspel van Matthew McConaughy. Imposante muziek. Ik werd helaas een beetje uit het verhaal gehaald door een zwart gat, waarvan de zwaartekracht wel de tijd verstoorde, maar niet de hoofdpersonen uit elkaar trok (wat toch had gemoeten). Aan de andere kant heb ik ook een verhaal geschreven over een tocht door een zwart gat, dus de pot verwijt de ketel. En ik vond het einde niet helemaal recht doen aan wat ervoor kwam. Het klopte wat het plot betrof wel (hoewel het wat klinisch was), maar thematisch voor mijn gevoel niet. Ik zal hier later in de filmbespreking op terugkomen.

Het verhaal van deze film zou zijn gebaseerd op de ideeën van theoretisch natuurkundige Kip Thorne. En ik denk dat veel mensen die kritiek hebben op deze film, en op het einde ervan, zich niet realiseren met welke vragen de wetenschap zich op dit moment bezighoudt. Het gaat namelijk niet om het vallen van bollen van een scheve toren, of reacties in een reageerbuisje. De vragen die wetenschappers stellen zijn veel fundamenteler. Het gaat om de verschillende natuurkrachten en of die wellicht tot een enkele basis te herleiden zijn. Het gaat om de eerste microseconden na de oerknal en hoe de natuurwetten toen ‘uitkristalliseerden’. Het gaat om de vraag hoe het kan dat die natuurwetten het ontstaan van (intelligent) leven mogelijk maken. Ideeën om hiervoor verklaringen te geven, postuleren het bestaan van parallelle universa (zoveel dat alles wat mogelijk is, ook bestaat), waarvan wij toevallig in een bewoonbare leven. Anderen suggereren dat leven en intelligentie zelf de reden zijn voor de leven mogelijk makende eigenschappen van ons heelal. Er is een groep van wetenschappers die suggereert dat ‘leven’ een eigen ‘natuurkracht’ is, die ook moet worden meegenomen bij het zoeken naar de ‘grand unifying theory’. Anderen gaan verder, en stellen dat intelligentie, het kunnen begrijpen van het heelal, ook realiteit heeft (en geen illusie is, voortgebracht door zenuwcellen), en dus ook deel moet uitmaken van de ‘grand unifying theory’. En uitgaande van het idee uit quantummechanica dat een waarnemer bepaalt hoe een quantumfunctie uiteindelijk uiteenvalt, zeggen zij dat het universum levensvatbaar is voor ‘waarnemers’, omdat er ‘waarnemers’ zijn. Ze postuleren zelfs een verre toekomst waarin alle materie in het heelal deel uitmaakt van intelligentie. Die dus tegen de stroom van de tijd in, door het waarnemen ervan, de geschiedenis bepaalt.
Deze ideeën zijn controversieel, maar worden wel serieus genomen. Want anders zijn er maar twee mogelijkheden: dat alles wel heel toevallig is, of dat er een ontwerper is (en beide zijn niet echt wetenschappelijke uitspraken). Wie hierover een vrij toegankelijk boek wil lezen, raad ik ‘The Goldilocks Enigma’ aan van Paul Davies (zie mijn recensie). Ik herkende veel van de theorieën uit dit boek in Interstellar, van het serieus nemen van menselijke intelligentie (en nog radicaler: liefde) als werkelijke, relevante eigenschappen van ons universum tot het idee van een doorontwikkelde intelligentie die haar eigen verleden bepaalt aan toe. De film lijkt vergezocht, maar is het dus helemaal niet.
En ik vind het zelf wel fascinerend dat menselijkheid, intelligentie en liefde, nu eens serieus genomen worden in de science fiction. Ik moest denken aan C.S. Lewis, die in ‘Miracles’ ook suggereert dat het feit dat wij personen zijn, niet een toevallig voortvloeisel is van bewegingen van atomen in onze hersenen, maar daar los van staat. Ons denken wordt niet veroorzaakt door atoombewegingen, maar zet zelf atomen in beweging. Maar (anders dan Lewis betoogt) hoeft dat niet te betekenen dat ons denken ‘bovennatuurlijk’ is. Waar het wel op duidt, volgens mij, is dat dit heelal niet slechts ‘materieel’ is (het is in elk geval niet zo eenvoudig als ‘atomen’ en ‘energie’, denk aan de begrippen van ‘donkere materie’ en ‘donkere energie’, en bizarre zware deeltjes die toch geen interactie aangaan met reguliere materie). Het heelal is niet koud en dood als een aflopend uurwerk, maar een levende plek. Een plek waar achter de atomen en fotonen begrip en liefde zindert. En dat suggereert de aanwezigheid van persoonlijkheid, van een persoon. (Coopers dochter Murph zegt het van haar ‘geest’, dat ze die geen ‘geest’ noemt omdat ze er bang van is, maar omdat ze hem als persoon ervaart).

Dat vond ik een relevant punt in het script. Liefde is namelijk altijd persoonlijk. Niet abstract. Er worden twee mogelijke motivaties tegenover de liefde gezet. De eerste is die van de overleving van de soort. Als er niet individuele kolonisten naar een andere planeet gebracht kunnen worden, moet in elk geval de menselijke soort blijven bestaan. Al is het door het opkweken van eerder ingevroren bevruchte eicellen met behulp van draagmoeders. In plaats van liefde voor concrete individuen, wordt gesuggereerd dat de mens moet opgroeien tot ‘liefde voor de soort’.
Degenen die dit voorstellen klinken als het karakter Weston in het boek ‘Out of the Silent Planet’ van C.S. Lewis. Hij vindt ook dat hij, zelfs als hij de slechtste dingen doet aan individuen, toch gedreven wordt door liefde, omdat hij wil dat de mens zich over het heelal verspreidt. Lees het maar in zijn eigen woorden: “Life is greater than any system of morality; her claims are absolute. It is not by tribal taboos and copy-book maxims that she has pursued her relentless march from the amoeba to man and from man to civilization.She has ruthlessly broken down all obstacles and liquidated all failures and today in her highest form civilized man - and in me as his representative, she presses forward to that interplanetary leap which will, perhaps, place her for ever beyond the reach of death. It is in her right, the right, or, if you will, the might of Life herself, that I am prepared without flinching to plant the flag of man on the soil of Malacandra: to march on, step by step, superseding, where necessary, the lower forms of life that we find, claiming planet after planet, system after system, till our posterity - whatever strange form and yet unguessed mentality they have assumed - dwell in the universe wherever the universe is habitable.” C.S. Lewis maakt die houding subtiel belachelijk door de vertaling die Ransom geeft.
De vergissing is natuurlijk dat we als mensen personen zijn en onze liefde dus ook persoonlijk is. En wat we liefhebben is ook concreet, persoonlijk, buiten ons. Ja, we kunnen vechten voor idealen, maar als dat ten koste gaat van individuen, is dat geen liefde. Als we individuen opofferen voor iets abstracts, zijn we liefdeloos. Dan staan we aan de kant van de duivel en niet van God. Ook in deze film offeren de voorstanders van het ‘redden van de soort’ individuen op voor hun ideaal, door ze niet de waarheid te vertellen, en te scheiden van hun geliefden. Een teken dat deze benadering niet een liefdevolle motivatie is.
Een heel andere motivatie is die van de individuele overleving. Een karakter betoogt zelf dat onze hechting aan individuen, zoals kinderen, onze overlevingsdrift bevordert. Als we in onze laatste momenten onze geliefden voor ons zien, geeft dat ons de kracht om nog iets harder te vechten. Zo staat zelfs onze hechting aan anderen ten dienst van onszelf. Dit karakter betoogt dat alles wat mensen doen, zelfs ‘liefde’, uiteindelijk zelfzuchtig is. En ook dit karakter is bereid anderen op te offeren voor zijn eigen overleving. Uiteindelijk lijkt het zelfs bereid de hele mensheid op te offeren, om zelf maar in leven te blijven. 
Cooper laat echter zien dat zijn liefde voor zijn kinderen niet ingegeven is door overlevingsdrang. Want om hen de kans te geven te overleven, is hij bereid zichzelf op te offeren. Hij stelt het slagen van zijn missie boven zijn eigen voortbestaan, zelfs boven het terugzien van zijn kinderen. Hij wil in de diepste diepte verdwijnen, als zij maar gered worden. Zoals Jezus het zegt: ‘Groter liefde heeft geen, dan wie zijn leven opgeeft voor zijn vrienden.’ Liefde wordt uiteindelijk gekenmerkt door wat je bereid bent van je zelf op te geven voor je concrete, persoonlijke geliefde. Tot aan je leven toe.
En ik geloof dat deze onzelfzuchtige liefde voor concrete individuen de grondslag is van het universum.

Maar in het slot van de film, hoe slim het ook is geschreven, wordt dit punt, waarschijnlijk onbedoeld, volledig onderuit gehaald (ik geef hier een paar plotpunten weg, dus pas op!). De film wil een te afgerond verhaal vertellen, en sluit zijn eigen wereld dus hermetisch af. In plaats van een open universum, met een persoonlijke liefde achter het universum, waarin alles mogelijk is, blijkt het heelal toch klein te zijn. Ondanks alle dimensies, is het beperkt. De mens en zijn intelligentie en zijn liefde, blijkt toch alles wat er is. En intelligentie en liefde worden daardoor toch weer gereduceerd tot causaliteit. Gebeurtenissen blijken elkaar abstract te moeten opvolgen. En de macht achter het universum blijkt te worden gedreven door overlevingsdrift. Want als Cooper niet geslaagd was, zou die macht ook niet hebben bestaan. De slang heeft zich in zijn eigen staart gebeten en dus zichzelf opgegeten. De film die zo hoopvol en inspirerend wilde zijn (en wat mij betreft gedurende twee uur ook was), blijkt uiteindelijk toch net zo kil en deprimerend als alle andere sciencefiction films. Jammer. Als dit verhaal al zo mooi verteld kon worden, hoe gaaf zou dan een werkelijk hoopvol verhaal niet kunnen zijn?

donderdag 4 september 2014

Gedicht: Survival of the fittest

Survival of the fittest

Waterweegbree in gelid
buigt in de bruine stroom.
Ik zie parende libellen
als juwelen dansen op
een vloer van zon en schaduw.
Rietpluimen glanzend paars.
Spin weeft unieke cirkels
met een eindeloos geduld.
Geen geluid. De rust is diep
als in een boek van Thijsse.

Maar ik moet terug naar huis
over het zwarte asfalt.
Opdringerig motorlawaai.
Mijn hand tegen het glas gedrukt.
De tuin maakt plaats voor
blokkendozen. Grijze steen
vol schreeuwerige logo's.
Gehaaste drommen mensen
voegen zich naar de vormen
in regels vast beklonken.

De wereld die wij maakten
was niet voor ons bedoeld,
maar voor wie wij dienden:
abstracte idealen, macht
en efficiëntie kil.
Die konden hier floreren.
Techniek overheerst natuur
zonder om ons te geven.
Wij wilden zelf regeren,
maar zijn toen slaaf geworden.

zondag 17 februari 2013

Filmbespreking: The Hunter

Eind 2007 was ik in Australië. Dat was een heel bijzondere reis. Er zat een spiritueel aspect aan, omdat ik tijdens de reis een conferentie bezocht en met vrienden optrok, en veel goede en confronterende gesprekken had. Daarover gaat deze filmbespreking verder niet. Wie geïnteresseerd is in de ontdekkingen die ik tijdens die reis heb gedaan, kan erover lezen in mijn boek Indrukwekkende Vrijheid - warm aanbevolen! Maar het was ook bijzonder omdat ik een natuurliefhebber ben, en Australië een unieke flora en fauna heeft.
Het continent Australië is zo lang afgesneden geweest van de rest van de wereld dat niet de placentale zoogdieren de dienst uitmaken, maar buideldieren. De evolutie heeft er een ander spoor gevolgd dan in bijvoorbeeld Europa. De niches in het ecosysteem zijn door andere soorten opgevuld. Er leefden in het verleden bijvoorbeeld enorme loopvogels, buidelwolven en buidelleeuwen, wombatachtige dieren zo groot als neushoorns en zes meter lange varanen. De meest bizarre soorten - soorten zonder vergelijking op de andere continenten.
Helaas zijn veel van die soorten uitgestorven, een deel door klimaatverandering, een deel door het ingrijpen van de mens. De eerste aboriginals maakten bijvoorbeeld jacht op reuzenkangaroes, en introduceerden honden die de buidelwolven eruit concurreerden. Later kwamen de Europese immigranten en die lieten schapen, kamelen, konijnen en katten los op het continent - en deze soorten bleken een bedreiging voor de inheemse Australische natuur. Net als bijvoorbeeld de Indiase vogels die je er nu bijna vaker ziet dan inheemse Australische soorten. Dat alles was al schadelijk genoeg zonder de actieve jacht van mensen op soorten die als ‘schadelijk’ werden gezien. Er is gelukkig nog heel wat overgebleven en ik was blij dat ik daarvan kon genieten. Ik zag in de natuur zelf een varaan, en een andere grote waterhagedis, ik zag eucalyptusbomen, en cicaden, ik zag prachtige bloemen en inheemse kikkers. Ik zag de bijzondere liervogel tussen prehistorisch aandoende boomvarens in de Blue Mountains, en ik zag de zwermen vliegende honden in de bomen in Sydney. Australië was werkelijk een andere wereld, en ik voelde me een beetje als een ontdekkingsreiziger die op een andere planeet is geland en tussen vreemde planten en dieren is terechtgekomen. Het leek wel science fiction. En ik zag regenboogvissen in hun natuurlijke omgeving! Het was een van de meest bijzondere ervaringen van mijn leven.
Ik ben nog niet op het eiland Tasmanië geweest, maar ook dat heeft een bijzondere flora en fauna. Ook daar groeien boomvarens, en springen wallabies rond en komen Tasmaanse duivels op aas af. En op het eiland Tasmanië leefde tot voor kort de Tasmaanse buidelwolf - de laatste vertegenwoordiger van een groep roofdieren die ooit over het hele Australische continent verspreid was. Omdat er op Tasmanië geen dingo’s leefden, kon de buidelwolf daar blijven bestaan. In elk geval tot er Europese kolonisten op het eiland landden. Die wilden er schapen houden, en ze dachten dat de buidelwolven hun schapen aanvielen. En daarom besloten ze de buidelwolf uit te roeien. Dat lukte, want de laatste buidelwolf stierf in de jaren dertig van de vorige eeuw in gevangenschap. Er zijn nog een paar filmbeelden van bewaard gebleven - enorm fascinerend, de laatste blik op een unieke soort: het laatste grote buidelroofdier.
Wat de situatie ironisch maakt, is dat uit recent wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de Tasmaanse buidelwolf geen sterke kaken had, en uit berekeningen blijkt dat hij niet in staat moet zijn geweest een schaap te doden. De kolonisten reageerden uit angst en roeiden daarom een soort uit die hen helemaal niet bedreigde. En een eenmaal uitgeroeide soort is niet meer terug te brengen uit de vergetelheid. Daarmee wordt het verhaal van de buidelwolf, net als dat van de dodo, de Amerikaanse trekduif en de Stellers’ zeekoe (en de olifantsvogel van Madagaskar, de moa’s van Nieuw-Zeeland en de cichliden uit het Victoriameer, en de reuzenalk, en ga zo maar door), een aanklacht tegen de menselijke expansiedrift die ten koste gaat van het unieke, het onvervangbare, het individuele. In eerste instantie van de natuur - de menselijke expansiedrift, het verlangen naar macht en controle maakt de natuur eenvormig. Een unieke ecologie wordt vervangen door eentonig landbouwgebied, met dezelfde granen en dezelfde schapen als elders op de wereld, maar een of twee soorten per vierkante kilometer. We maken de wereld saai en voorspelbaar. Maar ook de individuele mens verliest zijn eigenheid, zijn uniciteit. Mensen worden tot productie-eenheden, consumenten, werkers - niet meer gewaardeerd om wie ze zijn, maar alleen om wat ze bijdragen aan de economie. Ze zijn niet meer vrij, ze moeten binnen een kader passen. Zoals de buidelwolf werd uitgeroeid omdat hij niet in het kader paste van de schapenfokkers van Tasmanië (gebaseerd op een vooroordeel en niet op werkelijkheid), zo moet de individuele mens zich schikken naar de verwachtingen van de consumptiemaatschappij, of ten onder gaan (en dat vaak op basis van vooroordelen en niet op basis van de werkelijkheid). Er is in het menselijke leven meer belangrijk dan productie, geld of efficiëntie - en daarvoor moeten we vechten, zoals we vechten voor het behoud van unieke diersoorten. We moeten doen aan bescherming van de waardigheid van de individuele mens, zoals we doen aan bescherming van de unieke natuur. Het is geen situatie van of/of, maar een van en/en. Als christenen zijn we rentmeesters, rentmeesters van de hele schepping: van binnen en van buiten.

Deze boodschap is volgens mij terug te vinden in de Australische film The Hunter. Al toen ik het eerste voorstukje zag op internet was ik in deze film geïnteresseerd. Hij ging namelijk om de zoektocht naar een misschien nog overlevende buidelwolf. Ik heb toch al een zwak voor cryptozoologie - de wetenschap die zoekt naar diersoorten uit legenden, levende fossielen en mogelijk nog overlevende soorten. Van de fantastische (het monster van Loch Ness en Bigfoot) tot de realistische (de coelacanth en okapi). Deze film was mij dus wat betreft het onderwerp op het lijf geschreven. De efficiënte jager Martin krijgt een opdracht van het mysterieuze bedrijf Red Leaf om af te reizen naar Tasmanië. Er zijn namelijk waarnemingen geweest van de Tasmaanse buidelwolf, waarvan al tientallen jaren werd aangenomen dat hij was uitgestorven. Het bedrijf wil monsters van dit zeldzame zoogdier: bloed, organen, huid, en dat voordat de concurrenten het dier op het spoor komen. Ze zijn bereid er grof geld voor te betalen. Martin doet zich voor als wetenschapper van de universiteit en trekt in bij Lucy en haar twee kinderen. De sympathieke Jack leidt hem rond in de omgeving. Al snel trekt Martin de wildernis in, waar hij kampeert, zijn vallen opzet en bij holen en grotten op de loer ligt. Eens in de zoveel tijd keert hij terug naar het huis van Lucy. Hij leert haar en haar kinderen steeds beter kennen. Het blijkt dat haar man een tijd terug spoorloos is verdwenen. Martin brengt weer wat vreugde terug in hun huishouden. Maar het bedrijf Red Leaf wordt ongeduldig. De leidinggevenden willen resultaten zien. En ze zijn bereid desnoods over lijken te gaan. Martin begint te vermoeden dat hun bedoelingen niet bepaald edel zijn ...

The Hunter is geen spectaculaire, snel vertelde actiefilm. Het is een rustig vertelde mengeling tussen karakterobservatie en avontuur, die het moet hebben van het diep gegroefde gezicht van Willem Dafoe (die in deze film prachtig speelt. Het verveelt niet om hem het grootste deel van de tijd alleen op het scherm te zien) en de prachtige natuur van Tasmanië (er zitten echt prachtige beelden in de film van het licht op de Eucalyptusbossen en van boomvarens en poelen en sneeuw - ik wilde dat ik er zelf kon rondlopen!). Het is fascinerend om toe te kijken hoe Martin zijn vallen plaatst, met een professionele precisie. Maar het is ook interessant om waar te nemen hoe de kinderen van Lucy met hun onbevangenheid een plekje in zijn hart veroveren. Sam Neill deed me een heel klein beetje aan Sean Connery denken en laat zien dat een hoed hem erg goed staat (net als in Jurassic Park). Het was ook mooi om de laatste beelden van de buidelwolf voorbij te zien komen. Het eind van de film was ook best ontroerend. Al met al een aanrader voor een rustige filmervaring, die ook al gaat hij over een uitgestorven dier, toch opvallend menselijk is.

De film waar The Hunter me het meest aan deed denken was het sciencefictionepos Avatar. Nu is dat niet bepaald een rustige filmervaring, dus daarin zit de overeenkomst niet. Maar de thema’s zijn wel vergelijkbaar. Ook deze film gaat over iemand die eigenlijk als soldaat wordt gehuurd door een bedrijf om naar een andere wereld te gaan, met een unieke ecologie, om een grondstof te verkrijgen die alleen daar te vinden is. En ook in deze film komt de hoofdpersoon in contact met de locale bevolking. Daar hervindt hij zijn eigen menselijkheid en dus gaat hij vragen stellen bij de motivatie van zijn opdrachtgevers. Ook hier krijgen die opdrachtgevers uiteindelijk niet waar ze op uit waren. En ook in deze film staat de vraag centraal wat ons tot mensen maakt: is dat onze expansiedrift en vernietigingsdrang, of is dat onze liefde en opoffering voor onze naaste? Kijk de films maar eens naast elkaar, en je zult ongetwijfeld net als ik de overeenkomsten zien.
Als Martin in het begin van de film in Parijs op zijn opdrachtgevers wacht, zegt iemand dat hij de toerist moet spelen en de bezienswaardigheden moet bekijken. Martin is echt efficiënt, georganiseerd. Hij heeft geen interesse in bezienswaardigheden. Hij leeft alleen voor de volgende opdracht. Hij is eigenlijk bijna meer machine dan mens. Hij waardeert niet wat Parijs uniek maakt, hij heeft geen belangstelling voor kunst of cultuur. En de opdracht om de mogelijk laatste vertegenwoordiger van een diersoort, de laatste buidelwolf, te doden accepteert hij zonder aarzelen. Het kan hem niet schelen dat hij degene zal zijn die deze soort van de aardbodem zal uitroeien - hij ziet de waarde toch niet in van natuur. Hij is in dat opzicht perfect geschikt als instrument van het gezichtsloze bedrijf Red Leaf - hij vervult een functie, en dat doet hij zonder vragen te stellen.
Aanvankelijk is hij niet blij dat hij verblijft bij een gezin thuis. Hij zit liever in een hotel. Nu wordt hij in zijn activiteiten gestoord door de kinderen, die maar vragen blijven stellen. En hij kan ze niet laten weten dat hij een jager is en geen wetenschapper. Lucy is immers wetenschapper en maakt zich net als haar man voor haar sterk voor natuurbescherming. De andere natuurbeschermers en zij proberen te voorkomen dat er meer bos gekapt wordt. Dat zorgt voor een conflict met de plaatselijke bevolking, die juist leeft van de houtindustrie. De houthakkers zijn geen fan van de natuurbeschermers - die zorgen er voor dat zij geen inkomsten hebben. Voor hen is het bos, hoe uniek ook, alleen van economisch belang. Ironisch genoeg beschouwen ze Martin ook als natuurbeschermer. Ze besmeuren zijn auto en bedreigen hem zelfs met een geweer, en dat terwijl hij net als hij alleen maar op geldelijk gewin uit is. Ook hij ziet de natuur als bron van inkomsten - niet als waardevol in zichzelf. Als hij zijn buit heeft, is hij weer weg. Hij is dus eigenlijk ‘undercover’.
Maar zijn interactie met Lucy en met haar kinderen doet Martin ontdooien. Hij gaat genieten van de vragen van de kinderen, en hij begint hen te helpen. Hij repareert de generator, hij zorgt dat de luidsprekers weer muziek maken. Hij helpt ook Lucy, die na het verdwijnen van haar man zichzelf met medicijnen verdoofde. Martin krijgt oog voor schoonheid, waarheid en intimiteit. Hij leert te zien dat het leven niet mechanisch en eenvormig is, maar dat uniciteit en persoonlijkheid belangrijk zijn. En daardoor gaat hij vragen stellen bij zijn opdrachtgevers, bij het standpunt dat de natuur alleen uit economisch oogpunt belangrijk is.
De film eindigt als Martin zegt dat hij nu wel de bezienswaardigheden gaat bekijken. Hij heeft zijn les geleerd. En hij heeft het dan niet alleen over toeristische plekken. Hij heeft het voor die onderdelen van het leven die niet alleen maar economisch zijn of machtsgerelateerd. Hij heeft het over individuen, over relaties. Een mooie boodschap uit een mooie film.

woensdag 19 oktober 2011

Amerika: postapocalyptisch Yellowstone

Hoe ziet de wereld eruit na de apocalyps? Als het zwavel heeft geregend, als de aarde is gescheurd, als bergen in zee zijn gestort, en rivieren zijn opgedroogd? Een beetje zoals Yellowstone, is mijn idee. Vooral onder een loodgrijze hemel maakt het park een grimmige indruk. Dit is een plek waar het leven moet strijden om voort te bestaan, en waar een stap naast het pad voor bezoekers al dodelijk kan aflopen. Hoog oprijzende wolken stoom herinneren je eraan dat je eigenlijk staat op een enorme vulkaan. Wie weet: misschien worden de profetieen uit het boek Openbaringen (dat ik altijd las in de kerk tijdens saaie diensten) wel vervuld doordat Yellowstone uitbarst ...




 Als toegift een wat meer rustgevende foto uit hetzelfde park:

vrijdag 15 oktober 2010

Australische bloemen

Wie mijn foto's op mijn blog volgt, ziet dat ik behalve in dieren ook geïnteresseerd ben in planten en bloemen. In Australië kwam ik ook mooie tegen, zoals die op onderstaande foto's!
Een heel gelukkig land, Australië. Dit is een watervaren, die ook wel als aquariumplant wordt gehouden.

zondag 10 oktober 2010

Australische 'creepy crawlies'

Nee, ik ben mijn blog niet vergeten. De afgelopen week kwam ik er echter niet aan toe nieuwe berichten te schrijven. Ik zal het goedmaken, eerlijk waar. Zo kunnen jullie vandaag drie berichten verwachten. De eerste is deze, met de verschillende insecten en andere 'creepy crawlies' die ik aan de andere kant van de wereld tegenkwam.

zaterdag 2 oktober 2010

Dierenliefhebber down under

 Toen ik bijna drie jaar geleden naar Australië ging, was ik vooral benieuwd wat ik zou zien aan natuur. De dieren en planten daar zijn namelijk heel anders dan hier. Helaas kon ik de varanen die ik tot twee keer toe zag niet op de foto zetten, maar ik zag wel heel wat andere interessante dieren.
Een boomkikker.

Ibissen. Er zaten daar ook meerkoeten, maar die heb ik niet op de foto gezet, zoals de mensen die mij kennen wel begrijpen.

Deze waterhagedisjes waren behoorlijk algemeen.

Een 'eastern water dragon', een agamesoort.

De befaamde kookaburra, of lachvogel, die inderdaad een vrij kenmerkende roep heeft.
Vliegende honden in de Botanische Tuin van Syndey, ook niet bepaald zeldzaam.

zondag 13 juni 2010

Haaien, gekko's, ghibli en koffie

Wie bij het woord 'haai' direct denkt aan de witte haai en andere gestroomlijnde supervissen, heeft een te beperkt beeld van de diversiteit van deze groep dieren. Neem bijvoorbeeld de 'goblin shark' - een soort met een bizarre neus en uitschuifbare kaken. Mooie opnames! Over haaien gesproken: het blijkt dat hun reukvermogen zo goed is, dat ze kunnen onderscheiden welk neusgat een geur het eerst oppikt, met een verschil van een halve seconde! Ze vinden ze hun weg naar de bloedende zwemmer bij het strand ...

Over het onderwerp bizarre dieren: vliegende gekko's. Ik wist dat er vliegende hagedissen waren (de zogenaamde vliegende draakjes), maar dat er ook gekko's waren die konden zweven (of in elk geval gecontroleerd vallen) ... Zo leer je steeds weer iets nieuws.

Ahum ... wie mij kent, en mijn vooroordelen ten aanzien van een veel voorkomende vogelsoort (met een luidruchtige roep en agressief gedrag), begrijpt waarom ik ondanks mijn recente pogingen me met deze bewoner van onze sloten en grachten te verzoeken, een glimlach niet kon onderdrukken bij het lezen van dit bericht.

Een wat onbekende Servische animatiefilm wordt in Amerika verfilmd op basis van een trailer samengesteld uit stukjes van andere films! Zoals in de 'comments' bij dit bericht wordt gesteld: hoe postmodern kan het zijn? Het ziet er echter wel gaaf uit!

Nog veel belangrijker is natuurlijk de trailer voor de nieuwe animatiefilm van studie Ghibli (opgericht door Hayao Miyazaki!), gebaseerd op het verhaal van 'The Borrowers' - kleine mensjes die tussen de muren van onze huizen leven.

Benieuwd hoe de toekomst eruitziet? Ongeveer net zo als nu: net zo veel advertenties, bedrijven en twijfelachtige verbeteringen van het dagelijks comfort. Wat me wel mooi lijkt is de calorieverbrandende cola. Dat zou goed verkopen!

Niet dat we een excuus nodig hadden, maar koffie lijkt een beschermende werking te hebben tegen diabetes! Ik hoef dus voorlopig niet met mijn verslaving te breken ...

Ten slotte een cartoon die mooi aansluit bij mijn laatste blogposts ...

vrijdag 18 december 2009

Mooie luchten

Ik heb geen foto's van de sneeuw die Nederland in zijn greep houdt (gisteren behoorlijk wat vertraging met de trein opgelopen). Maar ik heb wel foto's van een paar prachtige zonsop- en ondergangen en andere mooie luchten die ik vanuit mijn appartement kan waarnemen. Ik ben pas de laatste paar jaar echt gaan waarderen hoe prachtig zo'n uitzicht kan zijn. En elke dag is anders. Televisie is er niets bij.
Hier een paar van mijn foto's: