woensdag 16 maart 2011

Gewoon laten liggen

Afgelopen weekeinde was ik bij vrienden in Slochteren. Zaterdag maakten we onder andere een wandeling. Onderweg kwam ik onderstaande fiets tegen. Die lag er al een tijdje. Banden plakken had volgens mij geen zin meer. Maar het verval en het mos gaven het wrak toch iets bijzonders.






dinsdag 15 maart 2011

Filmbespreking: The King’s Speech

Ervaringen uit onze jeugd, zoals pesterijen op school, misbruik op enig gebied, maar ook afwijzing of kritiek van onze ouders, kunnen jaren later nog gevolgen hebben. Deze gebeurtenissen hebben een deuk geslagen in ons gevoel van eigenwaarde, ze hebben ons laten geloven dat we een teleurstelling zijn, dat we schuldig zijn, dat we slecht zijn of dat niets wat we doen ooit genoeg is om liefde te verdienen. We hebben geleerd dat deze wereld een onveilige plaats is, een omgeving waar we op onze hoede moeten zijn, waar we ons ware ik moeten verbergen, waar we ons moeten schamen voor onze eigenheid. We hebben leren oppassen voor andere mensen, en intimiteit te wantrouwen. Elk woord, elke gebeurtenis, was als een onkruidzaadje dat in ons hart terecht kwam, en waarvan de wortels tot in de diepste plekken doordrongen. Nu worden de rotte vruchten ervan zichtbaar in de keuzes die we maken, de woorden die we spreken, de relaties die we aangaan. We zien dat ons potentieel niet vervuld wordt, we merken dat we andere mensen pijn doen, we voelen dat we van de liefde van God verwijderd blijven, maar we kunnen er niets tegen doen. Hoe vaak we onszelf ook vermanend toespreken, welke hardhandige methodes we ook toepassen om onszelf te veranderen, welke boeken we ook lezen of hoeveel nachten we ook slapeloos doorbrengen, niets dringt diep genoeg door. Soms denken we dat het ons gelukt is, dat we onszelf hebben overtuigd van de waarheid, dat we nu het leven wel aankunnen. Maar vroeg of laat komen we in een situatie waarin de angst van vroeger weer terugkeert en de kop opsteekt. Dan blijkt dat ons diepste hart nog steeds de leugen gelooft. Rationalisaties en argumenten kunnen nu eenmaal niet diep genoeg doordringen. Woorden die we onszelf als volwassene voorhouden, kunnen niet op tegen de ervaringen die we als kind hebben opgedaan. Het zijn ideeën, die niet zozeer zijn vastgelegd in woorden, maar in beelden. In de beelden zelf die ten grondslag liggen aan de woorden. Ze zijn bovendien gekoppeld aan heftige emoties. En die zullen we eerder geloven dan makkelijke beloftes dat ‘iedereen het kan’, dat ‘het heus wel goed komt’, dat ‘je gewoon moet doorzetten’. Dus saboteren we onze eigen pogingen ons leven te leiden. En het falen versterkt alleen maar de wetenschap dat de fluisterstemmen in ons hart gelijk hebben met hun oordeel over ons, dat we gedoemd zijn te mislukken.
Verandering kan alleen komen als die diepgewortelde ideeën, die kernbeelden, worden vervangen door andere beelden, andere emoties. De leugen moet worden vervangen door de waarheid. De diepe overtuiging in ons hart dat we niets waard zijn, moet worden vervangen door een even diep gewortelde overtuiging dat we recht hebben om te bestaan, dat we geliefd zijn en waardevol, dat we een stem hebben. En wij moeten deze nieuwe hoopvolle gedachte met evenveel geloof omarmen als we dat deden bij de oude, schaamtevolle. Dat betekent dat het onze eigen gedachte moet zijn, waar we met hart en ziel achter staan. Alleen dan, als we echt geloven in de waarheid, zijn we in staat onze verantwoordelijkheid te nemen, het risico te accepteren en de uitdaging aan te gaan.
De waarheid is dus niet iets dat anderen ons kunnen opdringen. Het moet iets zijn dat we zelf ontdekken. Maar anderen kunnen wel de omstandigheden, creëren waarin we ons openstellen voor de waarheid. Een veilige plek, met mensen die we kunnen vertrouwen waar we ons hart kunnen openen, de barrières laten zakken en de stinkende, zwarte massa van binnen aan het daglicht blootstellen. Anderen kunnen ons vervolgens in contact brengen met de waarheid, en vervolgens de waarheid haar gang laten gaan, totdat we haar zelf omarmen en gaan uitleven. Dit is het proces van genezing, genezing van beschadigde emoties, een proces waarin we niet zonder anderen kunnen.
En dit jaar waren er twee films genomineerd voor een oscar waarin dit proces werd gevisualiseerd. De ene deed dat in een sciencefiction-setting, met een team goedgeklede specialisten, die een bedenkelijke opdracht tot bedrijfssabotage hebben aangenomen. Volgens hen is een idee als een gevaarlijk virus, dat zich nestelt in de gedachten en van daaruit het hele leven beïnvloedt. Voorwaarde daarvoor is wel dat de ontvanger van het idee, het idee heeft dat het idee van hemzelf is, dat hij het zelf bedacht heeft. Dit resulteert in deze film in een prachtig verzoeningsmoment tussen een man en zijn vader, maar de cynische setting (het is allemaal opgezet met hogere motieven) geeft het een pijnlijk randje. Hoe goed ik Inception ook vond, ik ben daarom blij dat deze film het aflegde tegen The Kings Speech: de andere film die het proces van genezing laat zien, op een ontroerend oprechte wijze.

De film speelt zich af in de jaren voor de tweede wereldoorlog. Een tijd waarin nieuwe technologie in opkomst is. Auto’s waarmee reistijden drastisch worden ingekort. Radio’s, waarmee het Koninklijk Huis van Groot Brittannië haar onderdanen overal ter wereld zomaar kan toespreken. De koning omarmt de technologie (zij het met tegenzin), omdat hij door heeft dat zijn macht niet meer vanzelfsprekend is, maar dat hij op de troon blijft bij de gratie van het volk. De koninklijke familie moet zichzelf op de markt zien te zetten. Prins Albert, Hertog van York, vindt het maar niets dat hij in de openbaarheid moet treden. Hij spreekt niet graag, niet voor een publiek en niet voor de radio. Hij is er doodsbang voor. Hij is namelijk een stotteraar. De stiltes die vallen als hij niet uit zijn woorden kan komen, doen hem ineenkrimpen van schaamte. Hij heeft van alles geprobeerd om van het probleem af te komen, tot de meest uitzinnige therapieën toe (spreken met een mond vol knikkers). Niets werkt. Albert is dan ook tevreden dat bij de dood van zijn vader de troon toevalt aan zijn oudere broer David. Zelf kan hij, met zijn liefhebbende vrouw, buiten de schijnwerpers blijven. Maar David denkt er anders over. Hij kiest voor zijn liefde voor een gescheiden vrouw en doet troonsafstand. En dat in een tijd dat de grote redevoerder Adolf Hitler op het Europese vasteland op oorlog lijkt af te sturen. Alberts grootste angst komt uit: hij zal moeten spreken. Zijn hoop is gevestigd op de eigenzinnige Australische spraaktherapeut Lionel Logue. Deze vriendelijke man ziet het potentieel in de de hertog, maar ziet ook de barrière die de verwezenlijking ervan in de weg staat. Durft de adellijke prins Albert het aan zijn leven te delen met een gewone man uit het volk?

Bij het zien van de trailers voor de film begon- over overspel, stellen die uit elkaar gaan, en dat soort zaken - boog een van de vrienden met wie ik was zich naar mij toe en zei iets als: “Wanneer maken ze nou eens een film over huwelijkstrouw in plaats van overspel?” Na afloop suggereerde ik dat zijn wens in vervulling was gegaan. Zoals ik vaker in reviews heb gelezen: dit is een film over goede mensen, die het juiste willen doen. Prins Albert heeft het hart op de juiste plaats. Hij geeft om zijn familie, en maakt zich zorgen over Hitlers opmars. Hij houdt zielsveel van zijn dochters, ontroerend in beeld gebracht. En hij heeft een vrouw achter zich staan, die hem stimuleert, om hem geeft, en zijn spraakgebrek niet beschouwd als een bron van schaamte. Logue is een familieman, die geeft om zijn zoons, met passie voor toneel, die houdt van zijn vrouw. Prachtige voorbeelden, en niet alleen van hoe het niet moet.
Soms hoor je dat het moeilijker is voor acteurs om een goed karakter te spelen dan een boosaardig, en voor auteurs om een goed karakter te schrijven dan een boosaardig. De goede hoofdrolspeler is immers snel karikaturaal, een goedzak of een moralist, niet geloofwaardig, niet boeiend. Maar hier zetten de auteurs hun personages prachtig neer. Hun ogen spreken boekdelen. Colin Firth is als prins Albert sympathiek. In zijn blik schemert de onzekerheid door, de angst die hem achtervolgt, maar ook zijn beslissing om zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg te gaan. Helena Bonham Carter speelt zijn vrouw humoristisch, doortastend, maar liefdevol. En Geoffrey Rush heeft soms dezelfde twinkeling in zijn ogen als kapitein Barbossa in de Pirates of the Caribbean-films, maar hier in dienst van een menselijk karakter, een genezer. De mooiste scene in mijn optiek is de ontmoeting tussen de familie van de therapeut en die van prins Albert. Heel erg mooi! Ook de bijrolacteurs zijn meestal goed, behalve Timothy Spall, die Winston Churchill speelt. Die was wat karikaturaal. (Een reünie van Harry Potter-alumni trouwens, deze film: behalve Helena Bonham Carter en Timothy Spall ook nog Michael Gambon!). De aankleding is ook prachtig, authentiek en sfeervol. Af en toe vond ik de beelden wat vreemd afgesneden (Op internet las ik ergens hoe iemand daardoor uit het verhaal werd getrokken, daar had ik geen last van). Maar verder is het verhaal meesterlijk opgezet. De climax, een radio-uitzending, is aangrijpender en spannender dan de ontknoping van menig actiespektakel. Ik kreeg er tranen bij in mijn ogen. Deze film kan ik zonder aarzeling bij iedereen aanbevelen. Hij zal ook zeker deel gaan uitmaken van mijn eigen collectie.

Prins Albert is zich pijnlijk bewust van de gevolgen van zijn stotteren. De film begint als hij voor een microfoon staat in een stadion, en zijn haperende klanken versterkt over de menigte galmen. De pijnlijke blikken van de mensen om hem heen zeggen genoeg. Beschaamd trekt hij zich terug. Hij weet namelijk ook dat hij het niet kan veranderen. Het stotteren hoort nu eenmaal bij hem. Hij zal op dat gebied altijd tekortschieten. Daarom is Albert bereid zich terug te trekken, een leven te leiden buiten de aandacht. Hij accepteert de nederlaag. Zijn vader, de koning, doet dat niet en sleurt hem voor de microfoon. Hij moet gewoon meer zijn best doen. Hij is immers de zoon van de koning? Als Albert ook nu faalt, maakt dat zijn schaamte alleen maar groter. Het lijkt alsof het zijn eigen schuld is dat hij stottert. Zijn vrouw accepteert ook niet dat hij de moed opgeeft. Ze zoekt steeds nieuwe doktoren en therapieën. En omdat Albert van haar houdt, probeert hij ze ook allemaal. Maar hij geeft er zijn hart niet aan. Van binnen is hij cynisch. Zijn defect is er niet een dat met een trucje op te lossen is. Het probleem zit van binnen, en geen techniek is in staat zo diep in hem door te dringen. Als een nieuwe methode faalt, reageert hij met een mengeling van frustratie en opluchting. De situatie blijft bij het oude, hij kan blijven bij zijn identiteit: een stotteraar, iemand die niet zijn stem hoeft te laten horen, die zich niet hoeft te uiten.
Het is voor mij allemaal erg herkenbaar. Nu had ik geen probleem met stotteren, maar wel met telefoneren. Ik heb er nu niet enorm veel moeite meer mee, maar tien, twaalf jaar geleden had ik een dag lang buikpijn als ik een telefoontje moest plegen. Ik stelde het uit, liep rondjes, keek op de klok, aarzelde. Ik voelde de spanning fysiek. Zelfs als ik moest bellen naar een organisatie waar ik wist dat er mensen zaten speciaal om de telefoon op te nemen. Sommige mensen zeiden dat ik het gewoon moest doen. Als zij het konden, kon ik het ook wel. Ik stelde mezelf maar wat aan als ik er zo’n probleem van maakte. Anderen kwamen met tips en technieken. De trucs maakten het voor mij soms wel wat makkelijker (zoals het advies van te voren op te schrijven wat ik in een gesprek wilde zeggen), maar ze losten het probleem niet werkelijk op. Als alles was gezegd en gedaan bleef ik iemand met een angst voor telefoons en telefoongesprekken. Daar zou mijn hele bestaan wel door getekend worden.
De reden dat de technieken niet helpen, is doordat het probleem niet zit in de techniek, in de spieren, of de aangeleerde gewoontes, maar dieper van binnen, in wat de persoon over zichzelf gelooft. Dit is wat Lionel Logue beseft. Hij wijst Albert erop dat niemand als stotteraar wordt geboren. Ook stottert iemand niet als hij zingt. Of als hij boos is. Logue wijst er onder andere op dat veel stotteraars linkshandig zijn, en dat ze als kind werden gestraft voor het gebruiken van hun linkerhand. Gebeurtenissen uit het verleden hebben iemand bang gemaakt. Nu durft hij zichzelf niet meer te uiten. Hij saboteert onbewust zichzelf.
Dat herken ik ook bij mezelf. Ik ben ook niet verlegen en onzeker geboren. Gebeurtenissen in mijn vroege jeugd en op de middelbare school hebben mij onzeker gemaakt. Ze hebben mij aan mezelf laten twijfelen. Ze hebben me laten geloven dat ik een mislukkeling was, dat ik geen fouten kon maken, dat ik het waard was te worden uitgescholden en gepest.
Genezing komt voor Albert niet door een revolutionaire techniek. Wat hem herstelt is de relatie met Lionel Logue. Iemand die in hem gelooft, die potentie in hem ziet, maar die hem tegelijk zichzelf laat zijn, die hem niet bekritiseert zoals zijn vader. Iemand die eerlijk is over het probleem, maar hem niet veroordeelt. Iemand die niet wil toelaten dat Albert zichzelf te kort doet, omdat hij om hem geeft. De genezing ontstaat als Albert het aandurft zijn hart te openen voor een ander, als hij iemand toelaat in zijn pijn. Het is de vriendschap zelf, de relatie zelf, die de genezing brengt. Zoals iemand opmerkte toen we na de film een biertje dronken: in deze film ontbreekt de grote doorbraakscene, de scene waarbij de therapeut de patient op de schouders klopt en zegt ‘It was not your fault’. Niet de grote tranenstromen, niet de heftige emotie. Maar de verandering komt doordat een vriend hem accepteert als persoon, ondanks de standsverschillen, en tegelijk niet accepteert dat hij zichzelf blijft zien als minderwaardig.
De verandering kwam ook voor mij niet door een nieuwe techniek die ik aanleerde. Ik veranderde doordat ik langzaam van mezelf ging geloven dat ik waardevol was, dat ik er mocht zijn. Dat ik op eigen benen kon staan, en mezelf niet omver hoefde laten blazen. Dat ik recht had op een eigen mening. En dat ik fouten kon maken zonder dat vrienden me zouden laten vallen. En terwijl ik hierin groeide, werd het langzaam makkelijker om de telefoon te pakken. De genezing van het probleem aan de buitenkant kwam van binnenuit, en net als in deze film door relaties. Relaties met vrienden, die eerlijk zijn zonder te veroordelen, en de omgang met God, die Eerlijk is, die potentieel in mij ziet, die ernaar verlangt dat ik het valse zelf achter mij laat, maar die tegelijk geduld met mij heeft, mij niet zal veroordelen, kortom, die van mij houdt. Hoe meer ik met deze mensen en met God omga, hoe meer de leugens van binnen worden vervangen voor de waarheid. En opeens komt een dag dat ik het hardop kan zeggen: Ik mag er zijn.
Of zoals Albert in deze film: “I have a voice!”

Warme dino's, slijmzwammen, Neanderthalers, samenzweringen, gesloten gemeenschappen, natuurrampen en verlangen

Het is al langer bekend dat veel dinosauriërs gevederd waren (of in elk geval bedekt waren met haarachtige protoveren). Vooral in China zijn veel gevederde dinosauriërs gevonden. Nu blijkt uit onderzoek dat het klimaat daar in de tijd van die dinosauriërs gematigd was, met winters waarin koudbloedige dieren als hagedissen gedwongen waren in winterslaap te gaan. De verenvacht van dino's zorgde ervoor dat ze (net als andere warmbloedige dieren) de winter lang actief konden blijven. Dit gaf dino's met veren waarschijnlijk ook een evolutionair voordeel.

Slijmzwammen - die bestaan uit eencellige dieren, kunnen structuren vormen die net zo complex zijn als die van meercellige dieren. Dit suggereert dat de bouwstenen van meercelligheid al lang voor de eerste meercellige wezens bestonden.

Ik vind verhalen over 'verloren werelden' altijd boeiend. Vooral als ze echt blijken te bestaan. Zoals op een zeeberg vlak bij de zuidpool waar een gemeenschap van zeelelies blijkt te leven. Deze verwanten van zeesterren en zee-egels vormden het laatst zulke gemeenschappen in de tijd van de dinosaurussen. 

Neanderthalers gebruikten 400.000 jaar geleden al vuur op een gecontroleerde wijze.
Aquariumliefhebbers: op zijn blog gaat mijn broer verder (na drie jaar) met laten zien hoe hij de achterwand van mijn nieuwste bak in elkaar heeft gezet.

Op de Bone-film (naar een van mijn favoriete stripboeken) is het nog even wachten, maar er komt wel een film van een andere strip van Bone-tekenaar Jeff Smith.

Twintig samenzweringstheorieën waar een film van gemaakt zou moeten worden (volgens Total Film).

Een bevriende blogger schrijft een voor mij herkenbaar verhaal over het opgroeien in een christelijke gemeenschap die meent de waarheid in pacht te hebben. "Ik kwam erachter dat ik juist enorm veel te leren had van andere christenen, zelfs als hun visie op de bijbel radicaal verschilde van die van mij. Door christenen met een andere visie te accepteren, hen ruimte te geven (lief te hebben) en me voor hun visie te interesseren, zag ik de sterke en zwakke punten in mijn eigen visie en kreeg ik normaal contact met ze." 

De Christian Monist legt uit waarom hij geen dualist is (maar een monist) en wat dat betekent voor zijn blik op natuurrampen zoals die in Japan. "We not only can weep at the loss of life of the Japanese, but it is our God-given occupation to weep with them. We stand shoulder to shoulder with God in the wailing line. Not a weak, impotent God, but a God who knows that there is a reason that He must not intervene. It is our job to curse at death and destruction and to hold hope for the coming new world that will either be safer or us more indestructible."

Prachtig essay op The Rabbit Room over 'dromers' en 'bewaarders' - de meeste mensen vallen in één van deze categorieën. Ze worden gedreven door een zoektocht naar de waarheid en schoonheid 'out there, sowherer over the rainbow', of door een verlangen naar zekerheid, geborgenheid in het hier en nu. Het moge duidelijk zijn dat ik behoor tot de dromers. "Dreamers stand on one hand, and keepers sit on the other. Restive and restless-eyed souls are the dreamers. They are the hungry-hearted, with wanderlust thrumming in their blood and eager brains, ever in search of what lies a fingertip just out of reach. Truth or beauty, treasure or friend, they would risk their life to find the unseen ideal." Beide zijn nodig, ze vullen elkaar aan. "No matter which, we must push the song of our soul to its full beauty. The world needs the good that both bring. Together, they weave the music of their souls, their work, and their wonder into a joyous symphony of fellowship. And this is the song the whole world was made to sing."

maandag 14 maart 2011

De pijl van de tijd 1: Alle tijd van de wereld

Wie zijn hersens niet wil laten kraken, kan de berichten in deze ‘miniserie’ misschien maar beter overslaan. Ik ga het onder andere hebben over twee kerkvaders en theoretische natuurkunde, determinisme en teleologie, de ‘zondeval’, de oerknal, evolutie en het koninkrijk van God. Ik vind het nu eenmaal leuk daar over te filosoferen, dus jullie zullen het ermee moeten doen, of jullie nu mee willen filosoferen of niet. Voor wie wat beters te doen heeft, zal ik proberen de volgende afleveringen in slechts enkele regels samen te vatten: zowel in de natuurkunde als in de theologie zijn we te zeer geneigd te denken dat het heden bepaald wordt door het verleden. Maar wat als het nu eens niet zo belangrijk zou zijn waar we vandaan komen, maar eerder waar we naartoe gaan? Er schijnen wetenschappers te zijn die pleiten voor een herwaardering van het begrip ‘doelgerichtheid’ in de biologie en in de natuurkunde. In elk geval gaat het ook in de bijbel niet om het herstel van de situatie in het verleden, maar beschrijft de bijbel een God die een glorieus einddoel wil bereiken in de toekomst, waarin Hij alles en in allen is. Daarbij laat hij zich zelfs niet tegenhouden door de opstandigheid van mensen in het verleden. Dit leidt tot een ander wereldbeeld, met grote gevolgen voor hoe wij in het leven staan, hoe we omgaan met lijden en met falen, en hoe we ons verhouden tot God. Heel kort gezegd: de pijl van de tijd wijst ergens naartoe, en voor ons is het erg belangrijk te weten waarnaar.

En dan nu de langere versie. Zet je maar schrap.
Over een van de meest kenmerkende eigenschappen van ons leven, iets dat ons bestaan definieert, wordt in mijn opinie te weinig nagedacht en gesproken. We zijn ons er wel van bewust, we klagen er wel eens over, of worden er melancholisch van, maar bijna nooit discussiëren we met elkaar waarom ons leven hierdoor wordt beheerst en op welke manier we er het best mee kunnen omgaan. Waarschijnlijk omdat het te vanzelfsprekend is, te bekend - het is een ‘fact of life’. We praten immers ook niet met elkaar over de samenstelling van de lucht, over de eigenschappen van zuurstof, en het waarom van onze ademhaling. We halen gewoon adem. Een beetje wereldvreemde wetenschappers kunnen er plezier aan beleven de feiten van alle dag te ontleden en ingewikkelde theorieën erover op te stellen, maar het verandert niets aan onze ademhaling. We doen het gewoon.
Dat geldt ook een beetje voor het onderwerp van deze berichten: het verstrijken van de tijd. Dat gebeurt gewoon, zonder dat we er enige invloed op kunnen uitoefenen. Wat maakt het voor verschil als we erover nadenken? Dat is alleen maar interessant voor theoretici. Toch?
Aan het verstrijken van de tijd kunnen we inderdaad niets doen, maar ik geloof dat het wel verschil maakt of we de tijd zien als iets dat zich van een gebeurtenis uit het verleden af beweegt, of iets dat zich voortbeweegt naar een moment in de toekomst.
Want dat is wat tijd doet: tijd beweegt.
Als we de natuurkundigen mogen geloven, ontstond de tijd toen ons heelal begon. Het is niet zinvol om te vragen wat er was voor de oerknal - het antwoord is immers niets. Er was geen ruimte, geen materie, geen energie, en geen tijd. Er was niets dat enige invloed kon hebben op iets anders, niets dat kon leiden tot iets, niets dat kon groeien of krimpen. Maar toen er uit niets iets ontstond, toen vanuit een punt de ruimte zich begon uit te breiden, verscheen (als uit het niets) de tijd. Opeens was er sprake van momenten die elkaar opvolgden. Opeens had het heelal een verleden, een heden en een toekomst. Want zo werkt de tijd. De tijd is voor te stellen als een lange lijn en het heden is een pion, die steeds een stapje opschuift (of eigenlijk continu voortbeweegt. Of allebei. Misschien heeft de tijd een kwantumnatuur). Alles aan de ene kant van de pion is verleden. Dat is geweest. Het is beschreven. Het is vastgelegd. Het is niet meer te veranderen. Het is niet meer te beleven. Vanuit het heden kunnen we er alleen maar naar terugkijken, met behulp van afbeeldingen en herinneringen, maar het is niet meer toegankelijk. Aan de andere kant van de pion ligt de toekomst. Die is er nog niet. Die is nog volledig onbekend. Die is nog helemaal open. Die is compleet te veranderen. Die is onzeker. We kunnen er hooguit naar vooruit kijken, met de hulp van berekeningen en verbeelding. Maar de toekomst is niet toegankelijk, sciencefictionfilms ten spijt. De enige manier om er te komen is door het verstrijken van de tijd. Steeds opnieuw wordt het heden een moment in het verleden, en wordt een moment dat eerst toekomst was, heden. Tijd heeft dus een richting. De tijd is een pijl die uit het verleden wijst naar de toekomst. En de pijlpunt is het heden. Het is een pijl die uit haar oorsprong bij de oerknal steeds langer wordt. Er is steeds meer ‘verleden’, en wie weet wat de toekomst brengt?

Spreken over de tijd in termen van beweging, van richting, roept de vraag op wat de richting van de pijl bepaalt. Beweging wordt namelijk altijd gedefinieerd ten opzichte van een bepaald punt. Iets beweegt als het zich ergens van verwijdert, of als het ergens dichterbij komt. Wat is dit punt voor de tijd? Is dat het verleden, de oorsprong, de oorzaak? Of is dat de toekomst, de eindbestemming, het doel? En op dit punt voel ik als niet-natuurkundige en slechts op amateur niveau filosoof (en zelfs dat nauwelijks, want mijn filosofiekennis komt vooral uit De Wereld van Sofie) een rilling van ontzag - het begrijpen is mij te wonderbaar, ik kan er niet bij - maar niets weerhoudt me ervan op mijn blog meningen te verkondigen over onderwerpen waar ik maar weinig van afweet. Dus we gaan verder (wellicht iets minder compact en helder dan wanneer ik wel natuurkundige of filosoof was geweest) met de opmerking dat de beweging van de tijd meestal wordt bepaald ten opzichte van het verleden.
Dit heeft mede te maken met hoe ‘tijd’ is gedefinieerd. Tijd hangt nauw samen met de begrippen ‘oorzaak en gevolg’, of moeilijker: causaliteit. Tijd begon pas toen er materie en energie verscheen dat invloed op elkaar kon uitoefenen. Een atoom botst op een atoom, er komt een lichtdeeltje vrij, en dat botst weer op een ander atoom. De nieuwe gebeurtenis volgt uit de gebeurtenis die er direct aan voorafgaat. Vanwege de energie die inwerkt op sterrenstelsels dijt het heelal weer een fractie verder uit dan het al was uitgedijd, als gevolg van de zwaartekracht krimpt een ster weer een fractie verder dan hij al was gekrompen. Tijd komt dus voort uit het feit dat de gebeurtenissen van nu de oorzaak zijn van gebeurtenissen in de toekomst. Als er geen causaliteit zou zijn, als de ene gebeurtenis geen enkele relatie had met de andere, zou het spreken over eerder en later, verleden en toekomst geen betekenis meer hebben. De wijzers van de klok zouden op basis van toeval verspringen. En dus zou er ook geen tijd meer zijn.
De tijd bestaat bij de gratie van de causaliteit. Dat wil dus zeggen dat alles wat er in de toekomst gebeurt voortkomt uit het verleden. Als we alle atomen en alle energieën uit het heelal zouden kennen (gelukkig onmogelijk, omdat je op kwantumniveau niet alle eigenschappen van deeltjes tegelijk kunt meten - er is iets als een onzekerheidsprincipe, opgesteld door meneer Heisenberg), zouden we de toekomst kunnen berekenen. We zouden de gevolgen  kunnen berekenen van alle gebeurtenissen in het heden en zo vooruit kunnen kijken naar de rest van de geschiedenis. Sterker nog: als een waarnemer ten tijde van de oerknal alle energieën en materie had kunnen waarnemen, zou hij daaruit de hele geschiedenis van het heelal hebben kunnen voorspellen. De geschiedenis van het heelal is dan als het aflopen van een mechanisme, een speeldoos. Het mechaniek volgt stap voor stap de ene mogelijke volgorde, tot het is afgelopen. Ook het ontstaan van het leven, de ontwikkeling van intelligentie, oorlogen, ja, elke individuele gedachte van elk individueel mens, het komt allemaal via processen van oorzaak en gevolg noodzakelijk voort uit het verleden. Ja, extreem verwoord: wie alle atomen en energieën zou kennen in de hersenen van een mens, zou daaruit elke gedachte kunnen voorspellen die deze mens zijn leven lang zou hebben. Sterker nog: als we het genetische materiaal zouden kennen van de mens, en de invloeden die hij zou ondergaan in de baarmoeder en daarbuiten, zouden we het verloop van zijn leven kunnen aangeven. We zouden weten wanneer hij zou sterven, met wat voor vrouw hij zou trouwen, en of hij trouw, liefdevol of misdadig zou zijn. Hier is niets aan te veranderen. Het idee dat wij een vrije wil hebben en betekenisvolle keuzes kunnen maken is een illusie die door onze hersenen wordt opgewekt, om onze kans op overleving te vergroten. Onze gedachten zijn niet nieuw, ze zijn het logisch gevolg van bewegingen van atomen. Het heelal is immers alles dat er is: er is geen tijd of ruimte buiten het heelal, en dus niets dat de causaliteit kan verstoren. Niets dat het mechaniek kan stilzetten of versnellen.  De pijl van de tijd ontstond bij de oerknal. Toen is zijn richting en snelheid bepaald, en nu kan hij niets anders dan die kant op bewegen.

Deze manier van denken wordt ‘determinisme’ genoemd. In het engels betekent ‘to determine’: ‘bepalen’. Het determinisme stelt dat het heden volledig bepaald wordt door het verleden. Het determinisme is de gedachte die stelt dat de tijd altijd van het verleden afwijst. In het volgende deel van deze serie wil ik laten zien dat dit een heel somber beeld is, dat niet alleen de betekenis ontneemt aan vrije wil, creativiteit en filosofie, maar dat uiteindelijk uitloopt op het moment dat het mechaniek stilstaat. Op het einde van de tijd. Het niets. De pijl van de tijd stopt uiteindelijk in de hittedood van het universum. Als er geen atomen meer zijn die elkaar kunnen beinvloeden, en als de energie zo is geslonken dat er geen oorzaken meer zijn die gevolgen kunnen hebben. En ik wil laten zien dat de christelijke theologie die de staat van perfectie in het verleden laat liggen, en het paradijs het uitgangspunt maakt van de geschiedenis, ook leidt tot een somber wereldbeeld. Deze serie blijft dus nog even somber en beklemmend, daar is niets aan te doen.

Wordt vervolgd ...

zondag 13 maart 2011

Vergane glorie

De fabriek 'De oude Baronie' in Alphen aan den Rijn is al jaren verlaten, en verandert langzaam maar zeker in een ruine. Als ik bij mijn broer op visite ben, wordt mijn oog er steeds weer door getrokken. Nu had ik mijn fotocamera bij me. Van bepaalde mensen weet ik dat die wat hebben met oude, vervallen gebouwen. Ze hebben groot gelijk.
En als toegift nog een krokus. Ik kan geen genoeg krijgen van de tekenen van de naderende lente.

zaterdag 12 maart 2011

Teruggevonden kikker, water op Enceladus, de Inhumans, Super 8, twijfel, liefde en verandering

Uitgestorven gewaande kikker uit India wordt na 136 jaar teruggevonden.

Meer aanwijzingen voor het bestaan van een vloeibare oceaan onder het ijs van Saturnusmaan Enceladus - en de mogelijkheid van leven daar. Er komt op Enceladus veel energie vrij!

Over Saturnus gesproken. Dit is een prachtige foto van de maan Titan en de ringen, van opzij. En hier een bijzondere opname van het oppervlak van de zon.

Regisseur Mark Forster gaat een SF-film maken over tijdreizen!

Marvel is van plan een film te maken over de Inhumans, een groep superwezens die leven op de donkere kant van de maan. Hun leider is het gave karakter Black Bolt: iemand die geen woord zegt, omdat zijn stem alles in de omgeving zou vernietigen.

En hier is de trailer van J.J. Abrahams nieuwe film: Super 8. Een tribuut aan filmheld Steven Spielberg.

Op Jesus Creed wordt gediscussieerd over de redenen waarom we aan ons geloof twijfelen, en wat ons helpt om toch door te gaan. De conclusie is dat geloof niet is het intellectueel instemmen met waarheden, maar het volgen van Jezus: "Taking on the yoke of Jesus is not about signing a doctrinal statement or making an intellectual commitment to a set of propositions. It isn’t about being right or getting our facts straight. It is about loving God and loving other people. The yoke is hard because the teachings of Jesus are radical: enemy love, unconditional forgiveness, extreme generosity.  The yoke is easy because it is accessible to all – the studied and ignorant, the rich and the poor, the religious and the nonreligious."

De discussie over alverzoening op Experimental Theology gaat door. Richard Beck betoogt dat God in het Oude Testament als toornig wordt omschreven, maar dat zijn woede een uiting is van zijn liefde, want: hoe meer je liefhebt, hoe bozer je bent op kwaad en onrecht. "For my own part, I find myself, pretty routinely, saying about life "God damn it!" Not flippantly. I mean it. I mean it eschatologically. So I think if you love a great deal you'll find yourself saying God-damn-it, God-damn-it, God-damn-it, over and over again. To say "God damn it!" is to say "God is love." Maar uiteindelijk heeft ook in het Oude Testament Gods liefde het laatste woord.

Wayne Jacobson geeft advies over vraag hoe wij proberen andere mensen te veranderen: "You can’t drive people into love, you can only invite them. And you can live with Jesus all seven days of the week whether they desire to or not. Changing them is not the goal. Living free will have far more impact on you and them." Zoals ik het dit weekeinde tegen een vriend zei: ik wil wel veranderen, maar ik wil niet moeten veranderen.

De Naked Pastor vraagt: "If you didn't believe me as a pastor, will you believe me now as one who is not?"

woensdag 9 maart 2011

Delft in de zon

In de zon ziet alles er mooier uit. Nu ziet Delft er uit zichzelf al mooi uit, maar bij mooi weer zie je dat makkelijker. In elk geval kon ik het afgelopen weekeinde niet laten de volgende plaatjes te schieten.