Programma's die 'evolueren' in een computersimulatie verkregen de eigenschap om ervaringen in het heden te vergelijken met eerdere ervaringen, dat wil zeggen: een rudimentaire vorm van geheugen en een basis voor leergedrag. Dit suggereert dat wellicht kunstmatige intelligentie kan ontwikkelen in een evolutionair scenario. En kan leiden tot de wereld van The Matrix?
Een interessante beschrijving van een historisch gevecht met een reuzenpijlinktvis! Oh, en vandaag spoelde er een aan in Nieuw-Zeeland.
De nieuwe trailer voor The Voyage of the Dawn Treader (de derde Narniafilm)!
Tron Legacy moet nog uitkomen, maar de trailers laten al een unieke visuele stijl zien. En de regisseur gaan een SF-film maken naar een eigen idee, over een wereld waarin de mensen het oppervlak van de aarde hebben verlaten voor zwevende leefgemeenschappen. Maar waar natuurlijk iemand terug moet naar de benedenwereld ...
Er is een tekenaar gevonden voor het nieuwe stripboek van Blake en Mortimer (een andere favoriete serie). Het gaat om 'De vloek van de dertig zilverlingen' (dl. 2) en de cover ziet er goed uit. In deel 1 kwam de vroege christelijke kerk op een sympathieke manier voor, dus ik ben benieuwd naar deel 2.
In een boekbespreking over het boek Razing Hell (komt op mijn lijstje te staan), vond ik onder andere een discussie over de natuur van de verlossing. "The purpose of Jesus' death on the cross and announcement of God's kingdom was not to satisfy the wrath of his Father and pay a penalty for sin or to sweep us off our feet so that we could one day go to heaven. Rather, at the cross Jesus put God's forgiveness on display for the world to see, showing what God was willing to do to establish the earthly reign of his kingdom and invite all of us to be a part of it despite our sin ... Salvation is the invitation to enter the kingdom of God today and realize that God has forgiven us though we often do not know what we are doing."
Over Jezus en de focus van de kerk: Frank Viola en Leonard Sweet (van het boek The Jesus Manifesto) op de podcast van Steve Brown Etc. met als titel 'The Jesus Deficit Disorder'. Ik ga zelf deze podcast morgen luisteren, maar ik geef jullie de link ook alvast.
zondag 8 augustus 2010
Oceaan in Nederland
Nederland heeft een eigen oceaan, vlak bij Arnhem. Elke keer als ik er kom wordt 'ie indrukwekkender.
Maar die in Blijdorp is ook niet verkeerd. Deze foto's schoot ik daar vorig jaar:
Maar die in Blijdorp is ook niet verkeerd. Deze foto's schoot ik daar vorig jaar:
Labels:
foto's,
schoonheid,
vissen
zaterdag 7 augustus 2010
Boekbespreking: C.S. Lewis
Ik maak er geen geheim van dat ik fan ben van C.S. Lewis, de schrijver van onder andere de Narnia-verhalen, de Grote Scheiding, Brieven uit de Hel, en een hele serie andere boeken. Wie mijn boek heeft gelezen kwam een groot aantal verwijzingen tegen naar zijn werk.
Ook al is zijn overlijden in 2013 vijftig jaar geleden, en schreef hij zijn belangrijkste werken tijdens of kort na de tweede wereldoorlog, zijn verzonnen werelden spreken nog steeds tot de verbeelding, zijn gedachten zijn nog steeds inspirerend en uitdagend en zijn geloof is nog steeds een voorbeeld. En niet alleen voor mij. de meeste van zijn boeken zijn nog steeds in druk, zijn literatuur-kritische werk schijnt in de wetenschap nog steeds te worden gewaardeerd, hij werd in een film gespeeld door Anthony Hopkins, en zijn populariteit beleefde een opleving door de nieuwe verfilming van zijn Narnia-verhalen. In december verschijnt de nieuwste, Voyage of the Dawntreader, in de bioscopen! En dat voor een klassiek getrainde Ierse docent Engels, die een afkeer had van moderne literatuur, die het aan Oxford niet tot professor schopte, die tijdens zijn leven maar een keer de Britse eilanden verliet, die tot zijn 55ste vrijgezel was, en samenleefde met een alcoholische broer en de zieke moeder van zijn jeugdvriend.
Toen hij uiteindelijk professor werd in Cambridge noemde Lewis zichzelf een ‘dinosaurus’. Een overblijfsel uit een voorbije periode, een romanticus in een moderne setting. Zijn studenten moesten maar hun voordeel doen met de gelegenheid hem te bestuderen, want hij en zijn soort vormden naar zijn zeggen een uitstervend ras. Maar ik geloof dat het geheim van zijn blijvende populariteit en invloed nu juist gelegen is in het feit dat hij zo anders was dan zijn omgeving. Omdat hij zelf al niet deel uitmaakte van de cultuur en filosofie van zijn tijd, omdat hij toen al tijdloos was, kon hij tijdloos blijven. Wat hij te brengen had, zijn visie van de wereld voorbij onze wereld, was vijftig jaar geleden al niet modieus. Nu is zijn visie dat ook nog steeds niet, maar op een andere manier. Waar Lewis’ tijdgenoten zich stoorden aan zijn frivole fantasie, zijn verlangen naar ‘vreugde’ en zijn afkeer van discussies over ‘bijzaken’ in het geloof, is het nu zijn overtuiging van de absolute waarheid van Jezus’ openbaring, zijn stellige argumentatie en zijn duidelijke moraal waar onze tijdgenoten tegen aanlopen (waardoor Lewis ervan wordt beschuldigd een gefrustreerde vrouwenhater te zijn die zijn eigen schuldgevoel onderdrukte door zijn leerstellige stelligheid.) Maar het is verkeerd om Lewis te vergelijken met de eisen van onze postmoderne cultuur, en zelfs met de moderne cultuur die hem omringde. We moeten hem begrijpen als een negentiende-eeuws mens, een vertegenwoordiger van de romantiek, en misschien zelfs als een middeleeuws denker, die in de natuur om hem heen een afbeelding zag van een hogere werkelijkheid. Ik geloof dat mede hierdoor Lewis’ boeken tot de klassieken zullen blijven horen en over een eeuw, als ik en mijn bescheiden bijdrage aan het gedrukte woord al lang zijn vergeten, nog steeds mensen aan het denken zullen zetten, hun fantasie zullen opwekken, en zullen laten verlangen naar een wereld die mooier, hoger en beter is dan de onze.
Natuurlijk is Lewis een mens, en heeft hij niet in alles gelijk. Zo is zijn beeld van de wereld en de hemel behoorlijk beïnvloed door het platonische wereldbeeld, en mist hij (misschien daardoor) een deel van de waarheid van de opstanding (die in Mere Christianity bijvoorbeeld niet genoemd wordt). Daarom is het, net als met alle andere schrijvers, zaak om niet wat Lewis zegt klakkeloos over te nemen, maar met hem in discussie te blijven, vragen aan zijn werk te blijven stellen, en zijn meningen aan de schrift te toetsen. Ik ben er vast van overtuigd dat hij de eerste zou zijn die dat over zichzelf en zijn werk zou zeggen.
De boeken van Lewis zijn niet de Heilige Schrift zelf, maar, op de juiste manier gelezen, kunnen ze dienen als richtingaanwijzers. Zo zag hij zelf zijn Narnia-boeken in elk geval. Hij hoopte dat kinderen (en volwassenen) die van de leeuw Aslan waren gaan houden, in het echte leven degene zouden leren herkennen op wie Aslan gebaseerd was: Jezus. Hij hoopte dat de fantasiewerelden die hij beschreef bij de lezer zouden leiden tot verlangen naar de Echte wereld. Wie zou blijven hangen in de fantasiewereld zou er triest aan toe zijn. Hij was er in zijn zoektocht naar ‘vreugde’ al achter gekomen dat deze verdween als je jezelf richt op het gevoel zelf of de voorwerpen die het gevoel opwekten. Dit waren slechts richtingaanwijzers. “Ze zijn de geur van een bloem die we niet hebben gevonden, de echo van een melodie die we niet hebben gehoord.” De echte vervulling van ons verlangen was volgens Lewis alleen mogelijk in Christus, die ons al het goede wil geven in overvloed. Hijzelf hield dat in elk geval scherp voor ogen. Hij bleef zijn hele leven zoeken naar schoonheid, hij bleef houden van het ‘Noorderlijke’, hij bleef enthousiast over goede boeken, goede vriendschappen, maar hij liet zich daar niet door opslokken. Zijn werkelijke verlangen was om God lief te hebben en zelf de liefde van God te kennen. Nadat hij ontdekt had dat het verhaal van Jezus’ dood en opstanding de vervulling in de werkelijkheid waren van de mythologische verhalen die bij hem zoveel verlangen opwekten, ging hij niet meer terug naar de ‘mindere geliefden’. (Laat ik hier even mogen opmerken dat Lewis’ bekering, anders dan soms wordt voorgesteld, niet een puur intellectuele keuze was op basis van rationele argumenten. Lewis was geen klinisch denker. Hij was op zoek naar een bepaalde gevoelservaring, een gevoel van ‘vreugde’. Dat werd bij hem opgewekt door bijvoorbeeld de Noorse mythen over de opoffering van Baldur. Waar Tolkien en Hugo Dyson hem op een gedenkwaardige avond van wisten te overtuigen was dat de heilsgeschiedenis geen droge geschiedschrijving was, maar de waarheid waar de mythen naar verwezen. Het was de basis onder de werkelijkheid waar de mythen maar afspiegelingen van waren. En dus was het ook de vervulling van de verlangens die Lewis had, het verlangen naar betekenis en vreugde en schoonheid. En hij kon deze dingen nu voelen, in het vertrouwen dat het geen gevoel was op basis van een overgeleverd volksverhaal, maar op basis van een diepe realiteit.) Toen Lewis de waarheid had gevonden, werd dat ook het richtsnoer van zijn leven. Het was zo belangrijk voor hem dat hij wilde leven naar wat hij geloofde. En die integriteit spreekt uit zijn boeken. Toen hij na een discussie twijfelde of een argument van hem wel helemaal waterdicht was, gebruikte hij het niet meer. Ik meen dat hij een groot verlangen had oprecht te zijn.
Daarom zijn niet alleen zijn boeken inspirerend, maar ook zijn levensverhaal op zichzelf. Zijn liefde en geduld voor zijn broer Warren, zijn worsteling met sadomasochistische fantasieën als tiener en het schuldgevoel waardoor hij zijn geloof verloor, de geestdodende kostschool, zijn ervaringen in de eerste wereldoorlog, zijn zorg voor mevrouw Moore, de trouw waarmee hij iedereen die hem schreef probeerde te beantwoorden, hoe hij het grootste deel van de opbrengst van zijn boeken aan goede doelen gaf, het belang dat hij hechtte aan zijn vrienden (onder wie J.R.R. Tolkien), zijn ontmoeting met Joy Davidsman Gresham en zijn keuze om in het ziekenhuis met haar te trouwen, zijn verdriet en twijfel na haar dood en zijn oprechte keuze om op God te blijven vertrouwen, zijn inzet voor het onderwijs aan studenten (waar hij zijn hele leven mee is doorgegaan), zijn liefde voor bier (uit houten vaten!) en sigaretten, en wandelingen: zijn leven is net zo zeer een verhaal als zijn boeken. Een verhaal dat je doet verlangen ook zo’n oprecht leven te leiden als hij.
Dat was in elk geval wat mij bijbleef van het boek C.S. Lewis van George Sayer. Sayer maakt veel gebruik van dagboekcitaten en brieven en obscure bronnen, om een vrij compleet beeld te schetsen van C.S. Lewis. Daarbij gaat hij de ongemakkelijke dingen niet uit de weg (een paar daarvan noemde ik al) en hij toont ook aan op welke punten Lewis in zijn boeken (onder andere Surprised by Joy) een te negatief gekleurd beeld van de situatie gaf, of dingen verzweeg. Maar Sayer is er niet op uit Lewis zwart te maken. Nee, hij heeft de blik van een eerlijke vriend. Dat was hij ook letterlijk: George Sayer was een oud-leerling van Lewis, die 29 jaar lang met hem bevriend bleef, en ook anderen in het leven van Lewis persoonlijk kende. En de oprechtheid van zijn vriendschap ademt uit dit boek. Ik zeg met nadruk een eerlijke vriend, want hij verbloemt bijvoorbeeld niet hoe Joy een keer zijn vrouw uitschold toen die een onverwacht bezoek bracht, of de onhebbelijkheden van Lewis. Maar hij ziet Lewis als mens. Niet als heilige, niet als monster, maar als een heel persoon. En juist door die eerlijke beschrijving kan in Lewis’ leven het beeld opduiken van de God in wie hij geloofde. De biografie leest als een roman (het is ook zelf goed geschreven), en gaat ook in op de inhoud, totstandkoming en achterliggende thema’s van veel van Lewis’ werken. C.S. Lewis maakte mij enthousiast om ook de gedichten van Lewis te achterhalen, zoals Dymer, en om een aantal van zijn boeken opnieuw te lezen. De informatie die de lezer in dit boek over Lewis krijgt, helpt bij het begrijpen en verwerken van Lewis’ eigen werk, ontsluit die wereld een beetje, en leidt tot een diepere waardering, zelfs bij iemand als ik die al twintig jaar of langer een enthousiast Lewisiaan is.
Ook al is zijn overlijden in 2013 vijftig jaar geleden, en schreef hij zijn belangrijkste werken tijdens of kort na de tweede wereldoorlog, zijn verzonnen werelden spreken nog steeds tot de verbeelding, zijn gedachten zijn nog steeds inspirerend en uitdagend en zijn geloof is nog steeds een voorbeeld. En niet alleen voor mij. de meeste van zijn boeken zijn nog steeds in druk, zijn literatuur-kritische werk schijnt in de wetenschap nog steeds te worden gewaardeerd, hij werd in een film gespeeld door Anthony Hopkins, en zijn populariteit beleefde een opleving door de nieuwe verfilming van zijn Narnia-verhalen. In december verschijnt de nieuwste, Voyage of the Dawntreader, in de bioscopen! En dat voor een klassiek getrainde Ierse docent Engels, die een afkeer had van moderne literatuur, die het aan Oxford niet tot professor schopte, die tijdens zijn leven maar een keer de Britse eilanden verliet, die tot zijn 55ste vrijgezel was, en samenleefde met een alcoholische broer en de zieke moeder van zijn jeugdvriend.
Toen hij uiteindelijk professor werd in Cambridge noemde Lewis zichzelf een ‘dinosaurus’. Een overblijfsel uit een voorbije periode, een romanticus in een moderne setting. Zijn studenten moesten maar hun voordeel doen met de gelegenheid hem te bestuderen, want hij en zijn soort vormden naar zijn zeggen een uitstervend ras. Maar ik geloof dat het geheim van zijn blijvende populariteit en invloed nu juist gelegen is in het feit dat hij zo anders was dan zijn omgeving. Omdat hij zelf al niet deel uitmaakte van de cultuur en filosofie van zijn tijd, omdat hij toen al tijdloos was, kon hij tijdloos blijven. Wat hij te brengen had, zijn visie van de wereld voorbij onze wereld, was vijftig jaar geleden al niet modieus. Nu is zijn visie dat ook nog steeds niet, maar op een andere manier. Waar Lewis’ tijdgenoten zich stoorden aan zijn frivole fantasie, zijn verlangen naar ‘vreugde’ en zijn afkeer van discussies over ‘bijzaken’ in het geloof, is het nu zijn overtuiging van de absolute waarheid van Jezus’ openbaring, zijn stellige argumentatie en zijn duidelijke moraal waar onze tijdgenoten tegen aanlopen (waardoor Lewis ervan wordt beschuldigd een gefrustreerde vrouwenhater te zijn die zijn eigen schuldgevoel onderdrukte door zijn leerstellige stelligheid.) Maar het is verkeerd om Lewis te vergelijken met de eisen van onze postmoderne cultuur, en zelfs met de moderne cultuur die hem omringde. We moeten hem begrijpen als een negentiende-eeuws mens, een vertegenwoordiger van de romantiek, en misschien zelfs als een middeleeuws denker, die in de natuur om hem heen een afbeelding zag van een hogere werkelijkheid. Ik geloof dat mede hierdoor Lewis’ boeken tot de klassieken zullen blijven horen en over een eeuw, als ik en mijn bescheiden bijdrage aan het gedrukte woord al lang zijn vergeten, nog steeds mensen aan het denken zullen zetten, hun fantasie zullen opwekken, en zullen laten verlangen naar een wereld die mooier, hoger en beter is dan de onze.
Natuurlijk is Lewis een mens, en heeft hij niet in alles gelijk. Zo is zijn beeld van de wereld en de hemel behoorlijk beïnvloed door het platonische wereldbeeld, en mist hij (misschien daardoor) een deel van de waarheid van de opstanding (die in Mere Christianity bijvoorbeeld niet genoemd wordt). Daarom is het, net als met alle andere schrijvers, zaak om niet wat Lewis zegt klakkeloos over te nemen, maar met hem in discussie te blijven, vragen aan zijn werk te blijven stellen, en zijn meningen aan de schrift te toetsen. Ik ben er vast van overtuigd dat hij de eerste zou zijn die dat over zichzelf en zijn werk zou zeggen.
De boeken van Lewis zijn niet de Heilige Schrift zelf, maar, op de juiste manier gelezen, kunnen ze dienen als richtingaanwijzers. Zo zag hij zelf zijn Narnia-boeken in elk geval. Hij hoopte dat kinderen (en volwassenen) die van de leeuw Aslan waren gaan houden, in het echte leven degene zouden leren herkennen op wie Aslan gebaseerd was: Jezus. Hij hoopte dat de fantasiewerelden die hij beschreef bij de lezer zouden leiden tot verlangen naar de Echte wereld. Wie zou blijven hangen in de fantasiewereld zou er triest aan toe zijn. Hij was er in zijn zoektocht naar ‘vreugde’ al achter gekomen dat deze verdween als je jezelf richt op het gevoel zelf of de voorwerpen die het gevoel opwekten. Dit waren slechts richtingaanwijzers. “Ze zijn de geur van een bloem die we niet hebben gevonden, de echo van een melodie die we niet hebben gehoord.” De echte vervulling van ons verlangen was volgens Lewis alleen mogelijk in Christus, die ons al het goede wil geven in overvloed. Hijzelf hield dat in elk geval scherp voor ogen. Hij bleef zijn hele leven zoeken naar schoonheid, hij bleef houden van het ‘Noorderlijke’, hij bleef enthousiast over goede boeken, goede vriendschappen, maar hij liet zich daar niet door opslokken. Zijn werkelijke verlangen was om God lief te hebben en zelf de liefde van God te kennen. Nadat hij ontdekt had dat het verhaal van Jezus’ dood en opstanding de vervulling in de werkelijkheid waren van de mythologische verhalen die bij hem zoveel verlangen opwekten, ging hij niet meer terug naar de ‘mindere geliefden’. (Laat ik hier even mogen opmerken dat Lewis’ bekering, anders dan soms wordt voorgesteld, niet een puur intellectuele keuze was op basis van rationele argumenten. Lewis was geen klinisch denker. Hij was op zoek naar een bepaalde gevoelservaring, een gevoel van ‘vreugde’. Dat werd bij hem opgewekt door bijvoorbeeld de Noorse mythen over de opoffering van Baldur. Waar Tolkien en Hugo Dyson hem op een gedenkwaardige avond van wisten te overtuigen was dat de heilsgeschiedenis geen droge geschiedschrijving was, maar de waarheid waar de mythen naar verwezen. Het was de basis onder de werkelijkheid waar de mythen maar afspiegelingen van waren. En dus was het ook de vervulling van de verlangens die Lewis had, het verlangen naar betekenis en vreugde en schoonheid. En hij kon deze dingen nu voelen, in het vertrouwen dat het geen gevoel was op basis van een overgeleverd volksverhaal, maar op basis van een diepe realiteit.) Toen Lewis de waarheid had gevonden, werd dat ook het richtsnoer van zijn leven. Het was zo belangrijk voor hem dat hij wilde leven naar wat hij geloofde. En die integriteit spreekt uit zijn boeken. Toen hij na een discussie twijfelde of een argument van hem wel helemaal waterdicht was, gebruikte hij het niet meer. Ik meen dat hij een groot verlangen had oprecht te zijn.
Daarom zijn niet alleen zijn boeken inspirerend, maar ook zijn levensverhaal op zichzelf. Zijn liefde en geduld voor zijn broer Warren, zijn worsteling met sadomasochistische fantasieën als tiener en het schuldgevoel waardoor hij zijn geloof verloor, de geestdodende kostschool, zijn ervaringen in de eerste wereldoorlog, zijn zorg voor mevrouw Moore, de trouw waarmee hij iedereen die hem schreef probeerde te beantwoorden, hoe hij het grootste deel van de opbrengst van zijn boeken aan goede doelen gaf, het belang dat hij hechtte aan zijn vrienden (onder wie J.R.R. Tolkien), zijn ontmoeting met Joy Davidsman Gresham en zijn keuze om in het ziekenhuis met haar te trouwen, zijn verdriet en twijfel na haar dood en zijn oprechte keuze om op God te blijven vertrouwen, zijn inzet voor het onderwijs aan studenten (waar hij zijn hele leven mee is doorgegaan), zijn liefde voor bier (uit houten vaten!) en sigaretten, en wandelingen: zijn leven is net zo zeer een verhaal als zijn boeken. Een verhaal dat je doet verlangen ook zo’n oprecht leven te leiden als hij.
Dat was in elk geval wat mij bijbleef van het boek C.S. Lewis van George Sayer. Sayer maakt veel gebruik van dagboekcitaten en brieven en obscure bronnen, om een vrij compleet beeld te schetsen van C.S. Lewis. Daarbij gaat hij de ongemakkelijke dingen niet uit de weg (een paar daarvan noemde ik al) en hij toont ook aan op welke punten Lewis in zijn boeken (onder andere Surprised by Joy) een te negatief gekleurd beeld van de situatie gaf, of dingen verzweeg. Maar Sayer is er niet op uit Lewis zwart te maken. Nee, hij heeft de blik van een eerlijke vriend. Dat was hij ook letterlijk: George Sayer was een oud-leerling van Lewis, die 29 jaar lang met hem bevriend bleef, en ook anderen in het leven van Lewis persoonlijk kende. En de oprechtheid van zijn vriendschap ademt uit dit boek. Ik zeg met nadruk een eerlijke vriend, want hij verbloemt bijvoorbeeld niet hoe Joy een keer zijn vrouw uitschold toen die een onverwacht bezoek bracht, of de onhebbelijkheden van Lewis. Maar hij ziet Lewis als mens. Niet als heilige, niet als monster, maar als een heel persoon. En juist door die eerlijke beschrijving kan in Lewis’ leven het beeld opduiken van de God in wie hij geloofde. De biografie leest als een roman (het is ook zelf goed geschreven), en gaat ook in op de inhoud, totstandkoming en achterliggende thema’s van veel van Lewis’ werken. C.S. Lewis maakte mij enthousiast om ook de gedichten van Lewis te achterhalen, zoals Dymer, en om een aantal van zijn boeken opnieuw te lezen. De informatie die de lezer in dit boek over Lewis krijgt, helpt bij het begrijpen en verwerken van Lewis’ eigen werk, ontsluit die wereld een beetje, en leidt tot een diepere waardering, zelfs bij iemand als ik die al twintig jaar of langer een enthousiast Lewisiaan is.
Labels:
boeken,
C.S. Lewis,
verbeelding,
verlangen
vrijdag 6 augustus 2010
Anne Rice - christen of geen christen, dat is de vraag ...
Oftewel: 'What's in a name?' De afgelopen week gonsde het op het internet (in elk geval op de christelijke websites waar ik af en toe langs surf) van commentaren over de aankondiging van populaire auteur Anne Rice, dat ze zichzelf niet langer als christen beschouwde. In haar woorden: “I quit being a Christian. I’m out. In the name of Christ, I refuse to be anti-gay. I refuse to be anti-feminist. I refuse to be anti-artificial birth control. I refuse to be anti-Democrat. I refuse to be anti-secular humanism. I refuse to be anti-science. I refuse to be anti-life. In the name of … Christ, I quit Christianity and being Christian... I’m an outsider. My conscience will allow nothing else." Maar, zoals ze aangeeft, ze blijft wel geloven in Jezus als de zoon van God. In plaats van hopeloze atheïst, blijft ze naar eigen zeggen een hoopvol gelovige. Op haar aankondiging kreeg ze natuurlijk veel commentaar, waaronder veel kritiek. Wie Jezus wilde volgen, moest maar accepteren dat hij of zij dan ook tot het Christendom behoorde. Die twee kon je niet van elkaar scheiden. Hoe verworden, corrupt, wettisch, veroordelend en toxisch andere christenen en christelijke organisaties ook zijn, hoe weinig er van Jezus zichtbaar is in het christendom, als je Jezus volgt heb je dat maar te accepteren. De kerk is dan wel een hoer, zo luidt de uitspraak, maar ze is wel mijn moeder.
Het zal de trouwe lezers van mijn blog niet verbazen dat ik het niet met deze reactie eens ben. Ik denk dat we veel te veel hechten aan ‘labels’ als ‘christen’ of ‘kerk’ of ‘bijbels’ of ‘evangelisch’ of hoe we onszelf ook aanduiden. We gebruiken deze woorden om onderscheid te maken tussen ‘binnen’ en ‘buiten’, en om op basis daarvan te oordelen. Vervolgens gaan we op basis van dat oordeel handelen.
Zo onderscheiden we ‘christelijke’ en ‘seculiere’ boeken, muziek en films. Er zijn mensen die alleen ‘christelijke’ media tot zich willen nemen, en bang zijn voor de niet-christelijke platen of films. Van ‘christelijke’ producten weet je immers dat die veilig zijn, zonder grove taal of expliciete seks. Er wordt niet tegen God afgegeven, er is een opbouwende boodschap en je wordt er niet door aan het twijfelen gebracht. En als iemand er commentaar op heeft, kun je zeggen: “Ja, maar, het is christelijk!” Discussie over. Maar je basis om het product te beoordelen is op deze manier niet de inhoud, maar het woord ‘christelijk’ op het omslag. Deze categorie-indeling zorgt ervoor dat we niet het moeilijke werk hoeven doen van het aandachtig lezen, kijken of luisteren en nadenken over betekenissen, diepere lagen, metaforen en wereldbeelden. Dat we niet de ethische, esthetische en andere aspecten van woord, beeld en geluid hoeven ijken aan onze eigen voorkeuren en overtuigingen. We geven onze verantwoordelijkheid om te oordelen over aan de marketeers die de sticker ‘christelijk’ op de cover plakken. Op deze manier missen we veel van wat ‘waar is, wat edel is, wat rechtvaardig is,wat zuiver is, wat lieflijk is, wat eervol is, wat deugdzaam is en lof verdient’ (Fillipenzen 4:8) is aan de kennelijk ‘niet-christelijke’ boeken, films en muziek om ons heen. We missen de kans om gescherpt te worden door afwijkende meningen. We missen een gelegenheid om onze horizon te verbreden. Ik heb meerdere keren ervaren dat God tot me sprak door films en boeken die niet tot het christelijke genre behoorden. Films leveren me vaak stof tot nadenken en beelden die mijn gedachten verhelderen. En ik zie in deze films en boeken vaak voorbeelden van schoonheid, heldendom, vriendschap en andere belangrijke waarden. Er zit soms ook troep tussen, maar het is mijn verantwoordelijkheid te kiezen wat ik wel en niet tot mij neem. Dat geldt ook andersom, want er is ook veel troep in het ‘christelijke’ genre. Veel films zijn slecht gemaakt, met rammelende verhalen en goedkope effecten. Maar ook de boodschap kan schadelijk zijn. Vaak kom je heel oppervlakkige theologie tegen, of zelfs dwaalleer. Denk aan de boodschap van films als Facing the Giants en Fireproof en dat soort films- als je maar bidt, geeft God je uiteindelijk een vrouw, een huis en ga zo maar door. En boeken als De laatste bazuin (Left Behind) - die een angstbeeld van de toekomst schetsen, niet-gelovigen zwart maken, en een vorm van christendom beschrijven die toch veel op uiterlijke zaken gericht is. Voor mij zijn dit soort boeken en films veel schadelijker dan 95 procent van de niet-christelijke boeken en films, ze worden - niet geheel onterecht - omschreven als 'pornografie voor evangelischen'. Maar veel mensen nemen ze tot zich zonder erover na te denken, want ze zijn ‘christelijk’.
De bijbel zegt helemaal niet dat gelovigen ‘christelijke’ producten moeten consumeren, of maken. Wat de bijbel zegt is: ‘Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede’ en ‘Alles wat God geschapen heeft is goed. Niets hoeft te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen’ (1 Timoteus 4). Paulus gebruikt voorbeelden van Griekse dichters om een punt te maken bij zijn toespraak op de Areopagus. Ik denk dat onze opdracht is om te zoeken naar het goede in alles om ons heen, en om goede boeken, films en muziek te maken. Als we dat op een integere wijze doen zal onze overtuiging er wel in zichtbaar worden. (Ik denk dat mensen als Tolkien en Lewis (en Chesterton en MacDonald) op deze manier schreven, en dat daarom hun verhalen zowel binnen als buiten het ‘christelijk’ erf worden gewaardeerd. C.S. Lewis zei niet voor niets dat de leeuw Aslan niet ‘veilig’ was (hij ging over allerlei grenzen heen), maar hij was wel ‘goed’.)
Hetzelfde principe geldt in onze omgang met mensen. De aanduiding ‘christen’ kan verworden tot een manier om de grenzen van de ‘veilige’ groep aan te duiden. Mensen die zich ‘christen’ noemen (of die lid zijn van onze kerk) zijn bijna automatisch ‘veilig’. Met hen kunnen we vrij omgaan. Mensen die geen ‘christen’ zijn, zijn ‘buiten’. Dat betekent dat we ze gaan zien als bekeringsobjecten. Hen overtuigen ook ‘christen’ te worden wordt het doel van onze vriendschap. Dit is nog iets positiefs. We kunnen ze ook gaan oordelen (het zijn immers toch geen christenen). We kunnen ze minder serieus nemen. We kunnen ze op een hoopje gooien, en hun mening negeren. Terwijl we daardoor de goede overtuigingen, oprechte liefde en schoonheid van de mensen en culturen om ons heen mislopen, en onze ogen sluiten voor de lelijkheid, zelfzucht en gebondenheid van de mensen in onze eigen groep. Voor wie mijn boek gelezen heeft: ‘Labels’ doen ons onze vrijheid verliezen. Ze maken ons passief, doordat we niet iedereen hoeven benaderen als individuen. En door machthebbers kunnen ze worden gebruikt als middel voor controle.
Ik geloof dat daarom Jezus weinig moeite deed om de grenzen van zijn ‘groep’ aan te duiden en uit te maken wie erbij hoorden of niet. Hij ging om met allerlei mensen, hoeren, belastingontvangers, vissers, radicalen, Farizeeërs, Samaritanen, melaatsen, ongeacht hun ‘label’ en ongeacht hun overtuiging, vooroordeel of geloof. De enige begrenzing was of de ander inderdaad met Jezus wilde omgaan, of hem bij voorbaat uitsloot, zoals veel Farizeeën en religieuzen in Jezus’ tijd deden. Jezus was inclusief. Het waren de Farizeeën die zich druk maakten over wie wel en wie niet bij welke groep hoorden. Zij waren het die trots waren ‘erbij’ te horen, en die de buitenstaanders zwart maakten. Toen zijn discipelen zoiets deden (en vuur uit de hemel lieten komen op de Samaritanen) vermaande Jezus hen. Toen zij boos waren op iemand die demonen uitdreef in Jezus’ naam zonder bij hun groep te horen, wees Jezus hen terecht: “Want wie niet tégen ons is, is vóór ons!” (Markus 9:40). Het was niet hun verantwoordelijkheid uit te maken of iemand anders wel of niet bij Jezus hoorde. Zelfs niet onderling. Toen Petrus wilde weten wat er met Johannes ging gebeuren, zei Jezus dat hem dat niets aanging. “Het is niet jouw zaak ... Maar jij moet mij volgen" (Johannes 21). Het nieuwe testament waarschuwt ons dat wij niemand mogen vervloeken, ook niet de mensen buiten onze geloofsgroep, want zij zijn net als wij naar het beeld van God geschapen (Jakobus 3:9). Tegelijk moeten wij iedereen liefhebben, ook onze vijanden, ook als ze volledig buiten onze groep vallen. Waar het om gaat is niet tot welke groep wij horen, en of we wel ‘christen’ zijn, waar het om gaat is Jezus. Wie Hem centraal stelt, maakt zich niet meer druk om de grenzen van de groep.
Daarom lezen we in Handelingen nergens dat de eerste volgelingen van Jezus na zijn opstanding een groep stichtten met een bepaalde naam. Het waren niet de christenen die zichzelf ‘christen’ noemden. Ze waren eenvoudig leerlingen. Volgelingen van de weg. Ze werden gedefinieerd door hun liefde en enthousiasme over Jezus, niet door wie wel en niet aan de toelatingseisen van hun groep voldeed. Het waren de niet-gelovigen die dachten een naam te moeten geven aan deze groep. Het waren de heidenen die de volgelingen van de Weg ‘christenen’ gingen noemen (Handelingen 11:26). En waarschijnlijk was deze aanduiding niet bedoeld als compliment, maar was het eerder spottend. Deze mensen waren zo enthousiast over Christus, ze hadden het zo vaak over hem, dat het voor de mensen een aanduiding werd. Wie het ook zo veel over Jezus had, hoorde ook bij deze groep. En al snel werd de term in het Romeinse rijk gebruikt als basis om deze enthousiaste Jezus-volgelingen te vervolgen en voor de leeuwen te werpen. Ik weet echter zeker dat niemand in de arena zich liet voorstaan op het behoren tot de groep ‘christenen’. Nee, ze lieten zich voorstaan op Jezus.
Ik heb er dus geen enkel probleem mee als Anne Rice zichzelf voortaan geen ‘christen’ meer wil noemen en zich niet meer tot de ‘christenheid’ rekent. Het is toch maar een label. Ze zegt dat ze een volgeling blijft van Jezus van Nazareth, en blijft geloven dat in Hem de liefde en rechtvaardigheid van God volkomen zichtbaar werd. Dat is waar het om draait. Er zijn genoeg mensen die zich christen noemen, maar niet Jezus volgen, en niet geloven dat Hij de openbaring is van het karakter van God (denk aan iemand als Kuitert, of de atheistische dominee die vorig jaar in het nieuws was). Met hen voel ik mij in het geheel niet verbonden, ook al delen wij het label ‘christelijk’. Met iemand die Jezus zoekt, ongeacht hoe hij of zij zichzelf wil noemen, trek ik echter graag samen een eind op op de weg. Met zo iemand vorm ik het lichaam van Christus, de Kerk met hoofdletter K, een gemeenschap die niet wordt bepaald door ‘labels’ of woorden, of wie er bij hoort en wie niet, maar door het hoofd: Jezus Christus. En eens zal alles in de hemel en op de Aarde onder dat hoofd worden samengebracht, en een eenheid vormen. Dan verliezen alle labels, hoe ‘christelijk’ ook, hun waarde en zal God alles en in allen zijn. Dat is de christelijke hoop en verwachting. Dat is vrijheid.
Het zal de trouwe lezers van mijn blog niet verbazen dat ik het niet met deze reactie eens ben. Ik denk dat we veel te veel hechten aan ‘labels’ als ‘christen’ of ‘kerk’ of ‘bijbels’ of ‘evangelisch’ of hoe we onszelf ook aanduiden. We gebruiken deze woorden om onderscheid te maken tussen ‘binnen’ en ‘buiten’, en om op basis daarvan te oordelen. Vervolgens gaan we op basis van dat oordeel handelen.
Zo onderscheiden we ‘christelijke’ en ‘seculiere’ boeken, muziek en films. Er zijn mensen die alleen ‘christelijke’ media tot zich willen nemen, en bang zijn voor de niet-christelijke platen of films. Van ‘christelijke’ producten weet je immers dat die veilig zijn, zonder grove taal of expliciete seks. Er wordt niet tegen God afgegeven, er is een opbouwende boodschap en je wordt er niet door aan het twijfelen gebracht. En als iemand er commentaar op heeft, kun je zeggen: “Ja, maar, het is christelijk!” Discussie over. Maar je basis om het product te beoordelen is op deze manier niet de inhoud, maar het woord ‘christelijk’ op het omslag. Deze categorie-indeling zorgt ervoor dat we niet het moeilijke werk hoeven doen van het aandachtig lezen, kijken of luisteren en nadenken over betekenissen, diepere lagen, metaforen en wereldbeelden. Dat we niet de ethische, esthetische en andere aspecten van woord, beeld en geluid hoeven ijken aan onze eigen voorkeuren en overtuigingen. We geven onze verantwoordelijkheid om te oordelen over aan de marketeers die de sticker ‘christelijk’ op de cover plakken. Op deze manier missen we veel van wat ‘waar is, wat edel is, wat rechtvaardig is,wat zuiver is, wat lieflijk is, wat eervol is, wat deugdzaam is en lof verdient’ (Fillipenzen 4:8) is aan de kennelijk ‘niet-christelijke’ boeken, films en muziek om ons heen. We missen de kans om gescherpt te worden door afwijkende meningen. We missen een gelegenheid om onze horizon te verbreden. Ik heb meerdere keren ervaren dat God tot me sprak door films en boeken die niet tot het christelijke genre behoorden. Films leveren me vaak stof tot nadenken en beelden die mijn gedachten verhelderen. En ik zie in deze films en boeken vaak voorbeelden van schoonheid, heldendom, vriendschap en andere belangrijke waarden. Er zit soms ook troep tussen, maar het is mijn verantwoordelijkheid te kiezen wat ik wel en niet tot mij neem. Dat geldt ook andersom, want er is ook veel troep in het ‘christelijke’ genre. Veel films zijn slecht gemaakt, met rammelende verhalen en goedkope effecten. Maar ook de boodschap kan schadelijk zijn. Vaak kom je heel oppervlakkige theologie tegen, of zelfs dwaalleer. Denk aan de boodschap van films als Facing the Giants en Fireproof en dat soort films- als je maar bidt, geeft God je uiteindelijk een vrouw, een huis en ga zo maar door. En boeken als De laatste bazuin (Left Behind) - die een angstbeeld van de toekomst schetsen, niet-gelovigen zwart maken, en een vorm van christendom beschrijven die toch veel op uiterlijke zaken gericht is. Voor mij zijn dit soort boeken en films veel schadelijker dan 95 procent van de niet-christelijke boeken en films, ze worden - niet geheel onterecht - omschreven als 'pornografie voor evangelischen'. Maar veel mensen nemen ze tot zich zonder erover na te denken, want ze zijn ‘christelijk’.
De bijbel zegt helemaal niet dat gelovigen ‘christelijke’ producten moeten consumeren, of maken. Wat de bijbel zegt is: ‘Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede’ en ‘Alles wat God geschapen heeft is goed. Niets hoeft te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen’ (1 Timoteus 4). Paulus gebruikt voorbeelden van Griekse dichters om een punt te maken bij zijn toespraak op de Areopagus. Ik denk dat onze opdracht is om te zoeken naar het goede in alles om ons heen, en om goede boeken, films en muziek te maken. Als we dat op een integere wijze doen zal onze overtuiging er wel in zichtbaar worden. (Ik denk dat mensen als Tolkien en Lewis (en Chesterton en MacDonald) op deze manier schreven, en dat daarom hun verhalen zowel binnen als buiten het ‘christelijk’ erf worden gewaardeerd. C.S. Lewis zei niet voor niets dat de leeuw Aslan niet ‘veilig’ was (hij ging over allerlei grenzen heen), maar hij was wel ‘goed’.)
Hetzelfde principe geldt in onze omgang met mensen. De aanduiding ‘christen’ kan verworden tot een manier om de grenzen van de ‘veilige’ groep aan te duiden. Mensen die zich ‘christen’ noemen (of die lid zijn van onze kerk) zijn bijna automatisch ‘veilig’. Met hen kunnen we vrij omgaan. Mensen die geen ‘christen’ zijn, zijn ‘buiten’. Dat betekent dat we ze gaan zien als bekeringsobjecten. Hen overtuigen ook ‘christen’ te worden wordt het doel van onze vriendschap. Dit is nog iets positiefs. We kunnen ze ook gaan oordelen (het zijn immers toch geen christenen). We kunnen ze minder serieus nemen. We kunnen ze op een hoopje gooien, en hun mening negeren. Terwijl we daardoor de goede overtuigingen, oprechte liefde en schoonheid van de mensen en culturen om ons heen mislopen, en onze ogen sluiten voor de lelijkheid, zelfzucht en gebondenheid van de mensen in onze eigen groep. Voor wie mijn boek gelezen heeft: ‘Labels’ doen ons onze vrijheid verliezen. Ze maken ons passief, doordat we niet iedereen hoeven benaderen als individuen. En door machthebbers kunnen ze worden gebruikt als middel voor controle.
Ik geloof dat daarom Jezus weinig moeite deed om de grenzen van zijn ‘groep’ aan te duiden en uit te maken wie erbij hoorden of niet. Hij ging om met allerlei mensen, hoeren, belastingontvangers, vissers, radicalen, Farizeeërs, Samaritanen, melaatsen, ongeacht hun ‘label’ en ongeacht hun overtuiging, vooroordeel of geloof. De enige begrenzing was of de ander inderdaad met Jezus wilde omgaan, of hem bij voorbaat uitsloot, zoals veel Farizeeën en religieuzen in Jezus’ tijd deden. Jezus was inclusief. Het waren de Farizeeën die zich druk maakten over wie wel en wie niet bij welke groep hoorden. Zij waren het die trots waren ‘erbij’ te horen, en die de buitenstaanders zwart maakten. Toen zijn discipelen zoiets deden (en vuur uit de hemel lieten komen op de Samaritanen) vermaande Jezus hen. Toen zij boos waren op iemand die demonen uitdreef in Jezus’ naam zonder bij hun groep te horen, wees Jezus hen terecht: “Want wie niet tégen ons is, is vóór ons!” (Markus 9:40). Het was niet hun verantwoordelijkheid uit te maken of iemand anders wel of niet bij Jezus hoorde. Zelfs niet onderling. Toen Petrus wilde weten wat er met Johannes ging gebeuren, zei Jezus dat hem dat niets aanging. “Het is niet jouw zaak ... Maar jij moet mij volgen" (Johannes 21). Het nieuwe testament waarschuwt ons dat wij niemand mogen vervloeken, ook niet de mensen buiten onze geloofsgroep, want zij zijn net als wij naar het beeld van God geschapen (Jakobus 3:9). Tegelijk moeten wij iedereen liefhebben, ook onze vijanden, ook als ze volledig buiten onze groep vallen. Waar het om gaat is niet tot welke groep wij horen, en of we wel ‘christen’ zijn, waar het om gaat is Jezus. Wie Hem centraal stelt, maakt zich niet meer druk om de grenzen van de groep.
Daarom lezen we in Handelingen nergens dat de eerste volgelingen van Jezus na zijn opstanding een groep stichtten met een bepaalde naam. Het waren niet de christenen die zichzelf ‘christen’ noemden. Ze waren eenvoudig leerlingen. Volgelingen van de weg. Ze werden gedefinieerd door hun liefde en enthousiasme over Jezus, niet door wie wel en niet aan de toelatingseisen van hun groep voldeed. Het waren de niet-gelovigen die dachten een naam te moeten geven aan deze groep. Het waren de heidenen die de volgelingen van de Weg ‘christenen’ gingen noemen (Handelingen 11:26). En waarschijnlijk was deze aanduiding niet bedoeld als compliment, maar was het eerder spottend. Deze mensen waren zo enthousiast over Christus, ze hadden het zo vaak over hem, dat het voor de mensen een aanduiding werd. Wie het ook zo veel over Jezus had, hoorde ook bij deze groep. En al snel werd de term in het Romeinse rijk gebruikt als basis om deze enthousiaste Jezus-volgelingen te vervolgen en voor de leeuwen te werpen. Ik weet echter zeker dat niemand in de arena zich liet voorstaan op het behoren tot de groep ‘christenen’. Nee, ze lieten zich voorstaan op Jezus.
Ik heb er dus geen enkel probleem mee als Anne Rice zichzelf voortaan geen ‘christen’ meer wil noemen en zich niet meer tot de ‘christenheid’ rekent. Het is toch maar een label. Ze zegt dat ze een volgeling blijft van Jezus van Nazareth, en blijft geloven dat in Hem de liefde en rechtvaardigheid van God volkomen zichtbaar werd. Dat is waar het om draait. Er zijn genoeg mensen die zich christen noemen, maar niet Jezus volgen, en niet geloven dat Hij de openbaring is van het karakter van God (denk aan iemand als Kuitert, of de atheistische dominee die vorig jaar in het nieuws was). Met hen voel ik mij in het geheel niet verbonden, ook al delen wij het label ‘christelijk’. Met iemand die Jezus zoekt, ongeacht hoe hij of zij zichzelf wil noemen, trek ik echter graag samen een eind op op de weg. Met zo iemand vorm ik het lichaam van Christus, de Kerk met hoofdletter K, een gemeenschap die niet wordt bepaald door ‘labels’ of woorden, of wie er bij hoort en wie niet, maar door het hoofd: Jezus Christus. En eens zal alles in de hemel en op de Aarde onder dat hoofd worden samengebracht, en een eenheid vormen. Dan verliezen alle labels, hoe ‘christelijk’ ook, hun waarde en zal God alles en in allen zijn. Dat is de christelijke hoop en verwachting. Dat is vrijheid.
donderdag 5 augustus 2010
Yoko Tsuno, zoogdierachtige krokodillen, stekelbaarsjes, C.S. Lewis en Inception
Roger Leloup publiceerde de cover voor het 25ste Yoko Tsuno-verhaal (een van mijn favoriete stripseries). Een SF-verhaal. Met draken. Dat wordt vast indrukwekkend.
Interessant: een prehistorische krokodil leek wel wat op een zoogdier. Hij had verschillende typen tanden die leken op die van zoogdieren, een flexibele ruggengraat en was zo klein dat hij waarschijnlijk leefde van insekten. Het laat zien dat er in de tijd van de dinosaurussen meer soorten waren die een grote diversiteit vertoonden, dan alleen de dinosaurussen.
Stekelbaarsjes beschikken over een uitzonderlijk aanpassingsvermogen. Oorspronkelijk waren het zeevissen, maar ze hebben ook zoet water gekoloniseerd. Nu blijkt dat ze zich in slechts drie jaar kunnen aanpassen aan een koudere omgeving! Evolutie in de praktijk!
De ontdekking van de eeuw (als het waar blijkt tenminste): rotsen op Mars lijken op stromatolieten, algafzettingen die als fossiel zijn gevonden uit de tijd voor het meercellige leven op Aarde en ook nu nog (zeldzaam) voorkomen. Als het klopt, is er leven op Mars, of in elk geval geweest...
Een Indiase science fiction-film. Over robots. Inclusief danscenes. Zie hier de trailers.
Er komt een film over het leven van Lancelot en Guinevere na de val van Arthur.
Spreekt God nog tot ons? Bill Hybels denkt van wel. Zijn boek lijkt me interessant.
Ook interessant: N.T. Wright over C.S. Lewis. "This isn’t theory; like The Screwtape Letters and similar works, this is a direct report from the Front Line ... I do think he could have gone further in his understanding of the Christian hope, further towards the new creation, the new heaven and new earth, of which many of us gained our first inkling (important word!) through his writings, but which he never pulls together, and relates to Jesus and to Christian faith and life ...But Lewis himself would have been the first to say that of course his book was neither perfect nor complete, and that what mattered was that, if it brought people into the company, and under the influence (or “infection”) of Jesus Christ, Jesus himself would happily take over—indeed, that Jesus had been operating through the process all along, albeit through the imperfect medium of the apologist."
Op de blog Experimental Theology vond ik viavia een artikel over een belangwekkend vraagstuk, namelijk wat het betekent dat God liefde is, en tegelijk rechtvaardig en heilig. Heeft God een gespleten persoonlijkheid, en wil hij ons wel vergeven, maar kan hij het niet? Is God nog steeds stiekem boos op ons? Als we naar Jezus kijken, blijkt het antwoord 'nee' te zijn: "If Jesus is the Image of God then God doesn't seem overly concerned with his "holiness." God, if Jesus is to be believed, is holy because he loves us. That is what makes God so different, so "set apart." God loves in a way humans cannot. Selflessly." Er is geen conflict tussen de liefde en de rechtvaardigheid van God. De 19e-eeuwse schrijver George MacDonald stelde dat als Gods vuur ons verteert, dat het meest liefdevolle en genadige moet zijn dat we ons kunnen voorstellen. "When evil, which alone is consumable, shall have passed away in his fire from the dwellers in the immovable kingdom, the nature of man shall look the nature of God in the face, and his fear shall then be pure...Yea, the fear of God will cause a man to flee, not from him, but from himself; not from him, but to him, the Father himself..."
Ik zal trouwens nog vaak naar deze blog verwijzen: hij heeft namelijk een gedeelte over 'De theologie van Calvin and Hobbes'. Geniaal!
Sarah Clarksen vraagt zich in The Rabbit Room af wat de film Inception (een van mijn nieuwe favorieten) te zeggen heeft tot schrijvers. "What I create as an author is, to an extent, unfinished until it is met by the imagination of a reader. I cannot transmit my creation, with all my own images intact, into the brain of another. To enter my dream, my reader must begin to dream himself ... And what is the purpose of this dream? What do I offer the soul of a reader through my gift of story? ... Perhaps the gift of a good tale is the space in which to find and realize truth, to see it afresh, not merely have it imposed. Or perhaps, I make room so that another, more powerful Creator can implant an idea." Ondertussen is deze film volgens SF-auteur John C. Wright de meest geslaagde sciencefictionfilm ooit.
Interessant: een prehistorische krokodil leek wel wat op een zoogdier. Hij had verschillende typen tanden die leken op die van zoogdieren, een flexibele ruggengraat en was zo klein dat hij waarschijnlijk leefde van insekten. Het laat zien dat er in de tijd van de dinosaurussen meer soorten waren die een grote diversiteit vertoonden, dan alleen de dinosaurussen.
Stekelbaarsjes beschikken over een uitzonderlijk aanpassingsvermogen. Oorspronkelijk waren het zeevissen, maar ze hebben ook zoet water gekoloniseerd. Nu blijkt dat ze zich in slechts drie jaar kunnen aanpassen aan een koudere omgeving! Evolutie in de praktijk!
De ontdekking van de eeuw (als het waar blijkt tenminste): rotsen op Mars lijken op stromatolieten, algafzettingen die als fossiel zijn gevonden uit de tijd voor het meercellige leven op Aarde en ook nu nog (zeldzaam) voorkomen. Als het klopt, is er leven op Mars, of in elk geval geweest...
Een Indiase science fiction-film. Over robots. Inclusief danscenes. Zie hier de trailers.
Er komt een film over het leven van Lancelot en Guinevere na de val van Arthur.
Spreekt God nog tot ons? Bill Hybels denkt van wel. Zijn boek lijkt me interessant.
Ook interessant: N.T. Wright over C.S. Lewis. "This isn’t theory; like The Screwtape Letters and similar works, this is a direct report from the Front Line ... I do think he could have gone further in his understanding of the Christian hope, further towards the new creation, the new heaven and new earth, of which many of us gained our first inkling (important word!) through his writings, but which he never pulls together, and relates to Jesus and to Christian faith and life ...But Lewis himself would have been the first to say that of course his book was neither perfect nor complete, and that what mattered was that, if it brought people into the company, and under the influence (or “infection”) of Jesus Christ, Jesus himself would happily take over—indeed, that Jesus had been operating through the process all along, albeit through the imperfect medium of the apologist."
Op de blog Experimental Theology vond ik viavia een artikel over een belangwekkend vraagstuk, namelijk wat het betekent dat God liefde is, en tegelijk rechtvaardig en heilig. Heeft God een gespleten persoonlijkheid, en wil hij ons wel vergeven, maar kan hij het niet? Is God nog steeds stiekem boos op ons? Als we naar Jezus kijken, blijkt het antwoord 'nee' te zijn: "If Jesus is the Image of God then God doesn't seem overly concerned with his "holiness." God, if Jesus is to be believed, is holy because he loves us. That is what makes God so different, so "set apart." God loves in a way humans cannot. Selflessly." Er is geen conflict tussen de liefde en de rechtvaardigheid van God. De 19e-eeuwse schrijver George MacDonald stelde dat als Gods vuur ons verteert, dat het meest liefdevolle en genadige moet zijn dat we ons kunnen voorstellen. "When evil, which alone is consumable, shall have passed away in his fire from the dwellers in the immovable kingdom, the nature of man shall look the nature of God in the face, and his fear shall then be pure...Yea, the fear of God will cause a man to flee, not from him, but from himself; not from him, but to him, the Father himself..."
Ik zal trouwens nog vaak naar deze blog verwijzen: hij heeft namelijk een gedeelte over 'De theologie van Calvin and Hobbes'. Geniaal!
Sarah Clarksen vraagt zich in The Rabbit Room af wat de film Inception (een van mijn nieuwe favorieten) te zeggen heeft tot schrijvers. "What I create as an author is, to an extent, unfinished until it is met by the imagination of a reader. I cannot transmit my creation, with all my own images intact, into the brain of another. To enter my dream, my reader must begin to dream himself ... And what is the purpose of this dream? What do I offer the soul of a reader through my gift of story? ... Perhaps the gift of a good tale is the space in which to find and realize truth, to see it afresh, not merely have it imposed. Or perhaps, I make room so that another, more powerful Creator can implant an idea." Ondertussen is deze film volgens SF-auteur John C. Wright de meest geslaagde sciencefictionfilm ooit.
Labels:
bijbel,
dinosaurussen,
films,
genade,
strips,
vissen,
wetenschap
woensdag 4 augustus 2010
Het evangelie van zonde-management 4: de kracht van de genade
Pogingen om je gedrag te veranderen lopen meestal op niets uit. In elk geval zolang je jezelf richt op het gedrag zelf. Met de juiste externe motivatie (angst voor straf/verlangen naar beloning) kun je behoorlijk ver komen. Met discipline kun je zorgen dat je goede cijfers haalt op school, kilo's gewicht kwijtraakt of mensen aardig behandelt. Maar of je wordt uiteindelijk moe, je discipline faalt, en je krijgt niets meer gedaan, of je wordt trots en gaat naast je schoenen lopen. Verder kun je ook een tijd lang zorgen dat je niet voor verleiding valt, dat je dat extra glas wijn laat staan, en een roddel niet doorvertelt. Maar uiteindelijk faal je en val je dieper dan ooit tevoren, of de onderdrukte verlangens uiten zich op andere manieren in je leven. En dan beginnen we weer van voren af aan. Als Jezus ons leert dat we onszelf moeten veranderen, als zijn boodschap er een is van 'zonde-management', dan is dat geen goed nieuws. Dan kunnen we beter niet geloven. Tot die conclusie kwam bijvoorbeeld C.S. Lewis (weet ik nu ik de biografie van George Sayer over hem aan het lezen ben). Hij voelde zich diep schuldig over een slechte gewoonte, maar hij kon er niet van afkomen. Hij loste dit dilemma op door dan maar het bestaan van God te ontkennen. Maar ook dat is een schijnoplossing. Het schadelijke gedrag, dat hem minder zichzelf maakte, bleef namelijk.
Gelukkig is de boodschap van Jezus er niet een van zonde-management, maar van Gods liefde voor verloren, onreine, zondige mensen. Jezus ontkent niet de schadelijkheid van ons verkeerde gedrag, onze zelfzucht, passiviteit en controle, en hij vindt het belangrijk dat wij God, anderen en onszelf liefhebben. Maar het goede nieuws is dat ons gedrag niet bepaalt hoe God over ons denkt en wat God ons wil geven. Op het kruis van Jezus kwam onze opstand tegen God volledig aan het licht, en bleek in het niet te vallen bij de heilige liefde van God. Het zwartste en donkerste plekje in ons hart werd openbaar, en werd door het vuur van Gods liefde gereinigd. God kent ons helemaal, en heeft ons vergeven. Al onze zonden, tot aan het eind van ons leven, zijn 'gratis'. We hoeven ons niet meer beter voor te doen dan we zijn. We hoeven niet meer wanhopig te proberen onze zonden te 'managen'. We hoeven geen gradaties meer aan te brengen, of te waken voor een glijdende schaal. Niets kan ons scheiden van de liefde van God in Jezus Christus. We zijn vrij.
En wat doen we als we vrij zijn?
Ik begon onder andere over dit onderwerp na te denken door het lezen van dit blogbericht, een paar weken geleden, waarin een aflevering van TV-serie Frasier (heb ik zelf niet gezien, overigens) wordt besproken. De hoofdpersoon krijgt de gelegenheid voor geld producten aan te prijzen op de radio. Hij denkt dat hij dat kan doen zonder zijn professionele integriteit aan te tasten, als het maar producten zijn waar hij zelf van houdt. Maar dan komt het aanbod van televisie. Daarvoor zou hij iets moeten aanprijzen waar hij niet van houdt. Hij vraagt zijn broer om advies en die zegt dat hij zijn professionele waardigheid al verspeeld bij zijn eerste radio-optreden. "Dus je zegt dat ik het niet moet doen?" "Nee," is het antwoord, "Ik zeg dat het er niet meer toe doet, wat je doet." Om zijn professionele waardigheid hoeft de hoofdpersoon zich niet meer druk te maken. Hij is vrij om te doen wat hij wil. En wat doet hij? Hij slaat het aanbod af. Hij kiest voor zijn integriteit. De toepassing volgens de schrijver: "Freedom in the Gospel does not create license. It creates the thing that ethics, that is the law, wanted in the first place. Righteousness."
Dat is wat Paulus zegt in Romeinen 8, direct na zijn betoog dat hij zichzelf niet kon veranderen met behulp van externe motivatiemiddelen: "Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist." Het gedrag dat in de wet beschreven staat, het gedrag dat past bij beelddragers van God, bij echte mensen, verschijnt pas in ons als we niet meer proberen ons gedrag te veranderen. Zolang je blijft proberen je gedrag te veranderen, zolang je bezig blijft met 'zonde management', neem je je eigen zelfzucht en gebrokenheid (de zonde) eigenlijk niet serieus genoeg. Dan zie je het als een afwijking die je uit eigen kracht zou moeten kunnen overwinnen, als iets dat met een beetje wilskracht uit de weg kan worden geholpen. Maar dat is niet wat de bijbel zegt: volgens de bijbel zijn wij niet in staat onszelf te verlossen uit dit leven dat wordt beheerst door de dood. Onze enige hoop ligt in het feit dat we ons gedrag niet meer hoeven veranderen. Ik heb al eens eerder aangehaald: "People who stress obedience over grace say we who stress grace over obedience think too lightly of sin; however, I believe the exact o-p-p-o-s-i-t-e. Those who stress obedience over grace do not understand how deadly sin is. We are saying that sin is a monster that we do not have any ability to conquer in ourselves, although we hate it—we want sin out of our lives, and the only way to get it out is to rely on grace." Het accepteren van Gods genade betekent dat we accepteren dat God in Christus volledig met de zonde heeft afgerekend, en dat ons gedrag (ten goede of ten slechte) er wat God betreft dus niet meer toe doet. Hier konden en kunnen we zelf niets voor doen of aan bijdragen. Onze 'krukken' van straf en beloning zijn waardeloos. De wet is buiten spel gezet ('Het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, heeft God uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen.' Kolossenzen 2:14). We kunnen Gods liefde alleen maar ontvangen als geschenk. En we gaan vervolgens onszelf zien zoals God ons nu ziet, dat is: als mensen uit wie de zonde is weggenomen, die zijn schoongewassen en die nu net zo in relatie tot Hem staan als Jezus zelf. We gaan onszelf zien als 'een nieuwe schepping, het oude is voorbijgegaan. Het is alles nieuw geworden' (2 Korintiers 5:17). Als 'dood voor de zonde, maar levend voor God' (Romeinen 6).
En dat heeft gevolgen voor ons gedrag. Wanneer we onszelf zien als mensen van wie God houdt, zullen we ook zelf gaan houden van God, andere mensen en onszelf. Jezus zei het al: wie veel is vergeven, zal veel liefhebben. En Johannes stelt dat wij liefhebben, omdat God ons heeft liefgehad. Onze liefde zal dus niets te maken hebben met angst voor straf, of een verlangen naar beloning, maar komt volledig van binnenuit. We zullen er niet trots op zijn, we zullen ons niet vergelijken met anderen of met een of ander ideaal, we zullen onze daden, onze gedachten en onze woorden niet meer in een weegschaal leggen. We zullen liefhebben omdat we er zelf voor kiezen, omdat we ernaar verlangen. We hebben lief omdat we vrij zijn. En wie liefheeft, zegt de Bijbel, heeft de wet vervuld.
Als we ons niet meer richten op manipulatie van ons gedrag heeft dat twee gevolgen. Het leidt ertoe dat we kunnen genieten van het goede waar we naar verlangen zonder ons schuldig te voelen, en tegelijk dat we het slechte kunnen nalaten zonder dat we onszelf daartoe moeten dwingen. Een vriend van mij wil bijvoorbeeld graag op een gezond gewicht blijven. Hij probeert zich dan ook aan een paar dieetregels te houden. Maar hij merkte dat hij regelmatig in de supermarkt een pak koekjes kocht en dat dan helemaal op at. Daar was hij niet blij mee, maar hoe hij zich ook voornam geen koekjes te nemen, hij bleef ervoor vallen. Uiteindelijk realiseerde hij zich dat het eten van koekjes niet het probleem was, maar dat het ergens vandaan kwam. Er was iets in hem, een leegte of verveling, waardoor hij tot het eten van koekjes werd aangezet. De volgende keer dat hij trek kreeg in koekjes streed hij niet tegen dat verlangen. Hij kocht de koekjes en at ze op. En terwijl hij zijn koekjes at, dacht hij terug aan de uren daarvoor, realiseerde hij zich dat hij zich aan het vervelen was geweest, en probeerde hij na te gaan hoe hij dat eerder kon herkennen. Zijn strijd was niet tegen de koekjes, maar tegen de verveling. Als hij zich minder verveelde, zou hij ook minder vaak naar de winkel gaan. En, zei hij, de koekjes hadden nooit zo lekker gesmaakt als op dat moment. De koekjes waren namelijk in zichzelf goed en hij was vrij ervan te genieten zonder zich schuldig te voelen.
Ikzelf vertelde in een eerder bericht over mijn slechte nachtrust van een paar weken geleden, en hoe ik worstelde met een bepaalde verleiding. Ik vocht ertegen, maar tevergeefs. Ik heb ook beschreven hoe ik me realiseerde dat ik had geprobeerd met discipline en afvinklijstjes mezelf te veranderen, en hoe ik daar gestresst van was geraakt. De externe motivatie werkte niet, en dus vluchtte ik in passiviteit. Ik sprak erover met een vriend, we herinnerden elkaar aan de onvoorwaardelijke liefde van God, aan het feit dat we zelf niet in staat zijn onszelf heilig te maken, en dat het leven alleen in Jezus te vinden is. We baden: ik voor hem en hij voor mij. We vierden samen het avondmaal - symbool van het kruis waar God met alle externe motivaties afrekende. En die avond sliep ik als een roos. En tot nu toe alle avonden daarna (okee, ik ga soms nog steeds wat laat naar bed, maar ik val wel snel in slaap). Bovendien was de verleiding waar ik mee worstelde verdwenen. Ik voelde geen enkel verlangen meer naar datgene waar ik eerst niet van af kon blijven. Het was in rook opgegaan. Ik was vrij. En ik had er niets voor hoeven doen.
Dat is de boodschap van de bijbel. Dit is werkelijk goed nieuws.
Gelukkig is de boodschap van Jezus er niet een van zonde-management, maar van Gods liefde voor verloren, onreine, zondige mensen. Jezus ontkent niet de schadelijkheid van ons verkeerde gedrag, onze zelfzucht, passiviteit en controle, en hij vindt het belangrijk dat wij God, anderen en onszelf liefhebben. Maar het goede nieuws is dat ons gedrag niet bepaalt hoe God over ons denkt en wat God ons wil geven. Op het kruis van Jezus kwam onze opstand tegen God volledig aan het licht, en bleek in het niet te vallen bij de heilige liefde van God. Het zwartste en donkerste plekje in ons hart werd openbaar, en werd door het vuur van Gods liefde gereinigd. God kent ons helemaal, en heeft ons vergeven. Al onze zonden, tot aan het eind van ons leven, zijn 'gratis'. We hoeven ons niet meer beter voor te doen dan we zijn. We hoeven niet meer wanhopig te proberen onze zonden te 'managen'. We hoeven geen gradaties meer aan te brengen, of te waken voor een glijdende schaal. Niets kan ons scheiden van de liefde van God in Jezus Christus. We zijn vrij.
En wat doen we als we vrij zijn?
Ik begon onder andere over dit onderwerp na te denken door het lezen van dit blogbericht, een paar weken geleden, waarin een aflevering van TV-serie Frasier (heb ik zelf niet gezien, overigens) wordt besproken. De hoofdpersoon krijgt de gelegenheid voor geld producten aan te prijzen op de radio. Hij denkt dat hij dat kan doen zonder zijn professionele integriteit aan te tasten, als het maar producten zijn waar hij zelf van houdt. Maar dan komt het aanbod van televisie. Daarvoor zou hij iets moeten aanprijzen waar hij niet van houdt. Hij vraagt zijn broer om advies en die zegt dat hij zijn professionele waardigheid al verspeeld bij zijn eerste radio-optreden. "Dus je zegt dat ik het niet moet doen?" "Nee," is het antwoord, "Ik zeg dat het er niet meer toe doet, wat je doet." Om zijn professionele waardigheid hoeft de hoofdpersoon zich niet meer druk te maken. Hij is vrij om te doen wat hij wil. En wat doet hij? Hij slaat het aanbod af. Hij kiest voor zijn integriteit. De toepassing volgens de schrijver: "Freedom in the Gospel does not create license. It creates the thing that ethics, that is the law, wanted in the first place. Righteousness."
Dat is wat Paulus zegt in Romeinen 8, direct na zijn betoog dat hij zichzelf niet kon veranderen met behulp van externe motivatiemiddelen: "Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist." Het gedrag dat in de wet beschreven staat, het gedrag dat past bij beelddragers van God, bij echte mensen, verschijnt pas in ons als we niet meer proberen ons gedrag te veranderen. Zolang je blijft proberen je gedrag te veranderen, zolang je bezig blijft met 'zonde management', neem je je eigen zelfzucht en gebrokenheid (de zonde) eigenlijk niet serieus genoeg. Dan zie je het als een afwijking die je uit eigen kracht zou moeten kunnen overwinnen, als iets dat met een beetje wilskracht uit de weg kan worden geholpen. Maar dat is niet wat de bijbel zegt: volgens de bijbel zijn wij niet in staat onszelf te verlossen uit dit leven dat wordt beheerst door de dood. Onze enige hoop ligt in het feit dat we ons gedrag niet meer hoeven veranderen. Ik heb al eens eerder aangehaald: "People who stress obedience over grace say we who stress grace over obedience think too lightly of sin; however, I believe the exact o-p-p-o-s-i-t-e. Those who stress obedience over grace do not understand how deadly sin is. We are saying that sin is a monster that we do not have any ability to conquer in ourselves, although we hate it—we want sin out of our lives, and the only way to get it out is to rely on grace." Het accepteren van Gods genade betekent dat we accepteren dat God in Christus volledig met de zonde heeft afgerekend, en dat ons gedrag (ten goede of ten slechte) er wat God betreft dus niet meer toe doet. Hier konden en kunnen we zelf niets voor doen of aan bijdragen. Onze 'krukken' van straf en beloning zijn waardeloos. De wet is buiten spel gezet ('Het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, heeft God uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen.' Kolossenzen 2:14). We kunnen Gods liefde alleen maar ontvangen als geschenk. En we gaan vervolgens onszelf zien zoals God ons nu ziet, dat is: als mensen uit wie de zonde is weggenomen, die zijn schoongewassen en die nu net zo in relatie tot Hem staan als Jezus zelf. We gaan onszelf zien als 'een nieuwe schepping, het oude is voorbijgegaan. Het is alles nieuw geworden' (2 Korintiers 5:17). Als 'dood voor de zonde, maar levend voor God' (Romeinen 6).
En dat heeft gevolgen voor ons gedrag. Wanneer we onszelf zien als mensen van wie God houdt, zullen we ook zelf gaan houden van God, andere mensen en onszelf. Jezus zei het al: wie veel is vergeven, zal veel liefhebben. En Johannes stelt dat wij liefhebben, omdat God ons heeft liefgehad. Onze liefde zal dus niets te maken hebben met angst voor straf, of een verlangen naar beloning, maar komt volledig van binnenuit. We zullen er niet trots op zijn, we zullen ons niet vergelijken met anderen of met een of ander ideaal, we zullen onze daden, onze gedachten en onze woorden niet meer in een weegschaal leggen. We zullen liefhebben omdat we er zelf voor kiezen, omdat we ernaar verlangen. We hebben lief omdat we vrij zijn. En wie liefheeft, zegt de Bijbel, heeft de wet vervuld.
Als we ons niet meer richten op manipulatie van ons gedrag heeft dat twee gevolgen. Het leidt ertoe dat we kunnen genieten van het goede waar we naar verlangen zonder ons schuldig te voelen, en tegelijk dat we het slechte kunnen nalaten zonder dat we onszelf daartoe moeten dwingen. Een vriend van mij wil bijvoorbeeld graag op een gezond gewicht blijven. Hij probeert zich dan ook aan een paar dieetregels te houden. Maar hij merkte dat hij regelmatig in de supermarkt een pak koekjes kocht en dat dan helemaal op at. Daar was hij niet blij mee, maar hoe hij zich ook voornam geen koekjes te nemen, hij bleef ervoor vallen. Uiteindelijk realiseerde hij zich dat het eten van koekjes niet het probleem was, maar dat het ergens vandaan kwam. Er was iets in hem, een leegte of verveling, waardoor hij tot het eten van koekjes werd aangezet. De volgende keer dat hij trek kreeg in koekjes streed hij niet tegen dat verlangen. Hij kocht de koekjes en at ze op. En terwijl hij zijn koekjes at, dacht hij terug aan de uren daarvoor, realiseerde hij zich dat hij zich aan het vervelen was geweest, en probeerde hij na te gaan hoe hij dat eerder kon herkennen. Zijn strijd was niet tegen de koekjes, maar tegen de verveling. Als hij zich minder verveelde, zou hij ook minder vaak naar de winkel gaan. En, zei hij, de koekjes hadden nooit zo lekker gesmaakt als op dat moment. De koekjes waren namelijk in zichzelf goed en hij was vrij ervan te genieten zonder zich schuldig te voelen.
Ikzelf vertelde in een eerder bericht over mijn slechte nachtrust van een paar weken geleden, en hoe ik worstelde met een bepaalde verleiding. Ik vocht ertegen, maar tevergeefs. Ik heb ook beschreven hoe ik me realiseerde dat ik had geprobeerd met discipline en afvinklijstjes mezelf te veranderen, en hoe ik daar gestresst van was geraakt. De externe motivatie werkte niet, en dus vluchtte ik in passiviteit. Ik sprak erover met een vriend, we herinnerden elkaar aan de onvoorwaardelijke liefde van God, aan het feit dat we zelf niet in staat zijn onszelf heilig te maken, en dat het leven alleen in Jezus te vinden is. We baden: ik voor hem en hij voor mij. We vierden samen het avondmaal - symbool van het kruis waar God met alle externe motivaties afrekende. En die avond sliep ik als een roos. En tot nu toe alle avonden daarna (okee, ik ga soms nog steeds wat laat naar bed, maar ik val wel snel in slaap). Bovendien was de verleiding waar ik mee worstelde verdwenen. Ik voelde geen enkel verlangen meer naar datgene waar ik eerst niet van af kon blijven. Het was in rook opgegaan. Ik was vrij. En ik had er niets voor hoeven doen.
Dat is de boodschap van de bijbel. Dit is werkelijk goed nieuws.
dinsdag 3 augustus 2010
De woestijn zal bloeien
In dit geval de overdekte woestijn van Burgers' dierenpark ...

En als toegift nog een spectaculaire lucht van een paar weken geleden:
Labels:
schepping,
schoonheid
Abonneren op:
Posts (Atom)














