
Verder met mijn top 25 van boeken, fictie en non-fictie, een natuurlijk volledig persoonlijke lijst gebaseerd op mijn eigen smaak en voorkeur. Dat maakt het net als bij de top 25 van films die ik vorige week plaatste erg interessant om te kijken of er rode lijnen zijn aan te wijzen in de boeken die mij sterk aanspreken of waarnaar ik vaak terug grijp (of hoop terug te grijpen). En ik begin die rode draden wel te ontwaren. Zo gaan veel van deze boeken over de overweldigende schoonheid en avontuurlijkheid van onze wereld (of van andere werelden - en dus over de onze, want Chesterton zou zeggen dat we lezen dat bladeren in sprookjes zwart zijn, zodat we ons erover te verwonderen dat ze in onze wereld groen zijn) en de betekenis van ons verlangen daarnaar. En daar tussendoor is een waarschuwende draad verweven, die wijst op de menselijke natuur die in de woorden van Lewis, eerder te weinig verlangt dan te veel, en in een modderpoel blijft zitten zandtaarten bakken terwijl hem een reis naar het strand is aangeboden.
15 The Complete Sherlock Holmes (Arthur Conan Doyle)
De verhalen
over de meesterdetective (technisch gezien niet de eerste, maar wel de
meest iconische) heb ik als kind meerdere malen verslonden. Maar anders
dan bijvoorbeeld de boeken van Agatha Christie verliezen ze niet hun
fascinatie als je weet hoe ze aflopen. Dat lijkt soms eerder een
bijkomstigheid. De kracht ligt in de beeldende schrijfstijl, die ook
meer dan honderd jaar na dato heerlijk weg leest en een soms beklemmend
beeld van het victoriaanse Engeland oproept. Verder zijn er de goed
verzonnen mysteries, met een zweem van het bovennatuurlijke en mystieke,
waar altijd een rationele verklaring voor is (interessant, omdat Conan
Doyle zelf wel in elfjes en waarzeggerij geloofde). En vooral de
karakters, de sympathieke, bewogen dokter Watson, en de scherpzinnige,
opmerkzame Sherlock Holmes, die lijkt te leven voor zijn werk, steeds op
zoek is naar afleiding, maar als Watson in gevaar is, niet zonder zijn
vriend blijkt te kunnen. Zijn voorbeelden van deductie zijn niet altijd
even logisch, maar als je ze leest wel geloofwaardig, en hij bevat mooie
innerlijke tegenstellingen.
Wie de verhalen heeft gelezen denkt Holmes
echt te kennen. Vandaar dat er ook na de dood van Conan Doyle nog zo
veel verhalen over de meesterdetective zijn geschreven, maar geen
daarvan heeft hetzelfde niveau weten te bereiken. De verhalen van Conan
Doyle over professor Challenger zijn ook geweldig. Opnieuw een
intrigerend karakter, die een weg baant door een bijzondere wereld, in
beeldende stijl opgeschreven. Ze zullen op mijn favorietenlijstje
blijven staan.
14 Earthsea (Ursula LeGuin)
Op deze lijst ontbreken de boeken
over Harry Potter, hoewel ik die erg leuk vond om te lezen en ook ga
herlezen. Maar J.K. Rowling was niet de eerste die schreef over een
school voor magie. En zij schreef beter, met een beter uitgedacht
systeem van magie, in een fantastische wereld, met een donker karakter
als hoofdpersoon, en een bedreiging niet van buitenaf maar van binnenuit
de hoofdpersoon. De strijd van Ged met zijn schaduw, en de manier
waarop hij zich (als was het
de strijd tussen Scott Pilgrim en ‘Nega-Scott’) met zichzelf moet verzoenen waren voor mij in elk geval
heel herkenbaar. Het is ook nog eens een behoorlijk dun boek, dat
verscheen voordat fantasy in de jaren tachtig van de vorige eeuw opeens
populair werd en lange series van boeken van duizend pagina’s de norm
werden. Dit boek werd niet geschreven om op die populariteit mee te
liften, maar omdat de auteur daadwerkelijk iets te zeggen had dat alleen
op deze manier kon worden weergegeven. De vervolgdelen zijn ook erg
goed, behandelen elk een ander thema, soms opvallend en verfrissend
feministisch, en hebben een duidelijke metafysische laag. Goed om rustig
te lezen en over na te denken.
13 Byzantium (Stephen Lawhead)
Schrijft Stephen Lawhead
christelijke fantasy?, wilde een lezer weten. Op zijn website antwoordde
Lawhead: ‘Ik ben christen. Ik ben schrijver. Soms schrijf ik fantasy.’
Die uitspraak is me altijd uitgebleven en die ben ik ook zelf gaan
toepassen. Ik schrijf geen ‘christelijke fantasy’, maar ik schrijf zo
goed als ik kan, en in wat ik schrijf zullen de thema’s die me bezig
houden vanzelf een plek krijgen. Byzantium kreeg ik aangeraden van
iemand op de studentenvereniging waar ik lid van was. Ik weet nog steeds
als de dag van gisteren hoe ik op een maandag het boek in een dag
uitlas. Ik las tijdens het ontbijt, tijdens de lunch, tijdens het
avondeten, tot laat in de avond. Het liet me niet los en maakte me fan
van Lawhead.
Dit boek heb ik sindsdien nog twee keer gelezen. Het is het
verhaal van een Ierse monnik die met zijn collega’s rond het jaar 800
op weg gaat naar Byzantium om aan de keizer een kunstig versierd
manuscript (‘The book of kells’) aan te bieden. Hun schip word onderweg
echter aangevallen door Noorse rovers en Aidan wordt gevangengenomen.
Hij is daar eigenlijk blij mee, want hij heeft in een droom gezien dat
hij in Byzantium aan zijn eind zal komen. Dan blijkt dat de Vikingen een
plundertocht naar Byzantium organiseren en hij mee zal moeten als
vertaler. Geconfronteerd met zijn lot begint hij aan zijn geloof te
twijfelen. Lawhead weet andere culturen levendig te beschrijven en laat
je met zijn hoofdpersoon meeleven. Zijn schrijfstijl is behoorlijk
fysiek (maaltijden doen me likkebaarden, maar zijn martelscenes ...), en
hij geeft een enorme spanning mee aan het verhaal. Thema’s die met het
christelijk geloof te maken hebben zijn behoorlijk organisch door het
verhaal geweven, vooral beïnvloed door Keltische spiritualiteit. Ik kijk
nog steeds uit naar nieuwe boeken van Lawhead. Zijn ‘Celtic
Crusades’-serie is erg goed, zijn SF-verhalen zijn wat minder, vind ik
zelf.
12 Crime and Punishment (Fyodor Dostoyevsky)
Na jaren een literair
dieet te hebben genuttigd dat vooral bestond uit SF en fantasy en
theologische boeken, ben ik door de goede invloed van mijn verloofde op
het spoor gebracht van de boeken uit de negentiende eeuw. Ik was al
langer gefascineerd door Dostoyevsky en heb nu al meerdere boeken van
hem verslonden. Deze vind ik tot nu toe de beste (vooral omdat
The
Brothers Karamazov duidelijk aanstuurde op een vervolg, dat nooit is
geschreven). Het is niet altijd makkelijk te lezen, maar wel op een
grimmige manier boeiend.
De lezer krijgt hetzelfde koortsachtige gevoel
als de hoofdpersoon, een student in Sint Petersburg, die wil bewijzen
dat hij een groots man is als Napoleon. Zo iemand laat zich niet leiden
door dezelfde morele waarden als gewone mensen, denkt hij, en dus pleegt
hij een moord. Maar hij is geen Napoleon, en krijgt gewetenswroeging.
Terwijl de vertegenwoordigers van de wet hem steeds dichter op het spoor
komen, krijgt hij contact met een meisje dat nog iets goeds in hem
ziet, en gelooft dat hij kan veranderen. Hijzelf denkt echter dat geen
verlossing meer mogelijk is. Dostoyevsky ontsnapte zelf op het nippertje
aan het vuurpeleton en wist sindsdien aangrijpend te schrijven over
thema’s als genade en verlossing, zonder zich te vergissen in de
menselijke neiging zichzelf voor de gek te houden. Ook in dit boek geeft
hij uiteindelijk een prachtig beeld van de onvoorwaardelijke liefde van
God,
uit de mond van een onverbeterlijke dronkaard. Het is een boek dat
ik nog vaker zal lezen en tot me door zal laten dringen, net als
The
Idiot en
The Brothers Karamazov. Ook de boeken van Tolstoy staan nog op
mijn ‘leeslijstje’.
11 The Divine Conspiracy (Dallas Willard)
Theologische werken lees ik eigenlijk niet vaak meerdere malen, vooral omdat ze niet vaak ‘literair’ zijn geschreven. Als je het idee eenmaal hebt eigen gemaakt dat de schrijver wil overbrengen, kunnen ze in de kast blijven staan.
The Divine Conspiracy heb ik echter twee keer doorgenomen, en zal ik vaker ter hand nemen. Het is namelijk een rijk werk, filosofisch goed onderbouwd, doorspekt met voorbeelden die tot de verbeelding spreken en verfrissend direct in de kritiek op geaccepteerde ‘evangelische’ verwoordingen van het christelijk geloof, die ondanks de naam van de beweging weinig met het goede nieuws van doen hebben.
Volgens Willard zijn we vergeten dat Jezus een leraar was, die zijn hoorders een nieuwe wereld voorspiegelde waar ze naar zouden verlangen. Deze wereld is de beste wereld die mogelijk is. De Bergrede is geen wettisch document dat ons als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangt, maar een uitnodigende beschrijving van het leven dat voor ons bedoeld is. En het goede nieuws is dat we door Jezus zijn binnengebracht in dit koninkrijk en kunnen gaan leven op de manier die daarbij hoort. Daar zorgt Jezus zelf voor, in ons en door ons heen. Dit heeft niets te maken met ‘zondemanagement’, maar met verlangen. Centraal daarbij staat het geloof dat God en zijn bedoelingen met ons werkelijk goed zijn - iets wat christenen wel eens lijken te vergeten. Dit zou niet zo ‘mind blowing’ moeten zijn, maar is het wel. Wat als we dit nu eens als uitgangspunt zouden nemen voor al ons denken? Zouden we dan niet enthousiast worden van Jezus en het leven dat hij beschrijft? Dat effect heeft dit boek in elk geval wel op mij.
10 Lord Foul’s Bane (Stephen Donaldson)
Dit was een van de eerste
fantasyboeken die populair werd in het kielzog van de werken van Tolkien
(de andere was
The Sword of Shannarah, een zwak aftreksel van Tolkiens
verhaal, zonder duidelijke eigen thema’s, eigenlijk niet meer dan flauwe
fan-fictie), maar liet tegelijk zien welke andere mogelijkheden het
genre bood dan de standaard queeste en strijd tussen goed en kwaad.
Helaas leidde het niet tot de diversiteit van fantasyverhalen die
mogelijk was geweest en bleven veel auteurs meer Terry Brooks navolgen.
De vernieuwing van Stephen Donaldson was te kiezen voor een hoofdpersoon
die niet gelooft in de andere wereld waarin hij is terecht gekomen. Het
land is prachtig, vol bijna tastbare schoonheid en goedheid, vol
moedige, sterke karakters (Mohram en Foamfollower staan me bij), maar
Thomas Covenant blijft volhouden dat hij droomt. Doet hij dat niet, dan
zal hij zijn rigide discipline laten varen, en dat is het enige dat hem
in de echte wereld in leven houdt. Hij leidt namelijk aan lepra. Maar
een nog veel groter probleem waar hij mee worstelt is zijn
zelf-afwijzing. En die wordt weerspiegeld in de macht van Lord Foul die
het land bedreigt. Covenant wordt aangezien voor de reïncarnatie van
Lord Kevin Halfhand, maar hij wil die verantwoordelijkheid niet op zich
nemen. En daarmee lijkt hij net als Kevin uit te sturen op de
verwoesting van de wereld. Een aangrijpende, emotionele schrijfstijl die
je zelfs met een op het eerste gezicht onsympathieke hoofdpersoon doet
meeleven, vol heldhaftige momenten en een plot dat uiteindelijk draait
om zelfacceptatie. Dit is een boek waar ik steeds opnieuw naar zal
terugkeren. De latere boeken in deze serie worden wat complex en minder
makkelijk te volgen, maar weten wel steeds mijn hart te beroeren.
Donaldson maakt het zijn personages niet makkelijk, maar hij voelt wel
voor ze.
9 Lord of the Flies (William Golding)
Ik las dit boek voor het
eerst op de middelbare school voor mijn Engelse lijst, en het is een van
de weinige boeken van die lijst die ik later nog een keer heb gelezen,
met veel plezier (hoewel ‘plezier’ niet echt het juiste woord is). Ik
was al fan van ‘overlevingsverhalen’ in de trend van Robinson Crusoe,
over mensen die op onbewoonde eilanden een nieuw bestaan opbouwen. En
Golding volgt het patroon van deze verhalen door te laten zien hoe de
jongens die met het vliegtuig op hun eiland zijn neergestort proberen in
leven te blijven.
Maar waar andere Crusoenades uitgaan van een positief
mensbeeld (als we maar de kans kregen overnieuw te beginnen, zouden we
het vast beter doen), weet Golding dat we ook op een onbewoond eiland
niet aan onszelf kunnen ontsnappen. Juist niet, want wat ons nu
beschaaft houdt is de beschaving. Als die wegvalt blijven krachten over
die we niet onder controle hebben. Dezelfde drijfveren die in de
volwassen wereld leiden tot vooroordelen, onderdrukking, oorlog en
uiteindelijk vernietiging van de leefomgeving, doen dat op dit eiland
ook. Het schijnbare ‘happy end’ waarbij Ralph gevonden wordt door een
officier van een oorlogsschip is dus niet zo gelukkig als het lijkt. En
zoals de kinderen op het eiland niet luisterden naar de profetieën van
Simon en de wijsheid van Piggy, luisteren de mensen nu ook niet naar
wetenschappers die waarschuwen voor klimaatverandering en tekort aan
grondstoffen, of religieuze leiders die oproepen tot tolerantie en
vergeving. De verlossing kan niet van binnenuit komen, is wat Golding
wil zeggen. Waar die boodschap dan wel vandaan komt, zegt hij niet, maar
daar zijn dan weer glimpjes van op te vangen in andere boeken op deze
lijst.
8 Surprised by Hope (N.T. Wright)
Soms denk je het ene te
geloven, maar komen je daadwerkelijke overtuigingen nog overeen met iets
heel anders. Zo was het met mij wat betreft mijn toekomstverwachting.
Ik dacht dat ik geloofde in de opstanding en dat ik voldoende waarde
hechtte aan het lichamelijke, het materiële aspect van het mens-zijn.
Maar dit boek van Tom Wright verloste me van mijn illusie. In de
praktijk hield ik toch vast aan beelden van een hemel ver weg van de
Aarde en een bestaan als lichaamsloze ziel in een immateriële
werkelijkheid. Dat is niet de toekomst die Jezus predikte en die zijn
volgelingen verwachtten.
Ze verwachtten de toekomst waar de profeten al
over predikten, namelijk het herstel van alle dingen, een nieuwe aarde,
waar gerechtigheid woont, en de opstanding van het lichaam. Deze
verwachting werd bevestigd door de opstanding van Jezus, die nadat hij
het graf verliet nog steeds mens was en lichamelijk (het graf was leeg),
maar tegelijk meer (hij kon door een muur heen lopen). Dit is een
vooruitblik op de verlossing van zowel de Aarde als van ons als
individuen. We willen niet ontkleed worden, zegt Paulus als, maar
overkleed. We zullen ook in de toekomst volledig mens zijn, op een
wereld die werkelijk mooi is, goed, en vol echte relaties. Deze wereld,
maar dan zoals God die altijd al bedoeld heeft. En nu mogen we met dat
visioen voor ogen zelf al kleine voorafschaduwingen van die wereld
zichtbaar maken in ons leven, individueel en als christelijke
gemeenschappen. Tom Wright heeft een prettige schrijfstijl, hij blaast
niet hoog van de toren, maar weet juist door zijn bescheidenheid onder
je huid te kruipen en je anders naar je levensbeschouwing te laten
kijken. Erg aangeraden en een boek dat ik regelmatig herlees.
7 Fahrenheit 451 (Ray Bradbury)
Sciencefiction heeft vaak een
waarschuwende rol. Schrijvers trekken ontwikkelen uit de technologie (of
ook de filosofie) door, soms tot in het absurde en laten de gevolgen
zien. Techniek en wetenschap zijn namelijk niet waardevrij. Ik had het
er laatst over met een vriend dat het bedrijven zijn die de richting van
onze maatschappij bepalen. Waren er echt zoveel mensen die om Twitter
vroegen? Om Smartphones? Om Google Glass? Of ontstond de vraag daarnaar
omdat het werd aangeboden? Werd de vraag gecreëerd omdat bedrijven winst
wilden maken? Ik heb zelf een iPhone, maar ben me ook bewust van de
nadelen. Bijvoorbeeld het feit dat ik door al het twitteren en
facebooken me al moeilijker lange tijd op complexe teksten kan
concentreren. Ik weet eigenlijk dat ik nooit meer in een dag een boek
van 900 pagina’s zal lezen, zoals ik dat deed met Byzantium. Hebben we
als maatschappij voor die ontwikkeling gekozen, omdat we die het beste
pad voor de mensheid vonden, of is die ons opgedrongen?
Ray Bradbury had
een vooruitziende blik, want in dit boekje beschrijft hij een wereld
waar mensen voortdurend zijn omgeven door televisieschermen vol
inhoudsloos vermaak. Daardoor kunnen ze makkelijk onder controle worden
gehouden. Boeken zijn verboden en worden verbrand door
‘brandweermannen’. Een van hen begint echter te lezen, en ontdekt een
nieuwe wereld, van echt contact met mensen in plaats van een vlucht in
‘soundbites’. Een toekomstbeeld dat me op een goede manier angst
bezorgde en nooit actueler dan nu. Ik hoop dan ook dat een tegenbeweging
op gang komt, waarbij de digitale wereld wordt gebruikt om werkelijk
contact te versterken, waar diepgang niet langer verloren gaat, maar de
‘Shallows’ (om te refereren aan een boek over de gevolgen van het
internet voor ons concentratievermogen) juist worden uitgediept om
plaats te maken voor stromen levensbrengend water.
Andere interessante dystopieen zijn natuurlijk
1984, en
Brave New World.
6 Duncton Quest (William Horwood)
Boeken die bij mij de tranen in
de ogen doen springen, zijn er niet zo veel. Maar dit boek, de tweede in
de serie ‘The Duncton Chronicles’, bezorgde me een brok in de keel en
maakte mijn ogen vochtig. En daarmee verdient het een plek hoog in mijn
persoonlijke boeken top 25. Opnieuw een boek van een emotionele
schrijver, die voelt voor zijn karakters, maar niet aarzelt ze moeilijke
dingen te laten meemaken. Hoewel het om mollen gaat, een humanistisch
werk dat de breedte van het menselijke bestaan bevat. Intrigerend genoeg
was de auteur tijdens het schrijven van het eerste boek christen, maar
was hij teleurgesteld in de kerk (helaas herkenbaar) en kwam hij
uiteindelijk uit bij het boeddhisme (dit is vooral in de tweede
Duncton-trilogie merkbaar, en leidt tot een onpersoonlijk makende
onthechting, die in mijn ogen minder positief is).
In het onderhavige
boek is zijn onvrede met de kerk al merkbaar als een groep mollen met
een strenge leer de godsdienst van de ‘Boeken van de Stilte’ wil
onderdrukken. Een groep mollen rond de moedige Tryfan wil ze tot staan
brengen. Daartoe gaan ze op zoek naar de geprofeteerde ‘Stone mole’. Ze
vormen een gemeenschap gekenmerkt door onvoorwaardelijke liefde en
opoffering. Zo’n gemeenschap leidt tot genezing en uiteindelijk tot
verlossing. Zelfs van de meest kwaadaardige onder de mollen. Dit boek is
een kruising van
The Lord of the Rings en
Waterschapsheuvel, maar dan
vreemd genoeg menselijker dan beide. Ik heb ze al vaker herlezen en zal dat
tijdens mijn leven blijven doen. Mayweed (het karakter om wie ik mijn
tranen liet) zal altijd een plek in mijn hart houden. Als er voor hem
een plek is waar hij geaccepteerd wordt, kan ook ik daarop blijven
hopen.