Posts tonen met het label herstel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herstel. Alle posts tonen

vrijdag 21 februari 2014

Gedicht: sprookjesbal

Sprookjesbal

De weg was lang en steil
onder een duist're hemel.
Je voeten waren ruw,
je kleren vuil, je haar
verward, aaneen geklit,
toen je de poort bereikte
van het paleis. Je klopte,
bang te worden afgewezen
er niet te mogen zijn.
Was bijna omgekeerd.

Toen opende zich de deur,
ging je de drempel over
de warmte in. Je kleed
werd van je afgenomen.
Je werd vriendelijk onthaald,
zonder afkeer of verwijt,
meegevoerd naar spiegels
waar de dienaars stonden
al op je te wachten. Je liet
hen hun werk verrichten.

Hun handen veegden tranen
van je ogen, kleurden je
lippen rood, je wimpers zwart,
verfden je nagels. Je haar
werd zorgzaam opgestoken.
Ze hulden je in kant,
satijn, leer en brokaat,
hingen stenen aan je oren
bonden zilver om je hals,
bezet met diamanten.

In de reflectie zag je niet
langer wie je was, maar meer:
potentie werkelijkheid.
Hart bonzend schreed je door
naar binnen en naar buiten
in een balzaal groter dan
de wereld, de vervulling
van je diepste dromen.
Je zag hem naar je kijken,
glimlachend, zijn hand naar je uitgestrekt.

En toen begon de dans.

vrijdag 10 januari 2014

Het sacrament en jij (3): een nieuwe gerichtheid

In biologieboekjes voor kinderen las ik ooit de beschrijving van een proefje dat je makkelijk thuis kunt uitvoeren. Het is heel simpel. Je hebt een witte bloem nodig, bijvoorbeeld een chrysant, die zet je in water. Vervolgens giet je blauwe inkt, bijvoorbeeld uit een vulpenvulling, in het water. Je laat de bloem staan. Even later is de bloem blauw geworden. Misschien zijn de punten van de bloemblaadjes nog wit, maar als je lang genoeg wacht verkleuren die ook. De inkt is via de steel opgezogen en is uiteindelijk via steeds kleinere capillairvaten terecht gekomen tot in het verste uiteinde van de bloem.
Het experiment leert de jonge onderzoekers iets over bloemen en planten, maar het laat volgens mij ook iets zien over de werking van God in de schepping, namelijk dat verandering begint van binnen en vervolgens naar buiten toe doorwerkt. De innerlijke verandering zal uiteindelijk aan de buitenkant zichtbaar worden, maar begint daar niet. Je zou kunnen zeggen dat wat binnenin is (het erfelijke materiaal, de kleurstof) wordt geopenbaard. Je zou kunnen zeggen dat de kleur aan de buitenkant het sacrament is van de inwendige verandering, namelijk van de inkt in het water.

Als God dit principe zo duidelijk in de biologische schepping heeft gelegd, is het mijns inziens redelijk te veronderstellen dat het wel eens breder zou kunnen gelden. Het zou zo maar eens kunnen dat het is hoe hij zelf actief is in zijn schepping: van binnenuit. Niet voor niets gebruikt Jezus is zijn gelijkenissen zoveel voorbeelden uit de biologie. Zaad dat onzichtbaar in de aarde gezaaid is, en zichtbaar wordt als het groen bovenkomt. Gist dat in brooddeeg verstopt is en zichtbaar wordt als het deeg rijst. Een wijnrank die vast moet blijven zitten aan de stam en dan vrucht zal dragen. De boom die je kunt herkennen aan de vrucht. Het is hetzelfde principe. De verandering waar God op aan stuurt volgens de gelijkenissen is niet een cosmetische verandering, een verandering van het uiterlijk, van het gedrag. Het gaat hem er helemaal niet om hoe we ons gedragen, of we wel genoeg ons best doen, of we er wel uitzien als het ideaalbeeld. Kijk naar wat Jezus de Farizeeën verwijt. Hij zegt tegen ze dat ze wel de buitenkant van de beker schoonmaken, maar niet de binnenkant. Dat ze witgekalkte graven zijn. Van buiten mooi schoongemaakt, maar van binnen vol dood en verderf. (Matteus 23) Ze gaven wel tienden van de tuinkruiden aan de tempel, maar in hun hart werden ze gekenmerkt door trots en hebzucht. Het was alleen nog niet openbaar geworden. Dat zou gebeuren rond de kruisiging van Jezus, toen voor iedereen zichtbaar werd wat er belangrijk was voor deze mensen. Wat binnen in hen was, kwam toen naar buiten, volgens het principe van de schepping, van Gods werkelijkheid.
De religieuze wereld van Jezus’ tijd functioneerde rond het uitgangspunt dat het draaide om het aanpassen van gedrag: je werd rein door bepaald gedrag te vertonen, en door ander gedrag werd je onrein, bijvoorbeeld door de verkeerde dingen te eten of de verkeerde mensen aan te raken. Jezus rekent met die manier van denken af: ‘Zien jullie niet in dat niets dat van buitenaf in de mens komt hem onrein kan maken ... Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen komen slechte gedachten ...’ (Marcus 7:18,21). Mensen worden niet onrein omdat ze zich op een verkeerde manier gedragen. Ze gedragen zich verkeerd omdat hun hart, hun spirituele DNA, onrein is. Maar het geldt dus ook andersom. Als je hart goed is, als je spirituele DNA in orde is, zal dat ook in je gedrag zichtbaar worden, zal dat geopenbaard worden in je manier van leven. Dat is waarom Jacobus kan stellen dat geloof dat zich niet daadwerkelijk bewijst, dood is (Jakobus 2:17v). Het geloof dat uiteindelijk niet iemands leven verandert, was kennelijk iets dat zich alleen aan de buitenkant bevond, zoals de gehoorzaamheid van de Farizeeën. Het was niet iets binnenin het hart, iets dat als vanzelf naar de buitenkant doordrong. Het was een vernislaagje, meer niet. Als iemands hart werkelijk door het geloof vernieuwd is, kan het niet anders of dat heeft gevolgen. Het nieuwe leven is als bruisend, stromend water, dat in ons hart ‘een bron wordt waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft’ (Jh4:14; 7:38). Het borrelt over, en komt naar buiten via onze woorden, ons gedrag, ons lichaam.

Dit wil zeggen dat wat van ons aan de buitenkant zichtbaar is, niet van zichzelf ‘slecht’ is. Ons lichaam is niet onherroepelijk verdorven. De ‘oude natuur’ staat niet gelijk aan onze lichamelijke verlangens, de wensen van ons lichaam, waarmee we zijn geboren. De oude mens afleggen is niet ophouden mens te zijn en je menselijke kant ontkennen. Het verschil tussen de oude mens en de nieuwe mens, tussen de wereld en het koninkrijk van God, is niet dat tussen geestelijk en lichamelijk, tussen materieel en immaterieel. Het is een kwestie van gerichtheid. Onze wil, ons verstand, onze creativiteit, onze seksualiteit waren nooit slecht in zichzelf. Het was hun gerichtheid, waarmee iets mis was. Je kunt het vergelijken met een kompasnaald, die onder invloed van een elektrische stroom niet langer meer naar het Noorden wijst, maar naar het Zuiden. Het is echter niet de kompasnaald zelf, maar de richting ervan, die het probleem veroorzaakt.
Wat de gerichtheid is die leidt tot de desintegratie van het lichaam, die leidt tot het toebrengen van pijn en vernedering aan andere mensen, die leidt tot de dood, heb ik beschreven in het vorige deel van deze serie. Het is het transactionele denken dat het lichaam en andere mensen reduceert tot handelswaren, als lappen vlees waarmee kan worden betaald, of die zelf kunnen worden gekocht en verkocht. Bij de verleiding in de hof van Eden beschuldigde Satan God ervan transactioneel te zijn en stelde de slang zelf een transactie voor: ‘zodra je daarvan eet, zullen jullie als goden zijn en kennis hebben van goed en kwaad’. Let op het ‘als ... dan’, het ‘voor wat, hoort wat’. Daarvoor te kiezen veranderde de gerichtheid van de mens, en werkte direct door in hoe de mens zijn eigen lichaam zag: als een bron van schaamte. En de mens en zijn kinderen gingen vervolgens ook transactioneel met God om. Kain dacht dat het feit dat hij offerde God aan hem verplichte. En hij vond het oneerlijk dat God zich niets van zijn offer aantrok. Tegelijk zag hij zijn broer Abel niet als inherent waardevol, als beschermwaardig puur vanwege het feit van zijn bestaan. Hij zag Abel alleen als concurrent om de gunst van God, en vond zichzelf dus in zijn recht staan als hij hem doodde. Hij dacht dat het leven wat Gods gunst betrof een ‘zero sum game’ was en wilde tegen elke prijs de winnaar zijn. Transactioneel denken leidt tot de dood. ‘Door een enkel mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen’ (Romeinen 5:12). De besmetting spreidt zich uit, van individuele mensen naar de hele wereld. Want mensen die door anderen op transactionele wijze zijn behandeld, gaan de wereld ook transactioneel zien. Uiteindelijk wijst ieders kompas de verkeerde kant op.

Met de naald zelf is echter niets mis. Dat betekent dat om deze situatie te herstellen, om mensen uit de desintegratie van het transactionele leven te verlossen, niet de naald verwijderd hoeft te worden, of vervangen hoeft te worden, maar dat de naald weer de goede richting op gezet moet worden. Net zo hoeven wij onze wil, ons verstand, onze creativiteit of onze seksualiteit niet af te leggen. Ze horen bij ons. De verandering in ons leven begint niet op dat niveau, maar veel dieper. Op dezelfde plek waar we de wereld gingen zien in transactionele termen, moeten we weer in staat worden gesteld om onvoorwaardelijk lief te hebben, om andere mensen en de wereld te zien als inherent waardevol en respect en bescherming waardig. Daar gingen we aan twijfelen door de woorden van de slang, die suggereerde dat God iets voor mensen achterhield, en hen klein wilde houden. Die twijfel kan alleen veranderen, als God ons voor eens en altijd laat zien dat hij echt, onverdeeld, onbetwijfelbaar liefde is, en ons allemaal, individueel liefheeft met een ondeelbare, onvoorwaardelijke liefde. Liefde die ons niet alleen maar tolereert, of die onverschillig is voor onze tekortkomingen. Liefde die niet iets terug wil in ruil voor de liefde, die niet zich laat voorstaan op de eigen offervaardigheid. Liefde die het beste zoekt voor ons, en ons maakt tot de personen zoals we altijd al bedoeld waren. Scheppende liefde.
Het enige dat God doet is die actieve liefde aan ons te laten zien, die liefde openbaren. Hij maakt zijn werkelijke natuur voor ons zichtbaar. Zichtbaar voor onze zintuigen. Zichtbaar in de materie. Dit gebeurde in de incarnatie, toen God mens werd. Jezus zei: ‘Wie mij heeft gezien, heeft de vader gezien’ (Johannes 14:7). Johannes zei: ‘Wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is’ (1 Johannes 1:1). In de mens Jezus Christus was de liefde van de Vader zichtbaar geworden. In de manier waarop hij omging met hoeren en tollenaars (en met Farizeeën), in zijn woorden en zijn wonderen, maar ook in zijn dood en in zijn opstanding. Het leven was geopenbaard (1 Johannes 1:2). Jezus was in al zijn aspecten, in zijn leven, zijn dood en zijn opstanding, een sacrament. In hem was de waarheid van Gods liefde zichtbaar geworden, zodat nooit iemand daaraan kan twijfelen. En dit teken laat dus zien dat God ons op dezelfde manier liefheeft. God heeft ons lief zoals Jezus anderen liefhad. Maar vooral: God heeft ons lief, zoals Hij Jezus liefhad (Johannes 17:23).
Dezelfde scheppende liefde, waarmee hij Jezus opwekte uit de dood, is de liefde waarmee Hij ons liefheeft. Als we dat werkelijk toelaten, als we die liefde zijn gang laten gaan in ons hart, zonder al die transactionele bezwaren (voor wat hoort wat ... goedkope genade et cetera), verandert er bij ons iets van binnen. We zien opeens dat de liefde van God geen ‘zero sum game’ is, maar steeds toeneemt, en nooit opraakt. We zien opeens dat we daarom niet meer onszelf hoeven bewijzen. Dat we niet meer bang hoeven zijn voor onze duistere kanten, onze tekortkomingen en ons falen. Maar ook dat we ons niet meer hoeven laten voorstaan op onze prestaties. We leren dat me niet meer ‘entitled’ kunnen zijn, of ook maar ergens recht op hebben. We rusten in het feit dat we geliefd zijn. En de wetenschap dat we geliefd zijn, zal van binnen naar buiten in ons doorwerken. Dit is namelijk hoe God ons oorspronkelijk bedoeld had, en als vanzelf zullen alle verlangens en talenten en zintuigen zich naar deze gerichtheid voegen. Onze nieuwe gerichtheid zal zichtbaar worden in wat we willen, waarover we denken, wat we scheppen en hoe we liefhebben. We zullen onze transactionele spelletjes meer en meer opgeven, en anderen zien als respect waardig. We zullen de wereld niet meer uitbuiten en de schepping willen beschermen.
Kortom, we zijn geïntegreerd geraakt: we verdelen onszelf niet meer in delen die we moeten afwijzen, of waarmee we geestelijk gezien handel kunnen drijven (ons lichaam, onze ziel). We zijn weer een eenheid, een compleet persoon, die door God geliefd is als individu. En we reduceren ook anderen niet meer tot ‘slechts lichamen’, tot minder dan mensen. We zien geen verschil meer in waarde tussen mannen en vrouwen, slaven en vrijen, Joden en heidenen (vgl. Galaten 3:28). We hoeven immers van niemand meer iets te krijgen. We zijn, hoe we ook van elkaar verschillen, ‘een lichaam’ geworden (1Korintiers 12:13). Het is het lichaam van Christus. Dat wil zeggen: in ons wordt het leven van Jezus zichtbaar. We zijn zelf ook (collectief en individueel) sacramenten geworden - tekenen van de liefde van God. Wie ons ziet, heeft de liefde van God gezien. Dit is wat het betekent dat Christus in ons hart woning heeft gemaakt (Efeze 3:17). We zijn een nieuwe schepping geworden, het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden (2 Korintiers 5:17). En het lichaam van Christus, het sacrament waarin hij zichtbaar wordt, verandert de wereld. In ons en voor ons en door ons heen krijgt het koninkrijk van God gestalte, de samenleving die gekenmerkt wordt door zijn liefde (vgl Kolossenzen 1:16).

Maar wat de liefde van God doet is niet alleen ons aardig maken, voor onszelf en andere mensen. De liefde van God is een scheppende liefde. Het is de liefde van God die ooit de wereld ten aanschijn riep. Die als een duif op de wateren broedde en het leven schiep. Het is de liefde van God die ook nu elk leven schept. Die ons ‘leven en adem en al het andere geeft’ (Handelingen 17:25). God grijpt niet van buitenaf in de schepping in, alsof hij in een grote viskom graait. God onderhoudt de schepping voortdurend “door het woord van zijn kracht” (Hebreeen 1:3). Hij is niet op te houden met scheppen, zodat de wereld nu als een machine op zichzelf draait, maar alles wat wij om ons heen zien gebeuren is het scheppende werk van God. De aarde draait niet uit zichzelf om de zon, het is het werk van God. Dat het regent is niet het automatisch gevolg van natuurwetten, maar is een handeling van God. God is als het ware in de schepping aanwezig als levenbrengende kracht, die alles in beweging houdt. En net zo was God door zijn liefde aanwezig in Jezus, toen hij dood in het graf lag. En die liefde was een scheppende kracht, en gaf Jezus zijn leven terug. En meer dan dat: een opstandingslichaam. Liefde herstelt niet alleen maar, maar schept. Liefde geeft betekenis. En als God dat doet, geeft liefde daadwerkelijk bestaan. Dat Gods liefde dit tot stand bracht in Jezus, is een teken dat hij hetzelfde wil doen voor ons. Jezus heeft zich namelijk met ons geïdentificeerd. Nu worden wij met hem geïdentificeerd. Hij was de eersteling van hen die ontslapen zijn (1 Korintiers 15:20). Omdat hij is opgestaan, is de hele mensheid, die in hem begrepen is, samen met hem uit de dood opgestaan en met hem gezeten in de hemelse gewesten (Efeziers 2:6).
Dit is al waar, maar het is alleen nog niet zichtbaar geworden. Maar ook wij zullen worden veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid (2 Korintiers 3:18). Ons materiële lichaam zal de eigenschappen van de nieuwe gerichtheid vertonen, we worden vernieuwd ‘naar het beeld van onze schepper’ (Kolossenzen 3:10). We zullen ook wat ons lichaam betreft op Jezus lijken, tot in de kleinste cel. Niets zal verloren gaan, of minder waard blijken te zijn. Daarom kan de bijbel zeggen: ‘Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister’ (Kolossenzen 1:27). En ook deze materiële vernieuwing eindigt niet bij ons, maar zet zich door: de hele schepping zucht nu nog ‘als in barensweeën’ en ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn (Romeinen 8:19). Dan zal de heerlijkheid van God de aarde vervullen, zoals de wateren de zee. God heeft beloofd dat hij alle dingen nieuw zal maken (Openbaring 21:5). De vernieuwing hoeft alleen nog zichtbaar te worden.
Het enige dat van ons verwacht wordt, is dat wij het zichtbaar worden van God in ons leven en in de schepping niet in de weg staan, dat wij geen dam opbouwen voor het levende water. Het enige dat van ons verwacht wordt, is dat wij zijn als Jezus. Niet in alle dingen die hij deed, niet in zijn activiteit. Zijn activiteit kwam namelijk voort uit een houding van ontvangen. Hij deed wat hij de vader zag doen. Hij deed niets uit zichzelf (Johannes 5:19). We hoeven dus alleen maar gelijk worden aan Jezus in zijn dood (Filippenzen 3:10). Want: pas ‘als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding’ (Rm6:5). We hoeven alleen maar te worden zoals de aarde was voorafgaande aan Gods scheppingswerk: woest en ledig. Er hoeft alleen maar ruimte in ons te zijn voor de Geest om in ons te broeden. Anders gezegd: er hoeft alleen maar ruimte in ons te zijn om de liefde van God voor ons, zijn scheppende woord, te ontvangen. Om het in ons te laten werken. We worden opgeroepen te zijn als Maria, die zich voor de scheppende geest openstelde, door te zeggen: ‘Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’ (Lucas 1:38). We worden opgeroepen te zijn als de aarde in de gelijkenis van Jezus. Niet de harde grond, niet het stuk begroeid met dorens en distels, maar de ontvankelijke aarde, die het zaad in zich opnam, zodat het kon groeien en vrucht dragen. ‘You cannot be partly pregnant’, schrijft Peter Kreeft in ‘Everything you ever wanted to know about heaven, but were afraid to ask’, “Ever since Heaven came to earth in mary’s womb, there have been only two choices: spiritual pregnancy, or spiritual barrenness. Heaven begins now, and so does Hell.”

Is het makkelijk zo ontvankelijk te zijn? Is het makkelijk het transactionele denken op te geven en erop te vertrouwen dat God zichzelf in mij en door mij zichtbaar zal maken? Ik geloof van niet. Maar ik geloof wel dat het goed nieuws is. Nieuws dat ons complete mensen maakt, en ervoor zorgt dat we de wereld en andere mensen gaan zien als inherent waardevol, omdat ook in hen Gods liefde te vinden is. In de komende twee berichten wil ik uitwerken welke gevolgen dit sacramentele wereldbeeld kan hebben voor ons beeld van de wereld en van onszelf!

zondag 6 januari 2013

Filmbespreking: Star Wars IV, V en VI

Al jaren heb ik op nieuwjaarsdag een vaste traditie: de badjasdag. Ik weet niet meer zo goed hoe ik ooit op het idee ben gekomen. Als je vrijgezel bent, en niet de eerste dag van het jaar wil doorbrengen met familie, is er weinig reden je aan te kleden en de deur uit te gaan. Bovendien houd ik erg van oliebollen en appelflappen (waardoor ik  graag een excuus vind ze meer te eten dan alleen op oudejaarsavond). Ten slotte neem ik in de loop van het jaar eigenlijk geen tijd meerdere films achter elkaar te kijken - daarvoor zitten weekeindes te vol met sociale verplichtingen (en er moet ook af en toe geschreven worden). Maar het is wel erg leuk om bijvoorbeeld een filmtrilogie op een dag helemaal te zien. Dan zit je pas echt goed in het verhaal. Al deze factoren kwamen bij elkaar en sindsdien breng ik 1 januari door op de bank in mijn badjas en kijk ik films (maar pas nadat ik mijn traditionele nieuwjaarsbericht heb geschreven voor mijn blog). Ik heb een keer de drie Lord of the Rings-films gekeken (extended editions - het werd bijna later dan oudejaarsavond zelf), keek de Matrix-trilogie en keek vorig jaar zelfs zes losse films. Dit keer vierde mijn verloofde badjasdag met me mee. Ik kan wel verklappen dat ook zij het een groot succes vond, en deze traditie in de toekomst graag in ere wil houden. Ben ik een gelukkig man of niet? Ahem ...
De keuze viel dit jaar op de eerste drie Star Wars-films, episodes IV, V en VI. Mijn verloofde had die namelijk nog niet gezien, ze had er alleen over gehoord. Daarnaast kijken we sinds kort DVD’s van The Big Bang Theory, en wilde ze beter begrijpen waar  de hoofdpersonen over praten. Regelmatig is dat Star Wars. Tijd voor een verdergaande introductie in de cultuur van SF-fans. “Never underestimate the power of the ‘geek’-side.”
Omdat ze gewoonlijk meer verdiept is in negentiende eeuwse literatuur (ze is een fan van Dickens), en kostuumdrama’s, vroeg ik me af of ze deze filmserie niet zou wegzetten als oppervlakkig vermaak. Maar ik hoefde niet bezorgd te zijn. Ik kan verklappen dat ze de films ademloos uitkeek en er achteraf heel enthousiast over was. Ze genoot van de fantasie in vooral de eerste en de derde film, wat betreft de diversiteit van buitenaardse rassen en interessante fantasiedieren (de biodiversiteit op met name Tatooine is behoorlijk hoog). Ze was ook verbaasd over de kwaliteit van de ‘special effects’ - we keken de special editions waar sommige computereffecten aan zijn toegevoegd, maar ook de originele beelden van bijvoorbeeld de Imperial Walkers uit The Empire Strikes Back, de niet-digitale Yoda, en de ‘Rankor’ uit Return of the Jedi vond ze heel indrukwekkend. Maar ze waardeerde ook de acteurs. Hoewel ze gewoonlijk niet een fan is van Harrison Ford vond ze Han Solo een gaaf karakter, en vooral zijn interactie met de pittige, niet van de tongriem gesneden prinses Leia. Ook het spel van Alec Guiness vond ze mooi. Verder was ze verrassend onder de indruk van het plot. Ze vond de ontwikkeling van Luke en hoe hij omgaat met zijn familie-erfgoed mooi weergegeven, ze vond de trainingssessies op de planeet Dagobah fascinerend, en was verbaasd door het onafgeronde einde van deel V. De confrontatie die de trilogie afsluit volgde ze ademloos. En ze sprak haar waardering uit over de terughoudendheid waarmee de schrijvers een karakter als Obi-Wan Kenobi later in het verhaal lieten terugkomen.
En ik moest haar gelijk geven - waar ik van onder de indruk was nu ik voor het eerst alle drie de films achter elkaar zag, was hoe krachtig dit verhaal eigenlijk is. Cultuurliefhebbers die geneigd zijn het Star Wars-fenomeen te negeren, hebben misschien gelijk wat betreft de episodes I, II en III (daar nemen de ‘special effects’ de eerste plaats in, en delven het verhaal en de karakters het onderspit - ik vind ze gaaf vanwege de fantasievolle buitenaardse ecosystemen, ruimteschepen en kostuums, maar wordt niet echt geraakt door de belevenissen van de hoofdpersonen). Episodes IV, V en VI hebben echter terecht de status van klassiekers. Ze eindigen vaak hoog in enquêtes naar de favoriete films van kijkers en dat is helemaal verdiend. Net als The Lord of the Rings fungeren ze op een wezenlijke manier als moderne mythologie (niet voor niets vullen mensen bij bevolkingsonderzoeken naar religie soms in dat ze ‘Jedi’ zijn). In mijn bespreking van The Life of Pi suggereerde ik al dat dit komt omdat producent (en regisseur van deel IV) George Lucas zich baseerde op het werk van Joseph Campbell over mythologie. Hij liet zelfs een vroege versie van het script aan deze auteur lezen, om van hem te horen of hij de ‘grote gemene delers’ van de menselijke verhalen op een goede manier had verwerkt. En als er iets waars schuilt in het werk van Campbell, en dat geloof ik wel, had hij daardoor een verhaal in handen dat resoneerde met de diepe beelden en verlangens van mensen van over de hele wereld. Maar ook een verhaal dat de connecties van deze mythes met de Ware Mythe op een bijzondere manier laten zien ...

Het verhaal van de Star Wars-films speelt zich zoals bekend af lang geleden, in een melkwegstelsel heel, heel ver weg. Het is een melkwegstelsel waar vele rassen intelligente wezens leven. Duizenden jaren eerder hebben die zich verenigd in een melkwegstelselgrote federatie van planeten. De vrede in dit rijk werd bewaard door de zogenoemde ‘Jedi’. Deze ridders hadden de toegang tot een bijzondere kracht, die elk levend ding in het universum verbindt. Ze gebruikten hun kracht om goed te doen, kennis te verzamelen en onrecht te bestrijden.
Aan deze periode kwam een einde door de kloonoorlogen. De Jedi zijn uitgeroeid. En de federatie is geen democratie meer, maar wordt geregeerd door een keizer. Een keizer met een eigen mysterieuze macht. Zijn rechterhand is de laatste van de Jedi, Darth Vader, een man in een zwart masker die op zoek is naar de schuilplaats van de enig overgebleven rebellen. Hij entert nu een diplomatiek schip. Aan boord is prinses Leia. Ze is echter niet alleen lid van de koninklijke familie van Alderaan, maar ook een leidster van de opstandelingen. Vlak voor ze wordt gevangengenomen, verstopt ze in een robot een mysterieus document. De robot ontsnapt met een metgezel naar de dichtstbijzijnde planeet: Tatooine, een droge bol zand waar het uitschot van het melkwegstelsel zich verzamelt. Geen opbeurende omgeving.
Een van de bewoners van deze planeet is de jonge Luke Skywalker. Hij wil niets liever dan zijn vrienden achternagaan, die zich hebben aangesloten bij de verzetsbeweging. Maar zijn oom wil dat hij nog een seizoen blijft helpen op de vochtboerderij. Luke kan niet anders dan zich bij dat besluit neerleggen. Op een dag vindt hij echter bij een verkoop van robots twee bijzondere exemplaren. Een daarvan herbergt een verrassing. Een boodschap voor een mysterieuze Obi-Wan Kenobi. Op Tatooine woont geen Obi-Wan, maar wel een zekere Ben Kenobi en Luke gaat naar hem op zoek. Misschien gaat het namelijk om dezelfde persoon. En de prinses die de boodschap heeft gestuurd is wel heel knap ...
Het is het begin van een groot avontuur, waarbij Luke zal ontdekken dat hij niet is wie hij altijd dacht te zijn, waarin hij geconfronteerd zal worden met de absolute macht van het kwaad, maar ook een waarin hij vriendschappen zal sluiten die zijn leven zullen veranderen. Moge de kracht met hem zijn.

Over de spirituele en mythologische achtergronden van Star Wars zijn al talloze essays en boeken geschreven, ook vanuit christelijke optiek. Ik zal in de volgende duizend woorden daarvan niet een totaalplaatje kunnen schetsen en mijn inzichten zijn ook sterk gebaseerd op deze artikelen die ik al jaren heb gelezen en gesprekken over deze films met vrienden. Wat ik denk, is dat het Grote Verhaal, het verhaal van de liefde van Jezus en zijn dood en opstanding, niet zichtbaar wordt in The Force en de religie van de ‘Jedi’, maar juist in de manier waarop hoofdpersoon Luke Skywalker tegen deze religie ingaat. En omdat hij daardoor van binnenuit de religie transformeert, kun je hem zeker zien als een Jezus-figuur. Mocht je de films nog niet gezien hebben en het niet waarderen te weten hoe ze aflopen, dan kun je het beste stoppen met lezen, want ik zal de conclusie van het verhaal gaan bespreken.
Ik keek deze films nu met de episodes I, II en III in mijn achterhoofd. In deze films wordt een profetie gedaan dat iemand zal komen om evenwicht te brengen in de Force. De Jedi zien hun kracht namelijk wanen, en in het hart van het keizerrijk groeit de invloed van de Sith, degenen die de donkere kant van de Force gebruiken. Het vermoeden is dat de jonge Anakin Skywalker (ja, dezelfde naam achternaam als Luke) degene is die deze profetie in vervulling moet brengen. Hij wordt daarom getraind, onder andere door Obi-Wan Kenobi en Yoda. Maar Anakin is een gepassioneerd man, met een grote liefde voor zijn moeder, en voor zijn vrouw. Dit wordt echter niet gewaardeerd door de Jedi. Die leren namelijk dat emoties mensen op het spoor van de donkere kant kunnen zetten. Zoals Yoda zegt: Angst, haat en lijden leiden tot de donkere kant. Maar deze kunnen weer voortkomen uit hechting en liefde. Een Jedi mag zich daarom aan niemand binden en moet zijn emoties onder controle houden. Anakin moet zijn huwelijk dan ook geheimhouden. En dan gebeurt er inderdaad iets ergs. En Anakin krijgt van de leider van de Sith een aanlokkelijk aanbod: namelijk dat hij de kennis zou kunnen verkrijgen om de dood ongedaan te maken. Anakin verlangde altijd al naar de macht om te voorkomen dat zijn geliefden zouden lijden, en neemt dit aanbod aan. Maar zijn verlangen naar macht corrumpeert hem. Het leidt ertoe dat hij zijn geliefden kwijtraakt. Voortaan leeft hij alleen uit woede en haat. Hij neemt de identiteit aan van Darth Vader.
In de tweede trilogie (die wel later is gemaakt, maar de nummering suggereert dat George Lucas de verhaallijn van de episodes I, II, en III al in zijn hoofd had zitten) wordt de zoon van Anakin, Luke, onder de hoede genomen door dezelfde Obi-Wan Kenobi en door Yoda. Al snel blijkt dat zij hem leugens hebben wijsgemaakt - onder andere over de identiteit van zijn vader. Ja, ze beargumenteren dat het niet werkelijk liegen was, maar dat het waar was ‘vanuit een zeker perspectief’, maar eerlijk waren ze in elk geval niet. Ze waren namelijk bang dat Luke als hij de waarheid zou kennen, zich zou hechten aan de kwade Darth Vader. Vervolgens waarschuwen ze Luke voor zijn connectie met zijn vrienden, met Han Solo en prinses Leia. Hij heeft namelijk een visioen gehad waarin zij veel pijn lijden. Maar zijn onderwijzers vinden dat hij dat moet negeren en zijn opleiding moet afmaken. Luke luistert niet naar hen, maar komt zijn vrienden ten hulp. Ten slotte zeggen Obi-Wan en Yoda dat het lot van het universum ervan afhangt dat hij de confrontatie moet aangaan met Darth Vader en hem moet doden. Want als hij Darth Vader niet doodt, is alles verloren. Maar ook dat doet Luke niet. Hij legt de leerstellingen van de Jedi naast zich neer. De Jedi zijn dan wel de ‘goeden’, maar ze geloven in macht als het intrument om vrede te bewerkstelligen. Maar Luke doet dat niet. In plaats daarvan handelt hij uit liefde.
Hij zoekt zijn vader op en laat zich door hem gevangennemen, omdat hij gelooft dat hij de man kan redden. En in plaats van te strijden en Darth Vader te doden, laat hij liever zichzelf doden. Weerloos (‘als een lam dat ter slachting geleid wordt’) ondergaat hij de bliksems van de boosaardige keizer. Waar zijn vader koos voor het pad van de macht, in de hoop daarmee zelfs de dood te overwinnen, kiest Luke voor de dood, om daarmee niet in de verleiding van de macht te vallen. En die keuze blijkt transformatie te bewerkstelligen! Dit blijkt een offer dat werkelijk het hart van mensen kan veranderen. Macht werkt immers van buitenaf en corrumpeert, liefde verandert mensen van binnenuit. Anakin Skywalker, die geloofde dat hij helemaal in de macht was van de keizer en altijd het pas van de donkere zijde zou moeten bewandelen, kiest voor het pad van de liefde. Het offer van Luke stelt hem in staat ook te kiezen voor opoffering. Waar hij eerst boven alles probeerde de dood te overwinnen en daardoor de liefde verloor, handelt hij nu uit liefde, zelfs als het tot de dood zou lijden. En daardoor vervult hij inderdaad de profetie van vroeger en brengt hij balans in de kracht.
Aan het einde van het verhaal zijn er geen Sith meer (je zou hen kunnen zien als ‘losbandigen’, die zonder moreel besef hun macht voor zichzelf inzetten) en ook geen Jedi (die meer gezien kunnen worden als Farizeeen, of wettische mensen, die hun macht inzetten voor moreel goede dingen zoals vrede, maar zonder liefde). Over is alleen Luke. Wonder boven wonder ontsnapt hij aan de vernietiging van de Deathstar (het ultieme symbool van machtsmisbruik). Er begint voor hem als het ware een nieuw leven. En hij staat aan de basis van een nieuwe Jedi-orde, die niet gebaseerd is op macht (of het nu wordt gebruikt voor het eigen genot of voor de vrede in het melkwegstelsel), maar op compassie en liefde, voor vrienden, maar zelfs voor iemand als Darth Vader. En als opofferende liefde zelfs iemand als Darth Vader kan redden, dan kan liefde iedereen redden. Niet voor niets wordt overal in het heelal feest gevierd. Er is een nieuw tijdperk aangebroken ‘waar gerechtigheid heerst’.

De connecties met het goede nieuws dat de bijbel vertelt over Jezus lijken me duidelijk. Jezus kende de hele waarheid over ons en onze gebrokenheid maar liet zich daar niet door afschrikken. Hij was bewogen met liefde en medelijden over ons, en schakelde niet zijn emoties uit. En hij koos ervoor niet de macht te gebruiken om ons te veranderen, maar juist van machtsgebruik af te zien en ons te veranderen door zijn liefde, die zo ver ging dat hij stierf. Hij bad zelfs voor degenen die hem kruisigden (die in dienst waren van de boze machten van (ha!) het keizerrijk en de religie, de keizer en de Jedi) dat de Vader hen zou vergeven omdat ze niet wisten wat ze deden. En hij vertrouwde in de scheppende macht van God, die hem toen hij volledig machteloos was, in de greep van de dood, nieuw leven gaf. Zijn opofferende liefde heeft de harten van mensen veranderd en geleid tot een nieuwe gemeenschap van individuen, die erom bekend staan dat ze elkaar liefhebben. Mensen die net als hij vertrouwen in de Kracht van God, die ook hen leven zal geven, ook als hun liefde hen aan de grens van hun kunnen brengt. Dat is het goede nieuws. Van de bijbel en van Star Wars.