woensdag 5 januari 2011

Herinneringen aan sneeuw

Het is opvallend hoe snel je eraan went dat er geen sneeuw meer ligt. Een paar dagen geleden was alles nog bedekt onder een witte deken (en gleed ik nog om de haverklap uit ...), nu is er alleen nog wat aangekoekt ijs van over. Om de herinnering aan de winter levend te houden hier nog wat foto's uit Eindhoven.
 





En als toegift nog een mooi uitzicht vanaf mijn balkon:

dinsdag 4 januari 2011

Grotten, oplichtende slakken, Elysium, onvoorwaardelijke genade en kerk als surrogaat

Deze grot in Vietnam is erg indrukwekkend. Het is een grot met een jungle er in! En zo hoog dat er in de grot wolken ontstaan. Dat spreekt mijn verbeelding natuurlijk aan. Maar er schijnen helaas geen overlevende dinosaurussen in voor te komen.

Bouw een fotocamera van lego!

Een interessante zeeslak gebruikt licht om roofdieren te verjagen. Zijn schelp heeft bijzondere eigenschappen waardoor het groene licht wordt doorgelaten.

Jodie Foster zal spelen in de nieuwe film van Neill 'District 9' Blomkamp - Elysium - die zich afspeelt op een verre planeet (mijn favoriete vorm van SF).

10 geeky vooruitzichten voor 2011. En de 10 beste films van 2010 volgens Jeffrey Overstreet.

In Griekenland is een nog onbekende populatie Monniksrobben gevonden. De locatie wordt strikt geheim gehouden, zodat de dieren (waarvan er in totaal nog maar 600 zijn) hun natuurlijke gedrag blijven vertonen.

Voor aquariumliefhebbers: de AGA aquariuminrichtwedstrijd is weer geweest, en heeft prachtige resultaten opgeleverd! Vooral enkele van de biotoopaquariums vind ik inspirerend.

Goede woorden van de vorig jaar overleden Internetmonk, Michael Spencer, over twee vormen van religie. De eerste zegt dat God eigenlijk heel erg boos op ons is, maar dat Jezus voor ons gelukkig net op tijd tussen beide kwam, en dat we nu ons best moeten doen om onze verlossing niet te verspillen. (Dat was wat ik leerde in de kerk waar ik opgroeide). De tweede is heel anders: "In Jesus, we discover that God is just sloppy with his amazing grace and completely beyond common sense when it comes to his love. Just to enhance his reputation as the God who know how to throw a party, he’s inviting all of us back home, no tickets necessary, no dress code, for a party that will last, literally, forever. With open bar, and all on him.... God’s gracious face makes our religion fall apart. It takes away all our soapboxes. It shuts our mouths, because none of us deserve it and all of us can have it." Ook de moeite waard zijn dit artikel en de discussie die in de reacties ontspringt.

De Naked Pastor vermoedt dat het instituut kerk daarom zo populair is omdat het een vervanging biedt voor het angstaanjagende directe contact met God. "Rather than immediate experience we prefer reported experience. Rather than immediate living, we prefer dispensed living. Rather than live life, we prefer watching it. Rather than enjoy, appreciate and embrace our condition, we prefer comparing and competing with others."

zondag 2 januari 2011

Geloven is mens worden 2: De bedoeling van God

In mijn vorige bericht met deze titel schreef ik hoe de boodschap van het kerstfeest in strijd is met het Griekse, platonische denken dat zich heeft genesteld in het denken van veel christenen. Dat God op dat moment, aan het begin van onze jaartelling, voor eens en altijd mens werd, bevestigt de woorden aan het begin van de bijbel dat de materiele schepping, en het materiële wezen de mens ‘heel goed’ waren. God heeft zich voor altijd verbonden met de wereld van energie en atomen, en deze daarom een eeuwige betekenis gegeven.
De schepping is dus niet een gevangenis voor zielen, zoals de Grieken beweerden, niet een onvolmaakte en minderwaardige schaduw van de werkelijk belangrijke wereld van de ideeën. En het doel van het menselijke leven is niet om uit dit vleselijke bestaan te ontsnappen, en te streven naar een ‘geestelijk’ of niet materieel leven. God verlangt ook niet van christenen dat ze zich alleen maar bezighouden met religieus gedrag, of dat ze hun menselijke of lichamelijke verlangens ontkennen. Aan de andere kant is het ook niet zo dat mensen maar alles kunnen doen met hun lichaam, omdat het toch niet belangrijk is en aan het eind van de tijden zal vergaan. Nee, de schepping en ons lichaam hebben een glorieuze bestemming, en wij mogen nu al gaan leven op een manier die daarbij past. Maar dat is een veel mooier, afwisselender en menselijker leven dan we vaak in de kerk voorgeschreven krijgen.

Wat de bestemming zal zijn van de schepping en van ons, mensen, is al te zien in de opstanding van Jezus uit de dood. We zagen al dat hij niet opstond als een geestelijk, niet lichamelijk wezen, dat zijn opstanding niet slechts iets symbolisch was, maar dat volgens elke vorm van christelijke orthodoxie hij na drie dagen als volledig mens het graf verliet. Toen de volgelingen van Jezus bij de graftuin aankwamen, zagen zij dat de steen was weggerold, en dat het lichaam van Jezus verdwenen was. Het was echter niet gestolen - geen dief zou de moeite nemen eerst de doeken en balsem te verwijderen en het doek om zijn hoofd op te vouwen. Als Jezus later verschijnt, maakt hij er een punt van te bewijzen dat hij geen spook of geestverschijning is, maar dat hij werkelijk materieel in het midden van zijn discipelen is. Niet alleen laat hij zich aanraken, hij eet ook wat hem wordt voorgezet, om te laten zien dat hij nog steeds bestaat uit vlees en beenderen. Hij is nog steeds lichamelijk. Hij is zichzelf.
Maar tegelijk is hij veranderd: Jezus kon in een afgesloten ruimte verschijnen, terwijl de deuren op slot zaten. Hij kon zich in een oogwenk verplaatsen naar Galilea. Hij vraagt om eten, maar had het zelf niet nodig. Hij zou ook niet meer dood kunnen gaan. Hij was niet meer onderworpen aan de vergankelijkheid, die de hele schepping kenmerkt. Bij zijn opstanding uit de dood is hij dus niet minder lichamelijk geworden (ontkleed, zoals 2 Korintiers 5 het noemt), maar meer (overkleed). Hij is de mens zoals God bedoeld heeft dat de mens zou zijn. In Hem is de heerlijkheid van God helemaal zichtbaar geworden. De opstanding van Jezus uit de dood was niet alleen maar een herstel van de oude situatie, het lichaam van voor de dood, maar iets mooiers, iets sterkers, onvergankelijk en glorieus.  Als Johannes op Patmos hem ziet, valt hij op zijn gezicht [citaat]. Zozeer is hij onder de indruk van Jezus.

Volgens de Bijbel heeft God hetzelfde voor met de schepping en met ons, mensen. Het is niet zijn doel de materie en ons lichaam te laten verdwijnen, om alleen zielen over te houden, geestelijke wezens zonder vorm of inhoud, die niet van elkaar te onderscheiden zouden zijn. Het heelal van ruimte en tijd was niet een experiment dat als het afgelopen is in de afvalbak verdwijnt. Nee: de geschapen werkelijkheid is bedoeld om eeuwig te bestaan, los van God, een wereld die God kan liefhebben, die God kan koesteren, en inidivduele mensen met wie God een relatie van wederkerige liefde kan aangaan. Daarom belooft de bijbel de opstanding van de doden. Ieder mens zal levend worden gemaakt. Niet alleen als niet materiële geest, of als lichaamsloze ziel, maar als volledig individu, lichaam incluis.
Maar het is niet Gods bedoeling de zaak maar bij het oude te laten. De mensen die Hij uit de dood levend maakt, zullen zichzelf zijn, maar tegelijk meer. De bedoeling van God voor hen zal volledig tot uiting komen. Ze zullen dezelfde glorie hebben als Jezus. Hetzelfde opstandingslichaam. Een lichaam dat niet is onderworpen aan de vergankelijkheid, dat niet meer ziek kan worden of kan sterven. (De mensen die Jezus tijdens zijn leven op Aarde uit de dood opwekte, zijn uiteindelijk weer gestorven. Zij deelden nog niet in de opstanding van Christus uit de dood). De nieuwe mensen zullen niet meer hoeven slapen, en niet meer hoeven eten (al suggereert de bijbel dat ze dat nog wel zullen kunnen). Ze zullen ook net als Jezus in staat zijn om te verschijnen in een afgesloten ruimte, en zich in een oogwenk over grote afstanden kunnen verplaatsen. En deze mensen zullen leven in een vernieuwde hemel en een vernieuwde aarde, waar gerechtigheid woont. Een heelal dat niet meer in chaos en entropie vervalt, maar waar heerlijkheid na heerlijkheid opbloeit. Een werkelijkheid waar schoonheid, goedheid, liefde en waarheid bepalend zijn. Een wereld van creativiteit, van vriendschappen, van leven.
Dit is wat God altijd al voor de mens in gedachten had, het bestaan waar Hij naar toe werkt, waar al zijn activiteit in de geschiedenis op is gericht. De rode lijn in de bijbel is er niet een van het herstel van een zekere paradijselijke situatie uit het verleden, maar van het toewerken naar een glorieuze situatie in de toekomst. De bijbel kijkt niet terug op wat geweest is, maar kijkt vooruit naar wat gaat komen. Het is niet zo dat de tempel waar het in Openbaringen 21 over gaat terugwijst naar de tempel van Salomo, of daar een vervanging van is, nee, de tempel van Salomo was een vooruitwijzing naar de aanwezigheid van God in het komende koninkrijk. De tempel van Salomo wees vooruit. Net zo zijn de nieuwe hemel en de nieuwe aarde niet het herstel van het paradijs uit Genesis 1 en 2. De bomen van het leven in Openbaring 21 wijzen niet terug naar de boom van het leven in Genesis. Nee, het paradijs waarmee de bijbel begon, was een vooruitwijzing naar de eeuwige heerlijkheid. De tuin waarin Adam en Eva volgens het verhaal werden geplaatst was maar een voorproefje van de glorie waarvoor de mens bestemd was. Het was niet het einddoel, maar wees daar naar vooruit. Het christelijk geloof is een geloof dat altijd vooruitkijkt.
(Zijdelingse noot: dit is een belangrijk punt in het als christen denken over evolutionaire processen. God werkt ergens naartoe, van het onvolmaakte naar het volmaakte, van het mindere naar het meerdere. De processen of dat nu de processen van kosmische of biologische evolutie zijn of de heilsgeschiedenis, hebben een doel. En op dit moment hebben we dat nog niet bereikt.)

De oproep van Jezus aan zijn volgelingen is om te leven in de realiteit van de verlossing. Die is nu misschien nog niet zichtbaar, maar de opstanding van Jezus is de belofte dat ze wel werkelijkheid zal worden. Ik heb de laatste maanden van 2010 al uitgebreid geschreven over de hoop die we op basis van Jezus’ opstanding hebben als christenen. Maar nu wil ik een ander punt maken, namelijk dat we aan ons leven als lichamelijke mensen in een materiële wereld dezelfde betekenis moeten toekennen als die Jezus eraan toekende. Als we geloven moeten we niet onze menselijkheid afleggen, we mogen onze menselijkheid juist gaan vieren.
God heeft namelijk bedoeld dat we mensen zouden zijn, dat is onze eeuwige bestemming: mensen die als Gods beelddragers rentmeesters zijn van zijn schepping. De activiteiten die de Grieks-denkende christenen beschouwen als onbelangrijk, minderwaardig en werelds, zijn dus juist de activiteiten waar God ons toe oproept. Jezus zelf heeft het erover dat hij ernaar uitkijkt feest te vieren in Gods koninkrijk met zijn discipelen. Hij maakt van water wijn en laat het aan de bruiloftsgasten uitdelen. Hij heeft gesprekken met mensen aan een waterbron. Hij staat bekend als een zuiplap en veelvraat (althans bij de strenge Farizeeën). Hij leeft met volle teugen. En dat verlangt hij ook van ons. Juist als we genieten van het bestaan als mensen, leven we zoals we bedoeld zijn. Dat wil zeggen: als we een wandeling maken met vrienden, als we een lekker gerecht klaarmaken, als we het aquarium van een achterneefje bewonderen, als we  met een jongere broer enthousiast spelen met de Wii, als we een kennis die het moeilijk heeft opzoeken, als we een opdracht doen voor ons werk, of meubels van de Ikea in elkaar zetten, vul maar in ...
Het verloste leven bestaat niet uit een aaneenschakeling van religieuze handelingen, van bidden, bijbellezen en zingen. Nee, het verloste leven bestaat uit echt leven. Niet leven uit een automatisme, het aan je voorbij laten gaan, jezelf verdoven. Maar bewust leven, leven in het moment, ervoor kiezen mens te zijn, relaties aan te gaan, schoonheid te maken en te bewonderen, en waarheid en gerechtigheid na te streven. Echt mens zijn. Juist in de normale zaken van het dagelijkse leven wordt Gods bedoeling zichtbaar. Juist in de alledaagse handelingen, het zetten van koffie, het vouwen van de was, het beantwoorden van de e-mail, komt het verloste leven tot uiting. De meest ‘christelijke’ mensen zijn volgens mij niet de mensen die het vaakst in de kerk zitten, religieuze teksten achterop hun auto hebben staan, en alleen maar praise-CD’s draaien. Nee, de meest ‘christelijke’ mensen zijn de mensen die onopvallend mens zijn, die zichtbaar genieten, die zorgvuldig omgaan met hun lichaam, die anderen helpen in plaats van ze af te kraken, die de schepping beschermen en niet uitbuiten, die liefhebben in plaats van te haten. De meest ‘christelijke’ mensen zijn degenen die volledig en met overgave ‘menselijk’ zijn.
Natuurlijk is het goed de bijbel te lezen en daarover na te denken. Natuurlijk is het goed met andere christenen samen te komen. Natuurlijk is het goed de tijd te nemen om met God te praten en naar Hem te luisteren. Dat hoort ook allemaal bij het mens zijn - de eerste mensen wandelden immers met God in de tuin, en in de eeuwigheid zal God zelf onder de mensen zijn. Maar daaruit blijkt ook dat God juist aanwezig wil zijn bij ons in ons normale, alledaagse leven. In Gods uiteindelijke bedoeling, de nieuwe hemel en nieuwe aarde, zal er geen tempel meer zijn, zegt de bijbel. Dat wil zeggen: geen religieus instituut, dat gescheiden is van het normale leven. Nee, God zelf zal onder de mensen wonen. Hij zal deel uitmaken van hun vriendschappen, hun gesprekken, hun eten en drinken, hun dagelijks werk. En dat mogen wij nu ook al gaan ervaren. Gods aanwezigheid in ons gewone leven als mensen, geeft ons betekenis en geeft onze handelingen waarde, bevestigt ons als mensen. Daarom: Geloven is mens worden!

zaterdag 1 januari 2011

Een gelukkig (en geeky) nieuwjaar!

Een van de meest onverbiddelijke zaken in de wereld is de tijd. Je kunt het verstrijken ervan niet tegenhouden. Secondes volgen secondes op, uren komen na uren, dagen na dagen, en voordat je het beseft is er weer een heel jaar verstreken. Een jaar dat niet meer terugkomt, een deel van je leven dat je niet meer over kunt doen. In mijn nieuwjaarsblog van vorig jaar, sprak ik de hoop uit dat 2010 een goed jaar zou worden. En gelukkig was dat het ook.
Het was niet een heel gezond 2010: de diagnose eczeem werd gesteld en ik kreeg te horen dat ik mijn leven lang zalfjes zal moeten blijven smeren, mijn lichaamsgewicht bewoog zich opnieuw een minder goede kant op en bovendien had ik last van een post boek-dip en slaapproblemen later in het jaar. Het was ook niet altijd een even gelukkig 2010: ik heb weer behoorlijk wat gepiekerd, raakte mijn foto's van mijn Indiareis kwijt, heb moeilijke keuzes moeten maken en ben op mijn werk en privé geconfronteerd met mijn zwakheden.
Maar ondanks dat alles was het een goed jaar. Mijn boek kwam uit (Indrukwekkende Vrijheid, nog steeds een aanrader), ik begon te twitteren (nogal tijdrovend, maar wel aanleiding voor het ontstaan van nieuwe vriendschappen), ik schreef heel wat op mijn blog (263 berichten in totaal!), ik ben meer gaan fotograferen, ik heb op verschillende gebieden knopen doorgehakt en initiatief genomen (onder andere op het gebied van kerk), ik heb mogen spreken, ik heb voor het eerst in mijn leven paintball gespeeld en gekanood, ik heb mijn keuken eindelijk geverfd, ik heb goede boeken gelezen en interessante films gezien, goede vrienden van mij zijn getrouwd, anderen hebben een kind gekregen, mijn contact met mijn Eindhovense familie is geïntensiveerd, ik ben voor het eerst in een niet westerse cultuur geweest en wist mezelf te redden in het Midden-Oosten, ik heb eindelijk een koffiemolen aangeschaft en heb eindelijk een paar computerspellen uitgespeeld (okee, dat laatste is niet het meest indrukwekkende wapenfeit van dit jaar, maar ik ben er toch best trots op).
En was ik vorig jaar nog cynisch over mijn verwachtingen op bepaalde gebieden, ondertussen heb ik me gerealiseerd dat dit niet de juiste houding is. Ik moet niet 'het universum' de schuld geven van mijn omstandigheden, alsof onpersoonlijke machten samenspannen om mijn verlangens te dwarsbomen, ik heb een eigen verantwoordelijkheid. En als ik echt verandering wil, op welk gebied dan ook, moet ik niet naar het universum kijken (dat ik niet kan veranderen), maar naar mijn eigen houding, die ik wel zelf (tot op zekere hoogte) kan veranderen. Dat is geen garantie dat ik krijg wat ik verlang, want dat is niet zeker, maar dat is niet aan mij. Wat dat betreft heb ik dit jaar veel geleerd, en ga ik 2011 in zonder cynisme, maar zelfs met een zekere hoopvolle verwachting. Het is een spannend avontuur!

Wat zijn verder mijn (goede) voornemens voor 2011? Pas op, sommige van onderstaande punten zullen schokkend zijn voor mensen die mij goed kennen, andere zijn van minder serieuze aard en weer andere zijn misschien wel erg serieus.

In 2011 zal ik een iPhone aanschaffen. Ja, ik heb de knoop doorgehakt. Niet omdat ik graag bereikbaar wil zijn, maar omdat ik als modern mens wil kunnen opzoeken of de treinen rijden, wil kunnen twitteren dat ik vertraging heb en als ik me verveel spelletjes wil spelen. Oh, en foto's maken. En mailen! En heel misschien ook nog wel een keertje bellen.

Ook zal ik in 2011 een facebookpagina aanmaken. Ook op dat gebied kan ik als modern mens niet achterblijven natuurlijk!

Dat betekent wel dat ik in 2011 goed moet kijken naar mijn internetgebruik en hoe ik kan voorkomen dat ik er het grootste deel van mijn tijd mee bezig ben. Er zijn dingen in het leven die belangrijker zijn. Ik zal vaker proberen de computer uit te zetten en plekken op te zoeken waar ik gewoon met vrienden kan praten, in de natuur kan rondlopen of een goed boek kan lezen.

In 2011 zal ik reparaties laten uitvoeren aan mijn badkamer (stel ik al jaren uit, zoals ik dat ook deed met mijn keuken, maar nu gaat het dan toch echt gebeuren).

Verder ga ik in 2011 op reis naar de Verenigde Staten met een goede vriend, en hoop ik mijn kennissen daar weer te ontmoeten! Dat wordt vast heel bijzonder.

Ook hoop ik in 2011 voor de eerste keer oom te worden, en te genieten van de nieuwe kinderen van vrienden van me.

Ik wil in 2011 de drie nog ontbrekende SF-verhalen voor mijn verhalenbundel afschrijven, en hoop op inspiratie voor een nieuw schrijfproject. Ondertussen blijk ik natuurlijk schrijven voor mijn blog! Dus er komen heel wat woorden van mij op papier te staan.

Mijn goede voornemen voor 2011 is om me weer strenger aan de paleolithische eetwijze te houden (het 'oermensdieet'). Bovendien niet meer zoveel lattes enzo bij de CC en de Starbucks, maar gewoon koffie! En nog maar af en toe een biertje. Ik ben weer wat aangekomen en dat voelt toch niet zo goed. Een gezonde geest in een gezond lichaam is belangrijk.

In dat kader wil ik in 2011 ook eindelijk mijn voornemen om Salsalessen te volgen in praktijk gaan brengen. In mij schuilt een gepassioneerde swinger, en het wordt tijd dat die er uitkomt. Bovendien is dansen een van de weinige vormen van lichaamsbeweging die mij niet aan sport doet denken.

Ik zal ook in 2011 weer veel mooie films gaan kijken (waarbij ik door wil gaan met het kijken van iets meer uitdagende films), spannende spellen spelen en goede boeken lezen. Daarvoor wil ik actief tijd apart zetten.

Ik ben van plan om in 2011 weer een paar conferenties en congressen te bezoeken (zoals het IMPACT-congres in mei, en een of twee weekeindes op L'Abri in Eck en Wiel), vanwege interessante onderwerpen en om nieuwe mensen te ontmoeten.

In 2011 hoop ik op verdere ontwikkeling van mijn reis wat betreft het kerk zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het belangrijk is met andere gelovigen op te trekken en elkaar te herinneren aan de onvoorwaardelijke liefde van God. Ik ben benieuwd welke vorm dat dit jaar inneemt. Ik zal in elk geval met mijn vrienden koffie blijven drinken bij de Coffee Company.

Ik wil in 2011 opnieuw actiever de intimiteit met God zoeken. Ik heb de laatste maanden gemerkt dat God actief is in mijn leven, mij verandert en mij laat groeien, ook als ik niet bezig ben met religieus gedrag. Ik heb gemerkt dat Hij mij niet verlaat, ook al twijfel ik en voel ik me soms nauwelijks gelovig. Maar ik weet ook dat ik graag zijn woorden wil blijven horen, en me wil blijven openstellen voor zijn liefde. Dat is de basis voor mijn groei. Het eeuwige leven, zei Jezus al, is dat we Hem kennen. In Hem blijven. Ik wil me daar naar blijven uitstrekken. En ik hoop dat God door mij heen ook tot anderen wil blijven spreken.

En natuurlijk hoop ik op verdieping van vriendschappen en nieuwe contacten. Wat ik me dit jaar weer meer heb beseft is dat het voor een mens niet goed is alleen te zijn. Oh, er is veel lol te beleven in je eentje, en ik zit graag een avond met een goed boek op de bank. Maar het echte genieten doe je met mensen samen: een gesprek, samen lachen, samen Wii-en of samen eten. Dat zijn als het ware de krenten in de pap van het leven. En ik wil me daar actief naar blijven uitstrekken!

En nu heb ik genoeg geschreven voor vandaag. In de keuken staan nog oliebollen en appelbeignets, de PS3 staat klaar en vanavond mijn traditionele nieuwjaarsdagfilmmarathon met dit keer op de planning: superhelden-actie in de X-mentrilogie!

vrijdag 31 december 2010

Filmbespreking: Der Untergang

Films kunnen soms tot ophef leiden, misschien nog wel meer dan boeken (vooral nu, want ik geloof dat meer mensen films kijken dan er zijn die boeken lezen). Een film vertelt namelijk een verhaal zowel in woord als in beeld, met kleur en beweging, en het komt zo direct bij de kijker binnen, waar wie een boek leest de inhoud nog filtert door de verbeelding. Sommige films zijn controversieel door de expliciete inhoud, sommige films zijn schokkend door echte of vermeende godslastering (denk aan de ophef rond ‘The Life of Brian’ of ‘The Last Temptation of Christ’). Een film die een paar jaar geleden behoorlijk wat stof deed opwaaien was Der Untergang. En zoals gebruikelijk maakte de controverse meer duidelijk over de filmkijkers dan over de film. Wat mensen tegen de borst stootte was namelijk dat deze film Hitler weergaf als mens: een man die vriendelijk is tegen zijn secretaresse, zijn kok dankt voor het eten, en goed zorgt voor zijn hond. Een man die applaudisseert als kinderen een liedje voor hem zingen, en die met Eva Braun wil trouwen. Hitler wordt niet alleen maar in beeld gebracht als monster, de Fuhrer van het derde rijk, een verpersoonlijking van het kwaad, zonder menselijke eigenschappen.
De kritiek zou zijn dat het kwaad dat Hitler aanrichtte zo gebagatelliseerd zou worden. Maar ik denk dat het tegenovergestelde waar is. Door Hitler neer te zetten als gezichtsloos monster, als het kwaad in eigen persoon, wordt hij van ons gescheiden. Hij is de vijand, de ander, het kwaad buiten ons. Hij is een afwijking, een mutant, niet normaal. Deze anomalie kunnen we bestrijden zonder dat we in ons eigen hart hoeven kijken. We kunnen onszelf blijven beschouwen als de goeden, de normale mensen, die zich nooit zouden verlagen tot wat Hitler heeft gedaan. Het is veilig. Maar toon Hitler als een mens als wij, met menselijke eigenschappen en beweegredenen, en we kunnen niet meer op onze onaantastbare positie blijven staan. We kunnen niet meer volhouden dat wij een ander soort mensen zijn, dat wij tot de categorie van de goeden behoren, dat ons geen blaam treft. Als Hitler een mens is zoals wij, zijn wij niet boven hem verheven. Dat zouden wij tot dezelfde wandaden in staat zijn. Dan zouden wij ook gevoelig zijn voor de verleiding van het kwaad. Dan zouden ook wij kunnen vallen. En dat voelt bedreigend. Daar voelen we ons ongemakkelijk bij. Daarom is het goed dat dit type films wordt gemaakt, want soms is het goed dat we ons wat ongemakkelijk voelen.

Der Untergang toont de laatste dagen van het befaamde Derde Rijk. De Russische troepen zijn tot vlak bij Berlijn genaderd en het bombardement van de stad begint. Hitler weigert echter te vluchten. Hij trekt zich met zijn staf terug in zijn ondergrondse bunker, in de hoop dat er hulptroepen zullen verschijnen. De legerleiding is daar echter niet zo zeker meer van. Het is duidelijk dat de top van de nazi-regering uit elkaar begint te vallen. Hitler wil echter niet van overgave weten. Ook weigert hij Berlijn te laten evacueren. Als de Duitsers niet overleven, hebben ze dat aan zichzelf te wijten. Het liefst zou Hitler heel Duitsland vernietigen, zijn rijk met hem ten onder laten gaan, maar Albert Speer heeft daar een stokje voor gestoken. De gevechten in Berlijn worden ondertussen steeds heviger, en de sfeer in de bunker wordt grimmiger. Uiteindelijk beseft zelfs Hitler dat er geen hoop meer is. De enige optie voor hem en zijn adjudanten is zelfmoord te plegen.

Dit is geen film voor een ontspannen avondje op de bank, niet bedoeld om even je zinnen te verzetten. Deze film vereist je aandacht, en stelt vragen die je uit je comfortzone zullen brengen. Het is meer dan vermaak. De film is bijna een documentaire. Hij is gebaseerd op de getuigenverklaring van Traudl, de secretaresse van Hitler, die de laatste dagen in de bunker zelf heeft meegemaakt (opnames van haar, genomen vlak voor haar dood, openen en besluiten de film). Wat in de film te zien is, is wat er over deze laatste dagen bekend is. Het is een reconstructie die volledig geloofwaardig lijkt. Ook de aankleding is realistisch, heb ik me laten vertellen. De acteurs lijken zelfs fysiek op de personen die ze spelen (ik heb begrepen dat daar zelfs computereffecten voor gebruikt zijn). Het is door het spel van de auteurs dat de film het niveau van een documentaire overstijgt, en je af en toe doet denken dat het opnames betreft van de werkelijke gebeurtenissen. Vooral het spel van Bruno Ganz als Hitler (een heel andere rol dan de zijne in de film Luther, die ik eerder dit jaar heb besproken) is bijna angstaanjagend overtuigend. Je kunt je als kijker nauwelijks aan de indruk onttrekken dat dit is hoe Hitler echt was. Tegelijk is de naïeve maar innemende secretaresse Traudl een goede gids door de nachtmerrie. Met haar identificeren we ons als kijkers, maar dat doet ons tegelijk de vraag stellen naar onze eigen betrokkenheid bij het kwaad. Was haar onschuld en jeugd een excuus voor haar werk voor de Fuhrer?

Dit is boven alles een film over het kwaad. Niet alleen het kwaad van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, maar ook het kwaad in ieder mens, en ook in jou en mij. De centrale figuur is Hitler. Al in de eerste scenes van de film wordt hij getoond als een normale man, die een secretaresse zoekt. Hij stelt vriendelijke vragen aan de kandidaten voor de functie, en wordt niet boos als iemand een fout maakt bij het overtypen van zijn woorden, maar stelt eenvoudig voor overnieuw te beginnen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij een sympathieke man lijkt. Maar dit is geen film die Hitlers daden goed wil praten: hij heeft niets dan afkeer voor de zwakke Duitsers die de Russen niet konden tegenhouden. Hij heeft alleen oog voor zijn eigen glorie. Op de laatste dag van zijn leven zegt hij nog trots dat ook al valt het Derde Rijk, hij in elk geval Duitsland heeft verlost van het probleem van de Joden. Als hij zich verraden voelt door zijn adjudanten, ook al gaat het om de broer van  zijn verloofde, aarzelt hij niet het bevel te geven hen om te brengen. Maar tegelijk is hij iemand die geeft om het lot van zijn herdershond. Hitler wordt getoond als iemand die volledig overtuigt is van zijn eigen gelijk, zijn eigen positie: hij ziet zichzelf als God.
En weer anderen verafgoden Hitler en het systeem van het Nationaal-Socialisme. Daarbij gaat het in de film met name om Joseph Goebbels en zijn vrouw. Zij schuilen in dezelfde bunker. Vooral Goebbels vrouw gelooft heilig in het Nationaal Socialisme. Voor haar is Hitler een messias. Ze heeft al haar hoop op hem gevestigd. Ze wil ook niet dat haar kinderen zouden leven in een wereld zonder het Nationaal-Socialisme. Alles beter dan dat. Dus ontneemt ze in een gruwelijke scene haar kinderen het leven. Het systeem, de ideologie, heeft in haar hart een belangrijkere plaats gekregen dan het leven, de liefde. Zelfs het protest van haar dochter, die door heeft dat ze een slaapmiddel krijgt toegediend, kan haar hart niet zacht maken. Hierin zie ik een waarschuwing voor iedereen die een ideologie volgt, ook christenen en kerkgangers: pas op dat je de ideologie niet stelt boven de liefde, want als je dat doet zul je onherroepelijk mensen offeren op het altaar van je religie: je medemensen, je familie, zelfs je kinderen.
De film toont echter ook mensen die kiezen voor het goede, zoals de SS-kolonel en arts Ernst Gunther Schenk, die weigert Berlijn te verlaten. Hij riskeert zijn leven om medicijnen te zoeken, en zet zich tot het uiterste in om de levens van de Berlijnse burgers te redden. Hij is een held. Maar uit de geschiedenis weten we dat deze man in concentratiekampen experimenten uitoefende op de gevangenen. Hij was niet onschuldig. Hij verrichte gruwelijke, mensonterende daden. En zijn inzet voor het Duitse volk in Berlijn maakt dat niet ongedaan. Het goede en het kwade bestaan samen in zijn persoon.
En hoe zit het met secretaresse Traudl? Meerdere malen krijgt ze de gelegenheid de bunker te verlaten, maar ze weigert. Ze wil Hitler blijven ondersteunen. Ze claimt dat ze niet afwist van de gruwelen die onder het nazi-regime gebeurden, en niet wist dat Hitler een monster was. Maar was haar naïviteit een excuus? In de beelden voor en na de film zegt ze zelf dat ze het wel had kunnen ontdekken als ze er moeite voor had gedaan. Ze koos er bewust voor onwetend te blijven, en dat maakt haar ook schuldig.

Hetzelfde weekeinde dat ik deze film zag, las ik (toevallig?) een artikel over het bekende ‘Stanford prison experiment’. De onderzoeker die dit experiment uitvoerde heeft er een boek over geschreven: The Lucifer Effect - waarin hij betoogt dat alle mensen, hoe goed ze ook over zichzelf denken, in staat zijn gruwelijke daden te begaan. In het experiment werd een groep studenten willekeurig verdeeld tussen gevangenen en bewakers. De bewakers begonnen hun toevallige machtspositie te misbruiken. Ze behandelden de ‘gevangenen’ steeds slechter, tot mishandeling toe. Het is een huiveringwekkend verhaal, dat niet voor niets het uitgangspunt is geweest voor meerdere films.
Wat er zo angstaanjagend aan is, is dat normale, goed aangepaste jonge mensen, onder de juiste omstandigheden beestachtig gedrag gaan vertonen jegens hun medemensen. Er zijn zeker parallellen aan te wijzen met het nazi-regime. De ‘bewakers’ hadden macht gekregen over de ‘gevangenen’. Maar ze hadden niet alleen ‘macht’ - ze waren ‘de goeden’. De anderen waren immers gevangenen. De bewakers stonden aan de goede kant van de lijn. En dat wilden ze laten merken. Ze versterkten hun positie door de ‘gevangenen’ te vernederen, te onderwerpen. Ze tolereerden geen verzet. Ze maakten de ‘gevangenen’ tot minder dan zichzelf. Ze zagen ze niet meer als personen die waarde hadden en recht hadden op respect. Ze bestonden alleen nog als ‘gevangenen’. Ze waren geen individuen meer, maar een klasse, die minder was. En dus hoefden ze niet als individuen te worden behandeld. Net zo gaf het Nationaal-Socialisme de nazi’s een excuus om zichzelf te zien als ‘beter’ dan heel veel anderen, en dus om die anderen niet langer te behandelen als waardevolle personen, maar hen te onderdrukken, te vernederen en te doden.
Het probleem van het kwaad ligt echter niet in de ideologie. De ideologie is, ik gebruikte het woord al, een excuus. Ik geloof zelfs dat mensen vaak actief zoeken naar een ideologie waardoor ze zichzelf kunnen zien als ‘beter’ of ‘waardevoller’ dan anderen. Ook ik doe dat. Ik ben opgegroeid in een strenge kerk. En wij zagen onszelf als ‘beter’ dan andere christenen. Wij hadden immers het ‘licht’, we wisten hoe we God moesten dienen, hoe we moesten samenkomen, hoe we de bijbel moesten lezen. En dus waren andere christenen ‘minder’. We mochten niet samen met hen het avondmaal vieren, en eigenlijk mochten we ook niet met hen samenwerken in christelijke organisaties. We verketterden ze. (En we verketterden vooral christenen die ooit tot onze groep behoorden, maar van mening veranderd waren. Die werden uit de gemeenschap gestoten, en voortaan genegeerd.) Maar zolang we dachten dat we het gelijk aan onze kant hadden, zagen we dit niet als iets slechts, iets verkeerds. Onze ideologie was een afgod, en elke afgod geeft ons de gelegenheid onszelf te zien als belangrijk, waardevol, betekenisvol (en anderen als onbelangrijk, waardeloos en onbetekenend). Maar de afgoderij lag in ons eigen hart. Dit is blijkens Genesis 3 de kern van onze zondigheid: dat we als God willen zijn, en onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad (waarbij wij natuurlijk ‘goed’ zijn en de ander ‘kwaad’). Dit is de wortel van alle kwaad.

Het ‘Stanford prison experiment’ en films als Der Untergang laten zien dat de neiging onszelf te zien als beter dan anderen, om onszelf bovenaan te zetten, om zelfzuchtig te zijn, in iedereen aanwezig is, hoe aangepast of religieus ook. Het is deel van ons. Het is niet uit te roeien door een geloof aan te hangen, een programma te volgen of goede daden te doen. Deze neiging is niet met een vijf stappen-plan ongedaan te maken (we zouden er alleen maar trots op worden dat we de vijf stappen hebben volbracht). Hoe eerlijker je bent over de zelfzucht en trots in je hart, hoe sterker je beseft dat je jezelf er niet van kan bevrijden. Toch is dat wat we proberen in de maatschappij, maar ook in de kerk. Als we maar genoeg bidden, genoeg bijbel lezen, naar de dienst komen, geven aan goede doelen ... Maar al die dingen zijn maar pleisters op de wonde. Het kwaad blijft in ons schuilen. Wat we nodig hebben is een ingrijpen van buitenaf. We moeten verlost worden. We hebben een redder nodig.
Wat Der Untergang voor mij duidelijk maakt is dat we volledig afhankelijk zijn van God. We zijn volledig aangewezen op genade. Als het van mijn inspanning, of mijn eigen goedheid afhangt, al is het maar een klein beetje, ben ik verdoemd: want, zoals Paulus in Romeinen 7, weet ik dat het goede in mij niet aanwezig is. Ik wil het wel, maar ik kan het niet. Ik zie in mijn leden de wet van het kwaad: dat zelfs al wil ik God dienen, ik toch steeds mezelf op het voetstuk zet. Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen van dit bestaan dat onherroepelijk uitloopt op de dood? God zij dank voor Jezus Christus! Verlossing komt altijd van buitenaf. Niet van binnenuit. God vraagt niet van ons er iets voor te doen. We hoeven het alleen maar te accepteren. Het is genade.

Pluto, potvis, films in 2011, string theory, nieuwjaarstoespraak en Left Behind

Dwergplaneet Pluto bevat mogelijk (als gevolg van de ontwikkeling van hitte door radioactief verval) diep onder zijn oppervlak oceanen! (En dus mogelijk leven?)

De evolutionaire geschiedenis van de mensheid moet weer eens worden herschreven. In een grot in Israël is een anatomisch moderne tand gevonden van 400.000 jaar oud, terwijl moderne mensen pas 200.000 jaar geleden zouden zijn ontstaan.  Dit artikel bevat bovendien een helder overzicht van wat er tot nu toe bekend is over de menselijke evolutie.

Een robot op inspectie bij een diepzeeoliebron in de Golf van Mexico (van die lekkage, weet je nog wel?) filmt een onverwachte bezoeker.

New Scientist geeft een overzicht van twaalf coole dieren die dit jaar op de website zijn voorgesteld. Ik ben altijd onder de indruk van de diversiteit van het leven op onze planeet!

Filmtijdschrift Empire geeft een overzicht van de films om naar uit te kijken in 2011 - gerangschikt op thema.

Stephen Hawking beweerde op basis van de string- (of brane-)theorie dat God niet nodig was voor een verklaring van het universum. Een christenwetenschapper en een filosoof beweren dat deze hogere natuurkunde hun bewondering voor de schepper alleen maar laat toenemen. "You may expect an infinitely creative being to create more than one universe—in fact, many, and maybe more kinds of realities.we serve a God who is easily capable of holding 10500 universes in the palm of his hand." Het artikel vertoont overlap met mijn blogbericht van gisteren, maar bevat ook mooie uitspraken over het belang van de 'schoonheid' van een theorie voor wetenschappers: "The more unifying a theory is, the more beautiful the mathematics are, the more likely that it is true. That is a universal concept among scientists. The universe is structured for beauty and elegance." 

Henk Medema roept zijn lezers op een nieuwjaarstoespraak te schrijven voor zichzelf: "Most of us are not in a position to present their own New Year’s Speech. Or they would not have an audience beyond their own small family circle – and this group might not always be all that  eager to listen… But why don’t you write down, just for yourself, what you see before you for the next 365 days in 2011? Anything less than everything must change does not concur with the gospel of Jesus’ Kingdom. And even if you don’t plan for it: everything will change."

Volgens Mark Galli was de boodschap van de engel aan Maria een boodschap van genade, die ook voor ons geldt: Wij zijn Gods geliefden. Gewoon. Omdat hij het zegt. "Before we could decide for or against God, before we could show him how religious we are, before we could ask forgiveness for our first sin, before we were the apple of our parents' eyes, before the foundation of the world, God favored us. Not because he knew we would blossom into greatness. Not because he saw that we would become good Christians someday. Not even because we were humble enough to know we are not good Christians (which is really a kind of stealth pride!)"

Een al wat ouder commentaar van Experimental Theology op de Left Behind-serie. De antichrist is een idioot: "Why do I draw this conclusion? Well, first, if I was the anti-Christ I would take the time to read the book of Revelation. Shoot, I'd take the time to get a Ph.D. in New Testament apocalyptic literature. Why wouldn't you? I mean, the opposing team just handed you the play book. At the very least the anti-Christ should sit down and watch the End Times 101 educational video left behind at New Hope church."

donderdag 30 december 2010

Buitenaards leven: The truth is out there

Ik stond laatst in de krant. In het Nederlands Dagblad (niet te verwarren met het Algemeen Dagblad). Daar ben ik natuurlijk trots op (en dat mag natuurlijk ook), maar ik wil niet naast mijn schoenen gaan lopen (dat is erg ongemakkelijk, vooral met het weer van de afgelopen weken), dus zou ik aan dit onderwerp nooit een blogbericht wijden, ware het niet dat het onderwerp van het interview (en vooral een citaat uit het interview in EO-programmablad Visie) aanleiding gaf tot een flinke discussie op onze bijbelkring. Ik werd er zelfs van beschuldigd sommige christenen van het geloof te kunnen laten afvallen. Ik geloof dat iemand die door een citaat in een programmablad van zijn geloof afvalt nooit een echt een sterk geloof kan hebben gehad, en ik geloof ook niet dat dit hypothetische gevaar iemand ervan zou moeten weerhouden publiekelijk vragen te stellen en aan heilige huisjes te schudden. Sterker nog: het geloof dat door opmerkingen als de mijne (ja, ik laat de spanning er nog even in zitten) aan het wankelen raakt, is volgens mij geen geloof, maar een vorm van valse zekerheid. Iemand heeft ooit gezegd: het tegenovergestelde van geloof is geen twijfel (zoals mensen soms lijken te denken), maar zekerheid. En later in dit bericht zal ik daar op terugkomen.

Maar goed, het ging dus om de ontdekking van de NASA een tijdje geleden over een levensvorm die arseen zou kunnen inbouwen in DNA in plaats van fosfor. Het was volgens de wetenschappers een ontdekking met grote gevolgen voor de zoektocht naar buitenaards leven, omdat er dus ook leven zou kunnen zijn op planeten met voornamelijk arseen in plaats van fosfor. Het was niet zulk spectaculair nieuws als waar ik op gehoopt had (de aankondiging van buitenaards leven), maar wel interessant. En later bleken de conclusies van het experiment helemaal niet zo betrouwbaar te zijn. Dat arseen was ingebouwd in het DNA was helemaal niet aangetoond, en mogelijk (en zelfs waarschijnlijk) waren de kleine overgebleven hoeveelheden fosfor in het medium voldoende om de betreffende micro-organismen te laten floreren. Een storm in een glas water, dus, en het is erg makkelijk de NASA ervan te verdenken geld nodig te hebben voor nieuwe ruimtemissies. Maar dat ter zijde.
Het nieuws was in elk geval aanleiding voor het Nederlands Dagblad om enkele christen-astronomen en natuurwetenschappers de vraag te stellen of het eventuele voorkomen van leven elders in het heelal in overeenstemming was te brengen met hun christelijke levensovertuiging. Eigenlijk zeiden ze allemaal dat het bestaan van buitenaards leven helemaal niet was aangetoond, maar dat hun geloof er niet door aan het wankelen zou worden gebracht mocht het wel gevonden worden. Behalve deze wetenschappers werd ook ik ondervraagd voor het artikel. Niet omdat ik wetenschapper ben, maar vanuit mijn hoedanigheid als sciencefictionauteur. Daar was ik natuurlijk trots op (want lezers van mijn blog zullen wel doorhebben dat sciencefiction en speculatieve wetenschap tot mijn interessegebieden behoren).
Wat ik betoogde kwam in het kort hier op neer: als er buitenaards leven zou bestaan zou ik er geen probleem mee hebben dat in mijn christelijke wereldbeeld in te passen. Het heelal is enorm groot. Er zijn (geschat) evenveel sterrenstelsels als er sterren in ons melkwegstelsel zijn. En dat zijn er veel, erg veel. De laatste jaren weten we dat veel sterren omgeven worden door planeten. De meeste tot nu toe gevonden planeten zijn veel groter dan de Aarde en bevinden zich heel dicht bij hun sterren (en zijn dus te heet om leven waarschijnlijk te maken). Maar dat is niet omdat er geen kleinere, rotsachtige planeten zijn in de ‘leefbare zone’ (het gebied rond een ster waar op het oppervlak van planeten vloeibaar water aanwezig kan zijn). Het komt omdat onze meettechnieken gewoon nog niet in staat zijn deze planeten te vinden. Hoe nauwkeuriger de apparaten, hoe kleinere planeten we kunnen waarnemen. Afgelopen jaar werd bijvoorbeeld een rotsachtige planeet gevonden rond de ster Gliese 581b, die zich bovendien in de ‘leefbare zone’ zou bevinden. En er zullen er meer volgen. En dan heb ik het nog niet over de manen van grote gasplaneten, die net als de Jupitermaan Europa vloeibare oceanen onder hun ijsmantel kunnen herbergen, opgewarmd door het getijdeneffect, met mogelijk vulkanische activiteit en heetwaterbronnen. Het heelal is zo groot, en er zijn zo veel planeten waar organismes zouden kunnen voorkomen, dat het me erg zou verbazen als er nergens anders leven zou zijn! Zoals in de film Contact (een van mijn favorieten) wordt gesteld: “Het heelal is een erg grote plaats, als er geen leven zou zijn, zou dat verspilling wezen.”

De bijbel toont God als schepper van alles. Hij is creatief. Hij is een kunstenaar, die er plezier in schept een eindeloze variëteit aan sterren, planeten, dieren en planten te creëren. De mens is geschapen naar het beeld van God - inclusief onze creativiteit. En wat doet een menselijke kunstenaar met een leeg doek? Een wit vel papier? Hij vult het! Zijn creativiteit wordt erdoor uitgedaagd! Hij maakt steeds nieuwe vormen en ontwerpen. Net zo is het heelal voor God een enorm doek, een wit vel, waarop hij zich helemaal kan uitleven.
Dat wil niet zeggen dat wij het eventuele leven op andere planeten ooit zullen ontdekken - andere sterrenstelsels dan de onze onttrekken zich al aan onze waarnemingshorizon, we zullen nooit weten wat er zich daar afspeelt, en dat geldt al voor eventuele planeten in andere spiraalarmen van onze eigen melkweg. Maar het feit dat we nooit zullen weten of daar leven voorkomt, wil niet zeggen dat het er niet is. Er waren genoeg gebieden op Aarde waarvan mensen dachten dat er geen leven kon voorkomen. Bijvoorbeeld in de diepzee, in zure of alkalische heetwaterbronnen in Yellowstone, in het ijs van Antarctica of kilometers diep in de aardkorst. Maar op al die plekken hebben we levensvormen aangetroffen. Sterker nog, op aarde geldt dat als het maar enigszins voorstelbaar is dat ergens leven voorkomt, het ook wordt gevonden. Of mensen het kunnen zien of niet is daarvoor geen factor van betekenis. Het leven in de diepzee onttrok zich tot enkele tientallen jaren geleden volledig aan ons oog. Jules Verne dacht nog dat de zee beneden de tweehonderd, driehonderd meter levenloos was. Maar dat blijkt niet juist: er is zelfs een enorme diversiteit aan soorten en vormen, die leven waar mensen het nooit konden waarnemen. Het zou mij dus absoluut niet verbazen als God elders ook zijn creativiteit zou hebben uitgeleefd. Een kunstenaar schept omdat hij lol heeft in het creatieve proces, niet omdat zijn werk per se door anderen gezien moet kunnen worden.

Bovendien geloof ik dat God de mogelijkheid voor het ontstaan van leven in het heelal heeft ingeschapen. Het is een eigenschap van de natuur dat er leven ontstaat. En omdat de natuurwetten overal in het heelal hetzelfde zijn (volgens de heersende theorieën) zouden dezelfde wetten op een andere planeet met geschikte omstandigheden ook kunnen leiden tot leven. Wellicht zelfs tot intelligent leven. Ja, dat komt misschien als een schok voor gelovigen die de mens zien als het centrum van de schepping. Maar het bestaan van intelligent leven elders is niet a priori uit te sluiten. Zoals ik zei: we zullen nooit weten wat er gebeurt in andere sterrenstelsels, welke beschavingen wel of niet opbloeien in andere superclusters, welke bouwwerken misschien oprijzen aan de andere kant van het heelal. En over iets dat we niet kunnen weten, moeten we maar geen uitspraken doen.
Dat hoeven we ook helemaal niet. Wat belangrijk is, is dat God ervoor heeft gekozen zichzelf aan ons te laten zien in de persoon van Jezus. Hij heeft zijn natuur als liefhebbende Vader, als creatieve Schepper, als rechtvaardige Koning aan ons geopenbaard. Hij heeft ons uitgenodigd een relatie met Hem aan te gaan. Dat is het enige dat voor ons telt. Misschien heeft hij dezelfde uitnodiging gedaan aan andere volken elders, misschien heeft hij nog andere schapen niet uit deze stal, maar dat is niet onze zaak. Dat is hooguit voer voor speculatie voor sciencefictionschrijvers (zoals ondergetekende). Larry Norman zong het al in het lied ‘UFO’ : ‘And if there’s life on other planets, I’m sure that He must know, and He’s been there once already and has died to save their souls ...’ Ondertussen is het onze verantwoordelijkheid Jezus te volgen en Hem en onze medemensen lief te hebben, zoals Hij ons dat heeft laten zien.

Met dit punt besloot ik het interview: dat het gevaarlijk is om met absolute zekerheid te beweren dat er nooit buitenaards leven zal worden gevonden, want hoe reageer je dan als het er toevallig wel blijkt te zijn? Je kunt beter een open geest houden en je laten verbazen door de creativiteit van God.
Uit het interview werd een regel aangehaald in de Visie (“Ik zie buitenaards leven niet als iets dat in strijd is met wat ik als christen geloof.”) Kringgenoten spraken me daar onze laatste avond op aan: het zou namelijk lijken alsof ik in (intelligent) buitenaards leven geloof, en sommige christenen zouden daardoor aan het twijfelen gebracht kunnen worden. Laat ik nog maar eens duidelijk stellen. Ik weet niet of er buitenaards leven is. Zolang we geen bewijzen hebben, kan ik niet zeggen dat het er is. (Ik geloofde vroeger ook in het monster van Loch Ness, maar ja, zonder bewijs ... Tegenwoordig ben ik een scepticus op dat gebied). Ik kan eenvoudig niet zeggen dat er buitenaards leven is. Wel kan ik zeggen dat het me niet enorm zou verbazen als het bestaat. Misschien wel op Mars, of op Europa, of elders. Maar ik heb grote problemen met mensen die stellig beweren dat buitenaards leven niet KAN bestaan (bijvoorbeeld omdat de bijbel er niets over zou zeggen, of omdat de mens uniek is, of iets dergelijks). De geschiedenis heeft laten zien dat het heel gevaarlijk is dit soort stellige uitspraken te doen.
Ik herinner me christelijke boeken waarin werd beweerd dat ons zonnestelsel uniek was, dat er geen planeten waren rond andere sterren en dat die ook niet gevonden zouden worden. Ondertussen weten we beter. Anderen schreven dat er geen tussenvormen waren tussen vissen en amfibieën, reptielen en vogels (Archeopteryx was een vervalsing), reptielen en zoogdieren, landdieren en walvissen en apen en mensen. En dat die ook niet gevonden zouden worden. Ondertussen hebben deze schrijvers hun woorden moeten terugnemen: al deze overgangen zijn vrij goed met fossiel materiaal in kaart gebracht. Zo zijn er meer voorbeelden denkbaar. In de middeleeuwen dacht men stellig dat de zon, de planeten en de sterren rond de aarde draaiden, en niet andersom. Dat blijkt anders. En er waren mensen die 100 procent zeker waren dat mensen nooit zouden kunnen vliegen. De gebroeders Wright bewezen het tegendeel. Kortom, het is gevaarlijk volkomen zekerheid te claimen van iets dat je eenvoudig niet kunt weten, iets waar je niet genoeg van afweet om er uitspraken over te doen.

Het is prima om te zeggen dat je niet denkt dat er buitenaards leven bestaat, of dat je het niet ‘gelooft’. Maar dat is iets anders dan claimen dat je het zeker weet. Deze vorm van ‘zeker weten’ schakelt het verstand uit, ze schrijft voor tot welke conclusies onze waarnemingen en beredeneringen moeten leiden, ze dwingt ons in een bepaalde richting, niet op basis van argumenten, maar op basis van stellige aannames. En de zekerheid die op deze stelligheid is gebaseerd, komt tot val als er bewijs wordt geleverd voor haar ongelijk. Ik dacht ooit dat mijn geloof wankelde als er nieuwe fossielen werden gevonden voor tussenvormen, of als er aanwijzingen waren voor een oude leeftijd van het heelal. Maar het was niet mijn geloof dat wankelde, maar de valse stelligheid waarvan ik dacht dat het mijn geloof was.
God roept ons niet op tot een niet beredeneerde zekerheid over het ontstaan van het leven, leven op andere planeten, of het wel of niet kunnen vliegen van mensen. God roept ons op tot een relatie met Hem, een oproep die zichtbaar is geworden in het leven, de dood en de opstanding van Jezus. En we kunnen ons door Hem laten liefhebben, of er nu leven bestaat op Mars, of niet. En vanuit de basis van die relatie met God, vanuit de wetenschap dat we zijn geliefde kinderen zijn, kunnen we in alle vrijheid het door Hem geschapen universum onderzoeken, hypotheses opstellen en toetsen, kijken welke fossielen we vinden in oude aardlagen, en of leven kan bestaan in een giftige arseenomgeving. We mogen zoeken naar nog onbekende planeten en nog onbekende levensvormen, we mogen de sterke en de zwakke kernkracht in formules proberen te vangen en een ‘theory of everything’ proberen op te stellen, we mogen de werking van de hersenen in kaart proberen te brengen, en te bestuderen hoe een embryo zich ontwikkelt in de baarmoeder. We mogen God dienen met ons verstand. We mogen open zijn voor de door Hem gemaakte werkelijkheid, en ons door Hem laten verrassen. Want een ding is zeker: de creativiteit van God is veel groter, afwisselender en boeiender dan onze zogenaamde zekerheid.
Kortom, als er buitenaards leven gevonden wordt, zou ik alleen maar meer reden hebben om God te aanbidden, zou ik alleen maar meer onder de indruk zijn van zijn creativiteit en zou ik alleen maar meer reden hebben om mijn talent als sciencefictionschrijver te blijven ontwikkelen.