De oudste computer ter wereld - het Antikytheramechanisme - nagebouwd met lego. En hij werkt ook nog eens! Kijk het filmpje voor de uitleg.
Interessante informatie over een prehistorische plantenetende krokodil. Krokodillen deden in het verleden wat diversiteit betreft nauwelijks onder voor de dinosaurussen. Over krokodillen gesproken: interessant feitje om gesprekken te verlevendigen: krokodillen zijn meer verwant aan vogels dan aan hagedissen, slangen of schildpadden. Krokodillen en vogels behoren namelijk tot de groep van de Archosauriers (waar ook de dino's toe behoorden), de rest van de reptielen niet.
Goed nieuws voor de amfibieenliefhebbers: het lijkt erop dat kikkerpopulaties in Australië en de VS zich weer herstellen. Het lijkt erop alsof de kikkers weerstand ontwikkelen tegen de dodelijke schimmel die al meerdere soorten heeft doen uitsterven.
De trailer voor superheldenfilm Thor - Noorse mythologie met een SF-randje.
De Christian Monist volgt het argument van Francis Schaeffer om uit te leggen waarom ons rouwen over de dood wijst op het bestaan van God: "Humans are exclusively programmed for mourning the loss of someone who has died. But this special sense goes far beyond just mourning. It has to do with consciousness, self-awareness and what I would call the love of life and longing for eternity. We are a people who longfor life and eternity both in ourselves and in those we love. Yet, the universe in which we live, dictates a different outcome. It creates an incredible tension, of which, mourning, grief, depression and severe longing is the consequence."
De Naked Pastor waarschuwt voor kerken die zichzelf of hun leden doelen opleggen. "Churches should be pointless, like my family is pointless. My family is not without its problems and issues, but it is a vibrant, rich, joyful and dynamic community. But it is completely pointless. It doesn’t mean things don’t happen or that we haven’t had an affect on others or the world. But we are pointless. We’re not even intentionally pointless. We are just pointless. And I love it for that. That’s why I love to go home every day and just be, just relax, just love and be loved." Meer over de waarde van de nutteloosheid: "Het gaat er niet altijd om het meest nuttige te doen, maar te doen waarin je het meest kunt zijn. De meest memorabele momenten in mijn leven waren juist de ogenblikken dat ik er alleen maar hoefde te zijn ... In nutteloosheid komt een mens tot leven."
John C. Wright vraagt zich af waarom God niet heeft gezorgd voor onweerlegbaar bewijs van zijn bestaan. "God does not want us to believe He exists. The devils in hell believe God exists: they react to the fact with hatred and stubbornness rather than with love. But they know.
God wants us to love him. If you have ever fallen in love, you know that the beloved is a mystery. Usually, at the outset, you do not even really know the beloved before you love her. The evidence of her love, the thousand thoughtful sacrifices a beloved makes for her lover, all that comes later. Loves comes first. The reason cannot encompass the infinite. A finite mind cannot grasp infinite truths. But, oddly enough, the heart can love infinitely. That is why God speaks to our loving hearts, not to our skeptical minds."
Philip Yancey krijgt de vraag wat de kerk kan leren van Alcoholics Anonymous: "Two lessons stand out sharply to me: radical honesty and radical dependence. Alcoholics Anonymous members can spot a fraud, hypocrite, or liar the minute he or she walks in the door. They know the only path to healing begins with a frank self-assessment of failure ... AA also forces each person to admit their dependence on God (or at least a Higher Power) and on each other. Most AA members freely admit they could never make it on their own. People of faith believe that, too, yet how many of us practice it as passionately as those in a twelve-step group?"
zondag 12 december 2010
zaterdag 11 december 2010
De dans van de liefde 1: De grondslag van het universum
Ik weet niet hoe zoiets bij jullie gaat, maar soms kom je opeens tot een nieuw inzicht, in een flits, als je van de trein naar huis loopt, of onder de douche staat. En dat nieuwe inzicht is zo helder, dat je jezelf de vraag stelt waarom je daar nooit eerder bewust van was. Het is allemaal zo duidelijk! Het is natuurlijk niet de bedoeling van deze blog om de natuur van inspiratie en intuïtie te ontleden, want A. daarvoor ben ik filosofisch niet genoeg onderlegd en B. deze blog wordt al lang genoeg zonder. Ik merk alleen op dat ik geloof dat als er een niet materiële waarheid is buiten ons om, dit volgens mij de manier is waarop we die leren kennen. Ik neem dit soort inzichten daarom graag serieus.
De laatste weken drongen er op de hierboven beschreven manier twee waarheden tot me door. Als eerste realiseerde ik me opeens dat mijn plezier in het leven is gebaseerd op mijn relaties. Het contact met andere mensen is wat het de moeite waard maakt elke dag weer mijn bed uit te komen. Het inzicht kwam toen ik nadacht over een film die ik had gekocht, en hoe ik ernaar uitzag die aan een vriend van me te laten zien. Ik wilde mijn plezier om die film delen met mijn vriend, en ik wist dat dit nog veel belangrijker was dan de film op zichzelf. En ik besefte dat ik uitkeek naar momenten van interactie: met de collega tegenover me aan het bureau, met wie ik soms hartelijk kan lachen, in de groep tijdens de koffiepauze, op de kring van de kerk (en vooral bij de fris erna), met een vriend van de bios terug naar het treinstation lopend. Ik wil mijn leven met mensen delen, en delen in hun leven. Ik wil mijn ideeën en creativiteit aan anderen geven, en genieten van hun overdenkingen en kunstwerken. Ik wil mijn hart openen, en voel me vereerd als anderen me een blik in hun eigen hart geven. En ik ervaar het als een groot gemis, een diepe pijn, dat ik aan het eind van de dag thuiskom in een donker appartement, zelf de lichtknop moet aanzetten en niemand mij vraagt hoe mijn dag was. Als ik een heel weekeinde alleen thuis zit, komen de muren op mij af. Natuurlijk heb ik soms behoefte aan wat privacy en afzondering, maar dat is om me op te laden, zodat ik later weer onder de mensen kan zijn.
Ik ben natuurlijk niet uniek in mijn waardering van intermenselijke contacten. Mensen zijn sociale wezens, daar is iedereen, theïst of atheïst, het over eens. Het ontbreken van intimiteit met anderen is zelfs schadelijk voor ons. Alleen zijn is een bron van stress (daar is eenzame opsluiting als straf ook op gebaseerd). In de laatste Psychologie las ik een artikel over mensen die nooit een relatie gehad hebben. Daarin stond onder andere dat getrouwde mensen minder rugpijn hebben, minder hoofdpijn en minder stress dan vrijgezellen, en zelfs minder vaak kanker krijgen of hart en vaatziekten. Uiteindelijk leven ze ook langer dan vrijgezellen! Getrouwde stellen waarderen hun leven gemiddeld met een 7,9, vrijgezellen met een 6,6. En mensen met een partner zijn ook nog eens succesvoller in hun werk. De veilige plek van de relatie geeft mensen een basis om de wereld te verkennen, initiatief te nemen en risico aan te kunnen. Gelukkig voor mij, zegt het artikel, kunnen goede vriendschappen het gemis van een liefdesrelatie grotendeels compenseren.
Hoe belangrijk relaties zijn, wordt geïllustreerd door recent wetenschappelijk onderzoek. Het was al langer bekend dat mensen die een religie aanhangen, gelukkiger zijn dan mensen die niet geloven. Nu blijkt echter dat dit niets te maken heeft met het geloof in een god of goden op zichzelf, en niets met de rituelen en het geloof in leven na de dood, maar dat dit vooral kan worden verklaard door het sociale aspect van veel religies. Het samen optrekken met anderen is wat ons gelukkige mensen maakt, niet de theologie. Voor christenen hoeft dit geen schok te betekenen, omdat juist de relaties met anderen in het christelijke geloof centraal staan. In de kern gaat het namelijk voor christenen niet om een juiste theologie, om het aannemen van geloofswaarheden, en een paradijselijke toestand na de dood. Nee, de kern van de christelijke overtuiging is de liefde - de intieme omgang van gelijkwaardige individuen, die van zichzelf geven aan de ander, en zijn of haar uniciteit vieren. Het hart van het christelijke geloof is niet een hiërarchie, waarbij een partij macht uitoefent over de ander, beloont bij gehoorzaamheid en straft bij ongehoorzaamheid. Nee, de kern is een eeuwige dans tussen gelijken, waarbij niemand zichzelf op de eerste plaats zet, maar waar de ander op het voetstuk staat.
Dit is hoe de mens geschapen is. Genesis 2:18 stelt: "Het is niet goed dat de mens alleen is." God laat het de mens voelen: in zijn eentje is hij incompleet. En dan maakt Hij de vrouw. Volgens de Joodse uitleggers niet uit Adams hoofd, waardoor zij boven hem zou staan, en niet uit Adams voeten, waardoor zij zijn voetveeg zou zijn, maar uit zijn zijde, waardoor ze gelijkwaardig aan hem zou zijn, en werkelijk naast hem zou staan. Pas in relatie was de mens compleet. Daarom zegt Genesis 1:27: "God schiep de mens als zijn evenbeeld ... mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen." Alleen als twee-eenheid was de mens wie hij bedoeld was: het evenbeeld van God.
Daar komen we bij de kern - want liefdevolle relaties tussen gelijken zijn niet alleen kern van de menselijke ervaring, ze zijn werkelijk de kern van alles wat er is. Ze zijn het hart van wie God is. De God van de bijbel is geen monolithische macht boven de mensen, als een vorst of een heerser, die straft en beloont. De God van de bijbel is een gemeenschap, de drie-eenheid. Drie personen, met een individuele eigenheid, een eigen wezen, die een eenheid vormen door hun liefde voor elkaar. Op dit gebied schieten menselijke woorden tekort, en is bescheidenheid passend, maar wat we weten is dat de Vader, de Zoon en de Geest elkaar liefhebben en van zichzelf aan elkaar geven. De Zoon doet wat de Vader wil, en offert zelfs zijn leven voor Hem op. De Vader geeft zijn glorie aan de Zoon en geeft hem de naam boven alle namen. De Geest zoekt geen aanbidding voor zichzelf, maar verricht het werk van God in de wereld. Elk van de drie zoekt uit eigen beweging, ongedwongen, in vrijheid, het beste voor de anderen. Er is een voortdurende uitwisseling van liefde, van blijdschap, van leven. Het is een eeuwige dans. En uit deze dans komt alles voort wat er is: elk atoom, elk sterrenstelsel komt overvloeien uit deze oneindige bron van gevende liefde. Elke intimiteit, elke schoonheid vindt hierin zijn oorsprong. Omdat de drie dansers elk niet op zichzelf gericht zijn, maar op de ander, is het hun verlangen dat de dans zich uitbreidt, tot in de eeuwigheid.
Daarom kan Johannes in zijn eerste brief tot twee keer toe zeggen dat God liefde IS. Hij heeft niet alleen lief. Hij IS liefde. De liefde IS het wezen van de drie-eenheid. Relaties ZIJN de basis van het universum. En wij worden door deze drie-eenheid opgeroepen ons aan te sluiten bij zijn dans. Dat doen we in de eerste plaats door God lief te hebben. Niet uit een opdracht, of omdat we anders gestraft zouden worden, of om een beloning te verdienen. Nee, omdat God ons liefheeft. Hij steekt zijn hand naar ons uit, en nodigt ons uit om ons aan te sluiten bij het dansende gezelschap. Hij biedt ons zijn vreugde, zijn vrede, zijn leven aan. Zonder kleine lettertjes, zonder addertjes onder het gras. Zonder dat we er iets voor terug hoeven doen. Het enige dat we hoeven doen is zijn liefde te ontvangen, er als een kind voor open te staan. En dan kan het niet anders of wij gaan ook liefhebben. We gaan zelf ook uitdelen van onszelf aan anderen.
We breiden de dans uit door relaties aan te gaan met onze medemensen. In het lachen met een collega, in een serieus gesprek bij de koffie, in intimiteit met een geliefde, daarin komt de eeuwige dans van de drie-eenheid tot uitdrukking. Relaties en vriendschappen zijn geen bijzaken. Ze zijn geen luxe, waar we het ook wel zonder kunnen stellen. Het is niet leuk 'voor erbij'. Nee, dit is waar we voor zijn geschapen. Ze zijn het belangrijkste dat er is. Naar de film gaan met een kennis van Twitter is dus niet alleen maar een prettige afleiding van een zaterdag vol vervelende klusjes, nee, het is een glorieuze, ernstige zaak, een uiting van de dans die aan het universum ten grondslag ligt. En tegelijk, omdat het een dans is, is het een feest. Je kunt het niet doen met een uitgestreken gezicht, omdat het nu eenmaal een plicht is. Het is serieus, maar het is tegelijk luchtig, frivool, een bron van vreugde. Je moet er bij lachen, elkaar in de zij stoten, en elkaar een arm om de schouders slaan.
De bijbel gebruikt voor de kerk ook beelden van gemeenschap en relaties. Een lichaam, waarbij ieder onderdeel verschilt van de anderen, maar dat toch niet kan bestaan zonder ook maar het minste van die organen. Een gezin, een huwelijk, een kudde. Kerk (om maar weer een stokpaardje te bereiden) draait niet om de structuur, de orde van de dienst, het gebouw of de leerstellingen. Waar het om draait zijn de relaties. De liefde die de gelovigen hebben voor elkaar. Daaraan zou de wereld immers kunnen zien wie de discipelen van Jezus waren!
Ik geloof dan ook niet dat de structuren in de eeuwigheid zullen blijven bestaan. De vormen, de gewoontes, de organisaties - ze zullen als kaf vergaan. Maar de relaties, de liefde, die is eeuwig. We zullen allemaal worden opgenomen in de dans van de drie-eenheid. We zullen hand in hand meebewegen in dat voortdurend veranderende, nooit statische patroon van gevende liefde. We zullen het leven ontvangen dat ons voortdurend gegeven wordt door de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en we zullen voortdurend onze eigen liefde, onze aanbidding en onze glorie geven aan de personen van de Godheid, en aan onze mede-mensen die net als wij opgaan in de dans. Van die glorieuze toekomst zijn onze relaties en vriendschappen nu maar een zwakke afspiegeling. Maar tegelijk zijn ze een voorbode van wat nog gaat komen. En dat motiveert mij om mijn angst te overwinnen, mijn twijfel aan mezelf te negeren, en initiatief te nemen om relaties aan te gaan. Want dat is volgens mij wat het betekent in God te geloven.
(Het feit is helaas dat relaties ook een bron van pijn en moeite zijn, en vaak niet voldoen aan het ideaal van de drie-eenheid. De reden daarvoor ligt bij onszelf, in ons hart. De barrière in ons om lief te hebben en liefde te ontvangen moet eerst worden afgebroken. Wat dat betekent, komt aan de orde in het tweede deel van dit bericht.)
De laatste weken drongen er op de hierboven beschreven manier twee waarheden tot me door. Als eerste realiseerde ik me opeens dat mijn plezier in het leven is gebaseerd op mijn relaties. Het contact met andere mensen is wat het de moeite waard maakt elke dag weer mijn bed uit te komen. Het inzicht kwam toen ik nadacht over een film die ik had gekocht, en hoe ik ernaar uitzag die aan een vriend van me te laten zien. Ik wilde mijn plezier om die film delen met mijn vriend, en ik wist dat dit nog veel belangrijker was dan de film op zichzelf. En ik besefte dat ik uitkeek naar momenten van interactie: met de collega tegenover me aan het bureau, met wie ik soms hartelijk kan lachen, in de groep tijdens de koffiepauze, op de kring van de kerk (en vooral bij de fris erna), met een vriend van de bios terug naar het treinstation lopend. Ik wil mijn leven met mensen delen, en delen in hun leven. Ik wil mijn ideeën en creativiteit aan anderen geven, en genieten van hun overdenkingen en kunstwerken. Ik wil mijn hart openen, en voel me vereerd als anderen me een blik in hun eigen hart geven. En ik ervaar het als een groot gemis, een diepe pijn, dat ik aan het eind van de dag thuiskom in een donker appartement, zelf de lichtknop moet aanzetten en niemand mij vraagt hoe mijn dag was. Als ik een heel weekeinde alleen thuis zit, komen de muren op mij af. Natuurlijk heb ik soms behoefte aan wat privacy en afzondering, maar dat is om me op te laden, zodat ik later weer onder de mensen kan zijn.
Ik ben natuurlijk niet uniek in mijn waardering van intermenselijke contacten. Mensen zijn sociale wezens, daar is iedereen, theïst of atheïst, het over eens. Het ontbreken van intimiteit met anderen is zelfs schadelijk voor ons. Alleen zijn is een bron van stress (daar is eenzame opsluiting als straf ook op gebaseerd). In de laatste Psychologie las ik een artikel over mensen die nooit een relatie gehad hebben. Daarin stond onder andere dat getrouwde mensen minder rugpijn hebben, minder hoofdpijn en minder stress dan vrijgezellen, en zelfs minder vaak kanker krijgen of hart en vaatziekten. Uiteindelijk leven ze ook langer dan vrijgezellen! Getrouwde stellen waarderen hun leven gemiddeld met een 7,9, vrijgezellen met een 6,6. En mensen met een partner zijn ook nog eens succesvoller in hun werk. De veilige plek van de relatie geeft mensen een basis om de wereld te verkennen, initiatief te nemen en risico aan te kunnen. Gelukkig voor mij, zegt het artikel, kunnen goede vriendschappen het gemis van een liefdesrelatie grotendeels compenseren.
Hoe belangrijk relaties zijn, wordt geïllustreerd door recent wetenschappelijk onderzoek. Het was al langer bekend dat mensen die een religie aanhangen, gelukkiger zijn dan mensen die niet geloven. Nu blijkt echter dat dit niets te maken heeft met het geloof in een god of goden op zichzelf, en niets met de rituelen en het geloof in leven na de dood, maar dat dit vooral kan worden verklaard door het sociale aspect van veel religies. Het samen optrekken met anderen is wat ons gelukkige mensen maakt, niet de theologie. Voor christenen hoeft dit geen schok te betekenen, omdat juist de relaties met anderen in het christelijke geloof centraal staan. In de kern gaat het namelijk voor christenen niet om een juiste theologie, om het aannemen van geloofswaarheden, en een paradijselijke toestand na de dood. Nee, de kern van de christelijke overtuiging is de liefde - de intieme omgang van gelijkwaardige individuen, die van zichzelf geven aan de ander, en zijn of haar uniciteit vieren. Het hart van het christelijke geloof is niet een hiërarchie, waarbij een partij macht uitoefent over de ander, beloont bij gehoorzaamheid en straft bij ongehoorzaamheid. Nee, de kern is een eeuwige dans tussen gelijken, waarbij niemand zichzelf op de eerste plaats zet, maar waar de ander op het voetstuk staat.
Dit is hoe de mens geschapen is. Genesis 2:18 stelt: "Het is niet goed dat de mens alleen is." God laat het de mens voelen: in zijn eentje is hij incompleet. En dan maakt Hij de vrouw. Volgens de Joodse uitleggers niet uit Adams hoofd, waardoor zij boven hem zou staan, en niet uit Adams voeten, waardoor zij zijn voetveeg zou zijn, maar uit zijn zijde, waardoor ze gelijkwaardig aan hem zou zijn, en werkelijk naast hem zou staan. Pas in relatie was de mens compleet. Daarom zegt Genesis 1:27: "God schiep de mens als zijn evenbeeld ... mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen." Alleen als twee-eenheid was de mens wie hij bedoeld was: het evenbeeld van God.
Daar komen we bij de kern - want liefdevolle relaties tussen gelijken zijn niet alleen kern van de menselijke ervaring, ze zijn werkelijk de kern van alles wat er is. Ze zijn het hart van wie God is. De God van de bijbel is geen monolithische macht boven de mensen, als een vorst of een heerser, die straft en beloont. De God van de bijbel is een gemeenschap, de drie-eenheid. Drie personen, met een individuele eigenheid, een eigen wezen, die een eenheid vormen door hun liefde voor elkaar. Op dit gebied schieten menselijke woorden tekort, en is bescheidenheid passend, maar wat we weten is dat de Vader, de Zoon en de Geest elkaar liefhebben en van zichzelf aan elkaar geven. De Zoon doet wat de Vader wil, en offert zelfs zijn leven voor Hem op. De Vader geeft zijn glorie aan de Zoon en geeft hem de naam boven alle namen. De Geest zoekt geen aanbidding voor zichzelf, maar verricht het werk van God in de wereld. Elk van de drie zoekt uit eigen beweging, ongedwongen, in vrijheid, het beste voor de anderen. Er is een voortdurende uitwisseling van liefde, van blijdschap, van leven. Het is een eeuwige dans. En uit deze dans komt alles voort wat er is: elk atoom, elk sterrenstelsel komt overvloeien uit deze oneindige bron van gevende liefde. Elke intimiteit, elke schoonheid vindt hierin zijn oorsprong. Omdat de drie dansers elk niet op zichzelf gericht zijn, maar op de ander, is het hun verlangen dat de dans zich uitbreidt, tot in de eeuwigheid.
Daarom kan Johannes in zijn eerste brief tot twee keer toe zeggen dat God liefde IS. Hij heeft niet alleen lief. Hij IS liefde. De liefde IS het wezen van de drie-eenheid. Relaties ZIJN de basis van het universum. En wij worden door deze drie-eenheid opgeroepen ons aan te sluiten bij zijn dans. Dat doen we in de eerste plaats door God lief te hebben. Niet uit een opdracht, of omdat we anders gestraft zouden worden, of om een beloning te verdienen. Nee, omdat God ons liefheeft. Hij steekt zijn hand naar ons uit, en nodigt ons uit om ons aan te sluiten bij het dansende gezelschap. Hij biedt ons zijn vreugde, zijn vrede, zijn leven aan. Zonder kleine lettertjes, zonder addertjes onder het gras. Zonder dat we er iets voor terug hoeven doen. Het enige dat we hoeven doen is zijn liefde te ontvangen, er als een kind voor open te staan. En dan kan het niet anders of wij gaan ook liefhebben. We gaan zelf ook uitdelen van onszelf aan anderen.
We breiden de dans uit door relaties aan te gaan met onze medemensen. In het lachen met een collega, in een serieus gesprek bij de koffie, in intimiteit met een geliefde, daarin komt de eeuwige dans van de drie-eenheid tot uitdrukking. Relaties en vriendschappen zijn geen bijzaken. Ze zijn geen luxe, waar we het ook wel zonder kunnen stellen. Het is niet leuk 'voor erbij'. Nee, dit is waar we voor zijn geschapen. Ze zijn het belangrijkste dat er is. Naar de film gaan met een kennis van Twitter is dus niet alleen maar een prettige afleiding van een zaterdag vol vervelende klusjes, nee, het is een glorieuze, ernstige zaak, een uiting van de dans die aan het universum ten grondslag ligt. En tegelijk, omdat het een dans is, is het een feest. Je kunt het niet doen met een uitgestreken gezicht, omdat het nu eenmaal een plicht is. Het is serieus, maar het is tegelijk luchtig, frivool, een bron van vreugde. Je moet er bij lachen, elkaar in de zij stoten, en elkaar een arm om de schouders slaan.
De bijbel gebruikt voor de kerk ook beelden van gemeenschap en relaties. Een lichaam, waarbij ieder onderdeel verschilt van de anderen, maar dat toch niet kan bestaan zonder ook maar het minste van die organen. Een gezin, een huwelijk, een kudde. Kerk (om maar weer een stokpaardje te bereiden) draait niet om de structuur, de orde van de dienst, het gebouw of de leerstellingen. Waar het om draait zijn de relaties. De liefde die de gelovigen hebben voor elkaar. Daaraan zou de wereld immers kunnen zien wie de discipelen van Jezus waren!
Ik geloof dan ook niet dat de structuren in de eeuwigheid zullen blijven bestaan. De vormen, de gewoontes, de organisaties - ze zullen als kaf vergaan. Maar de relaties, de liefde, die is eeuwig. We zullen allemaal worden opgenomen in de dans van de drie-eenheid. We zullen hand in hand meebewegen in dat voortdurend veranderende, nooit statische patroon van gevende liefde. We zullen het leven ontvangen dat ons voortdurend gegeven wordt door de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en we zullen voortdurend onze eigen liefde, onze aanbidding en onze glorie geven aan de personen van de Godheid, en aan onze mede-mensen die net als wij opgaan in de dans. Van die glorieuze toekomst zijn onze relaties en vriendschappen nu maar een zwakke afspiegeling. Maar tegelijk zijn ze een voorbode van wat nog gaat komen. En dat motiveert mij om mijn angst te overwinnen, mijn twijfel aan mezelf te negeren, en initiatief te nemen om relaties aan te gaan. Want dat is volgens mij wat het betekent in God te geloven.
(Het feit is helaas dat relaties ook een bron van pijn en moeite zijn, en vaak niet voldoen aan het ideaal van de drie-eenheid. De reden daarvoor ligt bij onszelf, in ons hart. De barrière in ons om lief te hebben en liefde te ontvangen moet eerst worden afgebroken. Wat dat betekent, komt aan de orde in het tweede deel van dit bericht.)
Labels:
bijbel,
dans,
drie-eenheid,
gemeenschap,
liefde,
relaties,
theologie,
vrijgezellen,
vrijheid
donderdag 9 december 2010
Dimetrodon, nieuwe vissen, speculatieve biologie, Elysium en sprookjesfilms
Dinosaurusnieuws: het meest complete skelet van zoogdierachtig reptiel Dimetrodon ooit gevonden, en een nieuwe gehoornde dinosaurus, uit Zuid-Korea, met een bizarre vinachtige staart!
Voor de aquariumliefhebbers en anderen die in vissen geinteresseerd zijn (anders dan om ze op te eten): de salamandervis (Lepidogalaxias salamandroides), die alleen voorkomt in een klein gebiedje in Australië, is wel heel bijzonder. Niet alleen overleeft hij droogte door zich in te graven en gebruikt hij inwendige bevruchting om zich voort te planten, hij is ook de enige vis ter wereld die zijn kop kan bewegen! (Zie daarvoor het filmpje). Verder is er een nieuwe hommelmeerval ontdekt, een nieuwe cichlide uit Egypte en een nieuwe grottenvis in Indonesië.
Een nieuw ontdekte kameleonsoort uit Madagscar is zo klein dat hij past op een vingernagel.
Nieuwe speculatieve biologie, nu over een gefantaseerde planeet Furaha. Goed uitgedacht, mooi getekend en met authentieke quotes. Beter kan het niet ...
De bekende 'hobbit' op het eiland Flores werd mogelijk bedreigd door een enorme soort niet vliegende ooievaar, waarvan nu fossielen zijn gevonden.
Vroege cartoons van Bill 'Calvin and Hobbes' Watterson. Zijn stijl is nooit ingrijpend veranderd, en dat is geen kritiek!
Er komt een nieuwe film van Neil 'District 9' Blomkamp, nu over een planeet ver weg: Elysium.
De eerste beelden van de volgende Pirates of the Caribbean-film. En alle tot nu toe bekende informatie over de tweede film over Sherlock Holmes.
De Rabbitroom roept ons op de klassieken te lezen: Dante, Tolstoy en Dickens. Misschien moet ik er maar gehoor aan geven. De genoemde voorbeelden zijn inspirerend.
Mike Cosper vraagt zich af waarom Disney heeft besloten geen sprookjesfilms meer te maken. Waarin ligt de kloof tussen de opgroeiende kinderen van vandaag de dag en de wereld van de sprookjes? "Maybe the idea of being part of a larger story (like the redeemed kingdom of Sleeping Beauty) doesn’t connect to a world of narcissism, where the story is all about us (like Hannah Montana). Maybe too, we hate the idea of being rescued. We’d rather believe that we could save ourselves." Maar er is hoop: "One thing I’m certain of: the fairy tale isn’t finished. Even if Disney isn’t telling the story, it will continue to be told. A beautiful bride will be held captive, and at the cost of his life, the prince will rescue her. Until Jesus returns, (and probably thereafter) we’ll want to hear the story again and again. Because it’s true." Tolkien zou het er mee eens zijn (hoewel hij de Disney varianten van sprookjes als zwakke aftreksels van de originelen zou beschouwen).
Voor de aquariumliefhebbers en anderen die in vissen geinteresseerd zijn (anders dan om ze op te eten): de salamandervis (Lepidogalaxias salamandroides), die alleen voorkomt in een klein gebiedje in Australië, is wel heel bijzonder. Niet alleen overleeft hij droogte door zich in te graven en gebruikt hij inwendige bevruchting om zich voort te planten, hij is ook de enige vis ter wereld die zijn kop kan bewegen! (Zie daarvoor het filmpje). Verder is er een nieuwe hommelmeerval ontdekt, een nieuwe cichlide uit Egypte en een nieuwe grottenvis in Indonesië.
Een nieuw ontdekte kameleonsoort uit Madagscar is zo klein dat hij past op een vingernagel.
Nieuwe speculatieve biologie, nu over een gefantaseerde planeet Furaha. Goed uitgedacht, mooi getekend en met authentieke quotes. Beter kan het niet ...
De bekende 'hobbit' op het eiland Flores werd mogelijk bedreigd door een enorme soort niet vliegende ooievaar, waarvan nu fossielen zijn gevonden.
Vroege cartoons van Bill 'Calvin and Hobbes' Watterson. Zijn stijl is nooit ingrijpend veranderd, en dat is geen kritiek!
Er komt een nieuwe film van Neil 'District 9' Blomkamp, nu over een planeet ver weg: Elysium.
De eerste beelden van de volgende Pirates of the Caribbean-film. En alle tot nu toe bekende informatie over de tweede film over Sherlock Holmes.
De Rabbitroom roept ons op de klassieken te lezen: Dante, Tolstoy en Dickens. Misschien moet ik er maar gehoor aan geven. De genoemde voorbeelden zijn inspirerend.
Mike Cosper vraagt zich af waarom Disney heeft besloten geen sprookjesfilms meer te maken. Waarin ligt de kloof tussen de opgroeiende kinderen van vandaag de dag en de wereld van de sprookjes? "Maybe the idea of being part of a larger story (like the redeemed kingdom of Sleeping Beauty) doesn’t connect to a world of narcissism, where the story is all about us (like Hannah Montana). Maybe too, we hate the idea of being rescued. We’d rather believe that we could save ourselves." Maar er is hoop: "One thing I’m certain of: the fairy tale isn’t finished. Even if Disney isn’t telling the story, it will continue to be told. A beautiful bride will be held captive, and at the cost of his life, the prince will rescue her. Until Jesus returns, (and probably thereafter) we’ll want to hear the story again and again. Because it’s true." Tolkien zou het er mee eens zijn (hoewel hij de Disney varianten van sprookjes als zwakke aftreksels van de originelen zou beschouwen).
Labels:
dinosaurussen,
fantasy,
films,
verbeelding,
vissen
woensdag 8 december 2010
Winterse kleuren
Nee, ik ben mijn blog niet vergeten. Wegens Sinterklaasvieringen was er de laatste week weinig nieuwe content, maar wees niet bezorgd: ik ben nog niet moe van het schrijven. Of van het fotograferen. Vandaag had ik mijn fotocamera mee naar het werk, en in de lunchpauze kon ik eindelijk een paar van de besjes op de foto zetten waar ik en mijn collega's steeds voorbij lopen.
Ik vond zelfs nog bloemen!
Ik vond zelfs nog bloemen!
Labels:
foto's,
schoonheid
Boekbespreking: Manalive
Een van de grootste Engelse schrijvers van de vorige eeuw (naast J.R.R. Tolkien en C.S. Lewis natuurlijk) was G.K. Chesterton. En dan bedoel ik natuurlijk niet ‘grootste’ in termen van lichaamsomvang, al schijnt hij wat dat betreft ook tot de top behoord te hebben. Hij was nogal fors, en daarbij ook behoorlijk excentriek wat betreft zijn kleding en zijn gedrag (het is dus duidelijk dat een van de karakters in het boek dat ik hier bespreek gezien moet worden als representant van de auteur, maar dat ter zijde).
Nee, Chesterton was een begaafd auteur. Zijn productie was enorm, om te beginnen wat hij aan kranten- en tijdschriftartikelen voortbracht. Daar is mijn blog niets bij. Volgens mij had hij uiteindelijk zelfs een eigen krant. Hij had heldere ideeën en aarzelde niet die te verdedigen. Dat deed hij met respect voor zijn intellectuele tegenstanders als persoon, met eruditie en intelligentie en niet te vergeten met een aanstekelijke humor in voorbeelden en woordkeuze. Ook het meest serieuze stuk van Chestertons hand (een van zijn biografieën van Charles Dickens of Franciscus van Assisi bijvoorbeeld) valt niet te lezen zonder een glimlach. Chesterton is vooral bekend vanwege zijn detectiveverhalen over Father Brown. Een concurrent van Sherlock Holmes, maar dan geen privedetective, maar een eenvoudige plattelandspriester, die misdaden niet oplost door zijn kennis van exotische grondsoorten en verschillende vormen van sigarenpeuken, maar door zijn kennis van de menselijke aard. De Father Brown-verhalen zijn vertaald tot televisieserie, verfilmd en omgezet tot stripverhaal, en zullen volgens mij voorlopig nog wel gelezen worden.
Daarnaast kennen Chestertons’ apologetische werken enige populariteit, vooral zijn klassiekers Orthodoxy en The Everlasting Man. De christelijke auteur Philip Yancey noemt Chesterton (en vooral Orthodoxy) als een van de invloeden die zijn geloof heeft gered. En het lezen van The Everlasting Man overtuigde Lewis ervan dat je niet je verstand opzij hoefde te zetten om christen te worden. Beide boeken overtuigen misschien zelfs minder door de kracht van de argumenten dan door de vreugdevolle, levendige voorbeelden en schrijfstijl. Ze zijn uitzonderlijk ‘quotable’. Wat Chesterton meer dan enige andere apologeet voor elkaar krijgt is het christelijk geloof verbinden aan de algemene menselijke ervaring, en te laten zien dat het een bron is van vreugde, betekenis en echt leven. Deze boeken zullen door mij in elk geval keer op keer uit mijn boekenkast worden gehaald.
Maar het lijkt alsof Chestertons’ productiviteit onuitputtelijk was. Uit zijn hoge hoed toverde hij niet alleen biografieën van schrijvers en heiligen, en maatschappijkritische commentaren, maar ook talloze korte verhalen en romans. Sommige daarvan hebben de tand des tijds doorstaan. The Man Who Was Thursday is een metafysische spionageroman, en The Napoleon of Notting Hill een absurde politieke farce. Hoewel Chesterton geen science fiction schreef (hij was wel bekend met de werken van H.G. Wells, met wie hij onder andere in Heretics en Orthodoxy in discussie treedt) hangen zijn boeken wel aan tegen het fantastische genre. Ze gaan dan wel niet over de consequenties van technologische ontwikkelingen, en ze bevatten geen draken, elven of tovenaars, maar wel worden gewone mensen geconfronteerd met een inbreuk in hun alledaagse bestaan, een plotselinge verstoring die hun routines en stokpaardjes grondig in de war gooit. Onverwachte gebeurtenissen zorgen voor een frisse bries in hun leven. Ze openen hun de ogen voor de schoonheid en kostbaarheid die hen omringt, en de onvervangbare betekenis van de mensen om hen heen. Anders gezegd - de gebeurtenissen maken de heiligheid van het menselijke bestaan zichtbaar. De werkelijkheid wordt met een moeilijk woord (en vast geen correct Nederlands) gesacraliseerd.
Dit is volgens mij wat de beste fantastische verhalen doen. Ze betoveren ons niet, maar maken de betovering ongedaan. C.S. Lewis zei al eens dat wij krachtige spreuken nodig hebben om ons te bevrijden van de betovering van wereldgelijkvormigheid die sinds de Verlichting over ons ligt. Hij had het over de spreuken van het materialistische wereldbeeld, de psychologie van Freud die alle emoties terugbrengt tot verdrongen frustraties, het evolutionisme als wereldbeeld dat de mens van zijn betekenis beroofde en de economische theorie die het individu terugbracht tot slechts een radertje in een systeem. Het gaat om de spreuken van het reductionisme, waardoor we zelfs onze relaties met vrienden zien in termen van geven en nemen, als een sociaal spel, waarvoor we zijn geëvolueerd. De constructies uit wetenschap en religie lijken veel te verklaren, maar tegelijk beroven ze de mens en de wereld van hun glans, van hun uniciteit. De beste fantasieverhalen kunnen ons volgens Tolkien genezen van deze vorm van verveling, van “de vale modder van het afgezaagde of het vertrouwde”, zoals hij schrijft in Over Sprookjesverhalen. De fantasie maakt dat we de dingen zien zoals ze bedoeld waren. “Wij moeten weer naar groen kijken en opnieuw verwonderd worden door blauw, geel en rood. Wij moeten de centaur en de draak ontmoeten, misschien plotseling, zoals de oude schaapherders, schapen, honden, paarden – en wolven zien.” Chesterton deelde deze mening over sprookjesverhalen. Volgens hem was het gras in deze verhalen goud, zodat wij ons erover zouden verbazen dat het bij ons groen is. En de paarse hemel boven een andere planeet in een sciencefictionverhaal laat ons stilstaan bij het feit dat de lucht boven ons blauw is. Elk persoon met wie we spreken, elke kiezelsteen, kastanje of knop aan een boomtak, elke wolk en elk boek, ja, elk moment, heeft een unieke, onvervangbare eigenheid. Ze zijn puur en helemaal zichzelf, en dus ons respect waard, ja, zelfs onze liefde. Een liefde die we ernstig mogen vieren, in uitbundige rituelen. Dit lag volgens Chesterton aan de basis van de tradities van de kerk (Chesterton werd uiteindelijk katholiek).
Deze filosofie is overduidelijk te proeven in Manalive, een van Chestertons minder bekende romans. Het is voor mij ook wel duidelijk waarom dit boek de tand des tijds iets minder goed heeft doorstaan dan zijn andere werken. Het ademt de tijdgeest van het begin van de 20e eeuw, inclusief het beeld van andere volken en beschavingen, op een manier die op ons misschien weinig verlicht overkomt. Vooral bij de beschrijvingen van de Jood Mozes Gould moest ik wel een paar keer met mijn ogen knipperen. Wij zijn erop getraind elk spoor van mogelijke discriminatie te onderscheiden en te veroordelen. Een eeuw geleden deed de rassentheorie echter nog opgeld. Bovendien waren andere culturen en landen en mensen met een andere huidskleur nog exotisch: ze behoorden tot een andere wereld, en dat leidde tot generalisaties en onbegrip. Bovendien wordt dit boek, nog meer dan Father Brown en The Man Who Was Thursday gekenmerkt door filosofische discussies en terzijdes. Chesterton wilde met dit boek niet in de eerste plaats een verhaal vertellen, maar een punt illustreren (en dat doet hij trouwens boeiend). De karakters en hun wedervaren spelen de tweede viool. Wie daar doorheen weet te prikken, komt in dit boek echter ook tegen wat Chestertons werk zo boeiend maakt: prikkelende argumenten, levendige beeldspraak, heldere tegenstellingen en zijn goedaardige Engelse ‘wit’.
Chesterton is, zoals ik al betoogde, een groot schrijver. En hij maakt al in de eerste alinea duidelijk wat zijn lezers van het boek kunnen verwachten: “A wind sprang high in the west, like a wave of unreasonable happiness, and tore eastward across England, trailing with it the frosty scent of forests and the cold intoxication of the sea. In a million holes and corners it refreshed a man like a flagon, and astonished him like a blow. In the inmost chambers of intricate and embowered houses it woke like a domestic explosion, littering the floor with some professor’s papers till they seemed a precious as fugitive, or blowing out the candle by which a boy read ‘Treasure Island’ and wrepping him in roaring dark. Everywhere it bore drama into undramatic lives, and carried the trump of crisis across the world.” De wind bereikt ook een Londens pension, en dreigt de hoeden van de huurders af te blazen. De mannen en vrouwen die hier wonen zijn heel verschillend, maar wel delen ze allemaal het gevoel dat ze tot stilstand zijn gekomen. De een drinkt, de ander is timide en denkt nooit te zullen trouwen, weer een ander waakt scherp over haar erfenis. Ze verschuilen zich allemaal. Ze delen niet in het echte leven. “I don’t smoke or drink,” zegt een van de figuren. “Because I think they’re drugs. And yet I fancy all hobbies, like my camera and bicycle, are drugs too. Getting under a black hood, getting into a dark room - getting into a hole anyhow. Drugging myself with speed, and sunshine, and fatigue and fresh air. Pedalling the machine so far that I turn into a machine myself. That’s the matter with all of us. We’re too busy to wake up.” Dan verschijnt degene van wie de wind de voorbode was: Innocent Smith. De man komt hun leven binnen over de schutting, en zet het pension op zijn kop. Hij doet het net allemaal even anders. De andere gasten worden door zijn enthousiasme meegesleurd, en beginnen als met nieuwe ogen naar hun omgeving en naar elkaar te kijken. Ze willen weer kiezen voor het leven. Maar net als Smith in een opwelling mevrouw Gray ten huwelijk heeft gevraagd (en zij “Ja” zei), verschijnt een Amerikaanse zielendokter Pym ten tonele. Hij heeft bewijzen, zegt hij, dat Smith niet zo onschuldig is als hij zich voordoet. Hij wordt beschuldigd van pogingen tot moord, diefstal, het verlaten van zijn vrouw en van polygamie. Hij zou (op zijn minst) in een gekkenhuis thuishoren. Maar de pensiongasten laten zich niet zomaar overdonderen. Ze waren namelijk juist zelf tot de conclusie gekomen dat Smiths invloed hen van hun gekte had genezen. Ze hadden eindelijk geproefd van geestelijke gezondheid. En dus nemen ze de verdediging op zich van deze bizarre man. In een geimproviseerd tribunaal worden de goed onderbouwde bewijzen van dokter Pym weerlegd door getuigenverklaringen van overal en nergens. Achter de gekheid van Smith blijkt wel degelijk redelijkheid schuil te gaan.
Het blijkt namelijk dat Smith zichzelf steeds opnieuw wil herinneren aan de waarde van het leven, van zijn bezit, zijn huis, en van zijn vrouw en kinderen. Hij wil niet afgestompt raken, niet door gewoonte, en niet door nihilistische filosofie. Hij wil het leven niet aan zich voorbij laten trekken. Nee, hij wil ervoor kiezen het ten volle te ervaren. Maar daarvoor heeft hij soms extreme maatregelen nodig. Want meestal zien we pas in hoe waardevol is wat we hebben, als we het dreigen te verliezen. We beseffen pas hoe glorieus het is om te leven, als we weten dat we morgen zullen sterven. “I caught a glimpse of the meaning of death and all that”, zegt Innocent. “The skull and cross-bones, the memento mori. It isn’t only meant to remind us of a future life, but to remind us of a present life too. With our weak spirits we should grow old in eternity if we were not kept young by death. Providence has to cut immortality into lengths for us, as nurses cut the bread and butter into fingers.” De eindigheid van het bestaan, het besef dat elke seconde die voorbij gaat ons dichter brengt bij de dood, zet de zaken op scherp. Als je weet dat je kans om te genieten van zich rond je bevindt elk moment voorbij kan zijn, worden gewone dingen opeens ontzettend belangrijk. Op de dag van je executie werk je je ontbijt niet meer gedachteloos naar binnen, maar geniet je van elke hap. Misschien hebben we allemaal het idee dat het leven eindeloos is, en dat we morgen wel kunnen beginnen de ware zaken serieus te nemen, maar dat is een illusie. We worden eigenlijk elke seconde geconfronteerd met de kogel van de tijdelijkheid.
Net zo nemen we onze bezittingen als vanzelfsprekend aan. Ook dat weigert Smith. Daarom dringt hij als inbreker zijn eigen huis binnen, om zijn eigen spullen te stelen. Hij wil dat zijn bezit, hoe eenvoudig of gewoon ook, voor hem zo bijzonder is als geld en diamanten voor een dief. Hij wil er niet aan wennen dat hij het heeft, daarom doet hij alsof het niet van hem is. Zo wil hij ook niet dat zijn huis en zijn vrouw voor hem de gewoonste zaak van de wereld worden, hij wil hun aanwezigheid in zijn leven niet ter kennisgeving aannemen. Daarom gaat hij op pelgrimstocht. Hij verlaat huis en haard, juist omdat hij die wil vinden. En als hij de hele wereld is rondgetrokken, vind hij aan het eind van zijn reis de vervulling van zijn verlangen. Zijn huis is dan voor hem weer als nieuw. En zo wil hij ook in zijn huwelijk niet de eerste liefde verliezen, de romantiek van de verloving, de spanning van de verkering, en de verwondering over deze ander naast hem, deze vrouw, zo bijzonder, zo anders. Daarom vraagt hij haar keer op keer ten huwelijk, steeds in een andere situatie, zodat hij bewust blijft genieten van het feit dat hij al getrouwd is.
Dit, te kiezen voor het leven, het eigen bezit, de eigen vrouw, is volgens Chesterton wat het betekent goed te zijn. Dit is het echte, ware leven. En alleen omdat Innocent daarnaar verlangt - te leven, lief te hebben, anderen te dienen - kan hij zich zo wild gedragen als hij doet: “If Innocent is happy, it is because he is innocent. If he can defy the conventions, it is just because he can keep the commandments. It is just because he does not want to kill but to excite to life that a pistol is still as exciting to him as it is to a schoolboy. It is just because he does not want to steal, because he does not covet his neighbour’s goods, that he has captured the trick (oh, how we all long for it!), the trick of coveting his own goods. It is just ecause he does not want to commit adultery that he achieves the romance of sex. It is just because he loves one wife that he has a hundred honeymoons.”
Een moreel hoogstaand leven wordt vaak gezien als saai, als bekrompen, als benauwd: steeds het goede te moeten zoeken, steeds te moeten liefhebben. Maar volgens Chesterton is het juist andersom - niet het morele leven maakt ons verveeld en afgestompt, niet goeddoen maakt ons saai en levenloos, maar het immorele, kwade leven. Onze zelfzucht maakt ons onvrij. We verliezen onze onschuld, we kunnen niet meer zijn als de kinderen, en daarmee verliezen we ook onze mogelijkheid om onbevangen van het leven te genieten. We raken verveeld van het goede en het mooie, we zijn niet meer tevreden met wat we hebben. We willen het anders, we willen meer. Zoals Chesterton het schrijft in Orthodoxy: “Wij zijn oud geworden, en onze Vader is jonger dan wij.” God vloeit over van leven. Vreugde is bij zijn aangezicht. Als een kind geniet hij er elke dag van de zon te laten opgaan. Hij heeft plezier in de kleinste zandkorrel als in het grootste sterrenstelsel, hij luistert aandachtig naar alles wat we zeggen, hoe vaak hij het ook gehoord heeft. Hij die volmaakt goed en heilig is, is niet saai, maar juist het tegenovergestelde. Hij is het Leven zelf. En Hij wil als een frisse bries ons leven binnenkomen en ons onze verloren onschuld teruggeven.
Nee, Chesterton was een begaafd auteur. Zijn productie was enorm, om te beginnen wat hij aan kranten- en tijdschriftartikelen voortbracht. Daar is mijn blog niets bij. Volgens mij had hij uiteindelijk zelfs een eigen krant. Hij had heldere ideeën en aarzelde niet die te verdedigen. Dat deed hij met respect voor zijn intellectuele tegenstanders als persoon, met eruditie en intelligentie en niet te vergeten met een aanstekelijke humor in voorbeelden en woordkeuze. Ook het meest serieuze stuk van Chestertons hand (een van zijn biografieën van Charles Dickens of Franciscus van Assisi bijvoorbeeld) valt niet te lezen zonder een glimlach. Chesterton is vooral bekend vanwege zijn detectiveverhalen over Father Brown. Een concurrent van Sherlock Holmes, maar dan geen privedetective, maar een eenvoudige plattelandspriester, die misdaden niet oplost door zijn kennis van exotische grondsoorten en verschillende vormen van sigarenpeuken, maar door zijn kennis van de menselijke aard. De Father Brown-verhalen zijn vertaald tot televisieserie, verfilmd en omgezet tot stripverhaal, en zullen volgens mij voorlopig nog wel gelezen worden.
Daarnaast kennen Chestertons’ apologetische werken enige populariteit, vooral zijn klassiekers Orthodoxy en The Everlasting Man. De christelijke auteur Philip Yancey noemt Chesterton (en vooral Orthodoxy) als een van de invloeden die zijn geloof heeft gered. En het lezen van The Everlasting Man overtuigde Lewis ervan dat je niet je verstand opzij hoefde te zetten om christen te worden. Beide boeken overtuigen misschien zelfs minder door de kracht van de argumenten dan door de vreugdevolle, levendige voorbeelden en schrijfstijl. Ze zijn uitzonderlijk ‘quotable’. Wat Chesterton meer dan enige andere apologeet voor elkaar krijgt is het christelijk geloof verbinden aan de algemene menselijke ervaring, en te laten zien dat het een bron is van vreugde, betekenis en echt leven. Deze boeken zullen door mij in elk geval keer op keer uit mijn boekenkast worden gehaald.
Maar het lijkt alsof Chestertons’ productiviteit onuitputtelijk was. Uit zijn hoge hoed toverde hij niet alleen biografieën van schrijvers en heiligen, en maatschappijkritische commentaren, maar ook talloze korte verhalen en romans. Sommige daarvan hebben de tand des tijds doorstaan. The Man Who Was Thursday is een metafysische spionageroman, en The Napoleon of Notting Hill een absurde politieke farce. Hoewel Chesterton geen science fiction schreef (hij was wel bekend met de werken van H.G. Wells, met wie hij onder andere in Heretics en Orthodoxy in discussie treedt) hangen zijn boeken wel aan tegen het fantastische genre. Ze gaan dan wel niet over de consequenties van technologische ontwikkelingen, en ze bevatten geen draken, elven of tovenaars, maar wel worden gewone mensen geconfronteerd met een inbreuk in hun alledaagse bestaan, een plotselinge verstoring die hun routines en stokpaardjes grondig in de war gooit. Onverwachte gebeurtenissen zorgen voor een frisse bries in hun leven. Ze openen hun de ogen voor de schoonheid en kostbaarheid die hen omringt, en de onvervangbare betekenis van de mensen om hen heen. Anders gezegd - de gebeurtenissen maken de heiligheid van het menselijke bestaan zichtbaar. De werkelijkheid wordt met een moeilijk woord (en vast geen correct Nederlands) gesacraliseerd.
Dit is volgens mij wat de beste fantastische verhalen doen. Ze betoveren ons niet, maar maken de betovering ongedaan. C.S. Lewis zei al eens dat wij krachtige spreuken nodig hebben om ons te bevrijden van de betovering van wereldgelijkvormigheid die sinds de Verlichting over ons ligt. Hij had het over de spreuken van het materialistische wereldbeeld, de psychologie van Freud die alle emoties terugbrengt tot verdrongen frustraties, het evolutionisme als wereldbeeld dat de mens van zijn betekenis beroofde en de economische theorie die het individu terugbracht tot slechts een radertje in een systeem. Het gaat om de spreuken van het reductionisme, waardoor we zelfs onze relaties met vrienden zien in termen van geven en nemen, als een sociaal spel, waarvoor we zijn geëvolueerd. De constructies uit wetenschap en religie lijken veel te verklaren, maar tegelijk beroven ze de mens en de wereld van hun glans, van hun uniciteit. De beste fantasieverhalen kunnen ons volgens Tolkien genezen van deze vorm van verveling, van “de vale modder van het afgezaagde of het vertrouwde”, zoals hij schrijft in Over Sprookjesverhalen. De fantasie maakt dat we de dingen zien zoals ze bedoeld waren. “Wij moeten weer naar groen kijken en opnieuw verwonderd worden door blauw, geel en rood. Wij moeten de centaur en de draak ontmoeten, misschien plotseling, zoals de oude schaapherders, schapen, honden, paarden – en wolven zien.” Chesterton deelde deze mening over sprookjesverhalen. Volgens hem was het gras in deze verhalen goud, zodat wij ons erover zouden verbazen dat het bij ons groen is. En de paarse hemel boven een andere planeet in een sciencefictionverhaal laat ons stilstaan bij het feit dat de lucht boven ons blauw is. Elk persoon met wie we spreken, elke kiezelsteen, kastanje of knop aan een boomtak, elke wolk en elk boek, ja, elk moment, heeft een unieke, onvervangbare eigenheid. Ze zijn puur en helemaal zichzelf, en dus ons respect waard, ja, zelfs onze liefde. Een liefde die we ernstig mogen vieren, in uitbundige rituelen. Dit lag volgens Chesterton aan de basis van de tradities van de kerk (Chesterton werd uiteindelijk katholiek).
Deze filosofie is overduidelijk te proeven in Manalive, een van Chestertons minder bekende romans. Het is voor mij ook wel duidelijk waarom dit boek de tand des tijds iets minder goed heeft doorstaan dan zijn andere werken. Het ademt de tijdgeest van het begin van de 20e eeuw, inclusief het beeld van andere volken en beschavingen, op een manier die op ons misschien weinig verlicht overkomt. Vooral bij de beschrijvingen van de Jood Mozes Gould moest ik wel een paar keer met mijn ogen knipperen. Wij zijn erop getraind elk spoor van mogelijke discriminatie te onderscheiden en te veroordelen. Een eeuw geleden deed de rassentheorie echter nog opgeld. Bovendien waren andere culturen en landen en mensen met een andere huidskleur nog exotisch: ze behoorden tot een andere wereld, en dat leidde tot generalisaties en onbegrip. Bovendien wordt dit boek, nog meer dan Father Brown en The Man Who Was Thursday gekenmerkt door filosofische discussies en terzijdes. Chesterton wilde met dit boek niet in de eerste plaats een verhaal vertellen, maar een punt illustreren (en dat doet hij trouwens boeiend). De karakters en hun wedervaren spelen de tweede viool. Wie daar doorheen weet te prikken, komt in dit boek echter ook tegen wat Chestertons werk zo boeiend maakt: prikkelende argumenten, levendige beeldspraak, heldere tegenstellingen en zijn goedaardige Engelse ‘wit’.
Chesterton is, zoals ik al betoogde, een groot schrijver. En hij maakt al in de eerste alinea duidelijk wat zijn lezers van het boek kunnen verwachten: “A wind sprang high in the west, like a wave of unreasonable happiness, and tore eastward across England, trailing with it the frosty scent of forests and the cold intoxication of the sea. In a million holes and corners it refreshed a man like a flagon, and astonished him like a blow. In the inmost chambers of intricate and embowered houses it woke like a domestic explosion, littering the floor with some professor’s papers till they seemed a precious as fugitive, or blowing out the candle by which a boy read ‘Treasure Island’ and wrepping him in roaring dark. Everywhere it bore drama into undramatic lives, and carried the trump of crisis across the world.” De wind bereikt ook een Londens pension, en dreigt de hoeden van de huurders af te blazen. De mannen en vrouwen die hier wonen zijn heel verschillend, maar wel delen ze allemaal het gevoel dat ze tot stilstand zijn gekomen. De een drinkt, de ander is timide en denkt nooit te zullen trouwen, weer een ander waakt scherp over haar erfenis. Ze verschuilen zich allemaal. Ze delen niet in het echte leven. “I don’t smoke or drink,” zegt een van de figuren. “Because I think they’re drugs. And yet I fancy all hobbies, like my camera and bicycle, are drugs too. Getting under a black hood, getting into a dark room - getting into a hole anyhow. Drugging myself with speed, and sunshine, and fatigue and fresh air. Pedalling the machine so far that I turn into a machine myself. That’s the matter with all of us. We’re too busy to wake up.” Dan verschijnt degene van wie de wind de voorbode was: Innocent Smith. De man komt hun leven binnen over de schutting, en zet het pension op zijn kop. Hij doet het net allemaal even anders. De andere gasten worden door zijn enthousiasme meegesleurd, en beginnen als met nieuwe ogen naar hun omgeving en naar elkaar te kijken. Ze willen weer kiezen voor het leven. Maar net als Smith in een opwelling mevrouw Gray ten huwelijk heeft gevraagd (en zij “Ja” zei), verschijnt een Amerikaanse zielendokter Pym ten tonele. Hij heeft bewijzen, zegt hij, dat Smith niet zo onschuldig is als hij zich voordoet. Hij wordt beschuldigd van pogingen tot moord, diefstal, het verlaten van zijn vrouw en van polygamie. Hij zou (op zijn minst) in een gekkenhuis thuishoren. Maar de pensiongasten laten zich niet zomaar overdonderen. Ze waren namelijk juist zelf tot de conclusie gekomen dat Smiths invloed hen van hun gekte had genezen. Ze hadden eindelijk geproefd van geestelijke gezondheid. En dus nemen ze de verdediging op zich van deze bizarre man. In een geimproviseerd tribunaal worden de goed onderbouwde bewijzen van dokter Pym weerlegd door getuigenverklaringen van overal en nergens. Achter de gekheid van Smith blijkt wel degelijk redelijkheid schuil te gaan.
Het blijkt namelijk dat Smith zichzelf steeds opnieuw wil herinneren aan de waarde van het leven, van zijn bezit, zijn huis, en van zijn vrouw en kinderen. Hij wil niet afgestompt raken, niet door gewoonte, en niet door nihilistische filosofie. Hij wil het leven niet aan zich voorbij laten trekken. Nee, hij wil ervoor kiezen het ten volle te ervaren. Maar daarvoor heeft hij soms extreme maatregelen nodig. Want meestal zien we pas in hoe waardevol is wat we hebben, als we het dreigen te verliezen. We beseffen pas hoe glorieus het is om te leven, als we weten dat we morgen zullen sterven. “I caught a glimpse of the meaning of death and all that”, zegt Innocent. “The skull and cross-bones, the memento mori. It isn’t only meant to remind us of a future life, but to remind us of a present life too. With our weak spirits we should grow old in eternity if we were not kept young by death. Providence has to cut immortality into lengths for us, as nurses cut the bread and butter into fingers.” De eindigheid van het bestaan, het besef dat elke seconde die voorbij gaat ons dichter brengt bij de dood, zet de zaken op scherp. Als je weet dat je kans om te genieten van zich rond je bevindt elk moment voorbij kan zijn, worden gewone dingen opeens ontzettend belangrijk. Op de dag van je executie werk je je ontbijt niet meer gedachteloos naar binnen, maar geniet je van elke hap. Misschien hebben we allemaal het idee dat het leven eindeloos is, en dat we morgen wel kunnen beginnen de ware zaken serieus te nemen, maar dat is een illusie. We worden eigenlijk elke seconde geconfronteerd met de kogel van de tijdelijkheid.
Net zo nemen we onze bezittingen als vanzelfsprekend aan. Ook dat weigert Smith. Daarom dringt hij als inbreker zijn eigen huis binnen, om zijn eigen spullen te stelen. Hij wil dat zijn bezit, hoe eenvoudig of gewoon ook, voor hem zo bijzonder is als geld en diamanten voor een dief. Hij wil er niet aan wennen dat hij het heeft, daarom doet hij alsof het niet van hem is. Zo wil hij ook niet dat zijn huis en zijn vrouw voor hem de gewoonste zaak van de wereld worden, hij wil hun aanwezigheid in zijn leven niet ter kennisgeving aannemen. Daarom gaat hij op pelgrimstocht. Hij verlaat huis en haard, juist omdat hij die wil vinden. En als hij de hele wereld is rondgetrokken, vind hij aan het eind van zijn reis de vervulling van zijn verlangen. Zijn huis is dan voor hem weer als nieuw. En zo wil hij ook in zijn huwelijk niet de eerste liefde verliezen, de romantiek van de verloving, de spanning van de verkering, en de verwondering over deze ander naast hem, deze vrouw, zo bijzonder, zo anders. Daarom vraagt hij haar keer op keer ten huwelijk, steeds in een andere situatie, zodat hij bewust blijft genieten van het feit dat hij al getrouwd is.
Dit, te kiezen voor het leven, het eigen bezit, de eigen vrouw, is volgens Chesterton wat het betekent goed te zijn. Dit is het echte, ware leven. En alleen omdat Innocent daarnaar verlangt - te leven, lief te hebben, anderen te dienen - kan hij zich zo wild gedragen als hij doet: “If Innocent is happy, it is because he is innocent. If he can defy the conventions, it is just because he can keep the commandments. It is just because he does not want to kill but to excite to life that a pistol is still as exciting to him as it is to a schoolboy. It is just because he does not want to steal, because he does not covet his neighbour’s goods, that he has captured the trick (oh, how we all long for it!), the trick of coveting his own goods. It is just ecause he does not want to commit adultery that he achieves the romance of sex. It is just because he loves one wife that he has a hundred honeymoons.”
Een moreel hoogstaand leven wordt vaak gezien als saai, als bekrompen, als benauwd: steeds het goede te moeten zoeken, steeds te moeten liefhebben. Maar volgens Chesterton is het juist andersom - niet het morele leven maakt ons verveeld en afgestompt, niet goeddoen maakt ons saai en levenloos, maar het immorele, kwade leven. Onze zelfzucht maakt ons onvrij. We verliezen onze onschuld, we kunnen niet meer zijn als de kinderen, en daarmee verliezen we ook onze mogelijkheid om onbevangen van het leven te genieten. We raken verveeld van het goede en het mooie, we zijn niet meer tevreden met wat we hebben. We willen het anders, we willen meer. Zoals Chesterton het schrijft in Orthodoxy: “Wij zijn oud geworden, en onze Vader is jonger dan wij.” God vloeit over van leven. Vreugde is bij zijn aangezicht. Als een kind geniet hij er elke dag van de zon te laten opgaan. Hij heeft plezier in de kleinste zandkorrel als in het grootste sterrenstelsel, hij luistert aandachtig naar alles wat we zeggen, hoe vaak hij het ook gehoord heeft. Hij die volmaakt goed en heilig is, is niet saai, maar juist het tegenovergestelde. Hij is het Leven zelf. En Hij wil als een frisse bries ons leven binnenkomen en ons onze verloren onschuld teruggeven.
donderdag 2 december 2010
Bizarre insecten, oude kogellagers, filmopeningen, perfectionisme en evolutie
Surreële insecten.
Het blijft een intrigerend raadsel: hoe mensen lang geleden de reusachtige stenen van Stonehenge (je weet wel, dat mysterieuze bouwwerk in Engeland) wisten te vervoeren. Het blijkt nu dat ze waarschijnlijk een soort houten rails bouwden en de rotsblokken vervoerden met behulp van houten of stenen stenen kogellagers. In elk geval zijn bollen die als kogellagers konden dienen gevonden, moet het transportsysteem het landschap niet ingrijpend hebben beschadigd, en een nagebouwde versie werkte uitstekend.
Okee, de aankondiging van de NASA ging niet over de ontdekking van buitenaards leven, maar wel over een nieuwe vorm van leven op Aarde, namelijk een bacterie in Mono lake (Californië) die in zijn DNA in plaats van fosforatomen arsenicum gebruikt. Dit betekent dat leven ook zou kunnen voorkomen op planeten zonder fosfor, maar met arsenicum. Paul Abspoel reageert op cynisch commentaar wat de EO over deze ontdekking zou moeten vinden.
Een geeky bed: met een Dr. Who-thema.
SF-schrijver Vernor Vinge komt met een nieuw boek. Wat ik van hem gelezen heb, vond ik erg goed.
Nieuwe informatie over de opvolger van Indiana Jones: de verfilming van Uncharted.
Voor de lijstjesliefhebbers en filmliefhebbers: 25 fantastische openingen.
Een visie op de kerk waar ik me wel in kan herkennen. "Ik droom van christelijke gemeenschappen, kerken zo je wilt, die thuis in kleine groepen met elkaar eten, voor elkaar bidden, en van elkaar gaan houden, op zo’n manier dat je werkelijk je leven zou geven voor je broer of zus zoals Jezus dat voor de wereld gedaan heeft.Ik droom van gemeenschappen zonder dominees en ambtenaren, maar met herders en leraars en profeten. Geen voorgangers die hoog in aanzien staan, die alleen de wijn mogen schenken of de doop mogen bedienen, maar door God gezalfde mensen die midden onder de mensen leven, hun geen ellenlange preken voorschotelen maar een geestelijke levenshouding."
Wijze woorden over perfectionisme, iets waar ik ook mee worstel: "Perfectionism is not the same thing as striving to be our best. Perfectionism is not about healthy achievement and growth; it's a shield. Perfectionism is a 20-ton shield that we lug around thinking it will protect us when, in fact, it's the thing that's really preventing us from being seen and taking flight."
Volgens de Internetmonkblog leven we in de tijd 'er tussenin' - de tijd dat we wachten op de verlossing die komt. "We know we can’t go back to some golden age in the past. We know we have not yet arrived at the new creation promised to us. We live in-between. We long for in-between to end. Like children in the back seat, we must be a continual annoyance to our Father—“Are we there yet?”"
Een van mijn eigen argumenten om te geloven in een langere ontstaansduur van het heelal en het leven (oftewel: aan te nemen dat de manier waarop God die dingen maakte door de evolutietheorie wordt beschreven), is de overeenkomst met het ontstaan van de individuele mens uit eicel en zaadcel. Hetzelfde punt wordt op Jesus Creed gemaakt: "Embryological and evolutionary processes are both teleological and ordained by God. At conception, the DNA in a fertilized human egg is fully equipped with the necessary information for a person to develop during the nine months of pregnancy. Similarly, the Creator loaded into the Big Bang the plan and capacity for the universe and life, including humans, to evolve over 10-15 billion years. Second, divine creative action in the origin of individual humans and the entire world is through sustained and continuous natural processes. … evolution is an unbroken process that the Lord sustained throughout eons of time. "
Het blijft een intrigerend raadsel: hoe mensen lang geleden de reusachtige stenen van Stonehenge (je weet wel, dat mysterieuze bouwwerk in Engeland) wisten te vervoeren. Het blijkt nu dat ze waarschijnlijk een soort houten rails bouwden en de rotsblokken vervoerden met behulp van houten of stenen stenen kogellagers. In elk geval zijn bollen die als kogellagers konden dienen gevonden, moet het transportsysteem het landschap niet ingrijpend hebben beschadigd, en een nagebouwde versie werkte uitstekend.
Okee, de aankondiging van de NASA ging niet over de ontdekking van buitenaards leven, maar wel over een nieuwe vorm van leven op Aarde, namelijk een bacterie in Mono lake (Californië) die in zijn DNA in plaats van fosforatomen arsenicum gebruikt. Dit betekent dat leven ook zou kunnen voorkomen op planeten zonder fosfor, maar met arsenicum. Paul Abspoel reageert op cynisch commentaar wat de EO over deze ontdekking zou moeten vinden.
Een geeky bed: met een Dr. Who-thema.
SF-schrijver Vernor Vinge komt met een nieuw boek. Wat ik van hem gelezen heb, vond ik erg goed.
Nieuwe informatie over de opvolger van Indiana Jones: de verfilming van Uncharted.
Voor de lijstjesliefhebbers en filmliefhebbers: 25 fantastische openingen.
Een visie op de kerk waar ik me wel in kan herkennen. "Ik droom van christelijke gemeenschappen, kerken zo je wilt, die thuis in kleine groepen met elkaar eten, voor elkaar bidden, en van elkaar gaan houden, op zo’n manier dat je werkelijk je leven zou geven voor je broer of zus zoals Jezus dat voor de wereld gedaan heeft.Ik droom van gemeenschappen zonder dominees en ambtenaren, maar met herders en leraars en profeten. Geen voorgangers die hoog in aanzien staan, die alleen de wijn mogen schenken of de doop mogen bedienen, maar door God gezalfde mensen die midden onder de mensen leven, hun geen ellenlange preken voorschotelen maar een geestelijke levenshouding."
Wijze woorden over perfectionisme, iets waar ik ook mee worstel: "Perfectionism is not the same thing as striving to be our best. Perfectionism is not about healthy achievement and growth; it's a shield. Perfectionism is a 20-ton shield that we lug around thinking it will protect us when, in fact, it's the thing that's really preventing us from being seen and taking flight."
Volgens de Internetmonkblog leven we in de tijd 'er tussenin' - de tijd dat we wachten op de verlossing die komt. "We know we can’t go back to some golden age in the past. We know we have not yet arrived at the new creation promised to us. We live in-between. We long for in-between to end. Like children in the back seat, we must be a continual annoyance to our Father—“Are we there yet?”"
Een van mijn eigen argumenten om te geloven in een langere ontstaansduur van het heelal en het leven (oftewel: aan te nemen dat de manier waarop God die dingen maakte door de evolutietheorie wordt beschreven), is de overeenkomst met het ontstaan van de individuele mens uit eicel en zaadcel. Hetzelfde punt wordt op Jesus Creed gemaakt: "Embryological and evolutionary processes are both teleological and ordained by God. At conception, the DNA in a fertilized human egg is fully equipped with the necessary information for a person to develop during the nine months of pregnancy. Similarly, the Creator loaded into the Big Bang the plan and capacity for the universe and life, including humans, to evolve over 10-15 billion years. Second, divine creative action in the origin of individual humans and the entire world is through sustained and continuous natural processes. … evolution is an unbroken process that the Lord sustained throughout eons of time. "
Labels:
evolutie,
films,
hoop,
kerk,
perfectionisme,
toekomst,
wetenschap
woensdag 1 december 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)








