woensdag 25 mei 2011

Voorlopig niets nieuws ...

Laat ik met de deur in huis vallen: dit wordt voorlopig het laatste bericht op mijn blog. Nee, het is niet dat jullie geen leuke lezers zijn. Het is ook niet dat ik geen inspiratie meer heb voor nieuwe, lange stukken. De woorden blijven komen. Maar de komende vier weken ben ik niet in staat om te schrijven. Ik bevind me dan namelijk aan de andere kant van de Atlantische Oceaan (onder andere in Yosemite, dat je op de foto ziet). In die periode onttrek ik me van het internet. Ik zal geen e-mails beantwoorden, zal niet twitteren, en op facebook zal ik ook niet te vinden zijn (behalve voor een verdwaalde update mocht ik ergens WiFi tegenkomen). Ik kijk er juist naar uit om een paar weken niet bereikbaar te zijn! In plaats daarvan ga ik genieten van mooie natuur, goede vriendschappen, lekkere koffie, lange autoritten, diepe gesprekken, en spannende avonturen. Het is mijn hoop dat ik uiteindelijk met nieuwe inspiratie en een dosis energie weer terug naar huis kom.
Vanaf de laatste week van juni ben ik waarschijnlijk weer op deze plek actief en verschijnen er weer stukke. Maar ik moet jullie er vast voorzichtig op voorbereiden dat er het een en ander gaat veranderen in de opzet van de blog. Onder andere hoop ik namelijk tijdens mijn reis tot een opzet te komen voor een nieuw boek. Daar wil ik in de zomer aan beginnen te schrijven. Maar een week heeft maar zeven dagen en een dag maar 24 uur. Dat wil zeggen dat ik minder tijd te besteden zal hebben voor het bloggen. Ik ben van plan om in elk geval foto’s te blijven plaatsen, naar links door te blijven verwijzen en films te blijven beschrijven (en af en toe een verdwaald boek). En daar tussendoor zal zeker hier en daar een artikel over een interessant onderwerp opduiken, en ik heb nog wat stukken liggen die hier ook wel thuishoren. Maar in elk geval tot ik mijn volgende boek geschreven heb, zal het op mijn blog wat rustiger zijn dan tot nu toe. Ik weet van sommige trouwe lezers dat mijn stukken zo lang zijn, dat ze een achterstand hebben opgelopen wat betreft het lezen ervan. Dus misschien is het niet eens zo’n gek idee om een keer wat minder te schrijven.
Ik zou zeggen, als je echt de komende vier weken niet zonder mijn pennenvruchten kunt, koop of bestel dan mijn boek Indrukwekkende Vrijheid (een beetje reclame voor mijn eigen werk moet kunnen), of kijk eens in het archief in de balk hiernaast - er is genoeg te lezen of te herlezen. Tot over een maandje!

Doe wat je wilt 2: Niet moeten slapen

Ook dit bericht begin ik met een bekentenis, maar nu niet over mijn dieet. Het is namelijk niet alleen zo dat ik de laatste tijd behoorlijk ongezond eet, met mijn slaap is het ook niet zo best gesteld. Van het voorjaar heb ik een paar maanden lang slecht geslapen. Daarna weer een paar weken beter, zodat ik me weer uitgerust voelde, maar de laatste twee weken is het weer raak. Het is een combinatie van vaak wakker worden ‘s nachts en te laat naar bed gaan. Dit weekeinde was bijvoorbeeld zwaar: ik had een koortsig gevoel en hoofdpijn, puur van de vermoeidheid. Ik was zo duf dat ik niet eens aan het schrijven van dit bericht toekwam, moet je nagaan! De nacht van zondag op maandag was door onvoorziene omstandigheden vervolgens nogal stressvol en maandag op mijn werk was ik niet op mijn vrolijkst. Maar ik had mijn energie hard nodig om mijn vakantie voor te bereiden. Dus -en hier komt het punt van mijn anekdote- besloot ik te proberen maandagavond in elk geval zo vroeg naar bed te gaan dat ik acht uur slaap zou halen.
Ik had beter moeten weten. Dat betekende namelijk dat ik er de hele avond mee bezig was. Tijdens het schoonmaken van mijn aquariums keek ik al een paar keer op de klok en rekende ik uit wanneer ik ermee klaar zou zijn - zodat ik nog tijd had om een Star Trek-aflevering te kijken. Toen Star Trek afgelopen was, keek ik snel weer naar de tijd - niet te lang internetten, snel gaan douchen, dan haalde ik het. Inderdaad lag ik om elf uur op bed. Maar van slapen kwam het niet. Waar ik me eerder die dag zo moe had gevoeld dat ik zo in slaap had kunnen vallen, lag ik nu te woelen. Mijn nacht was onrustig.
Pas nadat ik er een paar keer uit was geweest, bedacht ik me dat dit nu net een illustratie was van het probleem waar ik over wilde schrijven. Want juist omdat ik zo bezig was geweest met het op tijd naar bed gaan, omdat ik me op een bepaalde tijd had gericht en me had ingespannen die te halen, kon ik niet slapen. Mijn motivatie was er een van buitenaf geweest. Ik MOEST op tijd naar bed, omdat ik acht uur MOEST slapen en dus MOEST ik me haasten bij het schoonmaken van mijn aquariums en de rest van mijn avondbesteding. Wat zou er zijn gebeurd als ik een half uur later naar bed zou zijn gegaan, en zeven en een half uur in plaats van acht uur op bed had gelegen? Niets dramatisch. Waarschijnlijk (realiseerde ik me achteraf) zou ik beter hebben geslapen en me de volgende ochtend fitter hebben gevoeld. Maar omdat ik me die deadline had gesteld, zou ik mezelf hebben afgewezen, als het niet was gelukt. Ik zou boos op mezelf zijn geweest, en me schuldig hebben gevoeld, als ik bijvoorbeeld net als op andere avonden te lang achter de computer zou zijn blijven zitten. Ik zou mezelf hebben veroordeeld, en dat wilde ik voorkomen.
Ik had een scheidslijn aangebracht tussen ‘goed’ en ‘kwaad’. Om elf uur naar bed was ‘goed’ - als ik dat haalde was ik zelf dus ‘goed’. Na elven was ‘slecht’ - als ik faalde was ik zelf dus ook ‘slecht’. En omdat ik al niet zo zeker ben van mezelf en mijn eigenwaarde, kon ik dat natuurlijk niet laten gebeuren. Ik MOCHT niet slecht zijn. Gevolg was uiteindelijk dat ik voldeed aan de eis van buitenaf - maar niet dat bereikte wat ik eigenlijk nodig had: slaap. Trouwens, als ik had gefaald, zou ik waarschijnlijk ook niet goed hebben geslapen, omdat ik dan boos was geweest op mezelf, en zou hebben liggen uitrekenen hoeveel uur ik nog wel had voordat de wekker ging. Beide opties - het halen van het doel en het niet halen ervan - zouden hetzelfde effect hebben gehad, namelijk dat ik uiteindelijk niet goed kon slapen. Ik was hoe dan ook een ellendig mens.
Ik heb hetzelfde principe op andere gebieden in mijn leven in werking gezien. Steeds heeft het verbinden van een oordeel aan het bereiken van een doel het effect dat zelfs al valt het oordeel over de activiteit gunstig uit, het doel erachter niet wordt bereikt. Dat gold bijvoorbeeld voor de eisen die ik mezelf stelde toen ik nog veel bijbelstudie deed. Ik bedacht me van te voren hoe lang ik over een bepaald bijbelstudieboek zou moeten doen, en welk boek ik daarna zou lezen (ik had tot anderhalf jaar in het voren bedacht wat ik zou bestuderen - dat ging inderdaad een beetje ver). Vervolgens wist ik dus ongeveer hoeveel bladzijdes ik per avond gelezen moest hebben. Vaak lukte het niet dat aantal pagina’s te halen. Dan was ik gefrustreerd. Ik moest mijn planning weer bijstellen. Soms lukte het me het aantal pagina’s voor die avond te halen, of zelfs meer! Dan was ik trots op mezelf, en paste ik mijn schema weer gunstig bij. Maar ik leerde God niet beter kennen door de bijbel. Ik verzamelde kennis, en ik beoordeelde mezelf naar de kennis die ik verworven had, maar ik kwam niet dichter bij God - wat toch het doel is van het lezen van de bijbel.
Net zo is het voor mij funest om eisen te verbinden aan het schrijven. Ik heb bijvoorbeeld de neiging me te vergelijken met andere schrijvers, en mezelf dan te beoordelen - ‘Ik ben niet zo goed als die en die’ - en vervolgens lukt het me niet meer om te schrijven. Ik heb wel eens de eis opgelegd gekregen om in plaats van een fantasyboek (waar ik destijds mee bezig was) een thriller te schrijven die zich in deze tijd afspeelt. Dat lukte me niet. Ik kwam niet verder dan een enkele pagina. Ook merk ik dat ik soms bij het schrijven ga tellen hoeveel woorden ik per dag geschreven heb en dat ga vergelijken. Maar dat komt de kwaliteit van wat ik schrijf niet ten goede. Ik ben meer bezig met hoeveel woorden ik haal per dag dan met wat ik eigenlijk wil zeggen. Bovendien leidt het er toe dat ik eigenlijk geen zin meer heb in schrijven, omdat ik er geen zin in heb mezelf teleur te stellen en niet aan mijn eigen minimumeisen te voldoen.

Motivatie van buitenaf gaat eigenlijk altijd gepaard met een oordeel. Het is altijd een maatstaf. Voldoe je eraan, dan ben je ‘goed’ en krijg je een beloning. Schiet je tekort, dan ben je ‘slecht’ en verdien je straf. Het is de motivatietechniek die wordt gebruikt door Sinterklaas: ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.’ Het is de motivatie van het voortdurend vergelijken met een ideaal, van voortdurende zelfverbetering en van voortdurend proberen te worden wat je niet bent. Maar met die voortdurende pogingen om  ‘goed’ te worden bevonden volgens een meetlat buiten jezelf, verlies je datgene wat niet voortkomt uit het worden, maar uit het zijn. Je verliest datgene wat ontspringt aan wie je bent, als persoon, zonder dat je het dwingt of verplicht. Je verliest de spontaniteit, de ‘flow’ van de creativiteit, de onbezorgdheid van het spel, de lichtvoetigheid van een gesprek met vrienden dat overal en nergens over kan gaan, de rust van het genieten van een madeliefje of een zonsondergang. Je verliest de gezondheid van de mens die gewoon zichzelf IS. Die schoonheid opmerkt, die intimiteit kan beleven, en die de waarheid uitspreekt en doet (eenvoudig omdat hij niet oneerlijk hoeft te zijn over het al dan niet voldoen aan de eisen).
Motivatie van buitenaf leidt tot een van twee resultaten: trots op het ‘goede’ oordeel en zelfingenomenheid, of frustratie en zelfverachting vanwege het ‘slechte’ oordeel. Beide zorgen ervoor dat iemand zichzelf ziet als beter dan anderen of als slechter dan anderen. Beide zorgen ervoor dat iemand niet zichzelf is. Beide zijn vormen van onvrijheid en dus van dood. Ja, zo heftig is het - het organische, spontane leven wordt onderdrukt en het gedwongen, mechanische keurslijf vormt voortaan de mens. God zei het tegen de eerste mensen: Op de dag dat u van deze vrucht eet, zult u sterven. Dit was de dood waar Hij het over had. Niet een letterlijke dood - want Adam leefde nog bijna duizend jaar - maar een einde aan de stroom van het leven, die zich niet bezig hield met het voldoen aan een eis van buitenaf, maar die voortkwam uit een staat van gewoon ‘zijn’, uit de verlangens van het hart, de motivatie van binnenuit. En dat einde aan het spontane leven,  aan het leven van binnenuit, kwam door het eten van de vrucht van de kennis van goed en kwaad.
Er is nogal wat discussie over wat deze vrucht en het eten ervan precies inhield, en waarom de slang de mensen voorhield dat ze - zodra ze ervan aten - als God zouden zijn. Een van de beste verklaringen vind ik die van Greg Boyd, die in navolging van Dietrich Bonhoeffer stelt dat de boom van de kennis van goed en kwaad stond voor het oordelen. Het onderscheid willen maken tussen goed en kwaad. De introductie van de meetlat. En dat leidde tot de dood. Want voorheen hoefde Adam nergens aan te voldoen. God had hem geen eis opgelegd, geen stappenplan gegeven, geen ‘targets’ vastgesteld. In plaats van een eis waaraan hij moest voldoen, in plaats van een oordeel, en straf en beloning, gaf God Adam een volmacht - hij mocht eten van alle vruchten in het veld, hij mocht de dieren namen geven die hij wilde, hij mocht de Aarde vullen en hij mocht heerser zijn over de schepping. Hij mocht initiatief nemen, zonder bang te hoeven zijn afgerekend te worden op wat hij presteerde. Hij mocht creatief zijn, zonder te hoeven vrezen voor de recensies. Hij mocht leven op basis van zijn hartsverlangen - wat zijn hand vond om te doen, dat mocht hij doen - op basis van motivatie van binnenuit, in plaats van geregeerd te worden van buitenaf. Dat mocht hij doen, zo kon hij leven, omdat hij leefde in een diepe, oprechte afhankelijkheid van God. God wandelde met Adam en Eva in de avondkoelte. De eerste mensen wisten van zichzelf dat God van ze hield, dat ze waardevol waren, dat ze er mochten zijn, precies zoals ze waren. En op basis van die liefde hielden ze van hun schepper, God, en wilden ze Hem kennen en volgen. Ze hielden niets voor hem verborgen, maar betrokken hem bij al hun beslissingen. En omdat ze zichzelf geliefd wisten, hielden ze ook van elkaar, omdat ze wisten dat God zelf ook onvoorwaardelijk van de ander hield. Ze legden elkaar geen eisen op, oordeelden en veroordeelden elkaar niet, maar deelden het leven zonder zich ooit te schamen.
De slang kon onze voorouders pas verleiden om te oordelen, hij kon ze er pas van overtuigen dat ze moesten voldoen aan uitwendige maatstaven, nadat hij ze had laten twijfelen aan de onvoorwaardelijke liefde van God. De tegenstander maakte God zwart, stelde het voor alsof God iets voor de mensen verborgen hield, alsof hij ze naief wilde houden en ze voor zijn eigen doeleinden wilde gebruiken. Nog anders verwoord: de duivel kreeg het voor elkaar dat Adam en Eva oordeelden over God, dat ze zelfs God wilden houden aan hun eigen maatstaven. En daarmee was voor hen de weg vrij om ook over elkaar te oordelen en over zichzelf te oordelen. Want wat is schaamte anders dan een oordeel over jezelf? ‘Ik ben niet goed’, is de gedachte achter schaamte, en de volgende stap is datgene te bedekken wat niet goed zou zijn. Bedekken met vijgenbladen of kleren, zoals in het geval van dit verhaal, of bedekken met inspanning, heiligheid, en hard werken, of juist losbandigheid, leugens (‘ik ben niet degene die slecht is, nee, die vrouw die u mij hebt gegeven .... of die slang ...’) en passiviteit.

Het goede nieuws van het evangelie is nu dat er een einde is gekomen aan het oordeel. Dit is de waarheid die Paulus bespreekt in Romeinen 8, de waarheid die hem uit zijn impasse helpt. Er is geen veroordeling meer voor hen die in Christus Jezus zijn! Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Hoe zal hij, die zelfs zijn eigen zoon niet heeft gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldiging inbrengen tegen uitverkorenen van God? God is het die rechtvaardigt, wie is het die veroordeelt? Dood noch leven, engelen, machten, noch krachten,  heden noch toekomst, hoogte, noch diepte. nog enig ander schepsel kunnen ons scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze Heer. Gods liefde is volmaakt. Dus hoeven we niet meer bang te zijn voor straf. Want de liefde drijft de vrees uit. We hoeven dus voortaan niet meer over onszelf te denken in termen van ‘goed’ of ‘slecht’. We hoeven ons niet meer af te vragen of we voldoen aan een of ander ideaal, of we een niveau van perfectie bereikt hebben. We hoeven ons ook niet meer met andere mensen te vergelijken. Elke uitwendige motivatie is zijn kracht ontnomen. ‘Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen’ (Kolossenzen 2:14) Nog steeds is de wet goed, zoals Paulus al zei, en rechtvaardig. In de wet, en in de bergrede en in de brieven van Paulus kunnen we lezen hoe het er uitziet om van mensen te houden. Maar de wet heeft geen macht meer om over ons te oordelen. We hoeven niet meer ‘goed’ of ‘slecht’ over onszelf te denken afhankelijk van hoe wij ons aan de regels houden. Het is juist de impact van de onvoorwaardelijke liefde van God waardoor wij ernaar gaan verlangen te leven op de manier die de wet beschrijft! De motivatie van buitenaf wordt motivatie van binnenuit, het gaat van extern naar intern. Paulus zegt ergens: ‘De liefde van Christus dringt ons ...’ Hij predikte niet uit schuldgevoel, niet omdat hij een bepaald quotum bekeerlingen moest halen, maar omdat hij het wilde, omdat hij wist dat God van hem hield en hij daar enthousiast over was. In Romeinen 8 noemt hij dit ‘leven door de Geest’. Het is de Geest van God die ons de liefde van God laat ervaren. Volgens het bijbelboek Johannes staan we door de Geest in verbinding met het leven van de drie-eenheid, met de wederzijdse opofferende liefde die de relaties van Vader, Zoon en Geest kenmerkt. En dit bruisende leven, dit levende water, is wat ons aandrijft in ons leven. Dit drijft ons aan om onszelf te respecteren, onze grenzen te bewaken en goed voor onszelf te zorgen. Dit drijft ons aan om onze medemens te respecteren, het goede voor hem of haar te zoeken en woorden van leven te spreken. En dit drijft ons aan om God te vereren, en Hem lief te hebben door zijn wil te doen. Het gedrag van de gelovige komt van binnenuit. Er komt geen oordeel aan te pas.

Toen ik in de loop van de nacht besefte dat ik mezelf wakker hield omdat ik over mezelf oordeelde, en dat ik dit mooi als voorbeeld kon gebruiken, kon ik een stuk beter slapen. Net zo geloof ik dat ik in staat ben om me vaker aan mijn dieet te houden als ik er geen oordelen aan verbind, als ik mezelf niet haat om mijn gewicht, en als ik er geen eis van maak. Ik kan me aan mijn dieet houden als ik mezelf zie als kostbare en waardevolle geliefde van God, en als ik mezelf in die positie ontspan. Als ik besef dat God van mij houdt, en als ik van mezelf kan houden, ga ik er ook naar verlangen om goed voor mezelf te zorgen. En daar hoort bij dat ik gezond eet. Mezelf ertoe dwingen loopt er op uit dat ik gefrustreerd raak. Als het mijn oprechte verlangen is om goed te eten (en als ik zorg dat het goede eten ook nog lekker is), wordt het voor mij een vreugde om me aan de voedingsvoorschriften te houden. Dan komt mijn motivatie namelijk niet van buitenaf, maar van binnenuit.

dinsdag 24 mei 2011

De zon blijft maar ondergaan ...

Het is weer tijd voor zonsondergangen! Dat heb je met het heldere weer - als de lucht egaal regengrijs zou zijn zou ik niet zo veel te fotograferen hebben. Maar mijn volgende foto's zullen uit Amerika zijn.




Als toegift nog eentje uit de dierentuin, maar niet van een dier!

zaterdag 21 mei 2011

Donkere planeten, missing link, Neuromancer, Calvin & Hobbes, Hawking, motivatie van buitenaf en de opname van de gemeente

Ongelofelijke superhelden

Planeten draaien niet alleen rond sterren, maar zweven ook in het donker van het heelal. Misschien zijn er wel net zo veel 'zonloze' planeten in ons sterrenstelsel als er sterren zijn. Waarschijnlijk zijn de planeten wel gevormd bij een ster, maar zijn ze uit hun zonnestelsel geslingerd. Stof voor SF-verhalen.

De ontdekking van een 'missing link' tussen hagedissen en pootloze hagedissen is aanleiding voor een discussie over de basis van de evolutietheorie.

Acteur Stephen Fry speelt mee in The Hobbit. En er komt een film van het SF-boek Neuromancer (dat onder andere als inspiratie diende voor films als The Matrix).

De trailer voor een interessante TV-serie, getiteld 'Once Upon A Time', waarin de echte wereld en de sprookjeswereld lijkt te versmelten en de waarheid van verhalen een belangrijke rol speelt.

Nederlandse stripheldin January Jones keert terug.

Over striphelden gesproken? Hoe zou het zijn met Calvin en Hobbes

N.T. Wright over Stephen Hawking. "In the Bible ‘heaven’ isn’t ‘the place where people go when they die.’ In the Bible heaven is God’s space while earth (or, if you like, ‘the cosmos’ or ‘creation’) is our space. And the Bible makes it clear that the two overlap and interlock. For the ancient Jews, the place where this happened was the temple; for the Christians, the place where this happened was Jesus himself, and then, astonishingly, the persons of Christians because they, too, were ‘temples’ of God’s own spirit."

Hier heb ik gisteren ook over geschreven: het verschil tussen motivatie van buitenaf en motivatie van binnenuit: "The sickness of religious idolatry can be measured by the extent to which it forces you to comply to standards of holiness in order to belong. There isn’t anything wrong with the standards of holiness – we need those! But it gets a little dicey in my mind when we rely solely on external motivation (i.e. “comply to our standards, or else!”) to get the job done. Because, of course, the most significant holiness can only come from the inside out, born of the Spirit. This is the difference between compelled obedience and inspired obedience. Legislating holiness can only deal with the outward symptoms of sin, but it rarely gets to the heart of the matter."

Oh, en vandaag is het volgens sommige gelovigen tijd voor de dag des oordeels. Chaplain Mike op Internetmonk heeft een paar pittige woorden te zeggen over de theologie van de opname en het dispensationalisme waar die uit voortkomt. "All the magnificent animated three dimensional literature of the Scriptures became flattened, reduced to a blueprint or series of mathematical formulae. Not only that, but the system seemed to miss (or at least downplay) the most important theological point of all—that Jesus and the story of him told in the Gospels is the pinnacle of God’s plan, the fulfillment of his promises. There will be one Second Coming, one return, one glorious “appearing” of the Lord Jesus Christ when he comes to consummate his triumphant finished work. It’s time to leave behind puzzle piece theology and read the Bible more carefully as it is given to us, not as we dissect it and put it back together."

vrijdag 20 mei 2011

Doe wat je wilt 1: het falende dieet

Het is niet zo makkelijk het toe te geven, vooral niet op internet, maar ik heb mij de afgelopen maanden niet goed aan mijn dieet gehouden. Ik ben een paar jaar geleden dertig kilo afgevallen met een bepaald eetpatroon. Maar de laatste maanden haalde ik vaak ‘s ochtends een broodje en een croissant op het station, nam ik taart als er op werk getrakteerd werd, haalde ik ‘s avonds op het station ook een snack of iets bij de koffie, en dronk ik ‘s avonds een biertje met wat erbij. Het gevolg ervan is dat ik weer heel wat kilo’s ben aangekomen, weer grotere broeken moet dragen en niet op de weegschaal durf te staan. Zelfs een collega op werk zei gisteren dat ik dik begon te worden. Dat voelt niet goed, natuurlijk. Ik wil graag weer een paar kilo’s kwijt. Maar het blijkt niet makkelijk weer consequent te zijn met diĂ«ten. Ik heb de neiging om me schuldig te gaan voelen als ik ben aangekomen, of als ik weer wat ongezonds heb gegeten, maar dat helpt weinig. Ik wordt daardoor alleen maar gefrustreerd over mijn dieet. Ik kan mezelf belonen als ik een bepaald streefgewicht heb bereikt, maar dan nog blijft mijn verlangen naar ongezond eten. En over lichaamsbeweging moeten we het helemaal maar niet hebben. Ben ik gedoemd om tot het eind van mijn leven dingen te doen zoals sport, waar ik niet van geniet, en niet datgene te eten waar ik eigenlijk trek in heb? Ik ellendig mens! Wie zal mij redden uit dit lichaam dezes doods?

Een verwijzing naar Paulus lijkt frivool in dit verband, maar is wel relevant. In een discussie op een blog las ik een tijdje geleden namelijk de uitspraak dat het er in het christelijk geloof om gaat dat wij dingen gaan doen die we niet willen. Wat wij willen is namelijk niet goed. De taak van predikers in de kerk is om ons zover te krijgen ons gedrag te veranderen. Zo lijkt het er vaak aan toe te gaan in diensten, ten minste die van de evangelische kerken die ikzelf heb meegemaakt. Ik overdrijf een beetje, maar als ik ze goed heb beluisterd zijn de preken enerzijds bedoeld om ons van kennelijk ongewenst gedrag af te krijgen. We moeten onszelf beheersen en de verleiding weerstaan. Alleen als we heilig zijn, zijn we immers ‘goede christenen’. Als we toch in de fout gaan, moeten we ons schuldig voelen, slecht over onszelf denken, en zo snel mogelijk God om vergeving vragen.
Aan de andere kant roepen de preken ons op het gewenste religieuze gedrag te vertonen: bidden, bijbellezen, kerkdiensten bezoeken, geld geven, evangeliseren et cetera. Het uitgangspunt daarbij is dat we dat uit onszelf niet willen, dus worden de negatieve consequenties beschreven van wat er gebeurt als we te weinig doen. Ik heb wel eens horen beweren dat we geestelijk gezien uit de lucht zouden storten als we geen stille tijd hielden (zoals arenden uit de lucht vallen als ze niet elke dag hun veren poetsen). We mogen dus positief over onszelf denken als we ons tot dit gedrag weten te zetten en moeten ons schuldig voelen (opnieuw) als we tekort schieten. We zijn ‘slechte christenen’ als we falen.
Maar deze oproepen zijn meestal niet effectief. Sterker nog, ze hebben vaak het tegenovergestelde effect. Onze strijd tegen verleiding lijkt nooit gewonnen te kunnen worden, en we lijken alleen maar vaker te struikelen hoe meer we proberen ‘nee’ te zeggen. Maar dit kunnen we niet publiekelijk toegeven, want dan ziet iedereen hoe slecht we eigenlijk zijn. Dus doen we alsof wij beter zijn dan anderen en vooral dan de mensen buiten onze groep. Aan de andere kant worden al die kennelijk zo goede en mooie activiteiten een sleur en een plicht. We hebben steeds meer energie nodig om ons ertoe te zetten, en van het podium moeten steeds krachtigere oproepen en sterkere dreigementen worden geroepen om bij de gemeenteleden iets gedaan te krijgen. Als het ons wel lukt om de discipline vol te houden, worden we trots. Als het ons niet lukt, raken we overspannen.

Deze boodschap is wat de Amerikaanse schrijver Dallas Willard ‘het evangelie van zondemanagement’ noemt. Ik heb er afgelopen zomer een serie over geschreven op deze blog, en waarschijnlijk zeg ik in dit en het volgende bericht in grote lijnen hetzelfde als toen, maar hopelijk wel in andere bewoordingen en met een andere insteek.
Want in die discussie die ik zojuist aanhaalde, reageerde iemand met de woorden: ‘Mensen doen altijd wat ze willen.’ Ik geloof dat deze reageerder gelijk had. Als wij iets doen - wat dan ook - is dat altijd omdat we het willen (behalve waar het gaat om stoornissen of onbewuste reflexen). We maken voortdurend keuzes. Om uit bed te komen, om de computer aan te zetten, om de stad in te gaan, om een vriend te bellen. Als we een verleiding weerstaan is dat omdat we dat willen, net zoals we het willen als we toegeven. Als we onze stille tijd houden is dat omdat we het willen, net zoals wanneer we ‘s ochtends niet uit de bijbel lezen.Als we niet meer doen wat we willen, zijn we geen mensen meer. Dan zijn we als robots geworden. Evangelischen gebruiken wel eens termen als ‘aan onze eigen wil sterven’ of ‘de eigen wil breken’ - maar dat kan niet. Ook onze keuze om niet te doen waar we naar verlangen is een uiting van onze wil, het is iets dat we zelf doen. En zelfs als overheersers of manipulatieve types -sekteleiders of dictators- onze keuzevrijheid inperken en ons laten doen wat zij zelf willen, is het een uiting van onze wil dat we hen die macht geven.
Predikers kunnen ons dus niet iets laten doen wat we niet zelf willen. Het enige dat ze kunnen is ons iets anders laten willen. Ze moeten ons ervan overtuigen dat de ene keuze beter is dan de andere, dat wil zeggen dat ze moeten inspelen op onze motivatie. Ik heb al eerder betoogd dat er niet zoiets is als ‘wilskracht’, als een aparte menselijke eigenschap. We doen per definitie wat we willen. De vraag die we ons moeten stellen is: Waarom willen we wat we doen?

Wat we willen, wordt bepaald door twee factoren. Een daarvan komt van binnenuit (ons verlangen). De ander komt van buitenaf (de gevolgen van het gedrag). De ene is intern - een grote, kolkende, zinderende krachtbron die ons elke dag opnieuw ertoe krijgt ons bed uit te komen en de deur uit te gaan. De andere is extern, de oordelen waarmee we steeds weer afwegen welke consequenties een keuze voor ons zal hebben, goede of slechte. Hoe de balans tussen ons verlangen (interne motivatie) en de gevolgen ervan (externe motivatie) doorslaat, bepaalt wat we op een bepaald moment doen. Of we bidden, of bijbellezen, of nog een tweede stuk appeltaart met slagroom nemen, ook al weten we dat de weegschaal de volgende dag meer zal aangeven. Als ik me moe voel, en een zware dag achter de rug heb, is mijn verlangen naar ‘comfort food’ zo sterk dat de angst voor het toegenomen gewicht er niet meer tegenop weegt. Als ik lekker in mijn vel zit, en productief ben geweest, merk ik dat ik goed voor mezelf wil zorgen en de taart dus kan laten staan.
Als iemand ons tot een bepaald gedrag wil krijgen (of ons met een bepaald gedrag wil laten stoppen) -ook al zijn we dat zelf- moet hij de balans laten doorslaan. Meestal gebeurt dat door aan gedrag bepaalde consequenties te verbinden. Het verlangen, de energiebron, de interne motivatie IS nu eenmaal gewoon. Het gaat dus bij pogingen van gedragsverandering (of zondemanagement) om externe motivatie. Het kan zijn dat iemand een beloning in het vooruitzicht wordt gesteld (een ereplaats in de hemel, een gezegend leven op Aarde, de goedkeuring van God), maar de automatische tegenhanger daarvan is dat iemand wordt bedreigd met straf bij het niet veranderen van het gedrag (de hel, ziekte en financieel ongerief, en Gods afkeuring). Als iemand maar bang genoeg is, kiest hij ervoor niet te doen wat uit zijn verlangen voortkomt. Dan wil hij dus datgene doen waar hij niet uit zichzelf naar verlangt. Let op: hij doet dus nog steeds wat hij wil. Wat is veranderd is zijn motivatie. Hij wil nu iets doen vanwege een externe motivatie, in plaats van uit een interne motivatie.
In een discussie op de Internetmonk-blog over de liefde van God las ik bijvoorbeeld het volgende commentaar: “If everyone is going to always have the chance to be redeemed, then why should I spend my time helping them? I’m going to Japan in a few days to help with earthquake relief and evangelism for the summer. My motivation is the fact that, with Japan’s small Christian population, most of that nation is heading for Hell. And that thought distresses me so badly I can’t describe it. Because I don’t want anyone in Hell, I want to go and spread the gospel and show Christ’s love to them so they can be saved from that terrible punishment. But if they can gain salvation in Hell, then all the wind is taken out of my sails. Suddenly, there’s no urgency to spread the Gospel. I mean, sure they could spend a long time in Hell, but they’ll get out eventually. And 100 years, 1 million years, 100^100^100 years in Hell is nothing compared to eternity in Heaven, so they aren’t losing anything by not knowing Christ here. I might as well just sight see in Japan.”
Deze man vindt de boodschap over de liefde van God, zoals die geopenbaard is in Jezus Christus, dus niet mooi genoeg om er uit zichzelf over te gaan vertellen. Hij is niet enthousiast over het goede nieuws, wat volgens mij wil zeggen dat hij er niet van overtuigd is dat het werkelijk goed is. Zijn interne motivatie schiet tekort om hem tot actie aan te zetten. Hij kan alleen tot handelen worden gebracht door de dreiging dat mensen naar de hel gaan, dat mensen gestraft worden als ze niet geloven, of als Hij ze niet over Jezus heeft verteld. Ik vermoed (maar dat schrijft hij verder niet in zijn reactie) dat zijn motivatie om heilig te leven, is dat hij bang is dat God anders boos op hem is, of dat gestraft zou worden als hij niet goed genoeg zou zijn. Zijn motivatie om naar de kerk te gaan of bijbel te lezen zou wel eens hetzelfde kunnen zijn. God kan alleen van hem houden als hij hard zijn best doet. Als God toch wel van hem zou houden, ongeacht wat hij wel of niet deed, waarom zou hij dan nog zijn best doen? Waarom zou hij er dan niet op los leven? Kennelijk is hij er niet van overtuigd dat het liefhebben van God en de naaste (wat heilig leven eigenlijk is) goed en waardevol is in zichzelf, en dat het leven in afhankelijkheid van God het beste leven is dat een mens kan leiden. Hij wordt alleen gemotiveerd door angst voor straf (en verlangen naar beloning), en niet door liefde. En zeer waarschijnlijk (maar ook dat vul ik in zonder dat hij het zelf schrijft) vindt hij dat hij te weinig doet, is hij boos op zichzelf over zijn falen en voelt hij zich schuldig.

Zo werkt dat bij externe motivatie - angst voor straf, verlangen naar beloning: het leidt tot frustratie. “Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik”, schrijft Paulus. “Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood?” En kijk, we zijn terug bij het begin van dit bericht! Maar lijkt dit vers niet te suggereren dat we niet doen wat we willen (of doen wat we niet willen)? Op het eerste gezicht wel - maar let op: het gaat in dit hoofdstuk over de wet. Paulus zegt dat hij ervan overtuigd is dat de wet heilig is, en de geboden heilig, rechtvaardig en goed. Ik ben er ook van overtuigd dat mijn dieet goed is, en dat lichaamsbeweging gezond is. En ook dat het slechte gevolgen heeft als ik me er niet aan houd. Maar dat maakt het niet makkelijker het te doen. Daar ligt het kennelijk niet aan.
Wat Paulus hier volgens mij bedoelt, is dat hij een conflict ervaart tussen zijn interne motivatie en de interne motivatie. Tussen de goede wet van God die hem van buitenaf motiveert, en de ‘wet van de zonde, die in mij leeft’, die hem van binnenuit motiveert - twee wetmatigheden. Let op dat hij daarbij steeds blijft spreken over zijn ‘ik’-het instrument waarmee hij 'wil'- dat is dus kennelijk niet verkeerd-  “Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet.” Hij merkt dat hij op momenten kiest voor datgene waarvan hij weet dat het slechte gevolgen zal hebben, en dat hij op andere momenten niet kiest voor datgene waarvan hij weet dat het de beste gevolgen zal hebben. Zijn interne motivatie wint het van de externe motivatie en hij is gefrustreerd. Maar als hij zichzelf zou proberen te veranderen door de wet, van buitenaf, zou hij alleen nog maar meer gefrustreerd raken - ‘Ik zou immers niet weten wat begeerte was als de wet niet zei: ‘Zet uw zinnen niet op wat van een ander is’.’ Mijn trek in taart zal alleen maar toenemen als ik mezelf verbied ooit nog taart te eten. En ik zal me nog schuldiger voelen als ik het wel doe.
Maar de interne motivatie kan Paulus niet zelf veranderen: niet door rationele argumenten, niet met beloningen of dreigementen. Hij kan de drijvende kracht van zijn verlangen niet op eigen beweging aanwakkeren of uitblussen. Die IS. Maar dat Paulus geen instrumenten heeft om zijn innerlijke motivatie te veranderen, wil niet zeggen dat er geen verandering mogelijk is. Paulus kan er namelijk wel voor kiezen zich open te stellen voor iets dat de innerlijke motivatie aanwakkert: liefde.

In het volgende bericht meer over de redenen dat externe motivatie gedoemd is te falen, en over de veranderende kracht van de liefde. En hoe dat te maken heeft met mijn dieet.

Vogels uit Blijdorp

Er waren niet alleen reptielen in Blijdorp, maar ook vogels. En sinds ik weet dat vogels eigenlijk vliegende dinosaurussen zijn (of wat wij kennen als dino's gewoon de 'niet vliegende dinosaurussen') vind ik vogels natuurlijk veel interessanter dan vroeger. 






woensdag 18 mei 2011

Kuifje, zeemeerminnen, landkrabben, rentmeesterschap, lichaam en ziel

De poster voor de Kuifjefilm van Spielberg. En de eerste trailer. Ziet er boeiend uit, en ik heb vertrouwen in de regisseurs, maar het blijft de vraag hoe overtuigend de animatie zal zijn.

De anatomie van de zeemeermin.

Op de blog Project: Rooftop worden nieuwe ontwerpen getoond van superhelden en superschurken. Een aanrader voor elke geek. 

Exoplaneet Gliese 581d is de eerste planeet waarvan (met computersimulaties) is bewezen dat -gegeven een atmosfeer met een hoog percentage koolstofdioxide- vloeibaar water aanwezig moet zijn. Maar er moeten nog veel aannames voor worden gedaan.

De eerste dieren hadden het moeilijk. De concentratie zuurstof in de atmosfeer (en in het water) was namelijk tien keer lager als nu. Maar in de omgeving van zuurstofproducerende bacteriĂ«n waren de omstandigheden gunstiger. De dieren leefden in zuurstofoases in een zuurstofloze woestijn.

Voordat mensen arriveerden op Hawai leefden er onder andere landkrabben, die tot hoog in de bergen voorkwamen en waarschijnlijk tot de top roofdieren behoorden. Ze stierven uit door de introductie van ratten. Een voorbeeld van de vreemde vormen die leven kan aannemen op eilanden, en van de nadelige effecten van de mens op de ecologie van deze eilanden.

De Rabbit Room roept ons op onze roeping als rentmeesters over deze schepping serieus te nemen. "It is not so much a failure of faith on our part as it is a failure of imagination, a myopic view of God’s panoramic purposes—from the redemption of the smallest and most foolish human being, to the restitching and repainting and reclaiming and reblessing of the whole cosmos. He has promised a new heaven and a new earth. We should be going into manic fits of gardening. We should plant trees just to be able to point to them and say, “Look—that beauty. That strength. That longevity. More, so much more, is coming.We will, by the grace of Christ through whom it was all made, see this brilliantly designed, big-bang-up, mathematical masterpiece of a universe raised to the infinite power—changed beyond our wildest fantasies, shaken free of death and disaster and disappointment—yet still unexpectedly, recognizably, belovedly our own.”

Een interessante vraag wordt besproken op Jesus Creed - wat maakt de mens een mens? Is de 'ziel' te onderscheiden van het lichaam? Is de mens in essentie anders dan dieren? 'If the capacities traditionally allocated to the “soul” – for example, consistency of memory, consciousness, spiritual experience, the capacity to make decisions on the basis of self-deliberation, planning and action on the basis of that decision, and taking responsibility for these decisions and actions – have neural basis, then the concept of “soul,” as traditionally understood in theology as a person’s “authentic self,” seems redundant.' Interessante discussie.

Een argument om minstens een deel van elke dag en elke week NIET bereikbaar te zijn. "To be transformed from the inside out, there must some piece of each day where we are not accessible and therefore have the space to allow our hearts to open and receive our Father. We need the daily and weekly bread of solitude to cultivate the quietness of our internal world and the sensitivity of our heart to His Voice."