Posts tonen met het label seksualiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label seksualiteit. Alle posts tonen

donderdag 5 december 2013

Over de drempel (6): de fluistering van het verlangen

Een week voor ons trouwen ontmoette ik in Amsterdam een vriend uit de Verenigde Staten. Ik had hem voor het eerst ontmoet in 2005 op een conferentie van John Eldredge (hij zat in het team, en was de forumcoördinator van het Ransomed Heart-forum waar ik toen actief was) en in 2007 zag ik hem weer op een conferentie in Australië. Onze derde ontmoeting vond plaats op een derde continent. De enige persoon tot nu toe die ik op drie continenten heb ontmoet. We bleken elkaar erg veel te vertellen te hebben. Zo hadden we allebei geworsteld met de evangelische kerk, en waren we allebei terecht gekomen in de Anglicaanse kerk (en ook bijna gelijktijdig!). We worstelden allebei met ons godsbeeld. En met ons zelfbeeld. Onder andere wat ons verlangen betrof. Want onze verkeerde beelden van God en de verlossing hadden ertoe geleid dat we ons verlangen onderdrukten, dat we onszelf niet de toestemming gaven onszelf te zijn. Maar daardoor verhinderden we niet alleen dat we een creatief, vruchtbaar (ook letterlijk!) leven leidden, we behandelden daardoor bovendien andere mensen minder respectvol.
Mijn vriend vertelde van zijn dochter in de tienerleeftijd. Ze had hem een keer toevertrouwd dat ze liever op dates ging met ongelovige jongens dan met jongens uit de kerk. Natuurlijk was hij daardoor erg geschrokken, zoals elke christelijke ouder dat zou doen. Maar hij was wijs genoeg zijn dochter om uitleg te vragen. Ze vertelde dat christelijke jongens niet naar haar durfden kijken. Ze keken opzij, ze wendden zich af. Het was duidelijk dat ze zich schaamden. Waarvoor? Voor het feit dat ze haar aantrekkelijk vonden. En dat ervoer zij als afwijzing en als reden om zich te schamen. De niet gelovige jongens zeiden eenvoudig tegen haar: ‘Je ziet er leuk uit. Zullen we een keer wat drinken?’. Ze schaamden zich niet voor haar of het effect dat zij op hen had. Ze voelde zich door hen geaccepteerd en gewaardeerd, als vrouw en als individu, en ze hoefde zichzelf ook niet te schamen voor haar seksualiteit. Het was voor haar veel meer ontspannen.

Als mensen hun verlangen op een voetstuk hebben staan en alleen leven voor de vervulling van hun eigen begeerte, zullen ze respectloos met andere mensen omgaan (die ze alleen zullen beoordelen naar de mate waarin ze hun begeerte bevredigen - een transactionele instelling). Maar het is ook respectloos als mensen hun eigen verlangen en dat wat het verlangen opwekt, afwijzen en veroordelen. Dat maakt van de interactie ook iets transactioneels (door mijn verlangen verdien ik straf, of de ander die mijn verlangen opwekt maakt mij slecht). Verlangen is echter wat ons mensen maakt. Verlangen is wat ons voortdrijft, tot handelen aanzet, maakt dat we het ene been voor het andere zetten. Verlangen is de brandstof van onze wil. Om te weten wie iemand is, moet je vragen wat hij of zij verlangt. Als we het verlangen op zich (in plaats van de manier waarop iemand een verlangen wil bevredigen) slecht vinden, afwijzen, veroordelen, wijzen we de kern van iemands identiteit af. En maken we iemand ten diepste passief. Want een mens zonder verlangen is een lege huls, in de greep van machten van buiten zichzelf. Dat geldt ook voor degene die het verlangen opwekt - die wordt gereduceerd tot bepaalde karakteristieken, en kan zichzelf niet meer zien als waardevol, compleet persoon, maar moet een deel van zichzelf afwijzen. Dit leidt tot heel ongezonde taferelen, waarvan het voorbeeld van de dochter van mijn Amerikaanse vriend, nog de minste is.
In de kerk waar ik opgroeide, werd seksueel verlangen als slecht weggezet. Zo kreeg ik het ten minste mee. De Bijbeltekst ‘wie een vrouw aankijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd’ (Mattheus 5:28), werd zo uitgelegd dat het betekende dat wie een vrouw aantrekkelijk vond al overspel met haar had gepleegd. En het voelen van seksuele aantrekking werd zo ongeveer gebracht als de grootste zonde die mogelijk was. Voor iemand die het onderwijs van de kerk serieus nam en in zijn leven probeerde toe te passen, leidde dit in de puberteit natuurlijk tot schuldgevoel, schaamte en zelfafwijzing. Ik probeerde het verlangen te onderdrukken, maar hoe hard ik daar ook voor werkte, het stak steeds opnieuw de kop op. Ten slotte voelde ik me al een weekeinde lang diep schuldig als ik in  een tijdschriftenwinkel een superheldenstripboek (X-mannen) had doorgebladerd. Ik herinner me een e-mail aan een vriend waarin ik dat mijn ‘boezemzonde’ noemde (ik snap nu pas de ironie), waar ik maar niet van af kon komen.
En in mijn strijd tegen dit verlangen, begon ik ook al mijn andere verlangens te onderdrukken: mijn verlangen naar spannende verhalen (ik wilde graag Alistair MacLean boeken lezen, dus dat zou wel een verslaving zijn. Als ik een James Bond-film zag, fantaseerde ik over actiescènes, dus die moest ik overslaan), mijn verlangen naar creativiteit (ik stopte met schrijven), et cetera. In mijn stripbespreking van de geweldige ‘graphic novel’ Een Deken Van Sneeuw heb ik al eens betoogd dat onze verlangens met elkaar samenhangen: ons seksuele verlangen en ons verlangen om te scheppen, te creëren, zijn niet los te verkrijgen. Het onderdrukken van de een leidt tot het onderdrukken van de ander. Het verlangen is namelijk niet te scheiden: het is een enkel vuur dat binnen in ons brandt. En het is ook niet te scheiden van ons verlangen naar eenheid met God. Sommige christelijke mystici ervoeren Gods aanwezigheid niet voor niets in een haast seksuele extase. Zie bijvoorbeeld het beeld van de heilige Teresa van de Renaissance-kunstenaar Bernini in het plaatje hierboven.
Ik denk dat het daarom niet voor niets is dat als een samenleving (of kerk) mensen onder controle wil houden zowel de seksuele expressie als de artistieke expressie worden onderdrukt of beschaamd. Maar dat daar (bedoeld of onbedoeld) ook de religieuze expressie schade door ondervindt. In de kerk waar ik opgroeide werd in elk geval niet alleen neerbuigend en veroordelend gesproken over seks en kunst, maar ook over ‘bovennatuurlijke’ en ‘mystieke’ manieren om God te ervaren. We hadden de bijbel, uitgelegd door Darby en Kelly, en dat was genoeg. Volgens de kerk waarin ik opgroeide was individualiteit ook iets verdachts - we moesten sterven aan het vlees, ons eigen ik, onze wil, zodat gods Geest ongehinderd door ons heen kon werken. Waarom gods Geest er vervolgens voor zorgde dat de meest ‘geestelijke’ van de kerkleden mensen uit de gemeenschap uitsloten en op een kerkscheuring aanstuurden, hebben ze mij nooit uitgelegd.

Natuurlijk werd in de kerk betoogd dat man en vrouw in het huwelijk wel seks met elkaar mochten hebben. Ik ga ervan uit dat het volgens de kerk dan ook was toegestaan als man en vrouw naar elkaar te verlangen. Maar volgens mij is het niet mogelijk een verlangen opeens weer ‘aan te zetten’, na het jarenlang als slecht en zondig te hebben neergezet. Het is niet opeens ‘goed’ in andere omstandigheden. Zelfs als je het dan ‘goed’ noemt, kan de menselijke psychologie die omschakeling niet maken. Vooral niet als je voor vrouwen buiten je huwelijk nog steeds niks mag voelen of bij enige emotie jezelf moet veroordelen en afwijzen. Zo werken verlangens niet. Als je een muur rond je verlangen hebt opgetrokken en die met al je mentale kracht hebt bewaakt, kun je niet opeens in je huwelijk een klein stukje van de muur afbreken, en verwachten dat het verlangen dan opeens alleen door dat gaatje naar buiten komt. De muur is alleen volledig af te breken. Het is alles of niets. Je brengt jezelf tot expressie, of niet. Dit geldt ook voor de andere verlangens. Ik kon niet opeens mezelf toestaan alleen naar bepaalde verhalen te verlangen, of alleen christelijke films te waarderen. Of alleen non-fictie te willen schrijven. Het verlangen is alles of niets.
Dit heb ik het afgelopen jaar in de praktijk gemerkt. Pas in september 2012 gaf ik mezelf toestemming om me aan het schrijven van fictie te wijden. Het was een van de grootste omkeringen in mijn leven, eigenlijk nog belangrijker dan het ontmoeten van mijn vrouw en mijn huwelijk (alhoewel daar ook niet van te scheiden - dat ik een vrouw durfde aanspreken was ook al een sprong in het diepe voor me, en het kiezen voor het huwelijk ook een kiezen voor verlangen). Ik gaf mezelf toestemming om mijn liefde en passie voor het schrijven zonder enige belemmering te uiten. Ik voelde me daardoor meer mezelf dan in de tien jaar ervoor. Ik sliep zelfs beter. Maar (waarschijnlijk niet toevallig) leidde die toestemming om te schrijven tot toestemming op meer gebieden. Het leidde tot toestemming om mijn verlangen naar een andere kerk te volgen, naar toestemming om de boeken te lezen die ik wilde lezen, en naar toestemming om mijn eigen seksuele verlangen niet langer af te wijzen. Alles in een paar maanden tijd. Het was, moet ik zeggen, heel erg bevrijdend. Maar ook confronterend, omdat ik zag hoe diep mijn verlangen al die tijd opgesloten was geweest. Ik gaf mezelf eindelijk toestemming om er te zijn, helemaal, als Johan. Het is ook niet toevallig dat het gebeurde nadat ik in november 2012 en nogmaals in april 2013 tijdens het bidden de liefdevolle ogen van Jezus had gezien, en zijn acceptatie had gevoeld. Ik wist mij eindelijk geliefd gewoon als wie ik ben en kon dus ook mezelf accepteren in al mijn menselijkheid, inclusief mijn verlangen.
En dit was niet mogelijk zonder een sacramenteel beeld van de werkelijkheid, dat wil zeggen: een incarnationeel beeld van de werkelijkheid. God die mens wordt, zich toont op een manier die wij kunnen waarnemen, en daarmee laat zien wat ten diepste waar is voor ons allemaal. Want wat waar is voor Jezus, is waar voor ons. Incarnatie is een sacrament, werkelijke aanwezigheid, God met ons. Dat Jezus mens werd, betekent niet alleen dat het mens-zijn, het lichamelijke mens-zijn geheiligd is. Het betekent dat onze individualiteit geheiligd is, inclusief ons verlangen, inclusief onze seksualiteit. We maken van Jezus snel een soort super-mens, een buitenaards wezen onder ons, die niets te maken heeft met onze menselijke eigenschappen of zwakheden. Maar Jezus was mens, helemaal mens.
Lees wat Robert Farrar Capon schrijft in The Romance of the Word: “When we say that Jesus is perfectly human, we mean that he is completely human: his humanity is everyday, commongarden humanity IN COMPLETION. But see how alien that is to the common view. In spite of the promise of the resurrection of the body, we can imagine human nature as perfected only if we can somehow see it as abolished in favor of something spiffier, if we flesh him out in something other than ordinary flesh. When we imagine him as a child, for example, we somehow feel obliged to say that he was a little freak who never hid when his mother called him, who always put his toys away in his toy box, and who, when he got to the age at which boys have wet dreams, piously refused to have any ... The human race is, was, and probably always will be deeply unwilling to accept a human messiah. We don’t want to be saved in our humanity; we want to be fished out of it.” Laten we wel wezen, Jezus ging ook naar het toilet. Of deed het achter de bosjes. Hij was moe en viel in slaap in een boot. Hij weende. Wij hoeven ons dus ook niet te schamen voor deze door anderen soms als schaamtevol beschouwde uitingen van onze menselijkheid. En net zo had Jezus seksuele verlangens. Sterker nog, je zou kunnen zeggen dat zijn werk daardoor gemotiveerd werd, want de bijbel gebruikt meerdere malen voor het werk van Christus voor de gemeente de metafoor van bruidegom en bruid, en Openbaring eindigt met de bruiloft van het lam. Wij hoeven ons dus ook niet voor onze seksualiteit te schamen. We mogen ons eigen verlangen gewoon accepteren.

Ons eigen verlangen accepteren stelt ons in staat om de ander (man of vrouw) te zien als compleet menselijk wezen, in plaats van hem of haar af te wijzen om zijn of haar seksualiteit. Mijn vrouw heeft na al het onderwijs dat ik in de kerk had gekregen, flink op me moeten inpraten om me te overtuigen dat vrouwen het niet erg vinden om door mannen aantrekkelijk gevonden te worden, dat ze zich niet schamen als een man naar hen kijkt, dat ze dat zelfs waarderen en er veel voor doen. Ze gaf me als studiemateriaal het boek Bridget Jones’ Diary te lezen, van Helen Fielding. Ik heb het in vier treinreizen uitgelezen, met de spreekwoordelijke rode oortjes. Wat bleek? Vrouwen waren geen pure heiligen, die schrokken van mannelijke opwinding, maar ook geen prostituees, die er alleen maar op uit waren mannen tot zonde te verleiden. Vrouwen zijn gewoon en compleet mensen, inclusief een verlangen gezien te worden, begeerd te worden, geliefd te worden, inclusief een verlangen naar seksualiteit. En dat verlangen, ook het verlangen naar seks, is geheiligd door de vleeswording van Christus. Het is volledig geaccepteerd door God, wordt goedgekeurd, wordt toegejuicht (het boek Hooglied staat niet voor niets in de bijbel, en mijn pogingen als twintiger het allegorisch uit te leggen, waren behoorlijk misplaatst). In Openbaring wordt de kerk vergelen met een bruid die zich heeft mooi gemaakt voor haar man. Als dat niet een bevestiging is van dit verlangen, weet ik het ook niet. Dit zorgt ervoor dat ik niet bang hoef te zijn voor afwijzing door een vrouw, dat ik me niet hoef te schamen, maar ook dat ik een vrouw niet hoef te reduceren tot haar eigenschappen die mijn verlangen opwekken en zelf haar daarvoor afwijzen. Ik kan haar behandelen als volledig mens, als volledig individu, die zelf ook vrij is. Juist door de acceptatie van mijzelf en haar als seksuele wezens, kan ik haar volledig respecteren, zoals ik mezelf respecteer. Ook als ze ‘nee’ zegt tegen me. Daar is ze als individu immers vrij in. Alweer een voorbeeld hoe de radicale acceptatie die voortkomt uit de onvoorwaardelijke liefde van God, ons menselijke gedrag verandert.
Dit is overigens niet een betoog dat per se pleit voor seksualiteit buiten het huwelijk. Maar er is een groot verschil tussen het voelen van een verlangen en de manier waarop we het verlangen kiezen te vervullen. En dat onderscheid werd in de kerk waarin ik opgroeide veel te weinig gemaakt. Het idee bestond kennelijk dat het voelen van een verlangen automatisch leidde tot het in vervulling brengen ervan, ook als je daarvoor mensen respectloos moest behandelen, of hun keuzevrijheid moest afnemen. Een man die een vrouw aantrekkelijk vond, zou zich kennelijk niet kunnen inhouden om aan haar te zitten. Ik heb het in christelijke jongerentijdschriften gelezen, dat meisjes geen topjes met spaghettibandje zouden moeten dragen, omdat ze niet wisten wat ze daarmee tot stand brachten bij jongens. Ze zouden ze tot zonde verleiden. Dit is ook de reden dat in streng islamitische landen vrouwen een nikab of burkah moeten dragen, omdat mannen niet verantwoordelijk kunnen zijn voor hun eigen gedrag naar vrouwen toe. Deze visie is dus niet alleen denigrerend over vrouwen, maar ook over mannen. Alsof we tegen onszelf in bescherming moeten worden genomen en geen zeggingskracht hebben over ons gedrag. Maar dat is een leugen. Als ik mezelf zie als man, door God geliefd, waardevol zoals ik ben, kan ik ook afzien van de vervulling van een verlangen, wanneer dat niet respectvol zou zijn naar mezelf of naar anderen. De tekst uit Mattheus 5 die mij zo’n schrik aanjoeg, ging ook helemaal niet over onze menselijke reactie op schoonheid, maar over begeerte: de drang datgene wat je verlangt voor jezelf te bezitten, op te eisen. Dat is niet respectvol. Het is ons verlangen, vervormd door onze zelfzuchtige, transactionele manier van denken. Ons verlangen zou in plaats daarvan moeten worden geinspireerd door de liefde. Jezus was helemaal man, maar ging toch eerbaar om met een overspelige vrouw die hij midden op de dag in haar eentje tegenkwam bij de waterput, en met de prostituee die met haar haren zijn voeten waste. Maar hij maakte haar ook niet beschaamd over zichzelf. Zo kunnen wij ook zijn.

Als twintiger voelde ik me al schuldig over het feit dat ik stripboekjes doorbladerde met daarin aantrekkelijke getekende vrouwen. Ik schaamde me voor het effect dat vrouwelijke schoonheid op me had. Nu nam ik van mijn huwelijksreis in Londen uit de Forbidden Planet (een winkel met SF en fantasy-boeken, films en spullen) een ‘action figure’ mee van Commander Shepperd, de vrouwelijke hoofdpersoon van de Mass Effect-spellen die ik met veel plezier heb gespeeld (en waar ik vorig jaar een essay over heb geschreven), in futuristische uitrusting. De 'action figure' staat trots bij ons in de woonkamer. En elke keer als ik die zie, en kan toegeven dat ik haar pose mooi vind, glimlach ik vanwege de vrijheid die ik heb gevonden. Mijn vrouw is daar overigens ook behoorlijk blij mee, maar daar gaat dit blogbericht verder niet over.

woensdag 18 januari 2012

Links: Europese mensapen, graphic novels, The Walking Dead, Beyond Evangelical en verontschuldiging

Wil je verbaasd staan? Wil je jezelf ongelofelijk nietig voelen? Wil je alles in het leven en op aarde eens volledig relativeren? Probeer je dan eens voor te stellen hoe groot het heelal eigenlijk is. Moeilijk he? Dit filmpje helpt erbij ...

Mensapen kennen we nu vooral uit Afrika en uit Azie, maar ze kwamen ook voor in Europa. 

De tekenfilmserie Avatar - The last airbender was geweldig (veel beter dan de bioscoopfilm): spannend, humoristisch, met sterke karakters, een goed uitgewerkte fantasiewereld en een mooi en verrassend verhaal. Het ziet ernaar uit dat het vervolg The Legend of Korra ook zo goed wordt. Deze voorproefjes smaken in elk geval naar meer!

Een voorproefje dat geen realiteit werd was deze van de film John Carter of Mars. Niet de versie van Andrew Stanton die dit voorjaar in de bioscoop komt, maar de versie van Kerry Conran. Wie? De regisseur van Sky Captain and the World of Tomorrow! Een ding is zeker: het zou een visueel spektakel zijn geworden.

Altijd leuk als striphelden uit verschillende strips elkaar ontmoeten. Zoals in dit verhaal van Peanuts en Spider-Man.

Over strips gesproken: Christ and Popculture geeft een lijst van de beste tien 'graphic novels' uit 2011. Het zijn ook nog eens verhalen die iets te zeggen hebben. Inspirerend! Er zitten er een paar bij die ik ook graag zou lezen. Gelukkig zijn binnenkort de stripdagen en misschien kan ik er daar een of twee op de kop tikken!

Over top tien lijstjes gesproken: op IO9 wordt een lijstje gegeven van tien fantasyseries die je kunt lezen terwijl je wacht op het volgende boek van G.R.R. Martin. Nu ben ik net aan het eerste deel van A Song of Ice and Fire begonnen (A Game of Thrones), maar suggesties van goede fantasyseries zijn nooit weg. Sommige series op deze lijst heb ik gelezen en kan ik ook aanbevelen (Earthsea, Shadowthrone, Malazan Book of the Fallen en de Farseer-serie en vervolgen) - waarschijnlijk zullen de andere dan net zo goed zijn. 

Er zijn meer mensen die op dezelfde manier kijken naar films en verhalen als ik dat doe op mijn blog - namelijk als weerspiegelingen van het Ware Verhaal, afbeeldingen waarin de werkelijkheid van God is terug te vinden, of de makers dat nu zo bedoelen of niet. De schrijfster van In the Open Space bijvoorbeeld. Ze ziet het Grote Verhaal zelfs terug in een TV-serie over zombies, namelijk The Walking Dead: "When we reach beyond the darkness to the larger reality we live in, we remember that we are loved. We remember God loves us so much that he goes to the greatest lengths to ensure our Story comes to an amazing, breathtaking end. And in that Story, we, in all our capacity for evil and destruction, are worth saving simply because he loves us. And that—even in the face of the most insidious darknesses—gives us the best kind of hope. It reminds us that, even in the midst of struggle, all will be well. That, no matter what happens in the middle of the Story, we are worth fighting for and saving—and our Story ends good." Goed om aan herinnerd te worden, vind ik, ook al zal ik de TV-serie in kwestie zelf nooit kijken.

Soms zien mensen van buiten de kerk beter wat belangrijk is dan mensen van binnen de kerk, zoals deze muziekjournalist die reflecteert op een bezoek aan een christelijk muziekfestival: "Jesus' breakthrough was the aestheticization of weakness. Not in what conquers, not in glory, but in what's fragile and what suffers - there lies sanity. And slavation. But once you’ve known Him as God, it’s hard to find comfort in the man. The sheer sensation of life that comes with a total, all-pervading notion of being—the pulse of consequence one projects onto even the humblest things—the pull of that won’t slacken." Dat is de weg van de zwakheid, waar ik op mijn blog al eerder over heb geschreven.

Deze visie op Jezus zou goed aansluiten bij de vierde stroming die Frank Viola identificeert in zijn nieuwste blogbericht. Hij denkt dat er vier groepen christenen zijn die moeite hebben met de traditionele evangelische kerk. De christenen die gaan voor een zuivere doctrine, de christenen die gaan voor actie en goede projecten, de christenen die zoeken naar geestelijke ervaringen en ten slotte christenen die zich op geen van die drie dingen willen richten, maar alleen willen vertrouwen op Jezus. “Beyond Evangelicals” want to know Jesus Christ in reality and in the depths. Yet they aren’t quietists or passive mystics. Outward activity is important, but it’s like fruit falling off a tree. It’s the natural result of living by the life of Christ." Nou denk ik zelf niet dat dit zo makkelijk als een vierde groep kan worden weggezet, omdat deze christenen zichzelf juist niet willen begrenzen of definieren. Het is niet een 'bounded set', maar een 'centered set' - niet bepaald door de precieze grenzen met andere groepen, maar bepaald door het ene centrum waar deze mensen zich op richten. Maar met deze kanttekening erbij kan ik toch de voor mijn lezers vast niet heel verrassende uitspraak doen dat ik me met deze vierde groep het meest identificeer ...

John Shore is niet bang om controverse te creëren. Zo droomt hij dat christenen ooit hun excuses zullen aanbieden aan mensen met een homoseksuele aanleg en verzoening zullen zoeken. Hij heeft er de woorden al voor geschreven. "For no reason beyond animal ignorance we have tried to obliterate you: to rob you of your identity, crush your self-worth, destroy your hopes, turn you against yourself. We have harnessed our almost unimaginable power to bring to you the singular, unceasing message that God finds you reprehensible. Shamefully, we have turned the way you love into the way we hate."
Richard Beck lijkt een zelfde thema op te pakken op zijn blog Experimental Theology. Hij vertelt over een homo die door twee christenen was afgetuigd en als een vogelverschrikker aan een hek hing. En hij verbindt het met Christus - die door een woedende menigte ter dood werd gebracht aan een kruis. "My deepest fear in life is that I'm going to end up on the wrong side of God's history. Like so many Christians before me. My fear is that a moment will come when I am asked to stand up for those hanging on the trees, literally and symbolically, and I'll respond with "That has nothing to do with me. That has nothing to do with the church." ... Really, it's all pretty simple. Jesus hangs from crosses, from trees and fences. And to see that, like Saul on the Road to Damascus, is the day of your conversion." Jezus volgen in zijn weg van zwakheid en ons identificeren met de 'outcasts' - dat is wat God van ons verlangt. Het is een moeilijke weg, en ik zal er heel vaak op struikelen, maar ik verlang er wel naar.
Ik denk dat het de weg naar vrijheid is, ook naar een bevrijde seksualiteit. In het bericht van John Shore viel me namelijk nog het volgende op: "Like all people (we now see, praise God), there are two natural phenomena that, in the overwhelming magnitude of their power, finally render us insensible of ourselves: the awesome presence of the divine infinite, and sex. We have always believed those two to be in competition, to be mutually exclusive: traditionally our conviction has been that where God is, sex cannot be. And so we have always, if grimly, shunned our sexuality, and clung fast to God." Hij heeft een punt, en dat hangt samen met mijn betoog over het stripboek Een Deken van Sneeuw. Misschien kunnen we naar een beeld van God toe dat onze menselijkheid (inclusief onze lichamelijkheid) niet buitensluit, maar juist omvat. Waarin we helemaal onszelf kunnen zijn. Ik geloof daar in.

woensdag 29 september 2010

Stripbespreking: Een deken van sneeuw

Ik zal er maar eerlijk voor uitkomen. Ik ben wat ze op internet noemen: een 'geek' (wat de meeste mensen betitelen als 'nerd', maar dan zonder de kennis van computers en zonder bril bij elkaar gehouden met plakband). Iemand met interesses anders dan de in onze maatschappij gebruikelijke, die daarover vooral communiceert via het internet. Daarom was ik afgelopen zaterdag ook op de Stripdagen in Houten, samen met een van mijn jongere broers. Heerlijk rondlopen tussen stands met de meest uiteenlopende stripboeken, van luxe uitgaves tot goedkope tweedehands, en kijken naar de fans die zich hadden verkleed als stormtroopers uit de Star Wars-films.
Ik kwam aan het eind van de dag thuis met wat aanvullingen op mijn verzameling sciencefictionstrips. Maar mijn belangrijkste aanschaf was de grafische roman Een deken van sneeuw (Eng. Blankets) van Craig Thompson. Een getekend autobiografisch verhaal van meer dan 580 pagina's, in stemmig zwart-wit, over een jonge kunstenaar die zich ontworstelt aan een fundamentalistisch christelijke opvoeding, en zijn eerste liefde. Worden daarover ook strips gemaakt?, vroeg iemand op Twitter. Inderdaad. En het blijft de volle 580 pagina's boeien. Het verhaal schokt je, raakt je, en zet je aan het nadenken. Wie nog het vooroordeel koestert dat het stripverhaal een onvolwassen kunstvorm is, zal door dit boek van het tegendeel overtuigd worden. Ik kan het zonder enige reserve aanbevelen. En met name voor mensen die net als de hoofdpersoon (en ikzelf) de gevolgen van een streng religieuze opvoeding proberen te verwerken, en twijfelen wat ze ervan moeten overhouden, en voor degenen die met hen willen meevoelen. Ik meen dat het geen enkele lezer onberoerd zal laten. Het is, meen ik, in dat opzicht te vergelijken met de boeken van Chaim Potok, met name Mijn naam is Asher Lev, maar met een voor mij nog sterkere 'impact', door de kracht van de (schijnbaar eenvoudige) tekeningen.

Craig Thompson groeit op in een Amerikaans plattelandstadje in de Verenigde Staten. Zijn ouders gaan naar een evangelische kerk, en als trouwe oudste zoon neemt Craig het geloof erg serieus. Het lijkt er zelfs op dat hij in de wieg is gelegd voor de opleiding tot predikant. Aan de andere kant heeft Craig een creatief talent: hij houdt van tekenen. Dat is echter volgens zou ouders en zijn predikant van geen enkele waarde. Ondertussen is Craig door zijn dromerige, serieuze inslag het pispaaltje op school. Hij ergert zich ook aan zijn drie jaar jongere broer, met wie hij het bed moet delen en die hem steeds wakker houdt.
In de winter gaat Craig elk jaar met de jeugd van de kerk naar een christelijk kamp. Ook daar voelt hij zich een buitenbeentje. Tot hij in zijn examenjaar de knappe en rebelse Raina ontmoet, en op haar verliefd wordt.  Ze is zijn muze, zijn bron van inspiratie, maar misschien ook een veilige haven, een nieuwe deken die hem afschermt van de boze buitenwereld. Hij logeert twee weken bij haar in Minesota, en ontdekt dat ook haar thuissituatie verre van ideaal is. Zo staan haar ouders op het punt te scheiden.

Het trof me hoe goed Thompson bepaalde ervaringen van het opgroeien wist te treffen. De fantasiewereld die hij deelt met zijn broer. De teleurstelling dat de jongens op het christelijke kamp net zulke pesters zijn als die op school. De verwarring over de lessen op de zondagsschool over een hemel waar hij eigenlijk helemaal niet naartoe wil. De gevoelige relatie met zijn ouders: "Ze kunnen me niet meer bestraffen, maar toch voel ik me nog steeds kwetsbaar bij ze." Het bracht bij mij allerlei herinneringen boven, en het was goed herkenning te vinden.

Maar zoals goede kunst dat mijns inziens behoort te doen, zette dit boek ook aan tot reflectie. Een van de belangrijkste thema's in dit boek is schaamte en hoe dat door religieuze instituten wordt gebruikt om individuen in het gareel te houden. Craig leert dat hij zich voor twee dingen moet schamen: zijn verlangen om te tekenen en zijn verlangen naar seksualiteit. Van een zondagschooljuffrouw krijgt hij te horen dat we in de hemel alleen maar zullen zingen. 'Hoe kun je God nou loven door te tekenen?' wil ze weten. De jonge Craig zegt dat hij de Schepping kan tekenen, bomen enzo. "Maar die heeft God toch al getekend?", is het antwoord. Maar tekenen is wat hij het liefste doet. Uiteindelijk loopt de frustratie zo hoog op dat hij al zijn tekeningen verbrandt, zodat hij zich kan wijden aan bijbelstudie en 'geestelijke activiteiten'. Ook zijn seksualiteit wordt beschaamd. Als zijn ouders ontdekken dat hij een blote vrouw heeft getekend, vertellen ze hem dat Jezus nu wel heel erg verdrietig is. En hij ziet voor zijn geestesoog hoe Jezus zich van hem afkeert. Als hij merkt dat hij zich aangtrokken voelt tot Raina komen al die schaamtegevoelens weer opzetten.
Thompson suggereert dat artistieke expressie en seksualiteit iets gemeen hebben. Ik refereerde al aan de tekening. Er is ook een passage waarbij Craig masturbeert, op een vel papier, dat hij vol schaamte verfrommelt en weggooit (direct na de passage waarbij zijn tekentalent wordt afgewezen). En later waarschuwen vrome kerkgangers hem ervoor dat hij niet naar de kunstacademie moet gaan. Want omdat hij daar mensen 'zonder kleren aan' moet tekenen, zou hij verslaafd raken aan pornografie en misschien zelfs homoseksueel kunnen worden.
Laat ik even openhartig mogen worden en vertellen dat dit ook de dingen waren waarvoor ik me leerde schamen in mijn jeugd in de kerk. Ik leerde dat mijn passie voor lezen en schrijven van minder betekenis was dan bidden, bijbellezen en kerkbezoek. Op zijn best was het een 'hobby voor ernaast', op zijn slechtst een verslaving, maar het was niet iets waar ik God mee kon behagen. Net als Craig koos ik ervoor om dan maar helemaal te stoppen met het schrijven van verhalen. Daarnaast werd mij geleerd dat ieder die een vrouw aankeek 'om haar te begeren' in zijn hart al overspel had gepleegd. Ik deed dus mijn best elke vorm van seksueel verlangen zo hard mogelijk te onderdrukken en schaamde me elke keer als ik me door iemand van het andere geslacht aangetrokken voelde. Ik was een slecht persoon, was mijn conclusie, want ik wilde schrijven en ik wilde seks. Dus ik strafte mezelf en deed extra hard mijn best om te voldoen aan het ideaalbeeld van de kerk. Ik werd het braafste jongetje van de klas.
Maar kijk om je heen in de wereld: overal en in alle tijden zijn het deze twee menselijke eigenschappen: kunstzinnigheid en seksualiteit, die in strenge samenlevingen worden onderdrukt. Dat geldt voor religieuze gemeenschappen, maar ook voor totalitaire regimes als die in de Sovjetunie of Noord-Korea. Het is een interessant fenomeen dat in landen als Iran, of onder orthodoxe Joden, of in strenge reformatorische kerken, of in totalitaire samenlevingen, kunstenaars zich niet meer mogen uiten, en seksuele aantrekking zoveel mogelijk moet worden voorkomen.

Een deken van sneeuw maakte me bewust van dit verband. En suggereerde ook het waarom. De kern zit volgens mij in het woord 'expressie'. Een kunstenaar ervaart dat hij zich 'moet' uiten, hij moet dat wat in hem verborgen is, de beelden, de woorden, de gedachten, tot expressie brengen en met de buitenwereld delen. Net zo is het met de seksualiteit: het is een drang om jouw eigen unieke binnenste te delen met iemand buiten je. Het is een expressie van je 'ik'. Beide zijn individuele uitingen.
Ik heb jaren gedacht dat de verwrongen houding van conservatieve religie ten opzichte van seksualiteit (en dus ook kunst) voortkwam uit een platonische minachting van het aardse en het lichamelijke. Dat heeft ermee te maken, maar de werkelijke pijn ligt dieper. Het gaat om een minachting en afwijzing van de individuele identiteit. Het collectief met de aan iedereen opgelegde dogma's, wetten en eisen, gaat boven het individu met zijn verlangen om zich te uiten en zijn eigen stempel te drukken op de werkelijkheid. Thompson beschrijft en tekent een aanbiddingsdienst tijdens het kerkkamp, waarbij de leider iedereen oproept om mee te zingen. Ook al kan hij of zij helemaal niet zingen. In die massa van mensen die allemaal hetzelfde zeggen en doen, voelt Craig zich wegzinken. Hij wil niet hetzelfde zijn, denken en doen als ieder ander. Hij wil vrij zijn om zichzelf te uiten. Maar dat bedreigt de identiteit van de groep, die tegen elke prijs moet worden beschermd. De collectieve identiteit kan alleen blijven bestaan als de expressie van het individu wordt tegengegaan. (Daarom ook dat dit soort groepen vaak in een bepaalde tijdsperiode blijft hangen: er is geen innovatie, geen vernieuwing, en ze zingen (om bij de kerk te blijven waar ik opgroeide) liederen van anderhalve eeuw geleden.)
Iedereen die zich inzet voor zijn kerk, die vecht voor de overleving van het instituut, zou zich hier rekenschap van moeten geven. Want wat is meer waard: het gebouw? de vorm? de leer of de rituelen? of de individuele persoon, die naar Gods beeld is geschapen en wie God met zijn hele hart en onvoorwaardelijk liefheeft?

(Waarschuwing: ik heb het in het volgende gedeelte over het einde van het verhaal!)
Craig besluit uiteindelijk het christelijke geloof vaarwel te zeggen. "Ik geloof nog steeds in God", zegt hij tegen zijn broer, "Maar de rest van het christendom, met zijn bijbel, zijn kerken, zijn dogma's ... het creëert alleen maar grenzen tussen mensen en culturen. Het ontkent de schoonheid van het mens zijn en het negeert alle leegtes die het individu zelf moet invullen." Zoals de deken van sneeuw smelt, valt de deken van de schaamte van Craig af. In de grote stad is hij vrij om alle boeken te lezen die hij wil, te tekenen wat hij wil, en de vrouwen lief te hebben die hij wil. Maar zelfs daar, suggereert Thompson, is Craig niet vrij van de menigte. Ook de mensen in de stad vormen een massa, waarbij Craig in het niet valt. De individuele expressie gaat ten onder in de herrie van miljarden.
Ik geloof dat het verhaal uiteindelijk een sprank hoop geeft, als Craig na jaren zijn bijbel weer tevoorschijn haalt en leest uit Lucas 17, waar Jezus zegt: 'Het koninkrijk van God is onder jullie (of: in jullie).' Het koninkrijk van God is niet een macht of collectiviteit die aanwijsbaar is buiten ons. Je kunt niet zeggen: daar is het, of dit is het. Het is niet de macht van de groep van de kerk of enig ander instituut. Nee, het koninkrijk van God is een werkelijkheid in ons. Het is niet wat ons van buitenaf wordt opgelegd, niet een verband waar het individu zich aan moet onderwerpen om het in stand te houden. Het is een realiteit in ons hart, leven van binnenuit, dat van binnen naar buiten, door ons heen tot expressie komt. Niet wij worden gevormd door de wereld, nee, het leven komt in ons tot expressie en vormt zo de wereld. Door de invloed die wij uitoefenen, onze individuele expressie, wordt het koninkrijk van God zichtbaar. Onze individualiteit, onze eigenheid, gaat dus juist niet ten onder in Gods werkelijkheid, maar wordt geheiligd. We worden meer onszelf, en niet minder. We hoeven ons niet meer te schamen, want er is geen veroordeling meer voor wie in Christus Jezus zijn. En de gemeenschap van individuen die genieten van elkaars eigenheid, het beeld van God in elk van hen, die anders gezegd elkaar liefhebben, dat is het koninkrijk van God.
Nee, ik heb mijn jeugd in een fundamentalistische kerk en een streng gezin nog niet volledig verwerkt ben ik bang. Ik worstel nog met schaamte en barrières op beide van deze gebieden. Maar ik weet wel dat ik verlang te delen in de vrijheid en luister die de kinderen van God geschonken wordt. Net als Craig Thompson ervaar ik het soms als een bedreiging als de beschermende deken van de massa, waar je wordt vertelt wat waar is en wat niet, van me af valt. Maar tegelijk ontdek ik iets van de werkelijkheid van de persoonlijke God, die blij is met mij als individu en ervan geniet als ik mijzelf uit, als ik mijn sporen achterlaat in de wereld.