dinsdag 19 januari 2010

Filmbespreking: 9

Nee, niet Nine, de filmmusical met Daniel Day Lewis, maar 9. En nee, ook niet District 9, alhoewel die met zijn apocalyptische beelden al wel een beetje in de buurt komt. Deze film heet gewoon 9. Alle drie films uit 2009 trouwens. Zouden we dit jaar films met het getal 10 voorgeschoteld krijgen? Het is maar een vraag ...
Terug naar het onderwerp van dit bericht. De film 9. Dit moet wel een van de meest bizarre films zijn die ik ooit gezien heb. En so wie so de meest bizarre animatiefilm. Ja, nog bizarrer (is dat een goed woord?) dan Wall-E. Die was al behoorlijk bizar. Maar die komt in de buurt. Beide gaan over een wereld zonder mensen, en beiden stellen de vraag welke vorm het leven aanneemt als de mens verdwenen is.
Maar terwijl Wall-E een mogelijke voortzetting zou kunnen zijn van onze eigen toekomst, door de satirische lens van een tekenfilm heen, is 9 iets heel anders. Het is de toekomst van een parallelle geschiedenis, een waarin een uitvinder rond de tijd van de tweede wereldoorlog een kunstmatige intelligentie schiep, die vervolgens werd gebruikt voor minder vredelievende doeleinden. Nerds noemen dit ook wel 'dieselpunk', naar analogie van het net iets minder geeky, of net iets meer bekende 'steampunk'. Bij de laatste wordt uitgegaan van een hoogontwikkelde technologie gebaseerd op stoomkracht, de eerste stelt een futuristische technologie voor gebaseerd op benzine. De regisseur gebruikte ergens de term 'stitchpunk' en dat slaat op een ander element van het verhaal: de hoofdpersonen, poppen gemaakt van stof, tot leven gewekt door de technieken uit de alchemie (net als de kunstmatige intelligentie trouwens, die dus helemaal niet kunstmatig is, maar een kopie van een menselijke intelligentie). Een hele andere laag in het verhaal. Maar van deze alternatieve beschaving, gebaseerd op de technieken van de benzinemotor en de alchemie, is op het moment dat deze film zich afspeelt niets meer over. Helemaal niets. Zelfs geen gedevolueerde vetzakken in een ruimteschip ver weg. De Aarde is levenloos. Er zijn zelfs geen bacteriën meer. (Waardoor dit de enige animatiefilm is die ik ken waar onverteerde lijken in voorkomen. In wat we de meest verontrustende scene in een animatiefilm ooit is zelfs een moeder met haar kind ... ik heb nog even teruggespoeld om te controleren of het geen pop was). Deze levenloze wereld is opnieuw overgeleverd aan de ongerichte machten van het weer: wind, regen, kou, hitte, pure erosie. Als de elementen vrij spel krijgen, zal alles uiteindelijk afslijten tot een grijze of bruine zandvlakte.

Maar de mens heeft zich niet bij zijn lot neergelegd, en regeert als het ware over de dood heen. Een briljante wetenschapper (de schepper van het kunstmatige brein) heeft negen zakkenpoppen voorzien van delen van zijn geest. Hen heeft hij losgelaten in een in oorlog verwikkelde wereld. Hun missie: het voortbestaan van menselijkheid. Opnieuw niet de fysieke menselijkheid (met armen, benen en zo voorts), maar de geestelijke menselijkheid. Het menselijke karakter. De negen poppen vinden zich tegenover een andere overlevende van de grote wereldbrand: het intellect (ik zeg het hier expres op deze manier). En er volgt een strijd om de erfenis van de mensheid. Wie be-erft de aarde? De koude, berekenende machine, die bereid is dodelijke macht uit te oefenen om zijn voortbestaan zeker te stellen, die bereid is ander leven te vernietigen zolang hij zelf in controle blijft? Of de nederige, kleine poppen, die op zoek zijn naar schoonheid, die op zoek zijn naar waarheid, en die op zoek zijn naar echte relaties? Wezens die uiteindelijk bereid zijn hun eigen leven op te offeren voor de ander? Dum dum dum ....

Oke, het mag duidelijk zijn wie de eindoverwinning behaalt, maar de weg daarnaar toe is bezaaid met hindernissen, niet in het minst in de vorm van enkele creatief ontworpen, werkelijk enge monsters. Dit is geen film voor kleine kinderen! Het brein bouwt combinaties van skeletonderdelen (een in grote hoeveelheden aanwezige grondstof) en alles at hij ook maar kan vinden. Vooral de 'slang' is een geval van 'brrrr ...'. En in een wereld vol resten van oorlog ontspinnen zich werkelijk spannende actiescenes. Onder andere op een oud vliegtuig dat in een kathedraal is gevlogen. Mooi.
Helaas is de rest van het verhaal, ondanks het briljante uitgangspunt, niet het beste dat ooit verfilmd is. De karakters blijven niet erg uitgewerkt. Dat is misschien een van de punten van het verhaal, maar de zwakke dialogen (vooral kretologie) weerhouden je ervan een band te vormen met de hoofdpersonen. Ze ontstijgen niet het cliche. Het eind van het verhaal is ook warrig, en opeens lijkt er iets als een daadwerkelijk aanwezige en waarneembare 'geest' te bestaan. Ik kan deze film vooral aanbevelen voor de 'visuals'. Voor het verhaal houdt Wall-E toch mijn voorkeur.

Toch is er het een en ander in deze film om over na te denken. Natuurlijk het thema, dat aansluit bij een bericht dat ik eerder deze week plaatste, namelijk: hoe kun je doorgaan met leven in het zicht van de ultieme tragedie, het einde van de mensheid. Dit is een belangrijke vraag, nog belangrijker dan ik in mijn stukje suggereerde, want we worden allemaal geconfronteerd met het einde, namelijk het einde van ons leven. Dat staat honderd procent vast. Als we dat weten, waarvoor kiezen we dan?
Deze film lijkt, net als ik, te suggereren dat het waard is om ook in het zicht van het einde van de mensheid, vast te houden aan wat ons menselijk maakt. Namelijk: het kunnen waarnemen van schoonheid, het kennen van de waarheid, en intieme relaties. Deze dingen, de ziel van de mens zo je wilt, zijn zo belangrijk dat ze de apocalyps moeten overleven. Als deze er niet meer zijn, is het leven na de ondergang werkelijk zinloos. Dan kunnen er nog wel mensen zijn, maar als die hun menselijkheid hebben verloren in de strijd om te overleven, is er geen werkelijke betekenis meer. Als alleen de koude, berekenende macht van de machine er is, is er geen hoop. Wat ons menselijk maakt is niet het pure intellect, in dienst van de drang te overleven, want dat hebben dieren ook. Wat ons werkelijk mens maakt, is onze keuze ons op te offeren voor anderen, om lief te hebben met het woord en de daad, en te vechten voor het goede, het ware en het mooie.

De film bevat een vrij duidelijke aanval op de georganiseerde religie in de persoon van zakpop '1', die zelfs als een bisschop is aangekleed. Hij is reactionair, veroordeeld '9' omdat die vragen stelt en de status quo verwerpt, hij is gericht op veiligheid, en probeert anderen door angst (en manipulatie) onder controle te houden (vooral om zelf ook veilig te blijven). Wie mijn berichten heeft gelezen weet dat ik kritiek op georganiseerde religie niet verkeerd vind (omdat die namelijk vaak gekleurd wordt door precies die menselijke macht/angst/overlevingsdrift/controle die ons onvrij maakt). Maar het voelt in dit soort films vaak alsof gelovigen als zodanig bekritiseerd worden, waarschijnlijk omdat de vormen van de kerk worden gebruikt om 'religie' op te roepen. Maar het zijn niet de vormen die religieus zijn, maar de manier waarop ze gebruikt worden. Er is wel een mooi moment waarop het karakter '1' een keuze maakt die hem in een ander licht stelt.

De film eindigt met hoop. We zien een mannelijke pop, een vrouwelijke pop en twee kinderlijke poppen. Een soort kerngezin, een Adam en Eva van een nieuwe generatie. "Wat doen we nu?" vraagt er een. "De wereld is nu van ons", zegt de ander. We kunnen hem zelf gaan vormgeven. Veel echo's van de scheppingsopdracht in genesis 2 als je het mij vraagt (waar God eigenlijk tegen de mens zegt: de wereld is van jou. Zorg er goed voor!). En dus ook een vooruitwijzing naar het nieuwe begin van Gods koninkrijk, waarin God ons opnieuw een creatief volmacht zal geven, om als koningen over de schepping te heersen en haar glorie voor altijd te blijven vermeerderen!

maandag 18 januari 2010

Op God vertrouwen, vrijheid en reacties op Haiti


Een blog die ik vanmiddag ontdekte (met veel gedachten over films), schrijft over hetzelfde onderwerp als waar ik laatst over schreef: waarom zou iemand in God geloven? Hebben Dawkins en anderen niet het gelijk aan hun kant? Is geloof alleen maar iets voor zwakken? "Ted Turner famously called Christianity "a crutch." I think it's funny...Christianity never claimed to be anything else." Wat de film Barbarella ermee te maken heeft weet ik echter niet.

Het lijkt in de lucht te zitten want ook op de blog The Internetmonk gaat het over de vraag of je kunt geloven terwijl het bestaan van God niet te bewijzen is. Veel goede, doordachte, echte reacties (van gelovigen en ongelovigen, en ook een of twee van mij). Ik leer ervan. Deze opmerking vond ik mooi: "You can read all you want about a Porsche, know it’s ratio’s, tolerances, horsepower, turbo lag, skid numbers, how the leather on the seats was made, the procedures for assembly, all of it, but you will never know a Porsche until you drive it. God is much the same, you can know all about Him, until you experience Him you will never know Him." En deze: "After the apologetics have been read….do you find Jesus’ words to stab you in the heart, or not? If not, all the logic in the world will stay in the realm of logic, and not life. If they do, then take a step into life as if it were indeed built with that underlying truth." en deze: "If there is no God, then sh*t simply happens, without any rhyme or reason to it– and without any reason for us to even think of it as “sh*t,” because without God, there is no objective good or bad, or right or wrong."

Een inspirerende beschrijving hoe een organische kerkdienst eruit zou kunnen zien.

Veel religieuze links dit keer: een interview uit 1982 in Christianity Today met Henry Nouwen en Richard Foster: 'Deepening our Conversation with God.' Nouwen is wijs: "Saying "No" to my lust, my greed, my needs, and the world's powers takes an enormous amount of energy. The only hope is to find something so obviously real and attractive that I can devote all my energies to saying "Yes." In effect, I don't have time to pay any attention to the distractions. One such thing I can say "Yes" to is when I come in touch with the fact that I am loved. Once I have found that in my total brokenness I am still loved, I become free from the compulsion of doing successful things."

Een mooie gelijkenis van een 'concurrerende' blog over vrijheid: 'Wanneer de tijd juist is, zul je vrucht zien. Dat heb ik beloofd.'

Henk Medema schrijf over Haïti, en hoe we als christenen op zo'n ramp kunnen reageren. Hij heeft ook geen antwoorden. En ook The Christian Monist heeft er een paar goede gedachten over. Hij was hulpmedewerker bij eerdere aardbevingen.

Een bespreking van een van mijn favoriete SF-boeken: A Canticle for Leibowitz.

zondag 17 januari 2010

Doorgaan


Toen ik nog in Leiden in een studentenhuis woonde draaiden we wel eens een plaat van André van Duin. (Niet afhaken: dit bericht wordt nog wel serieus. En ik ga ook Tolkien aanhalen. En tja, een beetje associëren is soms wel leuk). Op dit plaat stond ook het liedje 'Doorgaan'. Dat zongen we wel eens tijdens de afwas.
Vrij onzinnig, maar ik moest er wel even aan denken toen ik nadacht over wat ik wilde schrijven, namelijk: hoe kunnen we doorgaan (daar heb je 'em) als er dingen gebeuren zoals die aardbeving in Haiti. Of zoals de oorlogen die overal op de wereld nog steeds aan de gang zijn. Of zoals de epidemieën die de ronde doen. Of zoals abortus, kanker, mensenhandel, vervuiling, leugens in de politiek, kloof tussen arm en rijk, broeikaseffect, 'peak oil' en manipulatie op de werkvloer. Wat heeft het voor zin. Moeten we zoals André zingt doorgaan 'het graan heeft de orkaan doorstaan door door te gaan, dus kunnen we doorgaan'? Of is er een betere reden om de handdoek niet in de ring te gooien?
Als ik berichten lees zoals van de week over Haïti bekruipen me namelijk wel eens vage schuldgevoelens. Hoe kan ik hier in Nederland doorgaan (ja, ja) met mijn werk, mijn hobbies, mijn vriendschappen, terwijl aan de andere kant van de wereld mensen liggen te creperen onder het beton, terwijl bendeleden de schaarse grondstoffen roven, terwijl kinderen drinken van rioolwater bij gebrek aan beter, terwijl de hoop van een land de grond wordt ingeslagen? Wat moet mijn reactie zijn? Hoe kan ik rechtvaardigen dat ik zaterdagmiddag gezellig koffie zit te drinken met een vriend, terwijl er mensen van honger omkomen? Hoe kan ik een paar uur besteden aan het schrijven van een SF-verhaal, terwijl we als mensen ons milieu om zeep helpen door vervuiling? Hoe kan ik genieten van een goede maaltijd, terwijl er onschuldige kinderen op dit moment worden misbruikt door verknipte mensen? Zijn mijn passies, mijn verlangens, mijn tijdsbestedingen niet een vlucht tegenover de koude, harde realiteit van het leven? Steek ik niet mijn hoofd in het zand?

We moeten ons van deze vragen rekenschap geven, want het kan inderdaad een vlucht zijn, het ontlopen van onze verantwoordelijkheid en het negeren van de nood van onze medemens. We moeten niet willens en wetens onwetend willen zijn (ooh ... mooie zin!). We moeten de wereld recht en eerlijk in de ogen willen kijken en de ander daadwerkelijk zien als mens, die ons respect en onze liefde nodig heeft. Maar tegelijk moeten we ons niet laten ontmoedigen door de chaos en onvoorspelbaarheid van het heelal. We moeten ons niet laten intimideren door de gruwelen waartoe onze medemensen in staat zijn, en ons niet cynisch laten maken door de dodelijke gevolgen van het toeval. In het zicht van de schijnbaar zinloze, gewelddadige, onpersoonlijke wereld tegenover ons, is het juist van onnoemelijk groot belang dat wij leven als vrije, waardevolle, liefhebbende mensen. Dat wij schoonheid bewonderen en maken, dat wij gerechtigheid nastreven en herkennen, dat wij intimiteit beschermen en aangaan. Dat we in het gezicht van het verderf de vlag opheffen van de goedheid van Gods schepping.

Ik moet denken aan een stukje uit de tweede Lord of the Rings-film. Frodo is ontmoedigd. De reis valt hem zwaar. Geconfronteerd met de macht van de boosaardige Sauron, de vernietiging die de orks aanbrengen, de verwoesting van de wereld, en zijn eigen zwakheid (hij heeft bijna toegegeven aan de verleiding de ring aan de ringgeest te geven), ziet hij geen reden meer om door te gaan. Sam wijst op de helden van de verhalen. "Folks in those stories had lots of chances of turning back, only they didn't. They kept going. Because they were holding on to something." Frodo zucht en vraagt: "What are we holding on to then, Sam?" En Sam antwoordt: "That there's some good in this world, Mr. Frodo ... and it's worth fighting for." Ze zien op dat moment geen bewijs dat het goede er werkelijk is, of dat er een kans is dat het de overhand behaalt, maar toch kiezen ze ervoor om door te gaan. (Hun vertrouwen wordt bevestigd als ze uiteindelijk door een gat in het wolkendek een ster zien. Een teken dat hoe uitzichtsloos hun situatie ook is, de werkelijkheid groter is dan Midden-Aarde zelf, en dat die grotere werkelijkheid, de sterrenhemel, gekenmerkt wordt door goede, mooie en ware dingen.)
Door vast te houden aan de verlangens die ons mens maken, door te blijven vechten voor schoonheid, waarheid en intimiteit, door te creëren in plaats van af te breken, door anderen te helpen in plaats van alleen onszelf, door relaties aan te gaan in plaats van ons te isoleren, verzetten we ons dus tegen de schijnbare zinloosheid van het heelal. We rebelleren tegen de vloek van de vergankelijkheid die volgens Romeinen 8 de schepping laat kreunen als in barensnood. We plaatsen onze vlag op een heuvel te midden van het cynisme, en proclameren dat er iets is om voor te vechten, iets om voor te sterven. Dat we mensen zijn en mensen willen blijven. Elk moment van schoonheid, van waarheid, van intimiteit is een heldendaad! In het gezicht van rampen als Haiti, laten we zien dat we niet ontmoedigd kunnen worden, dat we niet kunnen worden banggemaakt, maar dat we geloven. Geloven dat er inderdaad iets goeds is in deze wereld. En dat dit het waard is om na te streven.

En dit is geen vergeefse verzetsdaad. Het is niet als het Noorse Ragnarok, de godenschemering, waar de machten van orde een laatste heldhaftige verzetsdaad plegen tegen de overweldigende machten van de chaos en uiteindelijk het onderspit delven. Het is niet een verzet tegen de rede in. Het is een daad van geloof. Geloof dat God uiteindelijk groter is dan het onheil. Dat wat God belooft uiteindelijk waargemaakt zal worden. Dat het herstel van alle dingen eens plaats zal vinden, en dat onze keuzes nu dat uiteindelijke herstel mogen reflecteren. Dat wat ons nu ook overkomt, de overwinning vaststaat.Dat de crisis waar wij voor staan, niet het einde is, maar precies wat Romeinen 8 zegt: barensweeën, de stuiptrekkingen van de oude wereldorde voor het verschijnen van de regering van God.
In onze keuzes, in ons nastreven van schoonheid, waarheid en intimiteit, grijpen we vooruit op het herstel dat komt, op de wil van God die zal gebeuren en de schoonheid, waarheid en intimiteit die kenmerken zijn van het koninkrijk van God. We kiezen ervoor om die nu al in praktijk te brengen. We tonen onze werkelijke alliantie. We zijn een getuigenis aan de machten van de duisternis dat de nacht niet eeuwig zal duren. Ons licht is nu misschien nog zwak, labiel, als een nachtkaars uitgeblazen. Maar het is de voorbode van de dageraad, die zal aanbreken en die alle schaduwen zal wegvagen.

Dit is geen theodicee. Ik heb in dit stukje niet verklaard waarom er lijden is, waarom er aardbevingen zijn, en waarom het zo oneerlijk lijkt dat zo'n arm land erdoor getroffen wordt. Maar ik hoop dat ik wel heb gesuggereerd waarom we in het gezicht hiervan niet de moed moeten verliezen. We mogen doorgaan.

zaterdag 16 januari 2010

De basis van mijn vertrouwen


Een positief kritische lezer schreef mij over mijn stukje gisteren ('Het leven is nu') dat het wel erg stichtelijk was. Hij wees vooral op de slotzin ('Wat er na de dood volgt, daar mogen we op hopen. En wie op God hoopt, wordt niet teleurgesteld.') en merkte op dat het nu juist een kwaliteit van een hoop is dat je teleurgesteld kunt worden. Mijn conclusie is dus veel te makkelijk.
Ik neem zulke opmerkingen serieus, vooral omdat ik 'eerlijk' in het leven wil staan. Dat wil zeggen, ik wil, uitgaande van mijn overtuigingen, een echt mens zijn, en me rekenschap geven van mijn ervaringen en die van andere mensen. Ik wil niet mijn kop in het zand steken, of mijn geloof gebruiken om te manipuleren (mezelf of anderen). Maar ik zal de eerste zijn die toegeeft dat ik dat niet perfect doe, en dat ik nogal eens val in de valkuil van de Johan van vijftien jaar terug, die een bijbeltekst aanhaalde en aannam dat daarmee genoeg gezegd was. Het slot van mijn vorige stukje was ook zoiets. Ik sneed als het ware een bocht af. Maar zo werkt het natuurlijk niet.
De betekenis van de bijbel en hoe ik daarmee omga, is een onderwerp voor een ander bericht op deze blog. Nu wil ik graag ingaan op het onderwerp hoop. En hoe je daar zeker van kunt zijn.

Ik kom eerst nog eens terug op het filmpje van de vallende meteoriet. Hij kwam tot leven in de bovenste laag van de dampkring. Hij genoot van het vallen. Tot hij de zee opmerkte. Hij probeerde zijn lot af te wenden, maar ontdekte al snel dat het niet ging. Uiteindelijk verzoende hij zich ermee dat zijn bestaan eindig was en genoot hij van de tijd die hem nog restte. In de laatste beelden zien we hem wegzinken.
Maar: het slot van het verhaal sluit niet uit dat er zoiets is als een hemel voor meteorieten. Het sluit ook niet uit dat aan het eind van de tijd het heelal vernieuwd zal worden en deze levensvorm of intelligentie het bestaan zal krijgen dat bij hem past. In een baan om een planeet bijvoorbeeld. Dit is prima mogelijk. Het punt is alleen dat het binnen de grenzen van dit verhaal niet zichtbaar kan worden gemaakt, en dat de meteoriet er niet van afwist. Net zo is zoiets als de hemel, of beter het herstel van Gods koninkrijk, niet theoretisch onmogelijk. Als er een God is, kan Hij hiervoor zorgen. Maar deze opties onttrekken zich aan wat wij met onze vijf zintuigen kunnen waarnemen. Wij zien alleen materie en energie, wij zien dat het universum afkoelt, wij zien dat onze lichamen vervallen, en wij hebben nog niemand uit de dood zien terugkomen. Maar dat wij iets niet kunnen waarnemen betekent niet dat het er is. Dat wij alleen het fysieke universum kunnen zien, wil niet zeggen dat er geen niet-fysieke werkelijkheid is.
Het enige dat de meteoriet kon doen was hopen dat er zijn leven niet eindig was. Hij kon er niet zeker van zijn. Net zo hebben mensen sinds ze intelligent werden gehoopt dat er een leven was na de dood. Een van de eerste tekenen van intelligent gedrag bij mensen is dat ze doden begraven (vaak met gebruiksvoorwerpen erbij). Deze hoop is diep geworteld in het menselijk ras. De Egyptenaren zwoegden tientallen jaren aan de pyramides, martelaren gingen naar de leeuwen, en chinese keizers maakten complete legers van terracotta. De behoefte/hoop/verlangen om niet als persoon te eindigen, maar te blijven bestaan, hoort bij wie we zijn als mensen. Maar we kunnen er niet zeker van zijn. Al die rituelen blijven een gok.

En ook ik kan niet objectief zeker zijn dat het herstel van alle dingen zal plaatsvinden. Ik kan niet wetenschappelijk aantonen dat het universum vernieuwd zal worden. Ik heb geen bewijs dat ik uit de dood zal opstaan. Dat kan ook helemaal niet.
Maar waarom houd ik er dan wel aan vast? De eerste reden heeft ermee te maken dat het ook niet te ontkrachten is dat zoiets zal gebeuren. Het is met de wetenschap (die er a priori van uitgaat dat alleen fysieke krachten effecten veroorzaken) niet aan te tonen dat niet fysieke krachten niet bestaan. Geloven in een eeuwig leven is dus niet a-rationeel (maar boven-rationeel, zoals ik ooit iemand het heb horen omschrijven).
De tweede reden draait om vertrouwen. Dat is namelijk wat geloof is. Hetzelfde Griekse woord staat voor beide. Geloof is dus niet een soort irrationele aanname van intellectuele leerstellingen of dogma's. Een vastklampen aan een leer waar je geen bewijs voor hebt. Een jezelf voor de gek houden. Het is een vertrouwen. En je kunt alleen vertrouwen op iets of iemand die betrouwbaar is.
Laat ik een ander voorbeeld nemen. Stel: ik kom terecht in een waterput, en alleen door te watertrappelen kan ik mijn hoofd boven water houden. Ik kan er echter niet uitkomen, en zie mezelf al verdrinken. Iemand moet mij redden. Dan komt een vriend voorbij. Hij hoort mij, kijkt naar beneden, en roept: "Hou vol, ik ga een touw halen, dan kom ik je redden!" Opeens heb ik hoop. Natuurlijk, die hoop zou beschaamd kunnen worden. Ik kan niet volledig zeker weten dat ik gered zal worden. Die vriend kan thuiskomen, mij vergeten en een krantje gaan lezen. Hij kan iets heel anders doen. Maar ik geloof dat hij doet wat hij heeft beloofd, omdat ik hem ken en weet dat hij betrouwbaar is. Dus hoewel een wetenschapper zou kunnen zeggen: 'Waarom ben je nou zo hoopvol? Je weet toch niet of hij daadwerkelijk terug zal komen?', blijf ik naar hem uitkijken, omdat ik zeker ben dat hij er aankomt. "Geloof is de zekerheid van de dingen die men hoopt", zegt Paulus in Romeinen. Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig (zekerheid? hoop?), maar de kern ligt in het geloof, oftewel: vertrouwen. De zekerheid is niet gebaseerd in een vage, niet rationeel te bewijzen hoop, maar in het vertrouwen op God.

Nu kun je de redenering doortrekken. Want hoe kun je vertrouwen op een God die je niet kunt zien en die je niet kunt bewijzen? Laat ik het voorbeeld van zojuist dan ook maar doortrekken. Ik ben aan het watertrappelen in de put en mijn vriend komt langs. Hij ziet mij watertrappelen en hij zegt: "Ik ben zelf niet sterk genoeg om je te redden. Maar ik ken iemand die dat wel kan. Hij zal alles laten vallen waar hij mee bezig is om je eruit te trekken. Vertrouw me." En hij pakt zijn mobiele telefoon en belt de persoon in kwestie. Heb ik nu ook reden om hoopvol te zijn? Volgens de cynicus waarschijnlijk nog minder, want ik ken zelf die persoon niet die mijn vriend belt. Hoe kan ik weten dat die mij zal willen redden? Maar, het cruciale is hier dat ik mijn vriend wel ken. Als ik hem vertrouw, vertrouw ik zijn oordeel over de derde persoon, en vertrouw ik erop dat hij mij inderdaad komt redden. Ik ben er zeker van, hoewel ik objectief natuurlijk niet zeker kan zijn. Ik geloof.
Hierin ligt hem de kern. Want welke reden heb ik om op God te vertrouwen? Ik heb er meerdere. Die hebben mij zelf overtuigd. Ik geloof dat ik in mijn leven Gods leiding heb ervaren, en dat ik bemoedigende woorden van hem gehoord heb (ook op momenten dat mijn eigen gedachten erg negatief waren). (Een cynicus kan dit natuurlijk aan psychologische redenen toeschrijven. Dat is nu juist het punt!) Ik heb dingen meegemaakt in het leven van anderen die ik aan God toeschrijf, toevalligheden die net iets te toevallig waren. (Hoewel een cynicus kan zeggen dat dit nu juist toeval is!). Ik merk in mezelf verlangens naar schoonheid, gerechtigheid en intimiteit die volgens mij door God in mij gelegd zijn (hoewel een cynicus vast evolutionaire redenen voor deze dingen kan aangeven). Ik zie schoonheid en orde in de schepping, en ben onder de indruk van het 'antropisch principe' (hoewel een cynicus op toeval zal wijzen, en niet onterecht). Ik ben onder de indruk van de bijbel, de verhalen daarin, de consistentie van de boodschap (hoewel een cynicus zal wijzen op innerlijke tegenspraak, en conflicten met archeologische bronnen). In de verhalen over Jezus zie ik iemand die ik niet zomaar kan verklaren, die dingen zegt die mij te boven gaan, die ik wil navolgen (verzonnen, volgens de cynici, hoewel dat moeilijk lijkt te zijn. Het gaat om vier verhalen, kort na de gebeurtenissen geschreven). En ik ben overtuigd door de argumenten voor zijn opstanding uit de dood (meerdere cynici zijn door het beschikbare materiaal overtuigd geraakt dat het graf wel degelijk leeg was, en andere verklaringen (diefstal, Jezus was niet dood) zijn niet hard te maken. Het is geen bewijs, maar de aanwijzingen zijn m.i. wel sterk). En al deze dingen zijn als de vrienden die mij vertellen dat iemand mij komt redden. Op basis van deze aanwijzingen vertrouw ik op een God die Liefde is, die onvoorwaardelijk van mij houdt, en 'plannen van vrede met mij heeft, en niet van onheil' (Jeremia 29, ja ik blijf stichtelijk bezig). 
Scherp gesteld: ik vertrouw op God, omdat ik een relatie heb met Jezus, die ik heb leren kennen door de bijbel. Wat de bijbel over Jezus zegt, en wat Jezus in de bijbel zegt, heeft indruk op mij gemaakt, en ik ben ervan overtuigd dat wat Hij zegt waar is. Dat hij dus nu bestaat en nu bij mij is. En ik heb daar ook meermalen iets van ervaren. Ik heb ervaren dat Hij van me houdt, ook als ik niet van mezelf kan houden. Dus kies ik ervoor om op hem te vertrouwen. Om een relatie met Hem aan te gaan. Om Hem als echt te ervaren. Op basis van die concrete relatie kon ik zeggen dat wie op God vertrouwt niet teleurgesteld wordt. In Romeinen 5 schrijft Paulus: 'De hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest'. Ik geloof dat God van mij houdt, dat heb ik ook ervaren, en ik kies ervoor om keuzes te maken die daarmee in overeenstemming zijn. Om te hopen en God, andere mensen en mezelf lief te hebben.
Vertrouwen is een keuze. Misschien heeft God er daarom voor gezorgd dat we hem niet kunnen bewijzen. Omdat hij wil dat we voor hem kiezen.

'Toevallig' las ik vanochtend in de bijbel het hoofdstuk 1 Petrus 1, en dat zei een aantal dingen die ik in dit stukje wilde zeggen. Het gaat namelijk ook juist over een 'onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt', maar die we nu niet kunnen zien. Op dit moment moeten we allerlei beproevingen verduren, we zitten nog in de waterput ('zo kan de echtheid blijken van uw geloof'). 'U hebt Christus lief zonder hem ooit gezien te hebben', schrijft Petrus. 'En zonder hem nu te zien gelooft u in hem.' (Dat komt wel heel erg overeen met mijn stuk hierboven. Eerlijk waar, ik wilde dat gisteren schrijven, maar kon niet, omdat er iemand spontaan op bezoek kwam. En vandaag las ik dit. Echt waar!) Petrus roept zijn lezers op: 'vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart' en hij zegt hen keuzes te maken die in overeenstemming zijn met dat geloof: 'Leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is.' En waar moeten ze dat geloof op baseren volgens Petrus? Op Jezus, die 'aan het eind van de tijd is verschenen omwille van u'. Hij zegt: 'Door hem gelooft u in God ... zodat uw geloof tevens hoop is op God.' De persoon van Jezus is de basis waarop deze mensen in God geloven, en waarop hun hoop op de toekomst is gebaseerd. Jezus is als het ware de vriend die bij de put komt staan en ons verzekert dat zijn vader ons zal redden. Die verzekering is goed nieuws, en dat is wat Christenen het evangelie noemen. Daarom zijn we volgens Petrus ook wedergeboren 'uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord ... dit woord is het evangelie (het goede nieuws) dat u verkondigd is.'

Deze hoop maakt ons leven nu erg belangrijk. Petrus zegt dat de gelovigen omdat ze op deze waarheid vertrouwen 'oprecht van uw broeders en zusters [kunnen] houden. Heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief!'. Het mooie van dit evangelie is namelijk dat het eeuwige leven nu al begint. Van moment tot moment leef ik in de realiteit van Gods liefde. En mag ik de keuzes maken die daarmee in overeenstemming zijn. Op dit moment mag ik al op de manier gaan leven die God voor mij bedoeld heeft. Dat was waarom Luther kon zeggen: 'Als ik wist dat Jezus morgen terugkwam, zou ik vandaag nog een boom planten.' Want bomen  planten, herstellen, liefhebben, feest vieren, genieten, relaties aangaan, waarheid naspeuren, gerechtigheid nastreven, iemand helpen, het zijn allemaal dingen die horen bij de eeuwigheid.
Dat is misschien wat stichtelijk allemaal, maar ik kies ervoor mijn leven hierop te baseren. En dat geeft mij een 'onuitsprekelijke, hemelse vreugde' (zoals Petrus het verwoordt).

vrijdag 15 januari 2010

Monsters, een fijn afgesteld universum en gevechtspiloten


Mijn favoriete biologieblog Tetrapod Zoology kijkt naar de dieren op Avatar. Was het allemaal wel wetenschappelijk verantwoord?

Goed nieuws: er komt een nieuwe Jurassic Park-film, het begin van een nieuwe trilogie. Yes. Hopelijk zorgen ze voor velociraptors met veren, zoals ze die volgens de fossielen moeten hebben gehad.

Christianity Today plaatste ook nog een reactie van 'Organische kerk'-goeroe Frank Viola: "Meeting in a home doesn't make you a church any more than sitting in a donut shop makes you a police officer (no offense to police officers; the better part of my family is in law enforcement!). There's nothing magical about meeting in a home. And the living room, while a great place to gather, should never be the Christian's passion." Hij wijst erop dat het niet gaat om een techniek om veel bekeerlingen te maken: "Historically, movements become monuments (or they go off the rails) when Jesus Christ is not front and center, the beating heart and foundation. When some other thing—even a good thing like trying to change the world, saving souls, or multiplying churches—replaces the pursuit of Christ, we lose our way."

Het bewijs is geleverd: de reuzenpanda was oorspronkelijk een vleeseter. Dit blijkt uit een studie naar het genetische materiaal van deze bekende bedreigde diersoort. Het DNA van de panda bevat geen gen voor cellulase, een enzym dat de celwand van plantencellen afbreekt. De panda lijkt verder wat DNA betreft het meest op de hond. Goed nieuws is dat de genetische diversiteit van de soort groter is dan die van de mens, wat de overlevingskansen van de populatie vergroot.

Een interview met acteur Denzel Washington. Erg fascinerend, vooral zijn ervaring met profetie.

Tim Stafford vervolgt zijn serie over geloof, wetenschap en John Polkinghorne met een blog over het Antropisch principe, dat is: het feit dat alle constanten in het universum binnen het heel nauwe kader vallen dat (intelligent) leven mogelijk maakt. "There doesn’t seem to be any reason that these characteristics couldn’t be slightly different. Yet slight variances—very slight variances—and the universe would be sterile." Het lijkt allemaal wel erg toevallig. "The evolution of conscious life seems the most significant thing that hashappened in cosmic history and we are right to be intrigued by the fact that so special a universe is required for its possibility.
In het laatste deel gaat het om de vraag of wetenschap kan aangeven wat de betekenis is van de feiten die ze beschrijft: "The fact that meaning and value have been bracketed out by science does not imply that meaning and value do not exist."

Aardige filmtrailer: The Red Baron, over een van de beroemdste piloten uit de eerste wereldoorlog. Mooie vliegscenes. Over de teloorgang van de ridderlijkheid. 

donderdag 14 januari 2010

Noodhulp Haiti


Iedereen heeft het natuurlijk gehoord: een aardbeving heeft Haïti getroffen. Vele duizenden doden, tienduizenden zelfs. Veel mensen dakloos. De infrastructuur verdwenen. Geen elektriciteit. Geen telefoon. Niets. Het was al het armste land van het westelijke halfrond. Nu is de situatie nog eens ernstiger geworden.
Het is moeilijk om je voor te stellen hoe het is in zo'n land te leven, laat staan om door een aardbeving te worden getroffen. Ik merk dat het makkelijk 'ver van mijn bed' blijft. Er is echter een manier waarop het dichtbij komt.
Sinds enkele maanden ondersteun ik maandelijks Hart voor Haïti, een christelijke organisatie die zorgt voor weeskinderen en ouden van dagen. Deze organisatie wordt ook vanuit onze kerk ondersteund. De oprichter Johan Smorenburg heeft een paar keer bij ons gesproken en maakte een oprechte bewogen indruk. Ook hun terrein is door de aardbeving getroffen. Er zijn geen doden gevallen onder personeel en kinderen, maar er is wel veel schade.
Ik weet niet wat ik in verband met deze ramp moet of kan doen. Maar het minste is wel het noemen van deze organisatie en haar rekeningnummer ABN / AMRO 50.11.62.194 onder vermelding van "Noodhulp Haiti".

Boekbespreking: Eeuwigheid

Als tiener zag ik in de bibliotheek deze boeken van Greg Bear al staan: Eon en Eeuwigheid. (Dat kan kloppen, want ze zijn gepubliceerd in 1987 en 1988). Hoewel ik een fan was van sciencefiction en de verhalen van Clarke en Asimov verslond, waagde ik me nooit aan deze boeken. De uitleg op de achterkant sprak me niet aan. Het schetste een onsamenhangende inhoud, over een meteoriet, die uit de toekomst zou komen, die van binnen groter was dan van buiten, en waar de hoofdpersonen vreemde beschavingen zouden aantreffen. Ik had het idee dat er van interessante karakters en een wetenschappelijk verantwoord plot niet veel te verwachten zou zijn en koos altijd voor een boek waarvan ik wel kon inzien dat het me zou boeien.
Gelukkig kwam ik vorig jaar het eerste boek tegen in een tweedehands boekwinkel. En ik besloot toch eens te kijken welk boek ik altijd voorbij was gelopen. Het bleek een groots verhaal, met boeiende karakters en een plot dat nog wijdser was dan de achterflaptekst deed vermoeden. En nu heb ik deel twee gelezen (met dank aan een van mijn volgers). Ook een sciencefictionboek dat mij wist te boeien. Vol grote ideeën (parallelle universa, opslag en vermenging van persoonlijkheden, het einde van het universum, dood en leven na de dood et cetera). Maar ook met karakters met wie ik kon meeleven, en een aangrijpende conclusie. Die werd helaas voor mijn gevoel wel wat afgeraffeld. Een aantal plotontwikkelingen verdienden een uitgebreidere behandeling. Dus was ik aan het eind een beetje teleurgesteld. Maar wel tevreden dat ik het boek gelezen heb.

Hoe leg ik nu uit waar het over gaat? Laat ik beginnen bij het eerste deel. Dat speelt in 2005 en Rusland en de Verenigde Staten bevinden zich op het randje van een vernietigende oorlog. Plotseling verschijnt in een baan om de Aarde uit het niets een enorme asteroïde. Expedities naar het voorwerp ontdekken verschillende kamers die in het rotsblok zijn uitgehouwen. Sommige kamers bevatten exotische steden, andere vreemde landschappen en weer andere bizarre technologie. De laatste kamer is het vreemdst. Die heeft namelijk geen einde. Inderdaad, hoewel de asteroïde er van buiten beperkt uitziet, is hij van binnen onbeperkt. De gang, verlicht door een bizarre buis in het middel, strekt zich duizenden, miljoenen kilometers ver uit. Het wordt nog vreemder als onderzoekers in een bibliotheek ontdekken dat de asteroïde afkomstig is uit de toekomst. Hij is door mensen gebouwd, jaren na een vernietigende atoomoorlog, en deze mensen schijnen de 'weg', zoals de gang wordt genoemd, te zijn in gereisd. En inderdaad, de oorlog breekt ook uit in deze realiteit. Een paar van de wetenschappers, Garry Lanier, Patricia Vasquez (van wie in de bibliotheken beschreven staat dat zij de wiskunde ontwikkelde waarop de weg is gebaseerd) en de rus Pavel Mirski (die de 'distelpluis' (de naam die de toekomstmensen aan de asteroïde gaven) is komen binnenvallen), gaan op zoek naar de mensen in de weg. Ze vinden een stad met een uiterst hoog ontwikkelde beschaving, de Hexamon geheten. Mensen hebben hier het eeuwige leven, maar sommigen spenderen dat volledig in computeropslag. Gegevens worden vrij uitgewisseld, men kan beelden en meningen projecteren en er lijkt geen tekort aan grondstoffen. Via poorten in de weg handelen de mensen met buitenaardse beschavingen. Maar er zijn ook buitenaardse rassen die vijandelijker zijn, de Jarts, van wie niemand weet hoe ze eruit zien. En deze hoge beschaving kent zijn eigen innerlijke verdeeldheid, tussen de progressieven, die hun lichaam het liefst zouden achterlaten, en de conservatieven, die zo veel mogelijk mens willen blijven. Uiteindelijk komt het tot een splitsing. De progressieven gaan door naar het einde van de weg. Pavel Mirski gaat met hen mee. De conservatieven gaan terug naar de Aarde om te helpen met de wederopbouw, samen met Garry Lanier, de diplomaat Olmy en degene die de weg gebouwd heeft: Konrad Korzenowsky. Patricia Vasques wil via een poort in de weg terug naar een parallele Aarde waar geen oorlog is uitgebroken. Haar berekeningen waren echter niet helemaal correct ...

Eeuwigheid begint veertig jaar na de gebeurtenissen in Eon. Geholpen door de hulpbronnen en de technieken van de beschaving uit de toekomst is het herstel van de Aarde begonnen. Garry Lanier is oud geworden. Hij heeft de verjongings en reincarnatietechniek van de distelpluismensen geweigerd, omdat niet iedereen op Aarde daar toegang toe heeft. Hij heeft zich verzoend met zijn dood. Zijn vrouw Karen niet en dat leidt tot spanning in hun huwelijk. Wat daaraan bijdraagt is de onmogelijke terugkeer van Pavel Mirski. Het blijkt dat hij uit de verre toekomst komt, waar geestelijke machten, ontwikkeld uit menselijke en buitenaardse intelligenties, proberen de geschiedenis van het heelal goed af te sluiten. De weg, een menselijke uitvinding, vormt echter een verstorende factor, die een goed uiteinde onmogelijk maakt. Als avatar van de goden vraagt Mirski de mensheid de weg te sluiten.
Ondertussen is er onrust ontstaan binnen de beschaving van de Hexamon. Er is een belangrijke fractie die pleit voor heropening van de weg, en hernieuwde handel met de buitenaardse beschavingen. Konrad Korzenowsky is hierover innerlijk verdeeld. Een deel van hem ziet heropening van de weg als schadelijk voor de Aarde en de Hexamon. Een deel van hem wil graag terugkeren. Ondertussen doet Olmy een verbijsterende ontdekking. In een kamer in de wand van de asteroïde is de geest van een Jart opgeslagen. Omdat heropening van de weg zou leiden tot hernieuwd contact met deze mysterieuze buitenaardsen, besluit hij de geest op te laden in een van zijn extra geheugens. Dat blijkt niet zonder gevaar en al snel moet Olmy vechten om de controle te houden over zijn gedachten.
In een heel andere wereld heeft Rhita Vaskayza een opdracht gekregen van haar grootmoeder Patrika: zoek naar een opening naar de weg. Op deze Aarde heeft de geschiedenis echter een andere loop genomen. Alexander de Grote is niet op jonge leeftijd omgekomen, maar heeft zijn wereldrijk in stand weten te houden. En al drieduizend jaar is het grote Griekse rijk de belangrijkste macht op de wereld. Rhita moet zich staande houden in een door mannen beheerste wereld. Terwijl de macht van koningin Cleopatra (de zoveelste) wordt bedreigd door facties in haar rijk, organiseert Rhita een expeditie naar wat in onze wereld Rusland heet. De instrumenten die ze van haar grootmoeder toevertrouwd heeft gekregen suggereren daar de aanwezigheid van een poort. Maar ze twijfelt. De weg wordt immers niet alleen gebruikt door mensen ...
Al deze verhaallijnen komen uiteindelijk bij elkaar in een (letterlijk) explosief einde.

Eeuwigheid is de titel van dit verhaal. Dat lijkt ironisch. Want eigenlijk gaan bijna alle verhaallijnen over de tijdelijkheid. De tijdelijkheid van een mensenleven. Het valt kunstmatig te rekken. Er zijn verjongingsmedicijnen. De identiteit van mensen kan elektronisch worden opgeslagen. Maar uiteindelijk eindigt het. Dat is iets waarmee Lanier in het reine probeert te komen, als hij merkt dat zijn lichaam aftakelt en zijn naderende einde leidt tot spanning met zijn vrouw en zijn vrienden. Ook tijdelijk is de distelpluis met de weg. De mensheid dacht dat het een eindeloze bron van handel en energie zou zijn, maar het kan niet blijven duren. De reikwijdte van de menselijke beschaving wordt hardhandig ingeperkt. Zelfs hele werelden zijn tijdelijk. Gaia, de wereld van Rhita, nauwelijks in het technologische tijdperk beland, komt in contact met de hoogontwikkelde, agressieve Jarts. Dat loopt niet goed af. En het heelal zelf ontsnapt niet aan de tijdelijkheid. Het gaat de goden aan het einde erom het zo goed mogelijk af te ronden.
Dit is natuurlijk het wetenschappelijke gezichtspunt: aan alles komt een einde. En uit andere verhalen van Greg Bear meen ik te mogen afleiden dat hij een overtuigd atheist is, die aan dat wetenschappelijke gezichtspunt autoriteit verleent. We zijn op onszelf, lijkt hij te willen zeggen, en we kunnen als mensen veel bereiken, maar uiteindelijk loopt het af. Veel van de verhalen van Bear worden gekenmerkt door cataclysmische ontwikkelingen en ontzaglijke rampscenario's. (Vaak heel boeiend om te lezen natuurlijk). Maar ook een overtuigde atheïst als Bear lijkt zich toch niet met zo'n somber lot te kunnen verzoenen. Ergens blijft knagen het verlangen om eeuwig te blijven voortbestaan. Het kan toch niet zo zijn dat onze hersencellen stoppen met vuren en dat onze unieke persoonlijkheid voor altijd verloren gaat?
En dus wordt er gezocht naar 'loopholes', mogelijkheden om te ontsnappen aan het onafwendbare. Als God er niet is, moeten er andere manieren zijn om de eeuwigheid te verkrijgen (ah, daar komt de titel misschien vandaan!). In dit verhaal blijkt een vorm van eeuwig leven te bestaan, als alle informatie uit dit heelal wordt doorgegeven aan het volgende. En zelfs Garry Lanier wil daar deel van uitmaken. Ook Patricia en haar kleindochter komen terecht in hun ideale bestaan. En Korzenowsky's grootste wens gaat in vervulling.
Ik moet er om glimlachen. Zelfs harde sciencefictionschrijvers blijven de behoefte houden aan hoop. Ze blijven de dood zien als iets waarmee ze zich niet kunnen verzoenen. En ze blijven zoeken naar manieren om ook daarna te blijven leven. Ze zijn dus ook maar mensen!