Posts tonen met het label kruis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kruis. Alle posts tonen

woensdag 25 december 2013

God is niet de kerstman (2): het cadeau van het kruis

Hoe diep ons transactionele wereldbeeld in ons geworteld zit, merk ik bij discussies over de mogelijkheid van 'alverzoening'. Mensen willen bijvoorbeeld niet geloven dat God Hitler zomaar in de hemel zou kunnen toelaten. Maar ze geloven ondertussen wel dat God henzelf in de hemel zou toelaten. Ze geloven dat ze in moreel opzicht ‘beter’ zijn dan Hitler en daarom meer recht hebben op Gods acceptatie, als was het alleen maar omdat ze in God geloven. Elke keer als we een lijn leggen, op welk gebied dan ook, leggen we die zo dat wij aan de veilige kant staan, en de ander niet. Wij gaan wel naar de hemel. Hitler niet. Wij geloven de juiste dingen over God, de ander niet. Ik had het hierover met een vriend die in dezelfde gemeente was opgegroeid als ik, en hij gaf toe dat hij zich ongemakkelijk voelde bij het idee dat iedereen al met God verzoend zou zijn. Het was niet wat we in de kerk hadden geleerd. Het voelde vaag oneerlijk. Wij hadden ons best gedaan de juiste dingen te geloven, betekende dat dan niets?

Nee, dat betekende niets. Als er een lijn moet worden getrokken, staan wij er altijd buiten, aan de zelfde kant als Hitler of Stalin. Dostoyevsky zegt in een van zijn boeken dat wij schuldig zijn aan alle zonden van de wereld. Ik eet soms vlees uit de bioindustrie, gebruik plastic verpakkingsmateriaal, reis met vervoermiddelen die koolstofdioxide uitstoten. Ik loop voorbij aan zwervers en bedelaars. Daar ben ik niet trots op, maar het is een feit. Alleen al door de dingen die ik negeer of achterwege laat, draag ik bij aan het verdoemde wereldsysteem, aan het systeem dat zwakken en kinderen verbrijzelt. Ik ben deel van het systeem dat Hitler voortbracht. Als Hitler schuldig is, ben ik dat dus ook.
Daarbij komt ook nog eens dat Gods eisen niet onze eisen zijn, zijn gedachten niet mijn gedachten. Het licht kan de duisternis niet verdragen, aldus Johannes: ‘God is licht, er is in hem geen spoor van duisternis’ (1 Johannes 1:5). Dat wil zeggen dat als God inderdaad heilig is, hij het al niet zou kunnen verdragen als wij een keer schelden omdat de trein te laat is, of als we een keer een leugentje om bestwil toepassen, of snoep stelen uit de snoeppot. ‘Wie de hele wet onderhoudt, maar op een enkel punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in overtreding’ (Jakobus 2:10). We moeten immers rekening houden met Gods maatstaven van goed en slecht, niet de onze. En ‘vervloekt is eenieder die niet alles doet wat het boek van de wet bepaalt’ (Galaten 3:10). Maar zelfs al zouden we ons hele leven lang volmaakt hebben geleefd - zoals Paulus die zelf aangaf dat hij volledig voldeed aan wat er in de wet over gerechtigheid staat (Filippenzen 3:6) - dan komen we nog steeds tekort aan de eis van God. Het is de ‘double bind’ waar ik in het vorige bericht over schreef, namelijk dat als we een lijn trekken tussen goed en slecht, onze motieven eigenlijk automatisch zelfzuchtig zijn. Zodra we denken dat we bij God horen omdat we goed zijn, zijn we niet langer goed ‘for goodness sake’. Dit is volgens mij wat het verhaal van de zondeval uit Genesis 3 duidelijk wil maken. Het is ook duidelijk te zien in het leven van Paulus: hij liet zich erop voorstaan dat hij heilig was, en vanuit die heiligheid vervolgde hij christenen die in zijn ogen ketters waren. Zijn transactionele bril maakte hem blind voor de sacramentele aanwezigheid van God in andere mensen. Niet voor niets zegt Paulus dat de wet doodt! 'Vervloekt is een ieder die op de wet vertrouwt' (Galaten 3:10). De conclusie moet dus wel zijn dat uiteindelijk ieder mens het zwijgen wordt opgelegd en de hele wereld schuldig staat voor God (Romeinen 3:19). Ja, dit lijkt absurd: God die een kind veroordeelt omdat het een snoepje heeft gestolen, of een man gevangen laat zetten die brood steelt voor een hongerig gezin (God als de ultieme Javert uit Les Miserables). Maar hoe absurd ook, dit is noodzakelijk het gevolg van een transactionele blik op de werkelijkheid. Paulus zegt het zo: ‘Want allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God’ (Romeinen 3:24, Telosvert.)

Daarachter staat echter geen punt. Er volgt nog iets op. Een ‘maar ...’, en wel een ‘maar’ van jewelste! Lees maar door: ‘Want allen hebben gezondigd, en komen tekort aan de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door zijn genade’ (Romeinen 3:24, Telosvert) Wat wil dat zeggen? We worden gerechtvaardigd? We weten toch nog steeds van onszelf dat we tekort schieten? Dat we onze kant van de transactie niet kunnen voldoen? Het betekent niets anders dan dat God ons rechtvaardig verklaart. Niet omdat wij daar recht op hebben, of omdat wij goed of slecht zijn geweest, maar gewoon omdat hij het zegt. Hij rekent ons gerechtigheid toe, zonder werken (Romeinen 4:6). Dat kan God, omdat Hij nu eenmaal degene is die het laatste woord heeft. Er is geen wet boven hem. God heeft geen ‘Santa Claus’ boven zich die in de gaten houdt of hij goed of slecht is. Goed is wat hij doet, en dat heeft niets met ons te maken. Als God iemand rechtvaardig verklaart, is die dat ook. En hij kiest er inderdaad voor niet boos op ons te zijn, maar ons te behandelen als rechtvaardigen, als zijn geliefde kinderen. Dat liet hij zien in Jezus.
Met kerst denken we aan de geboorte van Jezus. Niet aan de kerstman. Er is niets belangrijkers dan de komst van Jezus. Hij kwam om ons iets te laten zien. Hij was het beeld van de onzichtbare God (Hebreeen 1). Hij kwam om te laten zien dat God welbehagen had in mensen. Zijn dood en de opstanding waren daarom ook geen offer dat God moest brengen aan een hogere macht dan hij (zoals de wet). Het was geen transactie. Het was een teken (zoals zijn hele leven dat was). Een genadetroon, zegt Paulus in Romeinen 3:25 (Telosvert), een middel tot verzoening, zoals op Grote Verzoendag, waarmee God bewijst dat Hij rechtvaardig is. Als mensen naar die genadetroon, dat middel tot verzoening keken, naar het bloed op het altaar, wisten ze dat ze vergeven waren. Het kruis is een teken, zoals de slang die in de woestijn werd opgericht als teken van de genezende kracht van God. Net zo moest Jezus worden verhoogd, zodat iedereen kon zien dat God ons niet ‘straft naar onze zonden en niet vergeldt naar onze schuld' (Psalm 103:10). Het is een teken dat laat zien dat ons trekken van lijnen en ons denken van 'voor wat hoort wat' uit Gods oogpunt niet nodig is.
In het teken van de lijdensweg van Jezus liet God zien dat mensen hem alles konden aandoen, en dat hij toch niet boos zou worden. Mensen konden hem onrechtvaardig behandelen, martelen, en een gruwelijke dood laten sterven tussen twee misdadigers (het toppunt van onrecht). En toch zou God hen niet straffen. ‘Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen’, bad Jezus. Op het kruis incasseerde God in Jezus alles wat mensen op hem af konden laten komen, al het kwaad en onrecht dat mogelijk was. En liever dan het op ons af te reageren, stierf hij. Jezus was als een lam dat naar de slacht geleid werd, en daarbij niet protesteerde. ‘Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open’ (Jesaja 53:7). Is God oneerlijk als hij mensen als Hitler, mensen als wij, vrijuit laat gaan? Ja. Daar is geen twijfel over mogelijk. Maar de gevolgen van die oneerlijkheid onderging hij op het kruis allemaal zelf. Dat hoe hij laat zien dat hij rechtvaardig is.

En nadat Jezus al onze slechtheid had gedragen zonder wraak te nemen, bevestigde God dat zijn zoon zijn wil gedaan had, dat zijn incassering inderdaad het incasseren van God was, door hem uit de dood op te wekken. ‘Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen’ (Jesaja 53:12). Jezus ontving als eerste van de doden het geschenk van God: het eeuwige leven. Het opstandingsleven. Niet omdat hij er recht op had, of er iets voor kon doen om het te verdienen. Hij was dood. Maar hij ontving het zomaar, omdat God ervoor koos het hem te geven. Het was Gods vrije keuze, een geschenk. Een cadeau.
Als je dood bent, doe je niet meer goed en doe je niet meer slecht. Je hebt zelfs geen dubbele motieven meer. Je bent dood. Er is geen transactie meer mogelijk. Je kunt alleen maar accepteren wat God uit zijn eigen keuze wil geven. En Hij belooft dat Hij het leven wil geven. Eeuwig leven. Wij kunnen niets anders doen dan dat te accepteren, om onze ogen te openen voor wat de werkelijkheid al is. Dat wil dus zeggen dat het oude systeem van de wet ten einde is gekomen. 'Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen’ (Kolossenzen 2:14). Jezus’ dood en opstanding betekenen het einde van de wet, het einde van transactie. Voor eens en altijd. We zijn niet onder de wet, maar onder de genade. Er is een nieuw verbond aangebroken. Het nieuwe verbond is iets dat God doet. Er is maar een enkele verbondspartner en dat is God. Hij handelt alleen. Er is geen rol voor ons bij.  God belooft het in Jeremia: ‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Ik zal hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan’ (32:33v). En in Ezechiel: ‘Ik zal julle een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen’ (36:26,27). Sterker nog: hij zal de hele aarde en zelfs de hemel vernieuwen: er komen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont (2 Petrus 3:13). Het nieuwe Jeruzalem zal uit de hemel neerdalen en God zelf zal onder de mensen wonen.
Dit alles doet God zelf, niet omdat wij goed of slecht zijn geweest (en we zijn vooral slecht geweest, voor onze omgeving, onze medemens en onszelf), maar omdat het van het begin af aan zijn bedoeling is geweest. We zouden het niet eens kunnen tegenhouden, zelfs al zouden we het willen. Het koninkrijk zal doorbreken zoals zaad dat uit de aarde opgroeit, of gist dat deeg doet rijzen. Maar het is niet alleen iets toekomstigs. Het koninkrijk is nu al aangebroken. Dezelfde macht die werkzaam was in Christus toen God hem opwekte uit de dood, is nu ook werkzaam in ons (vgl. Efeze 1:19,20). ‘De duisternis wijkt en het ware licht schijnt al, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven’ (1Johannes 1:8).

Dit is de realiteit. God is al in ons scheppend aanwezig. Dit is op dit moment nog niet zichtbaar zoals het aan het eind van de tijd te zien zal zijn. Het is nog verborgen, als een cadeau dat nog zit ingepakt. Maar het enige dat we hoeven te doen om het te kunnen zien, is de openbaring ervan niet in de weg te staan. Dat wil zeggen dat we moeten ophouden het te willen verdienen. We moeten ophouden zelf te praten, voor we kunnen luisteren; onze handen moeten tot rust komen om te kunnen ontvangen. We moeten sterven aan ons transactionele leven, om ruimte te maken in ons voor de belofte van zijn sacramentele leven. We moeten zelf geen vrucht proberen te dragen, maar hoeven alleen maar het sap van de wijnstok zijn gang in ons en met ons laten gaan. Het is de wil van de vader dat we vrucht zouden dragen, zegt Jezus. Dan zal hij die ook tot stand brengen. Het is allemaal een geschenk. En God geeft het ons ‘om niet’, zei Paulus in Romeinen 3. Hij geeft het ons omdat hij van ons houdt. En hij geeft het volgens de tekst aan allen. Het geschenk van God is dus wel degelijk universeel.
Het is kortom zoals het zondagschoolliedje zegt:

‘Ben je groot of ben je klein
of ergens tussenin,
God houdt van jou.
Ben je dik of ben je dun,
of ben je blank of bruin,
God houdt van jou
Hij kent je als je blij bent
Hij kent je als je baalt
Hij kent je als je droevig bent
Hij kent je als je straalt.
Het geeft niet of je knap bent,
Het geeft niet wat je doet;
God houdt van jou
Hij is vol liefde,
God houdt van jou!’


Wordt vervolgd ...

zaterdag 11 februari 2012

Liefde verandert mensen 3: Wat wel werkt ...

Aanstaande dinsdag is het weer Valentijnsdag. Het is een van de tradities op mijn blog dat ik dan een bericht aan het thema relaties wijd. Nou ja, tradities, ik heb het nog maar twee keer gedaan, maar iets is een traditie als je zegt dat het een traditie is, dus bij dezen is het dat. Dat betekent dat ik vandaag op de zaken vooruit loop door ook over relaties te schrijven.
Een van de redenen dat ik nogal lang vrijgezel ben geweest, was dat ik bang was dat ik een vrouw zou treffen die mij wilde veranderen. Vrouwen schijnen nogal eens relaties in te gaan met het idee dat ze een man ten goede kunnen beïnvloeden. Ze denken dat ze hem zorgzamer kunnen maken, dat ze hem van een kinderachtige of gevaarlijke hobby af kunnen krijgen, of dat ze hem zijn minder sociale vrienden kunnen laten opgeven. Ze hebben een bepaald ideaalbeeld van een man en ze denken dat met wat manipulatie op de juiste plekken en goede adviezen hun vriend daar wel aan zal gaan voldoen. (En lees voor vrouwen voor het gemak ook mannen - want niets menselijks is ons mannen ten slotte vreemd, maar misschien dat mannen eerder het uiterlijk van een vrouw willen veranderen). Maar als iemand de partner wil veranderen, komt dat de relatie niet ten goede. Ten eerste willen mensen niet veranderd worden. Mannen willen natuurlijk wel de voordelen van een relatie, dus wat de vrouw bereikt is dat haar partner doet alsof hij veranderd is. Hij zal aan haar zijn ‘aangepaste uiterlijk’ laten zien. Zijn hobby zal hij in het geheim blijven beoefenen (lang leve internet) en zijn vrienden zal hij onder voorwendselen blijven treffen.
En dit is voor beide partijen frustrerend. Voor de man is het frustrerend omdat hij een dubbelleven leidt. Hij ‘doet alsof’ als hij bij zijn vrouw is, maar voelt zich alleen echt gelukkig (want vrij en zichzelf) in zijn hobbykamer of -schuur, of bij zijn vrienden in de kroeg. Maar hoezeer is hij daar zichzelf? Want kan hij daar toegeven dat hij thuis onder de plak zit? Maar voor de vrouw is het ook frustrerend, omdat ze uiteindelijk niet meer een relatie heeft met de persoon op wie ze verliefd werd. Ze heeft eigenlijk een relatie met een leeg front, een spiegel die haar ideaalbeeld reflecteert, een ‘ja-knikker’. Niet met een echt persoon. Niet met de echte man, met echte verlangens, echte passie, echte ideeën.
John Eldredge schrijft in Wild at Heart hoe een vrouw bij hem kwam omdat ze ontevreden was over de relatie met haar man. Ze had hem ertoe gebracht om zijn motor te verkopen. Maar nu vond ze dat hij geen passie meer vertoonde, en saai was geworden. Eldredge’s antwoord: “Laat je man weer motorrijden.” Haar reactie: “Maar dat is gevaarlijk!” Tja, het is het een of het ander. Je kunt kiezen voor controle en veiligheid, of je kunt kiezen voor liefde en het risico dat daaraan verbonden is. Liefde zonder risico lijkt onmogelijk te zijn. Maar als deze vrouw het risico wil lopen om haar man kwijt te raken, heeft ze ook de kans dat hij echt bij haar is, en haar liefde ook echt beantwoordt. Dat hij (misschien voor het eerst) echt van haar gaat houden. En dat betekent dat hij op een verantwoordelijke manier zal omgaan met het motorrijden en niet zal spelen met zijn leven. Hij weet immers dat zij hem niet kwijt wil raken. Net zo zal een vrouw waarschijnlijk er mooi willen uitzien voor de man die haar accepteert hoe ze er ook uitziet, gewoon omdat hij van haar houdt. Mannen (en vrouwen) willen misschien niet veranderd worden (met manipulatie, regels, straf et cetera), ze zijn wel degelijk bereid om hun gedrag te veranderen, voor iemand die hen onvoorwaardelijk liefheeft. Hun eigen liefde is dan de reden om te veranderen, en niet het ‘moeten’ van de ander. Het is verandering van binnenuit, niet van buitenaf.

De bijbel suggereert dat God ons ook op die manier verandert. Lees bijvoorbeeld wat Paulus zegt direct nadat hij zijn frustratie uitsprak over zijn gebrek aan wilskracht: “De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood. Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur, maar door de Geest” (Romeinen 8:2-4). De wet, die ons van buitenaf probeerde te veranderen, was als de vrouw uit het voorbeeld hierboven (of de man die zijn vriendin aan zijn ideaalbeeld wilde laten voldoen), door te proberen met dwang, straf en beloning ons tot ander gedrag te brengen. Maar omdat we mensen zijn, had de wet het tegenovergestelde effect: in het gunstigste geval bracht hij ons ertoe aan de buitenkant te doen alsof we rechtvaardig waren en alleen op onopvallende manieren ons eigen voordeel te zoeken, of anders wekte hij verzet op en zorgde dat we nog maar gingen verlangen naar wat slecht voor ons was (de wet brengt begeerte voort, Romeinen 7:8).
Maar God heeft tot stand gebracht wat voor de wet onmogelijk was. Hoe? Door de dood en opstanding van Jezus Christus. Ook na tweeduizend jaar staan die concrete gebeurtenissen nog centraal in het christelijk geloof - het enige geloof dat niet een leerstelling, filosofie of heilig boek centraal heeft staan, maar historie. Beide gebeurtenissen zijn de tastbare, onbetwijfelbare uitingen van Gods liefde voor ons. De dood van Jezus heeft namelijk afgerekend met de zonde in dit bestaan. Alle ‘heldenverhalen’ waar wij betekenis aan ontleenden en die ons ertoe brachten onszelf te verhogen en de ideologische ander te verachten, zijn in zijn dood ontmaskerd en met Hem tot een einde gebracht. We hoeven dus niet meer te vechten voor onze betekenis. We kunnen onze bezorgdheid over ons gedrag loslaten. Ons ‘heldenverhaal’ kan niet meer falen, dus schuld en schaamte zijn niet meer nodig. Dit loslaten is een sterven met Jezus: het vertrouwen op de eigen kracht begraven, en afhankelijk durven zijn van God voor je betekenis, je geluk, je leven. We delen daarmee in de gezindheid van Jezus, die ook afstand deed van zijn positie en zichzelf vernederde, ja tot in de dood (Filippenzen 2:5-8).
De opstanding van Jezus is de keerzijde hiervan. Wat God voor Jezus deed, omdat Hij van Jezus hield, doet hij ook voor ons, omdat Hij van ons houdt. Hij ademt zijn levensadem in ons. Dat wil zeggen: Hij vertelt ons wie we zijn, hij geeft ons een nieuwe naam. Ook dit is een uiting van Gods liefde. De liefde van God is namelijk niet alleen een vergevende liefde, maar ook een scheppende liefde. Hij accepteert niet alleen, maar bevestigt ook. Gods liefde voor ons creëert in ons betekenis, de betekenis waar we naar op zoek waren. We ontvangen een nieuwe identiteit, namelijk die van geliefden van God. Deze identiteit zal nooit veranderen. Hij is niet afhankelijk van wat wij doen, zijn of geloven (daarom dat het niet een nieuw ‘heldenverhaal’ is waar wij voor moeten vechten). De Geest van God in ons bevestigt voortdurend deze nieuwe identiteit in ons, hij verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. (Romeinen 8:16). Ons leven wordt dus niet meer beheerst door het idee dat we als mensen op onszelf staan en afhankelijk zijn van onze eigen kracht - en daardoor overgeleverd aan externe motivatie (slaven, zoals Paulus zegt). Ons leven wordt beheerst door de rotsvaste overtuiging dat we voor eens en altijd Gods geliefde kinderen zijn.
En dat verandert onze motivatie.

Net als de vrouw (m/v) in het voorbeeld wil God niet dat we ons gaan gedragen volgens een ideaalbeeld dat Hij ons van buitenaf oplegt. Hij wil niet dat we minder onszelf worden, dat we onze identiteit verliezen. Hij wil dat we meer ONSZELF worden, de mensen zoals Hij ons bedoeld heeft. Onze echte identiteit was van onze schepping af al die van de geliefde van God. We hebben er zelf voor gekozen onze identiteit in andere verhalen te zoeken, maar daardoor werden we minder onszelf en stierven we. Jezus’ dood en opstanding bevestigt wie we voor God altijd al waren. Dat zullen we moeten gaan geloven. Het is een sprong in het diepe - te accepteren dat God mij heeft geaccepteerd. Dat hij van mij houdt zoals ik nu ben. (Hoewel hij me wel de gevolgen laat ervaren van mijn keuzes tegen mijn echte identiteit- de liefde verheugt zich niet over ongerechtigheid). Als ik dit geloof, ben ik vrij om alle ideaalbeelden los te laten, en mezelf niet langer te bekritiseren (dat doet God immers ook niet). En ik ben vervolgens vrij om keuzes te maken die passen bij wie ik altijd ben en zal zijn: zijn geliefde kind. En omdat ik rust in de wetenschap dat ik geliefd ben, zullen die keuzes steeds minder ongezonde afhankelijkheid reflecteren, maar steeds meer liefde (voor mezelf, voor God en voor anderen).
Hoe zo’n leven als Gods geliefde kind, een burger van zijn Koninkrijk eruitziet, wordt door Paulus in zijn brieven en door Jezus in zijn bergrede beschreven. De man die weet dat hij de geliefde van zijn vrouw is, zal niet onverantwoorde risico’s willen nemen met zijn motor. De vrouw die weet dat ze de geliefde van de man is, zal zich voor hem willen inspannen. Net zo kun je niet tot in het diepst van je ziel geloven dat God je onvoorwaardelijk liefheeft, en dan zelf je medemens haten. Je kunt niet aanvaarden dat God je als persoon boven alles waardevol vindt, en andere mensen als lustobject beschouwen. Je kunt niet verlangen om te gaan met de God die onvervalste werkelijkheid is, en zelf blijven liegen. Als je werkelijk iets bent gaan begrijpen van het koninkrijk van de liefdevolle God, wil je dat soort dingen niet meer. Dan krijg je er een afkeer van. Je zult er fouten in maken, je zult vaak genoeg tekortschieten, maar je verlangen is veranderd en dat is waar het om gaat. Van iemand die eerst met geen stok de deur was uit te krijgen om te gaan hardlopen, ben je als het ware veranderd in iemand die niet kan wachten om de schoenen aan te trekken en de straat op te gaan. Van iemand die niet aan de ijscozaak voorbij kon lopen zonder er binnen te stappen, ben je veranderd in iemand die geen trek meer heeft in wat voor zoetigheid dan ook. Van iemand die de radio uitzette zodra er muziek opkwam met een beat, ben je iemand geworden die ernaar verlangt te dansen. Je bent uit het rijk van de duisternis overgegaan naar het rijk van het licht. Het licht is nu je natuurlijke omgeving geworden, hetgene waar je in thuishoort. En daar ga je naar verlangen. 

En als je verlangen is veranderd, verandert je gedrag. De bijbel suggereert dat gedrag voortkomt “van binnenuit, uit het hart der mensen” (Markus 7:21). De toestand van je hart bepaalt de aard van je gedrag: “Doet soms een bron uit dezelfde ader zoet en bitter water opwellen? Kan soms, mijn broeders, een vijgeboom olijven of een wijnstok vijgen opleveren? Evenmin kan een zilte bron zoet water geven.” (Jakobus 3:11,12). Dit geldt voor slechte gedragingen, en voor goede. Het effect van verlangen op het menselijk gedrag kennen we uit ons dagelijks leven. Ik hou niet van schoonmaken in huis. Als ik dat moet doen, stel ik het zo lang mogelijk uit, en als ik een excuus heb om het over te slaan, doe ik dat. Hoe lang ik ook al op mezelf woon, ik ben schoonmaken nooit leuk gaan vinden. Soms probeer ik mezelf ertoe te dwingen met externe motivatiemiddelen zoals vaste schema’s, of beloningen, maar die tactieken hebben vaak niet lang effect. Maar met het schoonmaken van mijn aquariums is het heel anders: Dat stel ik niet uit, ik vind het vervelend om het over te slaan, ik maak er graag tijd voor vrij. Ik ervaar het niet als verplichting - ik doe het graag, omdat ik mijn hobby nu eenmaal zo leuk vind.
Net zo wordt het doen van de wil van God een vreugde voor wie werkelijk gelooft dat God de bron van alle vreugde is. De Amerikaanse filosoof Peter Kreeft beschrijft dit in zijn boek Everything you ever wanted to know about heaven: “The consequences of believing [that Christ is our joy and since we always have Him, therefor we always have joy] are inexpressibly revolutionary. This faith transforms the whole of our lives, especially the dimension of ethics, goodness, holiness. It becomes not just duty, but joy. Obeying God’s will is not the artificial, external, constricting, repressive straitjacket that it seems to those who do not do it; it is the path to joy ... Our work is not to gain salvation, to buy an entrance ticket to Heaven. No good works, care, or even earthly love can force God’s hand. The ticket is free. Our work is therefore also free, free of the burden of ‘making it’ to heaven, free of worry about not making it, free of performance anxiety before God. God is a loving Father and we are his toddlers; He delights in every teetering step and laughs when we fall out of wakness. Why other then? Why does a toddler want to learn to walk? To be like his father. God’s goodness is the supreme beauty and joy; the more we know it, the more we love it and want to be like that. We do not do good to get to Heaven; we do good because Heaven has already got to us. We do not work to make everything work together for good; we work because everything works together for good.”

Dit verandert hoe we de externe motivatiemiddelen zien. Als we echt zijn gaan verlangen naar ander gedrag, van binnenuit, dan passen we met vreugde elke methode toe die we kennen: schema’s, aansprakelijkheidspartners, discipline, methodieken. Dan achten we het enkel vreugde als God ons opvoedt. Wanneer wij verlangen naar Gods heiligheid omarmen we zijn tucht: “Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid.” (Hebreeen 12:11).
En doordat ons gedrag verandert, en we steeds meer gaan liefhebben (God boven alles en onze naaste als onszelf), niet omdat het moet, maar omdat het ons diepste verlangen is, gaan we het beeld van God vertonen. We krijgen deel aan de goddelijke natuur, aldus 2 Petrus 1:4. Wat is Gods natuur? God is liefde. Greg Boyd zei het in een preek die ik van hem luisterde: “Gods glory is the radiance of his love on display.” Als wij liefhebben, tonen we daarmee Gods glorie aan de wereld. En dit zullen we tot in de eeuwigheid doen: de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zijn geen beloning voor onze braafheid tijdens ons leven op Aarde. We worden niet in die nieuwe werkelijkheid opgenomen omdat we altijd zo goed en gehoorzaam zijn geweest, zodat we ons nu mogen ontspannen en genieten van al die dingen waar we ons zo lang van hebben onthouden. We krijgen geen wijn en maagden omdat we tegen onze zin hebben geploeterd voor de wet. Nee: in Gods eeuwigheid zullen we doen wat we ook nu al doen: werkelijk leven, werkelijk liefhebben, werkelijk delen in schoonheid, waarheid en intimiteit. Het is de voltooiing van ons leven als Gods kinderen, geen afsluiting ervan. Als we gaan liefhebben tijdens dit leven, laten we ons opnemen in de Goddelijke dans van liefde, en die gaat tot in alle eeuwigheid door. Alleen wie pertinent weigert te dansen, zal niet worden gedwongen er aan mee te doen. Voor de rest geldt dat God alles en in allen zal zijn, en dat aan de liefde en vreugde van Zijn werkelijkheid nooit meer een einde komt. Ze leefden nog lang en gelukkig ...

vrijdag 10 februari 2012

Filmbespreking: War Horse

Verhalen kunnen levens veranderen. Je kunt al jarenlang argumenten horen, zonder er ooit daadwerkelijk naar te handelen. Je kunt discussieren, beleefd knikken dat je het met de ander eens bent, en verder leven zonder je ook maar het gesprek te herinneren. Je kunt op de hoogte zijn van dogma’s en filosofieen, en geen daarvan maakt een verschil in de praktijk. Cognitieve dissonantie, is de officiele term. Met onze ratio geloven we het een, maar met ons gedrag doen we het andere.
Dit is het probleem waar ik over schrijf in mijn artikelen van de laatste maanden. Met ons verstand stemmen we in met de wet van God, maar in ons dagelijks leven zien we een andere wet: “Hij voert strijd tegen de wet waarmee ik met mijn verstand instem en maakt van mij een gevangene van de wet van de zonde, die in mij leeft” (Romeinen 7:22,23). Iedereen die je ernaar vraagt weet dat snoepen ongezond is, toch doen we het. Als mensen zijn we niet zo rationeel als we zouden willen. Onze wil volgt namelijk niet ons ‘hoofd’. Natuurlijk kunnen we ons tot activiteiten zetten waar we eigenlijk niet zoveel zin in hebben (zoals gezond eten omdat we weten dat het verstandig is), maar dat kost energie. Er treedt ‘ego depletion’ op. En de volgende verleiding is prompt veel moeilijker te weerstaan.
Zeggen dat we iets willen, is zeggen dat we het verlangen. En ons verlangen komt voort uit ons ‘hart’. Niet uit het orgaan van spieren en bloed in onze borstholte natuurlijk. Wat ik omschrijf als ‘hart’ bevindt zicn net als het ‘hoofd’ in de hersenen. Het is het ‘pre-rationele’ deel van wie we zijn - de plek waar onze voorkeuren, onze waarde-oordelen, uit voortkomen. Het is de plek waar we beelden hebben gekoppeld aan personen en objecten, aan onszelf, God, het heelal. Die beelden bepalen waar we naar verlangen. Hebben we bij bijvoorbeeld een vette snack het beeld dat die ons gelukkig maakt, goede herinneringen aan mooie momenten, een goed gevoel, dan kunnen we nog zo goed weten dat die niet gezond is, maar eten zullen we hem. We zullen pas stoppen met verlangen naar die snack als de beelden die we ermee hebben geassocieerd veranderen, als we onszelf er een ander verhaal over vertellen, als we het niet langer als iets goeds ervaren.
Onze ‘beeldenwereld’ verandert door onze ervaringen - anders gezegd: door onze verhalen. Want onze ervaringen vertellen we (aan onszelf en aan anderen) in de vorm van verhalen - verhalen die ook altijd een waarde-oordeel bevatten en niet ‘wetenschappelijk-objectief’ zijn, anders zouden ze ook niet onze beelden bepalen). Als we een verhaal lezen of zien (een boek of een film) nemen we die niet tot ons met ons verstand alleen, maar we worden ook in het verhaal opgenomen. We ervaren het verhaal ook werkelijk. De associaties in onze beeldenwereld worden dus ook veranderd. J.R.R. Tolkien noemde dit ‘elfenmagie’. Filosoof Peter Kreeft verwoordt het zo in The Philosophy of Tolkien: ‘Literatuur is de vleeswording van de filosofie… Zoals een lach niet alleen blijdschap uitdrukt (dat doen de tien letters van het woord ook), maar haar daadwerkelijk bevat, bevat of incarneert literatuur daadwerkelijk filosofische waarheden (of leugens).’
In een verhaal wordt de waarheid voor ons werkelijkheid (het is ook met hersenscans aangetoond dat bij het verbeelden van een ervaring dezelfde gebieden activeren die actief zouden worden bij het echt beleven ervan!). Daarom vertelt Jezus verhalen om mensen te laten beleven wat de nieuwe werkelijkheid is van zijn koninkrijk. En nog een stap verder: daarom worden wij niet gered door wat Jezus leerde, zijn wijsheid of zijn filosofie, maar door het verhaal van zijn leven: zijn geboorte, dood en opstanding. Niet het aannemen van waarheden redt ons, maar opgenomen worden in Zijn verhaal, in zijn leven. En omdat het Grote verhaal van Christus wordt gereflecteerd in onze kleinere verhalen en mythes, kunnen ook die onze verbeelding ‘dopen’ en ons laten verlangen naar het leven zoals Jezus dat voorleefde.
Dit alles om uit te leggen waarom ik tijdens het kijken van War Horse besloot om geen vlees uit de bio-industrie meer te nuttigen, maar alleen biologisch vlees (of anders geen).

War Horse is de nieuwste film van Steven Spielberg, waarschijnlijk mijn favoriete regisseur. Zoals bij alle Spielberg-films bevat deze film mooi gecomponeerde beelden en sympathieke karakters, dompelt de film je onder in een overtuigende andere wereld, en bespeelt de film je gevoelens. En net als alle Spielberg-films heeft deze film een gelukkig einde, dat door sommigen als ‘sentimenteel’ wordt bestempeld en door anderen juist weer als sprookjesachtig of hoopvol.
De film is een oorlogsfilm, en laat de gruwelen van de oorlog goed zien, maar zonder zelf gruwelijk te zijn: de shots zijn precies zo opgezet dat de gruwel zelf niet in beeld komt. Dit is een andere tactiek dan bijvoorbeeld in Saving Private Ryan, van dezelfde regisseur, maar mijns inziens net zo effectief. Aanvankelijk matigde ik mij het oordeel aan dat dit een van de mindere films van Spielberg moest zijn. Waarschijnlijk was dit door de keuze van de hoofdpersoon, die zelf weinig emoties kan uiten en waar de kijker zelf zijn eigen emotie op moet projecteren. Maar uiteindelijk werd ik toch het verhaal in getrokken en er ook werkelijk door geraakt. Ik denk nog steeds niet dat het de beste Spielbergfilm ooit is, maar een middelmatige film van Spielberg behoort nog steeds tot de top van de productie van Hollywood.

De hoofdpersoon van deze film is een paard, Joey, dat aan het begin van de vorige eeuw wordt geboren in een dorp in Devonshire, Engeland. Als veulen wordt hij van zijn moeder gescheiden en verkocht op een veemarkt. Degene die hem koopt, is een boer, die eigenlijk het geld er niet voor heeft. De landeigenaar zet hem dan ook flink onder druk en de toekomst van zowel het paard als de boerderij is in gevaar. Maar dat is buiten de zoon des huizes, Albert, gerekend. Hij zocht het paard al op toen het een veulen was, en begint Joey nu te trainen. Hij weet hem zelfs zo ver te krijgen het land beneden de boerderij te ploegen, tot grote verbazing van de omwonenden. Albert en Joey lijken een mooie toekomst tegemoet te gaan. Maar de omstandigheden werpen roet in het eten. Een boodschapper meldt dat Engeland de oorlog heeft verklaard aan Duitsland. Jongens schrijven zich in als soldaat, en Joey wordt verkocht aan een officier. Het paard wordt verscheept naar Frankrijk, waar de cavalerie een aanval op een Duits kamp voorbereidt. Met getrokken zwaard stormen de soldaten op de vijand af. De Eerste Wereldoorlog is echter niet als de oorlogen ervoor. Dit is een oorlog niet van mensen, maar van techniek. Een machinale oorlog. De bestorming loopt dan ook anders af dan de officieren van te voren verwachtten. Joey wisselt opnieuw van eigenaar. Hij belandt diep in het door oorlog verscheurde land, een plek waar geen paard het kan overleven.

Deze film laat op een wel heel bijzondere manier zien hoe onmenselijk een oorlog is. In andere oorlogsfilms, ook al zijn die nog zo ‘realistisch’, wordt het conflict van slechts een kant in beeld gebracht. De kijker leeft met een enkele partij mee, de kant van de hoofdpersonen. Dat zijn eigenlijk voor de kijker automatisch de ‘goeien’. En dat maakt van de mensen aan de andere kant van het slagveld de ‘slechten’. Zelfs al zouden sommigen van hen sympathiek in beeld worden gebracht, je hoopt op de overwinning van de hoofdpersoon, en als dat betekent dat de gezichtsloze tegenstander op gruwelijke wijze aan zijn eind komt, doet dat ons niet zoveel. Om in de terminologie van Richard Beck (Experimental Theology) te spreken: we identificeren ons niet alleen met de mensen aan een bepaalde kant van het conflict, maar ook met hun ‘heldenverhaal’, het verhaal dat hen betekenis geeft, waar zij voor willen vechten, het verhaal dat hen heldenmoed geeft geconfronteerd met de dood. De tegenstander wordt daardoor de ‘ideologische ander’ - degene die een ander ‘heldenverhaal’ vertelt, zijn betekenis aan iets anders ontleend, en dus een bedreiging vormt (want ons verhaal geeft ons betekenis, en alleen al het bestaan van een ander verhaal ondermijnt onze betekenis). We demoniseren de ander, om onszelf en ons wereldbeeld te beschermen. Dat doen we niet alleen als vechter, maar ook als kijker.
In deze film is de hoofdpersoon echter niet een mens, maar een paard. En een paard is zich niet bewust van zijn sterfelijkheid en is niet op zoek naar een heldenverhaal dat hem betekenis kan geven. Hij leeft gewoon. Hij kiest in deze strijd geen partij, hij kan ook geen partij kiezen. En daarmee ontmaskert hij de oorlog als iets onmenselijks. Er is geen glorie in de strijd, want er is voor het paard geen ‘ideologische ander’: er zijn alleen maar mensen. Mensen die wreed zijn voor dieren, of mensen die dieren aardig behandelen - ongeacht hun nationaliteit, geloof, geslacht of enig ander ‘heldenverhaal’. Als bioscoopbezoeker zien wij (omdat we meeleven met Joey) plotseling ook alleen maar mensen. We zien niet langer ‘Duitsers’ of ‘Engelsen’. We zien dierenvrienden, broers, boeren. Mensen die gewoon willen leven. Maar die gevangen zijn in een conflict dat hun levens met een mechanische efficientie uitblust. Het is opeens niet de ‘ideologische ander’ die het leven laat, het is een uniek, levend, ademend individu, dat nooit meer vervangen kan worden. De wereld zal nooit meer iemand als deze man of vrouw bevatten.
De oorlog blijkt zo een ‘oorlogsmachine’ te zijn, een macht die boven mensen, boven individuen uitstijgt. Een onpersoonlijke macht, sterker nog: een anti-persoonlijke macht, die van de soldaten al voordat ze sterven radertjes in een machine probeert te maken. In zijn aard is de oorlog dus demonisch.

Ik realiseerde me tijdens het kijken opeens dat oorlog niet valt goed te praten. Nooit. Ik denk dat christenen die hun geloof serieus overdenken niet anders kunnen dan pacifist zijn. Jezus heeft al duidelijk gemaakt dat het beter is om het slachtoffer te worden van het ‘heldenverhaal’ van iemand anders, dan gewelddadig je eigen ‘heldenverhaal’ aan de ‘ideologische ander’ op te dringen. Daarom zei hij tegen zijn volgelingen dat ze hun vijanden moesten liefhebben, en bidden voor wie hen vervolgden (in plaats van zelf het zwaard tegen hen op te nemen). Nog meer: daarom liet hij zich kruisigen. Als een lam werd hij naar de slachtbank geleid, zegt de bijbel. Als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij zijn mond niet open (zie: Jesaja 53:7, Handelingen 8:32).
En daardoor ontmaskerde hij de ‘heldenverhalen’ van alle betrokken partijen als demonisch - zowel het religieuze verhaal van de Farizeeen als het politieke verhaal van de Romeinen. Beiden lieten op het moment van de kruisiging zien hun eigen gelijk boven het leven van het individu te stellen, en daarmee anti-menselijk te zijn. Zelfs al dachten ze allebei dat ze gelijk hadden, of zelfs dat ze godsdienstig waren. Als Jezus God is, wat ik geloof, liet hij zien dat zelfs God niet gehecht is aan zijn eigen verhaal. Zelfs God legt liever zijn leven af dan een mens als ‘ideologisch ander’ te beschouwen en uit naam van het eigen ‘heldenverhaal’ als minder dan persoon te behandelen. Hij laat met zich sollen, liever dan zijn kracht te gebruiken om anderen hun individualiteit te ontnemen. Dat is radicaal! God kiest in een confrontatie van ‘heldenverhalen’ voor de weg van de zwakheid.
En hij vraagt ons dezelfde weg te gaan. Dit is een van de betekenissen van Jezus’ oproep aan ons om zijn kruis te dragen. Als we in hem geloven moeten we ons geloof in hem niet zien als een ‘heldenverhaal’ waar we voor moeten strijden. De betekenis van mensen hangt niet af van ons of van wat wij doen, zelfs niet van wat wij geloven. Betekenis wordt ons en iedereen gegeven. Het enige dat wij moeten is die betekenis als geschenk ontvangen. En vervolgens andere mensen op dezelfde manier betekenis toekennen als God dat met ons doet. En nooit, nooit, de ander als minder dan individu behandelen. Dit is de weg van de zwakheid.

Het is interessant dat Jezus aan het kruis wordt vergeleken met een dier: een schaap in het bijbelvers hier boven. Een dier bovendien dat zich niet verzet tegen zijn scheerders, een lam dat niet in opstand komt tegen de slachters. In deze film is Joey wel de hoofdpersoon, maar hij maakt geen beslissingen die het plot voortstuwen. Hij reageert alleen maar op wat hem overkomt. Hij wisselt van eigenaar, door de een wordt hij  voorzichtig behandeld, door de ander wordt hij opgedreven. De een gebruikt hem om te deserteren uit het leger, de ander om hem kanonnen te laten trekken. Het paard is subject, geen object. Hij is geen dader in dit conflict. Hij is slachtoffer. Hij gaat ten onder in de demonische oorlogsmachine, tot hij uiteindelijk letterlijk geen kant meer op kan. Hij kan zijn hoofd niet eens meer optillen. En hierin is Joey een beeld van Jezus, die in de hele lijdensgeschiedenis ook ‘subject’ was, niet ‘object’, die door de ideologisch gedreven machten werd gereduceerd tot een positie waarin hij zich niet meer kon bewegen.
Maar er zijn mensen die Joey opzoeken als hij tot zijn positie van ultieme zwakte is teruggebracht. Mensen die hun eigen leven riskeren en hun veilige positie verlaten om zich bij hem te voegen. Die dus eigenlijk ook zwak willen zijn. En als ze dat doen, verliezen ze de identiteit die hun werd gegeven door hun ‘heldenverhaal’. Ze zijn opeens geen ‘Engelsman’ of ‘Duitser’ meer, ze zijn opeens niet meer voor elkaar de ‘ideologische ander’. Plotseling worden ze weer zichzelf, individuen. En ze kunnen elkaar behandelen als individuen. Terwijl ze zich om de beurt bemoeien met het stilliggende, nog steeds als ‘subject’ dienende paard, vragen ze elkaar naar hun naam, naar hun leven. Ze leren elkaar kennen. Ze durven met elkaar te lachen. Ze worden echt mensen.
Hierin ligt de kern van de boodschap van Jezus. We worden pas werkelijk mens, als we Hem opzoeken in zijn zwakheid, in zijn nederigheid. We vinden onze identiteit als we -om in bijbelse termen te spreken- de legerplaats verlaten om ons bij Hem te voegen. We worden onszelf als we zwak durven zijn, net als Hij. Als we onze ‘heldenverhalen’ durven loslaten en de zwakke durven liefhebben. Als we niet meer geven om onze eigen betekenis in het oog van de dood, maar we betekenis vinden in het dienen van het offerlam van God.
Maar waar ontmoeten we Jezus, het offerlam, het subject? In de zwakken, zieken, gebrokenen om ons heen. In degenen die zichzelf niet kunnen helpen, die zichzelf niet kunnen verlossen. In de machteloze ‘subjecten’ van deze wereld. Hoe we omgaan met de zwakken is wat ons identificeert als onderdanen van Gods koninkrijk, volgelingen van de Zwakke. Jezus zei het zelf in de gelijkenis van de Schapen en de Geiten die ik eerder aanhaalde: ‘Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan’ (Mattheus 25:40). Dit is het goede nieuws: als we ons bij de zwakken voegen, als we zelf ons ‘heldenverhaal’ opgeven en kiezen voor de ander, zijn we bij Jezus en zullen we altijd bij Hem blijven.

En tijdens het kijken van de film realiseerde ik me plotseling dat dieren (zoals Joey) ook zulke zwakken zijn waar Jezus over spreekt. Ik besefte me dat dieren zich niet kunnen verdedigen. Dat ze ‘subject’ zijn. En dat de manier waarop we als mensen omgaan met dieren dus niet waardevrij is. Dat hakte er diep in bij mij. Hoe je als mens dieren behandelt, verraadt volgens mij hoe je ‘de Zwakke’ ziet. En in de bio-industrie worden dieren zonder respect behandeld. De dag na het bioscoopbezoek zag ik een film waarin beelden uit een slachthuis werden getoond. Varkens liepen op eigen poten naar binnen, in groepen tegelijk, zonder te weten wat hen te wachten stond. Ze kwamen op een lopende band terecht, en werden opgeslokt door de machine. Volledig geautomatiseerd werden ze verwerkt tot slavinken en hamblokjes. Ik moest denken aan de oorlogsmachine uit War Horse, en realiseerde me dat dit geen respectvolle manier van omgaan met het zwakke is. De bio-industrie is op dezelfde manier ‘demonisch’ als oorlog dat is. Nu ben ik niet opeens sentimenteel geworden ten aanzien van dieren - ik zie ze niet als mensen. Maar ik geloof dat dit het nog belangrijker maakt dat we ze met respect behandelen. Daarom heb ik besloten om voortaan alleen nog biologisch vlees te eten, en als dat niet beschikbaar is vegetarisch te eten. Dit is voor mij een manier om me te identificeren met het zwakke. Mijn leven is veranderd door het verhaal.

woensdag 18 januari 2012

Links: Europese mensapen, graphic novels, The Walking Dead, Beyond Evangelical en verontschuldiging

Wil je verbaasd staan? Wil je jezelf ongelofelijk nietig voelen? Wil je alles in het leven en op aarde eens volledig relativeren? Probeer je dan eens voor te stellen hoe groot het heelal eigenlijk is. Moeilijk he? Dit filmpje helpt erbij ...

Mensapen kennen we nu vooral uit Afrika en uit Azie, maar ze kwamen ook voor in Europa

De tekenfilmserie Avatar - The last airbender was geweldig (veel beter dan de bioscoopfilm): spannend, humoristisch, met sterke karakters, een goed uitgewerkte fantasiewereld en een mooi en verrassend verhaal. Het ziet ernaar uit dat het vervolg The Legend of Korra ook zo goed wordt. Deze voorproefjes smaken in elk geval naar meer!

Een voorproefje dat geen realiteit werd was deze van de film John Carter of Mars. Niet de versie van Andrew Stanton die dit voorjaar in de bioscoop komt, maar de versie van Kerry Conran. Wie? De regisseur van Sky Captain and the World of Tomorrow! Een ding is zeker: het zou een visueel spektakel zijn geworden.

Altijd leuk als striphelden uit verschillende strips elkaar ontmoeten. Zoals in dit verhaal van Peanuts en Spider-Man.

Over strips gesproken: Christ and Popculture geeft een lijst van de beste tien 'graphic novels' uit 2011. Het zijn ook nog eens verhalen die iets te zeggen hebben. Inspirerend! Er zitten er een paar bij die ik ook graag zou lezen. Gelukkig zijn binnenkort de stripdagen en misschien kan ik er daar een of twee op de kop tikken!

Over top tien lijstjes gesproken: op IO9 wordt een lijstje gegeven van tien fantasyseries die je kunt lezen terwijl je wacht op het volgende boek van G.R.R. Martin. Nu ben ik net aan het eerste deel van A Song of Ice and Fire begonnen (A Game of Thrones), maar suggesties van goede fantasyseries zijn nooit weg. Sommige series op deze lijst heb ik gelezen en kan ik ook aanbevelen (Earthsea, Shadowthrone, Malazan Book of the Fallen en de Farseer-serie en vervolgen) - waarschijnlijk zullen de andere dan net zo goed zijn. 

Er zijn meer mensen die op dezelfde manier kijken naar films en verhalen als ik dat doe op mijn blog - namelijk als weerspiegelingen van het Ware Verhaal, afbeeldingen waarin de werkelijkheid van God is terug te vinden, of de makers dat nu zo bedoelen of niet. De schrijfster van In the Open Space bijvoorbeeld. Ze ziet het Grote Verhaal zelfs terug in een TV-serie over zombies, namelijk The Walking Dead: "When we reach beyond the darkness to the larger reality we live in, we remember that we are loved. We remember God loves us so much that he goes to the greatest lengths to ensure our Story comes to an amazing, breathtaking end. And in that Story, we, in all our capacity for evil and destruction, are worth saving simply because he loves us. And that—even in the face of the most insidious darknesses—gives us the best kind of hope. It reminds us that, even in the midst of struggle, all will be well. That, no matter what happens in the middle of the Story, we are worth fighting for and saving—and our Story ends good." Goed om aan herinnerd te worden, vind ik, ook al zal ik de TV-serie in kwestie zelf nooit kijken.

Soms zien mensen van buiten de kerk beter wat belangrijk is dan mensen van binnen de kerk, zoals deze muziekjournalist die reflecteert op een bezoek aan een christelijk muziekfestival: "Jesus' breakthrough was the aestheticization of weakness. Not in what conquers, not in glory, but in what's fragile and what suffers - there lies sanity. And slavation. But once you’ve known Him as God, it’s hard to find comfort in the man. The sheer sensation of life that comes with a total, all-pervading notion of being—the pulse of consequence one projects onto even the humblest things—the pull of that won’t slacken." Dat is de weg van de zwakheid, waar ik op mijn blog al eerder over heb geschreven.

Deze visie op Jezus zou goed aansluiten bij de vierde stroming die Frank Viola identificeert in zijn nieuwste blogbericht. Hij denkt dat er vier groepen christenen zijn die moeite hebben met de traditionele evangelische kerk. De christenen die gaan voor een zuivere doctrine, de christenen die gaan voor actie en goede projecten, de christenen die zoeken naar geestelijke ervaringen en ten slotte christenen die zich op geen van die drie dingen willen richten, maar alleen willen vertrouwen op Jezus. “Beyond Evangelicals” want to know Jesus Christ in reality and in the depths. Yet they aren’t quietists or passive mystics. Outward activity is important, but it’s like fruit falling off a tree. It’s the natural result of living by the life of Christ." Nou denk ik zelf niet dat dit zo makkelijk als een vierde groep kan worden weggezet, omdat deze christenen zichzelf juist niet willen begrenzen of definieren. Het is niet een 'bounded set', maar een 'centered set' - niet bepaald door de precieze grenzen met andere groepen, maar bepaald door het ene centrum waar deze mensen zich op richten. Maar met deze kanttekening erbij kan ik toch de voor mijn lezers vast niet heel verrassende uitspraak doen dat ik me met deze vierde groep het meest identificeer ...

John Shore is niet bang om controverse te creëren. Zo droomt hij dat christenen ooit hun excuses zullen aanbieden aan mensen met een homoseksuele aanleg en verzoening zullen zoeken. Hij heeft er de woorden al voor geschreven. "For no reason beyond animal ignorance we have tried to obliterate you: to rob you of your identity, crush your self-worth, destroy your hopes, turn you against yourself. We have harnessed our almost unimaginable power to bring to you the singular, unceasing message that God finds you reprehensible. Shamefully, we have turned the way you love into the way we hate."
Richard Beck lijkt een zelfde thema op te pakken op zijn blog Experimental Theology. Hij vertelt over een homo die door twee christenen was afgetuigd en als een vogelverschrikker aan een hek hing. En hij verbindt het met Christus - die door een woedende menigte ter dood werd gebracht aan een kruis. "My deepest fear in life is that I'm going to end up on the wrong side of God's history. Like so many Christians before me. My fear is that a moment will come when I am asked to stand up for those hanging on the trees, literally and symbolically, and I'll respond with "That has nothing to do with me. That has nothing to do with the church." ... Really, it's all pretty simple. Jesus hangs from crosses, from trees and fences. And to see that, like Saul on the Road to Damascus, is the day of your conversion." Jezus volgen in zijn weg van zwakheid en ons identificeren met de 'outcasts' - dat is wat God van ons verlangt. Het is een moeilijke weg, en ik zal er heel vaak op struikelen, maar ik verlang er wel naar.
Ik denk dat het de weg naar vrijheid is, ook naar een bevrijde seksualiteit. In het bericht van John Shore viel me namelijk nog het volgende op: "Like all people (we now see, praise God), there are two natural phenomena that, in the overwhelming magnitude of their power, finally render us insensible of ourselves: the awesome presence of the divine infinite, and sex. We have always believed those two to be in competition, to be mutually exclusive: traditionally our conviction has been that where God is, sex cannot be. And so we have always, if grimly, shunned our sexuality, and clung fast to God." Hij heeft een punt, en dat hangt samen met mijn betoog over het stripboek Een Deken van Sneeuw. Misschien kunnen we naar een beeld van God toe dat onze menselijkheid (inclusief onze lichamelijkheid) niet buitensluit, maar juist omvat. Waarin we helemaal onszelf kunnen zijn. Ik geloof daar in.