Posts tonen met het label vergeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vergeving. Alle posts tonen

dinsdag 24 maart 2015

Filmbespreking: Insurgent

Ik ben een liefhebber van de huidige tienerfilms. Veel andere films in het actie/SF genre, waar ik van houd, zijn tegenwoordig of wat cynisch, of nemen geen moreel standpunt in. Maar in de tienerfilms worden nog wel morele vragen gesteld naar wat ons mensen maakt, hoeveel we over moeten hebben voor onze vrijheid, wat onze rol is ten opzichte van onze naasten, en hoe we met onszelf kunnen omgaan als we moeilijke beslissingen hebben gemaakt. Ik houd van die vragen. De Hunger Games-serie is er een mooi voorbeeld van, maar ik vond Divergent ook heel goed. Daarom dat ik er een uitgebreide recensie over heb geschreven. Van het weekeinde zag ik het vervolg in de bioscoop: Insurgent. Er stond een andere regisseur aan het roer en dat was (volgens mij) te merken. Ik vond het verhaal minder verrassend, en ook wat minder diep. Wel waren de acteurs goed, met onder andere Kate Winslet als verrassend kille slechterik. En de beelden van het futuristische Chicago waren prachtig: techniek en verval, prima in beeld gebracht. Ook in droomscènes waarin alles uiteen lijkt te vallen. Heel overtuigend. En er waren een paar verrassingen in het slot van de film die ik niet had zien aankomen, wat verfrissend is. Maar, zoals ik zei: niet zo sterk als het eerste deel.

Het verhaal gaat over Tris, die in de vorige film een zogenoemde 'Divergent' bleek te zijn. Iemand die niet kan worden ingedeeld in een van de vijf groepen waarin deze samenleving is onderverdeeld. Om haar vrijheid te behouden heeft ze in de vorige film een paar gruwelijke dingen moeten doen. En ze heeft het idee dat ze verantwoordelijk is voor de dood van haar ouders, en een jongen die ze in zelfverdediging heeft doodgeschoten. Samen met haar broer en 'Four', haar vriend, schuilt ze bij de 'Amity'-groep. Deze vriendschappelijke mensen verbouwen graan en groente. Ze eten samen in een hoge zaal, die wat architectuur betreft op een kerkgebouw lijkt. Die associatie lijkt me bewust tot stand gebracht. De leidster van deze fractie heeft ook de beminnelijke uitstraling van een geestelijke. En de leden van de groep groeten elkaar bij elke gelegenheid zoals sommige gelovigen elkaar groeten. Eerst dacht ik dat dit niet oprecht was, maar later blijkt juist de boodschap van de leidster van deze gemeenschap centraal te staan in de film. Haar woorden tegen Tris blijken cruciaal. Ze spreekt die woorden uit, omdat blijkt dat Tris moeite heeft met zichzelf. Als in een daad van boetedoening snijdt ze haar haren af. Maar ook dat is niet genoeg. Ze sluit zich af voor haar broer en voor haar vriend, en laat niemand meer dichterbij komen. Want ze gelooft dat mensen haar zouden haten als ze zouden weten wat ze heeft gedaan. Ze haat er zichzelf om.
Maar ze is niet de enige die problemen heeft met zichzelf. Haar broer blijkt niet in staat haar te beschermen als ze worden aangevallen. Hij staat machteloos. En hij kan het niet eens tegen haar zeggen. Hij kan het niet van zichzelf toegeven. Dan is het makkelijker om haar te verlaten, om zijn oude allianties op te zoeken, om de schaamte (het centrale thema van de film) te ontlopen in dogmatische zekerheid. Zelfs 'Four', de vriend van Tris, ook Divergent, of 'Afwijkend', schaamt zich voor zijn verleden. Een verleden dat wel heel persoonlijk wordt, in de vorm van zijn moeder. Zij blijkt de leidster te zijn van de 'fractielozen', degenen die door de samenleving zijn uitgekotst. Zijn woede en schaamte om haar zorgen dat hij haar aanbod van een bondgenootschap direct afwijst. Met haar kan hij immers niet samenwerken. Alles liever dan dat. Maar dat instinct leidt tot keuzes die zijn vriendin Tris, en hemzelf, in gevaar brengen.

Kortom, een film over schaamte. Een thema dat mij ook bezighoudt. Helaas had ik direct na het kijken van de film geen tijd voor het schrijven van een bespreking. Ik was bijna van plan de kans maar te laten schieten. Toen las ik echter via een link op twitter een blogbericht over schaamte. Het is een behoorlijk sterk verwoorde aanklacht tegen de kerk. De schrijver heeft gesproken met een therapeut en ontdekt welke boodschappen aan de grondslag liggen van zijn schaamte en schuldgevoelens. "All the rows and columns of my heart are filled with memories and messages saying over and over and over again: Because you are not perfect, you deserve punishment instead of love." Met zijn verstand probeert hij zichzelf ervan te overtuigen dat hij fouten zou mogen maken, maar zijn hart wil het niet geloven. Daarvoor zitten die boodschappen te diep geworteld. Hij is er namelijk mee opgegroeid. Want waar heeft hij deze boodschappen opgepikt? In de kerk. "Let me guess - you needed to tell me how bad I was before I knew I needed to be saved. You needed to convince me I was worthy of death before the offer of life would seem like a good deal. Sure, whatever. Do you realize that in doing so you partnered with the voice of Satan himself, until I can no longer distinguish between the two of you because you’re saying the same damn thing?"
Ik herken dit helemaal, omdat ik dezelfde worsteling ken - lezers van mijn blog zullen dat uit eerdere berichten herinneren. Dit is ook mijn strijd. Ik eis heel veel van mezelf, negeer de grenzen van mijn lichaam, ben vaak boos op mezelf, en durf niet te erkennen dat ik positieve eigenschappen heb of dat anderen positief over mij zouden kunnen denken. Ik ben perfectionistisch en tegelijk heel kritisch naar mezelf (geen goede combinatie). Ik bevind me vaak op de grens van overspannenheid, misschien zelfs er overheen. En deze ideeën over mezelf laten zich niet makkelijk ontwortelen. Ze hangen namelijk samen met de diepe overtuigingen die ik heb geïnternaliseerd in mijn jeugd, namelijk dat alle 'positieve' eigenschappen aan mij niet konden zorgen dat God van mij hield. Ze waren als 'kaf' en ik kon en mocht me er niet op laten voorstaan. Mijn natuurlijke talenten waren precies dat: 'natuurlijk' en daarmee minderwaardig: ze zouden in het vuur verbranden bij het oordeel. Er was in de mens niets goeds, dat werd keer op keer herhaald. En dus ook niet in mij. God moest dus wel boos op mij zijn. Mij straffen. Want zelfs de geringste overtreding (als een kind bijvoorbeeld een snoepje zou stelen) was als een klap in het gezicht van God en zijn gerechtigheid eiste daarvoor in ruil een eeuwige bestraffing. Kortom: elke imperfectie was het oordeel waard. God kon niet anders dan mij in toorn aanzien. En ja, een maas in de wet had mij weten te redden: als ik enkele leerstellingen uit de bijbel voor waar hield, zou God als hij naar mij keek niet langer mij zien (mijn zonden en mijn goede eigenschappen), maar Christus. Zo zou hij voor de gek worden gehouden en kon ik toch in de hemel komen en niet in de hel. God hield dus niet van mij, maar alleen van Christus. Als God mij zou zien, zonder dat ik 'in Christus' was, moest hij mij uit zijn woede straffen. Dus ik moest me er heel erg van bewust zijn hoe slecht ik was en dus hoe dankbaar ik Jezus moest zijn voor zijn offer (waar we elke zondag aan werden herinnerd, met beelden van bloed en kruisiging en dood). En ik moest heel erg mijn best doen om op Jezus te lijken, om perfect te zijn, de perfecte christen, als om het nog een beetje 'de moeite waard' te maken. Dus: ik moest net zo boos en kritisch op mezelf zijn als God, en de lat van mijn volmaaktheid ook nog eens net zo hoog hebben liggen. Als ik een onvolkomenheid zag bij mezelf, of geen zin had om bijbel te lezen, beschuldigde ik mezelf. Ik klaagde mezelf aan, zoals ik geloofde dat God (of de wet van God) mij aanklaagde (ik schakelde de stem van mijn overactieve geweten ook gelijk met de Heilige Geest). En ik strafte mijzelf met schaamte en naar binnen gekeerde woede, ik verteerde mezelf met zelfhaat, omdat ik geloofde dat God die fouten en onvolmaaktheden van mij haatte. Of: ze zou haten als hij niet door Jezus voor de gek werd gehouden. Maar dat was voor mij hetzelfde. Ja, hierdoor raakte ik flink verknipt. Ik vind het zelfs moeilijk te geloven dat mijn vrouw werkelijk van mij kan houden, dat ze positieve dingen in mij ziet, want ik mag die van mezelf nog steeds niet accepteren (want: 'kaf').
Wat echter als een emmer verfrissend koud water over mij heen kwam bij het lezen van dit blogbericht, was het besef dat deze aanklagende, perfectionistische boodschap, die mij aanzette tot zelfhaat, niet van God afkomstig is, maar van de duivel. Hij is de aanklager van de broeders, 'die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God.' (Openbaring 12:10). Hij is de tegenstander. Niet God! Ik had het kunnen weten. Uit de bijbel weet ik immers dat hij zich voordoet 'als een engel des lichts' (2 korinthe 11:14). Hij neemt de vorm aan van een betrouwbare boodschapper van God, als de stem van God zelf. Hij doet zich voor als het Lam. Maar hij is een leeuw die rondgaat, zoekend wie hij zal verslinden. (1 Petrus 5:8). Een stem die aanklaagt, die veroordeelt, die me zegt dat ik straf verdien in plaats van liefde, is de stem van de Aanklager. Van de Satan zelf. Ik twijfel een beetje over de letterlijke uitleg van de bijbelteksten over de duivel: ik vind ze nogal vaag en weet niet of voor een goed begrip van het evangelie een geloof in letterlijke demonen nodig is. Wat wel duidelijk is, is dat de Satan een symbool is voor de antigoddelijke boodschappen. Boodschappen die worden gebracht door de kerk: die daarmee werkelijk satanisch is geworden, hoewel ze beweert namens God te spreken. En boodschappen die ik zelf tegen mezelf uitspreek. De duivel is de stem in mij die mij veroordeelt, die mij schaamte aanpraat. Hij lijkt zo geloofwaardig, omdat hij zo op mij lijkt, maar hij is 'demonisch'. Want hij houdt me weg van de liefde die van God is (lees 1 Johannes maar). Is dat niet de aanklager, dat spiegelbeeld van mij dat me hardop uitlacht en roept: 'Je zult nooit liefde waard zijn! Niemand wil met je geassocieerd worden! Je bent niet volmaakt!'? De vijand, dat ben ik! 
En dit wordt op een prachtige wijze geïllustreerd in Insurgent. Want Tris krijgt de opdracht simulaties te doorlopen om een belangrijk artefact te openen. Elke simulatie test een belangrijke waarde: moed, intelligentie, onbaatzuchtigheid, eerlijkheid. Ze blijkt over al die kenmerken te beschikken. Maar de laatste is het moeilijkste. De laatste is 'amity', vriendschap. Even lijkt het in de simulatie alsof het de schurk van het verhaal is die haar uitdaagt, die haar boos wil maken, die haar ertoe wil verleiden te haten. Maar nee: de werkelijke tegenstander in deze simulatie is zij zelf. Haar andere zelf snauwt naar haar: 'Ik ben alles wat je haat. Ik ben wat andere mensen over jou denken. Degene die verantwoordelijk was voor de dood van haar moeder, degene die een vriend neerschoot. Mensen zijn bang van je, mensen haten je.' Ze wordt aangeklaagd: het zijn allemaal zaken die ze over zichzelf gelooft. En de verleiding is groot om zichzelf te haten, om zichzelf aan te vallen. Om met zichzelf te vechten (zoals iedereen doet met schaamte, schuldgevoel, depressie). Maar uiteindelijk doet ze het niet. In plaats daarvan blijft ze staan, met haar armen langs haar lichaam, en zegt tegen zichzelf: 'Ik vergeef je'. En dat is het einde van de aanklager. Dat kan de aanklager niet verwerken. Haar tegenstander verdwijnt en ze is vrij. 

Wat een geweldig beeld vind ik dat. Ja, deze radicale zelfacceptatie, het uitspreken van vergeving over jezelf, je eigen vriend zijn, is de enige remedie tegen de aanklager. Niet langer jezelf bestrijden, ook al zijn je fouten en onvolkomenheden reeel, maar jezelf aanvaarden 'warts and all'. Om tegen jezelf te zeggen: je bent geliefd, ook al ben je onvolmaakt. En is dat niet wat de komst van Jezus, en zijn dood en opstanding, ons wilden zeggen? Dat we geliefd zijn, ook al zijn we onvolmaakt? Dat ook als we God zelf kruisigen, dat onze plek als zijn geliefde kinderen niet uitwist? Dit is wat het kruis van Christus wilde tonen: dat we ons allemaal al bevinden in de omhelzing van de vader. Dat we waardevol zijn en kostbaar. En dat we onszelf dus ook zo mogen zien. 
Dit betekent ook dat we God vergeven. Dat lijkt een raar woord, maar wat ik bedoel is dat we hem vrijspreken van de woorden van de aanklager. Dat we die niet meer aan hem toerekenen. Dat we hem zichzelf laten zijn. Dat we niet in de kramp blijven zitten van angst of boosheid jegens hem, maar dat we de aanklager laten waar God hem heeft gelaten: aan het kruis. Daar is volgens Kolossenzen immers de schuldbrief die tegen ons getuigde door zijn inzettingen en die onze tegenstander is genageld, en de overheden en de machten ontwapend. Jezus' kruis en opstanding zijn ook Gods uitnodiging aan ons om de vijandschap te laten varen en zoals de jongste zoon in de gelijkenis naar huis te komen. 
En de kerk dan, die ook zo vaak, te vaak, de rol van aanklager speelt? Moeten we die ook vergeven? Ja: uiteindelijk is de gemeenschap der heiligen, die samenkomt rond de zichtbare tekenen van Gods liefde, de sacramenten, belangrijk voor ons geloofsleven. Ik heb ook zelf gemerkt dat ik mijn antipathie moest loslaten en weer bereid moest zijn de kerk de kerk te laten zijn. Maar vergeven is niet hetzelfde als vrijspreken. Vergeven is niet hetzelfde als de ander vrij laten je te beschadigen. En waar de kerk de woorden van de aanklager spreekt, moeten we die aan de kaak stellen, en deze gemeenschap zelfs verlaten. Want deze woorden zijn demonisch. En ik moet me zo ver mogelijk weg houden van het demonische. Voor mij betekent dat wegblijven uit evangelische kerken. In mijn ervaring prediken veel evangelische kerken nog steeds de boodschap dat ik niet aanvaardbaar ben zoals ik ben, en dat ik oordeel verdien als ik tekortschiet. Of dat ik pas echt een goed christen ben als ik bid, evangeliseer, of tienden geef. Die boodschap wordt opgeleukt met een band op het podium en powerpointpresentaties, maar voor wie nadenkt over wat hij hoort of ziet heeft hij hetzelfde effect. Zelfs in de Anglicaanse kerk, waar de sacramenten van brood en wijn centraal staan en het goede nieuws steeds opnieuw klinkt in de liturgie ('God, whose nature it is always to be mercifull'), klinken soms woorden van de aanklager. Maar gelukkig zo zelden dat het me lukt ze naast me neer te leggen.

Als Tris uit de simulatie komt, blijkt de strijd nog niet voorbij. Er blijken nog steeds machten die de boodschap van liefde (ook voor 'Divergents'/afwijkenden) willen begraven. De reis gaat verder. Dat geldt ook voor mij en voor de schrijver van bovengenoemd blogbericht: "I believe in God is love, somewhere in my mind. I almost believe that I am loved. Someday soon there will be room in my heart to actually let that good news sink in."

zaterdag 21 januari 2012

Links: tulpachtige wezens, agressieve mussen, nieuwe films, Ghibli vs. Dishey en zeflvergeving

Deze creatieveling met veel tijd om handen vroeg zich af hoe filmposters eruit zouden zien als de betreffende films in een ander tijdperk waren gemaakt. Erg goed gedaan!

In de kerstvakantie bezocht ik met mijn vriendin het Naturalis in Leiden. We hebben de meeste tijd doorgebracht bij de fossielen. Wat een diversiteit aan levensvormen! Vooral boeiend is het leven uit het Cambrium, en met name de 'Burgess shale' - toen er vormen ontstonden die nu buitenaards lijken. Zo zijn heel recent in deze aardlaag fossielen ontdekt van een tulpachtig wezen, dat niet verwant is aan welke recente levensvorm dan ook.

Als je dit filmpje kijkt, is het niet meer zo moeilijk voor te stellen dat vogels eigenlijk dinosaurussen zijn. Deze mussen gedragen zich als velociraptors!

Een indrukwekkend kort SF-filmpje, waarvan ik hoop dat er ooit een langere versie komt.

Filmnieuws: er wordt gewerkt aan een verfilming van de Otherland-serie van een van mijn favoriete fantasyauteurs Tad Williams. Een andere film zou de beschaving van Atlantis laten zien. En er is een regisseur gevonden voor de verfilming van het lijvige fantasystripepos Bone!

Ik ben een liefhebber van de animatiefilms uit de Disneystudio. Maar nog veel meer ben ik fan van de films van Studio Ghibli. Deze blog vergelijkt de films van de twee studio's en de boodschap die ze de kijkers (vooral meisjes) meegeven. "Disney princesses have physical beauty and charm which powerfully attract men and cause them to seek out the princess for a wife. In every film from the Disney princess industrial complex, romance is based upon the laws of attraction, dare I say, based upon sexuality. A Disney princess’ sexuality is a powerfully transforming influence on the men around her. Think about movies such as Beauty and the Beast, Aladdin and Tangled. In Disney fantasyland, sex makes guys better people. Uhhhh…. Yeah, right. I am a man. I know better." Daar tegenover staan de rijkere karakters uit de Ghiblifilms, waar de vrouwen niet alleen worden gekarakteriseerd door hun relaties met mannen, en relaties niet alleen maar zijn gebaseerd op fysieke aantrekkingskracht. "Sexual attraction certainly plays a part, but it is only one component of relationships between men and women. More often than not, the relationships between romantic leads are created by forces other than just physical attraction, and friendship is always a component behind the relationships." Ah, ik vind dit ook een veel beter patroon. De discussie onder het artikel is ook boeiend, vooral wat betreft de vraag hoe het nou zit in de relatie tussen Belle en het Beest - is zij slachtoffer van het Stockholmsyndroom en wordt ze verliefd op een mishandelaar, of leren beide werkelijk dieper te kijken dan het uiterlijk?

Eergisteren plaatste ik als blogbericht een brief die ik aan mezelf zou hebben geschreven uit de toekomst. Hij ging over mijn neiging mezelf niet te accepteren en daardoor heel veel te 'moeten'. Michael Spencer schreef op Internetmonk ook al over de moeite die we als christenen vaak hebben onszelf te vergeven. "What’s wrong? Not a lack of scripture or sound teaching. Please hold off on that. I’ll say it’s a conscience that has been trained, often in ways unknown to us, to hold on to our sins and crimes because we believe that is the right thing to do. We’re fighting a moral battle against the Good News that God justifies sinners." we don’t live by “shoulds.” We live what we live, and we need one another’s help to create a community of people who aren’t cheerful clones, but are diverse, different, utterly real Jesus followers." Wat we nodig hebben is steeds weer het goede nieuws van Gods aanvaarding te horen en te ervaren. Dat rekent uiteindelijk af met het 'moeten'. "Then we don’t live by “shoulds.” We live what we live, and we need one another’s help to create a community of people who aren’t cheerful clones, but are diverse, different, utterly real Jesus followers." Amen!

Een gelijkenis die de liefde van God voor ons mooi laat zien, is dit verhaal op The Rabbit Room.

maandag 15 november 2010

Stripbespreking: De Dienares van Lucifer (Yoko Tsuno 25)

Ik zou waarschijnlijk nooit zoveel verhalen hebben geschreven als ik niet als jonge tiener de Yoko Tsuno-stripverhalen van Roger Leloup had ontdekt. Ik weet nog hoe ik het derde deel (Vulcanus’ Smidse) uit de bibliotheek meenam toen ik dertien of veertien was. Het verhaal maakte zoveel indruk op me dat ik er prompt een eigen variant van tekende. (Ik tekende veel stripverhalen, samen met een van mijn jongere broers. In die periode waren die van mij nog gebaseerd op de GI Joe-tekenfilms die we elke zaterdagmorgen keken.) Toen ik wat zakgeld verdiende, begon ik mijn eigen collectie stripboeken op te bouwen. Een van de eerste stripboeken van de serie die ik zelf kocht, was 'De Danseres van Bali'. Maar ja, daarin figureerden dan ook overlevende Pteranodons (reusachtige vliegende reptielen). Ook 'De Titanen' sprak tot mijn verbeelding, met een reis in een mysterieus gebied met een buitenaardse begroeiing.
De eerste avonturenverhalen die ik schreef toen ik dertien was, gingen over de biologen John en Cliff. Het waren maar korte verhalen, die bovendien niet echt van veel realisme getuigden in de dialogen en de gebeurtenissen (zo had de hoofdpersoon als hij dook een schier onuitputtelijke voorraad kieldolken bij zich, die hij bovendien door het water kon werpen. Ondertussen realiseer ik me dat water daarvoor een iets te grote weerstand heeft). Ik begon mijn serie opnieuw, met enkele kleine aanpassingen. John werd Joost. En de biologen kregen gezelschap van een Japanse, die (hoe origineel) Yoko Oshida heette. Ze ontmoetten haar in het eerste deel -'Het Eiland der Pterodactylen'- waarvoor ik scenes uit 'De Danseres van Bali' gebruikte, en waarin ook mensen uit de toekomst voorkwamen die voor 95 procent waren gebaseerd op de Vineanen uit de Yoko Tsuno-verhalen. Bij mijn verhaal tekende ik ook een voorplaat, waarvoor ik een plaatje uit een stripboek overtrok. De volgende delen van de serie heetten ‘De avonturen van Joost, Cliff en Yoko’. Niet alleen was een van mijn personen op de strips geïnspireerd, maar soms kopieerde ik ook de plots (beter goed gejat dan slecht verzonnen, zeg maar). Zo leek mijn verhaal ‘De Verdwenen Expeditie‘ wel erg veel op ‘De Titanen’ - maar met buitenaardse wezens die op kreeften leken in plaats van op sprinkhanen - en bevatte ‘De Stad van de Haaien’ elementen uit ‘De Aartsengelen van Vinea’ (verloren geachte onderzeese stad die beschaving boven water wil uitroeien). En mijn verhaal ‘De Zwarte Toren’ bevatte het plot en een deel van de ontknoping van ‘De Bliksem van Wodan’ en speelde zich af in een Japan dat duidelijk was gebaseerd op ‘De Dochter van de Wind’.
Ook in de wat meer originele korte science fiction-verhalen die ik schreef toen ik zestien en zeventien was, keerden niet toevallig vaak Japanse vrouwen terug. Ja, ik durf het nu wel toe te geven: Yoko Tsuno was mijn eerste liefde. Toen ik na mijn overspannenheid besloot echt een boek te willen schrijven, begon ik een eerder geschreven kort verhaal aan te passen. En dat had natuurlijk een Japanse als een van de karakters. De invloed van Yoko Tsuno is sterk aanwezig in mijn debuut Neptunus, want niet alleen is Seikyo een Yoko Tsuno-kloon, ook de tekeningen die ik maakte om me een beeld te vormen van het verhaal zijn op de stijl van Roger Leloup gebaseerd. Ik durf zelfs te zeggen dat het einde, waarbij de slechterik niet op een gruwelijke manier aan zijn einde komt, maar overleeft, was ingegeven door de ontknopingen van de Yoko Tsuno-stripverhalen.
En hoewel ik nu twintig jaar ouder ben, hebben de Yoko Tsuno-verhalen van toen nog weinig van hun fascinatie voor me verloren. Ik lees ze nog regelmatig en kijk ook nog steeds of er nieuwe delen in de serie verschijnen. Ik verwacht dat mijn relatie met deze stripserie de komende jaren wel zal blijven bestaan, en kijk er naar uit mijn boeken te delen met mijn neefjes of nichtjes (zoals ik ook mijn jongste broers er ooit enthousiast voor heb gemaakt).

Wat maakte nou dat de Yoko Tsuno-serie me zo aansprak? Waarom had ze zo’n effect op mijn verbeelding? Waarom werd ik er zo door geïnspireerd? Dat was niet alleen door de aantrekkelijke, levenslustige en gevoelige hoofdpersoon (alhoewel die zeker meespeelde. Ik was tiener). Maar om met dat eerste te beginnen: toen Yoko Tsuno eind jaren zestig voor het eerst verscheen was de hoofdpersoon redelijk uniek voor de stripwereld: een jonge vrouw die niet alleen in het plot figureerde om door de held gered te worden, maar die ook niet was voorzien van overdreven proporties, of onthullende kleding. Een vrouw die doortastend en intelligent kon zijn, en tegelijk gevoelig. Iemand die niet terugschrok voor confrontaties met onderaardse lavastromen, reuzeninsecten en laserwapens, maar die tegelijk vriendschappen waardeerde, en waar mogelijk vijanden vergaf. Er zijn slechtere voorbeeldvrouwen denkbaar. Bedenker en tekenaar Roger Leloup heeft gezegd dat hij zijn hoofdkarakter beschouwt als zijn dochter - iemand op wie hij trots is en met wie hij meeleeft, en dat toont zich in zijn verhalen.
De verhalen zijn bovendien uniek door het humanisme dat doorschemert in de plots. Het gaat de hoofdpersonen er niet om de slechterik te verslaan. Nee, als er in het plot al een schurk voorkomt, wordt die meestal het slachtoffer van zijn eigen hoogmoed, meestal doordat de technologische doorbraak die hij voor slechte doelen wil gebruiken, zich tegen hem keert. Vaak probeert Yoko hen te waarschuwen voor de gevolgen van hun handelen, en zet ze daarvoor zelfs haar leven op het spel. En als ze niet willen luisteren, toont ze haar verdriet, ook al hebben de schurken haar eerder nog schade berokkend. Als ze de ander kan redden, zal ze het doen. In ‘De Grens van het Leven’ komt een spion tot inkeer, nadat Yoko dodelijk gewond is geraakt. Hij geeft zijn plan op, om te proberen haar te redden. En in ‘De Titanen’ weet Yoko begrip op te brengen voor de reuzeninsecten die eerst haar vrienden gevangen hadden genomen. Als ze door de kou bevangen dreigen te worden, helpt ze ze om naar de ruimte terug te keren. “Een verschillend uiterlijk doet er weinig toe, zolang het denken maar gericht is op hetzelfde goede doel" - is haar instelling. Respect voor het leven - in welke vorm dan ook, is een steeds terugkerend thema in de Yoko Tsuno-stripverhalen. Zij is ook een van de weinige stripfiguren die blijk geeft van een zeker godsbesef. Ik proefde als jonge lezer deze andere sfeer, en maakte me die eigen voor de verhalen die ik zelf zou schrijven.
Maar vooral waardeerde en waardeer ik de Yoko Tsuno-stripverhalen door de levendige fantasie die tot uiting komt in gedetailleerde tekeningen. Roger Leloup begon als technisch tekenaar (hij tekende onder andere voertuigen voor de Kuifje-strips) en dat blijft zichtbaar in zijn werk. Of het nu gaat om een ruimteschip of om een monorail, om een koepelstad op een andere planeet of een kasteel in Schotland, zijn tekeningen overtuigen. Ik werd in de Yoko Tsuno-verhalen meegenomen naar een andere wereld. In Vulcanus’ Smidse was dat de wereld onder de aardkorst: met gigantische kloven, waarin lava stroomde, en grotten vol reusachtige paddestoelen. In De Drie Zonnen van Vinea was het een ruimtestation in een baan om Saturnus, een planeet die steeds met een kant naar de zon gekeerd was, en een toren die tot in de wolken reikte. In Het Licht van Ixo was het een gemeenschap op een bevroren maan rond een grote gasplaneet. In andere boeken was het Borneo tijdens de tweede wereldoorlog, een verlaten krater in Afghanistan, of Brugge in de zestiende eeuw. Steeds waren deze werelden niet weergegeven als dreigende omgevingen om in te overleven, of als werelden die mooi leken, maar in werkelijkheid gevaarlijk waren. Daarvoor waren ze met te veel liefde tot leven geroepen. Door het lezen was je even werkelijk ‘helemaal van deze wereld’. En bij mij werd het verlangen opgewekt naar andere werelden, naar nieuwe mogelijkheden, naar avontuur, schoonheid en ja, liefde. Iets van de ‘senhnsucht’ of ‘vreugde’ waar Lewis over sprak brachten deze verhalen bij mij te weeg. Ze inspireerden mij in elk geval tot het verzinnen van mijn eigen werelden, en eigen avonturen.

De Yoko Tsuno-serie loopt nu al meer dan veertig jaar, en Roger Leloup nadert de tachtig. Hij kan nog steeds prachtig tekenen, maar ik vind het plot van zijn laatste verhalen niet echt meer geweldig. Ten eerste zijn er teveel bijfiguren gekomen. De rol van Ben en Paul (de oorspronkelijke andere twee leden van het ‘trio uit het onbekende’) werd daardoor steeds kleiner, totdat ze nauwelijks meer iets bijdragen aan de ontknoping. Ook werden de plots steeds ingewikkelder, terwijl in de ontknoping naar mijn gevoel draden bleven liggen. De afwikkeling was niet meer echt geweldig. Zo is in 'De Pagode der Nevelen' niet duidelijk waar de draken vandaan komen, en wat het meisje Liao precies met ze te maken heeft. En in 'De Poort van de Zielen' wordt uiteindelijk niets gedaan met het feit dat de betreffende planeet niet aan de regels van de tijd gehoorzaamt. Het voorlaatste deel, deel 24, leek de trend te keren: goede interactie tussen de karakters, en een sterke ontknoping (in weer een nieuwe omgeving: de Amazone, compleet met gezonken Duitse onderzeeër).
Helaas valt Leloup mijns inziens in 'De Dienares van de Duivel' weer terug in zijn oude patroon. Het verhaal begint sterk. Yoko is uitgenodigd door een vriendin in Schotland. In de ruïne van een oude abdij is namelijk iets uitzonderlijks ontdekt: een jonge vrouw, stevig vastgebonden, die ook na achthonderd jaar geen tekenen van ontbinding vertoont. Yoko heeft al snel door dat het gaat om een robot, die in de Middel-eeuwen uit de aarde tevoorschijn kwam en angst zaaide bij de lokale monniken, die haar zagen als een dienares van de duivel. Om het mysterie op te lossen, roept Yoko de hulp in van haar oude Vineaanse vriendin Khany. Zij bevindt zich op dit moment op Aarde, waar ze haar volksgenoten helpt terugkeren naar hun verre planeet. Samen met haar jonge protegee Emilia, daalt Yoko met haar af onder de aardkorst, naar het rijk van de legendarische Lucifer.
Christelijke ouders moeten zich niet door de titel van het verhaal laten afschrikken. Zoals vaker in dit soort verhalen gaat het hier niet werkelijk om de duivel, maar is er een logische verklaring voor wat bovennatuurlijk lijkt. Mensen gebruiken beelden en ideeën om angst te zaaien en zo controle over anderen te verkrijgen, en dat is een verderfelijke handelswijze.

Voor het eerst sinds het derde album keert Yoko terug onder de aardkorst, en het is erg interessant om te zien hoe de tiener Emilia kennismaakt met de daar aanwezige buitenaardse beschaving. Het gevoel van het ontdekken van een nieuwe wereld wordt weer opgewekt. Ik miste helaas de ondergrondse lavastromen en de wouden van reuzenpaddestoelen. De in dit boek opgevoerde omgeving (een enorme zoutgrot) was mijns inziens minder inspirerend. Uit dramatisch oogpunt is het ook jammer dat Leloup in de laatste pagina’s nog nieuwe technologische ideeën opvoert - apparaten die kunnen krimpen en groeien, maar zonder dat het plot er van afhangt. Daarmee wordt de ontknoping onnodig gecompliceerd, en er zijn al genoeg elementen bij betrokken, zoals draken, telepathie en biotechnologie. Metgezellen Ben en Paul hebben in dit verhaal wel wat te doen, maar spelen niet echt een rol van betekenis als karakters.
Bij de eerste keer lezen ervoer ik daarom iets als teleurstelling. Misschien moet ik accepteren dat de Leloup van dertig jaar geleden niet meer terugkeert. Maar bij een tweede keer begon ik het einde iets meer te waarderen. Vooral omdat het afwijkt van het standaard patroon van deze verhalen. In dit geval wordt wel actief afgerekend met de tegenstander. Sommige machten zijn niet meer in staat zich te bekeren, en een ander leven te kiezen. Dan is medelijden misschien niet op zijn plek. En zo komt de duivel dan uiteindelijk aan zijn einde.
Al met al een redelijk goede aanvulling op de collectie, maar de eerste delen blijven het beste.

dinsdag 17 augustus 2010

Groot aquarium, steampunk, oude sponzen, Lewis' epifanie en opstanding

Het grootste aquarium van Europa! Zou ik ook wel in mijn huiskamer willen hebben staan ....

Over vissen gesproken: dit reclamefilmpje is echt geweldig!

Oude fossielen lijken op sponzen en zouden 650 miljoen jaar oud zijn. Ze zouden ook een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de 'sneeuwbalaarde', een periode in de geschiedenis van onze planeet waarin zelfs de oceaan aan de evenaar bevroren was ... (het tegenovergestelde van broeikaseffect zeg maar.)

Steampunkmusical ... En een aantal Dali-achtige dierenschilderijen.

Nieuwe trailer voor de intrigerende film Monsters.

Hoe de Aarde er uit zou zien als hij zou ophouden te draaien.

Cartoon van de Naked Pastor: Reality TV.

Ik ben niet de enige die wel rationeel van een leerstelling overtuigd kan zijn, maar uit het hart leeft volgens een heel andere waarheid. C.S. Lewis schreef en predikte ook over de vergeving van zonden (en dus de acceptatie van de hele mens door Gods liefde), maar het duurde tot 1951 tot het echt in zijn hart landde. "Suddenly this truth appeared in my mind in so clear a light that I perceived that never before (and that after many confessions and absolutions) had I believed it with my whole heart. So great is the difference between mere affirmation by the intellect and that faith, fixed in the very marrow and as it were palpable, which the Apostle wrote was substance..."

Over Lewis gesproken, op de C.S. Lewis-blog vraagt iemand zich af hoe we in de bijbel tegelijkertijd kunnen worden opgeroepen volwassen te worden, en kinderen te blijven. Lewis gebruikt in het eerste Narnia verhaal twee verschillende kroningen, een valse en een echte. Waarvan de laatste, "itself the sign of their maturity, is preceded in Lewis's narrative by the glorious playful and child-link romp with Aslan and the little vignette in which the children paddle in the sea and get the sand between their toes, signs that they have accomplished that true growth in maturity which includes, rather than abandons the child within."

Anne Rice heeft dan wel de kerk verlaten, maar niet de gemeenschap met andere volgelingen van Jezus. "I'm not isolated at all. I am with people for whom Christ is the center of their life. I also have a community online. Since I made the decision, it's become very clear to me that there are thousands of believers who have walked away from organized religion. The body of Christ is much bigger than any one organized church ... If we put God and Christ at the center of our lives, we have to go where that leads us. If that leads us from an organization or a group, we have to go. "   

Ik schreef in mijn recente blog over zelfacceptatie over het belang van de opstanding. Een Amerikaanse vriendin wees mij kort geleden op de preken bij haar uit de kerk, de Church of the Open Door (in Minneapolis, waar ook Greg Boyd preekt. Nu luister ik naar preken van twee kerken uit Minneapolis. Hmmm), die de laatste weken gaan over de huidige realiteit van de opstanding. De serie begint op 24 juli en is erg goed! Ik heb de eerste geluisterd, en die was heel hoopgevend.

zaterdag 5 juni 2010

Filmbespreking: Into the Wild

Soms is het verstandig af te gaan op het advies van mensen die je een beetje kennen. Zo dronk ik gisteren een lekker wit biertje op een terrasje in Delft met mijn jongste broer. En die kent me al zo ongeveer zijn hele leven. Hij uitte zijn verbazing dat ik de film Into the wild nog niet had gezien. En hij adviseerde mij stellig om die zo snel mogelijk te kijken. "Het is dat ik vanavond al heb afgesproken om muziek te maken, anders zou ik hem samen met jou gaan zien." Nou, als iemand zo aandringt is het moeilijk 'nee' te zeggen. Het was een film waarover ik al het een en ander had gelezen, en ook van anderen al over had gehoord, en die al een tijdje op mijn mentale lijst van 'films om ooit te kijken' stond. Dus ik bracht het advies van mijn broer 's avonds in praktijk. Gelukkig hadden ze de DVD in de videotheek.
Mijn broer had gelijk (en ook de diverse twitteraars (of zoals wij twitteraars dat zeggen: tweeps) die zijn advies bevestigden!). Dit was een film die mij diep raakte. Een film met prachtige beelden van natuurlijke schoonheid, overdenkingen over God en menselijke relaties, en een verlangen naar vrijheid. Een ontdekkingsreis naar wat echt belangrijk is. Ik heb direct de blu-ray voor mezelf besteld op Amazon, omdat ik verwacht dat ik deze film meerdere malen zal willen kijken. Kortom, een aanbeveling.

De film is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Christopher McCandless. (In het hiernavolgende staan 'spoilers', het is dat je het weet.) Hij lijkt heel succesvol als student, met Harvard en een glansrijke carrière in het vooruitzicht. Maar hij is niet gelukkig met het Amerikaanse buitenwijkleven, dat draait om bezittingen: geld, auto, huis, werk. Hij ziet hoe zijn ouders naar buiten toe doen alsof ze gelukkig getrouwd zijn, terwijl ze elkaar eigenlijk niet kunnen luchten of zien. Tegelijk leest hij boeken die een leven beschrijven dat er echt toe doet, een waarachtig menselijk leven. Onvervalste vrijheid. En omdat hij nogal een radicaal persoon is, kiest hij ervoor dat in praktijk te brengen. Hij knipt zijn identiteitspapieren door, geeft al zijn spaarcenten weg, laat zijn auto achter en kiest voor zichzelf de naam 'Alexander Supertramp'. Zijn familie ontvangt van hem taal noch teken. Hij leeft van wat hij op zijn reizen vindt, wat anderen hem geven, en van wat hij verdient met verschillende baantjes. Hij beleeft grandioze avonturen en ontmoet uiteenlopende mensen. En uiteindelijk brengt hij zijn droom in vervulling: leven 'in het wild' - weg van de beschaving, ergens in Alaska, aan zichzelf overgeleverd. Het lijkt een paradijselijk bestaan, maar de realiteit haalt hem daar in. En dan blijkt dat er geen weg terug meer voor hem is.

Over de technische aspecten van deze film kan ik kort zijn. De film is vrij lang (2,5 uur), maar daar denk je niet aan bij het kijken. De regisseur (Sean Penn, ook bekend als acteur) gebruikt verschillende filmtechnieken, flash backs, voice overs, et cetera de kijker in het verhaal te houden. Voeg daarbij stemmige muziek, prachtige natuurbeelden en uitstekende acteurs, en je hebt een topfilm. Maar nog veel belangrijker is de emotionele indruk die het verhaal achterlaat, in elk geval op mij. Ten eerste dacht ik aanvankelijk bij mijzelf 'Wat Christopher doet - zo de wereld in trekken, zichzelf zijn, als gelijke met andere mensen optrekken - dat kan ik niet.' Maar toen realiseerde ik mij dat dit een leugen was. Dat Christopher het kan, laat zien dat ik het ook zou kunnen. Als ik niet bang zou zijn. Angst is het enige dat mij ervan weerhoudt de echte vrijheid te ervaren. Zoals het in de film wordt verwoord: 'In het leven is het niet zozeer belangrijk sterk te zijn - maar je sterk te voelen.'.
Ten tweede herkende ik iets van de pijn die de hoofdpersoon heeft opgelopen door zijn ruziënde ouders, waardoor hij zichzelf als minderwaardig is gaan beschouwen. Hij geeft de diagnose van een negatief zelfbeeld: "Some people think they don't deserve love." Het wordt gezegd over iemand anders, maar het zou net zo goed kunnen slaan op Christopher McCandless. Hij is namelijk duidelijk op de vlucht. Hij vlucht voor de oppervlakkigheid en hypocrisie van de wereld om hem heen, maar hij vlucht tegelijk voor elke vorm van toewijding, intimiteit, echte relaties. Hij heeft er geen oog voor, of medelijden mee, hoeveel pijn hij zijn ouders doet, of hoeveel zijn zus lijdt onder zijn afwezigheid. En misschien vlucht hij zelfs wel voor God. Voor de God die zo graag een liefdesrelatie met hem wil aangaan. Dat is wat Chris hoort als hij in de hippie-leefgemeenschap Slab City komt en de 'Salvation Mountain' bezoekt. Dit leven is een groot liefdesverhaal. God die de mensheid opzoekt. Ik vond dat de boodschap van Gods onvoorwaardelijke liefde mooi werd verwoord. Maar Chris sluit zich ervoor af. Hij krijgt waarschuwingen van de mensen die hij ontmoet. Een moeder die zelf al twee jaar niet van haar zoon heeft gehoord. Een oude man die geen kinderen heeft. 'When you forgive,' zegt die, 'you love. When you love, God's light shines on you.' Maar Christopher denkt dat hij zonder andere mensen kan. Hij is als de 'verloren zoon' in de gelijkenis: hij wil zo ver mogelijk weg zijn van elke vorm van liefde.

Dit verhaal heeft een duidelijke mythische kracht. Het is meer dan alleen een waargebeurde geschiedenis. Het heeft het effect van een legende. Het gaat in feite om de terugkeer naar het paradijs. Zo wordt de wildernis van Alaska aanvankelijk ook in beeld gebracht: van een adembenemende schoonheid, waar de mens plotseling oog in oog kan staan met een wapiti met jong, of zelfs een beer. Waar de vernietigende kracht van de beschaving nog niet is doorgedrongen. Waar je met elke adem zuivere, onaangetaste lucht inademt. Dit is waar we allemaal naar verlangen, want dit is waar we voor geschapen zijn. We hebben allemaal een diepe 'heimwee' naar ons oorspronkelijke thuis, naar een wereld die mooier, schoner, zuiverder is dan die waar wij in leven. Christopher denkt dat het voor een mens mogelijk is terug te keren naar de ongevallen staat, naar de tuin. Hij is als het ware een nieuwe Adam. En als een nieuwe Adam wil hij ook alle dingen bij hun juiste naam noemen. De juiste naam van dieren, de juiste naam van planten, eetbare en giftige. En het lijkt een paradijselijk bestaan: het is duidelijk dat Christopher aanvankelijk geniet van zijn vrijheid.
Maar in het bijbelverhaal was de toegang tot het paradijs afgeschermd door een engel met een vlammend zwaard. Er was geen weg meer terug. Ten eerste is de wereld geen veilige plek meer voor een mens. Het is niet meer mogelijk zonder hulpmiddelen te overleven. De aarde zou doornen en distels voortbrengen, was Gods waarschuwing, en het zou zweet kosten om in leven te blijven. Dat ontdekt Christopher als hij een eland heeft geschoten, maar voor hij het vlees heeft kunnen roken zitten er maden op. Dan realiseert hij zich dat dit geen christelijk paradijs is, maar een heidense wereld, ongeschikt voor de mens. Een wereld waar vlees verrot, en waar wolven niet zouden aarzelen hem aan te vallen en op te eten. Op dat moment volgt een betekenisvol beeld waarin Chris naakt de rivier afdrijft, zijn armen gespreid, als in de vorm van een kruis. Hij beseft dat er een scheiding is tussen hem en zijn wereld. Dat hij dood is. Het is als de verloren zoon, die zich realiseert dat hij bij de varkens zit, en honger lijdt, en al zijn geld is op.
Maar niet alleen is de wereld aan de vergankelijkheid onderworpen, ook het hart van de mens is gevallen. In plaats van afhankelijk te willen zijn, van God en van anderen, wil de mens zelf 'als God zijn'. De mens wilde zelf zijn leven kunnen vormgeven, zelf kunnen bepalen wat goed was en wat slecht, zelf de eindverantwoordelijkheid dragen van zijn bestaan. Maar dat kunnen we niet. We zijn geschapen wezens, en daardoor per definitie afhankelijk. We zijn God niet. En als we dat wel willen volhouden, zullen we de gevolgen ervaren. Hoogmoed komt voor de val. En Christopher was hoogmoedig. Hij was zonder kaart de wildernis in gegaan, en had er niet op gerekend dat door smeltwater de rivier die hij was overgestoken zou veranderen in een kolkende stroom. Als hij een kaart bij zich had gehad (weet ik via de wikipediapagina) had hij kunnen zien dat er een halve kilometer stroomopwaarts een kabelbrug was. Dan had hij terug kunnen komen in de bewoonde wereld. Bovendien eet hij in de film (anders dan in het echt) ook werkelijk van de verboden vrucht, waarvan hij denkt dat die hem leven zou brengen, maar die hij verkeerd heeft geïdentificeerd. Zijn hoogmoed komt voor de val. 'Ten dage dat u van deze vrucht eet, zult u sterven.' De weg terug naar het paradijs is gesloten.

Christopher doet die ontdekking zelf uiteindelijk ook. Als hij de gevolgen van zijn keuzes begint te ervaren, als hij ontdekt dat het paradijs op Aarde niet meer toegankelijk is, realiseert hij zich wat echt belangrijk is. 'Happiness only real when shared', schrijf hij in zijn dagboek. Hij is wel degelijk afhankelijk. Hij heeft andere mensen nodig. Hij wil zich zelfs weer verzoenen met zijn ouders, naar hen toerennen en hen in de armen vallen. En dan schijnt inderdaad Gods licht op hem. Als hij zijn kwetsbaarheid erkent, afstand doet van zijn trots, en durft afhankelijk te zijn, vindt hij wat hij zocht, namelijk wat er altijd al was: de liefde van God, het paradijs.

Heel opmerkelijk is het bericht in de aftiteling, dat de ouders en de zus van Christopher hun 'moedige medewerking' hebben verleend aan deze film. Dat suggereert dat ook zij zijn veranderd door wat er met hun zoon en broer is gebeurd. Misschien wel dat ze dezelfde les hebben geleerd: dat het gaat om de liefde. En dat ze dat aan de wereld willen meegeven.