Posts tonen met het label twijfel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label twijfel. Alle posts tonen

zondag 1 januari 2017

Ik overleefde 2016!

De memes en plaatjes verschijnen al op internet: 'I survived 2016'. Of '2016 was written by G.R.R. Martin. I want J.K. Rowling to write 2017' (alsof zij niet in het laatste boek een flinke bups geliefde karakters om zeep helpt ...). Niet alleen stierven er heel veel bekende artiesten en acteurs (en een van mijn geliefde schrijvers Richard Adams, bekend van Waterschapsheuvel), de uitslag van de verkiezingen in Amerika lieten ook een wrange nasmaak achter. Eigenlijk wilde ik echter een positief nieuwjaarsbericht schrijven! Het gaat met mij namelijk beter dan in heel lange tijd. Ik voel me zelfs gelukkiger dan ooit sinds mijn tienertijd. Ik kan weer volop genieten van mijn passies (ik heb lang niet zo veel naar mijn aquariums gekeken), en voel niet meer de drang om met afvinklijstjes en schema's mezelf aan het werk te houden. Mijn zelfvertrouwen is met sprongen toegenomen en zelfs de winter krijgt dit jaar geen vat op me. Ik blijf positief ondanks de grijze luchten.

Maar om uit te leggen hoe dat zo gekomen is, moet ik ook wat moeilijkere dingen vertellen. Zo raakte ik dit voorjaar mijn overtuiging kwijt van de waarheid van het christelijke geloof. Ik betoogde al jaren geleden dat ik 'nauwelijks nog geloofde', maar de laatste bastions van zekerheid stortten dit jaar in. Dit is niet de plek om een theologisch betoog te schrijven, maar de belangrijkste redenen voor mij waren: -het feit dat de kerk voor het grootste deel steeds 150 jaar op de rest van de wereld achterloopt, in het accepteren van wetenschappelijke ontdekkingen (er wordt nog steeds gediscussieerd over evolutie!), en in het omgaan met andergeaarden (de LGBTQA-gemeenschap), -daarmee samenhangend de overeenkomsten van fundamentalistisch/evangelisch gelovigen met samenzweringsdenkers, het gesloten systeem waarin de antwoorden vaststaan en rationele capaciteiten worden gewantrouwd. - de cirkelredenering waar het uiteindelijk op neer komt: 'ik geloof in God omdat het in de bijbel staat, ik geloof in de bijbel omdat het Gods woord is'. - daarmee samenhangend: de totaal uiteenlopende overtuigingen, van het zwarte kousen denken van 'knielen op een bed violen', tot pinksterevangelisch enthousiasme, tot Amerikaanse rechtse politiek, die allemaal worden gebaseerd op de bijbel. Deze visies kunnen niet allemaal waar zijn! Maar als je ze wél allemaal uit de bijbel kunt bewijzen, kun je dus eigenlijk niks uit de bijbel bewijzen. Dat punt werd voor mij onderstreept door de verkiezing van Trump in de VS, onder andere door de steun van de fundamentalistische evangelische beweging. Als er iemand ver af staat van Jezus, zoals ik hem heb leren kennen uit de Evangeliēn, is dat Trump wel. Of het moet Wilders zijn. Die ook door christenen gesteund wordt. Het bewijs dat het christendom in mijn ogen failliet is.
De verkiezing van Trump leidde er bij mij toe dat ik nog meer kwijt raakte. Mijn hoop in een goede toekomst, bijvoorbeeld. De klimaatveranderingen zullen nu echt niet meer tot stilstand kunnen worden gebracht, laat staan worden omgekeerd. Het uitsterven van diersoorten zal toenemen, natuur zal als het niet commercieel exploiteerbaar is, als grondstof gebruikt worden. Racisme en uitsluiting van andersgeaarden zal toenemen en de wereldvrede wordt bedreigd. Dat bijna de helft van de Amerikanen voor zo iemand stemden, doet me bovendien twijfelen aan mijn vertrouwen in de mensheid. Van individuele mensen kan ik blijven houden, maar van de mensheid als massa? Mijn korte verhalen zijn al jaren behoorlijk cynisch over de toekomst van de mensheid en dat zullen ze helaas moeten blijven.
Oh, en dan werd ik in het voorjaar ziek (de griep, samen met een fikse teleurstelling, leek op een nervous breakdown), wat werd gevolgd door ziekte van mijn vrouw. Een tijd lang leek het alsof ons huwelijk voorbij zou zijn, wat me intens verdriet opleverde. Ik zat totaal aan de grond. Mijn pijn bracht me er (samen met het advies van Marten) toe professionele hulp te zoeken. Niet alleen een andere huisarts (die constateerde dat er het een en ander mis was met mijn bloeddruk), maar ook eerst een psycholoog en ook een psychiater. Zij waren het er allebei over eens: ik had last van angstklachten en paniek, en dat hoorde bij een dysthyme stoornis. Een vorm van depressie die niet maar een paar maanden duurt, maar jaren. Eigenlijk was ik al sinds het begin van mijn twintiger jaren depressief. Ik had alleen al die tijd het idee dat het aan mij lag, dat ik iets in mijn leven moest veranderen om het op te lossen. Het werkte alleen niet. Nu had ik gesprekken met mensen die mijn lijden serieus namen. Maar ook kreeg ik antidepressiva voorgeschreven. Depressie is namelijk gewoon een ziekte, net als kanker, alleen minder zichtbaar. En de pillen bleken bij mij daadwerkelijk te helpen. De bijwerkingen werden snel minder en na een paar weken al voelde ik me vrolijker dan eerst, ging ik weer volop voor mijn passies, kon ik situaties op het werk en in de familie beter relativeren en zelfs mijn slaap verbeterde! En die effecten verdwenen niet na een maand of twee, maar ze bleven gewoon! Ook in de winter!
Verder gingen mijn vrouw en ik gewoon met elkaar verder en het afgelopen half jaar was het beste half jaar uit onze hele relatie tot nu toe. We hebben samen leuke dingen gedaan (naar het strand in Scheveningen, naar een jamsessie bij lunchcafe Zondag, naar fantasyfestivals, dierentuinen, musea, en samen naar de film!) en nu ik door mijn pillen ook echt van vrije tijd kan genieten zonder de druk te ervaren dat ik iets moet presteren, genieten we ook meer dan ooit van elkaars nabijheid. We gaan het volgende jaar in met veel vertrouwen en hoop voor onze relatie!
Daarnaast kon ik dit jaar eindelijk terug naar een driedaagse werkweek. De invoering van een vervelend relatiebeheersysteem maakte het er op kantoor niet leuker op, maar ik had wel meer tijd om aan het schrijven te wijden. Dit jaar won ik de derde prijs in de Fantastels wedstrijd. Ik publiceerde verhalen in Ganymedes-16, Fantastische Vertellingen, SF Terra en online op Fantasize. En mijn boek 'De Krakenvorst, boek 1: Keruga' kwam uit bij uitgeverij Macc! Ik hoop dat jullie het boek ook willen lezen! Hebben jullie het boek nog niet? Je kunt het bestellen op Bol, maar ook bij mij een gesigneerd exemplaar kopen. Of kom naar de signeersessie en boekpresentatie op vrijdag 13 januari 's avonds bij boekhandel Stevens in Hoofddorp! Maar genoeg over dat boek, ik had in oktober ook nog eens de ingeving een manuscript voor een verhalenbundel op te sturen voor het Boek10 project van Godijn Publishing, en het werd geaccepteerd! De laatste maanden voel ik me voor het eerst in de eerste plaats 'Schrijver' en niet langer 'redacteur'. Dit is wie ik ben en wat ik doe.
Er kwamen geen nieuwe aquariums bij dit jaar, maar ik heb wel een paar aquariumdromen kunnen verwezenlijken. Zoals een overstap naar bijzondere vissen zoals een Afrikaanse mesvis en een wimpelaal (een van de beste beslissingen ooit op aquariumgebied!), en witwanggrondels in mijn nieuwste aquarium (ik vond zelfs een jong grondeltje vorige week). Sammie de muskusschildpad blijft ons ook veel plezier geven, net als de dwergklauwkikkers.
Ik heb dit jaar verder nog kunnen genieten van een week in Oxford samen met mijn beste vriend Cornell - waarbij in mijn veertigste verjaardag vierde in 'The Eagle and Child', de pub waar C.S. Lewis en J.R.R. Tolien en de rest van de Inklings bij elkaar kwamen. Een jeugddroom die uitkwam! Volgend jaar hoop ik de reis nog een keer te maken maar dan met Bianca.

En aan het eind van het jaar realiseer ik me dat ik mijn geloof niet werkelijk kwijt ben geraakt. Ik kan geen atheïst zijn. Ik heb te vaak de liefde van God ervaren, zijn bemoedigende stem in mijn leven gehoord en ben te vaak onder de indruk geweest van de natuur, in het groot en in het klein. Maar of die Goddelijke aanwezigheid gevangen kan worden in dogma's, zelfs in de christelijke, dat geloof ik niet meer. Dat kan ik niet meer. De reis voor de toekomst wordt, te zoeken naar wat dat primaire godsbesef dan eigenlijk wél betekent. Leren liefhebben zal daar een deel van zijn, vermoed ik.
Verder zal mijn schrijfcarrière zich nog verder gaan ontwikkelen volgend jaar. Niet alleen komt op 6 mei mijn SF-bundel 'Conquistador' uit als deel van het Boek10-project (jullie zijn allemaal welkom op de feestelijke dag waarop de tien boeken officieel worden gepresenteerd!), maar in het najaar zal het tweede deel van De Krakenvorst verschijnen, 'boek 2: Kartaalmon'. Er staan verder publicaties op stapel in de SF Terra (ze hebben nog een verhaal van me liggen, maar wilden er graag nóg een), Fantastische Vertellingen (zowel in het maartnummer als in het juninummer), The Flying Dutch (die erg blij waren met het SF-verhaal dat ik ze opstuurde), op de websites Historische verhalen en Fantasize, en in de bundel met 'Tenenkrommende vertellingen' die Remco Meisner gaat uitbrengen. Verder hoop ik weer te worden opgenomen in de bundel Ganymedes 17, waarvoor ik een verhaal en een gedicht heb opgestuurd, in het tijdschrift 'Moord & Mysterie' en ik hoop ook terecht te komen in de bundels rond de nieuwe editie van 'Edge.Zero'. Daarvoor kan ik onder andere de tien verhalen opsturen waarmee ik dit jaar aan wedstrijden heb meegedaan. Ook dit jaar hoop ik weer te kunnen meedoen aan de Harland Award, Fantastels en Trek Sagae. Ten slotte ben ik gevraagd om behalve mijn verhalen ook recensies te schrijven voor het kwartaalblad Fantastische Vertellingen (als je nog geen abonnee bent, meld je aan!) en overweeg ik de mogelijkheid van een column voor een fantasywebsite.
Naast alle boekpresentaties, fantasyfestivals en conventies en redactieklussen, gaat het dus een druk jaar worden op schrijfgebied. Het schrijven van mijn volgende SF-roman (waar ik een gaaf idee voor heb, trouwens) heb ik dus maar even op de langere termijn gezet. In plaats daarvan hoop ik de rustige periodes in het jaar te gebruiken voor het schrijven van nog wat korte verhalen. Maar wie weet kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan en ga ik het boek toch gewoon schrijven. Dat soort dingen durf ik niet meer van mezelf te voorspellen!
Ik verwacht op aquariumgebied geen grote veranderingen. Er zal een keer een aquaponicssysteem op het balkon komen, maar dat duurt nog wel even, en mijn kleinste aquarium krijgt een nieuwe lichtkap (dank je wel Marten!). Wel verwacht ik veel van de op stapel staande films! Het lijkt namelijk alsof de ruimtefilm weer populairder wordt, met niet alleen de nieuwe Star Wars-film op stapel, maar ook Guardians of the Galaxy 2 en Valerian in aantocht. En Thor Ragnarok. Verder natuurlijk superheldenfilms in overvloed en een nieuwe van Pixar! Ook weer goede boeken. Ik hoop weer meer pareltjes te ontdekken onder de Nederlandse genreschrijvers, maar ik kijk ook uit naar het laatste boek over The Fitz and the Fool van Robin Hobb. En dan zijn er nog de games. Mass Effect Andromeda is de reden dat ik na het kapot gaan van mijn PS4 niet heb geopteerd voor een gewone blurayspeler, maar voor een nieuwe spelcomputer. Dat en het feit dat we Netflix kunnen kijken via de PS4.
Samengevat: volgend jaar zou wel eens een bijzonder jaar kunnen worden.

donderdag 31 maart 2016

Gedicht: Tweesprong

Tweesprong

Het was een grote keuze,
dacht ik, links of rechts te gaan. 
Het ene pad leek makkelijk
maar liep dood; het andere
-smal, rotsachtig- was de weg
naar huis. Maar het scherpe grind
stak mijn voeten, de netels
brandden onbeschermde huid
en mijn reisgenoten lachten,
duwden me neer. Ik bleef het
proberen, tot ik bezweek
en wel opzij moest gaan. Ik stond
op stevige grond, ik zag
om mij dezelfde bergen,
voelde dezelfde wind en
de zon was nog even fel.
Ook dit pad is steil, klimmen
kost nog steeds veel moeite.
Maar ik word niet opgejaagd,
word niet beschimpt als ik val
of achterblijf. En voor mij
zie ik geen afgrond gapen,
maar slechts het vertrouwde licht 
dat aan de start me was beloofd.

zaterdag 10 oktober 2015

'De loser die wint ...' - The Making Of ... (2): Zwak geloven

Ondertussen ben ik hard aan het werk de laatste proeven van 'Hoe je zwakheid leven brengt' door te nemen. Nu wordt het wel heel werkelijk. Als ik dadelijk deze versie heb teruggestuurd, is de tekst helemaal af. Dan kan het worden opgemaakt, en gedrukt. En dan kan iedereen het lezen. Dat is natuurlijk waarom ik het boek geschreven heb, maar het is ook spannend. Ik weet namelijk bij voorbaat al dat niet iedereen het zal kunnen waarderen. Op facebook volg ik bijvoorbeeld iemand die eerlijk verslag doet van de vragen die hij de laatste tijd bij zijn geloof is gaan stellen - maar in de commentaren onder zijn berichten krijgt hij de wind van voren: hij zou zijn plek in een christelijke organisatie moeten neerleggen, hij zou verantwoording moeten afleggen aan christenen die 'twijfelen aan zijn twijfel', hij zou geen sterk geloof hebben.

Nu weet ik al jaren van mezelf dat ik geen sterk geloof heb. In elk geval niet volgens de definitie die ik daar toen ik opgroeide in een fundamentalistische kerk voor zou hebben gegeven. Voordat ik overspannen werd en die kerk verliet, dacht ik dat geloven gelijk stond aan 'zeker zijn', en 'alles kunnen uitleggen' en 'niet twijfelen'. Ik moest ervan overtuigd zijn dat een aantal uitspraken over de werkelijkheid (opgesteld op basis van een bepaalde uitleg van een verzameling oude geschriften) absoluut, volkomen de werkelijkheid beschreven en dat alternatieve interpretaties en uitspraken over de werkelijkheid niet klopten. Deze zekerheid was niet alleen een acceptatie van kennis, zoals ik zeker was dat een en een twee is, maar een psychologische toestand: een toestand van absolute zekerheid. Die weinig te maken had met wat ik met mijn ogen kon zien, de gegevens die ik kon verzamelen, of de conclusies die mijn verstand daaruit kon trokken. Het was een a priori vaststelling dat ik niks anders in overweging kon nemen als waarheid. Zoals een fundamentalistisch christen ooit op Goedgelovig schreef: "Ik weet 100 procent zeker dat ik nooit zal twijfelen aan Gods bestaan.” Zelf vind ik het nu heel ongezond dit soort voorspellingen te doen. Maar ik herken het principe. Ik dacht ook dat ik nooit zou twijfelen aan het jonge aarde creationisme, of aan het pretribulationistische premillennialisme, of aan Gods bestaan. Niet omdat ik daar echt van overtuigd was (ik kan terugkijkend zeggen dat ik eigenlijk altijd het evolutionistische model overtuigender heb gevonden, en het standaard eindtijdmodel wel erg ingewikkeld, en dat ik ook lang niet altijd Gods aanwezigheid ervoer) maar omdat ik nu eenmaal zo zeker moest zijn.
Ook toen ik de kerk waar ik was opgegroeid allang had verlaten, probeerde ik het 'kaartenhuis van zeker weten' nog overeind te houden. Ik klemde me vast aan religieuze ervaringen, of aan filosofische overwegingen. In die periode sprak ik met een goede vriend over The Matrix Revolutions, die toen in de bios draaide. Hij betoogde dat ook al kunnen we niet zeker weten dat de werkelijkheid een illusie is, het toch zinvol kan zijn om te geloven. Je gelooft immers niet omdat je zeker bent dat het echt zo is, maar omdat je het wilt geloven. Toen was ik nog heel geschokt door die gedachte. Maar ondertussen ben ik me gaan realiseren dat ik maar heel weinig echt zeker kan weten. En dat mijn geloof in God dus weinig met 'zekerheid' als psychologisch fenomeen te maken heeft. Sterker nog: ik ben eigenlijk 'nauwelijks nog gelovig'. Zo beschreef ik het op mijn blog.

Maar de vraag is of dat zo erg is. Is het niet eerder bevrijdend? Onze zekerheid - het proces waarmee we onze eigenwaarde laten afhangen van de onwankelbaarheid van onze psychologische toestand van overtuigd zijn - maakt dat we andersdenkenden als vijand behandelen, mensen die anders of niet geloven alleen beschouwen als evangelisatiedoelwitten en niet als medemensen, en de wereld, anderen en onszelf strak in het kader dwingen dat nodig is voor ons gelijk, zelfs als zij of wij daar eigenlijk niet in passen. Dit beschadigt ons ook. Ons geloof is zo niets anders dan een 'heldenverhaal', waarmee we onszelf proberen te beschermen tegen de dood en tegen betekenisloosheid. Een heldenverhaal waarin wij zelf centraal staan en waaraan nooit getornd mag worden. En waar anderen het slachtoffer van worden. Want als je van mij vraagt net zo zeker te zijn als jij, en mijn vragen bagatelliseert, onderwerp je mij aan jouw 'zingevingsverhaal'.
Hier tegenover staat het 'zwak geloven'. Een term die ik voor het eerst tegenkwam bij Ronald van den Oever. Hij schreef: "De kern van het zwakke denken is dat we geen claims meer hebben om krachtige metafysica vast te houden ... Jezus is gekomen om alle bolwerken (machthebbers) van hun kracht te ontdoen. Onze weg is achter Hem aan, de weg van de naastenliefde (charitas) en naastenliefde verzwakt alle macht en bant al het geweld uit." Hij noemt dit zelfs een soort blijde boodschap.
Over de term 'zwak geloven' heb ik lang nagedacht. Uiteindelijk ging ik zelfs op mijn blog een flinke serie schrijven met als titel 'Terug naar de basis'. Daarin schreef ik dat ik ervoor koos in God te geloven en te leven op de manier die daarbij hoort, niet omdat ik er rationeel of emotioneel van overtuigd ben, maar omdat ik het verhaal van God dat zichtbaar is geworden in Jezus het mooiste, beste, meest betekenisvolle verhaal ter wereld vind. Ik verlang naar dit visioen van de werkelijkheid. En dus zal ik blijven geloven, ongeacht of ik het kan bewijzen of niet. Ik moet vaak denken aan de woorden van de ‘marshwiggle’ Puddleglum uit The Silver Chair van C.S. Lewis: “Suppose we have only dreamed, or made up, all those things-trees and grass and sun and moon and stars and Aslan himself. Suppose we have. Then all I can say is that, in that case, the made-up things seem a good deal more important than the real ones. That's why I'm going to stand by the play world. I'm on Aslan's side even if there isn't any Aslan to lead it. I'm going to live as like a Narnian as I can even if there isn't any Narnia.”

En waarom vind ik dit verhaal zo mooi dat ik erin wil leven? Omdat het een verhaal is over zwakheid. Als in de beste sprookjes gaat het niet over de machthebber of de sterke held, maar over de jongste zoon, de zwakke broeder, degene die het onderspit delft. En die toch  uit de dood wordt opgewekt. De ontmenselijkende machthebbers van deze wereld worden ontmaskerd als valse verhalen volgend. De lijdende, worstelende verschoppeling blijkt niet vergeten te zijn, en zelfs de dood heeft niet het laatste woord. Dat vind ik gaaf, want ik realiseer me dat ikzelf ook vaak zwak ben. Ik kan geen 100 procent zekerheid in stand houden, ik kan niet beloven nooit aan verleiding toe te geven, ik worstel met slaapproblemen en stressklachten die ik niet zomaar kan overwinnen, en ik kan mijn lichaamsgewicht niet zomaar terugdringen.
Het mooie is dat een van de punten waarin ik mezelf altijd als 'zwak' had ervaren, tijdens het schrijven van bovengenoemde serie blogberichten, toch een succesverhaal werd. Ik kreeg namelijk verkering met Bianca. En later werd ze zelfs mijn vrouw. Maar zij illustreert ook juist weer het punt: ik heb niet mijn best gedaan haar te imponeren. Ik heb zelfs even verkering gehad met een ander. En toch bleef ze van mij houden, gewoon zoals ik ben. Ik hoef voor haar me niet anders voor te doen dan ik ben, hoef niet dingen in huis te repareren die ik niet kan (of wil), hoef niet mijn aquariums de deur uit te doen of mijn stripboeken. En ook als ik klaag over hoofdpijn, of voor de zoveelste keer twijfel over de kerk of over mijn schrijfkwaliteiten, ziet ze me niet als een 'loser', of suggereert ze dat ik aan mezelf moet werken. Ze zegt dan dat ze van me houdt. Punt. En het hoeft waarschijnlijk niet te worden gezegd, maar: ik hou ook van haar. Zoals ze is. Elk moment met haar is een feestje, een prachtige dans van twee mensen die zichzelf aan de ander willen geven. Zoals het ook met God is.

Er waren een aantal lezers die mijn blog aandachtig volgden, en die ook behoorlijk onder de indruk waren van de serie 'Terug naar de basis'. Hans Zellenrath schreef in een reactie: 'Je bent een echte schrijver die moet schrijven, een innerlijke noodzaak. Prachtig weergegeven. Deze bijdragen op je blogs zouden een mooi en interessant boek zijn. Eerlijk en in zwakheid sterk. Dat je jezelf niet spaart maar ons toont in afhankelijkheid, zwakheid maar ook in grandeur en geloof in Hem die alles omvat.' Ook Daniel de Wolf bleek heel enthousiast over mijn ideeën en stimuleerde me er een boek van te maken. En in het voorjaar van 2012 heb ik dat dus ook gedaan, maar daarover later meer!

(wordt vervolgd)

zaterdag 30 augustus 2014

Gedicht: Stilte

Stilte

De zee is vlak, ik wacht
op de wind. Gespannen.
Mijn knie rust op de plank.
Hand omklemt touw, ziet wit.
Ik wil op weg, iets doen,
maar kan niets dan blijven
waar ik ben. Oplettend,
klaar voor wat komen gaat.
Maar gelijk geduldig,
oog voor de blauwe lucht,
een vis die voorbij schiet
onder mij. Koele spetters.
Genieten van de rust.
Gedwongen. Zoals straks
ik weer word meegevoerd
door het zeil. Getrokken
naar het onbekende
voorbij de horizon.

zaterdag 12 maart 2011

Teruggevonden kikker, water op Enceladus, de Inhumans, Super 8, twijfel, liefde en verandering

Uitgestorven gewaande kikker uit India wordt na 136 jaar teruggevonden.

Meer aanwijzingen voor het bestaan van een vloeibare oceaan onder het ijs van Saturnusmaan Enceladus - en de mogelijkheid van leven daar. Er komt op Enceladus veel energie vrij!

Over Saturnus gesproken. Dit is een prachtige foto van de maan Titan en de ringen, van opzij. En hier een bijzondere opname van het oppervlak van de zon.

Regisseur Mark Forster gaat een SF-film maken over tijdreizen!

Marvel is van plan een film te maken over de Inhumans, een groep superwezens die leven op de donkere kant van de maan. Hun leider is het gave karakter Black Bolt: iemand die geen woord zegt, omdat zijn stem alles in de omgeving zou vernietigen.

En hier is de trailer van J.J. Abrahams nieuwe film: Super 8. Een tribuut aan filmheld Steven Spielberg.

Op Jesus Creed wordt gediscussieerd over de redenen waarom we aan ons geloof twijfelen, en wat ons helpt om toch door te gaan. De conclusie is dat geloof niet is het intellectueel instemmen met waarheden, maar het volgen van Jezus: "Taking on the yoke of Jesus is not about signing a doctrinal statement or making an intellectual commitment to a set of propositions. It isn’t about being right or getting our facts straight. It is about loving God and loving other people. The yoke is hard because the teachings of Jesus are radical: enemy love, unconditional forgiveness, extreme generosity.  The yoke is easy because it is accessible to all – the studied and ignorant, the rich and the poor, the religious and the nonreligious."

De discussie over alverzoening op Experimental Theology gaat door. Richard Beck betoogt dat God in het Oude Testament als toornig wordt omschreven, maar dat zijn woede een uiting is van zijn liefde, want: hoe meer je liefhebt, hoe bozer je bent op kwaad en onrecht. "For my own part, I find myself, pretty routinely, saying about life "God damn it!" Not flippantly. I mean it. I mean it eschatologically. So I think if you love a great deal you'll find yourself saying God-damn-it, God-damn-it, God-damn-it, over and over again. To say "God damn it!" is to say "God is love." Maar uiteindelijk heeft ook in het Oude Testament Gods liefde het laatste woord.

Wayne Jacobson geeft advies over vraag hoe wij proberen andere mensen te veranderen: "You can’t drive people into love, you can only invite them. And you can live with Jesus all seven days of the week whether they desire to or not. Changing them is not the goal. Living free will have far more impact on you and them." Zoals ik het dit weekeinde tegen een vriend zei: ik wil wel veranderen, maar ik wil niet moeten veranderen.

De Naked Pastor vraagt: "If you didn't believe me as a pastor, will you believe me now as one who is not?"

zondag 24 oktober 2010

Nauwelijks nog gelovig

Ik vraag me regelmatig af wat de Johan van zeg vijftien jaar geleden zou denken van de Johan van nu. De Johan van nu leest veel minder in de bijbel dan hij (geen vijf hoofdstukken per dag meer), bidt veel minder regelmatig (niet meer een half uur per dag), werkt geen bijbelcommentaren meer door, leert geen bijbelteksten meer uit het hoofd, en gaat zelfs niet meer standaard naar de kerk. Bovendien luistert de Johan van nu naar muziek die de Johan van toen ‘duivels’ zou vinden, en kijkt hij zonder schuldgevoel films waar de Johan van toen zich van af probeerde te houden (James Bond!). Maar ik denk dat de Johan van toen vooral zou schrikken van wat de Johan van nu daadwerkelijk gelooft, of liever gezegd: niet gelooft. De Johan van nu gelooft niet meer in een schepping in zes dagen, zesduizend jaar geleden (maar is overtuigd van de geldigheid van de evolutietheorie en de Big Bang-theorie), de Johan van nu gelooft niet meer in het pretribulationistische premillenialistische eindtijdmodel (met ingewikkelde schema’s over wanneer wie zou worden opgenomen of uit de dood opstaan, het model van de Laatste Bazuin-boeken), maar verwacht alleen dat Jezus’ koninkrijk ooit zal komen en hopelijk spoedig. De Johan van nu denkt niet meer dat er een enkele kerk is die op de juiste manier samenkomt (hoewel het wel goed is om bij elkaar te komen als christenen), de Johan van nu weet niet meer zeker wie er wel en niet uiteindelijk bij God zullen zijn (en vertrouwt dat God met iedereen liefdevol zal omgaan). Er is bijna geen terrein waarop de Johan van nu niet zijn zekerheden heeft opgegeven.

Het is soms schokkend om terug te kijken op hoeveel punten ik vroeger volkomen zeker was, en te realiseren hoe weinig daarvan overeind zijn blijven staan. Op de meeste gebieden durf ik nu niet te zeggen wat de waarheid is. Hoe het leven is ontstaan, hoe de mens is geschapen, wat er uit het Oude Testament ‘echt gebeurd’ is, hoe de kerk moet samenkomen, hoe het zit met de Heilige Geest, of Gods bestaan te bewijzen is, hoe de geschiedenis zal eindigen, wie er wel en niet gered zijn. Steeds vaker moet ik eerlijk zeggen: ‘Ik weet het niet.’ Ik ken de argumenten van de strijdende partijen, en ze klinken allemaal overtuigend, en ik zie geen manier om te achterhalen wie het bij het rechte eind heeft.
Autoriteiten waar de Johan van vroeger op zou terugvallen, zijn voor de Johan van nu niet meer zaligmakend. Dat een bewering ondersteund wordt met bijbelteksten maakt haar bijvoorbeeld nog niet waar. Met de juiste combinatie teksten kun je alles wel bewijzen. Er is dus altijd een menselijke interpretatieslag geweest die aan de conclusies voorafgaat, en ons menselijke denken is feilbaar. Bovendien: de bijbel is een verzameling gedichten, verhalen en betogen uit veel verschillende tijden, geen theologische encyclopedie waar dogma’s in staan opgesomd die de gelovigen moeten aannemen. En de bijbel is al helemaal geen populair-wetenschappelijke verhandeling over het leven, het heelal en de rest, waartegen de moderne wetenschap moet worden afgewogen. Ik geloof bovendien niet meer in woorden als ‘onfeilbaarheid’ en ‘letterlijke inspiratie’, die elke discussie rond dit boek belastend maken.
Maar dezelfde vragen stel ik bij religieuze autoriteitsfiguren. Het feit dat iemand als autoriteit gezien wordt, betekent niet dat hij gelijk heeft. Iets aannemen strikt op het gezag van iemand anders (‘het is zo, omdat ik het zeg’) lijkt mij onverstandig. Ook mijn eigen gedachten en ingevingen zijn niet honderd procent betrouwbaar. Zelfs voor de meest aangrijpende ervaringen van Gods aanwezigheid, en tekenen die niet toevallig lijken, zouden alternatieve verklaringen te bedenken zijn. Ik heb nog nooit letterlijk God gezien of gehoord, maar als anderen zeggen dat ze Hem hebben ontmoet, kan dat voor mij niet als bewijs dienen. Ik ken hun ‘innerlijke’ ervaring niet. De bijbel zelf suggereert dat sommige mensen niet zouden gaan geloven als ze iemand uit de dood zouden zien opstaan: dat relativeert de bewijskracht van ervaringen.
En het feit dat ik bepaalde waarheden van kinds af aan heb geloofd, is al helemaal geen basis voor zekerheid. Eerder andersom! Het zou wel heel toevallig zijn dat precies ik zou zijn geboren bij mensen die precies de juiste dingen geloofden. Dat precies ik opgroeide in de kerk die de waarheid in pacht had. Van alle miljarden mensen op aarde ... Als ik in een moslimgezin was opgegroeid was ik nu een moslim geweest, was ik in India geboren had ik vijftien jaar geleden met net zo veel vuur het hindoeïsme verdedigd als dat ik toen het christelijk geloof verdedigde. Het feit dat ik iets altijd al geloofd heb, is voor mij nu eerder een reden er wantrouwend tegenover te staan. Dat wil namelijk zeggen dat ik er waarschijnlijk nooit echt kritisch over heb nagedacht, maar het gewoon heb geslikt. En als ik ergens over nadenk, en ik kom tot de conclusie dat ik toch blijf bij wat ik als kind al geloofde, blijft het kritische stemmetje zeuren dat het alleen is omdat ik niet kritisch genoeg durf te zijn tegen wat mij bij de opvoeding is ingeprent. Mensen die van buiten het christendom tot geloof komen, hebben dit probleem waarschijnlijk minder, maar voor mij zal het me altijd ervan tegenhouden volledige zekerheid te claimen.

De laatste maanden lees ik met enige regelmaat over ‘zwak geloven’, vooral via iemand die ik volg op Twitter (Ronald van den Oever, zie zijn blog). "De kern van het zwakke denken is dat we geen claims meer hebben om krachtige metafysica vast te houden ... Jezus is gekomen om alle bolwerken (machthebbers) van hun kracht te ontdoen. Onze weg is achter Hem aan, de weg van de naastenliefde (charitas) en naastenliefde verzwakt alle macht en bant al het geweld uit." Het duurde even voor ik doorhad wat met de term 'zwak geloven' bedoeld werd, maar ik ben hem gaan waarderen. Eigenlijk is het de weg van de zwakheid, waar ik in het voorjaar al een hele serie over heb geschreven:
Ook mijn geloof is een zwak geloof geworden. Sterker nog, soms geloof ik nauwelijks meer (ik schreef al hoe ik vorig weekeinde worstelde met de vraag of mijn geloof in Gods toekomst niet een soort ‘coping mechanism’ was en een vlucht uit de realiteit). Ik twijfel regelmatig. Ik vraag me af wat de betekenis is van het lijden in de wereld, en waarom God niet ingrijpt. Ik vraag me af waar parasieten en virussen vandaan komen. Ik vraag me af in welk opzicht ik verschil van dieren, en hoe onzelfzuchtig ik kan zijn in mijn relaties.
Maar tot nu toe heb ik mijn geloof niet verloren. Ten eerste heb ik al uitgelegd dat ik mezelf niet kan zien als betekenisloos product van toevalsprocessen, maar dat ik mezelf beschouw als persoon. En ik hou daarom vast aan een levensbeschouwing die mij die betekenis verleent. En geen levensbeschouwing biedt meer betekenis dan de christelijke, die mij laat weten dat ik naar het beeld van God ben geschapen, en dat diezelfde God zoveel van mij houdt dat hij zelf mens is geworden om mij van zijn liefde te overtuigen.
Ten tweede is de persoon van Jezus zoals Hij wordt beschreven in de evangeliën wel heel erg bijzonder. Ik geloof dat Hij en zijn boodschap zo tegen de religieuze instincten van mensen ingaan, dat ze niet verzonnen kunnen zijn. De gebeurtenissen rond zijn lege graf suggereren ook dat Hij meer was dan de zoveelste Joodse rabbi. Als deze persoon van zichzelf zegt dat hij Gods zoon is, moet ik dat dus serieus nemen.
Ten derde heb ik regelmatig iets van Gods aanwezigheid ervaren, ik heb bemoedigende woorden in mijn gedachten gehoord, op momenten dat ik die niet zelf verzonnen zou hebben, ik heb woorden van anderen gekregen, en ik heb meegemaakt dat gebeden werden verhoord. Ook al bewijzen die ervaringen niets op zichzelf, ik kan ze ook niet naar het rijk der fabeltjes verwijzen.

Deze drie punten maken dat ik mijn geloof niet kan loslaten. Maar mijn geloof is nu wel van een ander soort dan het vijftien jaar geleden was. Toen bestond mijn geloof uit een vaste overtuiging van een verzameling waarheden of dogma’s. Ik wist precies wat waar was en wat niet. Geloven betekende voor mij intellectueel instemmen met leerstellingen. Nu zijn er nog maar weinig leerstellingen waar ik voor de volle honderd procent van overtuigd ben. En de waarheden die ik verdedig, pretendeer ik niet meer te kunnen bewijzen, en ik eis niet meer dat anderen het ermee eens zijn. Het geloof is voor mij geen ‘theory of everything’ meer, waarmee ik alles zou moeten kunnen verklaren en waar ik alles in zou moeten kunnen passen.
Geloven is nu voor mij geworden tot het vertrouwen in de liefde van God. Dat is waar ik mij aan vastklamp: dat ik de geliefde van God ben, zijn kind, door Hem gemaakt en door Hem uitgekozen. Ik wil me ervoor openstellen zijn aanwezigheid te ervaren. En ondertussen wil ik God, andere mensen en mijzelf liefhebben zoals Hij van mij houdt. Ik wil andere mensen en mijzelf zien als unieke schepselen van God, als geliefde personen, met een onaantastbare waarde. En ik hoop op de komst van Gods koninkrijk, de wederoprichting van alle dingen, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

Dit geloof is zwak. Ik probeer niet meer mensen te overtuigen met onweerlegbare argumenten, indrukwekkende tekenen, of niet aflatende inzet. Vijftien jaar geleden probeerde ik dat wel, ik dacht dat ik door redeneren mensen zover kon krijgen ook in te stemmen met de waarheden waar ik in geloofde. Maar ik besef nu dat ik niemand kan bekeren. Ik geloof immers zelf nauwelijks, mijn argumenten hebben geen bewijskracht. Het enige dat ik kan is vasthouden aan de liefde van God, en in het contact met andere mensen open en eerlijk zijn. En ik hoop dat in die relaties God zichzelf zal laten zien aan mijn vrienden en kennissen. Ondertussen geniet ik van mijn vrienden en hun gezelschap, en vertrouw ik erop dat God ook hen met zijn hele hart liefheeft.
Dit zwakke geloof is volgens mij heel menselijk. Het is, om het cliché te gebruiken, meer een relatie tussen God en mij als individu, dan een universeel denksysteem. En hetzelfde geldt voor andere mensen. Het gaat om de liefde van God voor individuen. Ik denk dat dit zwakke geloof veel minder een onmenselijk denksysteem is, maar meet met de menselijke maat. Het behandelt mensen als mensen.
En ik geloof dat deze manier van geloven mij een liefdevol, gevoelig beeld geeft van mijn medemensen, hoeveel ze ook van mij verschillen, en van mijzelf. Daarom dat ik dit pad blijf volgen. Ik klamp me vast aan de hoop dat Gods liefde onherroepelijk ooit de overhand zal halen, en dat ik daar op dit moment - in het 'nu' - al iets van kan ervaren. En zelfs al zou het niet waar zijn, al zou het heelal koud en dood zijn, niets anders dan trillende atomen, en zou er na het uitdoven van alle energie geen herstel der dingen meer plaatsvinden, dan heb ik in elk geval geleefd als iemand die zichzelf waardevol en geliefd wist, die met passie handelde, omdat hij geloofde dat wat hij deed betekenis had, en die andere mensen met geduld en liefde tegemoet trad, omdat hij ze zag als geliefde kinderen van God. En dat is volgens mij de moeite van het geloven waard.

zaterdag 18 september 2010

Hoop doet leven 5: geloof, hoop en liefde

Onzekerheid is eindeloos frustrerend. Ik denk dat iedereen zich nog kan herinneren hoe je als kind iets vroeg voor je verjaardag, en hoe je vervolgens in spanning zat of je het zou krijgen. Wat zou er onder het pakpapier zitten? Was het wat je gevraagd had, of iets heel anders? Ik hoorde laatst van een moeder dat die met haar zoontje zijn verjaardagscadeaus gaat kopen, omdat hij onhandelbaar wordt als hij niet weet wat hij gaat krijgen.

En zo is het met alles waar we op hopen. Je hebt je examens gedaan, en over een week wordt je opgebeld met de uitslag. Wat zal het zijn? Je hebt een sollicitatiebrief gestuurd en nu wacht je of je wordt uitgenodigd voor het gesprek. Elke keer als de telefoon gaat, zit je recht overeind. Je hebt een manuscript naar de uitgever gestuurd, en nu ligt er een brief in je brievenbus. Durf je hem te openen? Je hebt meegedaan met een talentenjacht, en nu worden de deelnemers naar voren geroepen, de laatst beoordeelde het eerst. Hoe langer jouw naam niet wordt afgeroepen, hoe spannender het wordt. Je hoop groeit - 'Misschien sta ik op de eerste plaats!' - maar tegelijk je angst: 'Wat als ik het niet geworden ben?'.

De spanning is nog wel vol te houden als het gaat om iets triviaals (wie jouw lootje getrokken heeft om een surprise te maken voor Sinterklaasavond), of als het snel voorbij is (als ze je na het sollicitatiegesprek dezelfde dag nog terug zullen bellen. Maar als het gaat om je diepste verlangens wordt de onzekerheid hoe langer hoe pijnlijker. Er is een stripverhaal van Calvin & Hobbes dat daar over gaat: Calvin heeft met zijn ontbijtspul bonnen verzameld en daarvoor een petje met een propeller erop besteld. En komt er vervolgens achter dat het nog zes weken kan duren voor het bezorgd wordt. In het begin rent hij nog enthousiast naar de brievenbus als hij uit school komt, maar het pakje is er niet. En de volgende dag ook niet, en de volgende ook niet, en de volgende ook niet. Elke dag laait zijn hoop weer op, maar hij wordt steeds teleurgesteld. Uiteindelijk sloft hij het huis binnen: "Het pakje zal er vandaag ook wel niet zijn." Het kost hem te veel energie om te blijven hopen. Daarom heeft hij zich er maar voor afgesloten. Maar daardoor is hij wel zijn enthousiasme en levensvreugde kwijtgeraakt. Zo gaat het ook met ons: als ik een half jaar niks hoor van de uitgever, durf ik niet meer te hopen op een positief antwoord. Maar ondertussen blijft ik mijn manuscript in mijn la houden. Als ik hoop op een promotie, maar ik wordt steeds over het hoofd gezien, zal ik steeds minder mijn best gaan doen. De schrijver van de Spreuken had het goed door: "Almaar onvervulde hoop maakt ziek" (13:12). Een andere vertaling zegt dat een langgerekt hopen het hart ziek maakt, de kern van onze identiteit, onze wil. Als we de spanning niet meer aankunnen, geven we de moed op. En daarmee sterft er, dramatisch uitgedrukt, iets van onszelf, van onze levenslust, van ons initiatief. 

Hetzelfde gevaar dreigt met de christelijke toekomstverwachting. De schrijver van 2 Petrus 3:4 voorspelde al dat mensen zullen vragen: ‘Waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’ Een logische vraag. We zijn bijna tweeduizend jaar verder, maar van het beloofde herstel van alle dingen is minder zichtbaar dan ooit. Het klonk allemaal mooi wat Jezus zei over het koninkrijk van God, en de eersten die de laatsten zouden zijn, maar er is nog niks van uitgekomen. Er zou een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen, waar gerechtigheid woont. Wat houdt God tegen? De eerste wereldoorlog, de holocaust, AIDS, mensenhandel: van gerechtigheid is weinig sprake. Elke keer denken we dat dit toch wel het moment moet zijn dat God zal ingrijpen. Maar tot nu toe is die hoop steeds teleurgesteld. 

Toch laten we ons steeds weer het hoofd op hol brengen. In de negentiende eeuw dachten de volgelingen van John Nelson Darby dat God toch wel tijdens hun leven zou terugkomen. De tekenen van de tijd wezen erop. Maar nee, hij bleef weg. Dan misschien bij de oprichting van de staat Israel. Nee, hij bleef weg. Hal Lindsey zag de vervulling van Bijbelse profetieën in de Europese unie, en de Sovjet Unie. Nee, het zou geen tientallen jaren meer duren. Het jaar 2000. Dat zou mooi zijn! Maar nee, geen terugkomst van Jezus. En steeds zijn er nieuwe mensen die met getallen strooien, ingewikkelde berekeningen en nieuwe uitleggingen van de profetieën, om aan te tonen dat Jezus nu toch echt een keer terugkomt. Nee, de vorige keren waren er fouten gemaakt. Nu weten we het zeker. De feiten laten echter zien dat tot nu toe nog nooit een van die voorspellingen is uitgekomen. 

Dat we behoefte hebben aan getalsberekeningen, speculatieve uitleggingen van profetieen, en hypotheses over wie de antichrist zou kunnen zijn, laat zien dat we onzeker zijn van onze toekomst.  We zoeken naar bewijzen, naar een teken dat ons kan verlossen van de spanning: is het nou waar, of is het niet waar? Wordt mijn vertrouwen en mijn inspanning voor God beloond? Of had ik beter kunnen eten en drinken en alles doen wat God verboden heeft, omdat er na de dood toch niks meer gebeurt? We kunnen het niet meer aan. Vandaar ook dat sommigen er cynisch over worden, en niet eens meer werkelijk verlangen naar de komst van Gods koninkrijk. We stellen ons de hemel voor als een plek waar we eigenlijk helemaal niet willen zijn. Want ook dat is een oplossing: het verlangen kleiner maken, zodat de teleurstelling minder groot is. 

Het is allebei heel goed te begrijpen (ik zoek ook naar aanwijzingen en hints dat ik in elk geval een positief antwoord kan verwachten op mijn verzoek), maar het is ook allebei een teken van ongeloof. Want wat is geloof? "Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet" (Hebreeen 11:1). Maar hoe kun je nou zeker zijn van iets dat je hoopt? Dat lijkt met elkaar in tegenspraak. Dit beseft ook de Bijbel: "Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien?" (Romeinen 8:24). En het vervolg van Hebreeen 11, dat begint met spreken over zekerheid, gaat over allerlei geloofshelden, die tijdens hun leven de beloften van God niet werkelijkheid zagen worden. Abraham zag nooit de stad die God hem beloofd had, Mozes ging nooit het beloofde land binnen. Anderen werden gedood of leefden als vluchtelingen. Dat laat zien dat het bij dit geloof niet gaat om de zekerheid dat je in dit leven krijgt waar je op hoopt.

Daar gaan sommige geloofspredikers de mist in, die bijvoorbeeld zeggen dat je als je ziek bent, 'in geloof' moet claimen dat God je geneest. Als je dan ziek blijft, was je geloof niet sterk genoeg. Of je moet 'in geloof' uitspreken dat God je rijk zal maken, je carrière zal laten slagen, of je kinderen gelukkig zal maken. Je moet zeker weten dat het gaat komen, is de stelling, en dan zal God het doen. Wie denkt dat geloof te maken heeft met dit soort 'zekerheid', komt bedrogen uit. De gemiddelde leeftijd van gelovigen is niet hoger dan die van niet-gelovigen, en ook niet het gemiddelde aantal 'gezonde levensjaren'. Tijd en toeval treffen allen, stelt de Prediker.
Niet voor niets doet deze manier van 'geloven', net als het uitrekenen van profetische datums, denken aan waarzeggerij en spiritisme. Het is een vorm van zekerheid die gebaseerd is op (vermeende) kennis van de toekomst. Zekerheid gebaseerd op een profetie, of een boodschap uit een andere tijd, een signaal vanaf de andere kant van onze kennishorizon. Maar de toekomst kunnen we niet kennen. Sterker nog: Jezus zegt dat niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, "Ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het" (Matteus 24:36). Het is dus een valse zekerheid.

De zekerheid waar de schrijver van de Hebreeenbrief over schrijft is niet een zekerheid die vooruit kijkt. Het is niet de zekerheid van een waarzegger of tijdsreiziger. De zekerheid van het geloof is zekerheid die is gebaseerd op de persoon en het karakter van God, zoals Hij zichzelf heeft laten zien in Jezus Christus en in zijn dood en opstanding. Het is het vertrouwen in een God die ieder individueel mens onvoorwaardelijk liefheeft. Het is gebaseerd op een relatie. En dus is het een keuze.
Ons geloof in een goede toekomst, in het herstel van alle dingen, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde en de opstanding uit de dood, is nooit los te maken van ons vertrouwen in God zelf. Wie datums wil kunnen berekenen voor deze dingen, wie bewijs wil zien van de opstanding, en wie zijn hoop baseert op vervulde profetieën, zegt daarmee eigenlijk dat Gods belofte voor hem niet genoeg is. Hij vertrouwt meer op voorspellingen en berekeningen dan op de persoonlijke God, die alles heeft gegeven om een relatie met Hem te kunnen aangaan. Wie blijft aandringen op een teken, vindt de tekenen van Gods liefde niet genoeg. 

Gods liefde is voor eens en altijd zichtbaar geworden in Jezus en in zijn dood aan het kruis (een spijkerhard feit, historisch gedocumenteerd). Die liefde, die zo kaarsrecht stond op alle religieuze verwachtingen van mensen, is het enige zichtbare, onbetwistbare teken dat God ons heeft willen geven. Het is het teken dat God ons liefheeft, en dat we op Hem kunnen vertrouwen. Als Hij onvoorwaardelijk van ons houdt, zoals Hij houdt van Jezus, zal Hij ons uit de dood levend maken, zoals Hij Jezus uit de dood levend maakte. Wat God van ons vraagt, is of wij ons door Hem willen laten liefhebben.
Daarom is er maar een enkele remedie als wij onze hoop dreigen kwijt te raken, en dat is ons open te stellen voor Gods liefde. In de worsteling met de onzekerheid, moeten we gaan zoeken naar tekenen van Gods liefde voor ons. Als we teleurgesteld zijn van het wachten, moeten we weer opnieuw gaan vragen wie die God eigenlijk is in wie wij geloven en hoeveel hij van ons houdt. De frustratie wordt dan niet meer een vijand, maar is een aanwijzer die ons terugwijst naar onze Vader, die ons wil omarmen. Onze spanning brengt ons keer op keer terug in zijn armen. En wanneer we ons weer realiseren dat we daadwerkelijk geliefde kinderen van God zijn, zullen we ook weer durven hopen. En "deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is" (Romeinen 5:5). 
Dan wordt waar voor ons wat Jezus zei: "Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven" (Johannes 20:28).

donderdag 22 juli 2010

The Raven, blue holes, onderzeese vulkanen, Chesterton en kinderen

Voor alle Star Wars-fans.

De korte film The Raven wordt bewerkt tot speelfilm. Kijk vooral ook de korte versie. Gemaakt voor maar 5000 dollar en ziet er zo al spectaculair uit.

De opnames voor Star Trek 2 beginnen in januari! Woohooo!

En ja, het is officieel: er komt inderdaad een vervolg op de tekenfilmserie Avatar, the last airbender. 

Grotten met zuurstofloos zout water, de zogenaamde 'blue holes', bevatten bijzondere bacteriën en geven inzicht in mogelijk leven op Mars en Europa. Maar zien er vooral prachtig uit!

Over zuurstofloos water gesproken: een soort grondel voor de kust van Afrika blijkt zich minstens tien tot twaalf uur prima thuis te voelen in zuurstofarm en giftig water. Hij floreert zelfs: door de overbevissing van sardines (zo zeer dat de populatie zich niet kon herstellen), nam het aantal kwallen in deze zee toe (en werd een plaag, mede omdat er in dat gebied geen dieren waren die kwallen eten), maar de grondel blijkt kwallen te eten. Bijzondere vorm van aanpassing.

Een fantastisch filmpje van een expeditie naar een onderzeese vulkaan, waar zwavelrijke heetwaterbronnen worden aangetroffen. Dat is in zichzelf niet zo bijzonder, maar waar andere heetwaterbronnen worden omringd door wormen en mossels, hebben hier speciaal aangepaste zeepokken de overhand. Bacteriën groeien op hun pootjes, en worden door de zeepokken af en toe afgegraasd. Prachtig om te zien.

De olielekkage in de Golf van Mexico lijkt gestopt, maar de gevolgen blijven. Gelukkig zijn er mensen die reageren op een creatieve manier, zoals deze muzikanten. Sorry zeggen is niet meer voldoende.

Een interview met G.K. Chesterton over populaire auteur Dan Brown.

Een vraag waar ik ook wel eens over nadenk (vooral bij gesprekken met mijn vriend Cornell). "No one can definitively prove the existence of God, nor can they prove what interpretation of God is true. Nor can anyone definitely disprove the existence of God. For as long as we walk on the earth, God is simply a human perception. I can believe God exists, but does that make God exist if God actually does not exist? Or, if I believe God does not exist, does that make God not exist, even if God truly does exist? If I believe in the Christian God, but God truly exists in more of a polytheistic or pantheistic way, does my belief in the Christian God make the Christian God exist?"  Ik zou terugvallen op de onverklaarbare paradox van de persoon van Jezus, die 'de weg, de waarheid en het leven' is. Maar ik weet tegelijk dat het een keuze is van geloof, en in die zin een sprong in het diepe.

Toen ik op de kring van onze kerk meedeelde na te denken over vormen van huiskerk of organisch kerk zijn was een van de eerste vragen: maar wat doe je dan met de kinderen? Moet er geen zondagsschool/tiener/jeugd-bediening zijn? Dezelfde vraag wordt volgens dit artikel vaker als eerste gesteld, maar er is ook een antwoord op. Als eerste moeten we kinderen niet gaan zien als afleiding tijdens onze bijeenkomsten, maar als waardevol onderdeel van onze geestelijke familie. "The institutional church has the mentality of juvenile segregation: push them out into the Sunday School wing, so everything can be Holy and Quiet. This, of course, is unbiblical. How quiet do you think the kids were during the Sermon on the Mount? ... We need to constantly put ourselves in the shoes of our brothers and sisters – and our kids are, in the body of Christ, our brothers and sisters. Let’s prefer them in love."

vrijdag 16 juli 2010

Wie ben ik? 3 en slot: De boodschap van de auteur

Ja, hier zijn we weer. Nee, ik was mijn miniserie over de betekenis van mijn 'ik', mijn persoonlijkheid, niet vergeten. Natuurlijk niet. Maar de omvang van het onderwerp in combinatie met een wat vermoeid gevoel deze week noodzaakten mij het schrijven van het slot ervan uit te stellen tot vandaag.
In de vorige aflevering betoogde ik dat de vraag naar mijn 'ik' een vraag was om betekenis. Dus niet ten diepste 'wat ben ik?' -het antwoord kan zijn: een verzameling atomen onderworpen aan de natuurwetten- maar 'waarom ben ik?'. En het antwoord op die vraag kun je niet vinden met de natuurwetenschappelijke methode (daarmee beantwoordt je slechts de eerste vraag). Betekenis kan alleen aan je worden verleend. Ik suggereerde daarvoor twee omschrijvingen - de eerste is die van het verhaal. Je betekenis hangt af van het verhaal waarin je leeft en je rol daarin. (Daarover schrijf ik meer in mijn bijdrage aan De opwindende laatste dagen - staat in Delft nog in de Bijbel-In.) Als we leven in een verhaal van een universum dat zich als een klok afwindt en tot niets dan stof vergaat, is onze betekenis klein. Als we leven in een verhaal zoals dat van de persoonlijke God, die een nieuwe hemel en een nieuwe aarde schept, waarbij voor ons een taak is weggelegd, is onze betekenis groot. De tweede is die van de liefde. Het grote verhaal van God is een liefdesverhaal. Ik kan aan mezelf twijfelen, ik kan mijn gevoel van persoonlijkheid kwijt zijn, ik kan mezelf zien als verzameling atomen, maar mijn identiteit staat vast: wat ik ook ben, ik ben de geliefde van God. God houdt van mij, en daaraan ontleen ik mijn betekenis. Hoe ik verder over mezelf kan denken: ik ben 'Gods geliefde kind in wie hij welbehagen heeft.'
Het probleem blijft dan natuurlijk hoe we dat kunnen weten, maar eerst wil ik laten zien dat deze blik op mijn identiteit twee belangrijke vragen beantwoordt. De eerste is naar de relatie met andere mensen. Ik zal hier wel weer generaliseren, maar de visie dat het 'ik' een illusie is die door onze hersenen wordt opgeroepen om ons een evolutionair voordeel te geven in de strijd om het bestaan, geeft geen basis voor het liefhebben van andere mensen (anders dan uit volledig zelfzuchtige overwegingen). Die andere mensen zijn immers ook alleen maar stapels atomen die door de natuurwetten uiteindelijk tot een einde zullen komen (en misschien hebben ze voor die tijd hun erfelijke informatie aan een volgende generatie kunnen doorgeven). Er is geen reden waarom we ze als meer zouden zien dan dat, waarom we ze zouden zien als waardevolle individuen die we kunnen liefhebben 'als onszelf'. Dat is er ook niet als we ons 'ik' zouden zien als de expressie van een soort onpersoonlijk 'bestaan' in ons en in de ander. Mijn vriend met wie ik hierover in gesprek was haalde een Indiase goeroe aan. Zijn complex was overvallen en zijn volgelingen vroegen hem waarom hij niet achter de rovers aanjoeg. Hij antwoordde: 'Waarom zou een tand strijd voeren tegen de pink aan het eigen lichaam? Waarom zou een teen de linker oorlel willen pijn doen?' Dit lijkt op het Bijbelse idee van de kerk als 'lichaam' - met het verschil dat het Bijbelse model 'bovenpersoonlijk' is, dat wil zeggen een eenheid die ware, bestaande personen bevat die samen een hogere gemeenschap of superstructuur vormen, terwijl dit beeld 'subpersoonlijk' is, namelijk dat ons idee dat we onderscheiden personen zijn een illusie is omdat we allemaal expressies zijn van een soort onpersoonlijk bestaan. De goeroe baseerde zijn argument op het feit dat wij als individuen onbelangrijk zijn. Dat leidt misschien tot een onthechting waardoor het bestraffen van de rovers ook onbelangrijk wordt, maar niet tot liefde (de liefde waar de bijbel over spreekt die zelfs zijn vijanden liefheeft). Ik geloof niet dat het onpersoonlijke 'bestaan' iets is dat je echt kunt liefhebben. Alleen de wetenschap dat de ander net als jij de geliefde van God is en daarmee ongelofelijk waardevol en belangrijk, geeft een solide basis voor de onderlinge liefde.

De tweede vraag is die van het leven na de dood. Er zijn geen wetenschappelijke redenen om te geloven dat de ziel na de dood blijft bestaan. Bijna dood ervaringen vormen geen bewijs. Ook de bijbel bevestigt dat we stof zijn en tot stof zullen terugkeren. De gedachte van de 'eeuwige ziel', die ooit bij God was voor we werden geboren en na de dood weer naar zijn eigenlijke thuis terugkeert, komt uit de Griekse filosofie en niet uit de bijbel. De bijbel ziet de mens als een eenheid. Deze eenheid heeft een begin en komt bij de dood ten einde. Daarom wordt de dood ook gezien als vijand, de laatste en belangrijkste vijand zelfs. Ik denk dat het bijbelse beeld van de dood overeenstemt met onze waarnemingen van de werkelijkheid. Dood is dood. Punt uit. Toch spreekt de bijbel over hoop. Die hoop is niet een soort zweverig voortbestaan van de eeuwige ziel, maar de opstanding van het lichaam. De hele mens wordt hersteld. De bijbel vraagt zijn lezers niet dit te geloven op basis van wetenschappelijke of filosofische argumenten. Het is niet uit onze waarnemingen af te leiden. De enige reden om dit te geloven is onze betekenis als de 'geliefden van God'. Als dat onze enige basis is, als we onze identiteit ontlenen aan het feit dat God van ons houdt, kunnen we geloven dat we ook na onze dood zullen voortbestaan. God is namelijk eeuwig (per definitie) en dus is zijn liefde ook eeuwig (want de natuur van God zal niet veranderen), en als Gods liefde voor ons eeuwig is, blijven wij eeuwig betekenis hebben voor God. Zijn liefde voor ons gaf ons al bestaan, en zal ons bestaan blijven geven. Ons leven, nu en ook het eeuwige leven, vindt zijn oorsprong in de liefde van de persoonlijke God. Dus zal, zoals Jezus zegt, ons leven niet eindigen ook al sterven we. De mens als eenheid zal worden hersteld, is de belofte van de Bijbel, en ook in de periode tussen onze dood en dat moment hebben we een bestaan. Omdat God van ons houdt. We zijn dan bij Jezus, zegt Paulus, en dat is verreweg het beste.

Maar, zegt de scepticus, hoe kunnen we weten dat we in een groter verhaal leven? Het is nu eenmaal een feit dat de personen in een verhaal niet doorhebben dat ze bestaan op de pagina's van een boek of op de beeldbuis. Hun blik is nu eenmaal beperkt tot de wereld die de auteur voor hen verzonnen heeft en ze kunnen er niet buiten kijken. Dus zullen ze niet kunnen ontdekken dat ze betekenis hebben. En het is interessant om jezelf te zien als de geliefde van God, prima, maar hoe weet je dat? Want God kun je niet zien of ruiken of voelen. Je kunt misschien hopen dat er een God is dat die van je houdt, maar dan blijft het een wankele basis voor je identiteit. Dan houd je jezelf voor de gek. Ik moest hier stevig over nadenken na het gesprek met mijn vriend. De vraag die ik mezelf stelde was: "Waarom geloof ik? Waarom blijf ik volhouden dat ik betekenis heb? Waarom blijf ik vasthouden aan mijn geloof in een persoonlijke God, voor wie ik waardevol ben?"
Mijn antwoord was: Jezus. Deze persoon, zoals Hij beschreven wordt in de bijbel, heeft op mij indruk gemaakt. Hij is uniek - hij is volledig menselijk, maar tegelijk schudt hij aan al onze menselijke aannames, hij was een Jood onder de Joden, maar tegelijk haalde hij alle heilige huisjes omver, hij sprak over Gods onvoorwaardelijke liefde, maar vroeg zijn volgelingen tegelijk elkaar net zo lief te hebben, hij ontving hoeren en tollenaars, maar sloot geen moreel compromis. Hij sprak over een koninkrijk dat zou komen, maar weigerde elke macht die hem werd aangeboden. Hij verrichtte wonderen aan allerlei mensen, maar redde niet zichzelf en beloofde zijn volgelingen dat ze moeite zouden lijden. Zijn hele bestaan zoals beschreven staat vol met schijnbare tegenstrijdigheden. Dit is niet iemand die een groepje mensen zou hebben verzonnen om een religie te stichten. En je kunt hem ook niet reduceren tot een verlicht individu, een vrijheidvechter, wonderdoener of dichter. Niet alleen zijn woorden of zijn wonderen, maar vooral zijn dood aan het kruis en zijn opstanding (in elk geval het geloof daarin dat zijn volgelingen de dood vrij in de ogen liet zien) zijn te bijzonder om verzonnen te kunnen zijn. Ik kan er in elk geval niet omheen. Ik wil aannemen dat hij is wie hij zegt te zijn: God.
De enige manier waarop de karakters in een verhaal hun betekenis kunnen ontdekken is als de auteur van het verhaal het hen vertelt. Alleen de auteur van het verhaal kan het verhaal openbreken en er zelf in binnendringen, en zijn creaties over zichzelf vertellen. (Een mooi voorbeeld hiervan bevindt zich in de filosofische roman De wereld van Sofie). En dat is wat Jezus kwam doen. Hij is de auteur die zelf een van de karakters wordt in zijn eigen verhaal. En hij vertelt de andere karakters in het verhaal wat hun betekenis is, wat hun rol is, en hoe de auteur over hen denkt. Hij vertelt ze dat er een happy end aan komt, en dat hun plotlijnen daaraan kunnen bijdragen, als ze zich bij dat verhaal aansluiten. Hij geeft ze betekenis.
De enige manier waarop we kunnen ontdekken dat we geliefd zijn, dat we 'de geliefde' zijn, is als de ander die van ons houdt het ons vertelt. We kunnen er naar raden, maar dat geeft geen zekerheid. Alleen openbaring -een roos, een brief, een woord- maakt het ons duidelijk. We zijn geliefd, we zijn gekend. En dat is wat Jezus kwam doen. Hij is de openbaring van het hart van God. Gods liefdesbrief zogezegd. In Hem werd Gods totale hart ten opzichte van ons zichtbaar, Gods bewogenheid met ons, Gods liefde voor ons. Het begon met de incarnatie. Greg Boyd noemt dit ook wel een 'bear hug from the manger'. Jezus' hele leven, en vooral zijn dood en opstanding, zijn de zichtbare tekenen in onze realiteit van een waarheid die van eeuwigheid tot eeuwigheid bestaat, namelijk dat God van zijn schepselen houdt, dat Hij hen waardevol en kostbaar vindt, en dat Hij er alles voor over heeft om een relatie van liefde met hen aan te gaan. Dat God wil dat zij hun identiteit vinden in het feit dat ze geliefd zijn. Dat ze hun afgoden achterlaten, al het kleinere waarin ze hun betekenis proberen te zoeken, de 'vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad' en zich eraan overgeven door God geliefd te worden. Dat ze drinken van de bron van het water dat leven geeft, gratis en voor niks. Dat ze bij Hem komen om het eeuwige leven te krijgen om niet. En het eeuwige leven, zegt Johannes, "dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus." (17:3). Het eeuwige leven is eeuwig geliefd zijn door God.

Daarom geloof ik dat het leven als Christen begint en eindigt bij Jezus. Discussies over andere dingen zijn leuk, denken over het 'ik' is interessant, het ontstaan van de wereld en het verloop van de eindtijd zijn boeiend, maar het is allemaal niet belangrijk. Jezus is belangrijk. Hij is de enige basis om te geloven in God (en dus in onszelf en de wereld om ons heen en de ander). Het gaat om Hem. Voor ons individueel, maar ook voor ons als geheel, als kerk, moet het gaan om Hem. Dat is waar ik opnieuw bij werd bepaald door deze discussie en daar is waar ik mij op wil richten. Net als Paulus wil ik mijn prioriteiten herijken. "Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen en één met hem zijn ... Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan"(Filippenzen 3:8-10). Mijn identiteit, mijn ik, ligt in Jezus Christus.

dinsdag 6 juli 2010

Wie ben ik? 1: het vluchtende zelf

Ja, ik weet dat ik had beloofd door de week niet meer zulke lange epistels te schrijven, maar die te bewaren voor het weekeinde. Maar soms kruipt het bloed waar het niet gaan kan, vooral omdat ik afgelopen weekeinde weinig tijd had voor mijn blog. En ik had afgelopen weekeinde wel een gesprek waardoor mijn vingers gingen jeuken (in overdrachtelijke zin dan. Ze doen meer pijn van de blaren). Het zit namelijk zo dat ik niet altijd tijdens een gesprek zelf mijn reactie kan formuleren. Soms moet ik er dieper over doordenken, vooral als de ander vragen stelt die ik nog niet eerder heb hoeven beantwoorden, en lang gekoesterde ideeën doet wankelen. Maar dat is niet verkeerd. Je kunt beter blijk geven van een gezonde twijfel, dan van een ongezonde zekerheid. Dat laatste zou een 'huis gebouwd op zand' kunnen blijken (om in Bijbelse termen te spreken), terwijl het eerste helpt om een zeker fundament te vinden. Daartoe hielp deze discussie in elk geval bij mij. Maar op dat fundament moeten jullie nog even wachten, want het onderwerp van het gesprek is zo groot dat het niet in een enkel blogbericht behandeld kan worden, zelfs niet in een bericht van de lengte zoals ik ze meestal schrijf. Aan het getal 'een' in de titel van dit bericht is te zien dat het gaat om een serie (van drie berichten). En het thema is de vraag naar onze identiteit. Wie ben ik? Niet 'Johan Klein Haneveld, bureauredacteur, kerkzoeker', maar: 'Wat is mijn 'ik' eigenlijk?'

Dat was de vraag die mijn vriend stelde. Als ik hem verkeerd weergeef, hoop ik dat hij mij corrigeert in de reacties, maar kort gezegd kwam zijn betoog er op neer dat hij probeerde zijn eigen 'ik' te definiëren. 'Mijn ik is niet mijn ratio', stelde hij. 'Die gedachten neem ik namelijk waar. Mijn ik is ook niet mijn gevoelens, die dringen zich aan mijn ik op. Het is ook niet de aaneenschakeling van herinneringen, die kan ik oproepen, en ze zijn bovendien niet betrouwbaar.  Het is niet mijn toekomstverwachtingen, want die hoeven niet uit te komen. Mijn ik is ook niet mijn verlangens, die veranderen en zijn soms afhankelijk van de omgeving. Mijn ik is zelfs niet mijn bewustzijn, want ik houd niet op met bestaan als ik slaap. En als ik wakker wordt, dan neem ik waar dat mijn gedachten coherenter worden.' Hij stelde dat hij van niets echt zeker kan zijn. 'Ik kan in de Matrix (uit de film) leven - in een computersimulatie. Ik kan wakker zijn geworden in het lichaam van een ander, met de herinneringen van een ander, zonder het te weten. Ieder ander mens kan een simulatie zijn. Slechts van een ding kan ik zeker zijn, dat is dat ik besta.' De rest van alles -lichaam, gedachten, gevoelens, verlangens, herinneringen, zelfs bewustzijn- zijn dus niet essentieel, en je daaraan vastklampen maakt je onvrij. Mijn vriend suggereerde dat Jezus iemand was die zich dit realiseerde, en dat hij daardoor van die vreemde dingen kon zeggen over kijken naar de vogels in het veld, niet bezorgd zijn over de dag van morgen en het eeuwige leven, dat nu al werkelijkheid is. 'Je realiseren dat al die dingen er niet toe doen, zelfs de dood niet. Want dat is alleen het einde van die 'extra' dingen die je waarneemt.' Hij bedoelde niet dat hij geloofde in een leven na de dood, maar dat de dood geen betekenis heeft. 'Als je terugkijkt kan je jezelf ook niet herinneren wanneer je begon te bestaan. Daar maken we ons niet druk over. Waarom dan wel over het eindigen van het individuele bestaan?'
Ik heb de dagen erna hier veel over nagedacht. Want zijn vragen raakten aan bepaalde diepgewortelde angsten en twijfels over het ik en mijn vrijheid als persoon. Want: wat als ik mijn geheugen zou kwijtraken, zou ik dan nog dezelfde zijn? Wat als mijn hersenen beschadigd zouden raken en mijn persoonlijkheid zou veranderen, ben ik dan nog 'ik'? Wat als ik door een ziekte of persoonlijkheidsstoornis niet vrij zou zijn mijn gedrag te veranderen, ben ik dan nog wel echt een persoon? En inderdaad: wat als ik slaap? Het argument van mijn vriend maakte indruk. Inderdaad is mijn identiteit niet gelegen in mijn al dan niet coherente gedachten, in mijn gevoelens, in mijn herinneringen, in mijn verlangens, in mijn lichaam, in mijn hersenen, in mijn bewustzijn. Is dus de conclusie dat al die dingen er niet toe doen? Dat wat ik als mijn 'ik' ervaar niet meer is dan een illusie, een truuk van mijn hersenen om mij in de 'survival of the fittest' te laten overleven? Is het een kaartenhuis dat elk moment in elkaar kan storten? Het is in strijd met mijn diepst gekoesterde ideeën, maar ik wil niet vasthouden aan vooringenomen ideeën als die rationeel niet houdbaar zijn. Maar ik kon geen rationele verklaring bieden voor mijn geloof in mijn zelf, mijn identiteit als persoon, en het belang en de mogelijkheid van het voortbestaan daarvan na de dood. Mijn betoog zal daarom ook zijn dat dit niet mogelijk is.

Ik meen namelijk dat die hele zoektocht naar mijn 'ik' tot mislukken gedoemd is. We ontdekken niet wie we zijn door bij onszelf naar binnen te kijken, door introspectie. We komen niet bij onze identiteit door onszelf te ontleden. Dit is een behoorlijk reductionistische instelling. We delen onszelf op in verschillende compartimenten - gedachten, gevoelens, verlangens, herinneringen, verwachtingen enzovoorts. We leggen ze naast elkaar op de onderzoekstafel en kijken dan of een ervan het 'ik' is. Of: we pellen alle lagen af van de ui, op zoek naar de ui. Maar wat overblijft is niet de ui. Tussen al die onderdelen is het ik niet te vinden. Het trekt zich als het ware van ons terug, het vlucht voor ons vergrootglas weg. Als je een kat ontleedt, zegt mijn grote voorbeeld C.S. Lewis ergens, houd je een stapel organen op een doekje over. Maar dat is niet meer de kat. Wie een kus reductionistisch benadert, beschrijft die in termen van speekseluitwisseling, hormoonoprispingen, en de aantrekking tussen man en vrouw. Maar in al die dingen is de 'kus' niet meer te vinden. Wie de mens en zijn ziel probeert te ontleden, eindigt met de conclusie dat het 'ik' er niet is, of in elk geval niets te maken heeft met persoonlijkheid, individualiteit, concrete gedachten, herinneringen, gevoelens, keuzes of iets dergelijks. Het is hooguit de uiting van 'het kosmische bestaan'.
Maar ik geloof niet dat de mens op zo'n manier valt te reduceren. Het ik is niet onder te verdelen. Mijn identiteit kan niet worden teruggebracht tot mijn hersenen, mijn gedachten, mijn gevoelens of mijn herinneringen. Het is niet slechts een van de delen, het is het geheel. De som. Ik ben een persoon. En als persoon heb ik herinneringen, gedachten, gevoelens, verlangens, verwachtingen, een lichaam. Zijn zijn niet mij, ik ben hen. Om deze reden ben ik ook een tegenstander van de in sommige christelijke kringen gebruikelijke onderverdeling van de mens in geest, ziel en lichaam. Want welke van de drie ben ik dan? En als mijn 'ik' in de geest ligt, horen mijn gedachten, verlangens en wil (die bij de ziel zouden horen) er dan niet bij? Zulk denken in onderdelen is volgens mij eerder Grieks filosofisch dan bijbels. En de bijbelse passages die spreken over 'geest, ziel en lichaam' gebruiken die formulering juist om de hele mens aan te duiden, de mens als eenheid. Ik voel zelfs weinig voor een dualistisch onderscheid tussen 'geest' en 'lichaam', waarbij mijn denken als het ware mijn hersenen aanstuurt. Mijn geest is niet van mijn lichaam te scheiden. Ik ben een geheel. Ik pleit voor een holistische visie op de mens, op mijn 'ik'.
Zeker, sommige delen van mij kunnen verstoord raken, of zelfs voor altijd verdwijnen. Mijn hersenen kunnen ziek worden, ik kan mijn geheugen verliezen, ik kan mijn denkvermogen kwijtraken. Maar dit ervaar ik nooit als iets goeds, iets dat mij dichter bij mijn 'ik' brengt. Deze dingen verminderen mij. Zoals de slaap mij al vermindert (zou je in slaap willen vallen als je zeker wist dat je nooit meer wakker zou worden?) en de dood mij al helemaal teniet doet. Ik ervaar niet voor niets een weerstand tegen deze dingen. De persoon, mijn 'ik', wil een geheel blijven, een zijn. In Bijbelse termen, zoals Paulus schrijft in 2 Korintiers 5:4: "We willen niet dat deze kleding (ons lichaam) wordt uitgetrokken; we willen dat er nieuwe over wordt aangetrokken, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden." We willen niet minder worden dan we zijn. We willen meer zijn. We willen niet meer bang hoeven te zijn in slaap te vallen en nooit meer wakker te worden. We willen niet meer bang hoeven te zijn dat onze herinneringen niet betrouwbaar zijn en dat ons denken ons in de steek kan laten. We willen niet meer bang hoeven zijn voor de dood. Nooit meer. We willen werkelijk, ongedeeld onszelf zijn. Voor altijd.

Dat is wat de Bijbel belooft, namelijk de opstanding. Dat is: het herstel van de hele mens, de mens als geheel, met geest, ziel en lichaam. Let op: het gaat in de bijbel om een letterlijke lichamelijke opstanding. Niet om een symbool, niet om een spirituele ervaring, en ook niet om een bestaan als lichaamsloze ziel in een geestelijke hemel of een andere dimensie. Nee, de hele mens zal opnieuw tot aanschijn worden geroepen. "Ik zal u een geheim onthullen", zegt Paulus in een van de prachtigste hoofdstukken van de Bijbel, namelijk 1 Korintiers 15. "Wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen. Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’."  En dit is de hoop waar Jezus over sprak. Hij had het niet over een acceptatie van de betekenisloosheid van de persoonlijkheid, en het als illusie zien van hoop, verlangens, verwachtingen en dood. Nee, zegt hij in Johannes 11:25v: "Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven." En om te laten zien dat hij dit letterlijk bedoelde, wekt hij zijn vriend Lazarus op uit de dood. Hij stonk zelfs. Het was een lichamelijke opstanding waar Jezus op doelde, de opstanding van de hele mens Lazarus, de hele persoon. En ook al zou hij ooit weer sterven (hij had niet het eeuwige leven), hij zou ooit voor altijd hersteld worden in de opstanding aan het einde van deze tijd.
Deze verwachting van de opstanding van de gehele persoon (het lichaam incluis) is volgens mij uniek voor het christelijke geloof, en ook uniek hoopgevend. Het christendom is als enige godsdienst werkelijk holistisch. Het christelijke geloof leert dan ook niet dat de ziel eeuwig is. Verhalen als van reïncarnatie, of de gedachte dat onze ziel zich voordat we geboren worden bij God bevindt en door God in ons lichaam geplaatst wordt, zijn wel romantisch, maar niet in overeenstemming met de bijbel. Ook de gedachte dat de ziel bij de dood uit het lichaam verdwijnt en 'voortleeft', is eerder een platonische gedachte, dan bijbels. Plato meende dat het lichaam (de materiele werkelijkheid) een soort gevangenis was voor de eeuwige, ideale ziel. De bijbel kent daarentegen geen onsterfelijke ziel, gescheiden van het lichaam. Er is de mens, als geheel, die wordt geboren en die sterft, maar van wie God belooft dat hij hem aan het eind van de tijd uit de dood zal opwekken. Daarmee is mijn persoonlijkheid realiteit, maar daarmee is ook de dood een realiteit (een vijand noemt de bijbel de dood). En ook mijn hoop is realiteit.

Je ziet: ik baseer mijn mening op uitspraken uit de bijbel, niet op rationele argumenten. Ik geloof dat deze visie op mijn 'ik' wel in overeenstemming is met mijn waarnemingen van de werkelijkheid, het stemt overeen met de realiteit, maar ik kan hem niet bewijzen uit die realiteit. Wat dat betreft moet ik mijn vriend teleurstellen. Mijn overtuiging is niet a-rationeel (ik kan erover spreken), maar wel 'boven-rationeel', oftewel, gebaseerd op openbaring. Ik ontdek de werkelijkheid over mezelf niet door bij mezelf naar binnen te kijken, maar door uit mezelf omhoog te kijken. Ik geloof.
Wie zijn ik, zijn identiteit, zijn persoonlijkheid zoekt door bij zichzelf naar binnen te kijken, eindigt onherroepelijk zonder 'ik' of 'identiteit'. Hoe dieper hij kijkt, hoe verder het zelf van hem wegvlucht. Hij eindigt met een visie die lijkt op die van de oosterse godsdiensten, namelijk van een onpersoonlijk zijn, van het persoonlijke bestaan als een 'illusie' en als uiteindelijke hoop het opgaan in het 'al'. Maar de christen kijkt niet in zichzelf om de waarheid te vinden, maar kijkt naar een werkelijkheid buiten zichzelf. Mijn andere literaire held, G.K. Chesterton, schrijft over dit verschil: "De boedhistische heilige heeft zijn ogen altijd gesloten, terwijl de christelijke heilige ze altijd wijdopen heeft. De boedhist kijkt met een bijzondere intensiteit naar binnen. De christen staart met een fanatieke intensiteit naar buiten." Volgens Chesterton stralen de boedha-beelden geen leven en diversiteit of individualiteit uit (geen ziel: de ogen gesloten, terwijl de ogen de spiegels van de ziel zijn. Werkelijk leven, echte betekenis, is pas te vinden door niet steeds naar binnen te kijken (introspectie), maar door naar anderen te kijken, naar de God die 'anders' is, die 'de Ander' is. "Door eraan vast te houden dat God in de mens zelf is, is de mens altijd binnen in zichzelf. Door eraan vast te houden dat God de mens overstijgt, overstijgt de mens zichzelf."
De vraag 'wie ben ik', is namelijk ten diepste een vraag naar betekenis. Het is geen wetenschappelijke vraag, maar de vraag naar de zin van het leven. En die betekenis is geen eigenschap die we in onszelf kunnen vinden, maar wordt ons door anderen, van buitenaf, gegeven. Daarover meer in het volgende deel van deze serie.









woensdag 27 januari 2010

Wonen op Mars, omgaan met twijfel en christelijke schrijvers


Een blogbericht over alle ideeen hoe we op Mars zouden kunnen leven, van eenvoudig tot ingewikkeld. Inspirerende concepten. En kijk ook naar deze fantastische foto's en hoe ze gemaakt zijn. Briljant.
(het plaatje hierboven zag ik trouwens ooit in de KIJK en was mijn inspiratie voor meerdere korte verhalen en mijn niet gepubliceerde vervolg op Neptunus: De Derde Macht.)

Interessant filmidee: een onderwaterwestern. Ik heb altijd gefantaseerd over wonen op de zeebodem, en heb er ook over geschreven (een onderwaterstad als enige beschaving na de derde wereldoorlog).

Theoloog Scott McKnight beantwoordt op Jesus Creed een brief van iemand die is gaan twijfelen: "You have now experienced what many today call "deconstruction." Deconstruction bewilders, but provides an opportunity for reconstruction. That is, once the building has been dismantled, the new reconstruction will not be the same -- but dismantling will give you the opportunity to begin all over again with an existential yearning for it all to make sense. This opportunity may be the most significant season in your life."

Over de roeping van christelijke schrijvers. 'Their books and poems provided eternal significance to the mundane; they held out hope while never flinching from the cold, hard truth of life in a sin-afflicted world.' Voor mij belangrijk om te lezen. Ik ga steeds meer mijn schrijven zien als een belangrijke roeping en dit artikel helpt daarbij.

Aquariumhouden is niet zonder risico's. Kijk dit filmpje maar eens.

En nog weer een interessant perspectief op organische kerk: "Organic church is giving us the chance to be human beings again.  Instead of churchgoers, or religious professionals, or ecclesial innovators, or theological radicals …"

Uit de wetenschap: hoe de Microraptor met zijn vier vleugels 'vloog' - beter dan de zwevende lemuren van nu. En echolocatie bij walvissen en vleermuizen ontstond uit dezelfde mutaties in hetzelfde gen.