Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen

zondag 10 mei 2015

Filmbespreking: The Avengers - Age of Ultron

Ik ben een behoorlijke liefhebber van superheldenstripboeken en ook van superheldenfilms. Als er een superheldenfilm in de bioscoop draait, ga ik daar dan ook heen. En meestal niet slechts een keer. Of het nu de X-men zijn, Spider-Man of Batman, ik ben steeds geboeid door de verhalen over mannen en vrouwen die door het lot bijzondere gaven toebedeeld krijgen en de keuzes die ze vervolgens maken (om even kleurrijke schurken te bevechten) of niet meer kunnen maken (omdat de ‘gewone’ mensen ze wantrouwen). De krachten en kostuums van de helden en heldinnen maken kleurrijke actiescenes mogelijk, maar tegelijk blijft het gaan om mensen en hun dagelijkse beslommeringen. Het zijn dus niet de omstandigheden die zijn uitvergroot, maar de karakters. Ze zijn misschien wel Herculus, maar ze moeten nog steeds de mest uit een stal vegen. Daardoor maken ze (net als een groot deel van de heldenverhalen uit de oudheid) de zorgen en dilemma’s van ons eigen leven voor ons helderder zichtbaar, en ook de weg om daar bovenuit te stijgen. Want zoals Neil Gaiman al zei, op basis van een citaat van Chesterton: sprookjes zijn waar, niet omdat ze zeggen dat draken bestaan, maar omdat ze zeggen dat ze kunnen worden verslagen. Als het Peter Parker lukt om ondanks zijn moeilijke omstandigheden zijn vriendelijkheid te bewaren en voor anderen er te zijn, dan kan het ons ook lukken. Dat is volgens mij een van de redenen waarom er zoveel superheldenparafernalia op jongens(en steeds vaker ook meisjes)kamers te vinden zijn. En omdat ook na het opgroeien de noodzaak van het maken van moeilijke beslissingen niet afneemt, blijven ook veel volwassenen geboeid door deze verhalen. Ze vervullen een belangrijke rol in de vorming van de moraliteit, en dus denk ik dat ze -analoog aan de mythologie van vroeger- niet zomaar uit de bioscoop zullen verdwijnen.
Maar er zijn mensen die niet zo blij zijn met de triomftocht van de superhelden in de filmwereld. Ze vonden een paar films wel leuk, schrijven ze in hun recensies, maar nu lijden ze aan ‘superheldenmoeheid’. Dat er nu elke paar maanden wel een superheldenfilm uitkomt, is in hun ogen overdaad. Ze lijken er naar uit te zien dat het fenomeen van de superheldenfilm instort, en de striphelden weer terugkeren naar hun obscure nichemarkt. Ik begrijp dit dus niet. Want van alle films die er over een heel jaar uitkomen (honderden) gaat het maar om enkele films, met maanden er tussenin. Hoe kan je er dan moe van worden? Er is toch tijd genoeg om ‘bij te komen’ en te genieten van al die andere films? Bovendien hoef je ze niet te kijken, als je dat niet wilt! Voor mij geldt, als fan, dat ik vaak die maanden lang wachten vind. Ik hou immers van deze films, en zou ze best elke week willen kijken. Hetzelfde geldt voor commentaar dat de komende jaren meerdere Star Wars-films zullen uitkomen. Mensen denken dat ze, als ze elk jaar een nieuwe Star Wars-film zien, dit universum zat zouden kunnen worden. Maar het gaat nog steeds om slechts een film per jaar! Ik zie niet in hoe je daar moe van zou kunnen worden. Vooral als het gaat om een fantastisch uitgebreide wereld, vol mogelijkheden om interessante verhalen te vertellen. Ook hier geldt dat ik heus elke maand wel een nieuwe Star Wars-film zou willen kijken.
Natuurlijk kan iemands liefde voor superheldenfilms veranderen. Hij/zij ziet misschien vaker terugkerende elementen en merkt dat hij verhalen voorspelbaar vindt worden. Hij/zij is misschien ook in een andere levensfase aangeland, waar andere, misschien subtielere keuzes belangrijker zijn geworden. Ikzelf merk dat ik tegenwoordig wat minder superheldenstrips lees, omdat ik wat uitgekeken ben geraakt op de voortdurende terugkeer naar de status quo, en het jammer vind dat zelfs de dood van karakters uiteindelijk geen consequenties heeft, want ze keren altijd terug. Behalve oom Ben. Ik kies liever voor afgeronde verhalen, met een duidelijk einde (met blijvende consequenties). En ik begin wat diverser strips te lezen, dus ook meer SF-verhalen, of verhalen met een fantasytintje. Het betekent niet dat ik ben vergeten waarom ik een paar jaar geleden superheldenstrips helemaal het einde vond, en die kwaliteiten niet kan waarderen als ik ze weer tegenkom. Ik ben dan wel opgegroeid, maar ik heb het kind in mij niet achtergelaten. Mocht je merken dat je niet zo van superheldenfilms houdt, even goede vrienden. Maar klaag niet over een ‘superheldenmoeheid’. Ga gewoon naar films waar je wel van houdt, en laat ons genieten van die zeldzame keren dat we onze helden op het witte doek ontmoeten.

Dat moest er even uit, onder andere na het lezen van wat minder lovende recensies van Avengers - Age of Ultron - de laatste superheldenfilm in de bioscoop, en een fantastische prestatie van regisseur Joss Whedon. Misschien niet zo vernieuwend als de eerste film, en behept met een overdaad aan karakters (die allemaal een eigen verhaallijn moeten meekrijgen). Sommige scenes zijn door die overdaad wat moeilijk te volgen geworden, en welke rol iedereen moet spelen in de ontknoping is niet altijd duidelijk. Ook zijn emotionele scenes niet altijd zo krachtig als ze hadden kunnen zijn, omdat we de personen in kwestie maar een paar minuten hebben gevolgd. De film had van mij een half uur langer mogen wezen! De muziek is niet heel memorabel, maar aan de andere kant zit er veel humor in de film (aan Whedon wel toevertrouwd), en is het slot (hoewel wat langdradig) passend episch. Voor een superheldenfilm vond ik er ook een verrassende diepgang in zitten (waarover later natuurlijk meer).

Marvel werkt al sinds 2008 aan de opbouw van een universum bestaande uit diverse striphelden, die elkaar dus ook op het scherm kunnen ontmoeten. Dit culmineerde in de eerste Avengers-film, waarin een team van superhelden het moest opnemen tegen een buitenaardse invasie. En in deze film ijlen de gevolgen van dat avontuur nog na. De speer van de boosaardige Loki, waarmee hij mensen kon hersenspoelen, blijkt namelijk nog steeds vermist. En Tony Stark, beter bekend als Iron Man, twijfelt er nog steeds aan of hij en zijn collega’s een volgende aanval van deze schaal wel zullen kunnen afweren. Als de mysterieuze Wanda Maximoff hem een visioen voorschotelt van zijn falen, begint hij aan een ambitieus project: de creatie van Ultron, een systeem dat een harnas om de wereld moet leggen, zodat buitenaardsen geen kans maken. Maar hij vertelt zijn teamleden niet wat hij eigenlijk van plan is. En dat komt hem duur te staan als blijkt dat Ultron zijn eigen ideeën heeft over wat goed zou zijn voor de mensheid. Met de hulp van Wanda Maximoff en haar snelle broer Pietro zet hij eerst de verschillende Avengers tegen elkaar op, om vervolgens te bouwen aan een enorm robotleger. Want in zijn ogen zal er pas vrede op aarde zijn, als mensen niks meer hebben in te brengen …

Van Joss Whedon is bekend dat hij zichzelf identificeert als atheïst. Maar voor een atheïst schrijft hij behoorlijk vaak over religie (denk maar aan Shepard Book in Firefly), en ook in deze film is dat weer het geval. Hij heeft namelijk ook ergens gezegd dat hij weinig hoop heeft voor de toekomst van de wereld. En wie daarmee worstelt, zal zich bijna vanzelf vragen gaan stellen over geloof. Want godsdiensten hebben in de wereldgeschiedenis heel veel schade berokkend (laten we daar eerlijk over zijn), maar ze hebben ook heel veel mensen geïnspireerd tot daden van wonderbaarlijke naastenliefde, en inderdaad: hoop. Iets wat het atheïsme volgens mij nog niet voor elkaar heeft gekregen. En Whedon is door allebei deze aspecten van religie gefascineerd. De tweede Avengersfilm staat bol van de religieuze symboliek, maar er worden ook bijbelteksten in aangehaald, en er wordt opvallend expliciet naar God verwezen. Is dat alleen maar om bijbelminnend Amerika naar de film te krijgen? Zo oppervlakkig is Whedon volgens mij niet. Een aspect van de film dat bijna automatisch een religieus karakter krijgt is de opstand van een schepsel tegen zijn schepper (als een rebels kind tegen zijn vader). De val van Lucifer is Milton’s Paradise Lost is hiervoor natuurlijk het stroomschema. Maar dit element wil ik alleen maar aanstippen. Wat ik interessanter vind, is wat Whedon in deze film lijkt te zeggen over georganiseerde religie.

Ultron is volgens mij namelijk een beeld van de kerk (en van de instituten die andere godsdiensten dan het christendom kennen, maar ik houd het in de recensie bij de christelijke kerk).
Het gaat me hier niet om de kerk als bovennatuurlijk begrip (de gemeenschap van alle gelovigen, die elkaar vinden rond het werk van Christus), en zelfs niet om het samenkomen van die gelovigen rond brood en beker, de symbolen van zijn werk die Jezus ons heeft gegeven. Het gaat mij om de organisatie die de mens daar omheen heeft opgebouwd: het gebouw, zeg maar, in plaats van de mensen. De organisatie wordt door mensen opgetuigd om bepaalde doelen te bereiken. Het gebouw bijvoorbeeld om te kunnen samenkomen. Een geloofsbelijdenis om makkelijk kennis te kunnen overdragen.
Maar er kunnen al snel doelen bij komen, die niet ‘nodig’ zijn. Zoals het indruk maken op ongelovigen met pracht en praal, of een hogere toren hebben dan de kerk in je buurtdorp. Op het je kunnen onderscheiden van ketters. Of het je zelf goed kunnen voelen omdat je zo actief bent. Maar vaker gaat het om doelen die in principe goed zijn, en bijbels, zoals het verspreiden van het evangelie, of het organiseren van hulp aan achtergestelden. In plaats van op God te vertrouwen dat Hij zijn doelen in vervulling zal brengen, door zijn volk heen, gaan mensen echter vaak zelf systemen bouwen om de beoogde resultaten te verkrijgen. Ze gebruiken hiervoor menselijke middelen.  Muren, een kerkklok, banken - die allemaal gebouwd en onderhouden moeten worden. Maar ook tradities, vormen, activiteiten. Criteria om mensen in en uit te sluiten, taken die moeten worden vervuld, en waarvoor mensen moeten worden geworven. De vorm gaat onherroepelijk een beroep doen op de mensen erbinnen - hun noden en behoeften gaan ondergeschikt worden aan het in stand houden van de structuur. Hun individualiteit wordt opgenomen in het geheel. En wordt beoordeeld aan de hand van de bijdrage aan het geheel. Het systeem is het hoogste goed geworden, en is dus ‘als God’. Het wil de hoogste en belangrijkste zijn, en wil concurrenten (afgoden) tot zwijgen brengen en uitroeien (daar komen godsdienstoorlogen uit voort).
Maar zelfs als het goede dingen wil, zal het systeem zich vormen naar zijn schepper. En dat is niet God, maar de mens (en als die een systeem maakt uit een gebrek aan vertrouwen in God, gaat het om de gevallen mens - die zou sterven na het eten van de vrucht). En dus bereikt het systeem zijn doel niet op organische wijze, als in een lichaam, maar op een mechanische wijze. In plaats van de vrucht voort te brengen die God voor ogen had, brengt het de dood voort. De mensen binnen de kerk raken hun vrijheid en levenslust kwijt. Sterker nog: je hebt dode, zielloze mensen nodig om in zo’n systeem te kunnen functioneren. Wie faalt, wie zondigt, wie verlangt naar wat anders, hoort er niet bij. En de mensen buiten de kerk worden ook tot de hel veroordeeld, en zelfs mensen die anders denken of anders geaard zijn soms actief bestrijden. De kerk verlangt naar een paradijs, maar wel een paradijs waar alleen de als een robot gehoorzame kerkganger thuishoort.
Daarom verzette Jezus zich tegen het instituut van het Farizeïsme, en andere vormen van wetticisme. En daarom moeten gelovigen niet het systeem ‘vader’ noemen, of ‘meester’, want alleen God is onze meester en onze vader. Het systeem is er voor de mens, niet de mens voor het systeem. De kerk als doel in zichzelf moet dus worden bestreden, maar dit betekent niet dat er geen plek is voor het kerk-zijn (zelfs niet voor een gebouw, of voor activiteiten, tradities en vormen), maar die zijn dienend. Ze zijn geen eisen waar mensen aan worden gehouden, maar hulpmiddelen. Ze straffen niet de feilbare mensen, maar leren hen hun eigen schoonheid te zijn. Ze bevinden zich onder de mensen, tussen de mensen, als de botten in het lichaam van Christus, en helpen het groeien. Religie als instituut is dus een vijand, maar religie als uitdeler van genade en hulp (de kerk als sacrament) maakt God voor ons zichtbaar. Mijn stokpaardje van het sacramentele versus het transactionele wereldbeeld is in dit alles duidelijk terug te vinden.

Dit is het betoog van Joss Whedon. Ik weet niet of hij de connectie bewust heeft gelegd, maar het past wel heel goed. De grondslag voor Ultron wordt gelegd door Tony Stark, omdat hij bang is. Hij ziet de wereld (door manipulatie) als een vijandige plek, en kan het niet verdragen mogelijk ten onder te gaan. Hij denkt dat hij een systeem kan bouwen (mechanisch) dat de wereld kan beschermen en dat vrede kan brengen op Aarde. En Tony overlegt niet met zijn mede-Avengers. Hij vraagt niet hun advies, hij laat zich niet door hen gerust stellen. Hij vertrouwt hen niet. De basis van het systeem is dus angst in plaats van vertrouwen. En waar vertrouwen gemeenschap vormt (het is de basis voor de samenwerking tussen de Avengers die verder niet sterker van elkaar zouden kunnen verschillen), scheurt de angst de gemeenschap apart, en leidt tot ‘wij/zij’-denken. 
De robot Ultron kiest als zijn hoofdkwartier een beschadigde kerk (in het centrum van een stad) en zet zich daar op een troon. Als hij een zeldzame grondstof vindt, zegt hij letterlijk: ‘Upon this rock I will build my church’. De connectie lijkt me duidelijk. Maar daar waar Tony’s bedoelingen misschien nog goed waren, is de uitvoering van het systeem dat in elk geval niet. Ultron zegt het zelf: ‘I was meant to be new. I was meant to beautiful. The world would've looked to the sky and seen hope, seen mercy. Instead, they'll look up in horror.’ Ultron wil de hemel op aarde brengen (‘Peace in our time’), maar dat kan niet als de situatie blijft zoals die is. Als de mens blijft zoals hij is. Dus ziet hij de mensen als vijand, die moet worden uitgeroeid. Oh, hij zegt dat ze de kans krijgen zich te ontwikkelen, zich te bekeren, maar in feite veroordeelt hij ze tot de hel. Ultron heeft geen empathie met de zwakke, de breekbare. Wie niet kan meekomen met het systeem, is het niet waard te overleven. Hij zegt het letterlijk. En van zichzelf heeft hij een heel hoge dunk: hij wil voor zichzelf een nieuw lichaam bouwen. Het lichaam van een god. Het door de mens gemaakte instituut wordt een afgod. Hij wordt daarin gedreven door zijn angst voor de dood: alleen als hij almachtig is, is zijn eeuwig voortbestaan immers zeker.
De Avengers weten ondertussen dat ze Ultron in deze vorm niet kunnen verslaan. Ze zijn immers maar mensen. Maar hun hoop schuilt in het mysterieuze nieuwe karakter The Vision. Hij komt deels voort uit Ultron (de vorm), maar zijn hart is dat van Jarvis, de butler van de Avengers, gericht op dienen. En Vision ziet zichzelf ook als dienaar, als iemand die het leven wil beschermen, die bereid is zich daarvoor op te offeren. En hoewel hij goddelijk is (kijk wat hij doet met Thors hamer!), wil hij de Avengers dienen. Als Ultron hem daarmee confronteert, zegt Vision: ‘Humans are odd. They think order and chaos are somehow opposites and try to control what won't be. But there is grace in their failings. I think you missed that.’ Ultron werpt tegen: ‘They're doomed.’ ‘Yes’, zegt The Vision, ‘but a thing isn't beautiful because it lasts. It is a privilege to be among them.’ En hij sluit zich aan bij de nieuwe Avengers, geleid door Steve Rogers. Toen Tony hem vroeg hoe ze de bedreiging van de dood konden bestrijden zonder Ultron, antwoordde Steve: ‘Samen’. En als ze zouden sterven, zou dat ook zijn geweest als vrienden, samen. De dood is immers niet het einde. Er is altijd hoop op opstanding.
Geloof is iets wat hoop kan geven, maar niet als het een systeem wordt. Het geeft hoop als het mensen, van verschillende achtergronden, nationaliteiten, zwak en sterk, samen brengt. En Jezus zegt: ‘Waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben ik in het midden.’ Daar wordt hij zichtbaar. Dat is de kerk.

zondag 29 juni 2014

Filmbespreking: The Double

Al een paar jaar houd ik me graag bezig met de persoonlijkheidstypetheorie, met name die gebaseerd op Jung, de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI). Anderen geven de voorkeur aan de ‘big five’, omdat er meer wetenschappelijke ondersteuning voor zou gaan, weer anderen vinden MBTI de ‘astrologie voor hoog opgeleiden’. Natuurlijk is ieder mens verschillend en schiet elk netwerk dat je over de menige probeert te leggen tekort. Niemand is volledig een bepaald persoonlijkheidstype, en een persoonlijkheidstype kan niet iemands hele identiteit beschrijven. Een individu is niet zijn ‘persoonlijkheidstype’. Maar een persoonlijkheidstypetheorie en de beschrijvingen die erbij horen, kunnen wel dienen als metafoor om te praten over jezelf, hoe je informatie verwerkt en keuzes maakt, en op welke manieren je verschilt van je omgeving (of mensen in je omgeving van jou). Mij heeft de MBTI in elk geval geholpen bij mijn zelfacceptatie (ik ben niet de enige die Introvert is, Intuitief, Gevoelskeuzes maakt (Feeling) en processen graag afsluit (Judging)). Dit systeem hielp me ook bij het begrijpen dat anderen niet hetzelfde op situaties reageren als ik (bijvoorbeeld omdat ze Extrovert zijn, graag Concreet bezig zijn (Sensing), rationeel blijven (Thinking), en graag open eindes open houden (Perceiving)).
Deze filmbespreking heeft niet tot doel je over te halen ook MBTI te gaan toepassen. Al was het alleen maar omdat Dostoyevsky in de negentiende eeuw natuurlijk niet had gehoord van de MBTI, en deze film is op een van zijn novelles gebaseerd. Maar een aspect van de MBTI hielp me wel de film beter te begrijpen. En dat is het fenomeen van de ‘verborgen persoonlijkheid’ of de 'schaduw', die tevoorschijn komt onder stress. De MBTI postuleert namelijk een rangorde van ‘functies’ die we bij voorkeur gebruiken. Ikzelf gebruik bijvoorbeeld graag als eerste Introverted Intuition - mijn intuitie, die naar binnen is gericht, en bezig is met het vormen van een netwerk van associaties. Op de tweede plek komt de Extroverted Feeling,  mijn waarden die ik afmeet aan de omgeving, dus hoe reageren anderen op wat ik zeg, hoe voelen anderen zich in een situatie? Dan volgt Introverted Thinking - die zich bezig houdt met ordening en logische argumenten - de derde functie, dus die is minder belangrijk voor me. De vierde functie is zelfs bijna geheel onbewust: de Extroverted Sensing - mijn gerichtheid op het waarnemen van mijn omgeving, het bezig zijn met concrete resultaten.
Wat gebeurt er nu ten tijde van stress? Dan word ik verleid om mijn vierde functie tot mijn primaire functie te maken. Ik word verleid om me te laten leiden door Extroverted Sensing, het behalen van resultaten, mijn eigenwaarde te laten afhangen van mijn prestaties en me te vergelijken met de concrete verworvenheden van anderen. En dan het denken, dan mijn waarden en als laatste mijn intuïtie. Dit is de functievolgorde van de ESTP - het totale tegenovergestelde van de INFJ die ik ben in normalen doen. Het duidelijkst werd deze ‘verborgen persoonlijkheid’ voor mij in de periode voor mijn overspannenheid, toen ik dacht dat ik elke dag een bepaald aantal hoofdstukken uit de bijbel moest lezen en anderen moest overtroeven met mijn Bijbelkennis. Ik dacht dat ik mijn plek moest verwerven als Bijbelleraar en dat mijn waarde afhing van het concrete resultaat van het schrijven van boeken en artikelen. Ik was zelfs bereid kritiek te hebben op anderen en ze af te wijzen als dat mij verder zou helpen. En ik luisterde niet naar mijn intuïtie, die op de achtergrond fluisterde dat het niet kon kloppen wat ik geloofde, maar vormde steeds complexere theorieën om mijn eigen gelijk te kunnen houden.
Even terzijde: ik weet van iemand die zich identificeert met het ENFP-type (extravert, levenslustig, spontaan, vol ideeën), dat die zich in periodes van stress liet verleiden tot een leven als ISTJ (stil, teruggetrokken, zich aan de regeltjes houdend, braaf). En een ESTP die zich vertoont als INFJ en allerlei vergezochte theorieën spuit, en zichzelf slimmer vindt dan Einstein. Let wel: het gaat om ‘valse vormen’ van deze persoonlijkheidstypen. Er is niks mis met een ESTP, maar wel iets met een INFJ die zich als ESTP gedraagt. Ik werd er doodmoe van, ongelukkig en uiteindelijk overspannen. Maar ik wist niet wat ik anders kon, dit was namelijk de enige manier die ik kende om met de situatie om te gaan waarin ik me bevond. Ik zag geen uitweg.

Dat was waarom ik zo geraakt werd door de film The Double, die heel scherp in beeld brengt hoe de ‘verborgen persoonlijkheid’ of 'schaduw' zich manifesteert, hoe we door daaraan toe te geven uiteindelijk verder weg van huis raken, en wat de weg uit deze gebondenheid is - een weg die ik ook heb doorgemaakt. Een weg van dood en opstanding, in plaats van harder werken. De hoofdpersoon van deze film is Simon James, een bescheiden jonge man met een saaie, beperkende kantoorbaan, die verliefde is op het meisje bij de kopieerafdeling, maar haar niet mee uit durft te vragen. Op een dag komt er een nieuwe werknemer op het kantoor, ene James Simon, die er precies uitziet als Simon. Maar niet verlegen is. Hij maakt zich geliefd bij de directeur (die eerst niet eens wist dat Simon voor hem werkte) en begint zelfs te daten met het meisje op wie Simon een oogje had. Simons leven wordt door deze James overgenomen, tot hij zelf eigenlijk maar beter niet kan bestaan. Het lijkt alsof hij onherroepelijk de kant op wordt gedreven van zelfmoord.

Deze korte omschrijving maakt al wel duidelijk: dit is stevige kost. Op sommige websites wordt de film geschaard onder ‘komedie’, maar dat is echt niet de juiste kwalificatie. Wat deze film wel is, is een geslaagde verfilming van Dostoyevsky. Ik heb de oorspronkelijke novelle niet gelezen, maar wel Crime and Punishment - en de sfeer van deze film was precies die van dat boek: dezelfde combinatie van een uitvergrootte grimmige omgeving, die de innerlijke wereld van de hoofdpersoon weerkaatste, het licht koortsachtige gevoel dat van elke pagina afdroop, en de wrange humoristische situaties en terzijdes, die het gevoel van onbehagen niet opheffen maar juist versterken. Ik heb bij het lezen van Dostoyevsky nooit het idee dat het Rusland dat hij beschrijft overeenkomt met hoe Rusland werkelijk was - maar wel dat het iets uitdrukt over hoe hij Rusland ervaart. De man was voor het vuurpeloton weggeroepen met genade op het laatste moment - geen wonder dat hij het leven door een wat absurdistische bril beziet. De wereld in deze film is een grimmige uitvergroting, vol schaduwen en spiegelbeelden (thematisch terecht), met daarin goed acterende hoofdpersonen (inclusief Wallace Shawn, bekend uit The Princess Bride). Bizarre Japanse popmuziek (wat weer toevoegt aan de eigenheid van de gefilmde wereld), en Kafkaiaanse bureaucratie (maar ook Dostoyevsky was niet zo van de bureaucratie). Ik kwam in elk geval enthousiast pratend en filosoferend de bioscoopzaal uit, wat voor mij altijd een goed teken is! Ik kan de film van harte aanbevelen, maar wees wel voorbereid op een aangrijpende filmervaring.

De film begint als Simon in de metro wordt aangesproken door iemand van wie we het gezicht niet zien. Hij zegt: ‘Je zit op mijn plek’, maar er is verder niemand. Toch maakt Simon plaats. We zien zijn gezicht half in de schaduw zodat alleen zijn ene oog zichtbaar is. Hij beweegt zijn hand voor zijn gezicht langs, en we zien alleen zijn andere oog. En met dat oog ziet hij zijn collega Hannah, het meisje op wie hij al een tijdje een oogje heeft. Eigenlijk maakt deze eerste scene de verbinding duidelijk met de ‘verborgen persoonlijkheid’ zoals ik die ken uit de MBTI - dit is een persoon met twee kanten. Dat wordt overigens ook al gesuggereerd door de Bijbelse connotaties van zijn naam. Simon was de eerste discipel die Jezus erkende in zijn identiteit als de messias, maar tegelijk was hij degene die Jezus verloochende. Hij stapte de boot uit op grond van geloof, maar zonk in de zee toen hij om zich heen keek.
Simon zelf lijkt heel veel op een INFJ. Maar hij leeft in een wereld die voor gevoelige, intuïtieve mensen geen veilige plaats is, een wereld die hun sterke kanten niet waardeert en hen tot status van onzichtbaren degradeert. Zijn eigen moeder lijkt hem te minachten. En hierdoor is Simon ook negatief over zichzelf gaan denken. Hij kijkt van buiten naar zichzelf, en dan ziet hij niets van waarde, alsof hij alleen maar ruimte in beslag neemt. Hij bereikt niet wat hij wil, en laat geen indruk achter in de wereld. Wat is dan nog de betekenis van zijn leven? Dat soort existentiële vragen ken ik wel - ik vroeg me dat soort dingen ook vaak af. Simon kijkt op TV naar een soort sciencefictionserie. Daar ziet hij het verhaal van een held, die met een lasergeweer en een oneliner voor zijn eigen zaak opkomt en de overhand behaalt. Dit is het verhaal van de cultuur, het verhaal van de durfal. De brutale die de halve wereld heeft. Degene die zich houdt aan de ‘Seven habits of succesful people’. De winnaar, die voldoet aan alle ongeschreven idealen. Over de idealen van de wereld en de methoden om die te bereiken, kunnen we elke dag leven in de treinkrantjes, en horen in de reclames op de TV. En Simon wordt erdoor verleid. Als hijzelf zoals hij is geen waarde heeft, en niet wordt gewaardeerd, dan is het zaak om iemand anders te zijn. Iemand als James. Iemand die slijmt bij de baas, gewaagde grappen vertelt, en een promotie krijgt. Iemand die met zijn vuist op tafel slaat in het café en krijgt waar hij om vraagt. Iemand die zich houdt aan ‘the game’ als een volleerd ‘pick up artist’ en vrouwen voor zich kan winnen bij de vleet, door op hun onzekerheid in te spelen. Een parodie van een ESTP dus. (En de Bijbelse connectie? De broer van Jezus, Jacobus, geloofde niet dat Jezus de messias of de zoon van God was).
Simon en James gaan samenwerken, maar het is geen samenwerking die voor Simon gunstig uitpakt. James wordt steeds meer oncontroleerbaar, en laat een spoor van vernieling achter in Simons leven. Tot Hannah van hem walgt en zijn baas hem ontslaat. Dit is wat er gebeurt als je toegeeft aan de verleiding. De verleiding krijgt de overhand over je leven. En als je dat krijgt wat je wilde, maar op de verkeerde manier, kun je er niet van genieten. De appel waarvan Eva at in het paradijs smaakte niet zo zoet als hij op het oog had geleken. En de belofte van kennis van goed en kwaad pakte ook anders uit dan verwacht. James is namelijk niet Simon, en zolang Simon toch als James probeert te leven, verliest hij zichzelf. Ik zei het al, ik heb het ook meegemaakt. Ik was succesvol in mijn studie, maar ook op christelijk gebied: ik sprak in de kerk, schreef in tijdschriften, en werd als wandelende concordantie gewaardeerd om mijn Bijbelkennis. De ‘valse persoonlijkheid’ was een succes! Maar deze ‘succesvolle Johan’ was ik niet. Ik ben een lezer en schrijver van fantasyverhalen, aquariumliefhebber en allround 'geek'. Dat aspect van mezelf raakte ik echter kwijt. Ik had mezelf verboden films te kijken, en ik schreef niet langer meer. En vervolgens raakte ik overspannen. Hetzelfde gebeurde toen ik eindelijk niet langer vrijgezel wilde blijven. Ik las op internet over daten en over ‘the game’, de manier waarop je als man meisjes voor je zou moeten winnen. Dezelfde tips geeft James in de film aan Simon: maak vrouwen onzeker, niet direct terugbellen, laat ze liever een paar dagen wachten ... Ik heb zelfs even geprobeerd om me eraan te houden, maar het voelde als nep. Het voelde niet echt. Stel dat iemand verliefd op mij zou worden als ik 'deed alsof', dan hield ze nog steeds niet van mij, zoals ik ben. Ik werd er dus alleen maar ongelukkiger van. Als dit was wat nodig was om een vrouw te vinden, kon ik beter accepteren vrijgezel te blijven. Anders zou ik mezelf kwijt raken. Maar dan moet je toegeven dat er dingen belangrijker zijn dan succes volgens de maatstaven van de wereld (religieus of in de liefde). Dan moet je bereid zijn daaraan te sterven.

In deze film wordt dit uiteindelijk prachtig in beeld gebracht. Op een gegeven moment staat Simon op het punt helemaal te verdwijnen, terwijl James de mensen om hem heen dramatisch beschadigt. En op dat dieptepunt maakt Simon de keuze om te accepteren wie hij is. Om de waarheid onder ogen te zien. Deze scene vindt plaats onder een neon kruis. Er is een graf. James is metaforisch begraven, en staat vervolgens weer op. De symboliek kan niet duidelijker zijn. Dit is het evangelie in een notendop. Dood en opstanding! Maar wat is er gestorven? Niet James. Nog niet. Het is Simon die is gestorven. Hij was al bijna niet meer bestaand. Maar ook dat heeft hij opgegeven. Hij heeft opgegeven te willen worden gezien. Hij heeft opgegeven succesvol te zijn volgens de maatstaven van de wereld. Hij wil geen liefdesrelatie als hij daarvoor ‘the game’ moet spelen. Dan maar ‘dood’ zijn volgens de andere mensen: saai, betekenisloos, niet inspirerend. Lees wat Robert Farrar Capon zegt in zijn meesterlijke boek Kingdom, Grace, Judgment: “Ik wil je vragen je rechterhand naar voren te houden, met de palm naar boven. je voor te stellen dat iemand er het ene na het andere prachtige geschenk in plaatst. Het mag alles zijn waar je van houdt - M&M’s, weekeindjes in Centerparks, het winnende lot uit de loterij, verliefd worden, volmaakte kinderen opvoeden, wijsheid, talent, een mooi gezicht en ook nog eens nederigheid - alles. Maar let nu op. Er zijn twee manieren waarop je hand op deze mooie dingen kan reageren. Hij kan erop reageren als een levende hand, en proberen het ene mooie geschenk dat zich er op een bepaald moment in bevindt vast te grijpen en het vast te blijven houden - en zich zo afsluiten van alle andere mogelijke geschenken. Of hij kan reageren als een dode hand. In dat geval zal hij gewoon stil blijven liggen, voortdurend open voor alle goede gaven die als in een dans komen of vertrekken.”
Dit is wat Simon doet. Hij klemt zijn hand niet langer om het ideaal van een succesvol leven, maar laat zijn greep erop sterven. Hij ‘leeft’ niet langer voor dat ideaal. Zo moest ik opgeven een ‘geestelijk christen’ te zijn, ik moest het verlangen opgeven te voldoen aan het ideaalbeeld van de kerk. Ik moest sterven aan mijn religieuze drijfveer. En ik moest sterven aan mijn verlangen succesvol te zijn in de liefde- ik bleef liever mezelf (inclusief verlegenheid en ernst) en vrijgezel dan een ‘player’ te worden. Maar vervolgens komt de opstanding: ik vond mijn plezier in het lezen van verhalen terug en begon weer te schrijven. En ik vond een vrouw die mij waardeert om mijn geeky karakter en om mijn ernst, en niet verwacht dat ik aan een cultureel ideaalbeeld van masculiniteit voldoe. En zo volgt ook voor Simon de opstanding. Die begint ermee dat hij James ter dood brengt: nu hij aan zijn ideaalbeeld is gestorven, kan ook de ‘verborgen persoonlijkheid’ bij het grof vuil. Hij wordt eerlijk, naar zijn werkgever en naar de vrouw van wie hij houdt - ook als hij dan opeens obsessief lijkt, of pathetisch. Eerlijk worden doet pijn. Maar Simon was al dood - dus kon hij ook eerlijk zijn: hij had de vervulling van zijn verlangens opgegeven, dus kon hij ook de manier om die vervulling tot stand te brengen opgeven. En in die eerlijkheid kon hij eindelijk beginnen te leven als een nieuwe mens. De houten pop wordt een echte jongen. Een individu, ‘redelijk uniek’. Hij kon eindelijk als mens omgaan met anderen, ook als die hem niet zouden zien staan. Hij kon toegeven dat hij van Hannah hield, zonder dat hij zich anders wilde voordoen dan hij was. Hij leefde, ook al was hij dood.
Veel krachtiger kun je de boodschap van het evangelie niet verwoord krijgen. Dit is goed nieuws, ook al is het een duistere film. Maar Jezus zei ook niet dat zijn boodschap er een was van cherubijnen en bloemetjes, van lammetjes en vrolijkheid. Het was er een van sterven aan jezelf en opnieuw geboren worden. Van de leegte van het graf en het bloed van het kraambed. Gritty, hard, en eerlijk. Maar juist daardoor uiteindelijk menselijk, oprecht en waardevol.

zaterdag 14 september 2013

Gedicht: Ravijn

Ravijn

Ik lijk wel gek.
Mijn greep is veilig, het touw
houdt mijn gewicht
nog wel. Waarom zou ik
springen? De kloof
gaapt onder mij,
ik zie de bodem niet,
voel alleen de koude
wind. Hoor knekels kraken.

Er is geen net
niets om mij op te vangen.
Geen zekerheid
toch hoorde ik de stem
dichtbij: ‘Laat los
als je wilt leven.’
Niets meer. Ik vroeg bewijs
maar het bleef stil. Het was
te mooi om waar te zijn.

Ik doe het zelf,
trek me op naar vaste grond
maar faal, glijd terug
naar waar ik juist begon.
Het koord doorklieft
mijn vingers. Bloed vloeit.
Ik schreeuw, hoor opnieuw
het zachte woord en val.
Ik moet toch eens sterven.

dinsdag 20 maart 2012

Links: Dr. Horrible, trailers, aangeboren geloof, Jezus als directeur en kerk als organisatie

Woohoo, een vervolg op Dr. Horrible's Sing Along Blog!

Een nieuwe trailer voor Snow White and the Huntsman, waarin het sprookje een deel van zijn duistere lading terugkrijgt. Deze trailer voor Prometheus is ook wel heel spannend. Een beetje eng, maar ik denk dat ik hem toch maar ga kijken - dat ik erna niet kan slapen neem ik maar voor lief.

Dit filmpje speelt zich af in een omgeving waar ik vroeger veel over fantaseerde (en die als locatie diende in meerdere van mijn verhalen): een door de natuur overwoekerde stad. Prachtig in beeld gebracht.

Interessante gedachten op wetenschapswebsite New Scientist: "Children are born primed to see god at work all around them and don't need to be indoctrinated to believe in him ... Religion is deeply etched in human nature and cannot be dismissed as a product of ignorance, indoctrination or stupidity. Until secularists recognise that, they are fighting a losing battle."

John Shore wordt gevraagd waarom hij gelooft. Hij antwoordt dat het geloof in Jezus voor hem 'werkt'. Hij suggereert dat geloof context geeft: het is een verhaal dat betekenis geeft aan onze omgeving en onszelf. En als mensen kunnen we niet anders dan onszelf deze verhalen vertellen. "To be alive is to actively and constantly choose a belief system; no one, no matter how “free” they may think their mind is, exists outside of such a system. The human mind must, and will, establish patterns—which is to say contexts—for virtually everything of which it can conceive. The Muslim’s belief system/life context is Islam. For Jews, it’s Judaism; for Buddhists, Buddhism; for atheists, it’s nothing beyond that for which there is empirical evidence, and so on. By the very nature of our design we all filter the world, and our experience within it, through a belief system founded upon what we believe to be true, right, and good." De zoektocht is naar het beste verhaal, en dat is het verhaal dat het meest lijkt op het Verhaal dat deze werkelijkheid IS.

Op Internetmonk een hilarisch satirisch artikel dat beschrijft hoe de relatie tussen Jezus en zijn discipelen zou zijn geweest als hij had geleken op de kerkleiders van tegenwoordig. Het hele stuk is de moeite waard, hier is een citaat: "Jesus ended this first staff meeting with a prayer. “Father, help us change the world. There are people out there who are hurting, wounded and in need of you. Guide our ministry so we can impact the world with your good news. I pray that people come to our service this week. That you’d be preparing their hearts, even now, to come to our new building. I pray that they would become tithing disciples who give to us so we can fulfill the ministry you have given to us. May you expand our territory so we can impact this evil culture for you.” Ouch ...

Een interview van Skye Jethani met Jim Gilmore. De laatste schreef een boek over manieren om bedrijven te laten groeien - maar merkte dat deze methode ook door kerken wordt toegepast. Maar kerken zijn geen bedrijven! "The church is to stand apart from the marketplace. The church is not a business; she should sell no economic offerings. In an age when more and more of life is being commodified — we are going beyond just the buying and selling of goods and services and now charging for life experiences and personal transformations — the church needs to refrain from participating in this activity. Just because experiences and transformations “sounds like what we do,” as one pastor once told me, that is not a reason to abandon the very limited role for the organized church as prescribed in scripture. The church should not number itself among other worldly enterprises, performing roles properly assigned to other institutions. Instead, the church should be the place where individuals are equipped for when they go forth in their daily pursuits." Hij raadt mensen bovendien aan Kingdom, Grace, Judgement van Robert Farrar Capon te lezen - wat ik ook van harte kan aanbevelen. Het commentaar van Luther op Galaten, dat hij ook aanbeveelt, ligt al bij mij in de kast op lezing te wachten.

Richard Beck op Experimental Theology pleit voor een herwaardering van het boek Prediker - een bijbelboek dat vaak wordt neergezet als neerslachtig, of somber, en waar de uitleg aan wordt gegeven als zou het een beschrijving zijn van het leven van een ongelovige, of iemand zonder God. Ik besefte echter na mijn eigen overspannenheid dat Prediker nu juist het leven beschrijft van een gelovige, die inziet dat al zijn menselijke inspanningen om betekenis te vinden zinloos zijn en dat hij vrij is om te genieten van het leven dat hij leidt en goed te doen. "I'd like to suggest that Ecclesiastes is a great treatise on exorcism. Perhaps the most powerful exorcist text in the bible. Many think Ecclesiastes is depressing. Only if you're demon possessed! For the great task of Ecclesiastes is to expose the dynamic at work behind service to the powers, the pursuit of meaning and self-esteem through the cultural hero system. Who is Oz, the force behind the curtain pulling the levers of achievement, reputation, significance, and self-esteem? What Ecclesiastes shows us, in pulling back the curtain, is that death is the force in the background driving the show."  Uiteindelijk beschrijft Prediker een positief beeld van het leven waaruit deze machten zijn uitgedreven. "The vision of the person who as stepped away from idolatry, who has been exorcised of the spirituality of the principalities and powers. Non-anxious. Peaceful, internally and externally. Relaxed in the face of death. Not lured into crazy self-esteem projects. And thus non-rivalrous and non-violent. Joyful for the day and simple graces. Doing good work. Not too righteous, holding religion at a distance. But not undisciplined and foolish. A good friend. A good family member. Spending the day doing good. Basically, following the example of the Great Exorcist himself."

woensdag 25 januari 2012

Links: Zwarte oervogels, kunstzinnige superhelden, wetenschap in de bijbel en de gevolgen van zelfrechtvaardiging

De thesaurus in zijn natuurlijke omgeving.

Over dinosaurussen gesproken: oervogel Archaeopteryx had zwarte veren.

Animatiestudie Aardman (bekend van Wallace and Gromit) maakt nu ook filmpjes over Batman en Superman!

Superhelden van Marvel - de Avengers - in verschillende kunststijlen.

Koffie blijkt effectief tegen type 2 diabetes! Gelukkig drink ik meer dan vier koppen per dag!

De bekende prediker Rick Warren beweerde laatst dat de bijbel de standpunten van de moderne wetenschap bevestigt - aan de hand van een tekst uit Jesaja die zou suggereren dat de Aarde een bol is. Maar de juiste vertaling spreekt over cirkel: de bijbel gaat uit van het wereldbeeld uit het oude midden oosten, van een platte wereld onder een hemelkoepel. Op Internetmonk wordt gewaarschuwd dat we de bijbel niet moeten gebruiken om onze theorieën te bevestigen. Daar is de bijbel niet voor. "God spoke his Word in our language, fully respecting the limitations of its writers. He inspired it to be written within their cultural and scientific perspectives. The real point upon which we should be focused is the Story Scripture tells in its ancient narratives and poetry — how that God prepared the way and then sent the true and living Word. He is the Word of God to whom the Bible witnesses, who became flesh and dwelt among us to save us from our sins, inaugurate God’s rule in the world, and bring about a new creation." Het gaat om het verhaal van God, niet om een theorie.

Het is erg fijn dat Mockingbird weer in de lucht is. Zo halen ze uitgebreid een van mijn favoriete schrijvers aan: Robert Farrar Capon. Die heeft weer goede dingen te zeggen over Gods onvoorwaardelijke acceptatie van mensen. Zo laat hij Jezus zeggen: "And when I open the book of life, I’m going to read out to the whole universe every last word that’s written there. And you know what that’s going to be? It’s going to be just Arthur. Nothing else. None of your bad deeds, because I erased them all. And none of your good deeds, because I didn’t count them, I just enjoyed them. So what I’ll read out, Arthur, will be just Arthur! real loud." Goed om te herinneren (en ik ga er binnenkort in een boekbespreking over schrijven) dat onze goedheid ons niet dichter bij God kan brengen en dat onze slechte daden ons niet van hem kunnen verwijderen. Hij heeft de moraal buiten spel gezet. Dat is goed nieuws. 

Tegelijk laat Mockinbird zien hoe slimme marketingmensen gebruik maken van onze eeuwige onzekerheid over onze betekenis. "If Disney can plant itself so deeply in that emotional sweet-spot where we are endlessly striving to find an identity in which the ego is protected and (we feel) we have control, they can do a lot more than sell movie tickets and DVDs. They can move lunch boxes, plush toys, and even Disney vacations, where such marketing reaches its absolute, and absolutely absurd, zenith. What better to sell to people who are constantly seeking to justify themselves to others, to protect their fragile egos and shore up their identities, than an entire vacation marketed as a safe place, or perhaps more aptly an appropriate place, to go ahead and do what we would all really like to be openly permitted to do (if we’re really honest with ourselves): celebrate ourselves." Er is niks mis met verhalen over het vinden van je eigen identiteit, maar dat dit op deze manier uitgebuit kan worden laat zien dat onze identiteit op een wankele basis staat. De enige zekerheid is te stoppen zelf een identiteit te bouwen en die alleen te ontlenen aan de liefde van God. Dat is trouwens makkelijker gezegd dan gedaan ...

Over onze wankele identiteit gesproken en onze pogingen onszelf betekenis te geven: dit leidt er ook toe dat we onszelf gaan vergelijken met anderen. We gaan rationaliseren. The Christian Monist geeft een voorbeeld naar aanleiding van het boek Lolita (dat gaat over de 'liefde' van een veertiger voor een jong tienermeisje): "The perpetrator weaves this mental narrative that makes himself out to be the victim. Mentally, we judge others more harshly than they deserve and ourselves more lightly.  The thinking goes like this, "Yes, I did bad thing X, but you have to  understand why.  I'm not a bad person, but I did X because of these circumstances."  Then we look at the other person who did X and we have the notion that they did it simply because they are evil."

Om in deze lijn verder te gaan: op Experimental Theology gaat Richard Beck verder met zijn gedachten over de manier waarop de mens door zijn angst voor de dood door slavernij gebonden is. Hij had eerder al betoogd dat we ons allemaal houden aan een heldenverhaal van onze cultuur of samenleving, dat ons leven een betekenis moet geven die de dood overleeft. Dit is de motivatie voor onze inspanningen. Maar de tekst uit Hebreeën zegt dat het de duivel is die de mens in slavernij heeft gebonden. Onze heldenverhalen zijn inderdaad demonische machten, stelt Beck. Kijk waar ze toe leiden: "Alternative hero systems--other values, gods, and ways of life--threaten to undo everything that has made our life feel significant, meaningful, and secure. The ideological Other, in posing an implicit critique of my hero system, threatens me to the core, attacks the very source of my self-esteem. And here's the deal. The ideological Other doesn't really have to do anything to us directly. Their mere existence is enough to threaten us. They represent, on the edges of our awareness, a dissenting voice. A group who doesn't bow to our god and, thus, calls all we hold dear into question. So what do we do in the face of that threat? It's pretty simple. We demonize the Other." Als we worden gemotiveerd door een cultureel heldenverhaal, hoe goed het ook lijkt, zullen we onherroepelijk geweld gaan gebruiken tegen de bedreigende alternatieven!
In de commentaren bij dit bericht wordt de vergelijking getrokken met de kerk: "The Church and, indeed, Christians themselves can just as easily set up ersatz 'realities' that encompass their lives and give them a sense of meaning. Yes, I too have sadly experienced the feeling of Church as death and it frightens and chills me that this has for so many become the case. So, Paul's cry is not just to be rescued from 'this wretched body' but perhaps too from the 'wretched body' that is the Church. Oh dear. How terrible when that which is supposed to aid our salvation actually inhibits and limits it."

Ik moest hieraan denken bij het zien van een pijnlijk correcte cartoon van The Naked Pastor over de kerk.

zondag 15 januari 2012

Het einde van de wil 2: van prestatie naar identiteit

Het is me altijd bijgebleven wat Willem de Vink een paar jaar geleden zei toen hij bij ons in de kerk sprak. Hij citeerde psychiaters die zeiden dat van de mensen die met overspanningsklachten of depressie in therapie kwamen, een groot deel bij christelijke organisaties werkte. Christenen zouden verhoudingsgewijs vaker overspannen of depressief zijn dan niet-christenen. Hij was zelf ook overspannen geweest. Ik weet nog hoe opgelucht ik me voelde toen hij dat zei: “He he, eindelijk iemand die het begrijpt!” Hij sprak over de genade op een manier zoals volgens mij alleen gebroken mensen dat kunnen - over genade als realiteit, genade die van levensbelang is: niet alleen om in de hemel te komen, maar ook om het dagelijks leven vol te houden.
Ik keek er steeds naar uit als Willem de Vink kwam spreken. Twee jaar geleden besloten de oudsten van de kerk echter dat hij niet meer bij ons mocht voorgaan. Hij zou betrokken zijn bij de genadeleer van Joseph Prince (N.B. ik sta daar niet achter. Ik geloof niet dat God al in dit leven de gevolgen van de zonde volledig opheft, zodat we geen ziekte of armoede zouden hoeven ondergaan. Dat is een vorm van welvaartsevangelie die ten diepste wettisch is - omdat er toch een voorwaarde wordt gesteld aan Gods zegen, namelijk ons geloof). Dat was voor mij een grote domper: nu was er niemand meer die sprak over de levensveranderende genade en de onvoorwaardelijke liefde van God. Het meest wordt er gesproken over wat wij allemaal zouden moeten doen of laten. Ik kan me daarom levendig voorstellen dat het inderdaad christenen zijn die het vaakst overspannen worden, of depressief raken.

Zo was ik een tijdje geleden bij een doopdienst. De preek zou gaan over Kolossenzen. Ik ging rechtop zitten. Deze brief van Paulus gaat namelijk over de grootheid van Jezus en hoe wij worden veranderd doordat we met Hem uit de dood zijn opgewekt. De spreker begon met op basis van hoofdstuk 2 te zeggen dat het in het christelijk geloof niet gaat om religie, om regels die wij moeten houden om voor God aanvaardbaar te zijn - dat zijn ‘menselijke voorschriften en principes die door het gebruik vergaan -zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam’ (v22,23). Ik begon enthousiast te worden. Maar mijn hoop werd de grond ingeboord. Want vervolgens ging het toch over wat we allemaal wel en niet moesten doen.  Zo stelde de spreker onder andere dat wij op onze taal moeten letten en niet vloeken, ‘zodat andere mensen aan je zien dat je een christen bent’. En dat we ons moeten inspannen voor de kerk ‘door op zondag naar de samenkomst te komen en door taken te doen in de gemeente’. Wat me vooral verbaasde, was dat de beste man niet de tegenstrijdigheid in zijn woorden zag. Want wat hij verkondigde was precies religie.
Het gaat me er niet om dat hij zei dat we niet moesten vloeken en schelden, dat we medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld moeten vertonen en elkaar vergeven en dat vrouwen hun man en mannen hun vrouw zouden moeten liefhebben. Dat staat er duidelijk. Een christen vertoont in zijn leven verandering, groei en heiligheid - hij zal niet dezelfde kunnen blijven. Een levend geloof gaat samen met een vernieuwd leven. Jakobus heeft dat zoals bekend vrij stellig betoogd in zijn brief. Maar waar ik tegen protesteer is de motivatie waar het gedrag uit voortkomt. Gebruiken we ons ego, onze wilskracht om onze taal te kuisen, om door anderen als goede christenen te worden beschouwd? (Ze zullen heus niet tot geloof komen door onze nette woordkeuze, maar ons hooguit zien als mensen die denken beter te zijn dan zij). Gebruiken we ons ego, onze wilskracht om de kerk op te bouwen? (Alsof dat systeem, het instituut, enige waarde heeft boven de individuen waar het lichaam uit bestaat, alsof we niet eigenlijk hopen door het systeem bevestigd te worden in onze betekenis). Doen we al die dingen omdat we geloven dat we alleen dan waardevolle mensen zijn? Of geloven we dat we door God vernieuwde mensen zijn, en betekent dit dat we op een andere manier gaan leven? Dat laatste is de motivatie die in Kolossenzen wordt gegeven voor het nieuwe leven. Van alles wat we doen op basis van die eerste motivatie - ook als het goede dingen zijn, zoals een net woordgebruik en werk in de kerk - zegt Paulus: “Het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging” (v23).

Op zijn blog Experimental Theology schrijft Richard Beck dat wij allemaal ‘slaaf zijn van onze levenslange angst voor de dood’ (Hebreeen 2:15). Hoewel we ons hier niet dagelijks van bewust zijn, is dit wel onze motivatie voor ons harde werken. We weten dat de dood een einde aan ons leven zal maken en ons alle betekenis zal ontnemen. Maar we willen een bijdrage leveren, we willen betekenisvol zijn, we willen een gevoel van eigenwaarde bezitten. Daarom moeten we iets doen waardoor we (symbolisch) de dood overstijgen. Dat wil zeggen dat we onszelf en wat we doen vergelijken met de waardesystemen van onze culturen (een bedrijf, een land of een kerk). Maar ons zelfbeeld, onze eigenwaarde, is ten diepste een verdedigingsmechanisme waarmee we ons bewustzijn van de dood onderdrukken.
Think about everything you use to pat yourself on the back,” schrijft Richard Beck. “All those things that make you feel good about yourself, or special, or better than others. Maybe you're good at your job. Or your kids are talented. Maybe you have a great marriage. Perhaps you are good looking or are in really good shape. Maybe you're really smart. Maybe your blog gets a lot of page views. Maybe a lot of people "liked" your quip on Facebook. Think about all those things, all those things that make us feel that our lives are "important" or "unique." Then read Ecclesiastes.” Prediker zegt namelijk dat alles zinloos is, of ijdelheid, of ‘lucht en leegte’ (1:2). Dat werkt ontnuchterend. Geen wonder dat veel christenen dit bijbelboek snel relativeren, wegzetten als cynisch of als het wereldbeeld van een niet gelovige. Maar de schrijver ervan heeft gelijk! ‘Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon?’ Hij zal toch sterven en kan niets meenemen in het graf - ook niet zijn zelfbeeld dat hij met al zijn wilskracht en inspanningen heeft opgebouwd.
Daarom is alles wat ons goed over onszelf laat denken, zijn al onze inspanningen en eigenschappen waardoor we onszelf succesvol, zelfingenomen, belangrijk, ‘cool’, waardevol, onderscheidend of bewonderenswaardig voelen, niets anders dan een leugen. “A death-denying lie. But a lie we will spend our lives anxiously chasing.” En we raken erdoor verstrikt. Richard Beck heeft bijvoorbeeld een boek geschreven: “If I get any self-esteem from the book I get trapped in a host of sinful practices. Pride. Jealously. Even depression if no one buys the book. My feelings about the book and its reception make me defensive. Why? Because I need the book. The book makes me feel heroic. And I need that heroism to make me feel that my life counts in the face of death.”
Ik herken dit alles helaas maar al te goed. Ik heb namelijk ook een boek geschreven. En ik hoorde laatst dat het uit de handel zou worden genomen. Ik schoot toch even in een dip! Want mijn zelfbeeld bleek af te hangen van het aantal lezers. Maar ik herken het ook in kleinere dingen - zoals in mijn mentale onrust als ik een blog heb geschreven en niemand reageert of niemand ‘retweet’ de link ernaar - mijn zelfbeeld hangt af van mijn blog. En laatst nog, toen iemand in een reactie op een blog suggereerde dat ik wel veel nieuwe boeken las en geen boeken die zichzelf al zouden hebben bewezen. Ik had direct de neiging mezelf te verdedigen. Kennelijk ontleen ik mijn zelfbeeld zelfs aan hoe anderen mijn leesgedrag zien!
Maar het heeft geen zin om mijn boekenkeuze te verdedigen. Het heeft geen zin steeds weer bezorgd te zijn over het aantal lezers van mijn blog. En het heeft geen zin mijn zelfbeeld van het aantal verkochte exemplaren van mijn boek te laten afhangen. Omdat de dood uiteindelijk onverzadigbaar is, is niets wat wij doen of laten in staat om daar tegenop te wegen. We moeten altijd meer doen om de leugen in stand te houden. Het boek van Richard Beck (en alles wat ik doe - mijn boek, mijn blogs, mijn leesgedrag) kan ons namelijk niet onsterfelijk maken! Daarom blijf ik dus mijn leven lang een slaaf van de angst voor de dood. Terugkijkend zie ik hierin de motivatie van mijn fanatieke bijbelstudie, gebed en kerkbezoek waar ik overspannen van werd - ik ontleende er mijn zelfbeeld aan. En ik vermoed dat dit ook ligt achter heel veel preken die christenen oproepen iets te doen of iets te laten.

Als mensen inderdaad in de slavernij zijn van de angst voor de dood, is het heel makkelijk ze tot bepaald gedrag aan te zetten. Je hoeft ze alleen maar onzekerder te maken over hun zelfbeeld of hun eigenwaarde. (‘Als je niet netjes praat, zien andere mensen niet dat je een goed christen bent’). Of je stelt ze een taak of instantie voor die hun zelfbeeld of eigenwaarde kan vergroten (‘Je bent een goed christen als je naar de diensten komt en een taak uitoefent in de kerk’). Straf en beloning - dat zijn de instrumenten die de wereldsystemen gebruikt om mensen te controleren, om mensen ertoe te brengen iets te doen dat ze eigenlijk niet willen, om hun doelen te bereiken.
God gebruikt deze instrumenten echter niet. God is liefde. Hij heeft ons niet lief zodat we iets voor hem gaan doen of bepaalde resultaten halen. Zijn liefde kent geen desired outcomes- Hij heeft ons eenvoudig lief. Niet om wat we voor hem kunnen doen met hulp van onze wilskracht, niet om onze creativiteit, onze hulpvaardigheid of ons doorzettingsvermogen, maar omdat dat is wie Hij is. En omdat hij zonder enige voorwaarde te stellen, ons liefheeft met een eeuwige, vurige, onuitblusbare liefde, geeft Hij ons wat Hij te geven heeft: leven uit de dood, dat wil zeggen: een eeuwige, ondeelbare betekenis. Alles waar we naar verlangen en waar we ons zo voor inspannen. En helemaal gratis. Het is niet iets dat wij kunnen verdienen, niet iets waar wij recht op kunnen laten gelden. De enige voorwaarde om door God opgewekt te worden, is dood te zijn. Jezus heeft zich vereenzelvigd met alles wat dood is, en alles wat dood is, is met Hem opgewekt toen hij het graf verliet. En ieder mens gaat dood. Dus wordt ook ieder mens tot leven gebracht. Op die manier heeft Jezus door zijn dood definitief afgerekend met de heerser over de dood, de duivel, en allen (!) bevrijd - die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood, of ze zich daar nu van bewust waren of niet. De aankondiging van dit feit, deze overwinning, namelijk dat God ons ‘samen met Christus heeft levend gemaakt toen hij ons al onze zonden kwijtschold’ (Kolossenzen 2:13) is het goede nieuws. Dit is wat Paulus beschrijft in zijn brief aan de Kolossenzen. En dit is wat leidt tot een veranderd leven en geestelijke groei.

Als het namelijk zeker is dat ik ooit zal sterven - en dat al mijn inspanningen en pogingen om mijn eigenwaarde op te krikken dit lot niet kunnen afwenden - dan kan ik mijzelf ook nu, op dit moment, al zien als ‘dood’. Ik stop ermee vast te houden aan de leugen dat ik mijn leven eeuwig kan laten duren en laat alle manieren los waarmee ik mijn eigenwaarde probeer op te krikken. Robert Farrar Capon beschrijft dit idee in zijn in mijn ogen briljante boek Kingdom, Grace, Judgment: “Our so-called lives and our vaunted successes cannot be saved. They are nothing but suits of obsolete armor, ineffective moral and spiritual contraptions we have climbed into to avoid facint the one thing that can seave us: our vulnerability ... Jesus does not save you or me as we dress ourselves up at high noon on a good day; he saves us only as we stumble naked and uncombed form lumpy mattress to cold shower after a long, hard night - as, that is, we limp in faith from the bed of our death, through the blood of the cross, to the joy of his resurrection ... the only thing salvation needs is the one thing everybody has, namely, death. Not life. Not success. And certainly not the ability to draw to some moral inside straight. Just the cojones to admit the truth that they’re dead, and to trust Jesus to take care of everything else.” En daardoor word ik vrij van de personen en instanties die mij met behulp van straf of beloning voor hun eigen doelen laten werken. Zoals Paulus zegt in Kolossenzen 2:20: “Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft?
Maar zoals we onszelf nu al moeten zien als mensen die dood zijn - en dus niet vertrouwen op ons ‘ego’ of onze wilskracht om onszelf betekenis te geven - mogen we onszelf ook zien als mensen die delen in het eeuwigheidsleven van Jezus. Dat is namelijk net zo goed een realiteit voor ieder mens als de dood dat is. We zijn met Christus uit de dood opgewekt (Kolossenzen 3:1). We zijn nieuwe mensen, die worden vernieuwd naar het beeld van hun schepper (v10), we zijn Gods heiligen, die hij liefheeft met dezelfde liefde waarmee hij Jezus liefheeft (v12). God heeft ons een nieuwe identiteit gegeven. Hij noemt ons zijn geliefde kinderen - en dat geeft ons alle betekenis die we ooit nodig zouden kunnen hebben. We hoeven niets te doen om dat te worden. We hoeven alleen maar te accepteren dat we Gods geliefden ZIJN. Wayne Jacobsen noemt dit in zijn boek He Loves Me: ‘Living loved’ - dat is het enige waar het leven als christen uit bestaat. En daar komt ook ons nieuwe leven uit voort. Als we Gods geliefden ZIJN, gaan we ook doen wat daarbij past. We gaan ernaar verlangen God lief te hebben boven alles, en onze naaste als onszelf. Niet omdat het moet, maar omdat het voortkomt uit onze identiteit. Het is een vrucht, geen prestatie.

Net als Robert Farrar Capon geloof ik dat ons gedrag niets te maken heeft met onze redding, maar dat we onze redding alleen maar in geloof hoeven accepteren. Maar net als Capon beweer ik niet dat dit geen consequenties heeft voor ons leven. Geloof is namelijk geen intellectuele aanname, het is een keuze. Een keuze die we steeds opnieuw maken, om onszelf te zien als ‘dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God’ (Romeinen 6:11). Dat wil zeggen: geloof is iets dat we doen. Want we doen altijd wat we willen. Wat verandert is waarom we het willen doen. “If faith were only something in our heads, then we might well conclude that it had no implications for what we might do with our hands or our feet or with any of our other members or faculties. But since nothing is simply in our heads - since we will always, as long as we live, be doing something - that is a false conclusion. If he has already done it all for me already, why shouldn’t I live as if I trusted him? If he has made me a member of the Wedding of the Lamb, why shouldn’t I act as if I am at the party? If he has already reconciled both my wayward self and my equally difficult brother-in-law, or children, or wife, why shouldn’t I at least try to act as if I trust Him to have done just that and to let his reconciliation govern my actions in those relationships ... Since he has already made me new - since there really isn’t any of the old me around to get in my way any more - why should I be so stupid as to try to go on living in terms of something that isn’t even there? Faith, you see, is simply taking his word about what really is and trying our best to get all the unreal nonsense out of our lives. It inexorably leads us to try to stop contradicting what he has done.”
Dat is de reden waarom mensen die het evangelie geloven niet mensen willen uitschelden of God willen beledigen. Dat is de reden waarom gelovigen elkaar willen opzoeken en bemoedigen en samen God grootmaken. Om de levens van mensen te veranderen hoeven we in de kerk niet meer op het ‘ego’ van mensen in te spelen. We hoeven alleen maar het goede nieuws te brengen, namelijk dat we met Christus gestorven zijn ‘en [ons] leven ligt met Christus verborgen in God. En wanneer Christus [ons] leven verschijnt, [zullen ook wij], samen met hem, in luister verschijnen’ (Kolossenzen 3:4). Dan zullen christenen niet de mensen zijn die het vaakst overspannen zijn, maar de mensen die het meest ontspannen, vrij en vreugdevol zijn.

woensdag 4 januari 2012

Voor wat hoort wat?

Niet zo lang geleden zag ik een poster in een bushokje, volgens mij voor een actie van een of andere humanitaire organisatie. De tekst in grote letters riep op om in actie te komen voor de mensen in Egypte, want: ‘De egyptenaren verdienen een rechtvaardige regering’ (of iets dergelijks. Ik had de woorden eigenlijk even moeten opschrijven.) Er ging een rilling over mijn rug.
Laat ik duidelijk zijn: ik ben helemaal voor de mensen in Egypte: daar zitten prima mannen en vrouwen tussen, van wie ik veel zou kunnen leren. Ik geloof ook dat het goed zou zijn dat er in dat land een democratische, betrouwbare regering komt. Ik vind het zelfs aanbevelenswaardig om daar als mensen uit het vrije, relatief rijke Nederland voor in actie te komen. Net zo zal ik in dit bericht niet betogen dat ik gekant ben tegen loonsverhogingen en bonussen, of gezondheid, plezier en welvaart. En ook niet dat ik een tegenstander ben van een moreel hoogstaand leven, je inspannen voor de kerk of de gemeenschap, geven aan goede doelen, of het bezitten van een groot geloof. Dit zijn allemaal mooie dingen om te bezitten of prijzenswaardige dingen om te doen. Gewoon van genieten en gewoon mee doorgaan, is mijn boodschap. Als je zegeningen ontvangt, mag je ze accepteren. Als je ernaar verlangt goed te doen, moet je dat verlangen niet uitdoven of tegenhouden.
De rilling over mijn rug bij het lezen van de advertentietekst werd echter niet veroorzaakt door iets dat met de Egyptenaren te maken had en ook niet door de oproep te strijden voor een goede regering. Ze werd veroorzaakt door het woord ‘verdienen’. Het waren niet de begrippen aan beide zijden van de uitspraak waar ik op reageerde - die waren allebei goed - maar het woord dat die twee met elkaar in verband bracht, dat suggereerde dat er een relatie was tussen de aard of kwaliteit van de Egyptenaren en wat ze meemaakten of zouden moeten meemaken. De suggestie werd daardoor gewekt dat de Egyptenaren een kwaliteit bezitten, of een inspanning hadden verricht, waardoor ze recht hadden op een betrouwbare regering en vrijheid van meningsuiting. Alsof er sprake was van een transactie, en ze gerechtvaardigd boos konden worden omdat de werkelijkheid hen niet gaf wat hoorde bij de afspraak. Alsof ze nu een klacht konden indienen bij een hogere instantie, om alsnog te krijgen wat was overeengekomen. Maar vrijheid en een goede regering kun je niet verdienen. Je kunt ernaar verlangen en ervoor strijden, maar je hebt er geen recht op. Je kunt het alleen ontvangen.

De laatste tijd gebeurde er nogal wat op mijn werk - daar heb ik in mijn traditionele nieuwjaarsbericht een paar dagen genoeg over geschreven - en ik ben dankbaar voor wat ik heb gekregen. In dit ene geval is ‘verdienen’ wel het juiste woord, want we hebben afspraken gemaakt op kantoor over mijn inspanningen, en ik heb me daaraan gehouden en ben er zelfs overheen gegaan! Mijn werkgever houdt zich ook aan de afspraken, en ik krijg wat me toekomt. Ik heb er ook genoeg voor betaald, onder andere met mijn nachtrust en mijn gezondheid. Zo zit ons economische systeem in elkaar: voor wat hoort wat.
Maar ik had dit goede nieuws verteld aan een naast familielid van me, die op dat moment op vakantie was. Een paar dagen later zat er een kaartje in mijn postvak. In plaats van gewoon blij voor me te zijn en me te feliciteren, citeerde mijn familielid de tekst uit Numeri 6 in een Engelse vertaling: ‘The lord bless you and make you prosper’ (de NBG zegt: geve u vrede). En daarnaast was een geldzak getekend. En ik voelde weer dezelfde huiver over mijn ruggengraat lopen.
De kerk waar mijn familielid naar toe gaat, predikt namelijk iets dat lijkt op het welvaartsevangelie, een boodschap die beweert dat God wil dat we gelukkig, gezond en welvarend zijn, en dat we dat ook zullen worden als we daar maar in geloven en als we maar doen wat de kerk van ons vraagt. We hebben er recht op, zeggen ze, we verdienen het in feite. Voor wat hoort wat. Dat ik er financieel op vooruitging, was volgens mijn familielid dus niet eenvoudig het gevolg van mijn inspanning ‘beyond the call of duty’. Nee, het was God die me welvarend maakte, omdat ik daar als gelovige recht op zou hebben.
Nogmaals: er is niets mis met geloven (nogal wiedes dat ik dat zeg - ik beschouw mezelf ook als een gelovige!), en er is niets mis met welvarend zijn - maar er bestaat tussen die twee geen verband! Want wat als ik zou zijn ontslagen, net als een collega van me is overkomen een paar weken geleden - wat zou het familielid in kwestie dan zeggen? Dan zou ik kennelijk niet genoeg hebben geloofd of hebben vertrouwd, dan zou het dus ook aan mij liggen. Wat als ik ziek wordt, wat als ik een ongeluk meemaak? Dat zou ik dus ook hebben verdiend. Of ik zou boos moeten worden op God en hem aanklagen, omdat hij mij niet geeft waar ik recht op heb.

Deze instelling voelt heel natuurlijk voor mensen - we leven immers al duizenden jaren in economische, politieke, strafrechtelijke en pedagogische systemen waarin we krijgen wat we verdienen. Waarin voor wat inderdaad wat hoort. En we zijn hierdoor geconditioneerd, zoals de honden in het experiment van Pavlov. We zijn dit gaan zien als het principe dat het hele leven reguleert, tot aan onze omgang met God toe. En hierdoor raken we onze vrijheid en eigenheid kwijt - we proberen alleen nog maar te presteren, niet voor onszelf maar voor de machten buiten ons die ons geld, geluk, gezondheid of macht beloven. God wordt de grote werkgever, in plaats van onze vader.
De bijbel is er vrij duidelijk over dat onze welvaart, onze gezondheid, en ons geluk geen enkel verband hebben met onze moraliteit of met wat we voor God doen, buiten de algemene wetten van oorzaak en gevolg die voor iedereen gelden (zo is het nu eenmaal zo dat wie veel eet, zwaarder wordt en dat wie rookt, meer kans heeft op longkanker). De gemiddelde leeftijd van gelovigen en ongelovigen is gelijk. Prediker stelt dat tijd en toeval allen treffen, en dat zelfs een wijze van het werk van God niets kan waarnemen. De Psalmist klaagde er over dat het de goddeloze voor de wind ging, en dat de gelovige in de put zat. God doet het regenen over goeden en slechten, maakt ook Jezus duidelijk. En dat de Toren van Siloam op een groep mensen viel was niet omdat ze slechter of goddelozer waren dan anderen. Het hele bijbelboek Job is gewijd aan deze vraag. Jobs vrienden denken inderdaad dat Job wel te weinig geloof moet hebben, of in zonde moet leven, of niet genoeg voor God moet hebben gedaan, om ze te lijden. Maar God laat zien dat Jobs morele en spirituele inspanningen geen verband hielden met wat hem overkwam. In plaats van een antwoord te krijgen, raakte Job zo onder de indruk van de grootte van God dat hij (in dit leven althans) geen antwoord meer nodig had.
Als we door God worden gezegend, is dat dus niet omdat we het zouden verdienen, omdat we er enig recht op zouden kunnen laten gelden. En als we lijden (op welk terrein van ons leven dan ook), is dat niet ons verdiende loon, en Gods straf voor onze tekortkomingen of ons ongeloof. God hanteert niet het principe ‘voor wat, hoort wat’. Als ik promotie krijg en meer ga verdienen, mag ik dat ontvangen als geschenk, waarvoor ik niets heb gedaan. Als ik het kwijtraak, en ziek wordt, hoef ik niet boos te worden op God. Zoals Job zegt: ‘zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?’ (Job 2:10)

Maar ook christenen die het ‘welvaartsevangelie’ afwijzen, blijven aan het verdienmodel vasthouden. Weliswaar niet voor zegen in dit leven, maar dan voor Gods acceptatie in de toekomst. Het is dan niet materiele zegen of gezondheid die ze proberen te verdienen, maar een plek in Gods rangorde, Gods goedkeuring over hun leven, een ‘kroon’ op hun werk. We hadden het op de tienergroep van de kerk vroeger over het verdienen van ‘kroontjes’ - we zouden ze dan wel weer voor de voeten van Jezus moeten neergooien, maar we hadden we mooi wel gekregen.
We geloven niet in rechtvaardigheid op grond van werken, zouden de meeste protestante christenen zeggen. Onze inspanningen en goede daden brengen ons niet in de hemel. Maar waarom wordt er dan wel zo op gehamerd? Waarom blijven we maar presteren? We hebben toch het idee dat God meer van ons houdt als we meer doen, of dat hij boos op ons is als we zondigen. God blijft onze werkgever, die uiteindelijk op ons beoordelingsformulier een vinkje moet zetten. En zelfs van geloof kunnen we een inspanning maken. We zien geloof namelijk als een mentale handeling, eentje die ons veel moeite kost ook, getuige onze worsteling met twijfel, en geloofsvragen. Het kost wilskracht om eraan vast te houden, tegen allerlei tegenstemmen en argumenten in. En het is nu eenmaal een feit dat de een meer wilskracht heeft dan de ander. Het met het verstand instemmen met enkele dogma’s wordt een prestatie die we leveren, in ruil waarvoor we Gods acceptatie en ons eeuwig heil verdiend hebben.
Zo diep zit onze conditionering. Zelfs als de bijbel zegt dat God het ons allemaal geeft om niet, en wij zijn liefde, zijn aanvaarding en zijn koninkrijk alleen maar hoeven accepteren als kado, stellen wij eisen aan onszelf en gaan wij onszelf (en anderen) maatstaven opleggen. Het is als een kind dat van zijn vader als kado een nieuwe fiets krijgt, en vervolgens vraagt hoe lang zijn zakgeld nu wordt ingehouden, of welke extra klusjes hij nu moet doen. Het is de instelling van de oudste zoon uit de gelijkenis van Jezus, die de Vader toebeet: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven ...” (Lukas 15:29) Hij leefde in het verdienmodel, maar de vader had dat al lang achter zich gelaten. Hij had alles namelijk al lang aan zijn zoon gegeven. Als geschenk.

Wat de bijbel suggereert is dat de opstanding uit de dood en alles wat daarmee samenhangt (wat ook letterlijk alles is - want wat niet uit de dood opstaat is dood) een geschenk is van God. Wij hebben er geen bijdrage aan. God vraagt er niets voor van ons, en we hoeven er niets voor terug te doen. “God handelt alleen.” (Galaten 3:20). God wekt ons op uit de dood en brengt ons binnen in zijn koninkrijk, puur en alleen omdat hij dat zelf wil. Het is zijn wilde vrijgevigheid, zijn onvoorstelbare ruimhartigheid dat hij een feest geeft, waar de hele schepping bij wordt betrokken. Wat hij doet geldt voor iedereen. Of ze nu hard werken of niet, of ze nu moreel hoogstaand zijn of niet, of ze nu sterk in hun geloof staan of niet. Of je wilt of niet: God geeft je alles wat hij te geven heeft, en dat is alles dat er is.
Op de zondagschool zongen we vroeger een liedje: ‘Je kunt het niet kopen met je geld, en niet ruilen met je goed, je kunt het niet winnen met een lot en niet verdienen met wat je doet. Het eeuwig leven, wordt gegeven aan een ieder ...’ Als het daar gestopt was zou het een geweldig lied zijn geweest en bovendien waar. God is zo vrijgevig dat hij het geschenk van het eeuwige leven aan iedereen doet toekomen. Hij strooit het uit over de hele akker, zoals de zaaier in de gelijkenis het graan zaaide. Iedereen die dood is maakt hij levend, en omdat iedereen ooit dood gaat, maakt hij iedereen levend. Het zondagschoolliedje gaat echter verder: ‘... aan een ieder, die gelooft.’ En daar gaat het de mist in. Want op die manier schept het toch een voorwaarde, iets waar wij aan moeten voldoen om door God levend gemaakt te worden, een inspanning die wij moeten leveren om dat eeuwige leven te krijgen. Maar de realiteit is dat God het ons geeft of we nu geloven of niet. Gods geschenk gaat vooraf aan ons geloof - Jezus is voor ons gestorven toen wij nog zondaars waren (Romeinen 5:8). Geloof is dus op geen enkele manier een eis die God stelt om ons zijn liefde en aanvaarding te kunnen geven. Nee. Het eeuwig leven wordt daadwerkelijk gegeven aan een ieder, aan iedereen.
Dit is wat Robert Farrar Capon Jezus daarover laat zeggen in zijn boek Kingdom, Grace, Judgment: “Do you think it makes the least difference to God wheteher anyone’s cause is just? Do you think it matters at all to him that they, even in their loss and death, still try to function like winners? I tell you, none of that amounts to a hill of beans with him. He finds all the lost whether they think they’re lost or not. He raises all the dead whether they acknowledge their death or not. It’s not that they have to make some heroic effort to get themselves to cooperate with him, and it’s certainly not that they have to spend a lot of time praying and yammering to get him to cooperate with them. Don’t you see? It’s the bare fact of their lostness and death, not their interpretation of it or their acceptance of it, that cries out to him day and night. Lost sheep don’t have to ask the shepher to find them. Lost coins don’t have to make long prayers to get the housewife to hunt for the. And lost sons - who may think that they are only allowed to ask for some plausible, sawed-off substitute for salvation - are always going to be totally surprised by the incredible, un-asked-for party that just falls in their laps. All they have to be is lost. Not fancy lost, perceptively lost, or repentantly lost, just plain lost. And just plain dead too ... you don’t have to do a blessed thing, make a single prayer, or have a legitimate case. I do it all.

Als God zo goed en zo vrijgevig is, blijft als enige vraag over: wat doe je met zijn geschenk? Accepteer je het (zoals de ‘verloren zoon’ die zich het feest liet binnenvoeren en genoot van het geslachte kalf?) of sluit je je ogen voor de realiteit (zoals de oudste broer die maar bleef aandringen op het verdienen van een bokje terwijl alles al van hem was)? Geef je je pogingen op om recht te willen maken op Gods zegen, houd je op met je inspanningen om zijn goedkeuring te verdienen? Stop je met het voortdurende vergelijken? Het jezelf beter vinden dan anderen? Begin je te leven in de realiteit van onvoorwaardelijke liefde en leven uit de dood? Durf je jezelf te zien als een van ‘the lost, the last, the little and the least’? Volg je Jezus in de weg van zwakheid en afhankelijkheid? Geloof je het goede nieuws, namelijk dat er geen relatie is tussen jouw karakter en inspanningen en de liefde van God en zijn leven? Dat je het alleen kunt ontvangen?

maandag 14 november 2011

Terug naar de basis (11): De God in de details

Het plaatje dat je hiernaast ziet, is een fractal (voor de kenners: een Mandelbrot-fractal). Fractals zijn heel mooi - en dat is een eigenschap ervan die prima past bij de boodschap van dit blogbericht. Het is echter niet waar ik over wil schrijven. Fractals zijn namelijk niet alleen maar mooie plaatjes. Het zijn eigenlijk weergaven van een wiskundige formule. Die formule zorgt ervoor dat ongeacht de schaal van de afbeelding, dezelfde vorm te zien is. Dat wil zeggen: het plaatje is tot in het oneindige gedetailleerd. Als je een hoekje van deze figuur zou uitvergroten, zou je daar dezelfde vorm in terugvinden. En als je daar weer een hoekje van neemt en opblaast, komt opnieuw deze vorm tevoorschijn. En zelfs als je tienduizend stappen doet, zie je deze zelfde vorm. De formule zorgt ervoor dat die op elk niveau terugkomt. Kijk voor meer voorbeelden van fractals hier, je kunt er heel wat uurtjes doorbrengen.
Het interessante is dat de schepping een fractalachtergrond blijkt te hebben. Heel veel structuren in de schepping zijn opgebouwd uit kleinere onderdelen. Een galactisch supercluster bestaat uit melkwegstelsels, die bestaan uit zonnestelsels, die bestaan uit individuele hemellichamen. Een maatschappij bestaat uit mensen, die zijn samengesteld uit organen, die bestaan uit cellen (elk een afzonderlijk levend wezen!), die bestaan uit organellen. Als je een tak van een boom bekijkt, lijkt dat een soort kleine boom. Met één dikke tak en hieraan steeds kleinere vertakkingen. En ook die kleinere vertakkingen lijken op nog kleinere boompjes. Tot aan de bladeren toe. Als je inzoomt zie je overal onafhankelijke onderdelen. Zelfs de vormen van bergen en kustlijnen kunnen worden beschreven met fractalachtige vergelijkingen. En soms herken je duidelijkere fractalvormen. In de vertakte structuren van de longen en de nieren. In sneeuwvlokken, in koraalriffen, in de bladeren van varens: de hele tak heeft dezelfde soort vorm als een van de blaadjes. En ook zo’n blad, of zijtak, bestaat weer uit blaadjes van dezelfde vorm. Het lijkt in de natuur dus ook zo te zijn, dat in een enkele formule op verschillende niveau’s bepaalt hoe de wereld eruitziet.

Met het Verhaal van de Werkelijkheid, het Verhaal van God, is het net zo. We zagen al dat het Grote Verhaal dat het hele heelal van begin tot eind vertelt, Het Koninkrijk van God, volledig zichtbaar werd op het niveau van het leven van Jezus. Het eeuwige verhaal herhaalde zichzelf, zoals het patroon van een fractal zich herhaalt, op een bepaalde plek en in een bepaalde tijd. Maar net als elke fractal kan ook dit verhaal nog een stap verder worden uitvergroot. Het plaatje van Gods Koninkrijk kan nog verder worden ingezoomd, tot op het niveau van onze individuele levens. En dan zie je opnieuw hetzelfde patroon terugkeren. Het Grote Verhaal wordt herhaald in onze kleinere verhalen. Gods koninkrijk wordt ook in onze woorden en daden zichtbaar.
Als wij daarvoor willen kiezen. Als wij ons ervoor open willen stellen. Het belangrijkste kenmerk van het verhaal van God is immers zijn keuze zijn macht niet te gebruiken om ons te veranderen. Hij nodigt ons uit, maar dwingt ons niet. Hij stelt zich kwetsbaar op, zwak. Wij hebben de keuze om aan onze eigen verhalen, gebaseerd op macht, vast te houden, te blijven oordelen over de wereld om ons heen volgens onze eigen belangen. Of we kunnen gaan leven in het Verhaal dat God vertelt, het Verhaal van de Werkelijkheid, en ons leven daardoor laten veranderen. We kunnen gaan leven in het Koninkrijk van God, dat de realiteit bepaalt. Dit was waartoe Jezus opriep: “Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij” (Mattheus 4:17). Dit betekent dat we dezelfde weg gaan als Jezus, die immers de belichaming was (en is) van Gods Weg. En de weg die Jezus ging was de weg die God ging. De weg van identificatie met het gebrokene, het zieke, het zondige. De weg van de machteloosheid en de dood. Het is de weg van de zwakheid, waarover ik vorig jaar op mijn blog ook al schreef.
Paulus schrijft hierover in de eerste brief aan de Korinthiers. Hij heeft namelijk eerst betoogd dat het Geheim van God bestaat uit het ultieme vertoon van zwakheid: Jezus Christus en die gekruisigd. God die ervoor kiest een marteldood te sterven. Dat is waardoor de wereld wordt veranderd. Maar dit is tegelijk het geheim dat het leven van Paulus kenmerkt. Hij kwam immers bij de Korintiers niet met een vertoon van kracht, niet met welluidende woorden of een indrukwekkend betoog. Hij was niet populair of een demagoog. Hij was zwak en ziek, en sprak rommelig en stotterend. Maar God koos ervoor zijn woorden te gebruiken en er leven uit voort te brengen.
De gemeente in Korinthe was zelf ook zwak. Er waren niet vele rijken of machtigen onder hen  Deze christenen waren slaven, middenstanders, armen. En God had hen uitgekozen om wat macht heeft te beschamen. Maar er waren in deze gemeente mensen die kozen de weg te gaan van de macht, van de eigen inspanning, van de eigen prestaties. Mensen die zichzelf beter vonden dan anderen, die meenden het recht aan hun kant te hebben en andere christenen dus voor de rechter te mogen slepen, die eisen stelden aan hun vrouwen en die aan het avondmaal alleen aan zichzelf dachten en zelfs dronken werden van hun wijn terwijl hun armere medegelovigen honger hadden. Paulus roept hen op in hun persoonlijke leven, in hun huwelijk en in hun kerk de weg van de zwakheid te gaan. Om de ander uitnemender te achten dan henzelf. Om niet alleen te letten op hun eigen belang, maar ook op dat van anderen. Om niet hun eigen voordeel te zoeken, maar dat van alle anderen. Hij roept hen op om hem na te volgen, zoals Hij Christus navolgt (1 Korintiers 11:1). Ik heb hier vorig jaar op mijn blog uitgebreider over geschreven.

De weg van Jezus, het pad dat hij ging, is niet een glamoureus bestaan van succes, rijkdom, gezondheid, en bewondering. Het is niet een leven dat in de schijnwerpers staat, geen leven met een podium, fanfare en een foto op de cover van een tijdschrift. De mensen buiten de kerk hebben dat soms zelfs beter door dan de gelovigen zelf. Ik las op internet laatst het volgende citaat van John Cleese, bekend van de Britse groep Monty Python. Hij had het over de film The Life of Brian, die bij het verschijnen ervan controversieel was omdat hij religie op de hak nam. De film werd ervan beschuldigt Jezus belachelijk te maken, maar volgens Cleese was dat niet de bedoeling: “… it’s not in any way against Christ or Christ’s teachings. It’s all about criticizing people who make something of Christ’s teachings, which I think he himself would not recognize. There’s a lovely line that an idea is not responsible for the people who hold it. A lot of people in America who describe themselves without any hesitation at all as Christians are, in my opinion, completely missing the point of most of his teachings. Here’s what I think in a single sentence: I think that the real religion is about the understanding that if we can only still our egos for a few seconds, we might have a chance of experiencing something that is divine in nature. But in order to do that, we have to slice away at our egos and try to get them down to a manageable size. So real religion is about reducing our egos, whereas all the churches are interested in is egotistical activities, like getting as many members and raising as much money and becoming as important and high-profile and influential as possible. All of which are egotistical attitudes. So how can you have an egotistical organization trying to teach a non-egotistical ideal? It makes no sense, unless you regard religion as crowd control. What I think most organized religion is – simply crowd control.”
Dit betekent niet dat we slecht over onszelf moeten denken. Dat we Jezus volgen wil niet zeggen dat we over onszelf zeggen dat we slechts ‘wormen’ zijn, of dat we tot niets goeds in staat zijn. We hoeven niet onszelf af te wijzen of te veroordelen. Als we dat doen zijn we nog steeds met onszelf bezig. We plaatsen onszelf nog steeds in het centrum van het universum en gebruiken onze eigen maatstaven om te oordelen over onszelf en anderen. Ook deze zelfverachting is een vorm van hoogmoed.
Echte nederigheid betekent niet dat je slecht over jezelf denkt, maar dat je niet over jezelf denkt. Het betekent dat je ophoudt jezelf te oordelen, dat je ophoudt je waarde af te meten aan wat je bezit, wat je doet, of hoe heilig je bent. Het betekent dat je ophoudt jezelf voortdurend met anderen te vergelijken. Dat je stopt met al je inspanningen om je ‘ego’ in stand te houden. Van nature wordt ons leven echter juist gekenmerkt door het beschermen, ondersteunen en afmeten van ons ‘ego’. Daarom heeft de bijbel het er ook over dat we ons leven moeten verliezen. We moeten sterven. Sterven aan onze claim op ons ‘ego’.
Dit is wat het betekent ‘met Christus te sterven’. We slaan niet langer terug wie ons slaat, maar keren de andere wang toe. We lenen uit zonder terug te verlangen. We raken de melaatse aan zonder schaamte en zoeken het gezelschap op van hoeren en tollenaars zonder ze te veroordelen. We zijn creatief, we werken en we spelen, zonder onze eigenwaarde daaraan te ontlenen. We ‘doen wat onze hand vindt om te doen’ zonder ons af te vragen of we er zelf wel beter van worden. We accepteren ons eigen onvermogen en ons eigen tekort zonder onszelf te gaan verachten. Maar ons succes en ons geluk klampen we niet vast als basis voor ons zelfbeeld. ‘Laat ieder die een vrouw heeft, zo leven dat het hem niet in beslag neemt, ieder die verdriet heeft zo dat hij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft alsof het niet zijn eigendom is, ieder die in deze wereld [het wereldsysteem van macht en afhankelijkheid, JK] leeft alsof ze voor hem niet meer van belang is’ (1 Korintiers 7:29-31). In mijn serie over zwakheid gaf ik meer voorbeelden van wat deze weg in de praktijk kan inhouden.
Voor mij betekent het onder andere dat ik accepteer dat het mij niet lukt me aan mijn goede voornemens te houden. Ik veroordeel mezelf niet als ik terugval in een verkeerde gewoonte, ik straf mezelf niet met schuldgevoelens. Ik eis van mezelf geen volmaaktheid. Maar net zo min blijf ik me vastklampen aan wat geen leven kan bieden, als ik faal geef ik de moed niet op. Ik probeer het gewoon opnieuw, rustig, nederig. Zo vaak als nodig is, desnoods mijn hele leven lang. Dat is de weg van de zwakheid.

Als we Jezus volgen op deze weg, zijn we dus net als Paulus bereid om te delen in zijn lijden en aan hem gelijk te worden in zijn dood. Maar dat doen we ‘in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan’ (Filippenzen 3:11). De weg die Jezus ging was immers een weg van vertrouwen op God voor wie het mogelijk moet zijn iemand uit de dood op te wekken (Hebreeen 11:19). Jezus hoopte op God, die met zijn woord kan scheppen uit het niets, die uit de leegte van de dood de volheid van leven kan laten opbloeien. En zijn vertrouwen werd beloond: op de derde dag verliet hij het graf, in een verheerlijkt, geestelijk lichaam. Dit is de christelijke hoop, dat ook dit deel van het Verhaal zich zal gaan herhalen in ons leven, op ons niveau. Dat wij ook allemaal veranderd zullen worden (1 Korintiers 15:51). Dat God ook ons levend zal maken. Niet alleen in de toekomst, maar ook nu al.
Want het Grote Verhaal is ook nu al het Verhaal achter de werkelijkheid. Alles wat we aan leven ervaren, is een geschenk van God, een genadegave. Alle echte schoonheid, echte intimiteit, echte avontuur wordt ons door God gegeven. Alle vruchten die we dragen zijn zijn vruchten (vergelijk Hosea 14:9). Het is de actieve, creatieve geest van God die in ons wordt tot rivieren van levend water die zullen stromen uit het hart van wie in Jezus gelooft (Johannes 7:36). Het is God ‘die zowel het willen als het handelen teweegbrengt, omdat het hem behaagt’ (Filippenzen 2:13). Wij kunnen er niets aan bijdragen. We kunnen het niet controleren, we kunnen er niet trots op zijn. Als we dat wel zouden kunnen, zou het geen leven meer brengen.
Echte schoonheid, echte intimiteit, en echt avontuur heeft juist zo’n effect op ons, omdat we er niets aan kunnen bijdragen. Dit is wat mijn favoriete auteur G.K. Chesterton erover zegt in Heretics: ‘Adventure is, by its nature, a thing that comes to us, it is a thin that chooses us, not a thing we choose ... In order that life should be a story or romance to us, it is necessary that a great part of it at any rate should be settled for us without our permission ... The rich are dull becaus they are omnipotent ... The thing which keeps life romantic and full of fiery possibilities is the existence of those great plain limitations which force all of us to meet the things we do not like or do not expect.’

God is degene die ons verrast met dit geschenk van het eeuwige leven. Wij kunnen er alleen maar voor open staan. We kunnen alleen onze handen openen voor zijn gaven. Als we ze geklemd houden om ons eigen ego, kan God ons niets geven. Dan zijn we niet in staat te ontvangen. Als we zelf de controle willen houden, als we wat goed en wat slecht is willen blijven afmeten aan ons eigen belang, als we sterk willen blijven overkomen, kan Gods leven niet tot ons doordringen. Dan blijven we geestelijk droog staan. Maar als we onze handen openen, als we ons leven durven loslaten, als we zwak durven zijn, kan Gods water door ons heen stromen, en ons vrucht laten dragen. Dan blijk ik opeens toch in staat te zijn vaker ‘nee’ te zeggen tegen een verleiding, of is mijn verlangen naar ongezond voedsel opeens verminderd. Dan zijn we in staat om anderen lief te hebben, zoals God ons liefheeft, en ruimte in onszelf te maken voor hen, zoals God dat heeft gedaan.
Daarover meer in het volgende deel van deze serie.