Posts tonen met het label mysterie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mysterie. Alle posts tonen

zondag 21 juni 2015

Het spel verlaten (4): Letterlijk is niet waar

Een van mijn broers was de laatste tijd erg gegrepen door het boek van Eugene Peterson over Openbaring: Laatste Woorden. Waar hij het laatste bijbelboek lang had gezien als verontrustend en angstaanjagend, begon hij er nu de boodschap van hoop in te zien, die de symboliek volgens Peterson in zich draagt. Volgens Peterson gebruikt Johannes namelijk beelden uit het Oude Testament om de overwinning van God over de wereldmachten en zijn reddende handelen voor de gelovigen uit te beelden. Mijn broer raakte er niet over uit gepraat, en wilde er ook bij hem in de kerk aandacht aan besteden. Natuurlijk moest eerst een van de broeders er met hem over praten, de ‘expert op het gebied van Openbaring in de gemeente’. Die wilde echter niet luisteren. Openbaring moest volgens hem worden uitgelegd als voorspelling van de toekomst, als ‘spoorboekje’ van de sociale, politieke en ecologische gebeurtenissen in de komende jaren. Waarom? Omdat het genre van het boek dat noodzakelijk maakt? Nee, want Openbaring is apocalyptische literatuur, een genre dat werd gebruikt om in symboliek de huidige situatie van een onderdrukt volk te duiden. Omdat deze uitleg mensen dichter bij God brengt en hun geloof ondersteunt? Nee, want bij mijn broer, bij mij en bij vele anderen leidt deze uitleg alleen tot veel gepuzzel en intellectuele discussies (op zijn best) en tot bezorgdheid en angst (veel vaker). De uitleg was zo letterlijk omdat er in Openbaring ergens letterlijk staat dat het gaat om profetie - en dus moet het hele boek in de eerste plaats als toekomstvoorspelling worden uitgelegd.
Toen mijn broer dit vertelde, kon ik het niet nalaten een diepe zucht te slaken. Had deze broeder niet geleerd hoe hij een verhaal moest lezen? Als hij de Donald Duck doorbladerde, geloofde hij dan ook dat er ergens een echte pratende eend moest zijn? Maar (huiver) dit is niet eens zo vergezocht. Want toen de christelijke roman The Shack (De uitnodiging) verscheen, waarin een man die met verdriet worstelt de drie personen van de drie-eenheid ontmoet, waren er mensen die in de bergen van Oregon naar de bewuste schuur gingen zoeken. En op internetfora zeide ze dat ze de boodschap van The Shack  niet konden aanemen als het verhaal niet echt gebeurd was, als de hoofdpersoon niet werkelijk God de vader ontmoet had. Het was voor hen kennelijk niet mogelijk te accepteren dat de schrijver wel degelijk dingen had geleerd in zijn wandel met god en die nu in de vorm van een verhaal had opgeschreven. Net zo zijn er christenen die de Harry Potter-boeken letterlijk lezen en geloven dat kinderen heksen of tovenaars zullen worden als ze de boeken en films tot zich nemen. En jaren daarvoor verschenen er zelfs in gerenommeerde bladen als de Visie (van de EO) artikelen als zou The Lion King van Disney gevaarlijk zijn omdat er New Age-gedachten in zouden schuilen.

Het lijkt erop alsof deze christenen niet in staat zijn om een verhaal te lezen als een verhaal, en niet kunnen accepteren dat de boodschap van een verhaal, wat een verhaal met iemand doet, niet via een letterlijke lezing gegrepen kan worden, maar zich op een ander niveau afspeelt. Kinderen willen helemaal geen tovenaars worden, ze willen moedig en heldhaftig zijn als Harry, of goede vrienden als Ron, of leergierig als Hermione. Ze lezen de boeken niet als een handboek ‘hoe wordt ik heks’. Zelfs mensen die zich bezighouden met Wicca geven aan dat de Harry Potter-serie niks met hekserij van doen heeft. Maar toch houden deze christenen angstvallig aan hun letterlijke interpretatie vast. Ze zijn bang iets kwijt te raken als ze bijvoorbeeld Genesis of Openbaring niet langer als letterlijke geschiedschrijving of toekomstvoorspelling lezen. En dat terwijl deze teksten als geschiedschrijving of toekomstvoorspelling niet eens mensen spiritueel veranderen of dichter bij God brengen. Het gaat om feiten waaraan moet worden vastgehouden. En ik bedacht me dat hier een connectie lag met de transactionele manier van in het leven staan.
Ten eerste denken deze mensen namelijk zwart/wit, alles-of-niets, letterlijk, omdat het daarmee makkelijker is de precieze voorwaarden te kennen waar we aan moeten voldoen om Gods goedkeuring te winnen. Zo lang mag iemands haar zijn, en zo veel zou iemand in de collecte moeten doen. En bovendien zijn zo de eisen waar ze de moraal en gerechtigheid van andere mensen mee kunnen afmeten lekker duidelijk. Geen ambivalentie: iemand die van mensen van hetzelfde geslacht houdt is een Sodomiet, iemand die graag boeken leest vlucht uit de realiteit. Maar bovendien verwachten ze iets terug voor de letterlijkheid en het zwart/wit-denken zelf. Het is voor hen een prestatie (daarom dat mensen die de bijbel niet langer letterlijk lezen als ‘minder goede christenen’ worden gezien, of als zwakker in het geloof) die hen Gods waardering moet opleveren. Ze zien zichzelf als beter of moreel zuiverder omdat ze nog wel kunnen geloven dat de Aarde in zes dagen geschapen is. En argumenten daartegen raken hen daarom niet alleen in hun denkbeelden, maar in hun identiteit, hun idee van iemand die genoeg doet of gelooft om Gods liefde waard te zijn.
Maar in werkelijkheid verarmt deze manier van denken ze enorm. En niet alleen omdat ze zichzelf afsnijden van een groot deel van de menselijke cultuur. Ook hun spirituele leven raakt verarmd. De inhoud ervan verdwijnt namelijk. Het wordt gereduceerd tot woorden, het zwart en wit van letters op papier. Woorden die alleen belangrijk zijn in hun letterlijkheid, maar niet om hun betekenis, niet om waar ze naar verwijzen. Sterker nog: waar woorden naar verwijzen telt helemaal niet meer. Ik heb vaak genoeg mensen horen zeggen: ‘Ja, er staat dat God liefde is. Maar Gods liefde is heel anders dan menselijke liefde. God kan liefde zijn en tegelijk mensen in de hel martelen.’ Het woord liefde heeft geen inhoud meer. En dus gaan deze mensen van alles alleen de oppervlakte zien. Van God (alleen als rechter), en andere mensen (die ze oordelen) en zichzelf (als zondaars of heiligen).
Echte heiligheid, goedheid en liefde, van schoonheid, rechtvaardigheid en verlangen kennen ze niet meer van binnenuit, en kunnen ze dus ook niet meer uitleven. Lees bijvoorbeeld wat katholieke blogger Steven Greydanus schrijft over het belang van kerkinrichting: “A spartan, IKEA-style worship space conveys no sense of history or tradition, of grandeur, drama or passion. It is practical, deracinated, bloodless, antiseptic. There is nothing to electrify the imagination, nothing to stir or unsettle the emotions. If you painted it white, it would look like the Church of Apple.” In de kerk waarin ik opgroeide, werd ook gezegd dat hoe de kerk er uitzag er niet toe deed. Kale kerkbanken, TL-verlichting. Het deed er niet toe. We hingen geen kruis in de kerk en geen afbeeldingen van Jezus. We zongen zelfs niet met muziekinstrumenten, want dat leidde alleen maar af. Maar ook het uitsluiten van schoonheid verandert het hart van mensen. “What about those raised in spartan IKEA-style churches, with blandly soothing music and genially anemic homilies? Will they produce artists inspired to create great art? More importantly, will their people be inspired to lead heroic, virtuous lives? And, if so, will it be because of those IKEA-style spartan spaces, or in spite of them?”

Ikzelf ben steeds meer geneigd te zeggen dat de vraag of iets ‘letterlijk’ waar is er helemaal niet toe doet. Niet dat het niet belangrijk is of Jezus uit de dood is opgestaan. Dat geloof ik zeker en vormt de kern van mijn geloof. Maar ik was er niet bij, en het is in de tijd ongelofelijk ver van mij verwijderd. Ik kan het op geen enkele manier bewijzen. Ik moet om het aan te nemen een geloofssprong maken. En dat doe ik omdat het verhaal op een andere manier voor mij belangrijk is dan vanwege haar letterlijkheid. Voor mij bevestigt het verhaal van Jezus’ opstanding dat het leven van de individuele mens, in deze wereld, in zichzelf waardevol en betekenisvol is. Zozeer dat God datgene wat dood is uit de dood opwekt. Dat geldt voor mij en voor de hele wereld als zodanig. En Jezus was van die opwekking de eerste vrucht, de voorbode. Dit is de kern van mijn overtuiging en daarom geloof ik in de opstanding van Jezus. Maar mijn geloof is dus niet gebaseerd op de letterlijkheid van het verhaal. Of een verhaal waar gebeurd is, is ook niet waar een verhaal om gaat. C.S. Lewis zegt in ‘God in the dock’ dat de lezer door verhalen in staat is “iets als werkelijkheid te ervaren wat anders slechts als een abstractie kan worden begrepen.” Dit gold ook voor het evangelie, zegt hij in The Pilgrims Regress: “Het moet worden begrepen door de verbeelding, niet door het intellect.”  Alistair MacGrath onderstreept: “The fundamental appeal of the Christian faith is imaginative, and is grasped through an apprehension of the panorama of reality that it offers.”
Het goede nieuws gaat over echte zaken, als waarheid (niet feitelijkheid, maar werkelijkheid), schoonheid, liefde - wat ons mensen maakt - en die zijn niet via het intellect of de rede te benaderen. Het feit dat The Lord of the Rings niet echt gebeurd is, maakt dus het diepe verlangen dat bij mij wordt opgewekt als ik het kijk, niet minder waardevol. De rilling die mij over de rug loopt als Gandalf in de films de elfenlanden beschrijft -“The grey rain curtain of this world rolls back and all turns to silver glass. And then you see it. White shores, and beyond, a far green country under a swift sunrise” - is niet betekenisloos. De diepe ontroering die ik voel bij sommige muziek, de hoop op herstel en genezing bij het kijken van een Pixar-film, het zijn allemaal echte zaken, echt belangrijk. Sterker nog, ook al is de aanleiding van deze verlangens een verhaal waarvan ik weet dat het niet echt gebeurd is, ze maken wel dat ik nog steeds in God geloof. Als ik in mijn hart gegrepen word door schoonheid en betekenis, voel ik dat namelijk als een diepe aanraking, en ik weet op de een of andere manier zeker dat schoonheid, waarheid, en liefde echt moeten zijn. Dat ze de basis moeten vormen van de werkelijkheid. Dat de betekenis van mijn leven hierin te vinden is. En dat er dus ook een betekenisgever moet zijn: God, de bron van alle waarheid, schoonheid en intimiteit. En op dezelfde plek in mijn hart ervaar ik soms iets van Gods aanwezigheid. Niet vaak, maar soms voel ik hem. En soms hoor ik hem zelfs. En dan vertelt hij dat hij van me houdt, en dat ik niets kan doen waardoor ik die liefde zou kunnen kwijtraken. Hij zegt me dat ik door hem wordt gedragen en dat zijn liefde werkelijk onvoorwaardelijk is. Dit is hoe God zich aan mij openbaart. En dat is voor mij de toetssteen.
Ik herken deze stem namelijk in wat andere mystieke schrijvers zeggen. In de woorden van Julian of Norwich bijvoorbeeld: “All shall be well, and all shall be well and all manner of thing shall be well” en “God loved us before he made us; and his love has never diminished and never shall.” Niet alleen in het christelijke geloof, maar ook daarbuiten, komt de mystiek uit op deze laag: een werkelijkheid die er al is, en die op geen enkele manier van ons afhankelijk is. Een werkelijkheid die hooguit nog niet op alle momenten zichtbaar is. Kortom, een sacramentele werkelijkheid.

Ik vond ook hiervan een illustratie in Tron Legacy! De jonge vrouw Quorra leeft in de computerwereld. Ze is een van de ISO’s. Kevin Flynn heeft haar verteld over de echte wereld, waar hij vandaan komt, en daar is ze naar gaan verlangen. Ze verlangt bijvoorbeeld naar het zien van de zonsopgang. In de wereld in de computer is namelijk geen zon. De hemel is altijd donker en het kleurenpalet is ook vrij eentonig. Ze vraagt Sam om een zonsopgang te beschrijven. Hij kan het niet, want ze kan zich geen voorstelling maken bij de woorden die hij gebruikt. In de verte schijnt een licht door de wolken. “Zo heb ik me altijd een zonsopgang voorgesteld”, zegt Quorra. In dat licht (dat wordt voortgebracht door de poort tussen de computerwereld en onze wereld, dat dus als sacrament fungeert) ziet Sam ook iets terug van de zon, maar tegelijk is het veel minder kleurrijk en statischer dan de zonsopgang, die hij alleen kan omschrijven als “warm, radiant and beautiful.” Als Quorra zou gaan denken dat het licht in de wolken een ‘letterlijk’ beeld is van de zonsopgang, zou ze er een veel te klein beeld van hebben, en de zonsopgang te kort doen. Ze zou wellicht ophouden met zoeken. Maar het verlangen dat het licht in de wolken in haar oproept, naar iets dat groter en echter is, is wel echt. Het doet haar zoeken naar datgene dat het verlangen in haar hart kan vullen: de echte zonsopgang. Die niet letterlijk beschreven kan worden, alleen maar kan worden ervaren. 
De belangrijkste plek waar de werkelijkheid van onder alle dingen zichtbaar wordt is Jezus ('de uitstraling van Gods heerlijkheid', volgens Hebreeen). Een andere is de bijbel (als sacrament een poort tussen werelden?). Maar we kunnen de werkelijkheid niet zien als we de bijbel lezen als een spoorboekje, of als een wetenschappelijke verhandeling. Niet als we erover discussiĆ«ren op zoek naar de ‘juiste interpretatie’. Dan zijn we namelijk transactioneel bezig, dan maken we er een prestatie van. We moeten geen moment de vergissing begaan om te denken dat de bijbel de waarheid zelf is. De waarheid zelf is dieper dan de werkelijkheid, te groot om in woorden gevangen te worden. Maar de bijbel kan er iets van zichtbaar maken. Als we de bijbel zichzelf laten zijn en oog hebben voor het verhaal dat erin wordt verteld, kan hij ons op dezelfde plek en in dezelfde verlangens raken als The Lord of the Rings. Dan kunnen we God ontmoeten. Het enige wat we hoeven doen, is wat we doen als we een film kijken, of een boek lezen, of muziek luisteren. Wat we doen als we naar een vriend luisteren, of naar God. We stellen ons ervoor open. En laten we hier geen geestelijke prestatie van maken, of vergelijken hoe vaak we de bijbel van kaft tot kaft hebben doorgelezen. De werkelijkheid waar de bijbel een sacrament van is, wordt niet veranderd en blijft altijd bestaan, of we de bijbel nu lezen of niet. We zijn geliefd en ongelofelijk waardevol. Of we de bijbel wel of niet letterlijk nemen, verandert daar geen zier aan.

Wordt vervolgd …

maandag 19 maart 2012

Boekbespreking: The Ale Boy's Feast

Ik snap natuurlijk dat jullie allemaal naar de winkel rennen (of Amazon opstarten) zodra ik op mijn blog een film- of boekbespreking publiceer. Maar in dit geval zou dat wat voorbarig zijn. Niet dat ik dit boek niet van harte aanbeveel. Maar het is het vierde deel van een serie. Dus als je door mijn boekbespreking geintrigeerd raakt, koop of bestel dan het eerste deel eerst (Auralia’s Colors) en lees de serie in de goede volgorde. Je zult er geen spijt van krijgen.
Maar waarom dan toch een bespreking van het vierde deel van een fantasyserie, waarvan ik de eerste delen niet heb besproken? Ik denk dat het zin heeft. In het slot van een serie (in elk geval van deze serie) worden de thema’s van het verhaal opeens duidelijker. Terwijl de verschillende verhaallijnen hun ontknoping naderen, komen de motivaties van de hoofdpersonen opeens tevoorschijn, en wordt ook duidelijk waaraan de gekwelde helden hun hoop ontlenen. Allerlei losse einden en puzzelstukken uit eerdere delen vallen opeens op hun plek. Waar ik in de eerste delen nog wat afstand ervoer van de hoofdpersonen, en als lezer weinig investeerde in hun belevenissen, kwamen ze nu voor mij tot leven, en was ik oprecht betrokken bij hun wedervaren. In dit geval betekende dit dat ik mijn oordeel over de eerdere delen (die ik overigens goed vond, in elk geval goed genoeg om ook het vierde deel te lezen) moest herzien. Ik zag opeens wat de auteur wilde bereiken. Delen van het verhaal die ik er los bij vond hangen bleken opeens toch verbonden met het grote verhaal. En dus steeg na het lezen van het slot ook mijn bewondering voor de serie als geheel. Vooral omdat de schrijver christen is - Jeffrey Overstreet was lang filmrecensent voor Christianity Today. Anderhalf jaar geleden deed ik mijn beklag op mijn blog over het feit dat er geen christen-schrijvers zijn tegenwoordig die staan in de traditie van C.S. Lewis, J.R.R. Tolkien of G.K. Chesterton (en George MacDonald), schrijvers die diep en eerlijk nadenken over het christendom en haar relatie met cultuur, verhalen en betekenis, en die tegelijk zelf verhalen schrijven. Niet (in de eerste plaats) om te evangeliseren of een ander leerstellig punt te maken, maar om te scheppen, om hun taak als ‘subcreator’ te vervullen. Het is nog iets te vroeg om Jeffrey Overstreet aan te wijzen als hun opvolger (ik zou nog een boek van hem willen lezen), maar hij laat duidelijk zien wel degelijk in hun lijn thuis te horen. Zijn verhaal is namelijk niet prekerig (verschillende recensies op Amazon beschuldigen zijn boek er van niet een christelijke wereldvisie uit te dragen - onzin, maar ik vind het een verkapt compliment!), en is in de eerste plaats geschreven voor de karakters, de wereld en de duidelijk merkbare vreugde van de schrijver in het schrijven zelf. Geen opgeheven wijsvinger, dus - en geen overdreven terughoudendheid in het beschrijven van minder hoogstaande mensen en hun daden. De moraal van dit verhaal komt voort uit de totale natuur en persoonlijkheid van de schrijver en is dus niet kunstmatig. En de moraal is bovendien niet leerstellig, maar uitnodigend. Schoonheid, mysterie, kunst, het stellen van vragen, de wijsheid van kinderen en het achterlaten van veiligheid - dat staat centraal. En waar dat heen leidt blijft (letterlijk) in nevelen gehuld - maar ik meen met de auteur dat wie oprecht de verlangens volgt die in zijn hart zijn gelegd, verlangens naar schoonheid, waarheid, en relatie, zal uitkomen bij de Schepper van het verlangen - tegelijk de enige die ze ooit geheel kan vervullen.

Overstreet gebruikt een geheel eigen stijl in zijn verhalen. Heel beeldend (zijn oog als filmrecesent komt hem van pas) - ik heb gezien dat hij in recensies werd vergeleken met de stijl van een filmscript. Het stimuleert wel de verbeelding, en geeft een duidelijk gevoel van sfeer. Het maakt bovendien dat je dit boek niet snel kunt lezen. Je moet je aandacht erbij houden, je moet je concentreren. Je kunt niet even tussendoor je ogen over de pagina’s laten gaan. Dit is precies wat de auteur beoogt te zeggen: dat je als mens aandacht moet hebben voor de schoonheid van de wereld rondom je, en er zorg aan moet besteden. Dat die aandacht vrucht afwerpt in je leven. De vorm sluit dus aan bij de inhoud. Maar Overstreet gaat er een stap te ver in - naar mijn mening. Hij verzint namelijk ook een hele ecologie voor zijn wereld, met allerlei fantasievolle planten en dieren. Zo rijden veel mensen in het boek niet op paarden, maar op Fawns, tweebenige reptielen, die om te eten met een slurf in de modder zuigen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben groot liefhebber van nieuwe ecosystemen, werelden met nieuwe planten en dieren. Maar deze horen thuis in science fiction, niet in fantasy. In een SF-verhaal zou de vreemdheid van de biologie nameljk zijn waar het verhaal om draait - het verkennen van een nieuwe wereld, het ontdekken van de verbanden en de samenhang. In een fantasy-verhaal voegt het een extra onwerkelijkheid toe aan het verhaal, wat het veel moeilijker maakt om in het verhaal te geloven. De laag van de ‘magie’, van het wonderlijke, het fantastische, is waar het om gaat in de fantasy. Daarom dat de wereld eromheen vaak vrij gewoon is - geen bizarre dieren, maar wolven, paarden, arenden (zelfs op werelden met twee manen of een totaal ander weersysteem). De lezer accepteert al dat er magie is in deze wereld. Hij moet in Overstreets boeken ook accepteren dat alle planten en dieren er anders uitzien (hoewel ze geen rol spelen in de kern van het verhaal). Ikzelf als amateurbioloog ging me bijvoorbeeld afvragen hoe het ecosysteem werkte, hoe zulke grote rijdieren genoeg voedsel uit de modder konden halen, hoe de bomen langs een ondergrondse rivier in leven konden blijven, hoe de mens in dit geval geevolueerd kon zijn et cetera. In een SF-verhaal legitieme vragen (want wetenschappelijk), maar niet in fantasy. Een enkele laag onwerkelijkheid is volgens mij voldoende. In mijn visie zouden deze boeken veel beter zijn geweest als het niet-magische, niet-wonderlijke deel van de wereld meer had geleken op onze wereld - als de hoofdpersonen gewoon op paarden reden. Nu is het moeilijker dan strikt noodzakelijk om je in deze wereld in te leven. Maar die moeite is het boek meer dan waard.

Het verhaal is gesitueerd in 'The Expanse', een land dat van ouds wordt geregeerd door vier ‘huizen’. Maar in de loop van de geschiedenis is elk huis het slachtoffer geworden van een vloek. Huis Cent Regus verviel in chaos toen haar bewoners verslaafd raakten aan ‘The Essence’ en verwerden tot beestmensen. In Huis Jenta vervielen de filosofen en tovenaars tot een existentiele wanhoop omdat ze het leven als zinloos gingen zien. Huis Abascar stortte in, omdat de fundamenten werden ondergraven door zwarte wortels, en huis Bel Amica raakte in de greep van zieners, die hun onderdanen de vervulling beloofden van hun wensen naar macht en invloed. En het verval lijkt zich uiteindelijk zelfs uit te breiden naar de natuur van The Expanse, die zich in toenemende mate keert tegen de restanten van de menselijke huizen.
Maar er is ook een andere lijn. Iedereen in dit gebied droomde als kind van ‘The Keeper’, een mysterieus wezen, gelijkend op een draak, die een onbestemd verlangen opwekt. En in een voetafdruk van de ‘Keeper’ vonden twee verzamelaars van huis Abascar een meisje: Auralia. Zij bleek de gave te hebben om kleurrijke schilderijen en kunstwerken te maken, schoonheid die niemand in The Expanse eerder gezien had, schoonheid die een ontwrichtend effect had op de levens van verschillende mensen. De grijze machthebbers sloten haar op in de gevangenis. Maar anderen: de beestmens Jordam, de prins Cal-Raven en de ‘Ale Boy’ gingen naar Auralia’s kleuren verlangen en gingen op avontuur.
Na de val van huis Abascar nam prins Cal-Raven de taak op zich de restanten van zijn volk naar een veilige plek te leiden. Hij heeft ook een locatie in gedachten. Inius Throan, de legendarische eerste stad, gebouwd door de mytische voorvader van de vier huizen, diep in het scheidingsgebergte. De weg ernaar toe blijkt echter niet eenvoudig. De Ale Boy probeert tegelijkertijd de slaven van de beestmensen te bevrijden en hen langs een ondergrondse rivier naar de vrijheid te voeren. Maar zijn heldhaftige inzet eist een verschrikkelijke tol. Ondertussen zoekt magier Scharr Ben Fray, de mentor van Cal-Raven, naar antwoorden. In de resten van zijn geboortegrond Huis Jenta ontdekt hij dat het hele geloof van The Expanse wel eens gebaseerd zou kunnen zijn op een verschrikkelijke leugen. En van Auralia en haar belangrijkste kunstwerk ontbreekt al een tijd lang elk spoor ...

Jeffrey Overstreets non fictie boek heette Looking closer en zijn blog heet nog steeds zo. Dit is een van zijn hoofdthema’s: dat de werkelijk betekenisvolle dingen niet aan de oppervlakte liggen of direct waarneembaar zijn, maar dat je er moeite voor moet doen, er aandacht voor moet hebben. Dat je van dichterbij moet kijken. Dit brengt hij zelf in praktijk in zijn filmbesprekingen, waarbij hij met een goed oog voor detail de nuance van het verhaal naar voren haalt, en de glimpsen en verwijzingen naar het goddelijke weet te vangen. Het betekent echter niet dat je door hard studeren, en lange inspanning gegarandeerd die belangrijke zaken kunt bereiken, of dat dit altijd noodzakelijk is.
In The Ale Boy’s Feast is ook sprake van een geheim achter de wereld, een leidend principe dat alles lijkt te doortrekken, een macht die mensen motiveert en leven brengt. En ook in dit boek zijn er karakters die denken dat ze met hun denken en hun studeren deze diepe waarheid kunnen doorgronden - maar zij blijken uiteindelijk het bij het verkeerde eind te hebben. Wat belangrijk is in het leven is niet materieel, niet tastbaar, niet grijpbaar. Het is niet een grondstof of product dat wij kunnen bewerken of manipuleren. Als dat wel zo was, zouden we het direct aangrijpen om andere mensen te controleren of te overheersen (zo zijn we ook wel weer als mensen). En het diepe geheim van de werkelijkheid, het Grote Verhaal, de schat waar we allemaal naar zoeken, kan op geen enkele manier worden gebruikt om over anderen te heersen, of je eigen invloed in de wereld te vergroten. Wie alleen uit is op macht, zal merken dat deze zaken als zand tussen zijn vingers wegglijden, of als een spook aan zijn greep ontsnappen. 
Het diepe geheim van het leven openbaart zich daarentegen in vluchtige dromen (en vooral in die van kinderen, die nog een helder beeld hebben op de realiteit van het leven). Het openbaart zich in kunst en in landschappen, en soms maakt het zo’n indruk op ons, dat het visioen een litteken in ons achterlaat. Een verlangen dat ons blijft achtervolgen. Het openbaart zich in nederige mensen, die eenvoudige dingen maken en gewoon voor elkaar zorgen. En het nodigt mensen uit om op zoek te gaan, om de ogen open te houden, om hun werkelijke thuis te vinden. Het geheim van de wereld ligt namelijk altijd buiten mensen zelf. Het bevindt zich in schoonheid - de schoonheid van de natuur, of van kunst. In waarheid - in eerlijkheid naar zichzelf en anderen, en het avontuur om te doen wat goed is. En het ligt in relaties - in de ander, die belangrijk is op zichzelf, en die altijd de ander zal blijven. Schoonheid, waarheid en relatie - de drie grote verlangens van de mens. En alle drie zijn het vormen van liefde, liefde voor iets betekenisvols buiten het zelf. Liefde die datgene buiten het zelf belangrijk vindt juist omdat het zichzelf is. Liefde die de schoonheid, de waarheid en de andere mens niet hoeft te bezitten of te controleren, maar deze wil liefhebben, wil ervaren, wil ontvangen.

Dat is waarom mensen wat belangrijk is nooit zullen kunnen bezitten of controleren - je kunt het namelijk alleen ontvangen. Je kunt er alleen maar voor open staan. Je moet je ogen ervoor open houden, op de uitkijk zijn, je laten verbazen. Je moet gericht zijn op wat buiten jezelf is, en niet bezorgd zijn over ‘eten of drinken, of waarmee u zich zult kleden, want naar al deze dingen verlangen de volken’. Je moet worden als de kinderen, want van hun is het koninkrijk der hemelen (en ik schrijf het hier allemaal wat poetisch op, maar ik geloof dat dit het koninkrijk der hemelen is: schoonheid, waarheid, intimiteit - dit is het karakter van God, die liefde is. Dit is wat hij wil schenken!). Niet toevallig worden degenen in dit verhaal die het geheim bereikt hebben omschreven als kinderen (de ‘Northchildren’). En niet toevallig is Auralia in het eerste boek een kind als ze met haar kleuren mensen wakker schudt uit hun grijze leven (uit de mond van kinderen en gekken ...). En niet toevallig is dit boek genoemd naar de Ale Boy - een eenvoudige jongen die alleen zijn taak doet, en door anderen ‘Rescue’ wordt genoemd. Kinderen kunnen een situatie nemen zoals die is, kinderen kunnen eenvoudig ontvangen, kinderen kunnen werkelijk genieten. Kinderen kunnen ongeremd verlangen. En zo is het met het koninkrijk van God ook. Het wordt gegeven aan wie gelooft, dat wil zeggen: aan wie ernaar verlangt, wie ervoor openstaat. Iets dat buiten je is kun je namelijk alleen met open handen aanvaarden, maar je kunt het nooit vastgrijpen.
Ik probeer dat vaak wel. In al mijn pogingen om ‘een relatie met God’ te hebben. In mijn bijna dwangmatige discipline van vroeger met betrekking tot gebed en bijbellezen. In mijn plichtmatige kerkgang. In mijn vasthouden aan leerstellingen en dogma’s. Ik probeer God aan mij te onderwerpen, ik probeer met mijn inspanningen zijn eeuwigheidsleven te controleren. Maar dat lukt niet. God is altijd de Ander, die zich niet laat manipuleren, maar die zich wel wil geven. Heel vaak sta ik niet open voor dat geschenk. Zolang ik namelijk blijf controleren, ben ik gefocust op wat ik doe, op mijn handelen en mijn verwachtingen, en zijn mijn zintuigen (materieel en geestelijk) niet open voor wat buiten mij is. Zolang ik maar blijf schreeuwen, hoor ik niet de zachte, fluisterende stem die tot mij spreek. Maar wat buiten mij is neem ik alleen waar als ik mijn inspanningen opgeef en begin te kijken, te luisteren. En dan gebeurt het opeens dat ik uit de trein de zon zie opgaan boven benevelde weilanden en door die schoonheid diep in mijn hart geraakt wordt. Dan gebeurt het opeens dat ik inzicht krijg in wat liefde is en weet dat ik dat niet zelf verzonnen heb. Dan gebeurt het opeens dat ik met een ander ben, en ik vergeet mezelf even. Dan merk ik de flitsen van verlangen opeens, verlangen naar echte schoonheid, waarheid en liefde, naar echte betekenis (gegeven door God en niet door mij), en dan stel ik mijn gedachten ook open voor die grote Ander, dank hem, en laat hem spreken. Het zijn glimpsen, suggesties. We zien nu nog door een spiegel, als in raadselen, zoals Paulus zegt. Maar eens zullen we kennen, zoals we zelf gekend zijn.

Ik heb mijn punt meer geschetst in beelden en suggesties, dan in een gestructureerd en helder betoog - voor een deel is dat omdat ik zit te schrijven in de trein en mijn recensie graag vanavond wil plaatsen, maar misschien is dit ook wel de manier waarop deze boodschap het best bij de lezers landt. Niet door ze er over te vertellen, en hun intellect in te lichten, maar door ze ernaar te laten verlangen. The Ale Boy’s Feast had dat effect op mij. Ik ving bij het lezen van dit boek een paar glimpsen op van het Grote Verhaal. En ik wilde me er meer voor open stellen. Boeken die dit effect hebben, kan ik van harte aanbevelen.

donderdag 5 mei 2011

Aardman, monstergevechten, apocalyptische films, Malazan Book of the Fallen, gevaarlijke genade, en actieve kerken

Hugh Grant spreekt een stem in voor de nieuwe film van Aardman - gemaakt met klei - over piraten. Waarin ook Charles Darwin voorkomt. Wordt vast hilarisch!

Een gevecht tussen een mier en een spin heeft een onverwacht einde.  Over gevechten gesproken: uitgestorven zeereptielen de IchthyosauriĆ«rs blijken onderling behoorlijk te hebben gevochten blijkt uit littekens op als fossiel teruggevonden kaken.

Er komt een hele serie films aan over mensen die het eind van de wereld tegemoet zien, waaronder een met Willem Dafoe. Zouden we ons als beschaving soms ongerust voelen over de toekomst? Zelfs zonder een christelijke eindtijdcampagne lijkt dat het geval te zijn.

Het einde van de wereld dreigt ook in de nieuwe trailer voor Green Lantern - de eerste space opera superheldenfilm! Ik ben enthousiast!

Ondertussen is Wolverine-acteur Hugh Jackman gevraagd voor een rol in Fantastic Voyage - over een onderzeebootreis in het menselijk lichaam.

Op SF Site wordt de hele serie The Malazan Book of the Fallen van Steven Erikson besproken - misschien wel de belangrijkste fantasyserie ooit geschreven. 

En een groep enthousiaste fans wil een verhaal van Terry Pratchett over Cohen de Barbaar verfilmen. Met medewerking van Terry Pratchett zelf!

Een mooi citaat van Walker Percy: "This life is too much trouble, far too strange, to arrive at the end of it and then to be asked what you make of it and have to answer “Scientific humanism.” That won’t do. A poor show. Life is a mystery, love is a delight. Therefore I take it as axiomatic that one should settle for nothing less than the infinite mystery and the infinite delight, i.e., God. In fact I demand it. I refuse to settle for anything less. I don’t see why anyone should settle for less than Jacob, who actually grabbed aholt of God and would not let go until God identified himself and blessed him."

Scherpe woorden van Chaplain Mike op Internetmonk over de neiging van kerkleiders om hun kerkleden mee te sleuren in allerlei activiteiten en bezigheden: "Pastors and churches create mountains of pure “busy work” for people. A large percentage of the activity that takes place in church culture produces nothing, helps nothing, makes nothing better, teaches nothing, accomplishes nothing. It simply keeps people busy doing “Christian” things. This is not how God blesses the world through his people. The world will become a better place when Christians learn to take their places in all realms of vocational life, devote their time and energy to doing good, productive work in the world, and helping their neighbors by actually achieving something. And churches will contribute much more the more we encourage this."

Dat hangt samen met de neiging van de kerk om het niet over Jezus te hebben, denkt Jeff Dunn op dezelfde site. "Without Jesus, all we have is a moralistic religion, and a not very fun one at that. We would be better off to each buy a copy of Rhonda Byrne’s The Secret, work the system, and try to make as much money and find as much happiness as we can. Without Jesus, there is no Christianity. Without Jesus we are left with churchianity—and that makes us of all men most miserable."

Veel goeds op de Internetmonksite deze week, zoals aandacht voor genade, het meest angstaanjagende woord uit het christelijke lexicon. "We see an area of life that needs attention, roll up our sleeves and work to make it better. That’s our nature. Then along comes Jesus and says, “I don’t need your help. Tell you what. Let me take care of it all, and you just come in and have a drink on the house. As a matter of fact, drink all you want. It is my blood, and it is given freely for you.”any time someone teaches “Jesus plus something,” even if it is just a little something, they are not improving on the Gospel, or even distracting from the Gospel. Teaching Jesus plus something is the utter destruction of the Gospel."